Zaterdagavondverhaal - Onder de leiding Gods, deel-2

zaterdag 7 februari 2026 · 19:00 uur · Verhaal · Oud. W. Westhoeve · 59 minuten

Transcript

0:01Goedenavond, beste luisteraars.

0:04Fijn dat u ook deze avond weer afgestemd hebt op de Zaterdagavondverhalen.

0:10En vorige week zijn we begonnen met het boekje Onder de Leiding Gods.

0:18En we hebben gehoord daar hoe Jozef en Katrientje uit hun dorp weggehaald zijn om naar de grote stad te gaan om daar een beter leven

0:30te krijgen.

0:31We hebben ook gehoord hoe ze terecht gekomen zijn, een bij een schoorsteenveger en de ander die kwam terecht op een naaischool.

0:40En het laatste wat we gehoord hebben dat Katrientje te horen had gekregen, dat

0:47haar lieve moeder overleden was.

0:50En dat had haar zo diep getroffen dat zij zelf ook een bepaalde heimwee kreeg.

0:57En het was niet een heimwee naar haar woonplaats Savoye.

1:01Maar dat

1:03was een heimwee naar de hemel.

1:07En daar zijn we vorige week ook gebleven.

1:11De eerste die dat bij haar ontdekte was de godvruchtige predikant.

1:16Bij wie ze leerde om eenmaal haar geloosbeleidnis af te leggen.

1:21Deze had haar innig lief.

1:23Omdat hij uit de eindeloze liefde van de heren putte.

1:28Ving van haar een menig antwoord op.

1:33ook menige vragen op waaruit hij nog meende te leren, want hoezeer hij alles verre bovenaar stond, was hij nederig van hart en had hij in ieder een belangstellend

1:45oor.

1:46En wat kon hij dikwerf met de grootste genot mevrouw Deskamp verhalen, welk een lieveling en een goede leerling Katrientje toch was

1:59en hoe schitterende

2:01Zijn ogen wanneer hij mededelen welke aangrijpende vragen dat meisje hem vaak kon doen.

2:07En met al haar dat verminderen van haar lichaamskrachten.

2:12Soms moet ze dagen achtereen in bed blijven.

2:15En putten de dokter, die ook een gelovig christen was, zich uit om iets te vinden dat haar helpen kon.

2:22Maar het bleek meer en meer te vergeefse moeite.

2:27Ze scheen aan een ernstige ziekte te lijden.

2:32Het bij deze ziekte meestal gaat hoe zwakker het lichaam werd, hoe helderder de geest werkzaam was.

2:39Eindelijk verliet ze het bed niet meer dan om de gelevenheid te geven om alleen maar verbed te worden.

2:47Men kan zich voorstellen hoe men te moede was als men haar daar zo machtloos zag neerleggen en hoorde spreken met een kracht van overtuiging die iedereen schokte om

2:59de eenvoud waarmee ze sprak.

3:02Toen de dokter geen hoop op behoud meer kon geven, was hij nooit alleen.

3:08Steeds zag ze zich weer omringd door godsdienstige handen, bedroefde gezichten en biddende harten.

3:15Het laatste wist zij en hechtte daar zoveel aan, vooral wanneer de predikant of mevrouw Deskamp, haar lerares, haar kwam bezoeken.

3:25Meer dan eens vroeg zij of deze niet alleen voor haar, maar ook met haar wilde bidden.

3:31Want, merkte zij op, gelijk de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf en zo zij niet met de ware wijnstok verbonden is, evenmin vermogen wij iets, tenzij wij

3:43de sappen opzuigen uit de wijnstok.

3:48Eens sprak ze tot de predikant, ontrakkend dezelfde blijdenis uit.

3:54Als het vroeg ontslapen, dochtertje van Luther, geboren in de zonde, had ik voor eeuwig moeten verloren gaan.

4:02Ik heb het eeuwige leven omdat ik Jezus heb, die mij vrijgekocht heeft door zijn bloed.

4:08Op een zekere keer toen de benauwdheid op benauwdheid haar overviel, vroeg ze de dokter of zij nu ging sterven.

4:17Lief kind, antwoordde hij, dat kan geen dokter u verzekeren, dat is slechts de Heere bekend.

4:24Hij alleen weet het uur waarop hij u komt afhalen.

4:29Vertrouw op hem en bid hem om moed en krachten.

4:33Mensen vermogen niets meer voor u dan uw lijden te verzachten.

4:37O, maar dokter, ik lijd niet.

4:41De benauwdheden veroorzaken geen pijn.

4:44Ik dank u voor uw vriendelijkheid, want wat zou ik thans beginnen als ik niet wist dat uw raad de enige goede is?

4:52En dan zag men haar met een engelachtige glimlach op de verbleekte lippen neerliggen, alsof ten heren bleef verwachten.

5:01Tot hij komen zou.

5:03Welk?

5:04Een teder afscheid nam zij van Jozef, die haar dikwijls was komen bezoeken.

5:10Wat was toch een wonderbare leiding van de Heer met ons, dat wij na de dagen van beproeving ook de uitkomsten mochten beleven.

5:18Niet waar?

5:19sprak zij hem toe.

5:21Denk nu eens in enige jaren terug en vergelijk toch onze tegenwoordige toestand.

5:29Met dien, toen gij mij in het ziekenhuis van het kinderke Jezus kwam verrassen.

5:35Nog proef ik de eerste sinaasappel die ik in mijn leven kreeg.

5:41Hier heeft men zo mij verwend dat ik de bijkans dagelijks krijg.

5:48Toch denk ik altijd aan die eerste van die weldadige farol.

5:54Nooit ben ik in de gelegenheid gekomen om hem voor te bedanken.

5:57En toch dank ik dikwijls aan hem en herinner mij aan de woorden van onze Heer Jezus.

6:03Zo weet dat wie zelfs maar een beker koud water zal hebben gegeven aan een van mijn minste discipelen, hij dat gedaan heeft.

6:13Hoe gaande zou ik weten hoe het die onvoorgedelijke vriend gegaan is.

6:20Ja, ik bid soms tijd voor hem.

6:22In onze bange dagen werd hij als door God ons toegezonden om ons te doen zien en gevoelen dat er nog vriendelijke mensen zijn.

6:31Bid jij ook wel eens voor hem, Jozef?

6:34Met haar verzwakte stem trachten zij wel eens te zingen, en die erbij tegenwoordig waren.

6:41Die gevoelden zich dan diep getroffen door de keuze van de liederen.

6:46Altoos was er een heigend verlangen naar de hemel.

6:51Ook wel naar haar moeder, maar bovenal naar Jezus.

6:56Want was het niet hoog omhoog, het hart naar boven?

7:01Hier beneden is het niet.

7:03Het ware leven lieven loven is men waar mijn Jezus ziet.

7:10En dan drukte ze uit, ik zal dan gedurig bij u zijn en u al mijn liefde waardig schatten.

7:18Of, wien heb ik nevens u omhoog?

7:20Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog op aarde nevens u toch lusten?

7:28Wat haar leven was geworden, klonk door in de psalmen.

7:34Kort voor haar dood nam zij van allen een afscheid, dat hun onvergetelijk bleef.

7:41Gij weet gelukkig, zonder dat ik het u behoefte zeggen, hoeveel ik van haar houd, want nooit heb ik kunnen vergelden wat gij voor me gedaan hebt, hoe ik het ook met ernst heb trachten

7:53te doen.

7:54Het goede aan mij bewezen kan geen mens u ooit vergelden, maar de Heere zal het doen, op hem.

8:02Kunt gij u verlaten, aardse vrienden?

8:06Bij u ontbreekt vaak al de krachten, al is de wil goed.

8:10Maar Jezus, die is de enige vriend, wien ze nooit ontbreken.

8:16Of twijfel je aan zijn wil?

8:19Immers nooit.

8:21Wie in hem gelooft, die heeft het eeuwige leven.

8:24Hij is de Goedheider.

8:26En de schapen horen zijn stem.

8:28En zij volgen hem.

8:31Ook ik mag hem volgen.

8:33Want ik hoor zijn stem die mij roept en antwoordt, kom Heer Jezus, ja, kom haastig.

8:39Hij heeft mij gemaakt tot een schaapje van zijn kudde.

8:43Zo sprak zij dan.

8:45En Jozef, hoe is die tot zulke flink bestaan gekomen, dat hij bij zijn moeder, of liever,

8:53zijn moeder bij hem inwoont.

8:55En dat ook nog wel in Parijs.

8:58Ook met hem was het de leiding gods die hij hem zo toegebracht had.

9:03Zijn tweede meester, gelijk wij vernamen, was ook schoorsteunveger of, zoals hij zich bij voorkeur liet noemen, een rookverdrijver.

9:13En deze geleken in geen enkel opzicht met zijn eerste baas, meester Antonia.

9:19Was een Zwitser uit Tessino, die in zijn jeugd niet veel beter had getroffen dan de meeste Savoyards.

9:28De herinnering...

9:29Aan die dagen had op hem een ganse andere invloed gehad dan op de baas Vionas.

9:35Zo duw als deze was en zo verzot op het geld, als hij zich steeds had betoond zo menslievend was deze tessinier.

9:44Voor zijn leerlingen die hij dan ook behoorlijk huisveste en mildadig onderhield.

9:49Dit stelsel had hem spoedig en voorspoedig gemaakt in zijn ondernemingen en de werkzaamheden welke men hem toevertrouwde.

9:59werden door hem veel beter uitgevoerd dan door zijn vakgenoten.

10:04Zijn zaak, op kleine voet begonnen, nam een vlucht van belang en zo brak voor hem en zijn vrouw, want zij waren kinderloos gebleven, de tijd aan dat zij hun bloeiende

10:16zaak van de hand konden doen om als een welgestelde lui naar de stille oevers van het meer terug te keren en de overige van hun levensdagen rustig...

10:28te gaan slijten in hun geboorteland.

10:31Vanaf het ogenblik af dat Jozef bij hen in dienst was getreden, werd hij door zijn baas in de gelegenheid gesteld de avondschool bij te wonen.

10:44En op het kerstfeest, waarop hij van zijn lieve Katrientje voor eeuwig afscheid had genomen, ontving moeder Shalano een vertroostende brief van haar Jozef.

10:54Wel was die geschreven met enige fout erin, maar haar moeder bemerkte daar niets van.

11:01Wel zij nimmer had leren lezen en zij dus zich verplicht zag haar dien te laten voorlezen.

11:08Het kinderlijke geloof en de oprechte godsvrucht, welke uit elke regel sprak, verkwekte haar moeder hart en

11:17lenigde de smarten welke haar vervulden door de dood van haar enige vriendin moeder Linas,

11:23welke door alles heen liefde en leed met haar gedeeld had en over de zorgelijke toestand waarin Katrientje verkeerde.

11:31Zoals Jozef schreef.

11:33Op dat ogenblik kon zij echter onmogelijk vermoeden dat het lieve meisje reeds ontslapen was en juichte nu voor de troon des lams.

11:44Wat was die goede moeder gelukkig te midden haar droefheid.

11:47En hoe stond zij erop van te kijken dat er weer een papier was bijgevoegd waarop zij tien gulden kon gaan ontvangen, welke Jozef had haar overgemaakt.

11:58Voor haar toch was dit een hele som en Jozef die wist dat wel.

12:03En zo verliepen er drie jaren, waarin zij voortging met de tijd en met het geld wel te besteden.

12:10En wat speterde hem, dat meester Antonio nu naar Tassinio ging, want voor zijn baas en zijn echtgenote had hij kinderlijke liefde opgevat.

12:22Op een zekere avond na afloop van het dagwerk sprak deze hem toe.

12:27Jozef, ik heb u goed nieuws mee te delen.

12:31Als voor mij goed nieuws zal zijn, dan moet dit het wezen.

12:34Dat gij Parijs niet gaat verlaten en dus niet naar uw geliefde Tassino vertrekt, zei Jozef.

12:41Dat zou je wel willen, beste maat.

12:44Maar mijn vertrek blijft bepaald.

12:48Evenwel heb ik er eens over nagedacht wat gij zult gaan beginnen als ik eens weg ben.

12:53En nu heeft mijn opvolger bewilligd dat jij bij hem blijft.

12:58Hoe vind je dat?

12:59Ja, wat zal ik daarop antwoorden, baas?

13:02Als u het voor mij dienstig acht, dan zal ik het beste wel wezen.

13:07Wel, ik doe kan, denkt mij, hernam Jozef.

13:12Ik zal u zeggen waarom ik er zo mee ingenomen ben, Jozef.

13:15Ik weet dat hij in jou een trouwe en een zeer bruikbare hulp krijgt.

13:19En dat jij aan hem een uitstekende baas zult hebben, vervolgde hij.

13:25En toch, nu het erop aankomt, geef ik je nog eens in overweging.

13:30En dit vooral met het oog op je toekomst.

13:32De betrekking aan te nemen die meneer Ferrand je heeft aangeboden.

13:38Maar baas, meneer Ferrand is geen rookverdrijver.

13:42Hij houdt een groot magazijn waar hij in kachels, haarden, gereedschap en wat dien meer hij handelt.

13:48Hoe kan ik dan met mijn bekwaamheid hem van dienst zijn, vroeg Jozef.

13:53Dat is alles goed en wel, jongen.

13:57En toch moet ik vragen, hoe denk je erover?

14:00die betrekking aan te nemen.

14:01Ik kan het zeer, zeer aanbevelen.

14:05En dat je er tegenop ziet en het de bijkans niet aandurft, als je op jezelf ziet door geletten op de leiding gods met zijn kinderen.

14:14Dan heb ik er voor mezelf nog zoveel bezwaar niet in.

14:19Ik denk nog enige maanden hier te blijven.

14:21Mocht het zijn, wat ik niet geloven kan, dat je een beter heer kun je niet vinden als deze.

14:27Dan zouden wij weer verder kunnen zien.

14:30Nu gaan we scheiden, Jozef.

14:31Mag ik je wel eens zeggen wat ik op het hart heb?

14:34Daar God ons geen kinderen verleende, hebt gij naar ons toescheid een plaats in ons hart gevonden.

14:41Alsof jij ons een kind waart.

14:43Je bezit deugden waarvan je je niet bewust bent.

14:48Nooit heb je opgezien tegen de gevaren waaraan wij door ons beroep dag aan dag blootstaan.

14:55En waarom waart je steeds zo onverschrokken en zo vol goede moed?

15:00Ik meen vast te mogen veronderstellen dat het is omdat je God vreest en dus op hem vertrouwt.

15:06Niet waar Jozef.

15:08Mijn opvolger is een beste meester, toch hij leeft zonder God.

15:14En zijn hart te kennen.

15:17De verleiding voor een jonge mens is overal groot, toch vooral hier in Parijs.

15:22En mijn opvolger heeft een groot gezin en zonen van jouw leeftijd.

15:28Kunnen wij vooraf zeggen.

15:30van hoeveel invloed hun voorbeeld op jou zal zijn.

15:34Daar tegenover staat dat de heer Ferrand een godvrezende, nederig man is zonder kinderen.

15:42En hij een waar christen is die niet legvaardig oordeelt, nog een ondoordachte keuze doet.

15:50Hij heeft u meermalen al aan het werk gezien.

15:53Hij heeft nauwkeurig onderzoek naar u gedaan.

15:57Niet alleen bij mij, maar ook bij uw leermeesters.

16:00Het is waar.

16:01Je komt voor een heel nieuwe toestanden en onder een gans andere verplichtingen te staan.

16:06Doch indien de weg eens de leiding van God mocht blijken te zijn, dat die man daarna u omzag, terwijl hij voor een schoorsteun, vegersgezel, de keuze u minstens een twaalftal

16:18andere jonge lui voor goede huizen heeft.

16:21Waarom dan geazeld?

16:22Is God niet de machtige om jou te bekwamen in alles waartoe hij u roept?

16:29Verder overtuiging had de kloeken Jozef niet nodig.

16:32Hij waardeerde de vaarlijke raad en besefte er thans iets van dat hij de talenten welke de heren hem had geschonken te veel onderschat had.

16:42Ik volg uw raad op, baas Antonio, ik zal mijn best doen.

16:47Zoveel, ik kan er de heren, die zal mij doorhelpen en indien dat mag blijken, dan mag het zijn weg zijn.

16:56En dit was Jozef kort en een goed besluit.

17:00Nou het verheugt me Jozef dat je zo met de vrede in je hart gekozen hebt.

17:06Het geluk met je.

17:08Die die man te volgen en te voldoen wat ik vast vertrouw en laat je er niet op voorstaan.

17:14Doch ik ga even kalm als al die jaren bij mij op de ingeslagen weg voort.

17:20Aanvankelijk zal je loon niet groot zijn.

17:22Doch.

17:23wordt mij gewaar dat je niet aan de geschektheid, nog aan de ijver, nog aan je goede wil ontbreekt, dan zal het wel veranderend aan goede.

17:31Je bent nu nog maar veertien jaar, en eer er vijf jaar om zijn, dan kun je je lieve moeder hier onderhouden.

17:39Daarvan houd ik me verzekerd.

17:41Tenzij ik mij en je moet vergissen, dat

17:46je een bredere weg opspringt, die naar het verderf leidt.

17:50Nu baas Antonio, sprak Jozef met aandoening,

17:54Dat wil ik niet hopen.

17:55Ik dank u voor al het goede mij zoveel jaren en vooral nu ook weer betoond.

18:01En uw vrouw niet minder, voor alle zorgen wil ik ik nimmer hoop te vergeten.

18:08Hij wilde nog wat meer spreken.

18:10Maar de dankbare vreugdetranen tonen meer dan woorden van vermogen.

18:15Wel nu, dan blijft alles zoals afgesproken, zei Antonio.

18:20De eerste van de volgende maand ga je bij de heer Ferrand in dienst.

18:26Voor mijn vertrek, verneem ik dan nog wel hoe het met je gaat daar.

18:30Mijn vrouw heeft een familie in Genève en op onze reis zal ik haar daar enige dagen achterlaten.

18:36En dan ga ik, zo de heren willen we leven, in die tussentijd door naar een vrouw die wel bekend is, om haar te zeggen.

18:44Heb je nog enige jaren geduld, moeder Shalano?

18:48Dan komt Jozef zelf je voorgoed afhalen.

18:51Zal je dan geen genoegen doen, mijn jongen?

18:54O ja, meester, snikte Jozef, u maakt het al te goed met mij.

18:59God zal me helpen in het heilig voornemen dat ik heb.

19:04Nooit, nee, nooit zal ik u vergeten.

19:07En hij kuste in vervoering de hem toegestoken hand.

19:11Zijn echtgenote weende in stilte toen Jozef haar om de hals viel.

19:16Ze gevoelde dat zij voortaan een soort van een zoon zou missen.

19:24Hetgeen er die avond was afgesproken werd in alle opzichten zo uitgevoerd.

19:29Als de drie betrokken personen bepaald hadden.

19:33Meester Antonia heeft zijn opvolger tevreden gesteld met te zeggen dat Jozef bij de neer Ferrand in dienst kwam.

19:41Hij heeft nog drie maanden lang het genot gesmaakt te weten dat Jozef volkomen op zijn plaats was.

19:48Op de terugreis naar zijn geboorteland heeft hij moeder Shalano bezocht.

19:54en de voldoening gehad dat die goede vrouw hem als haar weldoener ontving.

19:59Toen Jozef, juist gelijk meester Antonio, hem verzekerd had, na vijf jaar zijn moeder kwam afhalen, bevond de vroegere rookverdrijver zich juist met zijn achternoten te geneven, en

20:11werden de oude herinneringen nog eens wederkerig vernieuwd.

20:15Allen verheugden zich in zulke gelukkig weten zien.

20:19Moeder en zoon kwamen in welstand te Parijs aan.

20:23waar Jozef een eenvoudige, maar zeer geschikte woning had gevonden en zo op orde had gebracht.

20:30Ze lag niet ver van de bosrijke streek, zodat ze elke keer nadat ze tijd had en daar waren geweest, daarin konden wandelen.

20:42Jozef geleidde zijn moeder dan naar de heuvelachtige gedeelten ten zuiden van de stad.

20:48Weliswaar boden die niet hun...

20:52Veel schadeloosstelling voor de bergen van hun vaderland, maar de gezichtseinder van hun leven strekte zich niet meer uit naar daar.

21:03Want toen wisten zij nog niet dat zij nog eenmaal in hun hut in Savoy zouden vannachten.

21:08Ze smaakten dus het geluk van het heden, want ze hadden geleerd in voorspoed dankbaar te zijn en dat zij in tegenspoed geduldig waren geweest.

21:18Moeder en zoon hadden het echter niet breed.

21:21[GEZANG]

21:45Toen hij het breiloon was gaan ontvangen en aan zijn moeder gaf.

21:52opnieuw ontvangen streng en wol.

21:54Nee, mijn jongen, sprak zij, dit is voor het huishoud bestemd.

21:58Ik kan er nu wat meer geriefelijks voor geven.

22:00Nee, moeder, dat mag niet.

22:02Laat ons liever even spaarzaam voortgaan, als wij thans begonnen zijn.

22:06Als u het goed vindt, dan breng ik het op de spaarbank.

22:12Och, u zoute mij zo'n groot genoegen meedoen.

22:15Wel nu, mijn jongen, als jij dat beter vindt, dan heb ik er vrede mee.

22:21gaf hij hem met een hartelijke kuster antwoord.

22:25In deze wijze wist Jozef zijn moeder, die weinig van de wereld had leren kennen, altoos te bepraten om ten goede werkzaam te zijn.

22:34Hij kende zeker wel dat rijmpje, een stuiver minder te verteren, dat men door arbeid dagelijks wint, doet kopergeld in goud verkeren.

22:45Onthoud dit wel, mijn lieve vriend.

22:48Hij ging intussen ijverig voort.

22:51met zich te bekwamen voor de handel en won meer en meer.

22:54Niet alleen het vertrouwen, maar ook het hart van de heer Ferrand, waarin hij blijkbaar het bewijs, toen hij reeds op 19-jarige leeftijd toekassier van de winkel, in het magazijn werd aangesteld.

23:08Begaafd met een helder doorzicht en een rechtsgeschapen karakter, daarbij een jongeling, die de heren vreesde, ondervond hij dat de heren zijn belofte aan hem vervulden.

23:20Ken mij in al uw wegen en ik zal uw paden recht maken.

23:25Zijn baas had hem lief alsof Jozef zijn eigen kind was.

23:30Op diens raad was het dan ook dat hij zich zo jong als hij nog was liet naturaliseren.

23:37Wat was heer Ferrand ermee voor had begreep hij nog niet echt.

23:42Wou had hij zichzelf nu eens gedacht door de vrees voor het opbrengen van de belasting.

23:49had hem ervan teruggehouden om verder over na te denken of er werk van te maken.

23:54Dans was dus, ondanks zijn aarzeling, was het toch gebeurd.

24:02Het was in december.

24:06Het was op de vooravond van het kerstfeest en Jozef bevond zich in het magazijn van de heer Ferrand.

24:13Deze had plan hem die dag vroeger dan gewoon te laten heen gaan.

24:18Daar hij met de weduw Shalane in...

24:21afspraak was, over de aangelegenheden van de bijzondere aard, en waarvan Jozef onmogelijk het recht te kon vatten.

24:30In de morgen herinnerde Jozef, als kassier, er zijn baas aan, dat een zaak waarin hem veel gelegen was, zijn tegenwoordigheid in een afgelegen wijk van de stad noodzakelijk

24:42maakte.

24:43Nou prima, antwoordde zijn baas, ga dan nu naartoe en kom, indien het u mogelijk is, nog hierheen.

24:52afgesproken hebben dat je vroegtijdig bij je moeder zult zijn.

24:56Kom niet te vroeg genoeg en ga dan rechtstreeks door naar je moeder.

25:02Vandaag mag je haar niet op je laten wachten hoor.

25:06De zaak waarover hij uitging hield hem langer op dan hij gedacht had.

25:11Op straat gekomen voelde hij dat er die morgen zijn ontbijt was ingeschoten en daarom trad hij een herberg binnen en het voornemen daar iets te gebruiken voor hij verder ging.

25:24Terwijl hij op zijn bediening wachtte, viel zijn aandacht op een man, die in een smekende houding tegen het buffet leunde en met de kastelein praatte.

25:35Die aangezicht had Jozef meer gezien, doch waar dat geweest was en wanneer, dat kon hij zich maar niet meer herinneren.

25:43En spoedig zou hij echter uit zijn droom worden geholpen.

25:47Mijn man, zo hoorde hij de waardin met verheffing van stem zeggen, heeft het mij bepaald verboden.

25:55Maar u weet het immers toch, juffrouw, dat mijn laatste ziekte mijn middengeel uitgeput heeft.

26:01Ik heb niets, niets meer om naar u te brengen.

26:06Zodra ik weer wat verdiensten heb, zal ik u voldoen.

26:09Wat ik u schuldig ben, dat beloof ik u.

26:14Farol, dat weet je immers, is altijd goed voor zijn geld geweest, merkte de man op.

26:21Toen Jozef die naam hoorde noemen, die hij nooit had kunnen vergeten,

26:26Was zij opgevlogen met de woorden, bent u meneer Varel, Louis Varel, schilder van beroep?

26:35Om die in het oog vallende gejaagdheid waarop dit was uitgesproken, keken de juffrouw en Varel beiden vreemd aan.

26:44Laats genoemde antwoorden met grote verwondering.

26:48Ja meneer, het is juist mijn ongezond ambacht dat ik mijn gezondheid verwoest zie, voegde hij aarzelend bij.

26:57Blijkbaar tracht hij zijn armoede te verontschuldigen en tevens te weten te komen wat de ondervrager met hem voor had.

27:05Kom dan eerst hier eens bij me zitten, meneer Varel, om samen te ontbijten.

27:09Een kop bouillon, juffrouw, alsjeblieft.

27:11En daarop ging hij zich tot Varel wenden.

27:16En als je die gebruikt hebt, meneer Varel, dan gaan we samen praten.

27:20Verbeeld u onder welke gewaarwordingen die man de hartsterking gebruikte die zijn hongerige maag wel nodig had.

27:28Een stompje pijp, dat hem vaak de honger had helpen bestrijden, werd in een doos gelegd.

27:34En nu en dan sloeg hij een vragende blik op naar zijn gulle gastheer.

27:39Niet omdat hij het zo natuurlijk vond dat hem uit de nood hield, want mensen zoals hij was, bij wie als het ware de tweede natuur is geworden, hulp hoefde erbij te springen.

27:51waar zich ook de gelegenheid mag voordoen, vinden er gewoonlijk niets bijzonders in dat medemensen hen eveneens helpen.

28:00Hij at en drong dus in eenvoud waarin Jozef jaren geleden de helft van Farol's boterham had opgegeten.

28:08U verwondert u, meneer Farol, sprak Jozef, dat ik uw naam en uw beroep kende.

28:14Wel nu, op uw beurt zult gij ook mij leren kennen.

28:19Weet u, negen jaren geleden,

28:22Heb je in de straat, waarvan ik tot mijn spijt de naam niet meer herinner, medelijden gehad met een arm verlaten en mishandeld schoorsteenvegertje, dat koud was en zo'n honger had?

28:34U hebt toen uw boterham doorgebroken en het knaapje er de helft van gegeven.

28:40En het schoorsteenvegertje, dat ben ik.

28:43Alto's heb ik de naam van Louis Farol in gezegend aandenken gehouden en heden heb ik het geluk met hem...

28:52Mijn ontbijt te mogen delen.

28:54Wat God goed is, is wel gedaan.

28:57Door zijn aanbiddelijke leiding werd het ons vergund elkaar nog eens in deze wereld te ontmoeten.

29:04En wel op geen over de rustige ogenblikken wat mij aangaat.

29:07Dat moet ik u bekennen.

29:10Maar, van wat voorvalbaar en u mij te zoek te herinneren, kan het mij niets te binnen brengen.

29:16Nu ja, men ziet een arm kind dat honger heeft.

29:19Wat is dan natuurlijker dan dat men een stukje brood geeft, vooral als men zomaar voor het grijpen heeft.

29:25Maar waarlijk, ik weet daar niets meer van.

29:28Waalaan dan, hernam Jozef glimlachend.

29:30Ik zal u een andere omstandigheid herinneren.

29:33Misschien kom je dan nog wel op je herinnering.

29:36De dag die op dit voorval volgde was een zondag en tegelijk kerstdag.

29:42Toen mocht ik u voor de tweede keer ontmoeten en wel aan de ingang van het ziekenhuis het kinnikje Jezus.

29:50En toen was u ook op weg om een ziek meisje te gaan bezoeken en had haar toe wat koekjes en sinaasappels voorgekocht.

29:59Ah, nu weet ik het, riep Farol uit.

30:03Die kleine Stumpert was juist overleden toen het daar kwam.

30:07Het lijkt je ging me naar de dodenzaal brengen.

30:10Nu begrijp ik, zei Joze, waarom ik te vergeefs op u gewacht heb aan de ingang van het ziekenhuis.

30:17Ach, meneer, vervolgde Farol.

30:20Het was bij ons die dag zo treurig, want allen in het kosthuis hielden wij zoveel van dat kleine.

30:27Haar oude grootmoeder kon niet overleven.

30:30Arme moeder Morao, wat heeft ze eronder geleden eer zij heen ging.

30:35Weet u, dat meisje was haar kind van een dochter die na verlaten te zijn door een man, een dronkaard, van verdriet en gebrek stierf.

30:45Ach, die goede God heeft wel gedaan met die twee tot zich te nemen.

30:50Ze waren toch zo ongelukkig.

30:52Toch wat ik wilde zeggen, wilde meneer, had ook u daar niet een jong meisje te bezoeken, die daar aan de koorts lag?

31:00Je ziet het, er komen lieve leners nu nog achter.

31:05Ja, juist.

31:07En dat voor uw goedhartige dag, die een van ons voor de overgeziekend sinaasappelenkoekjes gehad heeft, ze heeft u ook nooit kunnen vergeten, dat kan ik u verzekeren.

31:19Het kan wel zijn, meneer, want u heeft een goed geheugen naar ik bemerk.

31:23Toch dat meisje heb ik naar het mei voorkomt toen niet gezien.

31:27Wel?

31:28Nee, dat klopt, meneer Varel, zei Jozef.

31:31En met weemoed denk ik steeds terug aan mijn kinderlijke vreugde in dat uur.

31:38Want

31:40onvergetelijke landgenote, de zachtzinnige Katrientje, is niet meer in leven.

31:46Drie jaar geleden...

31:48ging ze zich verenigen met haar godvluchtige moeder, welke haar reeds was voorgegaan in de dood.

31:54Wat zeg ik?

31:55Nee, in de eeuwige heerlijkheid naar boven, waar zij reeds juichen voor de troon, want zij stierven beiden in het geloof in Christus.

32:06Hoewel getroffen scheen Farol hem niet geheel te begrijpen.

32:13Gij zult me toch wel willen vergezellen, meneer Farol.

32:17Heden is het voor mij een bijzondere dag, niet alleen omdat ik u vinden mocht, maar ook om iets heel anders.

32:23Men wacht mij daarom te huis en u moet me daar even gezellen.

32:28Onderweg zal ik u aangaande Katrientje Sterfbed u nog meer verhalen.

32:33En ik had tevens plan u aan mijn oude moeder voor te stellen.

32:39Ongelooflijk, meneer, riep Farol uit.

32:42En waarom onmogelijk?

32:44Wacht u soms deze of gene, antwoordde Jozef.

32:48Nee, antwoordde Varel, dat is niet het geval, want ik zou niet weten wie ter wereld nog aan mij belang zou kunnen stellen, hernam Varel op weemoedige toon.

32:58Nou nu, meneer Varel, dan gaat u ook met mij mee.

33:03Wacht eventjes.

33:06Meteen stond hij voor het buffet en wenkte de juffrouw dat ze hem volgen zou in de zijkamer waar hij binnentrad.

33:15Geef mij eens nauwkeurig op, juffrouw.

33:17Zo.

33:18Ving zij aan hoeveel meneer Varel bij Unikrijt staat.

33:23En zij opende het boek en begon te tellen.

33:27Och meneer, merkte zij hiermee al voortgaande op.

33:30Het is een braaf mens hoor die Varel.

33:32Altijd is hij prompt van betaling geweest.

33:36Maar sedert het laatste jaar loopt het mis.

33:38Daarbij gaan de zaken zo slap dat het mij moeilijk valt hem langer te borgen.

33:43En dan nauwelijks is hij het gasthuis uit of hij moet er weer heen.

33:48Het schildersvak lijkt hem niets, want het houdt de man eronder als een voortdurend vergif.

33:55Zo voorpratende, waarbij Jozef goed luisterde, kwam hij te weten dat de verschuldigde som voor hem betrekkelijk groot was, ongeveer twintig gulden.

34:06Maar voor dit bedrag nu vlug een kwitantie gereed, juffrouw, want ik wil u dadelijk betalen.

34:12Toch, meneer Varel, moet er niets van te weten komen, zei Jozef.

34:16Zeer goed, meneer, antwoordde de kastelein, welke recht in haar schik was, dat zij zo onverwachts de schoot gedekt kreeg, waarvan zij gedacht had, nimmer

34:29een cent te zullen krijgen.

34:31Deze afspraak gelukte volkomen naar Jozef begeerte.

34:34En hij vertrok met farol en riep een koetsier aan, welke hij een leeg voertuig wegreed.

34:41En de werkman liet zich wel gevallen.

34:46Zulk een korte tijd was overkomen, het ging gewoon boven zijn bevatting.

34:51Wat een keurig ontbijt had hij genoten, in vergelijking met hij het geen jaren geleden aan Jozef had aangeboden.

34:59En dan stond hij een middagmaal voor hem een feestmaal te wachten.

35:04Misschien overlegde hij zo, hij

35:08had het al spoedig toegegeven, toch het jonge mens was onbestaanbaar in zijn hartelijkheid, want hij moest zeggen hoe...

35:15Kon dat diezelfde knaap zijn, welke hij verklumpt en hongerig en zwart van troet een stuk brood had gegeven?

35:23Dat vriendelijk open, hartig, edel aangezicht, omlijst door donkerblonde lokken, die sprekende blauwe ogen, welke tot gehoorzaam volgen dwongen.

35:33Kon

35:35hij daarin een smerige schoostenvegertje hierin terugvinden?

35:40Het was hem te machtig.

35:42Maar daar zijn zij thuis genaderd.

35:46Het rijtuig wordt geopend, men gaat naar boven en als auto staat aan het half geopende deur de goedhartige moeder.

35:54Maar Jozef, mijn jongen, riep ze uit.

35:57Hoe heb ik het nu, matje, dat u zo vroeg thuis komt?

36:00Het eten is niet eens gereed.

36:02En er is nog niemand.

36:04Ach, vergeef me, lieve moeder, maar ik heb mijn gehaast om thuis te komen.

36:09Ik heb een hele gelukkige ontmoeting gehad met een oude vriend en die heb ik meegebracht.

36:13Dus een gast meer.

36:15Meneer Varrol, over wie Katrientje en ik zo vaak gesproken hebben, riep Jozef in zijn opgewondenheid uit.

36:23Wees welkom, meneer Varrol, sprak de weduwe.

36:26Denkwijls heb ik hier over u horen spreken.

36:30Och, wat hebben de kinderen aan haar verlangt u nog eens te zien, sprak ze met tranen in haar ogen.

36:36Wel ze weer aan Katrientje en haar overleden moeder dacht.

36:41Kom binnen.

36:44Daar Jozef maar al te goed wist dat men, vooral bij bijzondere gelegenheden, niet moet willen doordringen in de geheimen van de keuken of de eetkamer, leidde hij zijn gast zijn eigen kamer binnen.

36:56Doch hij bemerkte dat vooral niet erg op zijn gemak was, en hij begreep ook wel waarom.

37:01Want zijn kleding, hoewel zindelijk, stemde allesbehalve overeen met de zijne.

37:06En het gezicht op de meubelen, welke hoe eenvoudig het ook was,

37:11Van kunstgevoel getuigden vermeerde de slechtste verlegenheid.

37:15Hoe, vroeg Jozef, welke met de grootste verwondering en voorkomende beleefdheid den heer Ferrand met dienst echtgenoten binnenleidde, had de

37:28baas beloofd te komen?

37:29U had gezegd, moeder, dat het een heer was, die ik nog wel zou kennen.

37:35Ja, jongen, antwoordde de weduwe, meneer heeft zichzelf een genodigd.

37:39En ik mocht toch immers niet liegen.

37:41Niet waar, meneer, zo vervolgde zij mevrouw Ferrand, schalks glimlachend aanziende.

37:47En Jozef stelde, thans, Varol aan aan voor met de woorden, vanmorgen heb ik de heer Varol, de weldoemer van mijn kind, zei het, van wie ik u vaak vertelde, onverwachts

38:00weer gevonden.

38:01O, welke gelukkige dag, die zo mag beginnen, riep deze uit en stak Varol vriendelijk de hand toe.

38:10Deze scheen enigszins tot zichzelf in te komen, nu hij van alle kanten bekend scheen te zijn en de grootste hartelijkheid ondervond.

38:18Mag ik u thans verzoeken aan tafel plaats te nemen, sprak de verheugde moeder.

38:24Fluisterend zei ze tot de heer Ferrand, eindelijk is de dag gekomen waar ik ook u mijn weldoener zal mogen heten.

38:30Ja, moeder Shalano, gaf hij haar overluiter antwoord, dat God ons zegene en u en uw kind gelukkig maken.

38:41Was een grote stevige grijzaard met een hoop voorhoofd en sneeuwwit haar.

38:45Zijn vrouw was misschien een jaar wat jonger dan hij en ook reeds grijs.

38:50Door ouder gewoonte, nog met opgestoken krullen gekapt, maakte zij een plezierig indruk door de gemakkelijkheid waarmee zij zich in alles voordeed.

39:02Na de gebruikelijke begroetingen en de wederzijdse betuigen die we reeds vernamen, zou men de eetkamer binnen gaan.

39:09En thans werd het Farol te eng om het hart en hij verzocht om toch wel dringend weer weg te mogen gaan.

39:16Maar mevrouw Farant, welke door Jozef op de hoogte van de zaak was gebracht, stak Farol vriendelijk de hand toe en haalde hem spoedig over om mee te gaan zitten en om mee te eten.

39:28Vooral toen ze hem vroeg of de vrienden van onze vrienden onze vrienden zijn of niet.

39:37Aan nagericht.

39:39haalde de heer Ferrand een papier uit zijn portefeuille, dat hij aan Jozef de kassier overhandigde.

39:46Daar vriend, dit is mijn geschenk aan u.

39:50Geeft mij overmorgen maar weer terug als je het ondertekend hebt.

39:56Lees het maar.

39:58Jozef vouwde het open en las.

40:01Zijn blik en houding drukte.

40:03De hoogste verbazingheid.

40:06Zijn gewone bleke kleur veranderde en...

40:10Purperrood.

40:11Wat?

40:12riep u uit.

40:14Een bewijs van aandeel in uw zaak?

40:18Ik?

40:19De compagnon van Verma Ferrand?

40:23Ik vat het niet.

40:24Ik begrijp u niet goed.

40:26De zaak is toch heel eenvoudig, viel de heer Ferrand hem in de reden.

40:31Maar u moet een stuk van vooraf en alkeurig bestuderen, meneer Chalano.

40:37Met soortgelijke dingen kan men nimmer te voorzichtig zijn, merkte hij op met een fijne glimlach.

40:44Luister nu eens goed.

40:45Ongeveer zes jaar lang ben je bij mij al in dienst geweest.

40:48En door jouw zorgen namen de zaken in welvaart toe.

40:53Ik hoop dat God ons nog enige jaren zal samenlaten.

40:57Ik heb geen kinderen, nog bloedverwanten van betekenis voor mij.

41:01Ik heb in alles voorzien.

41:03Ook verre achterneven en nichten worden door mij...

41:07bij de erflating niet vergeten.

41:08En wat u betreft, u zult eenvoudig voor u behouden al wat gij zelf gewonnen hebt.

41:16Dat is de hele historie.

41:19Hoe zal ik u ooit zoveel goedheid en edelmoedigheid kunnen vergelden, meneer?

41:24Och, dat is heel eenvoudig, meneer Celano.

41:28Ga precies zoals gij tot dusverre voor het huisverrand hebt geijverd.

41:34Met dit te doen voor de firma Ferrand en Celano, zei zijn baas onder een hartelijke handdruk.

41:41Dan heb ik het beste bewijs van uw erkendelijkheid.

41:47Allen waren getroffen over zulke oprechte grootmoedigheid.

41:51Toen de kalmte was teruggekeerd, fluisterde Jozef zijn weldoende varol iets in het oor en richtte zich daarop tot de heer Ferrand.

42:00Behouden ze het goed, kering meneer, heb ik een bediende aangenomen.

42:05Het is de heer Van Rol hier welke voortalende zorg van magazijn op zal zich nemen.

42:10Hij stribbelt wel tegen, zoals hij reeds de gehele dag al heeft tegengetribbeld, toch dat schijnt hem een gewoonte te zijn geworden, welke hij wel zal neerleggen.

42:20Wees nu zo vriendelijk.

42:23Akkoord, antwoordde de grijzaard.

42:25En nu, meneer Van Rol, wordt de zorg van de koopwaren toevertrouwd.

42:30Je zult die uitstallen en schikken ten koop.

42:33En daartoe wordt een goede smaak en een waakzaamheid vereist.

42:37En het komt mij voor dat de keuze in u een gelukkige keuze is.

42:41En daartoe dient je in het huis in te wonen.

42:44De woning zou binnen enkele dagen beschikbaar zijn.

42:49De voorwaarden enzovoort, dat regelt u maar met meneer Schalano.

42:54Wat een vreugde voor die goedhartige en toch voor een korte tijd zo beklagenswaardige varro.

43:03Vanwaar.

43:04zou hij worden gevonden om zijn enige dankbaarheid te betuigen.

43:12Nu had hij opeens een huis en zijn brood.

43:15Misschien ook nog een voorkomende genezing van zijn kwaal.

43:20En zijn baas, zoals er niet velen onder hem zou gevonden worden.

43:25Dacht hij daarbij om hem over zijn schuld gerust te stellen, reikte Shalano hem de voldane rekening van de juffrouw uit de herberg toe.

43:35En daar Varol ook hier weer iets op tegen had,

43:38Zei Jozef, later kun je het immers met mij verrekenen, omdat je het bepaald wilt.

43:44Ik heb wel vijftien jaar laten wachten voordat ik gelegenlijk kwam om uren ontbijt terug te geven, voegde hij er schetsend bij.

43:54Moeder Shalano wachtte met klimmende spanning tot aan haar de beurt zou komen.

44:00Onder de mengeling van opgetogenheid en vreugdetranen sprak zij met bevende stem uit.

44:06Een zegen sprak ze uit over haar genodigd gasten, welk diepgeroerd en overgelukkig met haar oprechte omhuilzingen beantwoordde.

44:15Woorden om uit te spreken, wat het hart gevoelde, waren hier nodig.

44:19Voor dit gezin mochten de woorden van Psalm 126 wel gelden.

44:24De Heer heeft grote dingen bij ons gedaan, dus daarom zijn wij verblijt.

44:30Daar was in het kleine gezin een feest om nimmer meer te vergeten.

44:38Dit was wel vreugde, maar Gods vreugde was de grootste vreugde.

44:43En daarbij werd het goede gesmaakt.

44:45En een Heere wordt toegewijd in ootmoedige dankbaarheid.

44:49Ook zonder dat er iemand ertoe de behoefte op te wekken was bij de moeder en bij de zoon.

44:57Wij zijn geringer dan al de walddadigheid en al de trouw aan ons bewezen.

45:03Loof de Heere mijn ziel en al wat binnen in mij is zijn heilige naam.

45:07Langs diepe en ondergrondelijke wegen heeft hij ons geleid en ons doen zien dat de kribbe van Bethlehem meer dan een zegen inhoudt.

45:17En die beide goede oude luidjes, wat waren zij hoogst gelukkig.

45:23Dat ondervonden zij het ons, dat apostel naar waarheid van Jezus getuigd, dat hij gezegd heeft, te zaliger te geven dan te ontvangen.

45:34Ze gaven uit de overvloed van de liefde, welke hun hart bestuurde, en zouden het in de overlopende, goed geschudde maat van hem als Jozef terug ontvangen.

45:45Immers, wie de armen geeft, leent een heren.

45:50En hoe stond het nu met die dromende Varon?

45:54Had hij durven vermoeden, toen hij daar zo verslagen neder zat met zijn pijpje als vertrooster, dat er zulk voor hem stond aan te breken?

46:07dat hij als kind haar spelende rondliep zonder ooit iets van de heren te horen zich kunnen voorstellen dat hij met zulk een almachtige hemelse vader te doen had, die

46:19zijn als verschufte hart wilde verlichten, door de vlam van de liefde, de liefde van een arm kind, dat hij uit goeddadige opwelling van zijn gemoed had geholpen in de nood, had

46:33hij er, toen hij dat deed, wel enig besef van.

46:37gehad dat de heren zegt, zo wie een van deze kleinen die in hem geloven ontvangt, hem

46:44bij de heren der heerlijkheid ontvangt, zoals de herders in Bethlehemsvelden kinderken aannemen als hun verlosser, maar daarin zo gelukkig en zo zalig waren, dat ze heen gingen en alom vertelden wat de

46:56engel van het kinderken geboodschap had.

47:00Wij willen het hopen, want dat de heren hem in goede handen hadden laten vallen, dat is wel zeker.

47:09Weer zijn er enige jaren vervlogen, waarin de personen die wij leerden kennen, des heren wegen in ruime mate hadden genoten.

47:18De heer Ferrand had er geen uur spijt over gevoeld met zijn voornemen dat hij ten uitvoer had gebracht.

47:26Door zijn jeugdige krachten in zijn winstgevende zaak ging alles boven verwachting.

47:32Nu vooral in het huis Ferdinand Chalano inwoonde,

47:37kon alles blijven zoals het geweest was.

47:40De weduwe had wel een bovenwoning gehuurd die korter bij het magazijn was.

47:45Doch Jozef bleef haar op haar oude dag en vervrolijkte de bedrijvige moeder door haar in de gelegenheid te laten hem op de etensuren te ontvangen, zoals hij dit haar

47:57Jozef zo gaarne gunde.

48:00Na afloop van de werkzaamheden was zij meestentijds haar enige gezelschap gedurende de avonden.

48:08die hun rusttijd vooraf gingen.

48:10Als zij dan zo eens samen keuvelden, dan kwam het gesprek meer dan eens op Savoye.

48:15En nog daar de heer Ferrand reeds zo dikwijls Jozef had aangeraden eens een plezierreisje te doen.

48:24Terwijl hij nog in de volle kracht van de zaken van Jozef kon waarnemen met de hulp van Verrol, zo besloot de moeder en zoon eindelijk om hun oude hut nog eens te gaan bezoeken.

48:36Deze...

48:36nog eens in haar leven te mogen aanschouwen.

48:40Was voor de weduwe een waar genot.

48:43Om de kosten van de reis behoefden ze het niet uit te stellen.

48:46Zo vinden wij hen dan op een mooie juniavond in het dorp van hun geboorte.

48:52Wat een vreugde om zo onbezorgd als ze het nu waren nog eens in die hut aan te zetten.

48:58Alle wegen die de heren met hen volgden ten overdenken.

49:03Hem daarbij te danken.

49:05En daar...

49:06nog eens een paar nachten uit te rusten.

49:09Ook het graf van haar vriendin werd niet vergeten.

49:12Even min de armen die nog lang over dat bezoek met elkaar spraken.

49:17Zeer veel vonden zij veranderd.

49:20Maar ook nog oneindig veel meer dat was gebleven.

49:24Zoals zij het hadden verlaten.

49:26De schone heuvelen, de trotse bergen niet te vergeten.

49:30Want als ze daar enige dagen vertoefd hadden, keerden zij naar Parijs terug.

49:36Jozef had het voorrecht de Geneve nog eenmaal in het leven de godvruchtige meester Antonia, zijn oude baas, weer te zien.

49:44Gaarne had hij van dien aanbod gebruik gemaakt om er langer te blijven.

49:49Maar de zaken drongen hem tot voortreizen.

49:53Zover het ging, vergezelde Antonio zijn voormalige leerling en diens lieve geleidster.

49:59Het was hem zulk een voldoening, thans bij de uitkomst te zien,

50:03hoe de vrezen des heren de beginsel der ware wijsheid van de kind, de jongeling en van de jongeling een man maakt.

50:11Eindelijk namen zij afscheid van elkaar, maar niet voor altoos, wel tot weerziens in de gewesten, waar geen scheiding meer is, waar het vaarwel niet door ontvloerst, nog van traan

50:23doorweekt wordt.

50:25Tot

50:29zover het verhaal onder de leiding gods, toepasselijke...

50:36Titel van dat boek, hoe God in het leven mensen kan leiden en ook hoe rijken armen weer helpen en later de armende rijken

50:48die voorheen rijk geweest waren, mochten helpen.

50:51Wie goed doet, die goed ontmoet.

50:55We willen met elkaar nog zingen uit Psalm

51:0027 en daarvan...

51:04Het vijfde vers.

51:06Mijn hart zegt mij, o Heer, van uw het wegen.

51:08Zoek door gebeen met ernst mijn aangezicht.

51:11Dat wil, dat zal ik doen.

51:14Ik zoek den zegen.

51:15Alleen bij u, o bron van troost en licht.

51:19Verberg toch niet uw oog voor mij, o Heer.

51:21Ik ben uw knecht.

51:23Zie niet in torenen neer.

51:24Gij waart mijn hulp en al mijn ziels verdriet.

51:27O God, mijns heils begeef, verlaat mij niet.

51:32En ook het zevende, zo ik niet had geloofd dat in het leven mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou.

51:39Mijn God, wat was mijn hoop, mijn moed gebleven.

51:43Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.

51:47Wacht op den Heere, God vrucht dus ga, houd moed.

51:51Hij is getrouw, de bron van alle goed.

51:54Zo daalt zijn kracht op u in zwakheid neer.

51:57Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den Heer.

52:03Nog even een mededeling voor volgende week.

52:05Volgende week is er geen zaterdagavond verhaal.

52:09Door omstandigheden kan dat volgende week niet doorgaan.

52:13En die week daarop zal gewoon het rooster weer verder gaan zoals we afgesproken hebben.

52:20Maar volgende week is er geen zaterdagavond verhaal.

52:23We wensen u allen een goede en een gezegende zondag.

52:28[GEZANG]