Zaterdagavondverhaal - De kleine Michiel

zaterdag 21 februari 2026 · 19:00 uur · Verhaal · Dkn. C.A. Grinwis · 62 minuten

Transcript

0:02Goedenavond luisteraars.

0:04Na een week van afwezigheid mogen we deze avond weer een verhaal voor u voorlezen.

0:12Vanavond een verhaal met als titel De Kleine Michiel.

0:16En de oplettende luisteraar die heeft natuurlijk gelijk door dat dit gaat over de jeugd van Michiel de Ruiter.

0:25De

0:28Kleine Michiel.

0:30Michiel, Michiel, waar zit je toch?

0:33Moeder Alida de Ruiter schreeuwde haar keelhaast schoor, zo'n bengel toch.

0:39Ze had even geen erg in hem door haar vele bezigheden en gelijk was hij verdwenen.

0:45Ze zocht overal, maar nergens was de kleine deugd niet te vinden.

0:50Eindelijk hoorde ze in een schuurtje achter het huis, waar verschillende oude biervaten stonden uit de brouwerij, gestommel en, ja hoor, toen ze de deur opendeed, zag ze

1:02hem zitten.

1:04Van enige tonnen had hij een soort schip gemaakt.

1:07Een bezemsteel diende voor mast en een verschimmelde, wieze zak voor zeil.

1:13De kleine ging blijkbaar zo erg op in zijn spel, dat hij zijn moeder niet had horen roepen.

1:19Ook nu had hij nog geen erg in haar.

1:22Het was een aardig gezicht, de kleine Michiel daar zo verdiept in zijn spel te zien zitten.

1:29Het was een stevig gebouwd kereltje.

1:31Met blonde, enigszins krullende haren en blauwe ogen, waar soms een guitige blik uitstraalde.

1:38Maar nu, druk bezig met zijn spel, vonkelden zij en leek het of zij in een weide verte zagen.

1:48Moeder Alida had al enige tijd naar hem staan kijken, maar nu riep ze hem.

1:53Michiel, kom eens even hier.

1:56Meteen liep zij op hem toe en pakte hem van zijn stoere zeeschip.

2:01Hij schrok toen hij zo ineens in zijn boeiend spel gestoord werd.

2:06Maar nu vleide hij zich tegen zijn moeder aan, terwijl hij haar geestdriftig van zijn schip vertaalde.

2:14Het is zeepie varen, moe.

2:16Het is ver weg.

2:17Varen over de zee.

2:20Wat?

2:21Ga je wegvaren?

2:22Ver weg, en ik dan?

2:25Zou je dan je moeder zomaar hier alleen laten?

2:28De kleine keek opeens verdrietig.

2:31Even dacht hij na, maar toen keek hij weer triomfantelijk omhoog.

2:36Moeder met Giel meevaren, vader ook en dan zou Giel sturen.

2:43Moeder Alida lachte en nam haar kleine Bengo mee naar de huiskamer.

2:48Het was toch verbazend waar de jongen de wijsheid vandaan haalde, pas vier jaar oud en nu al geheel vervuld met de zeevaart.

2:57Het was nog maar kort geleden gebeurd dat ze hem kwijt was.

3:02Overal was er gezocht en de hele buurt werd gealarmeerd.

3:06Eindelijk vonden ze hem in de haven aan boord van een vissersboot, waar hij gemoedelijk zat te babbelen met de oude Krijntouw, een oude verweerde visser die blijkbaar schik in het parmantige

3:18kereltje had, dat hem alles afvroeg over de schepen en de zee.

3:24Ja, Moedralida zuchte.

3:27Dat beloofde wat te worden met die jongen, als dat zo doorging.

3:32Haar man was brouwer, hier in de stad Vlissingen.

3:37Vroeger was ze soldenier geweest in het staatse leger.

3:42Vandaar had hij de naam de Ruiter nog overgehouden.

3:46Ze hadden geen rijk bestaan, maar ze konden het redden en meer verlangde moeder Alida niet.

3:53Als de heer hen gaf dat zij hun kinderen met ere en fatsoen groot konden brengen, dan waren ze tevreden.

4:01En tot nog toe.

4:03Had de Heer hem gezegend.

4:05De kinderen groeiden gezond en stevig op.

4:08Alleen de kleine Michiel baarde hun wel in zorgen.

4:12Hij was veel ondeugender dan de meeste kinderen in de buurt.

4:16En haalde nu al, hoe jong hij ook nog was,

4:20allerlei kattenkwaad uit.

4:22De buren zeiden dat hij opgroeide voor galg en rat.

4:27Maar toch hielden Adriaan en zijn vrouw Alida de Ruiter veel van hun ondeugende spruit.

4:34Hij mocht ondeugend zijn, maar vals of gemeen was hij niet en liegen weet hij nooit.

4:42Zoals die lange lammert van hiernaast, die zich altijd door liegen probeerde te redden, als hij wat op zich geweten had.

4:51Moeder Alida ging weer in de keuken aan het werk, nadat ze eerst de kleine Michiel aan een tafelboot vastgebonden had, wat de kleine meneer niet naar de zin was, want hij

5:03had niets liever.

5:04dan zijn vrijheid.

5:07Vlug werkte ze door, tot ze plotseling een heftig geschreeuw hoorde.

5:13Hé, wat nu weer?

5:14Wat voerde hij nu weer uit?

5:16Ze schrok toen ze de huiskamer binnenkwam.

5:20Onder de huiskamer was een kelder, waar men door een opklapluik in kon komen.

5:27Er stond haast altijd een ladder onder, maar waarschijnlijk had haar man het trapje gebruikt en niet op zijn plaats gezet.

5:35Met het gevolg,

5:36dat de kleine Michiel, die na veel geruk en getrek de tafel van zijn plaats gekregen en zo het luik bereikt had, nu aan het touw in het open keldergat hing te bengelen.

5:50Als het niet zo ernstig geweest was, had me kunnen lachen, zo'n potzierlijk gezicht was het, hem onder erbarmelijk geschreeuw daar in het gat te zien halen.

6:02Spoedig was hij nu door zijn moeder uit zijn onbehagelijke positie verlost.

6:08Moeder Alida gaf hem nog een pak op zijn broek, maar daar schreeuwde de bengel helemaal niet om.

6:15Ja, moeder Alida zuchtte er wel eens op.

6:19Niets houdt bij hem.

6:23Alleen, wanneer hij een traan zag in moeders oog en begreep dat hij daarvan de oorzaak was, dan kon hij zich tegen haar aankroelen en zo ernstig beloven dat hij

6:35niet meer ondeugend zou zijn.

6:38Maar die belofte was ze in de regel weer snel vergeten.

6:42Het was tijd voor het middageten, dat moeder Alida nog op tijd had klaargekregen, ondanks het oponthoud, veroorzaakt door de streken van de kleine Michiel.

6:54Toen vader de ruiter thuis kwam, werd hem het verhaal van het trapluik in kleuren en geuren verteld.

7:02Eerst schrok hij, maar toen hij zag dat de kleine Michiel niets mankeerde, moest hij toch lachen.

7:08En stoeiend...

7:10teelde hij de bengel hoog boven zijn hoofd, dat hij het uitschreeuwde van plezier.

7:17Va, sepivaren, kraaide Michiel.

7:22Sepivaren, bromde de ruiter.

7:24Het is met jou altijd maar sepivaren.

7:27En zijn gelaat versomberde.

7:31Wat moest dat worden met die bengel, als dat verlangen naar zee later nog sterker werd in hem?

7:38Hij dacht er niet aan om de jongen later naar zee te laten gaan.

7:42Nee, dat nooit.

7:44Hij moest maar een degelijk ambacht aan de wal leren.

7:48Maar, effe, daar zou hij zich voorlopig maar geen zorgen over maken en met smaak zette hij zich aan het eenvoudige eten, waar ook de kleine Michiel een flink

8:00gat in wist te slaan.

8:06Michiel op oorlogspad

8:10Michiel had weer kans gezien te ontsnappen en parmantig stapte het kleine kereltje nu.

8:17Met de vuistjes diep in de zakken van zijn broek gestoken op zijn kleine houten klompenvoort.

8:24Met zijn guitige oogjes nam hij alle straattonelen waar.

8:29Ha, ginds op de groentemarkt stonden nog enige kereltjes van Michiel's leeftijd bij de tent van Appolemie.

8:39Appolemie zo genoemd omdat ze iedere dag met haar appels op het plein bij de toren stond.

8:48De kleine bengels kwamen dikwijls bij haar, omdat er wel eens een appeltje voor hen kon overschieten.

8:55Zo gauw Michiel haar in de gaten had, stevende hij op haar af.

9:02Zo, daar hebben we die kwijong ook weer, krijst de appelemie zogenaamd boos.

9:08Je moet zeker een appel, hè?

9:10Nou, hier dan.

9:12Ze greep een grote appel uit een mand en wierp hem naar Michiel, die hem handig in zijn kleine knuisjes opving.

9:21Geef me ook een stukje hoor, zei lange Lammert van Lijsbeth, een buurvrouw van Michiel.

9:28Niets hoor, schreeuwde Apollemie.

9:30Hij heeft er een gehad.

9:31Eet jij de appel maar op hoor.

9:34En Apollemie kon hard schreeuwen en ze was erg ruw in haar mond.

9:39Maar toch had ze geen kwaad hart en vooral Michiel mocht ze wel.

9:45Michiel had een stuk aan Lammert willen geven, maar nu aarzelde hij.

9:50En daar maakte Lammert gebruik van.

9:52om een gemene streek uit te halen.

9:55Hij rakte plots de appel uit Michiels hand en zette het op een lopen.

10:01Even stond deze verbouwereer te kijken, maar toen uitte hij een woedende schreeuw en rende Lammert na.

10:09Hij had misschien Lammert nooit ingehaald, maar deze struikelde over een steen en toen hij weer overeind stond, had Michiel zich, zonder te bedenken dat Lammert groter en

10:21ouder was dan hij,

10:23op hem geworpen.

10:25Hij peet en schopte naar hem.

10:28Zo de lammer, zo laf als hij was, snel de appel losliet.

10:33Zonder verder nog naar hem om te kijken, stapte Michiel gemoedelijk in zijn appel bijtend in de richting van de haven.

10:42Hij had zijn appel terug.

10:45Verder kon hem lammer niet schelen.

10:48Er lag een vissersboot aan de kade en Michiel daalde een trap af en klom parmantig in de boot.

10:55waarin een visser netten zat te boeten.

10:57Het was de oude Krijn Touw, die reeds meer het genoegen gehad had Michiel in zijn boot te zien klimmen.

11:08Goeiedag, Krijn.

11:09Heb je weer vis?

11:11begon Michiel het gesprek.

11:13Vis?

11:15Vis genoeg om jouw gehoorzig buitje mee te vullen, hoor.

11:19Doe je graag vissen, Krijn?

11:22Nou, jong, dat is mijn lust en mijn leven, weet je.

11:27Fijn, maar...

11:29Zou je dan niet liever op een gootsep varen, helemaal over de zee naar de lepant?

11:40Lepant?

11:41Levant bedoel je.

11:43Maar hoe kom jij nu aan die naam?

11:46Brasem, zei de visser verwonderd.

11:50Gehoord van de bruinvis.

11:53Brasem, zei de visser plotseling, de pijp uit zijn mond halend.

11:58Als er in jou geen groot zeeman steekt.

12:01Dan wil ik nooit meer een vis aanhaken.

12:05Heb je wel eens in de Lepant geweest, Klein?

12:09In de Lepant?

12:10Nou, of ik.

12:12En ik heb ook meer dan eens met de Barbarijse zeerovers te doen gehad.

12:19Barbarijse zeerovers?

12:22Vertel daar eens wat van, Klein.

12:24Die kunnen hard vechten, niet?

12:26En die nemen al onze zeepen af, hè?

12:30Brassem, waar heb je de wijsheid vandaan?

12:34Ik weet het niet, maar ik zou je het een en ander er eens van vertellen.

12:41Toen het gebeurde was ik nog niet zo oud als nu.

12:45Ik was nog een flink uit de kluiten gewassen matroos en ik voelde toen op een brik.

12:53Op een keer waren we eens door beeldstelten tot vlak naar de kust van Barbarije gedreven.

13:00We vonden het knap vervelend dat het zo stil was.

13:04Het water begon op te raken en het was de hele dag drukkend heet.

13:09En zo waren we ons al een dag of wat aan het vervelen, toen daar opeens voor ons een schoener opdoemde.

13:17Eén keer geloven dat we schrokken, brazen, want we zagen direct aan de vlag dat het een zeerover was.

13:25De oude beval al de zeilen bij te zetten en rechts omkeer te maken.

13:31Als er wind genoeg geweest was, hadden wij hem misschien wel kunnen ontlopen.

13:36Maar nu was alles vergeefse moeite en ziendere ogen haalden de kaper ons in.

13:43We hadden intussen alles gereed gemaakt voor het gevecht, want we waren vast besloten ons leven zo duur mogelijk te verkopen.

13:53Spoedig vuurde de kaper een kanonschot af, dat we moesten bijdraaien.

14:00Maar jawel, daar hadden we natuurlijk geen zin in en we gaven hem de volle laag terug.

14:07Toen had je de poppen aan het dansen.

14:09De kaper was veel beter bewapend dan wij en spoedig zag ons schip er helemaal ontredderd uit.

14:18We gaven het echter nog niet op.

14:19De kaper had ons inmiddels geënterd en nu ontwikkelde zich een hevig gevecht en spoedig zouden wij het onderspit hebben moeten delven, als er niet plotseling twee

14:32Hollandse oorlogsschepen verschenen waren.

14:35Nou, je kunt begrijpen, Brazen.

14:38Dat kaperde toen gauw vandoor ging.

14:41En zo eindigde Krijn zijn verhaal en ging weer verder met zijn werk.

14:47Michiel had met aandacht geluisterd en al begreep hij het nog niet helemaal, toch hadden zijn ogen van geest recht geschitterd toen Krijn van het gevecht vertelde.

15:00Nu maakte hij echter aanstalten om naar huis te gaan, want hij voelde zijn maag rammelen.

15:06Er zou echter wel weer een pap slaag voor hem opzitten.

15:09Omdat hij stiekem weggelopen was.

15:11Effe, Michieltje vond deze middag best een pak slaag waard.

15:17Hij had weer veel nieuwe dingen gehoord.

15:20Over de zee en verre landen.

15:23Daar kon hij weer een paar dagen over napijnsen.

15:31Michiel naar school.

15:36Menig keer heeft Michiel zijn ouders nog schrik en verdriet bezorgd door zijn wilde kwajongenstreken.

15:43Nu brak echter een andere tijdvorm aan.

15:46Hij moest naar school en dat was Michiel niets naar de zin.

15:51Op een goede, of liever gezegd een kwade dag, nam moeder Alida hem mee naar meester Schokkius, een oude schoolmeester die dit beroep tegelijk met nog enige

16:03andere vakken uitoefende.

16:06Het was een lang, mager man met bakkenbaakjes en op zijn neus een grote vrat.

16:13Vandaar droeg hij de bijnaam van de Vrat.

16:19Zijn uiterlijk stond Michiel niet erg aan.

16:23Hij hield niet erg van bakken baardjes.

16:26Nee, hij had het meer op met baardige zelui, die er gebruind en verweerd uitzagen.

16:35Hier, meester, zei moeder Alida, hier hebt u mijn zoon.

16:40Probeer maar of u er wat geleerdheid in kunt krijgen.

16:44Hij zal u wel veel last bezorgen, want thuis kunnen we hem niet klein krijgen.

16:50Misschien dat er met roede en plak nog een degelijk ambachtsman van hem te maken is.

16:56Nu lacht de meester ver genoeg, terwijl hij liefkozend over de roede streek die in zijn hand had.

17:04We zullen hem wel klein krijgen.

17:06Ik heb al meer van dat soort onderhanden gehad.

17:10En moeder Alida vertrok, hoopvol gestemd door de woorden van de meester.

17:16Voor Michiel begon nu de schooltijd.

17:20En diezelfde morgen...

17:22Begon het lieve leven al.

17:24Toen de meester met veel moeite bezig was om de kinderen te leren hoeveel één en één is,

17:32richtte hij plotseling het woord tot Michiel, die met een griffel schipjes op zijn lijst zat te tekenen.

17:42Michiel, vroeg de meester, als je twee appels hebt en je geeft er één aan Lammert die naast je zit, hoeveel heb je er nog?

17:53Geen één?

17:55antwoordde Michiel.

17:56Want als ik er één aan Lambert geef, dan neemt hij de andere ook.

18:02En de hele klas schaterde het uit.

18:06Maar het bekwam Michiel niet goed, want meester gaf hem een geduchtpak slaag met de roede.

18:13Tot zijn verbazing moest de meester echter merken dat de roede niet het gewenste effect had.

18:21Michiel gaf geen kik en bleef doorgaan.

18:27met zijn grappen in de klas.

18:30Ten laatste begon het de meester te vervelen en joeg hij hem de straat op.

18:36Hij had anders geen rust om de andere kinderen wat te leren.

18:41Nu, dat was een kolfje naar Michiel's hand.

18:44En, naar zijn oude gewoonte, sloeg hij de weg in naar de haven.

18:50Er lag juist een grote viermaster die pas aangekomen was.

18:55Hij bleef even staan kijken hoe de matrozen het zeil opdoekten.

19:00Ha, dat was de bruinvis ook.

19:03De bruinvis was een stevige, breed geschouderde zeeman met een volle bruine baard, vandaar de bijnaam de bruinvis.

19:13Hij was een trouwkameraad van Michiel, bij wie hij het verlangen naar de zee nog sterker maakte dan dat het al was, door het op zee varen

19:26op zijn mooist voor te stellen.

19:30Vrijmoedig!

19:31liet Michiel de loonplank op en spoedig had hij zijn oude kamerad aangeklamd.

19:37Zo, kleine admiraal, begroette hem de bruinvis, vrolijk lachend.

19:42Ben je er weer?

19:44Ja, Aart.

19:45Dit was de werkelijke naam van de bruinvis.

19:49Ik ben van school weggejaagd.

19:52Weggejaagd?

19:53Haha, dat is mij nog nooit overkomen in mijn jeugd.

19:57Ik was altijd een zoet en een braaf jochie op school, hoor.

20:01Zo wel, zei Michiel meesmuilend.

20:04Je hebt zo'n geleerd gezicht.

20:07Ja, dat vond de ouwe ook.

20:08En daarom heeft hij me zeker een bootsman gemaakt na het laatste gevecht tegen de Spanjaarden.

20:16Heb je gevochten, Aart?

20:18Vertel er eens wat van.

20:20Vertellen, vertellen.

20:22Je moet bij jou altijd maar vertellen.

20:25Ja, Aart, maar ik vind het mooi.

20:28Ik zou zelf ook zo graag meevaren naar verre landen.

20:33En gevechten tegen zeerovers meemaken?

20:37Wat?

20:38Haha, jij en zeerovers.

20:40Het zou wat worden.

20:42Als je zo'n ruwe, stinkende kerel zag, zou je direct op haar lopen zetten.

20:49Stinken ze dan, Aart?

20:52Nou joh, en of.

20:56Zo komt het ook dat je ze niet zo gemakkelijk krijgen kunt.

21:00Want je ruikt ze al van verre.

21:05Het is echt waar, Aart.

21:08Hoe komt het dan dat ze zo stinken?

21:11Wel, dat zit zo.

21:13Zeerovers hebben de gewoonte om zich nooit te wassen.

21:17Alleen, eens per jaar houden ze een soort feest.

21:21Dat noemen ze het wasfeest.

21:23Dan gaan ze elkaar met bezem en zwabber te lijf, net zo lang totdat ze schoon zijn.

21:28En dan wassen ze zich niet meer, tot het volgende wasfeest.

21:34Het is wel mooi, Aart, maar ik geloof het toch niet helemaal.

21:40Dan zullen ze in het laatst hun kleren wel niet meer uit kunnen krijgen.

21:44En dan zouden ze immers zo zwaar gaan wegen van al dat vuil, dat ze toch helemaal niet meer vechten konden.

21:51Ja, dat kunnen ze juist heel goed.

21:53Voor een gevecht smeren ze zich helemaal met boter in.

21:58En bovendien heeft die korst vuil ook nog dit voordeel, dat ze tegelijk voor hardans dient.

22:05Want je kunt er niet gemakkelijk doorheen steken met je kortjam.

22:10Nu aard!

22:11Ik geloof er in het mijne van, maar ik ga naar huis, mijn maag rammelt.

22:16Als ik tenminste nog wat krijg, want er zal wel wat voor me opzitten als vader hoort dat ik van school gejaagd ben.

22:24Ja, dat denk ik ook wel.

22:26Maar ik vertel je nooit iets meer hoor, want je lacht me in het gezicht uit.

22:33En dat is te veel voor een achtenswaardig bootsman als ik, die om zijn eerlijkheid bekend staat.

22:42En Michiels verwachtingen kwamen wel uit.

22:45Vader Adriaan was woedend toen hij hoorde dat Michiel van school was weggejaagd.

22:51Is er dan met jou niets goeds te beginnen, vroeg hij boos.

22:56Waar je voor opgroeit weet ik niet, maar ik bega nog een ongeluk aan je.

23:03Ja, maar ik wil niet naar school vader, ik wil naar zee.

23:09Naar zee, naar zee, wat wou jij nou naar zee, aaf die je er bent.

23:13Nergens hou je het uit.

23:15Overal word je weggejaagd.

23:17Nee, vader, op zee niet.

23:19Daar zou ik mijn best doen.

23:22Vader Adriaan stoort zich echter niet aan Michiels gepraat.

23:26Hij pakte een lat en sloeg hem zo hard dat zijn handen er zeer van deden.

23:33En Michiel, die beet op zijn tanden om niet te gaan huilen.

23:39Nee, dat nooit.

23:41Hij wist dat hij slaag verdiend had.

23:44Maar schreeuwen, dat zou hij niet.

23:48Kinderachtig wilde hij niet zijn.

23:51Moeder Alida kreeg ten slotte medelijden met hem.

23:55Schij er nu maar uit, man, zuchtte ze verdrietig.

23:58Het helpt toch niets.

24:00Vader Adriaan duwde door Michiel in het lege biervatenschuurtje en draaide de deur achter zich op slot.

24:11Streurig met dat kind.

24:12En hij veegde het zweet van zijn voorhoofd.

24:17Och ja, Adriaan.

24:19De Heere weet waarom hij ons dit kruis oplegt.

24:22Wie weet wat God met het kind voor heeft.

24:26Ik weet het niet, vrouw, maar ik geloof dat er niet veel goeds uit hem groeit.

24:32Zuchtend ging Adriaan weer aan zijn werk.

24:35En die avond stortte vrouw Alida haar hart uit voor God, die, en dat wist zij, alleen machtig was om haar kind te redden.

24:51Alles alleen maar bederven.

24:53Ach, moeder Alina wist ook niet hoe wonderlijk Gods wegen met de mensen zijn.

24:59Ze wist niet dat zij de moeder was van een kind dat eens de grootste zeeheld van zijn eeuw worden zou.

25:07Dat het kind dat nu volgens iedereen voor Galgarad opgroeide, eens Nederlands redder zou zijn, in het lands moeilijkste uren.

25:17Eens zou ze het weten.

25:19En al zou ze het niet meer beleven.

25:22Hem in zijn grootste glorie te zien, toch zou zij het begin van de grote toekomst van haar door de mensen verachten, maar door God uitverkoren

25:34zoon nog zien.

25:40De torentocht Op een keer dat Michiel weer uit school was gejaagd, liep hij pensend langs de haven.

25:48Hij keek naar de schepen die wegzeilden en de vissersboten die af en aan voerden.

25:53Het zou toch fijn zijn als je met zo'n trots schip mee kon, heel ver weg, naar de oost, naar de zwartjes, waar de bruinvis hem wel van verteld had.

26:03Hij slenterde weer mistroostig de stad in.

26:05Het hielp toch niets.

26:07Of hij er al naar verlangde, mocht toch niet van vader.

26:11En moeder, ja, moeder zou het misschien wel laten gaan, al zou ze veel verdriet ervan hebben.

26:17Veel meer nog dan vader.

26:19die enkel wilde hebben dat hij een saai en vervelend ambacht aan de wal leerde.

26:25Michiel hield veel van zijn moeder en hij had dikwijls spijt als hij zag dat ze verdriet van hem had.

26:32Hij liep langs de toren op de grote markt, waar blijkbaar aan gerepareerd werd, want er stonden ladders tegen.

26:39Het werkvolk zat zeker te eten, want er was niemand te zien.

26:44Plotseling flitste er een gedachte door Michiels hoofd.

26:47Als hij eens boven op die toren klom,

26:50Wat zou hij dan ver over de zee kunnen zien?

26:53Even keken om zich heen en toen begon hij zijn gewaagde klimpartij.

26:58Spoedig was hij boven, maar hij genoot van het prachtige vergezicht.

27:03Hij zag niet wat er beneden hem gebeurde.

27:06Hij zag niet dat de metselaars, die inmiddels met hun werkzaamheden gereed waren gekomen, de ladders weggehaald hadden.

27:15Op de straat had men hem echter al wel opgemerkt.

27:20En er kwamen schreeuwende mensen toegelopen.

27:24Michiel merkte echter niets.

27:27Toen hij tot zichzelf kwam en begreep dat hij op die gevaarlijke plaats niet kon blijven zitten, keek hij omlaag en toch zag tot zijn verwondering een schreeuwende en druk

27:39gebarende mensenmenigte.

27:41Waar maakten ze zich zo druk over?

27:44Dat hij op de toren geklommen was?

27:46Dat was toch niet bijzonders?

27:49Maar nu merkte hij dat de ladder weg was.

27:52Hij schrok even, maar toen dacht hij na, met diezelfde koelbloedigheid waarmee hij in later tijd rustig de Hollandse vloot door de moeilijkste momenten leidde.

28:03Spoedig wist hij wat hem te doen stond.

28:06De toren was bedekt met lijpangen en voorzichtig trapte hij er telkens een stuk en zo kwam hij behouden beneden, waar zijn vader hem met de oude, welbekende

28:19lat,

28:19stond op te wachten.

28:21Wat moest je daar op die toren, galgebrok, voer Adriaan de ruiter tegen hem uit.

28:27Niets, vader, ik wou enkel maar naar de zee kijken.

28:31Naar de zee, alweer die zee.

28:34Ik zal je een zee van slagen op je broek geven.

28:37En meteen wilde hij de daad bij het woord voegen.

28:40Zo ver kwam het echter niet, want plotseling voelde Adriaan een hand op zijn schouder.

28:46Hij keerde zich om en voor hem stond de oude zeekapitein te op.

28:50oordelen naar zijn kleding.

28:52Hij was gekleed in de zwarte duffelse zeemansjas en hij had een eerlijk en open zeemansgelaat met een lange witte baarde in de mond en in de

29:05mond had hij een lange goudse pijp.

29:08Je moet die jongen niet slaan vader, zei hij tot Adriaan.

29:11Je moet die jongen zijn zin geven, want er zit wat in in dat kereltje.

29:16Dat heb ik gemerkt toen hij er even die toren afklouterde.

29:20Er zit een zeeman in.

29:22Wat in hem zitten?

29:25Leren doet hij niet, op school wordt hij telkens weggejaagd en hij loopt de hele dag over straten langtrafanten.

29:32Hij ziet er anders pieter genoeg uit, zei de zeekapitein, Michiel met welgevallen aanziende.

29:39Als hij aan de wal geen ambacht wil leren, dan zou hij ook niet naar zee gaan.

29:46Suiplappen en vechtersbazen worden het allemaal op zee.

29:51Daar is veel van waar, kerel, en dat is helaas jammer genoeg.

29:54Maar jongens met moed en pit in hun lijf, die kunnen op zee wat bereiken.

30:00Je moet de jongen eens met mij meesturen.

30:03Dan zal ik eens met hem praten.

30:05Sla de jongen nu maar niet meer.

30:07En Adriaan beloofde het.

30:09En zo ontkwam Michiel ditmaal de gedreigde straf.

30:18Michiels eerste zeereis.

30:19Op een warme zomermiddag.

30:22liep Michiel, die er niet veel voor voelde, om met zo'n prachtig zomerweer in de duffe school te zitten, langs de haven.

30:31Hij zag de oude Krijn Touw bezig met het nazien van zijn netten.

30:36Hallo Krijn, riep Michiel.

30:39Moet je weer gaan vissen?

30:41Ja, dat kan wel gebeuren, dat ik er vandaag nog op uit ga.

30:46Zou je niet eens mee willen brasen?

30:48Nou, hof ik, en Michiels gezicht glunderde in het vooruitzicht.

30:53om een tocht met de boot van Kruin mee te maken.

30:57Toen versommerde ze gezegd weer, het zou wel niet mogen van, van moeder misschien wel, maar vader zou het nooit toestaan.

31:06Maar als ze eens, nee, dat zou toch verkeerd zijn.

31:10Michiel deed wel dikwijls verkeerde dingen, maar om moedwillig, doelbewust tegen godsgeboden te zondigen, nee, dat deed hij niet graag.

31:21De verleiding was nu echter te groot voor hem.

31:25En kordaat stapte hij in Krijns boot.

31:28Als Krijn hem nu op de man afgevraagd had of hij wel mocht van zijn vader en moeder, zou

31:35Michiel niet hebben durven liegen.

31:37Dan zou hij rood geworden zijn tot achter zijn oren en hakkelend zou hij dan door de man gevallen zijn en gezegd hebben dat hij niet mocht.

31:47Krijn vroeg echter niets en stak met de kleine Michiel van Wal.

31:53Hij wees hem.

31:54hoe het zeil gehezen moest worden en leerde hem de eerste beginselen van de stuurmanskunst.

31:59En zo genietend van het mooie weer, voor de wind varen, deed Michiel zijn eerste zeereis.

32:07Soms kreeg hij wel eens een grauw van Krijn, als hij het niet goed deed, maar toch was Krijn wel tevreden over hem.

32:15Want hoe slecht hij alles op school ook deed, meester zei hem wat dik was dat hij zaagsel in zijn hoofd had.

32:23Hier op de zeevaart hoefde men iets geen twee keer te zeggen.

32:28En Krijn stond soms verbaasd hoe vlug dat ventje alles begreep.

32:33Verbaasend wat een verstand had de kereltje van varen.

32:36Krijn schudde zijn hoofd.

32:38Dat ze die kleine toch de zeevaart niet lieten leren.

32:41Op zo'n duffe school kwam er toch niets van hem terecht.

32:45Hoe vind je de zee, Brasum?

32:48Zei het tot Michiel.

32:50Hoe ik hem vind, Krijn?

32:52Ik vind hem prachtig.

32:55Ja, mooi, dat zeg je nu.

32:57Maar je moest hem niet kennen als het stormt.

33:00Dan zou je wel anders praten, kereltje.

33:03Ben je dan zelf nooit bang, Krijn, als het stormt?

33:06Ha, bang, bang en bang is twee.

33:09Bang ben je licht als je ieder ogenblik je hachtje erbij in kan schieten.

33:16Ik dacht dat zeeluiden nooit bang waren, Krijn.

33:18Het zijn toch allemaal dappere, sterke kerels?

33:21Ja, dapper zijn ze wel.

33:23En sterk ook.

33:24Dat moeten ze wel zijn.

33:26Anders zouden ze niet door zoveel gevaren heen komen.

33:30Dikwijls is het een wonder dat ze er nog heelhuids afkomen.

33:35Bidden zeelui wel eens, Krijn?

33:37Bidden?

33:38Nu, over het algemeen zijn zeelui ruwe kerels.

33:42Maar er zijn er gelukkig ook onder die al hun hoop van God verwachten.

33:47Op bijna alle schepen wordt iedere zondag nog kerk gehouden.

33:51Want er zijn meestal God vrezende kapiteins aan boord.

33:55Ik

33:56geloof...

33:57Dat je zelf toch ook niet goddeloos bent, Krijn, is het niet?

34:02Goddeloos, jongen?

34:03Ik ben net zo goddeloos als alle mensen.

34:08Maar de Heere heeft me gelukkig aan mezelf ontdekt en me laten zien wat voor een groot zonder ik ben.

34:17Maar, apropos jongen, je hebt er straks nog heel niet aan gedacht het te vragen, maar vinden je vader en moeder het eigenlijk wel goed dat je meervaart?

34:28Oh.

34:29Daar had je het.

34:31Michiel schrok.

34:33Wat nu te doen?

34:35Er omheen draaien en er om te liegen?

34:39Nee, dat nooit.

34:40Hij had er zichzelf in gedraaid en nu moest hij de gevolgen maar dragen ook.

34:45Hij bleek de kruim recht in de scherpe grote zeemans ogen en zei.

34:50Nee kruim, ik ben zomaar in de boot gesprongen.

34:54Ik had eigenlijk vanmiddag naar school gemoeten.

34:59Michiel.

35:00liet langzaam het hoofd zakken en keek verdrietig naar de grond.

35:04Nu zal je zeker terugvaren, Krijn, en me weer aan de wal zetten.

35:08Ja, sprak Krijnstrein, dat zou eigenlijk je verdiende loon zijn.

35:14Maar dan ben ik teveel tijd kwijt en een hele middag verloren.

35:18Ik denk dat het beste dus is dat ik vanavond maar wat vroeger terug ga.

35:24Dus mag ik dan toch mee gaan vissen, Krijn?

35:27Michiel keek alweer wat hoopvoller.

35:29Ja.

35:30Ik zal er wel toe genoodzaakt zijn, maar je ouders zullen wel ongerust worden.

35:36Ja,

35:38Michiel keek sep.

35:39De lat zal hij wel voor me klaarleggen.

35:43De lat?

35:45Haha, Krijn vond dat Michiel er plotseling zo komiek uitzag toen hij het over die gevreesde lat had, dat hij een lachen uitbarstte.

35:56Ook Michiel begon alweer wat vrolijker te kijken toen hij zag dat Krijn lachte.

36:01En zo beleefde hij toch nog een prettige middag.

36:04Krijn vond het niet onaangenaam dat hij Michiel meegenomen had, want hij had wel profijt van hem.

36:11Al was hij nog erg jong.

36:14Tegen donker keerde Krijn weer terug en waren ze spoedig thuis gelaveerd.

36:21Waar de beruchte lat op Michiel lag te wachten,

36:26ofschoon het nog geen uitgemaakte zaak is wie het meest berucht was.

36:32Michiel!

36:33of de lot van vader de Ruiter.

36:36Michiel had zich echter die avond geduldig in positie gezet, omdat hij voelde dat hij een pak slaag verdiend had, door zomaar met Krijn mee te gaan zonder eerst toestemming te vragen.

36:50Overigens kwam hij er echter nogal goed vanaf, daar de oude Krijn Touw ook nog even aankwam en vader de Ruiter betuigde dat hij er ook schuld aan had, omdat hij Michiel

37:02meegenomen had.

37:03zonder eerst te vragen of hij eigenlijk wel mocht.

37:07Jullie zeelui, maak je die jongen helemaal gek met je zeemansverhalen, had de ruiter korzelig gezegd.

37:15Nu ja, je moet de jongen naar zee sturen, had Krijn gepleit.

37:19Maar het had niet veel gebaat en zijn hoofd schudderd over die landkrabben, die een kind met zoveel aanleg voor de zeevaart op een scholie te versuffen, was Krijn vertrokken.

37:34Michiel leert een ambacht.

37:37Vader de Ruiter had eindelijk ingezien dat het toch niet goed ging met Michiel op school en na overleg met de meester die verklaarde geen hoogte van die jongen te kunnen krijgen.

37:48In sommige dingen toonde hij een buitengewoon scherp verstand,

37:53terwijl er andere dingen gewoonweg niet in te krijgen waren bij hem.

37:58Als hij bijvoorbeeld geschiedenissen vertelde uit de Bijbel of andere verhalen, dan luisterde hij met beide oren.

38:09Maar kwamen er andere vakken op te proppen, dan verloor hij al snel alle belangstelling.

38:14Nee, meester oordeelde dat het het beste was hem zijn zin maar te geven en hem naar zee te laten gaan.

38:23Dat wilde de ruitrechter niet.

38:25Nee, dan moest hij maar ambacht aan de wal leren.

38:29En zo gebeurde dat Michiel in de lijnbaan terecht kwam bij de heren Lamsens die veel zeeschepen hadden varen.

38:40En dat beviel Michieltjes jongens hart helemaal niet.

38:45Van school kon hij tenminste nog wel eens wegblijven.

38:49Maar met die pret was het nu afgelopen.

38:52Hij moest nu aan een groot wiel draaien, de hele dag door.

38:56Slechts zo nu en dan een uurtje om te eten en dan maar weer draaien.

39:01Nee hoor, het was niets voor Michiel.

39:04Je werd er suf van.

39:06En zo stond hij dag aan dag tot vervelend stoel aan het wiel te draaien.

39:13En kreeg hij alweer, zoals iedere dag, slechts grommen en snauwen toegeslingerd.

39:19Hij begreep niet hoe het kwam.

39:21Maar altijd deed hij het verkeerd.

39:24Nooit kon hij de baas niet naar de zin maken.

39:28Dan draaide hij weer te hard.

39:30Dan weer te zacht.

39:31Het was nooit goed.

39:36Hij had toch alleen zijn weg willen lopen.

39:39Maar hij deed het niet om zijn moeder, die lieve moeder, die s'avonds huilde en hem smeekte.

39:46Om toch maar zijn best te doen op het werk, als hij mokkend uit zijn humeur s'avonds thuis kwam.

39:52En dan beloofde hij het haar steeds weer.

39:55Ach, iedere morgen ging het hem de keel uithalen.

40:01Hij leefde als het ware niet meer.

40:03Zijn werk deed hij volkomen automatisch.

40:06De grauwen die men hem toeriep, hoorde hij niet eens meer.

40:11Michiel's geest dreigde te sterven.

40:15S'avonds laat...

40:17wierp Michiel zich wel eens op de knieën en vroeg de heren om verlossing uit het leven waar hij niet tegen kon.

40:24Maar ach, het leek of de heren voor de kleine tienjarige Michiel niet te vinden was.

40:32Iedere morgen opnieuw moest hij zich met de knapzak op de rug naar het martelhuis slepen.

40:38Alleen als hij de schepen zag aan de haven, dan leefde hij weer op en begonnen zijn ogen weer te fonkelen.

40:46En dan droomde hij weer zijn jongens fantasieën.

40:49Maar dan dacht hij ook hoe dat alles voor hem onbereikbaar geworden was.

40:56Dan moest hij zijn leven slijten in een touwbaan, waar Michiel geen redding zag.

41:01De Heer zag het wel.

41:03En die God, die bepaald heeft de plaats van ieders woning en de kring waarin hij werken moet, die had ook het lot in handen van onze Michiel, die

41:17begeerde.

41:19die de begeerten naar zee in Michiels hart gelegd heeft en hij zou op zijn tijd die begeerten vervullen.

41:27Eens, op een middag, dat Michiel weer suffig aan het wiel stond te draaien, kwam een troep schreeuwen en lawaai maken de jongens langs de touwbaan.

41:38Het waren de voormalige schoolkameraden van Michiel, gewapend met stokken.

41:43Aan het hoofd liep die lange lammert van buurvrouw Lijsbed.

41:50Hé, Michiel, hoe maak je het?

41:53riep hij treiterend door de deur die open stond.

41:57En Michiel vloog het bloed naar het hoofd.

42:00Zo lafwaard!

42:02Nu durfde hij wel, omdat hij wel wist dat Michiel nu niet weg kon lopen.

42:07We gaan oorlog spelen, joh.

42:09Moet je niet mee?

42:12Lambert vroeg het spottend.

42:14Hé, ja, Michiel, ga mee, joh, vielen de andere jongens erbij.

42:19Ga mee spelen, joh.

42:21En wees jij?

42:22Onze aanvoerder.

42:24Nee, ik ben jullie aanvoerder, zei Lambert.

42:27En ze werd geschoten omdat ze Michiel boven hem verkozen.

42:32Michiel dacht na.

42:33De verleiding was groot.

42:35Hij voelde er heel wat meer voor om nu in de duinen oorlogje te gaan spelen dan aan het wiel te draaien.

42:43Maar dan zag hij weer het verdrietige gezicht van zijn moeder, die huilen zou als hij van zijn werk werd weggejaagd.

42:50En dat zou zeker gebeuren als hij nu wegliep.

42:53Nee jongens, ik ga niet mee, zei Valsbesloten.

42:57Eh, waarom nu niet?

42:59Je baas is weg, dus hij ziet het toch niet.

43:03Haha, hij durft niet.

43:05Hij is bang van zijn baas, spotte Lammert.

43:09En die woorden brachten Michiel weer aan het koken.

43:13Wacht, hij zou ze laten zien dat hij wel durfde.

43:17En kordaat wierp hij zijn schootzeel af, greep het stok.

43:22En onder het gejuich van de jongens liep hij voor aan de groep mee.

43:26De mensen kwamen de huisnaal uit, om te zien wat al dat lawaai te beduiden had, en schudden hun hoofd toen ze de troep onder aanvoering van Michiel voorbij zagen marcheren.

43:40Die bengel van de ruiter natuurlijk weer vooraan, zeiden ze afkeurend.

43:45Was zeker weer weggelopen van zijn werk.

43:48Er kwam niets van terecht van die jongen.

43:51Het was toch een kruis voor zijn ouders?

43:54Zo'n kind te hebben?

43:58Inmiddels was de troep in de duinen aangekomen, waar al gauw ruzie ontstond, wie dat er Spanjaarden en Geuzen zouden zijn.

44:08De lange Lammert voelde er niets voor om aanvoerder van een groep Spanjaarden te zijn.

44:15Nou, als jullie dat geen van allen willen, zal ik wel bij de Spanjaarden gaan, zei Michiel.

44:21Nee, nee, riepen de anderen, dan zouden de Spanjaarden winnen.

44:26En Lammert...

44:27Wil zo graag aanvoerder zijn, laat die nou de Spanjaarden maar aanvoeren.

44:33Lammert gaf ten slotte boos op Michiel toe.

44:37Die verwenste knul kwam er ook altijd tussen.

44:42Ik wou dat ik hem maar in de lijnbaan gelaten had, bromde tussen zijn tanden.

44:46Het gevecht nam een aanvang.

44:49De troep van Michiel had post gevat op een duintop en het was de taak van de Spanjaarden onder aanvoering van Lammert om de duintop...

44:59waarop Michiel een lange stok met een rode zakdoek eraan geplant had te besluipen en in handen te krijgen.

45:10Michiel had alle jongens op post gezet en hun taak gewezen en zo wachten ze de vijand af.

45:18Lambert hield eerst krijgsraad.

45:20Ik heb een mooi plan, vertelde hij.

45:23We zullen de helft van de jongens naar de rechterkant van de duin op laten rukken.

45:28En die moeten onstuimig aanvallen en dan terugtrekken.

45:32En dan zullen de verdedigers hen allemaal achterna trekken.

45:36Ikzelf dan met nog een paar jongens.

45:42Ikzelf neem dan met nog een paar jongens Michiel gevangen.

45:46En als we de aanvoerder hebben, volgt de vesting vanzelf.

45:51Zo werd besloten en volgens krijgsplan rukte het grootste deel van Lammers troep naar de rechterkant van de duin.

46:00Daar.

46:02werd ze echter dapper ontvangen.

46:04Maar toen sloegen ze opeens op de vlucht en vol vuur verlieten de verdedigers, zoals Lambert verwacht had, hun veilige vesting, of

46:16schoon Michiel die het gevaar inzag het hun verbood.

46:20In

46:21het vuur van de achtervolging hoorden ze hem echter niet, met het gevolg dat Michiel plotseling met twee andere jongens tegenover Lambert en zeven anderen kwam te staan.

46:34Michiel werd door drie jongens besprongen, waaronder Lambert.

46:38Hij verdedigde zich wanhopig.

46:40Op hulp behoefde hij niet te rekenen, want ook de twee andere jongens hadden het te kwaad met een overmacht.

46:48Lambert was erin geslaagd met behulp van de andere twee Michiel op de grond te krijgen.

46:55Deze gaf het echter nog niet op en de drie jongens hadden handenvol werk aan hem.

47:04Michiel...

47:05spanden zich tot het uiterste in.

47:07Ze

47:08mochten de vlag niet krijgen.

47:10En reeds hoorde hij zijn medestrijders terugkomen.

47:14Ook Lambert hoorde het en met een vernieuwde woede vielen ze op Michiel aan.

47:19Ze sloegen en stomten hem.

47:22Maar plotseling was Michiel door uiterste woede geprikkeld en geslaagd overeind te komen.

47:30En boedend sloeg hij op Lambert los.

47:34Hij kreeg nu ook spoedig hulp.

47:37Barend Janszoon, een podige boerenjongen, had met zijn grote boerenknuister spoedig schoonschip gemaakt en Lammert met zijn konuiten werden gevangen genomen.

47:49Spoedig was het gevecht nu beëindigd en Michiel veegde zich het zweet van het gezicht, bracht zijn gehavende kleding weer wel in orde, had een grote scheur in zijn buis en

48:02ineens dacht Michiel eraan.

48:04dat hij van zijn werk was weggelopen.

48:06Hij schaamde zich diep.

48:08Wat zou moeder nu zeggen?

48:10Hij zou al weggejaagd worden.

48:12En met hangende pootjes keerde hij terug naar de touwbaan.

48:16De baas was met enige maats aan het werk.

48:20En met gebogen hoofd kwam hij binnen.

48:24Zo, zei baas Joris zo spotten.

48:28Kom je ook nog eens kijken.

48:30Je werk is zeker al klaar, hè?

48:33Michiel antwoordde niets.

48:35En het was een deerniswekkend gezicht die tienjarige jongen daar als een betracht misdadiger te zien staan.

48:43Je hebt zeker nogal plezier gehad, hè, dat je er zo prachtig uitziet.

48:48Ach ja, baas, de jongens plaagden me zo en...

48:52Ach,

48:54stuur me toch niet weg, baas.

48:57Mijn moeder zal zo verdrietig zijn.

49:00Och, mocht ik maar naar zee.

49:03Wat, naar zee?

49:05Jij zeker?

49:06Je zou weglopen als je het cel moest hijsen.

49:09Met een eindeertouw voor je broek, dat moest je hebben.

49:12En meteen wilde hij de daad bij het woord voegen, maar hij kwam niet zover.

49:19Laat het maar, Joris.

49:21Klonk plots een rustige en deftige stem.

49:25In de deur stond de heer Lamsens en naast hem de potige figuur van de bruinvis.

49:32Wat heeft die jongen op zijn geweten, Joris, dat je zo van de kook bent?

49:38Wel, antwoordde Joris een verontwaardigd.

49:41In plaats van te werken, gaat die belhammel er de hele middag vandoor met zijn konuiten.

49:48Zo,

49:50lampens,

49:53fronsten

49:56de wenkbrauwen.

49:57Dat is niet zo mooi.

50:00En nu raast hij altijd maar over de zee, alsof hij daar ook iets van terecht zou brengen.

50:06Aha, en waarom wil je zo graag naar zee?

50:10Zei het ook Michiel.

50:12Waarom, meneer?

50:15Ik keek hem open en eerlijk aan, omdat ik voel dat ik daar thuis zou zijn.

50:21En dat ik daar alles zou kunnen leren.

50:25Ja, maar jongen, dat kun je nu wel denken.

50:28Maar je hebt de zee nog nooit bevaren.

50:30Dus hoe kun je nou weten of je daar wat zou kunnen leren?

50:35Dat weet ik niet, meneer, maar ik voel dat ik het zou kunnen.

50:40Het gezicht van de heer Lamsens drukte twijfel uit.

50:47Nu...

50:48fluisterde echter de heer Bruinvis, die zich tot nu toe afzijdig gehouden had, hem iets in het oor.

50:55Even stonden ze fluisterend te praten en

51:00toen wendde Lamsens zich weer tot Michiel en zei, Nu jongen, deze man getuigt nogal goed voor je.

51:08Ga nu maar naar huis, kom ik vanavond eens met je vader praten.

51:12Zal ik eens horen hoe hij over de zeevaart denkt.

51:17Michiel is gezegd,

51:18was even opgeklaard, maar toen verzonderde hij het weer.

51:24Mijn vader geeft toch geen toestemming, zei hij misdroodstig.

51:29Nu, vooruit maar, ik zal mijn best voor je doen.

51:33Hoor, of schoon, ik niet weet of je het verdient.

51:36En Michiel bedankte hem en vertrok, vrolijk en hoopvol gestemd, naar huis.

51:47Michiel krijgt zijn zin.

51:54Zijn vader...

51:56Het was niet in zo'n best humeur, want hij had al gehoord dat Michiel ze smiddags met een troep schooljongens gezien was.

52:05Wat heb je je vanmiddag weer uitgespoot, bromde hij nors.

52:09Ik ben met de jongens meegeweest naar de duinen, vader, zei Michiel eerlijk.

52:14En ben je nou zomaar weggelopen van je werk?

52:18Ja, vader, en Michiel boog zijn hoofd.

52:22En ben je nu weer weggejaagd, zeker?

52:25Weggejaagd nog niet, vader, maar het zal er misschien wel over komen.

52:30Zo.

52:31De ruiter wou uitvaren, maar hij beheerste zich.

52:35Het hielp toch niets.

52:37Wat moet ik dan met je beginnen?

52:40Laat me naar zee gaan, vader.

52:43Nee, dat nooit en daarmee uit.

52:47Vanavond komt meneer Lamsens hier, die wou met u praten, vader.

52:52O, dan zal het wel wat te horen krijgen over je.

52:56En met een somber gezicht vertrok Adriaan de ruiter naar de brouwerij.

53:01Hij wist zich geen raad meer met de jongen.

53:05Het zou misschien toch het beste maar zijn om hem naar zee te sturen.

53:10Hij moest het dan maar aan de heren overlaten.

53:13Hier kwam niets van hem terecht.

53:15Afijn, eerst maar eens afwachten wat de heer Lamsens te zeggen had.

53:20Dan kon hij altijd nog zien.

53:23S'avonds bracht Lamsens het beloofde bezoek.

53:27De bruinvis was er ook bij.

53:30Nadat zijn vader Adriaan en moeder Alida de Ruiter begroet hadden, begon Lamsens het gesprek.

53:38Ik wou het eens over uw zoon hebben eruit.

53:42Kan meneer, misschien kunt u me een goede raad geven wat ik met hem beginnen moet.

53:47Ik denk dat u hem het beste maar naar zee kunt sturen.

53:52In de touwbaan wordt het toch niets met hem.

53:55Dan staat hij altijd te suffen en zijn geest gaat er dood.

54:00Ja, maar het is de vraag of dat op zee anders zou zijn.

54:04En dan erbij is het zeeleven een beestenleven.

54:10Dat is wel een beetje bout gesproken, de ruiter.

54:13Er zijn ook veel goede zeelui.

54:16En op de zeevaart zal hij niet suffen ook.

54:19Die verzekering durf ik u wel te geven, mengde de bruinvis zich in het gesprek.

54:25Wat zegt u ervan, moeder?

54:27vroeg de ruiter aan zijn vrouw, die tot nog toe stil geluisterd had.

54:33Ach, vader, dat weet je wel.

54:36Mijn hart bloedt als ik hem af moet staan.

54:40Maar als de heer Lamsens oordeelt dat dat het beste voor hem is, en

54:45als het godswil is,

54:46Dan zal ik hem niet tegenhouden.

54:49Dus, de ruiter, vraagt Lamsens, als u toestemming geeft, dan kan hij op een van mijn schepen geplaatst worden als scheepsjongen.

54:58En dan zal ik zorgen dat hij onder goede leiding komt te staan.

55:02Nu, als er dan iets anders op zit, meneer, dan moet het maar.

55:07En dan hoop ik dat de heren met hem is.

55:11Tevreden, vertrokken de heer Lamsens en de bruinvis.

55:15Terwijl moeder Alida zich naar boven begaf om haar kind aan de hoedegods op te dragen.

55:26Besluit.

55:27De volgende morgen, toen Michiel wakker was,

55:31werd het voor hem zo vreugdevolle nieuws meegedeeld.

55:36Hij viel zijn moeder vol vreugde om de hals.

55:41O, moeder, mag ik eindelijk naar zee?

55:44riep hij uitgelaten.

55:47Ja, Michiel, ben je nu zo blij?

55:49dat je je vader en moeder gaat verlaten?

55:53Michiels gezicht betrok.

55:55Nee, moeder, daar ben ik niet blij om.

55:58Ik wou dat u ook mee kon.

56:01En moeder Alida glimlachte.

56:03Maar er blonken tranen in haar ogen.

56:05Zij wilde het beste voor haar jongen.

56:08Haar hart bloedde.

56:10Maar ze gaf het over in de hand van hem, die alleen wist wat het beste voor hem was.

56:17De dagen die nu volgden, werden gebruikt.

56:21Om Michiel zijn uitrusting in orde te maken.

56:24Moeder Alida wilde dat hij tenminste goed beslaagd ten eis kwam.

56:28En spoedig brak de dag aan dat Michiel afscheid van zijn ouders nam.

56:33En de vaderlandse kusten de rug toekeerde.

56:37Om een leven vol van gevaren tegemoet te gaan.

56:43Zij die de zee bevaren met schepen rijk bevracht.

56:49Zien op de grote baren.

56:52Gods wijsheid, gunst en macht, daar leren zij de daan.

56:58Des heren klaar bemerken en in de diepe paan zijn wonderwerken.

57:05En dat heeft de kleine Michiel ook mogen ervaren.

57:09En Gods wijsheid, gunst en macht heeft hem een groot man gemaakt voor ons vaderland.

57:17Een groot man die dikwijls als een kleine Michiel voor de grote God gebogen lag.

57:24Zodat de vijanden banger waren voor zijn gebeden dan voor zijn kanonnen.

57:30En

57:32in zijn leven heeft hij ook mogen ervaren.

57:35God baande door de woeste baren en brede stromen ons een pad.

57:43Daar rees zijn lof op stem en snaren nadat hij ons beveiligd had.

57:50Hij zal eeuw uit, eeuw in regeren.

57:55Zijn oog bewaakt het heidendom.

57:58Hij zal de afvaligen verneren.

58:01Hij keert hun trots ontwerpen om.

58:07En met dit vers eindigt deze geschiedenis over de jeugd van de kleine Michiel de Ruiter.

58:16We gaan ook luisteren naar dit vers en daarmee ook het tiende van Psalm 66.

58:24Het

58:26is de derde vers van Psalm 66 en het tiende vers.

58:30Dank u allen heel hartelijk voor het luisteren.

58:34Wensen u voor morgen een gezegende zondag en hopen u op een ander moment weer te mogen ontmoeten met een nieuw verhaal.

58:43[GEZANG]