0:00[GEZANG]
10:17...en die was en die komen zal.
10:20En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
10:24En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
10:28De eerstgeborene uit de doden.
10:31En de overste van de koningen der aarde.
10:36Amen.
10:40Kom gemeente, laten we met elkaar zingen.
10:42En uit psalm 4, het derde vers.
10:45Dan zult gij recht naar het outer, dat is het altaar, treden.
10:50En offeren God een rein gemoed.
10:53En wat er verder volgt, derde vers uit psalm 4.
10:57De
10:58[GEZANG]
14:45kerk van alle tijden en alle plaatsen beleiden is van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof.
14:51Met de woorden van de twaalf artikelen.
14:54En zingen daarna uit psalm 116 het tiende vers.
14:59Ik zal uw naam met dankerkentenis verheffen.
15:04U al mijn geloof te brengen.
15:07En wat er verder volgt, de tiende vers van psalm 116...
15:12na de beleidenis van het geloof.
15:14En ieder van u spreekt met mij in zijn of haar hart.
15:19Al dus, ik geloof in God de Vader, de Almachtige...
15:25Schepper des hemels en der aarde...
15:28en in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heere...
15:34die ontvangen is van de Heilige Geest.
15:37Geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald
15:49ter helle.
15:51Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel.
15:57Zittende ter rechterhand gods des almachtige vaders, van waar hij komen zal om te oordelen.
16:07En de doden.
16:09Ik geloof in de heilige geest.
16:12Ik geloof één heilige.
16:15Algemene christelijke kerk.
16:17De gemeenschap der heiligen.
16:20Vergeving der zonden.
16:23Wederopstanding des vleesjes.
16:25En een eeuwig leven.
16:28Amen.
16:29[GEZANG]
18:01Op de behandeling van zondag 26 vindt u de schriftlezing opgetekend in het evangelie naar de beschrijving van Johannes.
18:09En
18:11we lezen daar het elfde hoofdstuk vanaf vers 1 tot 28.
18:17Dus
18:20de schriftlezing voor vanavond is Johannes 11 vanaf vers 1 tot 28.
18:29En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus van Bethanië, uit het vlek van Maria en haar zuster Marta.
18:37Maria nu was degene die de heren gezalfd heeft met zalf en zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren, welke broeder Lazarus krank was.
18:47Zijn zusters dan zonden tot hem, zeggen de heren, zie die gij lief hebt is krank.
18:54En Jezus dat horende zeide, deze krankheid is niet tot de dood, maar ter heerlijkheid Gods, opdat de zonen Gods door dezelfde verheerlijkd wordt.
19:06Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief.
19:11Als hij dan gehoord had dat hij krank was, toen bleef hij nog twee dagen in de plaats waar hij was.
19:18Daarna zei hij verder tot de discipelen, laat ons wederom naar Judea gaan.
19:25De discipelen zeiden tot hem, Rabbi, de Joden hebben u nu onlangs gezocht te stenigen en gaat gij wederom derwaarts?
19:35Jezus antwoordde, zijn er niet twaalf uren in de dag?
19:40Indien iemand in de dag wandelt, zo stoot hij zich niet overmits hij het licht deze wereld ziet.
19:48Maar indien iemand in de nacht wandelt, zo stoot hij zich overmits het licht in hem niet is.
19:54Dit sprak hij en daarna zei hij tot hen, Lazarus onze vriend slaapt, maar ik ga heen om hem uit de slaap op te wekken.
20:04Zijn discipelen dan zeiden, heren, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.
20:10Doch Jezus had gesproken van zijn dood, maar zij meenden dat hij sprak van de rust des slaaps.
20:17Toen zeide dan Jezus tot hen vrijuit, Lazarus is gestorven.
20:23En ik ben blijde om uwentwil dat ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt.
20:30Doch laat ons tot hem gaan.
20:32Thomas de Andergenaam, Didymus, zei tot zijn mededisciplen, laat ons ook gaan, opdat wij met hem sterven.
20:42Jezus dan gekomen zijnde vond dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.
20:47Bethanië, nu was het nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadieën vandaar.
20:53En velen uit de Joden waren gekomen tot Marta en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder.
21:01Marta dan, als zij hoorde dat Jezus kwam, ging hem tegemoet.
21:06Doch Maria bleef in huis zitten.
21:09Zo zei Marta dan tot Jezus, Heren, waart gij hier geweest?
21:14Zo waren mijn broeder niet gestorven.
21:17Maar ook nu weet ik dat alles...
21:20Wat gij van God begeren zult, God u het geven zal.
21:25Jezus zeide tot haar, uw broeder zal weder opstaan.
21:30Marta zeide tot hem, ik weet dat hij opstaan zal in de opstanding ter laatste dagen.
21:37Jezus zeide tot haar, ik ben de opstanding en het leven.
21:43Die in mij gelooft zal leven, al waren hij ook gestorven.
21:50En een iegelijk die leeft en in mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid.
21:58Gelooft gij dat?
22:00Ze zeiden tot hem, ja, heren, ik heb geloofd, dat gij zijt de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komen zou.
22:11En dit gezegd hebbende ging zij heen en riep Maria, haar zuster, heimelijk zeggende,
22:19De meester is daar en hij roept u.
22:23Tot zover de schriftlezing.
22:27Laten wij nu eerst de heren vragen om zijn onmisbare zegen.
22:32Laten wij bidden.
22:38Heren, u bent de getrouwe, de onveranderlijke verbondsgod.
22:44En omdat u niet verandert, zijn wij nog niet verteerd.
22:50Daarom mogen wij hier vanavond voor de tweede keer in uw huis zijn onder de verkondiging van uw woord.
22:58Of dat we thuis zijn en meeluisteren, met de gemeente verbonden zijn op afstand.
23:07Misschien graag hier hadden willen zijn, maar niet konden, of welke reden dan ook.
23:15Als het geen geldige reden is, Heere, geef dan nog een beschamende zegen.
23:23Maar ook, Heere, de zieken onder ons die in het ziekenhuis verblijven, we dragen ze aan u op.
23:32Wat is het nodig om nou steeds weer en in alles te zien dat u het bent die ons leven leidt en stuurt.
23:45Om het dan ook in alles alleen van u te verwachten.
23:49Zo dragen we ook de gemeente aan u op, heren.
23:52U kent ons, u weet wie we zijn.
23:55U weet wat onze gedachten zijn.
23:59U weet wat onze gevoelens en verlangen zijn.
24:03U kent ons door en door.
24:05Veel beter dan dat wij onszelf kennen.
24:09En daarom hebben we nodig de werking, de bedoeling.
24:12De ontdekking en overtuiging van uw geest.
24:17Het is toch die geest.
24:20Die de genade, de geest der genade en der gebeden wordt genoemd.
24:25Heren vervul ons daarmee.
24:28En al dat we leven zouden tot uw eer.
24:32Dan hebben we bekering nodig.
24:35We hebben wedergeboorte nodig.
24:37Dat wonderlijke werk wat u zonder ons in ons werkt.
24:44En wat een voorrecht is het hier om op de erven van het verbond geboren te zijn.
24:51Het teken en zegel van het doop aan ons voorhoofd te hebben.
24:58Maar als er geen waarachtige vruchten zijn van geloof en bekering.
25:04Heren zal het eenmaal nog tegen ons getuigen.
25:07Bewaar ons daarvoor.
25:10En omdat wij u zouden kennen.
25:14Werk nog door de werking en de kracht van uw heilige geest.
25:18Dat ware geloof.
25:21Wat de heilige geest door het evangelie in onze harten werkt.
25:27Dat vertrouwen dat niet alleen anderen maar ook mij.
25:31De vergeving van zonden.
25:34Ewige gerechtigheid en zaligheid geschonken is.
25:38En dat om de verdiensten van Christus.
25:42Heren werk zo nog in jong en oud.
25:45En werkt nog heren in ons land.
25:49Waar zoveel verwarring is.
25:53Waar uitzichtloos is.
25:56Waar mensen zijn die geen perspectief hebben.
26:01Waar jongeren zijn die niet meer weten hoe het moet.
26:05En we bidden heren als wij u mogen kennen.
26:09Dan komt er uitzicht.
26:12Dan komt er ook verlangen.
26:16Dan zien we uit naar uw wederkomst op de wolken des hemels.
26:21En heren, werk dat nog.
26:23Maar gedenk zo ons land en volk.
26:28Als er een regering geformeerd wordt.
26:31Heren, we bidden bijzonder voor mensen die wensen te regeren overeenkomstig uw woord.
26:40En
26:41breek dan ook het werk van Satan.
26:44Die zich verzet tegen alles.
26:47Wat van u is.
26:49We dragen het koningshuis aan u op heren.
26:54Gedenk onze koning met zijn vrouw en de kinderen.
26:59En opdat ze u leren kennen.
27:02Wat een wonder zal het zijn heren.
27:05Als ze mogen getuigen van de hoop die in hen is.
27:10En daarom we hebben waarachtige bekering nodig.
27:14In het koningshuis.
27:16In de regering onder ons land en volk.
27:20Ja in de wereld.
27:21En zegen daartoe ook alle arbeid.
27:24Het werk van evangelisatie en zending.
27:28Het werk wat gedaan wordt onder de vervolgde kerk.
27:32We dragen de broeders en zusters aan u op.
27:35Heren die lijden.
27:37Om de beleidenis van uw naam.
27:40Die op de vlucht zijn.
27:42Wiens leven in gevaar is.
27:45Maar werk leidzaamheid.
27:48En opdat ze mogen volharden tot het einde toe.
27:52En we weten het, heren.
27:54Zij zijn in gebed voor ons.
27:57De kerk van het Westen.
28:01Die in slaap is gevallen.
28:05En dan is nog maar de vraag wie er vervolgd worden.
28:10Heren, we bidden.
28:12Maak eerlijk.
28:14Door de werking en de bediening van uw geest.
28:17We dragen het Joodse volk aan u op.
28:22In spanning, voortdurende oorlogsdreiging.
28:26Het
28:28volk wat gehaat wordt.
28:30En ook in ons land het antisemitisme.
28:34Heren, breek het nog.
28:36Want het gaat ten diepste niet om vijandschap tegen uw volk.
28:41Maar vijandschap tegen u.
28:45En daarom, heren, sta nog op tot de strijd.
28:49Maar opdat ook uw oude bondsvolk tot...
28:53De hartelijke erkenning komen.
28:56Dat Jezus de Nazarener.
28:59De Messias is.
29:02Die verwacht werd en gekomen is.
29:06Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.
29:11Is gekruisigd.
29:13Gestorven en begraven.
29:16Neder gedaald ter helle.
29:18Maar ook ten derde dagen is opgestaan van de doden.
29:24En heren als wij het vanavond hebben over het sacrament van de heilige doop.
29:30Laat het zien dat het gaat om de inlijving van Christus.
29:37Om nu met hem onder te gaan.
29:40Maar ook met hem op te stammen.
29:43In een nieuw godzalig leven.
29:47De wereld verlaten.
29:49Onze oude natuur doden.
29:52En in een nieuw godzalig leven wandelen.
29:56Heere, gedenk zo nog naar de grootheid van uw genade.
30:01Maak uw woord nog krachtig tot de eer van uw naam.
30:07Geef zo wat nodig is op de kansel en onder de kansel.
30:12Onthoud ons de werking van uw geest niet.
30:15We vragen het van u.
30:17Om Christus wil alleen.
30:20Amen.
30:24In de dienst der offerhanden worden van u een drietal gaven gevraagd.
30:28De eerste collecte is bestemd voor Adelam.
30:31De tweede voor de kerk Volgdij.
30:33En de derde voor de aflossing van de kerk.
30:36Alle collecten van harte in uw milddadigheid aanbevolen.
30:41De heren zegenen u en uw liefde gaven.
30:45Wij gaan zingen met elkaar.
30:48Uit Psalm 51.
30:50En we zingen daarvan het eerste vers.
30:53Gena, o God, gena.
31:05Wij noemden u het eerste en het vierde vers uit Psalm 51.
31:10[GEZANG]
38:06Gemeente aan de beurt van behandeling is zondag 26 uit de Heidelbergse katechismes.
38:13De vragen 69, 70 en 71.
38:19En dan wordt er gevraagd in vraag 69.
38:22Hoe wordt gij in de heilige doop vermaand en verzekerd.
38:28Dat de enige offerande van Christus aan het kruis geschiet u ten goede komt.
38:36Antwoord al zo dat Christus dit uitwendig waterbad ingezet.
38:42En daarbij toegezegd heeft dat ik zo zekerlijk met zijn bloed en geest van de onreinheid mijner ziel, dat is van al mijn zonden, gewassen
38:54ben, als ik uitwendig met het water, hetwelk de onzuiverheid des lichaams pleegt weg te nemen, gewassen ben.
39:05Wat is dat, met het bloed en de geest van Christus gewassen te zijn?
39:10Antwoord, het is vergeving.
39:12...der zonde van God uitgenade te hebben om des bloeds van Christus wil...
39:19...hetwelk Hij in zijn offerande aan het kruis voor ons uitgestort heeft...
39:25...daarna ook door de Heilige Geest vernieuwd...
39:29...en tot lidmate van Christus geheiligd te zijn...
39:33...opdat wij hoe langer hoe meer de zonde afsterven...
39:37...en in een godzalig, onstraffelijk leven wandelen.
39:42Vraag 71, waar heeft ons Christus toegezegd dat hij ons zo zekerlijk met zijn bloed en geest wassen wil als wij met het doopwater gewassen worden?
39:54Antwoord, in de inzetting des doops, welke al zo luid, ga dan hene, onderwijst al de volken dezelfde dopende in de naam des vaders en
40:07des zoons.
40:08En des heilige geestes.
40:10Matthäus 28 vers 19.
40:12En die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn zal zalig worden.
40:18Maar die niet zal geloofd hebben zal verdoemd worden.
40:22Markers 16 vers 16.
40:24Deze belofte wordt ook herhaald waar de schrift de doop het bad der wedergeboorte en de afwassing der zonden noemt.
40:32Titus 3 vers 5.
40:35En handelingen 22 vers 16.
40:39Tot zover zondag 26.
40:41En in zondag 26 worden wij bepaald bij de toezegging van het offer van Christus.
40:50De toezegging van het offer van Christus.
40:54Een drietal gedachten.
40:56In de eerste plaats de betekenis van de doop.
40:59In de tweede plaats de waarde van het bloed.
41:04En in de derde plaats de noodzaak van het geloof.
41:07De toezegging van het offer van Christus.
41:11In de eerste plaats de betekenis van de doop.
41:15Ten tweede de waarde van het bloed.
41:18En in de derde plaats de noodzaak van het geloof.
41:25Gemeente, dat geldt voor het heiligavondmaal.
41:29Maar dat geldt ook voor de doop.
41:36Een sacrament dat is een zichtbaar waar teken en zegel van God ingesteld.
41:46Dus u moet in de schrift ook de instellingswoorden kunnen vinden.
41:52Anders is het geen sacrament.
41:56Maar wij vinden de instellingswoorden zoals u dat net uit vraag en antwoord 71 hoorde.
42:04Dat de discipelen de opdracht krijgen om het evangelie te verkondigen.
42:09Dezelfde onderwijst al de volken, dezelfde dopende in de naam des vaders en des zoons en des heilige geestes.
42:19Een sacrament en dat betekent dat het geloof nodig is om de waarde van het sacrament te
42:31peilen.
42:32Maar daarom heeft God ook het sacrament aan zijn kerk gegeven.
42:36Namelijk om het geloof te versterken.
42:41Dus het geloof wordt niet gewerkt door de sacramenten.
42:45Dat doet de Heer door zijn woord.
42:48Maar hij versterkt het geloof door het gebruik van de sacramenten.
42:53Dat geldt ook voor het sacrament van de heilige doop.
42:58En dan is de grote vraag of wij niet...
43:03Dopen uit gewoonte.
43:07Daarvoor worden de doopouders vragen gesteld.
43:11Maar wij moeten dicht bij onszelf blijven.
43:15Dicht bij ons hart blijven.
43:17En als de heren uw kinderen geschonken hebben.
43:20En u hebt ze ten doop mogen houden.
43:23Hebt u dan niet gedoopt uit gewoonte.
43:27Omdat het er nu eenmaal bij hoort.
43:30Een indrukwekkende ceremonie.
43:33Een bijzondere ceremonie.
43:36Maar wij dopen niet uit gewoonte.
43:41En ook niet uit bijgelovigheid.
43:44Ook dat gebeurt nog wel eens.
43:47Ook onder onze kringen.
43:49Dat wij denken wij moeten toch snel ons kind laten dopen.
43:54Stel je voor dat het ziek wordt.
43:56Of anderszins.
43:58Dan dopen we het uit bijgelovigheid.
44:03Maar als u de dooppraktijken zet naar de praktijk van het heiligavondmaal.
44:12En ziet u dan dat
44:16beide sacramenten gelijkwaardig zijn.
44:20Of is het ook in uw gemeente zo dat, ja het is toch vanzelfsprekend dat wij onze kinderen laten dopen.
44:34Of beseft u dat
44:39we...
44:41Om nou werkelijk de waarde van het sacrament te peilen.
44:46Dat daarvoor het geloof nodig is.
44:51Want het sacrament van de doop heeft een diepe betekenis.
45:00Hoe wordt gij in de heilige doop vermaand en verzekerd.
45:07Dat de enige offerande van Christus aan het kruis geschiet u ten goede komt.
45:17En verstaan wij dan ook die diepe betekenis?
45:22Het is nodig om dat te zien.
45:25Nodig zo om uw eigen doop te verstaan.
45:31En daarom ook ons doopformulier is daar duidelijk in.
45:35Wij dopen tot Gods eer, tot
45:40onze troost en tot stichting van de gemeente.
45:46Brakel zegt in zijn redelijk godsdienst.
45:49Als het sacrament van de doop bediend wordt.
45:51Dan moet u weer terugdenken aan uw eigen doop.
45:55En dat u eenmaal in de armen van uw vader of moeder.
45:59Bij het doopfond gehouden bent.
46:02En het teken en zegel van de doop ontving.
46:08Beseft u wat het betekent.
46:11Dat u het sacrament van de doop hebt ontvangen.
46:15De onderwijzer zegt.
46:18Dat de heilige doop ons vermaand.
46:22En vermanen dat betekent onderwijzen.
46:26Dat
46:27betekent ook aansporen.
46:30Het betekent ook berispen.
46:34En
46:35dat laat zien dat het sacrament van de heilige doop niet een
46:42vrijblijvendheid is.
46:44Wij worden door dat sacrament vermaand en
46:49verzekerd.
46:55Dus daar ligt vastheid in.
46:59Het is een zekerheid.
47:02Of zoals ik de apostel Paulus hoor jubelen.
47:05Ik ben verzekerd.
47:11Daarvoor is het sacrament bedoeld.
47:15Of gemeente twijfelt u.
47:19Twijfelt u of het ook wel voor u is.
47:26Zijn de beloften nou ook voor u?
47:29Heeft nou ook de Heere u op het oog?
47:33Als hij zijn beloften laat bekendmaken.
47:36Als hij de beloften laat verkondigen.
47:40Want dan moet u één zondag terugslaan, zondag 25.
47:44Als het gaat over de betekenis van de sacramenten in het algemeen.
47:49Dan zijn het zichtbare waartekenen en zegelen die ons de belofte van het evangelie des te duidelijker doen verstaan.
48:00Dus de Heere geeft het teken zodat wij begrijpen wat de Heere belooft.
48:08En vraag een antwoord 66 uit zondag 25.
48:12Geeft daar nog als bijzondere verklaring bij.
48:15Wat zijn dan de beloften van het evangelie?
48:18De beloften van het evangelie zijn de beloften van het eeuwige leven en de vergeving van zonde.
48:25Want zonder vergeving van zonde kan niemand het koninkrijk gods ingaan.
48:32Er gaat niets in wat ontreinigt.
48:35De vergeving van zonde en het eeuwige leven.
48:42Dus dat is u.
48:45Ik ga er maar even van uit dat u al een gedoopt voorhoofd hebt.
48:50Dat is u beloofd.
48:51Jongens, dat is jullie beloofd.
48:55Er ligt een erfenis gereed.
48:59De erfenis van het eeuwige leven.
49:03En de vergeving van zonde.
49:08Je mag het nooit meer vergeten.
49:12Maar dat
49:15is wat de Heere belooft.
49:19Toezegt.
49:24Vermaand en verzekerd.
49:30Dat de enige offerande van Christus aan het kruis geschiet u ten goede komt.
49:38Het
49:41offer van Christus komt u ten goede.
49:49Gemeente, dat zou toch ons
49:53hart moeten breken.
49:54Als
49:57u daarover nadenkt.
50:06Ja, maar is Christus dan voor iedereen gestorven?
50:10Dat zeg ik niet, gemeente.
50:15En wij kunnen daar heel ingewikkeld over doen.
50:17Daar kan u een avond mee vullen.
50:19Voor wie is Christus gestorven?
50:22En de een zegt voor zijn uitverkorenen.
50:25De ander zegt voor degene die zijn verschijning hebben liefgekregen.
50:29Een derde zegt voor de gelovigen.
50:31Een vierde zegt voor zijn verbondskinderen.
50:37Maar weet u voor wie Christus gestorven is?
50:42Die is voor zijn vader gestorven.
50:46Om zijn vader en kerk.
50:50Een gemeente te vergaderen uit het ganse menselijke geslacht en eeuwige leven.
50:58Om de Vader alle lof en eer toe te brengen tot in de eeuwigheid.
51:05Dat
51:11offer van Christus komt u ten goede.
51:16Maar
51:20nu gaat het erover, gemeente, om onze doop te verstaan.
51:24En
51:28daarom heb ik het ook het thema zo genoemd.
51:31De toezegging van het offer van Christus.
51:36U begrijpt het doopformulier pas echt.
51:40Als u het leest vanuit de toezegging.
51:44Wat de Heere nou belooft.
51:47En
51:51dat ziet u ook terug in deze zondagsafdeling.
51:54In zondag 26.
51:55Het gaat om wat de Heere ons toezegt.
52:01En
52:05daarom geeft hij een.
52:08Een uitwendig waterbad.
52:13En waarom dat water?
52:16Nou jongens en meisjes.
52:17Als
52:19je nou eens flink aan buitenspelen geweest bent.
52:22En je bent van onder tot boven zit je onder de modder.
52:25Wat zegt je moeder?
52:27Eerst maar eens wassen.
52:30Dus dat water dat wijst de onreinheid aan.
52:38En daarom.
52:39Dat hebt u nodig.
52:41Want u bent al een.
52:44En jullie jongens en meisjes en ik, wij allen zijn in zonde ontvangen en geboren.
52:51En daarom kinderen des torens.
52:56En
53:02daar moet u aan ontdekt worden.
53:04Dat is nou de werking en de kracht van de Heilige Geest, dat u dat gaat zien.
53:11En dat het nodig is, nodig is om gewassen en gereinigd te worden.
53:20En daarom dat uitwendige waterbad.
53:23En daar gaat het over in de sacramenten.
53:26Dat geldt niet alleen voor de heilige doop, maar ook voor het heiligavondmaal.
53:30Het draait alles om het offer van de Heer Jezus Christus.
53:36Zijn verdiensten.
53:39Zijn volbrachte middelaarswerk.
53:42Dat hij zijn bloed heeft gestort.
53:45En dat tot verzoening.
53:49En daarom een teken.
53:52Een teken, dat wil zeggen dat is een symbool, een verhaal, een aanduiding.
53:59Het maakt iets duidelijk waardoor wij het gaan verstaan wat God ons toezegt.
54:06En
54:09daarom dat uiterlijk waterbad.
54:13Maar zoals de katechisme zegt, dat ik zo zekerlijk...
54:19Met zijn bloed en geest van de onreinheid mijn ziel.
54:23Dat is van al mijn zonden gewassen ben.
54:26Als ik uitwendig met het water.
54:29Terwijl ik de onzuiverheid des lichaams pleegt weg te nemen.
54:33Gewassen ben.
54:36Ziet u het?
54:38Zo zeker.
54:44En wat is het nodig gemeente.
54:46Om uit die zekerheid ook te leven.
54:52Dan komt de Heer aan zijn eer.
54:55In uw leven.
54:56Dat betekent dat u niks meer bent.
54:59Dat u gestorven bent aan alles wat van u is.
55:04Dat u niet meer meetelt.
55:06Dan hoef ik niet meer de gevierde predikant te zijn.
55:09Of de gevierde amstdrager.
55:14Maar dan mag ik van genade leven.
55:20Dan sta ik in de vrijheid waarmee Christus vrij maakt.
55:27Zo zeker is
55:31dat offer.
55:32Is dat bloed.
55:34Dat reinigt van alle zonden.
55:38En zo zeker.
55:41Dat het niet alleen voor anderen is.
55:44Maar ook voor mij.
55:45Denkt u maar aan zondag zeven.
55:47Dat vertrouwen wat de heilige geest in mijn hart werkt.
55:51Dat niet alleen anderen.
55:53Maar ook mij.
55:55Vergeving van zonden geschonken is.
55:58Ewige gerechtigheid en zaligheid.
56:02En als het zo vast ligt, dan gaat het ook omdraaien.
56:05Dat niet alleen mij, maar ook anderen vergeving van zonden geschonken is.
56:17Zo zeker met dat bloed van de Heer Jezus Christus en zijn geest.
56:25Van al mijn zonden gewassen.
56:34Misschien is dat wel de sleutel.
56:37Misschien helpt u dat als het gaat over de betekenis van de doop.
56:43U wordt niet gedoopt omdat u gelooft.
56:50Maar u wordt gedoopt opdat u gelooft.
56:57Opdat u Christus mag omhelzen in de belofte van het evangelie.
57:04En daarom moeten de beloften ook verkondigd worden met het bevel van geloof en bekering.
57:14Maar die belofte, die gaat de Heer nou in het sacrament van de doop, gaat hij die verzegelen.
57:27Opdat het vast komt te liggen.
57:30Zo werkt de versterking van het geloof.
57:35Opdat u het ziet.
57:36Hij weet dat u zwak bent.
57:40Klein van krachten, zwak.
57:43En daarom, om dat geloof te versterken, geeft hij het sacrament.
57:49Van de heilige doop.
57:51Dus niet omdat u gelooft.
57:54Maar op dat u gelooft.
57:58Zoal uw doop leren verstaan.
58:02Het was onze eerste gedachte.
58:04De betekenis van de doop.
58:06We gaan naar onze tweede gedachte.
58:07De waarde van het bloed.
58:11Want dat is de vraag.
58:14In vraag en antwoord 70.
58:17Wat is dat met het bloed?
58:19En de geest van Christus gewassen te zijn.
58:26Wat is het moeilijk gemeente.
58:29Om nou zeg maar.
58:31De vertaalslag te maken van dat water.
58:36Naar het bloed van de Heer Jezus Christus.
58:39Naar dat uiterlijke waterbad.
58:42Naar de diepe, diepe betekenis.
58:45En dan niet in het algemeen.
58:48Maar wat betekent het nu voor mij persoonlijk.
58:58Begrijpt u het?
59:00Begrijpt u wat de beloften van het evangelie zijn en wat de Heere u toezegt?
59:10Begrijpt u de diepe betekenis van de doop?
59:15Zou u het willen begrijpen?
59:20En misschien dat er wel iemand is vanavond die zegt, ja maar het is toch bijzonder.
59:24Het is toch zo indrukwekkend.
59:27Het sacrament van de heilige doop was...
59:31Kinderen van de gemeente dat teken en zegel van Gods verbond ontvangen.
59:39Ja gemeente.
59:41Maar er is ook een andere kant.
59:46Wij kunnen het verbond kunnen wij
59:51overschatten.
59:53We kunnen het ook onderschatten.
59:57En daarmee overschatten wij ook de doop of onderschatten wij de doop.
1:00:04Gods trouwverbond.
1:00:09Het is een teken en zegel van Gods verbond.
1:00:15Hij richt een verbond der genade met ons op.
1:00:21Daarom worden we gedoopt in de naam des vaders.
1:00:26Omdat hij ons met alle goed verzorgen wil.
1:00:30Alle kwaad van ons weren of ten onze beste keren wil.
1:00:35Een bijzonder voorrecht.
1:00:37Maar ik zei u al, er is ook een andere kant.
1:00:42En misschien vergis ik me.
1:00:45Ik hoop me dat ik me vergis.
1:00:49Een kant die misschien minder belicht wordt.
1:00:52Ook omdat de ernst van het verbond ook onderbelicht blijft.
1:00:59En dat is namelijk de verbondswraak.
1:01:05Heb je er wel eens van gehoord?
1:01:07Heeft het u wel eens achtervolgd?
1:01:13Als u hoort vanavond dat de doop u vermaand en verzekert.
1:01:21Dat het offer van de Heer Jezus Christus u ten goede komt.
1:01:27En dat dat nou nog nooit u geraakt heeft.
1:01:31Moet u dan niet bang zijn, gemeente, voor de verbondswraak?
1:01:35U zegt, wat is dan de verbondswraak?
1:01:38De verbondswraak is zoals Paulus daarover schrijft in de Hebreeënbrief.
1:01:43Hoe zullen wij ontvlieden indien we op zo'n grote zaligheid geen acht hebben?
1:01:55En dat is nodig om het tegenover het verbondsautomatisme te zetten.
1:02:00Het verbondsautomatisme, dat is ik ben toch geboren op de erven van het verbond.
1:02:07Ik ben toch gedoopt en ik heb beleidenis gedaan.
1:02:10Ik ga toch aan het avondmaal.
1:02:13Wat doet u nog ingewikkeld?
1:02:14Het is allemaal toch voor elkaar.
1:02:18Het verbondsautomatisme.
1:02:23Maar er is ook nog een ander automatisme.
1:02:27Dat ik er automatisch niet bij hoor.
1:02:33En dat het automatisch mij niets te zeggen heeft.
1:02:38En daarom maakt de Heer zijn wraak bekend als wij op zo'n grote zaligheid geen acht hebben.
1:02:52Het gaat daarom om het bloed van de Heer Jezus Christus.
1:02:57Wat is dat met het bloed en de geest van Christus gewassen te zijn?
1:03:04Nou, dat wassen met zijn bloed.
1:03:08Dat is de vergeving van zonde.
1:03:15En als mijn zonden vergeven zijn, dan ligt het vlak tussen de Heren en mijn ziel.
1:03:24En dat weet u.
1:03:27Dat voelt u.
1:03:29Of het in orde is tussen de Heren en uw ziel of niet.
1:03:34U
1:03:37merkt of er wat tussen ligt.
1:03:40In uw gebeden.
1:03:42In uw Bijbellezen.
1:03:44Maar
1:03:48hij heeft zijn bloed gestort.
1:03:52Tot vergeving van de zonde.
1:03:55Daarom
1:03:58moest hij de vervloekte kruisdood sterven.
1:04:04Zijn lichaam laten breken.
1:04:07En zijn bloed laten vergieten.
1:04:11En prachtig gemeente als u daar de lijnen ziet.
1:04:14Van het oude testament naar het nieuwe testament.
1:04:18De heren heeft het al bekend gemaakt bij Mozes.
1:04:22Dat de ziel van het vlees is in het bloed.
1:04:27Waarom ik het u op het altaar heb gegeven.
1:04:30Leviticus 17.
1:04:33De ziel van het vlees.
1:04:36Het leven van het vlees is in het bloed.
1:04:39Als er iemand onwel wordt.
1:04:41Dan is het eerste wat je doet.
1:04:42Is er nog hartslag.
1:04:44Want als er nog hartslag is.
1:04:45Is er nog bloedsomloop.
1:04:48Het bloed is van vitaal belang.
1:04:55Het bloed is het leven.
1:04:58De ziel van het vlees.
1:05:02Is in het bloed.
1:05:04Waarom ik het u op het altaar heb gegeven.
1:05:07Daarom moest Christus zijn bloed geven.
1:05:11En heeft hij zijn bloed gestort.
1:05:15Tot een volkomen verzoening.
1:05:22En dat werkt daar op Golgotha.
1:05:25Dat daar en toen is
1:05:29nodig dat het hier en nu wordt.
1:05:32Zo heel persoonlijk.
1:05:35En daarom spreekt de onderwijzer niet alleen over het bloed van Christus, maar ook over de geest.
1:05:43De geest in zijn toepassende liefde.
1:05:49Omdat hij, en daarom bent u gedoopt in de naam des heilige geestes, omdat hij in ons wonen en toe-eigenen wil hetgeen wij in Christus
1:06:01hebben.
1:06:05En daarom is dat het teken van de doop.
1:06:08Ook een teken van afzondering.
1:06:13Afzonderd van de wereld.
1:06:15En prachtig gemeente.
1:06:17Als u daar weer het oude testament naast zet.
1:06:22De gang van de heren met het volk Israël.
1:06:27Hij heeft ze uit Egypte uitgeleid.
1:06:30Uit het diensthuis van Egypte.
1:06:33Met een sterke hand geleid door de Rode Zee.
1:06:39Het welk de doop beduid werd.
1:06:42Zegt ons doopformulier.
1:06:44Apart gezet.
1:06:45Apart gezet van alle andere volken.
1:06:50En zo wou hij met geen volken handelen.
1:06:53Hij maakte aan dat volk zijn verbondsgeheimenissen bekend.
1:07:00En zoals de heren dat oud testamentisch met het volk Israël doet.
1:07:05Doet hij dat nog heden ten dagen met de nieuw testamentische kerk.
1:07:09Met de Nieuw Testamentische gemeente.
1:07:12Hij maakt aan u zijn verbondsgeheimenissen bekend.
1:07:17Maar daarmee heeft hij u apart gezet.
1:07:20Jongens, je
1:07:23ouders hebben beloofd.
1:07:25Hebben er ja op gezegd.
1:07:29Dat hoewel je een kind des torens bent.
1:07:33De verdoemen is waardig.
1:07:36Dat
1:07:38je in Christus geheiligd bent.
1:07:41Dat wil zeggen één Christus afgezonderd.
1:07:46Afgezonderd van de wereld.
1:07:48Apart gezet.
1:07:51En dat wil hij niet doen met je buurjongen of met je schoolvriend.
1:07:55Dat doet hij met jou.
1:07:58Apart gezet.
1:08:00Opdat je het gaat zien dat dat offer van Christus ook mij ten goede komt.
1:08:09En opdat je de zonde zou te afsterven.
1:08:14De wereld zout verlaten.
1:08:18Ik had een man in mijn vorige gemeente.
1:08:21Hij leeft niet meer.
1:08:22Maar die had altijd problemen met dat woord verlaten.
1:08:25Wij kunnen de wereld niet verlaten, zei hij.
1:08:28Wij staan midden in de wereld.
1:08:30U moet zeggen, de wereld verzaken.
1:08:34Nou, dat is toch ook mooi.
1:08:36De wereld verzaken.
1:08:38Onze oude natuurdoden.
1:08:42Ga er maar aan staan.
1:08:44En in een nieuw godzalig leven wandelen.
1:08:49Dat is wat de Heer ervan u vraagt.
1:08:53Eist.
1:08:55Daartoe vermaand en verzekert ons het sacrament van de heilige doop.
1:09:04U zegt, hoe moet het?
1:09:07Hoe kan ik de wereld verlaten, mijn oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen?
1:09:16Het kan alleen gemeente door het volbrachte werk van de Heer Jezus Christus.
1:09:24Het is zijn offer.
1:09:26Het is zijn bloed dat reinigt van alle zonden.
1:09:31En daarom roept en nodigt hij op dat hij u met al uw schuld en nood toch de toevlucht zou nemen tot u.
1:09:44Omdat u schuldig staat.
1:09:50Verzeeg God zijn belofte.
1:09:53Hij zegt u het offer toe.
1:09:58En daarom is ook alles, maar dan ook alles in hem te vinden.
1:10:06Hij is het die het werkt.
1:10:09En opdat u hem nodig zult hebben, roept en nodigt hij.
1:10:16Het was onze tweede gedachte, de waarde van het bloed.
1:10:20We gaan naar onze derde gedachte, de noodzaak van het geloof.
1:10:27Want gemeente, het gaat om de toezegging.
1:10:29Het gaat erom wat de Heer belooft.
1:10:33Wat Hij toezegt.
1:10:35Maar in ieder verbond, zegt ons doopformulier, zijn twee delen.
1:10:40En het ene deel is wat de Heer doet.
1:10:43En het andere deel is wat er van u geëist wordt.
1:10:49Het ene deel zegt ik.
1:10:52Ik ben de Heere uw God.
1:10:56En het tweede deel zegt.
1:10:59En gij zult mij tot een volk zijn.
1:11:04Prachtig ziet u dat in Rut.
1:11:07Als zij met haar schoonmoeder aan de grens gekomen is van Moab.
1:11:12En Naomi vraagt aan Rut en aan Orpa of zij niet terug zullen gaan.
1:11:20Dan zegt Rut.
1:11:21Nee, ik ga met u.
1:11:24Uw volk.
1:11:26Mijn volk.
1:11:28Uw God.
1:11:30Mijn God.
1:11:32Ziet u hoe zij de voorwaarden van het verbond omhelst.
1:11:38Uw volk.
1:11:40Mijn volk.
1:11:41Gij zult mij tot een volk zijn.
1:11:46En ik ben de Heere uw God.
1:11:49Uw God.
1:11:51Mijn God.
1:11:52Zo
1:11:57maakt hij zich bekend.
1:12:02Als de opstanding en het leven.
1:12:05Daarom heb ik u Johannes 11 laten lezen.
1:12:10Want zoals Paulus ons leert.
1:12:12Dat is de doop dat wij met hem ondergaan.
1:12:16Maar ook met hem opstaan.
1:12:22Uit hoeveel stukken bestaat de waarachte bekering des mensen.
1:12:27Uit twee stukken.
1:12:29Zegt de Heidelbergse katechismes.
1:12:31In een afsterven van de oude mens.
1:12:35En een opstanding van de nieuwe mens.
1:12:40Met Christus ondergaan.
1:12:43Ik ben met Christus gekruisigd.
1:12:47Schrijft Paulus.
1:12:50Maar ik ben ook met hem opgestaan.
1:12:53Ik leef.
1:12:54En wat ik leef, dat leeft Christus in mij.
1:13:00En zo maakt Christus zich bekend in het sacrament van de doop.
1:13:06Zo maakt hij zich bekend in Johannes 11 als de opstanding en het leven.
1:13:12Maar dan volgt de indringende vraag.
1:13:16Gelooft gij dat?
1:13:21Ik zal het maar heel concreet maken gemeente vanavond.
1:13:25Als het gaat over wat de Heere u toezegt.
1:13:29Wat hij u belooft.
1:13:32Het eeuwige leven en de vergeving van zonden.
1:13:36Gelooft u dat?
1:13:44Mag u door de werking en de kracht van de Heilige Geest.
1:13:49Nu hem omhelzen in de belofte van het evangelie.
1:13:57Dat is het zien op hem.
1:14:01Dat betekent afzien van mezelf.
1:14:06Nee, het zit niet in mijn werken.
1:14:08Niet in mijn ernst.
1:14:10Niet in mijn degelijkheid.
1:14:12Niet in mijn tranen.
1:14:13Niet in mijn zoeken.
1:14:16Maar het is enkel en alleen zijn genade.
1:14:22Als hij zegt, ik ben de opstanding en het leven.
1:14:27Dan betekent dat daar de dood aan vooraf gegaan is.
1:14:31Hij is opgestaan uit de doden.
1:14:34De dood die u verdiend hebt.
1:14:37Die u zich waardig gemaakt hebt.
1:14:40Die dood heeft hij overwonnen.
1:14:43En hoe heeft hij die dood overwonnen?
1:14:46Die heeft hij overwonnen door zich eraan te onderwerpen.
1:14:53En daarom kan het alleen, gemeente, met de Heere Jezus Christus, het geloof in Hem.
1:15:01Alleen die Hem met een waar geloof zijn ingelijfd.
1:15:09Afgesneden van Adam en
1:15:12ingelijfd in Christus.
1:15:15Van
1:15:18waar komt zulk een geloof?
1:15:22Dat is toch ook een vraag van de Heidelbergse katechismes.
1:15:27Van waar komt zulke geloof?
1:15:29Zulke geloof komt van de Heilige Geest.
1:15:33Door het evangelie.
1:15:38En wat is dan het evangelie, zegt u?
1:15:41Het evangelie is de blijde boodschap.
1:15:45En wat is er dan zo blij aan?
1:15:47En wat is er zo verheugend aan?
1:15:52Dat het genade is.
1:15:55En dat u daar dus geen rol in hebt.
1:16:02Ja, maar dat betekent dus dat het alles buiten mij ligt.
1:16:05Bent u er niet ontstellend dankbaar voor.
1:16:08Dat het genade is.
1:16:10Ik wil zo graag de heren een handje helpen.
1:16:14Ik ben zo'n rasechte doe het zelver.
1:16:17Maar kan niet.
1:16:18Er kan niks van u bij.
1:16:21Maar er hoeft ook niks bij.
1:16:24Als het toch nog eens nagels grapsel had toe moeten doen.
1:16:28Dan was het voor eeuwig verloren geweest.
1:16:33Maar dit is het evangelie gemeente.
1:16:35Dat het offer van de Heere Jezus Christus u ten goede komt.
1:16:43Toch onbegrijpelijk.
1:16:45Ik
1:16:48denk dat ik die tekst ook vanmorgen genoemd heb.
1:16:51Het Romeinen 8.
1:16:52Dat hij zijn enige zoon, zijn geliefde niet gespaard heeft.
1:16:59Maar heeft hem voor ons allen
1:17:02overgegeven.
1:17:08Dan wordt er niemand uitgesloten dan alleen degene.
1:17:13Die zichzelf uitsluit.
1:17:15Zo
1:17:23God voor ons is.
1:17:25Wie zal tegen ons zijn?
1:17:30Weet u wat daar staat in de grondtaal?
1:17:33Zo God voor ons is.
1:17:37Daar staat letterlijk een voorzetsel.
1:17:40Dat betekent zoiets als ten behoeven van.
1:17:44Zo God er ten behoeven van ons is.
1:17:49Dat
1:17:52kun je toch niet klein krijgen?
1:17:55De diepste betekenis van God met ons.
1:18:01Immanuel.
1:18:07Dan ligt de haper niet bij de heren.
1:18:10Gemeente.
1:18:11Maar die ligt bij u.
1:18:12En bij mij.
1:18:15Daar ligt de schuld.
1:18:20Tegen God overtreden.
1:18:28Zijn liefde verdacht gehouden.
1:18:35Wees ervan verzekerd.
1:18:40Dat dat offer van de Heere Jezus Christus u ten goede komt.
1:18:48Maar gelooft u het ook?
1:18:53Voelt u waar de schuld ligt, gemeente?
1:18:57En
1:18:59misschien dat het wel vanavond zo gaat.
1:19:03Ja maar,
1:19:05ja maar.
1:19:09Of hebt u niet die bedenkingen?
1:19:11Het
1:19:15is een onvoorwaardelijke liefde die
1:19:19de Heere betoont.
1:19:21En daarom is het evangelie een blijde boodschap.
1:19:27Dat zondaren nou welkom zijn bij hem.
1:19:30Gemeente, werpt u dan toch in zijn bebloede armen.
1:19:39Wat ziet hij het graag?
1:19:41Dat zondaren tot hem de toevlucht nemen.
1:19:47Wat is erop tegen, gemeente?
1:19:50Wat hebt u erop tegen?
1:19:55U hebt alles tegen.
1:19:57U hebt uzelf tegen.
1:20:00Dat vlees.
1:20:01Dat
1:20:04zich de wet gods niet onderwerpt.
1:20:11Maar om dat geloof nou
1:20:14te versterken.
1:20:16Daarom geeft de Heer in het sacrament.
1:20:19Van
1:20:22het heiligavondmaal.
1:20:23Maar ook van de doop.
1:20:27Dopen tot zijn eer.
1:20:29Tot onze troost.
1:20:32En
1:20:33tot stichting van de gemeente.
1:20:35Niet tot stichting van de familie.
1:20:38Hoewel het bijzonder is als ze erbij mogen zijn.
1:20:42Maar gaat in de eerste plaats over de gemeente.
1:20:48Want het gaat om de gemeenschap.
1:20:52De gemeenschap met de koning van de kerk.
1:20:57Maar ook de gemeenschap van alle heiligen.
1:21:01En daarom vraagt 71.
1:21:04Waar heeft ons Christus toegezegd?
1:21:09Nou antwoord is in de inzetting van de doop.
1:21:14Ga dan heen en onderwijst al de volken, dezelfde dopende.
1:21:18Wie moet er gedoopt worden?
1:21:25Individuen, personen, gelovigen, volkeren moeten gedoopt worden.
1:21:36Doe een volk zijn doop verstaan en het is behouden.
1:21:41Ik weet niet meer precies van wie de uitspraak is.
1:21:49Maar zo werden de discipelen erop uitgestuurd.
1:21:53Vlak voordat de Heer Jezus ten hemel opvoer.
1:21:58Ga dan heen.
1:22:01Onderwijst alle volkeren.
1:22:04Ook het Nederlandse volk.
1:22:08Een gedoopte natie.
1:22:13En gemeente soms moet je twee generaties terug.
1:22:16Of drie generaties terug.
1:22:18Misschien wel vier generaties terug.
1:22:20En
1:22:24dan vind je ineens weer een gedoopte overgrootvader.
1:22:30Of bedovergrootvader.
1:22:37De Heere houdt vast.
1:22:38En
1:22:44daarom doet het ook pijn.
1:22:48Omdat God verbondsmatig werkt met volkeren.
1:22:53Dat de Nederlandse hervormde kerk is opgehouden te bestaan.
1:22:59Draagt u ook daar de smart van.
1:23:01En
1:23:07ons is verboden om de naam Nederlandse hervormde kerk te voeren.
1:23:17Maar volkeren moeten onderwezen worden.
1:23:20En gedoopt.
1:23:23In de naam des vaders en des zons.
1:23:28Omdat hij ons wast en reinigt in zijn bloed.
1:23:33En in de naam des heilige geestes.
1:23:36Het
1:23:39geloof nodig.
1:23:42Onmisbaar.
1:23:44Zonder geloof is het onmogelijk goden te behagen.
1:23:49Hoe
1:23:53kan het dan?
1:23:55Verloren gaan.
1:23:57Met een gedoopt voorhoofd gemeente te gaan.
1:24:01Meer mensen met een gedoopt voorhoofd verloren dan
1:24:07dat ze behouden worden.
1:24:13Mag ik dat zo zeggen?
1:24:21Ze zijn niet allemaal Israël die Israël genaamd worden.
1:24:26In
1:24:27het merendeel heeft
1:24:31God geen behagen gehad.
1:24:34En
1:24:36weet u waarom God geen behagen in zijn gehad heeft?
1:24:45Omdat het zonder geloof onmogelijk is.
1:24:51Te behagen.
1:24:52Maar
1:24:55onbegrijpelijk.
1:24:59Dat u nog onbekeerd doorleeft.
1:25:02En
1:25:05ik hoop en ik bid.
1:25:07Dat er velen zullen zijn.
1:25:10Die zo hun geloof.
1:25:12Mogen leren verstaan.
1:25:14Het
1:25:17ligt.
1:25:17In de toezegging.
1:25:21De toezegging.
1:25:23Van het offer.
1:25:24Van Christus.
1:25:27Ook voor u.
1:25:31Toegezegd.
1:25:32Opdat het.
1:25:35Door de verkondiging van het woord.
1:25:40De verkondiging van het evangelie door de Heilige Geest.
1:25:46Zo toegepast zal worden aan uw harten.
1:25:49Dan kan het zomaar gebeuren gemeente.
1:25:51Dat u ineens het mag zien.
1:25:54Nooit gezien.
1:25:56Nooit begrepen.
1:25:59Maar dan krijgt het werkelijk waarde.
1:26:02Niet alleen voor anderen.
1:26:05Maar ook voor mij.
1:26:07Dat offer van de Heer Jezus Christus.
1:26:11Zo volkomen.
1:26:16Tot zijn eer.
1:26:18Tot uitbreiding van zijn koninkrijk.
1:26:21En tot zaligheid van zielen.
1:26:24Amen.
1:26:28Wij gaan zingen met elkaar op psalm 26.
1:26:31En we zingen daarvan het zevende en ook het achtste vers.
1:26:36Daar wordt uw lof verbreid, o oppermajesteit.
1:26:40En het achtste wat blijdschap smaakt mijn ziel wanneer ik voor u kniel in het huis.
1:26:48Dat gij u hebt gesticht.
1:26:50Het zevende en het achtste vers uit Psalm 26.
1:26:53[GEZANG]
1:30:15Laten we eindigen met dankgebed.
1:30:20Heren, we zeggen u nameldmoedig dank dat u de onveranderlijke en getrouwe verbondsgod bent.
1:30:30En dat u zo ook met ons wilt handelen door uw verbondsgeheimenissen bekend te maken.
1:30:38En opdat we het zouden geloven.
1:30:41Heren werk nog dat ware geloof in onze harten.
1:30:45Want zonder geloof is het toch onmogelijk om u te behagen.
1:30:51Die tot u komt moet geloven dat u bent.
1:30:56En dat u een beloner bent van degene die u zoeken.
1:31:02Heren werk dat zoeken.
1:31:05Laat in u verblijt zijn.
1:31:09Allen die u zoeken.
1:31:13Ga zo met ons heren.
1:31:15De nieuwe week in.
1:31:18Misschien hebben we vrij.
1:31:20Is het vakantie.
1:31:22Maar
1:31:24wat bent u nodig heren.
1:31:27Het zicht op de overste leidsman.
1:31:31En volleinde des geloofs.
1:31:34Heren wees dan zelf de naprediker.
1:31:38Gedenk zo een ieder.
1:31:39Ontferm u over ons.
1:31:42Als we nu naar huis gaan, heren, beveilig en bescherm nog, ook over de onveilige wegen.
1:31:49Als het glad mag zijn, we bieden het van u, heren.
1:31:54Alles ligt toch in uw hand, om het dan ook in uw hand over te geven.
1:31:59Neem het ons uit handen.
1:32:02Want wij houden vast.
1:32:05Maar heren, gedenk dan nog naar de grootheid van uw genade.
1:32:11Bekeer nog tot u.
1:32:13Dan zullen wij bekeerd zijn.
1:32:16En dat we zo ook onze eigen doop leren verstaan.
1:32:22Om verzekerd te zijn.
1:32:25Van ons aandeel in Christus.
1:32:28Dat bidden wij van u.
1:32:30Uit genade alleen.
1:32:32Om Christus wil.
1:32:34Amen.
1:32:37Onze slotsang is uit Psalm 66, het negende vers en ook het tiende, waar ik door ongerechtigheden en haar aanlokselen bekoord.
1:32:47Dat is het negende vers en het tiende vers, God zij altoos op het hoogst geprezen.
1:32:54Negende en tiende vers uit Psalm 66 als slotsang.
1:32:58Ga
1:32:59[GEZANG]
1:36:32dan heen in vrede, verheft uw harten tot God en ontvang de zegen des Heren.
1:36:39De heren zegenen u en behoeden u.
1:36:42De heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zij u genadig.
1:36:48De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:36:55Amen.
1:36:55[GEZANG]