0:00Onze
0:00[GEZANG]
9:15hulp en
9:17onze enige verwachting staat in de naam van de Heere Heere, die de hemel en de aarde uit niet heeft geschapen, die
9:26trouw behoudt van geslacht tot geslacht, en die nooit laat varen de werken zijnde handen.
9:34Amen.
9:35Geliefde gemeente, genade, barmhartigheid en vrede wordt u rijkelijk geschonken van God de Vader, door Christus Jezus de Heere, in de gemeenschap.
9:47Van de heilige geest.
9:48Amen.
9:49We
9:52willen met elkaar gaan zingen.
9:53En doen het uit de 121ste psalm.
9:56Psalm 121.
9:57En daarvan de versen 1 en 3.
10:01Ik sla de ogen naar het gebergte heen.
10:03Van waar ik dag en nacht des hoogsten bijstand wacht.
10:07En ook het derde vers.
10:09Zijn wacht waarop men hopen mag.
10:12Zal daar zijn u bedekt en u ter schaduw strekt.
10:15Wat er verder volgt in het eerste en het derde vers van de 121e psalm.
10:20Laatst
10:20[GEZANG]
14:18voor ons leven allereerst voor de spiegel van Gods heilige wet.
14:21Om daarna te gaan zingen uit de zesde psalm het eerste vers.
14:25O heren, gij zijt weldadig, straf mij niet ongenadig in uw toornen gloed.
14:32Vers 1 van 6 na de wet des heren.
14:37Toen sprak God al deze woorden zeggende, ik ben de heren uw God.
14:42Die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.
14:47Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
14:53Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken.
14:57Van hetgeen boven in de hemel is.
15:00Nog van hetgeen onder op de aarde is.
15:03Nog van hetgeen in de wateren onder de aarde is.
15:07Gij zult u voor die niet buigen nog geen dienen.
15:10Want ik de Heere uw God ben een ijveren God.
15:14Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen.
15:17Aan het derde en aan het vierde lid degene die mij haten.
15:22En doe barmhartigheid aan duizenden degene die mij lief hebben en mijn geboden onderhouden.
15:33Gij zult de naam des heren uw schot niet ijdelijk gebruiken.
15:38Want de heren zal niet onschuldig houden die zijn naam ijdel gebruikt.
15:45Gedenk de Sabbatdag dat gij dien heiligt.
15:48Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
15:51Maar de zevende dag is de Sabbat des Heeren uw schots.
15:54Dan zult gij geen werk doen.
15:57Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
16:05Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt.
16:10De zee en al wat daarin is en hij rustte ten zevende dagen.
16:14Daarom zegende de Heere de Sabbatdag en heiligde.
16:22Eer uw vader en uw moeder.
16:24Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heren uw God geeft.
16:32Gij zult niet doodslaan.
16:37Gij zult niet echt breken.
16:42Gij zult niet stelen.
16:48Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
16:54Gij zult niet begeren uw naaste huis.
16:58Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.
17:00Nog zijn dienstknecht.
17:02nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw naasten is.
17:09We
17:09[GEZANG]
18:41willen het woord van de heren gaan openen en doen dat in de eerste algemene zendbrief van de apostel Petrus.
18:47Het eerste hoofdstuk, 1 Petrus 1, en daarvan lezen we de eerste twaalf versen.
18:541 Petrus 1 en dan vanaf vers 1 tot en met 12.
18:58En
19:01dan luidt het woord van de heren al dus.
19:04Petrus, een apostel van Jezus Christus,
19:07Aan de vreemdelingen verstrooid in Pontus, Galatie, Cappadocië, Azië en Bethinië.
19:13De uitverkorenen naar de voorkennis van God de Vader.
19:16In de heiligmaking des geestes.
19:19Tot gehoorzaamheid.
19:21En besprenging des bloeds van Jezus Christus.
19:25Genade en vrede zij u vermenigvuldigt.
19:28Gelooft zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.
19:32Die na zijn grote barmhartigheid.
19:35Ons heeft wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.
19:42Tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis.
19:47Die in de hemelen bewaard is voor u.
19:50Die in de kracht gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid.
19:55Die bereid is om geopenbaar te worden in de laatste tijd.
20:00In welke gij u verheugt.
20:02Nu in weinig tijd, zo het nodig is, bedroefd zijnde door menigelei verzoekingen.
20:07Opdat de beproeving uw geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, het welk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worden te zijn tot lof en eer
20:19en heerlijkheid in de openbaring van Jezus Christus.
20:24Den welke gij niet gezien hebt en nogthans lief hebt.
20:28In de welke gij nu, hoewel hem niet ziende,
20:32Maar gelovende u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde.
20:39Verkrijgende het einde uw geloofs.
20:42Namelijk de zaligheid der zielen.
20:44Van welke zaligheid ondervraagd en onderzocht hebbende de profeten die geprofiteerd hebben van de genade aan uw geschied.
20:54Onderzoekende op welke of hoe danige tijd de geest van Christus die in hen was.
21:00Beduiden en tevoren getuigden het lijden dat op Christus komen zou.
21:05En de heerlijkheid daarna volgende.
21:08Dewelke geopenbaard is dat zij niet zichzelf, maar ons bedienden deze dingen die u nu aangediend zijn bij degene die u het evangelie verkondigd hebben door de heilige geest.
21:20Die van de hemel gezonden is.
21:22In welke dingen de engelen begerig zijn in te zien.
21:27Tot zover de schriftlezing.
21:31De tekst voor de prediking vindt u in het voorgelezen schriftgedeelte 1 Petrus 1 en daarvan de versen 3 tot en met 5.
21:411 Petrus 1, de versen 3 tot en met 5.
21:46Gelooft zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die na zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus
21:58Christus uit de doden.
22:00Tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis.
22:06Die in de hemelen bewaard is voor u.
22:08Die in de kracht gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid.
22:13Die bereid is om geopenbaar te worden in de laatste tijd.
22:18Tot zover.
22:20We willen de heren bidden om zijn onmisbare zegen over de bediening van zijn woord.
22:25In onze voorbeden willen we gedenken.
22:30De rouwdragende familie Melisand van der Klooster, die afgelopen donderdag aan het graf stond van moeder, grootmoeder en overgrootmoeder.
22:39Juf Geonne Grinwis van der Bok, die een zorgelijke uitslag kreeg, maar er is nog behandeling mogelijk met de hoop dat de tumor stabiel blijft.
22:51Ik wil ook bidden voor de jongeren voor wie aan het einde van deze week de eindexamens in het voortgezet onderwijs beginnen.
23:01Onverdiende vrijheid in de komende dagen.
23:04De kerkraadsvergadering van dinsdag 5 mei.
23:09Het beroepingswerk willen we opdragen aan de heren.
23:12En willen ook denken aan de jongeren waarvan straks wordt meegedeeld.
23:18Die ook beleidnishopen te doen met Pinksteren.
23:21Willen de heren vragen om zijn zegen.
23:24En
23:29nu, wat
23:31verwacht ik, o heren?
23:35Onze hoop.
23:38Die is op u.
23:40God alle genade.
23:43Als gij ons samenbrengt in uw huis.
23:46Op deze eerste zondag in de maand mei.
23:50Dan past het allereerst om uw naam te danken.
23:54Voor uw langmoedigheid.
23:56Aan ons allen bewezen.
23:59Dat we hier of thuis.
24:02Rondom uw woord.
24:04Vergaderd mogen zijn.
24:07En we richten onze ogen op.
24:10Naar omhoog.
24:12Om het bij u de heren te zoeken.
24:14Om het van u te verwachten.
24:17En om te bidden heren.
24:19Leer ons.
24:20Om onze hoop.
24:22Op u de levende God.
24:25Te stellen.
24:26In een wereld.
24:28Die ten onder gaat.
24:30Aan moedeloosheid.
24:33En hopeloosheid.
24:35Waarin er zoveel is.
24:37Wat ons de moed beneemt.
24:40En de hoop doet ontvallen.
24:43De berichten vanuit
24:46het wereldtoneel.
24:48Alles wat er gaande is.
24:50Maar ook berichten in het klein.
24:53Die een mens met zorg kunnen vervullen.
24:57Brengt u ons samen.
24:59Om onze harten te richten.
25:02Op het levende woord van u.
25:04Het zaad van de wedergeboorte.
25:07Wat spreekt van de hoop.
25:11Die is weggelegd voor allen die hun betrouwen op u de heren hebben leren stellen.
25:18En we danken u dat u ons zo samenbrengt rondom dat woord.
25:24En we bidden om uw zegen.
25:27Wat hebben we die zegen nodig?
25:29Een zegen die ons arm maakt in onszelf.
25:33Die alles wat wij aan eigen prestaties hebben opgebouwd ook afneemt.
25:40En ons laat zien wat uw woord ons ook leert.
25:44Dat wij mensen zijn voor wie de naam geldt.
25:49Zondaren, vijanden, goddelozen.
25:53En die zo niet voor u kunnen bestaan.
25:56Maar dan mag ons gebed toch zijn.
25:58Bedien ons vanuit uw heiligdom.
26:01En laat ons in deze weken tussen Pasen en Hemelvaartsdag in toch smaken.
26:08De kracht van de opstanding van Christus.
26:12En dat dat woord ons hart voor het eerst of bij vernieuwing mag verbreken.
26:18En dat dat moed en hoop en verwachting in ons leven mag leggen.
26:24Heren, u kent ons.
26:26U weet wie we zijn.
26:28U kent ze in ons midden die leven voor eigen rekening.
26:32Zonder hoop door de wereld gaan.
26:37Misschien...
26:39Onbewust, omdat ze hun hoop hebben gesteld op alles van deze wereld.
26:44En niet beseffen dat dat alles eens vergaat.
26:48Misschien bewust en ook wel moedeloos door het leven kunnen gaan.
26:55Geen moed en geen hoop te hebben.
26:58Dan mag ons gebed toch zijn.
27:00Heren, wilt u ze laten zien wat er bij u te vinden is.
27:05En wie u voor zulke mensen...
27:08Wilt zijn.
27:09U kent ze ook.
27:10Die hebben geleerd om hun hoop op u de heren te stellen.
27:14Misschien nog maar zo in beginsel.
27:16Nog zo klein.
27:17Bestreden en aangevochten.
27:19Elke keer weer.
27:20Maar wilt u ze dan verder leiden op de weg.
27:23En dat ze al meer hun vastheid.
27:25In het werk van de heren Jezus.
27:28Mogen vinden.
27:30En zo bidden we.
27:32Om uw zegen.
27:34Wilt u zijn met uw dienstknecht.
27:36Schenken wat hij nodig heeft.
27:38Een stem om te spreken.
27:40De hulp, de leiding van u, de Heilige Geest.
27:43En dat we op de kansel en onder de kansel en zij die met ons verbonden zijn.
27:48Iets mogen verstaan, begrijpen en ondervinden van de christelijke hoop.
27:58En zo slaan we onze ogen op naar omhoog.
28:02Om uw hulp en uw gunst te vragen.
28:06Heren, leert u het ons.
28:08Om te hopen op u.
28:11Te hopen.
28:12Ook in de donkerste tijden misschien van het leven.
28:17Want u kent ze ook.
28:18In het midden van de gemeente.
28:21Die vol verdriet zijn.
28:23Die lege plaatsen gevoelen.
28:26In het bijzonder denken we aan de rouwdragende familie Melisand van der Klooster.
28:31Die afgelopen donderdag aan het graf stonden van moeder, grootmoeder en overgrootmoeder.
28:38Dan weet u ook van het gemis, de lege plaats die ze bij zich dragen.
28:43En dan kan het ook wel eens momenten
28:48zijn dat het zo donker en duister is dat ze er niet doorheen kunnen zien.
28:53Dat mag ons gebed toch zijn.
28:56Geef dat het hen mag vertroosten.
28:59Dat u, o Heere Jezus, de dood hebt gedood en het eeuwige onvergankelijke leven aan het licht hebt gebracht.
29:10En alle rouwdragenden in ons midden.
29:12Die korter of langer geleden in de rouw zijn gekomen.
29:16Doen blikken over de grenzen.
29:18Van dood en graf heen.
29:20Op hem.
29:22Uw zoon.
29:23De Heer Jezus.
29:24De Levensvorst.
29:27We bidden u.
29:28Of u wilt zijn.
29:30Met juffrouw Gionne Grimwis van der Bok.
29:33Die een zorgelijke uitslag kreeg.
29:36Er is nog een behandeling mogelijk.
29:39Met de hoop.
29:41Dat de tumor stabiel blijft.
29:44We mogen ook haar aan u opdragen.
29:47Met allen die haar lief en dierbaar zijn.
29:50We bidden u in het bijzonder.
29:52Ook voor de kinderen die onderwijs van haar krijgen.
29:56Of hebben gekregen.
29:58Het grijpt bij hen ook diep in dat hun juf zo ernstig ziek is.
30:03En we mogen u vragen.
30:05Kon het zijn dat u stabilisatie.
30:10Ja misschien zelfs.
30:12verbetering of genezing geven.
30:14We leggen het alles...
30:16in uw hand.
30:18Omdat u die God bent...
30:20die het toch ook zegt...
30:22dat we de moeite en het verdriet...
30:24in uw hand mogen leggen.
30:26En dat u het ook wil zien.
30:28En u zich wil ontfermen.
30:32We bidden u voor de jongelui...
30:34die aan het einde van deze week...
30:37ook starten met hun eindexamens.
30:40Gedenkt u hen.
30:41Geef hen...
30:43Ook energie en kracht om zich voor te bereiden op de examens.
30:48Geef hen ook de rust en de overgave.
30:51En geef bovenal dat ze ook daarin hun verwachting, hun hoop op u de heren mogen stellen.
31:02We mogen deze zondag tot u komen in ons gebed op een bijzonder moment.
31:08Als we terugblikken, denken we aan de verjaardag van onze koning.
31:14En zijn gezin aan u de heren opdragen.
31:18En als we vooruit kijken.
31:20Dan denken we ook aan de dodenherdenking.
31:23Aan de dag van morgen.
31:25Bevrijdingsdag.
31:26Op de dinsdag.
31:28En denken we terug aan de vrijheid die we gekregen hebben.
31:33Maar een vrijheid die vandaag de dag zo onder druk staat.
31:38En dan mogen we bidden.
31:40Of u ons wil leren en wil geven.
31:43Een dankbaar hart voor de vrijheid waarin we mogen leven.
31:48En we bidden tegelijk voor al die plekken waar de oorlog is.
31:53En waar mensen bedreigd worden in hun bestaan.
31:57Geef toch dat er vrede gevonden mag worden.
32:00Bovenal in het bloed van het kruis.
32:05We mogen ook de broeders van de kerkraad aan u opdragen.
32:08Als er aankomende dinsdag een kerkraadsvergadering is.
32:12U weet ook wat zij nodig hebben om leiding te geven aan de gemeente.
32:16Wilt u ze daarbij helpen en bijstaan?
32:19Wilt u ze voorzichtigheid en wijsheid geven?
32:23Ook als het gaat om het beroepingswerk.
32:25U weet ook hoe de gemeente al langere tijd vakant is.
32:30En ook wat hier nodig is.
32:33En dan mogen we ook vragen.
32:35Wilt u ook daarin leiding geven?
32:38En wilt u de mannen naar uw raad?
32:42Ook zenden naar deze gemeente.
32:44Om hier de herdenstaf op zich te nemen.
32:47En de gemeente te mogen bearbeiden.
32:51En te mogen leiden in de grazige weiden van uw woord.
32:56Heer, er is er veel om te bidden.
32:58Veel aan u om te vragen.
33:00Maar u geeft ook veel.
33:02Waar we u voor mogen danken.
33:04U gaf de regen naar een periode van droogte.
33:09U geeft dat we te eten.
33:12En te drinken mogen krijgen.
33:14U geeft dat we nog in alle rust en vrijheid.
33:16Mogen samenkomen in uw huis.
33:19Bovenal mag het ons gebed zijn.
33:21Geef ons deze morgen.
33:23Een gezegende dienst.
33:26Uit uw rechterhand.
33:28Waarin u zelf.
33:29Uw woord openlegt voor onze harten.
33:32En ons hart openlegt voor uw woord.
33:35En Heer Jezus Christus.
33:37Komt u dan toch binnenrijden.
33:39Op het gewaad van uw woord.
33:41En maak woning in onze harten.
33:43En waar u woning hebt gemaakt.
33:45Wilt u dan al meer de ongerechtigheden opruimen.
33:49En het leven vernieuwen en herstellen.
33:52Naar uw beeld.
33:54Tot eer van u de drie enige God.
33:57We mogen u dat alles zo vragen.
33:59Ook in dankbaarheid.
34:01En ook in gebed.
34:02Als we denken aan jongeren.
34:04Die ook uw naam begeren te beleiden.
34:07In het midden van de gemeente.
34:09Geef hen een goede voorbereidingstijd onderweg naar Pinksteren.
34:13Maar laat ook zo in hun harten die christelijke hoop mogen leven.
34:18We bidden het u alles.
34:20In de naam van uw Zoon, de Heer Jezus Christus.
34:23Uit genade alleen.
34:26Amen.
34:27Een
34:30aantal mededelingen namens de kerkraad.
34:33Woensdagavond zal er een kerkdienst worden gehouden.
34:36Aanvang half acht.
34:37En de voorganger is dominee Emma Kempeniers uit Barendrecht.
34:42Op maandag 25 mei, tweede Pinksterdag, hopen de volgende personen in het midden van onze gemeente openbare beleidenis van het geloof af te leggen.
34:51Pieter Grinwis, Dijkstelweg 7.
34:55Margier Grinwis van Leeuwen, Dijkstelweg 7.
34:59Klaas Groenendijk, Volgenblok 24.
35:03Klaartje Johanna Groenendijk de Ronde, Volgenblok 24.
35:08Gommert Jacobus Grotenboer Tulpenbad 7 in Stellendam.
35:13Jaantje Grotenboer Methorst Tulpenbad 7 in Stellendam.
35:19Jacob Jan Maarten Kastelein, de motorschip Deo Amare.
35:26Catharina Rosalina Kastelein Klomp, Deo Amare.
35:31En Pieter Melissant Dirk Doensweg 28.
35:36Eventuele bezwaren tegen leer en of leven van de aanstaande beleidende leden kunnen tot vrijdag 8 mei schriftelijk gemotiveerd en ondertekend worden ingediend bij de scriba
35:48van de kerkraad Oudeling Grote Boer, Duinkerkerweg 41.
35:53De aannemingsavond is woensdag 13 mei.
35:56We vragen u de beleidingscategorisanten op te dragen in uw gebeden.
36:01Van de genoemde voornemens geldt zo de Heere wil en wij.
36:05...het zullen beleven.
36:07De collecten zijn fonds voor de noodlijdende gemeenten...
36:12...voor de kerkvoogdij en voor de aflossing van de kerk.
36:17Deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevoden.
36:21We willen met elkaar gaan zingen uit de 16e psalm...
36:25...en daarvan de versen 1, 3 en 6.
36:291, 3 en 6 van de 16e psalm.
36:32Bewaar mij toch, o alvermogend God.
36:35En getrouwe heren, gij wilt mijn goed, mijn God, mijn erfenis en het deel mijns bekers wezen.
36:42En vers 6.
36:43Gij maakt er lang mijn levenspad bekend.
36:46[GEZANG]
45:05Straks aan het einde van de prediking na het amen willen we gaan zingen uit de 42e psalm.
45:10En daarvan het zevende, het laatste vers.
45:13Op hem slaat oog naar boven.
45:18Vers 7 van 42, straks aan het einde van de prediking.
45:23Geliefde gemeente, hoop doet leven.
45:29Dan denk ik aan dat meisje of aan die jongen in
45:33de examentijd die deze week begint.
45:36Hij staat er niet al te best voor, maar als de examens, als die goed gaan, kan hij misschien toch nog slagen.
45:52Dat al een poosje slecht draait.
45:54En lukt maar net om het hoofd boven water te houden.
45:59Toch houdt u de moed erin.
46:01Want één goed jaar kan alles weer veranderen.
46:06Of die ernstige ziekte.
46:09Je klemt je vast aan elke strohalm.
46:14Vol goede moed begin je met die nieuwe behandeling.
46:18U hoopt dat de medicijnen aanslaan.
46:22Je blijft hoop houden.
46:28Wat is ook een mens zonder hoop?
46:32Wie ziek is, hoopt beter te worden.
46:36Wie voor zijn examen staat, hoopt te slagen.
46:41Wie een leven kent vol zorg en vol moeite, die hoopt op betere tijden.
46:49Hoop immers doet leven.
46:54Toch is er wel een verschil, want veel hoop stopt aan de grens van dit leven.
47:03Denk aan die ernstige zieken.
47:05Alle hoop was gevestigd op de kennis en de kunde van de arts.
47:10Of op de werking van een bepaald medicijn.
47:15Maar niets blijkt te helpen.
47:18De ziekte gaat door.
47:20En het maakt hopeloos.
47:26Maar de Bijbelse hoop rijdt verder dan de grenzen van dit leven.
47:34En de Bijbelse hoop heeft alles te maken met de hopen Israëls.
47:41Jezus Christus.
47:43Want wie zonder hoop, wie zonder God, wie zonder Christus door het leven gaat.
47:50Is namelijk een hopeloos geval.
47:56En dat is ook wat apostel Paulus duidelijk maakte aan de gemeente van Evese.
48:05Als hij aan hen schreef.
48:07Dat er een tijd was dat de Ephesians vreemdelingen van de verbonden der beloften waren.
48:14Zonder Christus.
48:16Geen hoophebbende.
48:18En zonder God in de wereld.
48:22Een mens kan veel hopen.
48:24Kan op veel dingen zijn verwachting stellen.
48:27Maar elke hoop buiten Christus is ijdele hoop.
48:33En daarmee red je het niet.
48:35Als het uur van het sterven komt.
48:39Alleen bijbelse hoop, christelijke hoop doet echt leven.
48:46En daar wijst de apostel Petrus de lezers van zijn eerste zendbrief op.
48:54Temidden van alle verdrukking en tegenstand houdt deze hoop hen staande.
49:00Het
49:02is een levende hoop en het kent een rijksperspectief.
49:08En dat klinkt dan met name al door in de eerste verse van deze brief.
49:14En het brengt ons bij onze tekst.
49:17De paasboodschap brengt hoop.
49:21Drie gedachten.
49:23Een vaste grond, een
49:27rijke erfenis en
49:30een zekere bewaring.
49:31De
49:33paasboodschap brengt hoop.
49:36Een vaste grond, een
49:40rijke erfenis en
49:43een zekere bewaring.
49:46De
49:49eerste zendbrief heeft Petrus geschreven.
49:52aan de vreemdelingen verstrooid in Pontus, Galatie, Cappadocië, Azië en Bettinië.
50:00En
50:02al deze districten liggen in het noordwesten van Azië.
50:06Gemeenten die zijn ontstaan en bearbeid door Paulus en zijn medewerkers.
50:15Petrus is waarschijnlijk zelf nooit in deze gemeenten geweest.
50:20Het waren anderen die hem op de hoogte hebben gebracht...
50:26Het
50:28is nog wel enige discussie over de vraag wie zijn nou de lezers van deze brief.
50:34Ze zijn er die menen dat het gaat om de joden in de verstrooiing die tot het geloof in Christus zijn gekomen.
50:43Het zou ook kunnen dat het hier gaat om christenen uit de heidenen.
50:50In elk geval leefden in de omgeving wel grote groepen joden waardoor het joodse denken in die regio...
50:58bekend zal zijn geweest.
51:02Paulus Petrus noemt zijn lezers vreemdelingen.
51:07Het
51:09is kenmerkend.
51:09Het vreemdingschap is een gevolg van gemaakte keuzes.
51:15Een
51:17christen is een vreemdeling.
51:20Een vreemding die zich niet aanpast aan de gewoonten van de plaats waar hij woont.
51:28Christenen
51:30zijn vreemdelingen, buitenstaanders, toen al en nog steeds.
51:35Een christen onderscheidt zich van de wereld om zich heen.
51:39Het
51:41komt uit in keuzes die worden gemaakt.
51:44En het doortrekt heel het levenspatroon.
51:49Zijn blikrichting is veranderd.
51:54Met de rug nu naar de wereld toe...
51:57en met het oog omhoog gericht, gericht op God.
52:08En Petrus wil
52:10nu de lezers van deze brief bemoedigen en versterken.
52:17Ze leven immers in een moeilijke situatie.
52:21Van alle kanten trekt de zonde aan hen.
52:25Ze hebben bovendien te maken met verdrukkingen.
52:29Ze worden bespot, bestreden, veracht.
52:35En nu wil Petrus door het schrijven van deze brief hun hoop verlevendigen.
52:42Temidden van de vervolgingen en de verleidingen waar ze aan blootstaan.
52:49En dat gaat hij dan allereerst doen door die boodschap van hoop van een vaste grond te voorzien.
53:02Want nadat Petrus de brief van een adressering heeft voorzien en zijn lezers heeft gegroet.
53:12Begint hij zijn brief in de derde vers met een lofprijzing.
53:18Gelooft zij God en
53:21de Vader van onze Heer Jezus Christus.
53:26Dus de inzet van deze brief is een lofzang.
53:30Een lofzang waarin ook de nauwe relatie naar voren komt tussen God de Vader en God de Zoon.
53:40En er is alle reden om die God te loven.
53:44U
53:46kunt dat steeds zo meevolgen in de verse.
53:51Peters weet dat uit eigen ervaring.
53:53Want die na zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren.
54:02Barmhartigheid.
54:04Dat spreekt van Gods gunst.
54:08Gods goedheid.
54:11Gods ontferming.
54:15Barmhartigheid.
54:18Dan moet je denken als wij dat horizontaal gaan trekken.
54:21Aan barmhartigheid die bewezen wordt aan...
54:25aan mensen die in de goot liggen, naar wie wordt omgekeken.
54:29En als er dan wordt gesproken over Gods barmhartigheid...
54:32dan moet je het altijd plaatsen tegen de donkere achtergrond...
54:36van de zondigheid van de mens.
54:40Gods barmhartigheid schijnt in het duister van de ellendigheid van de mens.
54:48En als Petrus daaraan denkt, dan gaat hij God loven.
54:55Gelooft zij de God en Vader van ons Heer Jezus.
55:00Want
55:03Petrus heeft het zelf mogen ondervinden.
55:06Dat
55:08hij is opgezocht door die barmhartigheid van God.
55:16Juist toen hem alle hoop was ontvallen.
55:21Toen
55:22hij zelf niets anders had dan schuld en ongerechtigheid.
55:33Jullie jongens en meisjes kennen ook wel het leven van Petrus, of niet?
55:37En dat met name vlak voordat de Heer Jezus aan het kruis ging...
55:42was het Petrus die zijn meester had verlogen.
55:48Hij was het die de banden met de Heer Jezus had doorgesneden.
55:55Die zelfs met een vloek zich discipel af had gesworen.
56:03Wat was er voor hem nog te verwachten?
56:06Welke hoop kon hij toen nog hebben?
56:11Petrus was op die stille zaterdag toch een hopeloos geval.
56:17Eén die alle moed had verloren.
56:20Eén die helemaal aan de grond was gekomen met zichzelf.
56:27Dat was ook nog eens zijn eigen schuld.
56:30Want na de verlogening van de Heer Jezus is Petrus naar buiten gegaan.
56:35Bitter wenende.
56:39En die liefdesblik in de ogen van de Heer Jezus.
56:43Die staat in zijn ziel gegrift.
56:47Hij heeft tegen de liefde gezondigd.
56:53En hoe kon er ooit voor hem nog een weg terug zijn?
56:59En misschien zit er wel zo iemand in de kerk van morgen.
57:04Die zich daarin herkent.
57:07Dus je moet zeggen het leven van Petrus.
57:10Dat is nou mijn leven.
57:12En de zonden van Petrus zijn mijn zonden.
57:16Het
57:18geweten klaagt u aan.
57:21Uw levenswandel getuigt tegen u.
57:25En de wet, u hebt het net gehoord.
57:28Elk van Gods geboden veroordeelt u.
57:33En verklaart u schuldig voor God.
57:39En de duivel zal je er ook fijntjes op wijzen.
57:42Dat je geen van die geboden hebt gehouden.
57:47En het laatste restje hoop verdwijnt.
57:52En u moet het erkennen.
57:53Dat u zo'n een bent die de eeuwige dood hebt verdiend.
57:58Eén die Gods gramschap dubbelwaardig is.
58:04Maar juist aan zulken bewijst God nu zijn grote barmhartigheid.
58:10Want dat is wat Petrus ook mag meegeven.
58:14Die na zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop.
58:24Die hopeloze Petrus.
58:27Die moedeloze Petrus.
58:29Die Petrus die niets anders had dan schuld en verderf.
58:35Maar hij is wedergeboren tot
58:39een levende hoop.
58:43En dat mag toch ook vandaag.
58:45Een wereldburger die zicht heeft gekregen op wie hij is in Adam.
58:55Dat mag zo'n wereldburger toch nieuwe moed geven.
58:59Hoe diep u ook gevallen bent.
59:03En hoe groot je schuld ook is.
59:05En hoeveel ongerechtigheden er ook aan je kleven.
59:10God doet een zondaar naar zijn grote barmhartigheid wedergeboren worden.
59:20Dat is een werk van God.
59:22Het
59:24staat ook in een passieve vorm.
59:27Er zit dus niks van de mens bij.
59:30En daarvoor zoekt God ook geen redenen in zijn schepsels.
59:38Uit zichzelf.
59:40Het is zijn verkiezend welbehagen.
59:43Waardoor hij in
59:46zo'n schuldig mens.
59:48Zo'n hopeloos geval.
59:51Nou dat wonder van de wedergeboorte gaat werken.
59:58En hoe dat nou kan?
1:00:00Alleen door de verdiensten van de Heer Jezus.
1:00:06Want daar wijst Petrus op.
1:00:10Die na zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop.
1:00:16Door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.
1:00:22De
1:00:24opstanding van de Heer Jezus is dus het beslissende keerpunt.
1:00:30Telkens weer, dat was het ook in het leven van Petrus.
1:00:35Want waar Petrus op die stille zaterdag in moedeloosheid was weggelopen en ondergedoken.
1:00:46Was het de opgestane Christus die hem op de eerste paasdag weer ontmoette?
1:00:56Ja, de dood van de Heer Jezus, die is noodzakelijk.
1:00:59Hij moest lijden en sterven om de straf te kunnen dragen.
1:01:03Hij moest plaatsbekledend de dood in.
1:01:07Hij moest de toren van God over de zonde wegdragen.
1:01:12En vrijwillig is hij die weggegaan.
1:01:14Hij die zonder zonde was, is tot zonde gemaakt.
1:01:20En hij heeft geworsteld met die weg die hij moest gaan.
1:01:24Hij riep het uit daartoe in de hof van Gethsemene.
1:01:27Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan mij voorbij gaan.
1:01:32En aan het kruis was daar die roep.
1:01:35Mijn God, mijn God, waarom heb jij mij verlaten?
1:01:40Maar hij moest dat diepe dal door.
1:01:45Hij moest van God verlaten worden.
1:01:48Omdat de zijnen niet meer van God verlaten.
1:01:52Zouden worden.
1:01:54Op hem moest de toon van God neervallen.
1:01:58Omdat zij.
1:02:00Die door de vader aan hem gegeven waren.
1:02:03Een vrijgeleider zouden krijgen.
1:02:08Maar met die dood van Jezus.
1:02:13Ja die dood van Jezus.
1:02:15Deed alle hoop.
1:02:17Bij de discipelen wegvallen.
1:02:22De emmeusgangers.
1:02:23U hebt er misschien over gehoord.
1:02:25Met Pasen.
1:02:27Die moesten het ook beleiden.
1:02:29Wat we lezen in Lukas 24, vers 21.
1:02:34En
1:02:36wij hoopten dat hij was degene die Israël verlossen zou.
1:02:45Maar de opstanding van Christus veranderde nu alles.
1:02:51Christus die het werk van zijn vader volkomen heeft volbracht.
1:02:57En daarom kon de dood hem niet houden.
1:03:02En op die eerste paasdag.
1:03:04Wekt God de vader hem op.
1:03:07En de zoon mag het leven in.
1:03:11De schuld is vereffend.
1:03:13En God de vader heeft niets meer te eisen.
1:03:17De zoon staat op uit het graf.
1:03:22Hij heeft het leven verwarf.
1:03:25Dat de dood voor eeuwig achter zich laat.
1:03:30En juist die opstanding van Christus uit de doden.
1:03:35Heeft bij Petrus.
1:03:37Alles doen veranderen.
1:03:40Moedeloosheid maakt plaats voor nieuwe moed.
1:03:44En
1:03:46hopeloosheid week voor die levende hoop.
1:03:52Want in de ontmoeting met de opgestane Jezus.
1:03:57Heeft Petrus mogen verstaan.
1:03:59Hoe door de opstanding van Christus uit de doden.
1:04:04De overwinning is behaald over de macht van de vorst der duisternis.
1:04:14Dat heeft de hoop in zijn hart verleverd.
1:04:18Jezus leeft.
1:04:22De dood kan sterk lijken.
1:04:26En de dood kan ruw een einde maken aan een leven.
1:04:31Waar er nog zoveel te hopen was.
1:04:34En nog zoveel onvervulde idealen lagen.
1:04:38Maar de levende hoop mag het uitroepen.
1:04:44Dood, waar is uw prikkel?
1:04:47Hel, waar is uw overwinning?
1:04:51En in de opstanding van Christus uit de doden ligt de garantie, de zekerheid van de opstanding van al de zijnen.
1:05:04Jezus Christus die uit de doden is opgestaan.
1:05:09En daarmee heeft hij alles weer terug verworven wat in het paradijs verloren is gegaan.
1:05:17En hij heeft op rechtsgronden het onvergankelijke leven heeft hij aangebracht.
1:05:24Door
1:05:27de dood te overwinnen.
1:05:30En dat is nou wat perspectief biedt.
1:05:33En die hoop, die
1:05:37levende hoop, die vindt dus zijn grond en zijn vastheid in Gods grote daden.
1:05:46Die uitkomen in de opstanding van Jezus Christus uit de doden.
1:05:56Die levende hoop gaat dus nooit buiten Christus.
1:06:06Jezus alleen is
1:06:09de hoop van
1:06:14ons bestaan.
1:06:15Ja, is
1:06:18hij de
1:06:21hoop van
1:06:23jouw
1:06:25leven?
1:06:30Maar die vraag moeten we toch wel aan elkaar stellen vanmorgen.
1:06:35Want het is opvallend dat Petrus niet spreekt over hoop in algemene bewoordingen.
1:06:41Het gaat hier om de levende hoop.
1:06:47Er is ook veel valse hoop.
1:06:52Ijdele hoop.
1:06:54Dode hoop.
1:06:57Dat zien we toch om ons heen.
1:07:02Hoop als het gaat om de eeuwige bestemming.
1:07:06In het leven wordt er soms niet zo nauw gekeken.
1:07:09Daar kan van alles mee door.
1:07:12Ja, maar ja, als God liefde is, dan zal dat toch wel.
1:07:19Of een ander die zegt, ik heb mijn leven lang netjes geleefd.
1:07:23En ik heb geen gekke dingen gedaan.
1:07:26God zal me dan toch niet.
1:07:32En zo houden velen zich op de been met
1:07:36een valse hoop.
1:07:39En als de doodsklokken dan luiden, dan wordt er maar het beste van gehoopt.
1:07:46Ja, ik hoop toch dat hij dat zei?
1:07:54Ja, er is ook veel hoop dat niet voortkomt uit Gods wederbarende genade.
1:08:03Hoop die mensen zichzelf hebben aangepraat.
1:08:08Hoop die geen vastheid heeft.
1:08:11Hoop dat nergens op is gebaseerd.
1:08:16Ijdele, valse hoop.
1:08:20Maar die levende hoop, waar Peters van spreekt, die
1:08:28wordt nu geboren in een weg.
1:08:30Waarin een zondaag leert om
1:08:36op Christus alleen zijn hoop, zijn verwachting te stellen.
1:08:45Daar waar het hart wordt geopend voor de grootheid.
1:08:50Van Gods barmhartigheden.
1:08:52Voor de kracht van Christus opstanding.
1:08:56En voor de vastheid van Gods belofte.
1:09:01Als de heilige geest.
1:09:03Je alle hoop in jezelf doet ontvallen.
1:09:08En je ook gaat zien dat er in jou niets ligt.
1:09:11Waardoor je je hoop op God zou kunnen stellen.
1:09:15Maar om dan zo.
1:09:16Als een hopeloze in jezelf.
1:09:20Het anker uit te werpen.
1:09:22In die vaste grond van Christus.
1:09:26Verzoenend lijden en sterven.
1:09:29En opstanding uit te doden.
1:09:33Dat er hoop gevonden mag worden in Gods woord.
1:09:39Waar al Gods beloften vast en zeker zijn in Christus.
1:09:47Want die levende hoop heeft een voorwerp.
1:09:50En
1:09:51dat is Jezus Christus.
1:09:55Waar zou je het anders van kunnen verwachten?
1:09:58Wie zou je anders hoop kunnen bieden?
1:10:00Het
1:10:02is toch Jezus alleen.
1:10:04Zijn offer.
1:10:06Zijn bloed.
1:10:09Zijn gerechtigheid.
1:10:11De deuren van het graf.
1:10:13Die zijn geopend.
1:10:15Op grond van zijn volbracht werk.
1:10:21Petrus moest het daarvan hebben.
1:10:24Van Christus opstanding uit de doden.
1:10:28Daar moet elke zonde haar toch van hebben.
1:10:31Want buiten Jezus Christus is er geen hoop.
1:10:35Wat ze je ook voorspiegelen en wat de wereld je ook voorhoudt.
1:10:40Buiten de Heer Jezus is het enkel ijdele hoop.
1:10:47Maar levende hoop is daar.
1:10:50Waarin in zichzelf hopeloze en moedeloze zondaar.
1:10:55Het leert wagen met Christus alleen.
1:10:59Eén waar zijn levensverwachting ligt.
1:11:02In dat volbrachte werk.
1:11:04Van de Heer Jezus Christus.
1:11:07Dat geeft hoop.
1:11:10Een levende hoop.
1:11:11Een hoop die gericht is.
1:11:14Dan komen we bij onze tweede gedachte.
1:11:16Op een rijke erfenis.
1:11:22Kijk een erfenis dat is iets wat een overledene achterlaat.
1:11:27Stel je voor jongens en meisjes dat er ergens twee oudere mensen zijn overleden.
1:11:32Ze laten heel veel achter hun huis, hun bezittingen, hun geld.
1:11:38En alles wat ze bezaten wordt dan verdeeld over de nabestaanden.
1:11:43Dat kunnen kinderen zijn, dat kunnen ook andere familieleden zijn.
1:11:48En door een flinke erfenis kan iemand dan ineens over heel veel geld beschikken.
1:11:54Nu lezen we in vers 4 ook over een erfenis.
1:11:58Maar dat is een erfenis dat niet in geld is uit te drukken.
1:12:02Dat is een erfenis van een onschatbare waarde.
1:12:07Maar die levende hoop waar Peters van spreekt is nu op die erfenis gericht.
1:12:16Het is een erfenis die de vader in het vooruitzicht heeft gesteld.
1:12:21Een erfenis die bestand is tegen de vijand van de dood...
1:12:25en
1:12:27het bederf van de zonde.
1:12:32Dat is eigenlijk wonderlijk.
1:12:35Ze waren vreemdelingen, zo hoorden we in vers 1.
1:12:38Ze werden vervolgd om hun geloof.
1:12:41Ze vallen overal buiten.
1:12:45Toch stelt Petrus hen die rijke erfenis in het vooruitzicht.
1:12:51Tot een onverderfelijke...
1:12:54Een onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis die in de hemelen bewaard is voor u.
1:13:03Dus van die erfenis worden er vier dingen gezegd.
1:13:09Het gaat om een hemelse erfenis die
1:13:13in de hemelen bewaard is.
1:13:16Die erfenis is dus in goede handen.
1:13:20Ze wordt bewaard in de hemel waar God is en waar Jezus Christus is gezeten aan de rechterhand van zijn vader.
1:13:32Een rijke schat moet altijd goed worden opgeborgen.
1:13:37Iemand die veel geld in huis heeft, die bewaart dat in een kluis waar niemand bij kan komen.
1:13:44Want je wilt immers niet dat dieven komen en die schat ook wegnemen.
1:13:50In oorlogstijd, en we kunnen ook nou in deze dagen die verhalen wel weer lezen, gebeurde het ook wel dat soms geld of bezittingen werden overgebracht naar een ander land waar het vrede
1:14:02was, zodat het daar...
1:14:04in veiligheid kon liggen.
1:14:08Nu liggen de schatten van Gods Koninkrijk ook veilig bewaard.
1:14:14In de hemel.
1:14:17We zouden kunnen zeggen dat de ten hemel gevaren Christus...
1:14:21daar die schatten veilig heeft gesteld.
1:14:25Hij heeft die schat daar in veiligheid gebracht.
1:14:30Het is dus een erfenis die niet op de aarde wordt gevonden.
1:14:34We moeten dus die schat ook niet zoeken in de dingen van beneden.
1:14:39Het is een erfenis die in de hemelen bewaard is.
1:14:43Bij God.
1:14:46Dat is het eerste wat we lezen van die erfenis.
1:14:50Het tweede, dat het is een onverderfelijke erfenis.
1:14:58Ons aardse bestaan is aan het verderven aan de vergankelijkheid onderworpen.
1:15:05Wie ervaart niet de problemen van het ouder worden?
1:15:09Wie loopt niet aan tegen de gebrokenheid van het leven?
1:15:13Uit alles blijkt toch dat alles van deze wereld aan het verderf onderhever is.
1:15:20De groten van vandaag, ook
1:15:24een Trump en een Poetin, ze
1:15:27zijn straks weer vergeten.
1:15:31Alles waar wij ons zo druk om kunnen maken, het is vergankelijk.
1:15:36En wij kunnen niets achterlaten dat van blijvende waarde is.
1:15:41De mot en de roest, die
1:15:45bederven alles.
1:15:48Maar deze hemelse erfenis, die blijft onverderfelijk.
1:15:56En daar kleeft ook geen smetje en geen vlekje aan.
1:15:59Want ze is ook, en dat is het derde, onbevlekkelijk.
1:16:06Er kan van een aardse erfenis niet worden gezegd.
1:16:09Hoe vaak lezen we niet dat er ruzie ontstaat om de erfenis.
1:16:15De erfgenamen zijn het niet eens met de verdeling van de gelden en van de goederen.
1:16:21En het legt ook een smet over een erfenis.
1:16:27Deze hemelse erfenis is onbevlekt.
1:16:32Ze is dus onbesmet, rein,
1:16:35verworven door
1:16:39bloed.
1:16:39Dat bloed van Jezus Christus dat schoon was.
1:16:44Het bloed dat een zwarte zondare helemaal wit maakt door zijn reinigende kracht.
1:16:54Wat een heerlijke erfenis is dat niet.
1:17:00Ik kunt u daar niet naar verlangen.
1:17:04Hier staat toch op alles de smet van de zonde.
1:17:07En zelfs na ontvangen genade loopt een kind van God tegen zichzelf aan.
1:17:13Altijd weer is het toch de zonde die het vreugde over het kindschap Gods trok weer tempert.
1:17:21Er zit altijd wel weer iets tussen.
1:17:25En hoe dikwijls neemt de wolk van de zonde het zicht op die zonde gerechtigheid niet weg.
1:17:32Het blijft hier onder de maat.
1:17:35En dat blijft hier bevlekt met zonde.
1:17:39Maar deze erfenis is volmaakt.
1:17:43Daar mankeert niets aan.
1:17:50Ten vierde is het ook een onverwelkelijke erfenis.
1:17:58Dus de erfenis is niet als een bloem die een paar dagen prachtig in bloei staat...
1:18:05maar dan na een paar dagen weer verlept.
1:18:08Een bosje bloemen in de vaas die enkele dagen mooi staat, maar dan is het mooie eraf.
1:18:15Nee, deze erfenis behoudt haar schoonheid en behoudt haar frisheid.
1:18:21Deze erfenis houdt haar pracht als een eeuwigdurende lente.
1:18:28En die erfenis die straalt.
1:18:30Het is een erfenis die ons voorstellingsvermogen ver te boven gaat.
1:18:36En eenmaal zullen al Gods kinderen daarin mogen delen.
1:18:41Een erfenis die geen van hen zal ontgaan.
1:18:44Want deze erfenis is veilig gesteld in de hemel.
1:18:49En de hemelse schatbewaarder staat er zelf garant voor.
1:18:56Het is dus een erfenis die veilig bewaard wordt in de handen van een almachtig God.
1:19:08En dan komen we bij onze laatste gedachte, een zekere bewaring, vers 5.
1:19:14Want die erfenis die wordt dus...
1:19:17Bewaard voor allen die door de opstanding van Christus zijn wedergeboren tot de levende hoop.
1:19:26Een erfenis die dus bewaard wordt in de hemelen.
1:19:30Daar is het veilig gesteld.
1:19:32Niemand kan eraan komen.
1:19:34Geen vijand kan het afnemen.
1:19:36Het is buiten het bereik van de Satan.
1:19:44Maar dat is niet genoeg.
1:19:45En daar gebruik ik nu een beeld.
1:19:47En u begrijpt wel dat het beeld ook in heel veel kanten mank gaat.
1:19:52Wat denk je nou eens in aan iemand die prachtige sieraden uit een erfenis heeft opgeborgen in een kluis bij de bank?
1:20:01Daar ligt het veilig.
1:20:05Maar die erfgenaam moet ook zelf bewaard worden voor die erfenis.
1:20:13Want als die erfgenaam omkomt door een ongeluk en
1:20:18hij daardoor wordt weggenomen, dan heeft hij er niets aan dat voor hem nog een erfenis ergens ligt in een kluis.
1:20:27Het is dus niet alleen noodzakelijk dat die erfenis
1:20:31bewaard wordt.
1:20:34Maar dat ook degenen die die erfenis ontvangen bewaard worden.
1:20:39Gods volk dus.
1:20:41Dat die bewaard wordt voor de erfenis.
1:20:45En daar wijst vers 5 op.
1:20:47Die in de kracht gods bewaard wordt.
1:20:54Je zou het woord bewaren vanuit het Grieks ook kunnen vertalen met onder bewaking stellen.
1:21:00Of verdedigd.
1:21:03Termen dus uit de militaire wereld.
1:21:06Ja, die erfgenamen van die rijke erfenis...
1:21:10die staan immers aan zoveel aanvallen en zoveel bedreigingen bloot.
1:21:16Satan, wereld en eigen vlees houden niet op om zich op hen te werpen.
1:21:22Elk ogenblik zijn ze tot hinken en zinken bereid.
1:21:28In vers 6 en 7, we laten die verse verder liggen...
1:21:31wordt gesproken over allerlei verzoekingen.
1:21:34Er is zoveel...
1:21:36dat Gods volk van het geloof kan afhouden.
1:21:40Als moeite en zorgen het levenspad kruisen...
1:21:43kan de Satan dat gebruiken om twijfel te zaaien...
1:21:47aan Gods goedheid, aan Gods grootheid, aan Gods barmhartigheid.
1:21:52Als
1:21:55er een ziekte komt en je de heren bidt om genezing...
1:21:59maar hij geeft geen genezing.
1:22:03Als er spanningen zijn op het werk, in het huwelijk of in het gezin.
1:22:10En je het gevoel hebt dat je er alleen voor staat.
1:22:14En de Heer de Grote afwezig is in je leven.
1:22:19Of als spot en minachting misschien je deel is.
1:22:23Omdat jij keuzes bent gaan maken die lijnrecht ingaan.
1:22:27Omdat jij geen keuzes wilt maken die lijnrecht ingaan tegen Gods woord.
1:22:32Het
1:22:36kan de weg wel eens eenzaam maken.
1:22:40Dat geldt ook voor de beleidenis, Kateresant.
1:22:45Als je erachter bent gekomen dat je keuzes moet maken die anders zijn.
1:22:50Die je vroeger maakte en die je vrienden nog steeds maken.
1:22:53Maar het kan je misschien wel eens brengen in de eenzaamheid.
1:22:57Dat je helemaal alleen komt te staan.
1:23:00En als je dan ook Gods nabijheid niet ervaart.
1:23:06Wat kan er dan ook niet veel zijn.
1:23:09Waardoor je aan het twijfelen wordt gebracht.
1:23:12En de zater die er altijd weer op uit is om Gods kinderen te doen struikelen.
1:23:18Hij probeert ze van het gebed af te houden.
1:23:20Hij probeert hun aandacht af te leiden van Gods woord.
1:23:24En van Gods dienst.
1:23:26Door hun leven vol te stoppen met van alles en nog wat.
1:23:32Hij zal hen allerlei mooie dingen van het leven voorhouden.
1:23:35Zodat ze daar druk mee zijn.
1:23:38En die hemelse erfenis naar de achtergrond verdwijnt.
1:23:45Dat geldt zeker voor hen die onbekeerd zijn.
1:23:48Maar ook Gods kinderen kunnen daar zo last van hebben.
1:23:51Dat de geneugden van het leven je weer zo bekoren en zo trekken.
1:23:57Dat je misschien zo druk in de weer bent om je positie op het werk te verbeteren.
1:24:03De zaken die goed gaan, de uitbreidingen die elkaar opvolgen.
1:24:09Materieel, hebt u niets te klagen, kunt zich van alles permitteren.
1:24:16Maar hoe vaak zien we niet dat juist als het in aasopzicht zo voor de wind gaat, dat
1:24:23die hemelse erfenis meer en meer uit beeld raakt.
1:24:30Dan heb ik het nog ineens gehad over de inwonende zonden die je blijven achtervolgen.
1:24:36Dat ook na ontvangen genade de zonde nog zoveel vat op je krijgt.
1:24:41Dat je weer verstrikt kunt raken in het net van de zater.
1:24:46En dat van binnen de vrees kan leven dat je er nooit meer uitkomt.
1:24:52Als die erfgenamen, als die in eigen kracht moesten blijven staan.
1:24:57Dan zouden ze nooit in die hemelse erfenis delen.
1:25:03En juist dan bevatte het woord van Petrus zoveel troost.
1:25:10bewaard wordt.
1:25:12Dus zowel de erfenis als de erfgenamen worden bewaard in de kracht van God.
1:25:20Het
1:25:22is alsof een militaire bewaking hun erfenis garandeert.
1:25:27Er kan van alles op afkomen, maar er is die hemelse bewakingsdienst die al Gods kinderen bewaakt en er zorg voor draagt.
1:25:39Dat de zaligheid die door God voor hen bereid is, ook hun deel zal worden.
1:25:46Ze worden in de kracht van God bewaard.
1:25:51Nee, ze hebben geen eigen krachten.
1:25:53Al hun eigen verdedigingswapens stellen niets voor.
1:25:58En als ze zichzelf zouden moeten beschermen, zouden ze bij de eerste de beste aanval het onderspit delven.
1:26:07Maar het is in zijn kracht die hij zelf heeft gezegd...
1:26:10uit degene, o Vader, die gij mij gegeven hebt, heb ik niemand verloren.
1:26:16En dat is die boodschap van troost en hoop die Petrus mag meegeven.
1:26:22Laat de Satan maar woeden en laat de wereld maar trekken.
1:26:26Er is er een die sterker is dan de machten van de boos.
1:26:31En hij heeft dood en graf overwonnen.
1:26:34En hij heeft de beurt van de Satan met zijn volbrachte werk...
1:26:40Opgeblazen.
1:26:41En op zijn grondvesten doen schudden.
1:26:45Hij heeft de kop van de Satan vermorseld.
1:26:48En hij heeft die overwinning behaald.
1:26:53Als je aanloopt tegen je onmogelijkheden.
1:26:56Als je vastloopt met jezelf.
1:27:00Als je de zonde er niet onder krijgt.
1:27:02En als de aanvallen van de Satan je zo moe kunnen maken.
1:27:09Zet daar dan een streep onder.
1:27:12Die de kracht Gods bewaart.
1:27:17God bewaart.
1:27:19Hoe?
1:27:22Door het geloof.
1:27:27Dat is dan altijd ook weer door zijn
1:27:32woord.
1:27:33En daardoor bemoedigt hij zijn vreesachtige kinderen.
1:27:37En daardoor sterkt hij hen die van zichzelf zo klein van moed en zo zwak van kracht te zijn.
1:27:46En dan laat hij door het tikken van zijn stok en van zijn staf.
1:27:53Door het spreken door zijn woord laat hij weten dat hij van hen af weet.
1:27:58Als hij tot hun ziel gaat zeggen, zie ik ben uw heil alleen.
1:28:07En steeds weer laat de Heer je dat weer merken dat het in eigen kracht niet gaat.
1:28:12Maar dan bij vernieuwing opent hij je de ogen voor die kruisverdiensten van Christus.
1:28:19En voor de kracht van de opstanding van Christus uit de dood.
1:28:26Hij bewaart in zijn kracht door het geloof tot de zaligheid.
1:28:33En zegt dan nog ook vers 5.
1:28:36Die bereid is om geopenbaard te worden in de laatste tijd.
1:28:45Dus hier mag die zaligheid al in beginsel worden genoten.
1:28:48Maar blijft nog in grote mate verborgen.
1:28:52Waar de zaligheid in de volle heerlijkheid wacht.
1:28:59Die ongestoorde, verzoende gemeenschap met de drie-enige God.
1:29:05Daar mag nou die levende hoop zich op richten.
1:29:09En die dag dat het geloof mag overgaan in aanschouwen.
1:29:15Waar je hem mag zien die
1:29:18in zijn zondaarsliefde zichzelf heeft doodgeliefd aan het kruis.
1:29:25En waar zonder stoorzenders de lofzang mag worden aangeheven op de drie-enige God.
1:29:33Hier nog ten dele.
1:29:36Om geopenbaar te worden in de laatste tijd.
1:29:39In de laatste tijd.
1:29:42Dat wijst op die dag die komt.
1:29:45Als Jezus Christus zal wederkomen uit de hemel op de wolken.
1:29:51Als het nieuwe Jeruzalem zal neerdalen.
1:29:54En een nieuwe hemel en een nieuwe aarde wacht.
1:29:57En de erfgenamen mogen delen in die volle erfenis.
1:30:02Een erfenis die ze niet hebben verdiend.
1:30:05Maar die is verkregen.
1:30:08Door het volkomen werk van de Heer Jezus Christus.
1:30:15Maar eerlijk, hij heeft hem alleen maar
1:30:18verworven.
1:30:20Voor de zijne.
1:30:23En die erfenis, daar delen ook alleen maar de zijne in.
1:30:29En dan wordt toch de vraag, mag ik daar nou bij horen?
1:30:31Ben ik nou een erfgenaam?
1:30:36Ken ik die levende hoop die gefundeerd is op dat werk van Christus?
1:30:42Christus heeft die erfenis verworven met de prijs van zijn bloed.
1:30:48Maar de vraag voor u, voor jou en voor mij is toch, ken ik nou deze Jezus?
1:30:54Is hij door genade mijn
1:30:58zaligmaker geworden?
1:31:01Want buiten Jezus is er geen leven.
1:31:05Is er geen hoop.
1:31:08Als u zonder Christus in het leven staat, staat
1:31:13u zonder hoop in deze wereld.
1:31:18En leeft u voor eigen rekening.
1:31:23Zou je nou zo de eeuwigheid tegemoet durven te reizen?
1:31:30Want als je dan je ogen sluit,
1:31:33deel je niet in die erfenis.
1:31:39Maar krijg je je verdiende loon.
1:31:42Om voor eeuwig buitengesloten te worden.
1:31:46Buiten die gemeenschap met God.
1:31:48En weggeworpen te worden in het eeuwige vuur.
1:31:54Omdat je hier de lokroep naast je neer hebt gelegd.
1:31:59Omdat je hier aan de nodiging geen gehoor hebt gegeven.
1:32:06Zeg onbekeerde ziel in ons midden.
1:32:10Durft u nou echt zo verder te gaan?
1:32:16Zonder Christus.
1:32:20Zonder hoop.
1:32:23Zonder verwachting.
1:32:27Het is Gods liefste werk.
1:32:29Nog
1:32:30steeds.
1:32:31Om zondaren in het hele der genade op te zoeken.
1:32:35En hen te doen delen in dat heil in Christus.
1:32:40Ook vandaag roept God het ons nog toe.
1:32:45Dat al die aardse rijt.
1:32:48Omdat dat maar een bederfelijke.
1:32:50Een vergankelijke.
1:32:52En een verwelkelijke erfenis is.
1:32:56Er is een betere erfenis in Christus Jezus.
1:33:03En zoek dan die erfenis in en door hem te vinden.
1:33:07En kom met uw verzondigde en verschuldigde leven.
1:33:10Tot de Heer Jezus Christus.
1:33:14En als u niet komen kan.
1:33:17Geen voeten hebt om te gaan.
1:33:19En geen handen om uit te steken.
1:33:22En geen ogen om op hem te zien.
1:33:26O bedenk het is de heilige geest.
1:33:29De geest wiens naam aan uw voorhoofd geschreven staat.
1:33:32Die ook toe-eigent hetgeen we in Christus hebben.
1:33:37Nee die erfenis is niet te verdienen.
1:33:39Hoe hard u ook werkt.
1:33:41Nee die erfenis is alleen maar te ontvangen.
1:33:46Een erfenis die er is omdat Christus zichzelf heeft gegeven aan het vloekhout.
1:33:52En is opgestaan uit de doden.
1:33:56Een erfenis die meer waard is.
1:33:58Dan al het kostelijke goud hier op aarde.
1:34:03En daar richt die levende hoop zich nou op.
1:34:09Op dat werk van Christus.
1:34:12Van kruis en opstanding.
1:34:15Daar moeten al die erfgenamen het nu van hebben.
1:34:18Van het gestorte bloed van het lam.
1:34:22En die Christus die staat er ook garant voor.
1:34:26Dat al de zijnen zullen delen in die erfenis.
1:34:33Die eeuwige gelukzaligheid als sterven voor hen erven wordt.
1:34:38Als ze mogen ingaan in die volle heerlijkheid van God.
1:34:46Waar hoopt u nou op?
1:34:49Wat is jouw hoop in dit leven?
1:34:55Er is slechts één hoop die echt doet leven.
1:35:02Eeuwig leven.
1:35:05Hoop op God.
1:35:08Hoop.
1:35:10Op hem.
1:35:12Die zijn bloed heeft gegeven.
1:35:14Die zijn leven heeft gegeven aan het kruis.
1:35:19Hoop.
1:35:20Op Jezus Christus.
1:35:22De levende hoop.
1:35:24Voor in zichzelf.
1:35:27Dode zondaar.
1:35:30Amen.
1:35:30En
1:35:31[GEZANG]
1:38:32laten de heren danken en bidden.
1:38:37Heren er is anders toch ook niet.
1:38:42Hoop op God.
1:38:44Want waar zouden we anders op moeten hopen.
1:38:48Het zal brengen tot een eeuwige wanhoop.
1:38:51Leert u het ons.
1:38:54Voor het eerst of bij een vernieuwing.
1:38:56Om onze hoop.
1:38:58Onze verwachting.
1:39:00Op de Heer Jezus Christus alleen te stellen.
1:39:06We danken u voor uw woord.
1:39:08We bidden om uw zegen erover.
1:39:11Wat niet goed was.
1:39:12Wat verkeerd in spreken of luisteren was.
1:39:15Wilt u het genadig wegnemen.
1:39:17En het goede achtervolgen met uw zegen.
1:39:20En wilt u ons vanavond ook weer samen brengen in uw huis.
1:39:25Met verwachting, met hoop.
1:39:28Om wie u bent.
1:39:30En wat u geven wilt.
1:39:32En wat u hebt weggelegd.
1:39:34Voor degene die u ootmoedig hebben leren vrezen.
1:39:38Die rijke erfenis.
1:39:41Die nimmer zal vergaan.
1:39:43Om zo voorgoed.
1:39:45Voor altijd.
1:39:47U de drie enige God.
1:39:49Te loven en te prijzen.
1:39:51Geef toch heren.
1:39:53Dat dat.
1:39:54Deel.
1:39:55In ons leven mag zijn.
1:39:57Tot eer.
1:39:59Van uw naam.
1:40:00En tot vreugde.
1:40:02Van onze zielen.
1:40:03Om Christus wil.
1:40:05Uit genade.
1:40:07Amen.
1:40:09We willen nog een zingen uit de 27ste psalm.
1:40:12En daarvan het laatste vers.
1:40:14Vers 7.
1:40:16Zo ik niet had geloven dat ik in dit leven mijn ziel, Gods gunst en hulp genieten zou.
1:40:22Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven.
1:40:25[GEZANG]
1:43:43Ontvang de zegen van de Heren.
1:43:47De Heren zegenen u en hij behoeden u.
1:43:51De Heren doen zijn aangezicht over u lichten en zijn u genadig.
1:43:55De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:44:02Amen.
1:44:02[GEZANG]