0:00[GEZANG]
10:17[GEZANG]
10:22En van God de heilige geest.
10:25Die het verdorvenen vernieuwt.
10:28Amen.
10:30Wij willen met elkaar gaan zingen gemeente op salm 113.
10:34Het derde en het vierde vers daarvan.
10:38Wie is gelijk aan onze heren.
10:42Aan God die tot zijn eeuwig eer zijn troon gevest heeft in de hemel.
10:48Die daar hij het wereld rond gebied.
10:51Van zijn een hoge zetel ziet op het laag en niet de raadsgewemel.
10:56En wie is aan onze God gelijk?
10:59Die armen opricht uit het slijk.
11:03En wat er meer valt, Psalm 113, het derde en het vierde vers daarvan.
11:09Van
11:09[GEZANG]
14:59alle eeuwen en plaatsen beleiden is van het algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof.
15:05Met de woorden van de geloosbeleiden is van Nicaea.
15:10En ieder van ons spreek in zijn of haar haat al dus.
15:15Ik geloof in één God.
15:17De Almachtige Vader.
15:21Schepper des hemels en der aarde.
15:25Allerzienlijke en onzienlijke dingen.
15:28En in één Heer Jezus Christus.
15:31De enige geboren Zoon van God.
15:35Geboren uit de Vader voor alle eeuwen.
15:39God uit God.
15:41licht uit licht, waarachter God uit waarachter God, geboren niet gemaakt, van hetzelfde wezen met de Vader, door welke
15:53alle dingen gemaakt zijn, die om ons mensen en om onze zaligheid is nedergekomen uit de hemel, en vlees geworden is van de Heilige
16:05Geest, uit de Maagd Maria, en een mens is geworden.
16:12ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft en begraven is, en ten derde dagen opgestaan is naar de schriften,
16:24en opgevaren is ten hemel, zit ter rechterhand des vaders, en zal wederkomen met heerlijkheid, om te oordelen
16:36de levenden en de doden, wiens reik geen einde zal hebben.
16:43En in de Heilige Geest die Heer is en levend maakt.
16:47Die van de Vader en de Zoon uitgaat.
16:51Die tezamen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt.
16:57Die gesproken heeft door de profeten.
17:01En één heilige, algemeen en apostolische kerk.
17:07Ik beleid één doop tot vergeving der zonden.
17:12En ik verwacht de opstanding der doden.
17:16En het leven der toekomende eeuw.
17:19Amen.
17:21Uit Gods heilig en onfeilbaar woord zal u vanavond worden voorgelezen.
17:26Hetgeen u opgetekend kunt vinden in het Nieuwe Testament.
17:30En wel in het Heilige Evangelie naar de beschrijving van Lucas.
17:35Daarvan nadert het negentiende hoofdstuk.
17:39Daarin de versen 1 tot en met 10.
17:43We noemen u als de schriftlezing voor dit avonduur.
17:47Lukas 19, de eerste tien versen.
17:52Daar heeft de Heilige Geest het woord als volgt laten opschrijven.
17:58En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho.
18:04En zie, er was een man met namen geheten Zageus.
18:09En deze was een overste der tollenaren.
18:13En hij was rijk.
18:15En hij zocht Jezus te zien wie hij was.
18:20en kon niet vanwege de scharen, omdat hij klein van persoon was.
18:27En vooruitlopende klom hij op een wilde vijgenboom, opdat hij hem mocht zien,
18:33want hij zou door die weg voorbij gaan.
18:37En als Jezus aan die plaats kwam, opwaartziende zag hij hem, en zeide tot hem, Zaccheus, haast u en kom af, want
18:49ik moet heden in uw huis blijven.
18:53En hij haaste zich en kwam af en
18:57ontving hem met blijdschap.
18:59En allen die het zagen, murmureerden zeggende, hij is tot een zondige man ingegaan om te herbergen.
19:08En Zaccheus stond en zeide tot de heren, zie de helft van mijn goederen, heren, geef ik de armen.
19:19En indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb,
19:23dat geef ik vierdubbel weder.
19:27En Jezus zei er tot hem, Heden is deze huize zaligheid geschiet, nademal ook deze een zoon van Abram is.
19:38Want de zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.
19:47Tot zover de schriftlezing, u vindt de tekst voor de prediking in het u voorgelezen gedeelte Lukas 19, 10e vers.
19:56Waar we deze woorden lezen.
19:59Want de zoon des mensen is gekomen.
20:03Om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.
20:08Tot zover zoeken we eerst voor en met elkaar het heilige aangezicht des heren in gebed.
20:14O
20:19allerhoogste majesteit.
20:22Heren des hemels en der ade.
20:26Vervul onze hart en alsjeblieft met opmoedigheid en met eerbiedigheid.
20:31Als we aan de avond van deze woensdag in het midden van een werkweek hier in Eben-Ezer bijeenvergade zijnde naderen onder uw heilige ogen.
20:44Want dan bent u die al wetende en die al ziende God die dwars door ons heen kijkt.
20:51Die niet aanziet wat verrogen is, maar die het hart aanziet.
20:57En die het gaat om waarheid in het binnenste.
21:02En dan roepen wij u aan of u vanavond redenen wil nemen uit uzelf, want in ons kunt u ze niet vinden, om op ons neer te zien
21:14in gunst en in ontfermen.
21:17Dan bidden wij of uw woord vanavond mag worden geopend, ontsloten, en dat uw knecht het mag spreken naar de zin en mening van uw heilige
21:30geest.
21:32En dat u dat woord wilt achtervolgen met uw geest.
21:36Dat uw geest wilt voeren bij uw woord.
21:40Opdat het inderdaad ingang zal vinden in onze harten.
21:46Uitwerking mag krijgen in ons leven.
21:49En doen zal wat u de heren behaagt.
21:53En dan weet u ook of wij gekomen zijn als een zageus naar deze plaats.
21:59Of het dan was uit nieuwsgierigheid.
22:02Of uit heel begeerte.
22:04Maar dan was het waar in een wilde vijgenboom geklommen te zijn.
22:09Met een verlangen om u te zien.
22:12Of dat er heel anders is.
22:15Maar nou staat u niets in de weg.
22:19U blijft staan bij die boom waar die man ingeklommen was.
22:24U moest hem hebben.
22:27Zou u bij ons willen blijven staan, heren?
22:30Met eerbied zo aan u gevraagd.
22:34zou u ons op het oog willen hebben.
22:37Die jongen, dat meisje, dat vanavond zijn of haar plek heeft ingenomen in dit gebouw.
22:44Die man, die vrouw, die naar hier gekomen is.
22:49Ach, u kent ons allemaal.
22:53U weet waar het ons om te doen begonnen mag zijn.
22:58Om onszelf, om godsdienstig te lijken.
23:03Om te pronken met onze godsdienstige veren.
23:07Om te laten zien aan de mensen op het dorp of in de straat.
23:12Hoe kerkelijk dat we zijn.
23:14Het heeft geen waarde voor u.
23:18U prikt er doorheen.
23:21Of dat het werkelijk te doen begonnen mag zijn.
23:25Om u te leren kennen.
23:28Als die enige God en zaligmaker.
23:32In uw lieve zoon de Heer Jezus.
23:35Het is u volmaakt bekend.
23:39Of wij het besef omdragen.
23:42Dat we hier geen blijvende stad hebben.
23:45Dat we dat niet alleen met de lippen zeggen.
23:49Maar dat we ermee vervuld zijn.
23:52En dat we voelen die aandrang in ons binnenste.
23:57Het moet goed zijn.
23:59Ik moet met God en met de naaste verzoend zijn.
24:03wil ik wel getroost leven en eenmaal zalig kunnen sterven.
24:09En als het nou zo mag zijn, heren, dat die drijfveer in ons gevonden wordt,
24:17zou u dan niet willen beschermen die zo naar de kerk gekomen is?
24:23Zou u dan een woordje willen laten vallen voor zulke een ziel?
24:29Zou u dan in ontfermen willen neerzien op hem of haar?
24:34Die zo het plekje heeft ingenomen.
24:37En die zit met een ziel die snakt naar uw genade.
24:43Och dan durven ze het zelf niet voorwaard te houden.
24:47Dat er een werk gods in hun ziel gebeurd is misschien.
24:52Maar zou u het erin willen leggen.
24:54En besef daarvan levendig willen doen worden.
24:58En zou u willen schenken.
25:00Dat de Satan uit het midden geweerd wordt.
25:04Hij is mede opgekomen.
25:06Hij is er altijd bij.
25:07Hij is de eerste trouwste kerkganger.
25:11Slaat geen dienst over.
25:13Heeft maar één verlangen.
25:15Om het zaad van uw woord te verstikken.
25:18Om het door de vogelen des hemels te laten wegpikken.
25:22Tussen de doornen te laten vallen waar het niet op kan klimmen.
25:28Zou u hem willen schelden?
25:30En zou u willen overkomen?
25:33Met uw heilige geest.
25:36Ontdekkend.
25:37En trekkend.
25:39Voor het eerst.
25:41En bij vernieuwing.
25:42In de aanvang.
25:44En in de verdere voortgang van het leven.
25:48Zou u wonderen willen werken.
25:51U die in het verleden toch ook veel wonderen in Oudorp hebt willen doen.
25:57Waar er in het verleden veel volk heeft mogen wonen.
26:02Dat in de plaats van de vaderen de zonen gekomen mogen zijn of nog mogen komen.
26:09En dat we mogen horen dat deze of geen in Sion is geboren.
26:16En dat u nog doorgaat met het werk van het toevergaderen van uw kerk, van uw gemeente.
26:24Voorgangers hebben ook geen blijvende stad.
26:28Ze zijn voorbijgangers.
26:31Eén van de oud-predikanten van dit volk, vriend en collega van het hof, op het hof is overleden.
26:40U weet het, heren, plotseling weggenomen uit het strijdperk van dit leven.
26:49Nou, we geloven mogen niet onvoorzien, onvoorbereid.
26:55Wat een verhouding tussen u en hem aanging.
26:59Maar voor de mensen wel weggeraapt.
27:02Op een bijzonder ogenblik.
27:05In het strijdperk waar hij ook middenin stond.
27:10Zou u het sterven nog willen heiligen.
27:13Voor de familie die achterblijft.
27:16Voor de oud gemeenten.
27:18Voor de kerk waarin hij toch ook veel heeft mogen doen en betekenen.
27:23En zou u nog willen geven.
27:26Dat zijn nagedachtenis tot zegen mag zijn.
27:31En heren.
27:32Dan is alles wat van de mens was.
27:36Begraven.
27:38Neergelegd in stof.
27:40En wat van u is dat blijft niet op de wereld.
27:43Dat gaat naar boven.
27:46Zou u dan willen geven.
27:48Dat wij op die zaak.
27:51Allemaal persoonlijk niet alleen een betrekking mogen hebben.
27:55Maar er ook naar mogen uitzien en naar verlangen.
27:58Dat ook in ons eigen leven.
28:01Die dingen gekend mogen worden, die gekend moeten worden, wil het wel zijn voor die nimmer eindigende eeuwigheid die vandaag
28:13daar kan zijn.
28:16Heren, help ook deze gemeente.
28:20Momenteel, herderloos, vakant, zou de kerkenraad willen brengen bij de man die gij voor dit volk bestemd hebt.
28:31Zou u willen geven dat er een dienstknecht uit uw rechterhand mag worden gezonden.
28:38In uw dierbare gunst dat aan het beroepen verroepen vooraf mag gaan.
28:45Wat toch altijd eerst noodzakelijk is.
28:47Eerst roepen dan beroepen.
28:50En dat er een gebed mag zijn.
28:53Ook in het midden van de gemeente.
28:56Met en ook voor de kerkraad.
28:59Wil de mannen ondersteunen, zagen, sterken in de ambtelijke bediening.
29:05Wilt u nog werken en wonen onder dit volk op dit eiland.
29:10Dat er niet zal zijn een eiland zonder heiland.
29:15Dat er niet zal zijn een eiland dat mede afdrijft gelijk heel ons volk van uw dierbare woord en getuigenis.
29:27Zou u de overheden gedachte willen zijn die over ons gesteld zijn?
29:33Zou u willen geven gebed voor allen die in hoogheid zijn gezeten?
29:39Ook voor het koninklijke huis, voor de mannen van het huis van Oranje.
29:46Maar zou u ook willen werken, alstublieft?
29:50Het lijkt er niet van te komen dat we een regering zouden mogen krijgen.
29:57die niet op de dag des heren vergadert, bijeenkomt, allerlei plannen smeet, die de dag heiligt en voor zichzelf
30:09en het volk ook daartoe zal oproepen en zal verbieden die dingen die uw dag ontheiligen en dat we nog geregeerd zouden mogen worden
30:21naar uw getuigenissen alleen.
30:26Het ziet op u ook daarin.
30:29Gedenk het werk van zending en evangelisatie onder hen.
30:33Die nog nooit van uw woord gehoord hebben.
30:37Of die ervan vervreemd en verbasterd zijn.
30:40Laat uw woord in getrouwheid mogen klinken over het rond der aarde.
30:45Ook in ons land.
30:48Sterk uw gane getrouwe knechten.
30:51Willen nog toedoen.
30:53Willen nog roepen.
30:55Die ook getrouw mogen gaan dienen.
30:58Wil u verblijden met uw zegeningen.
31:02Zegen Israël.
31:03De bemindom der vader wil.
31:07Gedenk ook in ons land aan hen.
31:09Die uit dat volk uit Abraham zijn gesproten.
31:14Zou u ook hen willen brengen tot de kennis.
31:17Van de heer Jezus Christus.
31:19Uw lieve zoon.
31:22En zou u het antisemitisme in ons land willen beteugelen.
31:26Waar de publieke opinie geheel is omgeslagen.
31:30Is er alleen maar onder vuur wordt genomen.
31:34Zou u willen geven dat er een wezen wordt op die zondere plaats.
31:39Die dat volk inneemt in de wereldgeschiedenis.
31:43Omdat daaruit de zaligmaker is geboren.
31:46En omdat er nog beloften liggen.
31:49Ook voor dat volk.
31:51En zou u ons uit genade daarin willen doen delen.
31:57En ons willen inleven in dat Sion.
32:01Dat u zich vergadert uit alle geslacht en volk en tong en taal en natie.
32:06Uw naam ter ere.
32:09En onze zielen tot een eeuwige zegen om Jezus wil.
32:14Uit enkel genade.
32:17Amen.
32:19Namens kerkraad heb ik u de volgende afkondiging te doen.
32:22Dat betreft de collecten.
32:23De eerste is voor de diakonie.
32:25De tweede voor de kerkfoudij.
32:27De derde voor het verenigingsgebouw Ebena Ezer.
32:31De collecten worden van hart in uw liefde en milddadigheid aanbevolen.
32:35We gaan zingen ter inleiding op de prediking Psalm 65.
32:41Tweede en het negende.
32:42Een stroom van ongerechtigheden.
32:46Haal de overhand op mij.
32:48Maar ons weerspannig overtreden verzoend en zuivert gij en ook het negende.
32:57De velden zijn bedekt met kudde, de dalen zijn bekleed met halmen.
33:02Ze juichen elk op zijne wijze, uw eer klimt uit de stof.
33:08Ze zingen uw naam ten prijs, uw goedheid en uw lof.
33:1365 het tweede en het negende.
33:16[GEZANG]
38:56Gemeente met Gods hulp en onder inwachting van de onmisbare bediening van de Heilige Geest.
39:01Hopen we in dit avontuur uw aandacht te bepalen bij wat u opgetekend vindt in Lukas 19.
39:08Het tiende vers waar we deze woorden lezen.
39:12Want de Zoon des Mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.
39:21Een laat en verrassend kerstevangelie.
39:27Dat schrijven we vanavond als thema...
39:30boven de preeknaarleiding van de tekst.
39:33Want dat hebt u bij uzelf natuurlijk meteen gedacht...
39:36als u het woord kerstevangelie hoort, dominee.
39:39Dat is wel laat, ja.
39:41Dat is waar, eind januari.
39:44Ruim vier weken na kerst.
39:48En toch, ook in de Heilige Schrift...
39:51komen wij later in de tijd...
39:55Kerst-evangelie tegen hem.
39:57Wel in mijn tekst een laat en verrassend kerst-evangelie.
40:04Verrassend vanwege de plaats waar we het tegenkomen.
40:10Lukas 19.
40:13Verrassend als de Heer ergeeft dat we de diepte ervan mogen verstaan.
40:18Een laat en verrassend kerst-evangelie.
40:22Drie punten.
40:23Ten eerste wat verloren is.
40:26Er wordt in de tekst gesproken over de zoon des mensen die kwam om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.
40:36Wat verloren is.
40:38In de tweede plaats die gekomen is.
40:43Er wordt in de tekst vooral het accent gelegd op de persoon van hem die gekomen is.
40:51En hij wordt de zoon des mensen genoemd in mijn tekst.
40:55Die gekomen is.
40:57En in de derde plaats.
40:59Wat gezaligd wordt.
41:03Gekomen om zalig te maken.
41:06Niet half.
41:08Maar geheel.
41:10Zalig te maken.
41:12Wat verloren is daarom ook evangelie.
41:15In de eerste plaats dus wat verloren is.
41:20Gemeente, als ik de vraag zou stellen in het midden van u als gemeente aan de jongeren en aan de ouderen.
41:27Waar zoekt u het kerstevangelie?
41:30Dan acht ik dat er allerlei antwoorden kunnen komen.
41:33Maar dat de meesten zouden zeggen.
41:36Dominee, dat moet u zoeken in Matthäus 1, het laatste gedeelte.
41:39Want daar wordt beschreven de geboorte van de Heer Jezus Christus.
41:45Die was nu al dus.
41:47Of in Matthäus 2.
41:49De geschiedenis van de wijzen uit het oosten.
41:52Getrokken uit dat verre land.
41:55Gebracht bij de heiland voor wie ze eerbiedig hebben neergebogen.
41:59Aan wie ze hun hulde hebben betuigd.
42:01Hun schatten hebben geschonken.
42:03Of Marcus zou u wellicht overslaan.
42:08Minder voor de hand liggend.
42:11Lukas 2.
42:14Kerstevangelie.
42:16Engelen uit de hemel.
42:18Herders in de velden.
42:21Simeon, Anna, hoort er allemaal bij.
42:25Ik ontken het niet.
42:27Johannes 1 zal een enkeling zeggen, het woord is vlees geworden.
42:31Maar als de vraag is in algemeenheid gesteld...
42:34zou ik achten dat er weinigen zouden zijn...
42:37die zouden antwoorden, u moet het kerstevangelie zoeken...
42:41in Lukas 19.
42:45In de geschiedenis van Zaccheus, want...
42:48Als er al over Zaccheus wordt gesproken, dan is het dikwijls over die man die nieuwsgierig was of heel begerig.
42:58En verschil van exegetisch inzicht komt dan meteen voor de dag.
43:03Die man die in die boom klom, waar de Heer Jezus bij bleef staan.
43:08Die man die aanbood, meteen in het stuk van de dankbaarheid, om alles te vergoeden wat hij gestolen had.
43:16Als tollenaar overste daarvan.
43:20En dan nog blijft het kerstevangelie vaak verborgen.
43:26Want dat staat met zoveel woorden in het laatste vers.
43:31Waar de geschiedenis van Zaccheus als het ware heen gestuurd of heen geduwd wordt.
43:38Het laatste vers.
43:41Want de zoon des mensen is gekomen.
43:45Om te zoeken en zalig te maken.
43:48Dat verloren echt.
43:51Dat is het kerstevangelie voluit.
43:55Helderder hoeft het niet.
43:57Duidelijker kan het niet.
43:59Daar staat toch eigenlijk alles in.
44:02Wat te maken heeft met het heilig evangelie.
44:06Dat de Heer Jezus is gekomen.
44:09En zich zo diep heeft willen neerbuigen.
44:12Dat hij zelfs wilde gaan.
44:15In die vloekstad.
44:17Dat was door Jericho.
44:20Jericho mocht niet herbouwd worden.
44:23Jozua had die stad vervloekt.
44:26En het was toch herbouwd.
44:29En dan had de Heer Jezus tijdens zijn gang op aarde die vloekstad binnen.
44:36Zeker.
44:37Hij heeft er twee op het oog gehad.
44:41Bartimaeus de blinde.
44:43Die heeft zitten roepen.
44:46En zag hij eens de tollenaar voorheen zo rijk...
44:51en later nog veel rijker, maar dan in geestelijk opzicht.
44:55Begrijpt u me?
44:56Die vatter kan, die vat het wel.
44:59Die twee.
45:01De heer Jezus heeft zich zo diep willen vernederen...
45:04dat hij die gevloekte stad wilde binnengaan...
45:09en mensen die veracht, die vervloekt waren.
45:14Wil oprapen uit het slijk.
45:17En wil dit toebrengen tot zijn gemeente.
45:23Kerstevangelie.
45:24U kent misschien wel de uitdrukking dat parels, die schitterende, die mooie parels, soms worden opgedoken op plekken waar je ze helemaal niet zou verwachten.
45:37En het is mijn beleving geweest, gemeente.
45:40Bij het aantreffen van mijn tekst als kerstevangelie.
45:44Dat daarmee toch wel een beetje vergelijkbaar is geweest.
45:48Ineens in Lukas 19.
45:50Midden in de geschiedenissen van het leven van de Heer Jezus.
45:54Van zijn rondwandelingen op aarde.
45:56Hun teksten mogen tegenkomen.
45:59Die de diepte van het kerstevangelie voluit naar voren mag brengen.
46:06En als de heiland het niet zelf.
46:09Had gezegd aan het einde van deze geschiedenis.
46:13Dan had ik misschien ook nog wel gehaazeld.
46:17Om te zeggen dat hier het kerstevangelie is te vinden.
46:21Maar nou zijn die geschiedenissen van de heer Jezus in zijn diepe vernedering.
46:27En van het zoeken van Zaccheus.
46:31Zo in elkaar vervlochten.
46:34Dat we mogen zeggen.
46:35Nou is hij gekomen.
46:38Om die man te zoeken.
46:40Zeker de staat in het begin.
46:42In het derde vers dat.
46:44Zaccheus de heer Jezus zocht.
46:47Te zien.
46:48Dus in eerste instantie denken wij dan.
46:52Dat zoeken dat is uitgegaan van Zaccheus.
46:55Nee hoor.
46:56Het einde verklaart het begin.
46:59Dat is een oude uitdrukking.
47:02Onder het volk van God.
47:04Het einde verklaart het begin.
47:07Nou dat is hier letterlijk ook zo.
47:09Waarom heeft Zaccheus Jezus gezocht?
47:12De uiteindelijke, de laatste, de diepste oorzaak ligt daarin.
47:18Want de Zoon des Mens is gekomen om die verloren Zaccheus te zoeken.
47:26En om hem toe te brengen tot zijn gemeente.
47:33Gemeentelevensgeschiedenis van Zaccheus loopt daarop uit.
47:38Dus de komst van de heiland op deze aarde.
47:42En zijn gang naar Jericho.
47:45Om Zaccheus te zoeken en te vinden.
47:48Heeft echt alles met elkaar te maken.
47:52En dan breng ik toch niet een gezagd verband aan.
47:55Maar dan probeer ik te luisteren.
47:58Naar hoe de heilige geest het zelf heeft opgetekend.
48:02In het heilig woord des heren.
48:04Dan benader ik de geschiedenis van het zoeken van Zaccheus.
48:09Vanuit dat hoogste licht.
48:11Dat de zoon des mens is gekomen.
48:15Om het verlorene te zoeken.
48:17Om die verloren zagees te zoeken.
48:20Want die man, die tollenaar.
48:22Met al zijn rijkdommen.
48:24Lag verloren.
48:26In die vloekstad.
48:28In Jericho.
48:30Hij is door Jezus gezocht.
48:33En gevonden.
48:35Genoeg even daarover.
48:39Gemeente, het valt op dat de tekst zoals die vanavond voor ons ligt op een andere wijze toch ook nog wel een en ander maal met vrijwel dezelfde woorden terugkomt in de Heilige
48:51Schrift.
48:52Ik denk aan Matthäus 18, het elfde vers waar we letterlijk deze woorden lezen.
48:57Want de Zoon des Mensen is gekomen om zalig te maken dat verloren was.
49:05En het enige woord wat daar ontbreekt en wel in mijn tekst voorkomt...
49:09is dat daar niet staat wat hij kwam om te zoeken...
49:13maar dat er staat dat hij kwam om zalig te maken wat verloren was.
49:18En nou is dat natuurlijk niet een tegenstelling.
49:21Het is eigenlijk zo dat met ongeveer dezelfde woorden...
49:25dezelfde zaak naar voren wordt gebracht.
49:28En dan denk ik ook aan die heel bekende tekst...
49:31die wel vaker in verband gebracht wordt.
49:35Met het kestevangelie.
49:37De woorden die de apostel Paulus heeft gezegd.
49:40Tegen zijn geestelijke zoon Timotheus.
49:43In de eerste zendbrief aan die jongeman.
49:46Dit is een getrouw woord.
49:49En alle aanneming waardig.
49:52Dat Christus Jezus in de wereld is gekomen.
49:57Om de zondaren zalig te maken.
50:00Van welk ik vroeger de voornaamste was.
50:03Nee.
50:05Zo staat het er niet.
50:08Er staat niet dat Paulus vroeger de voornaamste de grootste zondaar was.
50:14Er staat dat hij dat 25 jaar na zijn bekering zegt.
50:21Zoveel jaren.
50:23Na ontvangen genade zegt hij van welke ik de voornaamste ben.
50:30Na ontvangen genade.
50:33De grootste zondaar.
50:37Nee, niet om dat even gemakkelijk na te zeggen...
50:41of om er een wet even over te houden.
50:43Dat er gebeurt wel eens...
50:45dat de een de ander de referatorische vliegen nog wil afvangen.
50:50En dat hij zegt, niet jij, maar ik ben de voornaamste deson.
50:55Het komt er maar op aan of
50:58we door de genade gods inleven.
51:01Want als we het goedkoop zeggen, heeft het helemaal geen waarde.
51:05Het moet waar zijn.
51:07Het moet waar gemaakt zijn.
51:10Door de heiligheid.
51:11Maar zo heeft Paulus het gezegd.
51:13En die tekst die leg ik ook.
51:16Naast de tekst waar vanavond de focus op mag liggen.
51:20Want de zoon des mensen is gekomen.
51:23Om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.
51:27Hij staat in het evangelie naar de beschrijving van Lucas.
51:32Het geval wil.
51:34dat in dezezelfde evangeliebeschrijving...
51:37tenminste een drietal gelijkenissen is te vinden...
51:41die ook allemaal gaan over het zoeken en het zalig maken...
51:45van het verlorene.
51:49En als ik dat zo uitdruk, dan kan een kind me wel begrijpen...
51:54op welke drie gelijkenissen dat ik doe.
51:57De drie gelijkenissen die we vinden in Lukas 15.
52:03Gelijkenissen die allemaal gaan.
52:05Over het verlorene.
52:07Over het zoeken.
52:09Het vinden.
52:11Het toebrengen.
52:12Het terugbrengen.
52:14Het thuisbrengen.
52:15Van het verlorene.
52:17Ten eerste de gelijkenis.
52:20Van het verloren schaap.
52:24Eén van de in totaal honderd schapen.
52:27Van de kud afgedwaald.
52:31Contact met de herder.
52:34Verloren, doorgesneden, kapot, stuk.
52:38Contact met andere schapen, kwijt.
52:43En als er nou niet een herder was geweest, gemeente.
52:47Die dat verloren schaap was gaan zoeken.
52:52Hoe was dat verloren schaap ooit kunnen terugkomen?
52:57Ik kan het u wel zeggen, het was nooit uit zichzelf teruggekomen.
53:05Het had zich verstrikt in de wildernis.
53:08Het was de dood geworden van verloren schaap.
53:13Dood door eigen schuld.
53:18En alleen omdat er een herder is geweest.
53:21Die ontferming in zijn ziel had over het verloren.
53:26Die het verloren is gaan zoeken.
53:29En het ook heeft gevonden.
53:31Alleen daarom is dat verloren schaap gered.
53:38En behouden.
53:39En die zoekende herder.
53:41In die gelijkenis is toch niemand anders.
53:44Niemand minder.
53:46Dan de zoon van God.
53:49Dat is toch de herder.
53:50De goede herder.
53:52Die is uitgegaan.
53:55Is uitgegaan uit de hemelse heerlijkheid.
53:58Om het verlorene te zoeken.
54:01Te vinden.
54:03Terug te brengen.
54:06En als ik met u kijk naar die tweede gelijkenis, de gelijkenis van de verloren penning, dan
54:14weet u het met mij ook wel.
54:16Die penning die was weggerold, zeg maar uit de beurs van die vrouw, kwijtgeraakt, weggeraakt, vermist.
54:27Maar die penning heeft er zelf geen enkele gevoel van gehad hoor.
54:31Want die penning, die is van zichzelf dood.
54:37Als er niet een vrouw was geweest.
54:40Die die penning had gemist.
54:43Had gezocht.
54:44En had gevonden.
54:46Nooit was die penning uit zichzelf teruggekomen.
54:48Dat is de gelijkenis.
54:50Waarin het werk van de heilige geest wordt uitgebeeld.
54:54Onder gedaante van de vrouw.
54:57De heilige geest.
54:59Die die dode zon.
55:01Dat die dode penning.
55:02Die helemaal geen gevoel heeft.
55:05Is gaan zoeken.
55:07Is gaan vinden.
55:08Is gaan terugbrengen.
55:11Zodat die penning zijn thuiskomst toch alleen dankt.
55:15Aan wat er buiten die penning is uitgedacht.
55:19En is gerealiseerd.
55:20En wat eraan die penning is gebeurd.
55:23Zonder dat die penning er ook zelf maar iets aan gedaan heeft.
55:28Dan moeten we toch die vrouw.
55:30De heilige geest.
55:32De ere geven.
55:35Dat die verloren penning is gezocht en gevonden.
55:40God die de dode zon daar zoekt en levend maakt.
55:46En die derde gelijkenis, de gelijkenis van de verloren zonen.
55:52Nee, ik vergis me niet als ik zeg dat ze allebei verloren liggen.
55:58De een ligt verloren bij vader in huis.
56:03Op het erf van vader.
56:06In het aardse huis van vader.
56:08Dicht bij vader.
56:10Hoort dagelijks het woord van vader.
56:13Geweten het is het verbondskind.
56:17Bedeeld met veel verbondsegeningen.
56:20Maar mist de liefde tot vader.
56:27En dan kun je nog zo dichtbij zijn.
56:30Onder het woord van de heren verkeren.
56:34Dag in dag uit.
56:36Dan kun je elke herendienst bezoeken.
56:40Maar als je nou mist, wat die jongen ook nog mist, de liefde tot de heren, dan ben je toch nog verloren.
56:48En die anderen, ja, wij noemen hem dan dikwijls de verloren zoon.
56:53Dan denken wij aan die jongen die dat vreselijk had gedaan.
56:57Die had tegen zijn vader gezegd, geef mij het deel desgoeds dat mij toekomt.
57:03Deel de erfenis maar vast uit.
57:06Wat vraag je dan?
57:07Dan zeg je eigenlijk tegen je vader.
57:11Ik wenste wel dat u dood was.
57:15Maar met de dood van vader.
57:17Dan wordt erfenis geschonken.
57:20Toch normaal gesproken.
57:22Dan moet toch eerst vader gestorven zijn.
57:25Dus die jongen.
57:27Die wenst zijn vader dood.
57:30En die reist weg in dat vergelegen land.
57:33En die gaat leven zoals hij zelf wenst te leven.
57:36Los van het oog van zijn vader.
57:38Van het hart van zijn vader.
57:41En hij denkt.
57:42Dat zijn vader niet meer aan hem denkt.
57:45Dat zijn vader hem niet meer ziet.
57:47Een misvatting.
57:49Zeker.
57:51Dood.
57:52Door de misdaden en de zonden.
57:55Door zijn eigen schuld.
57:56En zo heeft de vader het toch al gezegd.
58:00Dat is toch geen inlegkunde.
58:03Dat is toch uitleg.
58:05De vader zegt toch.
58:07Dat staat in die gelijkenis in Lukas 15.
58:10Want deze mijn zoon was dood.
58:15En is wederlevend geworden.
58:18En hij was verloren.
58:22En is gevonden.
58:24Nou datzelfde woord.
58:26Komen we toch vanavond ook tegen.
58:29Verloren.
58:31Dood.
58:32Het is alsof de vader zegt dat is voor mij hetzelfde woord.
58:37En aan het einde van die gelijkenis in Lukas 15...
58:41wordt het nog een keer gezegd tegen die oudste zoon...
58:46die niet wil binnenkomen, want deze uw broeder was dood...
58:51en is wederlevend geworden.
58:53En hij was verloren en is gevonden.
59:00Gemeente, niet die verloren zoon heeft zijn vader gezocht.
59:04Dat weet u toch.
59:05Dat ziet u toch in die gelijkenis.
59:08De vader heeft zijn zoon gezocht, getrokken met de koorden van zijn eeuwige liefde.
59:18Hij heeft hem naar huis getrokken met smeking en geween.
59:24Waar die jongens een verlorenheid, die die zelf heeft veroorzaakt, heeft moeten beleiden.
59:32Vader,
59:33ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.
59:39De zoon des mens is gekomen.
59:43Om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.
59:48Ik neem u mee naar nog iets anders dat opvalt.
59:51Dat ook in die drie gelijkenissen is te vinden.
59:55Dat ook te vinden is in het tekstgedeelte van Sargeens.
59:59Zoals dat vanavond voor ons ligt.
1:00:02En dat is dit dat er blijdschap in de hemel is.
1:00:06Over een zon daar die teruggetrokken wordt.
1:00:11bekeerd wordt, gezocht, gevonden is.
1:00:16En dan staat er in Lukas 15 aan het begin van die gelijkenis en al dat de fariseeën en de schriftgeleerden helemaal niet blij mee zijn, dat de zaligmaker zich inlaat met zich bemoeid
1:00:28om verloren zondaren.
1:00:31Ze kunnen ook helemaal niet in de blijdschap delen.
1:00:35En dat komt omdat
1:00:37ze zelf.
1:00:39Nooit een verloren zonder zijn geworden.
1:00:43Omdat ze zelf de weg niet kennen.
1:00:46Die God gaat.
1:00:48Met een verloren zonder.
1:00:51En datzelfde.
1:00:53Die anti-blijdschap houding.
1:00:56Kom ik ook tegen in Lukas 19.
1:01:00De geschiedenis van Zaccheus als tegen Jezus.
1:01:03Het huis van Zaccheus is binnen gegaan.
1:01:06Omdat hij bij hem moest zijn.
1:01:10Dat moeten, dat zit op dat goddelijke programma...
1:01:14dat afgewerkt moet worden, met eerbied gezegd, door de heiland.
1:01:18Dat moeten, dat hem drijft naar Zaccheus.
1:01:23Hij kwam om die verloren Zaccheus te zoeken en zalig te maken.
1:01:28Dan zeggen de fariseeën en de schriftgeleerden...
1:01:32hij is tot een zondige man ingegaan om te herbergen.
1:01:37Ze begrijpen helemaal niks.
1:01:40Van het werk van het zalige.
1:01:43Van zonde.
1:01:45Begrijp u het.
1:01:47Door Gods genade.
1:01:50Omdat het u een wonder is geworden.
1:01:52Dat de Heere naar u heeft omgezien.
1:01:56Hoewel u totaal verloren neer lag.
1:02:00In uw dood staat.
1:02:02En omdat u niet vroeg.
1:02:03Naar de Heere.
1:02:05Waarom dat de Heere naar u is gekomen.
1:02:07Heeft Zaccheus.
1:02:09Toch beleefd.
1:02:12Zaccheus is niet naar de Heer Jezus gekomen, maar de Heer Jezus is naar Zaccheus gekomen.
1:02:17Toen Zaccheus in de boom klom was het niet met de bedoeling dat Jezus hem zou zien.
1:02:23Eerder het omgekeerde, dat Jezus hem niet zou zien.
1:02:26En uitgerekend bij die boom blijft de heiland staan.
1:02:32Omdat hij, en dat verklaart hij ook zelf in het negende vers.
1:02:36Omdat aan deze huizen zaligheid moet geschieden.
1:02:40Dat staat in vers 9 net voor mijn tekst.
1:02:44Heden is deze huizen zaligheid geschied.
1:02:47Dus de heer Jezus zegt zelf in toepassing op de persoon van Zaccheus.
1:02:53Dat hij gekomen is om die man te zoeken.
1:02:58En zalig te maken.
1:03:01En die zaligheid is aan Zaccheus geschonken.
1:03:07Eén zijder opzoekende zondaarsliefde.
1:03:10Van Christus wegen.
1:03:13Heeft hem gebracht.
1:03:15Bij zag hij is verloren.
1:03:18Gezocht.
1:03:19Gevonden.
1:03:22Gemeente we proberen nog wat dieper af te dalen.
1:03:25In de waarheid van de tekst.
1:03:28En dan gaan we ook met name letten om dat woord dat daar staat.
1:03:33Het woord verloren.
1:03:36Nee.
1:03:38Er staat niet in deze tekst.
1:03:41Er staat ook in geen enkele tekst in de Bijbel.
1:03:45Dat de Heer Jezus in de wereld is gekomen.
1:03:48Om alle verloren zondaren.
1:03:51Om alle mensen die verloren liggen.
1:03:54Dat is alle mensen zalig.
1:03:56Te maken ook in de geschiedenis van Zaccheus.
1:04:01Is het waar dat hij die man heeft moeten uitroepen.
1:04:04Heren, waarom bleef u bij die boom staan?
1:04:07Waar ik in zat.
1:04:10En waarom liep u een andere voorbij.
1:04:13Waarom was het op mij gemunt.
1:04:17Daar zoveelen gaan verloren.
1:04:21Die geen ontferming geeft.
1:04:25Betekent het in dat verband.
1:04:27En dat heeft niets te maken.
1:04:29En met de gedachte.
1:04:31Alsof de heren het een zon daar niet zou gunnen.
1:04:34Zoals wij in onze tijd het woord gunnen gebruiken.
1:04:39Maar het feit is wel zo.
1:04:41Dat de Heer Jezus ook bij Jericho, bij die vloekstad.
1:04:46Aan velen is voorbij gegaan.
1:04:49Dat hij Zaccheus heeft gezocht.
1:04:52Gekomen om te zoeken.
1:04:55En zalig te maken.
1:04:57Die verlorene.
1:05:00Die zichzelf ook wel als een verloren heeft leren kennen.
1:05:04En wat betekent nou dat woord verloren?
1:05:08Gemeente, het heeft een diepe betekenis.
1:05:11Toen God de mens schiep, heeft hij hem gemaakt naar zijn beeld en zijn gelijkenis.
1:05:18En hij heeft hem voorzien van allerlei geestelijke gaven talent in de staat der rechtheid.
1:05:26En die staat heeft...
1:05:29Na wij de indruk krijgen uit de Bijbel niet zo lang geduurd.
1:05:33De engel des verderfs uit de hemel gevallen.
1:05:37Uit de hemel gestoten.
1:05:40Is op de aarde gekomen.
1:05:43Om de mens tot de zonde te verleiden.
1:05:46Om hem aan te purren.
1:05:49Aan te sporen.
1:05:51Te nemen die verboden vrucht.
1:05:54Waarvan God gezegd had dat de mens die niet mocht eten.
1:06:00En het heeft de mens behaagd om te doen wat de duivel hem zei.
1:06:08En wie heeft er dan gezondigd?
1:06:10De duivel in dat geval in het paradijs.
1:06:15Of de mens die zelf heeft genomen en heeft gegeten.
1:06:23Gemeente, dan kan niemand onder ons de schuld geven aan de duivel.
1:06:29En niemand kan de schuld geven aan God.
1:06:33Want daar hebben we zo'n handje van.
1:06:36Adam, de vrouw die gij mij gegeven...
1:06:42via een bochtje God de schuld geeft.
1:06:44Mis.
1:06:46Zal nooit iemand kunnen doen.
1:06:49Niemand die binnenkort voor God verschijnen moet.
1:06:53Zal de Heer ook maar van iets wat de zonde betreft...
1:06:57de schuld kunnen geven.
1:06:59De zonde is eigen schuld, eigen daad.
1:07:04Eigen wil.
1:07:07En sinds we in de zonde gevallen zijn, zijn we geneigd om het kwade te doen.
1:07:13En kunnen en willen we het goede niet meer doen.
1:07:17Is er niets in ons dat naar de Heer vraagt?
1:07:22Ben je het ermee eens?
1:07:24Ja, natuurlijk, zegt uw dominee, dat is de geformeerde waarheid.
1:07:28Nou, dat bedoel ik nou vanavond niet.
1:07:32Ik bedoel niet of u bekend wil zijn als iemand die de geformeerde leer aanhangt.
1:07:37Dat geloof ik wel.
1:07:39Maar vraag, ben u het in uw hart werkelijk mee eens geworden?
1:07:46Dan ben u het er ook mee eens.
1:07:49Als God u om uw zonde zou straffen.
1:07:53De zwaarste straf zou geven.
1:07:56Naar lichaam en ziel.
1:07:58Want dan zegt u, heren, zijt ge met mijne doem gediend.
1:08:02Ik ben de uwe, ik heb het verdiend.
1:08:05Ik heb de zonde gedaan.
1:08:08Dan zegt u niet meer dat hij Adam...
1:08:11en ik heb niks met Adam te maken.
1:08:14Dan zegt u, en genade alleen kan dat leren.
1:08:18Dan zegt u, heren, ik heb gezonderd.
1:08:22Ik heb gedaan.
1:08:24Dat kwaad was in uw ogen, weet u wat onze Duitse leerregels beleiden.
1:08:30Ik lees u er wat uit voor.
1:08:33Hoofdstuk 3-4, de eerste artikelen, door het ingeven des duivels en zijn vrije wil van God afwijkende, heeft de mens zichzelf van deze uitnemende gave beroofd
1:08:45en heeft daarentegen de plaats van die overzicht gehaald, blindheid, schrikkelijke duisternis.
1:08:54ijdelheid en verkeerdheid des oordeels in zijn verstand, boosheid, wederspannigheid en hardigheid in zijn wil en hart, met schades ook onzuiverheid in zijn genegenheden,
1:09:07over zulk soort aan alle mensen, in zonde ontvangen als kinderen des torens geboren, onbekwaam tot enig zaligmakend
1:09:19goed, geneigd tot kwaad dood.
1:09:23In zonden.
1:09:25Slaven.
1:09:26Der zonden.
1:09:28En willen.
1:09:30En kunnen.
1:09:32Tot God niet wederkeer.
1:09:36Nog hun verdorven natuur verbeteren.
1:09:40Nog zichzelf tot de verbetering daarvan schikken.
1:09:43Zonder de genade van de wederwaardige geest.
1:09:47En weet u gemeente.
1:09:49Mij bekruipt wel eens het angstige gevoelen.
1:09:53Dat we als herders en leraars in de erediensten echt nog wel mogen zeggen.
1:09:59Dat we tot God niet willen wederkeren.
1:10:03Dat wordt nog wel geslikt.
1:10:05Dat wordt geaccepteerd.
1:10:07Omdat de Bijbel duidelijk zegt.
1:10:11Je hebt niet gewild dat ik koning over u zou zijn.
1:10:15Als wij de beleidenis van de kerk naspreken.
1:10:19En met de beleidenis.
1:10:22De heilige schrift naspreken.
1:10:24Die ons leert dat de val zo diep is.
1:10:26Dat we niet eens tot God kunnen wederkeren.
1:10:33Dan barst de bom.
1:10:36Dan wordt dat niet meer genomen.
1:10:39Dat we dat niet kunnen.
1:10:40Dan maak je de mensen leidelijk.
1:10:43Nee hoor, dat zijn we al.
1:10:45Ik hoef niemand leidelijk te maken.
1:10:48Dat zijn we helaas al erg genoeg.
1:10:51En als ik het alleen zou zeggen en het niet bij zou zeggen.
1:10:56Dat het schuld.
1:10:58Van de mens is.
1:10:58Dan zou u gelijk hebben.
1:11:01Maar ik zeg u ook.
1:11:02Het is de schuld van de mens.
1:11:05Zo diep is de val.
1:11:08We kunnen het niet meer.
1:11:10En wat een wonder.
1:11:13Dan komt er ook plaats voor het wonder.
1:11:16Wat een wonder.
1:11:17Dat er nou aan de andere kant.
1:11:19In de nooit begonnen eeuwigheid.
1:11:21Gedachten des vredes in God geweest zijn.
1:11:24Die zijn zoon gezonden heeft in de wereld.
1:11:28Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken.
1:11:32Nee, niet wat zichzelf nog wel kon redden.
1:11:36Maar
1:11:38wat verloren is.
1:11:41Totaal verloren.
1:11:44Dood in misdaad en zonde.
1:11:47Vol gerechtigheid.
1:11:49Vol vijandschap.
1:11:51Vuil.
1:11:53Enzovoort.
1:11:55Al als we dat woord verloren ernstig
1:12:00nemen.
1:12:01En als dat op onze ziel begint te branden.
1:12:04En als de heilige geest ons leert wat dat inhoudt.
1:12:09Verloor.
1:12:10Niks vanuit ons vraagt naar de heren.
1:12:14Niks vanuit ons zoekt God.
1:12:18Verloren.
1:12:20Dan krijgt het heerlijk kerstevangelie betekenis en waarde.
1:12:25Want de zoon des mens is gekomen.
1:12:28Om te zoeken en zalig te maken.
1:12:31Dat verloren was ik zie de troost in veel pot.
1:12:36Die bekende baptistenprediker.
1:12:40Wiens standpunt over de heilige dopen niet delen.
1:12:43Laten we helder zijn.
1:12:46Die heeft over het leven der genade hele waterswaardige dingen geschreven.
1:12:52Philpot zegt in een preek over deze tekst letterlijk wanneer de mens zichzelf diep in zijn ziel kent als verloren,
1:13:03verloren,
1:13:05verloren.
1:13:07En als hij de onbekwaamheid van het schepsel gevoelt om te behouden, dan is dit de mens, dan is dit de plaats tot wie en
1:13:19in wie de zaligmaker komt, hoort u het.
1:13:23Als de mens inleeft.
1:13:25Hoe verloren die is.
1:13:28Dan is dit de mens.
1:13:30Dan is dit de plaats.
1:13:32Tot wie en in wie de zaligmaker komt.
1:13:35En hij en hij alleen.
1:13:38Zal met een gewillig oor.
1:13:40De blijde klank welkom heten.
1:13:43En in zich opnemen van.
1:13:46Zaligheid uit genade.
1:13:49Wat verloren is.
1:13:53En gemeente, tegelijkertijd is het, ach helaas, zo waar.
1:13:58Wanneer komen we nou een verloren mens tegen?
1:14:01Hoe vaak komen we een verloren mens tegen?
1:14:05Ben ik het?
1:14:07Bent u het?
1:14:09Een verloren mens, we komen zo vaak...
1:14:12een gearriveerde christen tegen...
1:14:16die het allemaal heeft.
1:14:19En als je vraagt en doorvraagt naar de kennis van de verlorenheid...
1:14:25dan word je aangekeken met ogen die van water branden.
1:14:30Dan word je niet berepen.
1:14:32Dan wordt er gezegd, wat bedoelt u?
1:14:35Gemeente, behalve de vele verdoemden in de hel...
1:14:39is er geen ongelukkiger schepsel dan wij die verloren liggen.
1:14:48Weet u daarvan?
1:14:50Kent u dat?
1:14:52Bij beleving.
1:14:54En toch mag ik u vanavond zeggen.
1:14:56En toch is er nog een verschil hoor.
1:14:58Tussen ons die hier nog mogen verkeren.
1:15:01In het heden der genade.
1:15:03En degene die in de hel eeuwig moeten branden.
1:15:07Voor die kan het niet meer.
1:15:09Voor ons is het heden der genade van die naad.
1:15:12Dat het evangelie, het heren kerst evangelie laat.
1:15:1728 januari.
1:15:19Toch.
1:15:20Nog mag klinken.
1:15:21Want de zoon des mensen is gekomen.
1:15:24Om te zoeken en zalen.
1:15:27Juist.
1:15:28Die verloren ligt.
1:15:31Dan is er hoop.
1:15:32Voor een hopeloze.
1:15:35Dan mag het evangelie klinken.
1:15:37En ik hoop.
1:15:38Dat uw ziel ervan mag opspringen.
1:15:40Van vreugde.
1:15:41Dat het voor doden.
1:15:43Dat het voor verlorenen.
1:15:44Nog kan.
1:15:46Ik haast me naar mijn tweede punt.
1:15:48Die gekomen is.
1:15:51Want er wordt niet alleen gesproken in Lukas 19, de eerste tien versen, over de verschrikkelijke verlorenheid, waarin de Heer Jezus toch ook Zaccheus in Lukas 19
1:16:04heeft aangetroffen.
1:16:06Er wordt gesproken over het allerheerlijkste evangelie, kerstevangelie, waarin gedacht wordt, teruggedacht wordt, in dit hoofdstuk van Lukas.
1:16:19Na die heerlijke kerstnacht waarin de werkelijkheid heeft plaatsgevonden.
1:16:25Dat de zoon des mensen uit de hemelen is neergedaald.
1:16:31In deze duistere zondige wereld.
1:16:35De zoon des mens is gekomen.
1:16:40Oh, ik kijk als het ware met tranen van verwondering mijn ogen naar boven.
1:16:46Als ik denk aan die kerstnacht dat toen de hemelen zijn gescheurd.
1:16:51En de zoon des mensen als mens is nedergekomen op deze aarde.
1:16:58De zoon des mensen.
1:17:00Ja, zo wordt hij genoemd in mijn tekst.
1:17:04Ik weet wel.
1:17:06En dat ontken ik niet.
1:17:07Hij is toch allebei.
1:17:08Hij is er ook.
1:17:10De zoon van God.
1:17:12Maar het is niet zonder oorzaak.
1:17:14Dat hij wel tachtig keer in de evangeliebeschrijvingen.
1:17:19Met die titel genoemd wordt.
1:17:21Zoals hij ook hier zichzelf heeft genoemd.
1:17:24De zoon des mens is gekomen.
1:17:26Ik acht dat hij zichzelf zo heeft genoemd.
1:17:30Dat betekent dat hij de versen 9 en 10 aan elkaar koppelt.
1:17:35Jezus zei er.
1:17:38Heden is deze huize zaligheid geschiet.
1:17:41Na de balo deze zoon Abrams is een echt kind.
1:17:46Vanaf een echt verbondskind.
1:17:49Die het ook in zijn hart door het geloof aan de weet is gekomen.
1:17:55Want de zoon des mens is gekomen.
1:17:58Ik acht dat de zaligmaker dat zelf heeft meegedeeld.
1:18:03Aan het einde van de geschiedenis van Zaccheus.
1:18:07En ik weet dat er ook verklaarders zijn die zeggen nee.
1:18:12Dat moet u zo niet zien.
1:18:15Lukas heeft het als even gelist.
1:18:17Als Jezus in het negende vers uitgesproken is.
1:18:21En tot Zaccheus gezegd heeft dat hij zalig is gemaakt.
1:18:26Lukas heeft het moeten opschrijven.
1:18:28Nou, dan is het in elk geval gebeurd.
1:18:31Onder de goddelijke inspiratie van de heilige geest.
1:18:34De derde persoon uit de drie ene goddelijke wezen.
1:18:37En over dan de tweede of de derde persoon is die het zegt.
1:18:42In alle gevallen is het de Heere.
1:18:45Die ons dit evangelie doet horen.
1:18:48Maar dan wordt hij genoemd.
1:18:51De zoon des mensen.
1:18:55Gemeente dat is toch de naam.
1:18:57Die de zaligmaker heeft mogen dragen.
1:19:00Omdat hij de mensen in alles is gelijk geworden.
1:19:07Uitgenomen de zonde.
1:19:09Behalve de zonde.
1:19:10Hij is de mensen gelijk onze één geworden.
1:19:15Dat moest.
1:19:16Want de mens heeft gezondigd.
1:19:20En de mens die de zonde gedaan heeft.
1:19:24Die menselijke natuur moest ook voor de zonde betalen.
1:19:29En er kan niet anders betaald worden voor de zonde dan door de dood van de Zoon van God.
1:19:36Die mens is geworden, maar God kan niet sterven.
1:19:41Als mens, als Zoon des mensen, zal die moeten sterven.
1:19:47Daarom is de Zoon van God de Zoon des mensen geworden, ontvangen.
1:19:55Uit de heilige geest.
1:19:57Geboren.
1:19:58Uit de maagd.
1:19:59Maria.
1:20:01Mens geworden.
1:20:03In de kribben gelegd.
1:20:04In een beest.
1:20:06Zo diep neergedraaid.
1:20:09Dat grootste beest.
1:20:11Bij hem mag neerbeuren.
1:20:14En hem mag aanschouwen.
1:20:17Als de zoon des mensen.
1:20:19Op deze aarde.
1:20:21Ten volle bekwaam.
1:20:23En bereid.
1:20:26Om de straf van de zonde voor de mens te dragen.
1:20:30Om mensen van schuld en straf te bevrijden.
1:20:36Om de toon op zich te laten neerleggen.
1:20:40Die de vader de mens toerekent.
1:20:45Christus de zoon van God.
1:20:47Die zoon des mensen is geworden.
1:20:50Die in de plaats van verloren zondaren.
1:20:55Behandeld wilde worden.
1:20:57Alsof hij de mens in eigen persoon is.
1:21:00Ik kan ook zeggen alsof hij de zondaar is.
1:21:03In eigen persoon.
1:21:05Daarom wordt de Heer Jezus wel genoemd de grootste zondaar.
1:21:08Nee, niet verkeerd.
1:21:09Begrijp me.
1:21:11Ik beweren de verste verte niet dat de Heer Jezus zelf zondaar is.
1:21:16Of zonde heeft gedaan.
1:21:18Maar waarom noem ik hem de grootste zondaar?
1:21:21Omdat hij behandeld is door God de Vader.
1:21:24Alsof.
1:21:26Hij de roodste zonder is alsof de zonde van de gehele wereld op hem is gelegd.
1:21:34Omdat hij voor de uitverkorenen in de hele wereld de straf der zonden zou wegdragen.
1:21:41En hen zou bevrijden van schuld en straf.
1:21:45En dan brengt het mij ook langs die kant weer.
1:21:49Bij de eeuwige liefde van God die ik maar niet kan vatten en kan begrijpen.
1:21:55Dat hij zoon des mens is willen worden.
1:21:58Dat hij zich zo diep heeft willen vernederen.
1:22:02Hoort u?
1:22:03Dat zijn toch de blijde klanken van het late kerstevangelie.
1:22:09Vanavond op 28 januari 2026.
1:22:14De zoon des mensen is gekomen.
1:22:20Hij is in deze wereld gekomen.
1:22:24Het oude testament predikt.
1:22:26Dat die komen zal.
1:22:29Het evangelie verkondigt dat die gekomen is.
1:22:36En er is een volk op deze wereld.
1:22:40Dat door de genade van God als het ware leeft.
1:22:44Als die oud testamentische kerk in het uitzien.
1:22:49In het verlangen dat die komen zal.
1:22:53Nee.
1:22:55Niet dat ze niet geloven dat die al gekomen is in de wereld.
1:22:59Ik bedoel het een raadje dieper.
1:23:03Dat hij komen zou in hun hart.
1:23:07In hun leven.
1:23:09Want ze weten wel dat Jezus Christus in Bethlehem is geboren.
1:23:15Maar al werd hij duizendmaal in Bethlehem geboren en niet in mij.
1:23:22Dan was ik nog verloren.
1:23:25Heb u weer dat woord?
1:23:27In de tekst staat.
1:23:30Om te zoeken en zalig te maken.
1:23:32Dat verloren was.
1:23:36En dan staat hier.
1:23:38Hij is gekomen.
1:23:40Doet mij toch denken.
1:23:42Aan die bekommende vrouw.
1:23:46Ik heb haar persoonlijk nog een poosje in haar leven mogen kennen.
1:23:51Maar wat ik u zeg.
1:23:52Dat vond plaats.
1:23:54Voordat ik haar heb leren kennen.
1:23:57Wat ik bedoel dit.
1:24:00Zij was.
1:24:01Zo'n bekommende vrouw.
1:24:04Die zo snakte na de openbaring.
1:24:09Van Jezus Christus in haar hart en leven.
1:24:12En hij kwam er niet.
1:24:15En als iemand zei.
1:24:17Wat is die slechte?
1:24:18Dat hij niet komt.
1:24:20Daar wilde ze niks van weten hoor.
1:24:23De Heer was recht in al zijn weg en werk.
1:24:26Maar kwam er niet.
1:24:27Hij kwam maar niet.
1:24:30En op een gegeven dag.
1:24:31Het was op kerst.
1:24:34mocht onder de prediking van het woord in de morgendienst op de eerste kerstdag haar te beurt vallen wat staat in de tekst Christus Jezus
1:24:46in de wereld van haar hart gekomen.
1:24:53En ze kreeg te geloven.
1:24:56Hij is gekomen om mij te zoeken en om mij zalig te worden.
1:25:02En het werd kerst.
1:25:04Van binnen.
1:25:06Blijdschap in de ziel.
1:25:08En wat deed ze?
1:25:10Thuisgekomen nam ze een klein stukje papier, een pen.
1:25:14En ze schreef op dat briefje drie woorden.
1:25:19En dat briefje, dat bezorgde ze s'avonds op weg naar de kerk.
1:25:27Bij een vriend, ze schoof het.
1:25:30Onder de voordeur door.
1:25:32Zodat hij het s'avonds na de avonddienst vond.
1:25:35Aan de andere kant, de binnenkant van de deur.
1:25:38In de gang.
1:25:40Hij raapte het briefje op.
1:25:42Hij zag het aan het handschrift van wie het was.
1:25:44Wat stond erop?
1:25:46Drie woorden.
1:25:48Hij is gekomen.
1:25:52Kerst.
1:25:54Hij is gekomen.
1:25:56En die vriend begreep meteen wat ze bedoelde.
1:26:01En hij mocht met haar delen in de blijdschap.
1:26:05Hij is gekomen.
1:26:08En gemeente, dan is de vraag vanavond gepast.
1:26:13Of het voor u, voor jou, ooit op die wijze gest is mogen worden.
1:26:22Heb u dat mogen beleven?
1:26:25Hij is gekomen.
1:26:28Want dan begrijpt u toch ook, zijn komst is het.
1:26:33Die mijn heil volmaakt.
1:26:36Dan begrijpt u ook wat de dichter van Psalm 70.
1:26:40In dat laatste vers heeft gezongen.
1:26:43Het derde vers.
1:26:44We willen het ook gaan zingen.
1:26:46Ik ben nou drufter arm en naakt.
1:26:50O God mijn helper uit ellenden.
1:26:54Haast u tot mij wil bijstand zenden.
1:26:57Uw komst is het.
1:27:00Die mijn heil volmaakt.
1:27:04We zingen psalm 70, het derde vers.
1:27:07[GEZANG]
1:28:24...die
1:28:26gekomen is, wat gezaligd wordt.
1:28:31Dat waren de drie punten in de preek.
1:28:33We zijn bij het derde, wat gezaligd wordt.
1:28:39De zoekend gemaakte zagees is gevonden.
1:28:45Ja, zo leg ik het uit als ik de geschiedenis van achter naar voren mag lezen.
1:28:51Op z'n joods mag lezen.
1:28:53Het belangrijkste is dat de Heer Jezus is gekomen.
1:28:58Om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.
1:29:02Toegepast op Zaccheus.
1:29:04Jezus is gekomen naar die vloekstad, naar Jericho.
1:29:09Om die gevloekte tollenaar, die toch ook in menig opzicht onder de vloek lag.
1:29:16Allereerst omdat hij niet gehouden heeft wat geschreven is in het boek der wet om dat te doen.
1:29:20Om die op te zoeken.
1:29:23En dan verklaar ik het feit dat Zaccheus zoekende gemaakt is.
1:29:28Vanuit God en vanuit het eenzijdig welbare.
1:29:32Dan heeft God die man zoekende gemaakt.
1:29:35Zodat hij zocht Jezus te zien.
1:29:38Want het omgekeerde moest gebeuren.
1:29:41Jezus moest Zaccheus zien.
1:29:44En wij hem stilstaan.
1:29:46En ze reden moet ik.
1:29:48In uw huis blijven.
1:29:50Dan is het net als met de Samaritaanse vrouw.
1:29:54Johannes 4.
1:29:55En hij moest.
1:29:57Door Samaria gaan.
1:29:59En Jezus moest.
1:30:01Naar Jericho gaan.
1:30:03Om Zaccheus te zoeken.
1:30:05En zalig te maken.
1:30:07Eenzijdig.
1:30:08En wat doet de Heer dat graag?
1:30:12Zalig maken.
1:30:14U weet zijn naam toch wel.
1:30:17Als ik zeg de Heer Jezus.
1:30:19Jezus.
1:30:21Wat betekent die naam?
1:30:24Jezus, want hij zal zijn volk zalig maken van hun zonden.
1:30:32Gekomen om te zoeken om zalig te zijn.
1:30:37Wat moest Jezus daarvoor doen?
1:30:41Om Zaccheus zalig te maken.
1:30:44Gemeente, in de eerste plaats moest de Heer Jezus de zaligheid verwerven.
1:30:52Want de zaligheid is verbeurd, is verzonderd.
1:30:56We hebben de weg naar de zaligheid in Adam, in het paradijs, dichtgeworpen, toch?
1:31:05De zaligheid moest worden verdiend.
1:31:10Zwaar worden verdiend.
1:31:12Duur worden gekocht.
1:31:14Met het dierbaar lijden en sterven.
1:31:18Jezus moest.
1:31:21Om zalig te maken.
1:31:23De straf op de zonde dragen.
1:31:26De toon van God dragen.
1:31:31Zozeer dat hij heeft moeten uitroepen aan het kruis op Golgotha.
1:31:36Mijn God, mijn God, waarom hebt ge mij verlaten?
1:31:42De zaligheid in de veste vetten niet te zien.
1:31:47De rampzaligheid, door was dat.
1:31:51Moeten dragen.
1:31:53Om de zaligheid te verdienen.
1:31:56Die hij verdiend heeft.
1:31:59Toen hij het mocht uitroepen.
1:32:02Het is volbracht.
1:32:06Tetelestai.
1:32:07De zaligheid verdiend.
1:32:10Maar de heer Jezus is gelukkig niet alleen de middelaar van verdiensten.
1:32:17Hij is ook de middelaar van kracht.
1:32:20Hij is niet alleen de middelaar.
1:32:22Van verwerving.
1:32:25Maar hij is ook de middelaar van toepassing.
1:32:29En wat de Heer Jezus heeft verdiend.
1:32:31Aan het kruis.
1:32:33Dat past hij ook toe.
1:32:35Door zijn dierbare geest in het hart.
1:32:38Van zondige mensen.
1:32:40Die hij zoekt.
1:32:41Die hij zalig maakt.
1:32:43Hoe doet hij dat dan?
1:32:45Hoe maakt hij dan een zondaar zalig?
1:32:50Gemeente, hij leert die zondaar dat hij overal buiten ligt.
1:32:54Dat hij de zaligheid verzonderd heeft.
1:32:59Dat leert hij toch.
1:33:01Waar Gods geest gaat werken.
1:33:03Dan zet hij toch de mens erbuiten met al zijn verdiensten.
1:33:08Want die getuigen alleen maar tegen de zonder.
1:33:13Dan maakt hij plaats voor zijn eigen werk.
1:33:18En dan plaatsmakende werk.
1:33:23Hij heeft als doel.
1:33:25De plaats.
1:33:27Vervanger.
1:33:28Voor de dag te brengen.
1:33:31Zichzelf.
1:33:32Het openbare en te verklaren.
1:33:36Jezus.
1:33:36Voor ogen te stellen.
1:33:39Als degene die de zaligheid.
1:33:42Verdiende.
1:33:43En weggeeft.
1:33:45Aan zijn volk uit.
1:33:47Vrije genade.
1:33:48Niet verdiend.
1:33:50Toch geschonken.
1:33:51Wat moet Jezus doen.
1:33:54Om de zaligheid.
1:33:56Hij moet er eerst de zaligheid voor verdienen.
1:34:00En dan past hij de zaligheid toe aan het hart.
1:34:05Wat is dat dan?
1:34:08Zalig maken?
1:34:10U kent toch nog wel die oude definitie van dat vragenboekje van Hellenbroek?
1:34:17Zalig maken verlossen van het grootste kwaad.
1:34:22Wat is dat?
1:34:24Dat is voor jou de zonde.
1:34:29Het grootste kwaad.
1:34:31En we kunnen zo'n definitie opdreunen.
1:34:34Het is goed natuurlijk.
1:34:35We moeten weten wat de leer inhoudt.
1:34:38We moeten er meer weten.
1:34:40De leer moet toch ook toegepast zijn.
1:34:44Verlossen van het grootste kwaad.
1:34:47Dat leer ik toch alleen als ik dat kwaad heb leren kennen en heb leren haten van binnen.
1:34:54En hij begeert om er van verlost te mogen worden.
1:34:58Wie kan me er van verlossen?
1:35:00Niemand.
1:35:01Dan Jezus alleen.
1:35:03Verlossen.
1:35:04Van het grootste kwaad.
1:35:07En brengen.
1:35:09Tot het hoogste goed.
1:35:11Aan het einde van de dienst hopen we dat bekende vest te zingen.
1:35:14Wie heeft lust de heren te vrezen.
1:35:16Het allerhoogst.
1:35:18En eeuwig goed brengen.
1:35:20Tot het hoogste.
1:35:22Het allerhoogst.
1:35:24En eeuwig goed brengen tot God.
1:35:26Verlossen van de zonde.
1:35:29En brengen tot God.
1:35:31Dat is zalig.
1:35:34Maar weet u gemeente, wat ben ik dan dankbaar.
1:35:36Dat er in de tekst niet staat.
1:35:40Want de zoon des mens is gekomen.
1:35:43Om te zoeken.
1:35:45En de zaligheid te verdienen.
1:35:49En het vervolgens aan de mens over te laten.
1:35:52Om in de zaligheid te komen.
1:35:57Stel dat dat er zou staan.
1:36:00Dan moest ik zelf zien dat ik in de zaligheid kwam.
1:36:06En ik kom er nooit.
1:36:08Ik kan er ook niet komen.
1:36:09Ik wil er niet eens komen.
1:36:11Ik zal er ook niet komen door mijn eigen werk.
1:36:16O, nooit een keer.
1:36:18Weet je wat er staat?
1:36:20Dat de Heer het helemaal doet.
1:36:22Dat hij het zelf doet.
1:36:24Dat hij het alleen doet.
1:36:26Gekomen.
1:36:27Om te zoeken.
1:36:28En, nee, niet half zalig te maken.
1:36:33Ook niet voor 99% zalig te maken wat verloren was.
1:36:40Zalig maken, dat is voor 100% zalig maken.
1:36:46Wie
1:36:48verloren is en door hem wordt gevonden.
1:36:53Die wordt zalig.
1:36:56Oh, ik moet zo dikwijls denken aan wat ik ooit las bij een Schotse prediker.
1:37:02Zijn naam is Montschoot en het boek waarin hij het schreef, ik kan het u ook niet noemen, maar de uitdrukking is bij mij achtergebleven.
1:37:11Die man die zei, en het was een kind van God, hij zei, als ik met één been in de hemel sta en
1:37:23ik zou zelf...
1:37:26Mijn tweede been nog in de hemel moeten brengen.
1:37:30Kwam ik er nooit.
1:37:33Dan viel ik er voor eeuwig buiten.
1:37:37Dan viel ik nog in de hel.
1:37:40Het lijkt heel vreemd uitgedrukt.
1:37:42Maar het is wel waar.
1:37:45Heer Jezus is een volkomen zaligmaker.
1:37:52Niet een halve.
1:37:54Gekomen om te zoeken en...
1:37:56Zalig te maken.
1:37:58Dat is.
1:38:00Volleder zalig te maken.
1:38:02Wat verloren was in zichzelf.
1:38:05Hij doet het helemaal.
1:38:07Hij zal zijn werk.
1:38:10Voor en in zijn kerk.
1:38:13Volleden.
1:38:14En weet u.
1:38:15Dan is het grootste wonder.
1:38:17Als.
1:38:19Deze zon daar.
1:38:21U mag het ook zijn.
1:38:23Jij ook.
1:38:24Als deze zonder of u of jij het zeggen mag.
1:38:30En dat heeft de Heer mij nou doen beleven.
1:38:35En dat ik mag dat nu door het geloof weten.
1:38:41Ik mag ervan verzekerd.
1:38:43Ja, verzekerd.
1:38:46Het wordt bestreden.
1:38:48Het wordt aangevraagd.
1:38:49En toch ligt het vast.
1:38:52Niet in mij.
1:38:53Als ik het zelf moet doen, kom ik er niet.
1:38:56Maar nou ligt het vast.
1:38:58Buiten mij.
1:38:59In hem.
1:39:01Die gekomen is als de zoon van God.
1:39:04Om de zoon van mensen te willen zijn.
1:39:07De straf te dragen.
1:39:09De wet te houden.
1:39:10De zaligheid te verdienen.
1:39:12En die ook volledig toe te passen.
1:39:15Dat heb ik mogen beleven.
1:39:17En nou kan ik er niet van zwijgen.
1:39:21Om dat evangelie door te geven.
1:39:24Laat.
1:39:25Kerst evangelie.
1:39:27Kan midden in de zomer klinken.
1:39:29De zoon des mensen.
1:39:31Is gekomen.
1:39:33Om te zoeken en zalig te maken.
1:39:36Dat verloren was.
1:39:39O wie dat heeft geleerd.
1:39:41Die zal zeggen.
1:39:43En nou is die God ons een God.
1:39:46Van volkomen zaligheid.
1:39:51Eén van mijn ouderlingen in Katwijk.
1:39:54Zij er altijd bij als hij dat vers aanhaalde.
1:39:59Als dan God volkomen uitkomst geeft.
1:40:03Dan is er hier toch al een beginsel van geweest.
1:40:08Dan is het begin hier.
1:40:11En dan maakt de Heer het zelf af.
1:40:14Tot zijn eer.
1:40:16En tot heel van zijn kerk.
1:40:18En dat is waar.
1:40:20Een God van volkomen zaligheid.
1:40:23Die dan ook in de zaligheid.
1:40:26De volle eer.
1:40:28Alleen zal worden toegebracht.
1:40:30Dat u, hij en ik het door de genade gods in zouden mogen delen.
1:40:38Amen.
1:40:39We eindigen met gebed.
1:40:45O getrouwe Heer in de hemel.
1:40:49Als u ons aan het einde van deze dienst hebt willen brengen.
1:40:54Dan past het om uw naam.
1:40:57Met eerbiedigheid en met ootmoedigheid dank te zeggen.
1:41:01En te vragen of u de toepasser wil zijn.
1:41:05Op de gesproken woorden.
1:41:08En of u genadig wil wegnemen.
1:41:11Alles wat van de mens was in deze dienst.
1:41:15In spreken, luisteren, niet spreken, niet luisteren.
1:41:19Aan onze kant is alles zo onvolkomen.
1:41:23Maar zou u ons willen geven.
1:41:26Volkomen op u te zien.
1:41:29En dat evangelie te verstaan.
1:41:33dat ons ook vanavond mocht worden voorhouden in uw goedheid.
1:41:38Wil u ons brengen op de plaatsen waar verwacht worden, ga mee met hen, die eenzaam, alleen, ellendig, gebrekker, verdrietig zijn,
1:41:49vertroost de ziel in hun geveen.
1:41:53Wil u tot hen zeggen, ik ben uw heil alleen,
1:41:58zou u willen bewaren voor de zonde.
1:42:03Wilt bewaren voor onszelf.
1:42:07Eigenlijk is daarmee alles al gevraagd.
1:42:10En zou u ons willen geven te leven tot uw eer.
1:42:15De tijd die over is in het leven.
1:42:19Waarvan wij niet weten of die nog kort of wat langer mag zijn.
1:42:24Bewaar ons boven alles voor een onverzoende dood.
1:42:30En geef ons om uw naams wil.
1:42:34Het leven.
1:42:36Amen.
1:42:37De
1:42:39slotzang is uit Psalm 25, zesde vers.
1:42:43Wie heeft lust om die heren te vrezen?
1:42:48Het allerhoogst en eeuwig goed.
1:42:52God zal zelf zijn leidsman wezen.
1:42:56Leren hoe hij wandelen moet en wat er meer volgt.
1:42:5925 vers 6.
1:43:01[GEZANG]
1:45:26[GEZANG]
1:45:32[GEZANG]