Hebreeën 12: 1b en 2; Volharden op de renbaan van het geloof

zondag 15 maart 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. A. van Duijn · 109 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:38Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam van de Heere, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die de trouw bewaart van geslacht tot geslacht, ja,

9:51tot in eeuwigheid, en die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon.

9:58Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.

10:05En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:09En van Jezus Christus, die de getrouwe getuige is.

10:14De eerstgeborene uit de doden.

10:16En de overste van de koningen der aarde.

10:20Amen.

10:25Op zaterdag 14 maart nam de Heere weg uit het midden van haar familie en uit het midden van de gemeente.

10:33Mevrouw Jacomeintje van der Wende, Hoek, Klepperweg 20.

10:38In de leeftijd van 88 jaar.

10:41De heren gedenken de rouwdragende familie.

10:46In verband met dit overlijden willen wij zingen.

10:49Psalm 89, het negentiende vers.

10:52Gedenk, o heren, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur.

10:57Psalm 89, het negentiende vers.

11:00[GEZANG]

13:34Luisteren wij nu met aandacht en eerbied naar de heilige wet van de heren.

13:38En daarna zingen wij Psalm 17, het derde vers.

13:41Ik zet mijn treden in uw spoor.

13:45Psalm 17, vers 3, naar de Heilige Wet van de Heren.

13:51Toen sprak God al deze woorden, zeggende...

13:54Ik ben de Heren uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.

14:02Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

14:06Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken...

14:11van hetgeen dat boven in de hemel is.

14:13Nog van hetgeen dat onder op de aarde is.

14:16Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

14:20Gij zult u voor die niet buigen.

14:23Nog hen dienen.

14:24Want ik, de Heere, uw God, ben een ijverig God.

14:29Die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen.

14:33Aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.

14:37En doe barmhartigheid aan duizenden, dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.

14:46Gij zult de naam des Heren uw schots niet eidelijk gebruiken.

14:51Want de Heere zal niet ons schuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.

14:57Gedenk de Sabbatdag, dat gij die heiligt.

15:00Zes dagen zult ge arbeiden en al uw werk doen.

15:05Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

15:09Dan zult gij geen werk doen.

15:11Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

15:23Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is.

15:32En hij rustte ten zevende dagen.

15:36Daarom zegende de Heer de sabbedag.

15:39En heiligde dezelfde.

15:42Eer uw vader en uw moeder.

15:45Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heren uw God geeft.

15:52Gij zult niet doodslaan.

15:54Gij zult niet echtbreken.

15:57Gij zult niet stelen.

16:00Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

16:04Gij zult niet begeren uw naaste huis.

16:08Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

16:12Nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uws naasten is.

16:22[GEZANG]

18:41Bidden wij nu om de opening van het woord en om het licht van de Heilige Geest.

18:45In de voorbeden gedenken wij de rouwdragende familie van der Wendehoek.

18:52En we bidden ook voor juffrouw Geonne Grinwis, dochter van Nelis en klaske van de Bok, Wittestraat 15.

19:01Bij juf Grinwis is een hersentumor geconstateerd.

19:05En zij moet over enkele weken geopereerd worden.

19:10Wij bidden ook voor de gemeenteraadsverkiezingen van woensdag 18 maart.

19:14En voor de vergadering van de synode van aanstaande vrijdag.

19:20Laten wij bidden.

19:26Drie-enige God,

19:29Vader,

19:31Zoon en

19:34Heilige Geest.

19:35Tot u komen wij in het gebed.

19:38Nadat u al tot ons bent gekomen vanmorgen.

19:42Allereerst met uw trouwe zorg.

19:45Dat de zon weer is opgegaan.

19:48En dat wij nog zijn in het heden van uw genade.

19:54Dat is alleen maar uw geduld.

19:58Dat is alleen maar uw trouw, heren.

20:01Onverdiende goedheid.

20:04Want als wij, en laat het ons maar zien, heren.

20:09Eerlijk zijn vanmorgen.

20:11Dan moeten wij toch beleiden.

20:14Dat we alles weer verknoeid hebben.

20:17In de week die achter ons ligt.

20:20In de week waarin het ook biddag is geweest.

20:23Maar wat moeten wij er elke dag weer bij bepaald worden.

20:29Dat we van onszelf biddeloos zijn.

20:31Ja nog erger.

20:34Goddeloos.

20:34Wij leven los van u.

20:37Van onszelf.

20:39Zoeken wij u niet, maar alleen onszelf.

20:44En heren, uw eer, die

20:48lappen wij aan onze laars.

20:51Daar bekommeren wij ons helemaal niet om.

20:54Dat uw naam de eer zal ontvangen in ons leven.

20:58Dat wij u lief hebben met heel ons hart.

21:01En met heel onze ziel en met al onze kracht.

21:05Dat dat is wat u zo waard bent.

21:07Dat zien we niet, heren.

21:10En we leven daarom zo klakkeloos en zo oppervlakkig.

21:14En we leven boven alles voorbij aan het kruis van uw Zoon, de Heer Jezus.

21:21Die in het evangelie belooft dat hij verloren zondaren zoekt.

21:28En dat hij verlangt naar de zaligheid van zielen die op reis zijn naar de eeuwigheid.

21:36Heren, wat bent u dan goed?

21:39En wat hebt u dan al heerlijk in ons leven gesproken vanmorgen.

21:42Dat wij er wakker mochten worden.

21:44En dat wij dat grote voorrecht nog hebben.

21:48Dat wij naar uw huis mogen gaan.

21:51Of dat we thuis met de gemeente verbonden mogen zijn.

21:54En toch kunnen meeluisteren naar wat u te zeggen hebt.

22:00Geef dat wij klein zijn tegenover u.

22:06Dat wij de laagste plaats leren innemen.

22:10Opdat uw naam de eer en de lof zal ontvangen.

22:14Ja, u alleen, heren.

22:16En we bidden vanmorgen om uw heilige geest.

22:20Dat die het woord opent.

22:23Dat dat duidelijk, eenvoudig en zuiver mag worden gepreekt.

22:31Maar heilige geest, we hebben u ook nodig in ons hart.

22:37Want ons hart zit van nature op slot.

22:40Geen plek voor de Heer Jezus in ons hart.

22:45En dat is zo erg, heren.

22:48Dat is zo'n grote zonde.

22:50Maar van onszelf doen we niet anders dan ons verharden.

22:55Elke preek worden wij harder en kouder.

23:01Maar wordt u ons daarom te sterk.

23:04En heren, geef dat het woord naar binnen mag gaan.

23:08En dan weet u wat nodig is voor ons hart.

23:12Misschien een waarschuwing om wakker geschud te worden.

23:16Omdat we nog zijn op een weg die helemaal verkeerd af gaat lopen.

23:20De weg naar het verderf.

23:22De brede weg waar weliswaar veel mensen lopen.

23:25En we moeten vrezen ook heel veel mensen die in de kerk zitten.

23:30Die het zo goed weten en toch op die brede weg blijven lopen.

23:36Heren.

23:39Wil u ons dan vanmorgen waarschuwen en wakker maken.

23:43Doen ontwaken.

23:46Ontdekken aan ons gevaar.

23:49Aan onze schuld.

23:51En aan het naderende oordeel.

23:56En geef ook heren dat de prediking vertroostend onderwijs mag bevatten.

24:03En dan weet u ook of er in Oudorp zondaren zijn die snakken naar een woord van u voor hun hart.

24:11Voor wie het zo donker is.

24:14Voor wie het leven ondraaglijk is geworden buiten het bloed van de Heer Jezus.

24:20Omdat ze voelen dat ze in zichzelf niet kunnen bestaan voor u.

24:24Zoveel zonden, zoveel overtredingen.

24:28Wie onze zal voor u bestaan.

24:31Waar dat ingeleefd werd.

24:35O Heren, dan bidden wij.

24:38O Heilige Geest, schenk dan ook het geloof.

24:41Om te zien op het lam van God dat de zonde der wereld wegneemt.

24:47Heere Jezus, wil u er zelf voor zorgen vanaf de rechterhand van uw vader.

24:55Dat u vanmorgen in de prediking uitgeschilderd mag worden.

25:00En dat

25:02zondaren onderwijs ontvangen.

25:07En dat ze geleid worden naar het kruis om niemand anders te zien.

25:12Dan Jezus alleen.

25:15Dat alleen is leven voor ons hart.

25:18Dat alleen is ware troost.

25:21Dat alleen geeft kracht.

25:24Ook als de weg soms zo zwaar is.

25:29Als de weg te veel dreigt te zijn.

25:31Als we misschien wel met Elia onder de Geneverboom liggen.

25:37Heren, neem mij maar weg.

25:39Want ik ben niet beter dan mijn vaderen.

25:42Zo moedeloos, heren, u weet dat

25:46het water aan de lippen kan staan.

25:51U weet alle dingen, ook de dingen die achter de voordeuren van Oudorp verborgen zijn.

25:58U kent alle kruizen en we dragen het aan u op.

26:04Maak uw belofte nog heerlijk waar, dat u de moede kracht geeft.

26:09En dat u vermenigvuldigt de sterkte van diegene die geen krachten meer heeft.

26:17O heren, om nou zo aan uw voeten terecht te mogen komen vanmorgen.

26:21En om daar woorden van eeuwig leven, woorden van Jezus Christus te mogen ontvangen.

26:31Heren, dan weet u van alle moeite en zorg in de gemeente.

26:36We dragen de rouddragende familie van der Wende aan u op.

26:43Als daar een lege plaats is gekomen van een oude moeder.

26:48Oma en overgrootmoeder.

26:50Of in welke betrekking we ook tot haar gestaan hebben.

26:55Ontferm u over de nabestaande, heren.

26:59Ook als zij de gang naar de begraafplaats moeten maken.

27:04Hoe zullen ze het kunnen?

27:06Geef te zien op u.

27:09Op het kruis.

27:11Op de man van smarte.

27:13De Heer Jezus Christus.

27:16Heren, dat bidden wij voor alle die...

27:20In angst en in verdriet.

27:22En in gemis hun weg over de aarde moeten gaan.

27:27Breng ze bij het kruis.

27:29Om vertroosting te mogen vinden.

27:31In de wonden van u, o Heer Jezus.

27:36Wij dragen ook aan u op.

27:38Juf Geonne Grinwis.

27:41Wat een ernstig bericht.

27:43Voor haar.

27:45Voor haar man en voor haar gezin.

27:48Voor haar ouders.

27:50Voor de kinderen in de klas.

27:53Voor...

27:54Voor allen die om haar heen staan.

27:56Ja, voor ons allen, Heer.

27:58Als een jonge vrouw zo'n ernstige tijding kreeg.

28:04Heren, dan

28:06houden onze woorden op.

28:10Maar laat uw woorden voor haar persoonlijk over mogen blijven.

28:15Want uw woord houdt stand in eeuwigheid.

28:20En u belooft.

28:24Wend u naar mij toe.

28:26Word behouden.

28:29Alle einden der aarde.

28:31Want ik ben God.

28:33En niemand meer.

28:35Heren mag dat woord voor haar.

28:38En voor allen om haar heen overblijven.

28:41Mag je zich daaraan leren vastklampen.

28:44En zegent u ook de medische middelen die gebruikt worden.

28:49De onderzoeken die ze moet ondergaan.

28:51De operatie die binnenkort ook ondergaan moet worden.

28:56Wij bidden om uw zegen over dat alles.

28:59Trek u met hem op.

29:02Heren, dat bidden wij voor alle zieken in de gemeente.

29:07Welke leeftijd ze ook hebben.

29:10Ze zien toch alle uit naar herstel.

29:14Zegent u de middelen.

29:17En heiligt u de weg aan het hart.

29:21Ja, heren, dat dat toch de grootste zorg zal zijn.

29:25Mijn zielen, doorziet gij uw lot.

29:29Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor mij?

29:33Wij

29:35bidden ook voor de gemeenteraadsverkiezingen die deze week zullen worden gehouden.

29:42Heren, mogen wij bidden om een uitslag die

29:46gunstig is als het gaat om het bewaren en het uitkomen voor uw woord ook in de vergaderzalen, in de raadszalen.

29:58Zegent u alle inspanningen die daartoe gebeuren.

30:01Geef dat ook wij allen persoonlijk, als we de leeftijd hebben om te stemmen, onze verantwoordelijkheid nemen.

30:08In het besef dat we ook van ons stemgedrag eens verantwoording moeten afleggen.

30:16Heren, wij bidden ook voor onze overheid.

30:19Geef toch wijsheid in deze onrustige, verwarrende tijd.

30:24Waar de ene crisis nog niet voorbij is of de volgende dient zich alweer aan.

30:28Wie zal het kunnen?

30:31Niemand van zichzelf.

30:33Maar geeft u dan de wijsheid en bovenal de godzaligheid.

30:38Om het goede te zoeken.

30:41Ook op het plaatselijke niveau.

30:44Dat bidden wij ook voor onze landelijke synode die aanstaande vrijdag weer gehouden zal worden.

30:50Als er weer een agenda ligt, als er weer verschillende punten besproken moeten worden, besluiten genomen worden, geeft u alles wat daarbij nodig is.

31:00Zegen ook het moderamen van de synode.

31:04Heren, geef dat ze daarin hun weg mogen gaan achter de koning van de kerk.

31:11Zo zijn onze ogen op u, heren, om uw hulp en uw gunst te vragen.

31:17Wat u ons ook onthoudt.

31:19Onthoud ons niet.

31:21Uw heilige geest.

31:22Al moeten wij beleiden.

31:24Verdiend is dat zeker niet.

31:27Maar geef heren dat ons gebed.

31:31Neergelegd zal worden.

31:32Op het werk van uw zoon.

31:34Heren Jezus.

31:35U hebt het toch gezegd.

31:36Al wat gij de vader zult begeren in mijn naam.

31:40Dat zal hij u geven.

31:43Omdat de vader in de zoon verheerlijk wordt.

31:46Mag dan alles zijn tot uw.

31:49En tot zegen voor ons hart en voor de gemeente.

31:54Hoor ons zo uit genade.

31:57Amen.

31:58Wij

32:02openen het woord van de heren vanmorgen in de brief aan de Hebreën.

32:10Hebreën 12 vers 1 tot en met 13.

32:17Hebreën 12 vers 1 tot en met 13.

32:27En daar luidt het woord van de heren.

32:32Daarom dan ook.

32:34Al zo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende.

32:39Laat ons afleggen alle last.

32:42En de zonde die ons lichtelijk omringt.

32:45En laat ons met leidzaamheid lopen.

32:47De loopbaan die ons voorgesteld is.

32:50Ziende op de overste leidsman.

32:53En volleinder des geloofs.

32:56Jezus.

32:57De welke.

32:58Voor de vreugde die hem voorgesteld was.

33:01Het kruis heeft verdragen.

33:04En schande veracht.

33:06En is gezeten aan de rechterhand van de troongods.

33:11Want aanmerkt deze die zodanig een tegenspreken van de zondaren tegen zich heeft verdragen.

33:18Opdat gij niet verflaut en bezwijkt in uw zielen.

33:23Gij hebt nog tot en bloede toe niet tegengestaan.

33:28Strijdende tegen de zonde.

33:30En gij hebt vergeten de vermaning die tot u als tot zonen spreekt.

33:35Mijn zoon, ach niet klein de kastijding des heren.

33:40En bezwijk niet als gij van hem bestraft wordt.

33:44Want die de heren lief heeft, kastheid hij.

33:48En hij geestelt een iegelijke zoon die hij aanneemt.

33:53Indien gij de kastijding verdraagt.

33:56Zo gedraagt zich God jegens u als zonen.

34:00Want wat zoon is er die de vader niet kastheid?

34:06Indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden en niet zonen.

34:17Voorts.

34:18Wij hebben de vaders onze vlezes wel tot kastijders gehad en wij ontzagen hen.

34:24Zullen wij dan niet veel meer de vader der geesten onderworpen zijn en leven?

34:31Want genen hebben ons wel voor een korte tijd, nadat het hun goed dacht gekastijd.

34:36Maar deze kastijdt ons tot ons nut, opdat wij zijn er heiligheid zouden deelachtig worden.

34:44En alle kastijding, als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn.

34:53Doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid, degene die door dezelfde geoefend zijn.

35:03Daarom...

35:04Richt wederop de trage handen en de slappe knieën.

35:08En maakt rechte paden voor uw voeten.

35:11Opdat het geen kreupel is niet verdraaid worden.

35:15Maar dat het veel meer genezen worden.

35:19Tot zover de schriftlezing.

35:23Met de hulp van de heren willen wij stilstaan bij Hebreeën 12 vers 1b en vers 2.

35:34Laat ons dan afleggen alle last en de zonde die ons lichtelijk omringt.

35:39En laat ons met leidzaamheid lopen de loopbaan die ons voorgesteld is.

35:44Ziende op de overste leidsman en volleinder des geloofs.

35:49Jezus, de welke voor de vreugde die hem voorgesteld was.

35:53Het kruis heeft verdragen en schande veracht.

35:57En is gezeten aan de rechterhand van de troon gods.

36:02Het thema schrijven we boven de preek.

36:05Volharden op de renbaan van het geloof.

36:10Volharden op de renbaan van het geloof.

36:13Drie gedachten.

36:14Allereerst de renbaan.

36:16Ten tweede de voorloper.

36:18En in de derde plaats hem in het oog houden.

36:23De renbaan, de voorloper en hem in het oog houden.

36:31Laten wij eerst gaan zingen.

36:34Het psalm 119, het derde vers.

36:37Och, schonkt gij mij de hulp van uw geest.

36:40En vers 17, leer mij, o heren, de weg door u bepaalt.

36:45119, vers 3 en vers 17.

36:48Dan heb ik voor u nog enkele mededelingen namens de kerkenraad.

36:53Vanmiddag is er een preekbespreking.

36:55Die begint om half drie.

36:57Alle jongeren vanaf 14 jaar worden hartelijk uitgenodigd.

37:02We zien er naar uit.

37:04En ik mag ook wel zeggen, ik zie er naar uit om jullie te ontmoeten.

37:09Er zal ook weer een aparte groep zijn voor de jongeren van 20 plus.

37:17De collecten in deze dienst zijn voor ten eerste het noodhulp- en rampenfonds.

37:23Ten tweede voor de kerkvoordij en de derde collect is voor de aflossing.

37:27Van harte in uw mildadigheid aanbevolen.

37:30Wij gaan zingen Psalm 119 vers 3 en 17.

37:34[GEZANG]

43:56Volharden op de renbaan van het geloof.

44:00De renbaan, de voorloper en ten derde hem in het oog houden.

44:08Allereerst de renbaan.

44:10Gemeente, dat is voor de christenen waar de Hebraïenschrijver aan moet schrijven.

44:16Een herkenbaar beeld.

44:18Hij spoort hen aan om te lopen op de loopbaan.

44:24En letterlijk staat er...

44:27Rennen op de renbaan, op de wedstrijdbaan.

44:32Dat is het beeld van een atletiekbaan.

44:35Zoals dat in dat Romeinse Rijk heel

44:39gebruikelijk was.

44:40Waar wedstrijden waren, waar mensen naar gingen kijken.

44:45En zo wordt het leven van een christen vergeleken met een wedloop.

44:54En bij zo'n

44:56hardloopwedstrijd komt

45:00heel wat kijken.

45:02Die atleten moeten

45:06daar heel wat voor over hebben, voor opzij zetten.

45:10Zware inspanningen

45:13voordoen.

45:14Het zweet staat erop.

45:20Heel wat uren moeten ze daarvoor trainen.

45:23Nee, je komt zomaar niet over de streep.

45:28En al helemaal niet als

45:31eerste.

45:33Dat was toch het grote doel, om de prijs te winnen.

45:39En halverwege zo'n hardloopwedstrijd.

45:43Dat is het beeld wat hier naar voren komt.

45:46Halverwege zo'n wedstrijd.

45:47Dan kan het soms heel zwaar zijn.

45:49Als de spieren gaan verzuren.

45:53Als de krampen toeslaan.

45:56En dan kan het zomaar door zo'n sporter heen schieten.

46:00Ik ga opgeven.

46:02Want dit doet zo'n pijn.

46:06Dit is te erg.

46:07Te zwaar.

46:11Maar dat moet natuurlijk niet.

46:12Zo'n sporter moet doorzetten.

46:14Moet volhouden.

46:15Moet volharden.

46:19En dat moeten die christenen ook.

46:23Waar aan geschreven wordt.

46:25Of het nou Paulus geweest is die deze brief geschreven heeft.

46:28Of iemand uit zijn kring.

46:30De mensen om hem heen.

46:31We weten het niet met zekerheid.

46:33Maar uiteindelijk is het de heren zelf.

46:36Die de Hebreën.

46:39Waarschijnlijk Joodse christenen.

46:42Aanspoort om te blijven lopen in die loopbaan.

46:47Met leidzaamheid staat er bij in vers 1.

46:50Dat betekent geduldig dragen.

46:54Vol blijven houden.

46:58En die aansporing is nodig.

47:00Want als je de hele Hebreënbrief leest.

47:03Dan zie je dat het voor die christenen zwaar is geweest.

47:10Veel tegenslag.

47:12Veel kruis.

47:15Je leest in de brief.

47:18Dat die Hebreën beroofd zijn van hun bezittingen.

47:23Omdat ze Christus lief hadden.

47:26Omdat ze zijn naam beleden.

47:28Dat heeft ze alles gekost.

47:30Ze zijn berooid, verarmd.

47:32Nou, als dat geen reden is om op te geven.

47:35Als het zulke offers vraagt, wie zal dan nog voor de naam van de Heer Jezus uitkomen?

47:40Wie van ons?

47:42Kun je begrijpen dat de gedachte aan opgeven door hen heen spookt?

47:48Maar niet alleen de strijd van buiten, het

47:53meest nog van binnen.

47:57En wat bedoelen we dan?

47:59Het zijn Joodse christenen.

48:01Daar kom je wel achter als je de brief leest.

48:04In al die hoofdstukken hiervoor,

48:08bijna al die hoofdstukken, gaat het over de Joodse offerdienst.

48:13Over die hoge priester Aaron.

48:18Die in het niet valt, die helemaal verbleekt vergeleken bij de hoge priester Christus.

48:26Waarom moeten ze dat onderwijs krijgen in die brief?

48:29Of in die preek?

48:31Want de Hebreeënbrief is waarschijnlijk gewoon een preek geweest.

48:35Die in briefvorm is verstuurd.

48:37Een preek.

48:38Dus wij zitten een beetje aan het eind in de toepassing, hoofdstuk 12.

48:41De toepassing van de preek aan de Hebreeën.

48:44Waarom al dat onderwijs over...

48:46Die Joodse wetten.

48:48En over hoe Christus die wetten heeft vervuld.

48:51Nou die wetten bleven trekken.

48:53Daar waren ze bij opgevoed.

48:55Het houden van de spijswetten.

48:58Het brengen van de offers.

49:00In de tempel.

49:05En waar je bij opgevoed bent.

49:07Ja dat draag je de rest van je leven mee.

49:10De eerste verf.

49:13Die gaat nooit helemaal van een hekje af.

49:15Niet waar.

49:19Dus dat bleef steeds terugkomen.

49:21Die neiging om toch weer.

49:23de wet binnenboord te halen.

49:25Dat is meer dan alleen opvoeding.

49:27Want zalig worden door de werken van de wet...

49:30door zelf offers te brengen...

49:32dat

49:34is nou de natuur van een zondaar, van een mens.

49:40Genade, dat

49:43gaat er bij ons niet in.

49:44En ook na ontvangen genade...

49:46willen we zo vaak toch weer een steentje bijdragen.

49:52Toevoegen aan het werk van de Heer Jezus.

49:55En dat is het grote gevaar voor die Hebreën.

49:58En daar moet tegen gewaarschuwd worden.

50:00Ze zijn door Gods genade op de renbaan van het geloof gekomen.

50:06Maar heel die brief, heel die Hebreënpreek is een oproep om daar te blijven volharden.

50:13Om daar leidzaam geduldig te blijven lopen.

50:20Maar is dat wel nodig dan, hoor ik iemand vragen.

50:24Moeten die christenen, die kinderen van God daar wel toe opgewekt worden.

50:30Aangespoord worden.

50:32Het zijn toch kinderen van God.

50:34En als je eenmaal een kind van God bent, dan kun je toch nooit meer afvallen.

50:38Dan kun je toch nooit meer afhaken.

50:41Dat klopt.

50:44De heren zijn daarvoor gedankt.

50:48De Heilige Geest houdt de gelovigen op die renbaan van het geloof.

50:54Hij brengt ze bij de finish, bij de eindstreep.

50:58Maar hoe doet de heren dat?

51:01Hoe doet de Heilige Geest dat?

51:05Hoe houdt hij dat genadewerk in stand?

51:10Dan denk ik aan wat onze Dordtse leerregels zeggen.

51:12Hoofdstuk 3, 4, artikel 17.

51:15Door de vermaningen wordt de genade meegedeeld.

51:20Door de vermaningen.

51:22Juist door de aansporingen wil de geest genade in het hart laten vloeien.

51:31En dat geldt dus ook voor de genade van de volharding.

51:36Hoe geeft de Heilige Geest die genade?

51:40Om vol te houden.

51:42Om te volharden tot het einde.

51:44Nou door de vermaning.

51:46Onder meer van Hebreeën 12 vers 1.

51:50Laat ons dan afleggen alle last en de zonde die ons lichtelijk omringt.

51:54En laat ons met leidzaamheid lopen op die loopbaan.

51:59Dus daar wil de Heilige Geest juist die vermaningen bij gebruiken.

52:04Als een middel waardoor hij de genade werkt en ook versterkt.

52:11Maar als het gaat over die renbaan, dan zijn er wel twee dingen waar die christenen en waar wij ook voor moeten waken.

52:20Waar wij voor moeten oppassen.

52:21Dat staat ook in vers 1.

52:24Want hoe begon onze tekst?

52:26Halverwege vers 1.

52:28Laat ons afleggen alle last.

52:34Dat is de eerste valkuil.

52:35De eerste gevaar.

52:38En de tweede komt erachteraan.

52:39En de zonde die ons lichtelijk omringt.

52:44Dus dat zijn twee dingen die enorm kunnen belemmeren op die renbaan van het geloof.

52:51Laat ons afleggen alle last.

52:53Wat is dat?

52:54Nou, dat is alle ballast.

52:57Ballast kan zo'n atleet niet gebruiken.

53:02Een hardloper die heeft zo min mogelijk bij zich.

53:05Elke kilo, elke gram moet hij meesjouwen.

53:10Dus...

53:12Die let daar wel op dat hij niet onnodig veel spullen bij zich heeft.

53:16Niet onnodig veel kleding bij zich heeft.

53:22Die moet hij opzij leggen voordat hij aan die wedstrijd begint.

53:26Of tijdens die wedstrijd.

53:27Dat moet hij uittrekken en opzij gooien.

53:31Nou zo is het ook in het leven van het geloof.

53:34Daar kan heel wat ballast zijn.

53:39Soms aan

53:42het begin al.

53:43Maar het kan ook zo zijn dat er halverwege die renbaan allerlei ballast...

53:50Op je schouders terecht komt.

53:52Waardoor je gaat vertragen.

53:57En wat is dat dan?

53:58Waar moeten we dan aan denken?

54:00Nou die vraag moet u vooral zelf beantwoorden.

54:03Die moet jij vooral zelf beantwoorden.

54:05Wat is de ballast in jouw leven?

54:08Wat belemmert jou om

54:12de heren te zoeken?

54:14En als je de heren al mag kennen.

54:18Als je reeds door het geloof op die loopbaan bent gebracht.

54:22Die naar de eeuwige heerlijkheid leidt.

54:25Ook dan komt de vraag van de heren naar je toe.

54:28Welke ballast zult u met u mee?

54:35Afgelopen week was het biddag.

54:37En toen hebben we toch gebeden om Gods zegen over ons werk.

54:43Over het schoolwerk.

54:47Over de inkomsten.

54:50Het groeien van de gewassen op de akkers.

54:53We hebben onze tijdelijke noden bij de heren mogen brengen.

54:59En wat kan dat?

55:01Een bron van ballast zijn.

55:07Misschien juist als het heel goed gaat op je werk.

55:10Of als het heel goed gaat op school.

55:12Mooie cijfers.

55:16En je bent er graag mee bezig.

55:20En je stopt er veel tijd in.

55:25Maar voordat je het weet.

55:28Wordt het ballast.

55:29Gaat er te veel.

55:30Gaat het ten koste van het zoeken van de heren.

55:33Van zijn dienst.

55:37Misschien wel je

55:39gezin.

55:41Je hebt gebeden om kinderen te mogen krijgen.

55:43En je kreeg kinderen.

55:45En wat zorg je met liefde voor ze.

55:47Maar ook

55:49dat kan iets van die ballast zijn.

55:52Juist ook de dingen waar je zo van geniet.

55:54De zegeningen die de Heer je geeft.

55:56We weten er zo moeilijk raad mee.

56:00We gaan er zo makkelijk te veel in op.

56:05Nou wat het voor u of voor jou ook is.

56:07Laat ons afleggen alle ballast.

56:12Maar ook als het niet goed gaat op je werk.

56:15Als je baan op de tocht staat.

56:18Of als het op school niet goed gaat.

56:21Als je dreigt te blijven zitten.

56:23Ook dat kan weer ballast zijn.

56:26Of als je ziek bent.

56:29Als er zorgen zijn om jezelf.

56:32Of om de mensen die je lief zijn.

56:39Ook daar gaan

56:42we soms zo in op.

56:46Dat die aansporing nodig is.

56:48Laat ons afleggen alle ballast.

56:53En dan is er nog die tweede valkuil.

56:58De zonde die ons lichtelijk omringt.

57:03En wat wordt daar voor een beeld opgeroepen?

57:06Nou, er staat eigenlijk letterlijk de zonde die ons zo makkelijk verstrengelt.

57:11Dus dan is het net alsof je allemaal touwen op die renbaan ziet liggen.

57:15Allemaal strikken.

57:17Nou, onze jongens en meisjes die weten dat wel.

57:20Als je gym hebt en je moet gaan rennen en er liggen in de gymzaal allemaal touwen of allemaal hoepels of andere dingen.

57:29Ja, dan moet je goed kijken waar je loopt, want je struikelt heel snel.

57:35Nou, zo is het ook in het leven met de heren.

57:38Op die loopbaan van het geloof, daar liggen allerlei dingen.

57:41Daar liggen allerlei touwen, allerlei hoepels, allerlei strikken, lussen.

57:47En daar kun je zomaar in verstrikt raken.

57:50En wat wordt er dan mee bedoeld?

57:51De zonde.

57:54De zonde.

57:55Nou, er wordt heel concreet gezegd, pas op voor de zonde.

58:02Kijk, als het gaat over die ballast van het dagelijkse leven, dat is voor iedereen weer verschillend.

58:06Voor de een is het zijn werk, voor een ander is het zijn hobby, voor een derde zijn gezin.

58:12Maar als het gaat om die lussen en die strikken die op de grond liggen...

58:17Dat is voor iedereen hetzelfde.

58:20De zonde die ons allemaal zo makkelijk verstrikt.

58:28En als je verstrikt raakt.

58:30In een touw of in een lus.

58:33Dan struikel je.

58:36En dat is ook wat de apostel Jacobus zegt.

58:39Wij struikelen dagelijks veel keer.

58:43Ontelbaar vaak.

58:45Dat zegt hij over kinderen van de heren.

58:47Die ontelbaar vaak per dag.

58:50Verstrikt raken in de zonde.

58:52En dus opgehouden worden op die loopbaan.

58:54Want als je struikelt heb je pijn.

58:56En dan loop je zomaar niet verder.

58:58Dan kun je achterop raken.

59:01Verachteren in de genade.

59:05En daarom opnieuw die aansporing.

59:09Om die strikken allereerst maar te zien.

59:14Want dat is wel nodig.

59:15Als je niet weet wat er op je pad ligt aan obstakels.

59:22Dan durf je toch geen stap te zetten.

59:23Als het helemaal donker is, kun je zomaar ten val komen.

59:28Maar dat is nou wel ons grote probleem.

59:30Wij zien van onszelf die strikken niet.

59:34De zonde die ons zo lichtelijk omringt.

59:40Wie we ook zijn, of je nou de heren mag kennen of nog niet.

59:44We zijn allemaal zo blind.

59:51En dat is nou juist het grootste gevaar.

59:54Dat wij het gevaar niet zien.

59:59Dat geldt voor de kinderen van de heren, zei ik.

1:00:04Struikelen zo vaak.

1:00:06Omdat ze nog te weinig zien van de ernst van de zonde.

1:00:10Hoe schadelijk de zonde is.

1:00:12Hoe zeer dat belemmert in de loop naar de hemel.

1:00:19Dan is het wel verootmoedigend dat je dat weer moet horen.

1:00:21Nadat je iets van je zondige aard hebt leren kennen.

1:00:24Dat je dan toch weer moet horen.

1:00:26Pas op voor de zonde die je zo lichtelijk, zo eenvoudig verstrikt.

1:00:31Dan moet je het toch bekennen vanmorgen.

1:00:33Dat je maar

1:00:35al te makkelijk verstrikt raakt.

1:00:37Dan

1:00:40moet je die aansporing, die waarschuwing toch dankbaar ontvangen vanmorgen.

1:00:44En bidden, heren, bewaar mij toch.

1:00:48Maar het geldt nog wel veel meer als je nog niet op de renbaan van het geloof rent.

1:00:57Als je nog op die andere renbaan loopt.

1:01:01Welke renbaan bedoelen we?

1:01:02Er zijn maar twee renbanen.

1:01:05Iedereen loopt op een renbaan.

1:01:07De Bijbel laat het zien.

1:01:09Twee wegen.

1:01:12De brede weg en de smalle weg.

1:01:14Twee wegen, twee renbanen.

1:01:17Het is vanmorgen niet de vraag of jij op een renbaan loopt.

1:01:20De vraag is op welke renbaan je loopt.

1:01:26De renbaan van het geloof.

1:01:30En dat zien we in de Hebreënbrief.

1:01:32Die is vol moeilijkheden, vol beproevingen, vol kruizen.

1:01:38Of die andere renbaan waar je zo makkelijk loopt.

1:01:42De renbaan waar we van nature allemaal op lopen.

1:01:46De renbaan van onze eigen gedachten.

1:01:52Van onze eigen wil.

1:01:56De renbaan van een leven zonder God.

1:01:58Een renbaan waarin de zonde niet als een strik wordt gezien, maar als een lust.

1:02:04Als een genot.

1:02:06Die daarom zo makkelijk loopt.

1:02:08Je bent daar ook met zoveel op die renbaan van de zonde.

1:02:13En dat is juist zo verraderlijk.

1:02:16Maar let op het einde.

1:02:19Die renbaan, daar loopt het niet goed af.

1:02:27Dan wordt er in het evangelie van morgen een betere renbaan aan je voorgesteld.

1:02:32Laat ons dan met leidzaamheid lopen de loopbaan die ons voorgesteld is.

1:02:37Dan wil de Heer van morgen nog waarschuwen, maar ook lokken.

1:02:44De loopbaan achter de Heer Jezus aan.

1:02:47Ja, dat is wel een zware loopbaan.

1:02:51Maar ook een heerlijke loopbaan.

1:02:54Juist vanwege het einde van die loopbaan.

1:02:58De loopbaan die ons voorgesteld is, die naar een heerlijk doel gaat.

1:03:02De heerlijkheid, de vreugde zoals we straks nog zullen zien in vers 2.

1:03:08De Heere wil niet dat je door blijft hollen op de renbaan naar het verderf.

1:03:18Ja, maar het is zo makkelijk gezegd.

1:03:20Laat ons dan afleggen alle ballast en de zonde afleggen die ons zo makkelijk verstrikt.

1:03:29Die opdracht klinkt zo makkelijk.

1:03:32Wij kunnen toch van onszelf de zonde niet afleggen.

1:03:36Ik kan me wel verstrikken in de zonde, helaas.

1:03:40Misschien dat je wel zo vanmorgen in de kerk zit met een verdrietig hart.

1:03:46Omdat er in de achterliggende week zulke dingen misgingen in je leven.

1:03:50Dat je toch weer die strikken van de zonde opgezocht hebt.

1:03:55Misschien wel bewust het

1:03:57gevaar van de zonde.

1:04:00Geriskeerd hebt.

1:04:00En het ging mis.

1:04:03En je hebt je ziel bevuild.

1:04:05En je hebt de heren verdriet gedaan.

1:04:08En dan hoor je nou vanmorgen.

1:04:09Laat ons afleggen de zonde.

1:04:12Hoe zal ik dat kunnen?

1:04:16Het klinkt zo makkelijk.

1:04:19Maar het is van onszelf onmogelijk.

1:04:22Je hebt gelijk.

1:04:23Dat kunnen wij niet in eigen kracht.

1:04:29En misschien dat hier ook iemand anders was.

1:04:31En een vraag.

1:04:31Als het gaat over die ballast.

1:04:36Ik heb toch.

1:04:37Hoe kan ik nou loskomen van al die ballast.

1:04:39Van het dagelijkse leven.

1:04:40Mijn werk.

1:04:42De zorg voor anderen.

1:04:47Mijn ziek zijn.

1:04:53Dat zit toch helemaal in mijn bestaan verweven.

1:04:56Daar kan ik toch niet van loskomen.

1:04:59Ik kan toch niet meer zeggen.

1:05:00Nou zorg ik niet meer voor die anderen.

1:05:02Ik heb toch ook een taak van de heren gekregen.

1:05:06Dat is waar.

1:05:08Maar het geheim van die aansporing van vers 1.

1:05:11Dat ligt in vers 2.

1:05:13In vers 1 hebben we de opdracht.

1:05:15De aansporing gehoord.

1:05:17Laat ons met leidzaamheid op die loopbaan lopen.

1:05:21Die ons voorgesteld is.

1:05:23Maar hoe dan?

1:05:24Hoe zul je dat kunnen?

1:05:25Nou dan kom je bij vers 2.

1:05:27Ziende op de overste leidsman.

1:05:30En volleinde des geloof.

1:05:33Dus alleen als je ziet op die overste leidsman.

1:05:38En dat brengt ons bij onze tweede gedachte.

1:05:40De voorloper.

1:05:44Dat wordt er bedoeld met overste leidsman.

1:05:47Het beeld van een lange optocht.

1:05:52En daar loopt dan één iemand voorop.

1:05:55Die gaat vooruit.

1:05:58Die weet hoe de weg gaat.

1:06:00Die kent de baan.

1:06:03Nou dat is nou de Heer Jezus Christus.

1:06:05De overste leidsman.

1:06:08Hij is die rendaan zelf gegaan.

1:06:12Door het lijden op aarde.

1:06:15Naar de heerlijkheid.

1:06:17En hij.

1:06:19Hij.

1:06:21Spreekt vanmorgen.

1:06:23In onze tekst.

1:06:25Als daar staat, zie op de overste leidsman.

1:06:29Dan is dat het woord van de Heer Jezus zelf.

1:06:32Zie toch op mij.

1:06:34Alles wat je van jezelf niet kan.

1:06:37De zonde waar je van jezelf niet mee kan breken.

1:06:40Het dagelijks leven waar je zoveel ballast uit meeneemt.

1:06:44Waar je maar niet op een gezonde...

1:06:47evenwichtige manier mee om kan gaan.

1:06:49Al je gebrek en je onmogelijkheid.

1:06:52Zie op mij.

1:06:55En om ons daartoe aan te sporen.

1:06:59Om ons daartoe op te wekken.

1:07:02Stelt de Heer Jezus zich hiervoor.

1:07:05Als die overste leidsman en volleinder van het geloof.

1:07:09Die voorloper die het kruis heeft verdragen.

1:07:18En daar moeten we maar even stil houden.

1:07:21Dat brengt ons bij het hart van het evangelie.

1:07:25Het kruis.

1:07:28Het kruis.

1:07:31Waar God de vloek heeft gelegd.

1:07:36Op zijn eigen zoon.

1:07:39De vloek die wij verdienen.

1:07:42Ja gemeente van Oudorp.

1:07:45Dat kruis van de Heer Jezus.

1:07:46Dat hij verdragen heeft.

1:07:48Dat bepaalt ons bij wie wij zijn.

1:07:51Vervloekt is iedere zondaar.

1:07:53Is ieder mens die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek van de wet.

1:07:58Om dat te doen.

1:07:59Al heb je maar één zonde gedaan.

1:08:02Dan is het oordeel van de rechtvaardige God.

1:08:05De heilige God.

1:08:08Vervloekt.

1:08:11En wat houdt dat in?

1:08:13Van God vervloekt te zijn.

1:08:21Laat dat woord maar eens nagalmen in je hart.

1:08:24De straf op de zonde is.

1:08:28Vervloekt.

1:08:29We zien op Golgotha wat dat is geweest.

1:08:32Waar de Heer Jezus het kruis heeft verdragen.

1:08:35Waar hij die vervloekte kruis doodstierf.

1:08:38Daar werd het donker.

1:08:40Drie uur lang.

1:08:42Mijn God, mijn God.

1:08:44Waarom heb jij mij verlaten?

1:08:47Dat is vervloekt.

1:08:49Dat je verlaten bent van God.

1:08:52Buiten zijn liefdevolle gemeenschap staat.

1:08:56Alleen maar de...

1:08:57De wraak.

1:08:59De woede van de heren.

1:09:00Over de zonde te ervaren.

1:09:05Dat is nou wat wij verdienen.

1:09:08Wat wij maar niet beseffen.

1:09:10Hoe zwaar onze schuld is.

1:09:14Hoe ernstig ons verdiende oordeel is.

1:09:19Maar zie toch op dat kruis.

1:09:21Daar zie je wat het Christus gekost heeft.

1:09:24Om zondaren zalig te maken.

1:09:28En het was onnoemelijk zwaar.

1:09:32Maar nou de troost.

1:09:34Hij heeft het kruis verdragen, staat er in onze tekst.

1:09:40Letterlijk staat er, hij bleef eronder.

1:09:45De Heer Jezus had er onder vandaan kunnen gaan, want hij had zelf geen vloek verdiend.

1:09:52Maar hij wilde er niet onder vandaan.

1:09:56Hij wilde dat zwaarste kruis verdragen.

1:10:01Als het geduldige, genadige lam van God.

1:10:08Gewillig uit liefde.

1:10:11Om zondaren te bevrijden van de vloek.

1:10:15Omdat hij zondaren, ook

1:10:19in Oudorp, zou kunnen vervullen met zijn zegen.

1:10:25En dat kruis, dat

1:10:29is ook een schande kruis geweest.

1:10:32Dat staat erbij in vers 2.

1:10:35Hij heeft het kruis verdragen en schande veracht.

1:10:41Daar wordt nog een element toegevoegd om te benadrukken hoe zwaar het lijden van de Heer Jezus is geweest.

1:10:51Niet alleen dat hij de vloek van zijn vader moest dragen over de zonde.

1:10:56Om te betalen aan het recht.

1:10:59Maar hij moest ook schande ondergaan.

1:11:03Smaatheid.

1:11:08En dat zien we juist op Goede Vrijdag, zo nadrukkelijk.

1:11:11Eigenlijk heel zijn leven is dat wel geweest, maar neem alleen Goede Vrijdag.

1:11:15Hoe hij bij Kaaie, vaste hoge priester, is bespot, is bespuugd.

1:11:23Ik bezweer u bij de levende God, of gij de Christus zijt.

1:11:29Dat ontkende ze.

1:11:31Ze hebben de heer Jezus juist op zijn echte identiteit aangevallen.

1:11:35Hij was de Zoon van God, hij is de Messias.

1:11:39Maar daarin hebben ze hem juist bespot.

1:11:42Pilatus geloofde niet dat hij de koning was van hemel en aarde.

1:11:47En aan het kruis hebben de joden geroepen.

1:11:52Als je de zoon van God bent, kom maar van dat kruis af.

1:11:57Wat een vernedering, wat een smaat.

1:12:01Hoe diep wilde hij gaan.

1:12:06Dat moeten nou die Hebreën horen.

1:12:10Die zelf ook smaatheid moesten ondergaan.

1:12:15Maar zou je nou niet dat over hebben voor hem?

1:12:19Nee, dat is eigenlijk de vraag.

1:12:22Kijk toch naar dat kruis, naar die gekruisigde, naar de voorloper.

1:12:25Wat hij voor jullie heeft willen dragen.

1:12:28Om jullie eeuwig te bevrijden.

1:12:31Uit soevereine liefde.

1:12:34Zou je dan niet met geduld het kruis dragen wat hij jou oplegt?

1:12:47Wat is nou belangrijk?

1:12:50Dat die christenen leren leven in de schaduw van het kruis.

1:12:56Daar moeten ze steeds naar teruggebracht worden.

1:12:59Waar zij zien hun zonde, hun verlorenheid, hun onmogelijkheid.

1:13:04Maar waar ook zo heerlijk schittert de liefde van God.

1:13:08Die ook zijn eigen zoon niet heeft gespaard.

1:13:11Maar hem heeft overgegeven dat in de kruis dood toe.

1:13:18Dat is dan ook de vraag voor ons.

1:13:20Leven wij?

1:13:22In de schaduw van het kruis.

1:13:26Dat je daar iedere keer weer naartoe moet vluchten.

1:13:30Dat dat je verlangen was toen je vanmorgen naar de kerk ging.

1:13:32Heer Jezus geeft dat ik een glimp mag opvangen.

1:13:35Van uw schoonheid.

1:13:36Hoe u aan het kruis het lijden verdroeg.

1:13:40En de schande verachtte.

1:13:43Ja dat deed hij.

1:13:47Niet dat hij zei het stelt niks voor die schande.

1:13:50Nee het was lijden.

1:13:52Het was intens.

1:13:53Maar de Heer Jezus.

1:13:55Hij zei, ik wil die schande dragen.

1:13:59Omdat ik zondaren zou leiden naar de eerkroon, naar de heerlijkheid.

1:14:05Wat zou ik dan niet voor hem over hebben?

1:14:12Maar er is nog meer, de heer Jezus.

1:14:14Hij heeft dat kruis verdragen en die schande veracht.

1:14:18Juist vanwege die eindstreep.

1:14:20Juist vanwege wat komt na het einde van die renbaan.

1:14:25Het staat erbij in vers 2.

1:14:28Waarom heeft hij dat kruis verdragen?

1:14:32Nou, voor de vreugde die hem voorgesteld was.

1:14:38De route was al uitgestippeld, staat er eigenlijk.

1:14:43En dat is al gebeurd in de eeuwigheid.

1:14:45Toen heeft God de Vader met de Zoon afgesproken.

1:14:48Zoon, als jij het kruis zal verdragen en de schande zal verachten...

1:14:54dan zal jij de eeuwige heerlijkheid krijgen.

1:14:57Dan zul jij zitten aan mijn rechterhand en als koning heersen.

1:15:03Nou, daar gaat het over.

1:15:05De vreugde die hem voorgesteld was.

1:15:10Dan gaat het dus over wat na zijn lijden wacht.

1:15:14En dat is dus vreugde.

1:15:18En daar vinden wij dus in één woord een omschrijving van de hemelse heerlijkheid.

1:15:25Denk je daar wel eens aan?

1:15:30Ouderen onder ons, denkt u wel eens aan de heerlijkheid?

1:15:35Die voor Gods kinderen wacht naar dit leven.

1:15:45Wie zal zeggen hoe heerlijk dat is?

1:15:50Het is ook niet te zeggen wat

1:15:53het is om dan die overste leidsman te mogen zien.

1:15:58En dan gaat onze tekst volmaakt in de vervulling.

1:16:01Ziende op de overste leidsman en de volleinder van het geloof.

1:16:07Ewig zien.

1:16:08Dan is er geen aansporing meer nodig om op hem te zien.

1:16:11Dan zal de blik nooit meer van hem afgericht kunnen zijn.

1:16:16Dan zal hij nooit uit het zicht verdwijnen.

1:16:21De overste leidsman zijn.

1:16:23Die ook de volleinder is.

1:16:25Die zijn werk ook afmaakt.

1:16:28Die zijn kerk ook thuis brengt.

1:16:31Dat wordt nou allemaal samengevat in dat ene woordje.

1:16:35Vreugde.

1:16:36Voor de vreugde die Christus voorgesteld is.

1:16:40Daarom verdroeg hij het kruis.

1:16:44En wat een heerlijk voorbeeld dan.

1:16:46Voor allen die hem hebben leren volgen.

1:16:50Die moeten beseffen vanmorgen.

1:16:53Het lijden van de tegenwoordige tijd.

1:16:56Het lijden in de naam van de Heer Jezus.

1:16:59Waar toch elke christen mee geconfronteerd zal worden.

1:17:02In meer of mindere mate.

1:17:04Dat weegt niet op tegen de vreugde van straks.

1:17:10Als dat geen aansporing moet zijn.

1:17:13Als dat geen kracht moet geven om te volharden op de renbaan van het geloof.

1:17:20Wat zou het dan wel moeten zijn?

1:17:23Het is een verdrukking van tien dagen.

1:17:25En dan wordt het oog ook nog gericht op

1:17:29de troon.

1:17:31En dat is het slot van vers 2.

1:17:33En is gezeten aan de rechterhand van de troon gods.

1:17:39Daar is de Heer Jezus nu.

1:17:41Nadat hij de loopbaan op aarde heeft voltooid.

1:17:45Is hij gaan zitten.

1:17:49Aan de rechterhand van God.

1:17:51De ereplaats.

1:17:54En dan worden we bepaald bij de troon van God.

1:17:58En dan mogen we horen daarin dat God regeert vanaf die troon.

1:18:03Kijk, dat is zo'n troost geweest voor die christenen die zo vervolgd werden.

1:18:08Die soms bang waren, zal het nogal goed gaan?

1:18:11Zullen we niet overweldigd worden?

1:18:14Zullen we wel volharden?

1:18:16God de Heere regeert.

1:18:20Dat is de bemoedigende boodschap van het slot van vers 2.

1:18:24Dat de Heere Jezus aan de rechterhand van de troon van God is.

1:18:29God regeert.

1:18:31God de Vader.

1:18:34Die wel kastijdt.

1:18:38Maar alles wat hij in zijn vaderlijke regering aan zijn kinderen geeft.

1:18:42Dat hebben we toch gelezen verderop in hoofdstuk 12.

1:18:45Dat is tot hun nut.

1:18:48Ook al zien ze dat zelf lang niet altijd.

1:18:52Maar dat vraagt om vertrouwen.

1:18:55Vertrouwen in de belofte van God.

1:18:57Hij kastijdt zijn kinderen tot hun nut.

1:19:04Hij slaat nooit om

1:19:08ze kapot te maken.

1:19:09Nee, dat kan hij niet.

1:19:11Want aan zijn rechterhand is Christus gezeten.

1:19:14Die betaalt hij voor al hun zonden.

1:19:17En daarom, als God iets doet in het leven van zijn kinderen.

1:19:22Dan kijkt hij altijd eerst naar rechts.

1:19:24Naar zijn zoon.

1:19:28En dan kan hij alleen maar genade geven.

1:19:31Dan kan hij alleen maar liefde geven.

1:19:37Alles wat hij op hun pad brengt moet meewerken ten goede.

1:19:41Wat een troost.

1:19:43Ligt er dan in dat zicht.

1:19:45Op die overste lijst van aan de rechterhand van de troon van God.

1:19:51Daar bewaart hij zijn kerk.

1:19:53Daar brengt hij haar thuis.

1:19:56De duivel zit niet op de troon.

1:19:59De vijanden zitten niet op de troon.

1:20:03God zit op de troon.

1:20:04En Christus aan de rechterhand.

1:20:07Wat een bemoediging.

1:20:09Nee, niet voor degenen die nogal hun eigen weg volgen.

1:20:15Als je een beheerde Jezus nog niet hebt leren volgen op de renbaan van het geloof.

1:20:20Dan is die troon van God niet zo aangenaam om aan te denken.

1:20:23Dan wil je dat liever maar wegstoppen.

1:20:27Want je weet dat je er een keer voor moet verschijnen, toch?

1:20:32Jij ook.

1:20:33Je zult er ooit staan.

1:20:35Wie weet hoe spoedig.

1:20:38Voor de troon van God.

1:20:41Het is de mens gezet te sterven.

1:20:45Eenmaal.

1:20:45En daarna het oordeel.

1:20:48Daarna sta je voor die troon.

1:20:51Oog in oog met God.

1:20:53Oog in oog met Christus aan de rechterhand.

1:20:57Wie weet wanneer.

1:21:01Denk maar veel aan die troon van

1:21:04God.

1:21:06Want daar ben je naar op reis.

1:21:08Alles beslissend zal die ontmoeting zijn.

1:21:13Maar één ding mag ik er nog wel bij zeggen.

1:21:15Die troon van God.

1:21:17Waar Christus aan de rechterhand zit.

1:21:19Die ons best mag verschrikken als we nog onbekeerd zijn.

1:21:24Maar die troon is nu nog een genadetroon.

1:21:31Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade.

1:21:35Dat is Hebreeu 4.

1:21:37Dat mag ik je dan toch nog achteraan zeggen vanmorgen.

1:21:41Dat je met al je zonden, met al je hardnekkige ongeloof...

1:21:46naar die troon mag vluchten.

1:21:49Om dan ook te gaan ervaren dat hij...

1:21:52Echt zijn belofte waarmaakt.

1:21:54Wie tot mij komt.

1:21:55Zal ik geen zins uitwerpen.

1:22:00Tot slot iets over onze derde gedachte.

1:22:03Hem in het oog houden.

1:22:05En dan leggen we nog maar op één woordje de nadruk uit vers 2.

1:22:09En dat is het eerste woordje.

1:22:11Ziende.

1:22:12Op de overste leidsman.

1:22:15Ziende.

1:22:17Dat is de aansporing.

1:22:19Dat die christenen.

1:22:21De Heer Jezus in het oog moeten houden.

1:22:23Ziende.

1:22:26En wat is dat dan?

1:22:27Zien op de Heer Jezus.

1:22:32Dat is een Bijbels woord voor geloven in de Heer Jezus.

1:22:40Zien is op verschillende plekken in de Bijbel een ander woord voor geloven in hem.

1:22:47Maar dan zegt iemand misschien dat brengt mij nog niet veel verder.

1:22:49Wat is nou eigenlijk geloven in de Heer Jezus?

1:22:54Als je erover nadenkt en als je dat aan anderen probeert uit te leggen, soms dan ervaren wij dat nog niet eens zo makkelijk om dat uit te leggen.

1:23:04Wat is nou geloven?

1:23:08Nou iets daarover.

1:23:11Om dat woordje ziende te kunnen begrijpen moet je ook naar het begin van vers 3.

1:23:18Daar wordt onze tekst eigenlijk nog wat extra uitgelegd.

1:23:22Daar staat, want aanmerkt deze.

1:23:26Dus dan gaat het weer over de Heer Jezus, die overste leidsman, deze.

1:23:30Die moeten ze aanmerken.

1:23:34En dat woord hier dat betekent, dat is eigenlijk een ander woord voor zien weer.

1:23:39Ze moeten goed aandachtig naar hem kijken.

1:23:44Ze moeten in alle rust nadenken over wie die overste leidsman is.

1:23:51Over wat hij gedaan heeft aan het kruis.

1:23:54Over de vreugde waar hij nu is.

1:23:58Daar moeten de gedachten in alle rust op gericht worden.

1:24:05Aanmerken.

1:24:07Geconcentreerd.

1:24:10Aandachtig.

1:24:12Aanschouwen.

1:24:14Hoe hij die weg gegaan is van lijden tot heerlijkheid.

1:24:20Zien op de Heer Jezus.

1:24:21Dat is allereerst iets waar je tijd voor nodig hebt.

1:24:26Stille tijd.

1:24:29Heb je dat?

1:24:31Op zondag.

1:24:34Maar ook in de werkweek die soms zo druk is.

1:24:37Stille tijd om hem aan te merken.

1:24:42En om dan, dat zit ook in dat woordje aanmerken.

1:24:45Om te gaan vergelijken.

1:24:48Zoals zijn weg was.

1:24:50Door dat lijden, door dat kruis naar de vreugde.

1:24:56Om dan ook te gaan zien.

1:24:58Zo zal ook de weg van allen zijn die op die renbaan van het geloof.

1:25:06Of struikelen.

1:25:07Of daar op de grond liggen.

1:25:08Maar wie op die ren dan is.

1:25:11Die zal net als Christus zijn.

1:25:13Die zal hem volgen.

1:25:14Achter die voorloper aan.

1:25:16In de vreugde komen.

1:25:20Zien op de Heer Jezus.

1:25:23Dat moet met ons verstand.

1:25:28Maar daar zit nog veel meer in.

1:25:29Dat moet ook met je hart.

1:25:32De Heer Jezus die wil dat wij op hem leren zien.

1:25:37En ons helemaal aan hem toevertrouwen.

1:25:44Juist

1:25:45als je moet zeggen, ja maar ik zie hem nog niet.

1:25:49Ik ben nog zo gericht op de wereld.

1:25:53Ik sla mijn blik nog zo vaak naar binnen.

1:25:56Ik steun nog op iets in mezelf.

1:25:58Daar zoek ik mijn zaligheid nog.

1:26:01Maar dat lam van God zien, die overste leidsman zien, dat doe ik niet.

1:26:06Dat kan ik niet.

1:26:08Dat heb ik nog niet geleerd.

1:26:09Dat wil ik ten diepste ook niet.

1:26:13Om dan al je zonden aan hem toe te vertrouwen.

1:26:18Dat ligt daarin.

1:26:20Om als een zonder de toevlucht nemen tot zijn volharding.

1:26:25Hoe hij wel tot het einde toe is staande gebleven.

1:26:30Op die rendaan van het geloof.

1:26:32Hoe hij zonder oponthoudt.

1:26:35Zonder aarzeling.

1:26:37Zonder zonde.

1:26:39Heeft bereikt de eindstreep van de eeuwige overwinning.

1:26:45Om nou als een ongehoorzame zondaar te schuilen bij het kruis.

1:26:50Troost te zoeken in zijn wonden.

1:26:54Dat is nou zien op de overste leidsman.

1:26:58Dan ga je oog krijgen voor zijn liefde.

1:27:01Voor zulke zondaren als wij.

1:27:04Voor zijn gewilligheid voor vijanden.

1:27:08En dan komt daar overgave.

1:27:11Dan komt daar steunen en rusten.

1:27:14Op zijn...

1:27:17Op zijn genade.

1:27:21Dat is waar het over gaat.

1:27:23Om als een arm zondaar.

1:27:25Je aan hem kwijt te raken.

1:27:29En dat heeft zo'n heerlijke vrucht.

1:27:32Een vrucht die juist zo nodig is.

1:27:34Als je zelf onder het kruis komt.

1:27:37Als er beproeving is.

1:27:38Als de weg te veel dreigt te zijn.

1:27:42Eén blik op die gekruisde Christus.

1:27:47Dat geeft zo'n liefde in het hart.

1:27:50Als je ogen open gaan voor zijn liefde.

1:27:54Dan stroomt die liefde door je ziel.

1:27:58En dan is een druppeltje daarvan al genoeg.

1:28:01Om de vreugde van de wereld te laten verbleken.

1:28:07Om in je ziel dat vaste besluit te geven.

1:28:11Ik zal hem volgen.

1:28:13Ik zal hem achterna kleven.

1:28:17Ik kan hem nooit meer missen.

1:28:20Dan geef zo vrede.

1:28:24Als je mag zien op die overste leidsman.

1:28:30Een vrede die alle verstand te boven gaat.

1:28:35Maar dan komt er ook vrede met de weg die de overste leidsman met je gaat.

1:28:43Als dat een weg is door de diepte.

1:28:46Als die renbaan van het geloof, van dat ware geloof, een weg is van kruis.

1:28:53Wie achter mij wil komen, die verlogen zichzelf.

1:28:57En die nemen zijn kruis dagelijks op.

1:29:01Dat is de rendma van het geloof.

1:29:03Daar zit niemand van zichzelf op te wachten.

1:29:05Ook Gods kinderen zitten er niet op te wachten.

1:29:08Als dat werkelijkheid wordt.

1:29:12Maar één blik door het geloof.

1:29:16Op die gekruisigde.

1:29:19Dat geeft vrede.

1:29:21Met de weg.

1:29:23Heren, als ik dat kruis dan moet dragen.

1:29:27Mag ik het dan dragen?

1:29:30Achter de Heerde Jezus aan.

1:29:32Dan weet ik ook.

1:29:33Dat het goed zal zijn.

1:29:35En dan weet ik ook.

1:29:37Dat deze weg mij voorgesteld is.

1:29:40Zo stond het er toch.

1:29:41Die loopbaan die ons voorgesteld is.

1:29:44Dat is niet zomaar een route.

1:29:45Op de Bonnefoy.

1:29:47We zien wel waar we eindigen.

1:29:49Nee.

1:29:51Die route is uitgestippeld.

1:29:53Door het lijden van deze tegenwoordige tijd.

1:29:56Naar de vreugde.

1:30:00Dan is het goed.

1:30:05Ja, maar die vrede en die liefde, die ervaar ik zo weinig, hoor ik een kind van de heren zeggen vanmorgen.

1:30:14Misschien juist wel een die onder het kruis zucht.

1:30:19Die met slappe knieën en hoe stond het er in vers 13, vers

1:30:2612?

1:30:27Trage handen en slappe knieën.

1:30:29Nou, dat is zo herkenbaar voor de gelovigen.

1:30:35Maar hoe komt het dat er zo vaak trage handen zijn en slappe knieën?

1:30:41Is het niet juist omdat we zo weinig zien op die overste leidsman?

1:30:47Er staat ook

1:30:48zien de.

1:30:51Dat betekent dat moet voortduren.

1:30:55Dat is iets dat moet elke keer weer.

1:30:58Zien de.

1:30:59Dat is een toestand die moet steeds herhaald worden.

1:31:03Elke dag weer.

1:31:05Ziende.

1:31:06Dat is nou, als het goed is, het leven.

1:31:11Ja, van ons allemaal.

1:31:12Iedere dag zoeken te zien op hem.

1:31:15Maar we zijn helaas zo vaak gericht op de omstandigheden.

1:31:21En we zijn nog veel meer gericht op onszelf.

1:31:25Zien op onszelf.

1:31:26Maar dan is er geen moed.

1:31:28Dan is er geen hoop.

1:31:31Dat is doodlopende weg.

1:31:34En daarom die aansporing, ziende op de overste leidspan.

1:31:38Dat is wat jullie moeten doen, Hebreeën.

1:31:41En ook wat wij moeten leren doen.

1:31:44Ja, maar dat geloof, dat ontbreekt mij nou.

1:31:48Hoe zal ik dat krijgen?

1:31:49Ik ben bang dat ik dat geloof nog mis.

1:31:53Oh, is dat echt waar?

1:31:56Heb je nog niet in gelovig vertrouwen, in ootmoedig vertrouwen, leren zien op het lam?

1:32:09Moet je dat vanmorgen echt vaststellen?

1:32:11Beleiden?

1:32:15Maar verlang je ernaar dat het anders wordt?

1:32:18Of is dat een gelaten, een dorre

1:32:22uitspraak?

1:32:28Laat het dan in ieder geval je verlangen zijn.

1:32:32Maar hoe?

1:32:34Hoe zal het geleerd worden?

1:32:36Kan ik het nog leren?

1:32:38Vraagt iemand.

1:32:39Misschien dat je er jaloers op bent.

1:32:43Je kan het nog leren, want de Heer wil het je nog leren.

1:32:49En dan kom ik terug bij wat ik in de eerste gedachte zei.

1:32:52Door de vermaningen wordt de genade meegedeeld.

1:32:57Dat staat in onze Dordtse leerregels, hoofdstuk 3, artikel 17.

1:33:01Door de vermaningen wil de Heilige Geest dat geloof leggen in zondaars harten.

1:33:08Het is de Heer Jezus zelf die ons opwekt om op hem te zien.

1:33:14Waar moet ik hem dan zien?

1:33:18In zijn woord.

1:33:20Daar werkt hij door.

1:33:21We kunnen de Heer Jezus niet lichamelijk zien.

1:33:23Hij is in de hemel aan de rechterhand van God.

1:33:28Hij kan op aarde gezien worden in het woord.

1:33:33Zie hem toch hoe hij vanmorgen in zijn wet je aanklaagde.

1:33:39Schuldig stelde.

1:33:41Zag je hem vanmorgen niet?

1:33:43Hoe hij je aanspoorde om niet op jezelf te zien.

1:33:46Om niet op jezelf te vertrouwen.

1:33:48Ik ben de Heer uw God.

1:33:50Hij stond voor je in zijn wet.

1:33:53Maar tegelijk daarom ook in zijn evangelie.

1:33:55Want ik ben de Heere, jullie God, oud dorp.

1:34:00De wet begint met evangelie.

1:34:04Zie op hem hoe hij in de evangeliebelofte zegt.

1:34:08Zie, hier ben ik.

1:34:10Zie, hier ben ik.

1:34:11Als er gepreekt wordt, als je uit je Bijbel leest, dan is het iedere keer.

1:34:16Zie, hier ben ik.

1:34:18De overste leidsman en de volleinder van het geloof.

1:34:24Hoe dichtbij.

1:34:26Is hij dan?

1:34:29Heb je hem dan niet gezien nog?

1:34:32Oh, ik ben nog stekenblind.

1:34:34Als hij zo voor me staat, wat ben ik dan toch blind?

1:34:37Ja, dat ben je.

1:34:39Dat ben je.

1:34:41Ik ken in de Bijbel ook iemand die stekenblind was.

1:34:45Bartimaeus.

1:34:47En wat vroeg de Heer Jezus aan Bartimaeus?

1:34:50Wat wil je, Bartimaeus, dat ik je doen zal?

1:34:53Zeg het maar, Bartimaeus.

1:34:56Heren.

1:34:58Kijk, hij belete mij.

1:34:59Heren, dat

1:35:02ik ziende mag worden.

1:35:05Nou, dat gebed mag je overnemen.

1:35:06Als je vanmorgen moet beleiden, ben nog blind voor mezelf.

1:35:10Blind voor de Heer Jezus.

1:35:12Heren, dat ik ziende mag worden.

1:35:15Nou, dan zal het op zijn tijd ook waar worden in u en in jouw leven.

1:35:20Word ziende.

1:35:22Uw geloof heeft u behouden.

1:35:26Wie hem nederig valt te voet.

1:35:30Die zal van hem zijn wegen leren.

1:35:35Amen.

1:35:37Wij gaan dat zingen.

1:35:39Psalm 25.

1:35:40Het vierde vers.

1:35:41Zere goedheid kent geen palen.

1:35:43En ook het zesde vers.

1:35:45Daar zingen wij ook.

1:35:46God zal zelf zijn leidsman wezen.

1:35:49Vier en zes van Psalm 25.

1:35:51[GEZANG]

1:40:20Laten wij danken en bidden.

1:40:27Heere Jezus Christus.

1:40:29U bent de overste leidsman.

1:40:32En ook de volleindiger, de voltooier van het geloof.

1:40:39Heren, wij danken u voor uw woord.

1:40:42En u wilde zo nog weer tot ons komen.

1:40:45En u wilde voor ons staan.

1:40:48En u wilde ons vragen

1:40:51op welke renbaan wij lopen.

1:40:56Geef, heren, dat wij allemaal, niemand uitgezonderd.

1:41:01Of het nu in de kerk is of thuis.

1:41:04Klein of groot.

1:41:06Dat wij allemaal op de renbaan van dat ware geloof zijn gekomen.

1:41:13Dat wij allemaal als een schuldige, vloekwaardige zondaar hebben leren zien op u.

1:41:23Zoals u in de belofte van het evangelie wordt aangeboden.

1:41:31Heren.

1:41:32Wij bidden nogmaals om de Heilige Geest.

1:41:35Dat die ons duistere hart verlicht.

1:41:39En dat wij u leren volgen.

1:41:44Dat wij ook mogen zien.

1:41:46De strikken en de ballast in ons leven.

1:41:49Leer het ons af te leggen.

1:41:52Geef ons leidzaamheid.

1:41:56Geef ons ook een voorproef.

1:41:58Van de vreugde die bij u is weggelegd.

1:42:02Voor allen die door genade.

1:42:05Op de renbaan van het ware geloof leren gaan.

1:42:09O heren, ga ons daarin toch met uw heiligd voor.

1:42:14Zegen deze dienst.

1:42:17Vergeef al het verkeerde.

1:42:20Ga met ons mee in het vervolg van deze dag.

1:42:23Geef ons ook een goede en een gezegende preekbespreking met de jongeren van de gemeente.

1:42:29En mogen we vanavond elkaar opnieuw ontmoeten in uw huis.

1:42:34Hoor ons gebed, niet om ons, maar alleen om de overste Leidsman die het kruis verdroeg, Jezus Christus.

1:42:45Amen.

1:42:48Onze slotsang is Psalm 73, het twaalfde vers.

1:42:51Wien heb ik nevens u omhoog?

1:42:54Nee, excuus, herstel, dat is vers 13.

1:42:57We zingen vers 12.

1:42:59Ik zal dan gedurig bij u zijn.

1:43:02[GEZANG]

1:45:50Ontvang met een biddend hart de zegen van de Heren.

1:45:53De genade van onze Heer Jezus Christus.

1:45:57De liefde van God de Vader.

1:46:00En de troostvolle gemeenschap van de Heilige Geest.

1:46:04Zij met u allen.

1:46:06Amen.

1:46:07[GEZANG]