0:00[GEZANG]
9:05Onze hulp en onze verwachting.
9:09Zij in de naam des Heren.
9:12Die de hemel en de aarde geschapen heeft.
9:16Die trouwe hout en eeuwig leeft.
9:20En die nooit laat varen de werken zijn er handen.
9:26Amen.
9:28Genade, warmhartigheid en vrede.
9:32Zij u van God den Vader.
9:36Christus Jezus zijn Zoon in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
9:44Amen.
9:46Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 111, daarvan het tweede en het vijfde vers.
9:54Psalm 111, vers 2.
10:07Al wat hij ooit beval, het staat op recht en waarheid, Paul, als op oom Rikperen steunpilaren.
10:14Wat er verder volgt in de versen 2 en 5 van psalm 111.
10:19Open
10:19[GEZANG]
14:22en godsheilig en dierbare woord in het Oude Testament, in het boek der psalmen, daarvan naderen psalm 86.
14:31Ik noem u als onze schriftlezing psalm 86.
14:35Toch vooraf doen wij beleidenis van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden van de twaalf artikelen.
14:44Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
14:53En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heren.
15:00Die ontvangen is van den heiligen geest, geboren.
15:05Uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.
15:17Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.
15:22Opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods, des almachtigen vaders.
15:30Van waar hij komen zal om te oordelen.
15:35De levenden en de doden.
15:37Ik geloof in den heiligen geest.
15:41Ik geloof een heilige.
15:44Algemene.
15:45Christelijke kerk.
15:47De gemeenschap der heiligen.
15:51Vergeving der zonden.
15:54Wederopstanding des vlees'ers.
15:56En een eeuwig leven.
16:00Ik noem die als onze schriftlezing.
16:02Psalm 86.
16:05Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
16:08Een gebed van David.
16:11Heren, neig uw oor, verhoor mij.
16:15Want ik ben ellendig en oerdriftig.
16:19Bewaar mijn ziel, want ik ben uw gunstgenoot.
16:22O, gij mijn God, verlos uw knecht die op u betrouwt.
16:28Zijt mij genadig, heren, want ik roep tot u de ganse dag.
16:34Verheug de ziel uwsknechts, want tot u, Heren, verhef ik mijn ziel.
16:40Want gij, Heren, zijt goed en gaarne vergevende en van grote goede tierenheid allen die u aanroepen.
16:52Heren, neem mijn gebed ter oren en merk op de stem mijner smekingen.
16:59In den dag mijner benauwdheid roep ik u aan.
17:03Want gij verhoort mij.
17:05Onder de goden is niemand u gelijk, heren.
17:09En er zijn geen gelijk uw werken.
17:13Al de heideren, heren, die gij gemaakt hebt, zullen komen.
17:17En zullen zich voor uw aanschijn nederbuigen en uw naam eren.
17:24Want gij zijt groot en doet wonderwerken.
17:27Gij alleen zijt God.
17:30Leer mij, heren, uw weg.
17:33Ik zal in uw waarheid wandelen.
17:36Verenig mijn hart tot de vrezen uw naams.
17:40Heren mijn God, ik zal u met mijn ganse hart loven.
17:44En ik zal uw naam eren in eeuwigheid.
17:49Want uw goede tierenheid is groot over mij.
17:52En gij hebt mijn ziel uit het onderste restgras uitgerukt.
17:57O God, de hoofdvaartigen staan tegen mij op.
18:02En de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel.
18:06En zij stellen u niet voor hun ogen.
18:09Maar gij, heren, zijt een barmhartig en genadig God.
18:15Langmoedig en groot van goede tierenheid en waarheid.
18:20Wend u tot mij en zijt mij genadig.
18:24Geef uw knecht uw sterkte en verlos de zoon uw dienstmaagd.
18:29Doe.
18:42Tot zover schriftlezing.
18:44Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
18:47[GEZANG]
19:04Ziet of andere omstandigheden ons hinderen.
19:07Om samen te komen met de gemeente.
19:10Om naar uw huis op te gaan.
19:13Heren u bent aan geen tijd.
19:15Aan geen middel gebonden.
19:17U bindt u aan uw woord.
19:20Wil dan door uw geest ook.
19:23Onder en door de bediening der verzoening.
19:26Onze harten bearbeiden.
19:28Onze gedachten gevangen nemen.
19:31Ons verduidse verstand verlichten.
19:34Ons verbreking geven van ons harde hart.
19:37En onze wankele gangen.
19:39Die van nature op de brede weg voort gaan brengen.
19:43Op dat smalle pad.
19:45Van uw verzoenend handelen.
19:48Van uw vergevende liefde.
19:50En van uw heiligende genade.
19:52Breid zo genadig en ontfermend uw handen over ons uit.
19:56U bent de hartekenner.
19:58U weet wat we van nodig hebben.
20:01Niets is op het majesteit bedekt voor uw alwetendheid.
20:06Gij kent, gij doorgrondt ons, gij weet ook van verre onze gedachten.
20:12Dan weet u wat we van nodig hebben bij het spreken, bij het luisteren.
20:18Het gaat om uw woord, het gaat om uw dienst.
20:22Wij zijn hier bijeen op grond van uw bevel om de onderlinge bijeenkomst niet na te laten.
20:30Om ons te stellen bijzonder op uw dag.
20:33Onder de verkondiging van uw woord.
20:36Omdat het u behaagt.
20:38Door de dwaasheid der prediking.
20:40Onder en door de bediening der verzoening.
20:43Harten te openen naar uw welbehagen.
20:46Door die onweerstaanbare werking van uw heilige geest.
20:50Verwaardig ons daartoe.
20:52Breid zo uw handen nog genadig en ontfermend over ons uit.
20:57U bent de tocht die op deze wijze.
21:00Uw koninkrijk bouwt, uw kerk bijeen vergadert door al de tijden heen op allerlei plaatsen.
21:08En u hebt het ook gezegd in uw woord en nog is er plaats.
21:14Ontferm u dan naar uw warmhartigheden.
21:17Zie niet op het onze, dan moet u ons rechtvaardig voorbij gaan.
21:21Maar neem nog redenen uit uzelf zoals u ze altijd hebt moeten nemen.
21:27Tot grootmaking en verherenking van uw naam.
21:31Wil dat doen in ons midden, maar ook overal.
21:34Waar de schrift geopend wordt.
21:36Waar uw naam beleden en aangeroepen wordt.
21:40Wil dat ook doen wereldwijd.
21:42Daar waar zending, evangelisatie en diakonale werkzaamheden plaatsvinden.
21:49Heren, al degenen die door u ook geleerd, geleid zijn, geroepen zijn.
21:57Dat op hun hart gekregen hebben, wil u ze kracht en moed en sterkte geven.
22:03Om uw woord ook op die wijze uit te dragen en dienstbaar te zijn aan de naaste.
22:09Uw zegen en de hand erover uitstrekkende.
22:12Ook zij die uit het midden van de gemeente daarin bezig zijn, gedenk u ze in uw genade getrouw.
22:19Wil ook de kerk gedenken waar verdrukking en vervolging de overhand heeft.
22:25Waar doodsbedreigingen geuit worden.
22:28Of waar niet in het openbaar samengekomen kan worden.
22:32Het is u op het aller volmaakt bekend, wil u ze gedenken.
22:36Staande houden in de hitte van de verdrukking.
22:39Wil ook uw volk Israël gedenkende beminden.
22:43Naar uw verkiezing onder vaderen wil.
22:46Het deksel van hun aangezicht wegnemen.
22:49Ook in allerlei bedreigende situaties waarin ze verkeren.
22:54Uw hulp, uw bijstand nog betonen, gedachtig zijnde, aan uw trouwverbond wat van geen wankelen weet.
23:02Wil zo deze ganse wereld gedenken, waar zoveel ongerechtigheid en boosheid en zonde in te vinden is.
23:12Wat moet u langmoedig zijn, taai van geduld, door nog de dragen te verdragen.
23:20Ja, in uw voorzienigheid het aardrijk nog wel te doen.
23:25Maar het ook te bezoeken met uw straffende hand.
23:28Met uw gastijdingen en beproevingen.
23:31Of dat het zal leiden tot waarachtige bekering.
23:35Gedenk u dan, heren, alle nood, alle zorg.
23:39Oorlogen die er zijn, geruchten van oorlogen.
23:43Hongersnoden.
23:44Wat is de aarde met wrevel, met vijandschap, met moordzicht vervuld.
23:51Heren, wil nog gedenken naar uw getrouwheid.
23:54En warmhartigheid ook aan ons land en volk.
23:58Wat steeds verder afraakt van de waarden en normen van uw goddelijke getuigenis.
24:05Wil nog doen wederkeren tot u.
24:08Gedenk u ook hen die een regering voorbereiden.
24:12Maar waar zoveel is, zeker als het gaat om uw woord, om uw dienst.
24:17Wat grote verontrusting teweeg brengt.
24:21Als het gaat ook om de bescherming van het leven, ook van het ongeboren leven.
24:27Wat zulke ernstige zonden ook als weerwetgeving ook uitgeeft.
24:35Als het gaat ook om de bescherming van beroepsgroepen die kenmerkend voor ons land altijd zijn geweest.
24:43De visserij, het boerenbedrijf, wat ook onder zulke vrees ook leeft.
24:49Ontferm u nog naar de rijkdom uw warmhartigheid.
24:52Doe ons bovenal wederkeren.
24:55Tot uw woord, tot uw goddelijk getuigenis.
24:59Schenk zo wat nodig is.
25:01Ook in het kerkelijke leven en alle gebrokenheid.
25:04Die ervaren wordt.
25:06Alle verdeeldheid die er is.
25:09Allerlei meningen die op gang doen.
25:13Doe ons wederkeren tot de eenvoudigheid.
25:16Van uw goddelijke en onfeilbare getuigenis.
25:19Zie zo nog neder.
25:21Ook op het vorstenhuis.
25:23Schenk ook daar bekerende.
25:25Hartvernieuwende genade.
25:27Uw naam tot eer.
25:29Wil zo in die tafeltuur ons gedenken.
25:32Nog.
25:33Onderwijs geven uit uw woord.
25:35Uit het beleiden der kerk.
25:37Tot roem van uw genade.
25:40We vragen u dit.
25:42Om Christus willen.
25:44Uit genade.
25:45Amen.
25:49Gemeente en apostel Paulus die spreekt in de Hebreënbrief over de geschiedenis van het volk Israël.
25:55Waarvan het merendeel in de woestijn gestorven is.
25:59En hij vat die geschiedenis ook samen en verbindt er ook een waarschuwing aan.
26:05En zegt laat ons dan vrezen dat niet de enige tijd iemand van u schijnen achtergebleven te zijn.
26:13Want ook ons is het evangelie verkondigd gelijk als hun.
26:17Maar het woord der prediking deed hun geen nut.
26:20Omdat het met het geloof niet gemengd was.
26:24Dat bloedzakelijke, dat waarzaligmakende geloof.
26:28Hij mag ook getuigen wij.
26:30Die geloofd hebben.
26:31Die gaan in de rust.
26:34En u roept zijn hoorders op.
26:37En u en mij ook.
26:38Laat ons dan ons benaarstigen.
26:41Om in die rust door dat oprecht geloof in te gaan.
26:46Dat geloof, gemeente, daar spreekt ook de Heidelbergse katechismes van.
26:49In de zondagsafdeling die aan de orde van behandeling is.
26:53Zondag 25.
26:55Die zullen we eerst met elkaar lezen.
26:57Zondag 25.
26:59Vraag en antwoord.
27:0165 tot 68.
27:05Maar gevraagd wordt in vraag 65.
27:09Aangezien dan alleen het geloof.
27:12Ons Christus.
27:13En al zijn weldaden deelachtig maakt.
27:16Van waar komt zo'n geloof?
27:18En het antwoord.
27:20Van den heidigen geest.
27:22Die het geloof in onze harten werkt.
27:26Door de verkondiging des heidigen evangelies.
27:29En het sterkt door het gebruik van de sacramenten.
27:33Vraag 66.
27:35Wat zijn sacramenten?
27:36En het antwoord.
27:38De sacramenten zijn heidige zichtbare waartekenen en zegelen.
27:43Van God ingezet.
27:46Opdat hij ons door het gebruik daarvan de belofte des evangelies des te beter te verstaan geven en verzegelen.
27:54Namelijk dat hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus aan het kruis volbracht.
28:01Vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.
28:07Vraag 67.
28:08Zijn dan beide het woord in de sacramenten daarheen gericht of daartoe verordend?
28:15Dat zij ons geloof op de offeranden van Jezus Christus aan het kruis.
28:20Als op de enige grond onze zaligheid wijzen.
28:24En het antwoord ja zei ik toch.
28:28Want de heilige geest leert ons in het evangelie.
28:33En verzekert ons door de sacramenten.
28:35Dat onze volkomen zaligheid in de enige offeranden van Christus staat.
28:41Die voor ons aan het kruis geschiet is.
28:45En vraag 68, hoeveel sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Verbond of Testament ingezet?
28:52En het antwoord 2, namelijk de heilige doop en het heilig avondmaal.
28:59Deze katechismes, vraag en antwoord, de gemeente spreken voornamelijk over het geloof.
29:04We letten ten eerste op de onderwijzing in het geloof.
29:07Ten tweede op de versterking voor het geloof.
29:11En ten derde op de verzekering door het geloof.
29:15Deze katechisme spreekt over het geloof.
29:18We letten ten eerste op de onderwijzing in het geloof.
29:20Ten tweede op de versterking voor het geloof.
29:23En ten derde op de verzekering door het geloof.
29:27Voordat wij hier nader bij stil hopen te staan gaan we eerst zingen.
29:31Upsalm 25, het derde, het vijfde en het zevende vers.
29:36Upsalm 25, vers 3.
29:38Denk aan het vaderlijk medogen, heren, waarop ik bidden pleit.
29:44Het vijfde vers, lautere goedheid, liefde koorden, waarheid zijn des Heren klaar.
29:49En het zevende vers, godsverborgen omgang vinden zielen, daar zijn vrees in woont.
29:57We willen u nog wijzen op dinsdagmiddag 3 februari.
30:02Dan is er de contactmiddag, aanvang om half drie.
30:05Dinsdag 3 februari is er ook weer een jong volwassen kring, aanvang half acht.
30:11Kerkelijke huwelijksbevestiging is aangevraagd door Leendert Jan Meijer, de Geracht 11 en Jannetje Cornelia Bosboom uit Tolen op donderdag
30:2323 april 2026.
30:27Eventuele bezwaren tegen de kerkelijke bevestiging kunnen tot uiterlijk woensdag 4 februari ingediend worden bij de schrijver van de kerkenraad.
30:37En van de genoemde voornemens geldt zo de Heer wil.
30:41En wij leven.
30:42En de collecten zijn in deze dienst.
30:44In de eerste voor het plaatselijk jeugdwerk.
30:46In de tweede voor de kerkvoogdij.
30:48En in de derde voor de aflossing kerk.
30:51En deze collecten worden hartelijk in uw wildadigheid aanbevolen.
30:54En wij zingen uit Psalm 25 vers 3, 5 en 7.
30:59De
30:59[GEZANG]
38:26gemeente de Heidebergse katechismes heeft ons in zondag 23 duidelijk gemaakt.
38:32Dat de enige grond tot behoud het offer van Christus Jezus is.
38:37Zijn betaling, zijn voldoening aan het kruis, zijn bloedstorting op het vloekhout van Golgotha is het enige betaalmiddel voor
38:49de zondenschuld van zijn ganse kerk.
38:52Het is de grond tot rechtvaardiging.
38:55Maar ook is hij de bron van heiligmaking zondag 24.
39:00Dat onze goede werken alle onvolkomen en met zonde bevlekt zijn.
39:07Dat onze goede werken nooit een betaalmiddel kunnen zijn voor de zonde schuld.
39:13Maar dat ze een vrucht zijn van Gods genade in het hart.
39:19Dat we dan verwaardigd worden een beginsel van goede werken voor te brengen.
39:24Maar die zijn geen bewijs van betaling voor onze zonde schuld.
39:29Maar ze zijn een bewijs dat wij leven uit de betaling.
39:33Uit de rechtvaardiging van het geloof.
39:37In de Heer Jezus Christus.
39:38De enige grond.
39:40Ter zaligheid.
39:42Dus dat oprecht geloof.
39:43Gemeente dat beleid.
39:45De zaligmaker.
39:46Dat vindt u in het begin van het evangelie.
39:49Dat de discipelen.
39:50Hem beleiden.
39:52Gij zijt de Christus.
39:53De zoon des levende gods.
39:56Ze beleiden hem.
39:58Door het geloof als grond.
40:00Van de zaligheid.
40:02De aanneming van hem.
40:04Is.
40:05Ook door het oprecht waar zaligmakend geloof.
40:08En ook het betrouwen in het geloof.
40:11Op hem.
40:13Op dat volkomen offer.
40:15Dan reist natuurlijk de vraag.
40:17Hoe kom ik aan zo'n geloof?
40:19Hopelijk is dat ook uw vraag.
40:21Uw strijd.
40:23Uw worsteling.
40:24Waar geloof?
40:26Want de schrift De Zaligmaker onderwijst ons.
40:29Dat er vormen van geloof kunnen zijn.
40:32Die nog niet het zaligmakend geloof zijn.
40:35Het historisch geloof, het wondergeloof, het tijdgeloof.
40:40Nee, het gaat om het oprecht, om het waar, zaligmakend geloof.
40:46En de weg, dat kan zeer verschillend zijn.
40:50Leeftijd kan verschillend zijn.
40:52Positie kan onderscheiden zijn.
40:56Het kan een sterk geloof zijn.
40:58Het kan een zwak geloof zijn.
41:00De gelovige, die kan een zwaar kruis te dragen hebben.
41:06Of een lichter kruis te dragen hebben.
41:08Moet misschien een weg gaan door diepe dalen.
41:11Of door minder diepe dalen.
41:14Maar het oprecht geloof.
41:17Dat is onmisbaar.
41:19Zonder geloof, zo zegt de Hebreeënbrief.
41:23Is het onmogelijk goden te behagen.
41:26Maar die tot God komt moet geloven dat hij is.
41:30En een beloner is dergene die hem zoeken.
41:34Dat geloofgemeente is eigenlijk het vat wat nodig is om dat levende water uit de bron te mogen putten en te leren eigenen.
41:46Die levende bron is er.
41:49En de heilige geest werkt de dorst in de ziel naar het levende water.
41:54Doet vragen met de Samaritaanse vrouw, geef mij van dat water.
42:00Maar hoe komt u...
42:01Bij dat water wat in die diepe bron daar te vinden is.
42:05Daarvoor hebt u een vat nodig.
42:07Een instrument.
42:08En het is dat oprechte geloof.
42:11Om uit de heilsfontein Christus Jezus dat levende water te putten.
42:17En aan uw dorstige ziele mond te mogen brengen.
42:22Maar hoe kom ik aan dat vat?
42:25Dat waar, dat zaligmakend geloof.
42:29Dat geloof, gemeente, is de lege bedelaarshand waarin de gave gelegd wordt.
42:37Maar hoe kom ik aan de bedelaarstand?
42:40En hoe krijg ik vrijmoedigheid als bedelaar om uit te gaan tot hem, de zaligmaker van zondaren?
42:50Op welke grond zal ik vanuit die bedelaarstand mijn bedelaarshand opheffen?
42:58Om uit die volheid bediend te mogen worden.
43:01Wel de heilige katechisme zegt.
43:04Dat is van de heilige geest.
43:07Die het geloof in onze harten werkt.
43:10Door de verkondiging van het heilige evangelie.
43:15Het is dus de bediening van het woord.
43:17Wet en evangelie.
43:19De bediening der verzoening.
43:21En de verkondiging van Gods heilige wet.
43:24Is onmisbaar.
43:25Opdat we arm gemaakt.
43:28Arm gehouden worden.
43:29Aan de grond gebracht worden.
43:32Met al onze mogelijkheden.
43:34Dat al onze vermeende verwachtingen afgesneden worden.
43:39En dat we werkelijk bedelaar gemaakt en bedelaar gehouden worden.
43:45Dat doet de wet niet.
43:47Want al bedelt u nog zo hard bij de wet.
43:49Die zal u niets geven.
43:51De wet kan alleen maar op grond van volkomen gehoorzaamheid.
43:57Uw weldaden en zegeringen geven.
44:00Maar die bedelaarsgestalte die ontstaat onder de prediking van het evangelie.
44:05Onder de verkondiging dat er een mogelijkheid is.
44:09Zo uitnemend.
44:10Zo voorkomen.
44:12Zo al genoegzaam.
44:13In de Christus der schriften.
44:15In de zaligmaker van zondaren.
44:18En dat evangelie.
44:21Als dat verstaan mag worden.
44:23In die bedelaarsstand waarin u verkeert.
44:27In die armoede dat u niets anders overgehouden hebt.
44:31En dat telkens weer als een lege, melaatse zondaars hand.
44:36Dat evangelie wat de Christus predikt.
44:40Wat hem verkondigt.
44:42Wat hem duidelijk maakt in zijn uitnemendheid.
44:44In zijn gepastheid.
44:46In zijn almachtige kracht.
44:48In zijn gewilligheid.
44:51Dan werd de heilige geest zo'n overtuiging in uw hart.
44:55Dus zo'n verlichting in uw verstand.
44:58Om dat te leren verstaan.
45:00En zo'n vernieuwing van uw genegenheden en van uw verlangens.
45:06En herschept zo uw wil dat u gewillig gemaakt wordt.
45:09Om op de genadevoorwaarden van dat evangelie van vrije genade.
45:15Te komen ondanks alle hindernissen.
45:20Alle bezwaren.
45:21Alle tegenwerpingen.
45:23En de last van uw zonde.
45:26En schuld.
45:27Dat is door het evangelie.
45:30Vandaar gemeente.
45:31Omdat we zonder zijn.
45:34Zonder blijven.
45:35Hebben we telkens weer die bediening der verzoening nodig.
45:39Die onderwijzing.
45:41Die bekendmaking.
45:42Van de vastheid.
45:44Die er bij de heren te vinden is.
45:46Van de volkomenheid.
45:49Van het offer op Golgotha.
45:51Van de kracht.
45:52Van het hartebloed.
45:54Van de zonen gods.
45:56Op dat wij zullen komen.
45:57Op grond van de nodiging van het evangelie.
46:00Dat is de enige vrijmoedigheid gemeente.
46:03De nodiging van het evangelie.
46:05De roepstem gods.
46:07Die tot ons komt.
46:08In de prediking van het evangelie.
46:11U zoekt die vrijmoedigheid.
46:13Op allerlei wijze bij uzelf.
46:17Geschiktheid.
46:18Gepastheid.
46:19Hopelijk vindt u ze niet.
46:21Blijft de enige grond om te komen.
46:25Over in de prediking van het evangelie.
46:28Van vrije genade.
46:30Dat God ons roept.
46:32Welmenend.
46:34Indringend.
46:34Om te komen.
46:36Als zondaar.
46:38In onze zonden en ellenden.
46:41Tot die enige grond.
46:43Ter behoudenis.
46:45De noodrustigen worden genodigd.
46:47De armen uitgenaamd.
46:50En ziet dan komt u ondanks uw zonden.
46:53Ondanks de hindernissen.
46:56Ondanks de bezwaar die de duivel in uw oren fluistert.
47:00Ondanks de tegenwerpingen die uw vlees ook zoekt aan de hand te houden.
47:05Maar de kracht van het evangelie.
47:08Dat overtuigt u.
47:10Dat overwint u.
47:11Dat wint u in.
47:15Onschroomvallig.
47:16Ootmoedig.
47:17Met een verslagen hart.
47:19Met een verbroken geest.
47:21Die enige weg te gaan.
47:24Die in het evangelie geopenbaard wordt.
47:26In de zoon van zijn eeuwige liefde.
47:29Geest en woord geven u moed en kracht.
47:34Om zo te komen.
47:36Geloof is dus geen natuurlijke gave.
47:40Die wordt niet van nature bij ons gevonden.
47:44Geloven krijgt u ook niet van uw ouders.
47:48Van uw grootouders.
47:50Want u vindt in de schrift verschillende voorbeelden.
47:53Van gelovige mensen.
47:55Die toch kinder hadden.
47:57Die dat geloof niet hebben leren kennen.
48:01Denk aan Kain.
48:02Had toch twee godzalige ouders.
48:05Maar hem ontbrak.
48:06Dat waarzaligmakend geloof.
48:10Ik denk aan Eli.
48:11Was toch een godzalig man.
48:14Had twee zonen.
48:15Die hadden het priesterlijk ambt.
48:17Maar ze waren toch zeer goddeloos.
48:20Staat er in de schrift.
48:21Ik denk aan Absalon gemeente.
48:23Had een mooie naam, Vader van Vrede.
48:26Was een geliefde zoon van David.
48:29De man naar Gods hart.
48:31Maar u kent het schrikkelijke einde ook van deze Absalom.
48:36We krijgen wel de erfschuld mee met onze geboorte.
48:40We krijgen wel de erfsmet, de onbekwaamheid tot enig goed...
48:45uit onze natuurlijke ouders mee.
48:48Maar de genade Gods is geen vanzelfsprekende zaak.
48:53Daartoe is een wedergeboorte nodig.
48:56Een nieuwe geboorte.
48:57Door geest en door woord.
49:00Het is ook niet te koop.
49:02O alle gij dorstigen, zegt de schrift, kom tot de wateren.
49:06Gij die geen geld hebt, koopt zonder geld, zonder prijs, wijn en melk.
49:14Het gebeurt ook niet door aanrading, gemeente.
49:17Dat was de leer van de demonstranten.
49:19U hoort het evangelie.
49:22En het lijkt u wel een goede zaak.
49:24En u neemt de raad aan uit uzelf.
49:29Of u wijst het af.
49:30Zo zeggen de demonstranten, dan krijgt u het niet.
49:33En als u het u laat aanraden en u gaat op die raad in.
49:38Dan zult u het ook van uzelf hebben.
49:40Niet door aanrading.
49:44Zoals de demonstranten dat ook duidelijk leerden.
49:48Nee, het is een onwederstandelijk werk.
49:52Een verborgen, onwederstandelijke werking van de heidige geest.
49:57Het geloof is uit het gehoor.
50:00De prediking van het woord.
50:02En door de kracht van de heidige geest wordt het gewerkt.
50:06Die wordt hier ook als eerste genoemd, gemeente.
50:09Er staat in het antwoord van de heidige geest.
50:13Let u erop.
50:14Van de heidige geest die het geloof in onze harten werkt.
50:21Die geest, die onweerstaanbare, die verborgen, die hartvernieuwende werking is nodig om ons oor te openen.
50:31Wel gelukzalig is het volk, het welke het geklang kent.
50:36Psalm 89.
50:37Dat is nodig en dat komt door de heilige geest.
50:42Die onweerstaanbare werking is nodig om ons verlichte ogen des verstands te geven.
50:49Ontdek mijn ogen, zo vraagt de psalmdichter, opdat ze aanschouwen de wonderen van uw wet.
50:55En die verborgen onwederstandelijke werking van de heilige geest is nodig om die verslagenheid, die verbreizeling in ons hart ook te werken.
51:06Och, schonk gij mij de hulp van uw geest.
51:10En deze geest overtuigt.
51:13Die overwint ons.
51:15Die wint ons in.
51:16Die slecht.
51:18Alle bezwaren.
51:19Die ontkracht.
51:21Alle tegenwerpingen.
51:23En die maakt onze verontschuldigingen.
51:25Tot een doorleefde schuld.
51:28Maar ook al onze bezwaren gemeente.
51:30Die we van nature hebben.
51:32Jonge mensen.
51:33Toch de jong.
51:35Nog zo'n lang leven voor ons.
51:37Zo zegt de duivel.
51:39En ons vlees stemt ermee in.
51:41Van nature.
51:42Of de oud.
51:43Zo lang al onder het woord geweest.
51:47Zo vaak al de prediking gehoord en er is geen enkele verandering gekomen.
51:52Veel te oud, zo zegt de vorst, te duister of te slecht, zo zegt hij.
51:57Ik ben zo'n groot zonder geweest.
52:00Dacht u dat er ooit iemand geweest is die zulke ongerechtigheid bedreven heeft en behouden is geworden?
52:07Of we hebben ook onze leerstellige bezwaren, onze dogmatische bezwaren.
52:13Jammer, een mens kan zich niet bekeren.
52:16We kunnen toch niet vanuit onszelf ooit dat geloof opwekken.
52:21Het is waar.
52:23Een mens moet verkoren zijn.
52:25Ook zo'n leerstellig bezwaar.
52:27En als hij niet verkoren is, wat hij over je ook uitdenkt, wat hij over je ook doet.
52:32Het zal hem allemaal niet baten.
52:35Nee, gemeente.
52:36Al deze dingen worden door de kracht van de heilige geest overwonnen.
52:43En we worden als arme zonder.
52:45Door de kracht van het woord gedragen.
52:49Door het werk van de heilige geest gebracht aan de voeten van hem.
52:53De zonen gods.
52:55Dat geeft licht en zicht op hem.
52:59De zaligmaker van zondagen.
53:01Die heilige geest.
53:04Die brengt die dorre doodsbeenderen bij elkaar.
53:08Die bekleedert met vlees.
53:10Die geeft er gevoel in.
53:12En die geeft een tong om hem te beleiden.
53:15En hem de eer en de aanbidding te geven.
53:18Dat is ook een vrij machtig werk, gemeente.
53:20Het werk van de heilige geest.
53:23Het wordt vergeleken met de wind.
53:24De wind blaast waarheen hij wil.
53:27Gehoord zijn geluid.
53:29Gij weet niet van waar hij komt en waar hij heen gaat.
53:32Al zo is een iegelijk die uit de geest geboren wordt.
53:37Het is niet te zien, die geest.
53:39Die werking van de heilige geest.
53:41Wel de vrucht.
53:42Wel het gevolg.
53:44De wind die blaast.
53:46U kan de wind niet grijpen.
53:48U kan de wind niet zien.
53:50Maar u ziet wel de gevolgen van de wind.
53:53De golven die opgezweept worden door de wind.
53:56De hoge bomen die buigen door de kracht van de wind.
54:00Het blad wat van de bomen gerukt wordt of de takken die breken onder het geweld van de wind.
54:06U kunt wel de gevolgen zien.
54:09Zo is het ook in geestelijke zin.
54:11Die heidige geest is de vrijmachtige.
54:14Al machtige kracht Gods.
54:17En de vrucht kunt u wel waarnemen.
54:19Daar hebt u Abel.
54:21Hij deed door het geloof.
54:23De rechte offeranden.
54:25Daar hebt u Abram.
54:27Hij woonde in Ur.
54:29En door de geest en het woord wat tot hem kwam.
54:33Kwam daar de uitocht.
54:34Naar het land niet wetende.
54:37Waar ik komen zal.
54:39Daar hebt u Noach.
54:41Hij krijgt de opdracht.
54:44Uit het woord om de ark te bouwen.
54:46Door de geest.
54:48Door goddelijke aanspraak.
54:50Vermaand zijnde.
54:52Heeft hij de ark toebereid.
54:55Om een schuilplaats te hebben.
54:57Ook voor zijn gezin.
54:59Teruit Uraagab.
55:00De hoergemeente wonende.
55:02Op de muur van Jericho.
55:05En ze heeft gehoord.
55:06Het getuigenis van de God van Israël.
55:09Ze is zitterende en bevende geworden.
55:11Door de werking van de heidige geest.
55:13En ze krijgt een band met dat volk.
55:16Ze verbergt de verspieders.
55:18En ze doet die hartelijke keuze daarin.
55:21De geest en het woord.
55:24Het woord wordt gepredikt.
55:27En we horen het woord.
55:29En de geest geeft de daadkracht in ons hart.
55:33Om hem te beleiden en tot hem te komen.
55:37Eenvoudig gemeente dat middel.
55:40Wat de Heere uitgedacht heeft.
55:43Dat brute zondaren.
55:44Dat gevallen adamskinderen.
55:47Dat bittere vervolgers.
55:50Dat grote vijanden van God en zijn zalige dienst.
55:54Door die verborgen onwederstandige werking van de heidige geest.
55:59Door de bediening van het woord geveild worden.
56:02Een bevende, sidderende zondaren worden.
56:05Zoals een menas in de gevangenis van Babel.
56:08Zoals een sauders van Tarde op weg naar Damascus.
56:13De wolf wordt een lam.
56:15De zoon van Benjamin, een verscheurende wolf, wordt een blatend lam op de weg naar Damascus.
56:23Wat wilt gij dat ik doen zal?
56:27Die geestgemeente trekt Levi uit het tolhuis en verlost de Samaritaanse vrouw van de wellust, van de zonde waarin ze verkeerde.
56:39Brute zondaren worden tot stilstand gebracht.
56:43Van verre staande worden geroepen bevende zondaars worden vertrouwst.
56:50En bemoedigd door de bediening van het woord en dat werk van de heilige geest.
56:57De zaligmaker gemeente die heeft ons duidelijk gemaakt hoe het woord gepredikt moet worden.
57:03Met een heilige dwang.
57:04U mag niet vrijblijvend aangesproken worden.
57:09Elk een wordt liefelijk gelokt en genodigd.
57:14Elke hoorder wordt gewaarschuwd, bevindt zich binnen de omtuining van het verbond, verkeert onder de bediening der verzoening, wordt wel menend geroepen van gods wegen tot waarachtige
57:27bekering.
57:28Een heilige dwang moet uitgeoefend worden, dwing ze om in te komen, zo zegt de zaligmaker, opdat mijn huis vol wordt.
57:38En het tijdstip van waarachtige bekering is niet later.
57:44Is zelfs niet morgen, maar is heden, zo gij mijn stem hoort.
57:50Verhard uw hart niet, maar laat u lijden.
57:54En de bemoediging gemeente is, o alle gij dorstigen, kom tot de wateren.
58:01Komt herwaarts tot mij, allen die vermoeid en belast zijn.
58:06De goddelozen verlaten ze weg, daar is uw naam toch wel genoemd vanavond.
58:10Dan kunt u vanavond toch niet zeggen, ik ben niet genoemd vanavond.
58:14Want ik ben zo ver verwijderd van de dienst van God.
58:18Ik ben er zo ver van vervreemd.
58:21Wordt uw naam toch genoemd.
58:22De goddelozen verlaten ze weg.
58:24De ongerechtige man zijn gedachten.
58:27En hij bekeert zich tot een heren.
58:29Zo zal hij zich zijn er ontvermen.
58:33O, hoe gelukkig dat moment toch.
58:36Als de geest ons een oor geeft om te horen.
58:39Een oog om de uitnemendheid.
58:41De langmoedigheid.
58:42De warmhartigheid gods.
58:45De bewonderend aanschouwen.
58:47In de openbaring van zijn zoon.
58:49Die afgedaald is in de volle destijds.
58:52Om te roepen.
58:53Niet te rechtvaardigen.
58:55Maar de zondaars.
58:58Tot bekering.
59:00De tweede plaatsgemeente.
59:01Dan spreekt ook de katechismes.
59:03Van de versterking voor het geloof.
59:06En dat zijn die sacramenten.
59:07De sacramenten zijn heidige, zichtbare waartekenen en zegelen van God ingezet.
59:16Het sacrament werkt niet het geloof.
59:18Maar het sacrament versterkt het aanwezige geloof.
59:24Duidelijk verschil met wat Rome leert.
59:27Rome zegt u krijgt met de doop.
59:30Dan krijgt u verzoening van de erfschuld.
59:34En met het heiligavondmaal krijgt u de vergeving.
59:39Als u nu maar dat sacrament gebruikt, komt het goed.
59:42Is het in orde.
59:44U krijgt geen zekerheid.
59:45De onzekerheid blijft.
59:47Maar zoveel mogelijk naar de kerk gaan.
59:51Dat is altijd nodig, gemeente.
59:52En ook het sacrament gebruiken.
59:55En dan krijgt u op die wijze de genade.
59:59Dus het teken, het zegel.
1:00:02Wordt bij Rome de zaak zelf.
1:00:05Dat leert de schrift niet.
1:00:06Het is een teken.
1:00:08En het is een zegel.
1:00:10Het komt onze zwakheid mede te hulp.
1:00:14Daar hebt u Abram.
1:00:16Hij heeft een onvruchtbare vrouw.
1:00:18Maar hij heeft een goddelijke belofte.
1:00:21Dat het tot de menigte van volken zal worden.
1:00:24En duurt jarenlang.
1:00:26Daar komt geen verandering.
1:00:28De moeder is Sara versterft.
1:00:31En dan zegt de Heer, kom eens naar buiten, Abram.
1:00:34En ziet u die sterren, hemel?
1:00:36Kunt u ze tellen, die sterren?
1:00:39Nee, die kan Abram niet tellen.
1:00:40U en ik ook niet.
1:00:42Zo medegvuldig zal uw zaad zijn.
1:00:46Teken.
1:00:47Hij heeft niets, maar een teken.
1:00:51Ziet u het zand aan uw voeten, Abram?
1:00:53Kunt u het tellen, die zandkorrels?
1:00:55U weet het wel, jongens en meisjes.
1:00:58Als u op strand bent...
1:00:59Dat zand was niet te tellen.
1:01:01Die menigvuldige korrels die daar te vinden zijn.
1:01:05Zo menigvuldig zal uw zaad zijn.
1:01:08Een teken.
1:01:09De trouw van God.
1:01:11De belofte van hem.
1:01:13Je geeft.
1:01:14En dan gaat de Heer er weer weg.
1:01:16En Abraham gaat terug naar de tent.
1:01:19Een onvruchtbare vrouw.
1:01:20Waar de moeder in verstorven is.
1:01:22Maar een teken.
1:01:24Een zegel ontvangen.
1:01:25Van de vastheid van de belofte.
1:01:28Dat hebt u Jacob gemeente.
1:01:31Hij krijgt de zegen van zijn vader Isaac.
1:01:34En hij zal heersen over zijn broeder.
1:01:37De meerdere zal de mindere dienen.
1:01:41Weet u wat er gebeurt?
1:01:42Heeft hij net die zegen.
1:01:44En hij zegt, de mindere, de meerdere, Ezo.
1:01:48Die zegt, ik zal hem doden.
1:01:50Hij moet vluchten.
1:01:52Zijn moeder hoort het.
1:01:53Die zegt, weg Jacob.
1:01:55Ga naar mijn broeder Laban en verberg u al daar.
1:01:59En dan ligt hij op het veld.
1:02:01De belofte.
1:02:02En dan in het duistere veld.
1:02:05Met een steen als kussen.
1:02:07En dan komt de Heer.
1:02:08Die maakt het uit op het huis Gods.
1:02:11En richt daar die steen op.
1:02:12Heeft alleen maar een staf gemeente.
1:02:15De zegen.
1:02:16En een staf.
1:02:18En een bevestiging van Gods wegen.
1:02:20Dat hij de zegen zekerlijk zal verkrijgen.
1:02:24Er hebt u Tamar gemeente.
1:02:26Ze is zwanger.
1:02:28Het is niet op zo'n nette wijze.
1:02:31Heeft het plaatsgevonden.
1:02:33Judah.
1:02:34Ze heeft een ring aan de staf van Judah.
1:02:36Ze wordt bedreigd met het vuur.
1:02:39Breng haar hier, zegt Judah.
1:02:41Dat ze verbrand worden.
1:02:43Ze heeft gehooreerd.
1:02:45Maar ze zegt, zit hier, de ring.
1:02:47De staf.
1:02:49Van wie zijn deze?
1:02:50Ja, dan moet Judah dat bekennen.
1:02:53Die ring en die staf zijn van hem.
1:02:55Teken.
1:02:56En een zegel voor haar behoud.
1:02:59Anders was ze met vuur verbrand omgekomen.
1:03:04Wij kennen de trouwringgemeente.
1:03:07Die trouwring, dat is een stukje metaal.
1:03:10Dat is het huwelijk niet.
1:03:13In die trouw zit geen liefde.
1:03:15Die ring die geeft ook geen trouw op zichzelf.
1:03:18Maar het is een teken, een zegel van de liefde tussen twee mensen.
1:03:24Een zaak die in het hart leeft.
1:03:26En de trouw die aan elkaar wordt toegezegd.
1:03:29Een teken en een zegel.
1:03:32Maar ja, met die ring koopt u geen trouw.
1:03:35En met die ring krijgt u ook geen liefde.
1:03:37Nee, het is een zaak die reeds aanwezig is in het hart.
1:03:42Daar is het een bewijs, een teken en een zegel van.
1:03:46En zo zijn de sacramenten bedoeld.
1:03:49Als een teken en een zegel van die onbegrijpelijke, eeuwige, eenzijdige, vrijmachtige liefde van God tot een arm verloren zondaar.
1:04:00En van zijn onwankelbare trouw die hij toezegt aan trouwelozen.
1:04:06Daar zijn de sacramenten duidelijke tekenen en zegelen van.
1:04:12Het woord sacrament gemeente zult u te vergeefs in de Bijbel zoeken.
1:04:16Staat niet in de Bijbel.
1:04:18Het woord kerk trouwens ook niet.
1:04:20Wordt ook vaak gebruikt.
1:04:22Maar het woord sacrament ook niet.
1:04:24Komt bij de soldaten vandaan.
1:04:26Bij het Romeinse legioen.
1:04:29Als zij in dienst gingen, dan zweerden ze trouw aan de keizer tot in de dood.
1:04:36En dat noemde men een sacrament.
1:04:39Een plechtige eedswering van trouw tot in de dood.
1:04:46Maar bij een sacrament is het andersom.
1:04:50Dan is het een plechtige toezegging van Gods liefde.
1:04:56Van zijn onwankelbare trouw aan van nature vijandige mensenkinderen.
1:05:03Aan trouweloze zondaren.
1:05:05Hij zegt zijn liefde, zijn verbondsliefde en zijn onwankelbare trouw toe aan arme verloren zondaren.
1:05:16We lazen zo straks in Psalm 86.
1:05:20Doe aan mij een teken ten goede.
1:05:25Wel nu.
1:05:26Dat is dat sacrament.
1:05:27Een teken ten goede.
1:05:30Tot versterking van datgene wat in het hart een levende zaak geworden is.
1:05:36De waarheid in het binnenste.
1:05:39De vrezen des heren.
1:05:41En dat sacrament gemeent het woord betekent ook verborgenheid.
1:05:47Dat behelst ook een diepe zaak.
1:05:49Een diepe verborgenheid.
1:05:51Het water bij het sacrament van de heilige doop is een onderwijzing.
1:05:56Een heenwijzing.
1:05:57Naar het bloed van de zonen gods.
1:06:00En dat stukje brood en de wijn.
1:06:04Dat is een duidelijke onderwijzing.
1:06:06In de verbrokenheid van het lichaam.
1:06:08In de uitgieting van het hartebloed van de zonen gods.
1:06:13En daarom staat er hier in de katechismes van God ingesteld.
1:06:17Opdat hij ons door het gebruik ervan.
1:06:20De belofte van het evangelie.
1:06:23Hoort u het?
1:06:24Belofte.
1:06:25Ja, u wilt de zaak hebben.
1:06:28U wilt het in uw hand hebben.
1:06:30U wilt het in uw zak kunnen voelen.
1:06:32Nee, het is de belofte van het evangelie.
1:06:36Zo wordt gesproken van de belofte bij het sacrament van de heilige doop.
1:06:41En ook van de belofte bij het sacrament van het heilige avondmaal.
1:06:44Of ik ook deze gewisse belofte van God geloofd.
1:06:49En het wijst ons op de weldaden die Christus heeft verworven.
1:06:55En aangebracht.
1:06:56Die daardoor worden gepredikt.
1:06:59Door de heren zijn ingesteld.
1:07:01Op dat we die weldaden.
1:07:03Des te beter ook.
1:07:05Zullen leren verstaan.
1:07:07Sacrament van de heilige doop.
1:07:09Afwassing.
1:07:11Water.
1:07:12We zijn vuil.
1:07:13We zijn onrein.
1:07:15Die kleine kinderen.
1:07:16Zijn al vuil.
1:07:18Onrein.
1:07:19Door de aangeboren erfschuld.
1:07:23En door de erf smet.
1:07:25En die afwassing moet ook innerlijk gebeuren.
1:07:29De onreinheid.
1:07:31Onze zielen.
1:07:32Wordt daarmee duidelijk gemaakt.
1:07:34Dus een inwendige onreinheid.
1:07:37Zo'n klein kind gemeente.
1:07:39Wat pas geboren is.
1:07:41Dat heeft als het gezond mag zijn.
1:07:43Heeft het de vermogens om te lopen.
1:07:46Heeft het vermogen straks.
1:07:49Om duidelijk waar te nemen.
1:07:51Heeft er straks het vermogen door de oefening om straks te leren spreken.
1:07:55Maar het is allemaal nog sluimerend in dat kind.
1:07:58Het moet nog ontwikkeld worden.
1:08:00Maar helaas, zo zit er ook dat beginsel in, die onreinheid van de ziel.
1:08:06De geneigdheid tot het kwade, tot het verkeerde.
1:08:11Dat sluimert ook in dat kind.
1:08:13En dat zal ook helaas tot ontwikkeling komen.
1:08:16Een uitwendige onreinheid.
1:08:20En een innerlijke onreinheid.
1:08:23En het sacrament van de voeding.
1:08:25Van het sacrament van het heiligavondmaal.
1:08:27Het spreekt van de drieënige God.
1:08:30Van God de Vader.
1:08:32En zijn genadeverbond.
1:08:34Van God de Zoon.
1:08:36De verbondsmiddelaar.
1:08:38En van God de heilige geest.
1:08:40Die heren is.
1:08:42En levend maakt.
1:08:43Die sacramenten gemeente moeten in het midden van de gemeente.
1:08:48Bediend te worden.
1:08:49Het is een goede zaak.
1:08:50Als daar natuurlijk familie bij een is.
1:08:53En samenkomt.
1:08:54Maar het is eigenlijk geen familie gebeurtenis.
1:08:58Op zichzelf.
1:08:59Goed als ze erbij zijn.
1:09:01Maar het gaat.
1:09:03In het midden van de gemeente.
1:09:04Om de zichtbare verkondiging.
1:09:06Van het evangelie.
1:09:08Want kijk zo'n klein kind.
1:09:11Dat kunt u wel vermanen.
1:09:13Maar die kan het nog niet begrijpen.
1:09:15En verstaan.
1:09:16Maar wij.
1:09:18U en ik worden in zo'n dienst opgeroepen.
1:09:20Een mishagen aan onszelf te hebben.
1:09:23Ons voor God te veroontmoedigen.
1:09:26En onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelf in Christus Jezus te zoeken.
1:09:33Dus het heeft een duidelijke, zichtbare verkondiging.
1:09:37Voor elkeen die onder het gehoor van het woord verkeert.
1:09:41Als zo'n klein kind reeds schuldig staat voor God.
1:09:46Als zo'n jong kind in het rijk van God niet kan komen, tenzij het van nieuws geboren wordt.
1:09:54Hoeveel te meer dan voor u en voor mij.
1:09:57Die al zoveel jaren, zo langdurig, zo hardnekkig tegen de goedheid Gods gezondigd hebben.
1:10:04Het zij dat we daar geen enkele kennis aan hebben.
1:10:08Het zij dat we daar wetenschap van hebben doorgenaden.
1:10:11En het ons te meer ook smart.
1:10:13En we dan ook.
1:10:15Nodig hebben weer vermaand te worden.
1:10:17Tot hem de toevlucht te nemen.
1:10:19Die enige grond tot behoud.
1:10:22Maar ook het sacrament van het heilige avondmaal.
1:10:25Doe dat tot mijn gedachten is.
1:10:28Dat de zaligmaker daarin de eer ontvangt.
1:10:32De strijd die hij gestreden heeft.
1:10:35Het bloed wat hij gestort heeft.
1:10:38De prijs die hij betaald heeft.
1:10:40De gerechtigheid die hij verworven heeft.
1:10:43De donkere duistere nacht die hij doorgegaan is te God verlatenheid.
1:10:49Om dat ook aan het sacrament van het heidige avondmaal.
1:10:53Om dat ook te beleiden.
1:10:55Doe dat tot mijn gedachten is.
1:10:59Maar daar ligt ook de grond van de zaligheid.
1:11:02Daar ligt ook de oorzaak van de voldoening.
1:11:06Daar ligt ook de prijs van de verzoening.
1:11:09Daar ligt ook de vastheid, de zekerheid.
1:11:13Ik voor u.
1:11:13Dat geen anders de eeuwige dood had moeten sterven.
1:11:19Wat zullen we dan ook een eerbied hebben gemeente voor het sacrament.
1:11:22Dat is gelukkig toch altijd nog ook in uw gemeente.
1:11:27In onderscheid van vele andere gemeentes.
1:11:30Dat ook in de kleding toch ook de eerbied tot uitdrukking gebracht wordt.
1:11:35We naderen immers tot de maaltijd.
1:11:37Wat de bittere gedachtenis geeft.
1:11:42aan de bittere dood van Christus Jezus.
1:11:45Een bruiloftsmaal, maar ook een gedachtenis...
1:11:48aan zijn bitter lijden en sterven.
1:11:52Een tweetal sacramenten, gemeente, spreekt de schrift altijd van.
1:11:56Er zijn twee sacramenten voor de val in het paradijs.
1:12:00De boom der kennis des goeds en des kwaads...
1:12:03waarvan niet gegeten mocht worden.
1:12:07En de boom des levens waarvan voor de val...
1:12:11Genesis 2 staat dat.
1:12:13Wel gegeten mocht worden.
1:12:15Tot versterking.
1:12:17In de belofte van de zaligheid.
1:12:19In de weg van de gehoorzaamheid.
1:12:21Maar na de val.
1:12:23Zegt de Heer.
1:12:23Daar mag niet meer van gegeten worden.
1:12:26Dat hij niet zijn hand uitsteken.
1:12:28En eten van de boom des levens.
1:12:30Dat is dan verboden.
1:12:31Twee tekenen.
1:12:33Werden gegeven voor de val.
1:12:35Twee tekenen na de val.
1:12:37Twee sacramenten.
1:12:39Die bloedig waren onder het Oude Testament.
1:12:42Besnijdenis.
1:12:43En ook het paasga.
1:12:45En twee tekenen ook in het Nieuwe Testament.
1:12:49Zo zegt de beleidenis.
1:12:51Het sacrament van de heilige doop.
1:12:54En het sacrament van het heilige avondmaal.
1:12:57Het wordt duidelijk gesteld in deze vragen en antwoorden.
1:13:00Omdat katechismes is van 1563.
1:13:05Dus vlak na de reformatie.
1:13:08Haar vormingsdag was 1517.
1:13:10En toen begon de reformatie door te zetten, ook in Duitsland, in de omliggende landen, maar ook in ons land.
1:13:18Maar de Roomse kerk kende een zevental sacramenten.
1:13:22Ze kende de heilige doop, wat we terug kunnen vinden in de schrift.
1:13:26Ze kende het sacrament van de mis, het Roomse avondmaal.
1:13:31Ze kende het sacrament van het vormsel.
1:13:34Dat was een soort beleidenis doen voor jonge mensen, 12 tot 14 jaar.
1:13:39Dan kreeg men ook de eerste keer de communie.
1:13:42De eerste keer nam men dan deel aan de mis.
1:13:45Het vormsel, een vorm van beleidenis doen.
1:13:48Men kende de biecht als een sacrament, de oorbiecht.
1:13:53Als een bepaalde zonde gedaan was, dan om ter biecht te gaan.
1:13:57En op die wijze, althans dat meende men, vergeving te ontvangen.
1:14:02Het sacrament van de priesterwijding en het sacrament van het huwelijk.
1:14:06Dat is in de Roomse kerk ook een sacrament.
1:14:08En het sacrament van het laatste oliso.
1:14:12Een bepaalde zalving die verricht wordt als men ervan overtuigd is dat iemand sterven gaat.
1:14:18Een laatste zalving nog.
1:14:20Maar die vijf sacramenten staan niet in de schrift.
1:14:24Kunnen we niet in het woord terugvinden.
1:14:26Zijn besluiten geweest op concilies of verordeningen van de paus.
1:14:31Maar zijn in Gods woord niet terug te vinden.
1:14:34Dus wij houden het bij de twee sacramenten die Christus in het Nieuwe Testament ook ingesteld heeft.
1:14:40Het sacrament van de heilige doop en het heilig avondmaal.
1:14:44In de derde plaats gemeenten dan spreekt ook de katechismes van de verzekering door het geloof.
1:14:51Er wordt gevraagd in vraag 67 zijn dan beiden het woord en de sacramenten daarheen gericht.
1:15:00Of daartoe verordend dat ze ons geloof op de offeranden van Jezus Christus aan het kruis als op de enige grond onze zaligheid wijzen.
1:15:11Daarvoor zijn ze gegeven.
1:15:13Het woord en ook de bediening van het sacrament.
1:15:17Omdat het zicht op Christus meer en meer gevestigd zal worden.
1:15:23Omdat hij als enige grond tot behoud en zaligheid telkens weer...
1:15:29beleden zou worden.
1:15:31Dat hij het volkomen offer is wat de prijs heeft betaald.
1:15:38Daar heeft u raag op gemeente de Hoer.
1:15:41Ze heeft die beide verspieders heeft ze verborgen.
1:15:44En ze vraagt om behoud voor haarzelf en voor het huisgezin.
1:15:51Die vrouw die durfde nogal wat aan.
1:15:53Ze vroeg niet alleen voor haarzelf en dan met zo'n levenshandel wandel.
1:15:58Zo'n lange tijd in de zonde geleefd.
1:16:01Maar ze vraagt vrijmoedig.
1:16:03Mag voor u en voor mij ook wel tot een voorbeeld zijn.
1:16:07Zo'n heidense vrouw niet zo gehinderd door al die leerstellingen.
1:16:11En niet zoveel dogmatiek in haar hoofd.
1:16:13Die vrouw die vraagt zomaar vrijmoedig om behoud voor haarzelf, voor haar ouders en voor het gezin.
1:16:21En ze krijgt het ook op de lange duur.
1:16:24Maar ze moet een teken.
1:16:26Moet ze aan het venster vastmaken.
1:16:29Dat scharlaken snoer.
1:16:30Ze doet dat.
1:16:31En ze bindt dat scharlaken snoer.
1:16:34Waar de verspiegels mee naar beneden gelaten worden.
1:16:37Dat bindt ze aan het venster.
1:16:40Straks komt het volk.
1:16:42Wordt de ark rondgedragen.
1:16:43Maar ziet.
1:16:44Dat scharlaken snoer.
1:16:46Ze weet.
1:16:47De stad zal verwoest worden.
1:16:49Het volk gedood.
1:16:51Maar ze heeft een teken.
1:16:53Van de vaste belofte.
1:16:55Die haar gedaan is.
1:16:56Van het behoud wat ze zal ontvangen.
1:17:00Als eende woning zal blijven.
1:17:02Achter dat scharlaken snoer.
1:17:05Dat heeft die David gemeend.
1:17:06Hij heeft de belofte van het koningschap.
1:17:09Waar hij moet vluchten.
1:17:10Hij heeft al verschillende keren.
1:17:12De speer naar zijn hoofd gekregen van koning Saul.
1:17:16Gods bewarende trouw dat hij daarvoor bewaard is.
1:17:19Maar als hij dan in het veld is.
1:17:21En de toren van Saul toeneemt.
1:17:23Dan is daar Jodentang.
1:17:26En Jonathan zegt hier, David, mijn boog en mijn schild en mijn speer.
1:17:33En ik geef het alles aan u.
1:17:35De kroonprins Jonathan geeft de arme herderszoon een duidelijk teken van zijn aanstaand koningschap.
1:17:46Hij zal straks regeren en de troon van Israël beklimmen.
1:17:52Maar David moet voorlopig...
1:17:54Wel meer dan 10, 15 jaar lang nog vluchten gemeent.
1:17:58Maar hij heeft die speer.
1:18:00Hij heeft het schild.
1:18:03Hij heeft de boog van Jonathan.
1:18:06Teken en zegel.
1:18:08Het wijst op de vastheid van de belofte gods.
1:18:11Voor Agab.
1:18:12Voor David.
1:18:14Het is de vastheid van de belofte.
1:18:17Het teken hebben ze.
1:18:18Om versterkt te worden.
1:18:20In de waarheid van de belofte.
1:18:23van God.
1:18:24En ziet, zo zijn de sacramenten bedoeld, gemeente, dat we niet in dat sacrament opgaan en niet in brood en wijn zullen eindigen en niet het water van de heilige doop voor de
1:18:36zaak zullen aanvaarden, maar dat we daardoor opgeleid worden tot hem, de zaligmaker van zondaren, die zijn hartenbloed gestort heeft, die de prijs betaald
1:18:49heeft aan het vloekhout van Golgotha.
1:18:52Sacrament van de heilige doop.
1:18:54Dat is een teken van inlijving.
1:18:57Sacrament van het heilige avondmaal.
1:19:00Meermaals bediend.
1:19:01Is tot voeding en versterking op de woestijnreis door het leven.
1:19:07Hij verzekert dan van zijn bloedstorting bij de heilige doop.
1:19:12Hij verzekert van zijn hartelijke liefde en trouw.
1:19:17Jegens u.
1:19:18Ik voor u.
1:19:20Dat hij anders de eeuwige dood had moeten sterven.
1:19:24Zijn eeuwig trouw en zout verbond.
1:19:26Bevestigt hij op die wijze.
1:19:30Begin gemeente van ons leven.
1:19:33Begint met erfschuld.
1:19:35Erf smet.
1:19:37We kunnen het rijk van God niet komen.
1:19:40En dan komt hij met het sacrament van de heidige doop.
1:19:44Wat het bloed van de zaligmaker predikt.
1:19:48En aan het einde.
1:19:51Dan geeft hij zichzelf aan het kruishout.
1:19:54Om de dadelijke schuld te betalen.
1:19:57Om het strafwijzend recht van God te verheerlijken.
1:20:00Bij beide ogenblikken begin.
1:20:04Dan vindt u de naam van de Heer Jezus.
1:20:08Want hij zal zijn volk zalig maken van hun zonden.
1:20:11Bij de geboorte aan Maria gepredikt.
1:20:14En aan het kruis vindt u ook de naam Jezus.
1:20:18Want hij zal zijn volk zalig maken.
1:20:20Zalig maken van hun zonde.
1:20:22Erf schuld.
1:20:24Erf smet dadelijke schuld.
1:20:27Hij is een volkomen borg en middelaar.
1:20:31Buiten ons.
1:20:33Zonder ons.
1:20:35En in de bediening der verzoening wordt ons duidelijk gemaakt.
1:20:38Dat hij voor ons de prijs wilde betalen.
1:20:42Schuld wilde verzoenen.
1:20:44Het recht voldaan heeft.
1:20:48De Satan verpletterd heeft.
1:20:50We gaan er eerst van zingen uit Psalm 56.
1:20:52En daarvan het tweede vers.
1:20:54Maar word ik ooit met bange vrees belaan.
1:20:58Dan zal op u mijn vast betrouwen staan.
1:21:01Ik prijs in God zijn woord.
1:21:04Ik steun voortaan op hem.
1:21:07Zo vlees met dieren.
1:21:08Het tweede vers van Psalm 56.
1:21:11De
1:21:11[GEZANG]
1:23:39middelen gemeente zijn veel geweest in u en in mijn leven.
1:23:44Als het gaat om de onderwijzingen die enige grond tot behoud en zaligheid.
1:23:48De afzondering door het teken van het verbond.
1:23:52Afzondering binnen de omtuining van het woord waar we geboren zijn.
1:23:58En de opvoeding die we genoten hebben wat de meeste toch van ons betreft.
1:24:03En onderwijzing die we gehad hebben.
1:24:06De bediening der verzoening die tot ons is uitgegaan zo menigmaal.
1:24:11En het sacrament.
1:24:13Wat ook het oog wil onderwijzen in die enige grond tot zaligheid.
1:24:20Het oor, de bediening der verzoening.
1:24:23Het oog, het sacrament.
1:24:26Het profetische, het apostolische woord is toch telkens tot ons uitgegaan.
1:24:33En die middelen zijn op zichzelf niet genoeg.
1:24:36Maar we moeten er wel onder verkeren.
1:24:39De Dordtse vader die zei er wanneer wij het...
1:24:43Levend geloof in Christus.
1:24:46Wanneer wij de vrezen des Heren.
1:24:50De roem in God door Christus.
1:24:54De betrachting van de kinderlijke gehoorzaamheid.
1:24:57De vrede van de conscientie.
1:24:59Wanneer wij dat nog niet kennen.
1:25:02Dan moeten wij te meer de middelen waarnemen.
1:25:06Waardoor God beloofd heeft deze dingen in ons te werken.
1:25:12Wat hadden de vaderen, wat hechten ze een grote waarde aan de verkondiging van het woord.
1:25:20Waardoor de Heer belooft dat hij deze zaken in ons wil werken.
1:25:25Het onderzoek, het komen, het horen van het woord.
1:25:30Des Heere biddende om de werking, de levendmakende kracht van de heilige geest.
1:25:37En daarom op grond van zijn roepstem toch te komen.
1:25:42Ondanks uw schuld.
1:25:43De invluisteringen van de vorste duisternis.
1:25:46Wat u ons wijs maakt.
1:25:48Dat het te laat is.
1:25:50Dat we te koud zijn.
1:25:52Dat we te oud zijn.
1:25:54Dat we te ongevoelig zijn.
1:25:56Er is er maar één die ons gevoelig kan maken.
1:25:59Er is er maar één die ons vergeven kan schenken.
1:26:03Er is er werkelijk maar één die werkelijk grondeloze ontverming heeft voor armen.
1:26:08En verloren zondaren.
1:26:10Dat is niet de duivel.
1:26:12Dat is niet de wereld.
1:26:14Dat zijn niet de mensen.
1:26:16Maar als de zonen gods.
1:26:18Christus Jezus.
1:26:19Ons in het evangelie geopenbaard.
1:26:22Ons duidelijk gemaakt.
1:26:24In de bediening der verzoening.
1:26:26Ons voorgesteld.
1:26:27Ook in de bediening van de sacramenten.
1:26:31En dan maar op grond van zijn roepstem.
1:26:34Als hij roept.
1:26:37Om hem toch gehoorzaam te zijn.
1:26:39Als een rechtloze te komen.
1:26:42Als een goddeloze tot hem te roepen.
1:26:45Met een gegronde hoop.
1:26:48Waarop dan gegrond op zijn woord.
1:26:50Op zijn roepstem.
1:26:52Dat hij met een een betuigt geen lust te hebben in onze dood.
1:26:56Maar daarin dat we ons zouden bekeren en leven.
1:27:00David gemeente die zegt.
1:27:03Doe gelijk jij gesproken hebt.
1:27:06Heeft de bekende Eskine een hele preek over gemaakt.
1:27:09Van enkele tientallen bladzijden.
1:27:12Wanneer u elke keer weer het woord raadt.
1:27:14Doe gelijk gij gesproken hebt.
1:27:16U hebt geen lust.
1:27:18In de dood van de zon daar.
1:27:20Doe gelijk gij gesproken hebt.
1:27:24U belooft toch het heil.
1:27:27De vergeving.
1:27:29De verzoening.
1:27:30Doe gelijk gij gesproken hebt.
1:27:33Of zoals Maria het zei gemeente.
1:27:36Dat wonderlijke woord.
1:27:38Wat tot haar kwam.
1:27:39Ze zei eenvoudig.
1:27:41Mij.
1:27:43Naar uw woord.
1:27:45Met het woord gods.
1:27:46Tot hem uit te gaan.
1:27:48Luther gemeente zegt op vele plaatsen.
1:27:51Als we vaak in het gebed zijn.
1:27:53Dan nemen we ons uitgangspunt in.
1:27:55In onze zorgen.
1:27:57In onze noden.
1:27:58We zoeken naar allerlei mooie woorden.
1:28:01Hij zegt.
1:28:02Ik zei maar vaak het gebed.
1:28:03Het onze vader op.
1:28:05Of de geloofsbeleidenis.
1:28:07Of het woord gods.
1:28:09Dat te beleiden.
1:28:10Ook in de gebeden.
1:28:12Daarop te leunen, daarop te steunen.
1:28:14Niet te zoeken naar geschiktheden.
1:28:17Naar mooie volzinnen bij onszelf.
1:28:19Maar te steunen op dat onfeilbare woord.
1:28:24Zoals de dichter het open leed wat we zojuist ook zongen.
1:28:28Doe gelijk, gij gesproken hebt.
1:28:33Sacramentgemeente heeft de heren gegeven vanwege onze bodheid.
1:28:37Vanwege onze hartleersheid.
1:28:40Maar ook tot vertroosting.
1:28:42Het komt onze zwakheid mede te hulp.
1:28:46Een gedurige herinnering.
1:28:49Want kijk u krijgt als de Heer in uw leven komt.
1:28:52Bij de aanvang.
1:28:53Zo'n gevoelige tijd.
1:28:55Zo'n tijd van afhankelijkheid.
1:28:58Zo'n tijd van gebondenheid.
1:29:00Het lijkt niet meer over te gaan.
1:29:02Zo'n teerheid in uw ziel.
1:29:04Maar op een bepaald moment gemeente.
1:29:07Drogen uw tranen erop.
1:29:09En.
1:29:10Komt er in plaats van gevoeligheid.
1:29:12Starheid.
1:29:13En doorheid.
1:29:15Het gevoel wijt.
1:29:17Kijk.
1:29:18Sacrament van het heilige avondmaat.
1:29:20Zegt dat zo treffend altijd.
1:29:21Dat wij midden in de dood liggen.
1:29:25Het leven.
1:29:27Buiten onszelf zoeken.
1:29:29Dus in hem alleen.
1:29:32Doe dat.
1:29:32Tot mijn gedachten is.
1:29:35De zaligheid.
1:29:37Is en blijft.
1:29:38Gods zaak.
1:29:40Is niet afhankelijk van onze gevoeligheden.
1:29:43Heeft geen onderbouwing van onze tranen.
1:29:45U komt wel met tranen.
1:29:47U kent wel gevoeligheden.
1:29:49Maar niet als grond van de zaligheid.
1:29:51Dat is hij alleen.
1:29:53Enige.
1:29:55Volkomen.
1:29:56Offerande.
1:29:57Eenmaal.
1:29:58In de volle destijds.
1:29:59Aan het kruis geschiet.
1:30:02Daar mag u komen met uw tranen.
1:30:04Daar mag u uw gevoeligheden brengen.
1:30:07Hij alleen de eer.
1:30:09En de aanbidding.
1:30:10Dat hij onze aangeboren onreinheid bedekt.
1:30:16Door zijn onschuld.
1:30:18En door zijn volkomen heiligheid.
1:30:20Sacrament van de heilige doop.
1:30:22Dat hij onze dadelijke schuld verzoent.
1:30:26In de weg van recht en van gerechtigheid.
1:30:29Aan zijn offer.
1:30:30Hij alleen.
1:30:33Christus Jezus.
1:30:34De eer.
1:30:35En de aanbidding.
1:30:37Hier in beginsel.
1:30:39Straks in volkomenheid.
1:30:41Amen.
1:30:42Eindigen wij met gewet.
1:30:45Heren, gij bracht ons in dit avontuur rondom dit onderwijs.
1:30:51Hoe gij uw kerk roept en onderhoudt.
1:30:57Verzekerd en vertroost.
1:31:00Vermaand en onderwijst.
1:31:03En telkens moet oproepen onder de bediening van uw woord.
1:31:10Moet duidelijk maken door het sacrament zichtbaar.
1:31:13Dat die enige grond tot behoud en zaligheid buiten ons ligt.
1:31:20Doe het ons verstaan heren.
1:31:22Geef ons dat eenvoudige leven.
1:31:26Dat afhankelijke leven aan de troon uw genade.
1:31:30Gedenk ons in uw sparende trouw en goedheid.
1:31:34Verzoen wat niet was in uw woord bij het spreken en luisteren.
1:31:39Schenk ons ook uw hulp en kracht, ook voor de nieuwe week die begonnen is.
1:31:43Gedenken we alle noden, alle zorgen.
1:31:47Gedenken we ook allen die ook ons land, ons volk moeten beschermen.
1:31:52Het zij het leger op het land, het zij de zeemacht, het zij de luchtmacht.
1:31:58En alle die erbij betrokken zijn, wil ze ook uw hulp, uw kracht ook bewijzen en geven wat nodig is.
1:32:07Heren wil zo in ieder op de plaats waar u ons gesteld hebt.
1:32:10Uw kracht, uw hulp bewijzen.
1:32:13Maar ons bovenal doordringen van de noodzakelijkheid.
1:32:18Van dat oprecht waar zaligmakend geloof.
1:32:23Wat u verheerlijkt.
1:32:25Uw woord bevestigt.
1:32:28Uw zoon alle eer geeft.
1:32:30En onze ziel de zaligheid.
1:32:33Gedenk ons zo in uw getrouwe ontverming.
1:32:36Ook op en over de wegen.
1:32:38Om Jezus willen.
1:32:41Uitgenade.
1:32:42Amen.
1:32:44Wij zingen tot slot Psalm 27.
1:32:47En daarvan het derde.
1:32:48En het zevende vers.
1:32:50Och mocht ik in die heilige gebouwen.
1:32:53De vrije gunst die eeuwig hem bewoog.
1:32:56En ook het zevende vers.
1:32:57Zo het niet had geloofd.
1:32:59Dat in dit leven mijn ziel.
1:33:01Gods gunst en hulp genieten zou.
1:33:03Mijn God.
1:33:04Waar was mijn hoop?
1:33:05Mijn moed gebleven.
1:33:07Psalm 27 vers 3 en 7.
1:33:09[GEZANG]
1:38:52Gaat nu heen in vrede dragende de zegen des heren.
1:38:55De heren zegenen u en behoeden u.
1:38:58De heren doen zijn aangezicht over uw lichten.
1:39:02En zijn u genadig.
1:39:04De heren verheffen zijn aangezicht over u.
1:39:08En geven u vrede.
1:39:11Amen.
1:39:11[GEZANG]