0:00[GEZANG]
10:12Onze hulp, onze
10:14enige verwachting is in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwen houdt en
10:27eeuwig leeft en die nooit zal laten varen de werken, zijn er handen.
10:35Amen.
10:37Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.
10:45En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
10:49En van Jezus Christus.
10:52Die de getrouwe getuige is.
10:55De eerstgeborene uit de doden.
10:58En de overste van al de koningen der aarde.
11:03Amen.
11:04U
11:08wordt meegedeeld dat jongsleden donderdag 22 januari.
11:12De heren uit het midden van...
11:15Onze gemeente en uit het midden van haar familie heeft weggenomen mevrouw Thijsje Breen van Dam.
11:23In de leeftijd van 92 jaar.
11:28Laatst gewoondhebbend op Diependorst 50.
11:33De begrafenis zal plaatsvinden komende woensdag om 1 uur.
11:38En aansluitend is er gelegenheid tot condoleren.
11:43De heren gedenken de bedroefde, de rouwdragende.
11:47Een gemeente willen wij in verband met deze roepstem, die ook een wekstem is, zingen Psalm 89, vers 19.
11:57Gedenk, o heren, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur.
12:02Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur.
12:08Psalm 89, vers 19.
12:11Wij
12:12[GEZANG]
16:13stellen ons vanmorgen eerst onder de tucht van de heilige wet.
16:17Des Heren.
16:18Ton sprak God al deze woorden zeggende.
16:23Ik ben de Heren uw God die u uit Egypteland.
16:27Uit het diensthuis uitgeleid heb.
16:30Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
16:35Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is, nog van hetgeen dat
16:47in de wateren onder de aarde is.
16:51Gij zult u voor die niet buigen nog hen dienen, want ik, de Heere uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen...
17:00Bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid, dergenen die mij haten, en door barmhartigheid aan duizenden, dergenen die mij liefhebben
17:12en mijn geboden onderhouden.
17:17Gij zult de naam des Heren uw schot niet eidelijk gebruiken, want de Heren zal niet ons schuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.
17:28Gedenk de Sabbatdag dat gij dien heiligt.
17:31Zes dagen zult ge arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
17:39Dan zult gij geen werk doen, gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
17:52Want...
17:53In zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is, en hij rustte ten zevende dagen.
18:03Daarom zegende de Heere de Sabbatdag en heiligde denzelfde.
18:09Eerd uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heere uw God geeft.
18:17Gij zult niet doodslaan.
18:20Gij zult niet echt breken, gij zult niet stelen.
18:23Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
18:29Gij zult niet begeren uw naaste huis.
18:32Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.
18:35Nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd.
18:39Nog zijn os, nog zijn ezel.
18:42Nog iets dat uw naaste is.
18:47We openen voor de schriftlezing Gods heilig en onvelbaar woord in het boek der psalmen.
18:53We lezen daaruit de tweede, dus psalm 2.
19:01Waarom woeden de heidenen en bedenken de volken ijdelheid?
19:05De koningen der aarde stellen zich op en de vorsten beraadslagen tezamen tegen de heren en tegen zijn gezalfden, zeggende, laat ons hun
19:18banden verscheuren.
19:19En hun touwen van ons werpen.
19:22Die in de hemel woont zal lachen.
19:25De Heere zal hen bespotten.
19:28Dan zal hij tot hen spreken in zijn toren.
19:32En in zijn grimmigheid zal hij hen verschrikken.
19:36Ik toch heb mijn koning gezalfd over Sion.
19:41De berg mijner heiligheid.
19:43Ik zal van het besluit verhalen.
19:46De Heere heeft tot mij gezegd, gij zijt mijn zoon.
19:50Heden heb ik u gegenereerd.
19:54IJs van mij.
19:55En ik zal de heidenen geven tot uw erfdeel.
19:59En de einden der aarde tot uw bezitting.
20:02Gij zult hen verpletteren met een ijzeren scepter.
20:06Gij zult hen in stukken slaan als een pottenbakkesvat.
20:10Nu dan, gij koningen, handelt verstandiglijk.
20:14Laat u tuchtigen, gij rechters der aarde, dient den Heere met vreze en verheugt u met beving.
20:25Kust de Zoon, opdat hij niet torne en gij op de weg vergaat, wanneer zijn toren maar een weinig zou ontbranden.
20:35Wel gelukzalig zijn allen die op hem betrouwen.
20:43Zullen wij de heren om een verbeurde maar zo onmisbare zegen u samen gaan bidden.
20:49Maar eerst moeten wij u meedelen dat dominee Joppe uit Barneveld bedankt heeft voor het beroep dat door onze gemeente op hem was uitgebracht.
20:59De heren gedenken dominee Joppe en hij geven rust op de genomen beslissing.
21:06En naast dit bedanken willen we ook de rouwdragende familie Brein van Dam in de voorbeden gedenken.
21:13De familie Pikaard van de dijkstelweg 42 van wie een zus en schoonzus, mevrouw Bakelaar Pikaard, in de leeftijd van 77 jaar is overleden.
21:25Als ook de rouwdragende familie op het hof die afgelopen vrijdag de gang naar de begraafplaats heeft moeten maken, zullen wij samen bidden.
21:42O allerhoogste en eeuwig levende God.
21:48Zo brengt u ons samen op deze uw dag.
21:52Een wijk ligt achter ons.
21:54U weet hoe we de dagen en de uren hebben doorgebracht.
21:59En u roept u ons voor uw aangezicht om ons voor u te stellen.
22:06Heb ons, heren, uw wet doen horen.
22:09Een roepstem van het sterven van een onzer kwam tot ons.
22:15Als het ware speelden de organisten minuten en de seconden.
22:20Om ons te bepalen dat de klok van ons leven nog loopt en tikt.
22:26Maar dat ook eenmaal daar een einde aan zal komen.
22:32We hebben uw woord al voorgelezen, gekregen.
22:36We hebben meegelezen in onze bijbeltjes.
22:39We hebben de eerste raapsalm gezongen.
22:43En heren, nu zoeken wij uw aangezicht.
22:47Voordat de dienst...
22:49Verder vervolgd zal worden.
22:52Komen wij tot u in verlegenheid.
22:56Om uw zegen heer te vragen.
22:59Om uw gunst van u af te smeken.
23:03Drie enige God.
23:05Want of we beseffen of niet.
23:07We hebben u nodig.
23:09We hebben u nodig voor tijd en eeuwigheid.
23:13We kunnen u niet missen heren.
23:15Voor het welzijn van ons lichaam.
23:19maar evenmin voor ons geestelijk welzijn.
23:23En daarom komen wij tot u, want daarmee beleiden we...
23:27dat u de bron bent van alle zegeningen...
23:31dat u de springader bent van het levende water...
23:36dat gij zij de fontein alles goeds...
23:40en dat er bij u ook een fontein van zaligheid is.
23:46Dat er bij u vergeving is, dat er bij u hulp is, dat er bij u troost is.
23:52Ja, wat is er bij u niet?
23:54Wat wij allemaal nodig hebben als kinderen, jongeren, mannen, vrouwen, tot en met de ouderen en de oudsten onder ons en met ons verbonden zijnde toe.
24:06O heren, we hebben niets verdiend, dat moeten we u ook beleiden vanmorgen.
24:12Maar zout u ons willen vervullen?
24:16Wilt u ons leegmaken van onszelf en volmaken van alles wat u bent en wat u hebt.
24:24O heren, maak plaats voor uw eigen werk.
24:28Voor uw genade, voor een leven met u.
24:31En wijs ook die u kennen, mild en goed.
24:36En toon de oprechten van gemoed het recht waarop ze vertrouwen.
24:41Heren, dat er gevoed mogen worden.
24:44Ook op deze uw dag in uw huis.
24:47Met brood, met hemels manna verzadigd zullen worden.
24:51Dat er, heren, uitgedeeld mag worden genade voor genade.
24:56Dat, heren, ontvangen mag worden die redelijke onvervalste melk.
25:02Maar ook de vaste spijzen.
25:05En, heren, als wij nog niet hongeren en dorsten na de gerechtigheid.
25:10Maak ons hongerig en dorstig.
25:13En wilt gij ook uw kinderen hongerig en dorstig houden, heren, opdat zij telkens opnieuw om verzadigd te worden, om vervuld te worden, tot u
25:25zullen komen met hun eigen leegheid en met hun eigen armoede.
25:31Gedenk u zo het geheel van de gemeente.
25:35We dragen de bedroefde familie Brein en Van Dam aan u op.
25:42En bijzonder de kinderen, de kleinkinderen en de achterkleinkinderen.
25:47Heren, lang hebben ze moeder en oma bij zich mogen hebben, onze oud-buurvrouw.
25:54Maar ook zij is gegaan de weg van alle vlees.
25:59En heren, nu kennen wij de kinderen zo niet, maar we bidden of u hen nabij wilt zijn, ook in deze weg.
26:06En of u ze wilt sterken, maar bovenal dat ze met...
26:11Ook het sterven eerst van vader en u ook moeder mogen inkeren tot zichzelf.
26:16En terugkeren tot u.
26:19De eeuwig levende God.
26:21Ga mee ook komende woensdag.
26:24Maar ook in de tijd die daarna zal aanbreken.
26:28Heren als de leegte er komt.
26:31Als heren het ingeleefd moet worden.
26:34Moeder en oma is niet meer onder ons.
26:39Ze is op de plaats van haar eeuwige bestemming.
26:43En zo komen er telkens roepstemmen tot ons allen.
26:48We bidden ook voor de familie Pikaard, heren, waar ook een slag is gevallen, aangrijpend verlies.
26:57O heren, troost u ook in die omstandigheden en weest u een God van nabij.
27:04En heilig ook deze smart.
27:07We dragen ook, heren, mevrouw Op het Hof, de kinderen, klein en achterkleinkinderen, aan u op, waar ook onze oud-herder en leraar, dominee Op het Hof, maar voor hen toch in de allereerste
27:20plaatsen, geliefde man, vader, schoonvader, groot- en overgrootvader, zo plotseling uit het leven en uit de dienst van u werd weggenomen,
27:32uitgediend.
27:33U zei, het is goed, mijn kind en knecht.
27:37Het is klaar.
27:38Je mag nu, waar je al de rechten van mijn mond met lust vertelt en vlijtig hebt onderwijzen, nu je hart eeuwig ophalen aan het aanschouwen
27:50van mij.
27:51O Heere, geef u troost bij de bedroefde familie en zout u en willen sterken waar er ook zo'n grote lege plaats gekomen is en ook...
28:03Kerkelijk Nederland en in bijzonder ook onze kerk en onze gemeenten willen gedenken.
28:10Ja, heren, u roept ons op, ook als oud-gemeente van deze oud-hedder en leraar.
28:18Gedenkt uw voorgangeren die u het woord gods verkondigd hebben.
28:23En volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst van hun wandel.
28:31Heren dat de woorden die hij sprak.
28:34In de jaren die hij hier stond.
28:36En ook daarna naar uw eigen belofte.
28:39Toch niet ledig tot u zullen wederkeren.
28:42Maar doen zullen wat u behaagt.
28:45En heren.
28:46Dan bidden we voor al de rouwdragenden.
28:49O geeft u uw troost.
28:52In alle smart.
28:53Als we zo de kerk doorkijken.
28:56Zojuist onder het zingen van Psalm 89.
29:00Dan zien we zoveel weduwen en zoveel weduwnaren.
29:04Die voor ons de tijd dat we hier stonden.
29:07Of in de tijd dat we hier stonden.
29:09Of daarna hun geliefden zich zagen ontvallen.
29:15Man of vrouw maar ook.
29:17We zagen ze die een kind of kinderen zich zagen ontvallen.
29:23Ouders heren die wegvinden.
29:26Troost u ze heren.
29:28Mensen zijn niet de vertroosters, maar het is zo goed om bij u te schuilen.
29:34In de wonden van de Heer Jezus allerlei vertroosting te zoeken.
29:39Laat u niet onbetuigd in hun levens.
29:43En wilt u gedenken ook onze zieken, de ernstige zieken.
29:49Heren, die zijn er, die blijven er maar komen.
29:52Dan de een en dan de ander.
29:54Zegent u medicijnen, behandelingen.
29:58Zegent u onderzoeken die ondergaan worden.
30:02Spanningen die het mee kan brengen.
30:04Hoe zal het gaan?
30:05Wat komt eruit?
30:07Heren, u weet alle dingen.
30:10Bepaal ons erbij dat u de grote geneesheer bent.
30:14En dat er onder de schaduw van uw vleugelen genezing gezocht.
30:20en genezing gevonden zal worden.
30:23Heren, opnieuw een bedank gekregen.
30:28Dominee Joppe heeft niet de vrijmoedigheid ontvangen...
30:32om de kudde van Barneveld achter zich te laten...
30:36en te verruilen voor de kudde van Oudorp.
30:40Heren, geeft u hem rust op de genomen beslissing.
30:45Dat hij mag ervaren dat u hem opnieuw verbindt aan Barneveld.
30:50Ook en bijzonder op deze dag als hij geroepen wordt het woord te bedienen.
30:55Maar geef ook hier stilte berusten in uw beleid.
31:01Heren, want u doet het nooit verkeerd.
31:04Al gaat u tegen onze eigen verwachtingen en onze eigen verlangens en gedachten in.
31:12Uw weg, o God, is volmaakt.
31:15En we hebben toch een knecht nodig...
31:17die zich door uw geroepen en gezonden mag weten...
31:21maar die ook komt in uw gunst.
31:23En, heren, dan weet u het, wie het moet zijn en wie het zal zijn...
31:28om de gemeente te bearbeiden...
31:31om, heren, in prediking en pastoraat...
31:34zondags en door de weeks...
31:37in uw huis en bij de huizen...
31:39met het woord rond te mogen gaan...
31:42en om de naam van die dierbare koning uit te roepen.
31:46Heren, mag er gebed zijn.
31:49Mag er een smeking opgezonden worden.
31:53Want u zendt uw dienaren en doet wonderen...
31:56ook op het noodgeschrij van de gemeente.
32:00Gedenk u dan ook in deze vakante periode, heren.
32:04Geef u de raad van de kerk samen met de commissie die aan bij staat licht, leiding en wijsheid van omhoog.
32:12Bewaar heren voor eigen gekozen wegen.
32:15Geldt toch altijd beter dat we heren nog even kunnen wachten dan dat we ons zullen haasten.
32:24Want ook in dit opzicht geldt die geloven zullen niet haasten.
32:29om van u, heren, de weg gewezen te krijgen...
32:32in alle voorkomende zaken, maar ook in het beroepingswerk.
32:37Heren, geef een biddende gemeente om de Amsbroeders heen.
32:41Gedenkt u het werk van de kerkvoogdij en de notabelen...
32:45van de kostesheren en de organisten...
32:48en alle die geroepen zijn in de erediensten en daarbuiten...
32:53hun gaven te besteden tot uw eer.
32:57En in uw dienst.
32:59En mogen die twee zaken maar wegen.
33:02Want dan vallen wij weg, heren.
33:05Dan gaat het niet om ons.
33:07Maar om het dienstwerk in uw gemeente.
33:10In uw koninkrijk.
33:13En om de eer van uw grote naam.
33:16Ontferm u zo gelijk.
33:18Uw naam grote ontfermer is.
33:21Die eeuwig leeft.
33:23En die met innerlijke ontferming bewogen is.
33:27Ook over schapen die geen header hebben.
33:31En heren, dan bent u de grote opperheader, dat is waar.
33:36Maar we lezen het toch in de evangelieën.
33:39Uw bewogenheid, de schare overziende.
33:43Geef ook ons vanmorgen, heren, die bewogenheid.
33:46Als we de gemeente overzien.
33:49En gedenk ook de thuisgemeente.
33:51Degene die meeluisteren vanuit wellicht de oase.
33:57Vanuit de Vlietberg, vanuit de Vijver.
34:00Vanuit andere instellingen, verpleegtehuizen.
34:04Degene heren die vanuit de huiskamer, de ziekenkamer met ons verbonden zijn.
34:10Of nu of later de dienst zullen volgen.
34:13Heren, zegen ook hen.
34:16Ja, zegen ons allen.
34:18Verdiend hebben we het niet.
34:20Verzondigd hebben we het wel.
34:22Maar bij u is genade.
34:25En mogen we dan verhoord worden.
34:28Uw nabijheid ervaren.
34:31Uw geest ontvangen dat die ons leiden.
34:34Ook in het spreken en luisteren.
34:37En dat uitgenade alleen om Christus wil.
34:42Amen.
34:53Waarin dominee A.
34:54Vlietstra uit Harskamp op voor te gaan.
34:57Aanvang om half acht.
34:58En u en jullie worden allen hartelijk opgewekt.
35:02Om ook de doordeweekse diensten in getrouwheid bij te wonen.
35:07Dan de collecten.
35:09De eerste voor diakonie.
35:10De tweede voor de kerkvoogdijen.
35:11De derde voor de aflossing van de kerk.
35:14Hartelijk aanbevolen in uw mildadigheid.
35:17We zingen uit psalm 72.
35:20Het eerste en het zesde vers.
35:2372 vers 1 en vers 6.
35:28Geliefde
35:28[GEZANG]
42:01gemeente, vijf keer wordt
42:05psalm 2 in het Nieuwe Testament aangehaald, geciteerd.
42:11En
42:13daarom noemen wij deze psalm een Messiaanse psalm.
42:17Dat betekent, het
42:20gaat ten diepste over de Messias, de gezalfde van God, de
42:26Heer Jezus Christus.
42:29Hij die door God de Vader tot koning is gezalfd over Sion.
42:36Het gaat dus in deze psalm, psalm 2, over de Heer Jezus, jongens en meisjes.
42:45En omdat wij preken naar psalm 2, gaat dus ook de preek over
42:51Hem.
42:53We willen bijzonder stilstaan met de hulp des Heren en onder de inwachting van de Heilige Geest bij het twaalfde vers.
43:03En we lezen daar onze tekstwoorden samen nog een keer.
43:06Kust de zoon.
43:10Opdat hij niet toornen en gij op de weg vergaat.
43:13Wanneer zijn toorn maar een weinig zou ontbranden.
43:17Wel gelukzalig zijn allen die op hem betrouwen.
43:22We schrijven naar aanleiding van deze woorden boven de preek een goddelijk bevel.
43:29En we staan stil bij vier gedachten.
43:33Allereerst de aangrijpende aanleiding tot dit bevel.
43:36Ten tweede de wonderlijke genade in dit bevel.
43:41Ten derde de noodzakelijke gehoorzaamheid aan dit bevel.
43:46En ten vierde de hartelijke aansporing bij dit bevel.
43:52Goddelijk bevel.
43:54De
43:56aangrijpende aanleiding tot dit bevel.
43:59Dan kijken we naar de psalm in zijn geheel kort.
44:04Dan de wonderlijke genade in dit bevel dat de heren dit beveelt.
44:08Kus de zoon.
44:09Dat is toch genade.
44:11Ten derde de noodzakelijke gehoorzaamheid aan dit bevel.
44:15Want wij moeten dit bevel wel opvolgen, gemeente.
44:19En tot slot nog kort.
44:21Het laatste stukje van Westwalen.
44:23Wel gelukzalig zijn alle die op hem betrouwen.
44:26Dat is de hartelijke aansporing bij dit bevel.
44:30Eerst de aangrijpende aanleiding tot.
44:35Waarom?
44:38Waarom woeden de heidenen en
44:42bedenken de volken ijdelheid?
44:48De psalm begint met een waarom vraag.
44:51Dat
44:53is een vraag die van ons allemaal wel bekend is.
44:55Die
44:57vraag is namelijk zo oud als het paradijs, als de zondeval.
45:01Vanaf het ogenblik dat wij...
45:04In zonden zijn gevallen en zelf de band met God onze goede schepper hebben doorgesneden gemeente.
45:14Zijn wij geneigd om God ter verantwoording te roepen en te vragen waarom?
45:21Waarom heren?
45:24Waarom dat zware kruis in mijn leven?
45:29Waarom moest ik mijn kind verliezen, mijn man, mijn vrouw?
45:33Waarom die ernstige ziekte?
45:35Waarom mijn verkering uit?
45:37Waarom ontslag op het werk?
45:42Waarom is
45:44mijn leven anders verlopen dan ik had verwacht en gevraagd?
45:51Bekende vragen, waar of niet?
45:54Waarom?
45:56En toch is het waarom van Psalm 2 een hele andere waarom vraag.
46:02Want er wordt hier niet gevraagd waarom God iets doet of iets niet doet.
46:08Maar de waarom vraag wordt gesteld richting mensen.
46:13Waarom mensen bepaalde dingen doen.
46:18Waarom woeden de heidenen en waarom bedenken de volken ijdelheid.
46:25De koningen der aarde stellen zich op en de vorsten beraadslagen tezamen.
46:38Handelingen 4 is een van die vijf genoemde plaatsen waar psalm 2 wordt geciteerd.
46:45In vers 25 en dan blijkt dat deze psalm, hoewel het er niet bij staat, niet boven staat, van David is geweest, gemeente.
46:55Het eerste gedeelte van deze psalm komt naar voren dat...
47:00De door koning David overwonnen volkeren, heidenvolkeren in opstand komen tegen zijn regering.
47:11Het diepste is dat hun opstand tegen de God van Israël en zijn gezalfde de Heer Jezus Christus.
47:20Waarom doen die heidenvolkeren dat?
47:25De Heer heeft recht op deze volkeren.
47:28Hij
47:30heeft recht op ieder mens.
47:33Hij is de schepper van alles wat leeft.
47:37En ook heidenvolkeren zijn naar zijn beeld geschapen.
47:43Maar kennelijk willen zij dus niet bukken voor de macht.
47:49En erkennen het gezag van de God van Israël.
47:54De heidenen woeden.
47:58En als een beeld dat is een woord wat doet denken aan een ontstuimige zee.
48:04Het schuimnat opwerpt.
48:06Waarom woeden de heidenen?
48:09Ze
48:12stellen zich op tegen de koning van Israël.
48:20Vers 2.
48:20De koningen der aarden stellen zich op tegen de heren.
48:25Tegen zijn gezalfden.
48:27Ze stellen zich op net zoals een leger zich opstelt.
48:33Klaarmaakt voor de strijd in het gelidstaat.
48:36Aan dat beeld moeten we denken bij die koningen die zich opstellen tegen de heren.
48:43Ze gaan in het offensief tegen God.
48:47Ze gaan de heren aanvallen.
48:51Stervelingen gaan strijden tegen de eeuwige God.
48:56En dan staat er ze beraadslagen in vers 2.
48:59Dat wil zeggen, ze overleggen met elkaar.
49:03Ze denken goed na over wat ze doen.
49:05Het is een vooropgebied.
49:08Een vooropgesteld, een bedacht plan ze beraadslagen.
49:13Want ze ervaren het gezag van die grote koning als een knellende band.
49:21Vers 3 her.
49:23Als touwen die hen als het ware gevangen nemen.
49:28Die hen vastbinden en vasthouden.
49:32En ze willen niet gebonden zijn.
49:35Ze willen geen banden ervaren.
49:37Ze willen vrijheid.
49:40Ze willen zelf de dienst uitmaken.
49:43En daarom zeggen ze in vers 3.
49:45Laat ons hun banden verscheuren.
49:48En in de gbs editie.
49:50Sta dan hun met een hoofdletter.
49:53Dat zie dus op de banden van God.
49:55En laat ons hun touwen van ons werpen.
50:01Van God en van zijn gezalfde.
50:05Dan heb je wel wat inleidende woorden.
50:07Misschien denkt u, ja, ja, dat zijn die heidenvolkeren, dominee.
50:11Die horen niet bij het verbondsvolk, bij Israël.
50:14Die zijn niet besneden.
50:17Die leven buiten het verbond van God.
50:21Dat zijn mensen die God niet kennen.
50:25Dat zijn die dwazen die in hun hart zeggen, er is geen God.
50:30Dat is wel makkelijk denken.
50:34Als we zo redeneren, dan komen wij vanmorgen er wel heel goed en makkelijk van af.
50:40En dan blijven wij gemeente buiten schot.
50:45Ik ga waan dat deze psalm in handelingen 4 wordt aangehaald.
50:51Ik ga even terug weer naar handelingen 4.
50:54Daar staat in vers 27,
50:56handelingen 4 vers 27, dat tegen...
51:03Gods heilig kind zich vergaderd hebben.
51:06Beiden de heidenen en de volkeren van Israël.
51:13Belangrijk om te betrekken bij deze psalm.
51:17Tegen het heilig kind Jezus hebben zich niet alleen de heidenen vergaderd.
51:25Maar ook de volken Israël.
51:28Dat is dus aangrijpend.
51:29Dat dat volk van Israël op één lijn wordt gesteld.
51:35In een adem wordt genoemd.
51:38Met heidenvolkeren.
51:40Je zou kunnen zeggen wereld en kerk.
51:44Heidenen en israelieten.
51:48Onbesnedenen en besnedenen.
51:50Gedoopten en ongedoopten.
51:52Die worden op een hoop gevecht.
51:55Die zijn een in hun verzet.
51:57Tegen de Heer Jezus Christus.
52:01De gezalfde koning.
52:05En gemeente zou het daarom met ons beter zijn.
52:07Dan
52:10komt het toch al wat dichter bij ons.
52:13Wij willen toch ten diepste ook niet dat de Heer Jezus koning over ons zal zijn.
52:22Wie wil gebonden worden aan de Heren?
52:25Wie wil die liefdeskoorden om zich heen hebben?
52:31Ten diepste willen we toch allemaal vrij zijn.
52:34En we denken toch allemaal vrijheid dat is pas blijheid.
52:41Dat de bodem van ons allerhard ligt.
52:43Toch datzelfde verzet tegen God en zijn gezalfde.
52:49Ik wil zelf de baas zijn.
52:53Dat zit in ons.
52:56En gemeente, dat komt aan het licht.
52:59De heilige geest dat naar boven brengt in ons leven.
53:04De heilige geest met ontdekkend licht gaat schijnen.
53:09Zodat we ons moeten aanklagen met ons verdorven bestaan voor het aangezicht van God.
53:17En zodat ons innerlijk verzet tegen Koning Jezus wordt verbroken.
53:24En dan volgt, als we nog even weer terug gaan op Psalm 2, de
53:31reactie.
53:32Van de heren.
53:33Want wat doet de heren op dat woeden van de heidenen.
53:37Op dat opstellen van die koningen.
53:40Tegen zijn gezalfde.
53:43Verteert God die mensen met zijn toren.
53:47Met het vuur van zijn gramschrap.
53:50Nee dat niet.
53:53Staat in vers 4.
53:56Die in de hemel woont zal lachen.
53:59De heren zal hen bespotten gemeente.
54:05Blijkt dat de Heere zijn heilig recht handhaaft.
54:09En God lacht.
54:12Apart hij zo'n uitdrukking in de Bijbel.
54:14Dat staat er toch.
54:16De Heere lacht met een heilige lach.
54:19Met een heilige ironie.
54:23Want het is toch belachelijk gemeente.
54:28Dat volkeren waarvan de profeten zeggen dat ze minder geacht worden.
54:32Dan een stofje aan de weegschaal.
54:34Dan een druppeltje aan de emmer.
54:38Nietige mensen die in alles van de heren afhankelijk zijn.
54:42Dat ze zo hun best doen om van God af te komen.
54:47En bij God uit de buurt te blijven.
54:50Dat is toch belachelijk.
54:53Die in de hemel woont zal lachen.
54:57De heren zal hen bespotten.
55:01Alsof het mogelijk zou zijn om God...
55:04Uit handen te blijven.
55:06En dan gaat de Heer ook spreken vers 5.
55:09Hij zal tot hen spreken.
55:11In zijn toorn en in zijn grimmigheid zal hij hen verschrikken.
55:16Wat een wonder dat God nog tot die mensen wil spreken.
55:21Weliswaar in zijn toren.
55:22Maar hij zou ook kunnen zwijgen in zijn toren.
55:26Hij gaat spreken in zijn toon.
55:28God neemt de moeite om vijandige volkeren mensen aan te spreken.
55:38Terwijl mensen proberen om God het zwijgen op te leggen.
55:43Is dat geen wonder dat de Heer ook vanmorgen zijn woord tot ons laat uitgaan.
55:49En dat hij tot ons spreekt gemeente.
55:53Dat hij ons aanspreekt.
55:57Dat hij ook onder de prediking met ons.
56:01in gesprek wil komen als het ware.
56:06Want de prediking vanuit Gods knechten is wel een monoloog.
56:10U kunt niet reageren.
56:13Maar vanuit God bezien, als het woord van hem bij u gebracht wordt...
56:18dan vraagt dat om een dialoog, om een gesprek.
56:24De Heere zal tot hen spreken.
56:28En wat zegt de Heere dan?
56:30Dat hij die koningen, die volkeren door zijn...
56:34Brandende toorn zal verteren.
56:37Nee, er staat in vers 6.
56:38Ik toch heb mijn koning gezalfd over Sion, de berg van mijn heiligheid.
56:44Dan stelt God
56:47zelf, de Vader zelf, die gezalfde koning aan ons voor.
56:55Ik toch heb mijn koning gezalfd over Sion.
57:03Hij gaat God spreken over zijn gezalfde koning.
57:08Die gekomen is gemeente in nederigheid, in armoede.
57:14De
57:16geboren koning der joden.
57:18Die een kruiskoning wilde zijn en wilde sterven aan het kruis op Golgotha.
57:27Maar die zal door zijn lijden en sterven heen.
57:31De machten heeft overwonnen.
57:34De vijanden verpletterend heeft verslagen.
57:37Ewige gerechtigheid heeft aangebracht.
57:41Volkomen zaligheid heeft verdiend.
57:44Ik toch heb mijn koning gezalfd over Sion.
57:49Hij moet, zegt God, als koning heersen.
57:53Totdat hij al zijn vijanden onder zijn voeten zal hebben gebracht.
57:58De
58:01vorsten.
58:02De koningen op aarde strijden dus voor een verloren zaak.
58:07Want
58:09niemand zal koning Jezus, die gezalfde koning, kunnen verslaan.
58:15En naar de kroon kunnen staan.
58:19Niemand zal hem van zijn troon kunnen afhalen, gemeente.
58:24Want hij is koning in der eeuwigheid.
58:29En dan gaat de koning zelf in Psalm 2 het woord nemen.
58:35Dan, nadat de vader van hem sprak, ga de koning zichzelf voorstellen.
58:42Vers 7.
58:44Ik zal van het besluit verhalen.
58:47De
58:49koningen op aarde mogen dan hun besluit hebben genomen, hun beraadslagingen.
58:54Vers 2 hebben gemaakt om zich van de koning te ontdoen.
59:00Maar in de hemel is er ook een besluit genomen.
59:04Ik zal van het besluit verhalen.
59:08Ik zal dat uitleggen, vertellen.
59:12En wat is er dan besloten in de hemel?
59:15Wat is er gezegd in de hemel in de nooit begonnen eeuwigheid?
59:20Nou, daar heeft de Vader zijn eeuwige Zoon gegenereerd en gezegd...
59:24Gij zijt mijn Zoon.
59:28De Heer heeft tot mij gezegd...
59:31Gij zijt mijn zoon, heden heb ik u gegenereerd.
59:36En ik las gemeente bij de voorbereiding die woordjes...
59:39Gij zijt mijn zoon, die vormden de gewone formule...
59:47waarmee de koning zijn zoon als troonopvolger voorstelde aan het volk.
59:56Gij zijt mijn zoon.
59:58U ziet zoals het ware staan...
1:00:00De koning met zijn opvolger op het bordes.
1:00:04En hij wijst zijn opvolger aan.
1:00:07Gij zijt mijn zoon.
1:00:09Zol is hier sprake van.
1:00:13De voorstelling van de eeuwige Zoon van God.
1:00:17De Zoon van zijn eeuwige liefde aan ons.
1:00:21Hij die God uit God en licht uit licht is, gemeente.
1:00:25Die de Zoon van God is.
1:00:27Want Koning Jezus is de Zoon van de Allerhoogste.
1:00:32En nou belooft God de Vader aan zijn Zoon...
1:00:36alle koninkrijken van deze wereld te zullen geven.
1:00:40Al de volken van de aarde.
1:00:43En dan moet ik denken aan die psalm.
1:00:47Al de heidenen, door uw handen voortgebracht uit alle landen...
1:00:55zullen tot u komen, heren, en bukken voor uw aanschijn, heer...
1:01:01en uw naam ter ere leven.
1:01:05God wijst ook vanmorgen zijn koning aan.
1:01:11Deze is het.
1:01:13Mijn geliefde zoon.
1:01:15Gij zijt mijn zoon.
1:01:17Opdat joden en heidenen.
1:01:21Mensenkinderen.
1:01:23Opstandelingen.
1:01:25Vanuit de wereld maar ook vanuit de kerk.
1:01:29Mensen die de leegheid zoeken zich zullen laten onderwijzen.
1:01:35En tot deze koning en heren.
1:01:37Vorst en zaligmaker.
1:01:40Zullen komen en hem gaan dienen met vrezen.
1:01:45En met ontzag.
1:01:47En zullen bukken voor zijn majesteit.
1:01:51O u merkt het.
1:01:53Hij begeert onze ondergang niet.
1:01:57En daarom en dan kom ik bij onze tekst.
1:02:00Klinkt het goddelijk bevel.
1:02:02Kust de zoon.
1:02:05De aangrijpende aanleiding tot dit bevel zagen we.
1:02:09In punt 1, onze tweede gedachte, punt 2.
1:02:12De wonderlijke genade in dit bevel.
1:02:15Kust de zoon.
1:02:16Wie zegt dat?
1:02:17Zegt de vader.
1:02:20Een goddelijk bevel.
1:02:23En in dat bevel komt hij tot u, tot jou, tot mij, tot jongeren, tot ouderen, tot kinderen.
1:02:31Tot ons allemaal.
1:02:34Bijzonder tot degene die nog onbekeerd voortleven tot vijanden.
1:02:39Ik lees u de kanttekening voor bij de Statenvertaling.
1:02:42Kus de zoon, dat wil zeggen eerd hem als mijn eeuwige zoon.
1:02:48Neemt hem voor jouw koning aan.
1:02:53Gelooft in hem, weest hem onderdanig.
1:02:57Prachtige samenvatting van
1:03:01kus de zoon.
1:03:04Het is een zeer genadig bevel, zei ik.
1:03:08Want in het kussen van de Heer Jezus Christus ligt uw en jouw zaligheidgemeente.
1:03:16Hij wil koning over u en jou over ons alle leven zijn.
1:03:24Hij roept ons tot de zaligheid.
1:03:26En
1:03:29hij zegt hiermee.
1:03:32Mijn zoon, door mijn zoon wil ik vrede met u en verzoening met jou.
1:03:39Kus de zoon.
1:03:43Hij die wordt gepredikt, hij die tot ons wordt gebracht.
1:03:48Hij die in het gewaad van zijn woord, zoals Calvin zegt, tot ons komt.
1:03:54Kus de zoon, dat
1:03:57is een bevelgemeente gericht op u, jou, mijn behoud.
1:04:04In het oosten werd er heel wat afgekust.
1:04:08En nog trouwens, dat is wel gebruikelijk.
1:04:12Laat ik een paar Bijbelse voorbeelden noemen.
1:04:16Naomi kuste Rut en Orpa, haar schoondochters,
1:04:21vanuit de verbondenheid met hen.
1:04:26En Samuel die kust, zal als een teken van eerbewijs, eerbetoon.
1:04:34En
1:04:36overwonnen koningen kusten soms de voeten van een koning als een teken.
1:04:41Wij onderwerpen ons aan u.
1:04:44En
1:04:47ik lees in Genesis 41 dat Farao tot Jozef zegt.
1:04:52Op uw bevel zal al mijn volk u de hand kussen.
1:04:57Het
1:04:58hele volk zal zich aan Jozef onderwerpen.
1:05:03En u staat hier in onze tekstgemeente.
1:05:06Kus de Zoon, kust Christus.
1:05:09Oh,
1:05:11wij worden uitgenodigd vanmorgen om
1:05:15de Heer Jezus Christus te kussen.
1:05:19Ootmoedig tot hem te vluchten.
1:05:21Om gelovig tot hem te komen.
1:05:24De toevlucht te nemen.
1:05:26We worden geroepen vanmorgen allemaal.
1:05:29Om voor koning Jezus in het stof te buigen.
1:05:33Hem te gehoorzamen.
1:05:35Ons aan zijn heerschappij te onderwerpen.
1:05:42Dan mogen we daartoe de heren smijken, gemeente.
1:05:47Neem mijn hart, heren, en ik zal het aan u geven.
1:05:52Maak mij tot uw onderdaan en ik zal mij voor u buigen.
1:05:58Wat een zoonkussen dat is, jongens en meisjes, voor de Heer Jezus Christus door de knieën gaan.
1:06:06Dat wil zeggen, vaders, moeders, mannen, vrouwen, hem eren.
1:06:13Dat wil zeggen, jongeren, je door hem laten regeren.
1:06:19Dat wil zeggen, je leven door hem laten vullen.
1:06:24Hem kussen, dat wil zeggen al je vijandelijkheden opgeven, al je verzetstaken.
1:06:31Niet langer de afgoden kussen, de baals kussen.
1:06:35Voor de baals, de afgoden, ook van onze tijd knielen.
1:06:41Maar hem erkennen als de heerser over je leven.
1:06:45Als degene die het voor het zeggen heeft.
1:06:50Christus kussen met een kus.
1:06:52Des geloofs, dat wil zeggen, ik ga instemmen, ik ga beamen.
1:06:58Ik ga overnemen die aanbiddelijke weg van zalig worden.
1:07:04En dat vluchten tot hem als mijn enige zaligmaker.
1:07:09Hem kussen met een kus van liefde wil zeggen, u bent mijn lieve bruidegom.
1:07:14U bent mijn liefste.
1:07:18Maar gemeente, het moet wel waar zijn.
1:07:22Hem kussen.
1:07:25Ook de Heer Jezus kussen op een schijnmanier.
1:07:31Weer een paar Bijbelse voorbeelden.
1:07:33Ik denk aan Orpa die gaf aan haar schoolmoeder een kus ten afscheid.
1:07:40Want ze keerde terug naar Moab.
1:07:43Nee, niet zo de Heer Jezus kussen dat je een afscheidskus geeft.
1:07:50En ook niet als Judas.
1:07:54In de nacht van het verraad tot de Heer Jezus kwam en
1:07:59hem kuste.
1:08:01En dat Jezus tegen hem zegt, vriend, waartoe zijt gij hier?
1:08:06Verraad gij de zoon des mensen met een kus?
1:08:14Niet zo'n gevoelloze kus, een kille koude beleidenis.
1:08:20Is misschien uw beleidenis zo?
1:08:23Is ons zingen, ons bidden, ons kerken, ons lezen en vul maar in misschien...
1:08:30Een vormendienst, een lippendienst, geen hartenwerk.
1:08:35Moet God van ons zeggen, dit volk nadert wel tot mij met hun lippen.
1:08:40Maar hun hart houden ze ver bij mij vandaan.
1:08:46In de bekering wordt alles anders.
1:08:50Wordt deze koning zo onmisbaar voor je.
1:08:55En zo noodzakelijk voor je.
1:08:58En zo dierbaar voor je.
1:09:01En gaat je hart naar hem uit.
1:09:06Dan zeg je met dominee Ledeboer, voor één kus van Jezus mond geef ik al die zwarte grond, want hij is al mijn liefde waardig.
1:09:20En dat is het gemeente wat nodig is om Jezus in oprechtheid te kussen, liefde tot hem.
1:09:28Een hart dat brandt van liefde, van verlangen naar de Heer Jezus.
1:09:33Dat hunkert naar hem, dat uitziet naar hem.
1:09:37Een hart dat heilig verliefd is op hem.
1:09:40En vervuld is en steeds meer vervuld wordt met liefde.
1:09:45Opdat zo het verlangen zal groeien om hem te kussen.
1:09:50Dat je het werkelijk doet.
1:09:53Dat je hem kust met je hart en kust uit liefde.
1:09:58En gaat zeggen, lieve Heer Jezus.
1:10:03Ja, iemand zegt, maar die liefde mis ik, dominee.
1:10:08Ik heb alleen maar het tegenovergestelde.
1:10:13Ik heb alleen maar mijn zonde.
1:10:17En ja, wat is nou eigenlijk zonde?
1:10:19Nou, precies het tegenovergestelde van de Heer Jezus Christus kussen.
1:10:24Als je zondigt, dan
1:10:29sla je hem in het gezicht.
1:10:32Als je zondigt, dan geef je Jezus geen kus, maar dan spuug je Jezus in het aangezicht.
1:10:42Hoeveel keren hebt u en jij de Heer Jezus zo al behandeld, mishandeld?
1:10:51Mishandeling van het kind van God, van
1:10:55de koning der koningen.
1:10:59Moet u klagen van morgen, Heer, ik heb u zo vaak in mijn ongeloof geslagen.
1:11:06In mijn hardheid en onverschilligheid.
1:11:09Bij mij vandaan proberen te houden.
1:11:11Wat heb ik u aangedaan?
1:11:14Lieve koning.
1:11:17U die alleen maar goed en goeddoende bent.
1:11:20O laat het je hart verbreken.
1:11:22Als je dat ziet vanmorgen.
1:11:27Vooral als ondanks alles wat je hebt gedaan.
1:11:30En wie je bent geweest tot nu toe.
1:11:34Nochtans God de Vader tot ons komt met dit woord.
1:11:38En zegt kus hem.
1:11:42Dat hij niet zegt en ik hou de Heer Jezus bij u vandaan, want u bent het niet waard.
1:11:48Maar dat hij hem uitbrengt tot u in de prediking en jou en zegt, kus hem, verlies uw leven aan hem.
1:12:01Iemand zegt maar ik merk dat ik het niet kan domen en ook niet wil.
1:12:06Ik voel me zo onmachtig en
1:12:11ook vaak onwillig.
1:12:15Ik wil hem eigenlijk helemaal niet.
1:12:19Ik heb zo'n vijandschap van binnen tegen deze gezalfde koning.
1:12:25En als dat zo is, dan mag toch zo'n ziel, mag ik zeggen, in zijn naam moed houden.
1:12:30Want hij die u beveelt en jou beveelt, kus de zoon, is de almachtige God.
1:12:39Die niet alleen spreekt, maar er ook voor zorgt dat het er is.
1:12:45Die niet alleen gebiedt, maar er ook voor zorgt dat het er staat, dat het er komt.
1:12:49Terwijl hij het zegt, wil hij geven.
1:12:52Wat hij beveelt, gemeente.
1:12:57Zou u dan geen macht hebben om het onwillige hart, het stenen hart te verbreken, te verbruizelen?
1:13:04Om ons te vernieuwen, gemeente, door zijn woord en heilige geest?
1:13:11U hebt geen liefde, maar u mag het toch ontbidden?
1:13:14Stort uw liefde uit in mijn hart door de heilige geest?
1:13:20Wat dan, gemeente, dan wordt je onwil gebroken.
1:13:23En wordt je van onwillig gewillig gemaakt.
1:13:26Om jezelf aan hem uit te leveren, over te geven.
1:13:32U ziet,
1:13:33hoog,
1:13:36vijandig en walgelijk u bent.
1:13:39Waard om weggeworpen te worden door hem.
1:13:42Weggestormd te worden in zijn toren.
1:13:45Te vergaan door het vuur van zijn gramschrap.
1:13:49Maar weet u wat u nog meer ziet tegelijkertijd?
1:13:53Hoe heerlijk hij is.
1:13:56Hoe zijn naam gaat schitteren.
1:14:00Hoe zijn deugden gaan glanzen.
1:14:04Hij schittert in zijn goddelijke majesteit en heerlijkheid.
1:14:08Als de geest hem bekend maakt door zijn woord.
1:14:12Het heilige evangelie.
1:14:14Hij schittert in zijn bedekkende gerechtigheid.
1:14:17In zijn barmhartigheid.
1:14:18In zijn liefde.
1:14:20Als de geest hem aan je ziel openbaart.
1:14:26En je ziet hem ook hangen.
1:14:28Zo duidelijk voor je oog.
1:14:31Als een vloek.
1:14:32En je hoort hem roepen vanuit de Godverlatenheid.
1:14:35Vanuit de angst der hel.
1:14:36Om u van de eeuwige straf te ontheffen.
1:14:40En om jou terug te brengen tot God de Vader.
1:14:45Om je te verzoenen met God.
1:14:47Om je volkomen zaligmaker en middelaar te zijn, te wezen.
1:14:53En als je hem dan zo ziet.
1:14:55Dan kun je niet bij hem vandaan blijven.
1:14:58Dan kun je niet van hem afblijven.
1:15:02Dan kom je tot hem gefloden.
1:15:03Wie zou hem dan niet kussen?
1:15:05Want alles, alles wat aan hem is, is gans begeerlijk.
1:15:09Zulk een is mijn liefste.
1:15:11Hij draagt de banier boven tienduizend.
1:15:13En wat krijgt hij dan?
1:15:14Een diepe waarde voor je.
1:15:16En wat krijgt u en jij dan?
1:15:17Een diepe liefde voor hem.
1:15:19Dan is het niet
1:15:22moeilijk om hem te kussen.
1:15:25Om hem te omhelzen in het geloof.
1:15:29Ja, dan is het onmogelijk.
1:15:32Om het niet te doen gemeente.
1:15:35Dan is ons kussen van hem een teken van trouw aan hem.
1:15:40Een teken van wederliefde tot hem.
1:15:43Om alles wat hij gedaan heeft voor mij.
1:15:46Om alles wie hij wil zijn.
1:15:48En wat hij is voor zo een als ik ben.
1:15:51Die als een vijand aan hem voorbij leefde.
1:15:54Die zei ik moet hem niet, ik wil hem niet.
1:15:56De touwen weg ermee.
1:15:58De banden, ik werp ze van me af.
1:16:03En je gaat hem met Gods volk eren als de allerhoogste profeet.
1:16:06Als de enige priester en als je eeuwige koning.
1:16:12En in je hart leeft steeds de vraag in die overgave aan hem.
1:16:16Wat wilt gij dat ik doen zal?
1:16:20De noodzakelijke gehoorzaamheid aan dit bevel.
1:16:25Want gemeente het is nodig.
1:16:27Mag ik de klem als het ware er nog meer opleggen?
1:16:32Ik wil om zo te zeggen maar wel in liefde de duimschroeven aandraaien.
1:16:40Ik zie dat u nog probeert om toch weer weg te komen.
1:16:44En om weer onbekeerde kerk te verlaten.
1:16:48En om weer de Heer Jezus te versmatigen.
1:16:54En daarom gemeent u de noodzakelijke gehoorzaamheid aan dit bevel.
1:16:59Laat ik beginnen hiermee.
1:17:01Uw opstand tegen de Heren.
1:17:04Is niet alleen een vreselijke opstand, maar ook een hele nutteloze opstand.
1:17:10Want je redt het niet zonder Hem.
1:17:16Buiten hem lig en ga je verloren.
1:17:18Hij is een machtige koninggemeente.
1:17:20Die
1:17:21alle macht heeft in hemel en op aarde.
1:17:23En wie zich tegen hem verzet zal geen vrede vinden.
1:17:28Hem te kussen dat is de enige weg die er over blijft.
1:17:33Er staat bij op dat hij niet toorne.
1:17:37En gij op de weg vergaat wanneer zijn toorn maar een weinig zou
1:17:42ontbranden.
1:17:45Dat is een extra drangreden om hem te kussen.
1:17:49Op dat hij niet toorne.
1:17:52Daar ligt een geweldige waarschuwing in opgesloten.
1:17:59Nu zegt de vader, kus de zoon.
1:18:03En als ik het niet doe, zegt iemand.
1:18:06Nou wee u, wee u.
1:18:10Rampzalig is dat.
1:18:11Dan veracht je zijn bloed.
1:18:13Sla je op zo'n grote zaligheid.
1:18:15Geen acht.
1:18:17Versmaat je de liefde van God in Christus.
1:18:21Dan leef je eraan voorbij.
1:18:23Dat kan heel rechtszinnig zijn, maar ook onverschillig.
1:18:27In lauwheid.
1:18:30Of in eigen gerechtigheid.
1:18:34Maar dan zeg je, ik heb hem niet nodig.
1:18:38Laat ik het zwart-wit stellen.
1:18:40Het is van tweeëngemeente.
1:18:44Of hem kussen.
1:18:47Of voor eeuwig sterven.
1:18:52En als u door hem bemind bent.
1:18:54En geliefd bent van eeuwigheid.
1:18:58Naar het welbehagen van de Vader.
1:19:01Hem hebt leren kussen in der waarheid.
1:19:05O geliefde gemeente.
1:19:09Dan zegt hij, u bent mijn beminde.
1:19:11Je bent mijn lief kind.
1:19:14Je bent mijn lieveling.
1:19:17En wat zal dat een heerlijk ogenblik zijn om dan bij hem te mogen komen.
1:19:23Want de liefde alleen zal overblijven.
1:19:26Die de meeste is.
1:19:28Om bij Christus te mogen zijn, dat is zeer verre het beste.
1:19:33Dan eeuwig zijn liefde te smaken.
1:19:37Zijn alles te boven gaande liefde.
1:19:39Maar als je het niet doet.
1:19:41Hem niet kust, hem niet bemint.
1:19:45Dan zal zijn toren tegen je ontsteken en je treffen tot in eeuwigheid.
1:19:51Dan zal een haastig verderf je ontkomen.
1:19:53Dan zal die toren een weinig ontbranden.
1:19:57Wat wil dat zeggen, een weinig?
1:19:59Nou, al zouden maar...
1:20:00Iets van ontbranden.
1:20:02Een heel klein beetje van ontbranden.
1:20:05Die toren van God die zo licht ontvlambaar is.
1:20:09Al zou er maar weinig van die toren ontvlammen.
1:20:13Dan moet je het al besterven en vergaan.
1:20:16Maar dat woordje een weinig ziet niet alleen op de hoeveelheid.
1:20:19Maar ook op de tijd.
1:20:20Al zou het maar heel kort ontvlammen de toren van God.
1:20:26In korte tijd.
1:20:29Dan kom je eveneens om.
1:20:33Laat er daar niet op aankomen, o zielig, want er is geen grotere toren van God dan versmaarde liefde, gekrenkte liefde.
1:20:44Natuurlijk roept u de toren van God op als u zondigt tegen het eerste tot en met het tiende gebod.
1:20:52Natuurlijk roep je de toren van God over als je je ouders niet gehoorzaam bent.
1:20:57Als je een echtbreker bent, als je een dief bent, als je een hoereerder bent, als je een godslasteraar bent.
1:21:04Natuurlijk roep je daar over de toon van God over je leven op.
1:21:07Maar weet je waar je vooral de toon van God over afroept in je leven?
1:21:13Als je de liefde van God en de liefde van Christus versmaat.
1:21:22Hoe dan doe je om zo te zeggen God het meest on...
1:21:27Eer aan.
1:21:30Want God zegt in zijn liefde in zijn zoon.
1:21:33U o zondaar.
1:21:35Voor u is er vergeving.
1:21:37Voor u is er genade.
1:21:39Ik heb mijn zoon gegeven.
1:21:42Tot een rand zon voor veden.
1:21:45Maar als je hem niet wilt.
1:21:47De aangeboden verlossing zoals de Bijbel zegt niet hebt aangenomen.
1:21:54Dan raak je God tot in het diepst van zijn hart.
1:22:00Voel u aan.
1:22:02Kus de zoon van hem te voet.
1:22:06Het is onmogelijk van uw kant, maar mogelijk van Gods kant.
1:22:10Het is zo eenvoudig.
1:22:14Eén woord.
1:22:17Geef u over, gemeente.
1:22:22Overgave.
1:22:24En in hem is alles wat u mist.
1:22:27Hij zoekt het verloorne.
1:22:30Verzoend vijanden met God.
1:22:34Al de Vader, hij zegt, voordat we staan voor de rechter van hemel en aarde.
1:22:41Voordat straks de genadetijd voorbij is.
1:22:45Hij zegt, zijn bevel klinkt nog in onze oren althans.
1:22:50Ja toch, u luistert toch wel.
1:22:55Kus de Zoon.
1:22:58Hij is er die ons zijn vriendschap biedt.
1:23:02Psalm 103.
1:23:04Er
1:23:05is geen enkele reden om
1:23:08bij hem.
1:23:09de zoon vandaan te blijven.
1:23:13Denk aan de gelijkenis van de verloren zoon die terugkwam.
1:23:19De vader wachtte op hem, een beeld van Christus...
1:23:22die het verlorene zoekt en zalig maakt.
1:23:25Sloeg de armen om zijn verloren jongen heen...
1:23:29en kuste hem, staat er.
1:23:32Hij nodigt je uit vanmorgen om te knielen.
1:23:36Om te buigen.
1:23:37Om zalig te worden.
1:23:39Zalig te zijn.
1:23:40Al ben je nog zo vuil als die verloren zoon.
1:23:42Nog zo schuldig.
1:23:45Hij wil de schuld vergeven.
1:23:47Al ben je nog zo opstandig.
1:23:48Hij kan vijanden maken tot vrienden.
1:23:51Hij heeft plaats vervangen de Heer Jezus.
1:23:53Het werk gedaan wat er bij God gedaan moest worden.
1:23:57In hem is alle heil.
1:24:01Ik las bij wijde dominee Ikivit.
1:24:03U weet ik hou erg van de werken van dominee Ikivit.
1:24:06Het werk van God in dominee Kivit, beter gezegd.
1:24:09Hij zegt, dit woord, kus de zoon, kwam ooit eens tot een man die veel jaren geleefd had in de waan dat zijn godsdienst voldoende was om te sterven.
1:24:21Sterven, dat kwam later wel.
1:24:23Genoeg heb ik.
1:24:25Maar toen die de heren hem zien door zijn geest, schrijft dominee Kivit, dat hij nog nooit in waarheid de zoon had gekust en daarmee ook nog nooit echt de vader had
1:24:37geëerd.
1:24:38En toen hij dat zag, toen werd die man nameloos bang gemeente.
1:24:43Toen kreeg hij het zo benauwd, die man.
1:24:48Totdat hij zichzelf
1:24:50schuldig kende aan
1:24:55hoog verraad.
1:24:57Want hij had de zoon van God altijd versmaat.
1:25:01Hij zei, vonnis ondertekende.
1:25:03Weet je wat dan Dominic hier iets schrijft?
1:25:04Hij zegt...
1:25:05Toen kwam die zoete Jezus tot hem in zijn kruisgestalte.
1:25:10En omhelste hem als van eeuwigheid gekend.
1:25:14En
1:25:16dan staat er, hij die man kuste hem, de Heer Jezus.
1:25:21Door hem gekust met een hoofdletter.
1:25:26Zij kussen hem en
1:25:30hij kust ook de zijne.
1:25:35Hij kust ook.
1:25:36Het
1:25:38is wederzijds.
1:25:39Hij is altijd de eerste.
1:25:41We hebben hem lief omdat hij ons eerst heeft lief gehad, zegt de apostel Johannes.
1:25:46En als hij je kust, weet je wat hij dan doet?
1:25:49Dan kust hij al je tranen weg, dan kust hij al je zonden weg.
1:25:53Dan kust hij al je opstand weg en al je schuld weg.
1:25:59En dan vervult hij je in beginsel met die eeuwige vreugde.
1:26:03Begrijp u nu waarom de bruid uit het hooglied vraagt, hij kussen mij met de kussingen van zijn mond?
1:26:11En hoe meer je met zijn liefde wordt vervuld.
1:26:13Hoe meer, hoe groter ook dat verlangen wordt.
1:26:16Dat hij je voortdurend zal kussen.
1:26:20Mag ik weer een kus ontvangen van u.
1:26:25Een uitlating van uw liefde tot mij.
1:26:29Een woord van u afgedrukt.
1:26:35Gekust op en in mijn ziel.
1:26:37Met uw lippen waarin genade is uitgestort.
1:26:42Heer Jezus.
1:26:46En als ik dan de Heer Jezus mag kussen, dan is dat gemeente dat ik totaal en radicaal in beginsel mag beleiden.
1:26:54En u bent de Heren van mijn leven.
1:26:58Ik leef niet meer voor mezelf, maar ik leef voor u.
1:27:02U bent al mijn liefde waardig en dan is het zo waar.
1:27:06Het is hier nog maar ten dele.
1:27:09Maar straks zal dat volmaakt gekend worden.
1:27:14O, nou heb u al veel gehoord.
1:27:17En dan krijgt u nog iets mee in de vierde of laatste gedachte kort.
1:27:22De hartelijke aansporing bij dit bevel.
1:27:27De klem lag er.
1:27:30De schroeven werden aangedraaid.
1:27:34Alle wegen afgesneden.
1:27:36Eén weg wordt u gepredikt.
1:27:38Eén naam wordt jou verkondigd.
1:27:42Maar nou nog een aansporing.
1:27:48Als het ware om van achter door
1:27:52zijn hand gedreven te worden.
1:27:55Christus staat tot slot wel gelukzalig zijn alle die op hem betrouwen.
1:28:00Kus de zoon en vertrouw op hem, zo zou je dat kunnen samenvatten.
1:28:05Want wie op hem betrouwen zijn zalig, wel gelukzalig zijn ze.
1:28:10Vol van geluk wil dat zeggen.
1:28:13Dat zijn de gelukkigste mensen die zijn vol van God in Christus door de Heilige Geest.
1:28:19En zo eindigt deze psalm 2 met een zalig spreking, wel gelukzalig.
1:28:24En zo begon psalm 1 ook met hetzelfde woordje, wel gelukzalig.
1:28:30En dat is niet zonder reden, want psalm 1 en 2, de Bijbel met uitleg wijst er ook op, worden genoemd de inleiding op het hele psalmboek.
1:28:39Psalm 1 en 2 vormen de pijlers.
1:28:44Die twee psalmen horen bij elkaar, wel gelukzalig, allen die op hem betrouwen.
1:28:52Het geluk van alle die bij hem horen, van alle die hem vrezen.
1:28:56Hoe gelukzalig zijn zij die tot Christus komen.
1:29:00Die hem omhelzen en kussen in en door hun waargeloof.
1:29:04En ook aan de trap en de mate verschillen.
1:29:07De verzekerdheid kan sterker zijn of heel zwakjes zijn.
1:29:13Dat
1:29:14vind ik zo'n mooi woordje.
1:29:16Allen die op hem betrouwen, staat er.
1:29:20De zwakgelovigen, de sterkgelovigen.
1:29:24De bestredenen, de aangevochtenen.
1:29:29Die in benauwdheid tot hem komen.
1:29:32Schuchter tot hem vluchten.
1:29:35Welgelukzalig zijn allen die op hem betrouwen.
1:29:38Want zijn juk is zacht en zijn lasten licht.
1:29:40En zeg het maar tegen je kinderen.
1:29:43Als zij er misschien geen zin in hebben.
1:29:46Dat de dienst aan koning Jezus geen
1:29:50sombere dienst is.
1:29:53En zeg het maar tegen je buren, je vrienden, je collega's.
1:29:58Die vrienden.
1:30:00Die vinden dat je misschien maar een saai leven hebt.
1:30:04Dat je niet graag met hen zou willen ruilen.
1:30:08Want er zijn geen gelukkiger mensen wel gelukzalig dan zij die koning Jezus mogen dienen.
1:30:15En zijn onderdaan zijn.
1:30:18En in zijn handpalmen gegrafeerd staan met hun namen.
1:30:24Bij hem zijn ze veilig.
1:30:26Geborgen voor tijd en eeuwigheid.
1:30:28Letterlijk staat er voor het woordje.
1:30:31Betrouwen, het woordje schuilen.
1:30:35Welgelukzalig zijn alle die bij hem schuilen.
1:30:37En jongens en meisjes, wanneer schuil je?
1:30:41Als je terugfietst van school en het gaat hard regenen...
1:30:45of er komt een onweersbui, dan zoek je een schuilplaats.
1:30:50Dan probeer je ergens onder te komen, ergens in te komen.
1:30:54Nou, de schuilplaats is bij hem.
1:30:59Welgelukzalig zijn allen...
1:31:01Die op hem betrouwen, die bij hem schuilen, die tot hem vluchten.
1:31:07En
1:31:09wat is er dan een dwaasheid?
1:31:11Als er maar één naam is, één schuilplaats is, waar je echt veilig bent.
1:31:19Om dan nog langer deze goede koning te passeren.
1:31:24En om misschien wel te zeggen, als ik gelegener tijd zal bekomen hebben, dan zal ik u opnieuw horen.
1:31:33O gemeente doe het niet.
1:31:34Dat wordt omkomen en vergaan.
1:31:37Maar die schuilen bij hem.
1:31:40Zij veilig.
1:31:41Achter zijn bloed.
1:31:42Achter zijn gerechtigheid.
1:31:46Dan ben je beveiligd voor de dood.
1:31:50Nog een keer onze tekst.
1:31:51Want daar zit alles in.
1:31:53Kust de zoon.
1:31:56Opdat hij niet toorne.
1:32:01En gij op de weg vergaat.
1:32:05Wanneer ze toren.
1:32:06Maar een.
1:32:06Weinig in
1:32:09tijd en hoeveelheid.
1:32:11Weinig, hoeveelheid, korte tijd.
1:32:14Zal ontbranden.
1:32:16Wel gelukzalig zijn allen die op hem.
1:32:20Voel u die aandrang waar u moet zijn.
1:32:23Die op hem betrouwen.
1:32:26Bij hem schuilen.
1:32:31Amen.
1:32:33Psalm 2 vers 6 gaan we zingen.
1:32:36Vrees herenmacht.
1:32:37En dient zijn majesteit.
1:32:39Psalm 2 vers 6.
1:32:41We
1:32:42[GEZANG]
1:36:00danken u heren voor uw woord.
1:36:03Voor
1:36:04deze uw dienst en uw dag.
1:36:08En voor uw bewogenheid.
1:36:11Al zo lief heeft God de wereld gehad.
1:36:16Dat hij zijn ene geboren zoon gegeven heeft.
1:36:21Opdat een iegelijk die in hem gelooft niet verderven.
1:36:27Maar het eeuwige leven hebben.
1:36:31Heren, we bidden of u de napredeker wilt zijn van dit goddelijke bevel.
1:36:37Wat in uw naam tot ons allen kwam.
1:36:41Het
1:36:43moet de zoon kussen.
1:36:46Maar
1:36:47het mag ook.
1:36:49Het
1:36:51eerste is ernstig.
1:36:52Maar
1:36:54het tweede is zo
1:36:55genadig, zo rijk.
1:36:59Het mag.
1:37:00O
1:37:02heren, geef u dan.
1:37:04dat ook uw kinderen telkens opnieuw tot hem zullen gaan.
1:37:10En dat uw kinderen ook telkens opnieuw...
1:37:12de kussingen van uw mond mogen ontvangen.
1:37:16Nieuwe blijken van uw gunst.
1:37:20Uitlatingen van uw liefde.
1:37:23En
1:37:24dat ze ook vanmorgen mochten ervaren...
1:37:27dat ze hier van liefde dronken werden gemaakt.
1:37:31Ga
1:37:33met ons naar onze huizen.
1:37:36Die naar de zondagsschool gaan.
1:37:37Helpt u de leiding die geroepen wordt om te vertellen.
1:37:41Zegen ook dat werk.
1:37:43Breng vanavond opnieuw samen.
1:37:46En bewaar ons ook deze dag verder.
1:37:50En hoor en verhoor ons, o koning.
1:37:53Als we in onze ellenden aanbidden voor uw troon.
1:38:00Amen.
1:38:01De slotpsalm is het slotvers.
1:38:04van Psalm 2, nu vers 7 uit Psalm 2.
1:38:09Geweten
1:38:10[GEZANG]
1:40:31ontvangt met een biddend hart de zegen des Heren...
1:40:33die wij in zijn naam op u leggen.
1:40:36De genade van onze Heer Jezus Christus...
1:40:40en de liefde Gods des Vaders...
1:40:44en de troostvolle gemeenschap van de Heilige Geest...
1:40:49zijn met u allen.
1:40:51Amen.
1:40:52[GEZANG]