Markus 10: 17 - 31; [Gesprek, onderwijs en reactie]

woensdag 11 februari 2026 · 19:30 uur · Avonddienst · Ds. J. van Meggelen · 100 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:33maakt u bekend dat er in deze dienst drie collecten zijn.

9:36De eerste voor de diakonie, tweede voor de kerkvogdij en de derde voor het onderhoudsfonds.

9:43En deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen tot zover de afkondiging.

9:52Al onze hulp en enige verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt.

10:05Ewig leeft.

10:06En nooit zal laten varen.

10:09De werken zijn er handen.

10:12Amen.

10:15Genade zij u.

10:17En vrede.

10:19Van God de Vader.

10:21In Christus Jezus onze Heere.

10:25Door de Heilige Geest.

10:28Amen.

10:32Psalm 19.

10:34Het vijfde vers.

10:36Des Heere vrees is rein.

10:40Zij opent een fontein van heil.

10:43Dat nooit vergaat.

10:45Psalm 19,

10:47het vijfde vers.

10:50Noem

10:51[GEZANG]

13:36vanavond beleidenis van ons geloof.

13:39Met de woorden van de geloosbeleidenis van Isaiah.

13:43En zingen daarna uit Psalm 48, het vierde vers.

13:49Wij overheven majesteit.

13:53Gedenken uw weldadigheid.

13:56En wat ermee volgt uit 48 vers 4.

13:59Na onze geloosbeleidenis.

14:03Spreken ieder van u.

14:05In

14:06zijn of haar hart.

14:08Ik geloof in één God.

14:12De Almachtige Vader.

14:15Schepper des hemels en der aarde.

14:19Allerzienlijke en onzienlijke dingen.

14:22En in één Heere Jezus Christus.

14:26Den enige geboren zoon van God.

14:30Geboren uit de Vader.

14:31Voor alle eeuwen.

14:33God uit God.

14:35Licht uit licht.

14:37Waarachtig God uit waarachtig God.

14:40Geboren.

14:40Niet gemaakt.

14:42Van hetzelfde wezen.

14:44Met de Vader.

14:46Door welke alle dingen gemaakt zijn.

14:49Die om ons mensen.

14:50En om onze zaligheid.

14:53Is nedergekomen uit de hemel.

14:56En vlees geworden is van de Heilige Geest.

15:00Uit de maagd Maria.

15:02En een mens is geworden.

15:04Ook voor ons gekruisigd is.

15:07Onder Pontius Pilatus.

15:10Geleden heeft.

15:11En begraven is.

15:13En ten derde dagen opgestaan is naar de schriften.

15:17En opgevaren is ten hemel.

15:21Zit de rechterhand des vaders.

15:24En zal wederkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden.

15:32Wiens rijk geen einde zal hebben.

15:35En in de heilige geest die heren is en levend maakt.

15:40Die van de vader en de zoon uitgaat.

15:43Die tezamen met de vader en de zoon aangebeden en verheerlijkd wordt.

15:50Die gesproken heeft.

15:53Door de profeten.

15:54En één heilige, algemene en apostolische kerk.

16:00Ik beleid één doop tot vergeving der zonden.

16:06En ik verwacht de opstanding der doden.

16:10En het leven der toekomende eeuw.

16:13Amen.

16:17Gods

16:18[GEZANG]

18:47woord openen wij vanavond in het evangelie van Marcus.

18:52Tiende hoofdstuk.

18:54En ik lees u daarvan de verse 13 tot en met 31.

19:01Dus Marcus 10, vers 13 tot en met 31.

19:07En zij brachten kinderkunst tot hem, opdat hij ze aanraken zou.

19:15En de discipelen bestraften degene die ze tot hem brachten.

19:21Maar Jezus dat ziende nam het zeer kwalijk en zeide tot hen, laat de kinderkens tot mij komen en verhindert ze niet, want der zulken

19:33is het Koninkrijk Gods.

19:36Voorwaar zeg ik u, zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kinderke, die zal in hetzelfde geen zins ingaan.

19:49En hij omving ze met zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende hij dezelfde.

19:58En als zij uitging op de weg, liep een tot hem, en voor hem op de knieën vallende, vraagde hem, Goede meester, wat zal ik doen, opdat ik

20:10het eeuwige leven beërven?

20:13En Jezus zeide tot hem, Wat noemt ge mij goed?

20:18Niemand is goed dan één, namelijk God.

20:22Gij weet de geboden.

20:23Ge zult geen overspel doen.

20:26Ge zult niet doden.

20:28Ge zult niet stelen.

20:30Ge zult geen valse getuigenis geven.

20:33Ge zult niemand tekort doen.

20:35Eer uw vader en uw moeder.

20:39Doch hij antwoordende zeide tot hem.

20:42Meester, al deze dingen heb ik onderhouden.

20:46Van mijn jongheid af.

20:48En Jezus hem aanziende.

20:51Beminde hem.

20:52En zeide tot hem.

20:54Eén ding ontbreekt u.

20:56Ga heen.

20:58Verkoop alles wat ge hebt.

21:00En geef het een armen.

21:02En ge zult een schat hebben in de hemel.

21:05En kom erwaarts.

21:07Neem het kruis op.

21:09En volg mij.

21:11Maar hij.

21:13Treurig geworden zijnde.

21:15Over dat woord ging bedroefd weg, want hij had vele goederen.

21:22En Jezus rondom ziende zeide tot zijn discipelen, hoe bezwaarlijk zullen degenen die goed hebben in het koninkrijk gods inkomen.

21:35En de discipelen werden verbaasd over deze zijn woorden.

21:39Maar Jezus wederom antwoordende zeide tot hen, kinderen.

21:45Hoe zwaar is het dat degenen die op het goed hun betrouwen zetten in het koninkrijk gods ingaan.

21:54Het is lichter dat een kemel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke in het koninkrijk gods ingaat.

22:05En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander, wie kan dan zalig worden?

22:14Doch Jezus hen aanziende zeide, bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want alle dingen zijn mogelijk bij God.

22:26En Petrus begon tot hem te zeggen, zie, wij hebben alles verlaten en zijn u gevolgd.

22:33En Jezus antwoordende zeide, voorwaar zeg ik u lieden, er is niemand die verlaten heeft, huis of broeders of zusters.

22:44Of vader of moeder.

22:45Of vrouw of kinderen.

22:47Of akkers.

22:48Om mijnentwil.

22:49En dus evangelisch wil.

22:52Of hij ontvangt honderdvoud.

22:54Nu in deze tijd.

22:56Huizen en broeders.

22:58En zusters en moeders.

23:00En kinderen en akkers.

23:02Met de vervolgingen.

23:03En in de toekomende eeuw.

23:05Het eeuwige leven.

23:08Maar vele eersten.

23:10Zullen de laatste zijn.

23:12En velen.

23:14Die de laatste zijn.

23:16De eerste.

23:17Tot zover.

23:19Zullen

23:22wij samen Gods heilig aangezicht zoeken.

23:29Heren onze maker.

23:32En

23:34u weet wat van uw maaksel te wachten is.

23:41U weet wel wie wij zijn.

23:45Gevallen mensen.

23:48Geneigd u en elkaar te haten.

23:53En dan is dat iets onbegrijpelijks, dat

23:59u zulke mensen als wij zijn bij u in huis wil hebben.

24:06En dat de Bijbel al open lag toen we binnenkwamen.

24:12En dat wij het al gezien hebben.

24:18Deze heilige God wil

24:22nog steeds spreken met ons.

24:27En mag dat ons dan vervullen met hoge, wonderlijke gedachten van u.

24:34Wat moet u toch voor een God zijn.

24:38Dat

24:39u zoveel geduld hebt met mensen die u niets kunnen aanbrengen.

24:49Maar ook met zeer lage gedachten van onszelf.

24:54En dat wij des

24:58te meer met diep ontzag.

25:02Zullen spreken en luisteren.

25:07Omdat het een wonder is.

25:10Dat u tot ons spreken wil.

25:14Een wonder dat we het woord hebben.

25:17Een wonder dat er een kerk is.

25:21Dat u dienaren uitzendt.

25:26Dat uw woord bediend wordt.

25:29Sacramenten bediend.

25:32We hebben er nooit om gevraagd.

25:36Maar u gaf het alles.

25:40Ongevraagd.

25:41En dat wij hier zijn.

25:43Is niet omdat wij beter zijn dan een ander.

25:48Maar alleen omdat u zo goed voor ons bent.

25:54En doe ons dat opmerken heren.

25:57Dat

25:59u zo goed bent voor ons.

26:02En wij kunnen daar niets tegenover zetten.

26:07En beleiden u onze

26:11schande.

26:13Want zo hebt u ons toch niet gemaakt.

26:16Zoals we zijn.

26:19Mensen die u vergeten.

26:21Dagen zonder getal.

26:24U hebt ons goed en naar u even beeld gemaakt.

26:28Maar wij zelf hebben uw beeld verbreizeld.

26:35Een

26:36paar splintertjes zijn er nog van over.

26:40Meer niet.

26:44Heren en dat.

26:47Uw redenen genomen hebt in uzelf.

26:52Hebben wij ook niet omgevraagd.

26:56U hebt het zelf voorgenomen in uw eeuwige liefde.

27:02Om vele zondaren zalig te maken.

27:09Onwederstandelijk.

27:10Kunnen ze niet tegenhouden.

27:13Alleen omdat u het gewild hebt.

27:16En ze kunnen het ook niet bedarven.

27:20Want uw roeping is onberouwelijk, heren, dat aan zij die daar iets van weten mogen, van

27:31het wonder van uw opzoekende liefde, dat

27:38die in

27:41het stof mogen aanbidden,

27:44omdat u getrouw bent en

27:49uw liefde is onbreekbaar.

27:54En uw genadeverbond onwankelbaar.

28:00En die u lief hebt gehad, hebt u lief gehad tot het einde.

28:07En zij veranderen twintig keer op een dag, maar u verandert nooit.

28:14En als zij u niet zien, ziet u hen wel.

28:20Gedenk zo aan al deze mensen vanavond hier bijeen.

28:26En ook de mensen thuis luisterend.

28:29En we dragen elkaar aan u op.

28:34U weet waar nood is en zorg.

28:37U weet waar

28:40kruizen zijn.

28:44Verborgen kruizen.

28:47Openbare kruizen.

28:49En wij bidden u dat u ze heiligt.

28:53Wij

28:55willen er gelijk vanaf.

28:57Maar niet wat wij willen, heren.

29:01Maar wat u wilt.

29:03Want u hebt daar uw bedoelingen mee.

29:07En daarom heilig alle smart.

29:12En dat u alles wat wij niet willen gebruiken zou.

29:19Om ons eenswillend te maken met u.

29:23En te houden.

29:25U weet, heren, waar donkere wegen zijn.

29:31Waar raadsels zijn.

29:34En waar bange vrees het hart vervult.

29:39Maar wilt u die nog beschijnen met uw heerlijk licht.

29:46En u geeft hen die op u hopen.

29:49Geen schijnwerper in hun leven.

29:53Maar een lamp voor hun voet.

29:56En een licht op hun pad.

29:59En leer ze dan volgen zonder vragen.

30:05Want de weg achter u is nooit onbegaanbaar.

30:12We dragen de gemeente aan u op.

30:15Allen die een taak hebben in deze dienst.

30:18Ook de raderkerk, heren.

30:22Al die zielen die tot de gemeente behoren.

30:28En dat zij toch eens zullen wegen voor

30:33onszelf.

30:35Dat wij zullen beseffen dat we een ziel hebben.

30:42Maar ook hen die een ambt ontvangen hebben.

30:46Dat

30:47al die zielen mogen wegen op het hart.

30:53En wat is dat dan een verantwoordelijkheid?

30:58Wilt u daarom zelf het woord bedienen vanavond en toepassen?

31:03Er kan geen mens u alleen.

31:07En mogen dan onze ogen op u geslagen zijn.

31:11En dat wij niets van onszelf of van een mens verwachten.

31:18En alles van u.

31:20Heer, hoe zouden wij enige verwachting van u durven hebben.

31:27Als u het niet zelf gezegd had.

31:32Zoek mijn aangezicht.

31:36Dat u het niet zelf gezegd had.

31:39Roep mij aan.

31:42Terwijl ik nabij ben.

31:45Gij die zo nabij zijt.

31:49Misschien zijn wij heel ver weg.

31:53Maar u niet.

31:56Schenk ons gesmolten harten.

32:00En

32:03dat wij berauw zullen hebben.

32:08En dat u Heer Jezus.

32:11Meer waarde voor ons zou krijgen.

32:15Dan dertig zilverlingen.

32:17Alle waarde.

32:21En dat u uzelf voor het eerst of opnieuw maakt de allerkostbaarste.

32:32Wij bidden u om de leiding van uw heilige geest.

32:37En dat u wegnemen zou alles wat de loop van uw woord in de weg kan staan.

32:45Dat u duivels werken verbreekt en uw eigen werken verheerlijkt.

32:55Mag worden uitgeroepen.

32:57Drie enige God.

32:59U zij al de eer.

33:03Amen.

33:09De tekst voor vanavond is de geschiedenis die bij ons bekend staat als de rijke jongeling.

33:17En dat is uit Marcus 10 vers 17 tot 31.

33:24En

33:26ik lees u vers 20.

33:30En het eerste stukje van 21.

33:33Toch hij antwoordende zeide tot hem.

33:37Meester.

33:38Al deze dingen heb ik onderhouden.

33:41Van mijn jongheid af.

33:43En Jezus hem aanziende.

33:46Beminde hem.

33:48Drie punten vanavond.

33:50Eerst.

33:51Dat de heren in gesprek is met die jongeman.

33:57Ten tweede het onderwijs wat de heren aan zijn discipelen geeft.

34:02En ten derde de reactie van de discipelen.

34:07Dus eerst het gesprek van de heren met die jongeman.

34:12Ten tweede het onderwijs van de heren aan zijn discipelen.

34:18En dan hun reactie daarop.

34:21Marcus 10 vers 17 tot 31.

34:26En wij gaan er nog van zingen.

34:30Absalom 119.

34:32Vers 64 en vers 69.

34:36[GEZANG]

35:03Uw straf beantwoord aan uw eer.

35:07Noemde nu 64 en 69 uit psalm 119.

35:13De

35:14[GEZANG]

40:50Heer Jezus is op weg naar zijn dood.

40:56Hij

40:58is al uit Galilea vertrokken.

41:00Hij is in het Jordaan gebied.

41:03En straks zal hij richting Jeruzalem gaan.

41:07Met de bedoeling.

41:09Om daar te lijden en te sterven.

41:13En dan komt er iemand op hem af.

41:15Iemand die heel hard naar hem toe loopt.

41:19En voor

41:23de heren neervalt.

41:24En knielt en zegt goede meester.

41:30En wij weten al wie het is.

41:34En er staat in deze Bijbel ook hierboven de rijke jongeling.

41:41Maar Marcus die zegt alleen, hij noemt hem één, dus iemand.

41:46En later zegt hij vele goederen.

41:50En we weten uit de andere evangelieën, Lucas en Matthäus, dat hij jong was en dat hij een overste was.

42:03Dus hij was een jong mens, een jonge man, met veel bezittingen.

42:11En een hoge positie in de samenleving.

42:16En de meeste oversten moesten niets van de Heer hebben.

42:21Maar deze oversten wel.

42:24Iedereen kan zien wat hij doet.

42:26Hij schaamt zich daar niet voor.

42:28Het is geen Nicodemus die midden in de nacht naar hem toe komt.

42:34Maar openlijk beleidt hij zijn hoogachting voor de Heer Jezus Christus.

42:45En wij vinden die rijke jongeling een nare man, hè.

42:49Dat is ons vooroordeel.

42:51Die rijke jongeling die notabene zegt van...

42:56Ik heb al die geboden onderhouden.

42:59Denk je, hoe blind kun je zijn?

43:03Wat een blinde fariseer.

43:06Nee, dat zouden wij toch nooit zeggen.

43:11Maar ondertussen heeft

43:14die jonge man wel heel veel...

43:19Wat hem eigenlijk heel sympathiek maakt.

43:23Dus ik ga het vanavond toch voor die jongen opnemen.

43:28En ik hoop dat u het met mij eens bent.

43:31Deze jongen is geen nare man.

43:34Of een blinde fariseer.

43:37Of een onuitstaanbaar vroom mannetje.

43:41Maar misschien

43:45heeft hij wel veel meer dan wij.

43:49Wat is dat namelijk voor iemand?

43:52Later zal blijken dat hij een...

43:54Keurig leven heeft.

43:57Dat hij onberispelijk leeft.

44:00Hij heeft niet alleen een mooie beleidenis.

44:02Hij leeft er ook echt naar.

44:04En toch heeft hij daar geen vrede mee.

44:09Dus hij is zeer godsdienstig.

44:12Zeer wetgetrouw.

44:16En hij heeft geen vrede.

44:18Hij is zoekende.

44:21En hij valt voor de heren aan de voeten neer.

44:26Hij spreekt hem aan met goede meester.

44:29En dat was in die tijd iets ongebruikelijks, om een meester zo aan te spreken.

44:36En hij legt hem zijn levensvraag voor.

44:39Goede meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?

44:47Letterlijk staat er, wat moet ik gedaan hebben om het eeuwige leven te ontvangen?

44:56Hoeveel jonge mannen kent u die...

45:02Bezig zijn met de vragen van het eeuwige leven.

45:07Hoeveel jonge mannen en jonge vrouwen kent u?

45:12En als u zelf iets ouder bent, moet je afvragen.

45:16Toen ik jong was, was ik toen bezig met de dingen van de eeuwigheid.

45:22Deze rijke jongeling wel.

45:27Het houdt hem intens bezig.

45:31Het eeuwige leven.

45:33Hoe zal ik het verkrijgen?

45:37We zouden zeggen het is een zoekende jongen.

45:45En waar zoekt hij het?

45:46Waar gaat hij heen met die levensvraag?

45:50Naar Christus toe.

45:53Hij heeft zo'n hoogachting voor Christus.

45:57Hij valt aan zijn voeten.

46:00Goede meester, zegt hij.

46:02En dat betekent, en

46:05later zal blijken...

46:06dat hij geen zaligmakende kennis van Christus heeft.

46:12Maar hij heeft wel een hoge achting voor hem.

46:14En hij wordt op hem aangetrokken.

46:16En hij weet één ding.

46:19Deze rabbi uit Nazareth kan mijn levensvraag beantwoorden.

46:25Een hoge achting voor Christus.

46:28En hij kon met grote snelheid op hem aflopen.

46:32Valt aan zijn voeten.

46:34Smeekt tot hem.

46:35O heren, wat moet ik nou gedaan hebben om het eeuwige leven te beërven?

46:41Kent u jongeren met een diepe hoogachting voor de Heer Jezus?

46:51Ken je ze?

46:53Was jij vroeger zo, toen je jong was?

46:56Had je een hoogachting voor Christus?

47:00En met de vragen waarmee je liep, je zielennood, je hartenvragen, heb je de Heer aangelopen als een waterstroom?

47:14En daarbij komt dan nog zijn onberispelijk leven.

47:22En dan voel je wel, er zijn helemaal niet veel jongens, jonge mannen en jonge vrouwen, die het zo ver brengen als deze rijke jongeling.

47:34En

47:39als die zich bij deze gemeente zou willen aansluiten, dan

47:44denkt de kerkenraad misschien wel, welkom jongen, kwamen er elke week maar zulke jongens.

47:51De gemeente aanvullen.

47:54Wat een voorbeeldige, ernstige, zoekende jongen.

48:01Hij heeft het nog niet, dat weet hij heel goed...

48:04maar hij zoekt ernaar en het houdt hem bezig.

48:08En eigenlijk, moet je niet doen natuurlijk...

48:12maar dan ben je als dominee of kerkenraad toch wel een beetje geneigd...

48:18om zo'n jongen toch al een klein beetje in te zegenen.

48:24Volgens mij zit daar iets, een goed werk van de heren in.

48:30Dus

48:34deze rijke jongeling is helemaal geen naar iemand, maar het is een heel sympathiek iemand.

48:44Vindt u niet?

48:45Ik heb u niet kunnen overtuigen.

48:47Heel sympathiek iemand.

48:50Maar de heren stelt hem wel gelijk een vraag.

48:55Goede meester, zegt hij.

48:57En dan zegt Jezus tot hem, wat noemt ge mij goed?

49:03Niemand is goed dan één, namelijk God.

49:07Nou moet je niet denken dat de Heer het daarmee zegt dat hij dus geen God is.

49:12Dat zegt hij niet.

49:14Maar hij wil die jongen aan het denken zetten en zeggen, jongeman, waarom noem je mij goed?

49:20Niemand is toch goed dan God alleen?

49:23Dus besef jij wel wat jij zegt.

49:29Ben bang voor niet.

49:31Ik ben bang dat hij het niet beseft heeft.

49:34Maar daarom dus wel die onderzoekende vraag.

49:38En de Heer is niet gediend van onze vleiende woorden.

49:42Helemaal niet.

49:43En hij zegt, maar jongen, als je mij nou goed noemt...

49:47wat

49:49bedoel je daar dan precies mee?

49:51Wil je mij dan denken, benoemen dat ik Gods zoon ben?

49:58Is dat je bedoeling?

50:02De Heer wacht het antwoord niet af.

50:05En hij zegt, maar jongeman, wat jij moet doen om het eeuwige leven te beërven, dat weet je toch zelf ook wel?

50:15En dan, ja,

50:18wat zou u eigenlijk zeggen als u met iemand in gesprek was en die ook liep met die dingen van de eeuwigheid?

50:28Hoe kom ik ooit tot God bekeerd?

50:32Hoe zal ik toch ten hemel ingaan?

50:38Hoe kan ik nou weten dat het goed is met me?

50:41Er zitten mensen mee, hè?

50:43Hoe kan ik toch weten dat het goed is?

50:48Dat ze mensen, ze hebben wat, ze missen wat.

50:51En ze denken, ben ik nou een kind van God?

50:53Ben ik het niet.

50:55En misschien zit u ook wel met die vraag.

50:57Ben ik nu binnen?

50:59Ben ik buiten?

51:01Wat zou je dan zeggen?

51:05In ieder geval niet wat de Heer hier zegt.

51:10De heren houdt deze jongeman de

51:16geboden voor.

51:19En niet de eerste tafel der wet die gaan over God.

51:22Maar de tweede tafel van de wet die gaan over je naaste.

51:26Dus het gaat over de naaste liefde.

51:28Dus, jongeman, maar dat weet je toch.

51:31Hoef je toch niet aan mij te vragen.

51:33Gij weet de geboden.

51:35Gij zult geen overspel doen.

51:38Gij zult niet doden.

51:39Ge zult niet stelen.

51:42Gezult geen valse getuigenis geven.

51:45Gezult niemand tekort doen.

51:46Eer uw vader en uw moeder.

51:49Dus wij herkennen in deze

51:53raadgeving van de heren.

51:56De tweede tafel van de goddelijke wet.

51:59Alleen in een iets andere volgorde.

52:02En er staat een gebod extra bij.

52:05Gezult niemand tekort doen.

52:06En er ontbreekt een gebod.

52:12Vindt u het niet vreemd dat de heren hem de geboden voorhoudt?

52:18Ja, maar heren, dat kun je toch niet doen?

52:21Die man kan toch niet met doen, doen, laten, laten de hemel binnengaan?

52:29U wijst die jonge man de weg van het werkverbond op.

52:36Laten we maar niet denken dat we het beter weten dan de heren.

52:42In ieder geval laat de heren hiermee zien hoe intens hij...

52:49De wet van zijn vader bemint.

52:54Dus als er iemand was die kon zeggen.

52:58Hoe lief heb ik uw wet.

53:00Sinds mijn betrachting de ganze dag.

53:02Was het de Heer Jezus.

53:05Had zijn vader hartelijk lief.

53:10Had de tien geboden hartelijk lief.

53:14En ik weet één ding.

53:17Als u een kind van God bent.

53:20Hebt u de wet.

53:22Hartelijk lief.

53:23Maar niet om die te gebruiken als een laddertje...

53:27om mee naar de hemel te klimmen.

53:30Je kunt niet verdienen.

53:33Maar waarom dan dit antwoord op die vraag?

53:38Wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?

53:45Dan moet je daar eens een tekst naast houden.

53:48En die hoef je niet op te zoeken.

53:50Die zal ik wel een stukje van voorlezen.

53:53En dat is als de Heer Jezus in Matthäus 25 iets vertelt over het laatste oordeel.

54:03En dan zegt hij dat de mensheid in twee groepen verdeeld is.

54:08En wij staan daar dan ook bij, hè?

54:12Twee groepen.

54:15De Heer Jezus is teruggekeerd uit de hemel en hij is op aarde op een schitterende troon.

54:22En naar zijn rechterhand staan alle kinderen van God.

54:28En zullen jullie daar dan ook bij zijn?

54:32En aan de linkerhand staan alle goddelozen.

54:40Nee, en een derde groep is er dus niet.

54:44En dan zegt de Heer het tegen die mensen aan zijn rechterhand.

54:50En dat kunnen wij dan nog wel begrijpen dat de Heer dat zegt.

54:55Komt gij gezegende mijns vaders.

54:58Beërft dat koninkrijk.

55:00Het welk u bereid is van de grondlegging der wereld.

55:07En wat komt er dan?

55:11Want ik ben hongerig geweest en je hebt mij te eten gegeven.

55:15Ik ben dorstig geweest en je hebt mij te drinken gegeven.

55:19Ik was een vreemdeling, je hebt mij geherbergd, enzovoort.

55:23Daar hebben ze het niet mee verdiend.

55:26Maar zie je hoe dat de heren in het eindoordeel...

55:33ons zal oordelen op grond van wat we gedaan hebben?

55:42Niet dat u de zaligheid daarmee verdienen kunt, maar

55:47wat er in je hart zit, dat komt er ook uit.

55:51Dus als er liefde in je hart zit, goddelijke liefde in je hart, komt die liefde er ook uit.

55:58Haat kun je nog verbergen, liefde niet.

56:03En daarom zal de Heer de mensen en ook ons beoordelen op hoe wij geleefd hebben.

56:11En waarom bekeert God mensen?

56:15Daar was over nagedacht, waarom doet God dat eigenlijk?

56:21En sommige mensen denken, nou als ik eenmaal bekeerd ben, dan ben ik er.

56:26Dan ben ik gearriveerd.

56:28Ik hoop dat u dat niet heel lang denkt, want dan begint het pas uiteindelijk.

56:34En waarom bekeert God mensen?

56:37Zodat die mensen weer gaan doen waarvoor ze geschapen zijn.

56:43God lief hebben en hun naaste lief hebben.

56:46En dan zal God daar in het eindoordeel op terugkomen.

56:55Heb jij God lief gehad?

56:57Heb jij je naaste lief gehad?

57:04Dus vandaar dat de Heer het dat ook zegt tegen die jongen.

57:09Hij zet hem als het ware voor de rechters toe.

57:12In het licht van de eeuwigheid.

57:15Als de beslissing zal vallen.

57:17Jongen, weet je wanneer je het eeuwige leven binnengaat?

57:22Als jij jouw naaste...

57:25In oprechtheid heb lief gehad.

57:32En wat zegt die man dan?

57:35Zou wij nooit zeggen.

57:41En dat hebben we in onze opvoeding te danken.

57:44Dat we inmiddels wel zo slim zijn om te weten.

57:47Ja, wij zijn zonder.

57:49En we kunnen de wet niet onderhouden.

57:51We hebben alle tien geboden zwaarlijk overtreden.

57:55En zijn tot alle boosheid geneigd.

57:58En nou een vraag.

58:01Hebt u dat geleerd uit de katechismes?

58:04Of heeft Gods geest jou dat geleerd in jouw hart?

58:11Als u dat alleen maar weet uit de katechismes.

58:15Dan raakt het je niet.

58:18Dan weet je het wel verstandelijk.

58:22Maar het raakt je niet.

58:23Je hart blijft heel.

58:26Maar als Gods geest het je leert.

58:28Dat je tegen alle geboden Gods.

58:32En die wet is heilig, rechtvaardig en goed.

58:37Zwaarlijk overtreden, dus niet een beetje.

58:41Dus vergeleken met een ander heb ik het toch niet zo slecht afgebracht.

58:47Nee, zwaarlijk overtreden.

58:50En ik ben geneigd tot alle boosheid.

58:58Dan bent u de slechtste man of vrouw of kind van de hele kerk.

59:05En dan kijk je nou hier die zaal rond.

59:08Kijk je al die mensen aan.

59:10En dan denk je, al die mensen zijn beter dan ik.

59:16Of heb je zo nog nooit gekeken naar de mensen om je heen?

59:23Dus wij zijn wel zo wijs.

59:27En het is te vrezen verstandelijk dat we dit niet zeggen.

59:33Maar die jongen zegt wel.

59:35Doch hij antwoordende zeide tot hem, meester.

59:39Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jongheid af.

59:43En het was waar.

59:44Het was echt waar.

59:47Hij had geen overspel gedaan.

59:50Hij had nooit iemand gedood.

59:52Hij had niets gestolen.

59:55Hij had geen valse getuigenis gegeven.

59:58Hij had niemand tekort gedaan.

1:00:00En hij had zijn vader en moeder altijd netjes behandeld.

1:00:07En dat meendaaien was oprecht.

1:00:13Dan denk je natuurlijk, ja, maar hoe

1:00:18zit het dan met de zonde van je hart?

1:00:23Maar de joden in die tijd, die keken naar de buitenkant.

1:00:27Dus ging het om wetsonderhouding.

1:00:30Dan dachten ze, God kijkt naar je.

1:00:34Wat je zegt, wat je doet, wat je laat, je levenswandel.

1:00:40En inderdaad, deze jongeman had in uiterlijke zin die wet nooit verbroken.

1:00:52En misschien mag u dat ook wel zeggen.

1:00:55Ik heb geen overspel gedaan.

1:00:58Ik heb nooit iemand vermoord.

1:01:00Ik ben ook geen dief.

1:01:02Ik heb niet gelogen.

1:01:04Ik heb mijn ouders altijd goed behandeld.

1:01:09Als dat zo is, zul je dan de heren daarvoor danken?

1:01:15Want wat onderscheidt jou?

1:01:18Alleen dat God je vastgehouden heeft.

1:01:23En misschien zit er ook iemand hier...

1:01:26Weet ik niet.

1:01:28Die wel weg zou willen kruipen of door de grond zakken.

1:01:32En hard uitroepen.

1:01:34O God, wees mij de zon daar genadig.

1:01:40Want ik heb een puinhoop van mijn leven gemaakt.

1:01:44O, kon ik dat maar zeggen.

1:01:46Maar ik kan het niet zeggen.

1:01:48En ik kan het ook niet meer overdoen.

1:01:52Maar deze jongen heeft inderdaad keurig geleefd.

1:02:00Wel een voorbeeld jongeren.

1:02:04Dat is toch waar?

1:02:07Als je toch een jongere zou zien, altijd keurig.

1:02:12Geen iemand die in het feestleven zich te buiten gaat of veel te veel drinkt.

1:02:21Maar deze keurige, nette, serieuze jongen.

1:02:26Hij leeft er echt naar.

1:02:29Het is niet zo'n fariseer die eigenlijk in het donker toch stiekem een paar dingen doet die niet kunnen.

1:02:36Hij heeft het.

1:02:38Echt gemeend.

1:02:41En dan komt de tekst die we helemaal niet begrijpen.

1:02:47En Jezus hem aanziende, beminde hem.

1:02:51Dus de Heer kijkt hem aan en neemt hem op.

1:02:56En de Heer kijkt dwars door iemand heen.

1:03:01Hij ziet hem met aandacht aan.

1:03:04En hij beminde.

1:03:09Wat het beter gevonden als er nou stond en Jezus hem aanziende.

1:03:15walgde van hem en zei, ga het heen, blinde fariseer.

1:03:21Hij staat er niet.

1:03:27Vindt u dat nou niet vreemd, dat de Heer hem bemint?

1:03:37Vindt u het niet vreemd als de Heer u niet bemint?

1:03:43Ik denk dat die twee vragen samenhangen.

1:03:48Als ik denk dat ik daar toch best aardig van terechtgebracht heb, dan

1:03:54zou ik het vreemd vinden als de Heer mij niet bemint.

1:04:02En dan kan ik het niet uitstaan dat de heren die, die, die vrome jongen, die geen enkele ontdekking heeft, dat zie je toch, dat hij hem bemint.

1:04:15Maar het staat er, hè.

1:04:17Hij bemint.

1:04:21En hij zegt erbij, en dat zei de heren niet tegen iedereen, dit is een bijzonder voorrecht.

1:04:29Hij zegt, jongeman, één

1:04:34ding ontbreekt u.

1:04:35Ga heen, verkoop...

1:04:38Alles wat ge hebt en geeft het den armen.

1:04:41Ge zult een schat hebben in de hemel.

1:04:43Kom herwaarts, neem het kruis op en volg mij.

1:04:47Dus hij nodigt deze jongen uit om zijn volgeling te worden.

1:04:55En de discipelen staan ondertussen met

1:05:01de oren te klapperen.

1:05:03Ze hebben hem er heel graag bij,

1:05:07want...

1:05:11Op de manier waarop die mensen dachten in die tijd, was dat een jonge man nou.

1:05:17Als je die toch tot een volgeling kon krijgen.

1:05:21Nou, dan heb je het goed getroffen met zo iemand.

1:05:25Dus de discipelen denken, nou, als die bij ons kan komen, dat is niet verkeerd.

1:05:33Alleen ze horen hun heren zeggen dat hij daar een eis aan verbindt.

1:05:39Verkoop alles wat je hebt.

1:05:42En geef het de armen.

1:05:44En ze dachten, welke rabbi doet dat nou?

1:05:47Dat doet niemand.

1:05:50Maak het er nou niet zo moeilijk.

1:05:52En nodig gemuid om ons te volgen.

1:05:54En verbind er niet van die onmogelijke voorwaarden aan.

1:05:58Maar dat doet de heren wel.

1:06:01Hij verbindt daar onmogelijke voorwaarden aan.

1:06:04En zegt, jongen, verkoop alles wat je hebt.

1:06:09Alles.

1:06:11Dat geef je allemaal weg.

1:06:14Dan kom je terug naar mij toe.

1:06:16Word je mijn volgeling?

1:06:18Neem je kruis maar op, want we gaan naar Jeruzalem.

1:06:20Dan ga ik sterven.

1:06:21En

1:06:25dan moet je eens naar die jongen kijken.

1:06:29Hij staat daar en een paar seconden kan hij niets zeggen.

1:06:36En je ziet hoe dat in het nadenken is.

1:06:39Hij wordt van twee kanten aan hem getrokken.

1:06:42Aan de ene kant een volgeling van die beroemde rabbi uit Nazareth.

1:06:48Maar dat lijkt hem wel wat.

1:06:51Maar aan de andere kant alles opgeven en je handje ophouden.

1:06:57En van het gegeven leven en zomaar alles weggeven.

1:07:10Weet je waar die jongen op lijkt?

1:07:14Dat is iemand die een mooie jas nodig heeft en die gaat naar de winkel.

1:07:20En hij ziet toch een prachtige jas hangen.

1:07:24En hij voelt er eens aan.

1:07:27En dan kijkt hij naar het prijsje.

1:07:31Nee, doe maar niet.

1:07:33Het is een prachtige jas, maar dat ga ik er toch echt niet voor betalen.

1:07:40Dat zie je ook bij deze jongeman.

1:07:44Hij heeft begeerte in Christus.

1:07:48Hij heeft hoogachting voor hem.

1:07:50Hij wordt naar hem toegetrokken, op hem aangetrokken.

1:07:55Maar als het puntje bij paaltje komt,

1:07:59heeft hij er toch niet die prijs voor over.

1:08:03Nee.

1:08:06Voelt u nou?

1:08:08En eigenlijk is deze jongeman een confronterend voorbeeld...

1:08:15dat deze jongen zoveel heeft, je zou kunnen zeggen...

1:08:20wat is hij dichtbij gekomen, dichtbij Christus.

1:08:26En Christus in die liefdeogen gekeken.

1:08:30En

1:08:34toch gaat hij weg.

1:08:39Dat kan dus dat u worstelt met de zaken van de eeuwigheid.

1:08:45Dat u volgens het woord leeft.

1:08:51Dat u een zeer ernstige jonge man bent.

1:08:54Dat u naar Christus de toevlucht neemt met uw vragen.

1:09:03Dat u zijn liefde bespeurt in zijn ogen.

1:09:07En dan toch verwerpt.

1:09:12Prijsje.

1:09:13Nee, maar

1:09:15dat heb ik er niet voor over.

1:09:22Kun je begrijpen dat de discipelen geschokt achterblijven.

1:09:28Die jongen gaat weg en ze denken.

1:09:31Maar meester, waarom doet u dat nou?

1:09:34Welke rabbi vraagt er nou zoiets?

1:09:37Ja, de heren, wat

1:09:45is nou het verschil met een oprechte, hè?

1:09:48Dat wil u natuurlijk weten.

1:09:50Denk je, als deze jongen zo ver gekomen is...

1:09:53en

1:09:57het was toch niet oprecht...

1:10:01waar moet ik dan blijven?

1:10:08Deze jongen is nog verder dan ik.

1:10:11Wat is dan het verschil, heren, tussen iemand die...

1:10:16oprecht in Christus gelooft.

1:10:18En iemand die dat niet doet, wat is het verschil?

1:10:25Dat zal ik je eens proberen te zeggen, heel kort.

1:10:29Bij een oprechte is het een zaak van leven en dood.

1:10:35En als het een zaak van leven en dood is, heb je er alles voor over.

1:10:42Misschien ken je dat gedichtje, hè?

1:10:45Geef mij Jezus of ik sterf.

1:10:50Twee keuzes.

1:10:52Of Jezus.

1:10:54Of ik sterf van ellende.

1:10:58Maar deze rijke jongeling had nog een derde keuze.

1:11:05En dat is een

1:11:08teken dat je niet oprecht bent.

1:11:10Die jongen kon nog leven buiten Christus.

1:11:14Hij kon nog leven van zijn centjes.

1:11:19Leven buiten.

1:11:20Hij is heel dichtbij geweest.

1:11:24En

1:11:27heel ver weg.

1:11:29is hij bij Christus vandaan gegaan.

1:11:33Christus kan enige waarde voor je hebben.

1:11:37Dertig zilverlingen als worm over, hè?

1:11:40Maar niet alle waarde.

1:11:44Daarom vraagt de Heer Jezus aan Petrus...

1:11:47Simon, Jona's zoon,

1:11:51heb jij mij lief?

1:11:57Wat zegt nou je hart?

1:12:00Kun je je hart open doen en zeggen...

1:12:03Heren, kijk er maar in.

1:12:05U weet dat ik u lief heb.

1:12:08Petrus kon niet leven zonder Christus.

1:12:12Maria Magdalena kon niet leven zonder Christus.

1:12:16Zat een dode Jezus liever dan duizend werelden?

1:12:21Wie is hij voor je?

1:12:24Dus het kan heel ver gaan, hè?

1:12:27Dat andere mensen je al inzegen en denken, ja, maar jij komt er wel.

1:12:32Als God een goed werking in begonnen heeft, zal hij het volleindigen.

1:12:37Moet je niet doen, moet mensen je niet inzegenen.

1:12:42Je mag ze welkom heten in de strijd.

1:12:45Als ze Christus hebben leren kennen.

1:12:48En met zijn bloed gewassen zijn.

1:12:50Welkom in de strijd.

1:12:54En de discipelen die blijven achter.

1:12:58Denken wat is dit?

1:13:01En dat gebeurt in heel hoofdstuk 10.

1:13:04Dat de discipelen iedere keer.

1:13:07Dat de heren iets zegt of iets doet.

1:13:09Wat dwars tegen hen ingaat.

1:13:11Begin met echtscheiding.

1:13:13Dan met die kinderen.

1:13:14Hier met rijkdom.

1:13:16En de Heer zegt, en

1:13:19Jezus rondom ziende, dus hij kijkt die discipelen aan zo, en dan zegt hij, terwijl hij ze goed aankijkt,

1:13:31hoe bezwaarlijk zullen degenen die goed hebben in het Koninkrijk Gods inkomen.

1:13:38Discipelen verbaasd.

1:13:41Weet je waarom ze verbaasd zijn?

1:13:43De Joden dachten, als God heel veel van je houdt, hij veel geldt.

1:13:49Een soort welvaartsevangelie.

1:13:55Dus als je een gunsteling van de hemel bent, dan heb je rijkdom, gezondheid.

1:14:03Dan, ja, God zegent jou tijdelijk.

1:14:09Dus die discipelen denken, als zo'n rijke jongen,

1:14:14die dus een gezegende van de hemel moet wezen, anders ben je niet rijk.

1:14:20Als die er nou niet komt.

1:14:23Waar moeten wij dan blijven?

1:14:27Dus deze ontmoeting heeft hen diep geraakt.

1:14:32En de heren die zegt het nog scherper.

1:14:37Kinderen, hoe zwaar is het dat degenen die op het goed hun betrouwen zetten...

1:14:42in het koninkrijk gods ingaan.

1:14:44Het is lichter dat een kemel gaat door het oog van een naald...

1:14:49dan dat een rijke in het koninkrijk gods ingaat.

1:14:56Ik zit nu eens naar die deur te kijken, maar ik denk dat een kameel daar niet door kan.

1:15:01Moet hij door zijn knieën.

1:15:05Want een kameel is een heel groot beest.

1:15:09En in het Joodse land was een kameel het grootste dier wat ze kenden.

1:15:14Dus er staat hier een enorme kameel.

1:15:17Groot beest.

1:15:20En dan het oog van een naald.

1:15:23Nou, dat is

1:15:26halve millimeter.

1:15:28Iets meer.

1:15:31Dan voel je je wel aan.

1:15:33Het is absoluut onmogelijk om die kameel door het oog van een naald te krijgen.

1:15:45En nog onmogelijker is het dat een rijke het koninkrijk gods ingaat.

1:15:51Nog onmogelijker.

1:15:53Dus het is voor een kameel makkelijker om zich door het oog van een naald te persen.

1:15:58Als dat een rijke zalig kan worden.

1:16:01En dan zeggen de discipelen, en wij zeggen het ook.

1:16:04Wie kan dan zalig worden?

1:16:14Nu verwacht u van mij dat

1:16:17ik dit woord ga zo

1:16:20bijschaven...

1:16:22dat je toch gewoon je geld kunt houden.

1:16:26Dat verwacht u van mij, hè?

1:16:28Dat u straks naar buiten gaat met gelukkig...

1:16:31we hoeven niet alles te verkopen.

1:16:32Dat kan toch wel.

1:16:36Maar laten we het dus van een andere kant bekijken.

1:16:41Nederland is vanaf de jaren 50, 60 heel rijk geworden.

1:16:48Heeft Nederland dat dichter bij God gebracht?

1:16:54Ik denk dat u allemaal zult zeggen, nee.

1:17:00Dit rijke landje

1:17:04is een van de meest goddeloze landen op de wereld.

1:17:11Onze rijkdom heeft ons van God vervreemd.

1:17:17Onze wilde, onze luxe, ons vermaak, onze vakanties, onze leuke dingen doen.

1:17:26Ons geld, onze mooie huizen, onze luxe auto's.

1:17:30Ja, ik zal ophouden.

1:17:34Hebben ons niet dichter bij God gebracht.

1:17:44Wij als kerkmensen hebben daar natuurlijk ook van meegeprofiteerd.

1:17:53Heeft de rijkdom van de kerkmensen.

1:17:57En ik besef echt wel dat er ook in de kerk mensen zijn die hard moeten werken om alles rond te krijgen.

1:18:06Weet ik echt.

1:18:08Maar heeft de rijkdom van de kerkmensen...

1:18:11hun geld, hun mooie huizen...

1:18:15hun mooie auto's, hun dure kleding...

1:18:19heeft ze dat dichter bij God gebracht?

1:18:22Heeft dat alles u dichter bij God gebracht?

1:18:33Is het je niet opgevallen...

1:18:35dat een tijd van rijkdom en weelde...

1:18:39en voorspoed en luxe...

1:18:43nooit een bloeitijd voor de kerk is.

1:18:46Nooit.

1:18:54Is het dan toch niet heel waar wat de Heer hier zegt?

1:18:59Hoe zwaarlijk zullen mensen...

1:19:01die op geld en goed hun betrouwen zetten...

1:19:05in het Koninkrijk Gods ingaan?

1:19:12Dan moet je niet vanavond alles al verkopen.

1:19:18Want je kan ook arm zijn en een hebberig hart hebben.

1:19:22Dus het probleem zit niet zozeer in je geld...

1:19:24als in de manier waarop je daarmee omgaat.

1:19:29Abraham was ook rijk.

1:19:33Maar het zijn sterke benen die de wereld kunnen dragen.

1:19:37En in de praktijk is het niet dat ik geld heb...

1:19:41maar dat het geld mij heeft.

1:19:48Dus besef heel goed.

1:19:52Zit hier iemand die graag rijk wordt?

1:19:58Je staat heel gevaarlijk.

1:20:01De Bijbel zegt, het is een wortel van alle kwaad.

1:20:05Heeft God je gezegend met vele goederen?

1:20:09Dank God ervoor.

1:20:11En bid om een wijs hart om daarmee om te gaan.

1:20:15Ja?

1:20:16En denk aan die kameel.

1:20:18En het oog van een naald.

1:20:23Dus die discipelen, wie kan dan zalig worden?

1:20:28En dan zegt de Heer een woord met allemaal...

1:20:33Grote gouden hoofdletters.

1:20:36Ja.

1:20:39En Jezus kijkt ze weer aan.

1:20:43En zegt bij de mens is het onmogelijk.

1:20:47Zalig worden is bij mensen onmogelijk.

1:20:52Staat er toch he.

1:20:54Maar niet bij God.

1:20:56Alle dingen zijn mogelijk bij God.

1:21:02En misschien zit je daar nou wel net mee te worstelen.

1:21:05Met onmogelijk.

1:21:09Al jaren getopt, jaren geploeterd, jaren gezocht.

1:21:13En in plaats dat je nou langzaamaan dichter bij God komt, ga je langzaamaan steeds verder de verkeerde kant op.

1:21:25Nog harder, nog blinder, nog onbekeerder, nog doder, nog

1:21:31genadelozer dan ooit.

1:21:34Onmogelijk!

1:21:35En dan zegt de Heer, ja maar, dat is waar.

1:21:39Het is bij mensen onmogelijk,

1:21:43maar niet bij God.

1:21:48Dus wat gaan we nou doen vanavond?

1:21:52Heb je ook onmogelijkheden?

1:21:57Dan leggen we ze allemaal hier neer.

1:22:01Dus al je onmogelijkheden gaan we opstapelen.

1:22:06Genadeloos, onbekeerd, ongeschikt, onwillig.

1:22:09Ik heb helemaal niks.

1:22:11Hart als een steen.

1:22:12Ja, had ik maar iets, maar ik heb niks.

1:22:15Bovendien ben ik ook al op leeftijd.

1:22:17Ik zal wel een verworpene zijn.

1:22:21Al je onmogelijkheden.

1:22:24Al je

1:22:25inktzwarte onmogelijkheden.

1:22:29En als we ze allemaal opstapelen.

1:22:31Van jullie allemaal.

1:22:33Hebben we een hele grote berg onmogelijkheden.

1:22:37En dan zegt de Heer.

1:22:38En dan moet je nu naar boven kijken.

1:22:41En daar woont een almachtige God.

1:22:45En dan zegt hij.

1:22:46Kind.

1:22:48Al kan bij jou nooit meer.

1:22:51Maar bij mij kan het wel.

1:22:54Dus als hier iemand zit.

1:22:57Totaal onmogelijk.

1:23:01Zegt de Heer.

1:23:02Kijk dan eens omhoog.

1:23:04Want er is een machtige God.

1:23:07En wat bij jou nooit meer kan.

1:23:10Kan bij hem wel.

1:23:17Zul je dat nooit vergeten.

1:23:19Zul je nooit klein denken.

1:23:22Van de almacht van goddelijke genade.

1:23:26Zult u daar nooit klein van denken.

1:23:30Maar groot denken.

1:23:32Van de goddelijke.

1:23:35Almachtige ontfermingen.

1:23:39Alle dingen.

1:23:41Zijn mogelijk.

1:23:42Bij God.

1:23:44Dus al denk je onderhand.

1:23:46Dat je wel een verworpenen zal zijn.

1:23:52God kan je redden.

1:23:53U kunt gered worden.

1:23:56Is dat echt waar?

1:23:57Ja.

1:24:01En Petrus zegt.

1:24:04Ja maar heren.

1:24:05Wij hebben alles verlaten.

1:24:08Met andere woorden, wij zijn niet als die rijke jongeling.

1:24:12Wij hebben alles verlaten.

1:24:14En dat is waar.

1:24:16Want Petrus was met zijn vader bezig de netten aan het vermaken.

1:24:21En de heren riepen hem, volg mij.

1:24:24Ik zal je visser der mensen maken.

1:24:26En Petrus had alles uit zijn handen vallen.

1:24:29En hij volgde de heren.

1:24:32Direct.

1:24:33Hij verlaat dat bedrijf.

1:24:35Verlaat zijn huis.

1:24:37Verlaat zijn...

1:24:38Misschien wel gezin, weet ik niet.

1:24:41En wordt een volgeling van de heren.

1:24:45En dat geldt voor al die discipelen.

1:24:48Levi de tollenaar zat in zijn kantoortje geld te tellen.

1:24:52Volg mij.

1:24:53Hij laat alles achter.

1:24:54Hij doet de deur nog geen eens achter zich dicht.

1:24:58En hij volgt hem.

1:25:02En dan zegt de heren Petrus en mijn andere discipelen.

1:25:08Alles wat jullie hebben opgegeven voor mij.

1:25:12Zal ik je vergoeden.

1:25:14Je zult nooit tekortkomen.

1:25:17En ik zal alles wat je moet opgeven voor mij en het evangelie.

1:25:22Rijkelijk compenseren.

1:25:24Dat betekent.

1:25:26Dat als er iemand zit.

1:25:30Met een bepaalde zonde.

1:25:33Die die niet wil opgeven.

1:25:35En waarvan die heel goed weet.

1:25:38Die zonde staat tussen mij en God in.

1:25:42En toch kun je er niet vanaf.

1:25:45Als jij die zonde opgeeft, Christus zal jou compenseren.

1:25:53Heb jij ooit iemand ontmoet, een kind van God ontmoet...

1:25:58die zei dat hij spijt had dat hij ooit zijn hart aan Jezus gegeven had?

1:26:05Heb jij ooit eentje ontmoet?

1:26:08Ik niet.

1:26:09Dat kan ook niet, want die bestaan niet.

1:26:13Heb jij mensen ontmoet die op

1:26:19een oude dag gekomen beseffen...

1:26:22Dat de eeuwigheid dichterbij komt en ze zijn ongered.

1:26:26En die lopen met een nood van binnen.

1:26:31Had ik, had ik, had ik.

1:26:34O, had ik mijn leven maar beter besteed.

1:26:38Ken je die mensen?

1:26:42Ik heb er velen van ontmoet.

1:26:46Ze zeggen het niet, maar ze lopen met nood.

1:26:50Ik kan niet sterven.

1:26:53Ze hebben heel hun leven de bekering...

1:26:56Uitgesteld.

1:26:57En zijn ze oud.

1:26:58En de eeuwigheid komt eraan.

1:27:01Niet bereid.

1:27:05En de Heerde zegt.

1:27:06Petrus.

1:27:08Alles wat jij voor mij moet opgeven.

1:27:11Krijg jij.

1:27:12Honderd fouten terug.

1:27:14Moet je natuurlijk niet letterlijk opvatten.

1:27:16Niet de bedoeling.

1:27:18Maar alles wat je moet achterlaten.

1:27:21Voor hem.

1:27:25En het is in sommige landen.

1:27:27En culturen zo.

1:27:29Dat als je.

1:27:30Een christen wordt, word

1:27:34je door je familie verstoten.

1:27:38En misschien wel zitten ze je op het lijf om je van het leven te beroven.

1:27:43Je moet vluchten voor je leven.

1:27:45Je bent alles kwijt.

1:27:47Christus zegt, je zult er niet minder om worden.

1:27:51Ik zal je alles vergoeden.

1:27:54En dan vraagt Christus aan het einde van de reis.

1:27:58Heeft het je aan iets ontbroken?

1:28:00Dan zeggen ze, nee heren.

1:28:08En dan zegt de Heer in vers 31, maar vele eersten zullen de laatste zijn en vele die de laatste zijn de eerste.

1:28:18Weet je wat de Heer het daarmee wil zeggen?

1:28:21Petrus, zul je er niks van maken dat je alles verlaat hebt?

1:28:27Zul je daar geen grond van maken?

1:28:30Zul je nou niet denken dat je iets beter bent dan een ander?

1:28:35Ook Gods kinderen zijn zo geneigd om iets te worden.

1:28:39Zelfs met de genade Gods.

1:28:43Zul je toch niks maken van je verootmoedigingen.

1:28:48Van je overtuiging.

1:28:51Van je onwaardigheid.

1:28:53Van je heilwaardigheid.

1:28:57Zul je er geen grond van maken.

1:29:01En daar bedoelt hij mee.

1:29:02Vele eersten zullen de laatsten zijn.

1:29:05Kinderen van God die op een bekering gaan zitten.

1:29:11En niet meer uit Christus leven.

1:29:15Maar uit hun eigen bevindingen.

1:29:18Ze zullen zalig worden, dat is zo.

1:29:21Maar ze hebben een onvruchtbaar leven.

1:29:24En sommige laatste, de eerste.

1:29:28Denk aan Thomas.

1:29:30Dat was de laatste.

1:29:33Op eerste paasdag was hij er niet bij.

1:29:36Een week later was hij de laatste.

1:29:40En Christus komt in het midden.

1:29:43En Thomas haalt ze allemaal in.

1:29:48En hij spreekt de...

1:29:50Mooiste beleidenis uit.

1:29:51Van de hele Bijbel.

1:29:53Hij zegt.

1:29:54Mijn heren.

1:29:56En mijn.

1:30:00Amen.

1:30:0562 het zevende vers.

1:30:08Vertrouwt wat u begeert ook zij.

1:30:10Nooit op geweld of roverij.

1:30:1362 vers 7.

1:30:16Zullen

1:30:17[GEZANG]

1:32:11we samen danken.

1:32:15Dank u wel heren.

1:32:16Dat

1:32:18u niet te koop bent.

1:32:21Alleen te krijgen.

1:32:24En dat het niets kost en toch alles.

1:32:28Een zaak van leven en dood.

1:32:32Heren, als ze hier zijn, die daar wat van weten.

1:32:37Ben niet in de kuil gezonken.

1:32:40Maar dat u hun ziel liefelijk omhelst heeft.

1:32:46En ze vrede vonden in het bloed van de gekruisigde.

1:32:51Heren, die zijn door het oog van de naald gekropen.

1:32:57Het was onmogelijk.

1:32:59En toch is het gebeurd.

1:33:02Heer, u leidt uw kinderen van de ene onmogelijkheid naar de andere.

1:33:06En ze begrijpen er niets van.

1:33:09Maar u bent getrouw.

1:33:12Al die dingen zijn mogelijk bij u.

1:33:16Heren, dat die mensen hier dan niet...

1:33:20heel de dag naar hun onmogelijkheden gaan zitten kijken.

1:33:25Maar dat ze hun ogen mochten opheffen.

1:33:28Heren.

1:33:29Tot u die in de hemel woont.

1:33:33Om nooddrift te begeren.

1:33:36Om genade te begeren.

1:33:39Heren gedenk ze.

1:33:41Die altijd gedacht hebben.

1:33:44Dat nooit zou kunnen voor hen.

1:33:48Maar heren.

1:33:49Uw gedachten.

1:33:51Gaan veel hoger.

1:33:53Dan onze gedachten.

1:33:55Dank u wel heren.

1:33:57Duizend keer dank.

1:33:58Dat u doet.

1:34:00Wat bij mensen nooit meer kan.

1:34:03En dan krijgt u alleen de eer.

1:34:06Heren wil dan uw arme ellendelingen nog vertroosten.

1:34:11En dat ze nog moed mogen vatten.

1:34:14En zinde op u.

1:34:16Zinde op Jezus.

1:34:18De overste leidsman.

1:34:20En volleinde des geloofs.

1:34:23En hem geen seconde uit oog verliezen.

1:34:26En hen heren die buiten staan.

1:34:32O, wil u ze binnenbrengen en

1:34:36red hun zielen om Jezus' wil.

1:34:40Amen.

1:34:43Onze slotsang is 58 vers 8.

1:34:47De mens zal eerlang vrolijk zeggen.

1:34:51Gewis, de deugd geniet haar vrucht.

1:34:54Gods grootheid wordt terechtgeducht.

1:34:58Die loon en straf weet toe te leggen.

1:35:01Gewis, er is een God die leeft.

1:35:04En op deze aarde vonnis geeft.

1:35:07We zingen tot slot over het laatste oordeel.

1:35:12Uit Psalm 58, het achtste vers.

1:35:15[GEZANG]

1:37:16Gaat u een in vrede.

1:37:19En ontvang met een biddend hart de zegen des Heren.

1:37:23De genade van de Heer Jezus Christus.

1:37:27En de liefde van God de Vader.

1:37:31En de gemeenschap van de Heilige Geest.

1:37:35Zij met u allen.

1:37:38Amen.

1:37:38[GEZANG]