Efeze 3: 20 en 21; [De machtige, meer dan overvloedige, krachtige en heerlijke God!]

woensdag 11 maart 2026 · 19:00 uur · Avonddienst · Ds. J. van Meggelen · 103 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:08Al onze hulp en enige verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw

9:20houdt, eeuwig leeft en nooit zal laten varen de werken zijner handen.

9:29Amen.

9:32Genade zij u en vrede van God de Vader.

9:38In Christus Jezus onze Heere.

9:41Door de Heilige Geest.

9:44Amen.

9:48Tot voortzetting van onze dienst.

9:51Psalm 29 vers 1.

9:53Aardse machten looft den Heere.

9:57Geeft de Heere sterk ten eer.

10:00En wat ermee volgt uit 29.

10:04Het eerste vers.

10:06Leide

10:07[GEZANG]

12:48ons geloof.

12:49Met de woorden van de geloosbeleidenis van Isaiah.

12:53En zingen daarna uit Psalm 93 het eerste vers.

12:59De Heere regeert.

13:01De hoogste majesteit.

13:04Bekleed met sterkte.

13:06Om God met heerlijkheid.

13:08En wat ermee volgt uit 93 vers 1.

13:13Na onze geloosbeleidenis.

13:15En spreken ieder van u.

13:18In zijn of haar hart.

13:20Ik geloof in één God.

13:24De Almachtige Vader.

13:27Schepper des hemels en der aarde.

13:31Allerzienlijke en onzienlijke dingen.

13:35En in één Heere Jezus Christus.

13:38De enige geboren Zoon van God.

13:42Geboren uit de Vader.

13:44Voor alle eeuwen.

13:46God uit God.

13:48Licht uit licht.

13:50Waarachtig God uit waarachtig God, geboren niet gemaakt van hetzelfde wezen met de Vader, door welke alle dingen gemaakt zijn, die

14:03om ons mensen en om onze zaligheid is nedergekomen uit de hemel en vlees geworden is van de Heilige Geest uit de Maagd Maria.

14:16En een mens is geworden, ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft en begraven is.

14:26En ten derde dagen opgestaan is naar de schriften en opgevaren is ten hemel, zit de rechterhand des vaders en zal wederkomen met heerlijkheid

14:38om te oordelen de levenden en de doden.

14:43Wiens rijk geen einde zal hebben.

14:46En in de heilige geest.

14:49Die heren is en levend maakt.

14:52Die van de vader en de zoon uitgaat.

14:55Die tezamen met de vader en de zoon.

14:59Aangebeden en verheerlijkd wordt.

15:02Die gesproken heeft door de profeten.

15:05En één heilige algemene en apostolische kerk.

15:11Ik beleid één doop tot vergeving der zonden.

15:15En ik verwacht de opstanding der doden.

15:19En het leven der toekomende eeuw.

15:23Amen.

15:24Het

15:25[GEZANG]

16:53heilig woord mogen wij vanavond lezen.

16:56En

16:58ik lees u daaruit uit de brief van Paulus aan de gemeente in Efeze.

17:05Het derde hoofdstuk.

17:06Dus onze schriftlezing Efeze.

17:11In

17:13Efeze 3 lezen wij Gods woord als volgt.

17:17Om deze oorzaak ben ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus voor u die heidene zijt.

17:28Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade gods die mij gegeven is aan u, dat hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt.

17:40Deze verborgenheid, gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb, waaraan gij dit lezende kunt bemerken mijn wetenschap in deze verborgenheid

17:52van Christus, welke in andere eeuwen de kinderen der mensen niet is bekendgemaakt, gelijk ze nu is geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten

18:05door de geest, namelijk dat de heidenen zijn.

18:09Mede erfgenamen.

18:11En van hetzelfde lichaam.

18:14En mede deelgenoten zijn er beloften in Christus.

18:19Door het evangelie.

18:21Waarvan ik een dienaar geworden ben.

18:24Naar de gaven der genade gods.

18:27Die mij gegeven is.

18:29Naar de werking zijn er kracht.

18:31Mij de allerminste van al de heiligen.

18:36Is deze genade gegeven.

18:39Om onder de heidenen door het evangelie te verkondigen.

18:43De onnaspeurlijke rijkdom van Christus.

18:47En allen te verlichten.

18:49Dat ze mogen verstaan.

18:51Welke de gemeenschap der verborgenheid is.

18:55Die van alle eeuwen verborgen is geweest in God.

18:59Welke alle dingen geschapen heeft.

19:02Door Jezus Christus.

19:04Opdat nu door de gemeente bekend gemaakt worden.

19:08Aan de overheden en de machten.

19:11In de hemel.

19:12De veelvuldige wijsheid gods.

19:15Naar het eeuwig voornemen.

19:18Dat hij gemaakt heeft in Christus Jezus.

19:21Onze heren.

19:23In de welke we hebben de vrijmoedigheid en de toegang.

19:27Met vertrouwen door het geloof aan hem.

19:31Daarom bid ik dat gij niet vertraagt in mijn verdrukkingen voor u.

19:36Het welk is uw heerlijkheid.

19:38Om deze oorzaak buig ik mijn knieën.

19:43Tot de Vader van onze Heere Jezus Christus.

19:47Uit welken al het geslacht in de hemelen en op de aarde genaamd wordt.

19:53Opdat hij u geven naar de rijkdom zijn heerlijkheid.

19:58Met kracht versterkt te worden.

20:01Door zijn geest in de inwendige mens.

20:05Opdat Christus door het geloof.

20:08In uw hart te wonen.

20:09En gij in de liefde geworteld en gegrond zijt.

20:15Opdat gij ten volle kon het begrijpen.

20:18Met al de heiligen.

20:20Welke de breedte en lengte en diepte en hoogte is.

20:25En bekennen de liefde van Christus.

20:28Die de kennis te boven gaat.

20:31Opdat gij vervuld wordt tot al de volheid gods.

20:35Hem nu.

20:37Die machtig is.

20:39Meer dan overvloediglijk te doen.

20:42Boven al wat wij bidden of denken.

20:45Naar de kracht die in ons werkt.

20:48Hem zeg ik.

20:49Zij de heerlijkheid in de gemeente.

20:52Door Christus Jezus in alle geslachten.

20:55Tot alle eeuwigheid.

20:58Amen.

21:00Tot zover.

21:02Zullen wij met elkaar Gods heilig aangezicht zoeken.

21:13Heren,

21:16schepper en onderhouder van hemel en aarde.

21:21En

21:24dat gaat onze gedachten te boven.

21:27Dat

21:29u net

21:31zoveel aandacht hebt voor

21:35een sterrenstelsel als

21:39voor een grasbrietje.

21:40En

21:42dat u ze allemaal in stand houdt en bewaart.

21:46En ook ons gedragen hebt.

21:53Verdragen hebt.

21:55En ons gebracht in uw huis.

21:58En thuis dat we het ook kunnen horen.

22:02Op deze dag van afzondering.

22:05Om u te smeken.

22:08Of u nog een keer aan ons zou willen gedenken.

22:13Voor het nieuwe seizoen.

22:16En dat u uw zegen verbinden zou.

22:21Aan ons.

22:23Gewas, landbouw, veeteelt, visserij.

22:28Onze arbeid heren.

22:30En

22:33hoe zullen wij dan ooit biddag kunnen houden.

22:38Als u ons niet schenkt uw heilige geest.

22:45En mogen wij u dan allereerst vragen.

22:50Om uw heilige geest.

22:53Dat die ons bidden leert.

22:57En dat we dan niet alleen vandaag een biddag zullen hebben.

23:02Maar dat elke dag van ons leven biddag mag zijn.

23:09Omdat wij zonder u niets kunnen doen.

23:15O heilige geest van genade en gebeden.

23:21Vervult u dan onze harten.

23:24En schenk ons een

23:28gebed heren.

23:31Een gebed dat u aangenaam is en door u verhoord wordt.

23:38En zo'n gebed kunnen wij nooit bidden dan alleen als u dat gebed geeft.

23:47U bent niet

23:51alleen de hoorder der gebeden, maar ook de schenker ervan.

23:59Leer ons bidden en vervult u onze harten.

24:03Met diep ontzag.

24:04Doe het ons beseffen.

24:08Kinderen en grote mensen.

24:11Ouderen en jongeren.

24:13Tot wie wij spreken.

24:16Tot onze schepper.

24:19Tot u die heilige.

24:22En ontzagwekkende God.

24:25Die

24:28zo nabij bent tegelijkertijd.

24:31Die

24:32zo hoog woont.

24:35En tegelijkertijd zo laag afdaalt.

24:41Om de geringste verzuchtingen van een ellendig mens te horen en te verhoren.

24:52Verbreek ons ongeloof, heren.

24:59En doe ons tot u bidden en ook op u wachten.

25:06En dat wij nooit iets van ons gebed zullen verwachten.

25:11Maar dat wij onze smekingen mogen neerleggen.

25:17Op uw barmhartigheden.

25:20Die

25:21vele zijn.

25:23Heren, we

25:26hebben het niet verdiend.

25:29Nederland heeft het ook niet verdiend.

25:34Maar omdat u het zelf beloofd hebt.

25:37Al zo lang geleden.

25:40Aan Noach.

25:42En met de hele schepping.

25:44Dat u zomer en winter.

25:47Zaaien en oogst.

25:50Niet zo laten ophouden.

25:54En wil u dan nog schenken heren.

25:57Uw onmisbare zegen.

26:01Regen en zonneschijn.

26:03En dat de vruchten mogen groeien.

26:06En dat het

26:09gewas groeien mag.

26:12En dat uw landbouw en visserij en veeteelt en al onze werkzaamheden nog bekronen zou met uw zegen.

26:23En

26:25bij die zegen hoort toch ook dat wij diep zullen beseffen onze afhankelijkheid.

26:33En

26:35dat wij het minste niet waardig zijn.

26:43En hoeven wij dat dan niet te zeggen.

26:47Uit de sleur.

26:50Maar dat we het werkelijk zullen menen.

26:55Uit de grond van ons hart.

26:57Heren.

26:58We zijn het minste niet waardig.

27:02En toch overlaat u ons dag aan dag.

27:09Nederland heeft met u gebroken.

27:13En onze zonden roepen naar de hemel.

27:17Zoveel onschuldig bloed.

27:20Roep tot u.

27:22En toch.

27:25Ondanks dat.

27:27Hebt u ons land overladen.

27:31Tot op deze dag toe.

27:33Dag aan dag.

27:37En mogen onze harde harten daaronder smelten.

27:43Dat u met ons niet gedaan hebt.

27:47Naar onze zonde.

27:51Dat u met ons niet doet naar onze ongerechtigheden.

27:57En dan smeken wij het u.

28:00Dat u ook in Nederland nog de vruchten wil laten groeien.

28:09En de arbeid willen zegenen.

28:13En dat wij mogen ontvangen ons dagelijks brood uit uw handen.

28:26Heren gedankt.

28:27Denk aan

28:30een ieder.

28:31En ook aan de gemeente in haar geheel.

28:37Als een nieuw seizoen is aangebroken.

28:41Dat hier gebed geschonken mag worden.

28:45Voor de gemeente.

28:48En voor een herder en leraar.

28:53En voor het allernoodzakelijkste.

28:57Dat u hier bent.

28:59Met uw heilige geest.

29:03En dat hier mensen bekeerd worden.

29:06Door u en tot u.

29:10En dat ze mogen opmerken.

29:14Wij hebben de heren wel verlaten.

29:18Maar de heren heeft ons niet verlaten.

29:23Getrouwe heren.

29:25Zo goed bent u.

29:28Dat wij biddag mogen houden.

29:32En dan mogen wij toch weten dat u erom gevraagd wil zijn.

29:39Niet omdat wij iets verdiend hebben.

29:43Maar omdat u goed bent.

29:46O schenk ons wat we nodig hebben heren.

29:50En geef ons kracht.

29:53Kracht naar kruis.

29:56En dan weet u van alle harten waar

30:03veel verdriet is.

30:05En veel zorg.

30:08En er kunnen ook jonge harten zijn.

30:11Waar het donker is.

30:14En die eigenlijk niet goed weten hoe het verder moet.

30:19En dan geeft u ons een biddag.

30:22En dan mogen wij alles voor u neerleggen.

30:26Al onze tijdelijke nood.

30:29En al onze geestelijke nood.

30:32Of het gebrek aan nood.

30:37En wil u dan nog alle

30:41nood en smart gebruiken.

30:43Om ons aan uw voeten te brengen en te houden.

30:48Heilig alle smart heren.

30:52En wil genadig nog voorzien.

30:56Als wij het niet meer weten.

30:59En wij het niet meer zien.

31:01Maar dan weet u het nog wel.

31:05Want u kunt deuren openen die wij niet zien.

31:10En banden breken die ons te sterk zijn.

31:14En onze duisternissen verlichten.

31:18Mogen we zo elkaar aan u opdragen.

31:22De raderkerk.

31:25Allen die een taak hebben in deze dienst.

31:28En

31:30dat u de gemeente zegent.

31:34Uw zegenende handen over haar uitbreidt.

31:40En dat vragen wij u ook voor hen die in hoogheid zijn.

31:46En wij hebben ze eigenlijk al opgegeven.

31:52En dan bidden wij wel voor koningshuis, regering, overheden.

31:58En wij verwachten niets daarvan.

32:05Maar mogen wij u bidden, heren.

32:08Voor koningshuis, regering, overheden, burgemeester.

32:16Wethouders.

32:17Gemeenteraad.

32:19Eerste Tweede Kamer.

32:22Provincies.

32:24Dat u ze wijsheid geeft.

32:27Dat ze niet doen kunnen wat ze willen.

32:31Dat u ze moed en krachten geeft.

32:34En dat u ons bekeert.

32:40En dat die bekering hier mag beginnen.

32:45In uw huis.

32:48En dat wij niet langer de wereld lief hebben.

32:53En niet langer u en de wereld tegelijk zoeken te dienen.

33:00Maar dat wij waarachtig tot u bekeerd mogen worden.

33:06En van u mogen leren.

33:09Hoe groot onze zonden en ellende zijn.

33:13Hoe

33:15wij daarvan zullen verlost worden.

33:18En hoe wij u voor zulke verlossing.

33:23Zullen dankbaar zijn.

33:26De nood is zo groot.

33:29Van Nederland.

33:32Van Europa.

33:33Van de wereld.

33:35Van de kerk.

33:37De nood zo groot.

33:39De oordelen hangen zo laag dat we ze niet zien.

33:46We zijn het gewend geraakt.

33:48En wij bidden u om ontwaking.

33:53Om

33:55wederkeer.

33:58Om berauw.

34:00Om vernederde harten.

34:04Om het ware geloof.

34:07Om een heilig leven.

34:11En allemaal zaken waar wij een afkeer van hebben.

34:15Maar schenk het ons heren.

34:18Of we het nu willen of niet willen.

34:20Maar zegen ons met waarachtige bekering.

34:30Uit genade alleen.

34:33Wil zelf uw woord verkondigen vanavond.

34:37En

34:40toepassen.

34:41En

34:43de werken des duivels verbreken.

34:46En uw vrije genade verheerlijken.

34:49En dat alles tot roem van uw heilige naam.

34:56O Vader, dat uw liefde ons blijkt.

35:03O Zoon, maak ons uw beeld gelijk.

35:08O geest, zend uw troost ons neer.

35:14Drie-enige God.

35:17U alleen zij al de eer.

35:20Amen.

35:25De tekst voor dit avonduur vindt u in Ephesus 3 vers 20 en 21.

35:34Hem nu die machtig is meer dan overvloediglijk te doen.

35:41Boven al wat wij bidden of denken.

35:45Naar de kracht die in ons werkt.

35:48Hem zeg ik.

35:49Zij de heerlijkheid in de gemeente.

35:52Door Christus Jezus.

35:54In alle geslachten.

35:56Tot alle eeuwigheid.

35:58Amen.

36:00Deze tekst in drie stukjes verdeelt eerst.

36:03Hem nu die machtig is.

36:05Meer dan overvloediglijk te doen.

36:08Boven al wat wij bidden of denken.

36:12Ten tweede, naar de kracht die in ons werkt.

36:16En ten derde, hem zeg ik, zij de heerlijkheid in de gemeente door Christus Jezus in alle geslachten tot alle eeuwigheid.

36:26Amen.

36:27Wij

36:29gaan nog zingen met elkaar uit Psalm 95 vers 1 en 2.

36:37Komt, laat ons samen Israëls heren.

36:42De rotsteen van ons heil met eer met God gewijde zang ontmoeten.

36:48De Heere is groot.

36:51Een heerlijk God, een koning.

36:54Die het zaligst lot ver boven alle goden kan schenken.

37:0095, 1 en 2.

37:03Op deze biddag zijn er twee collecten.

37:07De eerste bestemd voor diakonie.

37:10Tweede voor kerkvoogdij.

37:12En deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.

37:18[GEZANG]

42:51Wat was Israël goed af met die nieuwe koning Salomo?

42:59Want de Bijbel zegt iets over die koning Salomo.

43:04Met hele korte woorden zegt de Bijbel eigenlijk alles over Salomo.

43:10En

43:12Salomo had de heren lief.

43:19Dus eigenlijk is daar alles mee gezegd.

43:25Wandelende in de inzettingen van zijn vader David.

43:32En Salomo die spaarde kosten nog moeite om de heren te dienen.

43:38En op een dag bracht hij duizend brandoffers aan God.

43:45Dat heeft hem een vermogen gekost.

43:50Maar als u de heren lief hebt, hebt u het er graag voor over.

43:57En diezelfde nacht krijgt Salomo hemelsbezoek.

44:03Hij slaapt en in een droom stelt God hem een vraag.

44:10En God vraagt, begeer wat ik u geven zal.

44:19Steed toch voor dat

44:22u vannacht ook zo'n vraag van God krijgt.

44:28Begeer wat ik u geven zal.

44:32Wat zou je dan vragen.

44:36Er zijn kinderen in de kerk.

44:38En jongeren in de kerk.

44:40Als God dat aan jou zou vragen.

44:43Begeer.

44:44Wat zal ik je geven.

44:46Wat kan ik voor je doen kind.

44:51Wat zou jij dan zeggen.

44:59Wat heeft Salomo gezegd.

45:03En Salomo was een jonge koning.

45:06En hij had de heren lief.

45:07En hij vraagt.

45:10Heren.

45:13Ik heb een heel groot volk waar ik koning over ben.

45:18En ik ben nog maar een jonge jongen.

45:21Heren schenk mij een wijs hart.

45:25Zodat ik goed kan rechtspreken.

45:30Geef mij wijsheid in de rechtspraak.

45:33Zodat ik de onschuldige vrij zal spreken.

45:37En de schuldige zal straffen.

45:40Dat ik daar goed onderscheiding kan maken.

45:47En God zegt, dat

45:50gebed zal ik verhoren Salomo.

45:53En

45:55omdat jij niet gevraagd hebt om rijkdom of eer of roem of macht.

46:02Maar gevraagd hebt een wijs hart.

46:06Krijg je die andere dingen er gewoon bij.

46:10Dus Salomo, je krijgt een wijs hart.

46:13Maar daarbij krijg jij rijkdom en eer.

46:19En macht en aanzien en heerlijkheid.

46:26Dan heb je gelijk een voorbeeld van wat in onze tekst bedoeld wordt.

46:32Met God kan meer dan overvloedig doen.

46:37Boven al wat wij bidden of denken.

46:44Dus wat wij vandaag van God begeren.

46:48Op deze biddag voor gewas, visserij en arbeid.

46:57Besef allemaal hardgrondig dat God u veel meer kan geven dan u kunt vragen.

47:12Hoeveel hebt u vandaag niet ontvangen waar u nooit om gevraagd hebt?

47:16God

47:21is machtig om dat te doen.

47:24Hij

47:26is een oneindige God van grondeloze barmhartigheid.

47:33En zou enig ding hem te wonderlijk zijn.

47:39Dus wat wij hem vragen vandaag.

47:44Misschien heb u alleen wat te vragen voor gewas, visserij, arbeid.

47:54Misschien heb u alleen wat te vragen voor de tijd.

47:58Maar God kan u veel meer schenken dan waar wij hem om vragen.

48:06Nog een voorbeeld, zodat u weet dat waar is wat ik zeg.

48:12De heer Jezus was in Capernaum aan het prediken in huis.

48:17En dat huisje was afgeladen vol met mensen.

48:21En buiten op straat stonden ze ook.

48:24Deur stond open, ramen open.

48:27Iedereen wou meeluisteren.

48:29Wat voor onderwijs de heren gaf.

48:32En dan zie je daar vier mannen aankomen.

48:37En ze dragen een verlamde man op een bedje.

48:45Wat is de bedoeling van die vier mannen?

48:50Dat weten jullie al.

48:51Als je een beetje thuis bent in de Bijbel.

48:53Dan weet u dat ze willen hun verlamde vriend voor de heren neerleggen.

48:59Diep overtuigd zijn ze dat de heren machtig is.

49:03Om hun vriend te genezen.

49:06En ook gewillig is.

49:10Dat weten ze.

49:13En dan zien ze daar die mensenmenigte staan.

49:17En ze beseffen.

49:18Daar komen wij nooit doorheen.

49:20Met onze verlamde vriend op zijn bedje.

49:24Maken geen schijn van kans.

49:27In het oude oosten hadden de huizen platte daken.

49:31En er liep er zo'n stenen trap langs het huis.

49:36Hoe ze dat hebben gedaan weet ik niet.

49:39Maar ze gaan die trap op met vriend en al.

49:43Ze klauteren het dak op.

49:45Ze maken het dak een stukje open.

49:50Precies waar de heren is.

49:53En dan laten ze dat bedje met vier touwen voorzichtig zakken.

49:59Precies aan de voeten van de heren.

50:02En ze laten de touwen los.

50:05En als je dan naar boven kijkt dan zie je vier gezichten door dat gat in het plafond.

50:12Die naar beneden kijken met

50:15grote verwachting.

50:18Heren.

50:19U kunt onze vriend genezen.

50:22En u wilt dat ook.

50:25Ze vragen het ook helemaal niet.

50:28Ze leggen hem alleen aan zijn voeten neer.

50:35Meer dan overvloediglijk boven bidden en denken.

50:40Wat zegt de Heer het tegen die verlamde man?

50:45Zoon, uw

50:47zonden zijn u vergeven.

50:51Kwam die daarvoor?

50:52Denk het niet.

50:56Hij krijgt.

50:58Veel meer dan zijn vrienden hadden gevraagd.

51:03Zijn zonden vergeven.

51:07Dat is het allergrootste wat de Heer je geven kan.

51:13Dat je dat uit zijn mond mag horen.

51:16Mijn zoon, mijn dochter.

51:20Jouw zonden zijn je vergeven.

51:25En dan ontstaat er wat gemurmureer onder het publiek.

51:30Hoe kan hij de zonden vergeven?

51:32Kan God toch alleen?

51:34En dan zegt de Heere, ik heb macht.

51:37Zonder te vergeven.

51:39En om u dat aan te tonen,

51:44zegt hij tot de geraakte.

51:47Neem uw bedden op, sta op en wandel.

51:52En die verlamde man gaat staan.

51:57Hij vouwt zijn matrasje op.

51:59En hij loopt zo door die verbaasde mensenmenigte heen.

52:06Zo naar buiten.

52:13Dat is de mooiste dag van zijn leven geweest.

52:16Zijn zonden vergeven.

52:18En zijn lichaam gezond gemaakt.

52:22Meer dan overvloediglijk.

52:25Boven bidden.

52:26En boven denken.

52:29Dit overtrof al zijn verwachtingen.

52:35Paulus is hier in gebed.

52:37Dat leest u in vers 14.

52:40Dus als u uw Bijbel voor u hebt.

52:42Moet u daar maar even in kijken.

52:45Vers 14.

52:47En Paulus schrijft die brief aan de Ephesiers.

52:50En in die brief komen ook gebeden voor.

52:54En dit is er eentje van.

52:55Om deze oorzaak buig ik mijn knieën tot de Vader van ons Heer Jezus Christus.

53:04Paulus was een man van gebed.

53:08Hij was een zendeling.

53:10Hij voorzag in zijn eigen onderhoud.

53:13En hij was een man van gebed.

53:15En als hij deze brief schrijft is hij een gevangene.

53:20En zit hij in huisarrest in Rome of in de gevangenis in Caesarea, kan allebei.

53:27En hij buigt zijn knieën.

53:33Paulus betekent, weet je wat die naam betekent?

53:39Kleintje.

53:42En Paulus is voor God ook echt een kleintje.

53:46Hij

53:49buigt zijn knieën voor die grote God.

53:54En Paulus maakt zich heel klein.

53:58En hij smeekt God.

54:01Je zou kunnen zeggen.

54:04Biddag houdt hij.

54:05Maar dat houdt hij elke dag.

54:07En hij smeekt God voor de gemeente van Ephesus.

54:12En waar vraagt hij dan om?

54:16Niet om gewas.

54:18Niet om arbeid.

54:20Niet om visserij.

54:22Maar hij vraagt alleen maar om.

54:27Zodat zij kunnen dragen wat God hen opgelegd heeft.

54:34En dat ze geworteld zullen zijn in de liefde van Christus.

54:39En dat zij de

54:44liefde van Christus die alle verstanden boven gaat zullen kennen.

54:49Dat vraagt hij.

54:51En dan sluit hij af met een lofprijzing.

54:55Dat was gebruikelijk in die tijd.

54:58En dan zegt hij.

55:00Aan het slot van zijn gebed.

55:01Hem nu die machtig is.

55:04Meer dan overvloediglijk te doen.

55:08Boven alles wat wij bidden of denken.

55:12En hij heeft al zoveel gevraagd.

55:18Geworteld in de liefde.

55:22Versterkt met de geest.

55:24Dat Christus in je hart woont.

55:26Dat je ten volle kunt begrijpen.

55:29En bekennen de liefde.

55:32Paulus we kunnen nog meer vragen.

55:34En dan zegt hij, Ephesius, bedenk dat.

55:39Al vragen wij nog zoveel.

55:42Dan is God machtig om u nog meer te schenken.

55:47En waarom zegt Paulus dat zo nadrukkelijk?

55:51Omdat wij, ik, u, wij allemaal.

55:55Zeer kleine gedachten hebben van de barmhartigheid van God.

56:05En als wij bidden.

56:09En misschien zitten die mensen die nooit bidden.

56:14En als wij bidden, dat we er eigenlijk niet zo heel veel van verwachten.

56:23We hebben ons gebed gedaan, onze plicht vervuld en we gaan over tot de orde van de dag.

56:30Dan lijkt het op iemand die aanbelt bij een huis en direct wegloopt.

56:38Onze gebeden zijn vaak zo arm.

56:44Dat wij wel wat te vragen hebben.

56:46En eigenlijk helemaal geen antwoord verwachten.

56:50Ik heb mijn plicht toch weer gedaan.

56:55En daarom zegt Paulus.

56:58Zult u niet klein denken over de machtige ontfermingen van God.

57:05Denk groot van God.

57:08En sta op de uitkijk als u wat gevraagd hebt.

57:14Psalm 25 zegt.

57:16Ik verwacht u de ganse dag.

57:22Als u toch werkelijk wat van God nodig hebt.

57:27Dan zult u smeken.

57:31U zult roepen.

57:35Maar u zult ook op de uitkijk staan.

57:39Heren.

57:41Wanneer komt u nou.

57:43Dat u uitziet naar de vervulling van uw gebed.

57:54Verstaat u daar nou iets van.

57:56Dat u niet alleen.

57:59Tot de heren mag roepen.

58:01Maar dat u.

58:03Uitziet.

58:04Als het ware op wacht staat.

58:08Uitziende.

58:10Naar.

58:10De verhoring.

58:12Van Gods wegen.

58:17Stel je voor.

58:19Dat hier een jongere zit.

58:21Die wat te vragen heeft aan de heren.

58:23Als

58:28die dan in de kerk zit.

58:31Luistert die heel goed.

58:33Of God antwoord geeft.

58:36Als die bijbel leest.

58:38Let u goed op of God antwoord geeft.

58:45U hebt de heren gevraagd om uitkomst in uw nood.

58:50En u staat als het ware op de uitkijk.

58:54Heren, heb

59:04u echt wat van de heren nodig?

59:08Of ben je tevreden met een beetje godsdienst?

59:12Met een biddag.

59:14We hebben het weer gevraagd.

59:17Ja, ik vraag er elke dag om.

59:21Ja, en we lezen de Bijbel.

59:23Lees een dagboek.

59:24En daar hebben wij dan genoeg aan.

59:29Of zou u er ook behoeftige mensen zijn.

59:33Met een leeg hart.

59:36Die tot God roepen.

59:39Bidden kunnen ze misschien niet.

59:41Maar tot God roepen en tot hem zuchten.

59:45En hun ogen opheffen naar de hemel.

59:53Ik verwacht u de ganse dag.

59:58Mensen die op de Heren wachten.

1:00:01Tot

1:00:04hun aanmoedigingen en tot onze aanmoediging zegt Paulus.

1:00:10Hij is machtig.

1:00:12Veel meer te geven dan u kunt bidden of denken zelfs.

1:00:18Waar

1:00:21mogen wij om bidden?

1:00:23De katechisme zegt alle

1:00:28geestelijke en lichamelijke nooddruft.

1:00:34En nooddruft wil zeggen alles wat je nodig hebt.

1:00:38Dus waar mag jij om vragen?

1:00:40Om alles wat je nodig hebt voor de tijd en voor je ziel.

1:00:48Mag jij hem vragen?

1:00:54Er zijn mensen die de heren niet nodig hebben voor het tijdelijke leven.

1:01:02Kunnen ze zelf wel.

1:01:10Wat zijn dat toch voor mensen?

1:01:14Zonder hem kunt u niets doen.

1:01:18Smeekt de heren.

1:01:19Ook voor alles wat u nodig hebt in het leven van alle dag.

1:01:28Wees getrouw in je plichten betrachten.

1:01:31En vraag

1:01:34hem om alles wat u nodig hebt.

1:01:40Jongeren, ik praat toch even met jou.

1:01:45Als jij voor de heren neerlegt wat je echt nodig hebt.

1:01:50Heel concreet.

1:01:52Wat heb jij nodig morgen?

1:01:56Duid voor hem neerlegt.

1:01:58En je ervaart.

1:02:00Hij heeft mij verhoord.

1:02:03Dan ben jij een jongere die weet dat er een God is.

1:02:08Een jongere die weet dat God het gebed hoort.

1:02:15Veel jongeren denken.

1:02:17God is zo ver weg.

1:02:19God is helemaal niet ver weg.

1:02:21Hij is veel dichterbij dan je denkt.

1:02:25Er zijn ook mensen.

1:02:29Die zo druk zijn met het tijdelijke en om dat van de heren te begeren, dat zij eigenlijk hun ziel een beetje vergeten.

1:02:38Daarom zegt de katechismus, wij mogen van hem vragen alle geestelijke en lichamelijke noodruft.

1:02:47Dus jouw ziel voorop.

1:02:50Vraag hem eerst voor je ziel en ten tweede voor alles wat je voor het tijdelijke nodig hebt.

1:03:00Zullen jullie, en

1:03:03ik spreek alle leeftijden aan, in de kerk en thuis.

1:03:07Zullen jullie goed zorgen voor jullie ziel?

1:03:15Of heb jij geen ziel?

1:03:17Als

1:03:22God in jouw leven komt, ga je beseffen dat je een ziel hebt.

1:03:31Maar dan besef je het niet alleen voor jezelf, maar ook voor een ander.

1:03:40Dan zie je je kinderen aan tafel zitten.

1:03:43En je beseft, mijn lieve kind, jij

1:03:48moet ook weer een keer van de wereld af.

1:03:53Dan gaan vaders en moeders zuchten en smeken voor de redding van hun kinderen.

1:04:03Dan gaan kinderen de heren aanlopen voor de redding van hun ouders.

1:04:10Of laat je elkaar gewoon verloren gaan.

1:04:17U voelt wel hoeveel deze tekst ons te zeggen heeft.

1:04:20Juist op een biddag.

1:04:23Mogen alles van de heren vragen.

1:04:26En hij kan veel meer geven dan u vraagt.

1:04:29En dat doet hij ook.

1:04:30Als

1:04:37u alles zou kwijtraken.

1:04:40Waar u de heren nog nooit voor gedankt hebt.

1:04:43Wat hou je over?

1:04:48Als u alleen zou krijgen waar u om vraagt.

1:04:53Wat krijgt u dan?

1:04:56Voelt u wel?

1:04:57Hij doet.

1:05:00Meer dan overvloedig boven alles wat ik bid of denk.

1:05:04Nu al.

1:05:07En dat betekent dat u eerst het koninkrijk gods mag zoeken.

1:05:17Dat u boven alles iedereen te zoeken hebt.

1:05:23Ernstig aanhoudend te zoeken hebt.

1:05:26Om de heren te kennen.

1:05:30Dat u jezelf geen rust mag geven.

1:05:35Voordat u de Heere Jezus Christus kent.

1:05:44Want buiten Jezus is geen leven.

1:05:47En

1:05:55als u de Heere mag kennen.

1:05:56Ben

1:05:59je dan tevreden met het minimale?

1:06:03Of is uw ziel bezet met honger en dorst.

1:06:07Om in zijn genade en kennis toe te nemen.

1:06:16Dat is een gezonde christen.

1:06:18Die heeft grote verlangens.

1:06:24En Paulus, die

1:06:27man die wist er toch wel wat van.

1:06:29Die zegt, o dat ik hem ken.

1:06:33En de kracht zijn er opstanding.

1:06:36Zijn dood gelijkvormig wordende.

1:06:39O dat ik hem kennen mag.

1:06:47Meer dan overvloediglijk.

1:06:51Dus Paulus wil zeggen, Ephesiërs.

1:06:54Ga nou niet op je bekering zitten.

1:06:57Word nou niet een bekeerde mannetje of vrouwtje.

1:07:01Maar besef nou dat God u veel meer geven kan dan wat u hebt.

1:07:09En zelfs veel meer dan wat u kunt begeren.

1:07:14Dus laten uw begeertes niet gering zijn.

1:07:21Psalm 81, dat kinderversje.

1:07:24Wat

1:07:26grote mensen ook nooit mogen vergeten.

1:07:29Opent uw mond.

1:07:33IJs van mij vrijmoedig.

1:07:40Is dat alleen voor kinderen?

1:07:44Of is het ook voor oude mensen?

1:07:47Alle leeftijden.

1:07:49Al wat u ontbreekt.

1:07:52Alles.

1:07:54Al moet je zeggen, mij ontbreekt alles.

1:07:57Ik heb echt niets.

1:07:59Al

1:08:02wat u ontbreekt, schenk ik zo gijt smeekt.

1:08:07Mild en overvloedig.

1:08:12Meer dan overvloedig staat hier.

1:08:21Zul je Nederlands kerk niet vergeten.

1:08:25Als

1:08:28u bidden geleerd hebt.

1:08:30Zullen ook nog vragen voor uw gemeente.

1:08:34Voor

1:08:36de kinderen en de jongeren van de gemeente.

1:08:40Zullen ze dragen en opdragen.

1:08:44Zullen u bidden voor de kerk van Nederland.

1:08:47Zo'n verwarring en verdeeldheid en verscheurdheid.

1:08:56Heren ontvangen.

1:08:57Ontferm u toch, ontferm u toch.

1:09:00Ik

1:09:05heb wel eens gelezen van Erskine.

1:09:07Die

1:09:12man die deed vaak bidden ook op zijn knieën met de Bijbel voor hem.

1:09:16En

1:09:20dan kon hij het aanwijzen en zeggen, heren, hier

1:09:25staat het toch.

1:09:27En heel vaak was hij zo biddend werkzaam met Matthäus 28.

1:09:33Zie, ik ben met uw lieden alle de dagen tot de volleinding der wereld.

1:09:40En hij maar smeken.

1:09:42Heren heb u toch beloofd.

1:09:45O wees met ons.

1:09:48Omdat u het gezegd hebt.

1:09:50Heb u daar belang bij gekregen.

1:09:53Dat de heren hier is.

1:09:57Of heb u genoeg aan kerkgang op zich.

1:10:02Of heb u er belang bij dat als u naar de kerk gaat.

1:10:06Dat hij er is.

1:10:08En dat je horen mag.

1:10:11Dus stem mijns liefste.

1:10:13Ziet hem.

1:10:14Hij komt.

1:10:16Is het je om hem te doen.

1:10:19In zijn inzettingen.

1:10:24Heb je ooit wel eens zo gesmeekt.

1:10:27Met de Bijbel voor u.

1:10:29Heren.

1:10:30Heb het toch beloofd.

1:10:34Voel u.

1:10:34Dan heb je geen enkele verdienste.

1:10:37Dan doet uw waardigheid niet mee.

1:10:39Uw onwaardigheid doet zelfs ook niet mee.

1:10:42Maar dan is het alleen.

1:10:45Omdat je er belang bij gekregen hebt.

1:10:48Heren.

1:10:49Heb het toch zelf gezegd.

1:10:54Dus tot aanmoedigingen.

1:10:58Aanmoediging.

1:10:59Zodat die Ephesiers.

1:11:01De heren zouden aanlopen.

1:11:04Als een waterstroom.

1:11:06Nou

1:11:12hoop ik.

1:11:13Dat u nou zegt.

1:11:15Of denkt.

1:11:17Maar ik

1:11:20kan helemaal niet bidden.

1:11:23En dan niet in de zin van zo'n uitvlucht.

1:11:27Zoals sommige mensen een uitvlucht altijd klaar hebben.

1:11:31Ja maar ik kan me toch niet bekeren.

1:11:34En ik kan toch niet bidden.

1:11:35Zo bedoel ik het niet.

1:11:38Maar werkelijk vanuit de nood van het hart.

1:11:41Maar

1:11:44heren.

1:11:46Daar

1:11:50breng ons bij het tweede.

1:11:54Dat Paulus erbij zegt.

1:11:57Naar de kracht die.

1:12:00In ons werkt.

1:12:02En

1:12:08wat bedoelt hij daarmee?

1:12:12Het woordje kracht komt ook terug in vers 16.

1:12:16Met kracht versterkt te worden door zijn geest in de inwendige mens.

1:12:24Paulus ervaart goddelijke kracht.

1:12:32Sterke mensen ervaren die niet, want die kunnen het zelf.

1:12:38Maar Paulus was een zwak mens in zichzelf.

1:12:42En hij ervoer de kracht gods.

1:12:48En Paulus die wist.

1:12:52Zonder die geestelijke kracht.

1:12:55Kan ik niet bidden.

1:13:00Romeinen achter.

1:13:02Zegt Paulus.

1:13:04Wij weten niet te bidden gelijk het betaamt.

1:13:08En daarom komt die geest onze zwakheden mede te hulp.

1:13:13En bid die geest in mij met.

1:13:18Onuitsprekelijke zuchtingen.

1:13:22Dus dat betekent dat Gods kinderen soms

1:13:28gebeden hebben.

1:13:29En verlangens die ze niet in woorden kunnen vatten.

1:13:37Alle woorden schieten te kort.

1:13:40Zo'n sterk verlangen.

1:13:43En dat die geest dat in hen werkt.

1:13:49Onuitsprekelijke

1:13:51zuchtingen.

1:13:53Gods

1:13:58kinderen.

1:14:00Ervaren meer soms.

1:14:02Dan ze kunnen zeggen.

1:14:08Dus Paulus wil daarmee zeggen.

1:14:11Er is zo groot verschil tussen bidden en bidden.

1:14:18Gods kinderen weten dat.

1:14:20Zo groot verschil tussen bidden en bidden.

1:14:25Maar als de geest u bidden geeft.

1:14:29Wat

1:14:33een blijdschap is dat.

1:14:35Om dan tot de heren te bidden.

1:14:42Dan spreekt u niet tegen de heren.

1:14:45Maar u spreekt met de heren.

1:14:52Dus Paulus kan niet bidden.

1:14:54En hij zegt bidden of denken naar de kracht die in ons werkt.

1:14:59De kracht van de heilige geest.

1:15:02Kan

1:15:04Paulus dan wel denken?

1:15:05Hij zegt in een van de brieven aan de Korintiers.

1:15:11Ik weet ook niet te denken.

1:15:16Ik kan geen goede gedachten vormen.

1:15:19Heb ik gewoon niet.

1:15:21Verkeerde gedachten.

1:15:22Die heb ik zat.

1:15:23Maar een goede gedachte.

1:15:25Een reine en zuivere gedachte.

1:15:28Die komt altijd bij de heren vandaan.

1:15:35Dus dan zien wij.

1:15:37Dat Paulus zo'n arme zwakke man was.

1:15:42Dat hij uit zichzelf niet bidden kan.

1:15:45Dat hij uit zichzelf geen goede gedachten kan denken.

1:15:50En dat hij in alles is aangewezen.

1:15:53Op.

1:15:54De kracht van de geest van Christus.

1:15:57Als

1:16:04u dat met hem eens bent.

1:16:08Zul je ook ervaren.

1:16:10Dat maakt geen luie mensen.

1:16:12God houdt niet van luie mensen.

1:16:16Dus als het gaat om landbouw, veeltild, visserij, arbeid.

1:16:21God houdt niet van luie mensen.

1:16:25Maar dat gaat ook in het geestelijke.

1:16:28God houdt niet van luie mensen.

1:16:31En hij wil erin gezocht worden.

1:16:34Dat wij de middelen ernstig waarnemen.

1:16:39Natuurlijk kunt u het niet laten waaien.

1:16:42Maar u kunt wel het zeil hijsen.

1:16:44Dat als het gaat waaien.

1:16:46Dat u gereed bent.

1:16:51En Paulus die bid om de geest.

1:16:54Heren heilige geest.

1:16:56Leer mij bidden.

1:16:59Geef u mij nog eens een goede gedachte heren.

1:17:03Dat is afhankelijkheid he.

1:17:07Afhankelijkheid.

1:17:09En dat is de kracht die in hem, in de gemeente, werkzaam is.

1:17:19Dus wat doet God als die mens bekeert?

1:17:22Hij bekeert hem van zijn eigen kracht.

1:17:28En zo'n mens kan niks meer.

1:17:31Hij bekeert hem van zijn eigen wijsheid.

1:17:34Hij weet ook niets meer.

1:17:36Hij bekeert hem van zijn eigen gerechtigheid.

1:17:39Hij deugt nergens meer toe.

1:17:46Dat heeft Paulus ook geleerd.

1:17:49Hij

1:17:50had te maken met die scherpe doorn in zijn vlees.

1:17:54En een duivel die hem recht in zijn gezicht zat te stompen.

1:17:59En Paulus maar bidden.

1:18:02Overlos me er toch van.

1:18:04Maar de Heer Jezus zegt.

1:18:07Mijn lieve Paulus.

1:18:09Nee.

1:18:10Die doorn blijft zitten.

1:18:15Die duivel blijft ook zitten.

1:18:19Maar.

1:18:21Mijn genade is u genoeg Paulus.

1:18:24En dan zegt Paulus erbij.

1:18:27Ik heb een welbehagen in zwakheden.

1:18:30In smaatheden.

1:18:32In verdrukkingen.

1:18:35Nou Paulus dan moet je dat eens een keer uitleggen.

1:18:38Want daar begrijpen wij niets van.

1:18:39Hij zegt.

1:18:41Als ik zwak ben.

1:18:44Dan ervaar ik de kracht van God.

1:18:49En als Paulus het weer zelf kan.

1:18:54kracht niet

1:18:57begrijp u nou de weg die God met u gaat dat u iedere keer zo machteloze hulpeloze ellendeling bent die

1:19:10niet voor of achteruit kan omdat

1:19:14zijn kracht volbracht wordt in uw zwakheid dus

1:19:24hoe zwakker jij bent hoe krachtiger dat u zult worden

1:19:30Dat is het geheim in het koninkrijk van God.

1:19:34Alles wat ik niet ben.

1:19:36Kan Christus voor me zijn.

1:19:43Zalig zalig niets te wezen.

1:19:46In mijn eigen oog voor God.

1:19:48Want als ik niets ben.

1:19:50Is Christus alles.

1:19:55Kracht.

1:19:59Hem zeg ik.

1:20:00En dat is ons derde punt.

1:20:02Hem zeg ik.

1:20:04Zij de heerlijkheid.

1:20:06In de gemeente.

1:20:08Door Christus Jezus.

1:20:11In alle geslachten.

1:20:12Tot alle eeuwigheid.

1:20:14Amen.

1:20:16Petrus zit daar in zijn cel.

1:20:18Op zijn knieën.

1:20:20En hij eindigt zijn gebed met een verlangen.

1:20:27Hij kan de heren geen heerlijkheid geven.

1:20:30Dat is water naar de zee dragen.

1:20:34Wij kunnen Gods heerlijkheid niet vermeerderen of verminderen.

1:20:40Maar als hij zegt hem zij de heerlijkheid.

1:20:43Dan wil hij daarmee zeggen.

1:20:44Het is mijn hartelijke verlangen om de Heere groot te maken.

1:20:52Het is mijn verlangen dat Hij verheerlijk wordt.

1:20:59Wat voor mensen hebben dat verlangen?

1:21:05Je zult wel begrijpen dat de natuurlijke mens dat verlangen niet heeft.

1:21:11Maar wie dan wel?

1:21:12Daar

1:21:15wil ik twee dingen over zeggen.

1:21:18En u kent ze allebei wel of allebei niet.

1:21:22Het eerste is...

1:21:24Dan ben ik zelf al mijn eigen heerlijkheid kwijt.

1:21:31Mensen kunnen heel wat eigen dunk hebben.

1:21:34Al doen ze zich misschien best nederig voor.

1:21:38Maar als God tot u komt met zijn ontdekkende werkingen.

1:21:42Raakt u uw heerlijkheid helemaal kwijt.

1:21:46En wat blijft erover?

1:21:48Een verloren zondaar.

1:21:51Als God u neerzet in het paradijs.

1:21:55En je komt tot een vreselijke ontdekking.

1:21:58Ik ben Adam zelf.

1:22:02Houdt u geen heerlijkheid meer over.

1:22:05Dan bent u een gevallen mens.

1:22:10Ik geen heerlijkheid meer.

1:22:13De kroon is van mijn hoofd gevallen.

1:22:16O wee mijner.

1:22:19Dat ik zo gezondigd heb.

1:22:24Versta je dat?

1:22:25Zit Adam ook in de kerk?

1:22:28Of

1:22:32komen hier alleen goede mensen?

1:22:35Adam.

1:22:37Ik geen enkele heerlijkheid meer.

1:22:40Het tweede is.

1:22:42Dat u alle heerlijkheid gezien hebt.

1:22:47In de Heer Jezus Christus.

1:22:50Dat

1:22:52je ogen voor hem zijn open gegaan.

1:22:56En dat u in hem zag.

1:23:04Ongeschapen heerlijkheid.

1:23:07Goddelijke heerlijkheid.

1:23:10In het aangezicht van Jezus Christus.

1:23:15Dan zie je geen visioen.

1:23:18Alsjeblieft niet.

1:23:19Maar door het woord heen.

1:23:22Leert u Christus kennen.

1:23:25Met zo'n waarachtigheid.

1:23:28Dat u op dat moment weet.

1:23:31Dat is hem.

1:23:33Vijf minuten later kan het weer aangevochten zijn.

1:23:36Maar op het moment dat God hem openbaart in uw hart.

1:23:40Weet u het zeker wie die is.

1:23:43En kent u zijn stem uit duizenden.

1:23:48Dus welke mensen willen God graag eren.

1:23:52Dat zijn mensen die zelf alle eer kwijt zijn.

1:23:57En een schandvlek voor God zijn geworden.

1:24:02En gebleven.

1:24:04En

1:24:06die

1:24:08gezien hebben.

1:24:10Met

1:24:12blijdschap van hun hart.

1:24:14Hoe dat Christus zijn vader verheerlijkt heeft.

1:24:20In zijn lijden sterven opstanding.

1:24:24In zijn gehoorzaamheid.

1:24:26In zijn leidelijke en dadelijke gehoorzaamheid.

1:24:32Dan zie je al

1:24:36Gods deugden schitteren in het werk en de persoon van de Heer Jezus Christus.

1:24:46Versta je dat?

1:24:48En

1:24:50dan wordt hier een verlangen geboren.

1:24:53Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen.

1:24:59Dan valt u er helemaal eventjes buiten.

1:25:03En hebt u verlangen om hem te prijzen.

1:25:07En begeert u dat zijn lof geopenbaard wordt in de kerk en in de wereld.

1:25:15En

1:25:25dat vindt plaats in de gemeente.

1:25:29Waarom is er een kerk op de wereld?

1:25:33Waarom bent u er?

1:25:37U bent gemeente.

1:25:39Waarom bent u dat?

1:25:42Heeft u er ooit over nagedacht wat uw doel is?

1:25:49Ja, dat die mensen worden bekeerd.

1:25:52Ja, dat is het middel, maar niet het doel.

1:25:55Wat is het doel van de gemeente?

1:25:59Ze beantwoordt aan haar doel als God hier verheerlijkt.

1:26:11Waarom bekeert God mensen?

1:26:14Met het doel dat zij zijn lof gaan verkondigen.

1:26:22Daarom bent u er.

1:26:27Dat is uw taak als gemeente.

1:26:30Een goddelijke taak.

1:26:34In de wereld klinkt zijn lof niet.

1:26:37Echt niet.

1:26:38Daar wordt God genegeerd of gelasterd.

1:26:41Maar

1:26:45als in de gemeente Christus een onbekende wordt.

1:26:51En zijn lof verstomt.

1:26:55Dan wordt het armen heel arm.

1:27:04En dat geven God.

1:27:05En dan mag hij om vragen opbiddag.

1:27:08Heren, nou hebben we wat te vragen.

1:27:11Niet alleen voor gewas, arbeid, visserij.

1:27:15Maar we hebben te vragen.

1:27:17Mag uw lof hier gezongen worden?

1:27:22Dat

1:27:23u uzelf verheerlijkt.

1:27:26Dat u ze toebrengt die zalig worden.

1:27:30Zodat wij mogen ervaren.

1:27:32De Heere is er.

1:27:35Hij weet van ons af.

1:27:39Of heb je er geen behoefte aan?

1:27:42Door Christus Jezus.

1:27:48Waarom zegt hij dat erbij?

1:27:51Dat is heel vernederend wat hier staat.

1:27:55Door Christus Jezus.

1:27:59Zelfs als

1:28:01de hemel even afdaalt op aarde.

1:28:06Zelfs als ik de heren prijzen mag en verhogen mag.

1:28:11En daarin altijd eindeloos tekort schiet.

1:28:15Zelfs dat.

1:28:18Heeft verzoening nodig.

1:28:24Christus hebben we nodig.

1:28:25Niet alleen als onze biddende.

1:28:28Maar ook als onze dankende hoge priester.

1:28:33Zelfs mijn lofzangen moeten nog verzoend worden.

1:28:37In

1:28:43alle geslachten.

1:28:45De

1:28:50oudere generatie geeft de lofzang door aan de jongeren.

1:28:58En juist in onze tijd zien wij allemaal hoe moeilijk dat is.

1:29:04Zodat de oudere generatie haar geloof, haar beleidenis, haar

1:29:15lofzang overdraagt aan de nieuwe generatie.

1:29:21Daar

1:29:25bent u wel met me eens.

1:29:26Dat het soms lijkt alsof de oudere generatie er heel anders over denkt dan de nieuwe.

1:29:36Dat kan helemaal niet, want het is één geloof en één woord en dezelfde God.

1:29:45Vaders en

1:29:48grootvaders en grootmoeders,

1:29:52zullen u goed spreken over de heren aan

1:29:57je kinderen en kleinkinderen.

1:30:01Als jongeren ergens behoefte aan hebben is, dat ze uit jouw mond horen wat er nou echt is, wat waar is.

1:30:15Dat u zelf uit eigen ondervinding mag betuigen.

1:30:20Hoort mijn kinderen.

1:30:21Wat God mij deed ondervinden.

1:30:25Mijn lieve kind.

1:30:26Mag ik jou eens wat vertellen.

1:30:29De Heere leeft.

1:30:31En de Heere hoort het gebed.

1:30:34Zal ik jou er eens wat van vertellen kind.

1:30:37Ik denk dat kind wel luistert hoor.

1:30:40Ik weet wel zeker.

1:30:43In alle geslachten.

1:30:47Christus is nooit zonder onderdanen.

1:30:49Het gaat van het enige slacht op het andere over.

1:30:55Tot de dag van de wederkomst.

1:30:58En dan zullen alle generaties voor de rechterstoel van Christus staan.

1:31:03En wij staan er ook.

1:31:06Alleen dan verdeeld in twee groepen.

1:31:11De lofzang die hier begint, komt nooit tot een einde.

1:31:17Die begint hier.

1:31:22De lofzaang van de strijdende kerk is als het ware een bloem in de knop.

1:31:28En

1:31:31in de eeuwigheid gaat die bloem helemaal open.

1:31:37En ze bloeit eindeloos.

1:31:43Hier zijn het maar korte uurtjes.

1:31:48Zo genoten, zo weer toegesloten.

1:31:52Laat wel wat na, maar

1:31:55je bent zo weer kwijt.

1:31:57Het zijn van die kleine...

1:32:00Voor proefjes.

1:32:02Maar als u in Immanuels land uw ogen open mag doen.

1:32:07Dan mag u zijn lof verkondigen naar harte lust.

1:32:16Biddag 2026 is bijna voorbij.

1:32:25Wat is uw gebed?

1:32:28Wat is uw smeking?

1:32:30Hij nog wat te vragen aan de heren.

1:32:34Hij houdt zijn oor voor je mond.

1:32:38Amen.

1:32:44Wij gaan zingen.

1:32:4731, 15.

1:32:49Hoe groot is het goed.

1:32:52Dat gij zult geven hem.

1:32:55Wiens oprechte geest.

1:32:58Op wie betrouwt u vreest.

1:33:0131, het vijftiende vers.

1:33:03[GEZANG]

1:35:08Zullen we samen danken.

1:35:12Konden we u maar danken, heren.

1:35:17Dat u uw lieve zoon niet gehoord hebt.

1:35:20Toen hij het uitschreeuwde in zijn nood.

1:35:24En dat u naar arme ellendige zondaren wel hoort.

1:35:28En ze over laat bovenbidden en bovendenken.

1:35:35Heren maak ons bekend met onze diepste nood.

1:35:42Geef ons ogen om te zien.

1:35:45En harten om op te merken.

1:35:49En dat het met alle dubbelleven en alle onverschilligheid.

1:35:55En al ons verborgen atheïsme dat afgelopen zal zijn.

1:36:00Dat we met u te doen krijgen.

1:36:04U die heilige ontfermende heren.

1:36:10Hoorder der gebeden.

1:36:13Dank voor uw uitnemend woord.

1:36:17Wil het heilige aan deze harten.

1:36:21En we dragen de nooddruftigen bijzonder aan u op.

1:36:27Aangevochten in het duister verkerende.

1:36:33Moedeloos, goddeloos.

1:36:36Heren, verhoren stille verzuchtingen.

1:36:41En houdt u ons allemaal heel goed vast.

1:36:46Dat u ons weer veilig thuis brengt.

1:36:49En ons morgen weer helpt bij de arbeid die ons wacht.

1:36:57Heren, dat wij u nodig mochten hebben.

1:37:01Wij zijn het niet waardig.

1:37:03Maar u bent het waardig.

1:37:07Gedenk ze die alleen thuiskomen.

1:37:10Die alleen hebben geluisterd.

1:37:12En wees ons nabij.

1:37:15Amen.

1:37:18Onze slotsang is uit de bereiming van het gebed des Heren.

1:37:23Vers 9.

1:37:26Want u is het koninkrijk, o Heren.

1:37:30En wat ermee volgt uit...

1:37:33Het gebed des Heren.

1:37:35Het negende vers.

1:37:37Heft

1:37:38[GEZANG]

1:40:20uw harten tot God.

1:40:23En ontvangt de zegen des Heren.

1:40:26De

1:40:28genade van de Heer Jezus Christus.

1:40:31En de liefde van God de Vader.

1:40:35En de gemeenschap van de Heilige Geest.

1:40:39Zij met u allen.

1:40:42Amen.

1:40:43[GEZANG]