Onze♪ Gezanghulp en onze enige verwachting, zij in de naam des Heeren Heeren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwenhoudt tot in de eeuwigheid, en die nooit laat varen enig werk dat zijn hand begon.Genade zij u en vrede van God de Vader die zondaren zaligt.Van God de Zoon die het verlorene zoekt.En van God de Heilige Geest die het verdorvene vernieuwt.Amen.Wewillen met elkaar gaan zingen gemeente Upsalm 130.Daarvan het tweede vers.Zo gij in het recht wilt treden, o heren.En gadeslaan onze ongerechtigheden.Ach, wie zal dan bestaan?Maar neen, er is vergeving altijd bij u geweest.Dies wordt gij, heren, met beving recht kinderlijk gevreesd.130e tweede vers.Nu♪ Gezangmet de kerk van alle eeuwen en plaatsen beleidenis van het algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof.Met de woorden van de geloosbeleidenis van Nicaea.En ieder van ons spreken in zijn of haar hart.Al dus, ik geloof in één God, de Almachtige Vader, Schepper des hemels en der ade, alle zienlijkeen onzienlijke dingen.En in één Heer Jezus Christus, de enige geboren Zoon van God,geboren uit de Vader voor alle eeuwen.God uit God, licht uit licht.Waarachtig God uit, waarachtig God, geboren niet gemaakt van hetzelfde wezen met de Vader, door welke alle dingen gemaakt zijn, dieom ons mensen en om onze zaligheid is nedergekomen uit de hemel en vlees geworden is van de Heilige Geest uit de Maagd Maria eneen mens is geworden.Ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus.Geleden heeft en begraven is.En ten derde dag opgestaan is naar de schriften.En opgevaren is ten hemel.Zit ter rechterhand des vaders.En zal wederkomen met heerlijkheid.Om te oordelen de levenden en de doden.Wiens reik geen einde zal hebben.En in de Heilige Geest, die Heer is en levend maakt.Die van de Vader en de Zoon uitgaat.Die tezamen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijk wordt.Die gesproken heeft door de profeten.En één heilige, algemene en apostolische kerk.Ik beleid één doop tot vergeving der zonden.En ik verwacht de opstanding der doden en het leven der toekomende eeuw.Amen.Uit Gods heilige en onfeilbaar woord zal u worden voorgelezen.Hetgeen u opgetekend kunt vinden in het Nieuwe Testament.En wel in de brief van de apostel Paulus geschreven aan de gemeente te Rome.Romeinen 4, daarvan de versen 1 tot en met 12.We noemen u als de schriftlezing voor dit avonduur Romeinen 4, de eerste twaalf versen, waar de Heilige Geest het woord als volgt heeft latenopschrijven.Wat zullen we dan zeggen dat Abram onze vader verkregen heeft naar het vlees?Want indien Abram uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God.Want wat zegt de schrift?En Abram geloofde God en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.Nu, degene die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld.Doch degene die niet werkt, maar gelooft in hem die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.Gelijk ook David de mens zalig spreekt.Welke God de rechtvaardigheid toerekent.Zonder werken.Zeggende.Zalig zijn zij.Welke ongerechtigheden vergeven zijn.En welke zonden bedekt zijn.Zalig is de man.Welke de heren de zonden niet toerekent.Deze zalig spreking dan.Is die alleen over de besnijdenis of ook over de voorhuid?Want we zeggen dat Abram het geloof gerekend is tot rechtvaardigheid.Hoe is het hem dan toegerekend als hij in de besnijdenis was of in de voorhuid?Niet in de besnijdenis, maar in de voorhuid.En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs.Die hem in de voorhuid was toegerekend.Opdat hij zou zijn een vader van allen die geloven in de voorhuid zijnde.Ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worden.En een vader der besnijdenis.Degene namelijk die niet alleen uit de besnijdenis zijn.Maar die ook wandelen in de voetstappen des geloofs van onze vader Abram.Het welk in de voorhuid was.Tot zover de schriftlezing.U vindt de tekst voor de prediking in het u voorgelezen gedeelte Romeinen 4.De versen 7 en 8.Waar we deze woorden lezen zoals de Heilige Geest die liet opschrijven.Zeggende.Zalig zijn zij.Welke ongerechtigheden vergeven zijn.En welke zonden bedekt zijn.Zalig is de man.Welke de heren de zonden niet toerekent.Tot zover.Zoeken we eerst voor en met elkaar het heilige aangezicht des heren in gebed.Heilige heren.Goddes hemels en der aarde.Wil u ook in dit avonduur onze harten genadig vervullen.Met ootmoedigheid en met eerbiedigheid.Als we zoeken te naderen met de gemeente in Oudorp.Tot u in de weg van gebed.Waar u die alziende, alwetende en almachtige God bent.Die ook alom tegenwoordig zijt.Die eeuwig leeft.Nooit veranderd.Voor wie wij binnenkort moeten verschijnen.Eerder dan we denken.Want het leven gaat zo snel.De eeuwigheid is zo dichtbij.Maak er ons maar klaar voor.En dan zijn wij mensen uit het stof voortgekomen.En we moeten ook binnenkort tot het stof wederkeren.Want dat heb u zelf gezegd.Mensen die de dood ook moeten sterven.U had een mens voor het leven geschapen.En door de zonde wordt hij voor de dood geboren.En dan moeten wij ons voorbereiden op die ontmoeting met u die komt.En dan geeft u ons voorbereidingstijd altijd genoeg.Niemand kan zeggen dat hij te weinig van u heeft gekregen.Alles wat we krijgen is genade.Het is in uw godlijke ontfermen dat u naar ons omziet.En leer ons dan maar om de tijd des levens.Kostelijk te achten.En de ware wijsheid te betrachten.Leer ons u te zoeken.Wien te kennen het eeuwige leven betekent.En wien te missen de eeuwige dood inhoudt.Leer ons dat wij van nature dood zijn.Door de misdaden en de zonden.Maar leer ons ook verstaan wat we hebben beleden.Van de derde persoon van drieënig godelijk wezen.De heilige geest die heren is.En levend maakt.Dat u dan vanavond die levendmakende geest wilt uitzenden.En dat er wonderen mogen plaatsvinden in Oudorp.Waar u toch in het verleden ook hebt willen werken.En u bent die God die heden dezelfde zijt.Wil het nog doen.Dan mogen horen dat mensen.Van dood levend gemaakt zijn.En worden.En u ter ere beginnen te leven.En dan zullen ze erachter komen in hun edele leven.Dat het hier nooit volmaakt is.Dat ze hun eigen ik moeten mee torsen tot de laatste snik toe.Dat we altijd stof tot klagen hebben over onszelf.Maar geef dan ook dat we leren klagen over onze zonden.Dat we u achterna mogen klagen.U ons hart zullen voorleggen.U gedurende smeken.Dat u door uw geest wilt werken.En ons aan u wil verbinden.Voor de wereld wil bederven.Dat u ons een nieuwe lust.Een nieuwe smaak wil geven.Doet ook maar aan de jonge mensen.Heren die leven ook in een wereld.Waarin de Satan zoveel pijlen op en af schiet.Zoveel pijl op zijn boog heeft.Dat als een jongere of een ouder aan zichzelf wordt overgelaten.Dan wordt hij meegesleurd.In de maalstroom van de wereldgelijkvormigheid.En die is zo krachtig.Maar gelukkig is uw geest almachtig.Dat aan de onwederstandelijke werking van uw geest.Wonderen mag doen.Ook hier in Oudorp.Gedenk de gemeente zoals is opgekomen vanavond.Een deel van de gemeente in uw huis.Een ander deel van de gemeente thuis.Mogelijk meeluisterende.Via de kerktelefoon of langs welke weg van de techniek ook.Dan bent u niet aan een tijd en aan een plaats gebonden.Dan hebt u meer dan één zegen.Zou uw zegeningen nog willen uitzenden.Onder dit volk.Gedenk de kerkenraad.Zowel de diaken als de ouderlingen.Gedenk de herder en leraar aan dit volk verbonden.Zou u willen geven dat ze tezamen.Het goede voor de gemeente mogen zoeken.Ooms herenhuis in u gebouwd.Waar onze God zijn woning houdt.Heren.We bevelen de wereld u aan.Waar we deel van uitmaken.Waar we middenin zijn.We bidden voor land en volk.Dat afscheid heeft genomen voor verwerkt roodste gedeelte.Van u en van uw woord.Waar de laatste resten van het christendom naar het leid.Opgeruimd moeten worden.Waar datgene wat in de wetgeving nog herinnert.Aan uw naam en aan uw dienst....moet worden doorgestreept, moet worden verwijderd.Zou u een wederkeer willen geven?Want alleen in de onderhouding van uw geboden......is waar wijsheid en vrede te verwachten.Zou u de regering willen gedenken?Lokaal, provinciaal, nationaal......geeft de minister-president dat hij...Terug mag keren van zijn voorneem met een man te willen huwen.Zou u willen geven dat we in ons land niet wennen.Aan dingen die tegen uw getuigenissen ingaan.Zou u uw zegen willen gebieden over het koninklijk huis.Gedenk aan het werk van de zending.Onder hen die nog nooit van uw naam vernomen hebben.Gedenk aan het werk van de evangelisatie.Onder landgenoten die misschien nog wel rood gebracht zijn met uw woord.Maar er een schop tegen hebben gegeven.Wil u nog terugtrekken waar wij dat onmogelijk kunnen?Wilt u in de wereld zijn daar waar de brandhaarden zijn?Wil daar Russie van de Russen doen ophouden in de Oekraïne?Wil dat arme volk gedenken?Wees met uw volk Israël de bemindom der vader wil.Er liggen nog beloften voor dat volk.Wij kunnen ze niet vervullen.We moeten met smat zeggen dat we Israël niet eens jaloers maken op de kennis van u de levende Christus.Zou u zelf als de belover uw beloften tot vervulling willen brengen?Dat volk daarom ook willen beschermen, bewaren.Maar bovenal tot u bekeren.Gedenk uw volk.Waar het zich ook bevindt op aarde.Ook onder ons.Gedenk ze die bestreden worden door de Satan.Die aangevochten worden.Van binnenuit.Van buitenaf bestreden.O God ontferm u.Houd staande naar uw eigen woord.Waar u het op beloofd hebt.Dat wat uw hand begon.Dat dat nooit zal worden losgelaten.Dat u nooit zult begeven.Die u hebt verkoren.Heer onder steun en sterk.In strijdperk van het leven.Wil vanavond nog een woord spreken.Door middel van uw woord.En wilt u op en onder de kansen.Uw ondersteunende genade en hulp niet onthouden en onttrekken.We bidden het alles.Niet omdat verdiend hebben of waardig zijn.Want tegendeel is het geval.Maar we bidden of u redenen wil nemen uit uzelf.Om uw eeuwig welbehagen.Om Jezus wil.En uit genade alleen.Amen.Namens de kerkraad.Heb ik de volgende mededelingen voor u.Dat betreft alleen de collecten.De eerste is voor de diakonie.De tweede voor de kervaldij.De derde voor het onderhoudsfonds.En de collecten worden van hart in uw liefde en milddadigheid aanbevolen.We gaan zingen ter inleiding op de prediking psalm 51.De versen 1 en 2.Genauw God.Genauw hoor mijn gebed.Verschool me toch naar uw barmhartigheden.Delg uit mijn schuld.Vergeef mijn overtreden.En ook het tweede, want ik gevoel de roodheid van mijn kwaad.Mijn zonden zie ik me steeds voor ogen zweven.En wat er meer volgt in de vers 1 en 2 van Psalm 51.♪ GezangGemeente met Gods hulp.En onder inwachting van de onmisbare bediening van de Heilige Geest, hoop ik in dit avontuur uw aandacht te bepalen bij wat er staat in uw voorgelezen tekst, verse Romeinen4, de verse 7 en 8, deze woorden zeggende, zalig zijn zij welke ongerechtigheden vergeven zijn enwelke zonden bedekt zijn.Zalig is de man welke de Heer de zonde niet toerekent.We schrijven als thema boven de preeknaarleiding van dit tekstwoord...een driedubbele zalig spreking.Driedubbel.Wat als u goed leest in de tekst, dan ziet u drie korte zinsdelen.En ze vallen allemaal over dat hoofdthema.Dat er tot drie keer toe...Iemand of meerdere personen worden zalig gesproken.Een driedubbele zaligspreking.Drie punten daarbij.In de eerste plaats zien we een goddelijke zaligverklaring.Ten tweede, smensen ongerechtigheden.En ten derde, de genadige toerekening.Dus drie elementen uit de tekst.Een goddelijke zaligverklaring.Mensenongerechtigheden.En de genadige toerekening.We beginnen dan in ons eerste punt.Bij een goddelijke zaligverklaring.Gemeente ik heb een vraag voor u.Bent u gelukkig?Bent u werkelijk gelukkig?Als u echt gelukkig bent.Dan bent u gesteld in bezit van iets dat u nooit meer kunt kwijtraken.En dat u ook nooit meer zou willen missen.Bent u echt gelukkig?Gemeente, al zou u al het goed van de wereld hebben.Dan bent u niet gelukkig, dat kan ik u vanaf deze plaats zeggen.En dat moet ik u ook in de naam des Heren zeggen en meegeven.Dan bent u niet gelukkig.U weet het toch wel dat als binnenkort uw vingers langgerekt, stijf en koud geworden zijn.Dat u helemaal niets kunt meenemen van de wereld en van haar begeerlijkheden.U weet het toch wel dat u dan alles los moet laten van de hele wereld.En de wereld zal ook u loslaten.De wereld zal voor u niets meer kunnen doen.Gesteld al.Dat de wereld ooit iets voor u heeft kunnen doen.Dat is de grote vraag toch.En dan geef ik u vanavond in alle eerlijkheid mee.Dat alle goederen van de wereld en de wereld zelf alleen maar afleidt van het ene nodige.En misschien moet ik zeggen.U tot hiertoe al levenslang heeft afgeleid.Van het ene nodige.U hebt er in de wezenlijke zin van het woord.Nog nooit wat aan gehad.En de Heere zegt in zijn woordzoet.Eerst.Het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid.En al die andere dingen.En daar gaat het over eten, drinken, kleding.En dergelijke dingen meer.Die zullen u toegeworpen worden.En u bent een grote dwaas.Als u wat eerst moet.Altijd maar hebt weggeschoven.En dat in de grond der zaak.Nog steeds doet.Een grote dwaas.Als u alleen de duivel maar gelooft.En als u naloopt en najaagt.De goederen die hier beneden op de aarde zijn te vinden.En dan hoef ik er niet aan te beginnen wat dat allemaal kan zijn.Dat begrijpt u zelf wel.Als u voor de spiegel van de heilige wet gesteld wordt.En in uw eigen leven ziet.Wat u altijd heeft afgetrokken van de heren en van zijn dienst.En daarom in alle nuchterheid en eerlijkheid.Stel ik u nog een keer de vraag, gemeente, jongeren en ouderen.Ben u nou echt gelukkig geworden door die dingen te zoeken die uw hart op de aarde begeerde en najaagde?Ben u er gelukkig van geworden?Stel dat u 70 of 80 jaar oud bent.Dat u de leeftijd van de sterken of van de zeer sterken al hebt bereikt.En dat u zich realiseert, het kan nooit lang meer duren.Voordat de Heer me wegroept uit dit leven.Ik heb alleen maar de dingen van hier beneden.Ben u dan gelukkig?Nee.Dan ben u nog zeer ongelukkig.En diep te beklagen.En ik vraag het niet alleen aan mensen van 70 of 80.O jongeren van 16, 18, 20 of 30.Of van middelbare leeftijd, 40, 50 jaar.Ben u nou echt gelukkig?Weet u zeker dat vandaag de laatste dag van uw leven is aangebroken?Weet u zeker dat u dan het echte geluk hebt?Dat u zalig bent en dat u zalig wordt?Ben u dan echt het geluk der lachter?Dat geen mens u kan geven.Maar dat ook geen mens u kan afnemen gelukkig.Ben u dan echt deelachtig.Datgene wat we nodig hebben.Om voor de troon van God te kunnen staan.En niet verdoemd te worden tot de eeuwige dood.Nee ik bedoel dus echt niet.Of u een paar eurotonnen op uw bankrekening hebt staan.Want u weet net zo goed als ik, of misschien nog wel veel beter.Dat u daar niks mee kunt.Als de rechter van hemel en aarde u oproept om voor hem te verschijnen.Ik vroeg, ben u gelukkig?En nou gebruikt mijn tekst het woord zalig.Misschien een meer bijbels woord.Een woord dat ons meteen wel brengt bij geestelijkere gedachten, hoop ik.Ben u gelukkig, bent u zalig.Wat denkt u nu, dominee?Zalig zijn, zalig worden.Dat is iets van de toekomst.Dat kunt u nu nog niet vragen.Dat is iets wat op zijn best straks gaat gebeuren.Als Gods kinderen niet meer op de wereld zijn.Dan worden ze zalig.Wacht even.Heeft de zaligmaker zich vergist.Toen hij in het heilige evangelie naar Matthäus in de bergwee.De Matthäus 5.Uitdrukkelijk gesproken heeft over mensen.Die zalig zijn.In de rondwet van de koninkrijk der hemelen.Staat het hem eens overduidelijk geschreven.Zalig zijn.De armen van geest.Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.Zalig zijn de zachtmoedigen.Zalig zijn de reinen van hart.Zalig zijn de vreedzamen.Zalig zijn die teuren.Die worden niet alleen zalig.Ze zijn het al.Zeker?Ik moet u zeggen, dat zeg ik ook, ze zijn het in beginsel.Ze zijn het in principe.Ze zijn het omdat God het nieuwe leven in hun hart heeft neergelegd.Maar ze zijn het, al in het hier en nu.Ze worden nu niet alleen, zeker.Dan mag ik wel jaloer zijn, toch op het leven van hen.Die zalig zijn.U zegt, ja, maar dat zie je niet altijd, dominee.Daar geef ik meteen toe.Degenen die zalig zijn, die worden in deze wereld vervolgd, verdrukt, nagejaagd.Ze hebben het benauwd.Van binnen en van buiten komt er van alles op hen af.Ze hebben het bepaald niet gemakkelijk.En toch hebben ze wat dat de wereld niet bezit.En toch hebben ze iets waar soms de grootste goddeloos even jaloers op is.Als een goddeloos in een ziekenhuis hoort van een kindersheren.Dat vrijmoedig mag heengaan.Dit leven uit de eeuwigheid binnen.En getuigen mag van de hoop die in hem of haar is geschonken.En de glans ligt op het aangezicht en de rust die straalt er vanaf.O, dan gebeurt het zeker wel dat zelfs artsen, verpleegsters, bezoekers jaloers zijn.Want dan voelen ze die persoon heeft iets wat ik mis.Wat dan?Zalig zijn degenen die het geestelijke leven mogen hebben.En dan wordt het gevuld.Ze zijn hier al zalig.En ze worden het ook.Hun leven zijnde betekent alleen maar dat ze van ellende in dit tijdelijke leven van de moeite en de verdrietelijkheden worden ontheven.En worden bevorderd naar de heerlijkheid waar nooit meer verdriet ramspoedt.Ellende is waar geen tranen meer zullen zijn omdat de Heer die van de ogen zal afwissen.Ewig leven wacht.Welzalig is het volk datbij het genot van overvloed in de wereld de Heere mag hebben tot zijn God.Welzalig zijn de oprechter van gemoed die ongeveins des Heere wet betrachten en die hij in het spoor van de godsvrucht wandelen.De dochter is zoveel te noemen.Woorden die vergelijken op de woorden van mijn tekst.Daar staat het immers ook.Zalig zijn zij.Welke ongerechtigheden vergeven zijn.Welke zonden bedekt zijn.Zalig is de man welke de heren ongerechtigheid niet toereken.Gemeent u bereid mijn vraag toch wel.Ben u echt gelukkig.Hoort u bij hen.Die zalig gesproken worden.Dat is toch de belangrijkste vraag.Ben u daar deelachtig?En als u zegt ja, dominee.Ik ben er door en na de deelachtig geworden.Dan kan de vraag ook leiden.En u hoeft me in de kerdienst natuurlijk niet te beantwoorden.Dat is niet gebruikelijk.Daar beginnen we ook niet aan.Maar dan mag de vraag gesteld worden.Hoe ben u er dan aangekomen?En dan kunt u daar toch, al is het soms met schroom.En heilige vrees een antwoord op geeft.En als u zeggen moet.Ik ben het nog niet deelachtig.Voelt u het dan niet.In het licht van de nadering van de eeuwigheid.Dat het noodzakelijk is om de knieën te buigen.Vanavond nog.En de heren aan te roepen en te smeken.Zou u me bij dat volk willen scharen.Dat dit mag hebben.Het is toch het belangrijkste.Gemeend in mijn tekst.Worden mensen.Zalig gesproken.De tekst is een vervolg op een zesde vers waar staat.Gelijk ook David de mens zalig spreekt.Welke God de rechtvaardigheid toerekent.Zonder werken.En dan is er een samenhang, dat begrijpt u.Tussen die woorden en het vervolg in een tekst.En in eerste instantie roept misschien de tekst bij mij ook wel een vraag op.Bij u ook.Deze.Wie is het toch.Die zalig spreekt.Want dan zou ik het ook willen weten.Ik hoop u met mij ook.Of de persoon die zalig spreekt.Gerechtigd is.Om mensen zalig te spreken.En of die persoon ook daadwerkelijk geven kan.Wat het ware het hoogste geluk is.En wat het inhoudt.Dat wil ik toch weten.Kan hij het geven wat hij zegt.Het zijn toch geen loze, geen inhoudsloze woorden.Het is toch nogal wat.Iemand zalig spreken.Misschien is er wel iemand die mij voor is en die denkt.Ja, want oh nee.Dat doen ze in de Roomskerk.De paus.Oh, dat weet ik wel.De Roomse kerk kent een hele uitgebreide ceremonie.Het gaat ook nog niet zomaar dat na een onderzoek dat wel tien jaar kan duren, gekeken wordt of iemand bij zijn leven zoveel goede werken gedaan heeft, zogoed geweest is, dat die man in Rome, de paus, hem uiteindelijk in zijn eentje zalig kan verklaren.Zalig verklaren.Even iemand met een rooms achtergrond.De pauze, daar kan die man, tenminste als die zit op zijn heilige stoel in Rome.En dan wordt hij geacht om feilbaar te kunnen spreken.Dan kan hij zich niet vergissen.Als hij daar een uitspraak doet, dan kan hij iemand zalig verklaren.En begrijp u me goed als nuchtere protestant.Heb ik helemaal niets met die gedachten.En ik ga er vanuit.Dat dat van u in elk geval van verreweg de meesten onder u ook zal gelden.Dat doet ons helemaal niks als er een man is.Al heeft hij een witte toga aangetrokken.En dan meet hij zich het recht toe.Om het te kunnen dat er een man een mens is.Die mij zou zalig spreken.En al zit hij dat op een briefje.Een aflaat die ik zou kunnen kopen.Al wordt het op een zwart achtergrond met gulden letters ingerift.En het wordt me geschonken.En er wordt gezegd hang het maar in de kamer.En kijken we elke ochtend en avond naar.U bent zalig volgens de paus.Daar kan ik helemaal niks mee.Begeerde u ook niets.En ik zeg van zo godsdienst ook zonder aazelen.Dat is misleidend.Zo worden mensen bedrogen.Voor een immer eindigende eeuwigheid.Die elk ogenblik kan aanbreken.En we staan niet op de kans om u te bedringen.We worden geroepen om u de waarheid mee te geven.Met het oog op de eeuwigheid.En dan is er ook nog wel wat meer te zeggen.Over zalig verklaring.Als dat ik alleen niet zou beweren.Over de pauze in Rome of over de Roomse godsdienst in ons land.Tanende, minder wordende, het zal waar zijn.Maar er zijn er nog tallozen die dit geloven.Ik heb ook het oog op kerkboders.In modernere gemeenten, laat ik me even zo uitdrukken.Dan begrijpt u hopelijk wat ik bedoel.Gemeentes waar in kerkboden berichten te lezen is.Broeder A of zuster B is gestorven.En is naar de hemel gegaan.Met deze of met andere woorden.Soms wordt een beetje ingepakt.Maar is de strekking wel.En dan wordt er nog niet eens gekeken.Of die persoon in zijn leven er ook getuigenis van heeft gegeven.Het hoeft allemaal niet.En dan wordt er nog niet eens gekeken of de heiliging van de dachtesheer en de getrouwe kerkgang en een bijpassend leven volgens de heiliging dienaar het woord is te vinden is geweest bij die persoon.Nee, het wordt heel makkelijk geschreven en geloofd.Zwarte wet, broederaar, zusterbij is gestorven.Is al een strijd te boven.En is in de hemelse heerlijkheid.Terecht gekomen.Geen waarschuwing.Voor de nabestaanden.Geen eerlijke behandeling.Van zielen die nog in leven zijn.Gemeente.Dan wenste ik wel.Dat ik me vergiste.Dat ik overdreef.Dat ik chargeer.Om zo te zeggen.Dat ik overdrijf.Maar het gevoel bekruipt me.Dat dergelijke gedachten.Waarbij mensen heel makkelijk worden zalig gesproken door andere mensen.Ook binnenkruipen.In de reformeerde gezinten.En meer en meer oprukken.We maken ons nergens meer druk om.Moet het allemaal niet te moeilijk nemen.En de Heer is al wel een barmhartig en een genade God zijn.Liefde voor alle mensen, dat staat bovenaan.En men kan zich niet meer voorstellen dat mensen niet in de zaligheid, maar in de rampzaligheid eindigen.Gemeente, het virus van de besmetting, met wat ik gemakshalve maar even noem de moderne godsdienst.Dat virus dat wordt ook gevonden onder ons.En u mag wel waken in uw persoonlijke leven.Ik ook.Dat we niet met dat virus besmet zijn.Er niet door aangestoken worden.En ook niet zo gaan denken.Want het denken van de wereldgelijkvormigheid.Dat neemt hand over hand toe.Er wordt zalig gesproken bij de vleet.Maar is het wel waar?Is het wel.Echt.Klopt het wel.Gemeente zalig spreken door mensen.Zijn simpelweg van de boze.En dan kijk ik naar mijn tekst.En dat heb u natuurlijk met mij ook al gedaan.En tussendoor.Door het preken heen.Is soms het oog ook even op de tekst.En dan zegt u.Ja maar dominee wacht even.Dan zegt u.Nou maar gebeurt dat nou ook niet.In uw eigenlijke tekst.Want u hebt het toch voorgelezen, u hebt het ook al even aangehaald vanuit de zesde vers.Wie zegt dat nou eigenlijk?De tekst begint met zeggende en dat slaat terug op David.Gelijk ook, David de mens zalig spreekt welke God de rechtvaardigheid toerekent zonder werken.O ja, dat bedoelt u en dat begrijp ik ook wel.Het lijkt ook in eerste instantie.In tegenspraak met elkaar te zijn.Met wat ik net zei.Dat een mens niet kan zalig spreken.Dat de Heer dat alleen kan.En terecht.Dat even naar voren gebracht wordt.Ik doe het uit mijn gedachten.Toen ik de tekst bestudeerde.Kwam het ook even naar mij toe.David spreekt hier.Mensen zalig.Ja wacht even.Wat doet Paulus in Romeinen 4?Paulus citeert David.Heeft David dit zomaar op een zomersavond gezegd?In een gesprek met andere mensen?Nee.David heeft dit genoteerd in de Heilige Geest.David was de pen die opschreef wat de Heilige Geest wilde dat hij schrijven zou.David is de door...God geïnspireerde persoon.Die aan het papier heeft toevertrouwd.Wat in psalm 32 staat opgetekend.En waar Paulus nu uit citeert.De schriften zijn toch gemaakt.Door de heren.Dat geloven we toch.De heilige profetie.Is voortijds niet voortgebracht.Door de wel eens mensen.Maar de heilige mensen gods.Van de heilige geest gedreven zijnde.Hebben ze gesproken.Dus David schrijft niet zelf.Het is de heilige geest.Die David als een instrument gebruikte.Om het te noteren.Het is God zelf.Die zalen spreekt.Die mens op wie David.Maar het is Gods eigen getuigenis.Gemeen en daar gaat het me om dat het van belang is om dat te weten.Dat niet mensen, niet een paus, niet ikzelf, niet mijn gedachten, niet mijn vleeslijke verbinding aan mijn vader of mijn moeder, aan mijnkind, aan een vriend dan het woord is om iemand zalig te spreken.Maar dat ik besef, dit kan de Heere alleen.En wat David noteert, wat Paulus mag overnemen.In Romeinen 4, de verse 7 en 8 in mijn tekst.Dat is regelrecht het spreken van de Heer.Die zegt wat het hoogste geluk is voor de mens.Misschien moet ik nog wat duidelijker formuleren.Ik vroeg of u echt gelukkig bent.Of u echt mag weten.Dat dit voor u, voor jou mag gelden.En ik zeg u waarin dit ware geluk is gelegen.Als God het zegt.Als u het zelf uit zijn mond hebt mogen horen.Als u zeker weet, dit heb ik van de heren gekregen.Ik heb het niet gepakt, niet genomen.Ik heb het ontvangen.En verkreeg Gods volk.Heeft het verkregen.Als u zeker weet.Zalig zijn zij.Welke ongerechtigheden vergeven zijn.Welke zonden bedekt zijn.Zalig is de man.Welke de Heer de ongerechtigheid niet toerekent.En dan denk ik aan die man.Die enkele weken voor zijn sterven mij toen ik op bezoek bij hem kwam mocht vertellen.Dominee, de Heer is overgekomen.DeHeer heeft tegen mij gezegd.Ik heb het duidelijk gehoord.Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.En toen zei hij erbij.Dominee, ik heb het niet verkeerd gehoord.De Heere zei niet, uw zonden worden u vergeven.Maar hij zei, zoon, wees welgemoed, uw zonden zijn u vergeven.Dat had hij zelf uit de mond van de Heere gehoord.En dat heeft hem getroost de laatste paar weken van zijn leven.Heeft hij troost hem nog op de been gehouden.Tot het laatste toe.Kon hij daar op zijn moederhoofd neerleggen.De Heer heeft het gezegd.Ik heb het me niet ingebeeld.Ik heb het zuiver.Van hem vernomen.Door het geloof.Wist hij het.En door het geloof.Echt het geloof.Ik zeg dat bewust.Het.Waar zaligmakende geloof.Het geloof van zonder zeven van de katerismes.Een waar geloof is niet alleen een stellig kennis of weten.Waardoor ik alles voor berachtig houd dat God ons in zijn woord geopenbaard heeft.Hij geloofde het niet omdat het in de Bijbel stond alleen.Maar het is ook een vast vertrouwen.Het waar de heilige geest door het evangelie in mijn hart werd.Dat niet alleen anderen.Maar ook mij.Vergeving van zonden.Ewige gerechtigheid en zaligheid.Van God geschonken is uit laute genade.Alleen om de verdiensten van Christus wil.Toegerekende gerechtigheid van Christus.Dat de Heer hem zelf.En mooier was.En dat was bij die man ook bekend bij velen.Dat hij voor die tijd gedure worstelingen gehad heeft.Met zijn ongerechtigheden.En er maar niet geloven kon.Hij kon er maar niet bij.Dat dat ook ooit voor hem zou zijn.Maar toen de Heer overkwam.Toen leed het geen twijfel.Dan is het echt waar.Het is onmogelijk te geloven.Als we het zelf moeten doen.Maar het was ook onmogelijk voor die man om niet te geloven toen de Heer overkwam.Onmogelijk.Om het niet te geloven.En mooi.Dat die man worstelde met zijn ongerechtigheden.En dat de Heer het daarop overkwam.En brengt mij eigenlijk als vanzelf vanavond.Bij het tweede punt in mijn preek.Mensen.Ongerechtigheden.Dan stel ik weer een vraag.In het begin van het tweede punt.Gemeente.Zou er ooit iemand geweest zijn.Die vergeving van zijn zonden heeft ontvangen.Zonder dat hij last heeft gehad.Gekregen van zijn zonden.Zou de heren iemand ooit.Vergeving van zonden schenken.Terwijl die persoon.Niet heeft geleerd van de Heilige Geest.Wat zijn zonden zijn.Waar die hem brengen.Waar brengen die dan.De dichter van Psalm 130 zong.We hebben het in het begin van de dienst aangegeven.Zo gij de ongerechtigheden gadeslaat.Heren.Wie zal bestaan.Hoe zou ik ooit met God in het reinen kunnen komen.Hoe zou ik ooit met de heilige God verzoend kunnen worden?Maar nee.Dat heeft hij geleerd.Maar nee.De omslag.Er is vergeving altijd bij u geweest.En ik weet wel.Als we dat leren mogen en geloven mogen.Dan is er ook nog die worstelende vraag.Heren wat bij u is.Hoe komt dat nou bij mij?Vergeving.Altijd bij u geweest.Hoe komt het nou bij mij?Hoe komt het in mijn hart?Mensen ongerechtigheden.Gemeente, mijn tekst staat in een van de langere brieven die de apostel Paulus heeft geschreven.In dit geval aan de gemeente van Rome.En een zeker bijbelverklader heeft mij geleerd.Hij schrijft, deze brief is het enige gedeelte van de schrift.Waarin Gods waarheid op een systematische wijze ontvouwd wordt.Systematisch.Want in deze brief vinden we de orde van de Heren.In de drie stukken die gekend moeten worden.Wil men wel getroost leven.En eenmaal zalig sterven.Ten eerste.Hoe groot mijn zonde en ellende zijn.Ten andere.Hoe ik van mijn zonde en ellende verlost word.En ten derde.Hoe ik goden voor zulke verlossing zal dankbaar zijn.In deze brief.Wordt geleerd.De universele.De wereldwijde rijkwijde.Van de zondigheid.De verdorvenheid.Het algemene bederf.Van zowel heidenen als joden.In deze brief wordt geleerd heel duidelijk de onmogelijkheid vanuit de mens om zichzelf door zijn eigen gehoorzaamheiden goede werken op te werken tot een persoon die de wettersheren kan nakomen en daardoor gerechtvaardigd kan worden.In deze brief lezen we zo heerlijk het evangelie.Van de genadige toerekening van het verlossingswerk.Dat een ander heeft gedaan.Dat Christus heeft gedaan.Waar hij duur voor betaald heeft.Met zijn eigen bloed.En dat hij gratis en om niet weg schijnt.Aan goddelozen.Die leer vindt u in deze brief.En dat vindt u ook in Romeinen 4.Waar het een en ander nader wordt uitgewerkt.Abram.Wordt voor het voetlicht gehaald in de versen die we hebben gelezen.Abram wordt geselecteerd uit het gezelschap van de vader.En dat is niet vreemd.Want van Abram lezen wij dat hij zijn gerechtigheid van de heren heeft verkregen.Maar we lezen ook heel duidelijk dat hij niet heeft verkregen uit zijn werken.Maar uit het geloof.Uit het geloof.Verkregen.En het geloof.Is een gave gods.Want niemand kan iets aannemen.Tenzij het hem gegeven is.En dat zeg ik niet.Om mensen leidelijk te maken.Dat zijn van onszelf al.Geen dominee hoeft een mens leidelijk te maken.Dat zijn we al.Ik zeg er zelfs bij.Dat we allemaal liggen onder de eis, onder de roeping van de heren.Om hem die het alleen geven kan te smeken.Gedurig te smeken en heilig lastig te vallen.Om het geloof van hem te mogen ontvangen.Want het geloof is het enige middel om de gerechtigheid van God aan te nemen.En te ontvangen.Daarom is het geloof een middel.Het blijft niet.Want geloof, hoop en liefde.Deze drie.De meeste van die is de liefde.Die blijft.Die gaat mee de eeuwigheid in.Het geloof is een middel.Tijdelijk voor Gods volk op aarde.In de hemel is niet meer nodig.Want het geloof wordt verwisseld voor aanschouwen.En de hoop.Is een genade die ook Gods kinderen hier in de wereld hebben.En als ze sterven hebben ze de hoop niet meer nodig.Want dan hebben ze hun wens verkregen.Het geloof is het middel.Om aan te nemen wat de Heere wegschijnt.Uit genade.De gerechtigheid die Christus heeft verdiend.Het staat er duidelijk van Abraham dat het hem is gerekend tot gerechtigheid.Abraham heeft het niet verdiend.Die het verdient, die heeft ervoor gewerkt.En die krijgt het omdat de schuld ligt.Dat hij het waard is om het te krijgen.Abraham heeft het niet verdiend.David heeft het niet verdiend.Niet één van Gods kinderen heeft het verdiend.Sterker.Gemeend als de Heere zou geven wat we verdienen.Danontvangen we de dood.We hebben de dood verdiend.Want onze werken zijn zondig.We staan schuldig tegenover de Heere.Dan moet God de dood geven.Als loon op onze werken, dan zegt hij toch de bezoldering der zonden.Het loon op de zonden, dat is de dood.Toen we zelf zijn gaan werken in het paradijs, hebben we de dood over ons gehaald.En sindsdien liggen we dood door de misdaden en de zonden.En als Abraham zelf aan het werk gaat, gemeente, dat is uit de schrift aan te tonen.Dan kan ik u laten zien.Dan begint Abraham te liegen.Een en ander maal beweert hij dan.Dat Sari zijn zuster is.En hij verzwijgt.Dat ze zijn wettige vrouw is.En als Abraham zelf aan het werk gaat.Dan kan hij niet wachten.Op de vervulling van de belofte die God hem heeft gegeven.Dan is er een en al ongeduld.En ongeloof.En dan gaat hij aan het werk.Door bij Hagar.De dienstmaat van Sarah.Een zoon te verwekken.Ismael.Maar Ismael is de zoon der beloften is niet.Dat is.Isaac.Dus als Abraham zelf aan het werk gaat.Gemeente dan verdient hij echt helemaal niks.Maar gelukkig doet de heer Abraham.Niet naar zijn werken.Maar naar genade.En door het geloof.Schijnt hij hem de gerechtigheid.En er wordt er nog een genoemd.In Romeinen 4.De man van wie Paulus citeert.David.En er is ook nog wel wat van te zeggen.David komt er toch ook niet zo best van af.Als we letten op zijn werken.Als we kijken naar zijn werken.Dan zien we David aan het werk.Als hij die vrouw ziet.Zich wassende, zich badende.En hij wil haar hebben.En dan komt het tot de zonde van overspel.En dan komen die bijkomende zonden erbij.Diefstal hij neemt.De wettige vrouw van een ander aan zich.Doden.Hij zet Uriah de man van Bethseba in de voorste linie in het leger.Om hem bewust te laten doodschieten als eerste.Dan gaat hij liegen, want dan moet hij zijn zonde bedekken.Als David aan het werk gaat, gemeente, dan kunt u toch nooit zeggen dat David gerechtvaardigd wordt om zijn werken.Nooit zou die man zalig geworden zijn alsde heren hem niet in zijn wonderlijke genade en ontvermingGenade heeft gegeven en bedekking van zijn ongerechtigheden.Vergeving van zijn zonden.En de toerekening van het werk van een ander aan hem.En in al die dingen gaat de Heer wel een weg, gemeente.Die weg, die ordelijke weg met de zondaar.Dat hij de zondaar ook bekend maakt met zijn zonden.En hem ook berouw geeft.O zijn zonde.En hem ook om vergeving doet smeken.Om de zonde.U weet de weg wel.Die God met David ging.Hij zond Nathan de profeet des heren.Die David moest komen aanzeggen.Gij zijt die man.Die een kind des doods is.Die de dood heeft verdiend.Als het om verdienen gaat.De dood verdient.De man die zware menigmaal tegen de Heer heeft misdreven.Die komt te staan voor een heilig God.Die de zonde niet door de vingers kan zien.David die de schuldbrief krijgt thuis bezorgd.U kent die uitdrukking wel.In de schuldbrief staat.Wat u gedaan hebt tegen God.Heb u hem al ontvangen.En toen u hem kreeg.Heb u hem in de vensterbank gelegd.Of in het onderste laadje van het kastje.En hem nooit open gemaakt.Of.Heb u hem moeten lezen.En heb u erin zien staan.Wat u persoonlijk allemaal tegen de heren hebt misdreven.En kon u het alleen maar toestemmen.En erkennen.En moest u zeggen, heer, u weet alle dingen van mij.De dingen die mijn vrouw, mijn kinderen, mijn ouders nooit van me geweten hebben.U weet ze.U schrijft ze.U laat me weten.Ik heb gezonderd.David kreeg de schuldbrief thuis.En ik weet wel hoor.De zonde waar ik aan refereerde, die heeft David gedaan.Ontvangen genade.En opnieuw.Krijgt hij dan de schuldbrief thuis bezorgd.Want als de Heer ontdekkende genade geeft.Dan doet hij dat voor het eerst.Maar ook steeds weer.Bij vernieuwing.Zo houdt hij zijn kinderen laag.Bij de rond.Dan doet hij dat.Om de mens te verontmoedigen.Kleinmakende en kleinhoudende genade.Aan die zondaar te geven.Dan doet hij dat.Om de zon ordentelijk voor ogen te stellen.Om de mens opnieuw te maken.Die die moet worden.Die die niet wil wezen.Maar die wel zou moeten worden.Wil het wel zijn.Voor de eeuwigheid.Om steeds dieper te ontdekken.Aan die vuile bron van wanbedrijven.Om te laten zien.Al die ongerechtigheden waarin mijn hoofd en mijn ziel is bedolven.Zoveel ongerechtigheden dat ze mij moeten neerdrukken.Weet u waarom de Heer dat doet?Opdat ze zullen leren en meer en meer zullen leren dat er een God in de hemel is die goddelozenrechtvaardigt.Die zondagen zalig maakt.Mensen met een vlek eraan.Niet een klein vlekje, maar ze leren zeggen.Het is één grote vlek.Mensen die moeten zeggen, heren.Er is in mij geen reden geweest.Die is er nog niet in.Die zal er ook nooit in komen.U doet het uit genade.En zo verult moeder de heren de zon daar.Die die om niet zalig spreekt.Op dat rechtvaardigde mens.Die vrijgesproken wordt van schuld en straf.En een recht krijgt op het eeuwige leven.Meer en meer leert zien.Dat er in hem alleen maar zonde en ongerechtigheid is te vinden.Dat hij nooit wat anders kan voortbrengen.Dan dat zalig spreken is inderdaad Gods.Een soevereine daad.Naar het verkiezend welbehagen van God.Die eenzijdig handelt.En niet doet met de mens.Naar zijn zonden die mens die hij zalig spreekt.Het is een daad van Gods almachtige wil.En houdt de zon daar niet anders over.Dan te roemen.Nee.Niet in zichzelf.Abraham had niks om te roemen in zichzelf.David niet.Niet een van ons.Omdat hij roemen zal.In de vrije gunst.Alleen.Om de heren rood te maken.En om te zeggen.Er is een andere verrechterij tussen beiden gekomen.Tussen een heilig God.En mijn schuldige ziel.En die gerechtigheid die komt.Van de zijde van de heren.In Christus.Zijn enige liefde zoon.Die zichzelf heeft gegeven.Voor verloren zondaren.En waar dat geleerd wordt.Daar gaat die zonda roemen.In de heren.Zoals de dichter.Van psalm 71 dat ook doet.In het veertiende vers dat we eerst met elkaar willen gaan zingen.Ik roem.O eeuwig al vermogen.Ik roem uw gerechtigheid.Die zoveel glans verspreidt.Zo heerlijk schittert uit de hoge.O heren der lege scharen.Wie kan u evenaren.Psalm 71 vers 14.♪ GezangGemeente, onze derde gedachte bepaalt ons bij de genadige toerekening.Want u hebt nog wat te goed vanuit de tekst.Ik moet u nog zeggen hoe het kan datde Heere God de ongerechtigheid vergeeft.Wat het betekent dat de zonde bedekt is.En wat het inhoudt dat rechtvaardigheid wordt toegerekend.Drie dingen, drie dubbele zalig verklaring.Ten eerste staat er zalig zijn zij, welke ongerechtigheden vergeven zijn.En die andere dingen, die staan op één lijn ermee in mijn tekst.En welke zonden bedekt zijn, die zijn ook zalig.Taalkundig is dat niet anders uit te leggen.Zalig zijn zij.Welke zonden bedekt zijn.En zalig de man.Die de heren de ongerechtigheid niet toereed.Staat in psalm 32.Er wordt uitgeciteerd.Daar staat het.Wel gelukzalig is hij.Wiens overtreding vergeven.Wiens zonde bedekt is.Wel gelukzalig is de mens.Die de Heer de ongerechtigheid niet toerekent.En dan staat er nog bij.En in wiens geest geen bedrog is.En dat zit dan vooral op de heiligmaking.In het leven.En dat laat Paulus hier weg.Omdat hier meer het punt van de rechtvaardigmaking.Of zuiverder gezegd.De rechtvaardigverklaring.Aan de orde is drie dingen.Psalm 32 noemt ze.In één adem.Als staande op één lijn.Paulus in Romeinen 4.Neemt ze ook zo over.Zonder verder een onderscheid.Binnen die drie zaken te maken.En ik loop ze even één voor één met u langs.Vergeven overtreding.Vergeven ongerechtigheid.Wat betekent dat?Zal ik terugvallen op mijn oude heidelberger?Als het gaat in vraag en antwoord 56.Over de vergeving der zonden waar we daarvan geloven.Dan zegt de christen daar.Dat God om des genoegdoens van Christus wil.Al mijn zonden.Ook mijn zondergaat waarmee ik mijn leven lang te strijden heb.Nimmer meer wil gedenken.Maar mij uit genade.De gerechtigheid van Christus schenkt.Opdat ik niet meer in het gericht gods kom.Dus een goddelijke daad van vergeving houdt in.Dat de Heer de zonden weg doet uit zijn boek.Zelfs uitwist.Zodat de zonden weg zijn.Ze zijn voor de Heer weg.De Heere ziet ze niet meer.De Heere komt er niet meer op terug.En dan moet ik ook meteen zeggen.Wat is de vergeving van de Heere?Dan iets wat de vergeving van mensen ver te boven gaat.Want als wij mensen iets vergeven.Medemensen.Dan komen wij er bij de eerstkomende gelegenheid.Dat er weer wat gebeurt op de rug.Dan halen we de oude koeien uit de sloot.En dan werpen we de zonden.De zon daar weer voor de voeten.Al is het eigen man of vrouw, eigen kind of eigen ouder.Maar de Heere gedenkt er niet meer aan.Kunnen wij niet vergeven.Hij doet het volkhoor om Christus wil.Want de straf die ons de vrede aanbrengt, zo mag Gods kind zeggen, was op hem.Hij heeft dus een bloed.Voor willen starten.Hij is er voor willen gaan.In de volle duisternis.Van de totale.God verlatenheid.Hij heeft de vergeving.Duur verworven.Hij heeft ervoor betaald.Met de dure prijs.Van zijn bloed.En wat hij nu doet.Hij schenkt het uit genade.Kunnen u het begrijpen.Hoe groot is God.Hoe langmoedig, hoe barmhartig, hoe genadig is de Heer, hij doet het om niets.Dan is het toch echt.Zalig zijn zij, welke overtredingen en ongerechtigheden vergeven zijn.Maar dan dat tweede,bedekte zonden.Het roept wel eens vragen op wat dat is.Opnieuw zie ik hier een prachtige uitdrukking.En ik heb weer de gedachte dat ik me het beste kan beroepen op dat leerboekje, kategetisch, de oude Heidelberger, die in vraag en antwoord36 over deze dingen spreekt en zelfs die uitdrukking gebruikt.Dat hij, Christus, onze middelaar is en met zijn onschuld en volkomen heiligheid.Mijn zonde waarin ik ontvangen en geboren ben.Voor Gods aangezicht bedekt.Hoort u?Hij bedekt met zijn onschuld en volkomen heiligheid.Hij bedekt door zijn middelaars werk.Mijn zonde en schuld.Zo mag Gods kind weten.Voor Gods heilige hart.Dan is het bedekt.En als het bedekt is, als het kleed van de gerechtigheid dat Christus heeft verworven eroverheen gelegd mag zijn.Als het bedekt is, dan ziet de Heer geen zonde meer in zijn Jacob.Want het is ontrokken aan zijn heilige ogen.De schuldenzonde is bedekt.En dan ziet hij geen ongerechtigheid meer in zijn Israël.En als Gods oog niets meer van de zonde schuld ziet, gemeente, dan is het bedekt, dan is het ook weg voor zijn ogen.Dat betekent die uitdrukking.En dan die derde, de zonde niet toegerekend.Ik ben geneigd weer mijn ouderheid op Erre te citeren, die ook veel...U uit de Romeinenbrief zelf heeft weggehaald.Het is zo'n schriftuurlijk werkje.Het is zo gerond op de heilige schrift.En veel als het over deze zaken gaat.Vindt u terug in de brief aan de Romeinen.En dan klinkt daarin vraag 60 de vraag.Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?En dan mag de ware Christ op antwoord.En vraagt u zich af.Mag ik het ook zeggen.Alleen.Door een waar geloof in Jezus Christus.Al zo dat is het.Al is het dat mij.Mijn conscientie aanklaagt.Dat ik tegen al de geboden.Al de geboden gods.Zwaarlijk.Gezondigd heb.En geen.Niet een van die.Gehouden heb.En nog steeds.Nu nog.Tot alle boosheid geneigd ben.Niet tot sommige dingen.Ik ben nog tot alles in staat.Als God me nu vasthoudt.Nochtans.En dan komt het van de andere kant.Nochtans God.Zonder enige verdienste mijne zijs.Hoort u geen verdienste.Niet uit de werken.Zonder enige verdienste mijne zijs.Aan mij.De volkomen genoegdoening.Dat is betaling.Gerechtigheid en zaligheid.Die Christus voor mij verworven heeft.Schenkt en toerekent.Dan wordt er geschonken.Toegerekend op mijn naam.Gezet en geschreven.Van de andere zijde.Van de kant van de heren.Evenals had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht.Die Christus voor mij volbracht heeft.In zoverre ik zulke weldaad met een geloven gaat aannemen.Gelukzalig is dan toch de man, de vrouw, de jongen, het meisje.Die of dat door genade weten mag van die zeik.Dat de gerechtigheid van een ander aan hem toegerekend is.Heer, hoe kan het?Ik heb het niet verdiend.Dat u dat doet.Toerekend.Net doet alsof ik ervoor betaald heb.Terwijl een ander dat heeft gedaan.Wat een wonder.Dat u mijn zonde hebt toerekend.Aan Gods eigen lieve zoon.Die nooit zonder gekend gedaan heeft.Die geen zondige gedachten.Geen zonder woord.Geen zonderhandeling ooit heeft gehad.Dat u het hem hebt toegerekend.En dat hij die schuld heeft willen dragen.En dat hij met mij wilde ruilen.Die genadige ruil.Die wonderlijke ruil.Ik voor u.Daar hij anders de eeuwige dood had moeten sterven.Zijn dood.Mijn leven.O evenwonden, mag u ervan weten.Geen ding nog, er zijn mensen die best wat kunnen worstelen.Met de zaken waar het vanavond over ging.Er liggen vragen die mensen danig in de war kunnen brengen.Weet u waarom?Ze horen zeggen,bedekte schuld is nog geen vergeven schuld.En dergelijke dingen meer.En wat moeten we daar dan van denken?Ik geloof dat berust op een verkeerde uitlegging van de tekst.Ik kan nog in het Oude Testament in Psalm 32.Nog in het Nieuwe Heer Romeinen 4.Onderscheid in die drie uitdrukkingen ontdekken.Drie weldaden.Die ik heb samengevat in dat tweema.Die drie dubbele zalig spreken.Eén.Drie dubbele zalig spreken.Ik heb u geen verschil geprekt.Geen onderscheid.Tussen vergeving van zonde.Bedekking van schuld.En toerekening van het werk van Christus.Ik vind in Gods woord.Geen enkele reden.Om die dingen.Uit elkaar te trekken.Ik geloof het staat niet voor niets als op één lijn.Zalig zijn zij welke ongerechtigheden vergeven zijn.En welke zonden bedekt zijn.Zalig is de man welke de heren ongerechtigheid de zonden niet toerekent.Gemeente, wie van deze driedubbele zalig spreking mag weten.Die is echt gelukkig.En dan is mijn preek niet bedoeld geweest.Om beschouwelijk over deze dingen te spreken.En u wat dingen mee te geven.Nee, de preek is bedoeld.Gelijk toch elke preek daartoe bedoeld is om u persoonlijk aan te spreken.En heilig te dwingen om voor de spiegel te staan en u af te vragen.Mag ik er nu door genade van weten.Het is bedoeld niet alleen om u halloos te maken op hen.Die uit hun eigen leven van deze dingen mogen getuigen.Ja dat ook.Het mag een aanmoediging zijn.Dat God nog werkt.Als u het van een ander mag horen.Maar het is noodzakelijk.Dat ik jij en u er persoonlijk van mogen weten.En dat we uitgedreven worden tot hem.Die deze dingen kan en wil schenken.Die erom gebedeld wil zijn.Door een ieder van ons net zo lang tot hij.Ook u.Genadig zij.En bedenk tenslotte.Tegendeel van de tekst.Is ook waar.Wat ik bedoel dit.Rampzalig zijn zij.Welke ongerechtigheden niet vergeven zijn.En welke zonden niet bedekt zijn.Rampzalig is de mens de man aan wie de heren.De zonde moet toerekenen.Terwijl die niet toerekent.De gerechtigheid.Van Christus.O dat het u bewegen mocht.Uw knieën ootmoeder en eerbiedig te buigen.En de heren te smijgen.Heren.Ik ben nog in het heden der genade.Wie weet.Hoe kort nog.Zou u deze dingen.Door uw geest.Ook in mij willen werken.Tot uw ere mijn heil.Om Jezus wil.Amen.We eindigen met gebed.O getrouwe heren.Het is aan het einde van deze eredienst.Dat we naderen voor uw heilige ogen.In bidden en smeken.U hebt ons vanavond bijeengezien.In dit kerkgebouw.Past ons uw eerbiedig te herkennen.Dat alle dingen.De loop mochten hebben.Uw woord is uitgegaan.Er hoefde niemand te worden uitgedragen.We mogen allemaal het einde van de dienst tot zover beleven.Zou u met uw geest de stof die aan de orde was willen indragen in de hart.Geef ernst, bewogenheid, liefde door ons voelen.Dat het gaat om ons eeuwig wel.Of wij.Eén van de twee.Heren.Verzoen wat niet was naar de reinheid van uw heiligdom.In deze eredienst.Wil veilig brengen op de plek van bestemming.Dichterbij.Of verder weg.Geleid ons door u aan.Bewaar ons.Voor onszelf.Daar is eigenlijk alles mee gevraagd.Bewaar ons voor de zonde.Bewaar voor een onverwassen, maar allermeest voor een onverzoende dood.En schenk ons om uw naams wil het leven in die toegerekende gerechtigheid van die ander.Amen.Deslotsang is uit Psalm 32 en daarvan het eerste vers.Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven, die van de straf voor eeuwig is ontheven.En wat er meer valt, 32, het eerste vers.Bang♪ Gezangdan voor dat u heengaat naar uw huizen, de zegen des heren.De heren zegen u en hij behoedt u.De heren doen zijn aangezicht over uw lichten en hij zij u genadig.Deren verheffen zijn aangezicht over u.En hij geeft u vrede.Amen.♪ Gezang