Filippenzen 3: 12; Het zielenleven van Paulus

zondag 25 januari 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. D. Zoet · 106 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:58Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren die de hemel en de aarde geschapen heeft.

10:08Die trouwen houdt en eeuwig leeft.

10:13En die nooit zal laten varen de werken zijner handen.

10:19Amen.

10:21Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.

10:29En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:33En van Jezus Christus.

10:36Die de getrouwe getuige is.

10:39De eerstgeborene uit de doden.

10:43En de overste van al de koningen.

10:46Der aarde.

10:48Amen.

10:51Psalm 119 en daarvan het zeventiende vers.

10:55Is de aanvangspsalm gemeente die we gaan zingen.

11:00Leer mij, o heren, de weg door uw bepaal, dan zal ik die ten einde toe bewaren.

11:07Geef mij verstand met goddelijk licht bestraald, dan zal mijn oog op uw wetten staren.

11:15Dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt, dan zal zich het hart met mijn daden paren.

11:22119 vers 17.

11:24[GEZANG]

14:41Nieuwe Testament in de brief van de apostel Paulus aan de Filippensen, het derde hoofdstuk.

14:47En

14:48daaruit lezen wij de eerste veertien versen, Filippensen 3, vers

14:541 tot en met 14.

14:56Maar

14:59eerst doen wij beleidenis van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.

15:04Met de woorden van de twaalf artikelen en een ieder van u die spreken, in zijn of in haar hart aldus.

15:13Ik geloof in God den Vader, de Nauwmachtige, Schepper des hemels en der aarde, en in Jezus Christus, zijn enig geboren Zoon, onze Heere,

15:25die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven

15:38en begraven, nedegedaald ter helle.

15:43Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.

15:48Opgevaren ten hemel.

15:50Zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders.

15:55Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

16:01Ik geloof in de heilige geest.

16:05Ik geloof een heilige algemene christelijke kerk.

16:09De gemeenschap der heiligen.

16:13Vergeving der zonden, wederopstanding des vleeses en een eeuwig leven.

16:23Filippense 3 te beginnen bij vers 1.

16:26Voorts, mijn broeders, verblijt u in den Heren.

16:31Dezelfde dingen aan u te schrijven is mij niet verdrietig en het is u zeker.

16:37Zie op de honden, zie op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.

16:42Want wij zijn de besnijding, wij die God in de geest dienen.

16:48En in Christus Jezus roemen en niet in het vlees betrouwen.

16:54Hoewel ik heb dat ik ook in het vlees betrouwen mocht.

16:58Indien iemand anders meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer.

17:04Besneden ten achtste dagen.

17:07Uit het geslacht van Israël.

17:09Van de stam van Benjamin.

17:12Een Hebraïer uit de Hebraïen, naar de wet een fariseer, naar de ijver een vervolger der gemeente, naar de rechtvaardigheid die in de wet is, zijn

17:24de onberispelijk.

17:27Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus wil schade geacht.

17:33Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn.

17:38Om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus mijn Heere.

17:45Om wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb.

17:50En acht die drek te zijn.

17:53Opdat ik Christus mogen gewinnen.

17:57En in hem gevonden worden.

18:00Niet hebbende mijn rechtvaardigheid die uit de wet is.

18:04Maar die door het geloof van Christus is.

18:07Namelijk de rechtvaardigheid.

18:10Die uit God is door het geloof.

18:14Opdat ik hem kenne.

18:16En de kracht zijner opstanding.

18:19En de gemeenschap zijns leidens.

18:22Zijn dood gelijkvormig wordende.

18:26Of ik enigszins mogen komen tot de wederopstanding der doden.

18:32Niet dat ik het al reden gekregen heb.

18:35Of al reden volmaakt ben.

18:38Maar.

18:40Ik jaag daarnaar of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben.

18:50Broeders, ik acht niet dat ik het zelf heb gegrepen, maar één ding doe ik, vergetende hetgeen dat achter is en strekkende mij tot hetgeen

19:02dat voor is, jaag ik naar het wit tot de prijs der roeping Gods.

19:09Die van boven is in Christus Jezus.

19:15Zullen wij de heren vragen gemeente om een verbeurde.

19:19Maar onmisbare zegen laat ons voor en met elkaar bidden.

19:28Aanbiddens waardige dienens en lovens waardige heren.

19:34Die de hemel hebt tot uw troon en deze aarde.

19:38Tot een voetbank voor uw heilige voeten.

19:43Het is aan de avond van deze uw dag dat we opnieuw mogen naderen tot de aanspraakplaats van uw heiligheid, tot uw genade troon

19:55en genade stoel die nu in de hemel staat opgericht, opdat

20:02zondaren tot die troon zullen komen in

20:07de naam van uw geliefde Zoon.

20:10En heren, vergun ons dan een toegang tot uw troon.

20:15Een vrijmoedige toegang.

20:18Om heren elkaar bij u te brengen.

20:22Om de noden en de zorgen van ons leven voor uw voeten neer te leggen.

20:29Om u te smijken om alles wat we nodig hebben voor tijd en eeuwigheid beide.

20:37Maar ook om in het bijzonder een zegen over de bediening van uw woord.

20:42Van u.

20:43De God van het woord af te smeken.

20:47Heren we hebben de zegen van u zo nodig.

20:52Zonder u kunnen wij niets doen.

20:54Wij zijn in alles op u aangewezen.

20:58Wij kunnen nog geen woord voortbrengen.

21:01Geen gedachten hebben.

21:04Tenzij u het ons geeft.

21:07Heren geef ons deze dingen.

21:10Maar ook zoveel meer geef ons de leiding.

21:14Van de heilige geest.

21:16Hij wilt u de werken van de boze.

21:19Die ook een geest is.

21:22Maar dan een geest uit de afgrond.

21:25Een geest die niet levend maakt.

21:29Maar ons in dood en verderf wil storten.

21:33Dat de werken van hem zullen verbroken en verstoord worden.

21:39Opdat uw woorden vrije loop zal hebben.

21:43En naar uw eigen belofte waar twee of drie in mijn naam vergaderd zullen zijn.

21:49Daar zal ik zelf in het midden zijn.

21:51U de leiding neemt ook over deze eredienst.

21:56En dat u in de leiding ons zult inleiden.

22:00In de verborgenheid van het evangelie.

22:04En ons tegelijkertijd zult uitleiden.

22:08Uit ons eigen boos en zondig bestaan.

22:14Uitleiden en inleiden.

22:17O heren wilt u dat doen vanavond.

22:19En daartoe door middel van de prediking ons bij de hand nemen.

22:25En als dan de prediking in uw naam uitgaat.

22:29Dat uw woord zo dichtbij ons komt.

22:33Dat heren uw woord in ons leven gaat vasthaken.

22:38En wij in het spoor van uw woord worden meegetrokken.

22:43En meegenomen.

22:45Want dat is toch kenmerkend voor allen die u vrezen.

22:50Die bewandelen de Bijbelse weg.

22:53Het spoor van de gerechtigheid.

22:56De smalle weg die naar het leven leidt.

23:01Heren, geef ook bij onze kinderen en jongeren een aandachtig gehoor.

23:06Dat ook zij met verlangen zijn gekomen naar uw huis.

23:11Om onderwezen te worden in de weg der zaligheid.

23:17Heer, het is een goede gewoonte als we uit gewoonte gekomen zijn.

23:23Maar mag het ook zijn uit behoefte.

23:26Want het behoeftig volk, in hun noden, in hun ellend en pijn, gans hulpeloos tot u gevloden, zult gij ten redder zijn.

23:38Andermaal mogen we onze oud gemeente bij u brengen.

23:43En heren, wat is dat een verwaardiging.

23:46Om elkaar bij u te brengen.

23:50In de wetenschap dat u een goede God bent.

23:53En dat u de grote header bent van de schapen.

23:58En de leraar van alle gerechtigheid.

24:02En u hebben wij nodig als gemeente.

24:07Als dienaar van het woord.

24:09Heren, u bent er.

24:11U sluit zich niet voor ons af.

24:14Het zou naar recht zijn dat u zou zeggen, hou je mond dicht.

24:19Maar u zegt juist, doe je mond wijd open.

24:23Ik zal hem vervullen.

24:26Heren, we brengen de noden van de zieken ook vanavond opnieuw bij u.

24:32Omdat het nooit wendt, de ziekte die we omdragen.

24:37De pijn die we ervaren, de beperkingen die het met zich meebrengt.

24:43En omdat dat niet iets is alleen van smorgens, maar van heel de dag en soms ook heel de nacht, mag het bij u gebracht worden.

24:56Ontferm u.

24:57Gedenk u, heren, aan onze kruisdragenden, welke naam ons kruis ook heeft.

25:05Van welk materiaal het kruis ook is gemaakt.

25:09En hoe lang we het kruis ook al hebben of hoe kort in ons leven.

25:16Leer ons in het zien op de grote kruisdrager.

25:20Die het kruis heeft gedragen en de schande veracht.

25:24Om niet te murmureren onder het kruis.

25:28Maar om het gewillig op ons te nemen.

25:31En achter u aan te dragen.

25:35Heren, wilt u zijn met degenen die zich eenzaam voelen, alleen, misschien wel verlaten.

25:42O heren, u kunt ook daarin oplossingen geven.

25:47Want heren, er is niets waarin u ons niet te hulp zou kunnen komen en bij ons kunt zijn.

25:55U kunt overal inkomen en bijkomen.

26:00En heren, dat mag al zo vertroostend soms zijn.

26:05Als we dat mogen bemerken, dat we er niet alleen voor staan, maar dat u een God van nabij bent.

26:13Zoals ook Asaf dat mocht zeggen, het is mij goed, mij zalig slot nabij te wijzen bij mijn God.

26:21Ik zet mijn betrouwen op de Heren, Heren.

26:26Heren, gedenk u andermaal aan de raad van de kerk ook in de huisbezoeken.

26:32Elke week mogen ze worden afgelegd.

26:34En ook in deze week.

26:36Het valt altijd niet mee.

26:39Maar dat we ze mogen ontvangen heren.

26:42Als van u gezondenen.

26:45En ze komen toch met het oog op ons zielenheil.

26:49Ons bezoeken.

26:52Samen met ons bidden.

26:53En samen uit de Bijbel lezen.

26:56Wilt u dat werk zegenen.

26:59Ook het werk van de pastoraal medewerker.

27:02En ook van dominee Heemskerk.

27:05Heren zegent u al het werk in uw koninkrijk.

27:10En geeft u dat het niet al zuchtende gedaan hoeft te worden.

27:15Want dat is niet nuttig voor de gemeente.

27:18Maar dat het met vreugde gedaan zou mogen worden.

27:23Heren ontfermt u zich over al de kerken in ons vaderland.

27:28We bidden om eenheid in de waarheid.

27:32Voegt u bijeen wat bijeen hoort.

27:35Denk aan de spanningen in de christelijk gereformeerde kerken.

27:39Wilt u geven waar ook afwijken is dat er terugkeer tot u gevonden zal worden.

27:48Want heren, we zien het zo vaak.

27:50Wat weg is, komt niet terug.

27:53Als wij de onopgeefbare dingen van uw woord prijs geven.

27:59Heren.

28:00O zeker u kunt een wederkeer bewerken.

28:04U kunt dwars door alles heen een terugkeer geven.

28:09Maar naar de mens gesproken is dat niet te verwachten.

28:14En daarom roept u ons ook in het kerkelijke werk en leven op.

28:19Bewaar het pand u toe betrouwt.

28:22Om heren de oude palen niet te verzetten.

28:27Niet om ouderwets te zijn of te doen.

28:30Maar omdat u de onveranderlijke God bent.

28:34En omdat de Heere Jezus de onveranderlijke zaligmaker is.

28:38En uw woord blijft in de eeuwigheid.

28:42En aan geen verandering onderhevig is.

28:47Vandaar die vastheid.

28:49En die standvastigheid.

28:52Leer het ons.

28:54Heere, waar we van af moeten, dat is van de zonde.

28:58Het standpunt waar een mens in Adam staat, dat moeten we verlaten.

29:04Maar heren, uw woorden bestaan toch in der eeuwigheid.

29:09En wilt u die oude, even oude waarheid van uw getuigenis...

29:15...waarmaken in ons persoonlijk hart en leven?

29:20U bent met hen die op deze uw dag niet met ons kunnen opkomen, omdat ze werken...

29:26In noodzakelijke beroepen.

29:28Maar ook in werken van barmhartigheid.

29:31Gedenkt u aan hen die in de ziekenhuizen of in de verpleeghuizen.

29:36In de zorginstellingen werken.

29:39In de thuiszorg misschien wel.

29:42We mogen ook artsen aan u opdragen in de ziekenhuizen.

29:46Die hun werk zondags en door de weeks doen.

29:48Maar ook de huisartsen hier ter plaatse.

29:52O heren zij hebben de zorg.

29:54In de eerste plaats voor onze lichamen.

29:57Maar wat is het een extra zorg.

30:01Een zorg met zoveel meer waarde als er ook oog is.

30:06Voor het geestelijke, voor het zielenheil van de patiënten.

30:10Zegent u ze heren.

30:12En mogen ze zelf patiënt zijn bij die grote zielenarts.

30:17De Heere Jezus Christus.

30:20En onder zijn behandeling zijn.

30:23Heren, we dragen de overheden aan u op landelijk, provinciaal, maar ook plaatselijk, de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen.

30:32U weet de uitslag al en wat er komt, maar bewaar ons ervoor dat het confessionele geluid, het christelijke geluid, verder zal afkalven.

30:45Dat we onze verantwoordelijkheid ook in het stemhokje zullen gebruiken.

30:51Want u kijkt over onze schouder mee.

30:54En u vraagt ook in een stemhokje.

30:58Om een keuze te maken naar uw woord.

31:03Heren, opdat de winkels gesloten zullen blijven.

31:07Ook in de gemeente Goeree-Overvlakke.

31:12Het zijn nog maar weinig gemeentes in ons land waar dat geldt.

31:17Heren, dat we het niet zullen verliezen.

31:19Het mag een zaak.

31:20...van gebed zijn.

31:22Wilt u zijn, heren, zal ook met college van burgemeester en wethouders...

31:27...met de gemeenteraad hier ter plaatse op het voormalige eiland.

31:33Wilt u zijn ook met hen die uitgediend zijn...

31:36...die, heren, het zij als wethouder of burgemeester of raadslid hebben mogen dienen...

31:44En soms, heren, kan er ook een gedenkdag zijn.

31:47We denken ook aan de oud-burgemeester in deze ogenblikken van wie we hoorden dat hij 70 jaar getrouwd mag zijn.

31:56Wat een voorrecht, maar u weet ook van de zorgen bij het ouder worden.

32:02En zo, heren, zien we dat ieder mens op weg en reis is.

32:06Naar die grote eeuwigheid dat we hier geen blijvende stad hebben.

32:11En daarom moeten zoeken de toekomende.

32:13Geef het, heren, aan ons allen.

32:16We bidden voor de arbeid in uw Koninkrijk.

32:19Het werk van Jantina, het werk wat gebeuren mag.

32:23Vanuit onze kerk, maar ook daarbuiten.

32:26Andere kerken en stichtingen.

32:29Wereldwijd het zendings- en evangelisatiewerk.

32:33Ook onder uw oude bondsvolk Israël, ontferm u en gedenk aan de kerk die vervolgd wordt, om uw naamswil moet leiden.

32:42Soms opgesloten zit, christenen die vervolgd worden, achteruitgesteld, die worden geslagen, gediscrimineerd.

32:53O God, houdt u ze vast en doe ze uw nabijheid ervaren.

32:59Zo hebben we veel voor u neer te leggen aan uw voeten.

33:03En we stapelen het maar op, heren.

33:06En we tasten het maar op.

33:08Onze zonden komen erbij.

33:11Ook aan het einde van het gebed beleiden we onze overtredingen.

33:16En heren, wij weten er geen weg mee.

33:20Maar u toch wel.

33:22Want bij u is raad.

33:24En bij u is vrede.

33:27En bij u is verlossing en vergeving.

33:30Bij u is hulp in tegenheden.

33:33Bij u is alles.

33:34En daarom we begeren maar één ding.

33:37Om ons betrouwen.

33:39Zoals de preek van morgen eindigde.

33:42Vanuit Psalm 2.

33:44Op u alleen te stellen.

33:46Om bij u te schuilen.

33:49O bron van troost en licht.

33:52Zegen ons alle.

33:54Wees genadig in ons midden.

33:57Leid en leer ons.

34:00Onderwijs en troost ons.

34:03Vermaan en bekeer ons.

34:05Tot roem van uw genade.

34:08Om Jezus' wil.

34:10Amen.

34:15Woensdagavond, gemeente, mag u weer naar de kerk.

34:17In de werkdienst zal dan dominee Vlietstra uit Harskamp voorgaan.

34:22In de dienst die om half acht begint.

34:25U bent allen van harte uitgenodigd.

34:29De collecten, een drietal, die worden nu gehouden.

34:32En we zijn bestemd voor diakonie, kerk, vogdij.

34:35En de aflossing, de heren zegenen u en uw gaven.

34:39We zingen uit Psalm 42, de versen 1 en 3.

34:4342, 1 en 3.

34:46[GEZANG]

41:19Tekstwoordgemeente voor de prediking.

41:21Dat

41:22vindt u opgetekend in Filippense 3 en daarvan het twaalfde vers.

41:28Ik zal eens het thema noemen en ook de puntenverdeling en dan lezen we tegelijkertijd ook de stukjes uit de tekst die daarbij passen.

41:37Wij willen stilstaan met de hulp des Heren onder de inwachting van de Heilige Geest bij het zielenleven van Paulus.

41:45Drie gedachten, allereerst zijn klacht, dat is vers 12a.

41:50Als Paulus zegt niet dat ik het alrede gekregen heb of alrede volmaakt ben.

41:57Ten tweede zijn begeerte.

42:00Maar ik

42:02jaag daarnaar of ik het ook grijpen mocht.

42:06En ten derde zijn sterkte als hij besluit in vers 12 met waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben.

42:17Het

42:18ziele leven van Paulus, zijn klacht,

42:21zijn begeerte en

42:25zijn sterkte.

42:29Paulus, hij

42:32schrijft deze brief.

42:34Net als elke bijbelschrijver dat heeft ervaren onder de leiding van de Heilige Geest.

42:44Het zijn dus niet zijn woorden, maar het zijn Gods woorden door hem.

42:51Deze brief aan de Filippensen is een bedankbrief.

42:55Zo zouden we hem kunnen karakteriseren.

43:00Paulus wil de gemeente van Filippi danken voor alle ondervonden medeleven.

43:08En het is tegelijkertijd ook een brief vol van persoonlijke dingen.

43:12Hij geeft ons een inkijk in zijn eigen zielenleven.

43:18Zo schreef hij om wat voorbeelden te noemen in het eerste hoofdstuk.

43:22Het leven is mijn Christus, het sterven is mijn gewin.

43:28En hij zei er ook, ik heb een begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn.

43:35Want dat is zeer verre het beste.

43:39Maar als hij zo die persoonlijke dingen noemt, dan gaat het hem niet om zichzelf.

43:44Zo van kijk mij eens, hoor mij eens, zie mij eens.

43:48Maar dan gaat het om het werk van Christus in de apostel Paulus.

43:56Als hij dan bijvoorbeeld in het tweede hoofdstuk de gemeente vermaand.

44:01Om eensgezind en ootmoedig te zijn.

44:06Dan wijst hij ze in een ontroerend loflied ook op de vernedering.

44:11En de verhoging van de Heere Jezus Christus.

44:17En ook in ons teksttoopste komt hij terug op een vroeger al eerder door hem gedane waarschuwing tegen dwaalleringen, valse leringen.

44:29En weer komt hij dan in dat persoonlijke spreken daarover met de naam van Christus tot de gemeente.

44:39Want hij zegt om...

44:41Christus wil heb ik al hetgeen voor mij winst gewin was schade geacht.

44:49Ja om de uitnemendheid van Christus Jezus.

44:52Mijn heren acht ik ook al die dingen schade en drek te zijn.

44:57Opdat ik Christus mogen gewinnen.

44:59En in Christus mogen gevonden worden.

45:02En hem mogen kennen.

45:07Steeds Christus.

45:10En is dat niet kenmerkend gemeente voor het leven.

45:13Van elke ware christen.

45:15Het leven van een christen valt en staat of staat met Christus.

45:22En in dat ware christen leven wordt toch gevonden.

45:25Een voortdurend en toenemend kennen van de Heere Jezus Christus.

45:34En daarom staat dat leven zo haaks op het leven wat wij mensen van nature leiden.

45:42Hebben dan misschien ons leven wel christelijk genoemd.

45:47En overal een soort christelijk sausje overheen aangebracht.

45:53Maar ten diepste is het natuurlijk leven van ons mensen.

45:57Hoe christelijk op het oog en aan de buitenkant ook.

46:02Dat leven van ons mensen is een verloren leven.

46:07Het is een diep ongelukkig leven.

46:13Ons leven wat we van nature leiden.

46:17Dat is geen mooi leven.

46:20En gemeente, als het ontdekkend licht van de Heilige Geest daarover opgaat, over ons leven, dan ga je dat beamen.

46:29Dan ga je dat overnemen, dan krijg je ontdekt dat je leven niet klopt, dat je leven in de ogen van God niet deugt.

46:40Dat we verstrikt zitten in banden van de dood, gekneld, verstrikt in de boeien van de zonde, in de macht van de Satan.

46:50En daar heb ik mij zelf in gebracht.

46:54En dat wordt dan schuld voor ons.

46:59Dan maakt die heilige geest mij zondaar voor God.

47:04En gemeente, juist datgene wat ik nu noemde...

47:06dat is iets waar een schijngristen, een naamgristen...

47:10een nabijkomende christen niet van weet.

47:13Die kan een heel eind mee.

47:17Maar zo iemand zegt vaak...

47:19u moet mij maar niet spreken van zonde en schuld en oordeel.

47:25Maar een ware christen die heeft zijn eigen leven verloren.

47:32En het leven gevonden in de Heer Jezus.

47:37En daarom dat ene, de dood in mij, maar het leven in hem.

47:42Dat is een grondtrek in het geestelijke, in het christenleven van Gods kerk.

47:50Ik heb alles van mij moeten verliezen, eraangeven.

47:55Opgeven al mijn gerechtigheden.

47:59En ik ben als een zondaar voor God neergezonken in mijn ongerechtigheid.

48:05En toen wees Gods geest mij op de gerechtigheid van een ander.

48:12Dat heeft Paulus geleerd.

48:14Ik hoop ook u en jij.

48:17Dat er niets van ons bij mag en niets van ons bij kan.

48:22Zelfs nog geen nagelschrapsel.

48:25Geen enkel werk van de mens, hoe mooi misschien ook, hoe goed in onze ogen kan voor God bestaan.

48:34De Heer wil ons zelfs daar brengen dat we zeggen, ik wil het ook niet meer.

48:40Ik wil alleen maar leven van Hem.

48:43Een christen is bevrijd van de macht der zonde en de knellende banden van de dood.

48:50Niet omdat hij zelf zich daarvan heeft bevrijd.

48:54Zijn leven heeft herpakt, om zo te zeggen.

48:57Nee, dat leven dat verloren is.

49:00Dat we zijn kwijtgeraakt, dat kunnen wij niet herpakken of hervinden.

49:06Maar het is gebeurd omdat Christus hem of haar te sterk geworden is.

49:11En daar heeft Paulus van geroemd, van Christus en zijn kracht.

49:17Hij noemt dat de opstandingskracht van de Heer Jezus.

49:22En dan is het leven van een ware christen die...

49:26Van Christus geworden is.

49:27Dat is opstandingsleven.

49:30Leven uit hem.

49:33Het leven van een oprechte christen.

49:37Dat kenmerkt zich hier doordat je zegt.

49:39Het heeft mij mijn leven gekost.

49:42Het heeft mij mijn leven gekost.

49:46Want al was mijn leven nog zo christelijk.

49:49En nog zo verdienstelijk.

49:53En nog zo fraai misschien aan de buitenkant.

49:58Als Christus het leven van ons leven wordt.

50:01Dan gaat het door de dood heen.

50:03In de gemeenschap met zijn lijden.

50:06Worden we zijn dood gelijkvormig.

50:08Staat er in vers 10 gemeente.

50:11En schieten wij er zelf met ons leven helemaal bij in.

50:19Paulus zegt alle dingen.

50:22Buiten hem heb ik schade geacht.

50:25En drek geacht om de uitnemendheid der kennis van Jezus Christus.

50:31Paulus zegt, ik ben met de Heer Jezus de dood ingegaan.

50:35Maar zo kreeg ik deel aan zijn opstanding.

50:40En nu begeer ik de kracht van die opstanding van hem.

50:44Meer en meer te mogen leren kennen.

50:47En van daaruit ziet Paulus ook uit naar de wederopstanding van de dood.

50:52Naar de jongste dag, de dag van de wederkomst.

50:56Want dan is daar de volmaaktheid.

51:01Dan is er het volkomen verloste leven.

51:05En hij zegt van die begeerte in vers 10 en 11.

51:10Opdat ik hem kenne en de kracht van zijn opstanding.

51:14En de gemeenschap van zijn lijden, zijn dood gelijkvormig wordende.

51:18Of ik enigszins mogen komen tot de wederopstanding der doden.

51:26Paulus kende dus.

51:28Geliefde gemeente door genade de Heer Jezus Christus.

51:33Maar hij zegt niet, daar ben ik tevreden mee.

51:36Ik vind het best zo.

51:37Ik vind het genoeg zo.

51:39Nee, zegt hij, ik ken hem wel.

51:41Maar ik zou hem zo graag meer en meer.

51:47Dieper en dieper.

51:49Sterker en sterker willen leren kennen.

51:53Ik verlang om te groeien.

51:56Op te wassen in de kennis en de genade van de Heer Jezus Christus.

52:02En

52:03weet je gemeente, hoe meer hij mocht opwassen, groeien in die kennis.

52:08Hoe meer hij erachter kwam, wat heb ik er nog weinig van.

52:13En wat ken ik hem nog maar ten dede.

52:19Paulus wenst dat Christus een nog grotere plaats in zijn leven, in zijn denken, in zijn doen, in zijn handel, in zijn wandel, in zijn hart zal innemen.

52:32Dat Christus zo hem zal vullen en vervullen dat er voor iets of iemand anders, ook voor hemzelf niet, geen enkel plekje meer over zal blijven.

52:43Christus alleen om

52:47zo te beantwoorden aan de wil van God.

52:52En helemaal gelijkvormig te zijn aan het beeld van Christus.

52:59Kortom, Paulus zegt, gemeente, ik wil volkomen zijn.

53:06Ik wil zonder zonde zijn.

53:09Ik wil volmaakt zijn.

53:11Ik wil volkomen heilig zijn.

53:15Daar verlangde hij naar.

53:18En dan komt zijn klacht.

53:21Omdat hij daar nog niet is.

53:24Hij zegt...

53:26Niet dat ik het alrede gekregen heb of alrede volmaakt ben.

53:30Alrede wil zeggen, ik ben het nog niet.

53:34Ik ben nog niet volmaakt en ik heb het ook nog niet gekregen.

53:40Dus met andere woorden, Filipenzen, denk nou niet dat ik er ben of dat ik het heb.

53:46Integendeel, mijn klacht is, ik

53:49ben er ook zo ver bij vandaan.

53:52Hoe anders zou ik moeten zijn in godszaligheid.

53:59En als hij dan zucht over datgene wat hij mist, dan zegt hij daarmee, was ik maar volmaakt.

54:08Was ik maar zo, zoals God wil dat ik ben.

54:14Dat ik hem zo zou dienen, zoals hij het waard is.

54:18Niet alleen straks, maar ook hier en nu.

54:25Paulus heeft door genade dit geleerd.

54:27Ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont.

54:33Het vlees onderwerpt zich niet aan de wet van God.

54:37Hoe dadig behoorde ik te zijn in godszaligheid en in heilige wandel.

54:42Telkens opnieuw ervoer hij waar hij op een andere plaats van schrijft.

54:45Het vlees begeert tegen de geest en de geest tegen het vlees.

54:50Al zo dat die twee tegen elkaar opstaan en dat ik...

54:56Doe hetgeen ik niet wil en

54:59niet doe hetgeen ik wil.

55:03Daar heeft hij last van.

55:06Dat drukt hem neer, gemeente.

55:10Daar zit hij over in.

55:14Ik wil denken aan wat ik las van Spurgeon.

55:16Een prachtig voorbeeld.

55:18Hij zegt, een zondaar die dood is in zonden en misdaden...

55:21zou nooit zo klagen als de apostel Paulus hier doet.

55:27Maar een zondaar die van de zonde is bevrijd en waar de kracht...

55:32De heersende kracht van de zonde is gebroken.

55:35Die voelt de last van de zonde waarmee hij in aanraking komt.

55:41En dan het voorbeeld wat hij gebruikt.

55:43Wat de kinderen en jongeren ook kunnen begrijpen.

55:47Als je een duik neemt in het zwembad.

55:51Twee meter onder water of zo.

55:53Dan heb je natuurlijk een enorme massa water boven je.

55:58Maar dat voel je helemaal niet.

56:01Apart eigenlijk.

56:04Uit het water komt.

56:06En als je op de rand van het zwembad zou zitten.

56:09En ze zouden komen met een tijl met water gevuld.

56:13En die zetten ze op je hoofd.

56:15Dat is natuurlijk veel minder vergeleken met het water.

56:18Wat in het zwembad zat boven je.

56:20Toen je daarin dook.

56:21Dan voel je die last drukken.

56:26De speurzon zegt dan.

56:29We zijn van nature voelen we ons als een vis.

56:32In het water.

56:34Als het gaat om de zonde.

56:37Dan voelen we helemaal de zonden niet drukken.

56:41Daar zitten we niet over in.

56:44Maar als de Heer ons opvist en eruit haalt.

56:50Net zoals dat je aan de kant komt te zitten.

56:54Dan voel je juist de zonden in je leven zo zwaar drukken.

57:01Een drukkende last.

57:03En dan begeer je van elk overblijfsel van de zonden in je leven verlost te worden.

57:11Zo is het met apostel Paulus.

57:14Zijn eigen ik is nog niet dood.

57:18De oude mens had wel een doodsteek gekregen in de bekering.

57:23Want dat gebeurt, dan begint het proces van de afsterving van de oude mens.

57:30Maar die oude mens is nog niet dood.

57:34Steeds opnieuw stakt hij ook bij Paulus weer de kop op.

57:39Het toonde hij nog springlevend te zijn, die oude mens, dat oude ik.

57:45Horen maar eens klagen daarover in de Romeinenbrief.

57:49Als zij zegt, ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam der zonde?

57:55Niet dat ik het alrede gekregen heb of alrede volmaakt ben.

58:03En dan is Paulus toch wel een grote in het koninkrijk van God.

58:07Een man waar we tegenop kijken.

58:10Wie durft er naast Paulus te gaan staan?

58:14Als er één geoefend is in de genade, dan hij wel.

58:18Als er één is ingeleid in de heilgeheimen die in Christus gevonden worden, dan hij wel.

58:25Als er één is die gelouterd werd door het lijden wat hij ondervond om de naam van Christus wil, dan Paulus wel.

58:34Als hij terugziet op heel zijn leven.

58:36Op de weg die God met hem is gegaan.

58:39Dan zegt hij ik ben er nog niet.

58:41En ik heb het ook nog niet.

58:43Niet dat ik het al reden gekregen heb.

58:47En niet zegt hij dat ik al reden volmaakt ben.

58:54Al vroeger zou hij dat nooit zo gezegd hebben.

58:58Want toen dacht hij heel anders over zichzelf.

59:03Toen was Paulus tevreden met zichzelf.

59:06En hij meende.

59:08Ja, God mag ook wel met mij tevreden zijn.

59:12Toen zocht hij zijn zaligheid in de uiterlijke dingen.

59:17Toen roemde hij in de onderhouding van de wet en van de geboden van God.

59:24De heel rijtje genoemd in vers 5 en 6 besneden ten achtste dagen.

59:30Uit het geslacht van Israël, van de stam van Benjamin.

59:34Aan de voeten op een andere plaats zegt hij dat van Gamaliel gezeten.

59:39Vul maar in.

59:42Ik heb een heel lijstje met pluspunten.

59:47Mijn goede werken, mijn to-do-list om zo te zeggen.

59:51Nou, daar kan ik mee voor de dag komen bij God en bij de mensen.

59:59Hij dacht heel dicht bij het koninkrijk van God te zijn.

1:00:04Maar al wonder door genade heeft hij geleerd al die dingen

1:00:10schade en drek te achten.

1:00:14En dat benadrukt hij hier bij die Filippensen.

1:00:17En daardoor geeft hij ze opnieuw een waarschuwing mee tegen de dwaarleer van die zogenaamde Judaïsten.

1:00:24Die rondgingen ook in de gemeente van Filippi.

1:00:28Mensen die betrouwden in het vlees, op het vlees.

1:00:32Zoals Paulus vroeger ook had gedaan.

1:00:35En die leerden een mens kan door eigen inspanningen toch wel een heel eind komen.

1:00:44De volmaaktheid komt binnen handbereik.

1:00:49Nee, zegt Paulus, zo

1:00:52niet.

1:00:54Hij weet, de volmaaktheid heb ik niet bereikt.

1:00:57En die zal ik in dit leven ook niet bereiken.

1:01:02Niet dat ik het al reden heb gekregen of al reden volmaakt ben.

1:01:07Maar dat neemt niet weg dat hij

1:01:10er wel naar verlangt, naar die volmaaktheid.

1:01:14Niet alleen straks, maar ook dus nu al in dit...

1:01:19Zijn leven.

1:01:21Zijn klacht.

1:01:23In de tweede plaats zijn begeerte.

1:01:26Want dat vind ik zo'n bijzondere gemeente.

1:01:30Hij legt zich niet bij de klacht neer.

1:01:33Hij zegt niet nou ja ik ben nu eenmaal het eigendom van Jezus Christus geworden.

1:01:37Die mij met zijn dierbaar bloed heeft gekocht en verlost.

1:01:43En ja, ik ben weliswaar nog niet perfect volmaakt.

1:01:46Maar ja, wie is dat wel?

1:01:48Wel kind van God kan zeggen.

1:01:50Ik, ik, ik ben zonder zonde.

1:01:54Niemand leeft volmaakt van Gods kinderen ook niet.

1:01:59Dus ja, je moet er maar mee leren leven.

1:02:05Paulus

1:02:06spreekt zo niet.

1:02:08Als

1:02:10we werkelijk onvolmaakt door het leven gaan.

1:02:14En dat inleven.

1:02:17En doorleven, dan maakt dat nooit leidelijk.

1:02:20Integendeel.

1:02:21Als

1:02:23dat zo zou zijn, dan openbaart het vat wat erin zit, gemeente.

1:02:29Wie van Gods kinderen zou niet begeren verlost te worden van de zonde?

1:02:36Als ik Gods kinderen spreek, dan valt me dat altijd op.

1:02:40Dat ze last hebben van hun zonde.

1:02:46Terwijl de zonden vergeven zijn.

1:02:50Terwijl ze een...

1:02:52Recht hebben van God om aan het avondmaal te komen.

1:02:57Terwijl het bloed van de Heer Jezus gestreken is aan de deurposten van hun harten.

1:03:03Klagen ze over de zonde.

1:03:05En verlangen ze ernaar om helemaal verlost te zijn.

1:03:10Te worden en volkomen tot Gods eer te leven.

1:03:16Als ze dan wel eens echt hebben mogen kerken bijvoorbeeld.

1:03:19Dan zeggen ze ik zou willen dat dat altijd zou blijven.

1:03:24Dat ik er niet tussen zit, want ik zit er vaak weer tussen zelf.

1:03:29En ik struikel nog zo vaak.

1:03:33Ik verlang om volmaakte gemeenschap met God en Christus te hebben.

1:03:37Om met mijn God te wandelen.

1:03:42Paulus kende die begeert ook.

1:03:44En daarom schrijft hij, ik jaag ernaar.

1:03:49Naar de volmaaktheid.

1:03:52Of ik het ook grijpen mocht.

1:03:55Hij zegt, ik wil helemaal beantwoorden, gemeente van Filippi, aan het doel waartoe God mij heeft geschapen en herschapen geformeerd.

1:04:06En dat doel is toch om Gods lof te vertellen.

1:04:10En dan spreekt hij dat niet uit vanuit een wettische geest om daarmee iets te verdienen.

1:04:15Om de anderen daarmee de ogen uit te steken.

1:04:18Zo van, kijk eens die Paulus, nou die klimt toch aardig omhoog op de heiligheidsladder.

1:04:26Dat is toch wel een kind van God wat uitblinkt om

1:04:32de grootste, de beste, de meeste, de eerste te zijn.

1:04:36Oh, daar gaat het hem helemaal niet om.

1:04:40Het gaat hem om de Heer.

1:04:43Omdat hij het zo eeuwig waard is geheel en al gediend te worden.

1:04:52Lodestein, een oud vader, hij zegt hoe heiliger Gods kinderen zijn, hoe

1:04:59heiliger ze zouden willen zijn.

1:05:03Dus ze zeggen niet, nou nu heb ik een voldoende heiligheidsgraad of mate behaald.

1:05:10Dit is het maximum, hier moet ik en ook God dus mee tevreden zijn.

1:05:17Nee, hoe heiliger ze zijn, hoe heiliger ze zouden willen zijn.

1:05:25Paulus kende een leven dicht bij Christus.

1:05:28Een Godvruchtig leven.

1:05:32En weet je wat het juist met die mensen is die heel dicht bij de Heer Jezus leven, gemeente?

1:05:38Die zien hun ongelijkvormigheid aan de Heer Jezus.

1:05:46Dat ze niet beantwoorden aan Gods eis en eer.

1:05:52Als je vergelijkt met anderen, nou

1:05:56misschien moet je dan ook wel zeggen, ik kom er nog niet mee in de schaduw.

1:06:01Maar als je bij de Heer Jezus...

1:06:04bent en heel dicht bij hem leeft...

1:06:07dan moet je zeggen, wat toon ik nog weinig van zijn beeld.

1:06:11En hoe meer ze hun ongelijkvormigheid zien...

1:06:15hoe meer ze aan de slag gaan om heiliger te leven.

1:06:18Mis, mis.

1:06:20Hoe meer ze hun ongelijkvormigheid zien...

1:06:23hoe

1:06:25meer ze de Heer Jezus nodig krijgen...

1:06:29om

1:06:30van die ongelijkvormigheid verlost te worden.

1:06:34Hoe meer ze hem nodig krijgen tot hun heiligmaking.

1:06:38Dat is het werk van de heilige geest.

1:06:42In de heiligmaking werpt de heilige geest een zon daar niet terug op zichzelf.

1:06:47Zo van meer, meer, beter, beter, presteren, presteren.

1:06:55Maar hij werpt je terug op de Heer Jezus Christus.

1:07:01Wordt hij meer en meer je leven.

1:07:04En je wordt meer en meer aan hem verbonden.

1:07:07dan is het ik jaag ernaar of ik het ook grijpen mocht.

1:07:12Als Paulus die woorden gebruikt in onze tekst, jongelui...

1:07:15dan sluit hij aan bij de toenmalige wereld met de stadions...

1:07:19waar de harteloopwedstrijden ingehouden werden...

1:07:23in de loopbaan, in de renbaan.

1:07:26Je ziet ze klaarstaan voor de start.

1:07:29In de startblokken zijn wordt gegeven...

1:07:33en ze schieten vooruit, die renners.

1:07:37Over de baan en ze spannen zich tot het uiterste in.

1:07:42Om de eindstreep als eerste te bereiken, de finish.

1:07:49Want die krijgt de prijs, de eerste prijs.

1:07:52Die wordt gekroond.

1:07:55En daarom zo'n hardloper, zo'n renner kijkt echt niet halverwege om.

1:07:59Waar blijft de rest?

1:08:01Hoe ver ben ik gevorderd?

1:08:04Nee, die zijn maar op één ding gericht.

1:08:07Zoals staat in vers 14.

1:08:10Ik jaag naar het wit van de prijs der roeping van God die van boven is in Christus Jezus.

1:08:18De prijs, de finish.

1:08:22Het ware christenleven is ook zo'n loopbaan, de loopbaan des geloofs, zegt Paulus in Hebreeën 12.

1:08:31En al de krachten van een ware christen worden ingespannen om die baan die wordt voorgesteld ten einde toe.

1:08:42Om te lopen.

1:08:44Om te volharden tot het einde.

1:08:47Om niet te verslappen ergens.

1:08:49Om niet te verflauwen onderweg.

1:08:53Maar om gericht te zijn op het eindel.

1:08:57Namelijk de volmaaktheid, het eeuwige leven.

1:09:01Onbevlekt bij God te zijn.

1:09:03De kroon te ontvangen die de Heer heeft weggelegd.

1:09:06Voor alle die de verschijning van Christus hebben liefgekregen.

1:09:11Voor al degene die de goede strijd hebben gestreden en straks de loop hebben geëindigd.

1:09:17Ik jaag ernaar, zegt Paulus.

1:09:22En dan staat er zoiets van, ik strek mij daar naar uit.

1:09:27Dat

1:09:30past ook wel bij zo'n hardloper.

1:09:32Als je gewoon staat of loopt, dan sta je rechtop.

1:09:36Maar ga je rennen, dan

1:09:40buigt je lichaam, je hals zich naar voren.

1:09:45Dan strekt als het ware dat gebogen hardlopende lichaam zich al uit naar

1:09:53het einde.

1:09:55Paulus schrijft in vers 14, één ding doe ik vergetende wat achter mij is.

1:10:01En strekkende mij tot hetgeen dat voor is, jaag ik naar het

1:10:10wit.

1:10:11Tot de prijs van de roeping van God, ik jagen naar of ik het ook grijpen mocht.

1:10:18Je zou dus kunnen zeggen het leven van een kind des heren is een gejaagd leven.

1:10:25Maar dan in de goede zin van het woord gejaagd.

1:10:30Waar jagen wij naar gemeente?

1:10:33Waar strekken wij ons naar uit?

1:10:37Waar zijn wij op gericht?

1:10:41Dat is een vraag voor ons allemaal.

1:10:43Want ieder mens gaat met zijn hart ergens naar uit.

1:10:48De een jaagt naar eer en de ander naar rijkdom.

1:10:52Weer een ander zegt, ik wil voorspoed, ik wil geluk en doet er alles aan om dat te realiseren.

1:11:00Maar laten we beseffen vanavond,

1:11:03gemeente, de

1:11:07wereld gaat voorbij met al haar begeerlijkheid.

1:11:12Je komt met alles wat je van beneden najaagt en misschien ook wel bereikt, uiteindelijk toch bedrogen uit.

1:11:22Want je kunt er God niet mee ontmoeten.

1:11:26Het heeft geen waarde als

1:11:30je het vergelijkt met datgene wat je moet hebben als je voor God zult moeten verschijnen.

1:11:38En dat denk ik ook aan hen die geen vreemdeling zijn van de genade.

1:11:44En ook tegen hen mag ik en moet ik het zeggen vanavond.

1:11:48We hebben niet na te streven de schatten van deze aarde.

1:11:54We hebben niet te begeren datgene wat vergaat.

1:11:59Mot en roest zal het verteren, die schatten dieven komen om te doorgraven.

1:12:07Jaag daar niet naar.

1:12:10Laat dat niet uw oogmerk zijn, uw begeerte vormen.

1:12:18Moet ik dan jagen naar geestelijke dingen?

1:12:21Nou, ook daarin kunnen er op een verkeerde manier dingen nagestreefd en nagejaagd worden door ook Gods kinderen.

1:12:31Bijvoorbeeld die een denkt ik hoor dit van een kind des heren.

1:12:34Dat moet ik ook kennen.

1:12:35Daar moet ik ook gebracht worden.

1:12:38Dat en dat erbij.

1:12:39En dan gaat het zo vaak om jezelf.

1:12:44Weet je waar je naar moet begeren?

1:12:47Ook u die de heren vreist.

1:12:50De eer van God.

1:12:53En al het andere.

1:12:55Dat mag u loslaten.

1:12:58Begeren om meer en meer.

1:13:00Aan het beeld van de zoon van God gelijkvormig te worden gemaakt.

1:13:06Dat was het verlangen van Paulus.

1:13:08Niet dat ik het al reden heb gekregen.

1:13:12Niet dat ik al reden volmaakt ben.

1:13:14Nee, nog niet.

1:13:15Maar ik jaag er wel naar.

1:13:18Of ik het ook grijpen mocht.

1:13:21En dan onze derde of laatste gedachte zijn sterkte als hij zegt.

1:13:25Waartoe ik ook van Christus Jezus gegrepen ben.

1:13:31Paulus liep

1:13:34eerst gemeente in de...

1:13:37Loopbaan van de wet met een ongekende ijver.

1:13:42Paulus liep altijd voorop.

1:13:46En hij dacht zo zijn doel te kunnen bereiken.

1:13:49De zaligheid van zijn ziel en vrede met God.

1:13:53Hij liet zich opzwepen telkens opnieuw door de wet.

1:13:58Gezult, gezult niet.

1:13:59Nog een schepje erbovenop.

1:14:02Nog een paar meters maken.

1:14:06En hij dacht zo kom ik er wel.

1:14:08Maar hij zag niet in.

1:14:09Dat hij op een dood spoor liep.

1:14:13Dat hij ondanks al zijn vroomheid en inspanningen onderweg was naar een eeuwig verderf.

1:14:24Totdat Paulus wordt ingehaald op

1:14:28de weg naar

1:14:31Damaskus.

1:14:33En hij wordt gegrepen.

1:14:35Een stem uit de hemel klinkt.

1:14:38Sal, sal, wat

1:14:41vervolgt gij mij?

1:14:43Wie bent u, heren?

1:14:48Ik ben Jezus die gij vervolgt.

1:14:52Het is uw hart de verzenen tegen de prikkels te slaan.

1:14:59Paulus die daar ligt op de grond vraagt, wat wilt gij dat ik doen zal?

1:15:05De Heere heeft hem ingehaald, hem

1:15:09gegrepen.

1:15:12De almachtige genade hand en arm van Christus is hem te sterk geworden.

1:15:17En het was uit met Saulus van Tarzen.

1:15:20Het was met hem gedaan.

1:15:22En gemeente dat hebben we allemaal nodig.

1:15:26Dat de hemel ingrijpt.

1:15:30Dat we worden gegrepen.

1:15:33Vroeger zeiden ze dat wel zo.

1:15:34Als iemand wederom geboren werd.

1:15:37Als iemand bekeerd werd.

1:15:38Die is gegrepen door God.

1:15:42Gegrepen in zijn hart.

1:15:45Ben u ook al gegrepen in uw hart en jij?

1:15:48Gegrepen door de hand van de Heere in je ziel?

1:15:53De wijze waarop het gebeurt is niet zo van belang.

1:15:57Het is veel belangrijker dat het gebeurt.

1:16:01Dat je mag zeggen, de Heere is me te sterk geworden.

1:16:04Bij de een doet God het hardhandig.

1:16:09En hij rukt je als een brandhout uit het vuur.

1:16:13Maar bij een ander doet de Heere het meer geleidelijk.

1:16:19Zijn hand was dag en nacht zwaar op je.

1:16:23En in een geleidelijke weg legde de Heer al meer beslag op je leven.

1:16:28Je kwam eronder, meer en meer.

1:16:31Het woord ging je veroordelen.

1:16:35Aanklagen, schuldig te staan.

1:16:38Voor de allerhoogste majesteit verloren te zijn.

1:16:43En de geest van Christus, overtuigde van zonde, bracht je aan het einde met jezelf en het einde van de wet.

1:16:53En je kon er maar één ding om

1:16:57genade roepen.

1:17:00Wees mij de zondaar genadig, o God.

1:17:04Maar die geest van Christus wees ook op dat schuld overnemende lam van God.

1:17:10Is er nog een middel?

1:17:14En hij openbaarde dat lam aan het oog van je ziel.

1:17:18Je kreeg hem nodig en diezelfde geest maakte je ook Christus deelachtig.

1:17:25Zodat je hem ontving voor eigen hart.

1:17:28En voor eigen leven.

1:17:31Dat is allemaal genade.

1:17:34Tot genade komen is uit genade.

1:17:38Het is genade voor genade gemeente.

1:17:41En daarom kan het ook voor u en voor jou.

1:17:46Omdat de Heer zegt er hoeft niks van u bij.

1:17:50Het is alleen mijn vrijmachtig welbehagen.

1:17:54Het is alleen uit mij, door mij en tot mij.

1:17:57Door u, door u alleen om het eeuwig welbehagen.

1:18:03En die geest die Christus wegschenkt en verheerlijkt.

1:18:09Werkt ook het verlangen die heilige geest.

1:18:13Die heiligunde geest om op de Heer Jezus te lijken.

1:18:18De

1:18:20omgang met hem is er.

1:18:22Het

1:18:24verlangen om zijn beeld te vertonen komt er.

1:18:28Ik jaag ernaar.

1:18:31Om zoals Jezus te zijn.

1:18:37Ik grijp.

1:18:39Of

1:18:40ik het ook grijpen mocht waartoe ik ook van Christus Jezus gegrepen ben.

1:18:47Dus Paulus zegt ik ben gegrepen door de Heer Jezus.

1:18:51Ik ben een gegrepen mens.

1:18:55Het waren liefdeshanden die mij vastgrepen.

1:18:58Doorboorde handen van de Heer Jezus.

1:19:02En hij laat me nooit meer los.

1:19:04Want hij laat niet varen wat zijn hand begon.

1:19:08Mijn naam staat in zijn handpalmen gegrafeerd.

1:19:15Niemand zal ze uit zijn handen rukken.

1:19:19Als hij je grijpt laat hij je nooit meer los.

1:19:23Dat is het onberouwelijke werk van een drieëne God.

1:19:27Een verkiezing en roeping die onberouwelijk zijn.

1:19:32En u mag de apostel Paulus als vrucht van dat gegrepen worden door Christus gemeente.

1:19:37In dit vertrouwen leven dat hij, Filippense 1 vers 6.

1:19:41Die in hem een goed werk begonnen is.

1:19:43Dat ook zal volleindigen, afmaken.

1:19:46Tot een goed einde zal brengen.

1:19:49Tot op de dag van Jezus Christus.

1:19:52Dat is een grote zegen.

1:19:55Wie heeft nou wie gegrepen trouwens?

1:19:58Niet Paulus de Heer Jezus.

1:20:00Maar de Heer Jezus de apostel Paulus.

1:20:06En de Heer Jezus neemt vervolgens de apostel Paulus mee in die nieuwe loopbaan, in de renbaan van het geloof.

1:20:15Hij gaat voorop, de overste leidsman en de volleinder van het geloof.

1:20:24En hij zegt tegen zijn vader, nu hij in heerlijkheid is, vader ik wil dat die bij mij zijn, die gij mij gegeven hebt, opdat zij mijn heerlijkheid ook mogen zien, ook mogen aanschouwen.

1:20:37Waartoe ik ook van Christus Jezus gegrepen ben.

1:20:42Waartoe?

1:20:42Dus dat is het doel.

1:20:43Ik ben gegrepen door de Heer Jezus.

1:20:46Maar hij heeft dat met een bedoeling gedaan.

1:20:49Waartoe ik gegrepen ben.

1:20:51Wat is het doel?

1:20:53Wat de Heer heeft met elke zondaar die hij trekt uit de duisternis.

1:20:57En brengt tot zijn wonderbaar genadelicht.

1:21:02De verdorven zondaar moet niet alleen vernieuwd worden.

1:21:05De onbekeerde moet niet alleen bekeerd worden.

1:21:07De dode moet niet alleen levend gemaakt worden.

1:21:10De schuldige moet niet alleen gereinigd worden.

1:21:13Maar weet je wat zo'n mens ook moet worden?

1:21:17Een volmaakt mens.

1:21:21En dat is het doel wat God heeft met een

1:21:25zondaar die hij bekeert.

1:21:28Het doel is niet van zonden te ontslaan.

1:21:31Het doel is niet om je een kind van God te maken.

1:21:34Het doel is niet om je te verlossen van de macht van de zonde en van de duivel.

1:21:41Maar het doel is om je tot de volmaaktheid te brengen.

1:21:45Daartoe grijpt hij je.

1:21:48Om je volmaakt straks voor zijn vader te stellen.

1:21:55En dat verlangen legt hij nou ook in het hart van de zijnengemeente.

1:22:00Het verlangen om na dit leven tot de volmaaktheid te komen, te geraken.

1:22:05En die volkomenheid die zal gewis komen.

1:22:10Waartoe ze ook van Christus Jezus gegrepen zijn.

1:22:14Hij laat dus niet halverwege los.

1:22:17Hij zegt niet met u of jou is er geen beginnen aan.

1:22:21Hij zegt niet nou het valt me toch tegen met je.

1:22:25We laten het maar voor wat het is.

1:22:29Nee.

1:22:32Maar ik net zei in die stadions bij wedstrijden.

1:22:37Krijgt één de eerste prijs en dan heb je een podium.

1:22:41En dan heb je nog een tweede en een derde prijs.

1:22:43En de vierde valt er buiten de prijzen.

1:22:46Jammer dan.

1:22:49Maar weet je hoe het is bij al degenen die lopen in de loopbaan van het geloof.

1:22:55Of het nou een vader of een moeder in Christus is.

1:22:58Een jongeling in de genade.

1:23:01Of een zuigeling in de genade, een kreupelen Jacob.

1:23:06Een Mephibose die aan beide benen niet kan lopen.

1:23:10Wie er dan ook maar is die daar voortstrompelt, voortgaat.

1:23:15In de weg van de loopbaan van het geloof, in de weg van de heiligmaking.

1:23:21Al de zijnen zullen de prijs krijgen.

1:23:26Van nummer 1, dat was Adam.

1:23:31Of beter gezegd, Abel, ik geloof dat die als eerste de hemel is binnengegaan.

1:23:36Tot en met nummer.

1:23:39Nou, zo velen als ze zalig zullen worden.

1:23:42Scharen die niemand tellen kan.

1:23:43Ze krijgen allemaal de prijs.

1:23:49En dan zeg je dat niet.

1:23:51Om dan maar tevreden te zijn om achteraan te strompelen ergens en je niet druk te maken om de voortgang in heiligmaking.

1:23:59Of je daarin vordert of niet in de toeneming van de kennis van Jezus Christus zijn dood gelijkvormig wordende.

1:24:07Komende tot de wederopstanding der doden.

1:24:10Zo van nou ja als je maar in die loopbaan loopt.

1:24:13Dan kom je er dus wel.

1:24:14Dan maakt het ook niet uit hoe je loopt.

1:24:17En hoe je handel en wandel is.

1:24:19Nee ik zeg dat niet om zulke zwakken die kant op te sturen.

1:24:24Maar om ze te bemoedigen.

1:24:27Omdat ze zo vaak denken ik kom er niet.

1:24:31Ik kom er nooit.

1:24:34Om ze erop te wijzen.

1:24:37Dat de prijs.

1:24:40Al die strijd en al die aanvechting waard is om te ondergaan, gemeente.

1:24:47Het is een ontdekkend woord, een bemoedigend, een vertroostend woord.

1:24:53Nee, ze lopen met de hals vooruit, niet met de borst vooruit, godskinderen.

1:24:59Al hebben ze nog zoveel van de hemel ontvangen.

1:25:02Ze beleiden dat ze nog zo weinig ervan hebben.

1:25:09En daarom groeien ze nooit het gebed.

1:25:13O zoon, maak ons uw beeld gelijk.

1:25:18Daar groeien ze nooit bovenuit, gemeente.

1:25:22Het ging om Christus in deze brief.

1:25:28En gemeente, wil het wel met ons zijn, eeuwig wel, dan zullen we hem moeten kennen.

1:25:36Dan zullen we hem moeten toebehoren, deel aan hem hebben.

1:25:40Met minder zal het niet gaan.

1:25:43Als het Christus niet is, dan is het tekort voor de eeuwigheid.

1:25:49Dat merk je heel duidelijk aan wat Paulus schrijft in deze brief.

1:25:53Alles wat geen God en geen Christus is, hij zegt weg ermee.

1:25:58Weg ermee.

1:26:01Ja, maar ik heb.

1:26:05Is het Christus niet?

1:26:09Weg ermee.

1:26:10Steun en leun er niet op.

1:26:12Bouw je zaligheid er niet op.

1:26:17Want er waren ook in Filippi heel veel keurige...

1:26:20Christelijke nette mensen.

1:26:22Geloof dat maar.

1:26:23Heilige mensen.

1:26:25Waar je een puntje aan kon zuigen.

1:26:30Misschien wel met een traan in het oog.

1:26:32Met bewogenheid.

1:26:34Vul maar in.

1:26:35Maar

1:26:36Paulus gaat zo eerlijk om met zielen gemeente.

1:26:40Hij zegt het is Christus niet.

1:26:42En het is Christus alleen of het is Christus helemaal niet.

1:26:48Hij is de grond waarop ik bouw.

1:26:52Wat anker eeuwig in hecht.

1:26:55En daarom gemeente moeten we hem leren kennen.

1:26:57Kus de zoon.

1:26:58Denk nog aan de preek van vanmorgen.

1:27:02Want als het dan zo is en zo is het gemeente.

1:27:06Dan zouden we toch eigenlijk allemaal door de knieën moeten gaan of niet?

1:27:11En allemaal moeten vragen.

1:27:13Heren geef dan dat ik u mag kennen.

1:27:16Uw zoon.

1:27:16Hebt u dat wel eens gedaan?

1:27:19Kijk uw bid.

1:27:20Dat weet ik.

1:27:22U bidt vanavond of u een goede nachtrust mag hebben.

1:27:25Toch u vraagt vanavond of u morgen in gezondheid wakker mag worden.

1:27:30Jij bidt morgen, ga mee naar school, help me bij die toets.

1:27:35Bewaar me op de weg.

1:27:38En dat zijn zeker dingen die we moeten en mogen vragen.

1:27:44Maar vragen we ook gemeente, mag ik u

1:27:49leren kennen?

1:27:52Heb jij dat wel eens gevraagd toen je thuis kwam en je kerkkleren uittrok?

1:27:57Op je slaapkamer in je verkleide.

1:27:59Andere kleren aantrok.

1:28:02Dat je de deur even dicht deed.

1:28:04Zodat niemand het zag.

1:28:06En even de heren aanriep.

1:28:08En zei heren ik heb gehoord.

1:28:11Dat ik Christus moet kennen.

1:28:13En ik ken hem niet.

1:28:15Ik heb gehoord dat ik de heren Jezus moet hebben.

1:28:18Maar ik heb hem niet.

1:28:20Geef hem ook aan mij.

1:28:24Dat ik hem mag kennen.

1:28:30En ja, dat is ook nodig voor Gods kinderen.

1:28:32Dat ze de knieën buigen, hoor.

1:28:36En dat zij zullen bidden, mag ik.

1:28:39Waar ik Hem mag kennen door genade.

1:28:42Mag ik vervolgen Hem te kennen.

1:28:44Mag ik Hem meer leren kennen.

1:28:47Mag ik meer op Hem gaan lijken.

1:28:50Meer omgang met Hem hebben.

1:28:54Opdat ik mag vorderen in heiligmaking.

1:28:59Dat de scherpe kantjes van mijn karakter mogen afgaan.

1:29:05Dat die lichte ontvlambaarheid zal verdwijnen.

1:29:08Dat ik met liefde bezet en bedeeld zal zijn.

1:29:12Heer, doe mij op uw lieve zoon lijken.

1:29:15Want het gaat erom dat u in mijn leven wordt verheerlijkd.

1:29:18En dat ik een lichtend licht en een zoutend zout ben.

1:29:22Dat ik goede reclame maak voor het koninkrijk van u, o God.

1:29:31Ik weet niet hoe lang u al in de loopbaan loopt, kind van de heren.

1:29:38Strijd kan soms zo zwaar en moeilijk zijn.

1:29:41Maar

1:29:42ik weet wel, er komt een einde aan.

1:29:46Het leven is echt maar even.

1:29:49Het is maar tijdelijk.

1:29:52Nog maar een weinig tijd.

1:29:56En hij die te komen staat, zal komen.

1:30:00Nog even.

1:30:03Houd maar moed, o ziel.

1:30:06Houd aangrijpt moed.

1:30:10Uw hart zal vrolijk leven.

1:30:14En spoedig ben je, kind van de heren, aan het einde van de loopbaan van het geloof, verkrijgende het einde uw geloofs, namelijk de

1:30:26zaligheid van uw zielen.

1:30:32Als het waar wat er gezegd werd in

1:30:36de rouwdienst van uw oud-predikant,

1:30:40dominee op het hof, dan

1:30:44verdwijnt alles wat van een mens is in het graf.

1:30:50En alles wat van God is, keert weder tot God.

1:30:55En zal juichen tot

1:30:59zijn eer.

1:31:00Dat ik hem ken.

1:31:04Dat is het gebed voor ons allemaal.

1:31:09Bekeerd en onbekeerd.

1:31:12Dat ik Christus kennen mag.

1:31:17Amen.

1:31:1986, het zesde vers gaan we zingen, gemeente.

1:31:22Leer me naar uw wil te handelen.

1:31:25En wat daar volgt.

1:31:2686 vers 6.

1:31:28Wat

1:31:28[GEZANG]

1:34:11een troost heren.

1:34:12U

1:34:14grijpt ze.

1:34:15In het hart.

1:34:17Om

1:34:19ze daar te brengen.

1:34:21Waar vervuld wordt.

1:34:23Die laatste twee regels.

1:34:25Die we zongen.

1:34:28Ik zal uw naam en majesteit.

1:34:31Eren.

1:34:32Tot in eeuwigheid.

1:34:36Tot in eeuwigheid.

1:34:39O

1:34:41heren.

1:34:44Dat u geven dat velen, ja kom het zijn wij allen.

1:34:49Bij dat volk zullen staan die zangers aan de glazen zijn.

1:34:56Dat we daar worden gebracht door u, door u alleen.

1:35:03Als we nog niet gegrepen zijn, heren, grijp in.

1:35:07Als we nog lopen in de loopbaan van de wereld,

1:35:11grijp in.

1:35:14Als we nog lopen in de loopbaan van de wet,

1:35:17grijp in.

1:35:21En als we lopen de loopbaan van het geloof.

1:35:25Geef kracht om te volharden tot het einde.

1:35:32En in het geloof op hem te zien.

1:35:37Die zegt ik ben de volleinder van het geloof.

1:35:43De overste leidsman.

1:35:46U komt er niet door uzelf.

1:35:48Nooit.

1:35:49Maar

1:35:52u komt er op grond van mijn verdiensten.

1:35:57Door mij alleen.

1:36:00Heren we bidden om de genadige uitwerking van uw woorden.

1:36:04En doorwerking van uw geest in het midden van onze oud gemeente.

1:36:09Dank dat we deze dag samen in uw huis.

1:36:13Voor uw aangezicht rondom uw woord mochten beleven.

1:36:19En dat heren banden wel kunnen rekken maar niet verbreken.

1:36:23En dat telkens mogen ervaren.

1:36:27Als we ook in onze oud gemeente geroepen worden om uw woord te brengen.

1:36:33Wilt u uw zegen eraan verbinden.

1:36:35En ook al het gebrekkige en zondige wat er ook vandaag weer was.

1:36:41Genadig verzoenen.

1:36:42Ga met ons naar onze huizen.

1:36:45En mag dat gebed ons leven tekenen.

1:36:49Ons gebedsleven tekenen.

1:36:52Dat ik de Heer Jezus mag kennen.

1:36:56Meer hebben we niet nodig dan Hem.

1:36:59En met minder kan het niet toe.

1:37:01En wie hem heeft zal in hem ook alles voor dit leven ontvangen.

1:37:06Die ontvangt niet alleen de belofte van het eeuwige.

1:37:09Maar ook de belofte van u voor het tegenwoordige leven.

1:37:14Hoe zal hij ons met hem ook niet alle dingen schenken.

1:37:19Ga met ons huiswaarts en bijzonder met hen die alleen thuis komen.

1:37:25Ontferm u over ons allen geef.

1:37:28Dat we elkaar misschien nog een keer mogen ontmoeten.

1:37:31We smeken het u uit genade.

1:37:34Om Jezus wil.

1:37:35Amen.

1:37:37De slotsang vindt u in 147.

1:37:40Het zesde vers.

1:37:42147 vers 6.

1:37:54Oh sorry.

1:37:56143 vers 10 moet het zijn.

1:37:58Ja klopt.

1:37:58Goed dat u even stopt.

1:37:59[GEZANG]

1:40:48Ontvangt gemeente met een biddend hart.

1:40:49De zegen des heren die wij in zijn naam.

1:40:52Op u leggen en ga heen in vrede.

1:40:57De heren zegenen u en hij behoeden u.

1:41:01De heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zij u genadig.

1:41:07De heren verheffen zijn aangezicht over u en hij geven u vrede.

1:41:14Amen.

1:41:15[GEZANG]