0:00[GEZANG]
11:23En onze enige verwachting is
11:26in de naam des Heren.
11:28Die de hemel en de aarde geschapen heeft.
11:34Die trouwen houdt en eeuwig leeft.
11:38En die nooit zal laten varen de werken zijner handen.
11:45Amen.
11:47Genade zij u en vrede.
11:50Van hem die is en die was en die komen zal.
11:57En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
12:01En van Jezus Christus, die de getrouwe getuige is.
12:07De eerstgeborene uit de doden.
12:11En de overste van al de koningen der aarde.
12:17Amen.
12:21Gemeente, wij willen deze dienst voortzetten met het zingen van Psalm 106.
12:25Het vierde, wij hebben God op het hoogst misdaan.
12:30Wij zijn van het heilspoor afgegaan, ja wij en onze vaderen tevens.
12:37En ook het 24ste vers, nogthans was God met hen begaan.
12:42Hij zag hun angst, hun tranen aan.
12:45Het zijn de versen 4 en 24 van Psalm 106.
12:50[GEZANG]
16:46Vanavond gemeente, of gemeenten mag ik eigenlijk zeggen.
16:50Van
16:52het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
16:56Met de woorden van de twaalf artikelen.
16:59En ieder van u die spreken in zijn of in haar hart.
17:03Al dus.
17:05Ik geloof in God den Vader.
17:08Den Almachtige.
17:11Schepper des hemels en der aarde.
17:14En in Jezus Christus zijn enig geboren zoon.
17:18Onze Heren.
17:20Die ontvangen is van de Heilige Geest.
17:24Geboren uit de maagd Maria.
17:26die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, ten derde dagen
17:38wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders, van waar hij komen
17:51zal om te oordelen de levenden en de doden.
17:56Ik geloof in de heilige geest.
17:58Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.
18:03De gemeenschap der heiligen.
18:05Vergeving der zonden.
18:08Wederopstanding des vlees'ers.
18:10En een eeuwig leven.
18:15We openen Gods heilige en onfeilbaar woord vanavond in het boek der psalmen.
18:20We willen gaan lezen gemeenten psalm 50.
18:27Psalm 50, een psalm van Asaf.
18:31De God der goden, de Heere, spreekt en
18:35roept de aarde van de opgang der zon tot aan haar ondergang.
18:41Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende.
18:49Onze God zal komen en zal niet zwijgen.
18:53Een vuur voor zijn aangezicht zal verteren en rondom hem zal het zeer stormen.
19:01Hij zal roepen tot de hemel van boven en tot de aarde om zijn volk te richten.
19:08Verzamelt mij mijn gunstgenoten.
19:11Die mijn verbond maken met offeranden.
19:16En de hemelen verkondigen zijn gerechtigheid.
19:20Want God zelf is rechter.
19:23Zela.
19:25Hoor mijn volk en ik zal spreken.
19:29Israël en ik zal onder u betuigen.
19:33Ik, God.
19:35Ben uw God.
19:38Om uw offeranden zal ik u niet straffen.
19:42Want uw brandoffers zijn steeds voor mij.
19:46Ik zal uit uw huis geen var nemen.
19:48Nog bokken uit uw kooien.
19:51Want al het gedierte des wouds is mijne.
19:54De beesten op duizend bergen.
19:58Ik ken al het gevogelte der bergen.
20:02En het wil des velds is bij mij.
20:05Zal mij hongerden.
20:07Ik zal het u niet zeggen.
20:09Want mijne is de wereld en hare volheid.
20:14Zou ik stierenvlees eten of bokkenbloed drinken?
20:18Of vergoolde dank en betaalde allerhoogste uw geloften.
20:24En roep mij aan in de dag der benauwdheid.
20:29Ik zal er u uithelpen en gij zult mij eren.
20:35Maar tot de goddeloze zegt God.
20:38Wat hebt gij mijn inzettingen te vertellen en neemt mijn verbond in uw mond.
20:44Terwijl gij de kasteiding haat en mijn woorden achter u heen werpt.
20:50Indien gij een dief ziet, zo loopt gij met hem.
20:53En uw deel is met de overspelers.
20:57Uw mond slaat gij in het kwade.
21:00En uw tong koppelt bedrog.
21:03Gij zit, gij spreekt tegen uw broeder, tegen de zoon, uw moeder, geeft gij lastering uit.
21:10Deze dingen doet gij en ik zwijg.
21:14Gij meent dat ik ten ene male ben gelijk gij.
21:19Ik zal u straffen en zal het ordentelijk voor uw ogen stellen.
21:24Versta dit toch, gij Godvergetenden, opdat ik niet verscheuren en niemand redde.
21:35Die zal mij eren.
21:36En wie zijn weg wel aanstelt.
21:39Zal ik Gods heil donzing.
21:43Tot zover de schriftlezing.
21:47Willen we voor en met elkaar de heren.
21:49Om een verbeurde, een niet verdiende.
21:51Maar zo onmisbare zegen gaan bidden.
21:54En in de voorbeden.
21:56Willen wij de familie Thanes kaptein in verband.
22:01Met het overlijden van mevrouw Elisabethanus, kaptein in de leeftijd van 89 jaar, laatst gewoond hebbend in de Vlietberg, Vlietberglaan 102-4, gedenken.
22:15Zaterdagmorgen zal de begrafenis plaatsvinden.
22:19En ook willen we in de voorbeden mevrouw Melisand van de Klooster, Vlietberglaan 41, gedenken.
22:28Zij verblijft in het...
22:30Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.
22:33En heeft een hersenvarkt gehad.
22:35En is op dit moment niet meer aanspreekbaar.
22:40Zullen wij bidden.
22:47Bid zonder ophouden.
22:50Dank God in alles.
22:53Want dat is de wil van God in Christus Jezus over u.
22:59Zo wijst u ons heren.
23:02In uw eigen woord.
23:04Wat we hebben te doen.
23:06En wat we ook in dit ogenblik mogen trachten te doen.
23:11Naderen voor uw driemaal heilig aangezicht.
23:16Omdat u het ons beveelt om te bidden.
23:20Omdat u het ons beveelt om te danken.
23:24O heren, wat aangrijpend dat we daartoe moeten worden aangespoord.
23:29Dat laat ons zien dat we van onszelf biddeloze bidders en dankeloze dankers zijn.
23:37Dat zelfs de behoefte en de lust om te bidden en te danken er eigenlijk helemaal niet is.
23:46Daarom komt u met zulke oproepen.
23:49Want u stelt er uw welbehagen in dat zondaren tot u met ootmoed smekend zullen komen.
24:00Heren, u hebt er recht op dat wij ons hart voor u uitstorten.
24:04Ook als we vanavond in een tijd reden bij elkaar zijn gekomen.
24:10En dan was het in de natuur een mooie dag.
24:13Zo helder.
24:16Heren, de lucht zonder wolken.
24:20Maar in de wereld is het zo donker.
24:22En in Nederland niet minder.
24:26Duisternis bedekt de volkeren van de aarde.
24:31En de reden is, o God, dat wij bij u de bron van leven en licht vandaan zijn gegaan.
24:39Daarom is er allerhande ellende nood.
24:43Ziekte en dood ook in het midden van de gemeente.
24:48Stel te vorm de gemeente van Oudorp.
24:51Waar de dood opnieuw gekomen is en al zoveel keren.
24:56De laatste tijden zijn er zoveel roepstemmen gekomen.
25:02We dragen de bedroefde familie Tanis kaptein aan u op.
25:07O God ontferm u.
25:09En wilt u ook voor de komende zaterdag toch geven.
25:15Hoewel zij wat verder bij hen vandaan stond.
25:20En ze een weduwe was zonder kinderen, zo begrijpen we.
25:26Toch komt het ook naar hen toe.
25:29Ook wij moeten sterven.
25:32Wilt u dan de roepstem heiligen?
25:35Hij wil geven, o God, dat ook uit dit sterven nog eens leven, eeuwig leven geboren zal mogen worden.
25:44Omdat u erin meekomt.
25:46Wat is dat nodig?
25:48Wil u alle rouwdragende gedenken, heren.
25:52Uit der stelte vorm de gemeente hier ter plaatse.
25:56Maar ook uit de gereformeerde gemeente hier ter plaatse.
26:00Ook daar gaat de dood immers door.
26:03Want de dood gaat door tot alle mensen.
26:06Loon op de zonde is de dood.
26:10O heren, we bidden of u weduwen en weduwnaren, wezen en halfwezen.
26:16Of u wilt gedenken aan degene die kinderen hebben moeten verliezen.
26:22Ontfermt u zich over hen alle.
26:25En doe ons verstaan, we hebben hier geen blijvende stad.
26:30Dat we ons zullen haasten en spoeden om ons levenswil.
26:35Om geborgen te zijn.
26:38Want wat een gelukkig volk wat het mag weten en zingen.
26:43Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood.
26:48Gij richt mijn voet dat hij zich nimmer stoot.
26:52Gij zijt voor mij een schild in alle nood.
26:57Gij hebt mijn smart verdreven.
27:01Uw dierbare gunst is me altoos bijgebleven.
27:06Ja, dat volk gaat ook voor uw leven.
27:09En zo wordt uw lof vergroot.
27:13O heren, wilt u dan wegen ook van ziekte gebruiken?
27:18Om zo uw...
27:20Naam te verheerlijken.
27:22Om uw werk te verrichten.
27:25En dan dragen we ook heel een bijzonder.
27:27De ernstig zieke mevrouw met de zand van de klooster aan u op.
27:32O heren, wees haar nabij.
27:35We weten niet hoe het nu is.
27:38Maar we leggen ook haar leven in uw doorboorde middelaarshanden.
27:43En we smeken God alle genade.
27:47Zie op haar.
27:49Op haar lichaam en boven al haar ziel in gunst van boven.
27:55Heren, en zo is er allerwege nood.
27:59Ieder huis heeft zijn kruis.
28:01Ook jonge mensen kunnen met zorgen al moeten kampen.
28:05Met ziekte moeten kampen.
28:08Ook jonge mensen, hun leven is eveneens ieder ogenblik in gevaar.
28:14We hoorden zojuist in de concertorie van dat ongeluk.
28:19Gisteren waar vier jongeren uit.
28:22ons dorp bij betrokken zijn.
28:25We hebben hun levens willen sparen.
28:28O Heer, het had zo anders kunnen aflopen.
28:32Drie kisten, vier kisten, vier begrafenissen.
28:38Maar u hebt nog in uw langmoedigheid en uw goede tierenheid...
28:42gedachten van vrede gehad.
28:46Er wordt geschud aan hun jonge bomen.
28:49En u zegt tegen die jongens, bekeer je tot mij.
28:54Zoek mij en leef.
28:57O heren, geef u dan.
29:00Dat ze er wat aan over mogen houden ten goede.
29:04Aan dat ongeval.
29:06Dat ze er u aan over mogen houden.
29:10Want heren, dan zijn ze er toch nog goed mee.
29:14Zo bidden we voor land en volk.
29:17Heren, Nederlands zonden zijn veel en groot.
29:21Het afwijken van u en uw geboden, het gaat door.
29:27Heren, we smijken of u...
29:29Wilt gedenken onze staatkundig gereformeerde partij.
29:34Hier ter plaatse in de burgerlijke gemeente.
29:39Maar ook provinciaal en ook landelijk.
29:43De eerste en tweede kamer in het Europees parlement.
29:48Heren, dan vinden we het bedroevend dat
29:52vanwege minder stemmen er toch ook een zetel minder is uitgekomen bij de laatste verkiezingen.
30:00U hebt daar wat mee te zeggen.
30:03Hebben we voldoende op u vertrouwd?
30:06Of raakt ons eiland ook hoe langer, hoe meer de koers kwijt van uw eigen woord?
30:16Heren, we bidden of u ook bij de formatiebesprekingen de leiding wilt nemen.
30:22Of u getrouwheid wilt geven in de vergaderzalen.
30:27Om op grond van uw woord te mogen spreken.
30:30Al zo zegt de Heere, Heren.
30:34We dragen de wereld aan u op.
30:36De nood is groot, heren, in het Midden-Oosten.
30:40De ontwrichtende oorlog met Iran en ook daarbij betrokken de Verenigde Staten en Israël.
30:49De oorlog ook in Libanon.
30:52Het heeft ook vele gevolgen economisch.
30:56En zo zien we oorlogen en geruchten van oorlogen.
31:02Het zijn, heren, de tekenen van uw komst.
31:05De naderende voetstappen van Christus ten oordeel.
31:10O, we bidden, heren.
31:13Wil u ons die ernst geven, ook vanavond.
31:17Om achter de kudden aan te dringen.
31:21En het ene nodige voor jong en oud te mogen prediken.
31:26Dat hun zielen gered zullen worden.
31:28Dat ze hun zielen mogen uitdragen als een buit.
31:33Dat ze mogen schuilen achter het bloed en de gerechtigheid van Christus.
31:37En dat dat bloed gestreken zal worden aan de harten van jongeren en ouderen.
31:43Het kan niet langer uitstel lijden.
31:48Heden, zegt u toch, heden.
31:51Zo gij zijn stem hoort.
31:55Verhard uw harten niet, maar laat u lijden.
31:59Dat het niet zo zal zijn als de massa en de meriba.
32:04O heren de voorbeelden zijn er.
32:06We hebben het gezongen dat we u op het hoogst hebben misdaan.
32:10We hebben ook reden om ons te verootmoedigen.
32:13U hebt nog meer gegeven, meer gelaten dan dat wij verdiend hebben.
32:19We hebben over u niet te klagen.
32:22Maar we klagen over onszelf.
32:24En mag het zijn met een levende klacht.
32:27Dat we vanavond niet onze kleren maar onze harten zullen scheuren.
32:33Onze zonden zullen beleiden.
32:36De zonde van kerk, van volk, van staat, maar ook persoonlijk.
32:43De zonde van de gemeenten.
32:46En dat we zullen smeken, o God, bewijs ons eens genade.
32:52Want bij u is vergeving.
32:55We hebben uw zoon gezonden in de wereld.
32:59Om de puinhopen van een verloren paradijs aan het kruis verlossing teweeg te brengen.
33:08Zijn middelaarswerk te volbrengen.
33:10Te voldoen aan uw eis en aan uw eer.
33:15Zodat er gepredikt mag worden.
33:18Dat er bij u vandaan een weg is ter ontkoming.
33:22Dat er bij u vandaan, o God, een mogelijkheid is om zalig te worden.
33:27Zelfs voor de grootste van de zondaren.
33:31O heren, mag dat vanavond klinken.
33:34Dat er bij u...
33:37Vergeving is dat er bij u leven is.
33:40En dat we dan als een behoeftig volk in onze noden.
33:44In onze ellende en pijn.
33:47Tot u komen gevloden.
33:50En dat we mogen ervaren dat gij ons ten redder wilt zijn.
33:54We dragen de Amsbroeders aan u op.
33:58Uit de beide gemeenten van de beide kerkenraden.
34:02Gedenk ze heren.
34:04Er komt vaak ook op het ambt zoveel af.
34:08Dat ze het niet als zuchtende hoeven te doen.
34:11Maar in getrouwheid ziende op die grote ambtsdrager.
34:16Gedenk de gemeenten.
34:18Bouw in het allerheiligst geloof.
34:21Breek mensenwerk af.
34:24En dat uw werk zal blijken.
34:26Want al wat gij wrocht zal juichen tot uw eer.
34:30En weer u zal dan heren.
34:33Ook de kerken hier ter plaats op dit eiland.
34:37Gedenken, geef een opleving.
34:39Een herleving.
34:42O heren, breng ons weder.
34:44En keer gij tot ons weder.
34:48En zo bidden we om de leiding van uw lieve geest.
34:51Mag het een goede tijdreden zijn.
34:54Een goede dienst die we uit uw goede hand mogen ontvangen.
34:59En dat het mag zijn tot ons heil.
35:03Tot zaligheid van onze zielen.
35:06Maar bovenal tot de verheerlijking van uw naam.
35:09We bidden het u heren uit genade.
35:12Om dienst wil.
35:14Die gij altijd hoort.
35:16Die met u en de heilige geest leeft en regeert.
35:21In alle eeuwigheid.
35:24Amen.
35:27Drie collecten gemeenten die we hartelijk aanbevelen.
35:31Voor de plaatselijke SGP.
35:33De kerkvolgdij en het onderhoudsfonds, de heren zegenen u en uw gaven.
35:38Wij gaan zingen van Psalm 71 en daarvan het tweede, het vijftiende en het zeventiende vers.
35:4571 vers 2, 15 en 17.
35:50Is
35:50[GEZANG]
42:59dat eigenlijk, gemeenten, een tijdrede?
43:04Zo wordt de dienst van vanavond genoemd, zo is die aangekondigd.
43:10Een tijdrede.
43:13Maar het is een goed gebruik.
43:16Om in een tijd reden stil te staan bij de omstandigheden waarin mensen, een land, een volk, een kerk, personen zich
43:28bevinden.
43:31Maar ik denk dat we ook wel heel goed vanavond het nog breder kunnen trekken naar heel de wereld.
43:38Zeg ik teveel als
43:41ik benoem dat de wereld in brand staat?
43:46Zeg ik teveel dat...
43:49Als ik benoem dat de oorlogen wel heel erg veel en hevig zijn.
43:57En zeg ik teveel als we dat op grond van de Bijbel aanduiden.
44:02Als tekenen van de tijd.
44:06Als tekenen van de komst van de Heere Jezus Christus.
44:13En horen we die boodschap door alles heen.
44:18Dat de wereldbewoners, de aardbewoners en wij dus met hen.
44:24Deze spraken tot ons krijgen.
44:26Hij komt, Hij komt.
44:30Wie?
44:31De Heer Jezus.
44:33De wederkomst is aanstaande.
44:37Het zijn de naderende voetstappen van Hem.
44:41En laat ik meteen met de vraag tot
44:45u komen.
44:46Met de deur in huis vallen.
44:49Ja, ik bedoel de deur van uw hart en van jouw hart.
44:54Bent u en ben jij bereid om de Heer Jezus Christus te ontmoeten?
45:01Wat in de dienst van onze doop is gebeden...
45:06zonder verschrikken voor de rechterstoel van Christus...
45:10verschijnen kan dat?
45:13Bent u bereid?
45:17O, de Heer wil dat we met alles wat er gebeurt...
45:20in
45:22het groot, in het klein, ook in ons eigen land...
45:27Zoveel boosheid en goddeloosheid.
45:31Zoveel zonden en ongerechtigheid.
45:33Hij wil dat we als land en volk, als kerk en staat, maar ook persoonlijk in de schuld komen.
45:41Dat op dat plekje gebracht worden waar wij in het stof voor hem zullen buigen.
45:48En waar we ons voor hem zullen verootmoedigen.
45:52En waar we zien de oorzaak van alle ellende dat hier gelegen is.
46:01Mijn zonde.
46:04Opdat wij in die nood de heren zullen gaan aanroepen.
46:09En om in die weg te mogen ervaren wat hij zelf zegt wie mij aanroept.
46:15In de nood vindt mijn gunst oneindig groot.
46:21Weet u het noodnummer als er nood is?
46:26Waar moet je dan naartoe bellen jongens en meisjes?
46:31112.
46:34En dan hoor je wat wilt u politie, ambulance of brandweer?
46:41Vanavond krijgt u allemaal een alarmnummer mee.
46:44Met het oog op
46:47de grote nood van de tijd waarin we leven.
46:52De nood misschien ook wel van uw of jouw persoonlijk leven.
46:58Een bijbelsalarmnummer.
47:02Een nummer om te gebruiken.
47:06Als je onterecht 112 zou bellen, dan word je gestraft.
47:11Dat mag niet.
47:14Maar degene die van het alarmnummer wat we vanavond willen doorgeven gebruik maken, zullen door de heren nooit worden bestraft.
47:24Als je het niet gebruikt, dat is verkeerd.
47:30Maar het goede gebruik van dit alarmnummer is aanbevolen en bevolen.
47:40Welk nummer het is?
47:43Vijftig.
47:46Vijftien.
47:48Probeer het te onthouden.
47:5250,
47:5315.
47:55Want we lezen in psalm 50, het vijftiende vers, ons tekstwoord.
48:01En roep mij aan in de dag der benauwdheid.
48:05Ik zal er u uithelpen en gij zult mij eren.
48:13We schrijven boven de preek.
48:15In de dag van de benauwdheid roepen tot een almachtige God.
48:21En we letten dan op een drietal gedachten met zere hulp en onder de inwachting van zijn geest.
48:26Omdat de nood zo groot is.
48:28Omdat de redder zo machtig is.
48:30Omdat de vrucht zo heilrijk is.
48:34In de dag van de benauwdheid roepen tot een almachtige God.
48:38Omdat de nood zo groot is.
48:40Omdat de redder zo machtig is.
48:43En omdat de vrucht zo heilrijk is.
48:47Een psalm van Asaf.
48:50Geliefden.
48:53Hij heeft de psalm geschreven, gedicht.
48:56En
48:58hij wil allereerst benoemen dat schijnvroomheid door de heren wordt bestraft.
49:03Dat
49:04de heren dat vervoeit, hij tekent.
49:07God die verschijnt als allerhoogste rechter in zijn heiligheid en majesteit en heerlijkheid.
49:16We hebben samen gelezen, vuur en storm gaat voor zijn aangezicht heen.
49:23En hij oordeelt over zijn volk, over Israël wel te verstaan.
49:29En
49:31het oordeel van God over zijn volk Israël doet hij in het openbaar.
49:37En
49:38daarom roept hij de volkeren der aarde als getuigen op.
49:44De
49:45Heere roept immers zijn verbondsvolk, dat volk door hem verkoren.
49:53Hij roept ze op tot verantwoording van hun daden.
49:58Want Israël offert wel, dat blijkt ook wel.
50:01Ze brengen heel veel slachtoffers zelfs.
50:05Daarom breekt het niet aan en God zal ze ook zeker daarom niet straffen.
50:12Maar zijn ongenoegen komt hierin naar voren.
50:17Dat ze denken met hun vormen en hun offerdienst met hun ijver God te kunnen behagen.
50:26En ze willen daar hun zondig leven mee bedekken.
50:30En daarom gaat God tegen hen getuigen.
50:34En hij geeft aan Israël, ik heb die menigte van offeranden niet nodig.
50:41Ik wil geestelijke offers.
50:44Ik wil verbroken harten hebben.
50:47Ik wil verslagen geesten voor mijn aangezicht hebben.
50:52Voor mijn woord zien beven.
50:55Ik wil harten hebben.
50:57Die onverdeeld zijn.
50:59En die zich geheel en al aan mij geven.
51:05Omdat de dienst van God niet kan samengaan met een onheilig leven.
51:11Als er alleen maar vorm is zonder inhoud.
51:14Dat heeft voor God geen waarde.
51:18Hij wil erkend worden.
51:21Als de almachtige.
51:24Als de helper in nood.
51:26Als de redder vanuit de dood.
51:29Hij wil geëerd worden, hebben we het gelezen, vers 14.
51:32Offer gode dank en betaal de allerhoogste uw geloften.
51:38Kortom, de Heer wil een volk hebben wat tot zijn lof en dienst bereid is.
51:44Dat hem dient met een waar geloof.
51:48Vanuit oprechtheid van het hart.
51:50Waar waarachtige bekering gevonden wordt.
51:54Dat kan God behagen.
51:56Ook nu.
51:59En dan spreekt de dichter van een dag van benauwdheid.
52:04Ons tekstvers.
52:07Die uitdrukking gemeente komen we veel vaker tegen in het woord van God.
52:13Dat hoeft ons niet te bevreemden.
52:16Allerlei kwalen, noden, ellenden, ziekten, smarten, rampen, tegenspoeden.
52:24Pestilentie, oorlogen, benauwdheden.
52:28Ze zijn er sinds Genesis 3.
52:31Een direct oorzakelijk verband ligt er tussen de zondeval.
52:38En alle moeite en alle verdriet op deze aarde.
52:43Oh, we weten dat wel.
52:45We hebben het geleerd.
52:47Maar toch is het nodig dat we het bevindelijk leren.
52:52Dat onze ogen daarvoor opengaan.
52:55Voor de schuldgemeente.
52:59En dat we ons hele leven zien.
53:02Als één dag van de benauwdheid.
53:06Dus die dagen dat het wat minder ging, wat moeizamer was.
53:11Momenten in je leven dat er dingen tegen zaten.
53:14Maar dat we ons hele leven als één dag der benauwdheid gaan zien.
53:20Waarom?
53:21Omdat we liggen onder de vloek.
53:25De vloek van de heilige wet van God.
53:29Omdat we het ongenoegen van God hebben opgeroepen door onze zonden.
53:35Er is geen oog zonder traan.
53:38Geen hart zonder smart.
53:41En geen leven zonder de dag van de benauwdheid.
53:46Mag ik eens vragen, wat is uw nood, jouw nood vanavond?
53:52Overdenk die vraag eens.
53:54U hebt verdriet, hè?
53:57U mist uw man, u mist uw vrouw.
54:02Misschien wel uw kind of uw kleinkind, vader of moeder.
54:06U stond bij het graf.
54:09En een ander die klaagt en zegt, ja mijn gezondheid, het
54:15gaat achteruit.
54:17Of het ouder worden, de gebreken die komen.
54:23Of zijn het moeilijkheden in het gezin, moeilijkheden in het huwelijk,
54:29moeilijkheden op school, op het werk.
54:34Zijn er van die onopgeloste levensvragen die
54:39zich levensgroot aandienen?
54:43Misschien benauwd voor de dood.
54:46Sterven.
54:48God ontmoeten.
54:50O, wat kan er veel zijn.
54:53Zullen het eens in vanavond.
54:55Het mag.
54:57De Heere nodigt ons zelfs uit om ermee tot hem te vluchten.
55:04In de tekst staat namelijk geen beperking als het gaat over de benauwdheid.
55:09Dat de Heere zegt, nou bepaalde benauwdheden...
55:13Daarvoor mag u mij aanroepen.
55:17Maar er zijn ook dingen die moet u maar voor uzelf houden.
55:21Of daar moet u maar zelf een uitweg in zoeken.
55:27Nee, de heren, laat het onbeperkt weten wat het ook is.
55:33Roep mij aan in de dag der benauwdheid.
55:38En ik maak dus duidelijk vanavond.
55:40Wacht er niet mee met dat aanroepen van hem in al uw nood.
55:47Laten we eens luisteren naar wat de Bijbel ervan zegt, David.
55:51Het was voor hem een dag van grote benauwdheid toen hij uitriep in Psalm 116.
55:56Banden des doods hadden mij omvangen.
56:00Angsten der hel hadden mij getroffen.
56:02Ik vond benauwdheid en droefenis.
56:08En Eschia riep het eenmaal uit.
56:11Koning Eschia, dit is niet anders dan een dag der benauwdheid.
56:19En Heman, Psalm 88, zegt het zo.
56:22Ik ben van der jeugd aan bedrukt, dus benauwd en doodbrakende.
56:28En
56:30Mozes in Psalm 90 zegt, het uitnemendste van onze levensdagen is moeite en verdriet.
56:37De
56:39dag der benauwdheid kan in het leven van ons in verschillende trap en mate en vorm zich aandienen.
56:50En u geeft de Heere ons een liefdevolle, een welmenende raad mee.
56:56En een troostvolle belofte.
56:59Als zij zegt, roep mij aan in de dag der benauwdheid.
57:03Ik zal u eruit helpen.
57:07Dat zegt hij tegen ons allemaal, tegen iedereen.
57:12Tegen allen vanavond, in alle omstandigheden.
57:18En om dat te onderstrepen noem ik twee voorbeelden uit de Bijbel waar u het misschien helemaal niet zou hebben verwacht.
57:25We kijken even samen naar die goddeloze koning Agab.
57:31Hij pleegde moorden en andere grove zonden.
57:35En Elia kondigde hem, die koning, het oordeel van God aan.
57:41En wat deed de koning?
57:42In de benauwdheid verootmoedigde hij zich voor de heren en hij scheurde zijn kleren.
57:51En de heren zag het aan.
57:54En hij schortte het oordeel op.
57:58Een ander voorbeeld, de inwoners van Nineveh.
58:01Het was een dag van grote benauwdheid toen Jonah door de stad liep.
58:06En het oordeel van God predikte nog veertig dagen.
58:11En Nineveh zal worden omgekeerd.
58:15Maar toen daar mens en beest tot God riep.
58:19Vanuit de benauwdheid.
58:23spaarde de Heer die grote stad in zijn langmoedigheid.
58:27En lezen we in het Bijbelboek Jona.
58:31En hij deed het niet.
58:34Om eraan te geven, de Heer hoort dus het roepen...
58:38in de dag van de benauwdheid.
58:42Hij hoort zelfs de jonge raven als zij tot hem roepen.
58:47Wat zien we daar in Gods grote langmoedigheid en goedertierenheid?
58:54In psalm 107, lees hem thuis maar eens rustig door, worden verschillende benauwdheden en angsten genoemd.
59:02Maar dan staat er steeds bij, nog roepende tot de heren in de benauwdheid die ze hadden,
59:11verloste hij hen uit hun angsten.
59:17Het wil niet zeggen dat die
59:20verlossing, die uitredding uit de tijdelijke noden een grond vormen.
59:26Of een grond zijn voor eeuwig behoudt.
59:30Voor
59:32die verkeerde gedachtegang moeten we elkaar waarschuwen.
59:36Algemene genade en goedheid van God mogen we niet
59:40verwisselen, verwarren met bijzondere genade en goedheid.
59:46Maar anderzijds is het wel waar en dat is bemoedigend.
59:50Als
59:52de Heer in tijdelijke omstandigheden zijn zorg en uitkomst wil geven.
1:00:00Als we daar in waarheid om verlegen zijn.
1:00:03Zal hij dan niet veel meer het oor neigen.
1:00:07Tot degene die hem in waarheid aanroepen.
1:00:11Voor het heil van hun onsterfelijke zielen.
1:00:15Die zo horen bij de aanroepers van zijn naam.
1:00:20In de dag van hun zielenbenauwdheid.
1:00:25Gods kinderen.
1:00:27Die worden niet voor benauwdheden gespaard.
1:00:31Gemeenten.
1:00:34Integendeel, ik lees in mijn psalmboek...
1:00:37Vele zijn de tegenspoeden van de rechtvaardigen.
1:00:44Waarom moet Gods volk er vaak diep doorheen, vraagt iemand.
1:00:49Want nu het is om ze te lauteren door het lijden...
1:00:54gelijk het zilver door het vuur wordt beproefd.
1:00:59Het is toch waar die de Heer een lief heeft.
1:01:02Die kasteit hij.
1:01:04Hij geestelt een iegelijk zoon die hij aanneemt.
1:01:09Maar diezelfde handen die slaan, dat zijn ook de handen die heden.
1:01:15Hij is het die vernedert, maar die ook verhoogt.
1:01:21En juist in die tijden van benauwdheid doen Gods kinderen vaak zoveel nuttige geestelijke lessen en oefeningen op.
1:01:32Om ze losser te maken van de wereld.
1:01:36Om ze steeds meer aan de heren te verbinden.
1:01:39De
1:01:41heren gebruikten tegenspoeden.
1:01:43Opdat ze zullen verlangen naar de eeuwige heerlijkheid.
1:01:47Die aanstaande is.
1:01:49Die aan wacht.
1:01:51Maar ze krijgen ook juist in die wegen van benauwdheid.
1:01:56Lessen in ootmoed.
1:01:58Lessen in geduld.
1:02:00In leidzaamheid.
1:02:01In het hopend op God wachten.
1:02:05In het vertrouwen op de heren.
1:02:09Zonder voorwaarden.
1:02:12En ook worden ze geoefend in
1:02:16overgave aan zijn leiding.
1:02:19Het zijn die lessen die de heilige geest geeft, zodat je God gaat toevallen.
1:02:25En dat je gaat beleiden, heren, u bent recht in al uw weg en werk.
1:02:29En je gaat zeggen, heren, u doet het nooit verkeerd, al begrijpt mijn ziel u niet.
1:02:39God verheerlijkt altijd zichzelf, zijn naam, zijn werk.
1:02:43Zijn deugde.
1:02:45Dus God wordt verheerlijk waarin.
1:02:49Als somdaren hem aanroepen.
1:02:53Als jij als u hem aanroept in al uw nood.
1:02:59Waar er wordt iets minder groot gemaakt in dat tweede.
1:03:03Ik zal er u uithelpen.
1:03:09O de heren die wil op het roepen van ellendigen.
1:03:14Uitkomst geven.
1:03:17Dat de heer de psalmist zeggen, gij hebt mij veel benauwdheden doen smaken.
1:03:21En drukkend harteleed, maar tot mijn hulp gereed.
1:03:27Zult gij mij weder levend maken, mij uit de afgrond trekken.
1:03:32En met uw vleugelen dekken, omdat
1:03:38de nood zo groot is.
1:03:41Hem aanroepen in de dag der benauwdheid, die almachtige God.
1:03:45Ten tweede, omdat de redder zo machtig is.
1:03:51Ik heb al verschillende dingen van benauwdheid genoemd.
1:03:54Maar één ding nog niet.
1:03:55Viel het u op?
1:03:58De benauwdheid waar de dichter van psalm 38 van spreekt.
1:04:03Ik ben door uwe wetten schenden krom van lenden.
1:04:07Vol van druk.
1:04:10Benauwd van hart.
1:04:15Tijdelijke noden die we zojuist noemden.
1:04:19Misschien voelde u zich erdoor aangesproken.
1:04:21Ik hoop het.
1:04:21En jij?
1:04:24Maar als we dat noemen.
1:04:25Benauwd van hart.
1:04:26Van ziel.
1:04:28Voelen we ons dan ook aangesproken?
1:04:32Is er die benauwdheid?
1:04:36Heeft de Heilige Geest ons laten zien wat de nood van onze ziel is, gemeente?
1:04:45Iedereen die op de smalle weg wordt geplaatst en wordt voortgeleid door z'n heren hand naar Sion krijgt, met zielsbenauwdheid te maken.
1:04:57Z'n ogen worden geopend door de God, de Heilige Geest.
1:05:02en je van geestelijk blindziende wordt gemaakt...
1:05:06dan
1:05:08leer je je schuld inzien.
1:05:12En dan maakt je dat verdoemelijk voor God.
1:05:17In die spiegel van de heilige wet ontdek ik mijzelf...
1:05:20als een vuile, zwarte, ellendige zondaar.
1:05:26Ik ben geen slachtoffer, maar ik ben een misdadiger.
1:05:33Ik heb God op het hoogst misdaan.
1:05:38Ik ben het van het heilspoor afgegaan.
1:05:41Ik krijg mezelf terug.
1:05:45Is dat weleens gebeurd onder de prediking dat je je verlorenheid zag?
1:05:51Een berg van zonde en schuld niet te overzien.
1:05:57Is dat de nood van onze ziel?
1:06:00Ik weet wel, het is een vraag die we liever voor ons uitschuiven.
1:06:06Jazeker, er moet antwoord komen, maar nu nog niet, dominee.
1:06:10O, is de nood dan nog niet groot genoeg?
1:06:15Stel niet uit.
1:06:17We zijn zo blind.
1:06:19Is het niet onze grootste nood, gemeente, dat we onze nood niet zien?
1:06:24Dat we op het randje staan van het ravijn van de eeuwige afgrond...
1:06:29en er zomaar kunnen instorten?
1:06:32Of zoals Jonathan Edwards zei in die opwekkingsspreek...
1:06:36waaronder zoveel tot bekering en tot geloof zijn gebracht.
1:06:40Hij zei, u hangt aan een dun draadje boven...
1:06:44Het vuur van de hel.
1:06:46En elk ogenblik kan het draadje knappen.
1:06:50Breken.
1:06:52En zink je weg in een eeuwig verderf.
1:06:57Kennen we zielsbenauwdheid.
1:07:01Zijn er ook in ons midden.
1:07:03Op ons dorp.
1:07:05In Oudorp.
1:07:06Die met deze vraag bezet zijn.
1:07:10Mijn zielen, doorziet gij uw lot.
1:07:12Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?
1:07:15Hoe is
1:07:17het dan goed?
1:07:19Ben jij dan...
1:07:20Ach, luister.
1:07:22Niet elke overtuiging van zonde en schuld...
1:07:26leidt tot waarachtige bekering.
1:07:29Want er kunnen zeer benauwde overtuigingen zijn.
1:07:35Kain bijvoorbeeld.
1:07:38Judas had ze.
1:07:39Ezo.
1:07:42Wat waren die mensen benauwd naar hun ziel.
1:07:46Maar het dreef ze niet uit naar de herengemeente.
1:07:51In plek daarvan gingen ze...
1:07:53ermee steeds verder bij God vandaan.
1:07:58Het zaligmakend werk en het nabijkomende werk...
1:08:01dat
1:08:03is juist in dat begin zo moeilijk van elkaar te onderscheiden.
1:08:07En daarom mag je mensen die onder overtuigingen lopen...
1:08:11en benauwdheid kennen naar de ziel...
1:08:13niet zomaar zeggen, maar dat is van God, het komt wel goed.
1:08:19Nee, waar echte zielenbenauwdheid is.
1:08:23Ik kan het je niet in uithouden.
1:08:25En dan gaat de benauwdheid niet zozeer over de gevolgen van de zonde, maar over de zonde zelf.
1:08:33Over de zondigheid van de zonde.
1:08:37En weet je wat dan zo benauwend is?
1:08:39Ik heb gezondigd niet tegen een tyran, maar
1:08:46tegen een goeddoend God.
1:08:50Tegen een trouwe God.
1:08:54Je krijgt indrukken van Gods recht.
1:08:58Maar ook van zijn barmhartigheid en goede tierenheid.
1:09:02En dan tegen dat opperwezen te hebben gezondigd.
1:09:09Gezondigd tegen God.
1:09:13Ezo ging er mee bij de heren vandaan.
1:09:16Judas eveneens.
1:09:19Kain hetzelfde.
1:09:21Maar als
1:09:23de heilige geest ons werkelijk overtuigt.
1:09:26Komt u ermee tot de heren.
1:09:29En dan doet je dat roepen.
1:09:32In de dag van de benauwdheid tot God.
1:09:36Gij die het zuchten hoort der armen.
1:09:39Wil u over mij erbarmen.
1:09:44Dat ik u niet langer mis die mijn ziel zo dierbaar is.
1:09:48Ken u dat roepen?
1:09:49Het
1:09:52kan wel eens aangenaam zijn als je zo mag roepen in de benauwdheid.
1:09:55Tot God.
1:09:57Als je je hart mag uitstorten voor de heren.
1:10:01Je ziel mag leeg gieten voor zijn aangezicht.
1:10:06Je bent aan Gods kant gebracht.
1:10:10Je wilt er niks meer van af hebben.
1:10:13Aan Gods zijde gevallen.
1:10:15En dan krijg je een welgevallen aan de straffen van je ongerechtigheid.
1:10:23En als dat gebeurt, kijk, dan kunt u geen goed meer doen, jij.
1:10:27En dan kan God geen kwaad meer doen.
1:10:32Maar ach, vaak is dat maar even zo aan die kant van God en verruiming te ervaren.
1:10:37De benauwdheid komt vaak naar die ogenblikken van enige verkwikking van je ziel.
1:10:43Toch weer terug en soms nog heviger.
1:10:47Ik werd benauwd van alle zijden.
1:10:54En ook van boven en van beneden.
1:10:59Wat een eeuwig wonder van ontferming is het dan dat het staat.
1:11:05In de Bijbel, in het woord, in het betrouwbaar getuigenis van God...
1:11:10dat de Heer het tot zulke zegt en roept mij aan.
1:11:15Hier heb u mijn alarmnummer.
1:11:19Er staat mij in onze tekst.
1:11:22Met een hoofdletter.
1:11:25Dat is God.
1:11:28Ja, tot wie zou je ook anders heen gaan?
1:11:30Hij alleen kan redden.
1:11:33Hij alleen kan ons helpen.
1:11:37En daarom moeten we met afzien van alles en iedereen buiten hem.
1:11:42Op hem zien en zijn hulp inroepen.
1:11:45En zijn naam aanroepen.
1:11:50Roep mij aan.
1:11:52Als
1:11:54de Duitsers telefoneren zeggen ze aanroepen.
1:11:57Dat weten we wel met zoveel Duitsers.
1:12:00Als toeristen elk jaar opnieuw.
1:12:05Aanroepen.
1:12:06Contact zoeken met de hemel.
1:12:10Roep mij aan.
1:12:12Dat zegt God.
1:12:13Want ik ben de Heren, de ik zal zijn die ik zijn zal.
1:12:17De naam des Heren zal zijn een sterke toren.
1:12:22De rechtvaardige zal daarheen lopen en in een hoog vertrek gesteld worden.
1:12:31Daar zegt iemand vanavond, dominee, weet u wat mijn benauwdheid is?
1:12:36Mijn benauwdheid is...
1:12:39Dat ik de Heren niet kan aanroepen, dat is de benauwdheid voor mij in mijn benauwdheid.
1:12:48Kon ik maar eens innig vragen en mijn nood aan Jezus klagen.
1:12:54Dat zou verzachten mijn pijn.
1:12:59Maar ongevoelig heen te gaan, dat
1:13:03is een voorbode van het sterven.
1:13:05Moet ik dan eeuwig Jezus derven en onverzoend in het oordeel staan?
1:13:15Dan kan je het met je eigen offers niet meer doen.
1:13:18Al zou je ze vermenigvuldigen zoals Israël deed.
1:13:23Brandofferen nog offers voor de schuld voldoen aan uw eis nog eer.
1:13:28Israël was er mee tevreden, maar je voelt wel aan.
1:13:32Al zou ik mijn gebeden vermenigvuldigen.
1:13:35Mijn zoeken intenser maken.
1:13:39Daarmee kan ik de openstaande schuld waarmee ik over de aarde loop, mijn schuld bij God, nimmer afkopen, het ransoen aan God nimmer voldoen.
1:13:51Misschien loopt er wel vanavond zo'n ziel, zit er zo'n ziel in ons midden, zo'n ongelukkige, zo'n missende ziel die alles mist omdat hij of zij Gods gunst mist.
1:14:05Wie zal u helpen?
1:14:07Wie zal mij verlossen?
1:14:11Ook Gods kinderen kunnen voor eigen waarneming gemeente.
1:14:15Alles weer kwijt zijn.
1:14:19Misschien begrijpt u het niet.
1:14:22Er waren die tijden dat er zo'n tere nabij leven met God mocht zijn.
1:14:28Het was voor je elke dag opnieuw.
1:14:30Ik zet mijn betrouwen op de Heren, Heren.
1:14:34Wiens werk ik roemen zag.
1:14:38Het is verleden tijd.
1:14:41De Heren lijkt voorgoed te zijn geweken in uw leven.
1:14:47De tranen zijn opgedroogd.
1:14:49U hebt geen droefheid meer over de zonde.
1:14:54En ook geen hartelijke vreugde in God en Christus.
1:14:59En de vrede met God, die mist u zo.
1:15:03O, neem dan deze raad eens mee aan.
1:15:10Ga terug naar de tijd dat
1:15:14het anders was.
1:15:16Voordat de heren van u geweken...
1:15:20Is en overdenk en beleid de zonden die ertussen liggen.
1:15:26Waardoor je je uit de gemeenschap met God hebt gezonderd.
1:15:31Waardoor je scheiding hebt gemaakt tussen God en je ziel.
1:15:36Johannes zegt, gedenk dan waarvan gij uitgevallen zijt.
1:15:42En bekeer u en doe de eerste werken.
1:15:48U zegt, maar dat lukt me niet.
1:15:51Ik voel zo sterk dominee mijn onmacht.
1:15:56En als ik eerlijk ben, de gemeenschap met God, dat is al zo lang geleden...
1:16:00dat ik het bijna ook niet meer durf te zeggen.
1:16:07En nu het erover hebt, ontbreekt me zelfs vaak aan de lust om de Heer te zoeken.
1:16:15Zo erg is het met mij.
1:16:17Zo ellendig als ik is
1:16:21er geen één.
1:16:24Maar nu u over dat geestelijke alarmnummer spreekt...
1:16:28Het zit hem niet in het getal, het zit hem in de inhoud, de waarde van de tekst.
1:16:35Dat hij komt en het mij aanbiedt en zegt en roept mij aan in de dag der benauwdheid.
1:16:42Ik merk dat er toch een verlangen gaat gloeien en groeien.
1:16:48Naar de tijd van de eerste liefde.
1:16:52Naar het nauwe leven met de heren om hem aan te roepen.
1:16:57Denk dat eens aan die belofte in onze tekst.
1:17:01Die er zo tussenin staat.
1:17:04Ik zal er u uithelpen.
1:17:08Al die belofte is zeer ruim.
1:17:12En die mag u betrekken op de tijdelijke, maar ook op de eeuwige uitreddingen.
1:17:17Op tijdelijke benauwdheden, op zielenbenauwdheden.
1:17:21Ik zal, ik zal u, u eruit helpen.
1:17:27Er is geen ernstige toestand dan wanneer onze benauwdheid ons
1:17:33onbekend is.
1:17:36En daarentegen is er geen rijker en heerlijker belofte dan deze in ons alarmnummer opgesloten.
1:17:44Het is niet te vergeefs om de Heer te zoeken.
1:17:47Het is niet te vergeefs om hem aan te roepen.
1:17:50En roep mij aan in de dag der benauwdheid.
1:17:53Ik zal u eruit helpen en gij zult mij eren.
1:17:59Weet u, nu gaat er zoveel kracht uit van dat spreken van God.
1:18:04Het is geen mens die het u zegt vanavond.
1:18:08U krijgt geen briefje van een mens.
1:18:11Maar u krijgt het woord van God mee.
1:18:16Hij is het die spreekt.
1:18:18Die te midden van de dood en het leven.
1:18:21En die te midden van de dood het leven.
1:18:24En die te midden van de duisternis het licht wil geven.
1:18:29Die te midden van de ellende met zijn.
1:18:34Verlossend woord wil komen.
1:18:36En dat woord is een levenwekkend woord.
1:18:38Dat woord is een krachtig woord.
1:18:41Dat is een kracht van God tot zaligheid.
1:18:45En dat zal nooit ledig tot hem terugkeren.
1:18:47Maar dat zal altijd doen wat hem behaagt.
1:18:52Hij staat er voor in.
1:18:54Hij staat er achter.
1:18:57Hij werkt het uit in de ziel van een arme zonder die in zichzelf niks dan benauwdheid, machteloosheid, zwakheid, ellendigheid, schuld en verlorenheid vindt.
1:19:08Nou zulke mensen die wenden zich met die nood, daar zorgt hij voor.
1:19:13Voor het eerst en opnieuw tot de heren.
1:19:16Met dat gevoel van onmacht, onwil.
1:19:20Vul maar in.
1:19:22En dan zien ze daar tegenover de heren die zo rijk.
1:19:27En zo laag en zo groot en zo heerlijk tot hen wil komen.
1:19:33Dat ze het zeggen, maar in de heren, in mijn niks, maar in de heren.
1:19:39Zijn gerechtigheden en sterkte.
1:19:43Tot hem zal men komen.
1:19:48Dan gaan ze geweld doen op het koninkrijk der hemelen.
1:19:53Dan gaan ze roepen, aanroepen.
1:19:57En ze blijven roepen.
1:20:01Ik laat u niet gaan tenzij gij mij zegent.
1:20:06Ze leren roepen.
1:20:09En ze blijven roepen.
1:20:12Door Gods lieve geest.
1:20:14Omdat hun nood zo groot is.
1:20:16Aan de ene kant.
1:20:18Aan hun kant.
1:20:19En omdat de redder zo almachtig is.
1:20:23Aan Gods kant.
1:20:26Aanroepen.
1:20:27Wat is dat?
1:20:28Dat is een gebedsvorm.
1:20:31Er zijn veel gebedsvormen.
1:20:34Maar deze.
1:20:36Aanroepen.
1:20:38Verondersteld.
1:20:39Niet alleen nood.
1:20:40Maar ook afstand gemeenten.
1:20:44Zoals David bijvoorbeeld zei.
1:20:46Van het einde des lands.
1:20:48Roep ik u aan.
1:20:51Als mijn ziel overstelpt is.
1:20:53En op een andere plaats.
1:20:54Ik roep u aan.
1:20:56In angst en smart.
1:20:58Duizend zorgen.
1:20:59Duizend doden.
1:21:00Kwellen mijn angstvallige hart.
1:21:04Maar let op de belofte.
1:21:07Ik zal u eruit helpen.
1:21:11En zou de Heer het spreken en niet doen, zeggen en niet bestendig maken?
1:21:17Is hij dan geen waarmaker van zijn woord?
1:21:21Ho, twijfel overal gerust aan, maar niet aan het betrouwbare woord van God.
1:21:30Ho, des Heere woord, hij zal mij aanroepen.
1:21:35En in de benauwdheid zal ik nog bij hem zijn.
1:21:39Hij zal de noodruftige ter rechterhand staan.
1:21:45Om hem te redden van degene die zijn ziel veroordelen.
1:21:51Dat kan alleen hij doen die met zijn hart borg is geworden gemeente.
1:21:56Voor de schuld van Gods kerk.
1:22:00Dat kan alleen hij doen.
1:22:03Redden,
1:22:04bijstaan, verlossen.
1:22:09Die daar pleit op zijn eigen borgwerk.
1:22:12Op
1:22:14grond van zijn lijden en sterven zijn volbrachte middelaarswerk.
1:22:19De heer Jezus Christus, hij is bevoegd.
1:22:21Door God de Vader ervoor uitverkoren.
1:22:26Door God de Vader ervoor verordineerd van eeuwigheid.
1:22:32Aangesteld, bereid, gevonden.
1:22:34Om ellendigen uit de ellende.
1:22:42Verloren mensen uit de drek der zonde.
1:22:45En benauwden uit de benauwdheid te bevrijden en te halen.
1:22:50Dat doet hij.
1:22:52Jezus is zijn naam.
1:22:55Ik zal, zegt God.
1:22:58Maar het is wel op grond van het werk van zijn zoon.
1:23:02Dat hij het doet.
1:23:03U eruit helpen.
1:23:07Dan ga ik leren.
1:23:10Zo heerlijk.
1:23:12En zo eerlijk.
1:23:14Deze ellende geriep.
1:23:17En de Heer hoorde.
1:23:19En verloste hem haar.
1:23:23Uit al zijn benauwdheden.
1:23:25Mij in de kuil verzonken.
1:23:27Mij, zo een.
1:23:29Heeft hij hulp geschonken.
1:23:31Gevoerd uit modderig slijk.
1:23:35Weet je daarvan?
1:23:37Roept de Heer aan.
1:23:39En
1:23:41de grond.
1:23:43Op grond waarvan u het mag doen.
1:23:47Is het werk van de Heer Jezus waarvan Jezaja zegt in al hun benauwdheden was hij benauwd.
1:23:54Hij was benauwd, hoort u?
1:23:57In al hun benauwdheden.
1:24:01Het is zo goed om in de dag van de benauwdheid naar bij God te zijn.
1:24:07En in de schaduw van zijn vleugelen te schuilen.
1:24:12Ja, daar kan je zelfs zingen.
1:24:15Hier wordt de rust geschonken.
1:24:20Aanroepen.
1:24:22In de dag van de benauwdheid.
1:24:25Een almachtige God.
1:24:28Omdat de nood zo groot is.
1:24:31Omdat de redder zo machtig is.
1:24:34Onze derde gedachte.
1:24:36Omdat de vrucht zo heilrijk is.
1:24:39Uithelpen.
1:24:41Dat veronderstelt, geliefden, dat je ergens in zit waar je jezelf niet uit kunt helpen en uit kunt redden.
1:24:50Je zit erin.
1:24:51Je zit ermee.
1:24:55En zo zijn er wat van die benauwdheden die als muren rondom je hoog opreizen.
1:25:03Die als het ware gevangen hebben genomen.
1:25:06Dat je moet zeggen, ik ben besloten, ik kan niet uitkomen.
1:25:10O God, mijn helper uit, uit, mijn helper uit.
1:25:16Uithelper uit de ellenden.
1:25:19Haast u tot mij.
1:25:20Wil bijstand zenden.
1:25:22Haast u.
1:25:24Spoteisende hulp.
1:25:25Vijftig, vijftien.
1:25:27Help me.
1:25:28Haast u tot mij.
1:25:30Wil bijstand zenden.
1:25:33Want uw komst is het die mijn heil volmaakt.
1:25:38En dan zegt de Heer er niet, ik zet u maar in de wachtstand.
1:25:43Zoveel wachtenden voor u.
1:25:47Hij zegt, ik zal u eruit helpen.
1:25:50Hoe dat kan, ik noemde al om Jezus' wil.
1:25:55Vanwege zijn welbehagen.
1:25:57Dat vrijmachtige welbehagen.
1:26:01Ik noemde al, in al hun benauwdheden was hij benauwd.
1:26:07Christus heeft, zegt het avondmaals formulier, ontelbare smaatheden willen leiden.
1:26:13Wat een benauwdheid heeft hij gesmaakt.
1:26:17Voor hem was er geen helper.
1:26:20Verlaten van God en mensen.
1:26:23Het was zo bitter voor de borg.
1:26:26Het ging zo diep voor hem.
1:26:30Weet u, hij is neergezonken in de angsten van de hel.
1:26:37En benauwdheid heeft hem getroffen.
1:26:42Want hij
1:26:45heeft de wet niet alleen vervuld met
1:26:50zijn dadelijke gehoorzaamheid.
1:26:53Maar ook de veroordelende kracht van de wet.
1:26:57Door zijn leidelijke gehoorzaamheid.
1:27:02Eruit gehaald voor al de zijnen.
1:27:06De bezoldiging, het loon op de zonde.
1:27:10Hij zegt, ik neem dat voor mijn rekening.
1:27:14Vader, ik zal betalen.
1:27:16Ik moet, ik zal, ik wil voor voldoening zorgen.
1:27:24En daarom schrijft apostel Paulus in wie wij hebben de verlossing door zijn bloed.
1:27:30De vergeving der zonden naar de rijkdom van zijn genade.
1:27:35We hebben het in hem, niet in onszelf, maar in die ander.
1:27:42Want daardoor maakt God het mogelijk.
1:27:45En heeft Christus het verdiend dat de vrede met een kus van het recht wordt gegroet.
1:27:51Wat wij niet bij elkaar konden krijgen, heeft hij gedaan, de middelaar gods en der mensen.
1:28:00Het is diezelfde wet die eerst veroordeelde en vervloekte, die dan, daarna, als een liefdeswet met de griffel van de Heilige Geest, wordt uitgeschreven in het hart van
1:28:12de zondaar, die
1:28:15verlost is uit zijn benauwdheden.
1:28:19Want kijk maar mee in onze tekst, het laatste, en gij zult mij eren.
1:28:24Daar loopt het op uit.
1:28:27Net zoals in het stuk van de rechtvaardigmaking.
1:28:30Alles uit
1:28:33Christus komt.
1:28:36Uit, door en tot hem is.
1:28:38Het is zijn gerechtigheid.
1:28:40Zijn reddende gerechtigheid.
1:28:42Zijn plaatsbekledende gerechtigheid.
1:28:45Zijn toegerekende gerechtigheid aan mij.
1:28:48Die mij rechtvaardig maakt voor God.
1:28:51Maar ook in het stuk der heiligmaking.
1:28:55Is het enkel vrucht vanuit Christus.
1:28:59Vanuit zijn heiligende bediening.
1:29:02Door de heilige en heiligende geest.
1:29:06Uw vrucht zegt hij toch ook.
1:29:08In het stuk van heiligmaking is uit mij gevonden.
1:29:12Gij zult mij eren.
1:29:17Dus niet van dit heb ik gedaan.
1:29:20U eruit geholpen.
1:29:22En nou u.
1:29:25O zeker daar ligt de eis.
1:29:29De heiligmaking.
1:29:30Wees heilig, want ik de Heere ben heilig.
1:29:33Maar geen werkheiligheid.
1:29:36Maar een toegerekende heiligheid vanuit Christus.
1:29:43Gij zult mij eren.
1:29:44Het blijft een strijd.
1:29:47Je moet niet denken dat een zonder alleen aan het begin van de bekering het alarmnummer nodig heeft.
1:29:52Zo van, en nou ben ik uitgered, uitgeholpen, verlost.
1:29:57En nou eer ik de heren en nu heb ik het alarmnummer nooit meer nodig.
1:30:01Nee, het alarmnummer komt steeds weer terug, ook in het leven der genade.
1:30:07Er zijn steeds weer van die nieuwe benauwdheden en van die nieuwe noden, vaak door eigen schuld.
1:30:15Satan gaat de keer, is kwaadaardig, boosaardig.
1:30:19Mijn hart is bedriegelijk, het vlees.
1:30:23Kan zich zo roeren.
1:30:25De vijanden zijn vele.
1:30:27Maar hij die uit zes benauwdheden.
1:30:31Zes benauwdheden.
1:30:33Verlost heeft.
1:30:34Zal in de zevende niet doen omkomen.
1:30:39Job 5.
1:30:41Het
1:30:43kwaad zal u niet aanroeren.
1:30:47En ge zult mijn eer.
1:30:50Altijd werkt de Heer aan op de eer van zichzelf.
1:30:55Die drieënige God, om de eer van zijn naam zal hij zondaren uit de benauwdheid, uit de nood bevrijden, redden.
1:31:06De Heere staat ook voor dat laatste in.
1:31:10Die goddelijke ik zal die eruit helpt.
1:31:14Die de helper is in de nood.
1:31:18Staat ook in voor de vervulling en gij zult mij eren.
1:31:23Ook dat laatste is een belofte, hoort u het?
1:31:26En gij zult.
1:31:28Daar zorg ik voor, zegt de Heer.
1:31:30Ik breng in de benauwdheid.
1:31:34Ik leer roepen in de benauwdheid.
1:31:37Ik help uit de benauwdheid.
1:31:41En ik geef een leven tot mijn eer.
1:31:47En tegelijkertijd is dat nou ook dat eren van God...
1:31:50de begeerte in het leven van Gods kerkgemeenten.
1:31:55God groot maken is het diepste verlangen van hun hart.
1:32:03Is hun ziel opgericht.
1:32:05Het
1:32:07loven en prijzen van hem.
1:32:11Die mij heeft verlost.
1:32:14Dat is het liefste werk wat ze hier op aarde doen.
1:32:17Maar zo weinig aan toekomen.
1:32:21En straks eeuwig gaan doen.
1:32:23Maar dan volmaakt.
1:32:25Dan is er geen onzuivere toon meer.
1:32:29Dan zijn ze op de toonhoogte van de verloste scharen.
1:32:35En hier komt God ook in dat eren nog zoveel te kort.
1:32:39In het leven van zijn kinderen, maar dan komt hij niks meer te kort.
1:32:45Dan zal het een volmaakte dankzegging en een eeuwig loflied zijn.
1:32:50Omdat de verlossing volkomen zal wijzen.
1:32:55Daartoe heeft God zich nou dat volk geformeerd.
1:32:59Hij zegt, zij zullen mij eren, zij zullen mij lof vertellen.
1:33:04En dat is niet omdat het moet, maar omdat ze van harte willig en bereid zijn gemaakt.
1:33:10En nou moeten alle dingen in het groot van de wereld, in het klein van mijn leven, medewerken ten goede.
1:33:19Ook alle benauwdheden om
1:33:23God te eren.
1:33:24We
1:33:26kennen iets van dit leven, gemeente, tot slot.
1:33:30Hebben we leren roepen, aanroepen.
1:33:32God, uit
1:33:35de banden van de dood.
1:33:37Met de schuld van ons leven.
1:33:41Gingen die banden van zonde.
1:33:43En duivel knellen.
1:33:46Met het benauwd.
1:33:48Dat
1:33:50je voelde ik zit gevangen.
1:33:53Ik kom er niet uit los.
1:33:55Dat
1:33:57je toen mocht ervaren.
1:33:58Maar hij heeft me eruit geholpen.
1:34:02Mijn ziel uit de gevangenis gevoerd.
1:34:06Mij van de zonde macht.
1:34:09En de heerschappij ervan bevrijd.
1:34:13Van de schuld verlost.
1:34:15Ik kon het niet.
1:34:18Ik kon het zelf niet.
1:34:20Ik wilde het geen eens.
1:34:23Maar
1:34:24hij heeft het gedaan.
1:34:26En daarom gij zult mij eren.
1:34:31Die God die je hebt aangeroepen.
1:34:34Die God die je heeft uitgeholpen.
1:34:37Als we dat leven nou niet kennen.
1:34:39Ja, maar dan zegt iemand.
1:34:41Nou, dan
1:34:43is dat heel erg.
1:34:46Want dan komt er straks een benauwdheid als het niet verandert.
1:34:51Waar alle benauwdheden van nu en van beneden het niet bij halen.
1:34:56Een eeuwige benauwdheid.
1:35:01En dan ga je roepen.
1:35:05Uit je benauwdheid.
1:35:08Maar dan zal er geen antwoord zijn.
1:35:12En dan is er geen uithelper meer.
1:35:16Dan zal je roepen, jong of oud, wie je ook bent.
1:35:22Vruchteloos zijn.
1:35:25En daarom, dit nummer wordt u niet vrijblijvend meegegeven.
1:35:30En denk niet van, ik moet eerst.
1:35:33Mijn benauwdheid is nog niet groot genoeg.
1:35:38Zo kan je soms denken voordat je een hulpdienst inschakelt.
1:35:43Nou, misschien zakt het wel weer af.
1:35:47Heb ik geen hulp nodig.
1:35:52Maar zelfs als u helemaal geen benauwdheid voelt vanavond...
1:35:57krijgt u het alarmnummer mee om
1:36:00te gebruiken.
1:36:03Ja, maar ik heb geen benauwdheid, dominee.
1:36:05Toch zit u erin, al ziet u het niet.
1:36:08En daarbij is uw situatie, uw toestand nog gevaarlijker dan welke ook.
1:36:15Juist ook diegene zou ik dus aan willen sporen.
1:36:20Om de heren aan te roepen.
1:36:24En zeg dan maar, ik heb gehoord vanavond in die tijdreden, o God, dat ik nood heb.
1:36:29Maar ik heb geen nood, ik voel het niet.
1:36:32Dat er benauwdheid is, maar ik voel geen benauwdheid.
1:36:36En ik heb gehoord dat dat de meest ernstige en gevaarlijke omstandigheden zijn.
1:36:42En dat ik u moet aanroepen ook daarmee.
1:36:45Heer Heerberk, wilt
1:36:48u me uithelpen?
1:36:52Bedenk het voordat het voor eeuwig te laat is.
1:36:55De tijd is kort.
1:36:57De eeuwigheid nabij.
1:36:59En zie het geluk van Gods volk.
1:37:01Wordt er zo heilig jaloers op vanavond.
1:37:04Hoe makkelijk zij het hebben in de moeilijkste omstandigheden.
1:37:08Ik hoor het hier een kind van God misschien wel zingen in Oudorp.
1:37:12In de grootste smarten blijven onze harten.
1:37:17In de heren gerust.
1:37:20Kan jij zingen?
1:37:21Ja, ik zal hem nooit vergeten.
1:37:24Hem mijn helper heten.
1:37:26Al mijn hoop en al mijn lust.
1:37:32Want ik mag zien op die overste leidsman en volleinder van het geloof.
1:37:37Kijk, dan is de weg niet te veel, gemeente.
1:37:41Als je dan mag terugblikken bij het licht van Gods geest.
1:37:45Dan mag je het wel eens beleidend zingen en zingend beleiden.
1:37:48Ik heb in nood aan God verbonden.
1:37:51In Hem mijn hoofdvertrek gevonden.
1:37:53De Heere, wiens goede tierenheid zich over mij heeft uitgebreid.
1:37:59En
1:38:03roep mij aan.
1:38:06In de dag der benauwdheid.
1:38:10Ik zal er u uithelpen.
1:38:14Gij zult mij eren.
1:38:17Vijftig.
1:38:19Vijftien.
1:38:21Want bij de Heren de Heren.
1:38:26Zijn uitkomsten.
1:38:28Tegen de dood.
1:38:31En alle nood.
1:38:35Amen.
1:38:35Ja.
1:38:36Amen.
1:38:37Wij
1:38:39gaan zingen gemeente onder 42.
1:38:41En daarvan.
1:38:42Het eerste, vierde en vijfde vers.
1:38:441, 4 en 5 van 142.
1:38:48Heren,
1:38:49[GEZANG]
1:42:20wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen?
1:42:24Zo God voor ons is, u.
1:42:27Wie zal dan of wat zal dan tegen ons zijn?
1:42:34Danken u dat u dit nummer meegaf.
1:42:3850, 15.
1:42:40Psalm 50, vers 15.
1:42:44Griff het in onze geheugens.
1:42:48Schrijf het in onze harten.
1:42:51En heren, dit nummer zal nooit overbelast zijn.
1:42:56Al zal heel Oudorp er gebruik van maken.
1:43:01U kunt al die aanroepen, al die hulproepers helpen.
1:43:10Weliswaar op uw tijd, dat moeten we ook leren.
1:43:14Maar u doet het, ik zal.
1:43:18Wil zo de napredenken zijn en dank voor uw woord.
1:43:23In deze tijd reden.
1:43:25Dat u ons samenbracht met de beide gemeenten.
1:43:30Gedenk aan hen beide.
1:43:31Ook onze geliefde oud-gemeente.
1:43:33Nog altijd herderloos.
1:43:35En toch niet...
1:43:36Nee, ze zijn niet herderloos.
1:43:39Want u bent er.
1:43:41En dat we daarop mogen zien, heer.
1:43:44En zo vanuit u mogen uitzien.
1:43:47Ook naar een onderherder.
1:43:50Geef het ook aan de andere gemeente die ook vakant is.
1:43:55Heren,
1:43:56ze hebben jaren geleden een eigen predikant voor het eerst gekregen.
1:44:02Maar u kunt het toch ook voor de tweede keer doen?
1:44:05Zou er voor de Heer iets te wonderlijk zijn?
1:44:08Wil zo gedenken naar de trouw van uw verbond.
1:44:12Ga met ons van hier verzoenend zondigen.
1:44:15Zegen uw woord.
1:44:17Neem onze dank aan.
1:44:19En dat het hierop mag uitlopen, nu al en straks eeuwig.
1:44:23En gij, jij zult...
1:44:26Mij eren.
1:44:29Amen.
1:44:31Onze slotsang vindt u in Psalm 25.
1:44:33Het tiende vers gemeenten.
1:44:35Tiende van 25.
1:44:37Hoed mijn ziel en red ze uit noden.
1:44:40[GEZANG]
1:46:58Gemeenten ga heen in vrede met u dragend.
1:47:01De zegen des heren.
1:47:04De heren zegenen u en hij behoeden u.
1:47:08De heren doen zijn aangezicht over uw lichten.
1:47:12En zij u genadig.
1:47:14De heren.
1:47:16Verheffen zijn aangezicht over u.
1:47:19En hij geven u zijn vrede.
1:47:24Amen.
1:47:25[GEZANG]