0:01Beste luisteraars, oud en jong, fijn dat u vanavond weer wilt luisteren naar de zaterdagavondverhalen.
0:10En ook deze avond mochten we voor u weer een verhaal vertellen.
0:16We hebben weer een verhaal op mogen zoeken.
0:19En dat boekje dat heet Hein Smit.
0:23En er staat erbij een verhaal uit het begin van onze mobilisatie.
0:29En dat was de mobilisatie van de Eerste Wereldoorlog.
0:34En we hopen dus nu twee weken achter elkaar een verhaal te horen over die Hein Smit.
0:42Het is een boekje uit 1928.
0:47In de laatste week van juli was de afleiding voor Hein Smit al te sterk geworden.
0:54Tot die tijd toe had hij met alle dapperheid van zijn 15 jaar weerstand geboden aan de prachtige...
1:02Zomerweer, als de dagtaak bij zijn baas Timmerman Klaassens was vertooid en hij het thuis in de hitte van zijn kleine kamer niet kon uithouden.
1:12Dan had hij zijn boeken en schriften onder de armen genomen en had hij een schaduwrijk plaatsje gezocht in het plantsoen.
1:20Daar was het rustig.
1:21De weinige mannen die
1:26er kwamen zaten er vreedzaam een praatje te houden onder het genot van een pijp of een tabakspruim.
1:33Het waren altijd dezelfde gasten die de banken vulden.
1:36En onder hen was Hein die iedere dag met zijn neus in de boeken zat.
1:41Een bekend verhuur.
1:43Met potlood maakte hij zijn aantekeningen in het rekenschrift dat op zijn over elkaar geslagen knieën lag.
1:51Of hij leerde de woordjes uit een vreemde taal die hij had te bestuderen.
1:56Doe je boeken maar dicht Hein, zei de uitachtige heertje die van de rente leefde.
2:02Hein zat naast hem op de bank alle moeite te doen om zijn aandacht bij het Franse thema te houden.
2:10Morgen heb ik les, meneer, was het antwoord.
2:12De jongen keek zijn buurman aan en met ernst in zijn blik.
2:18Hij was er heus ook al toe verplicht om te werken.
2:21Ieder les kostte hem 75 cent.
2:24En daar moest hij heel wat voor doen, van zes tot zes.
2:28Met twee uur schaftijd ertussen.
2:30Het was een werkdag die lang niet licht viel.
2:33En als Hein niet door zo'n door en door gezond lichaam had meegekregen in de wereld, zou hij in deze zomerwarmte s'avonds veel te moe zijn geweest om nog te werken.
2:45Maar nu was een onderdompeling van zijn hoofd in een kom koud water en daarna een flinke stapel boterhammen voldoende om hem zijn levensgeest terug te geven.
2:56Bovendien, Hein had een ideaal.
2:59Dat droeg hem ver boven de armoedige omstandigheden,
3:04Uit waarin hij opgroeide.
3:06Zijn ouders werkten beiden een merkwaardig ambt uit.
3:12Een ambt dat in sommige tijden van het jaar vrij winstgevend was.
3:17Maar dat toch nooit voor buitengewoon eervol doorging.
3:22Vader en moeder Smit verdienden de kost door ieder bij een eigen legerbataillon dagelijks met de soldaten van het garnizoen mee te trekken.
3:31Met een volgeladen karretje.
3:34om hen in de rusttijden de inwendige mens te doen versterken.
3:38En bij grotere militaire oefeningen werden er soms honderd flesjes bier of limonade verkocht.
3:44En honderden repen chocolade, gevuld met ananas, mocca enzovoorts.
3:51Aan de ongevulde chocolade werd minder verdiend.
3:55En daarom had vader en moeder Smit dit meer voedzame artikel maar afgesworen.
4:02Het andere ging er bij de manschappen net zo goed in.
4:07Jan Smit, Heinz' vader, en vrouw Smit dreven hun handwerk reeds van de jeugd af aan.
4:13Het had hem ruw gemaakt in taal en in levenswijze.
4:18De dagelijkse omgang met de soldaten had hem geleerd dat zij een vrolijke stemming moesten hebben om veel te kunnen verkopen.
4:25En de middelen om die goede luim op te wekken waren vaag van lage allooi.
4:33Maar als door een wonder had hij een heel blijmoedig karakter en een uitstekende aanleg.
4:40Van heel jeugdige leeftijd af ontwikkelde hij zich op een bijzondere wijze.
4:47En ook uiterlijk leek hij helemaal niet op zijn ouders.
4:53Terwijl deze beiden donker haar en donkere ogen hadden en een klein van gestalte waren.
5:00werd Hein al op zijn vierde jaar een knaapje dat flink eind boven de tafel uitstak.
5:05Bovendien was hij blond en had blauwe ogen.
5:09Maar vooral verschilde hij in karakter van de overige huisgenoten.
5:13Zijn beide oudere broers, ja, die waren levendig en opvliegend, zoals vader en moeder.
5:20En er stonden vaak tussen hen vieren heftige ruzies.
5:25Hein daarentegen was van kind af aan rustig en stil geweest.
5:30Hij had zich nimmer met huiselijke oneenigheden bemoeid, terwijl hij zich terug trok in een hoekje van de kamer waar hij het geliefde speelgoed heen sleepte, dat hij met
5:43alle zorg bewaakte.
5:44Toen was zijn schoonheid begonnen en daarmee kwam het grote verdriet in zijn leven.
5:51Hij had zich eenzaam teruggetrokken van al die kinderen waarvan de meesten uit een veel orderlijker huishouden kwamen.
6:00Dan het zijne.
6:02Dan zouden zijn kapotte kuisen en gelapte broeken hem weinig geërgerd hebben.
6:06Maar Hein was een leuke, vrolijke jongen die door de jongens van zijn klas werd meegespeeld in een spel.
6:14Hij wist altijd de beste plannen te maken voor tochten op de vrije middagen.
6:22Was met leren een handje de voorste.
6:25Kortom, hij was bij de onderwijzers een jongen die heel erg...
6:30gezien werd.
6:32En juist daardoor was het hem een onverdraaglijke gedachte zijn vrienden nu nooit eens, zoals die andere jongens deden, mee naar huis te kunnen nemen.
6:43En ook nooit eens met die trots over zijn vader te kunnen praten.
6:48Welke jongens van zijn leeftijd dat zo graag aan de dag leggen en die hun zo goed staat.
6:57Toen nu Hein de hoogste klasse van de lagere school doorlopen had,
7:02en zijn vader hem aangekondigd had dat hij loopjongen zou worden bij een apotheker, riep het hoofd van de school de opgeschoten knaap bij zich.
7:12Het was een vriendelijke grote man met een peperen-zoutkleurig hoofdhaar en daarbij passende snor.
7:21Een man tot wie hij altijd met een stille bewondering en genegenheid had opgezien.
7:29Je hebt je kranen gehouden hier op school, begon de onderwijzer.
7:32Vertel me eens, wat zijn nu je plannen, Hein?
7:36Hein had geen plannen, tenminste.
7:39Hij keek naar de grond en zei niets.
7:42Heeft je vader al een betrekking voor je?
7:45Hein zag op, blikte recht in de hartelijke ogen van zijn onderwijzer.
7:51Loop jongen in de apotheek, meneer, zei hij zacht.
7:55Al schaamde hij zich voor een betekenis.
7:58Het was geen post van een voorname allooi.
8:03Zozo.
8:04bromde het hoofd nadenkend.
8:06Zo, zo.
8:07Ja, meneer, gaf Hein hierop de antwoord, alsof het een standje was dat hem aanging.
8:14Daar zal niet veel voor je te leren zijn, vrees ik.
8:17Nee, meneer.
8:19Vind je dat niet jammer, Hein, jij die zo goed leren kunt?
8:24Ja, vader zegt het, luidde het verweer.
8:26Maar zou je vader niet goed vinden als je een ambacht leerde?
8:30Was nu de vraag die Hein in verlegenheid bracht.
8:35Hij antwoordde echter openhartig.
8:38Vader wil dat ik in het verdiende kom, meneer, en ik krijg dadelijk twee gulden per week van acht uur morgens tot acht uur avonds en zondag om de veertien
8:50dagen dienst.
8:51Zie eens, Hein, als ik niet een andere mogelijkheid had gezien, was ik dit gesprek niet begonnen met jou.
8:58Ik weet een timmermanbaas die een jongen nodig heeft en waar je dadelijk...
9:05Tweeënhalve gulden in een week kan verdienen.
9:09Als je daar flink je handen uit de mouwen steekt.
9:13En ik ken je voldoende om dat te weten.
9:15Dat je dit zou doen.
9:17Dan heb je in een paar jaar het tot acht gulden gebracht.
9:21Bedunk dat je vader daar niets tegen kan hebben.
9:25Spreek er eens eens over met hem.
9:28Duurde niet lang.
9:30Of Hein Smit deed zich ook aan zijn betrekking als een flinke jongen kennen.
9:35Zijn dagtaak.
9:36Kon hij gemakkelijk aan.
9:37En vaak zag men hem zomersavonds met gewezen schoolkameraden op het voetbalveld.
9:44Velen van hen waren nu op een school voor meer uitgebreid onderwijs.
9:49Of op een hogere burgerschool.
9:51En Hein hoorde hen spreken over alles wat er aan nieuws te leren viel.
9:57Jaloers was hij erop.
9:58Wat bleef hij achter de schaafbank dom?
10:02Bij die vrienden vergeleken.
10:04En wat zou hij er niet voor over hebben ook te mogen leren, iedere dag te mogen gaan in de keurige grote statige gebouw in plaats van naar de timmerwinkel.
10:16Kijk, daar was Spekkers, de zoon van de conciërge.
10:20Dat was ook maar een een helevoudige jongen.
10:23En die zat nu toch fijn in de tweede klas van de HBS.
10:27En verdienen?
10:28In een paar uren tijd...
10:30verdiende zijn broer uit de vijfde klas al net zoveel als Hein in een hele week.
10:37Enkel met s'avonds jongens uit de lagere klassen te helpen met hun huiswerk.
10:42Hij moet toch wel reusachtig knap zijn.
10:45Dick Spekkers.
10:47Ha, als die nou ook mij eens wat zou kunnen leren.
10:52Een ogenblik flitste die mogelijkheid Hein door de gedachten.
10:56En dan verwierp hij het verre.
10:58Waarom zou Dick zich die moeite geven?
11:01En wat zou hij zelf heen aan die geleerdheid toch hebben?
11:05Maar terwijl hij smittig bezig was met timmeren van een raamkoezijn, zie, wat
11:11was er ook weer voor prettigs?
11:12Ja, het kwam hem weer in de gedachten.
11:15O ja, dik spekkers, lessen.
11:19De blije trek vergeleed van zijn gezicht.
11:22O ja, dat is waar ook.
11:23Het is onmogelijk.
11:25Maar toch, een ogenblik later was het plan maar weer.
11:30Het liet hem niet meer los.
11:32Hij kon er tenminste eens met Dirk over praten.
11:37En Dick was jong.
11:39Dick was vol geestdrift.
11:41Dick achtte het wel mogelijk, Hein te helpen, om dezelfde te leren wat de lagere klasten van de HBS werd onderwezen.
11:49Het werd een eerlijke afspraak.
11:51Hein zou Dick een vergoeding voor zijn tijdverlies geven en deze zou hem een paar maal per week helpen en hem de nodige boeken lenen.
12:00Van de verdiensten op de werkplaats kon hij nu wel anderhalve gulden missen.
12:07Enige jaren van ingespannen werken had
12:12Hein achter de rug, toen de zwoele dagen in West-Europa een voorbode waren van een groot onheil dat ging uitbreken van de rampzalige wereldoorlog.
12:25Steeds somberder pakten duistere wolken zich boven ons land samen.
12:31En er was bijna geen gezin of het voelde zich in zijn dierbaarste bezittingen bedreigd.
12:37Zou men zijn middelen van bestaan ophouden?
12:40Zou de geliefde vader, zouden de broers in de oorlog moeten gaan dienen?
12:45Hoe meer men bezat aan geldswaarde, hoe hechter de onderlinge band van de liefde in het gezin was.
12:52En des te sterker voelde men de beklemming, nu er zoveel dreigde verloren te gaan.
12:58Ja.
13:00In dat opzicht stond familie Schmid er niet zo slecht voor.
13:03De gehechtheid van die mensen aan elkaar was weinig sterk.
13:08Ieder leefde maar zijn eigen bestaan.
13:11Alleen Hein, voor wie toch altijd het minst was gezorgd, en juist Hein voelde liefde voor zijn ouders.
13:19In diepe medelijden heeft hij met hen getopt, met hun droevige ruzies, die echter bij het naderen van het oor was gevaar.
13:29als bij toverslag ophielden.
13:32Wat zou er van hen allen worden?
13:35Heinz' oudste broer was ingedeeld bij de atelier en de jongste wilde graag bij de marine komen.
13:42En die zouden het wel direct moeten opkomen in geval van oorlog.
13:46En Smit zelf had al aan zijn soldaten van zijn bataljon beloofd dat hij hen zou volgen.
13:53Hij had dan zoveel jaren bediend
13:56Dus de major en de commandant van het bataillon zouden hem vast niet willen missen.
14:01Nog nooit had Hein zich zo ellendig gevoeld als in die dagen.
14:06Hij had met zoveel flinkheid, jaren achterheen, hetzelfde doel nagedreven.
14:12En het nu zeker scheen dat hij het zou bereiken, werd hij misschien aan al zijn plannen de bodem ingeslagen.
14:20Als hij nu met zijn lessen en zijn studie moest ophouden, wat was hij dan?
14:25Een timmermansjongen.
14:26die een beetje geleerd had van allerlei dingen, talen, wiskunde, waar hij niet zo had.
14:32Jammer dat je het lesgeld niet bewaard hebt, zei zijn vader boos, want zou zo'n spaarpot ons nu goed te pas zijn gekomen.
14:41Lessen?
14:42Je had het geld net zo goed kunnen wegsmijten.
14:47Tranen van spijt en verdriet kwamen Hein in de ogen.
14:51Urenlang in het kleine, warme vertrekje lag hij die nacht te woelen en te worstelen met zijn gedachten.
14:58waar hij redding zou kunnen vinden.
15:00Zijn hele leven scheen verloren, geen enkele uitwacht was te zien.
15:06Zijn waars zelf, nog jong en ongetrouwd, zou bij de mobilisatie van het leger dadelijk moeten opkomen.
15:13Natuurlijk zou dan de zaak gesloten worden.
15:17Toen werd het dus trouwens de heerlijkste zomer weer.
15:21Plotseling op vrijdag 31 juli 1914 de mobilisatie aangekondigd.
15:27De dag daarna...
15:29was het van vijf uur in de ochtend woelig en druk in de anders zo stille, kleinsteedse straten.
15:36Het was een galen komen van militairen van allerlei rang, vervoer van paarden, transport van goederen.
15:43En te midden van alle verwarring trachtte Jan Smit te weten te komen waarheen zijn bataillon verplaatst zou worden.
15:51En reeds tot middaguur kwam hij thuis met de boodschap dat de troepen waarmee zijn vrouw en hij altijd optrokken naar Bergen op Zoom zouden gaan.
16:00Ik heb het gezegd dat we meegaan, vroeg hij erbij toe.
16:04Ik heb lang genoeg hier in de gat gewoond.
16:06Bij de troep is het voor ons altijd wel een boterham te verdienen.
16:11Vrouw Smit had enige tegenstribbelingen, maar zoals altijd gehoorzaamde zij tenslotte toch haar man.
16:17De weinige meubeltjes die zij bezaten mochten tegen een kleine vergoeding op de zolder in het weeshuis opgeborgen worden.
16:25Want iedereen dacht dat de oorlog binnen enkele maanden gedaan zou zijn.
16:32Hein had zich gedurende dit gesprek geen woord gesproken.
16:37Verbijsterd van schrik zat hij in een hoekje van de kamer, naar zijn kleine eigendommen te kijken.
16:43Weg, zijn kamertje, weg, het uitzicht op die slanke karaktoren waarvan hij de klokkenmelodie zo goed kende.
16:54Weg, al die vrolijke vrienden en de heerlijke uren van studie, de lessen van Dick Speckers.
17:01De dagelijkse omgang met zijn beste baas en
17:04zijn vader en moeder, die zaten maar zo gemoedelijk over de toekomst door te praten.
17:10Die waren blij met de verandering en die verheugden zich in de uitbreiding van hun cliënten, zoals Jan Smit de soldaten deftig noemde.
17:20Nu het bataljon van vredesterkte, ongeveer 200 man, ongeveer vijf keer zo groot werd.
17:30Angstige beklemmingen sloeg hij in het hart.
17:33Het was hem of hij de grond onder zich voelde wegzinken.
17:37Daar werd ineens woest de deur open gestoten.
17:41Een twintigjarige kerel met een rode tas om en een pet diep in de ogen gedrukt kwam thuis.
17:48En hij kwam het huis binnenvallen.
17:53Hij gezopen, vroeg Jan Smit, ziende dat zijn middelste zand kobus in die toestand thuis kwam.
18:00Niks gezopen, ontkende kobus.
18:02Ik ben goedgekeurd voor de marine, morgen naar Halenvoetsluis.
18:07Dit bericht gaf nieuwe opschudding in de kamer.
18:11En in Heinz Hart wel de nieuwe vrees op.
18:15Beide broers waren nu het huis uit.
18:17De kans dat het gezin zou worden opgebroken werd groter.
18:22Zoals jongens wegkruipen die hun les niet kennen en zo hun beurt willen ontgaan.
18:27En zo trachten ook Heinz zich de onzichtbaar te maken.
18:31in zijn kleine hoekje achter het fornuis.
18:34Hij voelde het onheil naderen en wilde de twijfel nog maar zo lang mogelijk vasthouden om de vreselijke zekerheid daardoor te ontgaan.
18:45Toen bleek hij plotseling in het poddalige gezicht van de ongevoelige, hardvochtige ogen van zijn vader.
18:53En, wat zal jij doen?
18:55vroeg deze hem.
18:56Hij?
18:57Doen?
18:59Dat wist hij niet.
19:01Dat kon hij zelf niet weten.
19:04Met angstige slagen klopte hem het hart.
19:07Na de slaaploze nacht dreigde de warmte van de kamer hem te overmannen.
19:14Een ogenblik dacht hij van zijn stoel te zullen vallen.
19:17Hij voelde zich duizelig worden, wegzinken.
19:20Hou vast, riep zijn vader, en Kobus greep hem nog juist bij tijd zoals een kraag.
19:26Zodra hij maar weer vast op zijn stoel zat, behoorde het ogenblik van medelijden van zijn vader alweer tot het verleden.
19:34Zijn moeder.
19:35Druk bezig met het naaien van een lamp op haar rok, had op het gehele geval niet eens gelet.
19:42Hier kun je niet blijven, ging vader Smit voort.
19:45Ik heb mijn laatste huurtje voor dat krot betaald.
19:49In deze tijden is maar het beste in het leger.
19:52Bij het derde kenden ze je nog wel van vroeger.
19:56Je moet dan maar met hen meegaan.
19:59Waar naartoe?
20:00vroeg moeder, die zich voor alle militaire zaken interesseerde.
20:05Utrecht.
20:06Ook morgen op stap.
20:08En de handel dan?
20:11Die kunnen wij hem wel lenen.
20:14En toen zegt tot Hein wendende, die het nog totaal verslagen voor zich uitstaande, hoor het jongen, je krijgt morgen handel van me mee.
20:23Dan moet je de afrekening van volgende week naar Bijgen op Zoom sturen.
20:27En ik zal je vertellen hoeveel.
20:30Maar vader, sprak onze Hein, en bij het horen van zijn eigen stem kwamen de tranen hem in de ogen.
20:38Mijn vader, wat moet ik daar doen in Utrecht?
20:42Je ophangen, gooide Cobus met dronkenmansgeestigheid ertussenin.
20:47Daar zul je bij het derde bataljon best aan een goede boterham komen, antwoordde zijn vader.
20:53Ik zal er wel eens met de sergent-major Kolders over praten, die zal je helpen.
20:58Maar ik mag toch niet bij de troep slapen en eten ook niet, waagde hij nog tegen te werpen.
21:05En dadelijk heftig rugiede zijn vader terug.
21:10O, je hebt zeker overkoop als je niet in Utrecht woont.
21:13En die zal je zeker de deur uitgooien, hè, als jij behoorlijk kostgeld komt betalen.
21:18Maal nou maar niet langer aan mijn hoofd, net als ik voor mezelf niet ook te zorgen heb.
21:22En, de
21:25onvriendelijke woorden die hier nog een toegevoegd en de ruwe toon waarop dit alles werd uitgesproken, wekte plotseling verzet in Hein.
21:34Zijn verdrietige stemming zakte en maakte plaats voor een sterke wil om zelfstandig te zijn.
21:40Als de zon schijnt door duistere wolken, zag hij opeens het mooie en het verblijde daarvan.
21:46Dat al dat vreselijke toch ook een goed gevolg zou hebben.
21:51Dat de drukkende omgeving van zijn familie hem niet meer kon bedroeven.
21:56En, kordaat zijn besluitnemende, stond hij op en hij ging de deur uit met de woorden.
22:02Ik ga zelf met meneer Kolders praten.
22:07De sergeant meneer Majoor Kolders was een flinke militair.
22:11en een goed christen.
22:14Nog een jonge man van 35 jaren was hij met hart en ziel de arbeid toegedaan, dien hij zich als een levenstaak had gesteld.
22:23En geen van de drie andere compagnien van zijn bataljon had een sergeant-major-instructeur die zozeer het vertrouwen van de compagniescommandanten bezat.
22:34Tegenover de soldaten was hij streng, maar strikt rechtvaardig.
22:39En bovendien wist ieder zijn manschappen
22:43dat hij in de volle zin des woords hun vriend was, een vriend die ten alle tijd bereid was voor de belangen van hen en hun gezinnen in de brest te springen.
22:54Ook op het ogenblik dat Heinz Smit, die zaterdagmiddag op het plein voor de kazerne kwam aanlopen, trok hij hem volijverig bezig te midden van een aantal onderofficieren en soldaten, die hun
23:06uitrusting gereed maakten.
23:08Hein bleef er biedig, enige passen achter hem staan,
23:13wachtten op een geschikt ogenblik om de aandacht op zich te vestigen.
23:19Intussen bewonderde hij de vlugheid waarmee de soldaten de een voor de ander na geholpen werden aan kledingstukken, wapens, randselriemen en andere benodigdheden, waarna
23:32zij werden verdeeld over de vier sergeanten die onder de major Kolders ieder een sectie hadden.
23:39Na tien minuten keerde hij zich om
23:42En kreeg onze vriend het oog.
23:45Hoor naar jou bij ons, vroeg meneer Kolders half schetsend.
23:50Ja, major, antwoordde hij dadelijk bemoedigend, nu hij de militair in openhartig gelaat aanzag.
23:57Vader zegt dat ik met uw troep mee kan gaan.
24:02En je timmerwerk?
24:04Hoe?
24:05Meneer Kolders wist dus wat hij voor de kost deed.
24:10Maar ja, natuurlijk, die wist natuurlijk altijd alles.
24:13Het gaf hem moed om te antwoorden.
24:16De baas is gemobiliseerd, major.
24:18En ons huishouden gaat uit elkaar.
24:21Ik moet dus ook de wereld in.
24:23Even trilde toch zijn lippen toen hij dat zei.
24:28Major Kolders was vlug van begrip.
24:31Hij doorzag dat stond de hele toestand waarin hij de smits al lang kende.
24:37Van onnodig praten hield hij niet.
24:39En hij had er trouwens toen de allerminste tijd voor.
24:43Jij krijgt zeker van je vader ook een kistje chocolade mee, vroeg hij.
24:47Ja, majoor.
24:48En je eigen dommer, waar neem je die in mee?
24:51Dat weet ik niet, majoor.
24:53Kolders wende zich om, blies een zachte, korte stoot op de fluit, die altijd als een derde knoopsgat met een stuk veter bevestigd was.
25:03Pietersen, riep hij, tot een van de stagiaans, die opkeek.
25:07En voegde erbij toe, toen deze bij hem gekomen was.
25:13Pietersen, hebben wij boven nog iets van een paar van die afgekeurde ronces liggen?
25:18Jazeker, meneer.
25:20Laat er dan een hier brengen.
25:22Een ogenblik later kwam een soldaat met het gevraagde artikel aandragen.
25:27Voor deze burger, zei Kolders tot de soldaat, die er even om glimlachte.
25:32En daarna zich tot heen wendende, vroeg hij erbij.
25:37Morgenochtend om acht uur marcheren we af.
25:39Op deze plaats is het verzamelen en in deze ransel kun je je hebben en je houden helemaal meedragen.
25:47Meteen zich weer tot het groepje militairen wendende om dankbetuiging te voorkomen, liet hij de jongen alleen.
25:54Alleen, met zijn blijdschap, want gevoel van verlatenheid dat hem meer dan anderen had gedrukt, was geweken.
26:05Hij zou dus niet eenzaam wezen.
26:07Hij zou een vriend hebben op wie hij steunen kon.
26:10Een vriend die hem nu zelfs in de grote drukte niet aan zijn lot overliet.
26:15En bijna blij...
26:18nam hij de terugtocht naar huis aan, om al zijn kleren te gaan pakken en enige van zijn dierbaarste bezittingen, om haar de laatste nacht te gaan doorbrengen in het kleine huisje, waar hij te
26:30midden van zoveel ruwheid toch ook zoveel moois had ondervonden, waar hij geleden had door de miskenning, maar ook vol vreugde met een vaste wil
26:42van zijn hart had bewaard.
26:44Datgene wist hij, goed en edel te zijn.
26:48Het oude had hem losgelaten, het nieuwe ging hij tegemoet.
26:53Het
26:56was op een luisterrijke zomerse dag.
27:00De malse weiden van het Zuid-Hollandse landschap tintelden van gloed.
27:05Hoe diep groen was haar glanzende kleur en hoe rustig blauw welfde de koepel van de hemel zich daarboven.
27:13Hoe innig vreedzaam ging het vee zijn bedaden.
27:18Een onbewogen gang.
27:20Aan de rand van de polder naar Utrecht, op de groene berm van de sloot, wachtte Hein Smit, de komst van de troep, die nu spoedig uit de kazerne vertrekken zou.
27:32Hein was een andere jongen geworden.
27:34De strijd die hij tevooren had gehad met zichzelf en om zich van zijn geheel, van zijn vroegere levenswijze los te maken, was geëindigd met zijn volkomen overwinning.
27:46Een nieuw bestaan zou hij zich schikken.
27:49Niet alleen, maar hij zou er ook wat van maken wat er van te maken was.
27:54Sterk wilde hij staan tegenover de moeilijkheden die er zouden komen.
27:58En dankbaar zou hij gebruik maken van de lichtpunten die nu al te ontdekken waren.
28:04Was hij het niet altijd gewend geweest alleen te zijn en zelfstandig te zijn en zijn weg te banen?
28:11Scherper tegenstelling dan tussen hem en tussen ouders was het toch wel niet denkbaar.
28:16En miste hij al het rustpunt,
28:20Een vaste woning te hebben, anders behoefde hij toch ook niet meer die heftige tunnelen bij te wonen die hem zo vaak thuis hadden verontrust en uit zijn evenwicht hadden gebracht.
28:32O, wat was de stilte van deze velden, de rust van het wijde, verre landschap heerlijk.
28:39Ver weg verhieven zich scherp enkele dorpsstoorns boven het groen van de bomen en plotseling kwam er een lichter gebijer van een van die kerkklokken tot hem over.
28:52Dat was nieuw voor hem.
28:55Hij had wat meer gehoord.
28:57In werkelijkheid of in zijn gedachten alleen.
29:01Ja, het was een van de laatste lessen die de klokkenzang hem herinnerde.
29:06Het Duitse gedichtje dat hij uit zijn hoofd had geleerd.
29:10Zo was nu in werkelijkheid, op de dag des heren en nu in de natuur, geen ander geluid en stilte verbrak dan het klokkengezang.
29:20Die de gemeente naar de prediking van het woord riep.
29:24Nee, naar was dat niet.
29:27En nu was hij alleen.
29:29Alleen in de wijde velden.
29:31En naast zich had hij zijn broodwinning staan.
29:34Het volgepakte kistje chocolade.
29:37En achter zich tegen een boom aangeleund de ransel.
29:42Mooie nieuwe bezetting met zijn kleren en zijn boeken en zijn brood.
29:47Brood?
29:48Hij voelde zijn maag knorren.
29:52Van vijf uur af was hij weer in de weer geweest, zonder nog iets te gebruiken.
29:57Nu was het acht uur.
29:59Hij sloeg de klep van zijn randslopen, haalde zijn grof broodje eruit en de champot, die hij met boter had laten vullen, in de kleine winst.
30:10Toen sneed hij drie flinke boterhammen en at het met smaak op.
30:14Het was een verkwekking.
30:17Zou hij nu nog even in de boerderij die in het land lag wat te drinken gaan vragen?
30:22Of zou de troep al dadelijk...
30:24Ja hoor, daar waren ze.
30:27Ik hoorde de hoornblazers.
30:29Hein sprong op en zag de militaire afdeling langs de weg nader komen.
30:34Voorop twee ruiters.
30:36De grootmajor met zijn luitenant-adjudant.
30:41In een ogenblik had Hein de rand zo omgehouden.
30:44Zijn kistje kwatta met de riem over zijn linkerschouder bevestigd.
30:49Aan de rand van de weg wachtte hij de soldaten op.
30:53nam inbiedig de pet af voor de beide ruiters die hem voorbij reden.
30:57Maar in druk gesprek waren ze en hem dus niet opmerkte.
31:02Toen liet hij de hele troep langs zich heen gaan.
31:06Manschappen die rookten en praatten, brancards en bagagewagens, en
31:14sloot zich achter aan de trein aan.
31:17De compagnie van mevrouw Kolders marcheerde gelukkig aan de staart.
31:22Hij was er dus dichtbij.
31:25Concurrenten waren er niet voor hem.
31:26En met bijna vrolijke moed marcheerde hij mee.
31:31Hein Smit had zijn nieuwe functie aanvaard.
31:34Voorwaarts Mars.
31:36De
31:38blijdschap waarmee Hein de tocht aanvaarde was niet van lange duur.
31:44Hoe kon zij ook wezen?
31:47Ze berustte immers op geen enkele stevige grondslag.
31:51De afstand tussen hem en zijn vroegere woonplaats werd met iedere stap groter.
31:57Hij was net nog gepasseerd langs Pekkers woning, die met klimop begroeid en zo vriendelijk en welvertrouwd eruit zag.
32:05Hij was het voetbalveld voorbij gelopen, waar hij zo menige vrolijke triomf op de SRC'ers had gehaald.
32:16En de sloten en plassen die loodrecht op de polder weg stonden, brachten de roeitocht weer voor de geest.
32:25dien zij ter ere van Toremans verjaardag hadden gemaakt midden april.
32:29Dat was een van de eerste mooie lentedagen geweest.
32:34Johanna de Lieve sierde toen de weilanden en kleine dartelende lammeren hadden de vrienden naar zich toe gelukt.
32:42Zou hij ooit weer zulke vrije mooie lentedagen krijgen?
32:47Of zou het leven voortaan altijd in de vreemde moeten zijn, achter een troep soldaten?
32:53Die het stof boven de weg deden opwolken en belast en beladen met koopwaar.
32:58En een ransel?
33:01Of wat drukte die banden van die ransel op zijn schouders?
33:05Hoe was het mogelijk dat al die soldaten dat uithielden?
33:09De brankaars die naast hem reden op hoge wielen, alsof zij geleden over de weg bleven ledig.
33:16En voordat hij erop bedacht was, had hij aan een van de soldaten gevraagd die die wagens duwden.
33:23Komen daar straks misschien mensen in?
33:26Uitvallers, was het lakernieke antwoord.
33:29Hij wist dat hiermee de soldaten werden bedoeld die om de een of andere reden niet meer verder konden lopen.
33:35Hij bedacht bij zichzelf dat het nog niet zo kwaad liggen was onder de welving van het linnen.
33:42Last van stof en het steken van het zonnetje kon je daar niet hebben.
33:47En in een zachte, deinende beweging zou het heerlijk wezen te liggen mijmeren.
33:53Daar begonnen plotseling de wagens langzamer te rijden.
33:56De ordelijke voorgang van de troep was verstoord.
33:59Alles was naar voren ingeschoven, opgedrongen, zodat nu de weg over zijn gehele breedte met manschappen was bedekt.
34:08Sommigen waren al gaan zitten tegen een boom of hadden de veldfles uit de broodzak gehaald en aan de mond gezet, terwijl vele geweren van de schouder werden opgenomen en bij de voet
34:20gezet.
34:21Iedereen aan de rechterzijde van de weg overschetterde nu breeduit kolders, de stem de achterste kopie.
34:31Als
34:32altijd werd hij dadelijk gehoorzaamd.
34:35De soldaten plaatsten zich weer als gedurende de mars aan het dubbelrotten, waarna de geweren tegen elkaar werden aangeleund.
34:44Met
34:46de uitrusting afgehangen en tussen de geweren geplaatst.
34:50met de aanwijzing het linker gedeelte van de weg vrij te laten, kregen nu de manschap en hun geoorloofde rust.
34:57De kapitein had zich met zijn beide luitenants aan het hoofd der compagnie staande in gesprek begeven.
35:05Dit alles gaf niet alleen afleiding aan Heinz' gedachten, maar het deed hem ook goed.
35:11Hij was odd in deze dingen.
35:13Het leek niet zo moeilijk meer.
35:16Iedereen had slechts zijn plicht te doen.
35:19en men kon daar niet eens van afwijken ook al had men dat gewild kom ook hij had zijn plicht te vervullen ontdaan van zijn ransel dien hij tegen een boom had gezet met zijn pet er
35:31bovenop bewoog hij zich nu veel lichter en
35:36terwijl hij naar de soldaten ging om hun zijn koopwaar aan te bieden vonden de soldaten hem een flinken en een aardig jongen de kooplust viel hem mee velen vonden het nog te vroeg op den dag
35:48om nu dadelijk al hun broodransoen aan te spreken, en waren dus blij een reep chocola te kunnen krijgen.
35:56De garen offerden zij hun acht centen daarvoor op, en maakten een gemoedelijk praatje met de aardige jonge kookman in zijn lichtblauwe heldere bloes, waarover een donkerblauwe strop was los heen
36:08en weer slingerde.
36:10Hij was blij met al die vriendelijkheid.
36:13Vrolijk beantwoordde hij hun grappen.
36:15terwijl hij van de gelegenheid gebruik maakte om de namen van de onderofficieren van de compagnie te weten te komen.
36:22Toen hij van achternaf bijna de gehele compagnie had doorlopen, klonk van voren af het horensignaal.
36:30Onmiddellijk hier
36:32krioelde het op de weg van de soldaten.
36:35Zo vlug als zijn benen hem kon dragen, kon de baan de heim zich en doortocht naar de plaats waar hij zijn ransel en zijn pet had achtergelaten.
36:44terwijl de soldaten reeds in uitrustende omhengen.
36:48Waar was zijn eigendom nu?
36:51Tegen die boom waar die grote uit was, had hij hem zo even toch neergezet, vlakbij die branca's?
36:59En die stonden er nog wel.
37:01En de manschappen die straks ernaast hadden gelopen, hadden hun kameraads afgelost om nu op hun beurt te duwen.
37:10Alles was bezig, niemand let op hem.
37:13Zonder dat hij in verwarring enige commando had gehoord, was de kolonen weer in beweging gesteld.
37:20Juist ging ook dat laatste de achterste brancard vooruit.
37:25De soldaat die ernaast liep, keek Hein toevallig juist in het gezicht en gaf de jongen met een lichte hoofdbeweging een knipoogje naar de wagen naast zich.
37:38Deze werd nu geduwd door hankers.
37:40Met één sprong was Hein...
37:44Hem opzij.
37:45Jij hebt mijn ransel, Hankers, zei hij lachend.
37:48Heb je het niet?
37:49Wie heet je dan gezeid?
37:52klonk het fraaie Rotterdamse accent terug.
37:55Ik ruik het, Hankers.
37:57Kan je onder het linnen ruiken?
38:00vroeg de andere wel gemust, dat zijn aardigheid zo goed gelukte.
38:05Je mag hem nog wel een poosje voor me verderrijden, zei hij, nu zeker dat zijn schatten goed bewaard waren.
38:12Maar ik wil mijn pet toch wel terug hebben.
38:14Want die staat er zo goed.
38:18Zo, aap, was het antwoord.
38:20Pak jij je pet dan maar en laat je ransen liggen.
38:23Die is toch veel te zwaar voor je.
38:26En fluitend volgde nu Heinze weg.
38:29Het lopen was hem wel gemakkelijk geworden.
38:32Hij was best tevreden over zijn opvangst met één gulden twintig aan contanten.
38:39Hij was op stap gegaan en nu telde hij zijn geld.
38:43Onder het lopen.
38:46Vijf en een halve gulden.
38:47had hij juist een doos leeg verkocht, vijftig stuks, waarvoor hij drie gulden aan zijn vader schuldig was.
38:54Hij had dus in één keer één gulden dertig verdiend.
38:58Dat is enorm.
39:00Als het zo doorging, maar
39:03Hein had al heel wat geldelijke teleurstellingen gehad, dus hij wist wel wat die vangerspraken zou zijn.
39:09Zulke rijdommen waren stellig niet voor hem weggelegd.
39:12Maar hebben is hebben.
39:14Er lagen nog vijf volle dozen in zijn kistje.
39:18Het begon nu tegen elfen te lopen en de warmte werd drukkender.
39:23Tussen zon en aarde had zich een gelijkmatige witte sluier gevormd, die het opwekkende aanzien van het landschap geheel veranderde.
39:32Geen scherpe kleuren meer, geen blinkende spiegelingen van de rode daken van de boerderijen, waar langs de tocht ging.
39:39De stemming in de troep werd even min vrolijker.
39:43Tot nu toe was hier en daar door een afdeling gezongen.
39:48Maar nu was het alsof men zich bewust was van het vage moment dat men tegemoet ging, van het vele goede waarvan men daags tevoren had afscheid genomen.
39:58Er werd niet flink en veerkrachtig meer gemarcheerd.
40:01Telkens moesten er door de officieren en de onderofficieren aanmerkingen worden gemaakt.
40:07De sectie Kanters moest behoorlijk in de pas blijven marcheren, klonk de stem van kapitein Willings.
40:13En onmiddellijk daarop gaf Sergiant Kanters met zijn hoog...
40:18Onaangenaam keelgeluid de pas aan.
40:21Links, twee, drie, vier.
40:23Links, twee, drie, vier.
40:27Niet ver van Hein, masseerde majoor Kolders.
40:31Hij zelf met altijd dezelfde onberustelijke pas.
40:35Hein liep naar hem toe.
40:37Majoor, majoor, mag ik een martje blazen op de fluit?
40:41vroeg hij.
40:42Majoor Kolders liet de blik even over zijn troep gaan, dacht een ogenblik na.
40:48Het is goed, gaf hij toen ten antwoord.
40:50Hein, verheugd met die toestemming, liep naar de brankaar die de ransel voor hem gevoelde.
40:58Dekselse jongen, heb je hem daarin gestopt, bronde de meneer tussen de tanden.
41:02Dat is tegen de regels.
41:05Maar oké, voilà.
41:07En hij deed alsof hij niets zag.
41:10Nog enige ogenblikken en die zuivere tonen van Hein's fluit gaven nieuwe bezieling aan de groep.
41:18Bij de eerste trillende klanken die doordringend parelden in de zoere lucht hadden soldaten naar hem omgezien.
41:25Ze waren daardoor in gedachten gestoord.
41:28Maar toen zij even aan het geluid gewend waren en heen een van die welbekende soldatenliederen inzetten, keken ze elkaar eens lachend aan.
41:37Het was nog zo gek niet, zo'n muziekje.
41:40En dan, van pas van elkaar overnemende, luisteren zij naar het flightspel.
41:46En hun het lopen.
41:48Zo vermakkelijkende.
41:51Tot zover het eerste deel van dit boekje, Hein Smit.
41:56En we hopen daar volgende week mee verder te gaan.
42:03We willen nog met elkaar zingen.
42:05En dat willen we doen met de 27ste psalm.
42:09En dan het vers 2 en vers 6.
42:16in vers twee al zie ik zelfs een leger mij omringen nog vrees ik niet ik verlaat mij op den heere al wil men mij door eene oorlog dwingen leg mij niet gerust hierop vertrouw het neer deze
42:29eene zaak heb ik begeerd van god daar zoek ik naar dit zij mijn zalig slot dat ik zoolang mij het levenslicht bescheen in zeer een huis mocht wonen hier beneen
42:41in het zesde vers want schoon ikzelf van vader en moeder
42:46Verlaten ben, de Heer is goed en groot.
42:49Hij is, blijft mijn vader en behoeder.
42:52Leer mij, o God, uw weg in alle nood.
42:56Bestuur op mijn verspieders wil, mijn voet.
42:59Op het effen pad, dat vijands euvel moet.
43:02Mijn nimme tref, vervoerd door list en dwang.
43:07Getuig mijn vals, tot mijn ondergang.
43:12Psalm 27, het tweede in het zesde vers.
43:15En dan mogen we u ook voor morgen, de eerste dag der week, een goede zondag en een gezegende zondag toewensen.
43:23[GEZANG]