Alle feitelijke fouten die in de preken van de Hersteld Hervormde
Gemeente Ouddorp zijn gevonden: verkeerde bijbelplaatsen, onjuiste citaten,
jaartallen, namen en historische beweringen. Elke fout is grondig nagelopen en
onderbouwd met een bron: de Statenvertaling voor bijbelteksten, gangbare
naslagwerken voor andere feiten. Leer, uitleg en toepassing worden niet beoordeeld.
De spreker zegt dat het Griekse 'sophos' waarheid betekent en dat een filosoof dus iemand is die van de waarheid houdt.
Correctie
'Sophia' betekent wijsheid en 'sophos' betekent wijs. 'Philosophia' betekent dus 'liefde tot de wijsheid' en een filosoof is een 'liefhebber van wijsheid'. Het Griekse woord voor waarheid is 'alètheia'.
“In de Nederlandse geloofsbeleiding zit artikel 5.”
Claim
De uitspraak dat alle mensen leugenaars zijn, staat niet in artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Correctie
Deze uitspraak staat in artikel 7, over de volkomenheid van de Heilige Schrift: 'dewijl alle mensen uit zichzelf leugenaars zijn'. Artikel 5 gaat over het gezag van de Heilige Schrift.
Bron
Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7 (vgl. Psalm 116:11; Romeinen 3:4)
“Hij preest degene van Berea die het woord met alle toegenegenheid ontvingen.”
Claim
De lof voor de Bereeërs en het onderzoeken van de Schriften worden aan Paulus toegeschreven, maar in de Bijbeltekst zegt Paulus dit niet.
Correctie
In Handelingen 17:11 is het de verteller (Lukas) die zegt dat de Bereeërs 'edeler' waren. Het staat er ook als iets wat zij zelf deden ('onderzoekende dagelijks de Schriften'), niet als een aansporing van Paulus.
De spreker noemt het leger van Kedorlaomer, dat Sodom en Gomorra plunderde, een bondgenootschap van vijf koningen.
Correctie
Kedorlaomer trok op met een verbond van vier koningen: Amrafel, Arioch, Kedorlaomer en Tideal. De vijf koningen waren de tegenpartij: de koningen van Sodom, Gomorra, Adma, Zeboïm en Bela (Zoar).
Bron
Genesis 14:1-2 en 14:9 ("vier koningen tegen vijf")
De spreker zegt dat het Griekse woord kurios 'koning der koningen' betekent. Het woord zelf betekent dat niet.
Correctie
Kurios betekent 'heer', 'meester' of 'eigenaar'. In de Septuaginta wordt het ook gebruikt voor de Godsnaam JHWH. 'Koning der koningen' is in het Grieks een andere uitdrukking: basileus basileōn (Openbaring 17:14; 19:16).
Bron
Bauer/Danker, Greek-English Lexicon of the New Testament (BDAG), s.v. κύριος; Openbaring 19:16
De spreker laat Paulus zeggen dat hij bij zijn bekering van zijn paard viel. Geen van de Bijbelse verslagen noemt een paard.
Correctie
In alle drie de verslagen van Handelingen valt Saulus 'op de aarde' of 'ter aarde'. Een paard wordt nergens genoemd. Het paard komt uit de latere kunst- en preektraditie.
“Maar sommige delen van het paaslam dat geslacht werd...”
Claim
De spreker zegt dat het paaslam werd verdeeld: de beste delen voor de HEERE, een deel voor de priester en de rest voor de offeraar en zijn gezin. Die verdeling hoort echter bij het dankoffer of vredeoffer, niet bij het paaslam.
Correctie
Het paaslam werd in zijn geheel geroosterd en helemaal door het huisgezin gegeten. Wat overbleef werd verbrand. De priester kreeg er geen deel van. De verdeling tussen God, priester en offeraar hoort bij het vredeoffer.
Bron
Exodus 12:8-10 en 12:46; Deuteronomium 16:5-7; voor het vredeoffer Leviticus 3 en 7:28-34
De spreker zegt dat de tenten van Kedar en van de nomaden in dat gebied van dierenvellen zijn, die zwart worden door de zon.
Correctie
Die tenten zijn geweven van zwart geitenhaar. De zwarte kleur is de natuurlijke kleur van dat haar en komt niet van de zon. De bedoeïenen noemen hun tent daarom 'beit al-sha'ar', dat wil zeggen 'huis van haar'.
Bron
Keil & Delitzsch, Commentary on the Song of Songs, bij Hooglied 1:5; ISBE, lemma 'Tent'; zie ook Exodus 26:7 (tentkleden van geitenhaar)
“En dan denk ik aan die vader die met zijn heel erg zieke zoon bij de Heer Jezus kwam.”
Claim
De woorden 'indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen' worden toegeschreven aan een vader met een zieke zoon, maar een melaatse zei ze over zichzelf.
Correctie
Een melaatse zei: 'Heere, indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.' De vader van de maanzieke zoon zei iets anders: 'indien Gij iets kunt, help ons' (Markus 9:22).
Bron
Mattheüs 8:2; Markus 1:40; Lukas 5:12; vergelijk Markus 9:22 (SV)
“Maar zij mocht, zoals ons de Hebreeënbrief laat weten in Hebreeën 11.”
Claim
Hebreeën 11 zegt niet dat Sara door het geloof haar man volgde, en ook niet dat zij hem 'heer' noemde.
Correctie
Hebreeën 11:11 zegt dat Sara door het geloof kracht kreeg om zwanger te worden. In Hebreeën 11:8 is het Abraham die door het geloof vertrekt. Dat Sara Abraham 'heer' noemde en hem gehoorzaamde, staat in 1 Petrus 3:6.
Bron
Hebreeën 11:8 en 11:11; 1 Petrus 3:6 (Statenvertaling)
“En dat is een prachtige mooie uitspraak van Luther.”
Claim
Er is geen bron bekend waarin Luther tegen Katharina von Bora zegt dat hij van haar houdt omdat hij met haar getrouwd is, en niet andersom.
Correctie
Deze gedachte is bekend van Dietrich Bonhoeffer. In zijn trouwpreek vanuit de gevangenis (mei 1943) schrijft hij: 'Nicht eure Liebe trägt die Ehe, sondern von nun an trägt die Ehe eure Liebe.' Waarschijnlijk is dit citaat aan de verkeerde persoon toegeschreven.
Bron
D. Bonhoeffer, 'Traupredigt aus der Zelle' (mei 1943), in: Widerstand und Ergebung
“En ik werd een paar uur later gebeld door de MID, de Marine Inlichtingendienst.”
Claim
MID was niet de afkorting van de Marine Inlichtingendienst.
Correctie
MID stond voor Militaire Inlichtingendienst. Die ontstond in 1987 uit een fusie van de inlichtingendiensten van de krijgsmachtdelen en heet sinds 2002 MIVD. De Marine Inlichtingendienst had tot 1987 de afkorting MARID.
Bron
Geschiedenis van de MIVD (Ministerie van Defensie); Wikipedia NL, 'Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst'
De aangehaalde woorden 'Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo'n grote zaligheid geen acht hebben' staan niet in Hebreeën 12.
Correctie
Deze woorden staan in Hebreeën 2 vers 3. Hebreeën 12:25 gebruikt ook het woord 'ontvlieden', maar met een andere formulering ('indien wij ons afkeren van Hem, Die van de hemelen is'). In de opname noemt de spreker 'Hebreeën 12'.
“Maar nadat hij weggegaan is, zijn daar andere mensen gekomen die een ander evangelie hebben gebracht.”
Claim
De predikant zegt dat Paulus zelf in Kolosse het evangelie heeft verkondigd en daarna is vertrokken. Volgens de brief zelf heeft Paulus de gemeente van Kolosse waarschijnlijk nooit bezocht.
Correctie
Epafras bracht het evangelie naar Kolosse (Kol. 1:7). Paulus kende het geloof van de gemeente van horen zeggen (Kol. 1:4, 9). Hij rekent de Kolossenzen tot hen die 'mijn aangezicht in het vlees niet gezien hebben' (Kol. 2:1). Daarom nemen de meeste uitleggers aan dat Paulus er nooit persoonlijk is geweest.
Bron
Kolossenzen 1:4-9 en 2:1 (Statenvertaling); onder meer de inleiding op Kolossenzen in de Studiebijbel en de Kanttekeningen bij Kol. 2:1
“Dan waren ze binnen drie dagen in een beloofde land geweest.”
Claim
De kortste route van Egypte naar Kanaän (de kustweg door het land der Filistijnen, Ex. 13:17) duurde niet drie dagen maar aanzienlijk langer.
Correctie
De Bijbel noemt voor de reis van de Horeb naar Kades-Barnea, aan de rand van Kanaän, elf dagreizen. De kustweg van de Nijldelta naar Gaza is ongeveer 250 km, voor een volk met vee een tocht van ruwweg anderhalve tot twee weken. Drie dagen is als tijdsaanduiding sterk onderschat.
Bron
Deuteronomium 1:2 ("Elf dagreizen zijn er van Horeb ... tot Kades-Barnea"); Exodus 13:17; bijbelatlassen over de Via Maris / 'Weg van Horus'
“Want vanuit de andere evangelieën weten we dat deze fles ongeveer 300 penningen kost.”
Claim
De 300 penningen staan in een ander verhaal over een zalving: de zalving in Bethanië kort voor het lijden. Lukas 7 noemt geen prijs voor de zalf.
Correctie
Mattheüs 26, Markus 14:5 en Johannes 12:5 noemen 'meer dan driehonderd penningen' voor de zalving in Bethanië. In Johannes zalft Maria, de zus van Lazarus, Jezus. De meeste uitleggers, ook in de gereformeerde traditie, zien dat als een andere gebeurtenis dan de zalving door de zondares in het huis van Simon de Farizeeër in Lukas 7. Het bedrag is dus niet zomaar over te nemen voor deze zalving.
Bron
Markus 14:3-5; Johannes 12:3-5; Lukas 7:36-50; kanttekeningen Statenvertaling bij Lukas 7:37
“De profeten uit het Oude Testament werden gezalfd met olie.”
Claim
Het Oude Testament kent geen algemeen gebruik om profeten met olie te zalven. Koningen en priesters werden wel gezalfd.
Correctie
Er is maar één opdracht om een profeet te zalven: Elisa (1 Koningen 19:16). Van een algemene praktijk is geen sprake. Het zalven van het hoofd van een gast met olie was in die tijd een gewoon gebaar van gastvrijheid en eer (Psalm 23:5; Psalm 141:5). Jezus verwijt Simon in Lukas 7:46 dus een gewone beleefdheid die hij naliet, geen eer die speciaal voor een profeet bedoeld was.
De spreker laat de richterentijd lopen tot koning David, met 'de periode van koning David die erop volgt' (0:52:07). Maar Saul was de eerste koning, en David kwam pas na hem.
Correctie
De richterentijd liep van na Jozua tot en met Samuel. Daarna werd Saul de eerste koning van Israël, en pas na Saul kwam David.
Bron
Richteren 2:6-16; 1 Samuel 7:15, 8:4-5 en 10:1, 24; 2 Samuel 2:4
De Stille Oceaan is nergens tientallen kilometers diep.
Correctie
Het diepste punt van de Stille Oceaan, en van alle oceanen, is de Challengerdiepte in de Marianentrog. Die ligt op ongeveer 10,9 kilometer diepte. De gemiddelde diepte van de Stille Oceaan is ongeveer 4 kilometer.
Bron
NOAA Ocean Service: 'How deep is the ocean?'; Encyclopaedia Britannica, lemma 'Mariana Trench' (Challenger Deep, ca. 10.935 m)
De preek zegt dat een weggelopen slaaf die in Rome werd opgepakt normaal gesproken werd gedood. Dat was in het Romeinse recht en in de praktijk niet de gewone gang van zaken.
Correctie
Opgepakte weggelopen slaven (fugitivi) werden meestal aan hun eigenaar teruggegeven. Die kon hen zwaar straffen, bijvoorbeeld met geseling, brandmerken of een halsband met inscriptie, of hen doorverkopen. De doodstraf kon, maar was eerder uitzondering dan regel, al was het maar omdat een slaaf voor de eigenaar geld waard was. Eerder in de preek (0:49:50) staat het wel correct: 'soms de doodstraf'.
Bron
Digesta 11.4 (De fugitivis); K.R. Bradley, Slavery and Society at Rome (Cambridge 1994), hfst. 6; J.A. Glancy, Slavery in Early Christianity (2002)
“Het staat er als in de grondtekst, eigenlijk zo weergegeven.”
Claim
De spreker zegt dat de Griekse grondtekst van Handelingen 16:30 eigenlijk 'Is er nog wat aan te doen?' betekent, maar de Griekse woorden geven die lezing niet.
Correctie
Het Grieks luidt 'Kyrioi, ti me dei poiein hina sōthō?' Dat betekent letterlijk 'Heren, wat moet ik doen opdat ik gered/zalig word?' Het werkwoord 'dei' betekent 'het is nodig, men moet' en vraagt wat er gedaan moet worden. De Statenvertaling en de gangbare moderne vertalingen volgen die betekenis. De vraag of er 'nog iets aan te doen is', dus of redding nog mogelijk is, staat niet in de grondtekst.
Bron
Handelingen 16:30 in de Griekse tekst (Nestle-Aland 28: τί με δεῖ ποιεῖν ἵνα σωθῶ); Bauer-Danker, Greek-English Lexicon (BDAG), s.v. δεῖ
“En het grondwoord dat hiervoor binnen gebruikt wordt wijst op een vurig en gedurig aanhoudend gebed.”
Claim
De Griekse uitdrukking in Jakobus 5:17 zegt iets over hoe vurig Elia bad, niet over hoe lang hij bleef bidden.
Correctie
Er staat 'proseuchē prosēuxato' ('met gebed bad hij'). Dat is een hebraïsme dat intensiteit of ernst uitdrukt, en de Statenvertaling vertaalt het ook zo ('ernstelijk gebeden'). 'Vurig' past daarbij, maar 'gedurig aanhoudend' volgt niet uit het grondwoord.
“De God van de regen en Astarte, de God van de douw.”
Claim
Astarte was niet de godin van de dauw.
Correctie
In de Kanaänitisch-Oegaritische religie was Astarte vooral een godin van vruchtbaarheid, liefde en oorlog. De dauw werd verbonden met Baäls dochter Tallay ('de bedauwde'), niet met Astarte.
Bron
Oegaritische Baäl-cyclus (KTU 1.3; 1.4); Dictionary of Deities and Demons in the Bible, s.v. 'Astarte' en 'Dew'
“Hij heeft gezegd wie in de zoon gelooft die heeft het eeuwige leven.”
Claim
De uitspraak wordt aan Jezus toegeschreven, maar in Johannes 3:36 spreekt niet Jezus.
Correctie
Johannes 3:36 hoort bij de rede van Johannes de Doper (Joh. 3:27-36). Volgens sommige uitleggers zijn de verzen 31-36 een commentaar van de evangelist. In geen van beide lezingen is het een woord van Jezus zelf.
“Want het Hebreeuwse woord wat hier in de grondtekst gebruikt wordt, is een algemeen woord voor vruchtbomen.”
Claim
Het Hebreeuwse woord tappuach wordt een algemeen woord voor vruchtbomen genoemd, maar volgens de lexica duidt het een bepaalde boomsoort aan.
Correctie
Tappuach (תַּפּוּחַ) duidt een bepaalde geurige vruchtboom aan. Welke boom dat is, staat niet vast: appel, abrikoos, kweepeer of citroen worden genoemd. Het woord is wel verwant aan de stam naphach, 'blazen, ademen', wat naar de geur verwijst. Een verzamelnaam voor vruchtbomen is het niet.
De spreker zegt dat een talent goud ongeveer twintig jaar loon van een dagloner waard was. Die rekensom geldt voor een talent zilver, niet voor een talent goud.
Correctie
Een talent was een gewichtsmaat van ongeveer 26 tot 34 kg. Een talent zilver was ongeveer 6000 denariën waard. Een dagloner verdiende ongeveer één denarie per dag, dus dat komt neer op zo'n twintig jaar loon. Goud was in de oudheid ruwweg 10 tot 13 keer zoveel waard als zilver. Een talent goud stond daarmee gelijk aan het loon van vele generaties, niet aan twintig jaar.
Bron
Mattheüs 20:2 (een denarie als dagloon); ISBE en Anchor Bible Dictionary, lemma 'Talent' / 'Weights and Measures'; NBG-Bijbelse Encyclopedie, lemma 'talent'
“Waarvan de Zaligmaker gezegd heeft in het Nieuwe Testament.”
Claim
De spreker schrijft de uitspraak dat het vijfde gebod 'het eerste gebod met een belofte' is toe aan de Zaligmaker, maar de evangeliën bevatten die uitspraak niet.
Correctie
De apostel Paulus schrijft dit in zijn brief aan de Efeziërs: 'Eert uw vader en moeder (hetwelk het eerste gebod is met een belofte)'.
“Terwijl alle andere personen als het ware in het donker bleven.”
Claim
Volgens de spreker staat op Rembrandts 'De terugkeer van de verloren zoon' alleen de vader in het licht en blijven alle andere figuren in het donker.
Correctie
Op het schilderij in de Hermitage staat niet alleen de vader in het licht. Ook de zoon die knielt en vooral de oudste zoon, die rechts staat, zijn duidelijk verlicht. Alleen de figuren op de achtergrond verdwijnen grotendeels in het donker.
Bron
Rembrandt van Rijn, De terugkeer van de verloren zoon (ca. 1668), Hermitage, Sint-Petersburg; beschrijving in H.J.M. Nouwen, Eindelijk thuis (1992)
De spreker zegt dat het Griekse werkwoord voor 'zag' in Lukas 15:20 laat zien dat de vader herhaaldelijk op de uitkijk stond, maar de werkwoordsvorm drukt geen herhaling uit.
Correctie
In Lukas 15:20 staat 'eiden' (εἶδεν), een aoristus indicativus van horaō. Die vorm beschrijft één afgeronde handeling ('hij zag hem') en geen herhaalde of voortdurende handeling. Dat zou eerder een imperfectum uitdrukken. Dat de vader elke dag uitkeek, kun je als uitleg uit de gelijkenis afleiden, maar niet uit de werkwoordsvorm.
De spreker vertaalt het Grieks 'letterlijk' als 'als hij zich ver van hem hield' en leidt daaruit af dat de zoon uit schroom bewust op afstand bleef, maar het Griekse werkwoord zegt dat niet.
Correctie
Er staat 'eti de autou makran apechontos' (ἔτι δὲ αὐτοῦ μακρὰν ἀπέχοντος). Het intransitieve 'apechō' met een afstandsaanduiding betekent gewoon 'ver weg zijn' of 'op een afstand zijn'. Het zegt niets over de wil of de schroom van de zoon. De Statenvertaling geeft het terecht weer als 'als hij nog ver van hem was'.
Bron
BDAG s.v. ἀπέχω 3 ('be distant'); vergelijk Lukas 7:6 en 24:13, waar hetzelfde werkwoord alleen een afstand aangeeft
“Maria wordt dan ook officieel door de Roomse kerk genoemd medeverlosseres.”
Claim
De Rooms-Katholieke Kerk heeft de titel 'medeverlosseres' (Co-Redemptrix) nooit officieel aan Maria toegekend.
Correctie
'Medeverlosseres' is nooit een dogma of officiële titel geweest. De titel werd gebruikt in de volksvroomheid en door sommige theologen. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft hem bewust niet opgenomen. In 2025 heeft het Dicasterie voor de Geloofsleer uitdrukkelijk gezegd dat de titel ongepast is en beter niet gebruikt kan worden.
Bron
Lumen Gentium hfst. 8 (1964), waarin de titel ontbreekt; Dicasterie voor de Geloofsleer, leerstellige nota 'Mater Populi Fidelis' (4 november 2025)
“En hier op deze plaats, bij Bethel. Daar is Abraham de grens over gegaan.”
Claim
Volgens de preek kwam Abraham bij Bethel het land Kanaän binnen, maar volgens Genesis 12 kwam hij eerst in Sichem aan en bouwde hij daar zijn eerste altaar.
Correctie
Abram trok eerst door het land tot Sichem en bouwde daar een altaar (Gen. 12:6-7). Pas daarna trok hij verder naar het gebergte tussen Bethel en Ai. Daar zette hij zijn tent op en bouwde hij een tweede altaar (Gen. 12:8).
Bij de keuze die David na de volkstelling voorgelegd kreeg, ging het niet om zeven maanden vervolging door zijn vijanden.
Correctie
David moest kiezen uit hongersnood, drie maanden vluchten voor zijn vijanden, of drie dagen pest. Over de duur van de hongersnood verschillen de teksten: 2 Samuël 24 spreekt van zeven jaar, 1 Kronieken 21 van drie jaar. De 'zeven' hoort dus bij de hongersnood en niet bij de vervolging.
“Calvin heeft nog de bedoeling gehad om het elke zondag te houden. Dat heeft hij maar korte tijd gedaan.”
Claim
De spreker zegt dat Calvijn het avondmaal een korte tijd elke zondag heeft gevierd. Calvijn wilde dat wel, maar heeft het nooit ingevoerd.
Correctie
Calvijn stelde in 1537 een wekelijkse, en daarna een maandelijkse viering voor. De stadsraad van Genève besloot tot vier keer per jaar. In Straatsburg vierde Calvijn het avondmaal maandelijks. Hij bleef de wekelijkse viering 'het beste' noemen, maar heeft die in de praktijk niet gehad.
“Wat op de Bijbel na het meest gelezen boek ter wereld is.”
Claim
Dat De Christenreis na de Bijbel het meest gelezen boek ter wereld is, valt niet te bewijzen. Naslagwerken zeggen alleen dat het een van de meest vertaalde en meest gelezen boeken is.
Correctie
Naslagwerken noemen The Pilgrim's Progress een van de meest verspreide en meest vertaalde boeken uit de Engelse literatuur, vertaald in meer dan 200 talen. Dat het 'op de Bijbel na het meest gelezen boek' is, is een vaak herhaalde bewering zonder bron.
Bron
Encyclopaedia Britannica, lemma 'The Pilgrim's Progress'
“Vriend, waartoe zijt gier, dan staat er en hij verstomde.”
Claim
De spreker legt de woorden 'Vriend, waartoe zijt gij hier?' in de mond van de koning tegenover de man zonder bruiloftskleed. Die woorden zegt Jezus in werkelijkheid tegen Judas bij de gevangenneming.
Correctie
Tegen de man zonder bruiloftskleed zegt de koning: 'Vriend, hoe zijt gij hier ingekomen, niet hebbende een bruiloftskleed? En hij verstomde.' (Matth. 22:12). 'Vriend, waartoe zijt gij hier?' zegt Jezus tegen Judas (Matth. 26:50).
“Dan kunt u terecht in de schrift van vijf, zesduizend jaar terug.”
Claim
De Schrift is als geschreven tekst niet vijf- tot zesduizend jaar oud. Dat is ook niet zo als je uitgaat van de vroegste traditionele datering.
Correctie
Traditioneel dateert men de oudste Bijbelboeken, de boeken van Mozes, rond 1450–1400 v.Chr., dus ongeveer 3400–3500 jaar geleden. De uitdrukking 'droefheid naar God' komt uit 2 Korinthe 7:10 en is ongeveer 1950 jaar oud. Met vijf- tot zesduizend jaar wordt hooguit bedoeld hoe ver de gebeurtenissen teruggaan waarover de Schrift vertelt, bijvoorbeeld de schepping. Het gaat dan niet om de ouderdom van de tekst zelf.
Bron
2 Korinthe 7:10; gangbare (ook conservatieve) dateringen van de Pentateuch in Bijbelse inleidingen, bijv. Statenvertaling-kanttekeningen / Bijbelse encyclopedieën
Volgens de volgende zin ('400 jaar geleden') leefde en schreef Bunyan vier eeuwen geleden. In werkelijkheid is dat ongeveer 340 tot 370 jaar geleden.
Correctie
John Bunyan leefde van 1628 tot 1688. Zijn belangrijkste werken, 'Grace Abounding' (1666) en 'The Pilgrim's Progress' (1678), verschenen ongeveer 350 jaar voor deze preek (2026). 'Ruim driehonderd jaar geleden' was juister geweest.
Bron
Oxford Dictionary of National Biography, lemma 'Bunyan, John (bap. 1628, d. 1688)'
De preek geeft SOS uit als afkorting van 'Save our souls', maar dat is een verklaring die er achteraf aan is gegeven.
Correctie
SOS is geen afkorting. Het noodsein werd in 1906 internationaal vastgelegd omdat het morsepatroon (· · · – – – · · ·) eenvoudig te seinen en te herkennen is. 'Save our souls' is er later bij bedacht.
Bron
Internationale Radiotelegrafische Conventie van Berlijn (1906); Oxford English Dictionary, lemma 'SOS'
“Op enig moment wanneer de Heer Jezus in Galilea is en het paasgaat komt dichterbij, dan zeggen die broers tegen hem, ga toch naar Jeruzalem toe.”
Claim
De spreker zegt dat de broers van Jezus dit zeiden toen het Paasfeest naderde, maar volgens de Bijbeltekst ging het om het Loofhuttenfeest.
Correctie
In Johannes 7:2-5 zeggen de broers van Jezus: 'Vertrek van hier en ga heen naar Judea'. Dat was toen 'het feest der Joden, namelijk de loofhuttenzetting' nabij was, niet het Paasfeest.
De preek zegt dat de arts Lukas bij de vergaderde discipelen in de opperzaal was. Handelingen 1:13-14 noemt hem daar niet, en hij behoorde niet tot de twaalf apostelen.
Correctie
Lukas wordt nergens genoemd onder de discipelen in de opperzaal. In het Nieuwe Testament komt hij pas later voor, als reisgenoot van Paulus. Dat hij 'de geliefde medicijnmeester' was, klopt wel. Dat hij bij deze vergadering aanwezig was, steunt hooguit op latere, onzekere tradities.
Bron
Handelingen 1:13-14; Kolossenzen 4:14; Lukas 1:1-3 (Lukas geen ooggetuige van het begin)
Boanerges is geen persoon van wie Jacobus en Johannes zonen zijn. Het woord zelf betekent al 'zonen des donders'.
Correctie
Jezus gaf Jacobus en Johannes de bijnaam 'Boanerges', wat 'zonen des donders' betekent. 'Zonen van Boanerges' is dus onjuist. Dezelfde vergissing komt terug op 1:16:25 ('de zonen van Boernerges').
Bron
Markus 3:17 (SV: 'Boanerges, hetwelk is, zonen des donders')
“Galileers, dat waren mensen uit het over-Jordaanse.”
Claim
Galilea lag niet in het Overjordaanse. Het gebied lag ten westen van de Jordaan en het Meer van Galilea.
Correctie
Galilea is het noordelijke deel van het land ten westen van de Jordaan. Het Overjordaanse (Perea, Gilead, Bashan) ligt ten oosten van de rivier. Jesaja 9:1 en Mattheüs 4:15 noemen 'over de Jordaan' en 'Galilea der heidenen' in één adem, maar dat zijn twee aparte gebieden.
Bron
Jesaja 9:1; Mattheüs 4:15; gangbare Bijbelse atlassen (bijv. Bosatlas van de Bijbel, Oxford Bible Atlas)
De spreker noemt 'En de Heere wrocht mede' (1:29:48) een steeds terugkerend refrein in Handelingen, maar deze formulering staat niet in dat boek.
Correctie
'En de Heere wrocht mede' komt uit Markus 16:20 (Statenvertaling). Handelingen drukt de gedachte wel uit, maar met andere woorden: 'de hand des Heeren was met hen' (Hand. 11:21), 'de Heere ... gaf getuigenis aan het woord zijner genade' (Hand. 14:3). Het refrein dat in Handelingen echt terugkeert is 'het woord Gods wies' (Hand. 6:7; 12:24; 19:20).
Bron
Statenvertaling, Markus 16:20; Handelingen 6:7, 11:21, 12:24, 14:3, 19:20
Hier worden Agrippa en Felix door elkaar gehaald: in Handelingen is het Felix die schrikt en Paulus wegstuurt, niet Agrippa. Agrippa zegt alleen dat Paulus hem bijna overhaalt om christen te worden.
Correctie
Volgens Handelingen 24:25 wordt stadhouder Felix 'zeer bevreesd' (KJV: 'Felix trembled') toen Paulus sprak over rechtvaardigheid, matigheid en het toekomende oordeel. Felix zegt dan: 'Voor ditmaal ga heen.' Koning Agrippa zegt in Handelingen 26:28: 'Gij beweegt mij bijna een christen te worden.' Nergens staat dat Agrippa beefde of Paulus wegstuurde. Hij beraadt zich daarna met Festus, en Paulus wordt naar Rome gestuurd omdat hij zich op de keizer had beroepen (Hand. 26:30-32).
“Gemeenten die zijn ontstaan en bearbeid door Paulus en zijn medewerkers.”
Claim
Deze bewering gaat over alle genoemde gebieden. Van Pontus, Cappadocië en Bithynië is echter niet bekend dat Paulus daar gemeenten stichtte, en Bithynië mocht hij volgens Handelingen niet eens binnengaan.
Correctie
Het werk van Paulus is alleen aantoonbaar in Galatië en in de provincie Azië. Volgens Handelingen 16:7 liet de Geest niet toe dat hij naar Bithynië reisde. Het Nieuwe Testament zegt niets over zijn werk in Pontus of Cappadocië. Wie de gemeenten daar gesticht heeft, is onbekend.
Bron
Handelingen 16:6-7; Handelingen 18:23; 19:10; vgl. Handelingen 2:9 (Joden uit Pontus en Cappadocië op de Pinksterdag)
In 1 Petrus 1:3 staat het werkwoord voor 'wedergeboren' niet in een passieve vorm. Het is actief, met God als onderwerp.
Correctie
Het Griekse ἀναγεννήσας is een actief deelwoord in de aoristus: God is het die ons wederbaart. Ook de Statenvertaling vertaalt actief: 'Die ... ons heeft wedergeboren'. De gedachte dat de mens hier niets bijdraagt, volgt uit het feit dat God het onderwerp is, niet uit een passieve werkwoordsvorm. Misschien doelde de spreker op zijn eigen formulering 'wedergeboren worden' in de zin ervoor.
Bron
Grieks NT (NA28), 1 Petrus 1:3; Statenvertaling 1 Petrus 1:3
“Nou ja, ik wens je veel succes, want het was in het Grieks en in het Latijn.”
Claim
In de laatmiddeleeuwse westerse kerk in de Nederlanden gebruikte men geen Grieks.
Correctie
De liturgie van de Rooms-Katholieke Kerk in het Westen was in het Latijn. Grieks was de liturgische taal van de oosterse kerken. Preken werden in de late middeleeuwen bovendien vaak in de volkstaal gehouden.
Bron
Standaardwerken over de middeleeuwse westerse liturgie, bijv. Oxford Dictionary of the Christian Church, lemma 'Latin' / 'Liturgy'
“Die tienduizend mal tienduizend mal tienduizenden.”
Claim
In Openbaring slaat het getal 'tienduizendmaal tienduizenden' op engelen, niet op de kerk of Gods volk. De spreker past het toe op 'heel die kerken gods' en herhaalt dat op 1:10:54.
Correctie
In Openbaring 5:11 gaat het om 'de stem van vele engelen rondom den troon... en hun getal was tienduizendmaal tienduizenden, en duizendmaal duizenden'. Voor de verlosten gebruikt Openbaring 7:9 'een grote schare, die niemand tellen kon'.
“Er staat in Genesis geschreven dat Adem en Eva een volmaakte kennis hadden.”
Claim
Genesis zegt nergens met zoveel woorden dat Adam en Eva een volmaakte kennis hadden.
Correctie
Dat de mens geschapen is 'in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid' is een leerstellige formulering. Die komt uit de Heidelbergse Catechismus (vraag 6) en de Nederlandse Geloofsbelijdenis (art. 14), met een beroep op Kolossenzen 3:10 en Efeziërs 4:24. Genesis 1:26-27 spreekt alleen van 'beeld en gelijkenis'.
De woorden dat de Geest overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel staan niet in Johannes 14. De spreker noemt die vindplaats twee keer (ook op 1:29:28).
Correctie
Deze woorden staan in Johannes 16:8-9: 'En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel. Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven.'
De Bijbel noemt voor Ninevé geen inwonertal van miljoenen.
Correctie
Jona 4:11 spreekt van 'meer dan honderdtwintigduizend mensen, die geen onderscheid weten tussen hun rechter- en hun linkerhand'. Sommige uitleggers leiden daaruit een groter totaal af, maar 'miljoenen' staat nergens in de tekst.
Handelingen 17 spreekt van een altaar voor een onbekende God, niet van een tempel. In Athene is ook geen tempeltje van de onbekende God bewaard gebleven. Dat altaar bestond bovendien al voordat Paulus kwam en was dus geen gevolg van zijn prediking.
Correctie
Paulus zag in Athene een altaar (Grieks: bōmos) met het opschrift 'Den onbekenden God' en knoopte daar in zijn prediking bij aan.
Bron
Handelingen 17:23; Pausanias, Beschrijving van Griekenland 1.1.4
Bij de ark in het heilige der heiligen lag de staf van Aäron, niet die van Mozes. De koperen slang die daarna genoemd wordt, heeft daar nooit gestaan.
Correctie
Hebreeën 9:4 noemt de gouden kruik met manna, de staf van Aäron die gebloeid had en de tafelen van het verbond. De koperen slang is door Hizkia verbrijzeld en stond niet in het heiligdom.
In de tijd van Jezus was de ark niet zo'n vijfhonderd, maar al ongeveer zeshonderd jaar verdwenen.
Correctie
De ark wordt voor het laatst genoemd onder Josia (ca. 622 v.Chr.). Hij is uiterlijk verdwenen bij de verwoesting van de tempel door Babel in 586 v.Chr. Rond 30 n.Chr. was dat ruim zeshonderd jaar geleden. Josephus bevestigt dat het heilige der heiligen in de tweede tempel leeg was.
“Onwelkeurig richtte hij zijn schreten naar de gevangenen, wiens voorkomen hun belangstelling inboezemde, en trachtte vervolgens het gesprek aan te knopen in de Arabische taal.”
Claim
Het verhaal stelt dat Bozari de Turk in het Arabisch aanspreekt. De volgende zin (0:05:10) noemt dat 'zijn eigen taal', maar de moedertaal van een Turkse koopman uit Smyrna was Turks, niet Arabisch.
Correctie
Turks (in de 15e eeuw Oud-Anatolisch/Osmaans Turks) is een Turkse taal. Het werd wel met het Arabische schrift geschreven en nam veel Arabische leenwoorden over, maar het is een andere taal dan het Arabisch. Deze fout staat in het voorgelezen verhaal zelf en is niet door de voorlezer gemaakt.
Bron
Encyclopaedia Britannica, lemma 'Turkish language'; Van Dale, lemma 'Turks'
Volgens de spreker zei Jezus tegen de discipelen dat het koninkrijk der hemelen 'binnen in ulieden' is, maar volgens de tekst zei Hij dat tegen de Farizeeën.
Correctie
Lukas 17:20-21 zegt dat Jezus dit antwoordde toen 'Hij gevraagd was van de Farizeeën'. Pas vanaf vers 22 spreekt Hij tot de discipelen. Dezelfde toeschrijving komt ook voor in het gebed om 0:30:02.
“De Roomse kerk kan in de band doen. En dan kun je eigenlijk nooit meer terug.”
Claim
Volgens de spreker kan wie door de Rooms-Katholieke Kerk in de ban is gedaan nooit meer terugkeren, maar dat klopt niet.
Correctie
In het katholieke kerkelijk recht is de excommunicatie een 'geneeskrachtige straf' (poena medicinalis). Die moet worden opgeheven zodra de betrokkene zich bekeert en ophoudt met zich te verzetten. Terugkeer is dus uitdrukkelijk mogelijk.
Bron
Codex Iuris Canonici (1983), can. 1312 §1 en can. 1358 §1; Catechismus van de Katholieke Kerk nr. 1463
“En later is die bedreiging ook in vervulling gegaan toen het volk werd weggevoerd naar Babel.”
Claim
Hosea profeteerde tegen het noordelijke tienstammenrijk Israël (Efraïm). Dat rijk werd niet naar Babel weggevoerd, maar door Assyrië.
Correctie
Het noordrijk Israël viel in 722/721 v.Chr. en werd door Assyrië in ballingschap gevoerd. De Babylonische ballingschap (597–586 v.Chr.) trof het zuidrijk Juda.
Bron
2 Koningen 17:5-6; Hosea 1:1 (Jerobeam II, koning van Israël); Hosea 11:5 ('Assur zal zijn koning zijn'); 2 Koningen 24–25
“En dat Jonathan Edwards met 123 tegen 12 stemmen tegen uit zijn gemeente werd losgemaakt.”
Claim
De stemverhouding bij het ontslag van Jonathan Edwards in 1750 was niet 123 tegen 12.
Correctie
In juni 1750 stemden de mannelijke lidmaten van Northampton met ruim 200 tegen 23 stemmen voor zijn vertrek (meestal genoemd: ongeveer 230 tegen 23). Het kerkelijk concilie dat de breuk bevestigde, stemde met 10 tegen 9.
Bron
George M. Marsden, Jonathan Edwards: A Life (Yale University Press, 2003), hoofdstuk 22; Iain H. Murray, Jonathan Edwards: A New Biography (Banner of Truth, 1987)
“Bijvoorbeeld toen het volk, het land Israël, in de jaren zestig aangevallen werd.”
Claim
Een 'Tiendaagse' Israëlische oorlog bestaat niet, en de Jom Kipoeroorlog was niet in de jaren zestig.
Correctie
In de jaren zestig vond de Zesdaagse Oorlog plaats (juni 1967). De Jom Kipoeroorlog was in oktober 1973. 'Tiendaagse Veldtocht' is de naam van de Nederlandse veldtocht tegen België in 1831.
“Hij zegt in vers 25, wie is deze onbesneden Filistijn?”
Claim
Deze uitspraak van David staat niet in vers 25.
Correctie
De woorden 'wie is deze onbesneden Filistijn, dat hij de slagorden van de levende God zou honen?' staan in vers 26. Vers 25 bevat de woorden van de Israëlieten over de beloning van de koning.
De waarschuwing voor valse christussen die zelfs de uitverkorenen zouden verleiden 'indien het mogelijk ware' staat niet in Markus 13:12. Dat vers gaat over een broeder die zijn broeder ter dood overlevert. De spreker noemt deze vindplaats twee keer (ook om 1:00:31).
Correctie
De parallel van Mattheüs 24:24 in Markus is Markus 13:22: 'Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen te verleiden.'
Bron
Markus 13:12 en 13:22; Mattheüs 24:24 (Statenvertaling)
De spreker brengt de reeks 'verordineerd – geroepen – gerechtvaardigd – geheiligd – verheerlijkt' als een letterlijke Schrifttekst ('dat staat ook zo in de schrift geschreven'), maar die tekst bevat de schakel 'geheiligd' niet.
Correctie
Romeinen 8:30 luidt: 'En die Hij tevoren verordineerd heeft, deze heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, deze heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, deze heeft Hij ook verheerlijkt.' De schakel 'geheiligd' komt in de tekst niet voor.
“Ik denk aan de jonge James Renwick, predikant in de Schotse hooglanden.”
Claim
James Renwick werkte niet in de Schotse Hooglanden.
Correctie
Renwick was een covenanter die in het zuiden en zuidwesten van Schotland in de open lucht preekte, onder meer in Lanarkshire, Ayrshire, Dumfriesshire en Galloway. Dat ligt in de Lowlands. Hij werd in 1688 in Edinburgh (Grassmarket) opgehangen.
Bron
Oxford Dictionary of National Biography, 'Renwick, James (1662–1688)'; Alexander Shields, 'The Life and Death of Mr. James Renwick' (1724)
“En eigenlijk het Griekse werkwoord wat daar staat. Dat kan ook verteld worden als. Hang hem op.”
Claim
In Lukas 23:18 staat 'αἶρε τοῦτον' (van αἴρω, 'optillen, wegnemen'), en 'ophangen' is geen gangbare vertaling van dat werkwoord.
Correctie
αἴρω betekent 'opheffen, wegnemen, uit de weg ruimen'. In Lukas 23:18 wordt het vertaald als 'weg met deze', in de zin van 'ruim hem uit de weg, dood hem'. Een verband met de kruisiging kun je als uitleg zien, maar het is geen vertaalmogelijkheid van het woord zelf.
Bron
Bauer–Danker, Greek-English Lexicon of the NT (BDAG), s.v. αἴρω; Statenvertaling en NBG/HSV bij Lukas 23:18
Hebreeën 2 zegt nergens met zoveel woorden dat Christus zonder zonde was.
Correctie
Hebreeën 2:17-18 zegt dat Christus in alles de broeders gelijk werd en verzocht is, maar niet dat Hij zonder zonde was. Dat staat wel in Hebreeën 4:15 ('doch zonder zonde'), 7:26 ('heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren') en 9:14 ('Zichzelven onstraffelijk Gode opgeofferd').
“Precies diezelfde woorden kom je in de evangelie tegen.”
Claim
De evangeliën gebruiken voor het gebed in Gethsemané niet 'exact dezelfde bewoordingen' als 1 Koningen 18:42 voor het gebed van Elia.
Correctie
Over Elia staat dat hij zich ter aarde boog en zijn gezicht tussen zijn knieën legde (1 Kon. 18:42). Over Jezus staat dat Hij 'viel op Zijn aangezicht' (Matt. 26:39) en 'knielde neder' (Luk. 22:41). Beide gaan over een diep gebogen gebedshouding, maar de woorden zijn anders.
Het gebed en de lofprijzing uit de preektekst (Efeze 3:14-21) worden hier aan Petrus toegeschreven; kort daarvoor noemt de spreker nog Paulus en dat klopt wel.
Correctie
De brief aan de Efeziërs, en dus ook de lofprijzing in Efeze 3:20-21, is van Paulus. Hij noemt zichzelf in Efeze 3:1 'de gevangene van Christus Jezus'. Waarschijnlijk versprak de spreker zich.
Het boek Job zegt nergens dat Jobs vrouw bij hem wegliep.
Correctie
Volgens het boek Job bleef zijn vrouw bij hem. Ze zegt tegen hem dat hij God moet vloeken en sterven (Job 2:9–10). Later klaagt Job dat zijn adem haar vreemd is (Job 19:17), dus dat ze van hem walgt. Van weglopen is geen sprake.
“Toen de zeer godvrezende dominee Jodokus van Lodestein in Utrecht rond 1630, 1640 predikant werd.”
Claim
Jodocus van Lodenstein werd niet rond 1630–1640 predikant in Utrecht.
Correctie
Lodenstein werd in 1620 geboren. Hij was predikant in Zoetermeer (vanaf 1644) en in Sluis (vanaf 1650), en daarna in Utrecht van 1653 tot zijn dood in 1677. Rond 1630 was hij nog een kind.
Bron
Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme, lemma 'Lodenstein, Jodocus van'; Biografisch Woordenboek van Nederland
“In zijn algemeenheid gesproken en gedachtig aan de Heidelbergse katechismesvraag en antwoord 115, dus waar de kenmerken gegeven worden van de avondmaalsgang.”
Claim
In vraag en antwoord 115 van de Heidelbergse Catechismus staan niet de kenmerken van wie aan het avondmaal mag gaan.
Correctie
Die kenmerken staan in vraag en antwoord 81 (zondag 30): 'Welke mensen zullen tot de tafel des Heeren komen?' Vraag 115 (zondag 44) gaat over de vraag waarom God de tien geboden zo scherp laat prediken. Die vraag past wel bij het onderwerp wetsprediking, maar geeft geen kenmerken van avondmaalgangers.
De Bijbel noemt nergens hoe oud David was toen hij tegen Goliath streed. De leeftijd van twintig jaar staat dus niet in de tekst.
Correctie
De Schrift noemt David alleen 'een jongeling' (1 Sam. 17:33, 42). Zijn leeftijd staat er niet. Wel staat er dat hij dertig was toen hij koning werd (2 Sam. 5:4). Hoe oud hij bij Goliath was, is een schatting die per uitlegger verschilt.
“De apostel Paulus die spreekt haast u om uw levenswil.”
Claim
De uitspraak 'haast u / behoud u om uws levens wil' wordt aan de apostel Paulus toegeschreven, maar komt niet van hem.
Correctie
De woorden zijn van de engelen tegen Lot bij de verwoesting van Sodom: 'Behoud u om uws levens wil' (Gen. 19:17) en 'Haast u, vlucht derwaarts' (Gen. 19:22). In de brieven van Paulus en in Handelingen staat geen uitspraak van Paulus met deze woorden.
“De schipper zegt, op 51 graden noorderbreedte en 20 graden oosterlengte hebben we de laatste keer zo'n goede vangst gehad.”
Claim
Het punt 51° noorderbreedte, 20° oosterlengte ligt niet in de Noordzee maar op het vasteland van Polen, in de buurt van Kielce.
Correctie
Op 51° noorderbreedte ligt de Noordzee (het zuidelijke deel, bij de Straat van Dover) ruwweg tussen 1° en 3° oosterlengte. Waarschijnlijk is een waarde van enkele graden oosterlengte bedoeld. De fout kan ook uit de oorspronkelijke verhaaltekst komen.
Bron
Elke atlas of kaartdienst (bijvoorbeeld de Bosatlas of OpenStreetMap): 51°N 20°E ligt in de Poolse woiwodschap Świętokrzyskie.
“Al de schrift is van God ingegeven, zegt Petrus in zijn algemene brief.”
Claim
Deze uitspraak wordt aan Petrus toegeschreven, maar ze komt uit een brief van Paulus.
Correctie
'Al de Schrift is van God ingegeven' staat in 2 Timotheüs 3:16 (Paulus aan Timotheüs). Petrus schrijft iets verwants in 2 Petrus 1:21 ('de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken'). Dat is echter een andere tekst en een andere formulering.
Bron
Statenvertaling, 2 Timotheüs 3:16 en 2 Petrus 1:21
“Zodat hij aan het einde van de reis getuigt. Dan is hij bijna op zijn sterfbed, zou je kunnen zeggen. Weet je wat hij dan zegt? Ik, eindig mens. Wie zal mij verlossen van een lichaam des doods?”
Claim
De predikant brengt Romeinen 7:24 ("Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?") als iets wat Paulus aan het einde van zijn leven, op zijn sterfbed, zei.
Correctie
Paulus schreef deze woorden midden in zijn bediening, in de brief aan de Romeinen. Die schreef hij rond 57 n.Chr. vanuit Korinthe, zeven tot tien jaar voor zijn dood. Daarna volgden nog zijn gevangenschap in Jeruzalem en Rome en verschillende brieven. Wat Paulus aan het einde van zijn leven schreef, staat in 2 Timotheüs 4:6-8: "Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden."
Bron
Romeinen 7:24; Romeinen 15:25-26 en Handelingen 20:2-3 (Paulus in Korinthe, op weg naar Jeruzalem); 2 Timotheüs 4:6-8
“Opmerkelijk, misschien even een zijspoor, maar een jaar of drie, vier geleden is er opnieuw een Sanhedrin benoemd in Israël.”
Claim
De spreker zegt dat het nieuwe Sanhedrin drie à vier jaar geleden is ingesteld, maar het werd al in 2004 opgericht, ruim twintig jaar voor deze preek.
Correctie
Het zogenoemde 'nieuwe Sanhedrin' werd in oktober 2004 in Tiberias ingesteld, op initiatief van een groep rabbijnen. Het is een particulier initiatief zonder officiële erkenning door de staat Israël of het Opperrabbinaat.
Bron
Berichtgeving over de oprichting in Tiberias, oktober 2004 (o.a. Haaretz, Jerusalem Post); Encyclopaedia Judaica / Wikipedia, 'Modern attempts to revive the Sanhedrin'
De spreker zegt dat Mozes de kruisdood als straf voor godslastering heeft voorgeschreven, maar de Mozaïsche wet schrijft daarvoor steniging voor.
Correctie
Leviticus 24:16 schrijft voor dat een godslasteraar gestenigd moet worden. Deuteronomium 21:22-23 ('vervloekt is een iegelijk die aan het hout hangt') gaat over het ophangen van iemand die al ter dood is gebracht. Het is geen voorschrift van de kruisdood voor godslastering. De kruisiging was een Romeinse strafvorm.
“Want de Joodse wetten schreven voor dat er altijd 24 uur tussen moest zitten.”
Claim
De bekende rabbijnse regel gaat niet over de tijd tussen veroordeling en voltrekking, maar over de tijd tussen het begin van het proces en het vonnis.
Correctie
Volgens de Misjna mag in halszaken een vrijspraak op dezelfde dag worden uitgesproken, maar een veroordeling pas op de volgende dag. Die regel is bovendien pas rond 200 n.Chr. opgeschreven. Of hij al in de tijd van Jezus gold, staat daarmee niet vast.
De spreker zegt dat alleen Jezus zelf de titel 'Zoon des mensen' gebruikt, maar in het Nieuwe Testament gebruiken ook anderen hem voor Jezus.
Correctie
In de evangeliën gebruikt vrijwel alleen Jezus de titel. Stefanus gebruikt hem echter in Handelingen 7:56 ('ik zie ... de Zoon des mensen staande ter rechterhand Gods'). In Johannes 12:34 vraagt de schare naar 'deze Zoon des mensen'.
“Want Petrus was met zijn vader bezig de netten aan het vermaken.”
Claim
De Bijbel zegt niet dat Petrus met zijn vader de netten aan het herstellen was toen Jezus hem riep; dat staat over Jakobus en Johannes.
Correctie
Petrus en Andreas wierpen een net uit in de zee toen Jezus hen riep. Jakobus en Johannes zaten met hun vader Zebedeüs in het schip en vermaakten hun netten. In Lukas 5 spoelen de vissers hun netten, maar Petrus' vader wordt daar niet genoemd.
“Maar dat woord wordt voor het eerst in de Bijbel gebruikt in Exodus 12 vers 13.”
Claim
De spreker zegt dat het woord 'gedachten' uit 1 Koningen 18:21 (se'ippim, dat ook 'takken' kan betekenen) voor het eerst voorkomt in Exodus 12:13, maar daar staat een ander Hebreeuws woord.
Correctie
In Exodus 12:13 staat het werkwoord pasach ('voorbijgaan', verwant aan Pesach). Dat is hetzelfde werkwoord dat in 1 Koningen 18:21 met 'hinken' is vertaald (poschim) en in vers 26 met 'springen'. Het woord voor 'gedachten', se'ippim, komt in Exodus 12 niet voor. Het verband met Exodus 12:13 geldt dus voor 'hinken' en niet voor 'gedachten'.
Bron
Hebreeuwse tekst van 1 Koningen 18:21, 26 en Exodus 12:13 en 23; Brown-Driver-Briggs en HALOT onder פסח en סְעִפִּים
“En zijn vader Tera heeft zijn zoon Abram die naam gegeven met betrekking tot een van die afgoden die ook zo heette.”
Claim
Er is geen afgod bekend die 'Abram' heette. Dat Abram naar een afgod genoemd zou zijn, is speculatie en wordt als vaststaand gebracht.
Correctie
Abram betekent 'de vader is verheven' of 'verheven vader'. Het is een gewone Westsemitische persoonsnaam en geen godennaam. Er is wel speculatie dat Tera's eigen naam met de maancultus samenhangt, maar niet dat Abram naar een afgod heet.
“Die grens is nog steeds de plaats waar de maangodin sin wordt aangebeden.”
Claim
Sin (Nanna) wordt hier een maangodin genoemd, maar het was een mannelijke maangod.
Correctie
Sin/Nanna was de mannelijke maangod van Mesopotamië. Hij werd vereerd in Ur en in Harran.
Bron
J. Black & A. Green, Gods, Demons and Symbols of Ancient Mesopotamia (1992), lemma 'Nanna-Suen'; Dictionary of Deities and Demons in the Bible, lemma 'Sin'
“En Jonathan zegt hier, David, mijn boog en mijn schild en mijn speer.”
Claim
Volgens de Bijbel gaf Jonathan David geen schild en geen speer. Het geschenk vond ook niet plaats toen Saul al herhaaldelijk zijn speer naar David had geworpen en David in het veld verborgen was.
Correctie
Jonathan gaf David zijn mantel, zijn klederen, zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel (1 Sam. 18:4). Dat gebeurde direct na de overwinning op Goliath, vóór de eerste speerworp van Saul (1 Sam. 18:10-11). Bij de ontmoeting in het veld (1 Sam. 20) gaf Jonathan David geen wapens.
“Want hij zal zijn volk zalig maken van hun zonden.”
Claim
Volgens de prediker werden deze woorden 'bij de geboorte aan Maria gepredikt' (1:20:11), maar de engel sprak ze tot Jozef.
Correctie
De engel zei deze woorden in een droom tegen Jozef (Matth. 1:20-21). Aan Maria werd wel de naam Jezus aangekondigd, maar zonder deze toelichting (Luk. 1:31).
“De vrees was toch weer zo toegenomen dat hij hetgeen wat hij ontvangen had in rijke, overvloedige maten, dat hij dat toch verdeelde in twee groepen”
Claim
De spreker plaatst Jakobs verdeling van zijn bezit in twee groepen na de worsteling bij Pniël, maar volgens Genesis deed Jakob dat al vóór de worsteling.
Correctie
Jakob verdeelde zijn volk en vee in twee heiren toen hij hoorde dat Ezau hem tegemoet kwam (Gen. 32:7-8). Daarna volgde de worsteling bij Pniël (Gen. 32:24-30). Pas de volgende dag verdeelde hij de kinderen onder Lea, Rachel en de twee dienstmaagden, met Rachel achteraan (Gen. 33:1-2).
Bron
Genesis 32:7-8, 32:24-30 en 33:1-2 (Statenvertaling)
“Dan zeggen de fariseeën en de schriftgeleerden...”
Claim
De spreker legt het gemor 'hij is tot een zondige man ingegaan om te herbergen' in de mond van de farizeeën en schriftgeleerden, maar Lukas 19 noemt die groepen niet.
Correctie
Volgens Lukas 19:7 zijn het 'allen die het zagen' die murmureerden. Het gemor van farizeeën en schriftgeleerden over Jezus' omgang met zondaars staat in Lukas 15:2, de passage die de spreker vlak daarvoor aanhaalde.
Het verhaal speelt bij het Belchenmeer (Lac du Ballon) boven Guebwiller en Issenheim, maar de berg die daarboven uitsteekt is volgens de gangbare opgave geen 1220 meter hoog.
Correctie
Het Belchenmeer ligt op ongeveer 990 meter hoogte, aan de flank van de Grand Ballon (Großer Belchen). Die berg is 1424 meter hoog en daarmee de hoogste top van de Vogezen. Mogelijk komt het getal uit een oudere bron van het verhaal.
Bron
IGN-kaarten en Frans naslagwerk over de Grand Ballon (1424 m) en het Lac du Ballon in de Haut-Rhin
Deze datum spreekt het eerdere verhaal tegen. Daarin is de rampnacht de laatste nacht van de zonen in de schuur, de nacht van 23 op 24 december. Bovendien ligt 21 december niet 'drie dagen voor de kerst'.
Correctie
Volgens het verhaal zelf viel de rampnacht op 23 op 24 december (zie 0:08:34). De datum 21 december en de aanduiding 'drie dagen voor de kerst' passen daar niet bij.
Bron
Het transcript zelf, 0:08:34 tegenover 0:10:18–0:10:38
“En dan gaan we nu, vanavond als de Heer het geeft, bij de laatste versen stilstaan, 13 tot 22.”
Claim
De versnummers van Hosea 2 liggen de hele preek één vers te laag. De tekst 'Daarom zie, Ik zal haar lokken' tot 'O mijn God' is niet vers 13-22, en 'Twist tegen ulieder moeder' is niet vers 1. Hetzelfde geldt voor de verwijzingen naar vers 11 (wijnstok en vijgenboom) en vers 4 (boelen).
Correctie
In de Statenvertaling loopt deze perikoop van Hosea 2:14 tot 23. De indeling is dan 14-18, 19-20 en 21-23. 'Twist tegen ulieder moeder' is 2:2, 'Ik zal verwoesten haar wijnstok' is 2:12 en de boelen staan in 2:5. In de Hebreeuwse telling, die de NBG 1951 volgt, gaat het om 2:16-25.
“Want wat zegt Jezaja 61 en openbaring zegt er nog veel meer van.”
Claim
De koe en de berin die samen weiden, en het kleine jongske dat ze zal hoeden, staan niet in Jesaja 61.
Correctie
Het beeld staat in Jesaja 11:6-7. Jesaja 65:25 bevat een vergelijkbaar beeld. Jesaja 61 gaat over de Gezalfde die het evangelie aan de armen verkondigt.
“In het Hebraeus zit daar de naam van de Heere in verborgen.”
Claim
Het Hebreeuwse 'Ik zal verhoren' ('e'eneh', van het werkwoord ʿanah, 'antwoorden/verhoren') heeft taalkundig niets te maken met de Godsnaam JHWH of met 'ehjeh' ('Ik zal zijn', Exodus 3:14).
Correctie
'E'eneh' komt van de stam ʿ-n-h. De Godsnaam en 'ehjeh' komen van de stam h-j-h ('zijn'). Er zit dus geen Godsnaam in het woord 'verhoren'.
Bron
Hosea 2:21 (Hebreeuwse telling 2:23); Brown-Driver-Briggs, s.v. ענה I en היה; Exodus 3:14
Volgens de Bijbel ging Abraham maar één keer naar Egypte, en niet verschillende keren.
Correctie
Abraham trok één keer naar Egypte, tijdens een hongersnood (Genesis 12:10-20). Daar gaf hij Sara uit voor zijn zuster. Hij deed dat later nog een keer, maar toen was hij in Gerar bij koning Abimelech, in het land van de Filistijnen (Genesis 20). Dat was niet in Egypte.
De woorden 'O mijn dorsing, en het koren mijns dorsvloers! Wat ik gehoord heb van den HEERE der heirscharen, den God Israëls, heb ik ulieden aangezegd' worden toegeschreven aan de profeet Jeremia.
Correctie
Deze woorden zijn van de profeet Jesaja, niet van Jeremia.
Zacharia begon niet drie maanden na Haggai te profeteren.
Correctie
Haggai profeteerde voor het eerst op de eerste dag van de zesde maand van het tweede jaar van Darius. Zacharia trad op in de achtste maand van datzelfde jaar. Het verschil is dus ongeveer twee maanden. Het volk hervatte het werk op de 24e van de zesde maand, zodat Zacharia zelfs maar zo'n anderhalve maand daarna kwam.
Het gaat hier over de tempeldienst van de hogepriester Jozua na de ballingschap. In de tweede tempel stond echter geen ark in het heilige der heiligen.
Correctie
De ark was sinds de verwoesting van Jeruzalem in 586 v.Chr. verdwenen. Het heilige der heiligen van de tweede tempel was leeg. Volgens de joodse overlevering stond er alleen een steen, de 'even sjetija', waar vroeger de ark had gestaan.
Bron
Mishna Joma 5:2; Flavius Josephus, De Joodse Oorlog 5.219 ('er lag daarin helemaal niets')
“Hier kun je zelfs de hoogste berg van Europa vinden, de Mont Blanc.”
Claim
Of de Mont Blanc de hoogste berg van Europa is, hangt af van waar je de grens van Europa legt.
Correctie
De Mont Blanc (ca. 4805–4808 m) is de hoogste berg van de Alpen en van West-Europa. Als je de Kaukasus tot Europa rekent, zoals gebruikelijk is, is de Elbroes (5642 m) de hoogste berg van Europa.
Bron
Encyclopaedia Britannica, lemma's 'Mont Blanc' en 'Elbrus'; Bosatlas
“Daar regeerde toen in die tijd de keurvorst en aardbischop Clemens Wenceslaus.”
Claim
Clemens Wenceslaus woonde en regeerde vooral in Koblenz en niet in de stad Trier.
Correctie
De keurvorsten van Trier woonden al sinds de 17e eeuw vooral in Ehrenbreitstein/Koblenz. Clemens Wenceslaus liet het Keurvorstelijk Slot in Koblenz bouwen (1777–1786) en trok daar in 1786 in. In Trier stond wel een keurvorstelijk paleis, dus het verhaal kan kloppen, maar zijn residentie lag in Koblenz.
Bron
Neue Deutsche Biographie, lemma 'Clemens Wenzeslaus'; Landesamt für Denkmalpflege Rheinland-Pfalz, 'Kurfürstliches Schloss Koblenz'