0:00[GEZANG]
10:02Onze hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwe
10:15houdt en eeuwig leeft en die nooit laat varen de werken zijner handen.
10:23Amen.
10:33Christus Jezus zijn Zoon in de gemeenschap des heiligen geestes.
10:40Amen.
10:43Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 133 en daarvan het eerste en het derde vers.
10:50Psalm 133 vers 1.
10:53Ziet hoe goed, hoe liefelijk is het dat zonen van hetzelfde huis als broeders samenwonen.
11:00dat het liefdevuur niet wordt verdoofd.
11:02En ook het derde vers, waar liefde woont, gebiedt den Heren den zegen.
11:07Wat er verder volgt in het eerste en derde vers van Psalm 133.
11:11[GEZANG]
15:19Gemeente, wij openen godsheilig een dierbaar woord eerst in het Oude Testament, in het boek der Psalmen, Psalm 133, en daarna in het Nieuwe Testament, in de eerste brief van de Corinthians,
15:31daarvan het zestiende hoofdstuk, te beginnen bij vers 13, tot en met 24.
15:37Ik noem u eerst Psalm 133 en daarna 1 Korinthe 16 vanaf vers 13 tot en met 24.
15:44Toch vooraf doen wij beleidenis voor het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
15:50Met de woorden van de twaalf artikelen.
15:54Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
16:02En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon.
16:07Die ontvangenis van de heilige geest.
16:11Geboren uit de maagd Maria.
16:14Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.
16:18Is gekruisigd.
16:20Gestorven en begraven.
16:23Nedergedaald ter helle.
16:25Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.
16:30Opgevaren ten hemel.
16:32Zittende ter rechterhand gods.
16:35Des almachtigen vaders.
16:37Van waar hij komen zal om te oordelen.
16:41De levenden en de doden.
16:45Ik geloof in den heidigen geest.
16:49Ik geloof een heidige algemene christelijke kerk.
16:55De gemeenschap der heidigen.
16:59Vergeving der zonden.
17:02Wederopstanding des vleeses en een.
17:06Ik noem u eerst als eerste schriftlezing psalm 134.
17:12Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
17:15[GEZANG]
17:33Die nederdaalt tot op de zoom zijn er klederen.
17:36Het is gelijk de douw van Hermon.
17:39En die nederdaalt op de bergen van Sion.
17:42Want de Heere gebiedt al daar ten zegen.
17:46En het leven tot in de eeuwigheid.
17:51Onze tweede schriftlezing vindt u in 1 Korinther 16 vanaf vers 13.
17:57Waar Gods woord opnieuw tot ons komt.
18:00Waard staat in het geloof.
18:03Houdt u mannelijk.
18:04Zijt sterk.
18:05Dat al uw dingen in de liefde geschieden.
18:09En ik bid u broeders.
18:11Gij kent het huis van Stefanus.
18:13Dat het is de eersteling van de gaaien.
18:16En dat zij zichzelf de heidigen ten dienste hebben geschikt.
18:21Dat gij ook u aan de zodanigen onderwerpt.
18:25En aan een ingelijk die medewerkt en arbeidt.
18:29En ik verblijf mij over de aankomst van Stefanus.
18:33En Fortunatus en Achaicus.
18:36Want deze hebben vervuld hetgeen mij aan u ontbrak.
18:41Want ze hebben mijn geest verkwikt.
18:44En ook ten uwen.
18:46Erkend dan de zodanige.
18:48U groeten de gemeente van Azië.
18:51U groeten zeer in de heren Aquila en Priscila.
18:56Met de gemeente die te hun huizen is.
18:59U groeten al de broeders.
19:02Groet elkander met een heilige kus.
19:04De groeten is met mijn hand van Paulus.
19:08Indien iemand de Heer Jezus Christus niet lief heeft.
19:12Die zij een vervloeking maar een nata.
19:16De genade van de Heer Jezus Christus zij met u.
19:21Mijn liefde zij met u allen.
19:23In Christus Jezus.
19:25Amen.
19:26Tot zover schriftlezingen.
19:28Verenigen wij ons.
19:30In gemeenschappelijk gebed.
19:35Almachtige, eeuwige God, het is aan de avond van deze uw dag dat u ons opnieuw samenbrengt.
19:42Op deze plaats des gebeds of met deze plaats verbonden moet zijn als ouderdom, ziekte of andere omstandigheden.
19:51Het ons niet mogelijk maken om met de gemeente op te trekken, staat u niet in de weg.
19:57U komt tot ons in het gewaad van uw goddelijk woord op deze uw dag.
20:03En wij hebben ons gesteld in de weg van de middelen die u zelf verordineerd hebt, ingesteld hebt, geboden hebt om die waar te nemen.
20:13En die u ook zo menigmaal door al de tijden heen op allerlei plaatsen gezegend hebt.
20:21Naar uw welbehagen op grond van het offer van uw Zoon.
20:25Door de kracht van uw heilige geest, ongedacht en onverwacht.
20:31En onverdiend.
20:32Uw gunst geschonken aan armen verloren zondaren en zonderessen.
20:38En u hebt toegezegd dat zolang de zon en de maan schijnt.
20:43Gij door zult gaan met dat kerkvergaderend werk.
20:47Om onder dat gevallen menselijke geslacht uw gemeente te verkiezen.
20:51Ten eeuwige leven.
20:54Wil dan ook in dit avontuur in ons midden wonen en werken.
20:58Door het woord uw genade.
21:01ons door de kracht van uw geest, bij het spreken, bij het luisteren, leiden en onderwijzen in de verborgenheden van uw Koninkrijk.
21:12Heren, gij hebt een arm met macht, u bent groot van vermogen.
21:17En u hebt toegezegd dat uw woord nooit ledig tot u wederkeren zal, maar dat het zal doen hetgeen u behaagt en dat het voorspoedig zal zijn in hetgeen waartoe
21:29u het zendt.
21:31Wil dan in dit avontuur uw belofte vervullen.
21:35Geven dat er vanuit uw woord er naar uw woord gesproken mag worden.
21:40Of dat gij dan ook door de kracht uw geestes te toepassen bent aan harten van arme verloren mensenkinderen.
21:49Ontferm u zo naar uw warmhartigheden.
21:52In ons zijn geen rechten, zijn geen redenen om enige weldaad van u te ontvangen.
22:01Is nog nooit sinds de zondeval in enig mensenkind gevonden.
22:05Die alle onder de zonde liggen.
22:08En toch hebt u het gedaan op zodanige wijze.
22:12Dat er een schade is die niemand tellen kan.
22:15Uit alle geslacht, volken, natieën, tongen.
22:19Die uw naam de eer de aanbidding toebrengen.
22:22Die ge waardig zijn toegebracht te worden.
22:26Gedenk dan zo heren naar de grootheid uw warmhartigheden.
22:30Wil zo nog uw hulp, uw bijstand betonen bij het spreken en bij het luisteren.
22:36Gedenk u heren ook de arbeid in uw koninkrijk ook die in deze week plaats zal vinden.
22:42Ook de vakantie bijbelclub wil ook als kinderen daar een deel zullen nemen.
22:48En ook doordringen van de boodschap van uw goddelijke getuigenis.
22:53En zo ook uw zegen daaraan verbinden.
22:58Evangelisatiewerk en zendingswerk.
23:01Uw onmisbare zegen.
23:03Wil u die die genadigd eraan verbinden.
23:06En werk ook wat gebeurt in diakonale zin.
23:10Ook uit het midden van de gemeente.
23:13Dichterbij en veraf.
23:14Wil al die arbeid en al degene die gij hebt doen uitgaan.
23:19Uw hulp, uw bijstand.
23:21Niet onthouden dat ze dienstbaar mogen zijn.
23:25In de middelijke weg.
23:27Aan de uitbreiding van uw koninkrijk.
23:29Aan de verheerlijking van uw naam.
23:32Wil ook de kerk gedenken die verdrukt en vervolgd wordt.
23:37In zoveel delen van deze wereld.
23:40Wil ze ondersteuning en sterkte geven.
23:44Als de vorst de duisternis rondgaat als een briezende leeuw.
23:48Of als ze in gevangenissen verkeren of in kampen.
23:53In moeitevolle omstandigheden.
23:56Wilt u ze staande houden in de hitte van de verdrukking.
24:00Gedenken we ook uw volk Israël te beminden naar uw verkiezing onder vater en wil.
24:06Ook in een tijd van alle kanten belaagd en zo lang duurgaal in oorlog gewikkeld.
24:14Heren, het is uw trouwverbond wat u aan hen gegeven hebt.
24:19Beloften die u aan hen geschonken hebt.
24:22Al worden ze steeds.
24:25Meer en meer apart gezet op deze wereld.
24:29Belaagd ook onder ons eigen volk.
24:32Waar de haat de vijandschap toeneemt tegen uw volk.
24:37Maar we nu ze beschermen en bewaren.
24:40Uw beloften vervullen.
24:41Uw naam nog groot en heerlijk maken.
24:45Gedenk u deze ganse wereld.
24:47Oorlogen, geruchten van oorlogen.
24:51Aardbevingen en rampen op allerlei wijze.
24:55U doet op aard aan allerlei schepselen wel.
24:59In uw trouw en onderhoudende zorg.
25:02Maar u bezoekt het aardrijk ook met uw kastijdingen.
25:05Met uw beproevingen.
25:07Met uw slagen.
25:09Opdat we leerden buigen voor uw majesteit en grootheid.
25:14Wil die vrucht nog geven tot roem van uw genade.
25:18U moet zijn met ons land, met ons volk.
25:21Wat zich steeds meer en meer vervreemd.
25:24Van de normen en waarden van uw goddelijke getuigenis.
25:28Wil overheden doen beseffen dat ze uw dieneressen behoren te zijn.
25:33En zo alleen het volk ten goede kunnen dienen.
25:38Heren, door ons beleiden met schaamte, met smart.
25:42Wij hebben u op het hoogst misdaan.
25:45Wij zijn van het heilspoor afgegaan, ja wij.
25:49En onze vaderen tevens.
25:53Toenemende goddeloosheid en boosheid en ongerechtigheid.
25:57Nog een halt toe roepen.
25:59Het vorstenhuis nog denken.
26:01Ook daar bekerende genade geven.
26:04Wat is dat ook ver van zijn plaats.
26:07Ook in geestelijke zin.
26:08Wat zijn er in het voorgeslacht van Oranje geweest.
26:12Die voor uw woord hebben geweefd.
26:14En uw naam ook moedig hebben gevreesd.
26:17Heren wil nog bekerende genade geven.
26:20Wil ook het kerkelijk leven gedenken in alle gebrokenheid en verscheurtheid en verdeeldheid.
26:27U bent toch de koning der kerk.
26:29U vergadert uw gemeente ten eeuwige leven.
26:33En u stoort zich niet aan kerkmuren, aan allerlei meningen en overtuigingen.
26:40Doe het ons ook ervaren in deze tijd dat u doorgaat met uw kerkvergaderend werk.
26:47En wil daar dit avontuur nog voor gebruiken.
26:50Ons niet aanzien in onszelf, maar ons gedachtig zijn.
26:55Om zijn het wil die gij altijd hoort.
26:58Die aan uw rechterhand zit, wie gegeven is.
27:01Alle macht in hemel en op aarde.
27:04Om Christus willen, uitgenade.
27:08Amen.
27:13Gemeente de Zaligmaker heeft gezegd, één ding is nodig.
27:17Het allernodigste, wat is dat?
27:20Dat is de kern van de zaak.
27:21Ook in het waar zaligmakend geloof.
27:25Dat is toch de liefde met een hoofdletter.
27:28Daar is God mee begonnen.
27:30In de stilte der eeuwigheid met de liefde.
27:33Ik heb u lief gehad met een eeuwige liefde.
27:36En daarom heb ik u getrokken met koorden van goede tierenheid en waarheid.
27:41Is ook de kern van de zaak.
27:43Voor alle gelovigen die in hem geloven zullen.
27:46Ten eeuwige leven.
27:49Zij.
27:50Zo zegt een apostel Paulus.
27:51Vallen toch onder diegenen.
27:53Die zijn verschijning.
27:55De openbaring.
27:57De verkondiging.
27:58Van hem de zonen gods.
28:00Hebben lief gehad.
28:02En de noodzakelijkheid van de liefde tot hem.
28:05Beleidt ook de apostel in de woorden van onze tekst.
28:08Die u vindt in het u voorgelezen schriftgedeelte.
28:111 Korinther 16 vers 22.
28:15In Korinther 16, vers 22, waar Gods woord als volgt tot ons komt.
28:20Indien iemand den Heere Jezus Christus niet lief heeft, die zij een vervloeking, maar een nata.
28:29En vanuit deze tekst voor de gemeente willen wij stilstaan bij het ene nodige.
28:35En onze tekstwoorden spreken van een aangrijpende prediking, een krachtige aansporing.
28:43Een ernstige waarschuwing.
28:45En ook een zekere vertrouwsting.
28:48Vanuit onze tekstwoorden.
28:491 Korinther 16 vers 22.
28:52Willen wij stilstaan bij een aangrijpende prediking.
28:55In de tweede plaats bij een krachtige aansporing.
28:58In de derde plaats bij een ernstige waarschuwing.
29:01En in de vierde plaats bij een zekere vertrouwsting.
29:04Maar voordat wij hier nader bij stil hopen te staan.
29:07Gaan we eerst zingen.
29:08En wel uit Psalm 68.
29:11En daarvan het eerste.
29:13En het tweede vers, Psalm 68, vers 1.
29:16De Heere zal opstaan tot de strijd.
29:19Hij zal zijn haters wij tenzijd verjaagd, verstrooid doen zuchten.
29:24En ook het tweede vers, maar het vrome volk in u verheugt, zal huppelen van zielenvreugd, daar zij hun wens verkrijgen.
29:33En evenals vanmorgen deden we u nog mee dat woensdagmiddag de bevestiging zou plaatsvinden van dominee R.
29:41van den Kamp.
29:43En de aanvang van deze dienst is om half drie.
29:46En woensdagavond zal de intrededienstvernoeming er van de kamp zijn.
29:50En deze dienst vangt aan om zeven uur.
29:53Er zal tijdens deze diensten gecollecteerd worden voor diaconie en kerfgoedij.
29:59En alle gemeenteleden worden van harte uitgenodigd om deze diensten bij te wonen.
30:05En in verband met de doopdienst van volgende week zondag is er vrijdagavond doopzitting.
30:12Aanvang 7 uur van de genoemde voornemens geld, zo de Heere wil en we leven.
30:18De collecten in deze dienst zijn in de eerste collecten voor het pastoraat, de tweede voor de kerfhoofdij, de derde voor de aflossend kerk.
30:26Deze collecten worden hartelijk in uw meeldadigheid aanbevolen, terwijl wij zingen uit Psalm 68 vers 1 en 2.
30:34De
30:35[GEZANG]
38:18apostel Paulus gemeente op een bijzondere wijze gearresteerd op weg naar Damascus.
38:24En ook geroepen tot de ambtelijke bediening.
38:26Die heeft een duidelijke en heldere bijbelse boodschap gehad.
38:31Direct vanaf het begin.
38:33Want er staat, het predikt het terstond Christus dat hij de zonen gods is.
38:40En in deze brief heeft hij ook duidelijk gemaakt dat hij van die verkondiging niet afgeweken is.
38:47Als hij ook zegt dat hij niets anders wenst te weten dan Jezus Christus en dien.
38:53Gekruisigd.
38:54Die enige naam.
38:55Dat enige fundament.
38:58Die enige grond.
38:59Tot behoud en zaligheid.
39:02De enige fontein des heils.
39:04Tot rechtvaardiging.
39:05Tot vergeving.
39:06En tot heiligmaking.
39:08Die heeft hij duidelijk gemaakt.
39:10En verkondigd.
39:12De vervulling van de belofte gods.
39:14Reeds in het paradijs toegezegd.
39:17Het vrouwenzaad.
39:18Wat in de volle destijds zou komen.
39:20De voldoener.
39:22Aan dat strafeisend recht van God.
39:24Ten dagen.
39:25Als gij daarvan eet.
39:27Nu is hij als de tweede Adam.
39:30Gestorven.
39:31De dood van ons heeft hij ondergaan.
39:33En het leven verworven.
39:35En zo dat strafeisend recht.
39:38Genoegdoening gegeven.
39:39Hij.
39:40Waar Abraham naar uit zag.
39:42Met verheuging.
39:44Van verre.
39:45Door middel van de offeranden.
39:47Waar Jacob getuigenis van gaf.
39:50Op zijn sterfbed.
39:52Op uw zaligheid wacht ik, o heren.
39:55Waar de profeten van gesproken hebben op onderscheide wijze menigmaal.
40:02Waar de psalmen van gezongen hebben.
40:05Hij wordt hier genoemd in onze tekstwoorden in drie namen.
40:11Hij wordt genoemd in de naam heren.
40:14Dat is de naam van zijn godheid.
40:16Hij wordt dus hier door de apostel duidelijk beleden in zijn...
40:21Goddelijke natuur.
40:22Hij wordt ook beleden in de naam die hij ontvangen heeft.
40:27Bij zijn menswording die van de hemel door de engel Amria geboden is.
40:33De naam Jezus, Joshua, heilaanbrenger, verlosser, de meerdere Joshua.
40:40Hij werd gepredikt voor de geboorte.
40:44En die naam betekent, want hij zal zijn volk zalig maken van hun zonden.
40:50En dan weet u toch dat we niet alleen dadelijke zonden hebben in onze gedachten, in onze woorden, in onze werken.
40:58Maar dat wij in zonden ontvangen en geboren worden.
41:02En in het Rijk van God niet kunnen komen tenzij wij van nieuws geboren worden.
41:08Erf schuld en erf smet.
41:12Wie zal een rijnde geven uit een onrijnde?
41:16Maar nu is hij gepredikt in zijn nederige geboorte.
41:20Opdat hij met zijn onschuld en volkomen heiligheid onze zonde erfzonde.
41:29Waarin wij ontvangen en geboren worden voor Gods aangezicht bedekt.
41:36Dan zegt de bruid in het hooglied als het gaat om zijn geboorte.
41:39Hij is blank.
41:41En diezelfde naam Jezus vindt u niet alleen bij zijn geboorte.
41:45Maar diezelfde naam Jezus vindt u ook aan het kruis van Golgotha.
41:50Daar staat Jezus de Nazarener.
41:53De koning der Joden.
41:55En dan gaat het om die dadelijke schuld.
41:57Die hij daar voldoet.
41:59Die hij daar betaalt.
42:01Door zijn bloedstorting.
42:03Op het kruishout van Golgotha.
42:06En dan zegt diezelfde bruid in het hooglied.
42:08Hij is rood.
42:10Blank bij zijn geboorte.
42:12En rood de dadelijke schuld die hij verzoent.
42:16Bij zijn sterven.
42:18Dan schittert daar opnieuw deze dierbare naam.
42:21Want hij zal zijn volk zalig maken van hun zonden.
42:26Hun dadelijke zonden.
42:28Maar ook hun aangeboren zonden.
42:31Van het prilste begin bedekt hij de aangeboren schuld.
42:36Erfschuld en erfsmet met deze gezegende naam.
42:40En bij zijn sterven verzoent hij de dadelijke schuld.
42:44Daar staat ook gemeente de naam Christus.
42:48Dat is een ambtsnaam.
42:49Dat zijn de drie ambten die hij vervult.
42:52Hoogste profeet en leraar.
42:54De enige hoge priester.
42:56En de eeuwige koning.
42:58En die drie ambten hebben ook alles te maken met het beeld gods.
43:04Waarin we geschapen waren in de eerste Adam.
43:08De kennis.
43:09Het profetisch ambt.
43:11De gerechtigheid.
43:12Het hoge priesterlijk ambt.
43:14En de heiligheid.
43:17Het koninklijke ambt.
43:18Hier wordt hij gepredigd door de apostel.
43:20In deze gezegende namen.
43:24Dat hij het is.
43:26In zijn gezegende ambten.
43:28In de weldaden die hij verworven heeft.
43:32Dat hij de weg, de waarheid en het leven is.
43:37Een boodschapgemeente waarmee de apostel deze brief besluit.
43:42De gemeente van Corinthe.
43:44En toen de apostel een beroep kreeg naar deze gemeente.
43:48Toen heeft de Heer het tegen hem gezegd.
43:50Ik heb veel volks in deze stad.
43:54Veel volks in deze stad.
43:56Dat klonk toch wel bemoedigend.
43:58Maar ook de gemeente van Corinthe was een gemeente na de zondeval.
44:03En buiten het paradijs.
44:05En in deze eerste brief kunt u dat ook duidelijk lezen.
44:08Hoe de apostel de strijd moest aanbinden tegen zonden die gehandhaafd werden.
44:14Tegen dwalingen die de gemeente ingestopen werden.
44:19Tegen de Griekse filosofie die ook daar een belangrijke plaats in schijnt te nemen.
44:261 Korinther 15, het voorgaande hoofdstuk.
44:29Dat spreekt over de opstanding uit de doden.
44:33Waarin de apostel ook duidelijk de dwaling weer legt van de Griekse filosofie.
44:38Die van een opstanding uit de doden niets moest hebben.
44:43En dat ook weerspraken, dat wordt ook weerlegd in deze brief.
44:47De dwaalleraars die ook gezag hadden gekregen in het midden van de gemeente met allerlei meningen.
44:55Ook bepaalde zaken waar ze hun beroep op deden.
44:59Het spreken in tongen waardoor ze invloed trachten te verwerven.
45:03De apostel die zei, ik spreek liever vijf woorden met mijn verstand dan tienduizend in een vreemde taal.
45:11Je had niet zoveel.
45:12Met die onverstaanbare klanken die uitgestoten werden.
45:16En die dan doorgingen voor het werk van de heilige geest.
45:20Als de heilige geest op de pinsterdag wordt uitgestort.
45:23Dan spreken de apostelen geen onverstaanbare klanken.
45:27Maar dan zegt de schare wij horen hem.
45:31In onze talen de grote werken gods spreken.
45:36Maar ook intern gemeent in de gemeente.
45:38U zou zeggen.
45:40Zulke uitnemende leraren.
45:42Als dat deze gemeente toch kende.
45:45Er wordt gesproken van Paulus.
45:47Er wordt gesproken van Cephas Petrus.
45:50Er wordt ook gesproken van Apollos.
45:52Man die machtig was in de schriften.
45:55En wat blijkt in deze gemeente.
45:58Ik hoor onder u dat er nijd, twist en tweedracht is.
46:03Zo zegt de heren.
46:05Zo zegt apostel door middel.
46:07Van de werking van de heidige geest.
46:09Tot deze gemeente.
46:10Nijd, twist en tweedracht.
46:13Dan is er ook nog het gevaar.
46:15Dat er buiten het fundament gebouwd wordt.
46:18Buiten de Christus der schriften.
46:20En dat er gebouwd wordt op hout.
46:23Op hooi.
46:24En op stoppelen.
46:251 Corinthe 3.
46:26Kunt u dat lezen.
46:28Misschien moeten we dan wel denken.
46:30Dat de mens.
46:31Misschien wat de bekeerde mens.
46:33Te veel plaats kreeg in de prediking.
46:36Misschien dat er te veel aandacht was aan allerlei gevoeligheden.
46:40Aan allerlei gestaltes van de mens.
46:42Ook een gevaar in onze tijd.
46:44Dat de bekeerde mens, de christen, meer aandacht soms krijgt in de bediening der verzoening.
46:50Als de christus.
46:52Als de grond der zaligheid.
46:54Dan verschilt u met de bediening de woordverkondiging van deze apostel.
46:59Die niets anders wenste te weten.
47:03Niets anders centraal wenste te stellen.
47:05Dan de Christus der schriften.
47:07Gaat niet buiten gevoeligheden om.
47:09Het gaat niet buiten tranen om.
47:11Het gaat niet buiten de mens om.
47:14Maar waarachtige bekering is toch dit.
47:18Dat wij door het onderwijs van het woord.
47:21Door de werking van de heilige geest.
47:23Leren opwassen.
47:25Niet in onze gestaltes.
47:27Maar door onze gestaltes.
47:30In de kennis en in de genade van Christus Jezus.
47:34Dat wil zeggen.
47:35U achteruit minder worden.
47:38Dat betekent de bedelaarsgestalte.
47:41En niets meer.
47:43Ik zal mij doen overhouden.
47:45Een ellendig en een arm volk.
47:47En die zullen op de naam des heren betrouwen.
47:51Ziet die prediking gemeente.
47:53Hout, hooi en stoppelen.
47:56Zal verbrand worden.
47:58Zegt de apostel in deze brief.
48:01Maar de grond der zaligheid blijft over.
48:04Dan die aandrang die deze apostel gehad heeft.
48:07In de bediening der verzoening.
48:09Hij heeft het toch duidelijk gezegd.
48:11Hij zegt het ook in die tweede brief.
48:13Wij dan wetende de schrik des heren.
48:17Bewegen de mensen tot het geloof.
48:19Zo zijn we dan gezanten van Christus wegen.
48:22Alsof God door ons daden.
48:25Laat u met God verzoenen.
48:28Ziet hier.
48:30Hij wijst op de zonen gods.
48:32Op de Christus.
48:34...der schriften.
48:35En dan staat er in de woorden van onze tekst...
48:37...aangrijpende woorden gemeend.
48:39Daar staat...
48:40...indien iemand een Heer Jezus Christus...
48:43...niet lief heeft...
48:44...die zij een vervloeking...
48:47...dat is wat.
48:48Als u de zaligmaker...
48:50...niet lief hebt...
48:52...dan bent u een vervloeking...
48:54...een anathema.
48:56Zo staat er in de grondtekst.
48:58Een vervloeking die hele schepping...
49:01Die ligt onder de toren van God van nature.
49:04Die ligt onder de vloek.
49:06Het aardrijk is om onze zonde wil, zo zegt de schrift, onder de vloek terechtgekomen.
49:13En in die duisternis is hij als het licht afgedaald.
49:19En onder die vloek heeft hij zichzelf gesteld.
49:23En onder die toren gods heeft hij zijn rug gebogen.
49:27En heeft hij de vloek ontwapend.
49:31Heeft hij de toren geblust.
49:33Heeft hij de zegen verworven.
49:35Heeft hij de overwinning behaald.
49:39En u is nodig door wedergeboorte.
49:42Dat deze borgenmiddelaar de plaats voor ons ontvangt.
49:46Dat hij de centrale plaats krijgt in ons hart.
49:51In ons leven.
49:52Dat we de liefde tot hem leren kennen.
49:56Wie hem niet lief heeft.
49:58Matthew Henry.
50:00De bekende Bijbelverklaarder zegt in zijn verklaring bij de woorden van deze tekst.
50:04Wie hem lastigt.
50:07Wie zijn leer verzaakt.
50:09Wie zijn instellingen veracht.
50:12Hem niet de eer.
50:13Hem niet de aanbidding geeft.
50:16Wat een oordeelgemeente voor de goddeloze.
50:19Die deze borg, deze zaligmaker niet kent.
50:24En dan ook zeker niet lief heeft.
50:27Die voortgaat in de ongerechtigheid.
50:30En in de boosheid.
50:32Dan staat er, die zei, een vervloeking.
50:35En dan komen we wat dichterbij.
50:37Wat een oordeel over de fariseers.
50:39Over de schriftgeleerden.
50:41Die deze zaligmaker niet lief hadden.
50:45Dan zegt een apostel, die zei, een vervloeking.
50:50Dan kunt u de ijver hebben van Jehu.
50:53Wat een ijver had die man.
50:56Wat heeft hij de afgodsdienst, de baalsdienst, ten onder gebracht.
51:01Wat heeft het ganse geslacht van Agab grondig uitgeroeid.
51:06Er bleef niemand van over.
51:08Maar hij had de zaligmaker niet lief.
51:10We kunnen dus een ijver hebben.
51:12We kunnen strijden tegen de afgoden van anderen.
51:16En het kan toch alles nog zijn zonder de liefde tot Christus.
51:21Want toen hij dat gedaan had, toen richtte hij zijn eigen afgoden op.
51:26Ik denk aan koning Saul.
51:29Wat was hij nederig in het begin.
51:31Ze moesten hem achter de vaten vandaan halen.
51:34Toen hij gezalfd werd tot koning over Israël.
51:38Aan het eind van zijn bediening.
51:40Toen sloeg hij de priesters des heren dood.
51:43En hij heeft David de gezalfde des heren.
51:46Zijn hele ambtelijke bediening haast.
51:49Ten dode toe vervolgd.
51:52Maar wat nog belangrijker was.
51:55David die zegt als hij aan de regering begint.
51:58Dan gaat het hem om de ark gods.
52:00Dat is de oud-testementische openbaring van Christus Jezus.
52:05En dan wil hij die ark naar Jeruzalem halen.
52:07Want dan zegt hij, wij hebben ze.
52:09Hoort u hoe hij het zegt?
52:11Hij zegt, wij hebben ze in de dagen van Saul niet gezocht.
52:1740 jaar lang heeft Saul de regering gehad.
52:22Dat heeft hij 40 jaar lang buiten de ark gods.
52:26Die van zijn gunst getuigd kunnen doen.
52:29De oud-testamentische openbaring van de Heer Jezus.
52:33Maar David zegt, die arkt die moet nu komen te Jeruzalem.
52:39Dus kan gemeente.
52:41Gezalfd, koninklijk ambt, maar zonder de liefde van Christus.
52:48Denk aan Judas, ambtsdrager.
52:51Een geroepen apostel.
52:53Door de zonen gods.
52:55Een apostel.
52:56En geroepen door de zaligmaker.
52:59Vertrouwd door zijn medebroeders.
53:02Ze gaven hem de beurs.
53:04Maar zonder de liefde van Christus.
53:08Hij bleek toch een vervloeking te zijn.
53:11Ik denk aan die dwaze maagden.
53:13Wat een schone gestalte.
53:15Ze waren bij wijze van spreken zuiver.
53:18Wat de uitwendige zonderdienst betreft.
53:20Ze hadden een zuivere gestalte.
53:23Ze hadden een goed gezelschap, de wijze maagden.
53:27Ze hadden de lamp van...
53:29Het woord in de hand.
53:30En die lamp die brandde ook nog.
53:33Enige tijd olie.
53:34Kennis in het woord.
53:35Maar toen het ging om de openbaring van de bruidegom.
53:41Toen gingen de lampen uit.
53:43En misten ze de olie.
53:45Misten ze de toepassing van de kracht van de geest.
53:49Zonder dus de liefde tot Christus Jezus.
53:53Zijn verschijning nooit lief gehad.
53:57Daar gaat het maar om.
53:59Een gemeente wil graag helderheid hebben.
54:02U behoort niet tot degene die grote zonden doen.
54:06Integendeel, u leeft netjes bij het woord en bij de waarheid.
54:11Maar u zou zo graag vergeving voelen, rust hebben voor uw ziel.
54:16Helderheid hebben, klaarheid hebben.
54:18Of weggereis naar de eeuwigheid.
54:20Maar de vraag is vanavond voor u en voor mij.
54:23Hebben wij de zaligmaker lief?
54:26Hebben wij liefde tot de Christus?
54:29...der schriften, de zaligmaker van zondagen.
54:32Want een apostel vat waarachtige bekering in enkele woorden samen.
54:38Hij zegt wat u ook hebt, wie u ook bent, wat u ook gedaan hebt...
54:42...wat u ook bezit, welke naam of u hebt.
54:45Maar indien gij den Heere Jezus Christus niet lief hebt...
54:51...dan zijn we een vervloeking.
54:53Wat een ontzaggelijke waarschuwing.
54:56Wat een aangrijpende prediking.
54:59Laat een apostel toch horen.
55:01Kern van de zaak brengt u onder woorden.
55:04We hebben zo vaak zoveel woorden nodig.
55:07Om het een en ander over onszelf te vertellen.
55:09Misschien ook wel in geestelijke zin.
55:11Het is de kern van de zaak.
55:13Hebben wij de zaligmaker.
55:15De Christus der schriften.
55:17Hebben wij die lief.
55:19Mogen we werkelijk ook zingen wel eens.
55:21Met ons hart.
55:22Wien heb ik nevens u omhoog.
55:24Wat zou mijn hart.
55:26Wat zou mijn oog op aarde nevens u toch lusten.
55:31Kennen we dat zoekende leven van de bruid.
55:34In het hooglied.
55:36Die getuigenis geeft tegen de dochteren van Jeruzalem.
55:39Hebt gij ook dien gezien die mij zeer lief hebt.
55:43O die uitschildering van de schoonheid.
55:46Die ze zag in die hemelse bruidegom.
55:49En dat ze het uitroept.
55:50Zulkeen is mijn liefste.
55:52Zulkeen is mijn vriend.
55:54Gij dochteren.
55:55Van Jeruzalem.
55:57Wat een aangrijpende prediking gemeente doet een apostel horen.
56:01Aanslot van die eerste brief.
56:03Maar in de tweede plaats ook een krachtige aansporing.
56:06Want als deze liefde dus ons ontbreekt.
56:09Dan mag ons toch wel een heilige schrik bevangen vanavond.
56:13Dan is dat toch wel een boodschap die tot u en tot mij ook komt.
56:18Ik, arme zondaar.
56:21Verkeer ik nog onder de vloek?
56:23Verblijf ik nog?
56:26O,
56:28dan toch te staan naar waarheid in het binnenste.
56:32Om deze liefde te mogen kennen.
56:34Want liefde is het eerste waarmee God begonnen is.
56:39In de stilte der eeuwigheid.
56:41De liefde van hem.
56:44Waartoe hij zijn zoon geroepen heeft.
56:47De liefde van de vader tot de zoon.
56:51Deze is mijn geliefde zoon.
56:54In de welke ik al mijn welbehagen heb.
56:56En de liefde van de zoon tot de vader.
56:59Die de vader lief had.
57:01Zodanig dat hij de taak op zich nam.
57:05Om dat strafwijzend recht te verheerlijken.
57:07Om de last van de zonde en schuld te dragen.
57:10En ook de liefde die hij had tot zijn kerk.
57:14Het is ook het eerste gemeente in uw hart als de Heer u arresteert.
57:18Ja, dat hebt u misschien niet zo in de gaten.
57:20Dat dat liefde is.
57:22Maar dat is toch het eerste.
57:23De Heere schiet die pijl van het woord af.
57:27Die u treft in uw hart, in uw binnenste, in geestelijke zin.
57:31En die pijl gods is scherp.
57:33Die maakt een zielenwonde.
57:35Maar die pijl is wel in de liefde gods gedoopt.
57:38Het is liefde dat hij u raakt en treft.
57:42Door de kracht van het woord.
57:44En dan ontvangt u een rechte ontdekking aan de majesteit.
57:50Aan de grootheid Gods, maar u ontvangt ook terstond een liefdebetrekking op hem.
57:56Waarachtige bekering gemeente kent.
57:59Schaamte, zijn liefdevrucht.
58:01Schaamte.
58:02Dat kent de droefheid naar God.
58:05Echte droefheid.
58:06Niet dat geschreeuw van Ezo.
58:09En niet dat geroep van Judas.
58:11Maar echte droefheid is een liefdevrucht.
58:14Dat vloeit voort uit de kracht van geest en woord.
58:19Waarmee de Heer ons hart vernieuwt en aangeraakt heeft.
58:23En ons hart doorboord heeft.
58:26Zij roept gemeente, dat u tot mijn bekering is uit liefde.
58:32Zijn kasteiding, zijn beproeving die hij over ons leven zendt.
58:37De last die we moeten dragen.
58:39De moeitevolle weg die we moeten gaan.
58:41De slag die geslagen is tot onze grote smart en droefheid.
58:47Dan gaan we dat toch zien.
58:48Dat het zijn bemoeienissen zijn.
58:50Dat het de weg van hem is.
58:52Dat het naar zijn raad is.
58:54Dat hij pastijd.
58:57Dat hij slaat.
58:59Dat hij ons hart slaat.
59:01Maar dat hij niet van harte slaat.
59:05Maar dat hij het doet uit liefde.
59:08Opdat we weer de buigen voor zijn majesteit.
59:11En voor zijn grootheid.
59:14Deze liefdegemeente die we...
59:16...van nodig hebben.
59:18Die is sterker dan de dood.
59:20Die is harder dan het graf.
59:22Vele wateren...
59:23...zullen het vuur van deze liefde...
59:26...niet uit kunnen blussen.
59:28Het is een bijzondere liefde.
59:31David en Jonathan...
59:32...die kenden deze verbindenis...
59:34...aan de heren, aan zijn zalige dienst...
59:37...en ook die broederlijke liefde...
59:39...tot elkander...
59:39...waarvan we gezongen hebben uit Psalm 133.
59:42I see it, how good.
59:44Hoe liefelijk is het dat zonen, de kroonprins Jonathan en de eenvoudige herderszoon David, als broeders samenwonen dat het liefdevuur niet
59:57wordt verdoofd.
59:58De liefde die de Heer in het hart gegeven heeft.
1:00:02Die liefde gemeente deed Abram uit Ur gaan.
1:00:07En deed hem reizen naar een land waar hij tevoren nooit geweest was.
1:00:13Waar ik nog niets van gezien had.
1:00:15Niet wetende waar ik komen zou.
1:00:18Die liefde die dreef Rut uit Moab.
1:00:21Om haar vader, haar moeder, het land van haar geboorte te verlaten.
1:00:27Om te gaan tot een volk wat ze niet kende van tevoren.
1:00:31Het is alles door die liefdedrang in het hart.
1:00:35Die het hart ingewonnen en overwonnen heeft.
1:00:38Door deze liefdegemeente.
1:00:41De zaligmaker zegt, hij is sterker dan de liefde tot man, tot vrouw, tot kinderen, tot akkers en tot goederen.
1:00:52Wie mij lief heeft, die heeft die haat dat anderen.
1:00:58En haten, dat weet u, heb ik al eens eerder gezegd.
1:01:02Dat betekent niet dat u uw man of uw vrouw of uw kinderen gaat haten als de liefde gods in uw hart komt.
1:01:08Maar haten betekent ook minder achten.
1:01:11De heren de eerste, de voornaamste en de hoogste plaats.
1:01:16Dat eist de zaligmaker.
1:01:18Hem lief te hebben boven alles.
1:01:21De liefde gods.
1:01:22En hoe gelukkig als we als man, als vrouw dat mogen kennen of mogen zoeken van ganser harten.
1:01:29Dat dat niet in de weg staat.
1:01:31Deze liefde gemeente die kende Zaccheus en toen gaf hij alles.
1:01:37En door deze liefde gods verlieten de discipelen.
1:01:42En door deze liefde in het hart geraakt en getroffen.
1:01:46Dan zegt een apostel Paulus.
1:01:48Toen heb ik alles schade en drek leren achten.
1:01:51Om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus.
1:01:57Toen Mozes in zijn kindsheid deze liefde reeds in zijn hart kreeg.
1:02:03Was zo sterk gemeente die liefde die Mozes in zijn hart had.
1:02:07Eerste vier jaar bij zijn moeder die opvoeding.
1:02:10Die was zo sterk.
1:02:12Die liefdekracht.
1:02:1336 jaar.
1:02:15Midden in de wereld.
1:02:16Midden in de afgodsdienst.
1:02:19Midden in de pracht en praal.
1:02:20Van Egypte.
1:02:22Heeft die liefdevlam niet uitgedoofd.
1:02:25Maar.
1:02:26Mozes door die liefdegods.
1:02:28Achter de versmaatheid van Christus.
1:02:31Meerder de rijkdom te zijn.
1:02:33Dan de schatten van Egypte.
1:02:34Want hij zag.
1:02:35Op de vergelding desloons.
1:02:38Hij verkoos liever.
1:02:40met godsvol kwalijk behandeld te worden...
1:02:43dan voor een korte tijd de genieting der zonde te hebben.
1:02:47Door deze liefdegemeente leert u dat uw beste werken...
1:02:52onvolkomen en met zonde bevlekt zijn.
1:02:56Door deze liefde wordt u bewaard...
1:02:59voor harde gedachten aangaande de heren.
1:03:02Maar leert u beleiden.
1:03:05Hij is goed, gaarne vergevende, groot van goede tierenheid.
1:03:10vooral degene die hem aanroepen, die hem aanroepen in der waarheid.
1:03:16Deze liefde geeft u kracht om zijn weg te gaan.
1:03:20Om het pad te lopen wat voor u is uitgedacht.
1:03:24Om het kruis te dragen wat de Heer in zijn raad voor u heeft ontworpen.
1:03:30Om de weg te gaan die hij wil dat u gaat.
1:03:35Deze liefde geeft u ook de kracht om smot, om smaad.
1:03:40Om verachting te ondergaan.
1:03:42Ook van de wereld.
1:03:45Ja deze liefde doet u zingen.
1:03:47God heb ik lief.
1:03:48Want in getrouwe heren.
1:03:50Hoort mijn stem.
1:03:51Mijn smekingen.
1:03:53Mijn klagen.
1:03:54Wat vroeg de heer Jezus aan Petrus?
1:03:57Vroeg hij hem naar de grootte van zijn geloof?
1:04:00Vroeg hij hem naar de sterkte van zijn trouw?
1:04:02Hij vroeg.
1:04:03Hebt gij mij lief?
1:04:06Hebt u mij lief Petrus?
1:04:09En kijk, daar kon de apostel, hoewel hij ontrouw geweest was, hoewel het geloof een flakkerend vlammetje geworden was, enige tijd, daar kon de apostel met
1:04:22geheel zijn hart en ja-woord ook op geven.
1:04:26En de Dordtse vaderen gemeent als ze een beschrijving geven over het werk van de heidige geest, waarvan de zaligmaker zegt, de wind blaast waarheen hij wil, gij hoort zijn geluid.
1:04:38Gij weet niet van waar hij komt en waar hij heen gaat.
1:04:40Al zo is een iegelijk die uit de geest geboren is.
1:04:45Dan zeggen de Dordtse vaderen in het dertiende artikel.
1:04:48De werking van die heidige geest kunnen de gelovigen niet altijd begrijpen.
1:04:54Maar ondertussen stellen zij zich hierin gerust.
1:04:59Dat zij met hun hart geloven en hun zaligmaker lief hebben.
1:05:04Hoort u het?
1:05:05Dordtse leerregels.
1:05:07Hun zaligmaker liefde.
1:05:09Dat weten ze wel.
1:05:10Dat ze hem lief hebben.
1:05:12Met al hun gebrek.
1:05:13Met al hun lek.
1:05:14Met al het tekort.
1:05:15Met al het struikelen en wankelen.
1:05:18Deze liefde.
1:05:20Die doet zitten aan zijn voeten.
1:05:22Met Maria.
1:05:24Deze liefde blijft hem aankleven.
1:05:27Als ook anderen hem verlaten.
1:05:30En beleiden deze reden is hard.
1:05:33Wie kan dezelfde horen.
1:05:36Wilt ge die dan ook niet heen gaan?
1:05:38Heren, tot wien zullen wij heen gaan?
1:05:40Gij hebt de woorden des eeuwige levens.
1:05:44Dat doet de liefde gods.
1:05:46Die liefde blijft aankleven.
1:05:48En die liefde gemeente, die liefde vlam, die blijft ook als het geloof haast tot niet gekomen is.
1:05:58Ook als het trouw maar zeer gering is.
1:06:02Denk aan de discipelen.
1:06:04Achter die gesloten deuren op de vrezen der Joden.
1:06:07Ze hadden hem verlaten.
1:06:09Ze verstanden zijn woorden niet.
1:06:11Kennis was gering.
1:06:13Ze begrepen het kruisevangelie niet op dat moment.
1:06:17Ze verstanden niet moesten Christus niet al deze dingen leiden.
1:06:22En al zo in zijn heerlijkheid ingaan.
1:06:25Ze begrepen het niet.
1:06:27Ze verstanden het niet.
1:06:28En de vrouwen die met de boodschap van de opgestane kwamen.
1:06:33Dat was in hun oren als uiter geklappen.
1:06:35Eén ding hadden ze nog overgehouden.
1:06:37Dat was de liefde.
1:06:38De Heere ontsteekt die liefdevlam in het hart.
1:06:42En die liefdevlam die blijft brandende.
1:06:45Het hoofdkenmerk van waarachtige bekering is herstel in de liefde.
1:06:52We zijn geschapen om liefde te hebben.
1:06:55Godliefde hebben bovenal.
1:06:57En onze naasten als onszelf.
1:07:01Door wedergeboorte krijgen wij weer een beginsel van die liefde gods in ons hart.
1:07:06En dat blijft.
1:07:07Die liefdevlam blijft brandende.
1:07:10U kent dat beeld wel.
1:07:12Uit de christenreizen naar de eeuwigheid.
1:07:15Waar christen in het huis van uitlegger komt.
1:07:18En dan ziet hij dat een vuur brandt onderaan de muur.
1:07:23En er zijn een paar mannen met een ongunstig uiterlijk.
1:07:26En die trachten dat vuur te doven met water.
1:07:30Maar het vuur blijft branden.
1:07:32En dat begrijpt Christen niet.
1:07:34Maar hij zegt uiteindelijk.
1:07:35Kijk nu eens aan de andere kant van die muur.
1:07:37Daar staat die hemelse hoge priester.
1:07:39Die olie blijft werpen op dat vuur.
1:07:43Zodat dat liefde vuur blijft branden in het hart.
1:07:46Die liefde.
1:07:48Tot God en Christus.
1:07:50En ziet gemeente dat werk van de heilige geest.
1:07:54De liefde tot hem.
1:07:55Hij.
1:07:56Die.
1:07:57De strijd gestreden heeft.
1:07:59Het recht verheerlijk heeft.
1:08:01De schuld verzoend heeft.
1:08:03Het offer gebracht heeft.
1:08:05En de gerechtigheid verworven heeft.
1:08:09En God de Vader heeft gezegd.
1:08:11Deze is mijn geliefde zoon.
1:08:15Hoort hem.
1:08:16Als hij u liefelijk lokt en nodig.
1:08:19O alle gedorstigen.
1:08:21Kom tot de wateren.
1:08:23Als hij de vermoeiden en de belasten lokt en nodig.
1:08:28Komt herwaarts tot mij.
1:08:29Allen die vermoeid en belast zijn.
1:08:32Als tollenaren en zondaren.
1:08:35Tot hem naderen.
1:08:36Niet geweigerd.
1:08:38Niet teruggestuurd worden.
1:08:40Maar een plaats krijgen aan de tafel.
1:08:42Ja dan zegt de apostel Paulus.
1:08:44In Hebreën 12.
1:08:46Daar zo'n grote wolk der getuigen.
1:08:50Ganse schrift met al die voorbeelden.
1:08:53Die een duidelijke prediking zijn.
1:08:56Van de onwankelbare trouw van God.
1:08:59Van de ruimte en diepte van zijn welbehagen.
1:09:02Van de kracht van zijn liefde.
1:09:04Zo'n bol der getuigen rondom ons hebben liggende.
1:09:08Laat ons dan afleggen.
1:09:10Alle last en de zonde die ons lichtelijk omringt.
1:09:13Laat ons toch de loop aanlopen.
1:09:15Die ons voorgesteld wordt.
1:09:16Ziende op die overste leidsman.
1:09:19En volleinder des geloofs.
1:09:22De derde plaatsgemeente.
1:09:23Dan spreekt ook de tekst van een ernstige waarschuwing.
1:09:26Die zei, een vervloeking, zo staat er, een anathema.
1:09:31Een uitbanning, een uitsluiting uit de gemeente betekenen deze woorden.
1:09:39Dan behoren wij niet bij de gemeente gods.
1:09:43Dan vallen we niet onder hen die zingen, ik ben, o heren, een vreemdeling hier beneden.
1:09:50Laat u gewoon op reis mij niet ontbreken.
1:09:55Behoor u niet bij het gezelschap waarvan we zongen.
1:09:58I ziet hoe goed, hoe liefelijk is het dat zonen als broeders van hetzelfde huis ook samenwonen.
1:10:06En hoe ernstig is dat dan toch?
1:10:09En wat een krachtige aansporing vinden we dan in de woorden van onze tekst.
1:10:14En er staat in onze tekstgemeente het woord Maranatha.
1:10:19Maran lijkt een Syrisch woord te zijn, zeggen de verklaarders.
1:10:23En dat Maran betekent...
1:10:25De heren en Ata, dat betekent komt.
1:10:29De heren komt.
1:10:31Het wijst heen naar de dag voor het oordeel.
1:10:34Het wijst heen naar de grote dag van het gericht.
1:10:38Als we dus nu geen deel hebben aan de gemeenschap van de heren.
1:10:44Door geest en door woord.
1:10:46Dan zullen wij niet delen in die gemeente die straks zalig zal worden.
1:10:52En daarom...
1:10:53Zegt de apostel, denk erom.
1:10:55Een ernstige waarschuwing.
1:10:57We zijn nog in het heden der genade.
1:11:00In die wel aangename tijd.
1:11:02Maar de Heer komt.
1:11:04Niet tastbaar.
1:11:06Nog niet voelbaar.
1:11:08Nog niet zichtbaar.
1:11:10Toen de ark gebouwd werd, gemeente, 120 jaar lang.
1:11:15En de slagen klonken als een krachtig bewijs van de komende toren van God.
1:11:23Maar ook als een prediking van de weg tot ontkoming.
1:11:26Ark der behoudenis.
1:11:28Die Noach bouwde 120 jaren lang.
1:11:31Ach, zijn tijdgenoten raakten gewend.
1:11:35Aan die slagen die ze horen.
1:11:37Die hamerkloppen.
1:11:39De meesten hadden de schouders overop.
1:11:42Sommigen hadden meelei.
1:11:43Met Noach en met zo'n standpunt.
1:11:46Wat deze man ook uitdroeg.
1:11:48Wat hij predikte als een prediker van de gerechtigheid.
1:11:51En anderen spotten ermee.
1:11:53Ze namen ten huwelijk.
1:11:55Ze gaven ten huwelijk.
1:11:56Tot de dag.
1:11:58Dat de vloed kwam.
1:11:59En verdierf ze allen.
1:12:01Zo staat er in het woord.
1:12:03Toen was het te laat.
1:12:06Schare die stond.
1:12:07Bij het kruis.
1:12:09Waar de ark gods.
1:12:10Aan het vloekhout geslagen werd.
1:12:13De ark die van gods gunst getuigd.
1:12:16Teken van zijn liefde.
1:12:18Van zijn warmhartigheid.
1:12:19Ze spotten ermee.
1:12:21Ze hadden geroepen kruist hem.
1:12:24En toen hij de laatste roep had doen horen over het kruis van Golgotha.
1:12:28Toen ging toch het geweten spreken.
1:12:31Toen sloegen ze op hun barst, zo staat er.
1:12:33En keerden ze terug naar de stad.
1:12:36Maar het was wel te laat.
1:12:39Nog niet te laat om op de Pinksterdag tot God bekeerd te worden.
1:12:44En de apostel zegt gemeente op de Areopagus.
1:12:47En die dag die zou komen.
1:12:50De profetie van Malachi die spreekt over die dag die komt brandende als een oven.
1:12:55En dan zullen alle goddelozen eronder gaan.
1:12:58Maar u lieden die mijn naam vreest, over u zal de zonne der gerechtigheid opgaan.
1:13:05Het woord spreekt van die oordeelsdag.
1:13:08Dat dan geroepen zou worden dat het gebergte valt op ons.
1:13:13Dat de heuvelen bedekt ons voor het aangezicht van die die op de troon zit en voor het lam.
1:13:19Want de grote dag van zijn toren is gekomen.
1:13:23Maar dat gebed zal dan niet gehoord en niet verhoord worden.
1:13:29Hoe belangrijk dan gemeente dat we zijn in het heden der genade.
1:13:33In die wel aangename tijd.
1:13:35Dat het nog is de dag der zaligheid.
1:13:38En dat een apostel u en mij deze waarschuwing geeft.
1:13:43Maranatha.
1:13:44De Heer komt.
1:13:45Hij zal zeker komen.
1:13:47Tot schrik.
1:13:49Van de goddelozen.
1:13:51Zoals we gezongen hebben.
1:13:52In psalm 68.
1:13:54Godloze volk wordt haast tot as.
1:13:57Zal voor zijn oog vergaan als was.
1:14:00Wat smelt voor gloeiende kolen.
1:14:03En zal het dan zo zijn.
1:14:05Dat de mannen van Nineveh.
1:14:07Die goddeloze stad.
1:14:09Zullen opstaan met dit geslacht.
1:14:11En zullen het zelf veroordelen.
1:14:15Dat de koningin van het zuiden gekomen is om te horen de wijsheid van Salomo.
1:14:20En dat wij verkeerd hebben onder de prediking van die meerdere Salomo.
1:14:25En zal ze ons dan veroordelen staande aan de rechterzijde.
1:14:29Dat de moorman zal opstaan en getuigenis zal geven.
1:14:32Van het evangelie wat hij omhelst heeft.
1:14:36Bij het onderzoek van de profeet Isaiah.
1:14:39Onderwezen door Philippus.
1:14:41De heer Jezus gemeente.
1:14:43Hij heeft vaak gesproken van de liefde, maar ook vaak van zijn toren.
1:14:47Hij heeft vaak getuigd van de hemel, maar ook van de hel.
1:14:51Hij heeft vaak een liefdelijke nodiging uitgesproken voor de voornaamste der zondaren.
1:14:57Maar hij heeft ook de toren uitgesproken over al diegenen die zijn getuigenis niet aanvaarden.
1:15:07En die vijandig bleven van de leer van zijn vrijmachtige genaden.
1:15:13Ziet het evangelie van vrije genade.
1:15:17Want het is in de vierde plaatsgemeente ook onze tekst een zekere vertroosting.
1:15:22En dat geldt al diegenen die zijn verschijning hebben lief gehad.
1:15:28Er wordt niet gesproken over een sterk geloof.
1:15:31Over een groot geloof.
1:15:33Er wordt gesproken over de kern van het geloof.
1:15:37Die kern van het geloof is de beleidenis van de Heer Jezus Christus.
1:15:43Is de liefde en dan liefde met een hoofdletter tot hem.
1:15:49Want het is voor u en voor mij dan de liefde van de zelfverlogening.
1:15:54Het is een liefde die ons minder doet worden.
1:15:57Die ons achteruit doet gaan.
1:15:59Het is een liefde die hem de eer, hem de aanbidding ook geeft.
1:16:05En dan al degene die hem beleden hebben.
1:16:09Hem de eer hebben toegebracht.
1:16:12Weet u wat zulke mensen vaak hebben gemeend?
1:16:14Dat ze toch de vrees hebben.
1:16:17Dat het straks nog fout zal zijn.
1:16:19Dat ze straks nog openbaar zullen komen.
1:16:22Als iemand die hem nooit recht beleden heeft.
1:16:27Maar dat drijft ze uit tot de troon van Gods genade.
1:16:30Dat geeft ze geen wanhoopsgedachten.
1:16:33Maar dat geeft ze een gedurig onderzoek.
1:16:36Kijkt u maar in de schrift.
1:16:38David zegt doorgrond me.
1:16:40Beproef me.
1:16:41En zie of er bij mij een schadelijke weg is.
1:16:44Leidt gij mij op de eeuwige weg.
1:16:47En de apostel Paulus roept op.
1:16:49In de brief aan de Korintiers.
1:16:51Onderzoekt uzelf.
1:16:53Beproeft uzelf.
1:16:54Of gij in dat geloof bent.
1:16:57Maar vaak gedacht.
1:16:59Zal straks nog buiten staan worden.
1:17:01Ik noem u John Bunyan.
1:17:03Wat heeft die man getuigd.
1:17:05Van de leer van vrije genade.
1:17:08Wat heeft hij.
1:17:09Schitterende werken mogen schrijven door de kracht van de heidige geest.
1:17:13Om dat duidelijk te maken.
1:17:15Maar voor zichzelf zegt hij.
1:17:17Als ik boven zou komen.
1:17:19Dan zullen toch wel alle hemelklokken luiden.
1:17:23Door meneer Ledeboer.
1:17:25Die zei boven zijn levensgeschiedenis.
1:17:27Genade overvloeiende.
1:17:29Voor een allesverbeurd hebbend zondaar.
1:17:33Dat is toch de taal van een levende kerk.
1:17:36In de laagte.
1:17:37In de diepte.
1:17:38Daar groeien de mitten.
1:17:40Daar zijn de ware gelovigen te vinden.
1:17:42Want weet u wat ze beleven?
1:17:45Dat ze arme zondaren zijn.
1:17:47En blijven.
1:17:49Dat het onverdiende goedheid gods is.
1:17:52Dat het vrijmachtige genade is.
1:17:54Dat wat ze ontvangen in geestelijke zin.
1:17:57Dat ontvangen ze om niet.
1:17:59Uit lautere genade.
1:18:01Er is geen onderscheid.
1:18:02Ze zijn van dezelfde afkomst.
1:18:04Van dezelfde lap gescheurd.
1:18:06Er is niets.
1:18:08In hen om zich te verheffen boven hun naasten.
1:18:11Want ze beleven veel meer als een wereldling.
1:18:15En ze beleven veel meer als een fariseer en schriftgeleerde.
1:18:20Wat de mens in zichzelf geworden is.
1:18:23En wat hij in zichzelf blijft.
1:18:25Dat kent een wereldling niet.
1:18:27En dat leert de fariseer en de schriftgeleerde niet.
1:18:30Maar die door Gods genade geleerd en onderwezen worden.
1:18:34Die leren zichzelf recht kennen.
1:18:37Een mishagen aan zichzelf en hebbend.
1:18:41En voor God zich te verontmoedigen.
1:18:43En hun reinigmaking en zaligheid.
1:18:46Buiten zichzelf.
1:18:47In deze enige naam.
1:18:49Te zoeken.
1:18:50Dan zegt dat teen gemeente.
1:18:52Dat is er ook.
1:18:54Dat verlangen.
1:18:55O heren.
1:18:56Wanneer komt die dag.
1:18:58Dat ik bij u mag wezen.
1:19:00En zien u aanschijn.
1:19:02Geprezen.
1:19:03Zalm 42.
1:19:04Zo zong dat teen.
1:19:06En dan zegt Guido de Bre, die op het schavot gebracht wordt om de leer van vrije genade.
1:19:12Die zegt dat hij een uitzien heeft naar die grote dag.
1:19:17Dan zal blijken dat onze zaak, die nu door wereldlijke overheden en door kerkelijke regeringen als goddeloos en boos verdoemd
1:19:30wordt.
1:19:30Dan zal blijken dat het Gods zaak was.
1:19:34Zijn zaak.
1:19:35Dat het om zijn naam en om zijn werk ging.
1:19:39Ziet een eind aan de aardse strijd.
1:19:42Een eind aan de bittere gevolgen der zonden.
1:19:47Die ook de levende kerk niet voorbij gaan.
1:19:50Ook zij hebben een last te dragen.
1:19:52Een eind aan het zondige zelf.
1:19:55Wat een vertroosting.
1:19:57Een eind ook aan dat eigen ik.
1:19:59Zal er dan zijn nooit meer gehinderd door dat hoogmoedige.
1:20:04Dat goddeloze ik.
1:20:06Wat ons leven lang.
1:20:08Als de Heer in ons leven gekomen is.
1:20:10Ons toch hindert en kwelt.
1:20:12Om hem de rechte eer te geven.
1:20:15Arme zondaars.
1:20:16Arme bedelaars.
1:20:18Ongedacht.
1:20:20Onverdiend.
1:20:21En toch verdiend.
1:20:22In hem.
1:20:23Door hem.
1:20:24De zaligmaker.
1:20:26Van zondaren.
1:20:28Toen ik in Verleden hier in Oudorp was.
1:20:30Kom ik bij een oud-rechtpaar.
1:20:32Ze zijn al lang.
1:20:33In de eeuwigheid.
1:20:35En als dan die man die blind was.
1:20:37Iets kreeg.
1:20:38Om te eten of te drinken.
1:20:40Dan zei hij.
1:20:42Onverdiend.
1:20:43Onverdiend.
1:20:44En zijn vrouw zei.
1:20:45Het is verdiend.
1:20:46Het is verdiend.
1:20:47Ze hadden allebei gelijk gemeend.
1:20:49Onverdiend.
1:20:50Aan onze zijde.
1:20:51Het is verdiend.
1:20:53Tijdelijke weldaden.
1:20:54Maar ook de geestelijke weldaden.
1:20:56In hem.
1:20:57De zaligmaker van zondaren.
1:20:59Maar wat zal het dan toch eeuwig meevallen.
1:21:02Voor al degenen die zijn voetstappen gedrukt hebben.
1:21:06Achter hem het kruis hebben gedragen.
1:21:09Smaatheid hebben geleden.
1:21:10De geestelijke strijd hebben doorworsteld.
1:21:13Om hem de eer en de aanbidding te geven.
1:21:17Dat doorgaande werk.
1:21:19Van vernedering.
1:21:20Van verootmoediging.
1:21:22Maar ook de verheerlijking van hem.
1:21:24De zonen gods.
1:21:25We gaan dat ook eerst zingen uit Psalm 98.
1:21:28En daarvan het vierde vers.
1:21:31Psalm 98.
1:21:33En daarvan het vierde vers.
1:21:36Laat al de stromen vrolijk zingen.
1:21:39De handen klappen naar omhoog.
1:21:42Het gebergte vol van vreugde springen.
1:21:44En huppelen voor des Heeren oog.
1:21:48Het vierde vers van Psalm 98.
1:21:50[GEZANG]
1:24:39Die in de zonen gods gelooft, zo staat er in Johannes 3.
1:24:42Die heeft, die heeft, niet die krijgt.
1:24:45Maar die heeft het eeuwige leven.
1:24:48Maar die de zonen gods ongehoorzaam is.
1:24:52De toren gods die blijft op hem.
1:24:55Die heeft het leven niet.
1:24:57En dan staat er niet de toren gods komt op hem.
1:25:01Maar blijft op hem.
1:25:04Hoe nodig gemeente.
1:25:06Om de boodschap van het evangelie te omhelzen.
1:25:10Voor verachtig te houden.
1:25:12Dat van ganser harten te zoeken met inspanning van al onze krachten.
1:25:17Hoe nodig dat zelfonderzoek, zo hij mij beproeven, zegt Job.
1:25:22Als goud zal ik uitkomen.
1:25:25Doorgrond me.
1:25:26Beproef vrij van omhoog mijn hart wat voor uw oog al wetende steeds open lag.
1:25:32Het is toch niet verkeerd gemeend erom onderzoek te doen, zelfonderzoek te doen.
1:25:37Kan toch nooit fout gaan.
1:25:39Want als u zelf het bedriegt, dan is het toch hoog tijd dat we erachter komen.
1:25:45Dan zijn we nog in het heden der genade.
1:25:47Kan toch nooit fout zijn.
1:25:49Om de maatstaf van het woord ter hand te nemen.
1:25:52Om te smeken om het licht van de heilige geest.
1:25:56En om te zien of er bij ons geen schadelijke weg is.
1:25:59Als er een schadelijke weg is.
1:26:01Hoe gelukkig dat we dan in het heden der genade.
1:26:05Nog tot één keer mogen komen.
1:26:08Theodorus van de Groeg zegt in één van zijn preken.
1:26:11En dat was toch geen man.
1:26:15Het ware geloof niet zou kennen.
1:26:17Dat heeft hij geleerd.
1:26:19Maar hij zegt.
1:26:20Heer als ik me tot nog toe altijd nog bedrogen heb.
1:26:23Maak het dan nu waar.
1:26:24Dan is het alsnog waar.
1:26:26En als het waar mag zijn.
1:26:28Als te midden van de duisternis.
1:26:32Het licht tevoorschijn mag komen.
1:26:34Als het helderheid mag geven.
1:26:36Klaarheid.
1:26:37Dan is het alleen maar tot meerdere verwondering.
1:26:40En grootmaking van de genade van God.
1:26:43Wat hebt gij wat gij niet ontvangen hebt.
1:26:46Het is niet uit u.
1:26:47Het is gods gave.
1:26:50Dus het is niet zo'n best teken toch.
1:26:53Als u het onderzoek weigert.
1:26:57Haat.
1:26:58En als u dat niet wilt.
1:27:01Echt goud kan beproefd worden.
1:27:04Mag beproefd worden.
1:27:05En dat zal dan ook meer.
1:27:08Ook in zijn zuiverheid.
1:27:10Ook openbaar komen.
1:27:12De vruchtende gemeente van Gods genade.
1:27:15De ootmoedigheid.
1:27:17De liefde tot God.
1:27:19Tot Christus Jezus.
1:27:20Tot zijn woord.
1:27:21Tot zijn dienst.
1:27:23Tot zijn dag.
1:27:24Tot alles wat van hem is.
1:27:27Hem te mogen beleiden.
1:27:29Eens in beide naturen.
1:27:31Dat doet een apostel.
1:27:32Waarachtig God.
1:27:33Waarachtig.
1:27:35Rechtvaardig mens.
1:27:36Hem aan te lopen.
1:27:38Om bediend te worden uit zijn drie ambten.
1:27:42Als hoogste profetenleraar.
1:27:43Om onderwezen te worden.
1:27:45In de weg der zaligheid.
1:27:47U mag met uw onkunde.
1:27:49Ook aangaande uw zonder en schuld.
1:27:51Op deze leerschool plaatsnemen.
1:27:54Om door hem onderwezen te worden.
1:27:56Hoe groot mijn zonden en ellende zijn.
1:28:00Stap voor stap.
1:28:01Zal ik u daarin onderwijzen.
1:28:04Als u hem nederig te voet leert vallen.
1:28:06In zijn hoge priesterlijke bediening.
1:28:09Wij die enige offeranden.
1:28:11Volbracht heeft.
1:28:12De prijs betaald heeft.
1:28:14De schuld verzoend heeft.
1:28:16Dat u als leerling dan leert stamelen.
1:28:19Dat ik tegen al Gods geboden.
1:28:21Zware menigmaal gezondigd heb.
1:28:23Geen daarvan gehouden heb.
1:28:25Nog steeds tot alle boosheid geneigd ben.
1:28:28God nog thans.
1:28:30Uit lautere genade.
1:28:31Zonder enige verdiensten.
1:28:33Mij die gerechtigheid en heiligheid.
1:28:35Van Christus Jezus toereken die ik alleen.
1:28:38Door het geloof mij.
1:28:40toeeigenen kan.
1:28:41In zoverre ik zulk een weldaad met een gelovig hart aanneem.
1:28:47In zoverre ben ik dan ook vertroost.
1:28:50Ja, om hem aan te lopen vanwege zijn weldaden.
1:28:54Om te kennen rechtvaardiging, heidigmaking en de toekomst van de heerlijkmaking, de volkomen verlossing.
1:29:03Om te begeren voor nu, in het heden der genade, voor hem te leven.
1:29:09In alle eenvoudigheid, oprechtheid en waarheid en afhankelijkheid.
1:29:16Hij komt gemeente, zo hebben we zojuist gezongen.
1:29:20Hij komt om de aarde te richten.
1:29:23Maranatha staat er in de tekst.
1:29:25De Heer komt, zo betekent dat letterlijk.
1:29:29Hij zal zeker komen.
1:29:31Hij zal niet achterblijven.
1:29:34Dat vergaat de wereld.
1:29:36Maar als het goed is gemeente, moet die wereld...
1:29:40Nu al voor ons vergaan.
1:29:42In die zin.
1:29:43Dat wij hem zoeken van ganser harten.
1:29:47Dat de wereld vergaat voordat wij sterven gaan.
1:29:51Dat wij voor hem leren buigen.
1:29:55Tot hem leren komen.
1:29:57Al zo lief heeft God de wereld gehad.
1:30:01Maar dat u al zo lief.
1:30:04God en Christus.
1:30:07Mag lief hebben.
1:30:09Mag dienen.
1:30:10Dat u de wereld gaat verzaken.
1:30:13Uw oude natuur gaat doden.
1:30:15In een nieuw godzalig leven mag wandelen.
1:30:19In afhankelijkheid aan de troon der genade.
1:30:23In een hartelijke onderworpenheid en verbondenheid aan zijn woord en evangelie.
1:30:29En in de beleidenis van hem.
1:30:32Enige naam.
1:30:33Postel Johannes gemeente heeft zo duidelijk erop gewezen.
1:30:38kern van de zaak is als wij van ganser harten beleiden in afhankelijkheid leren leven aan de troon der genade beleiden dat Jezus is de
1:30:51Christus de zone gods die de wereld komen zal dan is dat het zekerste het vaste het beste bewijs van wedergeboorte hij zijn
1:31:03werk zijn naam alleen de eer amen
1:31:08Eindigen wij met gebed.
1:31:12Heere gij bracht ons in dit avontuur rondom.
1:31:15Dit uw woord.
1:31:18Wil het op ons hart binden.
1:31:21Dat we leren zien.
1:31:23Verstaan.
1:31:23Bij aanvang of voortgang.
1:31:26Dat dat het ene nodige is.
1:31:29De liefde tot hem.
1:31:32Uw zoon.
1:31:34Die uw lief was.
1:31:36Uw lief bleef.
1:31:38En waarvan uw gebied.
1:31:40Hem ook.
1:31:41liefde hebben boven alles.
1:31:43Maak plaats in onze harten bij aanvang of voortgang voor die hartelijke beleidenis, voor die doorleving, voor dat liefdevuur wat
1:31:55u aansteekt en brandende houdt.
1:31:59Als straks geloof en hoop teniet gaan, dan zal de liefde overblijven tot een eeuwigheid.
1:32:08Heren, gedenk u ook deze
1:32:12Gemeente waar we ook in het verleden en ook nog niet zo lang geleden nog wat werkzaamheden mochten verrichten.
1:32:19Heren, gedenk u ze ook in de verdere weg.
1:32:21Als deze week opnieuw een predikant verbonden zal worden aan deze gemeente.
1:32:28Ik wil hem en zijn gezin ook een genadige gunst betonen.
1:32:32En ook geven dat het nog een goede, gezegende tijd mag worden.
1:32:38De binding aan uw woord.
1:32:41Uw gemeente ook in geestelijke zin mag groeien.
1:32:44Uw naam verhoogd en verheerlijk mag worden.
1:32:48Wil al de pastorale arbeid die hier plaatsvindt.
1:32:52Met uw onmisbare zegen achtervolgen.
1:32:55Uw naam daardoor verheerlijken.
1:32:57Maak het ook zo nog woensdag tot een goede.
1:33:00Tot een gezegende dag.
1:33:02En tot een goed begin.
1:33:05Om ook hier het werk voor te mogen zetten.
1:33:09Tot roem van uw genade.
1:33:11Door verzoening over dat wat niet was.
1:33:14Naar uw woord bij ons spreken, bij ons luisteren.
1:33:17Schenk uw zegen over dat wat naar uw getuigenis was.
1:33:21Bind het op onze harten.
1:33:23Tot roem van uw genade.
1:33:25Behoed en bewaar u ons op en over de weg.
1:33:28Gedenk u ook de colleges, kerkeraten, kerfgoedij, notabelen.
1:33:34En al degenen die betrokken zijn bij een goede voortgang van de eredienst.
1:33:38Kosters en organisten.
1:33:40Schenkt u hulp, uw kracht en uw genadige onmisbare zegen.
1:33:45Wij vragen u dit om Jezus willen uitgenade.
1:33:49Amen.
1:33:50Wij
1:33:53zingen tot slot op Psalm 73 en daarvan vers 13 en 14.
1:33:57Vers 13.
1:34:1114.
1:34:12Gaat
1:34:13[GEZANG]
1:39:15u heen in vrede, dragende de zegen des Heren.
1:39:18De Heren zegenen u en behoeden u.
1:39:20De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zij uw genadig.
1:39:26De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:39:32Amen.
1:39:33[GEZANG]