0:00[GEZANG]
9:08Al onze hulp en enige verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw
9:20houdt, eeuwig leeft en nooit zal laten varen de werken zijner handen.
9:29Amen.
9:32Genade zij u en vrede van God de Vader.
9:38In Christus Jezus onze Heere.
9:41Door de Heilige Geest.
9:44Amen.
9:48Tot voortzetting van onze dienst.
9:51Psalm 29 vers 1.
9:53Aardse machten looft den Heere.
9:57Geeft de Heere sterk ten eer.
10:00En wat ermee volgt uit 29.
10:04Het eerste vers.
10:06Leide
10:07[GEZANG]
12:48ons geloof.
12:49Met de woorden van de geloosbeleidenis van Isaiah.
12:53En zingen daarna uit Psalm 93 het eerste vers.
12:59De Heere regeert.
13:01De hoogste majesteit.
13:04Bekleed met sterkte.
13:06Om God met heerlijkheid.
13:08En wat ermee volgt uit 93 vers 1.
13:13Na onze geloosbeleidenis.
13:15En spreken ieder van u.
13:18In zijn of haar hart.
13:20Ik geloof in één God.
13:24De Almachtige Vader.
13:27Schepper des hemels en der aarde.
13:31Allerzienlijke en onzienlijke dingen.
13:35En in één Heere Jezus Christus.
13:38De enige geboren Zoon van God.
13:42Geboren uit de Vader.
13:44Voor alle eeuwen.
13:46God uit God.
13:48Licht uit licht.
13:50Waarachtig God uit waarachtig God, geboren niet gemaakt van hetzelfde wezen met de Vader, door welke alle dingen gemaakt zijn, die
14:03om ons mensen en om onze zaligheid is nedergekomen uit de hemel en vlees geworden is van de Heilige Geest uit de Maagd Maria.
14:16En een mens is geworden, ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft en begraven is.
14:26En ten derde dagen opgestaan is naar de schriften en opgevaren is ten hemel, zit de rechterhand des vaders en zal wederkomen met heerlijkheid
14:38om te oordelen de levenden en de doden.
14:43Wiens rijk geen einde zal hebben.
14:46En in de heilige geest.
14:49Die heren is en levend maakt.
14:52Die van de vader en de zoon uitgaat.
14:55Die tezamen met de vader en de zoon.
14:59Aangebeden en verheerlijkd wordt.
15:02Die gesproken heeft door de profeten.
15:05En één heilige algemene en apostolische kerk.
15:11Ik beleid één doop tot vergeving der zonden.
15:15En ik verwacht de opstanding der doden.
15:19En het leven der toekomende eeuw.
15:23Amen.
15:24Het
15:25[GEZANG]
16:53heilig woord mogen wij vanavond lezen.
16:56En
16:58ik lees u daaruit uit de brief van Paulus aan de gemeente in Efeze.
17:05Het derde hoofdstuk.
17:06Dus onze schriftlezing Efeze.
17:11In
17:13Efeze 3 lezen wij Gods woord als volgt.
17:17Om deze oorzaak ben ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus voor u die heidene zijt.
17:28Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade gods die mij gegeven is aan u, dat hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt.
17:40Deze verborgenheid, gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb, waaraan gij dit lezende kunt bemerken mijn wetenschap in deze verborgenheid
17:52van Christus, welke in andere eeuwen de kinderen der mensen niet is bekendgemaakt, gelijk ze nu is geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten
18:05door de geest, namelijk dat de heidenen zijn.
18:09Mede erfgenamen.
18:11En van hetzelfde lichaam.
18:14En mede deelgenoten zijn er beloften in Christus.
18:19Door het evangelie.
18:21Waarvan ik een dienaar geworden ben.
18:24Naar de gaven der genade gods.
18:27Die mij gegeven is.
18:29Naar de werking zijn er kracht.
18:31Mij de allerminste van al de heiligen.
18:36Is deze genade gegeven.
18:39Om onder de heidenen door het evangelie te verkondigen.
18:43De onnaspeurlijke rijkdom van Christus.
18:47En allen te verlichten.
18:49Dat ze mogen verstaan.
18:51Welke de gemeenschap der verborgenheid is.
18:55Die van alle eeuwen verborgen is geweest in God.
18:59Welke alle dingen geschapen heeft.
19:02Door Jezus Christus.
19:04Opdat nu door de gemeente bekend gemaakt worden.
19:08Aan de overheden en de machten.
19:11In de hemel.
19:12De veelvuldige wijsheid gods.
19:15Naar het eeuwig voornemen.
19:18Dat hij gemaakt heeft in Christus Jezus.
19:21Onze heren.
19:23In de welke we hebben de vrijmoedigheid en de toegang.
19:27Met vertrouwen door het geloof aan hem.
19:31Daarom bid ik dat gij niet vertraagt in mijn verdrukkingen voor u.
19:36Het welk is uw heerlijkheid.
19:38Om deze oorzaak buig ik mijn knieën.
19:43Tot de Vader van onze Heere Jezus Christus.
19:47Uit welken al het geslacht in de hemelen en op de aarde genaamd wordt.
19:53Opdat hij u geven naar de rijkdom zijn heerlijkheid.
19:58Met kracht versterkt te worden.
20:01Door zijn geest in de inwendige mens.
20:05Opdat Christus door het geloof.
20:08In uw hart te wonen.
20:09En gij in de liefde geworteld en gegrond zijt.
20:15Opdat gij ten volle kon het begrijpen.
20:18Met al de heiligen.
20:20Welke de breedte en lengte en diepte en hoogte is.
20:25En bekennen de liefde van Christus.
20:28Die de kennis te boven gaat.
20:31Opdat gij vervuld wordt tot al de volheid gods.
20:35Hem nu.
20:37Die machtig is.
20:39Meer dan overvloediglijk te doen.
20:42Boven al wat wij bidden of denken.
20:45Naar de kracht die in ons werkt.
20:48Hem zeg ik.
20:49Zij de heerlijkheid in de gemeente.
20:52Door Christus Jezus in alle geslachten.
20:55Tot alle eeuwigheid.
20:58Amen.
21:00Tot zover.
21:02Zullen wij met elkaar Gods heilig aangezicht zoeken.
21:13Heren,
21:16schepper en onderhouder van hemel en aarde.
21:21En
21:24dat gaat onze gedachten te boven.
21:27Dat
21:29u net
21:31zoveel aandacht hebt voor
21:35een sterrenstelsel als
21:39voor een grasbrietje.
21:40En
21:42dat u ze allemaal in stand houdt en bewaart.
21:46En ook ons gedragen hebt.
21:53Verdragen hebt.
21:55En ons gebracht in uw huis.
21:58En thuis dat we het ook kunnen horen.
22:02Op deze dag van afzondering.
22:05Om u te smeken.
22:08Of u nog een keer aan ons zou willen gedenken.
22:13Voor het nieuwe seizoen.
22:16En dat u uw zegen verbinden zou.
22:21Aan ons.
22:23Gewas, landbouw, veeteelt, visserij.
22:28Onze arbeid heren.
22:30En
22:33hoe zullen wij dan ooit biddag kunnen houden.
22:38Als u ons niet schenkt uw heilige geest.
22:45En mogen wij u dan allereerst vragen.
22:50Om uw heilige geest.
22:53Dat die ons bidden leert.
22:57En dat we dan niet alleen vandaag een biddag zullen hebben.
23:02Maar dat elke dag van ons leven biddag mag zijn.
23:09Omdat wij zonder u niets kunnen doen.
23:15O heilige geest van genade en gebeden.
23:21Vervult u dan onze harten.
23:24En schenk ons een
23:28gebed heren.
23:31Een gebed dat u aangenaam is en door u verhoord wordt.
23:38En zo'n gebed kunnen wij nooit bidden dan alleen als u dat gebed geeft.
23:47U bent niet
23:51alleen de hoorder der gebeden, maar ook de schenker ervan.
23:59Leer ons bidden en vervult u onze harten.
24:03Met diep ontzag.
24:04Doe het ons beseffen.
24:08Kinderen en grote mensen.
24:11Ouderen en jongeren.
24:13Tot wie wij spreken.
24:16Tot onze schepper.
24:19Tot u die heilige.
24:22En ontzagwekkende God.
24:25Die
24:28zo nabij bent tegelijkertijd.
24:31Die
24:32zo hoog woont.
24:35En tegelijkertijd zo laag afdaalt.
24:41Om de geringste verzuchtingen van een ellendig mens te horen en te verhoren.
24:52Verbreek ons ongeloof, heren.
24:59En doe ons tot u bidden en ook op u wachten.
25:06En dat wij nooit iets van ons gebed zullen verwachten.
25:11Maar dat wij onze smekingen mogen neerleggen.
25:17Op uw barmhartigheden.
25:20Die
25:21vele zijn.
25:23Heren, we
25:26hebben het niet verdiend.
25:29Nederland heeft het ook niet verdiend.
25:34Maar omdat u het zelf beloofd hebt.
25:37Al zo lang geleden.
25:40Aan Noach.
25:42En met de hele schepping.
25:44Dat u zomer en winter.
25:47Zaaien en oogst.
25:50Niet zo laten ophouden.
25:54En wil u dan nog schenken heren.
25:57Uw onmisbare zegen.
26:01Regen en zonneschijn.
26:03En dat de vruchten mogen groeien.
26:06En dat het
26:09gewas groeien mag.
26:12En dat uw landbouw en visserij en veeteelt en al onze werkzaamheden nog bekronen zou met uw zegen.
26:23En
26:25bij die zegen hoort toch ook dat wij diep zullen beseffen onze afhankelijkheid.
26:33En
26:35dat wij het minste niet waardig zijn.
26:43En hoeven wij dat dan niet te zeggen.
26:47Uit de sleur.
26:50Maar dat we het werkelijk zullen menen.
26:55Uit de grond van ons hart.
26:57Heren.
26:58We zijn het minste niet waardig.
27:02En toch overlaat u ons dag aan dag.
27:09Nederland heeft met u gebroken.
27:13En onze zonden roepen naar de hemel.
27:17Zoveel onschuldig bloed.
27:20Roep tot u.
27:22En toch.
27:25Ondanks dat.
27:27Hebt u ons land overladen.
27:31Tot op deze dag toe.
27:33Dag aan dag.
27:37En mogen onze harde harten daaronder smelten.
27:43Dat u met ons niet gedaan hebt.
27:47Naar onze zonde.
27:51Dat u met ons niet doet naar onze ongerechtigheden.
27:57En dan smeken wij het u.
28:00Dat u ook in Nederland nog de vruchten wil laten groeien.
28:09En de arbeid willen zegenen.
28:13En dat wij mogen ontvangen ons dagelijks brood uit uw handen.
28:26Heren gedankt.
28:27Denk aan
28:30een ieder.
28:31En ook aan de gemeente in haar geheel.
28:37Als een nieuw seizoen is aangebroken.
28:41Dat hier gebed geschonken mag worden.
28:45Voor de gemeente.
28:48En voor een herder en leraar.
28:53En voor het allernoodzakelijkste.
28:57Dat u hier bent.
28:59Met uw heilige geest.
29:03En dat hier mensen bekeerd worden.
29:06Door u en tot u.
29:10En dat ze mogen opmerken.
29:14Wij hebben de heren wel verlaten.
29:18Maar de heren heeft ons niet verlaten.
29:23Getrouwe heren.
29:25Zo goed bent u.
29:28Dat wij biddag mogen houden.
29:32En dan mogen wij toch weten dat u erom gevraagd wil zijn.
29:39Niet omdat wij iets verdiend hebben.
29:43Maar omdat u goed bent.
29:46O schenk ons wat we nodig hebben heren.
29:50En geef ons kracht.
29:53Kracht naar kruis.
29:56En dan weet u van alle harten waar
30:03veel verdriet is.
30:05En veel zorg.
30:08En er kunnen ook jonge harten zijn.
30:11Waar het donker is.
30:14En die eigenlijk niet goed weten hoe het verder moet.
30:19En dan geeft u ons een biddag.
30:22En dan mogen wij alles voor u neerleggen.
30:26Al onze tijdelijke nood.
30:29En al onze geestelijke nood.
30:32Of het gebrek aan nood.
30:37En wil u dan nog alle
30:41nood en smart gebruiken.
30:43Om ons aan uw voeten te brengen en te houden.
30:48Heilig alle smart heren.
30:52En wil genadig nog voorzien.
30:56Als wij het niet meer weten.
30:59En wij het niet meer zien.
31:01Maar dan weet u het nog wel.
31:05Want u kunt deuren openen die wij niet zien.
31:10En banden breken die ons te sterk zijn.
31:14En onze duisternissen verlichten.
31:18Mogen we zo elkaar aan u opdragen.
31:22De raderkerk.
31:25Allen die een taak hebben in deze dienst.
31:28En
31:30dat u de gemeente zegent.
31:34Uw zegenende handen over haar uitbreidt.
31:40En dat vragen wij u ook voor hen die in hoogheid zijn.
31:46En wij hebben ze eigenlijk al opgegeven.
31:52En dan bidden wij wel voor koningshuis, regering, overheden.
31:58En wij verwachten niets daarvan.
32:05Maar mogen wij u bidden, heren.
32:08Voor koningshuis, regering, overheden, burgemeester.
32:16Wethouders.
32:17Gemeenteraad.
32:19Eerste Tweede Kamer.
32:22Provincies.
32:24Dat u ze wijsheid geeft.
32:27Dat ze niet doen kunnen wat ze willen.
32:31Dat u ze moed en krachten geeft.
32:34En dat u ons bekeert.
32:40En dat die bekering hier mag beginnen.
32:45In uw huis.
32:48En dat wij niet langer de wereld lief hebben.
32:53En niet langer u en de wereld tegelijk zoeken te dienen.
33:00Maar dat wij waarachtig tot u bekeerd mogen worden.
33:06En van u mogen leren.
33:09Hoe groot onze zonden en ellende zijn.
33:13Hoe
33:15wij daarvan zullen verlost worden.
33:18En hoe wij u voor zulke verlossing.
33:23Zullen dankbaar zijn.
33:26De nood is zo groot.
33:29Van Nederland.
33:32Van Europa.
33:33Van de wereld.
33:35Van de kerk.
33:37De nood zo groot.
33:39De oordelen hangen zo laag dat we ze niet zien.
33:46We zijn het gewend geraakt.
33:48En wij bidden u om ontwaking.
33:53Om
33:55wederkeer.
33:58Om berauw.
34:00Om vernederde harten.
34:04Om het ware geloof.
34:07Om een heilig leven.
34:11En allemaal zaken waar wij een afkeer van hebben.
34:15Maar schenk het ons heren.
34:18Of we het nu willen of niet willen.
34:20Maar zegen ons met waarachtige bekering.
34:30Uit genade alleen.
34:33Wil zelf uw woord verkondigen vanavond.
34:37En
34:40toepassen.
34:41En
34:43de werken des duivels verbreken.
34:46En uw vrije genade verheerlijken.
34:49En dat alles tot roem van uw heilige naam.
34:56O Vader, dat uw liefde ons blijkt.
35:03O Zoon, maak ons uw beeld gelijk.
35:08O geest, zend uw troost ons neer.
35:14Drie-enige God.
35:17U alleen zij al de eer.
35:20Amen.
35:25De tekst voor dit avonduur vindt u in Ephesus 3 vers 20 en 21.
35:34Hem nu die machtig is meer dan overvloediglijk te doen.
35:41Boven al wat wij bidden of denken.
35:45Naar de kracht die in ons werkt.
35:48Hem zeg ik.
35:49Zij de heerlijkheid in de gemeente.
35:52Door Christus Jezus.
35:54In alle geslachten.
35:56Tot alle eeuwigheid.
35:58Amen.
36:00Deze tekst in drie stukjes verdeelt eerst.
36:03Hem nu die machtig is.
36:05Meer dan overvloediglijk te doen.
36:08Boven al wat wij bidden of denken.
36:12Ten tweede, naar de kracht die in ons werkt.
36:16En ten derde, hem zeg ik, zij de heerlijkheid in de gemeente door Christus Jezus in alle geslachten tot alle eeuwigheid.
36:26Amen.
36:27Wij
36:29gaan nog zingen met elkaar uit Psalm 95 vers 1 en 2.
36:37Komt, laat ons samen Israëls heren.
36:42De rotsteen van ons heil met eer met God gewijde zang ontmoeten.
36:48De Heere is groot.
36:51Een heerlijk God, een koning.
36:54Die het zaligst lot ver boven alle goden kan schenken.
37:0095, 1 en 2.
37:03Op deze biddag zijn er twee collecten.
37:07De eerste bestemd voor diakonie.
37:10Tweede voor kerkvoogdij.
37:12En deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.
37:18[GEZANG]
42:51Wat was Israël goed af met die nieuwe koning Salomo?
42:59Want de Bijbel zegt iets over die koning Salomo.
43:04Met hele korte woorden zegt de Bijbel eigenlijk alles over Salomo.
43:10En
43:12Salomo had de heren lief.
43:19Dus eigenlijk is daar alles mee gezegd.
43:25Wandelende in de inzettingen van zijn vader David.
43:32En Salomo die spaarde kosten nog moeite om de heren te dienen.
43:38En op een dag bracht hij duizend brandoffers aan God.
43:45Dat heeft hem een vermogen gekost.
43:50Maar als u de heren lief hebt, hebt u het er graag voor over.
43:57En diezelfde nacht krijgt Salomo hemelsbezoek.
44:03Hij slaapt en in een droom stelt God hem een vraag.
44:10En God vraagt, begeer wat ik u geven zal.
44:19Steed toch voor dat
44:22u vannacht ook zo'n vraag van God krijgt.
44:28Begeer wat ik u geven zal.
44:32Wat zou je dan vragen.
44:36Er zijn kinderen in de kerk.
44:38En jongeren in de kerk.
44:40Als God dat aan jou zou vragen.
44:43Begeer.
44:44Wat zal ik je geven.
44:46Wat kan ik voor je doen kind.
44:51Wat zou jij dan zeggen.
44:59Wat heeft Salomo gezegd.
45:03En Salomo was een jonge koning.
45:06En hij had de heren lief.
45:07En hij vraagt.
45:10Heren.
45:13Ik heb een heel groot volk waar ik koning over ben.
45:18En ik ben nog maar een jonge jongen.
45:21Heren schenk mij een wijs hart.
45:25Zodat ik goed kan rechtspreken.
45:30Geef mij wijsheid in de rechtspraak.
45:33Zodat ik de onschuldige vrij zal spreken.
45:37En de schuldige zal straffen.
45:40Dat ik daar goed onderscheiding kan maken.
45:47En God zegt, dat
45:50gebed zal ik verhoren Salomo.
45:53En
45:55omdat jij niet gevraagd hebt om rijkdom of eer of roem of macht.
46:02Maar gevraagd hebt een wijs hart.
46:06Krijg je die andere dingen er gewoon bij.
46:10Dus Salomo, je krijgt een wijs hart.
46:13Maar daarbij krijg jij rijkdom en eer.
46:19En macht en aanzien en heerlijkheid.
46:26Dan heb je gelijk een voorbeeld van wat in onze tekst bedoeld wordt.
46:32Met God kan meer dan overvloedig doen.
46:37Boven al wat wij bidden of denken.
46:44Dus wat wij vandaag van God begeren.
46:48Op deze biddag voor gewas, visserij en arbeid.
46:57Besef allemaal hardgrondig dat God u veel meer kan geven dan u kunt vragen.
47:12Hoeveel hebt u vandaag niet ontvangen waar u nooit om gevraagd hebt?
47:16God
47:21is machtig om dat te doen.
47:24Hij
47:26is een oneindige God van grondeloze barmhartigheid.
47:33En zou enig ding hem te wonderlijk zijn.
47:39Dus wat wij hem vragen vandaag.
47:44Misschien heb u alleen wat te vragen voor gewas, visserij, arbeid.
47:54Misschien heb u alleen wat te vragen voor de tijd.
47:58Maar God kan u veel meer schenken dan waar wij hem om vragen.
48:06Nog een voorbeeld, zodat u weet dat waar is wat ik zeg.
48:12De heer Jezus was in Capernaum aan het prediken in huis.
48:17En dat huisje was afgeladen vol met mensen.
48:21En buiten op straat stonden ze ook.
48:24Deur stond open, ramen open.
48:27Iedereen wou meeluisteren.
48:29Wat voor onderwijs de heren gaf.
48:32En dan zie je daar vier mannen aankomen.
48:37En ze dragen een verlamde man op een bedje.
48:45Wat is de bedoeling van die vier mannen?
48:50Dat weten jullie al.
48:51Als je een beetje thuis bent in de Bijbel.
48:53Dan weet u dat ze willen hun verlamde vriend voor de heren neerleggen.
48:59Diep overtuigd zijn ze dat de heren machtig is.
49:03Om hun vriend te genezen.
49:06En ook gewillig is.
49:10Dat weten ze.
49:13En dan zien ze daar die mensenmenigte staan.
49:17En ze beseffen.
49:18Daar komen wij nooit doorheen.
49:20Met onze verlamde vriend op zijn bedje.
49:24Maken geen schijn van kans.
49:27In het oude oosten hadden de huizen platte daken.
49:31En er liep er zo'n stenen trap langs het huis.
49:36Hoe ze dat hebben gedaan weet ik niet.
49:39Maar ze gaan die trap op met vriend en al.
49:43Ze klauteren het dak op.
49:45Ze maken het dak een stukje open.
49:50Precies waar de heren is.
49:53En dan laten ze dat bedje met vier touwen voorzichtig zakken.
49:59Precies aan de voeten van de heren.
50:02En ze laten de touwen los.
50:05En als je dan naar boven kijkt dan zie je vier gezichten door dat gat in het plafond.
50:12Die naar beneden kijken met
50:15grote verwachting.
50:18Heren.
50:19U kunt onze vriend genezen.
50:22En u wilt dat ook.
50:25Ze vragen het ook helemaal niet.
50:28Ze leggen hem alleen aan zijn voeten neer.
50:35Meer dan overvloediglijk boven bidden en denken.
50:40Wat zegt de Heer het tegen die verlamde man?
50:45Zoon, uw
50:47zonden zijn u vergeven.
50:51Kwam die daarvoor?
50:52Denk het niet.
50:56Hij krijgt.
50:58Veel meer dan zijn vrienden hadden gevraagd.
51:03Zijn zonden vergeven.
51:07Dat is het allergrootste wat de Heer je geven kan.
51:13Dat je dat uit zijn mond mag horen.
51:16Mijn zoon, mijn dochter.
51:20Jouw zonden zijn je vergeven.
51:25En dan ontstaat er wat gemurmureer onder het publiek.
51:30Hoe kan hij de zonden vergeven?
51:32Kan God toch alleen?
51:34En dan zegt de Heere, ik heb macht.
51:37Zonder te vergeven.
51:39En om u dat aan te tonen,
51:44zegt hij tot de geraakte.
51:47Neem uw bedden op, sta op en wandel.
51:52En die verlamde man gaat staan.
51:57Hij vouwt zijn matrasje op.
51:59En hij loopt zo door die verbaasde mensenmenigte heen.
52:06Zo naar buiten.
52:13Dat is de mooiste dag van zijn leven geweest.
52:16Zijn zonden vergeven.
52:18En zijn lichaam gezond gemaakt.
52:22Meer dan overvloediglijk.
52:25Boven bidden.
52:26En boven denken.
52:29Dit overtrof al zijn verwachtingen.
52:35Paulus is hier in gebed.
52:37Dat leest u in vers 14.
52:40Dus als u uw Bijbel voor u hebt.
52:42Moet u daar maar even in kijken.
52:45Vers 14.
52:47En Paulus schrijft die brief aan de Ephesiers.
52:50En in die brief komen ook gebeden voor.
52:54En dit is er eentje van.
52:55Om deze oorzaak buig ik mijn knieën tot de Vader van ons Heer Jezus Christus.
53:04Paulus was een man van gebed.
53:08Hij was een zendeling.
53:10Hij voorzag in zijn eigen onderhoud.
53:13En hij was een man van gebed.
53:15En als hij deze brief schrijft is hij een gevangene.
53:20En zit hij in huisarrest in Rome of in de gevangenis in Caesarea, kan allebei.
53:27En hij buigt zijn knieën.
53:33Paulus betekent, weet je wat die naam betekent?
53:39Kleintje.
53:42En Paulus is voor God ook echt een kleintje.
53:46Hij
53:49buigt zijn knieën voor die grote God.
53:54En Paulus maakt zich heel klein.
53:58En hij smeekt God.
54:01Je zou kunnen zeggen.
54:04Biddag houdt hij.
54:05Maar dat houdt hij elke dag.
54:07En hij smeekt God voor de gemeente van Ephesus.
54:12En waar vraagt hij dan om?
54:16Niet om gewas.
54:18Niet om arbeid.
54:20Niet om visserij.
54:22Maar hij vraagt alleen maar om.
54:27Zodat zij kunnen dragen wat God hen opgelegd heeft.
54:34En dat ze geworteld zullen zijn in de liefde van Christus.
54:39En dat zij de
54:44liefde van Christus die alle verstanden boven gaat zullen kennen.
54:49Dat vraagt hij.
54:51En dan sluit hij af met een lofprijzing.
54:55Dat was gebruikelijk in die tijd.
54:58En dan zegt hij.
55:00Aan het slot van zijn gebed.
55:01Hem nu die machtig is.
55:04Meer dan overvloediglijk te doen.
55:08Boven alles wat wij bidden of denken.
55:12En hij heeft al zoveel gevraagd.
55:18Geworteld in de liefde.
55:22Versterkt met de geest.
55:24Dat Christus in je hart woont.
55:26Dat je ten volle kunt begrijpen.
55:29En bekennen de liefde.
55:32Paulus we kunnen nog meer vragen.
55:34En dan zegt hij, Ephesius, bedenk dat.
55:39Al vragen wij nog zoveel.
55:42Dan is God machtig om u nog meer te schenken.
55:47En waarom zegt Paulus dat zo nadrukkelijk?
55:51Omdat wij, ik, u, wij allemaal.
55:55Zeer kleine gedachten hebben van de barmhartigheid van God.
56:05En als wij bidden.
56:09En misschien zitten die mensen die nooit bidden.
56:14En als wij bidden, dat we er eigenlijk niet zo heel veel van verwachten.
56:23We hebben ons gebed gedaan, onze plicht vervuld en we gaan over tot de orde van de dag.
56:30Dan lijkt het op iemand die aanbelt bij een huis en direct wegloopt.
56:38Onze gebeden zijn vaak zo arm.
56:44Dat wij wel wat te vragen hebben.
56:46En eigenlijk helemaal geen antwoord verwachten.
56:50Ik heb mijn plicht toch weer gedaan.
56:55En daarom zegt Paulus.
56:58Zult u niet klein denken over de machtige ontfermingen van God.
57:05Denk groot van God.
57:08En sta op de uitkijk als u wat gevraagd hebt.
57:14Psalm 25 zegt.
57:16Ik verwacht u de ganse dag.
57:22Als u toch werkelijk wat van God nodig hebt.
57:27Dan zult u smeken.
57:31U zult roepen.
57:35Maar u zult ook op de uitkijk staan.
57:39Heren.
57:41Wanneer komt u nou.
57:43Dat u uitziet naar de vervulling van uw gebed.
57:54Verstaat u daar nou iets van.
57:56Dat u niet alleen.
57:59Tot de heren mag roepen.
58:01Maar dat u.
58:03Uitziet.
58:04Als het ware op wacht staat.
58:08Uitziende.
58:10Naar.
58:10De verhoring.
58:12Van Gods wegen.
58:17Stel je voor.
58:19Dat hier een jongere zit.
58:21Die wat te vragen heeft aan de heren.
58:23Als
58:28die dan in de kerk zit.
58:31Luistert die heel goed.
58:33Of God antwoord geeft.
58:36Als die bijbel leest.
58:38Let u goed op of God antwoord geeft.
58:45U hebt de heren gevraagd om uitkomst in uw nood.
58:50En u staat als het ware op de uitkijk.
58:54Heren, heb
59:04u echt wat van de heren nodig?
59:08Of ben je tevreden met een beetje godsdienst?
59:12Met een biddag.
59:14We hebben het weer gevraagd.
59:17Ja, ik vraag er elke dag om.
59:21Ja, en we lezen de Bijbel.
59:23Lees een dagboek.
59:24En daar hebben wij dan genoeg aan.
59:29Of zou u er ook behoeftige mensen zijn.
59:33Met een leeg hart.
59:36Die tot God roepen.
59:39Bidden kunnen ze misschien niet.
59:41Maar tot God roepen en tot hem zuchten.
59:45En hun ogen opheffen naar de hemel.
59:53Ik verwacht u de ganse dag.
59:58Mensen die op de Heren wachten.
1:00:01Tot
1:00:04hun aanmoedigingen en tot onze aanmoediging zegt Paulus.
1:00:10Hij is machtig.
1:00:12Veel meer te geven dan u kunt bidden of denken zelfs.
1:00:18Waar
1:00:21mogen wij om bidden?
1:00:23De katechisme zegt alle
1:00:28geestelijke en lichamelijke nooddruft.
1:00:34En nooddruft wil zeggen alles wat je nodig hebt.
1:00:38Dus waar mag jij om vragen?
1:00:40Om alles wat je nodig hebt voor de tijd en voor je ziel.
1:00:48Mag jij hem vragen?
1:00:54Er zijn mensen die de heren niet nodig hebben voor het tijdelijke leven.
1:01:02Kunnen ze zelf wel.
1:01:10Wat zijn dat toch voor mensen?
1:01:14Zonder hem kunt u niets doen.
1:01:18Smeekt de heren.
1:01:19Ook voor alles wat u nodig hebt in het leven van alle dag.
1:01:28Wees getrouw in je plichten betrachten.
1:01:31En vraag
1:01:34hem om alles wat u nodig hebt.
1:01:40Jongeren, ik praat toch even met jou.
1:01:45Als jij voor de heren neerlegt wat je echt nodig hebt.
1:01:50Heel concreet.
1:01:52Wat heb jij nodig morgen?
1:01:56Duid voor hem neerlegt.
1:01:58En je ervaart.
1:02:00Hij heeft mij verhoord.
1:02:03Dan ben jij een jongere die weet dat er een God is.
1:02:08Een jongere die weet dat God het gebed hoort.
1:02:15Veel jongeren denken.
1:02:17God is zo ver weg.
1:02:19God is helemaal niet ver weg.
1:02:21Hij is veel dichterbij dan je denkt.
1:02:25Er zijn ook mensen.
1:02:29Die zo druk zijn met het tijdelijke en om dat van de heren te begeren, dat zij eigenlijk hun ziel een beetje vergeten.
1:02:38Daarom zegt de katechismus, wij mogen van hem vragen alle geestelijke en lichamelijke noodruft.
1:02:47Dus jouw ziel voorop.
1:02:50Vraag hem eerst voor je ziel en ten tweede voor alles wat je voor het tijdelijke nodig hebt.
1:03:00Zullen jullie, en
1:03:03ik spreek alle leeftijden aan, in de kerk en thuis.
1:03:07Zullen jullie goed zorgen voor jullie ziel?
1:03:15Of heb jij geen ziel?
1:03:17Als
1:03:22God in jouw leven komt, ga je beseffen dat je een ziel hebt.
1:03:31Maar dan besef je het niet alleen voor jezelf, maar ook voor een ander.
1:03:40Dan zie je je kinderen aan tafel zitten.
1:03:43En je beseft, mijn lieve kind, jij
1:03:48moet ook weer een keer van de wereld af.
1:03:53Dan gaan vaders en moeders zuchten en smeken voor de redding van hun kinderen.
1:04:03Dan gaan kinderen de heren aanlopen voor de redding van hun ouders.
1:04:10Of laat je elkaar gewoon verloren gaan.
1:04:17U voelt wel hoeveel deze tekst ons te zeggen heeft.
1:04:20Juist op een biddag.
1:04:23Mogen alles van de heren vragen.
1:04:26En hij kan veel meer geven dan u vraagt.
1:04:29En dat doet hij ook.
1:04:30Als
1:04:37u alles zou kwijtraken.
1:04:40Waar u de heren nog nooit voor gedankt hebt.
1:04:43Wat hou je over?
1:04:48Als u alleen zou krijgen waar u om vraagt.
1:04:53Wat krijgt u dan?
1:04:56Voelt u wel?
1:04:57Hij doet.
1:05:00Meer dan overvloedig boven alles wat ik bid of denk.
1:05:04Nu al.
1:05:07En dat betekent dat u eerst het koninkrijk gods mag zoeken.
1:05:17Dat u boven alles iedereen te zoeken hebt.
1:05:23Ernstig aanhoudend te zoeken hebt.
1:05:26Om de heren te kennen.
1:05:30Dat u jezelf geen rust mag geven.
1:05:35Voordat u de Heere Jezus Christus kent.
1:05:44Want buiten Jezus is geen leven.
1:05:47En
1:05:55als u de Heere mag kennen.
1:05:56Ben
1:05:59je dan tevreden met het minimale?
1:06:03Of is uw ziel bezet met honger en dorst.
1:06:07Om in zijn genade en kennis toe te nemen.
1:06:16Dat is een gezonde christen.
1:06:18Die heeft grote verlangens.
1:06:24En Paulus, die
1:06:27man die wist er toch wel wat van.
1:06:29Die zegt, o dat ik hem ken.
1:06:33En de kracht zijn er opstanding.
1:06:36Zijn dood gelijkvormig wordende.
1:06:39O dat ik hem kennen mag.
1:06:47Meer dan overvloediglijk.
1:06:51Dus Paulus wil zeggen, Ephesiërs.
1:06:54Ga nou niet op je bekering zitten.
1:06:57Word nou niet een bekeerde mannetje of vrouwtje.
1:07:01Maar besef nou dat God u veel meer geven kan dan wat u hebt.
1:07:09En zelfs veel meer dan wat u kunt begeren.
1:07:14Dus laten uw begeertes niet gering zijn.
1:07:21Psalm 81, dat kinderversje.
1:07:24Wat
1:07:26grote mensen ook nooit mogen vergeten.
1:07:29Opent uw mond.
1:07:33IJs van mij vrijmoedig.
1:07:40Is dat alleen voor kinderen?
1:07:44Of is het ook voor oude mensen?
1:07:47Alle leeftijden.
1:07:49Al wat u ontbreekt.
1:07:52Alles.
1:07:54Al moet je zeggen, mij ontbreekt alles.
1:07:57Ik heb echt niets.
1:07:59Al
1:08:02wat u ontbreekt, schenk ik zo gijt smeekt.
1:08:07Mild en overvloedig.
1:08:12Meer dan overvloedig staat hier.
1:08:21Zul je Nederlands kerk niet vergeten.
1:08:25Als
1:08:28u bidden geleerd hebt.
1:08:30Zullen ook nog vragen voor uw gemeente.
1:08:34Voor
1:08:36de kinderen en de jongeren van de gemeente.
1:08:40Zullen ze dragen en opdragen.
1:08:44Zullen u bidden voor de kerk van Nederland.
1:08:47Zo'n verwarring en verdeeldheid en verscheurdheid.
1:08:56Heren ontvangen.
1:08:57Ontferm u toch, ontferm u toch.
1:09:00Ik
1:09:05heb wel eens gelezen van Erskine.
1:09:07Die
1:09:12man die deed vaak bidden ook op zijn knieën met de Bijbel voor hem.
1:09:16En
1:09:20dan kon hij het aanwijzen en zeggen, heren, hier
1:09:25staat het toch.
1:09:27En heel vaak was hij zo biddend werkzaam met Matthäus 28.
1:09:33Zie, ik ben met uw lieden alle de dagen tot de volleinding der wereld.
1:09:40En hij maar smeken.
1:09:42Heren heb u toch beloofd.
1:09:45O wees met ons.
1:09:48Omdat u het gezegd hebt.
1:09:50Heb u daar belang bij gekregen.
1:09:53Dat de heren hier is.
1:09:57Of heb u genoeg aan kerkgang op zich.
1:10:02Of heb u er belang bij dat als u naar de kerk gaat.
1:10:06Dat hij er is.
1:10:08En dat je horen mag.
1:10:11Dus stem mijns liefste.
1:10:13Ziet hem.
1:10:14Hij komt.
1:10:16Is het je om hem te doen.
1:10:19In zijn inzettingen.
1:10:24Heb je ooit wel eens zo gesmeekt.
1:10:27Met de Bijbel voor u.
1:10:29Heren.
1:10:30Heb het toch beloofd.
1:10:34Voel u.
1:10:34Dan heb je geen enkele verdienste.
1:10:37Dan doet uw waardigheid niet mee.
1:10:39Uw onwaardigheid doet zelfs ook niet mee.
1:10:42Maar dan is het alleen.
1:10:45Omdat je er belang bij gekregen hebt.
1:10:48Heren.
1:10:49Heb het toch zelf gezegd.
1:10:54Dus tot aanmoedigingen.
1:10:58Aanmoediging.
1:10:59Zodat die Ephesiers.
1:11:01De heren zouden aanlopen.
1:11:04Als een waterstroom.
1:11:06Nou
1:11:12hoop ik.
1:11:13Dat u nou zegt.
1:11:15Of denkt.
1:11:17Maar ik
1:11:20kan helemaal niet bidden.
1:11:23En dan niet in de zin van zo'n uitvlucht.
1:11:27Zoals sommige mensen een uitvlucht altijd klaar hebben.
1:11:31Ja maar ik kan me toch niet bekeren.
1:11:34En ik kan toch niet bidden.
1:11:35Zo bedoel ik het niet.
1:11:38Maar werkelijk vanuit de nood van het hart.
1:11:41Maar
1:11:44heren.
1:11:46Daar
1:11:50breng ons bij het tweede.
1:11:54Dat Paulus erbij zegt.
1:11:57Naar de kracht die.
1:12:00In ons werkt.
1:12:02En
1:12:08wat bedoelt hij daarmee?
1:12:12Het woordje kracht komt ook terug in vers 16.
1:12:16Met kracht versterkt te worden door zijn geest in de inwendige mens.
1:12:24Paulus ervaart goddelijke kracht.
1:12:32Sterke mensen ervaren die niet, want die kunnen het zelf.
1:12:38Maar Paulus was een zwak mens in zichzelf.
1:12:42En hij ervoer de kracht gods.
1:12:48En Paulus die wist.
1:12:52Zonder die geestelijke kracht.
1:12:55Kan ik niet bidden.
1:13:00Romeinen achter.
1:13:02Zegt Paulus.
1:13:04Wij weten niet te bidden gelijk het betaamt.
1:13:08En daarom komt die geest onze zwakheden mede te hulp.
1:13:13En bid die geest in mij met.
1:13:18Onuitsprekelijke zuchtingen.
1:13:22Dus dat betekent dat Gods kinderen soms
1:13:28gebeden hebben.
1:13:29En verlangens die ze niet in woorden kunnen vatten.
1:13:37Alle woorden schieten te kort.
1:13:40Zo'n sterk verlangen.
1:13:43En dat die geest dat in hen werkt.
1:13:49Onuitsprekelijke
1:13:51zuchtingen.
1:13:53Gods
1:13:58kinderen.
1:14:00Ervaren meer soms.
1:14:02Dan ze kunnen zeggen.
1:14:08Dus Paulus wil daarmee zeggen.
1:14:11Er is zo groot verschil tussen bidden en bidden.
1:14:18Gods kinderen weten dat.
1:14:20Zo groot verschil tussen bidden en bidden.
1:14:25Maar als de geest u bidden geeft.
1:14:29Wat
1:14:33een blijdschap is dat.
1:14:35Om dan tot de heren te bidden.
1:14:42Dan spreekt u niet tegen de heren.
1:14:45Maar u spreekt met de heren.
1:14:52Dus Paulus kan niet bidden.
1:14:54En hij zegt bidden of denken naar de kracht die in ons werkt.
1:14:59De kracht van de heilige geest.
1:15:02Kan
1:15:04Paulus dan wel denken?
1:15:05Hij zegt in een van de brieven aan de Korintiers.
1:15:11Ik weet ook niet te denken.
1:15:16Ik kan geen goede gedachten vormen.
1:15:19Heb ik gewoon niet.
1:15:21Verkeerde gedachten.
1:15:22Die heb ik zat.
1:15:23Maar een goede gedachte.
1:15:25Een reine en zuivere gedachte.
1:15:28Die komt altijd bij de heren vandaan.
1:15:35Dus dan zien wij.
1:15:37Dat Paulus zo'n arme zwakke man was.
1:15:42Dat hij uit zichzelf niet bidden kan.
1:15:45Dat hij uit zichzelf geen goede gedachten kan denken.
1:15:50En dat hij in alles is aangewezen.
1:15:53Op.
1:15:54De kracht van de geest van Christus.
1:15:57Als
1:16:04u dat met hem eens bent.
1:16:08Zul je ook ervaren.
1:16:10Dat maakt geen luie mensen.
1:16:12God houdt niet van luie mensen.
1:16:16Dus als het gaat om landbouw, veeltild, visserij, arbeid.
1:16:21God houdt niet van luie mensen.
1:16:25Maar dat gaat ook in het geestelijke.
1:16:28God houdt niet van luie mensen.
1:16:31En hij wil erin gezocht worden.
1:16:34Dat wij de middelen ernstig waarnemen.
1:16:39Natuurlijk kunt u het niet laten waaien.
1:16:42Maar u kunt wel het zeil hijsen.
1:16:44Dat als het gaat waaien.
1:16:46Dat u gereed bent.
1:16:51En Paulus die bid om de geest.
1:16:54Heren heilige geest.
1:16:56Leer mij bidden.
1:16:59Geef u mij nog eens een goede gedachte heren.
1:17:03Dat is afhankelijkheid he.
1:17:07Afhankelijkheid.
1:17:09En dat is de kracht die in hem, in de gemeente, werkzaam is.
1:17:19Dus wat doet God als die mens bekeert?
1:17:22Hij bekeert hem van zijn eigen kracht.
1:17:28En zo'n mens kan niks meer.
1:17:31Hij bekeert hem van zijn eigen wijsheid.
1:17:34Hij weet ook niets meer.
1:17:36Hij bekeert hem van zijn eigen gerechtigheid.
1:17:39Hij deugt nergens meer toe.
1:17:46Dat heeft Paulus ook geleerd.
1:17:49Hij
1:17:50had te maken met die scherpe doorn in zijn vlees.
1:17:54En een duivel die hem recht in zijn gezicht zat te stompen.
1:17:59En Paulus maar bidden.
1:18:02Overlos me er toch van.
1:18:04Maar de Heer Jezus zegt.
1:18:07Mijn lieve Paulus.
1:18:09Nee.
1:18:10Die doorn blijft zitten.
1:18:15Die duivel blijft ook zitten.
1:18:19Maar.
1:18:21Mijn genade is u genoeg Paulus.
1:18:24En dan zegt Paulus erbij.
1:18:27Ik heb een welbehagen in zwakheden.
1:18:30In smaatheden.
1:18:32In verdrukkingen.
1:18:35Nou Paulus dan moet je dat eens een keer uitleggen.
1:18:38Want daar begrijpen wij niets van.
1:18:39Hij zegt.
1:18:41Als ik zwak ben.
1:18:44Dan ervaar ik de kracht van God.
1:18:49En als Paulus het weer zelf kan.
1:18:54kracht niet
1:18:57begrijp u nou de weg die God met u gaat dat u iedere keer zo machteloze hulpeloze ellendeling bent die
1:19:10niet voor of achteruit kan omdat
1:19:14zijn kracht volbracht wordt in uw zwakheid dus
1:19:24hoe zwakker jij bent hoe krachtiger dat u zult worden
1:19:30Dat is het geheim in het koninkrijk van God.
1:19:34Alles wat ik niet ben.
1:19:36Kan Christus voor me zijn.
1:19:43Zalig zalig niets te wezen.
1:19:46In mijn eigen oog voor God.
1:19:48Want als ik niets ben.
1:19:50Is Christus alles.
1:19:55Kracht.
1:19:59Hem zeg ik.
1:20:00En dat is ons derde punt.
1:20:02Hem zeg ik.
1:20:04Zij de heerlijkheid.
1:20:06In de gemeente.
1:20:08Door Christus Jezus.
1:20:11In alle geslachten.
1:20:12Tot alle eeuwigheid.
1:20:14Amen.
1:20:16Petrus zit daar in zijn cel.
1:20:18Op zijn knieën.
1:20:20En hij eindigt zijn gebed met een verlangen.
1:20:27Hij kan de heren geen heerlijkheid geven.
1:20:30Dat is water naar de zee dragen.
1:20:34Wij kunnen Gods heerlijkheid niet vermeerderen of verminderen.
1:20:40Maar als hij zegt hem zij de heerlijkheid.
1:20:43Dan wil hij daarmee zeggen.
1:20:44Het is mijn hartelijke verlangen om de Heere groot te maken.
1:20:52Het is mijn verlangen dat Hij verheerlijk wordt.
1:20:59Wat voor mensen hebben dat verlangen?
1:21:05Je zult wel begrijpen dat de natuurlijke mens dat verlangen niet heeft.
1:21:11Maar wie dan wel?
1:21:12Daar
1:21:15wil ik twee dingen over zeggen.
1:21:18En u kent ze allebei wel of allebei niet.
1:21:22Het eerste is...
1:21:24Dan ben ik zelf al mijn eigen heerlijkheid kwijt.
1:21:31Mensen kunnen heel wat eigen dunk hebben.
1:21:34Al doen ze zich misschien best nederig voor.
1:21:38Maar als God tot u komt met zijn ontdekkende werkingen.
1:21:42Raakt u uw heerlijkheid helemaal kwijt.
1:21:46En wat blijft erover?
1:21:48Een verloren zondaar.
1:21:51Als God u neerzet in het paradijs.
1:21:55En je komt tot een vreselijke ontdekking.
1:21:58Ik ben Adam zelf.
1:22:02Houdt u geen heerlijkheid meer over.
1:22:05Dan bent u een gevallen mens.
1:22:10Ik geen heerlijkheid meer.
1:22:13De kroon is van mijn hoofd gevallen.
1:22:16O wee mijner.
1:22:19Dat ik zo gezondigd heb.
1:22:24Versta je dat?
1:22:25Zit Adam ook in de kerk?
1:22:28Of
1:22:32komen hier alleen goede mensen?
1:22:35Adam.
1:22:37Ik geen enkele heerlijkheid meer.
1:22:40Het tweede is.
1:22:42Dat u alle heerlijkheid gezien hebt.
1:22:47In de Heer Jezus Christus.
1:22:50Dat
1:22:52je ogen voor hem zijn open gegaan.
1:22:56En dat u in hem zag.
1:23:04Ongeschapen heerlijkheid.
1:23:07Goddelijke heerlijkheid.
1:23:10In het aangezicht van Jezus Christus.
1:23:15Dan zie je geen visioen.
1:23:18Alsjeblieft niet.
1:23:19Maar door het woord heen.
1:23:22Leert u Christus kennen.
1:23:25Met zo'n waarachtigheid.
1:23:28Dat u op dat moment weet.
1:23:31Dat is hem.
1:23:33Vijf minuten later kan het weer aangevochten zijn.
1:23:36Maar op het moment dat God hem openbaart in uw hart.
1:23:40Weet u het zeker wie die is.
1:23:43En kent u zijn stem uit duizenden.
1:23:48Dus welke mensen willen God graag eren.
1:23:52Dat zijn mensen die zelf alle eer kwijt zijn.
1:23:57En een schandvlek voor God zijn geworden.
1:24:02En gebleven.
1:24:04En
1:24:06die
1:24:08gezien hebben.
1:24:10Met
1:24:12blijdschap van hun hart.
1:24:14Hoe dat Christus zijn vader verheerlijkt heeft.
1:24:20In zijn lijden sterven opstanding.
1:24:24In zijn gehoorzaamheid.
1:24:26In zijn leidelijke en dadelijke gehoorzaamheid.
1:24:32Dan zie je al
1:24:36Gods deugden schitteren in het werk en de persoon van de Heer Jezus Christus.
1:24:46Versta je dat?
1:24:48En
1:24:50dan wordt hier een verlangen geboren.
1:24:53Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen.
1:24:59Dan valt u er helemaal eventjes buiten.
1:25:03En hebt u verlangen om hem te prijzen.
1:25:07En begeert u dat zijn lof geopenbaard wordt in de kerk en in de wereld.
1:25:15En
1:25:25dat vindt plaats in de gemeente.
1:25:29Waarom is er een kerk op de wereld?
1:25:33Waarom bent u er?
1:25:37U bent gemeente.
1:25:39Waarom bent u dat?
1:25:42Heeft u er ooit over nagedacht wat uw doel is?
1:25:49Ja, dat die mensen worden bekeerd.
1:25:52Ja, dat is het middel, maar niet het doel.
1:25:55Wat is het doel van de gemeente?
1:25:59Ze beantwoordt aan haar doel als God hier verheerlijkt.
1:26:11Waarom bekeert God mensen?
1:26:14Met het doel dat zij zijn lof gaan verkondigen.
1:26:22Daarom bent u er.
1:26:27Dat is uw taak als gemeente.
1:26:30Een goddelijke taak.
1:26:34In de wereld klinkt zijn lof niet.
1:26:37Echt niet.
1:26:38Daar wordt God genegeerd of gelasterd.
1:26:41Maar
1:26:45als in de gemeente Christus een onbekende wordt.
1:26:51En zijn lof verstomt.
1:26:55Dan wordt het armen heel arm.
1:27:04En dat geven God.
1:27:05En dan mag hij om vragen opbiddag.
1:27:08Heren, nou hebben we wat te vragen.
1:27:11Niet alleen voor gewas, arbeid, visserij.
1:27:15Maar we hebben te vragen.
1:27:17Mag uw lof hier gezongen worden?
1:27:22Dat
1:27:23u uzelf verheerlijkt.
1:27:26Dat u ze toebrengt die zalig worden.
1:27:30Zodat wij mogen ervaren.
1:27:32De Heere is er.
1:27:35Hij weet van ons af.
1:27:39Of heb je er geen behoefte aan?
1:27:42Door Christus Jezus.
1:27:48Waarom zegt hij dat erbij?
1:27:51Dat is heel vernederend wat hier staat.
1:27:55Door Christus Jezus.
1:27:59Zelfs als
1:28:01de hemel even afdaalt op aarde.
1:28:06Zelfs als ik de heren prijzen mag en verhogen mag.
1:28:11En daarin altijd eindeloos tekort schiet.
1:28:15Zelfs dat.
1:28:18Heeft verzoening nodig.
1:28:24Christus hebben we nodig.
1:28:25Niet alleen als onze biddende.
1:28:28Maar ook als onze dankende hoge priester.
1:28:33Zelfs mijn lofzangen moeten nog verzoend worden.
1:28:37In
1:28:43alle geslachten.
1:28:45De
1:28:50oudere generatie geeft de lofzang door aan de jongeren.
1:28:58En juist in onze tijd zien wij allemaal hoe moeilijk dat is.
1:29:04Zodat de oudere generatie haar geloof, haar beleidenis, haar
1:29:15lofzang overdraagt aan de nieuwe generatie.
1:29:21Daar
1:29:25bent u wel met me eens.
1:29:26Dat het soms lijkt alsof de oudere generatie er heel anders over denkt dan de nieuwe.
1:29:36Dat kan helemaal niet, want het is één geloof en één woord en dezelfde God.
1:29:45Vaders en
1:29:48grootvaders en grootmoeders,
1:29:52zullen u goed spreken over de heren aan
1:29:57je kinderen en kleinkinderen.
1:30:01Als jongeren ergens behoefte aan hebben is, dat ze uit jouw mond horen wat er nou echt is, wat waar is.
1:30:15Dat u zelf uit eigen ondervinding mag betuigen.
1:30:20Hoort mijn kinderen.
1:30:21Wat God mij deed ondervinden.
1:30:25Mijn lieve kind.
1:30:26Mag ik jou eens wat vertellen.
1:30:29De Heere leeft.
1:30:31En de Heere hoort het gebed.
1:30:34Zal ik jou er eens wat van vertellen kind.
1:30:37Ik denk dat kind wel luistert hoor.
1:30:40Ik weet wel zeker.
1:30:43In alle geslachten.
1:30:47Christus is nooit zonder onderdanen.
1:30:49Het gaat van het enige slacht op het andere over.
1:30:55Tot de dag van de wederkomst.
1:30:58En dan zullen alle generaties voor de rechterstoel van Christus staan.
1:31:03En wij staan er ook.
1:31:06Alleen dan verdeeld in twee groepen.
1:31:11De lofzang die hier begint, komt nooit tot een einde.
1:31:17Die begint hier.
1:31:22De lofzaang van de strijdende kerk is als het ware een bloem in de knop.
1:31:28En
1:31:31in de eeuwigheid gaat die bloem helemaal open.
1:31:37En ze bloeit eindeloos.
1:31:43Hier zijn het maar korte uurtjes.
1:31:48Zo genoten, zo weer toegesloten.
1:31:52Laat wel wat na, maar
1:31:55je bent zo weer kwijt.
1:31:57Het zijn van die kleine...
1:32:00Voor proefjes.
1:32:02Maar als u in Immanuels land uw ogen open mag doen.
1:32:07Dan mag u zijn lof verkondigen naar harte lust.
1:32:16Biddag 2026 is bijna voorbij.
1:32:25Wat is uw gebed?
1:32:28Wat is uw smeking?
1:32:30Hij nog wat te vragen aan de heren.
1:32:34Hij houdt zijn oor voor je mond.
1:32:38Amen.
1:32:44Wij gaan zingen.
1:32:4731, 15.
1:32:49Hoe groot is het goed.
1:32:52Dat gij zult geven hem.
1:32:55Wiens oprechte geest.
1:32:58Op wie betrouwt u vreest.
1:33:0131, het vijftiende vers.
1:33:03[GEZANG]
1:35:08Zullen we samen danken.
1:35:12Konden we u maar danken, heren.
1:35:17Dat u uw lieve zoon niet gehoord hebt.
1:35:20Toen hij het uitschreeuwde in zijn nood.
1:35:24En dat u naar arme ellendige zondaren wel hoort.
1:35:28En ze over laat bovenbidden en bovendenken.
1:35:35Heren maak ons bekend met onze diepste nood.
1:35:42Geef ons ogen om te zien.
1:35:45En harten om op te merken.
1:35:49En dat het met alle dubbelleven en alle onverschilligheid.
1:35:55En al ons verborgen atheïsme dat afgelopen zal zijn.
1:36:00Dat we met u te doen krijgen.
1:36:04U die heilige ontfermende heren.
1:36:10Hoorder der gebeden.
1:36:13Dank voor uw uitnemend woord.
1:36:17Wil het heilige aan deze harten.
1:36:21En we dragen de nooddruftigen bijzonder aan u op.
1:36:27Aangevochten in het duister verkerende.
1:36:33Moedeloos, goddeloos.
1:36:36Heren, verhoren stille verzuchtingen.
1:36:41En houdt u ons allemaal heel goed vast.
1:36:46Dat u ons weer veilig thuis brengt.
1:36:49En ons morgen weer helpt bij de arbeid die ons wacht.
1:36:57Heren, dat wij u nodig mochten hebben.
1:37:01Wij zijn het niet waardig.
1:37:03Maar u bent het waardig.
1:37:07Gedenk ze die alleen thuiskomen.
1:37:10Die alleen hebben geluisterd.
1:37:12En wees ons nabij.
1:37:15Amen.
1:37:18Onze slotsang is uit de bereiming van het gebed des Heren.
1:37:23Vers 9.
1:37:26Want u is het koninkrijk, o Heren.
1:37:30En wat ermee volgt uit...
1:37:33Het gebed des Heren.
1:37:35Het negende vers.
1:37:37Heft
1:37:38[GEZANG]
1:40:20uw harten tot God.
1:40:23En ontvangt de zegen des Heren.
1:40:26De
1:40:28genade van de Heer Jezus Christus.
1:40:31En de liefde van God de Vader.
1:40:35En de gemeenschap van de Heilige Geest.
1:40:39Zij met u allen.
1:40:42Amen.
1:40:43[GEZANG]