Goedenavond luisteraars, hartelijk welkom op deze zaterdagavond.Het is de eerste zaterdagavond in oktober en zoals gebruikelijk willen we dan beginnen met het voorlezen van verhalen voor u.Dit om de stilte wat te ledigen en we hopen en bidden dat de verhalen ook tot zegen mogen zijn.Voor u als luisteraars, voor ons als lezers.We hebben er ook als lezerswinner uitgezien.om een nieuw seizoen te beginnen.En beleven en welzijn hopen we iedere zaterdagavond voor u te lezen, tot en met eind mei.We hopen dat we u daar veel genoegen mee kunnen doen.Want als u het heeft, dan hebben wij het ook.Het eerste verhaal waar we dit seizoen mee willen beginnen, heeft als titel Geen andere goden.Annie Brongers.Op de schoorsteenmantel in het oude huisje van Brinkman,Slaat de klok zes uur.Bij het licht van de lamp ruimt juffrouw Brinkman de broodtafel af.Ze kijkt op de klok en binnens mons.Maar toch verstaanbaar voor haar man, mompelt ze.Waar blijft ze nu toch weer?Ik heb het nog zo gezegd.Zorg dat je voordonker thuis bent.Ja, vrouw.Annie is de laatste tijd erg ongehoorzaam.Ze doet niet anders dan tegenspreken.En ik maak me soms bezorgd dat er van dat kind nog terecht zal komen.Brinkman zegt het met een stem waarin de bezorgdheid te horen is.Hij kijkt zijn vrouw aan en vervolgt.Ik zou liever zien dat ze niet zoveel bij Jan de Molenaar kwam.Ik geloof niet dat ze daar veel goeds leert.Het gaat er mij maar te luchtig toe.We moesten dat eigenlijk niet toestaan.Dat moesten we net niet.Maar je weet hoe dat gaat.Ze gaat veel met Corrie om en die is nu vandaag juist jarig en dat moet gevierd worden.Dat begrijp je, zegt juffrouw Brinkman.Maar we hebben toch de verantwoordelijkheid voor dit kind, vrouw.En als we dan alles maar goed vinden.Nee, dat gaat niet langer.Ik ga eens kijken waar ze blijft, zegt Brinkman weer.En terwijl hij weer opstaat, hoort hij het tuinhek dicht slaan.En?Daar komt de twaalfjarige Annie binnenstormen.Poeh, is me dat al lopen door die regen.Hebben jullie al gegeten?Ik wist echt niet dat het al zo laat was.Ik kan er huis niets aan doen.Wat?Nee, Annie, hou je mond maar, zegt oom Henk.We kennen jou langzamerhand wel.Je hebt het nooit gedaan en nooit heb jij de schuld.Je moest eens wat meer gehoorzaam zijn, kind.En je pleegouders niet zoveel verdriet aandoen, zegt Brinkman scherp.Verdriet, zegt Annie.Is dat nu verdriet?Wat geeft dat nu?Zo laat is het nu toch ook niet.En het was net zo leuk en gezellig bij Corrie thuis.Maar hier?Je mag hier nooit iets.Annie Brongers had vroeg haar ouder verloren.En zo was zij bij Brinkman als kind in huis gekomen.En terwijl haar zusje bij een andere familie in huis was opgenomen, wat waren de Brinkmans blij toen Annie bij hen kwam.Het kleine ding dat ze al zijn eigen kind verzorgden en steeds meer lief kregen, maar hoe ouder Annie werd, hoe meer de moeilijkheden kwamen.Met liefde hebben zij dat kind opgevoed, na zeer een vreze, en hebben telkens weer gewezen op het ene noodzakelijke.een nieuw hart te ontvangen door de wedergeboorte, zonder welke niemand kan zalig worden.Maar het bleek me al te zeer dat Annie deze opvoeding niet waardeerde, en ze vond het preken van oom Henk, zoals zij de vermaningen noemde, erg vervelend,en ze klaagde er dikwijls over tegen Corrie, haar vriendinnetje.Annie trok zich ook deze avond van het standje dat oom en tante haar gaven,niet veel aan, en na gegeten te hebben, ging ze boos naar boven.Op haar bed voelde ze wel hoe verkeerd ze was, en even dacht ze er zelfs over na om naar beneden te gaan en om vergeving te vragen.Maar dat even ging over, en haar trotse hartje, dat niet buigen wilde, vernederde zich niet.Arme Annie!Zo sliep ze in.In de kamer beneden was het stil.Vrouw Brinkman ging eronder gebukt en zei tegen zijn vrouw, we kunnen er lang over spreken, maar laten we trachten het de heren voor te leggen, want hij alleenis machtig om te doen wat wij niet kunnen.Bij Boer van Aalten.Annie Brongers is zestien jaar geworden.Hoe ouder ze werd.hoe meer ze afweek van hetgeen haar pleegouders haar voorhielden naar Gods woord.De God deze eeuw had haar zinnen verblind en hield haar in zijn greep.En zo ging ze bij Boer van Aalten in dienst.Mensen die een luchtig en vrolijk leven leiden, nog wel ter kerk gingen, maar over dood en eeuwigheid niet verder nadachten.Dat was juist iets voor Annie.die het huis van haar opvoeding als een zwaar juk op zich voelde drukken.Niet om de verzorging, maar om de levensents die er de toon aan gaf.De Van Aaltens konden met alle mensen omgaan en leven.Ze leefden niet zo benauwd en het was er en het was er God wat en de wereld wat.Het devies van de boer van Aalten was werken, werken en nog eens werken, veel geld verdienen om vooruit te komen in de wereld.Op zichzelf niet verkeerd, maar het was een en al daar en God werd er niet in gekend.En dat is maar een leven zonder inhoud, arm en leeg.Annie voelde zich daar goed thuis, zeer tot verdriet van haar pleeghouders.die haar bleven waarschuwen voor de gevaren die haar omringden.Zeker, Annie ging nog ter kerk, maar dat was dan ook alles.Na enkele jaren vroeg dominee Lensveld op de katechisatie wie er beleidenis wenste te doen.En Annie gaf zich ook op.Deze getrouwe leraar bracht steeds het zuivere woord des heren, zegen en vloek, de weg des levens.En die des doods.En soms voelde Annie wel eens dat ze op de verkeerde weg was.Maar de liefde tot de zonde en de wereld nam al die indrukken weer weg.Het ging immers zo goed.Totdat dezomer was droog geweest en het gras, de aardappelen en het koren stonden er maar slecht bij.Boer van Aalten had enkele van zijn koeien moeten opruimen.En er kwam ziekte onder de kippen en het een volgde het andere op.Het leek wel of opeens alles tegenliep.En dat waar deze man niet dan voorspot had ondervonden, vanGods voorzienigheid zag en geloofde hij niets en zijn enig antwoord op al die tegenslagen was, nog harder te werken en een nog ruwer leven te leiden.Voor God en zijn dienst.Was nu helemaal geen tijd meer over, datwij nu juist zo'n tegenspoed moeten hebben, zei Van Aalten.Hij rijpte gedachten in zijn hoofd en al wekenlang liep de boer met plannen rond die hij aan niemand vertelde.Had hij niet gelezen en gehoord over emigratie?De mens tracht buiten goddelijke genade altijd maar gods slaande hand te ontlopen.Boer van Aalten wilde naar Amerika gaan.Daar was het beter dan in dat arme Holland.Daar was geen lastige regering, geen bindende wetten.Daar was alles voor en niets tegen, zo hij meende.Op een zekere dag komt hij thuis, druk en opgewonden.Hij valt in zijn stoel en zegt tegen zijn vrouw, het gaat zo niet langer hier.Ik hoorde daarnet op de markt dat Frans Versteeg ook al naar Amerika gaat.En je zult zien dat er nog veel meer gaan.En wij, wij zitten hier maar te ploeteren om vooruit te komen.En wat geeft het?Wat we verleden jaar overhielden, moet er dit jaar weer bij.Wat wil je daarmee zeggen, man?vraagt vrouw Van Aalten.Wel, dat wij ook naar Amerika gaan, zegt de boer hard.Daar geloof ik niet van, zegt de vrouw.De harde vuist van de boer dreunt op de tafel.En ik zeg dat het zo vast staat als een huis.Deze week ga ik nog om inlichtingen.En bevallen die me, dan gaan we.Man, bedaar wat en bedenk eens wat we hier moeten achterlaten, zegt de boerin.Je bedoelt zeker de familie, antwoordt Van Aalten.Die helpen ons ook nu niet.Hoe vrouw Van Aalten ook tegenstribbelde, het hield niets.De boer zette zijn wil door.Het geval werd druk besproken in en buiten huis, op straat en in de winkels en ook in het huis van de Brinkmans.Annie zou weer thuis komen, maar dat ging allemaal anders.En zijn vrouw hadden er vanaf het begin bij Annie op aangedrongen met hen mee te gaan.En dat leek Annie reusachtig.De zee over, de wijde wereld in.Maar ze durfde er met haar pleegouders niet over te spreken.Telkens als Annie thuis was geweest, vroeg de boer.En Annie, heb je het nu al gezegd?En telkens moest ze weer zeggen.Nee, ze durfde niet.Maar waarom dan toch niet?Wel, haar geweten waarschuwde haar dat ze niet goed deed om weg te gaan en haar pleegouders dat verdriet aan te doen.Maar boer Van Aalten kon niet langer wachten.De papieren moesten in orde gemaakt worden en zo moest Annie wel.En daar zat ze, die avond tegenover haar diep bedroefde pleegouders.Al hun afraden, zelfs hun smeken, hielp.Dat was nu het loon dat Annie haar bejaarde pleegouders uitkeerde voor al hun zorgen.Waren dan al die opofferingen voor niets geweest?Zouden ze dan straks afscheid moeten nemen?Afscheid voor altijd?Misschien vooreeuwig?Het afscheid.Er was natuurlijk veel gepraat op het dorp over het vertrek van Annie Brongers.Ieder had er eigen gedachten over.Ook de grijze dominee Lensveld had haar opgezocht en gevraagd of ze niet in eigen gekozen wegen ging.Ernstig had hij haar gewezen op de beden van Mozes, die uitriep, Heren, indien uw aangezicht niet medegaat, doe ons van hier niet optrekken.Even heeft het indruk op haar gemaakt.Maar de beslommeringen van het leven hebben het zaad weer weggepikt.Annie lachte alle ernst weer weg.En zo was de laatste zondag aangebroken voor het vertrek.Ook Annie was in de kerk.Even keek ze naar haar pleegouders en zag die door het verdriet neergebogen hoofden.Dominee Lentveld preekte uit de katechismes over het eerste gebod.Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.De dominee preekte zo ernstig en stelde de vraag, wat is afgoderij?Het is in de plaats van de enige ware God, die zich in zijn woord openbaart, of benevens hem, iets anders te hebben, waarop de mens zijnvertrouwen stelt.Het was Annie net of de dominee haar bedoelde.Maar zij was toch geen afgodendienaar?Maar, zoals de dominee het verklaarde, zat ze er vol van, want zij betrouwde zeker op zichzelf en de mens, datook nog juist vanavond daarover gepreekt moest worden.Hoor, wel gelukzalig is hij, die de God Jacobs tot zijn hulp heeft, wiens verwachting van de Heren zijn God is.Nee, die God kende Annie niet.Ze gevoelde dat als nooit tevoren.Het werd warm in de kerk.Zou de dominee nog geen amen zeggen?En weer, weer klinkt het met kracht.Gij, gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.Dat was een persoonlijk woord ten voordeel of ten oordeel.De schare, verlaten kerk, ook Annie, waar alle indrukken bij het naar buiten gaan als de wind verwagen.Vele handen moet ze ten afscheid drukken en dan gaat ze voor deze laatste avond naar het huis van haar pleeghouders.De boot vertrekt reeds om vier uur in de morgen vanaf Rotterdam.Velen zullen haar en de boer van Aalten uitgeleide doen, want nog meer gezinnen maken de reis met die boot.Ze gaan hun geluk beproeven, zo heet het, in de nieuwe wereld.staat een man op de kade.Hij tuurt naar het dek van het grote schip.Het is Brinkman, die de reis naar Rotterdam maakte om Annie een laatste vaarwel toe te roepen.Daar ging zij nu, in een eigen gekozen weg.Aan het stilte zucht Brinkman tot de heren.Ze kan u toch niet ontlopen?O, achtervolg haar toch, bescherm haar toch en verbreek toch haar hart en verneder haar voor uw aangezicht.Brinkman gevoelde het.Hij zou haar nooit weer zien.Maar Annie was vervuld met geheel andere gedachten.Wat was ze blij dat ze doorgezet had.Ze ging nu immers een betere toekomst tegemoet.Nog een laatste groet aan Brinkman en haar zuster en dan, dan vaart de boot de nieuwe waterweg uit, de oceaan tegemoet, naar het nieuwe land.Maar daar zou Annie leren wat het zeggen wil.Uw wegen zijn niet mijn wegen, zegt de heren inhet vreemde land.Nee, het was niet zoals Boer van Aalten het zich had voorgesteld.De tegenvallers reichten zich als een ketting aan een.Overal waren ze mijlen ver van verwijderd en natuurlijk kwam er van kerk gaan niets.De zondagen werden doorgebracht in de beslommeringen van de wereldse zaken.Want om een predicatie te lezen met zijn gezin, daar dacht Boer van Aalten niet.Boer van Aalten liet zich echter de moed niet zakken.Hij zou zich er wel doorheen slaan.Toen gebeurde er iets dat niet voorzien was.Annie ging trouwen met een rijk man.Nu behoefden ze niet meer te werken en de ijdelige dachten,die Annie Bronger van zichzelf koesterde, stegen bij mevrouw Oldhoff ten top.Ze ging geheel in haar man en haar geld op.Holland was vergeten, haar pleegouders waren uit haar gedachten gebannen, en wat het ergste was, ze had God vergeten.Zelfs het overlijdensbericht van Brinkman maakte geen indruk meer op haar.Wat is een mens toch diep ongelukkig!Als God hem in zijn eigen gekozen wegen laat voortgaan.Geen ontmoedige dankbaarheid was ze die haar hart vervulde bij de geboorte van haar dochtertje Elsje.Maar een verheffen op wat ze nu bezat.Steunend, op eigen kracht, op hun geld en goed.Zo zou dit leven doorgaan.Wat kon het hen dan nog deren?Aan de woorden van die laatste zondag in Holland dacht ze zelden meer.Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.Ach, er was nu geen plaats meer voor.Maar de Heer is in God en doet wat hem behaagt.Het briesende paard moet eindelijk sneven.De Heer zegt in zijn woord, dan zal ik hem, die dwaas en vrevelig overtreen, bezoeken met de roe en bittere tegenheen.En zo kwam ook de tegenspoed.zoals mevrouw Oldhoff het noemde, in haar woning.De dood kwam en maaide snel het leven van haar man af.Daar stond ze nu, met haar kind en met haar geld, in een vreemd land, zonder God, zonder toevlucht.Maar hoe groot het verlies ook was, ze klemde zich des te vaster aan haar kind en aan haar geld.Maar de zorgen werden groter en eindelijk namen ze hun besluit,haar goederen te gelden te maken en naar Holland over te steken.Daar zou ze, afgezonderd op een stil plekje voortleven.Wie kon haar, de rijke mevrouw Oldhoff, dat beletten?Ze had geld en dus macht.God had ze niet nodig.Ze dacht zelfs niet aan hem.Ze kon haar fijn uitgerekend precies met kerst weer in Holland zijn.Een brief.Had haar zuster op de hoogte gebracht en zo schreef ze, dan kunnen we gezamenlijk in Holland kerst vieren.Ja, zonder God.Dat verbeeld de arme mens zich in zijn godsdienst.En zo kwam de afreis in zicht.De maanden werden weken en eindelijk kwam de dag van vertrek.Schipreuk, maar het liep even anders.De boot waarmee de reis zou gemaakt worden, vertrok één dag eerder en dus moest mevrouw een week wachten.Maar dat betekende dat haar plannen in duiven zouden vallen.Dat nooit.Dan maar passage besproken op een vrachtboot, want ze zou haar zin hebben.Kerst vieren in Holland.En hoe meer de tijd naderde, des te meer verlangde ze naar Holland.We lezen van Jona.dat hij ook trachtte te vluchten.Maar dat ging niet, want er kwam een grote storm om zijn het wil.Zo ook hier.Aanvankelijk ging de reis voorspoedig, maar op de Noordzee bracht een der geweldigste najaarstormen los.Toen, toen werd het haar zo bang, want het schip werd geslingerd door de golven en wie kon haar nu helpen?Tot wie kon ze nu vluchten?Kon haar kind?Haar eigen ik haar nu helpen?De mensen?Niets en niemand.De kapitein kalmeerde haar.Er is heus geen gevaar, mevrouw, riep hij haar toe.Ik heb het nog wel erger meegemaakt.Wat liep nu alles anders dan zij gedacht had.O, als, als, als er nu eens iets gebeurde.O, heren, behoud ons toch, spaar ons toch.Zo riep ze.Maar er was geen vernedering, het was alleen een roepen uit de vreze van de dood, om lijfsbehoud.De dingen, waaraan ze al zo lang niet meer dacht, kwamen haar nu in de gedachten.Als een schim ging aan haar oog haar gehele levensweg voorbij, en de vermaningen van de Brinkmans hamerden haar in het geweten.Ja, vader Brinkman, die had het goed bedoeld, maar zat niet geluisterd, en nu was hij in de hemel.En zij zwalkte hier op de woeste zee met de dood voor ogen.Wel had dominee Lensveld gelijk gehad toen hij sprak.Wel gelukzalig is de mens die de God Jacobs tot zijn hulp heeft en wie het verwachting van de Heren zijn God is.Nu gevoelde ze pas dat ze die God niet kende, juist nu de afgoden haar verlieten.Opeens een hevige schok.Wat zou er gebeurd zijn?Vermoedelijk...was de boot op een mijn gestoten, een losgeraakte, door de storm daarheen gedreven.Een groot lek was in het voorschip geslagen.De kapitein gaf onmiddellijk bevel de pompinstallatie in werking te stellen, om te proberen het schip drijvende te houden.Spoedig bleek het echter dat er met pompen niets meer te redden viel.Zo dicht bij de Hollandse kust en dan nog omkomen in de golven?Opnieuw!Riep zij tot God in haar nood.Toen was daar die stem in haar hart.Terwijl hij uw Heer is, zo buigen we voor hem neder.Maar juist dat kon ze niet.Buigen en buigen, dat wilde ze juist ook niet.Haar hart was verhard geworden onder al de roepstemmen des Heren.De Heer had haar geslagen, maar ze heeft geen pijn gevoeld.De kapitein geeft nu bevel het zinkende schip te verlaten en plaats te nemen in de tweereddingsboot.Mevrouw Oldhoff staat met haar uisje op het dek.Aan haar arm bungelt de tas.Met geld.Haar gehele bezit.Het leek onmogelijk, een onmogelijk werk om bij zo'n woeste zee in de boot te komen.Een matroos klimt af en hij zal de kleine uis overnemen.Daarna...Zou mevrouw Oldhoff volgen.Er is geen tijd te verliezen.De matroos klimt naar boven om nu de moeder in de boot te helpen.Maar, oh schrik, daar breekt de vanglijn waarmee de boot aan het schip is verbonden stuk.En een grote golf slaat de kleine boot met één slag ver zee in.Al verder van het schip en de hopeloze moeder weg.Daar staat de moeder reddeloos, radeloos van angst.Mijn huisje, oh mijn kind, zo kermt ze.De kapitein ziet wat ze van plan is en begrijpt.Snel springt hij toe en grijpt haar vast.Ze stond gereed haar kind na te springen.De kapitein poogt haar gerust te stellen.We gaan vlug over in de andere boot.Mevrouw?En zullen haar zoeken.Maar ze wist heel goed dat dit onmogelijk was bij deze woeste zee.Allen verlaten nu het schip, dat al dieper weg zing.Ver weg reed zwerven 26 mensen in een notendop op de wild opgezweepte baren.Ze kijken verstart naar het schip, dat zich onder de grauwe luchten nog eenmaal opheft, om dan naar de diepte van de zee gezogen te worden.Het is voorbij.Van de andere boot geen enkel spoor.Men dacht trouwens ook alleen aan eigen lijfsbehoud en had alle moeite de boot drijvende te houden.Vier bange uren werden op de zee doorgebracht.Toen gelukkig de storm in kracht begon af te nemen.Er begon nu vuurpijlen af te schieten in de hoop door een of ander schip opgemerkt te worden.Daar komt een schip in zicht.Het is een Engelse vrachtvader.Ze worden opgemerkt en de wanhopige moeder wordt naar de kapitein gebracht.Hij verneemt van haar wat er is gebeurd en is, zo vriendelijk, acht uren lang naar de boot te zoeken.Maar juist als men het zoeken zal opgeven, wordt de boot ontdekt.Omgeslagen, drijft ze voort.En dat is meteen de zekerheid dat Elsje verdronken is.Alle hoop op behoud is hiermee aan de moeder ontnomen en bewusteloos wordt ze in naar de kajuit gedragen.Het schip zette inmiddels de vertraagde vaart door en zo kwamen de schipbreukelingen in Engeland aan.Zonder uilsje.Vandaar stak mevrouw Oldhoff over naar Holland.Hoe keerde ze terug?Gebroken en verslagen voor God, verteerd door droefheid over haar kind, maar ook...door de heren bepaald bij haar hemelhoge schuld, zodat zij het moest beleiden.Dies ben ik heer, uw gramschap dubbelwaardig.Ja, de heren had haar hart gebroken en vernederd, door slagen en diepe wegen.Eindelijk, eindelijk leerde ze bukken voor hem, die ze vanaf haar kinderjaren de rug had toegekeerd, zoals we van koning Manasse in de kerken lezen, zo ook hier.Bekende Manasse dat de Heere God was.En zo kwam mevrouw Oldhoff bij haar zuster aan.En al haar wensen en verlangen om in de vrijheid kerst te vieren waren vervlogen.Ze werd in alles de schuldige voor God.Hiermee eindigt het eerste deel van het verhaal Geen Andere Goden.Bij leven en welzijn hopen we volgende week.Deel 2 voor u voor te lezen.En deze avond willen we afsluiten met het luisteren naar twee versen van de Tien Geboden des Heren.Het eerste vers, mijn ziel herdenk met heilig beven, hoe God met majesteit bekleed, zijn wet op horeb heeft gegeven, waar hij dezewoorden horen deed.En ook het tweede vers, ik ben de Heer, uw God en Koning.die van Egypte u bevrij, u leidend uit uw slaafse woning, dient dan geen goden nevens mij.Hartelijk dank voor het luisteren.We wensen u voor morgen een gezegende zondag en hopen elkaar bij leven en welzijn volgende week weer te ontmoeten.♪ Gezang