Zaterdagavondverhaal - Hein Smit, deel-2

zaterdag 21 maart 2026 · 19:00 uur · Verhaal · Oud. W. Westhoeve · 57 minuten

Transcript

0:01Beste luisteraars, ook deze avond hopen we voor u weer een verhaal te vertellen.

0:09Het tweede deel van het boekje waar we vorige week mee begonnen zijn, Hein Smit.

0:16We hebben gehoord vorige week in wat voor gezin dat hij opgegroeid is.

0:22Een ruw gezin, weinig liefde, of zeg maar eigenlijk geen liefde onder elkaar.

0:29En Hein is ook een eenling daarin geworden.

0:33En nu is de oorlog uitgebroken en nu zijn zijn ouders meegegaan om allerlei lekkers te verkopen in het leger.

0:43Maar ook Hein, die voor de rest niets meer had, is naar een ander legeronderdeel gegaan en gaat daar ook zijn koopwaar aan de man of aan de soldaat brengen.

0:55We vinden het fijn dat jullie ook deze avond weer luisteren.

1:00En het vervolg van Hein Smit zullen we ook deze avond aan u vertellen.

1:08Tijdens de grote rust die van twaalf tot een uur werd gehouden, stak een heftige wind op.

1:15Er vormden zich dreigende zwarte wolken, windvlagen stuwden de jongens stof van de weg voor zich uit.

1:23En in de verte werd het rollen van het onweer gehoord.

1:27En nog was de troep zonder enige bescherming tegen het noodweer dat op handen was, in het midden tussen de weilanden, op twaalf kilometer afstand van Utrecht.

1:38Wat zou ik, vroeg hij zich met ongerustheid af, wat zou ik moeten beginnen, wanneer ik door nat regende?

1:45Waar zou ik mij kunnen drogen en waar schone kleren aan trekken?

1:50Een vreugde was er daarentegen voor hem, dat hij zoveel verdiende.

1:54Op het einde van de rust was hij al zijn chocolade alweer kwijt en had een totaal in winst gemaakt van acht gulden vijfentwintig.

2:04Het was er dus nu nog maar om te doen met die buit heelhuids en droge Utrecht aan te komen.

2:10Maar ja,

2:11juist toen de troep zich in beweging stelde, vielden de eerste dikke druppels.

2:17Het werd nu opeens zo donker dat het scheen alsof de nacht er stond zou invallen.

2:25Onheilspellend

2:26rolde de zware stem van het onweer nu vlakbij over de nageestige velden, terwijl de zichzaglijn van de bliksem op onderscheidende plaatsen uit het luchtruim doorkliefde.

2:38De temperatuur zakte.

2:40Het werd zo kil als in het najaar.

2:44En terwijl de troep zich steeds hetzelfde tempo bleef voorbewegen,

2:49Overgoten door een stromende regen zetten de soldaten de energieke zang er tegenin.

2:55Niet bij het mooie weer, waarachter regen was gebleven.

2:58Hoe harder dat het regende en het water stroomde maar door, des te luider en vrolijker werd er gezongen.

3:05De dunne kleren van Hein waren al na enkele minuten geheel doorweekt.

3:11In het eerst had hij het gevoel van koude water op zijn rug en de leden die hem verschrikten en verstarden.

3:18Maar even spoedig zat hij zich eroverheen.

3:20Met duizend man waren zij immers allen samen die allen hetzelfde hadden te verdragen.

3:26Voor hem tenminste bleef zijn overjas en zijn verschoning droog, daar zijn randstoel nog in de brancard lag.

3:33Trouwens, na enige minuten was hij toch al geheel doorweekt en kon hem dus verder niets meer deren.

3:40Maar de regen scheen met zijn overwinning nog niet tevreden te zijn.

3:43De ene wolk ontlastte zich nog na de andere over de aarde, totdat na een half uur, zie, de hemel scheen op te klaren.

3:53De loodskleurige wolken verdwenen in het noordoosten en hier en daar kwam tussen de witte wolken massa een enig blauw doorbreken.

4:02En plotseling vertoonde de stralende zon een vriendelijk gezicht opnieuw aan het verfriste aardrijk.

4:10En dadelijk ook liet hij haar grootste verwarmende kracht voelen.

4:14In haar glorie van de augustuszon doordrong zij met koesterende stralen.

4:19Alles wat kuit en klam en guur en doordrenkt was, zij vond zo haar weg door de kletsnatte kleren van de manschappen en stookte hun de rug op de borst warm.

4:31De druipende kepies als de vormeloze massa klevende rondom de schedels van de soldaten, die werden weer wat hard.

4:40Ook Hein ondervond de heerlijkheid van het zonnetje.

4:44Een half uurtje nadat de zon weer was gaan schijnen, waren de kleren alweer droog geworden.

4:48En toen de troep om drie uur Utrecht binnen marcheerde, dacht hij in het geheel niet meer aan het ongevraagde bad.

4:57Heel andere en veel belangrijke kwestie namen hem in beslag.

5:01Het vreemde, het onbekende, had hem altijd angstig gestemd.

5:05En nu stond hij vlak voor de deur.

5:08Er moest gehandeld worden.

5:10Armlastig kon hij niet bij zijn familie aankomen.

5:12Hij moest dan in zijn onderhoud zelf kunnen voorzien.

5:16Het enige wat hij kon doen was dus zorgen dat hij wist waar de soldaten bleven.

5:22Bij de laatste rust voor Utrecht wist hij even zijn vriend de sergeant-major te spreken.

5:29In welke kazerne komt deze troep?

5:32vroeg hij.

5:33Meneer-major Kolders nam hij eens op van hoofd tot in de voeten.

5:38Je hebt een flinke mars meegemaakt voor zo'n jonge kerel, klonk het waarderend en aanmoedigend.

5:44Hein voelde dat hij een kleur van voldoening kreeg.

5:47Wat was het prettig die woorden van lof te krijgen van iemand tegen wie hij zo hoog opzag.

5:53Heb je een onderdak in Utrecht, vroeg Kolders.

5:57Jawel, majoor, tenminste er woont je familie, waar ik vanmiddag naartoe zal gaan.

6:02De stationmajor dacht even na.

6:04Toen haalde hij zijn notitieblokje uit zijn linkerbordzak, schreef er enige woorden op en overhandigde het op het papiertje dat hij eruit scheurde aan Hein.

6:15Ons patrouillon wordt ingekartierd in de Bloemenwijk.

6:19En ik kan je op het ogenblik nog geen nadere inlichtingen geven.

6:23Het duurt wel tot een uur of zes voordat iedereen op zijn plaats is.

6:27Maar ik heb mijn adres voor je opgeschreven.

6:29En daar kun je me vanavond om acht uur vinden.

6:33En dan praten we verder.

6:35De werkzame man werd op dat ogenblik weer door zijn bezigheden in beslag genomen.

6:40Hij bewaarde het adres zorgvuldig in zijn beurs.

6:43Deed zijn ransel weer om.

6:45Diende hospitaalsoldaten voor hem uit de brancard hadden gehaald.

6:49En vervolgde nu spoedig.

6:52En in de stad aangekomen zijn weg alleen.

6:55Daar wachtte hem nu de moeilijkste taak van die dag.

6:58zich aan te melden bij zijn oom en tante.

7:02Had hij ze maar gekend.

7:04Wat zouden het voor mensen zijn?

7:06Zijn vader wilde, naar hij altijd beweerd had, nooit iets met die broer te maken hebben.

7:12Nu eerst, waar hij er vlak voor stond, voelde hij ten volle het ongerijmde ervan, zo plotseling bij een bloedverwand huisvesting te moeten vragen, die hem sedert zijn

7:24vijfde jaar niet meer eens had gezien.

7:26Wat moest hij zeggen?

7:29Welk recht had hij op hun hulp?

7:31Zouden ze deur niet wijzen, zei hij, voor hem zo goed als vreemden waren.

7:37Heel zijn bescheiden karakter verzette zich er tegen, zich te gaan opdringen in een gezin dat stellig niet van hem gediend kon zijn.

7:45Maar het moest.

7:47En met een kloppend hart, telkens aan die politieagenten de weg vragend, vond hij de weg naar de Leisterstraat, waar oom Kobus...

7:57volgens zijn vader moest wonen.

8:02Kobus, Smit en zijn vrouw behoren tot de mensen bij wie het goed ging in het leven.

8:07Met hun beide kinderen hadden zij niets dan voorspoed gekend in hun huis, waarin zij nu al tien jaar woonden.

8:14Het was kort geleden hun eigendom geworden en zijzelf kwamen altijd even keurig gekleed en blij gemoeten voor zijn.

8:23Maar niet velen onder hun vrienden begrepen dat die welvaart was verkregen door de dagelijkse toepassing van de spreuk die in hun vrolijke woonkamer prijkte.

8:34Bid en werk.

8:37Tante Greta had, voordat zij aan oom Kobus het jaarwoord had gegeven, heel haar leven lang, 25 jaar lang, op het platteland gewoond, in het dorpje Veenlust.

8:50Als de oudste van tien kinderen had zij geleerd wat het betekende de handen uit de mouwen te steken.

8:56Er was wat te doen om al die kleuters knap en netjes te houden.

9:01En dat deed zij samen met moeder, want op haar waren er vier jongens gevolgd, waar je natuurlijk niets aan had.

9:10Toen had Greta er niet alleen geleerd te werken, ze had moeder trouw geholpen, met kleine broertjes en zusjes.

9:18Dicht bij de heren te brengen.

9:20Als achtjarig meisje had zij met haar broertjes als met poppen gespeeld.

9:25Was er voorzichtig mee uit wandelen gegaan.

9:28Had met hen s'avonds het onze vader opgezegd.

9:31Toen ze nog nauwelijks praten kon.

9:34En later was het ook in het ouderlijk huis dat zij Kober Smit had leren kennen.

9:40En zich van toen af met alle kracht op...

9:45op zijn examens voorbereidde en al spoedig op de beste plaats op de kantoren van de staatsspoorwegen had.

9:52Op de eerste zondagmiddag van de mobilisatie was Kobus op zijn kantoor.

9:58In die dagen werd daar bijna dag en nacht doorgewerkt, zowel doordat het tal van ambtenaren onder de wapenen waren geroepen als de gevolgen van de extra arbeid die het troepen- en goederenvervoer

10:11vorderde.

10:13Wim en Piet

10:15Greta's beide kinderen zaten ieder voor het raam, terwijl hun moeder voorlas uit het boek dat het haar nooit verveelde, uit het boekje Alleen op de wereld.

10:26Het was bijzonder stil.

10:28Op zondagmiddag, zonder vader, en vooral op diendag, nu er allerlei onbegrepen en vreselijke dingen in de wereld gebeurden, leek het hun toe of dat er ieder ogenblik iets bijzonders

10:40kon plaatsgrijpen.

10:43Daar knapste om vijf uur het tuinhekje op de scharnieren.

10:48Wim keek eens eerst eens om.

10:50Zou het vader zijn?

10:52En toen riep hij opeens.

10:54Moeder, Piet, kijk daar in onze tuin binnenkomen, in kwartiering.

10:59Nog juist voordat deze in kwartiering bij de huisdeur stond, hadden zij hem gezien, een lange, opgeschoold jongen in nette burgerkleren, aan wiens zijde een houdend kist bundelde en die op de rug

11:11van een ransel was voorzien.

11:14Vast iets militairs, antwoordde zijn moeder.

11:17Ik zal wel niet hier moeten zijn, of, als het maar niet iets van vader is.

11:22En onrust door die gedachte haastte Greta zich naar de huisdeur om zelf open te doen.

11:29Hein stond daar en vroeg, ben

11:33ik hier terecht bij, meneer Smit?

11:36Jazeker, maar mijn man is niet thuis.

11:38Hij is...

11:40Het moeilijke ogenblik was voor Hein aangekomen.

11:44Het ogenblik waarop hij zich bekend moet maken aan een familielid over wie hij thuis nooit anders dan hoort spreken als smalend op haar hooghartigheid.

11:53Hein kreeg dan ook een geweldige kleur toen hij zijn tante in de reden viel.

11:58Ik ben Hein Smit.

12:00Ik ben hier naartoe gekomen om te marcheren met de troep.

12:07Tante sloeg van verbazing de handen ineen.

12:10Ben jij de jongen van zoon Jan?

12:14vroeg ze.

12:14Ja, ja, juf, tante, stotterde de jongen.

12:18En die dacht daarbij, nu zal ik wel heel gauw het tuinhakje voor de tweede keer doorgaan.

12:24Maar Heine rekende naar wat hij van die familie had gehoord.

12:28In plaats voor zijn neus dicht te gaan, zoals hij verwachtte, werd de deur wagenwijd opengedaan.

12:35Je bent me welkom hoor, jonge neef, hoorde hij tante vriendelijk en zacht de stem zeggen.

12:41Kom binnen, jongen.

12:43Je zult wel moe zijn van die lange wandeling.

12:46Toen tot haar zoontjes, die hun nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen, om het hoekje van de deur in de gang waren gekomen, ging ze voort.

12:54Hier is een neef van jullie jongens, neef Hein.

12:58Veel indrukken had Hein de laatste dagen gekregen, maar wat hij nu gevoelde, trof hem meer dan al het voorgaande.

13:06De vriendelijke vrouwenstem, die hem, de onbekende, een zo hartelijk welkom toeriep.

13:13Dat nette lichte huis waar een paar aardige jongens hem vrolijk en nieuwsgierig aanzagen, het maakte hem week om het hart.

13:22Drong hem de tranen in de ogen, deed zijn lippen trillen van ontroering, zodat hij de tanden moest samenklemmen om niet te schrijen.

13:32Niet bij macht op dat ogenblik één woord te zeggen, rijdte hij zijn tante de hand.

13:38Deze drukte haar en keek Hein in de ogen en scheen met de fijne takt die haar gegeven was wel te voelen wat er in hen omging.

13:50Daarom liep zij met hem een ogenblik aan zichzelf over en zei het tot Piet en Wim terwijl ze zelf in de kamer weer binnengingen.

13:58Nu moeten jullie Hein maar even gauw helpen om al die zware dingen af te doen en dan breng je hem mee naar binnen hoor.

14:06Of Piet en Wim dat leuk vonden.

14:08In een ogenblik was hij een heel en al door beiden een beslag genomen.

14:13Piet gaf de inlichtingen en kleine Wim vroeg zo onderuit.

14:17Wat is dat voor een ding, informeerde Wim.

14:20Je mag het wel afdoen, vroeg de Piet erbij.

14:24Toen het overnemend, te zwaar hoor, ik zal zo lang in de keuken zetten.

14:28En dat, vroeg Wim nu, waarop de gedienstige Piet dat kistje weegt heel wat minder.

14:35Ik zal het maar bij neerleggen.

14:38Wim, neem jij Hein maar even mee naar binnen.

14:41Ga je mee?

14:42Moeder is in de huiskamer.

14:44Deze deur in.

14:45Als een goede gids had Wim de grote neef een handje gegeven en hem zo binnen geloodst.

14:51Ik ken dat, ik ken al een beetje Frans zeg, gaf hij nu plotseling te kennen, die zin met welk gesprek niets te maken had.

14:59Hielp Hein over zijn verlegenheid heen en maakte dat hij lachend binnenkwam.

15:03Daar had hij zijn tante een gezellig plaatsje voor hem gemaakt bij het raam.

15:08En toen hij er zat, ja, toen was hij ook weer ineens aan het vertellen geraakt.

15:12Het vertellen op een blijde manier van de dingen die in zijn leven prettig waren geweest.

15:18Zeker, het is toch bij spekkers waar je die lessen nam?

15:25Hoe, tante?

15:27Toen tante dat zo'n nauwe familiebanden legde, was hem als vanzelf ontglipt.

15:33Hoe, tante, weet u dat, dat ik aan het leren was?

15:37om eindelijk samen hogere burgerschool te doen?

15:40Ja, zeker Hein, wist ik dat.

15:43Maar vader heeft toch...

15:45Oh, maar van je vader weten wij dat niet.

15:48Er kwam een stroeve trek om tantes mond toen ze dat zeiden.

15:54Maar wij zelf, zie je, wij houden de familie zo'n beetje bij.

15:58En over jou hebben we al heel wat gehoord.

16:01Hein kreeg een vuurrode kleur.

16:04Zou tante ook alles weten van hun uiterlijk huis?

16:07en van de ruwe toon die daar heerste, maar dadelijk ook stelde naar woorden naar gerust toen zij voortging.

16:15Een neef van Dick Spekkers is Piet zijn vriend en daardoor heeft Piet hem ook gesproken toen hij verleden zomer hier in Utrecht logeerde.

16:24Dick Spekkers vroeg dadelijk aan Piet of hij familie van je was, omdat het hem trof dat jullie op elkaar lijken.

16:32Dick heeft mij nooit verteld dat hij u gesproken heeft, antwoordde Hein.

16:37Toen hij zichzelf in de reden vallende voegde hij erbij, maar ja, toch nu ik me goed bezin, heeft hij een kleine opmerking gedaan over de familie.

16:49Maar ik dacht toen dat zij toch altijd nog vreemden voor me zouden blijven, dus ik ben er niet verder op ingegaan.

16:55En we hadden ook veel te werken.

16:58Op dit ogenblik sprongen Piet en Wim, die naar buiten keken, allebei tegelijk van hun stoel op en liepen onder de juichkreet.

17:06Vader komt eraan.

17:07Het hek uit.

17:09Een vader tegemoet.

17:12Eindstamte stond dit toneel glimlachend gaten te slaan.

17:15En Hein merkte op dat er een bijzondere vreugde op haar gelaat kwam, toen zij haar man en beide zijden geflankeerd door zijn zoon zag naderen.

17:25Wat een verschil, dacht hij bij zichzelf, tussen deze vader en de mijne.

17:31Je kunt je haast niet voorstellen dat het broers van elkaar zijn.

17:38Inderdaad, het was een keurig geklede man die met zijn flinke postuur en zijn grote snor en zijn zwarte jas met witte strooienhoed een

17:50prettige indruk maakte.

17:52Kober Smit stelde hoge prijs op de zondagviering en al moest hij door de bijzondere omstandigheden kantoorwerk verrichten, toch gaven kledij en uiterlijk te kennen dat die

18:04dag door hem werd geheiligd.

18:06Piet en Wim hadden hem natuurlijk direct op de hoogte gebracht van de bijzondere gebeurtenis, zodat hij, na zijn vrouw begroet te hebben, met vooruitgestoken hand Hein tegemoet trad.

18:18Wel, mijn jongen, verwelkomde hij hem.

18:21Ik ben blij, eindelijk eens kennis met je te maken.

18:25Hoe lang heb je nu al geleefd zonder dat wij elkaar kennen?

18:29Vijftien jaar, oom, gaf Hein op een vrolijke toon ten antwoord.

18:34En overmorgen ben ik zestien.

18:37De diepevolle stem van zijn oom trof hem zeer en stelde Hein ook tegenover hem dadelijk op zijn gemak.

18:44Zijn eigen gelaatstrekken, die hij thuis bij de ouders nog broers had kunnen terugvinden, herkende hij dadelijk in het gezicht van zijn oom.

18:53Ook de postuur en de kleur van het haar en van de ogen, zeker, hij leek op zijn oom.

19:01Na een uurtje, toen zijn tante de tafel gedekt had,

19:05en koffie en boterhammen had gereed gemaakt, wisten de smits al heel wat af van voor hem uit de lucht gevallen neef.

19:14Gaandeweg, gezamenlijk pratende en lachende, maar soms ook heel ernstig aangehoord, vertelde hij hun van het werk bij zijn baas en van zijn studie in de avonturen, van zijn hopen en vrezen

19:26of hij ooit het ideaal zou bereiken.

19:28Van het opbreken van zijn uiterlijk huis en van zijn tocht hierheen, zei Mars met het derde bataljon.

19:36Gelukkig heb ik aardig verdiend onderweg, eindigde Hein zijn verhaal.

19:40Bijna acht gulden heb ik overgehouden, dus ik zal nu al ergens onderdak kunnen krijgen.

19:47Oom en tante wisselden in blik van verstandhouding.

19:50Misschien, zei oom, kunnen wij je daar na de maaltijd wat meer op weg helpen.

19:55Je blijft toch eerst hier eten?

19:58Hier eten, aan deze keurige gedekte tafel, met deze vriendelijke mensen die zo hartelijk met hem zaten te praten.

20:07Dat is wel in orde, hernam zijn oom aan de kleur die Hein kreeg, welziende hoezeer het voorstel de jongen toelachte.

20:16Dan zullen we nu maar aan tafel gaan, vroeg de tante erbij.

20:19Als Hein maar tussen die jongens wil gaan zitten.

20:23De belangstelling van Piet en Wim voor hun neef was tijdens die verhalen niet geringer opgeworden.

20:29Zij koesterde een grote eerbied voor de oudere neef, die al zoveel ondervonden had, en keek in hem toen hij tussen hen aan tafel zat telkens van terzijde even aan.

20:41Een heim voelde wel hun stemming.

20:45Het was, al waren dan toch kinderen, iets geheels vernieuwen voor hem, bij mensen te zijn die hem in achting droegen.

20:54Het hoogste...

20:56Wat hij tot nu toe had bereikt was geweest dat men hem het rust liet, hem niet uitlachte om zijn lucht te stelen en zijn pogingen zich op te werken.

21:06En Hein voelde een grote genegenheid in zijn hart opkomen en behoefde iets vriendelijks ook voor hen te doen.

21:14Morgen, zei hij, morgen ga ik chocolade inslaan.

21:19Wat is inslaan, viel Wim hem in de reden.

21:22Zo'n algemeen gelach, Wim kreeg een kleur.

21:27dat de chocolade platgeslagen moest worden.

21:30Inslaan?

21:31Nee, dat is een heleboel tegelijk van dat ik ga kopen, om dan weer aan de soldaten te verkopen.

21:39Zie je?

21:40En wat ik nu zeggen wil, dat was, dan kom ik eerst aan jullie allebei een lekker stuk chocolade brengen.

21:51Rare invallen had Piet.

21:54Plotseling opkomen de gedachten die hij zomaar zonder eerst ernstig over na te denken en hij was toch al tien jaar ten uitvoer bracht.

22:02Want opeens, terwijl zijn bord nog half vol is, springt hij op, loopt naar zijn moeder toe, slaat een arm om haar hals en fluistert haar lange zinnen in het oor.

22:13Tante Greta trekt een vrolijk gezicht, lacht, schudt ook al, ja, ja, ja, met haar hoofd.

22:21En dan kijkt Piet...

22:23Zei de links naar de onverwachte gast.

22:25En deze die bemerkt hieraan dat hij over hem gesproken hebben.

22:31In het ogenblik denkt Hein dat hij iets verkeerds doet.

22:35Bijvoorbeeld niet precies zoals het hoort aan tafel.

22:38Maar die gedachte wordt overigens door tante gelijk weggenomen.

22:43Piet zou zo graag willen, zegt ze met gedempte stem, dat je hier vannacht bleef slapen.

22:50En oom vroeg er daarbij, je hebt zeker vanavond niets meer te doen na de grote mars die jullie hebben afgelegd.

22:58En die woorden herinneren Hein plotseling weer aan de ruwe werkelijkheid.

23:03Hij was, twaarlijk in het hartelijk gezin, bijna vergeten dat hij een eigen afzonderlijk werk had te doen.

23:09Het was hem helemaal al geworden alsof hij bij hen behoorde en geen andere belangen had dan ook de hunnen waren.

23:17Vanavond om acht uur moet ik naar de seigneur, oom.

23:20antwoordde Hein, vragen wat er nu morgen voor dienst is en hoe laat de soldaten uitrukken.

23:27Waar kun je die meneer vinden?

23:29vroeg oom.

23:30Hein trok zijn geweldige beurs uit zijn zak en een voorwerp dat de bewondering van Piet en Wim in hoogste mate opwerkte.

23:40Het briefje waarop meneer Kolders zijn adres had geschreven, werd er uit voors tevoorschijn gehaald en een oom getoond.

23:49Dan heb je de tijd nog, zei deze.

23:51Het is hier dichtbij.

23:53Misschien wil je eerst nog even een eindje met onze jongens wandelen.

23:57Hein begreep uit de voorstel dat zijn oom en tante graag een poos alleen wilden zijn om een of ander te bepraten en had zich dan ook spoedig daarna met zijn beide

24:09neefjes op de weg begeven om een singeltje te pakken.

24:14Werkelijk, had zijn gevoel hem niet bedrogen.

24:17En het was wel over hemzelf dat er geraadpleegd moest worden.

24:21Wat kon, wat moest men voor hem doen?

24:25Oom en tante Smit konden hun kinderen een keurige opvoeding geven in een aardige omgeving, maar overdaad was bij hen ver te zoeken.

24:35Er was dus geen sprake van Hein in huis te kunnen nemen en hem te laten studeren, zoals zij zich voor Piet en Wim voorstelden.

24:44Toch stond er daarbij een vast dat hij voorlopig bij hem gastvrijheid moest vinden.

24:49Het is een vriendelijk en hartelijk jongen, Koos, maar het is een tante op.

24:53Hij lijkt sprekend op zijn moeder.

24:55Het is jammer dat hij hem nooit gekend heeft.

24:58Ja, het is dezelfde manier van praten ook die jij had toen je daar in de Veenlust met je fiets omviel, sprak de vrouw, die nooit een gelegenheid voorbij liet gaan om van haar kennismaking

25:10met Koos te praten.

25:12En als ik me goed herinner...

25:14lijkt Hein ook niets op zijn uiterst.

25:17Ik heb altijd de indruk gehad, Greta, dat deze jongen de enige in het huishouden zou wezen die zich weer op kon werken.

25:25Wat zal zich het kind altijd eenzaam gevoeld hebben in dat rumoerige gezin zonder enige godsdienst?

25:34Er was een poosje van stilzwijgend nadenken.

25:37Toen begon Oom weer.

25:40Het is geen verheven ambacht dat...

25:43mijn broer voor Hein gekozen heeft, als koopman met de soldaten mee.

25:47Maar hij kan misschien op een timmermanswerkplaats komen.

25:51Iets dergelijks moeten we voor hem ook gevonden worden, als hij bij ons blijft.

25:55Want in de eerste plaats op zijn leeftijd is het niet goed om zoveel ouder jongens te zijn.

26:01En bovendien zouden onze jongens dan misschien bij hun vriendjes op aangezien worden.

26:10O ja, viel tante in.

26:11Daar mogen we Piet en Wim niet aan blootstellen.

26:15Jongens van hun leeftijd merken scherp op.

26:18Ze nemen de omstandigheden natuurlijk ook niet in rekening.

26:21En kennen ook nog geen medelijding.

26:24Maar, aan de andere kant, waar halen we dadelijk zo'n gezikte betrekking vandaan?

26:31Ja, zo heb ik nu ook gedacht.

26:34Wij moeten hem voor het ogenblik maar even zijn gang laten gaan.

26:37Het is vakantie, dus de schoolkameraadjes zijn er nu toch niet.

26:40En Hein schijnt daar nogal flink mee te verdienen.

26:44Dat zal die stakker hard nodig hebben om zijn kleding wat op orde te brengen.

26:48Want in zijn randsel is...

26:50Wat in zijn randsel is, dat is het.

26:54Meer heeft hij niet.

26:55Bijna geen onderkleren en een dunne overjas.

26:58En als ik me indenk dat onze kinderen zo de wereld ingestuurd moeten worden...

27:03En schrijn stond de goede tante nader aan het lachen.

27:07Was voor de zoveelste mouw.

27:10dat zij door haar zachte karakter diepe indruk op haar man maakte.

27:14En toen hij haar had getroost, was ook de afspraak gemaakt, die het lot van Hein in zo'n gunstige nieuwe baan zou sturen.

27:23Toen Hein om negen uur van meer kolders terugkwam, vond hij Piet en Wim te bed en oom en tante voor een huisje in de tuin.

27:33Alles in orde?

27:34Oom, morgen om acht uur appel.

27:37op de Krakelinkseweg.

27:39Het bataljon moet loopgraven maken bij Vredehoef.

27:43Wil je dan vannacht maar hier bij ons blijven heen?

27:46vroeg oom.

27:47En weer vergolgde het bloed heen naar het hoofd.

27:51En als de schemerlamp wat hoger had gebrand, zouden de tranen gezien zijn die hem door het aanbod in de ogen kwamen.

28:00Maar maar oom, riep hij uit, dat mag zo maar niet allemaal.

28:04Tante en ik...

28:05Kun je je toch zomaar niet op straat zetten, was vriendelijk antwoord.

28:09En Hein bedacht dat dezelfde woorden waren waarmee zijn vader hem had aangespoord hier gastvrijheid te vragen.

28:16Hoe brutaal hadden zij hem toen geklonken en hoe prettig en het hartelijke deed hem nu zo aan dat het hem zo werd aangeboden.

28:28Hij kon niet anders dan antwoorden en door zijn tante naast wie hij zat de hand te drukken.

28:34En de manier...

28:35Waarop hij haar aanzag getuigde duidelijk genoeg hoe diep het hem alles trof.

28:41Nooit had hij die wereld gekend van een zorgzame moeder.

28:44Nooit familie gehad aan wie hij zijn hartelijkheid mocht tonen.

28:48En nu had hij alles tegelijk.

28:50Een beste oom, een lieve tante, twee aardige vriendelijke neefjes die nu al van hem hielden.

28:58Het was bijna te veel om te geloven.

29:00Dat hij nu zou mogen behouden.

29:05Maar zie.

29:06Oom was zo ernstig en sprak nog met hem over zijn belang, over zijn studie en over zijn toekomst.

29:12En Hein werd nu ook spraakzaam, voor het eerst gevoelend dat er graag naar hem geluisterd werd.

29:18En tezamen werd dan het plan gesteld zoals tante Greta en de man reeds voor hem hadden beraamd.

29:27Nog een uur later lag er in een frisse, kleine logeerkamer een blonde, vijftienjarige knaap tussen de lakens te schrijen.

29:36te snikken van geluk en dankbaarheid beneden toen oom volgens gewoonte met bijbelezing en dankzegging de dag eindigde had hein als kwaad gekregen in den strijd tegen zijn

29:48tranen en beiden hadden zijn pleegouders gedaan alsof ze het niet bemerkten maar toen hein daarna was opgestaan en zijn oom volgde en in het kamertje ging wijzen en hij tante de hand

30:00reikte om haar goedennacht te zeggen

30:02had deze hem naar ze toegetrokken en met een kus op de wang gegeven je bent een goed kind hoor zeide zij we zijn blij dat je bent gekomen slaap maar eens flink uit op morgenochtend om

30:16kwart voor zeven de volgende ochtend verlieten oom en neef samen het huis het was heel stil in de straat

30:25Roerloos stonden de rijk bebladerde brede bomen en hieven hun weelderige groen tegen de achtergrond van het reine blauwe zonnehemel.

30:35Al van voor vijf uur had Hein wakker gelegen in zijn lichte kamertje, genietend van die keurige zindelijke omgeving.

30:44Lange tijd had hij gekeken naar die kleurige kleine bloemen van het behangselpapier,

30:50bijmerend over alle indrukken die hem de vorige dag hadden overstelpt.

30:55Het was mogelijk dat er nog pas twee dagen waren voorbij gegaan, sedert het zijn uiterlijk huiswaars ontruimd.

31:02Het was mogelijk dat hij in het heerlijke nieuwe nu had dat hij het zelf was, de jongen die in het weinig zindelijke kamertje thuis nog geen rustig plekje mocht hebben, zonder

31:14dat er ruw tegen hem werd gepraat.

31:16Dat hij nu zelf in het frisse bed met een mooie sneeuwwitte lagers lag.

31:22O!

31:23Er was wel een half uur nodig om het alles goed en duidelijk te beseffen.

31:28Nu sloeg de nabije torenklok vijf welluidende slagen.

31:32Wat komt vrolijk, zo blij.

31:36Zouden de andere mensen in het huis nu dat ook al horen?

31:40Wat hadden zij gestravend in het kleine voortandje rustig gepraat?

31:45Zij hoorden zo bij elkaar, oom en tante.

31:48Het was alsof zij precies hetzelfde dachten.

31:51Samen één doel hadden.

31:55Toch was het oom heel anders.

31:57Oom deed eigenlijk alles en dan telkens besluit.

32:01Terwijl tante ze meer aanmoedigde door een opmerking of door ineens toestemmend met het hoofd te knikken.

32:07Was dat misschien die eensgezindheid waarvoor oom de heren gedankt had in zijn gebed?

32:13En ja, wat was ook het lezen uit de Bijbel?

32:17En dat gebed eenvoudig geweest.

32:20Hij die weinig van godsdienst had gehoord,

32:23had zomaar vanzelf met het gezin mee de handen gevouwen en de ogen gesloten en had gevoeld dat er één was tot wien hij zijn dankbaarheid kon uitspreken, één

32:35die hem lief had en die hem beschermde en tot zich trok.

32:41Toen oom van schootvergeving sprak, had hij volkomen gelukkig in zijn nieuwe huis ook wel beseft dat hij er nog naar streven moest.

32:51Hij had zich waar te maken.

32:54En bewonderend had hij zijn neefjes op aangezien, dat zij zoveel kleiner nog dan hij al die dingen al zo goed wisten.

33:02Het van een moeder en vader al jarenlang mochten leren.

33:07Een uur was er onder zulke gedachten omgevlogen.

33:11Heel stil was er nog een huis.

33:13En toen was oom hem komen roepen.

33:15Ze hadden samen ontbeten, dezelfde frisse gedekte tafel van de vorige avond.

33:24nu door tantes goede zorg zijn twaalfuurtje klaar lag om in te pakken en om mee te nemen.

33:31Volgoedermood stapte Hein naar zijn oom voort.

33:34Hij hoefde de weg niet zelf te zoeken.

33:36Hij voelde zich bij zijn geleider veilig.

33:40Straks zou hij weer bij de troep zijn.

33:43Zou hij de kost dan weer kunnen verdienen?

33:45En toen zij op de appelplaats aangekomen waren en oom met een hartelijke handelijk afscheid van hen nam, dacht Hein alleen maar aan al die prettige dingen.

33:56En was hij geheel vergeten hoe naar en ruw en laai hij het beroep van zijn ouders altijd had gevonden.

34:04De zon scheen ook zo helder.

34:06Het groen van de bomen was zo fris.

34:08De straten zo rustig en keurig.

34:13Daar verstoorde het schrille, lang aanhoudende kreet.

34:17Jan Tjoel!

34:18De stille omgeving.

34:21Onaangenaam verrast keek hij in die kant uit waar het geluid vandaan kwam en zag...

34:26Bij zijn vriend, de sergeant-major Kolders, een vrouw met een hondekar.

34:31Waarom hield hij opeens de pas in?

34:34Wat joeg hem de rilling over de leden?

34:37En deed hij de kleur van het gelaat wegtrekken?

34:40Het kistje met koperhaar dat aan de riem hing, scheen nu dubbel zo zwaar.

34:44Zie, hij kon zich daar niet blijven, daarbij begeven, bij dat armoedige hondenwagenstel.

34:51De vrouw, zonder hoed.

34:55Het slordig, vet, glimmende, zwarte haren, het wankele, onogelijke karretje, het kleine, uitgemergelde stakker van een hond die eraan lag vastgebonden, die

35:07wilde hetzelfde als hij, die ook zou meegaan met de soldaten om haar waren te verkopen.

35:13Dat was een concurrentie en hij moest zich nu extra inspannen om zijn klanten te huilen.

35:19Maar tegelijk voelde hij vrees tegen die vrouw.

35:23die in het vak bedreven was, niet te zijn opgewassen.

35:28Reeds uit de verte staken hem haar lachende, bozaardige ogen, terwijl zij, dat merkte Hein zeer goed, met de sezant-major over hem praten.

35:38Zou hij maar niet liever teruggaan, zijn tante vertellen dat een ander zijn plaats had ingenomen?

35:45Maar wat kon hij dan met al die chocolade doen?

35:47Ze zouden het wel niet erg flink van hem vinden als hij zomaar bij de eerste tegenslag...

35:52Nee, dan liever de moeilijkheden getranceerd.

35:55Met een vlugge pas ging Hein nu ook naar de plaats waar de kompie zou aantreden.

36:00Tal van soldaten en onderofficieren liepen daar doorheen.

36:05Het eindje van de koopvrouw af bleef Hein wachten.

36:08Zij zette haar hond, die zich stram oprichtte in beweging.

36:13Het wagenje knarste vooruit.

36:15Het zal warm worden, jochie, begon ze.

36:18Hein keek eraan en vond zo spoedig geen antwoord.

36:22En moet de jongen hier ook zo gaan verkopen.

36:26Ik ben gisteren met deze troep aangekomen, zeide hij.

36:29En op een toon dat van de oudste rechten te hebben.

36:33Nou, dan zal ik u wel eens een beetje helpen als u hier vreemd bent.

36:38En hebt u al een goed kosthuis?

36:40Ik ben bij familie.

36:42Ozo.

36:44Ja, dat is altijd het beste.

36:46Ik zeg ook altijd tegen mijn kinderen, jullie benen niet half tevreden genoeg in je moeders huis.

36:51En je zal er later nog naar opspringen.

36:54Zijn uw kinderen nu thuis, durfde hij opeens.

36:57Nee hoor, allemaal bij de troep.

36:59Iedereen heeft zijn eigen wijk van de stad.

37:01En ik heb de hond meegenomen.

37:03Wij gaan het verste weg, weet u, en dan kunnen we het meeste verdienen.

37:07Voor u en voor mij zal daar wel een boterham aan zitten vandaag.

37:12Toen opeens bemerkte dat een van de soldaten zijn voet wat zwaar liet steunen op het rechterwiel zodat het karretje dreigde te kantelen, voerde hij met heftigheid geweldig driftig tegen hem uit.

37:26Hij drong dit alles door merg en been.

37:28Moest hij nu met dat mens de hele dag achter die troep meelopen?

37:33Nu al was er een scherpe vijandschap in haar stem.

37:36Zou het niet veel erger worden als de soldaten eveneens de vorige dag nu weer zijn chocolade gingen kopen?

37:43En zou niet iedereen hem erop aanzien dat hij bij haar hoorde?

37:48Zie, daar kwamen de soldaten en troepjes uit hun kwartieren, de huizen waar zij de nacht hadden doorgebracht.

37:55Zou hij daar zodanig maar in de zijstraat gaan en daar maar afwachten tot ze weggingen?

38:00Als tante en oom, die hem in hun keurige kamer bij zich hadden genomen, hem nu eens zagen?

38:08Helemaal gelijk met hun eigen kinderen was hij behandeld ook in het meeluisteren en het meezingen van die versen waarvan hij het laatste woord goed houdt onthouden.

38:19Zout gij, vader, mij verlaten, mij verlaten, nu ge Jezus op mij ziet?

38:26O ja, het was niet alleen hij had maar gedacht.

38:32Hier in zonnige, blije straat was de Heer zelf met hem, sprak hij met hem.

38:37zou hem beschermen de hele dag weer.

38:40En de dag werd moeilijk en zwaar voor hem.

38:44Toch al waren ook telkens weer lichtpuntjes.

38:47En daarvoor werden nu beide ogen geopend.

38:50Het gezellige pak boterhammen, zo zorgvuldig door tante Klaag gemaakt, de verkoop van chocolade aan officieren, en het alles overstemde de ruwe geluiden van de soldatenmaatschappij

39:02en het terugverlangen naar zijn gewone bezigheden.

39:06Het wel daders was het nog toe voor hem dat hij straks niet meer naar de vreemde mensen hoefde te gaan, maar zijn vriendelijk huis en zijn vriendelijke familieleden weer mocht opzoeken.

39:17Toen Hein die middag thuis kwam, vond hij zijn tante met een grote hoeveelheid naaiwerk zittend in het schaduwrijke tuintje.

39:25En weer trof hem, toen ze hem begroette, haar zachte vriendelijkheid.

39:31Daar hebben we onze Hein, sprak ze.

39:33Wel jongen, je zult wel moe wezen van de mors.

39:36Neem een stoel en kom bij me zitten.

39:40Hein zette zijn kistje neer en keek met belangstelling naar het werktafeltje van tante, terwijl hij haar uitnodigingen gevolg gaf.

39:48En hoe heb je het nu gehad, Hein?

39:50vroeg tante, terwijl ze hem onderzoekend aanzag.

39:53Je ziet, er wat bleek uit.

39:55Heb je ver moeten lopen, vent?

39:57De deelnemende toon waarop tante sprak ontroerde Hein.

40:02Anders klaarde hij nooit over iets.

40:05Wie zou er trouwens belangstelling voor hebben gehad?

40:08Maar hier, bij deze moederlijk gevoelende vrouw, kon hij niet anders dan oprecht vertellen wat er in hem omging.

40:17Ik ben niet moe, tante, zei hij, maar het was toch wel een moeilijke dag.

40:22Nou, vertel me eens heen, moedigde zij aan.

40:24Ik heb weinig verkocht, tante, er was concurrentie, een vreselijk ruw mens, en dat haar trekhond mishandelde en allemaal gekke grappen vertelde.

40:35En nu hij eenmaal aan het vertellen was wat hij op het hart heeft, praat hij maar voort.

40:40De soldaten vonden het leuk en die kochten allemaal van haar.

40:44Major Kolders heeft gelukkig gezorgd dat de onderofficieren en de officieren bij mij kwamen kopen.

40:50Maar de juffrouw, die kwam de hele tijd als er niets te doen was bij mij en praatte dan allemaal door.

40:56Ik geloof ook niet dat zij dat hebben wil, dat ik altijd meega met de troep.

41:02want haar man zou morgen erbij komen.

41:06Het zou niet kunnen meevallen, heen bemoedigde tante.

41:08Ik ben zo bang, tante, bracht heen er met moeite uit, want het schrijn stond nader dan het lachen.

41:16Ik ben zo bang dat zij hun hele broodwinning zullen afnemen en dat ik dan niet meer weet waar ik heen moet gaan.

41:24Tante kwamen de tranen in de ogen.

41:26De jongen, zo diep bezorgd over zijn broodwinning, te horen spreken was meer dan haar.

41:32hard kon verdragen.

41:34Het is al zo moeilijk om hetzelfde te doen als die rare mensen.

41:39Maar als ik nu ook eens dadelijk van u weg moet, oh, had ik toch maar bij de baas kunnen blijven en bij vader en moeder, toen had ik tenminste zekerheid.

41:49En zijn tante, die hem zo bedroefd zag zitten, dacht aan haar eigen jongens, als die ook eens in de vreemden waren, zelf, zo jong nog.

41:58verplicht in hun onderhoud, te voorzien, te midden van moeilijk leven staande.

42:03Ja, rijker zouden die tenminste zijn door hun geloof, dat hen werkelijk nooit zou verlaten.

42:11Natuurlijk dacht zij, hoe kom ik het één ogenblik vergeten?

42:16Daarover moet ik Hein spreken.

42:18En ze antwoordde, terwijl ze beschermen met haar hand op zijn schouders legde.

42:23Alles schijnt werkelijk wel veel moeilijker voor je te zijn geworden, beste Hein.

42:28En toch zou u nu niet godliefdelijke bedoeling geweest zijn dat wij samen tante en neef hier mogen spreken.

42:37De toekomst is voor ons mensen immers altijd donker.

42:41Alleen de Heer weet wat voor ons het beste is.

42:45En dat geeft hij ons altijd.

42:48Geloof dat toch jongen, mijn beste jongen.

42:50Want dat is in je leven een sterke troost.

42:54Hein

42:55schreide nu heviger dan zo even.

42:58Zijn gehele jongenslichaam schokte ervan.

43:01Maar het was geen schrijn van droefenis of ellende.

43:06Jarenlang was zijn hart koel gebleven.

43:09En nu opeens voelde hij dat zijn leven waarde had gekregen, omdat er mensen waren die van hem hielden en hem wilden helpen.

43:17Het was of zijn tante raadde wat er in hem omging.

43:21We willen je zo graag helpen, Hein, ging zij voort.

43:25Zoals de Heer gezegd heeft dat wij helpen moeten.

43:28Het allerbeste moeten wij je geven dat we van hem hebben ontvangen.

43:35En toen ging zij naar een kastje en nam er een klein en een zwart en leer gebonden bijbeltje uit.

43:41Dit is het mooiste en het beste wat ik heb Hein.

43:45Het is de Bijbel die mijn vader mij heeft nagelaten.

43:48Zou je erin willen lezen als ik je hem geef?

43:52Door zijn tranen heen glimlachte hij eraan.

43:55Ja, tante, knikte hij verheugd.

43:59Ik zal je wel wijzen allerlei bladzijden opgeven die je eerst moet lezen, Hein.

44:04Want voor wie het nog niet kent, is het een moeilijk boek.

44:07Maar, mijn jongen, als je er bent van gaan houden, dan is het het een en al geluk van je leven.

44:15Het is er net mee als bidden, dat je ook niet meer zou kunnen missen.

44:20U bedoelt wat oom deed gisteren?

44:25Ik heb het toen wel begrepen, maar zelf, nee arme jongen, zelf kun je dat nog niet.

44:32God heeft je naar mij toegezonden dat ik je zou mogen leren.

44:36Het is zo moeilijk, niet waar om alles onder woorden te brengen, wat je denkt en wat je voelt.

44:42Maar de Heer wil van

44:45ons dat wij heel, heel eenvoudig doen.

44:51Dat wij gewoon met hem praten.

44:54Doe dat maar Hein.

44:56En hij zal je helpen.

44:57En ik wil ook graag morgen weer met je spreken over die mooie dingen.

45:03Wij samen moeten onze schade inhalen.

45:07En als je de weg wat lichter is geworden, zullen wij ook over je toekomstig werk praten.

45:13Er was een groot licht geluk in Heinz' ogen toen hij zijn tante aanzag.

45:19Hij vroeg haar verlof naar zijn kamer die te mogen gaan.

45:23En toen hij met zijn bijbeltje daar voor het raam zat en diep in de zomerse blauwe hemel keek, wist hij dat hij niet meer alleen was en ook nooit meer alleen wezen zou.

45:38Ja jongens, dat is een hele feestdag voor je moeder, zei Kobus Smit tot Wim en Piet.

45:47Zo gelukkig als vandaag heb ik haar nog nooit gezien.

45:51Och Koos, plaag me niet zo, lachte Greta.

45:55De tien jaren welke haar sedert in de bovengeschreven gebeurtenissen waren verlopen, hadden haar niet ouder gemaakt.

46:03Ze had nog diezelfde frisse tint en haar oogopslag was niet minder blijmoedig en hartelijk dan vroeger.

46:10Moeder is vanochtend om acht uur al bij de buur geweest, lachte Piet.

46:14En daar heb ik gehoord dat de twee grote ooms, Wim en Piet, een mooie rammelaar aan het kleine nichtje hebben cadeau gegeven.

46:23Maar jullie moeten nu nodig naar de kerk, hoor.

46:25Ik kom zelf met mijn doopkindje wel na.

46:29O, kinderen, ik ben zo gelukkig mee dat Hein zijn eerste dochtertje naar mij heeft vernoemd.

46:35Op het ogenblik kwam er een flinke jongeman die sterk geleed op koper smitte de kamer in.

46:42Antje vraagt of u haar even komt helpen met de dichtspelden van de doopjurktanten, zeide Hein Smit.

46:49Je hebt zoveel werk eraan gehad, dat zij niet graag anders zou willen, of kleine Greetje ziet er lief in uit.

46:56Er kwam een lach van grote, stille vreugde op Tante's gelaat, toen zij haar neef opzag.

47:02Je bent een lieve jongen voor me geweest, hoor Hein, sprak ze, en ik dank je nog heel hartelijk dat je je dochtertje naar mij hebt genoemd.

47:11Nu heb ik het gevoel dat de heren mij toch nog een dochtertje heeft gegeven op een oude dag.

47:17Voei, Tante, op je oude dag.

47:19U bent net zo min oud als toen u mij tien jaar geleden dat bijbeltje gegeven hebt.

47:24Ja, weet je nog, Hein, in de tuin, toen

47:28u mij beloofde later ook over mijn toekomst met mij te zullen praten, tante, wat heeft oom goed daarvoor geholpen en gezorgd.

47:38En die sergeant, meneer Kolders, Hein, viel zijn oma in de reden, die heeft toch feitelijk door bemiddeling van zijn kaptein een betrekking voor je op de staatspoorkantoor gekregen?

47:50Weet u wel, oom, dat hij mij geschreven heeft vandaag ook in de kerk te zullen komen?

47:55Op zijn fort bij Maassen is hij toch geheel zelfstandig en hij schreef mij dat hij bij deze plechtige gelegenheid niet graag in gebreken zou blijven.

48:06Het was tijd om te gaan.

48:09Op de tafel kaatste het blijde zonlicht gezellige vonkjes terug van het vrolijke servies.

48:15Het ontbijt was geëindigd.

48:18Volgens...

48:19zijn gewoonte sprakobus met de dankzegging hardop uit.

48:23En allen gevoelden wel hoe zegenend Gods hand over hen geweest was.

48:32Tot zover het boekje Hein Smit.

48:36Wat

48:38een contrast is dat voor hem ook geweest, ruw opgevoed zijnde en later bij zo'n liefdevol gezin terecht te komen.

48:49We gaan nog zingen met elkaar.

48:52En dat is Psalm.

48:5443.

48:56En daarvan het derde vers.

48:59Zend hier uw licht in waarheid neder en breng mij door uw glans geleid tot uw gewijde tenten weder.

49:07Dan klimt mijn bange ziel gereder ten berge van uw heiligheid, waar mij uw gunst verbijt.

49:14Maar ook het vijfde vers.

49:18Mijn ziel, hoe treurt ge dus verslagen?

49:20En wat zijt gewoon rustig in uw lot?

49:22Berust in zeer en welbehagen.

49:25Hij doet wel haast uw heilzondagen.

49:28Uw hoop haar leef, naar zijn gebod mijn redder, is mijn God.

49:34We gaan al zingen met elkaar, Psalm 43, het derde en het vijfde vers.

49:39En we wensen u voor morgen een goede en een gezegende zondag toe.

49:44[GEZANG]