0:00[GEZANG]
9:33maakt u bekend dat er in deze dienst drie collecten zijn.
9:36De eerste voor de diakonie, tweede voor de kerkvogdij en de derde voor het onderhoudsfonds.
9:43En deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen tot zover de afkondiging.
9:52Al onze hulp en enige verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt.
10:05Ewig leeft.
10:06En nooit zal laten varen.
10:09De werken zijn er handen.
10:12Amen.
10:15Genade zij u.
10:17En vrede.
10:19Van God de Vader.
10:21In Christus Jezus onze Heere.
10:25Door de Heilige Geest.
10:28Amen.
10:32Psalm 19.
10:34Het vijfde vers.
10:36Des Heere vrees is rein.
10:40Zij opent een fontein van heil.
10:43Dat nooit vergaat.
10:45Psalm 19,
10:47het vijfde vers.
10:50Noem
10:51[GEZANG]
13:36vanavond beleidenis van ons geloof.
13:39Met de woorden van de geloosbeleidenis van Isaiah.
13:43En zingen daarna uit Psalm 48, het vierde vers.
13:49Wij overheven majesteit.
13:53Gedenken uw weldadigheid.
13:56En wat ermee volgt uit 48 vers 4.
13:59Na onze geloosbeleidenis.
14:03Spreken ieder van u.
14:05In
14:06zijn of haar hart.
14:08Ik geloof in één God.
14:12De Almachtige Vader.
14:15Schepper des hemels en der aarde.
14:19Allerzienlijke en onzienlijke dingen.
14:22En in één Heere Jezus Christus.
14:26Den enige geboren zoon van God.
14:30Geboren uit de Vader.
14:31Voor alle eeuwen.
14:33God uit God.
14:35Licht uit licht.
14:37Waarachtig God uit waarachtig God.
14:40Geboren.
14:40Niet gemaakt.
14:42Van hetzelfde wezen.
14:44Met de Vader.
14:46Door welke alle dingen gemaakt zijn.
14:49Die om ons mensen.
14:50En om onze zaligheid.
14:53Is nedergekomen uit de hemel.
14:56En vlees geworden is van de Heilige Geest.
15:00Uit de maagd Maria.
15:02En een mens is geworden.
15:04Ook voor ons gekruisigd is.
15:07Onder Pontius Pilatus.
15:10Geleden heeft.
15:11En begraven is.
15:13En ten derde dagen opgestaan is naar de schriften.
15:17En opgevaren is ten hemel.
15:21Zit de rechterhand des vaders.
15:24En zal wederkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden.
15:32Wiens rijk geen einde zal hebben.
15:35En in de heilige geest die heren is en levend maakt.
15:40Die van de vader en de zoon uitgaat.
15:43Die tezamen met de vader en de zoon aangebeden en verheerlijkd wordt.
15:50Die gesproken heeft.
15:53Door de profeten.
15:54En één heilige, algemene en apostolische kerk.
16:00Ik beleid één doop tot vergeving der zonden.
16:06En ik verwacht de opstanding der doden.
16:10En het leven der toekomende eeuw.
16:13Amen.
16:17Gods
16:18[GEZANG]
18:47woord openen wij vanavond in het evangelie van Marcus.
18:52Tiende hoofdstuk.
18:54En ik lees u daarvan de verse 13 tot en met 31.
19:01Dus Marcus 10, vers 13 tot en met 31.
19:07En zij brachten kinderkunst tot hem, opdat hij ze aanraken zou.
19:15En de discipelen bestraften degene die ze tot hem brachten.
19:21Maar Jezus dat ziende nam het zeer kwalijk en zeide tot hen, laat de kinderkens tot mij komen en verhindert ze niet, want der zulken
19:33is het Koninkrijk Gods.
19:36Voorwaar zeg ik u, zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kinderke, die zal in hetzelfde geen zins ingaan.
19:49En hij omving ze met zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende hij dezelfde.
19:58En als zij uitging op de weg, liep een tot hem, en voor hem op de knieën vallende, vraagde hem, Goede meester, wat zal ik doen, opdat ik
20:10het eeuwige leven beërven?
20:13En Jezus zeide tot hem, Wat noemt ge mij goed?
20:18Niemand is goed dan één, namelijk God.
20:22Gij weet de geboden.
20:23Ge zult geen overspel doen.
20:26Ge zult niet doden.
20:28Ge zult niet stelen.
20:30Ge zult geen valse getuigenis geven.
20:33Ge zult niemand tekort doen.
20:35Eer uw vader en uw moeder.
20:39Doch hij antwoordende zeide tot hem.
20:42Meester, al deze dingen heb ik onderhouden.
20:46Van mijn jongheid af.
20:48En Jezus hem aanziende.
20:51Beminde hem.
20:52En zeide tot hem.
20:54Eén ding ontbreekt u.
20:56Ga heen.
20:58Verkoop alles wat ge hebt.
21:00En geef het een armen.
21:02En ge zult een schat hebben in de hemel.
21:05En kom erwaarts.
21:07Neem het kruis op.
21:09En volg mij.
21:11Maar hij.
21:13Treurig geworden zijnde.
21:15Over dat woord ging bedroefd weg, want hij had vele goederen.
21:22En Jezus rondom ziende zeide tot zijn discipelen, hoe bezwaarlijk zullen degenen die goed hebben in het koninkrijk gods inkomen.
21:35En de discipelen werden verbaasd over deze zijn woorden.
21:39Maar Jezus wederom antwoordende zeide tot hen, kinderen.
21:45Hoe zwaar is het dat degenen die op het goed hun betrouwen zetten in het koninkrijk gods ingaan.
21:54Het is lichter dat een kemel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke in het koninkrijk gods ingaat.
22:05En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander, wie kan dan zalig worden?
22:14Doch Jezus hen aanziende zeide, bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want alle dingen zijn mogelijk bij God.
22:26En Petrus begon tot hem te zeggen, zie, wij hebben alles verlaten en zijn u gevolgd.
22:33En Jezus antwoordende zeide, voorwaar zeg ik u lieden, er is niemand die verlaten heeft, huis of broeders of zusters.
22:44Of vader of moeder.
22:45Of vrouw of kinderen.
22:47Of akkers.
22:48Om mijnentwil.
22:49En dus evangelisch wil.
22:52Of hij ontvangt honderdvoud.
22:54Nu in deze tijd.
22:56Huizen en broeders.
22:58En zusters en moeders.
23:00En kinderen en akkers.
23:02Met de vervolgingen.
23:03En in de toekomende eeuw.
23:05Het eeuwige leven.
23:08Maar vele eersten.
23:10Zullen de laatste zijn.
23:12En velen.
23:14Die de laatste zijn.
23:16De eerste.
23:17Tot zover.
23:19Zullen
23:22wij samen Gods heilig aangezicht zoeken.
23:29Heren onze maker.
23:32En
23:34u weet wat van uw maaksel te wachten is.
23:41U weet wel wie wij zijn.
23:45Gevallen mensen.
23:48Geneigd u en elkaar te haten.
23:53En dan is dat iets onbegrijpelijks, dat
23:59u zulke mensen als wij zijn bij u in huis wil hebben.
24:06En dat de Bijbel al open lag toen we binnenkwamen.
24:12En dat wij het al gezien hebben.
24:18Deze heilige God wil
24:22nog steeds spreken met ons.
24:27En mag dat ons dan vervullen met hoge, wonderlijke gedachten van u.
24:34Wat moet u toch voor een God zijn.
24:38Dat
24:39u zoveel geduld hebt met mensen die u niets kunnen aanbrengen.
24:49Maar ook met zeer lage gedachten van onszelf.
24:54En dat wij des
24:58te meer met diep ontzag.
25:02Zullen spreken en luisteren.
25:07Omdat het een wonder is.
25:10Dat u tot ons spreken wil.
25:14Een wonder dat we het woord hebben.
25:17Een wonder dat er een kerk is.
25:21Dat u dienaren uitzendt.
25:26Dat uw woord bediend wordt.
25:29Sacramenten bediend.
25:32We hebben er nooit om gevraagd.
25:36Maar u gaf het alles.
25:40Ongevraagd.
25:41En dat wij hier zijn.
25:43Is niet omdat wij beter zijn dan een ander.
25:48Maar alleen omdat u zo goed voor ons bent.
25:54En doe ons dat opmerken heren.
25:57Dat
25:59u zo goed bent voor ons.
26:02En wij kunnen daar niets tegenover zetten.
26:07En beleiden u onze
26:11schande.
26:13Want zo hebt u ons toch niet gemaakt.
26:16Zoals we zijn.
26:19Mensen die u vergeten.
26:21Dagen zonder getal.
26:24U hebt ons goed en naar u even beeld gemaakt.
26:28Maar wij zelf hebben uw beeld verbreizeld.
26:35Een
26:36paar splintertjes zijn er nog van over.
26:40Meer niet.
26:44Heren en dat.
26:47Uw redenen genomen hebt in uzelf.
26:52Hebben wij ook niet omgevraagd.
26:56U hebt het zelf voorgenomen in uw eeuwige liefde.
27:02Om vele zondaren zalig te maken.
27:09Onwederstandelijk.
27:10Kunnen ze niet tegenhouden.
27:13Alleen omdat u het gewild hebt.
27:16En ze kunnen het ook niet bedarven.
27:20Want uw roeping is onberouwelijk, heren, dat aan zij die daar iets van weten mogen, van
27:31het wonder van uw opzoekende liefde, dat
27:38die in
27:41het stof mogen aanbidden,
27:44omdat u getrouw bent en
27:49uw liefde is onbreekbaar.
27:54En uw genadeverbond onwankelbaar.
28:00En die u lief hebt gehad, hebt u lief gehad tot het einde.
28:07En zij veranderen twintig keer op een dag, maar u verandert nooit.
28:14En als zij u niet zien, ziet u hen wel.
28:20Gedenk zo aan al deze mensen vanavond hier bijeen.
28:26En ook de mensen thuis luisterend.
28:29En we dragen elkaar aan u op.
28:34U weet waar nood is en zorg.
28:37U weet waar
28:40kruizen zijn.
28:44Verborgen kruizen.
28:47Openbare kruizen.
28:49En wij bidden u dat u ze heiligt.
28:53Wij
28:55willen er gelijk vanaf.
28:57Maar niet wat wij willen, heren.
29:01Maar wat u wilt.
29:03Want u hebt daar uw bedoelingen mee.
29:07En daarom heilig alle smart.
29:12En dat u alles wat wij niet willen gebruiken zou.
29:19Om ons eenswillend te maken met u.
29:23En te houden.
29:25U weet, heren, waar donkere wegen zijn.
29:31Waar raadsels zijn.
29:34En waar bange vrees het hart vervult.
29:39Maar wilt u die nog beschijnen met uw heerlijk licht.
29:46En u geeft hen die op u hopen.
29:49Geen schijnwerper in hun leven.
29:53Maar een lamp voor hun voet.
29:56En een licht op hun pad.
29:59En leer ze dan volgen zonder vragen.
30:05Want de weg achter u is nooit onbegaanbaar.
30:12We dragen de gemeente aan u op.
30:15Allen die een taak hebben in deze dienst.
30:18Ook de raderkerk, heren.
30:22Al die zielen die tot de gemeente behoren.
30:28En dat zij toch eens zullen wegen voor
30:33onszelf.
30:35Dat wij zullen beseffen dat we een ziel hebben.
30:42Maar ook hen die een ambt ontvangen hebben.
30:46Dat
30:47al die zielen mogen wegen op het hart.
30:53En wat is dat dan een verantwoordelijkheid?
30:58Wilt u daarom zelf het woord bedienen vanavond en toepassen?
31:03Er kan geen mens u alleen.
31:07En mogen dan onze ogen op u geslagen zijn.
31:11En dat wij niets van onszelf of van een mens verwachten.
31:18En alles van u.
31:20Heer, hoe zouden wij enige verwachting van u durven hebben.
31:27Als u het niet zelf gezegd had.
31:32Zoek mijn aangezicht.
31:36Dat u het niet zelf gezegd had.
31:39Roep mij aan.
31:42Terwijl ik nabij ben.
31:45Gij die zo nabij zijt.
31:49Misschien zijn wij heel ver weg.
31:53Maar u niet.
31:56Schenk ons gesmolten harten.
32:00En
32:03dat wij berauw zullen hebben.
32:08En dat u Heer Jezus.
32:11Meer waarde voor ons zou krijgen.
32:15Dan dertig zilverlingen.
32:17Alle waarde.
32:21En dat u uzelf voor het eerst of opnieuw maakt de allerkostbaarste.
32:32Wij bidden u om de leiding van uw heilige geest.
32:37En dat u wegnemen zou alles wat de loop van uw woord in de weg kan staan.
32:45Dat u duivels werken verbreekt en uw eigen werken verheerlijkt.
32:55Mag worden uitgeroepen.
32:57Drie enige God.
32:59U zij al de eer.
33:03Amen.
33:09De tekst voor vanavond is de geschiedenis die bij ons bekend staat als de rijke jongeling.
33:17En dat is uit Marcus 10 vers 17 tot 31.
33:24En
33:26ik lees u vers 20.
33:30En het eerste stukje van 21.
33:33Toch hij antwoordende zeide tot hem.
33:37Meester.
33:38Al deze dingen heb ik onderhouden.
33:41Van mijn jongheid af.
33:43En Jezus hem aanziende.
33:46Beminde hem.
33:48Drie punten vanavond.
33:50Eerst.
33:51Dat de heren in gesprek is met die jongeman.
33:57Ten tweede het onderwijs wat de heren aan zijn discipelen geeft.
34:02En ten derde de reactie van de discipelen.
34:07Dus eerst het gesprek van de heren met die jongeman.
34:12Ten tweede het onderwijs van de heren aan zijn discipelen.
34:18En dan hun reactie daarop.
34:21Marcus 10 vers 17 tot 31.
34:26En wij gaan er nog van zingen.
34:30Absalom 119.
34:32Vers 64 en vers 69.
34:36[GEZANG]
35:03Uw straf beantwoord aan uw eer.
35:07Noemde nu 64 en 69 uit psalm 119.
35:13De
35:14[GEZANG]
40:50Heer Jezus is op weg naar zijn dood.
40:56Hij
40:58is al uit Galilea vertrokken.
41:00Hij is in het Jordaan gebied.
41:03En straks zal hij richting Jeruzalem gaan.
41:07Met de bedoeling.
41:09Om daar te lijden en te sterven.
41:13En dan komt er iemand op hem af.
41:15Iemand die heel hard naar hem toe loopt.
41:19En voor
41:23de heren neervalt.
41:24En knielt en zegt goede meester.
41:30En wij weten al wie het is.
41:34En er staat in deze Bijbel ook hierboven de rijke jongeling.
41:41Maar Marcus die zegt alleen, hij noemt hem één, dus iemand.
41:46En later zegt hij vele goederen.
41:50En we weten uit de andere evangelieën, Lucas en Matthäus, dat hij jong was en dat hij een overste was.
42:03Dus hij was een jong mens, een jonge man, met veel bezittingen.
42:11En een hoge positie in de samenleving.
42:16En de meeste oversten moesten niets van de Heer hebben.
42:21Maar deze oversten wel.
42:24Iedereen kan zien wat hij doet.
42:26Hij schaamt zich daar niet voor.
42:28Het is geen Nicodemus die midden in de nacht naar hem toe komt.
42:34Maar openlijk beleidt hij zijn hoogachting voor de Heer Jezus Christus.
42:45En wij vinden die rijke jongeling een nare man, hè.
42:49Dat is ons vooroordeel.
42:51Die rijke jongeling die notabene zegt van...
42:56Ik heb al die geboden onderhouden.
42:59Denk je, hoe blind kun je zijn?
43:03Wat een blinde fariseer.
43:06Nee, dat zouden wij toch nooit zeggen.
43:11Maar ondertussen heeft
43:14die jonge man wel heel veel...
43:19Wat hem eigenlijk heel sympathiek maakt.
43:23Dus ik ga het vanavond toch voor die jongen opnemen.
43:28En ik hoop dat u het met mij eens bent.
43:31Deze jongen is geen nare man.
43:34Of een blinde fariseer.
43:37Of een onuitstaanbaar vroom mannetje.
43:41Maar misschien
43:45heeft hij wel veel meer dan wij.
43:49Wat is dat namelijk voor iemand?
43:52Later zal blijken dat hij een...
43:54Keurig leven heeft.
43:57Dat hij onberispelijk leeft.
44:00Hij heeft niet alleen een mooie beleidenis.
44:02Hij leeft er ook echt naar.
44:04En toch heeft hij daar geen vrede mee.
44:09Dus hij is zeer godsdienstig.
44:12Zeer wetgetrouw.
44:16En hij heeft geen vrede.
44:18Hij is zoekende.
44:21En hij valt voor de heren aan de voeten neer.
44:26Hij spreekt hem aan met goede meester.
44:29En dat was in die tijd iets ongebruikelijks, om een meester zo aan te spreken.
44:36En hij legt hem zijn levensvraag voor.
44:39Goede meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?
44:47Letterlijk staat er, wat moet ik gedaan hebben om het eeuwige leven te ontvangen?
44:56Hoeveel jonge mannen kent u die...
45:02Bezig zijn met de vragen van het eeuwige leven.
45:07Hoeveel jonge mannen en jonge vrouwen kent u?
45:12En als u zelf iets ouder bent, moet je afvragen.
45:16Toen ik jong was, was ik toen bezig met de dingen van de eeuwigheid.
45:22Deze rijke jongeling wel.
45:27Het houdt hem intens bezig.
45:31Het eeuwige leven.
45:33Hoe zal ik het verkrijgen?
45:37We zouden zeggen het is een zoekende jongen.
45:45En waar zoekt hij het?
45:46Waar gaat hij heen met die levensvraag?
45:50Naar Christus toe.
45:53Hij heeft zo'n hoogachting voor Christus.
45:57Hij valt aan zijn voeten.
46:00Goede meester, zegt hij.
46:02En dat betekent, en
46:05later zal blijken...
46:06dat hij geen zaligmakende kennis van Christus heeft.
46:12Maar hij heeft wel een hoge achting voor hem.
46:14En hij wordt op hem aangetrokken.
46:16En hij weet één ding.
46:19Deze rabbi uit Nazareth kan mijn levensvraag beantwoorden.
46:25Een hoge achting voor Christus.
46:28En hij kon met grote snelheid op hem aflopen.
46:32Valt aan zijn voeten.
46:34Smeekt tot hem.
46:35O heren, wat moet ik nou gedaan hebben om het eeuwige leven te beërven?
46:41Kent u jongeren met een diepe hoogachting voor de Heer Jezus?
46:51Ken je ze?
46:53Was jij vroeger zo, toen je jong was?
46:56Had je een hoogachting voor Christus?
47:00En met de vragen waarmee je liep, je zielennood, je hartenvragen, heb je de Heer aangelopen als een waterstroom?
47:14En daarbij komt dan nog zijn onberispelijk leven.
47:22En dan voel je wel, er zijn helemaal niet veel jongens, jonge mannen en jonge vrouwen, die het zo ver brengen als deze rijke jongeling.
47:34En
47:39als die zich bij deze gemeente zou willen aansluiten, dan
47:44denkt de kerkenraad misschien wel, welkom jongen, kwamen er elke week maar zulke jongens.
47:51De gemeente aanvullen.
47:54Wat een voorbeeldige, ernstige, zoekende jongen.
48:01Hij heeft het nog niet, dat weet hij heel goed...
48:04maar hij zoekt ernaar en het houdt hem bezig.
48:08En eigenlijk, moet je niet doen natuurlijk...
48:12maar dan ben je als dominee of kerkenraad toch wel een beetje geneigd...
48:18om zo'n jongen toch al een klein beetje in te zegenen.
48:24Volgens mij zit daar iets, een goed werk van de heren in.
48:30Dus
48:34deze rijke jongeling is helemaal geen naar iemand, maar het is een heel sympathiek iemand.
48:44Vindt u niet?
48:45Ik heb u niet kunnen overtuigen.
48:47Heel sympathiek iemand.
48:50Maar de heren stelt hem wel gelijk een vraag.
48:55Goede meester, zegt hij.
48:57En dan zegt Jezus tot hem, wat noemt ge mij goed?
49:03Niemand is goed dan één, namelijk God.
49:07Nou moet je niet denken dat de Heer het daarmee zegt dat hij dus geen God is.
49:12Dat zegt hij niet.
49:14Maar hij wil die jongen aan het denken zetten en zeggen, jongeman, waarom noem je mij goed?
49:20Niemand is toch goed dan God alleen?
49:23Dus besef jij wel wat jij zegt.
49:29Ben bang voor niet.
49:31Ik ben bang dat hij het niet beseft heeft.
49:34Maar daarom dus wel die onderzoekende vraag.
49:38En de Heer is niet gediend van onze vleiende woorden.
49:42Helemaal niet.
49:43En hij zegt, maar jongen, als je mij nou goed noemt...
49:47wat
49:49bedoel je daar dan precies mee?
49:51Wil je mij dan denken, benoemen dat ik Gods zoon ben?
49:58Is dat je bedoeling?
50:02De Heer wacht het antwoord niet af.
50:05En hij zegt, maar jongeman, wat jij moet doen om het eeuwige leven te beërven, dat weet je toch zelf ook wel?
50:15En dan, ja,
50:18wat zou u eigenlijk zeggen als u met iemand in gesprek was en die ook liep met die dingen van de eeuwigheid?
50:28Hoe kom ik ooit tot God bekeerd?
50:32Hoe zal ik toch ten hemel ingaan?
50:38Hoe kan ik nou weten dat het goed is met me?
50:41Er zitten mensen mee, hè?
50:43Hoe kan ik toch weten dat het goed is?
50:48Dat ze mensen, ze hebben wat, ze missen wat.
50:51En ze denken, ben ik nou een kind van God?
50:53Ben ik het niet.
50:55En misschien zit u ook wel met die vraag.
50:57Ben ik nu binnen?
50:59Ben ik buiten?
51:01Wat zou je dan zeggen?
51:05In ieder geval niet wat de Heer hier zegt.
51:10De heren houdt deze jongeman de
51:16geboden voor.
51:19En niet de eerste tafel der wet die gaan over God.
51:22Maar de tweede tafel van de wet die gaan over je naaste.
51:26Dus het gaat over de naaste liefde.
51:28Dus, jongeman, maar dat weet je toch.
51:31Hoef je toch niet aan mij te vragen.
51:33Gij weet de geboden.
51:35Gij zult geen overspel doen.
51:38Gij zult niet doden.
51:39Ge zult niet stelen.
51:42Gezult geen valse getuigenis geven.
51:45Gezult niemand tekort doen.
51:46Eer uw vader en uw moeder.
51:49Dus wij herkennen in deze
51:53raadgeving van de heren.
51:56De tweede tafel van de goddelijke wet.
51:59Alleen in een iets andere volgorde.
52:02En er staat een gebod extra bij.
52:05Gezult niemand tekort doen.
52:06En er ontbreekt een gebod.
52:12Vindt u het niet vreemd dat de heren hem de geboden voorhoudt?
52:18Ja, maar heren, dat kun je toch niet doen?
52:21Die man kan toch niet met doen, doen, laten, laten de hemel binnengaan?
52:29U wijst die jonge man de weg van het werkverbond op.
52:36Laten we maar niet denken dat we het beter weten dan de heren.
52:42In ieder geval laat de heren hiermee zien hoe intens hij...
52:49De wet van zijn vader bemint.
52:54Dus als er iemand was die kon zeggen.
52:58Hoe lief heb ik uw wet.
53:00Sinds mijn betrachting de ganze dag.
53:02Was het de Heer Jezus.
53:05Had zijn vader hartelijk lief.
53:10Had de tien geboden hartelijk lief.
53:14En ik weet één ding.
53:17Als u een kind van God bent.
53:20Hebt u de wet.
53:22Hartelijk lief.
53:23Maar niet om die te gebruiken als een laddertje...
53:27om mee naar de hemel te klimmen.
53:30Je kunt niet verdienen.
53:33Maar waarom dan dit antwoord op die vraag?
53:38Wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?
53:45Dan moet je daar eens een tekst naast houden.
53:48En die hoef je niet op te zoeken.
53:50Die zal ik wel een stukje van voorlezen.
53:53En dat is als de Heer Jezus in Matthäus 25 iets vertelt over het laatste oordeel.
54:03En dan zegt hij dat de mensheid in twee groepen verdeeld is.
54:08En wij staan daar dan ook bij, hè?
54:12Twee groepen.
54:15De Heer Jezus is teruggekeerd uit de hemel en hij is op aarde op een schitterende troon.
54:22En naar zijn rechterhand staan alle kinderen van God.
54:28En zullen jullie daar dan ook bij zijn?
54:32En aan de linkerhand staan alle goddelozen.
54:40Nee, en een derde groep is er dus niet.
54:44En dan zegt de Heer het tegen die mensen aan zijn rechterhand.
54:50En dat kunnen wij dan nog wel begrijpen dat de Heer dat zegt.
54:55Komt gij gezegende mijns vaders.
54:58Beërft dat koninkrijk.
55:00Het welk u bereid is van de grondlegging der wereld.
55:07En wat komt er dan?
55:11Want ik ben hongerig geweest en je hebt mij te eten gegeven.
55:15Ik ben dorstig geweest en je hebt mij te drinken gegeven.
55:19Ik was een vreemdeling, je hebt mij geherbergd, enzovoort.
55:23Daar hebben ze het niet mee verdiend.
55:26Maar zie je hoe dat de heren in het eindoordeel...
55:33ons zal oordelen op grond van wat we gedaan hebben?
55:42Niet dat u de zaligheid daarmee verdienen kunt, maar
55:47wat er in je hart zit, dat komt er ook uit.
55:51Dus als er liefde in je hart zit, goddelijke liefde in je hart, komt die liefde er ook uit.
55:58Haat kun je nog verbergen, liefde niet.
56:03En daarom zal de Heer de mensen en ook ons beoordelen op hoe wij geleefd hebben.
56:11En waarom bekeert God mensen?
56:15Daar was over nagedacht, waarom doet God dat eigenlijk?
56:21En sommige mensen denken, nou als ik eenmaal bekeerd ben, dan ben ik er.
56:26Dan ben ik gearriveerd.
56:28Ik hoop dat u dat niet heel lang denkt, want dan begint het pas uiteindelijk.
56:34En waarom bekeert God mensen?
56:37Zodat die mensen weer gaan doen waarvoor ze geschapen zijn.
56:43God lief hebben en hun naaste lief hebben.
56:46En dan zal God daar in het eindoordeel op terugkomen.
56:55Heb jij God lief gehad?
56:57Heb jij je naaste lief gehad?
57:04Dus vandaar dat de Heer het dat ook zegt tegen die jongen.
57:09Hij zet hem als het ware voor de rechters toe.
57:12In het licht van de eeuwigheid.
57:15Als de beslissing zal vallen.
57:17Jongen, weet je wanneer je het eeuwige leven binnengaat?
57:22Als jij jouw naaste...
57:25In oprechtheid heb lief gehad.
57:32En wat zegt die man dan?
57:35Zou wij nooit zeggen.
57:41En dat hebben we in onze opvoeding te danken.
57:44Dat we inmiddels wel zo slim zijn om te weten.
57:47Ja, wij zijn zonder.
57:49En we kunnen de wet niet onderhouden.
57:51We hebben alle tien geboden zwaarlijk overtreden.
57:55En zijn tot alle boosheid geneigd.
57:58En nou een vraag.
58:01Hebt u dat geleerd uit de katechismes?
58:04Of heeft Gods geest jou dat geleerd in jouw hart?
58:11Als u dat alleen maar weet uit de katechismes.
58:15Dan raakt het je niet.
58:18Dan weet je het wel verstandelijk.
58:22Maar het raakt je niet.
58:23Je hart blijft heel.
58:26Maar als Gods geest het je leert.
58:28Dat je tegen alle geboden Gods.
58:32En die wet is heilig, rechtvaardig en goed.
58:37Zwaarlijk overtreden, dus niet een beetje.
58:41Dus vergeleken met een ander heb ik het toch niet zo slecht afgebracht.
58:47Nee, zwaarlijk overtreden.
58:50En ik ben geneigd tot alle boosheid.
58:58Dan bent u de slechtste man of vrouw of kind van de hele kerk.
59:05En dan kijk je nou hier die zaal rond.
59:08Kijk je al die mensen aan.
59:10En dan denk je, al die mensen zijn beter dan ik.
59:16Of heb je zo nog nooit gekeken naar de mensen om je heen?
59:23Dus wij zijn wel zo wijs.
59:27En het is te vrezen verstandelijk dat we dit niet zeggen.
59:33Maar die jongen zegt wel.
59:35Doch hij antwoordende zeide tot hem, meester.
59:39Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jongheid af.
59:43En het was waar.
59:44Het was echt waar.
59:47Hij had geen overspel gedaan.
59:50Hij had nooit iemand gedood.
59:52Hij had niets gestolen.
59:55Hij had geen valse getuigenis gegeven.
59:58Hij had niemand tekort gedaan.
1:00:00En hij had zijn vader en moeder altijd netjes behandeld.
1:00:07En dat meendaaien was oprecht.
1:00:13Dan denk je natuurlijk, ja, maar hoe
1:00:18zit het dan met de zonde van je hart?
1:00:23Maar de joden in die tijd, die keken naar de buitenkant.
1:00:27Dus ging het om wetsonderhouding.
1:00:30Dan dachten ze, God kijkt naar je.
1:00:34Wat je zegt, wat je doet, wat je laat, je levenswandel.
1:00:40En inderdaad, deze jongeman had in uiterlijke zin die wet nooit verbroken.
1:00:52En misschien mag u dat ook wel zeggen.
1:00:55Ik heb geen overspel gedaan.
1:00:58Ik heb nooit iemand vermoord.
1:01:00Ik ben ook geen dief.
1:01:02Ik heb niet gelogen.
1:01:04Ik heb mijn ouders altijd goed behandeld.
1:01:09Als dat zo is, zul je dan de heren daarvoor danken?
1:01:15Want wat onderscheidt jou?
1:01:18Alleen dat God je vastgehouden heeft.
1:01:23En misschien zit er ook iemand hier...
1:01:26Weet ik niet.
1:01:28Die wel weg zou willen kruipen of door de grond zakken.
1:01:32En hard uitroepen.
1:01:34O God, wees mij de zon daar genadig.
1:01:40Want ik heb een puinhoop van mijn leven gemaakt.
1:01:44O, kon ik dat maar zeggen.
1:01:46Maar ik kan het niet zeggen.
1:01:48En ik kan het ook niet meer overdoen.
1:01:52Maar deze jongen heeft inderdaad keurig geleefd.
1:02:00Wel een voorbeeld jongeren.
1:02:04Dat is toch waar?
1:02:07Als je toch een jongere zou zien, altijd keurig.
1:02:12Geen iemand die in het feestleven zich te buiten gaat of veel te veel drinkt.
1:02:21Maar deze keurige, nette, serieuze jongen.
1:02:26Hij leeft er echt naar.
1:02:29Het is niet zo'n fariseer die eigenlijk in het donker toch stiekem een paar dingen doet die niet kunnen.
1:02:36Hij heeft het.
1:02:38Echt gemeend.
1:02:41En dan komt de tekst die we helemaal niet begrijpen.
1:02:47En Jezus hem aanziende, beminde hem.
1:02:51Dus de Heer kijkt hem aan en neemt hem op.
1:02:56En de Heer kijkt dwars door iemand heen.
1:03:01Hij ziet hem met aandacht aan.
1:03:04En hij beminde.
1:03:09Wat het beter gevonden als er nou stond en Jezus hem aanziende.
1:03:15walgde van hem en zei, ga het heen, blinde fariseer.
1:03:21Hij staat er niet.
1:03:27Vindt u dat nou niet vreemd, dat de Heer hem bemint?
1:03:37Vindt u het niet vreemd als de Heer u niet bemint?
1:03:43Ik denk dat die twee vragen samenhangen.
1:03:48Als ik denk dat ik daar toch best aardig van terechtgebracht heb, dan
1:03:54zou ik het vreemd vinden als de Heer mij niet bemint.
1:04:02En dan kan ik het niet uitstaan dat de heren die, die, die vrome jongen, die geen enkele ontdekking heeft, dat zie je toch, dat hij hem bemint.
1:04:15Maar het staat er, hè.
1:04:17Hij bemint.
1:04:21En hij zegt erbij, en dat zei de heren niet tegen iedereen, dit is een bijzonder voorrecht.
1:04:29Hij zegt, jongeman, één
1:04:34ding ontbreekt u.
1:04:35Ga heen, verkoop...
1:04:38Alles wat ge hebt en geeft het den armen.
1:04:41Ge zult een schat hebben in de hemel.
1:04:43Kom herwaarts, neem het kruis op en volg mij.
1:04:47Dus hij nodigt deze jongen uit om zijn volgeling te worden.
1:04:55En de discipelen staan ondertussen met
1:05:01de oren te klapperen.
1:05:03Ze hebben hem er heel graag bij,
1:05:07want...
1:05:11Op de manier waarop die mensen dachten in die tijd, was dat een jonge man nou.
1:05:17Als je die toch tot een volgeling kon krijgen.
1:05:21Nou, dan heb je het goed getroffen met zo iemand.
1:05:25Dus de discipelen denken, nou, als die bij ons kan komen, dat is niet verkeerd.
1:05:33Alleen ze horen hun heren zeggen dat hij daar een eis aan verbindt.
1:05:39Verkoop alles wat je hebt.
1:05:42En geef het de armen.
1:05:44En ze dachten, welke rabbi doet dat nou?
1:05:47Dat doet niemand.
1:05:50Maak het er nou niet zo moeilijk.
1:05:52En nodig gemuid om ons te volgen.
1:05:54En verbind er niet van die onmogelijke voorwaarden aan.
1:05:58Maar dat doet de heren wel.
1:06:01Hij verbindt daar onmogelijke voorwaarden aan.
1:06:04En zegt, jongen, verkoop alles wat je hebt.
1:06:09Alles.
1:06:11Dat geef je allemaal weg.
1:06:14Dan kom je terug naar mij toe.
1:06:16Word je mijn volgeling?
1:06:18Neem je kruis maar op, want we gaan naar Jeruzalem.
1:06:20Dan ga ik sterven.
1:06:21En
1:06:25dan moet je eens naar die jongen kijken.
1:06:29Hij staat daar en een paar seconden kan hij niets zeggen.
1:06:36En je ziet hoe dat in het nadenken is.
1:06:39Hij wordt van twee kanten aan hem getrokken.
1:06:42Aan de ene kant een volgeling van die beroemde rabbi uit Nazareth.
1:06:48Maar dat lijkt hem wel wat.
1:06:51Maar aan de andere kant alles opgeven en je handje ophouden.
1:06:57En van het gegeven leven en zomaar alles weggeven.
1:07:10Weet je waar die jongen op lijkt?
1:07:14Dat is iemand die een mooie jas nodig heeft en die gaat naar de winkel.
1:07:20En hij ziet toch een prachtige jas hangen.
1:07:24En hij voelt er eens aan.
1:07:27En dan kijkt hij naar het prijsje.
1:07:31Nee, doe maar niet.
1:07:33Het is een prachtige jas, maar dat ga ik er toch echt niet voor betalen.
1:07:40Dat zie je ook bij deze jongeman.
1:07:44Hij heeft begeerte in Christus.
1:07:48Hij heeft hoogachting voor hem.
1:07:50Hij wordt naar hem toegetrokken, op hem aangetrokken.
1:07:55Maar als het puntje bij paaltje komt,
1:07:59heeft hij er toch niet die prijs voor over.
1:08:03Nee.
1:08:06Voelt u nou?
1:08:08En eigenlijk is deze jongeman een confronterend voorbeeld...
1:08:15dat deze jongen zoveel heeft, je zou kunnen zeggen...
1:08:20wat is hij dichtbij gekomen, dichtbij Christus.
1:08:26En Christus in die liefdeogen gekeken.
1:08:30En
1:08:34toch gaat hij weg.
1:08:39Dat kan dus dat u worstelt met de zaken van de eeuwigheid.
1:08:45Dat u volgens het woord leeft.
1:08:51Dat u een zeer ernstige jonge man bent.
1:08:54Dat u naar Christus de toevlucht neemt met uw vragen.
1:09:03Dat u zijn liefde bespeurt in zijn ogen.
1:09:07En dan toch verwerpt.
1:09:12Prijsje.
1:09:13Nee, maar
1:09:15dat heb ik er niet voor over.
1:09:22Kun je begrijpen dat de discipelen geschokt achterblijven.
1:09:28Die jongen gaat weg en ze denken.
1:09:31Maar meester, waarom doet u dat nou?
1:09:34Welke rabbi vraagt er nou zoiets?
1:09:37Ja, de heren, wat
1:09:45is nou het verschil met een oprechte, hè?
1:09:48Dat wil u natuurlijk weten.
1:09:50Denk je, als deze jongen zo ver gekomen is...
1:09:53en
1:09:57het was toch niet oprecht...
1:10:01waar moet ik dan blijven?
1:10:08Deze jongen is nog verder dan ik.
1:10:11Wat is dan het verschil, heren, tussen iemand die...
1:10:16oprecht in Christus gelooft.
1:10:18En iemand die dat niet doet, wat is het verschil?
1:10:25Dat zal ik je eens proberen te zeggen, heel kort.
1:10:29Bij een oprechte is het een zaak van leven en dood.
1:10:35En als het een zaak van leven en dood is, heb je er alles voor over.
1:10:42Misschien ken je dat gedichtje, hè?
1:10:45Geef mij Jezus of ik sterf.
1:10:50Twee keuzes.
1:10:52Of Jezus.
1:10:54Of ik sterf van ellende.
1:10:58Maar deze rijke jongeling had nog een derde keuze.
1:11:05En dat is een
1:11:08teken dat je niet oprecht bent.
1:11:10Die jongen kon nog leven buiten Christus.
1:11:14Hij kon nog leven van zijn centjes.
1:11:19Leven buiten.
1:11:20Hij is heel dichtbij geweest.
1:11:24En
1:11:27heel ver weg.
1:11:29is hij bij Christus vandaan gegaan.
1:11:33Christus kan enige waarde voor je hebben.
1:11:37Dertig zilverlingen als worm over, hè?
1:11:40Maar niet alle waarde.
1:11:44Daarom vraagt de Heer Jezus aan Petrus...
1:11:47Simon, Jona's zoon,
1:11:51heb jij mij lief?
1:11:57Wat zegt nou je hart?
1:12:00Kun je je hart open doen en zeggen...
1:12:03Heren, kijk er maar in.
1:12:05U weet dat ik u lief heb.
1:12:08Petrus kon niet leven zonder Christus.
1:12:12Maria Magdalena kon niet leven zonder Christus.
1:12:16Zat een dode Jezus liever dan duizend werelden?
1:12:21Wie is hij voor je?
1:12:24Dus het kan heel ver gaan, hè?
1:12:27Dat andere mensen je al inzegen en denken, ja, maar jij komt er wel.
1:12:32Als God een goed werking in begonnen heeft, zal hij het volleindigen.
1:12:37Moet je niet doen, moet mensen je niet inzegenen.
1:12:42Je mag ze welkom heten in de strijd.
1:12:45Als ze Christus hebben leren kennen.
1:12:48En met zijn bloed gewassen zijn.
1:12:50Welkom in de strijd.
1:12:54En de discipelen die blijven achter.
1:12:58Denken wat is dit?
1:13:01En dat gebeurt in heel hoofdstuk 10.
1:13:04Dat de discipelen iedere keer.
1:13:07Dat de heren iets zegt of iets doet.
1:13:09Wat dwars tegen hen ingaat.
1:13:11Begin met echtscheiding.
1:13:13Dan met die kinderen.
1:13:14Hier met rijkdom.
1:13:16En de Heer zegt, en
1:13:19Jezus rondom ziende, dus hij kijkt die discipelen aan zo, en dan zegt hij, terwijl hij ze goed aankijkt,
1:13:31hoe bezwaarlijk zullen degenen die goed hebben in het Koninkrijk Gods inkomen.
1:13:38Discipelen verbaasd.
1:13:41Weet je waarom ze verbaasd zijn?
1:13:43De Joden dachten, als God heel veel van je houdt, hij veel geldt.
1:13:49Een soort welvaartsevangelie.
1:13:55Dus als je een gunsteling van de hemel bent, dan heb je rijkdom, gezondheid.
1:14:03Dan, ja, God zegent jou tijdelijk.
1:14:09Dus die discipelen denken, als zo'n rijke jongen,
1:14:14die dus een gezegende van de hemel moet wezen, anders ben je niet rijk.
1:14:20Als die er nou niet komt.
1:14:23Waar moeten wij dan blijven?
1:14:27Dus deze ontmoeting heeft hen diep geraakt.
1:14:32En de heren die zegt het nog scherper.
1:14:37Kinderen, hoe zwaar is het dat degenen die op het goed hun betrouwen zetten...
1:14:42in het koninkrijk gods ingaan.
1:14:44Het is lichter dat een kemel gaat door het oog van een naald...
1:14:49dan dat een rijke in het koninkrijk gods ingaat.
1:14:56Ik zit nu eens naar die deur te kijken, maar ik denk dat een kameel daar niet door kan.
1:15:01Moet hij door zijn knieën.
1:15:05Want een kameel is een heel groot beest.
1:15:09En in het Joodse land was een kameel het grootste dier wat ze kenden.
1:15:14Dus er staat hier een enorme kameel.
1:15:17Groot beest.
1:15:20En dan het oog van een naald.
1:15:23Nou, dat is
1:15:26halve millimeter.
1:15:28Iets meer.
1:15:31Dan voel je je wel aan.
1:15:33Het is absoluut onmogelijk om die kameel door het oog van een naald te krijgen.
1:15:45En nog onmogelijker is het dat een rijke het koninkrijk gods ingaat.
1:15:51Nog onmogelijker.
1:15:53Dus het is voor een kameel makkelijker om zich door het oog van een naald te persen.
1:15:58Als dat een rijke zalig kan worden.
1:16:01En dan zeggen de discipelen, en wij zeggen het ook.
1:16:04Wie kan dan zalig worden?
1:16:14Nu verwacht u van mij dat
1:16:17ik dit woord ga zo
1:16:20bijschaven...
1:16:22dat je toch gewoon je geld kunt houden.
1:16:26Dat verwacht u van mij, hè?
1:16:28Dat u straks naar buiten gaat met gelukkig...
1:16:31we hoeven niet alles te verkopen.
1:16:32Dat kan toch wel.
1:16:36Maar laten we het dus van een andere kant bekijken.
1:16:41Nederland is vanaf de jaren 50, 60 heel rijk geworden.
1:16:48Heeft Nederland dat dichter bij God gebracht?
1:16:54Ik denk dat u allemaal zult zeggen, nee.
1:17:00Dit rijke landje
1:17:04is een van de meest goddeloze landen op de wereld.
1:17:11Onze rijkdom heeft ons van God vervreemd.
1:17:17Onze wilde, onze luxe, ons vermaak, onze vakanties, onze leuke dingen doen.
1:17:26Ons geld, onze mooie huizen, onze luxe auto's.
1:17:30Ja, ik zal ophouden.
1:17:34Hebben ons niet dichter bij God gebracht.
1:17:44Wij als kerkmensen hebben daar natuurlijk ook van meegeprofiteerd.
1:17:53Heeft de rijkdom van de kerkmensen.
1:17:57En ik besef echt wel dat er ook in de kerk mensen zijn die hard moeten werken om alles rond te krijgen.
1:18:06Weet ik echt.
1:18:08Maar heeft de rijkdom van de kerkmensen...
1:18:11hun geld, hun mooie huizen...
1:18:15hun mooie auto's, hun dure kleding...
1:18:19heeft ze dat dichter bij God gebracht?
1:18:22Heeft dat alles u dichter bij God gebracht?
1:18:33Is het je niet opgevallen...
1:18:35dat een tijd van rijkdom en weelde...
1:18:39en voorspoed en luxe...
1:18:43nooit een bloeitijd voor de kerk is.
1:18:46Nooit.
1:18:54Is het dan toch niet heel waar wat de Heer hier zegt?
1:18:59Hoe zwaarlijk zullen mensen...
1:19:01die op geld en goed hun betrouwen zetten...
1:19:05in het Koninkrijk Gods ingaan?
1:19:12Dan moet je niet vanavond alles al verkopen.
1:19:18Want je kan ook arm zijn en een hebberig hart hebben.
1:19:22Dus het probleem zit niet zozeer in je geld...
1:19:24als in de manier waarop je daarmee omgaat.
1:19:29Abraham was ook rijk.
1:19:33Maar het zijn sterke benen die de wereld kunnen dragen.
1:19:37En in de praktijk is het niet dat ik geld heb...
1:19:41maar dat het geld mij heeft.
1:19:48Dus besef heel goed.
1:19:52Zit hier iemand die graag rijk wordt?
1:19:58Je staat heel gevaarlijk.
1:20:01De Bijbel zegt, het is een wortel van alle kwaad.
1:20:05Heeft God je gezegend met vele goederen?
1:20:09Dank God ervoor.
1:20:11En bid om een wijs hart om daarmee om te gaan.
1:20:15Ja?
1:20:16En denk aan die kameel.
1:20:18En het oog van een naald.
1:20:23Dus die discipelen, wie kan dan zalig worden?
1:20:28En dan zegt de Heer een woord met allemaal...
1:20:33Grote gouden hoofdletters.
1:20:36Ja.
1:20:39En Jezus kijkt ze weer aan.
1:20:43En zegt bij de mens is het onmogelijk.
1:20:47Zalig worden is bij mensen onmogelijk.
1:20:52Staat er toch he.
1:20:54Maar niet bij God.
1:20:56Alle dingen zijn mogelijk bij God.
1:21:02En misschien zit je daar nou wel net mee te worstelen.
1:21:05Met onmogelijk.
1:21:09Al jaren getopt, jaren geploeterd, jaren gezocht.
1:21:13En in plaats dat je nou langzaamaan dichter bij God komt, ga je langzaamaan steeds verder de verkeerde kant op.
1:21:25Nog harder, nog blinder, nog onbekeerder, nog doder, nog
1:21:31genadelozer dan ooit.
1:21:34Onmogelijk!
1:21:35En dan zegt de Heer, ja maar, dat is waar.
1:21:39Het is bij mensen onmogelijk,
1:21:43maar niet bij God.
1:21:48Dus wat gaan we nou doen vanavond?
1:21:52Heb je ook onmogelijkheden?
1:21:57Dan leggen we ze allemaal hier neer.
1:22:01Dus al je onmogelijkheden gaan we opstapelen.
1:22:06Genadeloos, onbekeerd, ongeschikt, onwillig.
1:22:09Ik heb helemaal niks.
1:22:11Hart als een steen.
1:22:12Ja, had ik maar iets, maar ik heb niks.
1:22:15Bovendien ben ik ook al op leeftijd.
1:22:17Ik zal wel een verworpene zijn.
1:22:21Al je onmogelijkheden.
1:22:24Al je
1:22:25inktzwarte onmogelijkheden.
1:22:29En als we ze allemaal opstapelen.
1:22:31Van jullie allemaal.
1:22:33Hebben we een hele grote berg onmogelijkheden.
1:22:37En dan zegt de Heer.
1:22:38En dan moet je nu naar boven kijken.
1:22:41En daar woont een almachtige God.
1:22:45En dan zegt hij.
1:22:46Kind.
1:22:48Al kan bij jou nooit meer.
1:22:51Maar bij mij kan het wel.
1:22:54Dus als hier iemand zit.
1:22:57Totaal onmogelijk.
1:23:01Zegt de Heer.
1:23:02Kijk dan eens omhoog.
1:23:04Want er is een machtige God.
1:23:07En wat bij jou nooit meer kan.
1:23:10Kan bij hem wel.
1:23:17Zul je dat nooit vergeten.
1:23:19Zul je nooit klein denken.
1:23:22Van de almacht van goddelijke genade.
1:23:26Zult u daar nooit klein van denken.
1:23:30Maar groot denken.
1:23:32Van de goddelijke.
1:23:35Almachtige ontfermingen.
1:23:39Alle dingen.
1:23:41Zijn mogelijk.
1:23:42Bij God.
1:23:44Dus al denk je onderhand.
1:23:46Dat je wel een verworpenen zal zijn.
1:23:52God kan je redden.
1:23:53U kunt gered worden.
1:23:56Is dat echt waar?
1:23:57Ja.
1:24:01En Petrus zegt.
1:24:04Ja maar heren.
1:24:05Wij hebben alles verlaten.
1:24:08Met andere woorden, wij zijn niet als die rijke jongeling.
1:24:12Wij hebben alles verlaten.
1:24:14En dat is waar.
1:24:16Want Petrus was met zijn vader bezig de netten aan het vermaken.
1:24:21En de heren riepen hem, volg mij.
1:24:24Ik zal je visser der mensen maken.
1:24:26En Petrus had alles uit zijn handen vallen.
1:24:29En hij volgde de heren.
1:24:32Direct.
1:24:33Hij verlaat dat bedrijf.
1:24:35Verlaat zijn huis.
1:24:37Verlaat zijn...
1:24:38Misschien wel gezin, weet ik niet.
1:24:41En wordt een volgeling van de heren.
1:24:45En dat geldt voor al die discipelen.
1:24:48Levi de tollenaar zat in zijn kantoortje geld te tellen.
1:24:52Volg mij.
1:24:53Hij laat alles achter.
1:24:54Hij doet de deur nog geen eens achter zich dicht.
1:24:58En hij volgt hem.
1:25:02En dan zegt de heren Petrus en mijn andere discipelen.
1:25:08Alles wat jullie hebben opgegeven voor mij.
1:25:12Zal ik je vergoeden.
1:25:14Je zult nooit tekortkomen.
1:25:17En ik zal alles wat je moet opgeven voor mij en het evangelie.
1:25:22Rijkelijk compenseren.
1:25:24Dat betekent.
1:25:26Dat als er iemand zit.
1:25:30Met een bepaalde zonde.
1:25:33Die die niet wil opgeven.
1:25:35En waarvan die heel goed weet.
1:25:38Die zonde staat tussen mij en God in.
1:25:42En toch kun je er niet vanaf.
1:25:45Als jij die zonde opgeeft, Christus zal jou compenseren.
1:25:53Heb jij ooit iemand ontmoet, een kind van God ontmoet...
1:25:58die zei dat hij spijt had dat hij ooit zijn hart aan Jezus gegeven had?
1:26:05Heb jij ooit eentje ontmoet?
1:26:08Ik niet.
1:26:09Dat kan ook niet, want die bestaan niet.
1:26:13Heb jij mensen ontmoet die op
1:26:19een oude dag gekomen beseffen...
1:26:22Dat de eeuwigheid dichterbij komt en ze zijn ongered.
1:26:26En die lopen met een nood van binnen.
1:26:31Had ik, had ik, had ik.
1:26:34O, had ik mijn leven maar beter besteed.
1:26:38Ken je die mensen?
1:26:42Ik heb er velen van ontmoet.
1:26:46Ze zeggen het niet, maar ze lopen met nood.
1:26:50Ik kan niet sterven.
1:26:53Ze hebben heel hun leven de bekering...
1:26:56Uitgesteld.
1:26:57En zijn ze oud.
1:26:58En de eeuwigheid komt eraan.
1:27:01Niet bereid.
1:27:05En de Heerde zegt.
1:27:06Petrus.
1:27:08Alles wat jij voor mij moet opgeven.
1:27:11Krijg jij.
1:27:12Honderd fouten terug.
1:27:14Moet je natuurlijk niet letterlijk opvatten.
1:27:16Niet de bedoeling.
1:27:18Maar alles wat je moet achterlaten.
1:27:21Voor hem.
1:27:25En het is in sommige landen.
1:27:27En culturen zo.
1:27:29Dat als je.
1:27:30Een christen wordt, word
1:27:34je door je familie verstoten.
1:27:38En misschien wel zitten ze je op het lijf om je van het leven te beroven.
1:27:43Je moet vluchten voor je leven.
1:27:45Je bent alles kwijt.
1:27:47Christus zegt, je zult er niet minder om worden.
1:27:51Ik zal je alles vergoeden.
1:27:54En dan vraagt Christus aan het einde van de reis.
1:27:58Heeft het je aan iets ontbroken?
1:28:00Dan zeggen ze, nee heren.
1:28:08En dan zegt de Heer in vers 31, maar vele eersten zullen de laatste zijn en vele die de laatste zijn de eerste.
1:28:18Weet je wat de Heer het daarmee wil zeggen?
1:28:21Petrus, zul je er niks van maken dat je alles verlaat hebt?
1:28:27Zul je daar geen grond van maken?
1:28:30Zul je nou niet denken dat je iets beter bent dan een ander?
1:28:35Ook Gods kinderen zijn zo geneigd om iets te worden.
1:28:39Zelfs met de genade Gods.
1:28:43Zul je toch niks maken van je verootmoedigingen.
1:28:48Van je overtuiging.
1:28:51Van je onwaardigheid.
1:28:53Van je heilwaardigheid.
1:28:57Zul je er geen grond van maken.
1:29:01En daar bedoelt hij mee.
1:29:02Vele eersten zullen de laatsten zijn.
1:29:05Kinderen van God die op een bekering gaan zitten.
1:29:11En niet meer uit Christus leven.
1:29:15Maar uit hun eigen bevindingen.
1:29:18Ze zullen zalig worden, dat is zo.
1:29:21Maar ze hebben een onvruchtbaar leven.
1:29:24En sommige laatste, de eerste.
1:29:28Denk aan Thomas.
1:29:30Dat was de laatste.
1:29:33Op eerste paasdag was hij er niet bij.
1:29:36Een week later was hij de laatste.
1:29:40En Christus komt in het midden.
1:29:43En Thomas haalt ze allemaal in.
1:29:48En hij spreekt de...
1:29:50Mooiste beleidenis uit.
1:29:51Van de hele Bijbel.
1:29:53Hij zegt.
1:29:54Mijn heren.
1:29:56En mijn.
1:30:00Amen.
1:30:0562 het zevende vers.
1:30:08Vertrouwt wat u begeert ook zij.
1:30:10Nooit op geweld of roverij.
1:30:1362 vers 7.
1:30:16Zullen
1:30:17[GEZANG]
1:32:11we samen danken.
1:32:15Dank u wel heren.
1:32:16Dat
1:32:18u niet te koop bent.
1:32:21Alleen te krijgen.
1:32:24En dat het niets kost en toch alles.
1:32:28Een zaak van leven en dood.
1:32:32Heren, als ze hier zijn, die daar wat van weten.
1:32:37Ben niet in de kuil gezonken.
1:32:40Maar dat u hun ziel liefelijk omhelst heeft.
1:32:46En ze vrede vonden in het bloed van de gekruisigde.
1:32:51Heren, die zijn door het oog van de naald gekropen.
1:32:57Het was onmogelijk.
1:32:59En toch is het gebeurd.
1:33:02Heer, u leidt uw kinderen van de ene onmogelijkheid naar de andere.
1:33:06En ze begrijpen er niets van.
1:33:09Maar u bent getrouw.
1:33:12Al die dingen zijn mogelijk bij u.
1:33:16Heren, dat die mensen hier dan niet...
1:33:20heel de dag naar hun onmogelijkheden gaan zitten kijken.
1:33:25Maar dat ze hun ogen mochten opheffen.
1:33:28Heren.
1:33:29Tot u die in de hemel woont.
1:33:33Om nooddrift te begeren.
1:33:36Om genade te begeren.
1:33:39Heren gedenk ze.
1:33:41Die altijd gedacht hebben.
1:33:44Dat nooit zou kunnen voor hen.
1:33:48Maar heren.
1:33:49Uw gedachten.
1:33:51Gaan veel hoger.
1:33:53Dan onze gedachten.
1:33:55Dank u wel heren.
1:33:57Duizend keer dank.
1:33:58Dat u doet.
1:34:00Wat bij mensen nooit meer kan.
1:34:03En dan krijgt u alleen de eer.
1:34:06Heren wil dan uw arme ellendelingen nog vertroosten.
1:34:11En dat ze nog moed mogen vatten.
1:34:14En zinde op u.
1:34:16Zinde op Jezus.
1:34:18De overste leidsman.
1:34:20En volleinde des geloofs.
1:34:23En hem geen seconde uit oog verliezen.
1:34:26En hen heren die buiten staan.
1:34:32O, wil u ze binnenbrengen en
1:34:36red hun zielen om Jezus' wil.
1:34:40Amen.
1:34:43Onze slotsang is 58 vers 8.
1:34:47De mens zal eerlang vrolijk zeggen.
1:34:51Gewis, de deugd geniet haar vrucht.
1:34:54Gods grootheid wordt terechtgeducht.
1:34:58Die loon en straf weet toe te leggen.
1:35:01Gewis, er is een God die leeft.
1:35:04En op deze aarde vonnis geeft.
1:35:07We zingen tot slot over het laatste oordeel.
1:35:12Uit Psalm 58, het achtste vers.
1:35:15[GEZANG]
1:37:16Gaat u een in vrede.
1:37:19En ontvang met een biddend hart de zegen des Heren.
1:37:23De genade van de Heer Jezus Christus.
1:37:27En de liefde van God de Vader.
1:37:31En de gemeenschap van de Heilige Geest.
1:37:35Zij met u allen.
1:37:38Amen.
1:37:38[GEZANG]