Lukas 24: 47; De Koning van de Kerk zendt Zijn dienaren uit om te prediken

woensdag 26 augustus 2026 · 14:30 uur · Bevestiging ambtsdrager(s) · Ds. D. Zoet · 115 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:57Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren.

10:03Die de hemel en de aarde geschapen heeft.

10:09Die trouwe houdt en

10:13eeuwig leeft.

10:15En die nooit zal laten varen de werken zijn er handen.

10:21Amen.

10:24Genade zij u en vrede.

10:26Van hem die is en die was en die komen zal.

10:32En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:36En van Jezus Christus.

10:39Die de getrouwe getuige is.

10:41De eerstgeborene uit de doden.

10:45En de overste van al de koningen der aarde.

10:50Amen.

10:53Gemeente werden wij deze dienst voortzetten door te zingen uit Psalm 22.

10:58En daarvan het veertiende.

11:01Eerlang gedenkt hier aan het wereld rond.

11:05En ook het zestiende vers, ze komen aan door goddelijk licht geleid.

11:11Psalm 22,

11:12vers 14 en 16.

11:14Het

11:14[GEZANG]

15:46heilig en onvelbaar woord openen.

15:48En wij doen dat in het heilige evangelie naar de beschrijving van Lukas, het 24ste hoofdstuk.

15:56En daaruit willen wij lezen de versen 44 tot en met 53.

16:02Lukas 24,

16:04vanaf vers 44.

16:08Maar eerst doen wij beleidenis van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden uit het eerste hoofdstuk van de Dordtse leerregels, de artikelen 1 tot en

16:20met 5.

16:22En ieder van u die spreken in zijn of in haar hart al dus,

16:28aangezien alle mensen in Adam gezondigd hebben en desvloeks en eeuwigen dood zijn schuldig geworden.

16:38Zo zou God niemand ongelijk hebben gedaan, indien hij het ganse menselijk geslacht in de zonde en vervloeking had willen laten en om de zonde verdoemen.

16:50Volgens deze uitspraken van de apostel, de gehele wereld is voor God verdoemelijk.

16:56Ze hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.

17:00En de bezoldiging der zonde is de dood.

17:05Maar hierin is de liefde gods geopenbaar dat hij zijn enig geboren zoon in de wereld gezonden heeft, opdat een iegelijk die in hem gelooft niet verderven,

17:18maar het eeuwige leven hebben.

17:21En opdat de mensen tot het geloof worden gebracht, zendt God goede tierelijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap tot wie hij wil en wanneer hij wil.

17:33Door wie dienst de mensen geroepen worden tot bekering en het geloof in Christus, den gekruisigde.

17:41Want hoe zullen zij in hem geloven van welke ze niet gehoord hebben?

17:46En hoe zullen ze horen zonder die hun predikt?

17:49En hoe zullen zij prediken indien zij niet gezonden worden?

17:54Die dit evangelie niet geloven, op die blijft de toren gods.

18:00Maar die het aannemen en de zaligmaker Jezus met een waarachtig en levend geloof omhelzen, die worden door hem van de toren gods en van het

18:12verderf verlost en werd het eeuwige leven begiftigd.

18:17De oorzaak of schuld van dat ongeloof, gelijk ook van alle andere zonden, is geen zins in God, maar in de mens.

18:28Maar het geloof in Jezus Christus en de zaligheid door hem is een genade.

18:34Wat van mij geschreven is in de wet van Mozes en de profeten en psalmen.

18:43Toen opende hij hun verstand opdat zij de schriften verstonden.

18:47En zeiden tot hen al zo is er geschreven.

18:51En al zo moest de Christus lijden en van de doden opstaan ten derde dagen.

18:58En in zijn naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden onder alle volken beginnende van Jeruzalem.

19:08En gij zijt getuigen van deze dingen.

19:11En zie, ik zend de belofte mijns vaders op u.

19:15Maar blijft gij in de stad Jeruzalem totdat gij aangedaan zult zijn met kracht uit de hoogte.

19:23En hij leidde hen buiten tot aan Bethanië.

19:26En zijn handen opheffende zegende hij hen.

19:30En het geschiedde als hij hen zegende dat hij van hen scheide en werd opgenomen in de hemel.

19:37En zij aanbaden hem en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.

19:43En ze waren al een tijd in de tempel, lovende en dankende God.

19:50Amen.

19:53Gemeente, wij willen de heren gaan vragen om een verbeurde, een niet verdiende, maar zo onmisbare zegen laten wij bidden.

20:06Gij zijt het heren van hemel en aarde die

20:11ons aan de middag van deze woensdag hier samenbrengt in een bijzondere dienst en bij een bijzondere gelegenheid waar

20:23een nieuwe predikant voor de gemeente van Oudorp bevestigd staat te worden.

20:30En vanavond intrede hoop te gaan preken.

20:35O heren, dan bent u het die deze dag geeft.

20:40Elke dag bent u de God die alle dingen leidt.

20:44U leidt het leven, heren, van mensen persoonlijk, ook van uw knechten.

20:50U leidt ook het leven van de gemeente en van uw kerk.

20:55Want als hele kleine, nietige mensen willen wij dat ook vanmiddag beleiden.

21:01Dat u, o God, alle dingen regeert.

21:05Dat u vanuit uw hemelwoning...

21:08de vaste woonplaats van uw eer...

21:12vanuit uw troon...

21:14alle dingen bestuurt en leidt.

21:18En zo, heren, was het bij u van eeuwigheid bekend...

21:22dat deze dag zou aanbreken.

21:25En dat dominee van de Kamp bevestigd zou worden in deze...

21:32...dienst en gemeente...

21:34...geroepen van elders...

21:37...gezonden door u...

21:39...om ook te midden van dit volk...

21:42...hier aan de zee...

21:45...de hedderstaf op te mogen gaan nemen...

21:48...en onder hen in en uit te gaan als onderhedder...

21:53...om

21:55heren door middel van de prediking...

21:56...uw woorden aan de gemeente bekend te maken...

22:01Maar ook door de gemeente pastoraal te bearbeiden in de huizen, in de verpleeghuizen, in de ziekenhuizen.

22:10En zo mogen wij toch zien, o God, uw trouwe zorg voor de gemeente van Oudorp.

22:19Dat u het in zijn hart hebt gegeven om de roep te beantwoorden.

22:24En over te komen naar deze plaats om te helpen.

22:28En heren, daartoe bidden wij of u hem wilt helpen.

22:33En of u hem alle moed en kracht wilt geven, ook voor het vele werk wat in deze grote gemeente op hem wacht.

22:42Heren, als we onszelf hebben leren kennen, dan weten we dat wij zelf ook als dienstknechten zwak van moed zijn, klein van krachten.

22:52Maar heren, tot op de huidige dag heeft hij kracht van u gekregen.

22:57En mag hij staan en ook straks staan in deze gemeente.

23:03En dat hij dan mag leven ook bij die woorden welzaligheid die al zijn kracht en hulp alleen van u verwacht.

23:11O heren, geef hem dat de zaaimand van week tot week gevuld zal zijn.

23:18Opdat hij mag uitdelen, een uitdeler mag zijn van die menige lij genade gaven van u.

23:25En dat hij, heren, mag strooien over de akker van de gemeente.

23:31Dat hij uw woorden mag bekendmaken, wilt u die leggen in zijn hart en op zijn lippen.

23:36En dat zo naar de zin en de mening van u, o God, de Heilige Geest, de gemeente bearbeid mag worden.

23:45Geef hem daartoe alles wat nodig is.

23:48En schenk hem daartoe uw nabijheid ook telkens te mogen ervaren.

23:54Dat u geen land van huidigste duisternis voor hem zult zijn.

23:58Maar weest u zijn licht en zijn heil.

24:01Dat hij op u mag hopen.

24:04En dat hij mag ervaren.

24:06Dat u van hem af weet heren.

24:08Dat hij die roept getrouw is.

24:10Die het ook doen zal.

24:13Dat bidden we ook voor zijn vrouw heren.

24:16Ook zij heeft de overgang vanuit opheusde meegemaakt.

24:19Ook haar hart.

24:20Hebt u gewillig en bereid gemaakt.

24:22Om haar man ook te volgen.

24:25En daarin uw stem te volgen.

24:28Geef ook haar wat nodig is, heren.

24:30En de nieuwe pastorie aan de prekelaan.

24:33En geef ze zo beide samen.

24:36Uw nabijheid, uw gunst te mogen ervaren.

24:41Want dan is het goed, heren.

24:43Want uw gunst sterkt meer dan uitgezochte spijzen.

24:48We dragen heel het gezin ook aan u op, heren.

24:52Ook zij hebben het meegemaakt, weliswaar.

24:55Wat meer op afstand.

24:58Maar toch betrokken ook op vader en moeder.

25:01De grootouders, heren, gedenk ze alle.

25:05Ook als de afstand wat groter geworden is tot de meeste kinderen.

25:09Heren, dat ze ook mogen ervaren dat het een band is die ook de afstand overstijgt.

25:16En willen we ook zijn dan met Willeke de dochter in Kroonheim, heren Uddel.

25:21Ook verder weg, maar geef ook haar wat nodig is.

25:26In haar omstandigheden.

25:29O heren, gedenk u zo aan de gemeente.

25:32We dragen haar aan u op.

25:35Heren, wat bent u goed dat u nog een nieuwe knecht wilde afzonderen.

25:40Nadat verschillende beroepen ook met een bedank moesten worden beantwoord.

25:46En heren, dan geeft u nog in uw goedheid en trouw een onderhedder.

25:52Maar al die jaren door ook.

25:55In de vakante periode bent u de grote header geweest.

25:59En daar mogen u ook voor dank zeggen, heren, voor die trouw.

26:02En die onbezweken goedheid.

26:06En zo dragen we ook de raad van de kerk, de mannenbroeders, aan u op.

26:11Geef u, heren, schouder aan schouder te mogen staan.

26:14De belangen van de gemeente, de kroonrechten van de koning van de kerk te mogen dienen.

26:21En dat bij alles gevraagd zal worden, heren, wat wilt gij dat we doen zullen?

26:25En maak ons uwe wegen door uw woord en gijs bekend.

26:29En schenkt u dan aan hedder en leraar, aan ouderlingen, diakenen, de kerkvolgdijden, kostende organisten en alle die een taak hebben met het geheel van de gemeente.

26:41Dat er varen mag worden, dat uw zegen, heren, geschonken wordt.

26:47En dat het leven tot in eeuwigheid ontvangen mag worden.

26:51Ja, heren, dat het dienstwerk, het ambtelijk werk gebruikt mag worden.

26:56Om zondaren toe te brengen, maar ook om uw kinderen te voeden en te onderhouden.

27:02Dat ze teerkost mogen krijgen op hun levensweg.

27:07En mogen ervaren dat u ook geestelijk hen bij de hand wilt nemen.

27:13En zo bidden we, heren, of u wilt zijn met de zorgen, de noden.

27:17Die er ook zijn in deze tijd.

27:20Roepstemmen die tot ons komen.

27:22O heren.

27:23Wat is het dan groot als mensen mogen weten.

27:27En als daar een getuigenis mag liggen.

27:30Dat heren sterven erven mocht zijn.

27:34Jaloersmakend.

27:35Maar als we misschien denken het zal voor mij niet kunnen.

27:39O heren dat we dan ook op deze dag moed mogen krijgen.

27:43En mogen zien.

27:45Dat bij u alle dingen mogelijk zijn.

27:47Dat u door wilt gaan met uw kerkvergaderend werk.

27:52Dat u heren als die getrouwe herder.

27:55Nog wilt roepen uit de duisternis en brengen tot uw wonderbaar licht.

27:59We bidden om een zegen over deze middagdienst en de avonddienst.

28:04Wil met uw lieve geest in de raderen zijn.

28:07Wil ons allen gedenken.

28:10In spreken, in het luisteren.

28:13In het uitspreken van het ja-woord.

28:16Mogen we het alles binnen doen.

28:17In stijl en diepe afhankelijkheid van u.

28:21En zou willen geven dat deze dag en diensten mogen uitlopen.

28:25Op de lof en de eer van u nooit genoeg.

28:28Naar waardevol prezen naam.

28:31Dat gij, o God, verheerlijk zult worden in uw eigen werk.

28:37Want u gaat door naar uw welbehagen.

28:40Naar uw eeuwige raad.

28:43En naar uw voorzienige leiding.

28:45O heren mag het ook moed geven.

28:48Temidden van de moedbenemende tijd waarin we leven.

28:51Met zoveel verval en afval.

28:55Met zoveel afwijken.

28:57Dat uw getrouwe hedder.

28:59Het spoor van uw woord wil trekken.

29:02Ook in de gemeente van Oudorp.

29:05En u zei met alle die van elders ook gekomen zijn.

29:09Wil u zijn, heren, met uw knechten vanmiddag ook aanwezig.

29:14Amstdragers, we bevelen hen allen u aan.

29:18Want tot wie zouden we heen gaan dan tot u alleen?

29:22Gij hebt de woorden van het eeuwige leven.

29:25En ontslui die woorden voor onze harten.

29:28En onze gesloten harten voor uw woorden.

29:32En dat uw woord heerschappij zal voeren.

29:36In ook de levens...

29:38Van een ieder onze.

29:40De kinderen.

29:41Die er ook vanmiddag zijn.

29:43De jongeren.

29:44Gedenk ze.

29:45Gedenk uw oude geslachten.

29:48En vervul wat we zongen.

29:50Ze komen aan.

29:51Door goddelijk licht geleid.

29:54Hoor en verhoor ons.

29:57Getrouwe ontfermer in de hemel.

29:59Niet uit verdiensten of waardigheid.

30:02Want het is er bij ons niet.

30:04Maar gedenk naar de trouw van uw verbond.

30:07En de grootheid van uw barmhartigheden.

30:10Om Jezus, uw slieve zoonswil.

30:14Die met u en de heilige geest.

30:17Eén ene God.

30:19Leeft en regeert in alle eeuwigheid.

30:23Amen.

30:27Gemeente, u mag uw gaven gaan geven in een tweetal collecten voor diakonie en kerkvogdij.

30:34Bestemd en de collecten worden hartelijk.

30:36Bij u allen in milddadigheid aanbevolen.

30:40Wij gaan zingen van Psalm 119.

30:42Het zevende, het drieënvijftigste en het vijfenzestigste vers.

30:48119 vers 7, 53 en 65.

30:54Geliefde

30:54[GEZANG]

38:43gemeente.

38:45Toen de Heer Jezus afscheid nam van zijn discipelen op aarde.

38:51Heeft hij die bekende woorden uitgesproken.

38:54En zie.

38:57Ik ben met u lieden al de dagen tot de volleinding der wereld.

39:05Heer Jezus beloofde met zijn kerk te zijn alle eeuwen, alle tijden, alle dagen door.

39:15En dat dat woord waar is.

39:18En dat hij dat woord vervult tot op de huidige dag.

39:24Dat zien we ook heel in het bijzonder als vanmiddag een nieuwe header en leraar.

39:29in uw midden bevestigd staat te worden.

39:34De Heere laat zien, ook vanmiddag in deze dienst...

39:39zijn zorg en zijn trouw.

39:44En dat voor een gemeente, wat ook oudorp is, buiten het paradijs.

39:51Voor mensen die, zeker als ze zichzelf hebben leren kennen...

39:56toch moeten zeggen, maar ik ben ontrouw.

40:00En dat komt ook heel een bijzonder tot uitdrukking vanmiddag.

40:04In het tekstwoord waar we met Gods hulp en onder de inwachting van de Heilige Geest over willen spreken.

40:13Dat de Heere doorgaat.

40:15Dat de Heere roept en zendt.

40:18Het tekstwoord dat vindt u en jij.

40:20In vers 47 van Lukas 24 deze woorden en in zijn naam.

40:27Gepredikt worden bekering en vergeving der zonden onder alle volken beginnende van Jeruzalem.

40:36Thema voor vanmiddag is, dat schrijven we boven de preek en onder de tekstwoorden, de koning van de kerk zendt zijn dienaren uit om te prediken.

40:49De

40:51eerste gedachte waar we bij stil willen staan is de opdracht tot die prediking.

40:56De tweede plaats letten we op de inhoud ervan.

40:58En ten slotte het adres aan wie wordt nou de prediking, de boodschap gericht.

41:04De koning van de kerk zendt zijn knechten, zijn dienstknechten uit om te prediken.

41:11De opdracht, de inhoud en het adres.

41:17Lukas 24.

41:19De heer Jezus Christus neemt aan het slot van dit hoofdstuk afscheid.

41:25Het zijn de laatste woorden.

41:28En het valt op dat het steeds over iets gaat wat geopend wordt.

41:35Het graf van de Heer Jezus Christus is geopend.

41:40Het verstand van de discipelen wordt geopend, vers 45.

41:46De hemel wordt geopend en neemt de Heer Jezus op.

41:51En de Heer zorgt voor de opening ook.

41:56Zongen wij daar zojuist van de opening van uw woorden zal gewis gelijk een licht donker op doen klaren.

42:03Het

42:05gaat als het ware in één adem door, vers 46.

42:08Al zo, Heer Jezus geeft onderwijs aan zijn discipelen, is er geschreven.

42:17Bijbelsonderwijs vanuit de schriften vanuit de wet van Mozes, de profeten en de psalmen.

42:23Het was allemaal al voorzegd, al zo is er geschreven en al zo op diezelfde wijze moest de Christus lijden.

42:33En van de doden opstaan ten derde dagen.

42:38En dan gaat de heer Jezus in één adem door in vers 47 en in zijn naam gepredikt worden.

42:46Hij moest lijden, hij moest sterven, hij moest opstaan van de doden en er moet.

42:56Gepreikt worden.

42:58Dat heeft alles met dat goddelijke moeten te maken.

43:03Dat moeten van het welbehagen van de heren.

43:09Zo komen we ook tot deze middag.

43:14Het moet het welbehagen van God.

43:17Die zegt mijn raad zal bestaan.

43:22En waarom moet er dan gepreikt worden?

43:25Want het heeft alles te maken met vers 46.

43:28Waar eigenlijk het heilswerk van de heren Jezus.

43:32In samenvatting beknopt wordt genoemd zijn vernedering, zijn verhoging.

43:38Dat moest allemaal gebeuren, maar

43:42dat moet nou ook gepredikt worden, die boodschap van hem.

43:46Het heil in de Heer Jezus Christus moet verkondigd en bekend worden gemaakt.

43:53Dat mag niet onder stoelen of banken blijven, verstopt liggen.

43:59Maar het moet gepredikt worden vanaf de daken en vanaf de kansel.

44:03Ook hier in Oudorp.

44:06Dat hij al verwonnen heeft.

44:09Dat hij de dood verslonden heeft tot overwinning.

44:13Dat hij betaald heeft.

44:15Dat hij aan het recht van zijn vader voldoening heeft geschonken.

44:20Dat de duivel verpletterend is verslagen.

44:24Dat de overwinning is aan God en zijn Christus.

44:28Dat moet.

44:30Gepredikt worden.

44:32Die ene weg, die ene naam.

44:36Die drie stukken.

44:38Het werk dat Christus gedaan heeft voor zondaren.

44:44Dat wil de Heer uitwerken in zondaren.

44:47En daarvoor gebruikt Hij de prediking.

44:52Om wat de Heer Jezus verdiend heeft, die volheid.

44:56Om het uit Hem te nemen door de Heilige Geest.

45:00En toe te passen in zondaars harten.

45:03Daarvoor gebruikt de Heer de prediking.

45:06En daarom gebeurt het onder de verkondiging van Gods woord.

45:10O zeker, de Heer kan het ook op een ander plekje, plaatsje, tijdstip doen.

45:14Maar gemeente, het

45:17is de gewone weg dat de Heer werkt door middel van de prediking van het woord.

45:23Dat is het middel.

45:25Om uit die volheid van hem, zijn eigen zoon, arme zondaren te bedienen.

45:34Om het door middel van de prediking toe te passen, weg te schenken.

45:38Dat je erin mag gaan delen, heel persoonlijk.

45:43En dat is nou het werk ook straks van uw nieuwe dienaar van het woord.

45:48Naast dat hij ook de huizen langs gaat, maar dan met datzelfde woord als waar hij ook zondags mee hier op de kansel zou mogen staan.

45:58Prediken.

46:00Eigenlijk is dat het werk van een heroud.

46:04In vroege tijden had je herauten die de koning voorop gingen.

46:10Die de wil en de wetten van de koning bekend maakten aan de mensen, aan het volk, aan de onderdanen.

46:19En die het zeiden, al zo spreekt en wil onze koning.

46:25En of mensen nou wilden horen of niet.

46:29Of mensen nou genegen waren om naar de woorden van de herauten die namens hun koning kwamen te luisteren.

46:37Of niet, dat deed er niet toe, dat deed niet mee.

46:41De opdracht van de herauten was, breng de boodschap over.

46:47Verkondig het aan het volk in alle getrouwheid.

46:52Daartoe werden herauten toen de tijd geroepen.

46:57Maar zo is het ook met dominee van de kamp.

46:59U nieuw te bevestigen dienaar van het goddelijke woord.

47:06Hij wordt gezonden namens de koning van de kerk.

47:09De koning der koningen.

47:12Om gods wil, de wil van de koning, de wetten van de koning.

47:18Aan u en jou bekend te maken.

47:22En zo is de prediking dus een koninklijke proclamatie.

47:27Die in de naam van de Heer Jezus gebracht worden.

47:30En in zijn naam, de naam van Christus gepredikt worden.

47:36Dat wil dus zeggen, godsknechten.

47:38Die komen niet op eigen initiatief.

47:42Die

47:44komen niet in eigen naam.

47:46Maar

47:48die komen in de naam van hun zender.

47:51Dat betekent allereerst in opdracht van hun meester.

47:56Hij geeft de lastbrief.

48:00Ja dan moet je afscheid nemen van je oude gemeente.

48:05En dan maakt de Heer de weg vrij naar een andere plek.

48:11Dan wordt je geroepen in

48:14zijn naam prediken.

48:17Ik hoop dat u dat mag merken ook straks in bijzonder.

48:20Als uw eigen herder en leraar mag voorgaan.

48:24Van zondag tot zondag en ook door de weeks.

48:27Hij komt niet met zichzelf.

48:29Hij komt niet namen zichzelf.

48:32Maar hij komt.

48:34In de naam van zijn zender.

48:36Hij komt, ja waar komt hij vandaan?

48:37Op huis.

48:38Nee, hij komt bij God vandaan.

48:42En hij komt bij God vandaan op.

48:46Om zo tot ons mensen de boodschap van het woord te brengen.

48:51Maar het wil niet alleen zeggen in opdracht van.

48:56Als er staat in de naam van de Heer Jezus spreken.

49:00Het wil ook zeggen op grond van die naam spreken.

49:05De naam van de Heer Jezus is de grond voor de prediking.

49:09Neem die naam weg.

49:13En godsknechten hebben geen boodschap.

49:17Ze komen tot u, tot jou.

49:21Ook uw nieuwe herder en leraar op grond van

49:26de naam van de Heer.

49:27Al zo zegt de Heere, Heere.

49:31Op

49:33grond van die naam klinkt de boodschap.

49:36De dragende grond van de prediking, want de zaligheid is in geen ander.

49:41Er is ook onder de hemel, onder de mensen, geen andere naam gegeven door welke wij moeten zalig worden.

49:52In zijn naam, dat is de naam Jezus allereerst.

49:56Zalig maken betekent toch die naam, jongens en meisjes?

50:00Dat wordt toch gezegd van de geboren zaligmaker.

50:03Gij zult zijn naam heten Jezus, want hij zal zijn volk zalig maken van hun zonden.

50:11Maar bij zijn naam denk ik ook aan zijn ambtsnaam, Christus.

50:17Gezalfd tot dat drievoudige ambt van profeet, priester en koning.

50:25Een profeet en leraar om al de raad van God bekend te maken.

50:31Dat is de Heer Jezus in de allereerste en in de allerhoogste plaats.

50:35Maar ook enige hoge priester.

50:37Die met het offer van zijn eigen leven de schuld der zijnen heeft verzoend.

50:43En dagelijks voorbidt bij de Vader.

50:47En zegend als hoge priester is hij gezeten in eeuwigheid.

50:53Maar zo ook de eeuwige koning.

50:55Dat wil zeggen hij heeft koninklijke macht.

50:59Die brengt zondaren toe en al zijn onderdanen regeert hij.

51:04Door woord en geest en bewaart en beschut hij bij de verkregen verlossing.

51:11In zijn naam.

51:14Jezus Christus.

51:17Dat is de naam waaronder ook uw nieuwe dominee zal werken.

51:22Dat is de werknaam in het koninkrijk van God.

51:28Speters en Johannes worden ondervraagd door de hoge raad.

51:32Over die weldaad aan die kranke man.

51:34Die zieke man.

51:35Die kreupelen bij de poort.

51:37Genaamde schone geschiet.

51:40Dan vragen ze aan hen.

51:42In welke naam hebben jullie dat gedaan?

51:44En dan zeggen ze.

51:45In zijn naam.

51:47Hebben we dit wonder mogen en moeten doen.

51:49In zijn naam.

51:52Wat heerlijk he.

51:54Want in die naam van de Heer Jezus Christus.

51:56Ligt nou heel dat borgwerk.

51:58Tot verheerlijking van God de Vader.

52:01En tot zaligheid van Gods kerk.

52:05Wat een naam.

52:09Onze namen moeten eraan, ook van Dominees.

52:12Maar

52:14zijn naam moet en zal eeuwig eer ontvangen.

52:18Het is een naam boven alle naam.

52:21Omdat

52:22in de naam van Jezus Christus ook in Oudorp zich alle knie zal

52:28buigen.

52:30Zijn wel door de knieën gegaan, gemeente.

52:34Vanwege de machtige naam van hem.

52:37In zijn naam zich alle knie...

52:42Uw oude knieën, jouw jonge knieën zou buigen.

52:47Nou in die naam van hem ligt ook de kracht.

52:52Want prediken dat zal vanwege de naam van hem niet te vergeef zijn.

53:02Zijn woord zal niet ledig terugkeren, maar doen wat hem behaagt.

53:08In de naam van de Heer Jezus ligt dan alles besloten.

53:13In die naam van hem ligt heel het heil.

53:18En daarom prediken in de naam van de Heer Jezus is niet ijdel, is niet leeg, maar dat mag met verwachting op zegen gebeuren.

53:32Dat als in zijn naam gepredikt wordt bekering, dat ook werkelijk zondaren zich bekeren en tot bekering zullen komen.

53:41Dat als in zijn naam gepredikt wordt vergeving van de zonde, dat ook daadwerkelijk mensen worden afgewassen van hun zonde.

53:52Dat als in zijn naam gepredikt wordt tot gesloten en gevangenen, kom uit.

53:57Dat de boeien zullen afvallen en gevangenen in de vrijheid zullen worden gesteld.

54:03Als er gepredikt wordt in zijn naam, leef.

54:06Ja, in uw bloeden zeg ik u, in zijn naam leef.

54:10Dan mag het de verwachting zijn dat dode zondaren uit hun zonde graf zullen opstaan.

54:18En zullen gaan leven tot eer van Gods naam.

54:23En daarom gemeente mag een dienaar van het woord.

54:26Maar ook een gemeente aan

54:29wie het woord gepredikt wordt.

54:31Alle hoop en verwachting hebben van die enige naam.

54:37Om op te zien tot hem.

54:39Om te smijken zegen ons in Jezus naam.

54:45Het ligt dus vast in hem.

54:48Dat mag ook van alle kram bevrijden.

54:52Dat wij niet hoeven te doen in spreken of in het luisteren, maar dat Hij het doet.

54:58Dat Hij ervoor instaat, dat Hij erachter staat.

55:01Ja, Hij die erachter staat, komt er ook één keer op terug.

55:08En dat is ook goed om te bedenken.

55:11Dat we verantwoording moeten afleggen van iedere preek die we gehouden, die we gehoord hebben.

55:19Dat we rekenschap moeten afleggen voor Hem.

55:23In zijn naam.

55:25Zo mag u gaan.

55:28Uitgaan onder dit volk.

55:30Ook samen met uw vrouw.

55:34En zo geven de heren dat ook ervaren mag worden wat Jezaja al heeft geprofiteerd.

55:42Dat het welbehagen des heren gelukkiglijk zal voortgaan.

55:48Door zijn hand, de hand van Christus in zijn naam alleen.

55:55Heerlijk he?

55:57Dan mag je alles van de heren verwachten die de opdracht geeft om te prediken.

56:02Maar ook die de inhoud bepaalt van de boodschap van de prediking.

56:10Want dat staat in onze tekst en in zijn naam gepredikt worden.

56:13Ja, wat moet er gebracht worden?

56:14Wat moet er verkondigd worden?

56:16Wat moet er geproclameerd worden?

56:19Twee dingen worden er genoemd door de zaligmaker.

56:22Bekering en vergeving der zonden.

56:27Het wonder van de vergeving van zonde.

56:31En de noodzaak van de waarachtige bekering.

56:36En daar mag u elke preek naast leggen.

56:39Komen die elementen terug.

56:42In alle verscheidenheid, ook afhankelijk van de tekstkeuze.

56:46Want daar moet de prediking aan voldoen.

56:49Dat zegt niet een kerkenraad, dat zegt niet een kerk.

56:52Maar dat zegt de koning van de kerk.

56:56Dat is zijn voorschrift.

56:59Die hij meegeeft bij de opdracht om te prediken.

57:03Dat moet aan de orde komen.

57:06Telkens weer opnieuw.

57:09Omdat mensen niet gerust zullen worden gesteld.

57:12Maar zullen horen.

57:14Dat er een wonder moet gebeuren.

57:16Maar ook kan gebeuren.

57:18Dat er niet alleen is Gods genade.

57:20Maar ook zijn recht wat hij heeft op een ieders leven.

57:24Omdat we voor hem zullen leven.

57:29Moeten die andere zaken dan niet komen zoals voorbijkomen aan de orde komen in de prediking.

57:34Naast bekering en vergeving der zonden denken we toch ook bijvoorbeeld aan de roeping.

57:41Denken we toch ook bijvoorbeeld aan de rechtvaardigmaking.

57:44Aan de heiligmaking.

57:45Aan de heerlijkmaking.

57:47Ja dat ook.

57:50Maar in essentie

57:52bekering en

57:54vergeving der zonden.

57:58Dus dat zegt de heren.

58:01Telkens als hier de kansel.

58:04Beklommen mag worden.

58:06En de gemeente klaar zit om het woord te horen.

58:10De heren geven met toegenegen harten.

58:14Dat is de opdracht die hier ligt op de kansel.

58:18Onderstreep dit.

58:19Deze twee dingen.

58:20Bekering.

58:23En vergeving der zonden.

58:26Bekering in de naam van de Heer Jezus.

58:28Ook dat.

58:30Vergeving der zonden in de naam van de Heer Jezus.

58:35En daar zit ernst achter.

58:39Want dat moet niet geboodschapt worden morgen of elke keer weer opnieuw.

58:44Ook vandaag mag

58:47en moet dat verkondigd worden.

58:50Twee genade gaven van God, bekering en vergeving der zonden.

58:55En dat niet alleen voor oude mensen, maar ook voor jonge mensen, voor kinderen.

58:59Hoor je het, jonge meisje?

59:02Bekering, een nieuw hart.

59:06Vergeving van de zonden waar je elke avond toch om vraagt.

59:10Schoon mijn zonden velen zijn.

59:12Maak om Jezus wil mij rein.

59:18Want die hebben we nodig, allemaal op weg en reis.

59:22Naar de eeuwigheid.

59:25Als de vraag die mag klemmen, ook vanmiddag ben ik nou al bekeerd.

59:29Zijn mijn zonden vergeven?

59:34En weet je gemeente, als je nou door genade ja mag zeggen.

59:39Dan blijft bekering nodig en dan blijft vergeving van de zonde nodig.

59:45Iemand zegt, dat begrijp ik niet.

59:46Als je toch bekeerd bent, dominee, dan is het toch af en klaar.

59:51We hebben ook de dagelijkse bekering, kind van de Heer, in ons midden.

59:56Toch?

59:57Elke dag is het nodig de dagelijkse bekering te ontvangen.

1:00:02En heb je niet gestadig de toevlucht te nemen tot de bloedfontein?

1:00:08Om vergeving van zonden te ontvangen.

1:00:10De Heer Jezus heeft het toch aan zijn kerk geleerd.

1:00:14In het Onze Vader.

1:00:17Vergeef ons onze schulden.

1:00:19Gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.

1:00:22Als een dagelijks terugkerend gebed.

1:00:25Ook voor degene die je mogen vrezen.

1:00:28Om

1:00:30elke keer weer te beleiden.

1:00:34Wie je bent geweest.

1:00:37Maar ook het werk.

1:00:38En de persoon van de Heer Jezus.

1:00:42Nodig te hebben.

1:00:43Bekering.

1:00:45Vergeving der zonden.

1:00:47Ja gemeente want we staan met de rug naar God toe.

1:00:51En daarom bekering dat wil zeggen.

1:00:54Waar we ons totaal van hem hebben afgekeerd.

1:00:56En ons eigen leven leiden.

1:00:59Dat we omgekeerd bekeerd moeten worden.

1:01:02En de een leidt dat eigen leven.

1:01:04Vol van ongerechtigheid.

1:01:06En de ander.

1:01:07Als een vroom godsdienstig mens in eigen gerechtigheid.

1:01:11Maar beide hebben bekering nodig.

1:01:15Heb je het leren zien?

1:01:18Dat je onbekeerd bent, dat je je van God hebt afgekeerd.

1:01:22Met een altijd durende afkering.

1:01:27Dat we denken en doen wat goed is in onze eigen ogen.

1:01:32Dat we in ons hoofd en hart verkeerde gedachten hebben van onszelf en van God.

1:01:41En wat is nou bekering?

1:01:42Dat wil zeggen...

1:01:44Dat we onze eigen gedachten eraan krijgen te geven.

1:01:48Los krijgen te laten.

1:01:50En innerlijk met ons hart zo gaan denken.

1:01:53Zoals God denkt over

1:01:56ons.

1:01:58Zoals hij ons ziet.

1:02:01Verloren in zonde en schuld.

1:02:03Maar ook dat we net zoals hij denkt over zijn zoon.

1:02:07Gaan denken over zijn

1:02:11welbeminde zoon.

1:02:13En

1:02:15wie hij al zijn welbehagen heeft.

1:02:18En dat zal dan nooit uit ons gebeuren.

1:02:21Dat hebben we ook gelezen in de beleidenis met de Dordtse vader.

1:02:26Dat is niet uit de mens.

1:02:30En dat weet God.

1:02:32En daarom laat God bekering prediken in de naam van de Heer Jezus Christus.

1:02:41En wil de Heilige Geest zich voegen bij het woord paren aan de prediking.

1:02:48Zodat hij onwederstandelijk, soeverein, bekering gaat werken.

1:02:54En

1:02:55het onmogelijke mogelijk wordt.

1:02:57Hij zorgt ervoor dat het verduisterd verstand verlicht wordt.

1:03:02Het gesloten hart geopend wordt.

1:03:04Dat verdorven bestaan vernieuwd wordt.

1:03:08Dat onze wil wordt omgebogen.

1:03:11En daarom wordt bekering geprijkt.

1:03:14Aan dode zondaren, aan mensen.

1:03:19Die alleen maar aan zichzelf en vanuit zichzelf denken.

1:03:23En in de bekering gaan ze aan God denken.

1:03:28En vanuit God denken.

1:03:30Hoe kostelijk zij mij, o God, uw gedachten.

1:03:34Hoe machtig veel zijn haar sommen, zou ik ze tellen.

1:03:38Het is meer het aantal dan het zand aan de oever van de zee.

1:03:45En tegelijkertijd als je die andere gedachten krijgt.

1:03:48Dan ga je ook wegschamen over die eigen boze goddeloze gedachten.

1:03:54En dat je zoveel kwaad van God hebt gedacht.

1:03:57En je gaat je verwonderen in de bekering.

1:03:59In de weg van de bekering.

1:04:01Over die gedachten van God.

1:04:03Vooral als je mag zien dat hij van eeuwigheid gedachten van vrede.

1:04:07En niet van kwaad heeft gehad.

1:04:11Dat hij een gunst en niet een wraakse lust heeft.

1:04:16Hoe denken wij over God met ons hart?

1:04:19Denken we al goed van de heren door het wonder van de bekering.

1:04:23En slecht en kwaad van onszelf.

1:04:25Heren u kunt geen kwaad meer doen.

1:04:28Ik kan geen goed meer doen.

1:04:30Dan loop je niet langer.

1:04:33Met je rug gekeerd naar God bij God vandaan.

1:04:39Maar dan ben je omgekeerd tot inkeer gebracht.

1:04:41Net als de verloren zoon die kwam tot zichzelf.

1:04:45Dan komt er een afkeer van de zonde.

1:04:48En haten en vliegen.

1:04:50En het droefheid van God die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt.

1:04:56En dan word je teruggebracht tot de Heren.

1:04:59Door die trekkende liefde.

1:05:01Dat is bekering.

1:05:03Ik

1:05:04heb gezondigd.

1:05:06Tegen de hemel en voor u.

1:05:08Ik ben het niet meer waard.

1:05:10Uw zoon genaamd te worden.

1:05:12Maar ook vergeving van zonde.

1:05:15Dat God je schoon was, jongens en meisjes.

1:05:18Van al je vuile zonde.

1:05:22Dat hij voor zijn heilig alziend oog je ongerechtigheden bedekt met het allesbedekkende bloed.

1:05:28En de allesbedekkende gerechtigheid van zijn eigen zoon.

1:05:34Dat hij je zonden nimmer meer gedenkt in der eeuwigheid.

1:05:39Niet maar geworpen heeft in de zee van eeuwige vergetelheid.

1:05:45Vanwege dat bloed van hem dat reinigt van alle zonden.

1:05:50Want vanwege dat bloed wordt gepredikt ook straks door uw nieuwe herder en leraar.

1:05:56Dat Psalm 130 nog altijd actueel is, ook in 2026.

1:06:01Maar bij u is vergeving.

1:06:08En letterlijk staat er dan gepredikt worden in de naam van de Heer Jezus.

1:06:13Bekering tot vergeving der zonden.

1:06:17En dat wil niet zeggen dat

1:06:20bekering een voorwaarde is waar ik eerst aan moet voldoen.

1:06:25En dat ik dan vergeving van zonde krijg.

1:06:27Maar dat wil zeggen dat de Heer de zonde vergeeft in de weg van de bekering.

1:06:33Die vergeving ontvangt.

1:06:37Ontvang dat in de weg van de bekering tot God.

1:06:41En diegenen komen niet in de verdoemenis.

1:06:45En als je dan vergeving van al je zonden krijgt.

1:06:50Dan ziet God geen zonde in zijn Jacob.

1:06:53Geen overtreding in zijn Israël.

1:06:55Dat is het waar wat de katechisme zegt.

1:06:57Al had ik nooit zonde gekend of gedaan.

1:07:01En dat wordt gepreikt.

1:07:03Dat wonder.

1:07:06Dat grote wonder.

1:07:08En wie zijn wij gemeente dat de heren dat laat doen.

1:07:11Ook straks door dominee van de kamp.

1:07:15En dat hij dat ook laat doen zoals de Dordtse vaderen zeggen.

1:07:18Die prediking welmenend.

1:07:22Dat hij roept vol liefde.

1:07:24Dat hij het ernstig meent.

1:07:28Dat het niet zomaar een praatje is.

1:07:31Dat het gewicht van de eeuwigheid aan de prediking van het woord hangt.

1:07:37Ik heb gelijk.

1:07:39Maar dominee, ook

1:07:42al wordt het me straks opnieuw gepreekt door een nieuwe header en leraar.

1:07:46Die weer zijn eigen taalkleed heeft en zijn eigen bewoordingen heeft.

1:07:50Maar dezelfde boodschap brengt.

1:07:54Ik kan me toch niet bekeren.

1:07:57Een vergeving van de zonde.

1:08:00Zou ik daar wel voor in aanmerking komen.

1:08:05Opgelijk als u zegt onmogelijk bij uzelf.

1:08:07Ik hoop dat u het echt ook hebt beleefd.

1:08:10Want de mens moet er alles aan doen om erachter te komen dat hij er niks aan kan doen.

1:08:16Anders is het een bepraten godsdienst.

1:08:20Dan is het geen beleving.

1:08:22Er alles aan doen.

1:08:25Om je te reinigen van zonde.

1:08:27Om je te bekeren tot God.

1:08:28Om erachter te komen dat je er niks aan kunt doen.

1:08:31Dat het zijn werk is.

1:08:34Hij doet het door middel van de prediking.

1:08:36Daarom mag je opkomen met verwachting.

1:08:38Van hem.

1:08:41Als je vergaderd mag zijn.

1:08:43Hier samen in zijn naam.

1:08:48Dan heeft hij toch zelf beloofd.

1:08:49Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn.

1:08:52Daar ben ik zelf in het midden.

1:08:55Dan mag er hoop zijn geliefden.

1:08:59Ook voor dienaren van het woord.

1:09:03Hij wil schenken alles wat ons ontbrekt.

1:09:06Hij wil het geven zoals staat ook in handelingen 5.

1:09:10Maar Petrus het heeft gezegd.

1:09:12Om te geven bekering en vergeving der zonden.

1:09:17En dan worden ze allebei in één adem door Petrus genoemd.

1:09:22Dat is een hele indringende preek die hij dan houdt.

1:09:25Dan zegt hij schuldigstellend.

1:09:27De God onze vader en heeft Jezus opgewekt welke gij omgebracht hebt.

1:09:34En dan wijst hij ze aan.

1:09:35Hangende hem aan het hout.

1:09:38Deze heeft God door zijn rechterhand verhoogd.

1:09:42Tot een vorst en zaligmaker.

1:09:44En dan komt het om Israël te geven.

1:09:47Bekering en vergeving der zonden om het te geven.

1:09:51Wat heerlijk als je zo van

1:09:55gegeefd mag gaan leven.

1:09:57Het is te verkrijgen om niet in de naam van hem.

1:10:01En daarom die eis van bekering.

1:10:04Dat is geen eis van Mozes.

1:10:07Dat is geen wettische eis.

1:10:11Want dan zou het er nooit van komen.

1:10:13Dat is waar.

1:10:14Maar bekering moet gepreekt worden.

1:10:16Die ijs van de waarachtige bekeringen.

1:10:19De naam van de Heer Jezus.

1:10:20En dat wil zeggen het zal gebeuren.

1:10:22Hij staat er voor in.

1:10:26En weet je wat dan prediken is?

1:10:29Heel eenvoudig.

1:10:31Met je vinger.

1:10:34Net als Johannes de Doper.

1:10:38Afwijzen van alles en iedereen.

1:10:41Hoewel de zonde moet worden aangewezen.

1:10:43Bij anderen bij jezelf.

1:10:46Erheen wijzen naar hem.

1:10:47Zie.

1:10:48Zie het lam van God.

1:10:51Dat de zonde.

1:10:52Ter wereld.

1:10:54Wegdraagt.

1:10:56Wegneemt.

1:10:57Dat is de prediking in de naam van de Heer Jezus.

1:11:01Tot bekering en geloof.

1:11:03De uitgestoken hand van God.

1:11:06Die het laat zien en horen en merken.

1:11:10Hij is het die ons zijn vriendschap biedt.

1:11:14Het

1:11:17laatste adres.

1:11:19Tot wie moet er gepreikt worden?

1:11:23In zijn naam.

1:11:26Gepredikt wordt een bekering en vergeving der zonden onder alle volken staat er dan.

1:11:31Zonder enige beperking of reserve, uitsluiting.

1:11:36Alle volken gemeente.

1:11:40De boodschap is een boodschap voor het hele gevallen verloren mensengeslacht.

1:11:48Alle volken.

1:11:51Welke taal ze dan ook spreken.

1:11:55Welke gewoonten ze dan ook hebben.

1:11:59Alle volkeren van de aarde.

1:12:03Zonder enig onderscheid.

1:12:07Ja, er is verscheidenheid ook in een gemeente als Oudorp.

1:12:10Maar

1:12:12heel de gemeente, iedereen, moet

1:12:16en mag het horen.

1:12:19Dat het nodig is, maar

1:12:22ook mogelijk is, om bekeerd te worden.

1:12:26Om vergeving van zonde te ontvangen.

1:12:29En waar moesten ze beginnen?

1:12:31Dicht bij huis.

1:12:34Jeruzalem, beginnende staten tot slot van Jeruzalem.

1:12:38Dat is opmerkelijk, het Joodse volk als eerste.

1:12:41Ja, zegt iemand, natuurlijk, want de Heer Jezus is uit de Joden.

1:12:47Maar toch is het bijzonder.

1:12:50Want Jeruzalem, wie waren die bewoners?

1:12:52Wat hadden ze gedaan?

1:12:53Petrus zal het zeggen in zijn pinkste toespraak.

1:12:56Jij, Israëlitische mannen, jij hebt de Heer Jezus genomen.

1:12:59Jullie.

1:13:01En hem aan het kruis gehecht en gedood.

1:13:04Met andere woorden, jullie.

1:13:06Inwoners van Jeruzalem zijn moordenaars van de Heer Jezus.

1:13:12En dan zegt de opgewekte zaligmaker de Heer Jezus.

1:13:15En daar moet je beginnen bij moordenaars.

1:13:19Op die plek waar

1:13:22het broeit.

1:13:23Waar het schroeit.

1:13:26Die plek.

1:13:28Met zulke grote zon daar.

1:13:31Wij zouden zeggen nou niet in Jeruzalem beginnen.

1:13:33Sla dat maar over.

1:13:35Die hebben het niet verdiend.

1:13:36Daar is het onveilig.

1:13:38Maar dat doet de heren niet.

1:13:40De eerste aanbieding las ik ergens.

1:13:42Van het evangelie.

1:13:44Kom tot Jeruzalem.

1:13:45Tot de bloedstad.

1:13:46De stad die Christus verworpen heeft.

1:13:49En die geroepen heeft.

1:13:50Kruist hem.

1:13:51Kruist hem.

1:13:51Weg met deze.

1:13:53Weg met deze.

1:13:55Ze waren de slechtste.

1:13:58En de grootste zondaars.

1:14:01Die prediking van vergeving van zonden.

1:14:04Echt niet hadden verdiend.

1:14:07Maar ze worden er door.

1:14:09de koning van de kerk mee opgezocht.

1:14:12Hij gaat weg, maar zijn zorg ook voor Jeruzalem blijft.

1:14:19Hij begint daar.

1:14:21De preek van John Bunyan over dezezelfde tekst is heel bekend geworden.

1:14:27Een Jeruzalems zondaar verlost.

1:14:29Wat een wonder, hè?

1:14:31Dat de Heere wil werken.

1:14:33En dan zegt Bunyan van die Jeruzalemse zondaren...

1:14:38Dat het bloed tot aan de ellebogen zat.

1:14:43Het bloed van de Heer Jezus.

1:14:46Die zij hadden genomen.

1:14:49En verraden.

1:14:51Eerst naar die mensen.

1:14:54Beginnende van Jeruzalem.

1:14:56En nu zien we in het hart van de drieëne God.

1:15:01Hier zien we wie de Heer wil zijn.

1:15:04Dat Hij zoekt het weggedrevenen.

1:15:08Dat Hij wil opzoeken.

1:15:10Zondaren van Jeruzalem.

1:15:12De allerslechtste.

1:15:14En dan hoop ik mijn gemeente dat u niet boven Jeruzalem uit kunt komen.

1:15:19En dat u en dat jij persoonlijk geleerd hebt.

1:15:24Jeruzalems zonden zijn mijn zonden.

1:15:27Jeruzalems kwaad is mijn kwaad.

1:15:29En dat je die schuld kreeg te beleiden voor God.

1:15:34Roepende ongenade.

1:15:36Smekende onvergeving.

1:15:39En nu gaat de Heer het door.

1:15:41Hij gaat door tot op de jongste dag in heel de wereld.

1:15:45Maar ook in Oudorp.

1:15:48Tot ons.

1:15:51Wat is dat een voorrecht gemeente.

1:15:53Maar ook een verantwoordelijkheid.

1:15:56Voor het dienaar van het woord.

1:15:57Zie dan hoe gij preekt.

1:15:59Maar voor een gemeente.

1:16:00Zie dan hoe gij hoort.

1:16:01Hoe gij luistert.

1:16:04En als er nou vanmiddag zo'n Jeruzalemse zon daar is.

1:16:08Die misschien wel denkt.

1:16:09Ach weer een dominee.

1:16:12Maar het zal ook nu voor mij wel niet.

1:16:15Tot zegen zijn.

1:16:18Hoor dan vanmiddag.

1:16:21Dat hij zegt.

1:16:23Eerst naar Jeruzalem.

1:16:25Bij de grootste vijanden.

1:16:28Daar begin ik.

1:16:29Bij de meest onmogelijke gevallen.

1:16:32Daar kom ik.

1:16:34Want daarin ga ik mij verheerlijken.

1:16:37Hoe schittert daarin zijn soevereine vrijmacht.

1:16:40Die moeten het als eerste horen.

1:16:42De boodschap.

1:16:44Van genade.

1:16:46Maar ook Gods kinderen hebben het telkens weer nodig.

1:16:49Zo levende.

1:16:51Zo'n honger en dorst als het goed is.

1:16:55Om opnieuw uit zijn mond.

1:16:57Stof tot blijdschap te mogen horen.

1:17:01Als opnieuw zichzelf zo tegenvallen.

1:17:04En de duivel hem benauwd en zegt.

1:17:07Dacht jij dat jij nou echt.

1:17:10Bekering en vergeving van zonde hebt ontvangen.

1:17:13Dat genade bewezen is.

1:17:16O wat er nu gebeurd is.

1:17:17Kan met genade niet gepaard gaan.

1:17:20De prediking in Jeruzalem is gekomen.

1:17:24En niet ongezegend gebleven.

1:17:26Met pinksteren drieduizend op één dag.

1:17:30Verderop lezen we in de handelingen.

1:17:31Een grote schare van de priesteren wordt toegevoegd.

1:17:35De heren deed dagelijks toe tot de gemeente.

1:17:38Die zalig werden.

1:17:39En zo werkt hij nog.

1:17:42Gemeente.

1:17:44En zorgt hij ervoor dat naar het welbehagen van de vader.

1:17:48Vanwege de verdiensten van Christus zijn zoon.

1:17:52en door de krachtige werking van de Heilige Geest...

1:17:55er ook vandaag de dag zullen

1:17:58komen...

1:17:59door goddelijk licht geleid roepend...

1:18:01wat moeten wij doen om zalig te worden?

1:18:05Want dat is waar.

1:18:06Al de heidenen, alle volken, ook uit Oudorp...

1:18:09door uw handen voortgebracht zullen.

1:18:16Tot uw komen, heren.

1:18:17Wat gaan ze doen?

1:18:18O, kijk eens met me mee.

1:18:19Er gaat er eentje door de knieën.

1:18:21Nog eentje, nog eentje.

1:18:22Bukken voor uw aanschijn neer.

1:18:25En wat dan?

1:18:25Wat komt er dan?

1:18:27Een leven.

1:18:28Een leven met de heren.

1:18:31En uw naam.

1:18:34Ter ere leven.

1:18:36Want gij

1:18:39zijt groot.

1:18:41En hoog verheven.

1:18:44Wie doet het dan?

1:18:45De domen, de heden, de knechten?

1:18:48Nee.

1:18:50Gij.

1:18:51O God.

1:18:53Drie enig.

1:18:56Alleen.

1:18:58Amen.

1:18:58We

1:19:00gaan zingen 86 het vijfde vers.

1:19:04Al de heidenen door uw handen voortgebracht.

1:19:07In alle landen zullen tot u komen heren.

1:19:10En wat er volgt.

1:19:1186 het vijfde vers.

1:19:14We gaan

1:19:14[GEZANG]

1:22:19nu voortgaan tot de bevestiging.

1:22:22Van dominee van de kamp als dienaar van het woord.

1:22:25In uw midden.

1:22:27En willen daartoe het formulier om de dienaar des woords te bevestigen.

1:22:33Samen lezen.

1:22:39Geliefde broeders, het is u bekend hoe wij nu tot drie onderscheiden reizen de naam van onze medebroeder, Ronald van de Kamp, hier tegenwoordig openlijk voorgesteld hebben om te vernemen

1:22:52of iemand wat had.

1:22:53Het zij zijn leer of zijn leven aangaande waarom hij niet zou mogen bevestigd worden in de dienst des woords.

1:23:01Het is nu al zo dat ons niemand is verschenen die iets wettigs voortgebracht heeft.

1:23:07Tegen zijn persoon, waarom wij thans in de naam des Heren zullen voortvaren tot zijn bevestiging.

1:23:15Daartoe zult gij, Ronald van de Kamp en alle die hier tegenwoordig zijn, voor alle dingen aanhoren uit het woord Gods.

1:23:23Een korte verklaring van de inzetting en het ambt der herders of dienaren des woords.

1:23:30Al waar eerstelijk valt op te merken dat God onze hemelse vader willende.

1:23:35Uit het verdorven menselijk geslacht de gemeente roepen en vergaderen ten eeuwige leven.

1:23:41Door een bijzondere genade daartoe gebruikt de dienst van mensen.

1:23:47Hierom zegt Paulus in Everse 4 dat de Heer Christus gegeven heeft sommigen tot apostelen.

1:23:53En sommigen tot profeten en sommigen tot evangelisten en sommigen tot herders en leraars.

1:23:59Tot de volmaking der heiligen.

1:24:02Tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus.

1:24:07Daar zien wij dat de heilig apostel onder andere zegt dat het herdersambt een instelling van Jezus Christus is.

1:24:17Wat nu dit heilig ambt medebrengt kunnen wij lichtelijk uit de naam zelven afleiden.

1:24:22Want gelijkerwijs het werk van een gewone herder is de kudde die hem bevolen is te wijden, te leiden, voor te staan en te regeren.

1:24:32Alzo gaat het ook toe met deze geestelijke herders die gesteld zijn over de gemeente.

1:24:37Die God roept tot de zaligheid en houdt ze als voor schapen zijn er wijde.

1:24:43Nu is de wijde waarmee deze schapen gewijd worden niet anders dan de verkondiging des goddelijken woords.

1:24:51Met de aanklevende bediening der gebeden en de heilige sacramenten.

1:24:56Hetzelfde woord gods is ook de staf waarmee deze kudde geleid.

1:25:01En geregeerd wordt.

1:25:04Die volgens is het openbaar dat het ambt.

1:25:06Der herders of der dienaren des woords is eerstelijk.

1:25:10Dat zij des heren woord.

1:25:13Door de schriften der profeten en apostelen geopenbaard.

1:25:17Grondig en oprechtelijk aan hun volk zullen voordragen.

1:25:22En het toe-eigenen zo in het gemeen.

1:25:25Als in het bijzonder tot nuttigheid der toehoorders met.

1:25:29Onderwijzen, vermanen, vertroosten en bestraffen naar eens iegelijks behoefte.

1:25:37Verkondigende de bekering tot God en de verzoening met hem door het geloof in Jezus Christus.

1:25:44En wederleggende met de heilige schrift alle dwalingen en ketterijen die tegen deze zuivere leer strijden.

1:25:53Dit alles wordt ons klaarlijk te kennen gegeven in de heilige schrift.

1:25:57Want apostel Paulus zegt dat deze arbeiden in het woord.

1:26:02En elders leert hij dat zulks moet geschieden naar de mate of regel des geloofs.

1:26:09Hij schrijft ook dat een herder aan het getrouwe of oprechte woord.

1:26:14Dat naar de leer is moet vasthouden en dat recht snijden.

1:26:20Insgelijks die profiteert dat is Gods woord predikt spreekt.

1:26:24de mensenstichting en vermaning en vertroosting.

1:26:28Op

1:26:29een andere plaats stelt hij zichzelf aan de herders voor...

1:26:33tot een voorbeeld verklarende dat hij...

1:26:36in het openbaar en bij de huizen geleerd en betuigd heeft...

1:26:42de bekering tot God en het geloof in Jezus Christus.

1:26:46Maar in zonderheid hebben wij een zuivere beschrijving...

1:26:50van het ambt van een dienaar des evangelies...

1:26:53In 2 Korinther 5 waar de apostel Aldus spreekt.

1:26:57Al deze dingen zijn uit God.

1:27:00Die ons met zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus.

1:27:04En ons namelijk de apostelen en herders de bediening der verzoening gegeven heeft.

1:27:11Want God was in Christus de wereld met zichzelf een verzoenende.

1:27:15Hun zonden hun niet toerekenende.

1:27:18En heeft het woord der verzoening.

1:27:21In ons gelegd.

1:27:24Zo zijn we dan gezanten.

1:27:26Of ambassadeurs.

1:27:27Van Christus wegen.

1:27:29Alsof God door ons bade.

1:27:32Wij bidden.

1:27:33Van Christus wegen.

1:27:35Laat u.

1:27:36Het God verzoenen.

1:27:40Belangende de wederlegging.

1:27:41Der onzuivere leer.

1:27:43Zegt de zeldapostel.

1:27:44In Titus 1.

1:27:46Dat een dienaar van het woord Gods.

1:27:47Aan het woord Gods.

1:27:49Moet vasthouden.

1:27:51Om de tegensprekers te wederleggen en de mond te stoppen.

1:27:57De tweede is het ambt der herders de openbare aanroeping van Gods naam te doen.

1:28:02Vanwege de gehele gemeente.

1:28:05Wat hetgeen de apostelen zeggen in handelingen 6.

1:28:08Wij zullen volharden in het gebed en in de bediening des woords.

1:28:12Dat hebben deze herders met de apostelen gemeen.

1:28:17Waarop de heilige Paulus ziende tot Timotheus aldus spreekt.

1:28:22Ik vermaan dan voor alle dingen dat gedaan worden, smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen voor alle mensen, voor koningen en allen die in hoogheid zijn, enzovoorts.

1:28:35Ten derde is een ambt de sacramenten te bedienen die de Heere heeft ingesteld tot zegelen zijn genade.

1:28:45Gelijk blijkt uit het bevel de apostelen door Christus gegeven.

1:28:50En de herders ook aangaande.

1:28:53In Matthijs 28 doopt hen in de naam des vaders en des zoons en des heiligen geestes.

1:29:00Insgelijks in Korinthe 11.

1:29:02Want ik heb van de heren ontvangen hetgeen ik u ook overgegeven heb.

1:29:06Dat de Heer Jezus in de nacht in welken hij verraden werd het brood nam.

1:29:13Enzovoorts.

1:29:14Ten laatste is het werk van de dienaren des woords de gemeente.

1:29:18In goede tucht en orde te houden en te regeren.

1:29:22Op zulke manier als de Heere geordineerd heeft.

1:29:26Want Christus in Matthäus 18 gesproken hebbende.

1:29:29Van de christelijke straf zegt tot zijn apostelen al dus.

1:29:34Al wat gij op de aarde binden zult zal in de hemel gebonden wezen.

1:29:41Paulus wil dat de dienaren hun eigen huis wel weten te regeren.

1:29:46Terwijl zij anders niet voor de gemeente gods zouden kunnen zorgdragen, nog die regeren.

1:29:52Dit is de oorzaak waarom de herders in de schrift ook genoemd worden huisverzorgers gods.

1:29:58En bischoppen, dat is opzieners en wachters, want ze hebben opzicht over het huis gods waarin ze verkeren.

1:30:07Ten einde alles al daar met goede orde en betamelijkheid mogen toegaan.

1:30:16Des hemelrijks die hun bevolen zijn.

1:30:19Ontsluiting en toesluiting gedaan worden.

1:30:23Volgens de last hun van God gegeven.

1:30:27Uit deze dingen kan men zien.

1:30:29Welk een heerlijk werk het heddersambt is.

1:30:33Naar de maal zo grote dingen daardoor uitgericht worden.

1:30:38Ja hoe gans noodzakelijk het is.

1:30:41Om de mensen ter zaligheid te brengen.

1:30:44Het welk ook de oorzaak is waarom de Heere wil dat zulk een ambt altijd zal blijven.

1:30:52Want aldus spreekt Christus zijn apostelen uitzendende om deze heilige bediening te doen.

1:31:00Zie ik ben met u lieden tot de volleinding der wereld.

1:31:04Alwaar men ziet dat het zijn wil is dat deze heilige dienst.

1:31:10Want de personen die hij daar aanspreekt konden niet leven tot de volleinding der wereld.

1:31:15Te allen tijden op aarde onderhouden worden.

1:31:19En hierom vermaand Paulus Timotheus hetgeen hij van hem gehoord had.

1:31:24En getrouwe mensen te betrouwen.

1:31:27Welke bekwaam zijn om anderen te leren.

1:31:31Gelijk hij ook dien volgens Titus geordineerd hebbende tot een header.

1:31:35En voortsbeveeld van stad tot stad.

1:31:39Oudelingen en opzieners te stellen.

1:31:43Terwijl dan ook wij.

1:31:45Om deze dienst in de kerken gods te onderhouden.

1:31:48Nu een nieuwe dienaar deswoords in de dienst instellen.

1:31:53En tot nog toe genoeg van het am der zodanigen gesproken hebben.

1:31:58Zo zult gij Ronald van de Kamp antwoorden.

1:32:02Op hetgeen u voorgehouden zal worden.

1:32:05Ten einde een iegelijk mogen horen dat gij gezind zijt.

1:32:09De voorzijde dienst zoals het behoorlijk is aan te nemen.

1:32:15En gemeente nadat dan de vragen gesteld zijn.

1:32:18En het antwoord gegeven is.

1:32:21En wij de zegen van de heren willen meegeven.

1:32:26Wil ik u vragen om na het amen van de zegen.

1:32:30Zonder verdere aankondiging voor zover mogelijk.

1:32:34Staand u dan uw nieuwe predikant toe te zingen.

1:32:39De woorden uit Psalm 90, het negende, het laatste vers.

1:32:43Laat uw gena, en ik stel voor dat we de eerste en de laatste regel enigszins wijzigen.

1:32:52Laat uw gena hem met haar troost verrijken.

1:32:59Dat is de wijziging dus en in de laatste regel bekroon zijn werk.

1:33:04En nu en te allen tijd dus naar het amen van de zegen zonder verdere aankondiging.

1:33:10Psalm 90 vers 9.

1:33:14En

1:33:17eerstelijk vraag ik u of gij gevoelt in uw hart dat gij wettelijk van Gods gemeente en met dien van God zelf tot deze heilige dienst geroepen zijt.

1:33:30Ten tweede, of gij de schriften des Oude en Nieuwe Testaments voor het enige woord Gods en de volkomen leer der zaligheid houdt en alle leringen verwerpt die daartegen strijden.

1:33:43Ten derde, of gij belooft uw ambt, gelijk dit voorheen beschreven is,

1:33:49naar deze leer getrouwelijk te bedienen en uw lering te versieren met een godzalig leven, mede u onderwerpende aan de kerkelijke vermaning,

1:34:01volgens de gemeene ordening der kerken, indien gij in leer of leven u kwaamt te ontgaan.

1:34:10Wat is daarop uw antwoord, Ronald van de Kamp?

1:34:18God,

1:34:24onze hemelse Vader, die u geroepen heeft tot deze heilige dienst, verlichte u door zijn geest, versterke u door zijn hand.

1:34:36En regeer u zo in uw bediening.

1:34:40Dat gij daarin behoorlijk en vruchtbaar moogt wandelen.

1:34:44Tot grootmaking zijn naams.

1:34:48En tot uitbreiding van het rijk zijn zoons Jezus Christus.

1:34:56Amen.

1:34:57Geliefde

1:34:58[GEZANG]

1:37:25broeder.

1:37:26Ik

1:37:30was blij en verwonderd toen je vroeg of ik deze dienst wilde leiden.

1:37:35Vorig jaar mocht je mij bevestigen in de gemeente van Kesteren.

1:37:40Toen was het omgekeerd.

1:37:41Toen was het ook goed.

1:37:43En nu mag het zo zijn dat ik jou in deze gemeente, die wij hebben mogen dienen, mocht bevestigen als een nieuwe herder en

1:37:55leraar.

1:37:57Maar niet alleen verwonderd dat je dat vroeg, zou je dat willen doen.

1:38:02Van harte daartoe bereid zijnde.

1:38:05Ook verwonderd over het feit.

1:38:08Ja, dat de heren zo bijna aan het einde van het ambtelijk leven...

1:38:13als

1:38:15gebonden aan een gemeente jou nog riep naar deze plaats.

1:38:21Omdat de heren ook hier werk voor je heeft.

1:38:26En dat zeg ik niet teveel als ik zeg dat er veel gebeurd is de afgelopen tijden.

1:38:31Ook in de gemeente.

1:38:34Nodigen zul je daar ook van weten.

1:38:36Maar de heren geven vooral samen ook met de kudde die...

1:38:40Aan je zorg is toebetrouwd.

1:38:42Niet om te zien, maar vooruit te zien.

1:38:45De toekomst.

1:38:47De wetenschap dat de Heere doorgaat, wat we ook hebben gehoord vanmiddag.

1:38:52En dat de Heere het bevoden heeft dat er gepreekt wordt.

1:38:57Dat er gewerkt wordt, dat er gearbeid wordt in zijn wijngaard.

1:39:01Maar hoe zal dat gaan in eigen kracht?

1:39:05Het is een grote gemeente.

1:39:08Met vaak vele noden en zorgen, zieken.

1:39:11Maar ik denk ook aan de vele begrafenissen.

1:39:16Als ik terugdenk aan de tijd dat we hier mochten staan en het vele werk hebben mogen doen, dan was dat niet in eigen kracht.

1:39:23Maar ik mocht me gedragen weten ook op de vleugelen van het gebed in de gemeente.

1:39:29En ik ben ervan overtuigd dat ook jij zo'n gemeente hier zult vinden.

1:39:35Om samen als dienaar en gemeente, en daar ligt ook een oproep voor u in gemeente.

1:39:41Niet alleen vooruit te zien, maar ook op te zien naar de heren.

1:39:46En alles van hem te verwachten.

1:39:49En dan zal de heren ook zijn zegen gebieden.

1:39:53En tonen dat hij van je af weet.

1:39:57De heren stellen je tot een rover van de hel en tot een planter van de hemel.

1:40:03Ook in Oudorp is een volk wat de heren mag vrezen.

1:40:07Kinderen van hem, om ze wekelijks vanuit de prediking te mogen voeden.

1:40:14En te verkondigen die naam in wie zij hun leven hebben gevonden.

1:40:19Het leven in eigen naam kwijtgeraakt.

1:40:22In een ander gekregen.

1:40:25O, wat geeft dat een band.

1:40:27Als je hen mag ontmoeten die de verschijning van de Heer Jezus ook hebben liefgekregen.

1:40:35En je zult er ook ontmoeten die daar nog zo niet van weten.

1:40:39Maar wel bekommerd zijn.

1:40:42De Heer geven dat je ook voor hen een leidsman mag zijn naar de Heer Jezus Christus.

1:40:47En dat zij tot zekerheid mogen komen.

1:40:50Dat zij tot beleidenis mogen komen.

1:40:53Nu ken ik die waarheid zo diep als gewis.

1:40:56Dat Christus alleen mijn gerechtigheid is.

1:41:01Wat is dat groot.

1:41:03Maar er zijn er ook die nog vreemd zijn van het leven.

1:41:07En heren geven dat je ook met verwachting tot hen mag spreken.

1:41:12Wat de Heere doen zal dat je daarop mag letten en merken.

1:41:16Hij geeft je al wat nodig is samen met je vrouw.

1:41:19Hij zegenen jullie beide samen.

1:41:22Hier een beetje een uithoek wel van het land.

1:41:26Toen we er naartoe reden, mijn vrouw en ik vanmorgen.

1:41:30Toen zeiden we het is wel ver.

1:41:32Maar toch de afstand valt ook weer mee.

1:41:34Als je mag ervaren ook hier telkens weer je plaats te hebben gekregen.

1:41:39Als het ware thuis te komen.

1:41:41De heren zegen ook jullie als kinderen.

1:41:45Kleinkinderen.

1:41:46En geven wat we ook hebben gezongen vanuit psalm 90 en psalm 22.

1:41:51Dat dat vervuld zal worden in jullie alle leven.

1:41:55En nogmaals gemeente,

1:41:57opzien tot God.

1:41:59Zult u dat doen?

1:42:01Bidden ook voor uw nieuwe domen heen.

1:42:04Zul jij dat niet vergeten?

1:42:07Want dat heeft hij nodig.

1:42:11Gods knechten kunnen niet zonder.

1:42:13Ze zijn zwak van moed, klein van krachten.

1:42:17In en van zichzelf.

1:42:18Dwaas hebben ook van genade te leven.

1:42:22Dagelijks bekering.

1:42:24Dagelijks vergeving nodig.

1:42:27En dat mag binden.

1:42:28Juist ook die behoefte geestelijk.

1:42:32Aan datgene wat de gemeente behoeft.

1:42:35Dat mag verbinden vooral aan de troon van de genade.

1:42:39God zij je nabij.

1:42:41God zegen je.

1:42:43En herstellen je bediening tot.

1:42:46Roem van zijn genade.

1:42:49Dat zij zo.

1:42:51Dan willen we het formulier verder vervolgen.

1:42:55Zo heb dan uw geliefde broeder en mededienaar in Christus acht op uzelf.

1:43:00En dat de gehele kudde over de welke u de heilige geest tot een opziener gesteld heeft.

1:43:07Om de gemeente gods te wijden.

1:43:10Welke hij verkregen heeft door zijn eigen bloed.

1:43:13Heb Christus lief.

1:43:15En wijd zijn schapen.

1:43:17Hebben de opzicht daarover niet uit bedwang maar gewilliglijk, nog om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed.

1:43:25Nog als heerschappijvoerende over het erfdeel des Heren, maar als een voorbeeld der kudde geworden zijnde.

1:43:33Wees een voorbeeld der gelovigen in het woord, in wandel, in liefde in de geest, in geloof, in reinheid.

1:43:42Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren.

1:43:46En verzuim de gave niet die u gegeven is.

1:43:50Bedenk deze dingen en wees hierin bezig.

1:43:54Opdat uw toenemen openbaar zij in alles.

1:43:58Heb acht op de leer.

1:43:59En vol hart daarin leid geduldiglijk alle lijden en verdrukking.

1:44:04Als een goed krijgsknecht van Christus.

1:44:07Deze dingen doende zult gij en uzelf behouden.

1:44:10En die u horen.

1:44:13En als de overste herde verschenen zal zijn.

1:44:16Zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.

1:44:21En gij lieden ook, geliefde christenen, gemeenten, ontvang deze uw dienaar in den Heere met alle blijdschap.

1:44:30En houde zodanig in grote waarde.

1:44:33Gedenk dat God zelf u door hem aanspreekt en bid.

1:44:37Neem dan het woord aan, het welk hij u volgens de heilige schrift zal verkondigen.

1:44:43Niet als de mensenwoord, maar gelijk het waarlijk is als Gods woord.

1:44:48Laat u liefelijk en aangenaam zijn de voeten dergenen die vrede verkondigen, die het goede verkondigen.

1:44:56Zijt uw voorgangers gehoorzaam, want zij waken over uw zielen als die rekenschap geven zullen.

1:45:04Opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende, want dat is u niet nuttig.

1:45:10Dit doende zal het geschieden dat de vrede God zal komen in uw huizen.

1:45:15En dat gijlieden die deze aanneemt in de naam eens profeten.

1:45:20Eens profeten loon zult ontvangen.

1:45:23En door zijn woord in Christus gelovende.

1:45:26Door Christus zult beërven het eeuwige leven.

1:45:32Nog aangezien niemand tot iets van al deze dingen van zichzelf een bekwaam is.

1:45:39Zo laat ons God al dus met dankzegging bidden.

1:45:44Laat ons danken en bidden.

1:45:49Warmhartige Vader wij danken u dat het u belieft.

1:45:52Uit het verloren menselijk geslacht door de dienst der mensen.

1:45:55U een gemeente te vergaderen ten eeuwige leven.

1:46:00En dat gij de kerk hier ter plaatse nog zo genadiglijk voorzien hebt.

1:46:05Met een getrouwe dienaar.

1:46:07Wij bidden u wil hem.

1:46:10Door uw geest, hoe langer u bekwamer tot de dienst waartoe gij hem geroepen en bereid hebt maken.

1:46:18Hem openende het verstand om uw heilige schrift te verstaan.

1:46:24En hem sprake gevende tot opening zijn smons.

1:46:29Om met vrijmoedigheid de verborgenheden des evangelies te kennen te geven en te bedienen.

1:46:39Begiftig hem met wijsheid en kloekheid om het volk waarover hij gesteld is recht te regeren en in christelijke vrede te onderhouden.

1:46:50Ten einde uw kerk onder zijn bediening en door zijn goede voortgang toenemen in menigte en in deugde.

1:46:58Verleer hem kloekmoedigheid in alle voorvallende moeiten en zwarigheden die hem in zijn dienst zullen ontmoeten.

1:47:07Opdat hij door de troost uw geestes gesterkt zijnde.

1:47:11En ten einde toestand vastig blijvende.

1:47:14Met de getrouwe dienstklechten ontvangen worden in de vreugde zijns heren.

1:47:19Wil ook aan dit volk en deze gemeente uw genade verlenen.

1:47:25Dat zij zich behoorlijk gedragen jegens deze.

1:47:30Hun header hem erkennende als van u gezonden.

1:47:34Zijn leer aannemende met al hun eerbied en aan zijn vermaning zich onderwerpende.

1:47:41Ten einde zij door zijn woord in Christus gelovende des eeuwigen levens deelachtig mogen worden.

1:47:49Verhoor ons, o Vader, door uw lieve Zoon die ons al dus heeft leren bidden.

1:47:58Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worden geheiligd.

1:48:04Uw koninkrijk komen.

1:48:06U wil geschieden gelijk in de hemel.

1:48:09Al zo ook op de aarde.

1:48:12Geef ons heden ons dagelijks brood.

1:48:15En vergeef ons onze schulden.

1:48:18Gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.

1:48:23En leid ons niet in verzoeking.

1:48:25Maar verlos ons van de boze.

1:48:28Want u is het koninkrijk.

1:48:32En de kracht.

1:48:34En de heerlijkheid in der eeuwigheid.

1:48:39Amen.

1:48:43Hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort.

1:48:47Dat is onze slotzanggemeente, psalm 89, het zevende vers.

1:48:52Gemeente,

1:48:53[GEZANG]

1:51:34ga dan heen in vrede met uw dragende de zegen des Heren.

1:51:39De

1:51:42genade van onze Heren Jezus Christus.

1:51:45En de liefde gods des vaders.

1:51:50En de troostvolle gemeenschap van de Heilige Geest.

1:51:56Zij met u allen.

1:51:59Amen.

1:52:00[GEZANG]