1 Koningen 18: 44b; Zie, een kleine wolk als eens mans hand, gaat op van de zee

zondag 15 maart 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. A. van Duijn · 102 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:06Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam van de Heere, die de hemel en de aarde geschapen heeft.

9:14Die de trouw bewaart van geslacht tot geslacht, ja tot in de eeuwigheid.

9:20En die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon.

9:25Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.

9:31En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

9:35En van Jezus Christus, die de getrouwe getuige is.

9:39De eerstgeborene uit de doden en de overste van de koningen der aarde.

9:45Amen.

9:47Zetten wij deze eredienst voort door samen te zingen.

9:50Psalm 123, het eerste vers.

9:53Ik hef tot u die in de hemel zit mijn ogen op en bid.

9:58Psalm 123, vers 1.

9:59[GEZANG]

12:35Beleiden wij met de kerk der eeuwen het geloof met de woorden van de twaalf artikelen.

12:40Daarna zingen wij Psalm 77, het zesde vers.

12:44Zou God zijn genade vergeten?

12:46Psalm 77, vers 6, na de geloofsbeleidenis.

12:51En ieder van ons spreken in zijn of in haar hart, aldus.

12:56Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

13:03En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heren.

13:09Die ontvangen is van de Heilige Geest.

13:11Geboren uit de maagd Maria.

13:14Die geleden heeft.

13:16Onder Pontius Pilatus is gekruisigd.

13:20Gestorven en begraven.

13:23Nedergedaald ter helle.

13:25Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.

13:29Opgevaren ten hemel.

13:31Zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders.

13:35Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

13:41Ik geloof in de heilige geest.

13:44Ik

13:45geloof in heilige algemene christelijke kerk.

13:48De gemeenschap der heiligen.

13:51Vergeving der zonden.

13:53Wederopstanding des vleesers.

13:55En een eeuwig leven.

13:58Laten

13:59[GEZANG]

15:55wij bidden.

15:56O

16:01allerhoogste majesteit.

16:03Wij komen voor uw aangezicht.

16:08In het gebed.

16:09En heren.

16:11Geef u ons dan een hart dat vervuld is van eerbied.

16:15Want u bent groot.

16:18En hoog verheven.

16:20U bent de allerhoogste.

16:24U draagt dit heelal.

16:27In uw rechterhand.

16:30U bent die de hemelen uitspreidt als een dunne doek.

16:34Voordat de bergen er waren was u reeds God.

16:39U bent de eeuwige.

16:42Die zo hoog woont.

16:47En die tegelijk zeer laag ziet.

16:51Op het nietige.

16:54Op het sterfelijke.

16:57Op het zondige.

16:59Dat wij zijn.

17:03Heren, vervul ons hart met diep ontzag.

17:10Omdat wij niet zijn tegenover u onze scheppen die we moeten zijn.

17:15Maar vervul ons ook met verwondering.

17:19Want...

17:21U de Allerhoogste wilt alles goed maken.

17:26Wat wij door de zonde verknoeid en kapot gemaakt hebben.

17:33De Allerhoogste maakt het goed.

17:38Heren, wat bent u dan een trouwhoudend God.

17:43En dan bent u met uw evangelie zo

17:47heerlijk afgedaald.

17:48En hebt u voor alles gezorgd wat voor verloren zondaren nodig is.

17:52Om het goed te maken.

17:55Om verzoend te worden met u, de heilige God.

18:00Heren, geef

18:03als wij tot u naderen.

18:05Dat het alleen zal zijn over die verse en levende weg.

18:08Van het bloed van uw eigen zoon.

18:10Het lam dat de zonde der wereld wegneemt.

18:14Uw lam.

18:16Geef ons dat geloof om gebruik te leren maken van hem.

18:22En versterk het geloof waar het reeds is gewerkt door uw geest.

18:28En dan bent u er toch niet steeds de prediking van uw woord gebruikt.

18:32Als een middel in uw hand.

18:34Heren, laat het ook vanavond zo mogen zijn.

18:38Dat het niet alleen in woorden is, maar ook in kracht.

18:45Geef alles wat nodig is in het luisteren en in het spreken.

18:53Heren, het gaat om uw naam.

18:57De komst van uw koninkrijk, ook in Oudorp, is toch uw zaak.

19:02Is niet onze zaak.

19:04Ook geeft dat het het nooit zal worden, heren.

19:06Al horen we er wel met hart en ziel naar uit te zien en aan verbonden te zijn.

19:12En toch, het mag nooit onze zaak worden.

19:14Het is van u.

19:16Het is een wonder als u ons mensen gebruikt in uw dienst.

19:21En inwint voor uw dienst.

19:25Heren, wij dragen de gemeente aan u op.

19:29Wees u de broeders van de kerkraad nabij.

19:32In het vele werk dat op hen afkomt.

19:35Zoveel zielen, zoveel gezinnen, zoveel zorgen.

19:41Soms zo verborgen.

19:43En dan ook nog als ambtsdrager je eigen zorg en je eigen nood.

19:49Ook geestelijke nood.

19:52Heren, goort u ze aan.

19:55Zoals u eens Gideon hebt aangegord.

19:57Ga heen in deze uw kracht.

20:00Bedien ze uit uw volheid, Heer Jezus.

20:04En wilt u ook op uw tijd weer een eigenherder en leraar aan de gemeente van Oudorp schenken.

20:11We bidden ook voor onze vriend en broeder, kandidaat Kooiman, die hier werk mag verrichten.

20:18Heren, u weet ook wat hij nodig heeft.

20:21Zegen hem in de studie, in zijn persoonlijke omstandigheden en ook in de werkzaamheden die hij hier mag doen.

20:31Heren, wij bidden voor uw koninkrijk.

20:33Stort nog.

20:35Stoot nog arbeiders uit in uw wijngaard.

20:39De oogst is toch groot, maar de arbeiders weinig.

20:43En dan bidden wij u als de heer van de oogst.

20:46Doe het nog, heren.

20:49Dichtbij en ver weg.

20:50In onze eigen kerk, maar ook daarbuiten.

20:54Zegen de kerk van Nederland.

20:56Zegen de kerk van West-Europa, heren.

20:59Doe haar uit de dood haar leven.

21:03Zegent u toch ook uw kerk wereldwijd.

21:08Ja, zegen deze wereld, heren.

21:11U hebt het beloofd.

21:12De volken zullen u loven.

21:16Psalm 67.

21:18Die diepe belofte.

21:22De volken zullen u loven.

21:25Dat is massaal.

21:28Heren, daar kunnen wij zo weinig van zien.

21:31Maar geef ons dat we mogen zien op het kruis.

21:35Want u, Heer Jezus, hebt uw ziel tot een schuldoffer gesteld.

21:39En daarom zult u toch de vrucht zien.

21:42U zult zaad zien.

21:44En het welbehagen des Heren zal toch door uw hand gelukkig voortgaan.

21:50Heren, breek het rijk van Satan af en bewaar en vermeerder uw kerk.

21:55Geef ook verdieping waar het genadewerk van u in een zondaars hart is gelegd.

22:05Verlaat niet wat uw hand begon.

22:07O levensbron.

22:09Wil bijstand zenden.

22:15Heren laat uw woord nog rijke zegen dragen op deze dag.

22:20Als het hier voor de tweede maal mag klinken.

22:25En heren dan weet u ook van alle moeite en zorgen.

22:30Als het vanmorgen dichtbij kwam.

22:33Maar toen het ging over kruisdragen.

22:37Als het ging over beproeving.

22:39Als het ging over diepe dalen.

22:42Over ballast die we mee kunnen torsen op de levensweg.

22:49Heren, giet u toch balsum in alle wonden.

22:54En geef dat

22:57ze met die psalmdichter mogen geloven.

23:01De Allerhoogste maakt het goed.

23:04Na het zuren geeft hij het zoet.

23:08O, maak het goed met uzelf, heren.

23:11Dat waren...

23:13U neemt toch vaak dingen af in een mensenleven.

23:16Om u zelf ervoor in de plaats terug te geven.

23:20Laat dat de uitwerking zijn van alle tegenspoed.

23:24Dan alleen zullen we het ook geduldig kunnen dragen.

23:27Als u uw liefde ervoor in het hart giet.

23:34Heren, wees zo nabij.

23:36Alles wat op uw zegen wacht.

23:39Onze ongerechtigheden getuigen tegen ons.

23:43U kunt ons rechtvaardig voorbij gaan vanavond.

23:46Maar zie op uw eigen naam, heren.

23:49Uw grote naam die wij ontheiligd hebben.

23:52Maar die u juist verheerlijkt in het zalige van zondaren.

23:57O getrouwe God, hoor onze beden.

24:00In Jezus naam.

24:03Amen.

24:07Wij openen uit het woord van de heren vanavond.

24:121 Koningin 18.

24:16Het eerste boek van de koningen, het achttiende hoofdstuk, dat

24:24gaan wij niet helemaal lezen.

24:27Wij lezen eerst vers 1, dat

24:31is van belang voor de preek.

24:33En na vers 1 gaan wij naar vers 21 om dan het hoofdstuk verder uit te lezen.

24:39Dus we beginnen in 1 Koningen 18 vers 1 en daarna gaan we verder in vers 21.

24:52En daar in 1 Koningen 18 vers 1 spreekt de Heere.

24:56Aldus, en het geschiedde na vele dagen dat het woordesheren geschiedde tot Elia in het derde jaar, zeggende, ga heen, vertoon u aan Agab,

25:08want ik zal regen geven op de aardbodem.

25:15Vers 21, toen naderde Elia tot het ganse volk en zeide, hoe lang hinkt gij op twee gedachten?

25:25Zo de Heere God is, volg hem na.

25:28En zo het Baal is, volg hem na.

25:32Maar het

25:34volk antwoordde hem niet één woord.

25:39Toen zei de Elia tot het volk, ben ik alleen een profeet des heren overgebleven.

25:45En de profeten van Baal zijn 450 mannen.

25:49Dat men ons dan twee varren, jonge stieren, geven.

25:55En dat zij voor zich de ene var kiezen en die zelf in stukken delen en op het hout leggen.

26:01maar geen vuur daaraan leggen.

26:04En ik zal de andere var bereiden en op het hout leggen...

26:07en geen vuur daaraan leggen.

26:11Roept gij daarna de naam uw schots aan...

26:14en ik zal de naam des Heren aanroepen.

26:17En de God die door vuur antwoorden zal, die zal God zijn.

26:23En het ganse volk antwoordde en zij zeiden...

26:26dat woord is goed.

26:29En Elia zeide tot de profeten van Baal...

26:33Kies gij lieden voor u de ene var en bereid gij hem eerst, want gij zijt velen.

26:40En roep de naam uw schots aan en leg geen vuur daaraan.

26:44En ze namen de var die hij hun gegeven had en bereiden hem en riepen de naam van Baal aan, van de morgen tot op de middag, zeggende, O Baal, antwoord ons.

26:57Maar er was geen stem en geen antwoorder.

27:01En zij sprongen tegen het altaar dat men gemaakt had.

27:05En het geschiedde op de middag dat Elia met hen spotte en zeide, roep met luider stem, want hij is een god, omdat hij in gepeins is, of omdat hij wat te doen heeft, of

27:17omdat hij een reis heeft.

27:19Misschien slaapt hij en zal wakker worden.

27:24En zij riepen met luider stem en ze sneden zichzelf met messen en met priemen naar hun wijze.

27:30Totdat zij het bloed over zich uitstortten.

27:35Het geschiedde nu.

27:37Als de middag voorbij was.

27:40Dat zij profiteren.

27:41Totdat men het spijsoffer zou offeren.

27:45Maar er was geen stem.

27:47En geen antwoorder.

27:48En geen opmerking.

27:52Toen zei Elia tot het ganse volk.

27:55Nader tot mij.

27:57En al het volk naderde tot hem.

28:01En hij heelde het altaar des Heren dat verbroken was.

28:06En Elia nam twaalf stenen naar het getal der stammen der kinderen Jacobs...

28:10tot welke het woord des Heren geschiet was, zeggende...

28:13Israël zal uw naam zijn.

28:17En hij bouwde met die stenen het altaar in de naam des Heren.

28:23Daarna maakte hij een groever rondom het altaar...

28:26naar de wijte van twee maten zaad.

28:30En hij schikte het vuur...

28:32En deelde de var in stukken en legde hem op het hout.

28:36En hij zeide, vul vier kruiken met water en giet op het brandtoffer en op het hout.

28:42En hij zeide, doe het ten tweede male.

28:46En ze deden het ten tweede male.

28:49Voort zeide hij, doe het ten derde male.

28:52En ze deden het ten derde male.

28:56Dat het water rondom het altaar liep.

28:58Daartoe vulde hij ook de groeven met water.

29:02Het geschieden nu.

29:04Als men het spijsoffer offerde dat de profeet Elia naderde en zeide...

29:08Heren, God Abrahams, Isaacs en Israëls...

29:14dat het heden bekend worden dat gij God in Israël zijt...

29:19en ik uw knecht.

29:22En dat ik al deze dingen naar uw woord gedaan heb.

29:27Antwoord mij, heren, antwoord mij.

29:31Opdat dit volk erkennen dat gij, o heren, die God zijt en dat gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.

29:40Toen viel het vuur des heren en verteerde dat brandtoffer en dat hout en die stenen en dat stof.

29:49Ja, lekte dat water op het welk in de groeven was.

29:54Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten en zeiden.

30:01De Heere is God, de Heere is God.

30:05En Elia zeide tot hen, grijp de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkomen.

30:12En zij grepen hen.

30:14En Elia voerde hen af aan de beek Kizon en slachtte hen al daar.

30:23Daarna zeide Elia tot Agab, trek op, eet en drink, want er is een geruis van overvloedige regen.

30:33Al zo toog Agab op om te eten en te drinken.

30:37Maar Elia ging naar de hoogte van Karmel en breide zich uit, voorwaarts ter aarde.

30:45Daarna legde hij zijn aangezicht tussen zijn knieën.

30:49En hij zeide tot zijn jongen, ga nu op en zie uit naar de zee.

30:54Toen ging hij op en zag uit en zeide, er is niets.

31:00Toen zei hij, ga wederheen.

31:04Zeven maal.

31:06En het geschiedde op de zevende maal dat hij zeide.

31:09Zie een kleine wolk als eens manshand gaat op van de zee.

31:15En hij zeide.

31:16Ga op.

31:18Zeg tot Agab.

31:19Span aan en kom af dat u de regen niet ophouden.

31:24En het geschiedde ondertussen dat de hemel van wolken en wind zwart werd.

31:30En er kwam een grote regen.

31:32En Agab reed weg en toog naar Israël.

31:36En de hand des heren was over Elia.

31:39En hij goorde zijn lendenen en liep voor het aangezicht van Agab heen.

31:44Tot waar men komt, te Israël.

31:48Tot zover de schriftlezing.

31:51Met de hulp van de heren staan wij in de verkondiging stil vanavond.

31:56Bij het middelste stukje van 1 Koningin 18 vers 44.

32:00Waar wij de knecht van Elia horen uitroepen.

32:04Zie, een kleine wolk als eens manshand gaat op van de zee.

32:10Drie gedachten, of beter gezegd drie kernwoorden daarbij.

32:16Ten eerste gebed, ten tweede volharding en ten derde hoop.

32:25Gebed,

32:27volharding en hoop.

32:31Dat

32:32zijn de drie aandachtspunten van de preek.

32:36Ter inleiding op de preek gaan wij zingen uit Psalm 65, vers 1 en 8.

32:41De lofzang klimt uit Sion's zalen, tot u met stil ontzag.

32:46En het achtste vers, uw goedheid kroon de jarige tijden.

32:49Ik heb voor u nog de volgende mededelingen.

32:53Woensdagavond is er een jongvolwassenenkring.

32:56Die begint om half acht.

32:59Dit zo de Heere wil en wij het beleven zullen.

33:03De collecten in deze dienst zijn voor het noodhulp- en rampenfonds...

33:07voor de kerkvoegdij en voor de aflossing.

33:10Die worden van harte in uw mildadigheid aanbevolen.

33:13Wij gaan zingen op zaal 65, de versen 1 en 8.

33:18[GEZANG]

39:27Zie, een kleine wolk als eens manshand gaat op van de zee.

39:34Gebed, volharding, hoop.

39:41We beginnen met gebed.

39:44Gemeente, wij zien in gedachten de profeet Elia de berg Karmel afgaan.

39:51Het vuur is uit de hemel gevallen.

39:55Het volk heeft geroepen, de Heere is God.

39:59De Heere is God.

40:03Grijp die profeten van Baal.

40:07Alle 450.

40:10En dat hebben ze gedaan, dat volk.

40:12Gehoorzaam aan Elia.

40:14Niemand van die 450 afgotspriesters is ontkomen.

40:18Ze zijn gegrepen, meegenomen de berg Karmel af.

40:24En daar onderaan die berg, daar stroomde een beek.

40:29De beek Kizon.

40:31Ze

40:33hebben we gelezen in

40:36vers 40.

40:37En Elia slachtte die 450 profeten daar bij die beek.

40:48Niemand blijft over.

40:51En dan?

40:55Dan lees je twee keer dat er iemand opgaat.

41:02Eerst, in vers 41, zegt Elia tegen koning Agab.

41:07Koning Agab, trek op.

41:08Ga naar uw paleis in Israël.

41:11Ga maar eten en drinken, want er is geruis van overvloedige regen.

41:16Trek maar op.

41:18En dat heeft koning Agab ook gedaan.

41:22Hij heeft zijn wagen...

41:24Zijn paarden spoorslag gegeven.

41:28Agab gaat weg.

41:31Hij gaat op.

41:32Hij trekt op.

41:35Maar dan lezen we nog een keer van een optrekken.

41:37Van een opgaan.

41:41Ook in vers 42.

41:44Agab toog op om te eten en te drinken.

41:47Maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel.

41:53Elia die ging de berg weer op.

41:55Waar hij net vanaf was gekomen.

41:59Waar het offer.

42:01verbrand was.

42:02Hij gaat weer terug omhoog.

42:06Die berg Karmel of die bergketen van Karmel op.

42:10Ongeveer 500 meter hoog.

42:12Daar aan de westkust, aan de kust van Israël, aan de Middellandse Zee.

42:18Waar je zo'n mooi uitzicht had over de zee.

42:20Hij klimt omhoog.

42:23Elia, waarom doe je dat?

42:26Wil je soms even alleen zijn?

42:30Ja, Elia wil alleen zijn.

42:34Hij wil geen mens bij zich hebben.

42:36Zijn knecht moet

42:39nog een stukje verder klimmen.

42:42Zo staat er in vers 43.

42:44Ga op en

42:47zie uit naar de zee.

42:48Dus die knecht moet nog iets hoger.

42:50Die moet bij wijze van spreken op de top gaan staan van de berg.

42:54Elia blijft net een stukje onder de top blijkbaar.

42:57Maar hij wil niemand bij zich hebben.

43:00Hij wil alleen zijn met God.

43:03Terwijl zijn knecht op de uitkijk staat.

43:07Gaat Elia neerknielen.

43:12Hij laat zich voorover op de grond vallen.

43:15Hij knielt en hij bidt.

43:18Hij bidt om regen.

43:23En misschien vind je dat wel vreemd.

43:27Elia gaat bidden om regen.

43:29Waarom?

43:31We hebben toch vers 1 gelezen.

43:34De Heere God had toch zelf beloofd in vers 1.

43:38Ik zal regen geven op de aardbodem.

43:42Daar was het toch allemaal mee begonnen dat Elia naar Agap toe moest.

43:47Dat dat volk op de berg Carmel moest samenkomen.

43:51Dat is toch allemaal begonnen met die belofte van vers 1.

43:54Ik zal, zei de verbondsgod, ik zal regen geven.

44:01De Heer heeft dat toch beloofd.

44:04Dan gaat het toch regenen.

44:10Ja, daarom juist zou Elia tegen ons zeggen vanavond als we het hem zouden vragen.

44:14Elia, waarom ga je nou bidden?

44:16De Heer heeft het beloofd.

44:17Er komt regen.

44:18En niet in mijn schientje.

44:20Nee, ik zal regen geven.

44:22Dat wist Elia zeker.

44:24Die belofte lag vast.

44:27Maar gemeente, hoe worden de beloften van God nou vervuld?

44:34In de weg van het ootmoedig smeekgebed.

44:41Laten wij dat nooit vergeten.

44:46Wat soms gebeurt is dat mensen bepaald worden bij een belofte in het woord.

44:55En dat ze vervolgens met die belofte achterover gaan leunen.

44:57Ik heb nou de belofte en dan zal de Heer dat ook wel vervullen.

45:02Nou heb ik het allemaal in mijn zak en nou

45:05wacht ik het rustig af.

45:11Maar dat is nou bepaald niet de bedoeling van God met zijn belofte.

45:19Ik lees in de katechismes.

45:22Waarom is het gebed de christenen zo nodig?

45:25Vraag 116.

45:27Omdat God zijn genade en de heilige geest alleen aan diegene wil geven...

45:32die hem daar met hartelijk zuchten, zonder ophouden, bidden en daarvoor danken.

45:43Aan die mensen wil de Heer zijn genade geven.

45:46In hun hart wil hij zijn belofte vervullen.

45:52Laten wij dat nooit uit het oog verliezen.

45:55Als de heren misschien ook u of jou wel bepaald heeft in je leven bij een belofte.

46:02Misschien wel dat het zo bemoedigend was.

46:06Dan heeft de heren daar maar één bedoeling mee.

46:09Dat je op je knieën gaat net als Elia.

46:13Elia die gaat plat op de grond.

46:16Hij weet de heren heeft het beloofd.

46:18Maar hij weet ook.

46:20Wat er in Ezekiel 36 vers 37 staat.

46:23Daarin boven zal ik er van het huis Israëls om verzocht worden.

46:28Dat ik het hun doe.

46:30Dat ik mijn belofte ga vervullen.

46:32Daar wil de Heer om gebeden zijn.

46:36In de weg van het smeekgebed.

46:43Dus dat geeft werkzaamheden.

46:45Als het goed is, dan geven de beloften van de Heer binnenkamerwerk.

46:53Daar word je juist een arme smekeling mee.

46:56Aan de troon van de genade.

46:58O heren, doe toch gelijk gij gesproken hebt.

47:05Vervul uw belofte ook in mijn hart.

47:08En in mijn leven door uw genade.

47:11Ga het eens na bij jezelf.

47:13Hoe gaan wij om met de belofte van God?

47:16Die worden vervuld in de weg van het smeekgebed.

47:22En dat is ook wat Elia gedaan heeft.

47:27In de eenzaamheid, op de hoogte van die berg, net onder de top.

47:35We zien dat hij in vers 42 zich uitbreidt, voorwaarts op de aarde.

47:40En daarna legt hij zijn aangezicht tussen zijn knieën.

47:47Wat een diepe eerbied spreekt eruit.

47:52Hij strekt zich uit, plat op de grond.

47:55En vervolgens zijn hoofd tussen zijn knieën.

48:01Onze jongens en meisjes die...

48:04Voor jullie is dat een koud kunstje.

48:06Als je op je knieën gaat zitten en dan je hoofd tussen je knieën doet...

48:10dat zal jou vast niet zoveel moeite kosten.

48:16Maar Elia is een grote man.

48:20Die is niet zo soepel, niet zo lenig meer.

48:23En toch zien we dat hij dat ook doet.

48:25Hij strekt zich op de grond, gaat op zijn knieën zitten...

48:30en dan doet hij zijn hoofd tussen zijn knieën.

48:37Wat zien wij daarin?

48:39Nou, totale...

48:43Hij buigt zo diep als hij kan.

48:47Daarmee zegt hij.

48:48We weten niet precies wat hij gebeden heeft.

48:50De woorden staan er niet.

48:52Maar zijn houding spreekt.

48:54Meer dan duizend woorden kunnen zeggen.

48:58Hij moet daarin zijn onwaardigheid beleiden.

49:03Heren, we hebben geen druppeltje regen verdiend.

49:07Dat spreekt eruit.

49:09Dat is in het hart van de profeet.

49:12Na drieënhalf jaar dat er geen druppel regen gevallen is, kwam de Heer met de belofte.

49:19Ik zal regen geven.

49:22Maar nou moet Elia beleiden.

49:25Heren, we hebben geen druppeltje regen verdiend.

49:30Het zou eerder verdiend zijn dat

49:35u opnieuw vuur uit de hemel laat vallen.

49:37Zoals bij dat altaar toen het offer verteerd werd.

49:43Dat zou meer verdiend zijn, dat er nu weer vuur zou komen.

49:47Niet om het offer te verteren, maar om het volk te verteren.

49:52Om ook Elia te verteren.

49:55Want God is een verterend vuur.

49:59En een eeuwige gloed.

50:02Die de zonde niet kan aanzien, maar straffen moet.

50:10Wat gaat er dan meevallen?

50:14Als je zo vanuit de onwaardigheid mag roepen tot God.

50:18Om de vervulling van zijn belofte.

50:21Heren, geen druppel genade verdiend.

50:26Maar wat gaat er dan meevallen?

50:30Niks verdiend.

50:32En toch gekregen.

50:34Ver boven bidden en denken.

50:39Dat is de ootmoed in het hart van Elia.

50:43Maar waar die ootmoed in het hart is.

50:46Dan komt dat er ook uit aan de buitenkant.

50:49We kunnen het hier heel duidelijk merken aan zijn houding.

50:53Een eerbiedige gebedshouding.

50:57En daar mogen we toch ook wel even de aandacht voor vragen vanavond.

51:03Als je gaat bidden, dan doet het er ook toe welke lichaamshouding je aanneemt.

51:11Ja, maar dat is toch niet het belangrijkste?

51:14Dat klopt.

51:16Het belangrijkste is je hart.

51:19Dat het daar eerbiedig is en dat er daar ootmoed is.

51:27Maar tegelijkertijd moet je ook niet zeggen wat veel mensen in onze tijd zeggen of denken.

51:32Ach, de buitenkant maakt niet uit.

51:34Het gaat om de binnenkant, de buitenkant doet er verder niet toe.

51:39Nee, wij zien in de Bijbel dat er een eenheid is.

51:45Tussen wat er in een mensenhart is, wat er in het hart van Gods kinderen is.

51:51Genade, eerbied.

51:54We zien dat dat in het leven van Gods kinderen ook aan de buitenkant zichtbaar is.

52:00Dat zien we hier bij Elia als hij hier op de grond op die berg Karmel geknield ligt.

52:06En wij zien het trouwens ook bij de Heer Jezus Christus als hij in Gethsemane bidt.

52:14Precies diezelfde woorden kom je in de evangelie tegen.

52:16De Heer Jezus viel op zijn aangezicht in de hof.

52:22En hij knielde neer.

52:25Exact dezelfde bewoordingen.

52:29Dus dan zien we dat ook bij de Heer Jezus.

52:30De binnenkant, zijn hart.

52:33En zijn buitenkant, zijn lichaamshouding.

52:36Dat was in overeenstemming met elkaar.

52:38En dat is ook hoe de Heer het wil.

52:40Als wij bidden.

52:43Dan moet lichaam en ziel.

52:48Eensstemmig zijn.

52:49Eensgezind zijn.

52:50Ze moeten allebei betrokken zijn bij het gebed.

52:53Natuurlijk besef ik ook.

52:55Dat dat soms niet meer gaat.

52:58Als er lichamelijke beperkingen zijn.

53:02Als er ouderdomsklachten zijn.

53:06Dat knielen voor je bed niet meer gaat.

53:09Maar dat weten heren ook.

53:12Als je dat oprecht voor hem neerlegt.

53:14Heren, ik zou zo graag s'avonds nog voor mijn bed willen neerknielen.

53:19Omdat ik toch besef dat dat de meest ootmoedige en eerbiedige houding is.

53:23Maar u weet ook dat ik mijn knieën niet meer kan buigen, heren.

53:27En dat ik daarom onder de dekens bid.

53:30Ach, dan is dat voor de heren niet minder.

53:32Maar dan mag je het oprecht tegen hem zeggen.

53:34Het kan niet anders.

53:37Maar als het wel anders kan.

53:40Dan moet je niet onder de dekens blijven liggen.

53:43Al is dat soms heel verleidelijk, lekker warm.

53:46Nee, je bed uit.

53:51Neerknielen.

53:52Om ze ook meer aandacht en concentratie en meer vurigheid aan

54:00het gebed te kunnen geven.

54:02De Heer wil dat zegenen.

54:05Aan het einde van onze eerste gedachte nog één element wat de aandacht vraagt.

54:12Als het gaat over het gebed van Elia.

54:15De plek waar hij bidt.

54:18Bovenop de top.

54:20Nee, net iets onder de top.

54:22Zijn knecht is bovenop de top.

54:24Die moest nog een stukje doorklimmen.

54:26Op die rotsachtige berg.

54:28Karmel.

54:29Elia is net onder de top.

54:35En ook daarin

54:37lijkt Elia op de Heer Jezus.

54:41En dan denken wij opnieuw aan Gethsemane.

54:43Hoe de Heer Jezus...

54:46De meeste discipelen bij de ingang achter liet.

54:50En drie discipelen mochten wat verder mee.

54:53Maar dan gaat hij zelf nog een steenworp verder.

54:58Daar is hij alleen.

55:02Alleen met God.

55:05Nou zo is het ook met Elia.

55:07Hij is echt alleen met God.

55:09Er is geen mens bij.

55:12Er zijn geen prikkels van mensen.

55:15Waardoor hij afgeleid wordt.

55:20Zijn gebed gaat uitstorten voor God.

55:23Dan moet er stilte zijn.

55:28En hoe is dat nou bij ons?

55:30Als wij gaan bidden.

55:32Zoek je dan ook een stille plek op.

55:35Waar je je terugtrekt.

55:41Leg je dan je telefoon opzij.

55:44Geen afleiding.

55:47Alleen maar gericht willen zijn op de Heren.

55:54Nou dat is wat Elia wil.

55:57Alleen met God.

55:59Echt stil.

56:00Dat moet gewoon.

56:02Dat is nodig.

56:04Maar er is nog een reden waarom Elia zo alleen daar net onder die top gaat bidden.

56:09Met zijn knecht op de top en hij er net wat onder.

56:15En dat heeft te maken met de zee.

56:18Die knecht die kan de zee zien.

56:20De prachtig uitzicht op die blauwe Middellandse zee.

56:25En ook die blauwe lucht daarboven waar het al drieënhalf jaar niet uit geregend heeft.

56:32Elia kan de zee niet zien.

56:35Hij is net onder de top.

56:38Aan de oostkant van de berg.

56:41En dat is heel bewust.

56:45Elia wil de zee niet kunnen zien als hij bidt.

56:50Waarom niet?

56:52Het antwoord staat in Jacobus 5 vers 17.

56:55Elia was een mens van gelijke bewegingen als gij.

57:02Niks menselijks was hem die godsman vreemd.

57:07En wat is nou zo menselijk?

57:10Wat zit nou in ons hart?

57:12Nou dat wij in ons gebedsleven zo snel afgaan op wat wij zien.

57:20Wij willen het liefst meteen merken dat God ons gebed gaat verhoren.

57:28En stel je nou voor dat Elia de zee wel kon zien.

57:33Zou het dan niet een enorme verleiding zijn dat hij tijdens dat bidden steeds zou opkijken.

57:38Zal er al een wolkje opstijgen van boven van de zee.

57:44Boven dat water.

57:45Zou hij dan nog wel echt kunnen bidden?

57:48Of zou hij dan steeds misschien wel elke minuut even kijken.

57:52Zou het al?

57:53Zou het al?

57:57Laten wij maar toegeven dat dat

58:00is de neiging van ons hart.

58:02Wij willen zo graag iets voelen.

58:05Iets merken.

58:07En natuurlijk, daar ziet Elia ook naar uit, dat die wolk gaat komen.

58:11Dat zou ook raar zijn als je nooit wat zou willen voelen.

58:15Als je nooit wat zou ondervinden, zoals we dat zeggen.

58:19Als het geloof alleen maar bespiegeling is en als dat nooit doorleefd is.

58:28Zonder gevoel geen geloof.

58:31Maar niet de volgorde omdraaien.

58:36Bijbels is...

58:38Eerst het geloof oefenen.

58:40En

58:42dan zal het gevoel daarop volgen.

58:45Zo is het ook hier.

58:46Na zeven keer zal straks die wolk komen.

58:49Dat wolkje als eens manshand.

58:51Het gebed is de oefenplaats van

58:56het geloof.

58:58Het smeken.

59:00Het ootmoedig smeken.

59:02Het vertrouwend smeken om de vervulling van de belofte.

59:06Heren wij verdienen het niet.

59:08Maar u hebt het toch beloofd.

59:11En in die weg gaat straks ook dat wolkje op.

59:15Maar het duurt wel lang.

59:18En dat brengt ons bij onze tweede gedachte.

59:20Volharding.

59:23Er ging wel wat aan vooraf.

59:24Voordat die knecht eindelijk kon zeggen.

59:27Zie een kleine wolk als eens manshand gaat op van de zee.

59:33In gedachten zien wij die knecht.

59:36Want dat moest echt.

59:38Het was een rotsachtige berg.

59:40Die berg Karmel waar je niet zo makkelijk omhoog ging.

59:45En zo ging hij de eerste keer omhoog.

59:47Om te kijken, is er al iets zichtbaar?

59:50Een teken waaruit we kunnen afleiden dat het gaat regenen.

59:56Maar we zien hem terugkomen.

1:00:03In vers 43.

1:00:06Er is niets.

1:00:08Dat is de boodschap die hij aan Elia moet zeggen.

1:00:11Die daar geknield lag.

1:00:13En die daar zijn knecht ziet komen.

1:00:15Er is niets.

1:00:19In het Hebreus.

1:00:21Er staat maar één woord.

1:00:23Er staat alleen niets.

1:00:28Niets.

1:00:30Je hoort als het ware.

1:00:32Ja.

1:00:33De teleurstelling.

1:00:35Niets.

1:00:37Geen wolk.

1:00:38Niets.

1:00:39Ontmoedigend toch.

1:00:41Dan heb je de belofte van de heren gekregen.

1:00:45En dan heeft Elia gebeden.

1:00:48Gesmeekt.

1:00:49Ootmoedig.

1:00:53Aanhoudend.

1:00:53Niets.

1:00:56Niks verandert.

1:00:57De lucht nog even blauw.

1:00:58En de grond nog even droog.

1:01:01Niets.

1:01:04Misschien zo herkenbaar in jouw leven of in uw leven.

1:01:10Dat het voor je eigen waarneming ook nog steeds zo is.

1:01:13Niets.

1:01:15Misschien wel als het gaat over de noden van je dagelijkse leven.

1:01:19Van je gezinsleven.

1:01:20Waar je zo onder gebukt gaat.

1:01:23Waar je voor smeekt om uitkomst.

1:01:26En dat er maar niks lijkt te veranderen.

1:01:30Dan is het ook jouw verzuchting.

1:01:32Jouw uitroep.

1:01:34Niets.

1:01:37Misschien wel in het geestelijke.

1:01:40Als je uitziet naar zekerheid.

1:01:44Als je er naar uitziet om het volle zicht te krijgen op die overste leidsman.

1:01:49En de volleinder van het geloof.

1:01:54Dat je tot ruimte mag komen.

1:01:59Daar heb je al zo lang om gebeden.

1:02:01Maar het gebeurt maar niet.

1:02:04Niets.

1:02:11Is het echt waar.

1:02:14Dat er niets is.

1:02:19Die knecht kon dat echt zeggen.

1:02:21De lucht was nog even blauw.

1:02:22Er was niets te zien.

1:02:26Maar wij.

1:02:29Het kan zo wel voelen.

1:02:31Het kan zo wel ervaren worden.

1:02:32Alsof er niets is.

1:02:34Geen aanknopingspunt.

1:02:36Geen teken van Gods omzien naar ons.

1:02:41Maar klopt dat ook als

1:02:47je werkelijk met Elia op de grond terechtkomt?

1:02:50En als je je knieën buigt en je onwaardigheid leert beleiden?

1:02:58Wat is dan een van de eerste dingen die de Heer je gaat leren?

1:03:03Nou, dat er nog zoveel is.

1:03:06Dat hij je in zijn goedheid gelaten heeft.

1:03:13Als wij onze onwaardigheid echt gaan beleiden en inleven.

1:03:19Dan moeten wij zeggen, heren, uw doen is rein en uw vondst is gans rechtvaardig.

1:03:25Als u mij vanavond nog voor eeuwig zou verstoten, dan

1:03:30is dat een verdiende straf.

1:03:33Als u nooit meer van ontferming weet als het over mijn leven gaat.

1:03:39U kunt mij voorbij gaan, heren.

1:03:42U kunt mijn gebed onbeantwoord laten.

1:03:46Als u mij niets geeft, dan is dat rechtvaardig.

1:03:51Maar wat ga je dan tegelijk ook zien dat er in je leven nog zoveel wel is.

1:03:59Alles wat je meer hebt dan de eeuwige rampzaligheid.

1:04:04Dat is de goedheid, dat is de genade van God.

1:04:08Al is het de algemene genade.

1:04:10Dat zal misschien waar zijn, maar het is wel onverdiende goedheid.

1:04:14Niet verdiend en toch gekregen.

1:04:18Wat worden we dan beschaamd.

1:04:20Dat wij zo snel zeggen.

1:04:21Het is niets.

1:04:26En toch kan het wel zo ervaren worden.

1:04:28Dat er niets is wat je hoop geeft.

1:04:32En dat de weg die je moet gaan.

1:04:34Die moeilijke weg.

1:04:35Van onverhoorde gebeden.

1:04:37Dat die zo lang duurt.

1:04:41En dat die vraag van Psalm 77.

1:04:46Die vraag van een ware gelovige.

1:04:48Ook in jouw hart is.

1:04:50Zal God zijn gena vergeten.

1:04:52Nooit meer van ontferming weten.

1:04:55Zouden Gods beloftenissen.

1:04:58Dan hun vervulling missen.

1:05:01Dat is in Asaf.

1:05:03Die begenadigde zanger.

1:05:07Echt een worsteling geweest.

1:05:09Die kon dat niet meer bekijken.

1:05:14En dan maar opgeven.

1:05:16Dan maar stoppen met bidden.

1:05:22Wat doet Elia?

1:05:25Elia.

1:05:26Geef niet op.

1:05:28Ook al zal het ook in zijn hart misschien wel een verleiding geweest zijn.

1:05:33Een aanvechting geweest zijn.

1:05:34Het was ontmoedigend dat er niets was.

1:05:36En toch, Elia houdt vast.

1:05:43Hij volhart in het gebed.

1:05:45Hij zegt het ook tegen zijn knecht.

1:05:48Je moet zeven keer omhoog.

1:05:51Ga heen.

1:05:52Ga weder.

1:05:54Zevenmaal.

1:05:55Dus Elia...

1:05:57Mag, ook al ziet hij niks van de vervulling, nog steeds het vertrouwen in zijn hart hebben.

1:06:03God zal verandering geven.

1:06:07Die regen komt in de weg van het aanhoudend gebed.

1:06:12En daarom zevenmaal bidden.

1:06:16Waarom zeven?

1:06:18Het getal van de volheid.

1:06:20Zoals later Naaman de Syriër zich zeven keer moet wassen in de Jordaan.

1:06:28Voordat er wat verandert aan zijn lichaam.

1:06:31De beker van het gebed moet vol gebeden worden.

1:06:36Bid zonder ophouden.

1:06:39Vol hart in het gebed.

1:06:41De Bijbel staat vol met aansporingen om aan te houden in het gebed.

1:06:46Om te volharden.

1:06:52Hoe vindt u dat?

1:06:56Hoe komt dat nou bij je binnen?

1:06:57Als je al heel lang gebeden hebt.

1:06:59En voor je gevoel nog niks zichtbaar is van verhoring.

1:07:05Misschien dat het wel minder lijkt te worden.

1:07:10En dan krijg je als toepassing in de preek vanavond mee.

1:07:13Je moet blijven bidden.

1:07:19Misschien.

1:07:21In gedachten zien wij die knecht zeven keer op en neer klimmen.

1:07:25Dat zal best een vermoeiende

1:07:27inspanning zijn geweest.

1:07:31Zeven keer op en neer.

1:07:33En pas bij de zevende keer heeft het zin.

1:07:35Maar die eerste zes keer.

1:07:38Vermoeiend en moedeloosmakend.

1:07:44En toch is dat de toepassing.

1:07:46Bid zonder ophouden.

1:07:48Vol hart in het gebed.

1:07:52Ja, maar Elia die wist tenminste.

1:07:55Na zeven keer gaat het wel regenen.

1:07:57Na zeven keer komt er wel een wolk.

1:08:00Wist ik dat ook maar.

1:08:02Dat er na zeven keer bidden verhoring zou zijn.

1:08:08Wat mij betreft zou het al mooi zijn als het na zeventig keer was.

1:08:13Of na zevenhonderd.

1:08:14Als ik maar wist.

1:08:16Dat het niet voor niks is.

1:08:21Wij kunnen dat vanavond niet tegen elkaar zeggen.

1:08:25Ik kan dat tegen u ook niet vertellen.

1:08:27Hoe vaak u zult moeten bidden.

1:08:29Voordat de Heer zijn belofte in uw leven vervult.

1:08:34Dat zijn de gelegenheden die de Vader in zijn eigen macht gesteld heeft.

1:08:41Als je daarvoor naar de kerk kwam.

1:08:43Om daar een antwoord op te krijgen.

1:08:45Dan moet je teleurgesteld naar huis.

1:08:48Dat is niet aan ons.

1:08:50Maar iets anders mag ik je wel zeggen.

1:08:53Moet ik je zelfs zeggen als een dienaar van het woord.

1:09:00Dat de God van Elia nog leeft.

1:09:05En het was de God van Elia die het initiatief nam in vers 1.

1:09:11Elia ga naar Agab want ik zal regen geven op de aardbodem.

1:09:17Dat had de heren beloofd.

1:09:19Daar had toen nog helemaal niemand om gevraagd.

1:09:22Koning Agapel helemaal niet.

1:09:24Die was gras aan het zoeken voor zijn paarden, voor zijn ezels.

1:09:27Terwijl ze mensen van honger en dorst omkwamen.

1:09:34Maar God komt door alles heen, door al het ongeloof heen met zijn belofte.

1:09:45De Heer is God.

1:09:48Dat betekent Elia.

1:09:50El is God.

1:09:52En die I dat is mijn, dus mijn God.

1:09:55Eli, dat betekent mijn God.

1:09:58En dan die A, dat komt van Yahweh.

1:10:01De naam Heren.

1:10:03Ik zal zijn die ik zijn zal.

1:10:06Mijn God is Yahweh.

1:10:08De trouwe verbondsgod.

1:10:11Die dezelfde blijft.

1:10:14Die vasthoudt aan zijn woord.

1:10:17Dat is de houvast van de profeet Elia.

1:10:22Dat geeft hem zekerheid.

1:10:26Ook al had hij daarbij nog een bijzondere openbaring van de Heilige Geest.

1:10:32Blijkbaar dat het na zeven keer was.

1:10:35Maar ook Elia was maar een man van gelijke bewegingen als wij, zegt Jacobus 5.

1:10:41Het kon niet omdat hij zo goed kon bidden.

1:10:44Zijn gebed was niet de grond, de reden waarom de verhoring kwam.

1:10:48Dat was alleen vanwege de belovende God.

1:10:53Die een verbond gesloten heeft met zondaren.

1:10:56Een verbond van genade.

1:10:59Toen met Israël.

1:11:02En nu in het Nieuwe Testament mogen wij ook bij dat verbond horen.

1:11:06Wat God ooit met Israël sloot.

1:11:10En vanwege dat verbond moest

1:11:15de borg, de Heer Jezus, in Gethsemane kruipen.

1:11:20Als een worm.

1:11:21En geen man.

1:11:24En daar heeft hij gebeden, laat deze drinkbeker voor mij voorbij gaan.

1:11:29Tot drie maal toe.

1:11:32En moeten we ook zeggen, dat stuk van zijn gebed kon niet verhoord worden.

1:11:39Een onverhoord gebed.

1:11:41Hij moest die drinkbeker drinken.

1:11:44Hij moest aan het kruis uitroepen.

1:11:47Eli, Eli, lama sabachtani, mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten?

1:11:55Toen hebben ze gespot de mensen.

1:11:57Hij roept Elia.

1:12:00Nee, hij riep tot de God van Elia.

1:12:03Tot Yahweh.

1:12:04De ik ben die ik ben.

1:12:08Die zo vasthoudt aan zijn woord.

1:12:12Dat hij liever het bloed van zijn eigen zoon laat storten.

1:12:18Voordat hij een van zijn woorden op de aarde zou vallen.

1:12:22Hoe zeker zijn dan de beloften van dat verbond.

1:12:28En dan horen wij de Heer Jezus ook zeggen.

1:12:32Zo wat gij zult begeren.

1:12:35In mijn naam.

1:12:37Dat zal ik u geven.

1:12:41Opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt wordt.

1:12:48Dat is de belofte van de Heer.

1:12:50Al wat gij begeren zult in mijn naam.

1:12:54Johannes 14.

1:12:55En dan zegt de kanttekening van de Statenvertaling.

1:12:58Als je steunt op mijn verdiensten en op mijn beloften.

1:13:03Als je zo bidt vanuit die ootmoedige houding van je onwaardigheid.

1:13:10En tegelijkertijd vrijmoedig pleitend.

1:13:14Steunend op de beloften en de kruisverdiensten van de Heer Jezus.

1:13:23Dan zal Hij het geven.

1:13:26Opdat de vader in dat verhoren door de zoon verheerlijk wordt.

1:13:34Heb je nog een reden, nog een pleitgrond.

1:13:37Heren, het is toch tot uw eer.

1:13:40Als u genade uitdeelt, als u uw belofte vervult.

1:13:45O heren, dan wil ik toch volharden in het gebed.

1:13:51Niet om daar wat mee te verdienen.

1:13:53Maar omdat ik vast geloof dat u...

1:13:58Mij op mijn smeken.

1:14:00Geen hulp zal doen ontbreken.

1:14:02Want u

1:14:05houdt getrouw uw woord.

1:14:08U kan wel van mij af, maar u kunt niet van uw belofte af.

1:14:12Dat geeft mij hoop.

1:14:16En dat brengt ook bij de derde gedachte.

1:14:18Hoop.

1:14:20En dat klinkt ook door als na zeven keer bidden.

1:14:24De knecht van Elia terugkomt.

1:14:27En hij roept het uit.

1:14:29In blijdschap.

1:14:31Zie een kleine wolk als eens man's hand.

1:14:36Stijgt op, gaat op van de zee.

1:14:41Daar klinkt hoop in door.

1:14:44In die uitroep van die knecht.

1:14:49Maar als je erover nadenkt, misschien zeg je dan wel.

1:14:53Ja, waarom is dat zo hoopvol?

1:14:56Het is maar een kleine wolk als eens man's hand.

1:15:01En dat staat er in het Hebreeuws.

1:15:04Een kleine wolk gelijk als de handholte van een man.

1:15:08Het is nog niet eens met de vingers erbij.

1:15:11De handholte.

1:15:14Zo klein was die wolk die daar boven de Middellandse Zee opsteeg.

1:15:20Die knecht zag hem, maar hij kon hem misschien maar nauwelijks zien.

1:15:26Hij heeft misschien wel staan turen.

1:15:29Zie ik het nou goed?

1:15:30Ja, ik zie het goed.

1:15:31Een klein wolkje als de handholte van een man.

1:15:36Is dat nou hoopgevend?

1:15:39Wat stelt dat nou voor?

1:15:42En toch, toch

1:15:46is

1:15:48er hoop.

1:15:48Dat klinkt ook door.

1:15:50Dat klonk al door in de woorden van Elia.

1:15:53Toen hij tegen Agab zei, voordat hij ging bidden.

1:15:57Agab, er is een geruis van een overvloedige regen.

1:16:02Elia had toen al hoop.

1:16:05Maar ook later.

1:16:07In vers 44, vlak na onze tekst.

1:16:10Als de knecht met die hoopvolle boodschap kwam.

1:16:14Dan moet die knecht gaan zeggen tegen Agab.

1:16:17Die daar blijkbaar toch nog even is gebleven.

1:16:22Agab, span je wagen aan.

1:16:24En kom af.

1:16:27Haast u naar huis.

1:16:29Zodat de regen je niet zal ophouden.

1:16:34Zodat de wagen niet vast komt te zitten in de modder.

1:16:38Van die overvloedige regen.

1:16:41Dat is het beeld, dat is het idee wat Elia hier uit.

1:16:45Als je nu niet snel naar huis gaat, dan kom je niet meer thuis vanwege de waterstromen.

1:16:53Heeft er drieënhalf jaar geen spetter geregend.

1:16:57En er wordt aangaf gewaarschuwd, pas op, er komt wateroverlast.

1:17:03Als dat geen hoop is geweest.

1:17:06Hoe kan dat dan?

1:17:09Hoe kan dat kleine wolkje van

1:17:13de grootte van een...

1:17:14Handholten van een man.

1:17:15Hoe kan dat nou hoop gegeven hebben?

1:17:19Het stelt zo weinig voor.

1:17:24Ik noem eerst een

1:17:27reden waarom die niet als reden geldt.

1:17:31Waarom er hoop was.

1:17:34Die wolk die daar opsteeg van de zee.

1:17:38Dat was geen morgenwolk.

1:17:42Dat heb je in dat klimaat.

1:17:46Dan kan het smorgens vroeg.

1:17:48Dan kan er een soort damp opstijgen.

1:17:50Een soort nevel.

1:17:51Dan kan zich een wolk vormen.

1:17:54Een morgenwolk.

1:17:56Maar als de zon dan gaat schijnen op de middag.

1:17:59Dan is die wolk verdwenen.

1:18:02Die wolk die kon heel veelbelovend lijken.

1:18:05Er kon er wel hoop zijn.

1:18:06Er zal regen vallen.

1:18:08Er is een prachtige wolk.

1:18:10Maar de zon nam die hoop weg.

1:18:16En die morgenwolk is in de Bijbel een symbool.

1:18:21Israëls goede voornemens.

1:18:26Israël dat ook hier.

1:18:28Weer goede voornemens heeft.

1:18:30De Heere is God.

1:18:32De Heere is God.

1:18:33Met andere woorden.

1:18:34We zullen hem dienen.

1:18:36We beloven het deze keer echt.

1:18:40Maar die voornemens.

1:18:42Die beloftes van Israël waren maar als een morgenwolk.

1:18:45Dat leek in het begin heel wat.

1:18:48Ze hebben die profeten gedood.

1:18:50Dat meenden ze nog ook.

1:18:53Maar de geschiedenis zal later wel laten zien dat het maar een morgenwolk is.

1:18:57Geen hoop in

1:19:00dat volk.

1:19:01Nou zo ook geen hoop in ons.

1:19:08Afzien van onszelf.

1:19:10Wie hoopt op zichzelf, hoopt vergeefs.

1:19:16Pas op voor die morgenwolken van onze eigen gerechtigheid.

1:19:23Maar gelukkig dat kleine wolkje was geen morgenwolk.

1:19:27Het was trouwens al lang middag geweest voordat hij omhoog stijgt.

1:19:31En wat deze wolk ook niet is, het

1:19:35is ook geen stilstaand wolkje geweest.

1:19:38Want het staat er heel nadrukkelijk bij in onze tekst.

1:19:42Zie een kleine wolk als deze manshand gaat op van de zee.

1:19:47Hij stijgt omhoog.

1:19:50En een wolk die opstijgt, die

1:19:54groeit.

1:19:56Wolken die verticaal opstijgen, die verticaal aangroeien, dat duidt op regenwolken.

1:20:05Geen stilstaande wolk, geen statische wolk.

1:20:09Nee, een bewegende, een groeiende wolk.

1:20:12Stilstaande wolken moeten ons geen hoop geven.

1:20:18Maar het valt te vrezen dat wel heel veel kerkmensen zich vastklampen aan stilstaande wolken.

1:20:26Dat

1:20:29ze daar tevreden mee zijn.

1:20:33En dan kun je denken aan mensen waar je dan op bezoek komt.

1:20:38Jaar in, jaar uit is het hetzelfde.

1:20:42Je komt dezelfde dingen tegen op de huisbezoeken.

1:20:46Er verandert nooit wat.

1:20:49En ze lijken het ook wel prima te vinden.

1:20:52Of misschien

1:20:54mag er iets verteld worden van wat de heren jaren geleden schonk.

1:20:59Maar iedere keer is

1:21:03het weer dat oude.

1:21:06Maar de heren vernieuwt zijn werk.

1:21:10Stilstand in de genade.

1:21:13Is achteruitgang.

1:21:14Is verachtering.

1:21:17Pas daarom op.

1:21:18Voor stilstaande wolken.

1:21:21Waar de Heer werkelijk zaligmakend werkt.

1:21:26Waar leven is.

1:21:28Daar is groei.

1:21:32Maar hoe groeit dat genadewerk van de Heer?

1:21:36Nou vaak wel heel geleidelijk.

1:21:38Zoals een wolk ook heel geleidelijk groeit.

1:21:41Als je een minuut naar een wolk kijkt.

1:21:44Probeer het maar eens.

1:21:46Dan zie je eigenlijk weinig veranderen.

1:21:51Maar als je er een filmpje van zou maken.

1:21:54Als je je telefoon tien minuten naar de lucht richt.

1:21:59En je zou dat filmpje versneld afspelen.

1:22:03Dan zie je dat die wolk over die tien minuten wel veranderd is.

1:22:09Nou zo is het ook in de genade.

1:22:13Waar de heilige geest werkt.

1:22:15Daar gaat hij toch geleidelijk dat genadewerk verdiepen.

1:22:22Vergroten.

1:22:23Verrijken.

1:22:24Nee, dat moet je niet afmeten over één week of over één maand.

1:22:30Neem nou gewoon eens vijf jaar.

1:22:33Hoe is het nu?

1:22:34Hoe was het vijf jaar terug?

1:22:36En hoe is het nu?

1:22:38Als het goed is, is het dan geen stilstaande wolk geweest.

1:22:41Als het goed is, was er dan een opwas in de kennis en in de genade van de Heere.

1:22:50Pas op voor stilstaande wolken.

1:22:53Maar wat dan wel?

1:22:54Wat was het wel?

1:22:58Nou, het was de wolk van

1:23:00Gods trouw.

1:23:03Het was de wolk van Gods trouw aan Israël.

1:23:07Van die God, ik heb het in de tweede gedachte al gezegd.

1:23:10Die God, wiens naam is Yahweh.

1:23:13Ik ben die ik ben.

1:23:16En dat hij hier dat kleine wolkje geeft.

1:23:20Dat is een teken van een veel grotere zegen.

1:23:23De lucht zal zwart worden van de wolken van de wind.

1:23:26Het zal overvloedig gaan regenen.

1:23:30De planten zullen weer gaan groeien.

1:23:32En de mensen die 3,5 jaar honger hadden, ze krijgen weer te eten.

1:23:39Dat kleine wolkje, dat is een groot bewijs van Gods trouw aan dat ontrouwe Israël.

1:23:49En zo is er ook vandaag de dag nog hoop voor Israël.

1:23:53Daar getuigt dat kleine wolkje van.

1:23:57Dat wolkje als eens manshand.

1:24:00Dat is een beeld van de grote trouw van God aan zijn Israël.

1:24:04Dat volk wat ook vandaag nog bestaat.

1:24:09Wat nog niet onder de voet gelopen is.

1:24:11Wat nog niet de Middellandse zee in is gedreven.

1:24:18En dat is ook al een wolkje van Gods trouw.

1:24:20Dat Israël, dat het Joodse volk nog bestaat.

1:24:23Ondanks al het antisemitisme over heel de wereld.

1:24:27Dat is een klein...

1:24:29Een klein zichtbaar teken.

1:24:32Van iets veel groters.

1:24:34God gaat Israël opzoeken.

1:24:38Bezoeken met de overvloedige zegen.

1:24:42Regen van zijn geest.

1:24:46Dan mag ook vandaag er hoop zijn voor Israël.

1:24:55Maar je mag die hoop van dat kleine wolkje eens manshand breder trekken.

1:25:01Je mag overal om je heen kijken.

1:25:03Waar zie je?

1:25:05Die kleine wolkjes.

1:25:07Nu.

1:25:09Kleine wolkjes die duiden op een veel grotere zegen die komt.

1:25:14Als wij dan kijken naar de kerk van het Nieuwe Testament.

1:25:19Die weliswaar verspreid is geraakt over de hele aarde.

1:25:25En tegelijkertijd.

1:25:28Vergeleken bij de belofte van God.

1:25:31In Psalm 67.

1:25:32De wolken zullen u loven.

1:25:35Vergeleken bij die diepe belofte.

1:25:38Is de kerk van het Nieuwe Testament nog maar een.

1:25:43Ter grootte van een mannenhand.

1:25:46Maar dan kun je toch zien.

1:25:48In die 2000 jaar van Gods trouw.

1:25:51Aan die kerk van het Nieuwe Testament.

1:25:53Uit Joden en Heidenen.

1:25:55De Heer heeft er nog iets veel heerlijkers mee voor.

1:25:59Dan mogen wij bidden om een opwekking.

1:26:03En misschien valt

1:26:06dat wel samen met de bekering van het volk van Israël.

1:26:09In het laatste der dagen.

1:26:12Als de verwerping van Israël voor de Heidenen.

1:26:16De aanneming was.

1:26:18Hoeveel te meer zal dan de aanneming van Israël zijn.

1:26:21Het leven uit de doden.

1:26:23Romeinen 11.

1:26:27Laten we niet te klein denken van God.

1:26:30Maar ook in het persoonlijke leven.

1:26:37Wat is het een hoopgevend teken.

1:26:39Als de Heere in je leven gekomen is.

1:26:43Met zijn genade.

1:26:46Dat genadewerk van de Heere.

1:26:50Dat is aan de ene kant maar een klein beginsel van die nieuwe gehoorzaamheid, zegt de katechismus.

1:26:56Een wolkje van een mannenhand.

1:26:59Klein beginnetje.

1:27:01En toch, wat een wonder als de Heere met zijn geest in je leven is gekomen.

1:27:08Als je van dood levend bent gemaakt.

1:27:13Als je vanavond terug mag zien.

1:27:17En als je met verwondering mag vaststellen, er is toch een vernieuwing geweest.

1:27:22Die overste leidsman.

1:27:25Die heeft waarde voor me gekregen.

1:27:27Die is me alles geworden.

1:27:29Ik heb leren buigen met Elia in het stof vanwege mijn zonde.

1:27:33En ik heb alles mogen leren zoeken.

1:27:36Bij die borg.

1:27:40En ik verlang ernaar.

1:27:42Met een diep en hartelijk verlangen.

1:27:45Om hem ter eer te leven.

1:27:50Ja ook al moet je dan vanavond zeggen.

1:27:52Ach het is maar zo beperkt.

1:27:54En ik kom alles tekort.

1:27:57En ik maak mijn schuld nog dagelijks meerder.

1:28:00En ik ben nog tot alle boosheid geneigd.

1:28:05Er is hoop.

1:28:08Veracht de dag der kleine dingen niet.

1:28:14Vertrouw erop dat de Heer...

1:28:16die een goed werk in je ziel begonnen is...

1:28:21dat ook zal volleindigen op de dag van Jezus Christus.

1:28:25Op de dag dat Hij terugkomt op de wolken van de hemel.

1:28:31Alle oog hem zal zien.

1:28:34Dan zal zijn werk.

1:28:36Volkomen zijn.

1:28:38Wat is er dan reden.

1:28:40Om toch hoop te hebben.

1:28:42Op die God.

1:28:43Die trouw houdt en eeuwig leeft.

1:28:46Maar.

1:28:49Wat als ik de heren nog niet ken.

1:28:54Als ik nog onbekeerd ben.

1:28:58Is er dan ook hoop.

1:29:02Nou geef zelf maar een antwoord.

1:29:04Is er hoop.

1:29:05Als je vanavond nog zonder de heren Jezus leeft.

1:29:08Als je de God van Elia nog niet kent.

1:29:13Je kunt jezelf wel veel hoop aanpraten.

1:29:18Maar is er werkelijk verwachting voor jou?

1:29:24Ik moet zeggen wat Elia tegen Israël zei.

1:29:27Hoe lang hink je nog op twee gedachten?

1:29:32Hoe lang blijf je nou nog doorgaan met dat leven in de zonde?

1:29:39Hoe lang blijf je de dag van je bekering nou uitstellen?

1:29:44Als je zo vanavond sterft, is er geen hoop.

1:29:49Want dan ben je voor eeuwig verloren.

1:29:54Dan moet je voor eeuwig verteerd worden door het vuur van Gods heiligheid.

1:29:58Zonder dat je ooit verteerd zult worden.

1:30:07Sus je niet in slaap met een algemene hoop.

1:30:10Van God is goed, God is genadig.

1:30:15Nee,

1:30:17wanhoop maar aan jezelf.

1:30:23Maar de

1:30:25God van Elia leeft nog.

1:30:31En hij komt ook vanavond nog.

1:30:34Met zijn liefdevolle vraag naar je toe.

1:30:37Hoe lang hink je nog op twee gedachten?

1:30:41O, val die God dan te voet.

1:30:44En smeek hem om de vervulling van zijn belofte.

1:30:50Hij zegt het.

1:30:52Vraag naar de Heren.

1:30:54Vraag naar mij.

1:30:56En naar mijn sterkte.

1:30:59Doe je mond wijd open.

1:31:01En ik zal hem vervullen.

1:31:05Amen.

1:31:06Wij gaan zingen op Psalm 105, het derde vers.

1:31:09Vraag naar de Heren en zij in de sterkte.

1:31:12[GEZANG]

1:33:23Laten wij danken en bidden.

1:33:30Heren, wij danken u voor het woord dat u vandaag tot ons wilde richten.

1:33:35Tweemaal mocht in alle rust uw woord uitgaan.

1:33:41Heren, geef dat wij het nu weer in uw hand terug mogen leggen.

1:33:47In het vertrouwen dat uw woord nooit ledig tot u terugkeert.

1:33:52Het zal doen wat u behaagt.

1:33:55En wat behaagt u, dat weten wij vanuit uw woord.

1:33:59U hebt er een behagen in.

1:34:02Dat zondaren zalig worden.

1:34:06Heren, geef dat

1:34:09wij leren om op de grond terecht te komen met Elia.

1:34:16Dat er van ons niks overblijft dan een arm zondaar.

1:34:19Die alleen van genade moet leven.

1:34:23Geef ons zo te leren bidden.

1:34:26Geef dat er ook momenten van stilte mogen zijn.

1:34:30U weet hoe de duivel ons druk maakt en ons zoveel afleiding geeft.

1:34:37Heren, neem u ons bij de hand door de geest der genade en der gebeden.

1:34:42Wil ons bewaren voor moedeloosheid in het bidden.

1:34:46Als het bij ons niets is en bij ons ook niks zal worden.

1:34:52Maar dat we dan...

1:34:53Alles mogen verwachten van u, de belovende God.

1:34:58In uw Zoon, de Heer Jezus, gunt u toch verhoring.

1:35:02En dan is het nog tot uw eer ook, ach Heren.

1:35:06Geef ons dan grote en goede gedachten van u.

1:35:10En geringe gedachten van onszelf.

1:35:14Mogen wij ook bidden voor het volk van Israël.

1:35:17Zegen dat volk met een overvloedige regen van uw geest.

1:35:23Wees met ons allen, Heren, als wij...

1:35:27Deze plaats gaan verlaten.

1:35:28Of als we de kerktelefoon weer uitzetten.

1:35:32Als het weer stil wordt.

1:35:33Of als het aardsgedruis juist weer gaat beginnen.

1:35:38Heren leid ons door uw geest.

1:35:41Help en sterk ons bij al ons werk.

1:35:43Ook in de werkweek die morgen weer gaat beginnen.

1:35:47En wilt u ons zo genadig zijn heren.

1:35:50Naar uw eigen belofte.

1:35:52Vergeef al onze zonden.

1:35:55En zegen ons.

1:35:57In Jezus naam.

1:36:00Amen.

1:36:02Onze slotsang is Psalm 130 vers 3.

1:36:06Ik blijf de Heren verwachten.

1:36:09130 vers 3.

1:36:11[GEZANG]

1:38:28Ontvang met een biddend hart de zegen van de Heren.

1:38:31De

1:38:33genade van onze Heer Jezus Christus.

1:38:36De liefde van God de Vader.

1:38:39En de troostvolle gemeenschap van de Heilige Geest.

1:38:43Zij en blijven met u.

1:38:46Amen.

1:38:47[GEZANG]