Jeremia 31: 17; Een rijke verbondsbelofte
Transcript
♪ Gezang
En onze verwachting is in de naam des Heeren die hemel en aarde gemaakt heeft. Die trouw houdt van geslacht tot geslacht en die leeft tot in de eeuwigheid. En die niet laat varen de werken van zijn handen. Amen. Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal. En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn. En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is. De eerstgeborene uit de doden. En de overste van de koningen der aarde. Amen.
Kom gemeente en laten wij met elkaar zingen uit Psalm 39. Het vijfde vers. Nu dan, o Heere. Wat is het dat ik verwacht? En ook het zesde, ik ben verstomd en zal mijn mond voortaan niet open doen, wijl gij het deed. En wat er verder volgt, vijfde en het zesde vers uit Psalm 39. Voor
♪ Gezang
de spiegel van Gods heilige wet. En zingen daarna uit Psalm 25, het tweede vers. Heer, maak mij Uwe wegen door uw woord en geest bekend. Tweede vers uit Psalm 25 na het lezen van Gods heilige wet. Toen sprak God al deze woorden zeggende. Ik ben de Heere uw God die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is. Nog van hetgeen dat onder op de aarde is, nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, nog hem dienen, want ik, de Heere uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde
lid dergenen die mij haten. En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben. En mijn geboden onderhouden. Gij zult den Naam des Heeren uws Gods niet ijdellijk gebruiken. Want de Heere zal niet onschuldig houden die Zijn Naam ijdellijk gebruikt. Gedenk de Sabbatdag dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen. Maar de zevende dag is de Sabbat des Heeren uws Gods. Dan zult gij geen werk doen. Gij, nog uw zoon, nog uw dochter. Nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd. Nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is. Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt. De zee en alles wat daarin is. En hij rustte ten zevende dagen. Daarom zegende de Heere de Sabbatdag en heiligde dezelfde. Eer uw vader en uw moeder.
opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heere uw God geeft. Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste, gij zult niet begeren uw naaste huis, gij zult niet begeren uw naaste vrouw, nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd. Nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw naaste is. We
♪ Gezang
openen Gods woord vanmorgen in de profetieën van Jeremia. En lezen daar het 31ste hoofdstuk. Te beginnen bij vers 10 tot vers 26. Dus de schriftlezing voor vanmorgen is Jeremia 31. Vanaf vers 10 tot 26. Hoort des Heere woord, gij heidene, en verkondigt in de eilanden die verre zijn, en zegt, Hij die Israël verstrooid heeft, zal hem weder vergaderen, en hem bewaren als een herder zijn kudde. Want de Heere heeft Jacob vrijgekocht, en hij heeft hem verlost uit de hand desgene die sterker was dan hij.
Die zullen zij komen en op de hoogte van Sion juichen en toevloeien tot des Heeren goed. Tot het koren en tot de most en tot de olie en tot de jonge schapen en runderen. En hun ziel zal zijn als een gewaterde hof. En zij zullen voortaan niet meer treurig zijn. Dan zal zich de jongvrouw verblijden in de rei. Daartoe de jongelingen en de ouden tezamen. Want ik zal hun rouw in vrolijkheid veranderen. En zal hen troosten en zal hen verblijden na hun droevenis. En ik zal de ziel der priesters met vettigheid dronken maken. En mijn volk zal met mijn goed verzadigd worden. Spreek de Heere. Zo zegt de Heer, er is een stem gehoord in Rama. Een klagen, een zeer bitter geween. Rachel weent over haar kinderen, zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn.
Zo, zegt de Heere, bedwing uw stem van geween en uw ogen van tranen, want er is loon voor uw arbeid, spreekt de Heere, want zij zullen uit des vijands land wederkomen. En er is verwachting voor uw nakomelingen. Spreek de Heere, want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpalen. Ik heb wel gehoord dat zich Efraim beklaagt, zeggende, ge hebt mij getuchtigd en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want gij zijt de Heere mijn God.
Zekerlijk nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad. En nadat ik mijzelf ben bekendgemaakt, heb ik op de heup geklopt. Ik ben beschaamd, ja ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb. Is niet Efraim mij een dierbare zoon? Is hij mij niet een troetelkind? Want sinds dat ik tegen hem gesproken heb, denk ik nog ernstiglijk aan hem. Daarom rommelt mijn ingewand over hem. Ik zal mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de Heere. Richt uw merktekenen op, stel uw spitse pilaren. Zet uw hart op de baan, op de weg die gij gewandeld hebt. Keer weder, o jongvrouw Israëls, keer weder tot deze uw steden. Hoe lang zult gij u onttrekken, gij afkerige dochter? Want de Heere heeft wat nieuws op de aarde geschapen. De vrouw zal de man omvangen. Zo zegt de Heere der heirscharen, de God Israëls.
Dit woord zullen zij nog zeggen in het land van Juda. En in zijn steden, als ik hun gevangenis wenden zal. De Heere zegene u, gij woning der gerechtigheid. Gij berg der heiligheid. En Juda, mitsgaders al zijn steden, zullen tezamen daarin wonen. De akkerlieden en die met de kudde reizen. Want ik heb de vermoeide ziel dronken gemaakt. En ik heb alle treurige ziel vervuld. Hierop ontwaakte ik en zag toe. En mijn slaap was mij zoet. Tot zover de schriftlezing.
Bas en Willy Moerkerk de Weert, Rustburg 46, in verband met het overlijden van de moeder van Willy. Zij woonde in Elspeet. We denken ook aan de families de Gier en van de Bok, Wittestraat 15, in verband met het overlijden van moeder. Groot- en overgrootmoeder mevrouw de Gier uit Leerdam, in de leeftijd van 98 jaar. We denken ook aan de heer Jaap van Splunter, Kerkhoek 12, die donderdag wordt opgenomen in het Amphia ziekenhuis te Breda voor een hartoperatie. En we denken ook aan Mart-Jan en Rosalie Kastelein, die wonen op motorschip Deo Amare, waar op vrijdag 23 oktober een zoon werd geboren met de naam Krijn Marius. Zijn roepnaam is Samuel. Laten wij nu eerst de Heere vragen om zijn onmisbare zegen. Laten wij bidden.
Heere, u bent de onveranderlijke en getrouwe verbondsgod die niet laat varen het werk van uw handen. En dat is ook de enige reden waarom wij vanmorgen nog weer samen mogen komen rond de bediening van uw woord en van het sacrament van de heilige doop. En of dat hier is of dat wij thuis met de middelen verbonden zijn, Heere. Maar het is bijzonder dat u ons uw woord doet horen. En dat u nog tot ons spreken wilt. Dat er verwachting is. En als we om ons heen zien, Heere, is het bijna niet te begrijpen. Als we zien wat er in de wereld gebeurt. Als we zien wat er in de kerk gebeurt.
O God aller genade, ontferm u dan over ons. Wat hebben wij het dan nodig? Om te zien op het volbrachte werk van uw Zoon. Op dat enige en grote offer van de Heer Jezus Christus. Die zijn leven gaf tot een volkomen verzoening. Met alle nood, Heere. Met alle verdriet en pijn. Met alle schuld. De toevlucht nemen tot u.
En zo naderen we voor uw heilig aangezicht vanmorgen Heere. Met de schuld persoonlijk. Ambtelijk. Als gemeentelid. En wie we ook zijn Heere. Maar die schuld moet gewassen worden. En gereinigd worden. In het alles reinigende bloed van uw zoon. En daarom zijn we verlegen om de werking en de kracht van uw heilige geest. Onthoud ons die niet, Heere, in de verkondiging van uw woord. En dan we het gaan zien dat wij zondaren zijn die het alles verzondigd hebben. Ook als we de afgelopen week weer in herinnering roepen.
Heere, dan ging het steeds weer fout en onbegrijpelijk. Tegen zoveel goedheid. Want Heere u bent genadig. Barmhartig. Rechtvaardig. Gaarne vergevende. En daarom bidden we het van u Heere. Werk zo nog krachtig. Onder jong en oud. Onder de jongens en meisjes. Onder de jongeren van de gemeente. Maar ook als we in de kracht van ons leven. Of in de avond van ons leven zijn.
Want de dood wenkt ieder uur. En zo worden we ook in de gemeente weer bepaald bij sterven. Bij de familie Moerkerken. En ook bij de familie Gier en van de Bok. Als er een geliefde is overleden. En die aan de schoot der aarde moet worden toebetrouwd.
Heere dan zien we het weer. Hoe waar u bent. Want u hebt gesproken. Dat als we van de boom zouden eten, dat we de dood zouden sterven. En we hebben gegeten. En daarom, we bidden het van u, Heere. Bijzonder als er ook een rijk getuigenis heeft geklonken. En als wij niet hoeven te treuren als degenen die geen hoop hebben.
En toch kan er ook het verdriet zijn en mag er ook het verdriet zijn. Waarop dat we zo met al ons verdriet en gemis ook de toevlucht zouden nemen tot u, Heere. Gedenk zo deze families en geef wat nodig is, Heere. Ook als de moeilijke gang naar de begraafplaats gemaakt moet worden. Als het definitieve moment van afscheid aangebroken is. Heere, geef dan ook moed en kracht en troost. Uw nabijheid is onmisbaar Heere. En wat liggen dan dood en leven dicht bij elkaar. Als er ook binnen de gemeente een kind geboren mag worden.
Bij Mart-Jan en Rosalie. En het was spannend Heere. Maar u hebt nog doorgeholpen. En zo mag er ook blijdschap zijn. En terwijl moeder en kind nog in het ziekenhuis verblijven Heere. Dragen we ze aan u op. Maar in het bijzonder de jonge Samuel.
Hij is geboren, maar moet wederom geboren worden. En opdat hij zo ook al vroeg uw stem mag verstaan. Zoals ook de Samuel in de Bijbel. Heere, we bidden het van u. Gedenk zo deze ouders, nu ze vader en moeder geworden zijn. Heere, opdat ze ook de kracht mogen krijgen, de liefde en de wijsheid. Om samen wel op te voeden in de vrezen van uw naam. Ontferm u over dit jonge gezin. En dat het ook een gezin, een kerkje mag zijn in de kerk. Heere, gedenk zo naar de grootheid van uw genade. En ook als het vanmorgen moeilijk is, Heere. Want wat kan er uitgezien worden naar de kinderzegen. Of wetten er misschien uitgezien naar de kinderzegen.
En dat dat nooit werkelijkheid is geworden. Wat kan het een pijn geven vanmorgen. Als we kinderen een andere kant op zien gaan. Terwijl ze ook het teken en zegel van uw verbond dragen aan hun voorhoofd. Wat kan het moeilijk zijn, Heere, als we kinderen verliezen moesten, het zij voor de geboorte of na de geboorte. En we dragen al dat verdriet aan u op, in het bijzonder ook vanmorgen, Heere. Als er een tweetal kinderen van de gemeente het teken en zegel van uw verbond mogen ontvangen.
Wat een verdriet en wat een gedachten, wat een vragen kan het ook geven. En we leggen het alles voor u neer. Ontferm u Heere. Gedenk nog naar de grootheid van uw genade. Als kinderen opgevoed moeten worden. In een tijd die moeilijk is. Een tijd waarin er zoveel afval is. Ook onder ons land en volk. Als we ook in deze week de hervorming mogen gedenken.
En ons land zich verdiept in Halloween. O God allergenade, ontferm u toch over ons. Want hebben wij dan de wacht betrokken? Zijn wij dan levende getuigen geweest? Waren wij ook bewogen met het lot van onbekeerde mensen? En daarom, Heere, werk nog krachtig in de kerk. Maar ook buiten de kerk. Uw grote naam ter eer. De wonder die u verricht hebt Heere. Opdat zo ook het alleen genade. Alleen geloof. Alleen de schrift. Ook weer helder zal klinken.
Dan hebben we een voortdurende reformatie nodig. Heere we bidden voor degene die ziek zijn. Die in het ziekenhuis verblijven. Die verzorgd of verpleegd worden. Voor kortere tijd of langere tijd. We denken ook in het bijzonder aan de heer Van Splunter. Als hij ook deze week voor een hartoperatie wordt opgenomen. Heere ontferm u over hem. En dat de operatie ook mag slagen. Dat hij mag rusten op u alleen.
Niet op het werk van de dokters of de medici. Maar het ligt toch alles in uw hand Heere. Bestuur dan ook de handen van de chirurg. Zodat de operatie mag slagen. Maar opdat hij ook mag zien. Dat nou alles uit uw trouwe vaderhand ons toekomt. Ook deze operatie.
En opdat hij dan mag rusten op het vaste fundament. Jezus Christus en die gekruisigd. Heere, we hebben veel van u te vragen. Ook als er vandaag gecollecteerd wordt voor de zondagsschool. Heere, het werk wat daar gedaan wordt. De leiders en de leidsters die de kinderen onderwijzen. Maar ook de kinderen zelf. Dat het ook tot een rijke zegen, tot een onvergetelijk iets mag zijn. Wat ze op zondagsschool hebben geleerd. Dat het hun hele leven meegaat. Heere gedenk zo.
Dat het alles mag dienen tot opbouw van uw koninkrijk. Maar ook tot opbouw van de gemeente. Uw grote naam ter eer. Dat bidden wij van u. Om Christus wil alleen. Amen. Dan gaan wij nu over tot de bediening van het sacrament van de heilige doop. En lezen daartoe het formulier. Om de heilige doop aan de kinderen van de gemeente te bedienen. De
hoofdsom van de leer des heiligen doops is in deze drie stukken begrepen. Eerstelijk dat wij met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren. En daarom kinderen des toorns zijn. Zodat we in het rijk gods niet kunnen komen. Tenzij wij van nieuws geboren worden. Dit leert ons de onderdompeling of besprenging met het water, waardoor ons de onreinheid onze zielen wordt aangewezen en opdat wij vermaand worden een mishagen aan onszelf te hebben, ons voor God te verootmoedigen en onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelf te zoeken. Ten tweede betuigt en verzegelt ons de heilige doop de afwassing der zonden door Jezus Christus en daarom worden wij gedoopt. In de naam Gods des vaders en des zoons en des heilige geestes. Want als wij gedoopt worden in de naam des vaders. Zo betuigt en verzegelt ons God de Vader.
Dat hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht. Ons tot zijn kinderen en erfgenamen aanneemt. En daarom van alle goed ons verzorgen. En alle kwaad van ons weren of ten onze beste keren wil. En als we in de naam des Zoons gedoopt worden, zo verzegelt ons de Zoon dat hij ons wast in zijn bloed van al onze zonden, ons in de gemeenschap zijn doods en zijn er wederopstanding inlijvende, al zo dat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden. Desgelijks als wij gedoopt worden in de naam des Heilige Geestes, Zo verzekert ons de Heilige Geest door dit heilig sacrament. Dat hij in ons wonen en ons tot lidmate van Christus heiligen wil. Ons toe-eigenende, hetgeen wij in Christus hebben. Namelijk de afwassing onze zonden en de dagelijkse vernieuwing onze levens. Totdat wij eindelijk...
onder de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden. Ten derde, dewijl in alle verbonden twee delen begrepen zijn, zo worden wij ook weder van God door de doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid, namelijk dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest aanhangen, betrouwen en liefhebben van ganser harten, van ganse zielen, van ganse gemoeden en met alle krachten de wereld verlaten, onze oude natuur doden en in een nieuw, godzalig leven wandelen. En als wij soms uit zwakheid in zonde vallen, zo moeten wij aan Gods genade niet vertwijfelen, nog in de zonde blijven liggen overmits de doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is. Dat wij een eeuwig verbond met God hebben. En hoewel onze kinderen deze dingen niet verstaan. Zo mag men ze nochtans daarom van de doop niet uitsluiten.
Aangezien zij ook zonder hun weten der verdoemenis in Adam deelachtig zijn. En al zo ook weder in Christus tot genade aangenomen worden. Gelijk God spreekt tot Abram de vader alle gelovigen. En overzulks mede tot ons en onze kinderen zeggende in Genesis 17. Ik zal mijn verbond oprichten tussen mij en tussen u. En tussen uw zaad na u in hun geslachten. Tot een eeuwig verbond om u te zijn tot een God. En uw zaad na u. Dit betuigt ook Petrus in handelingen 2 met deze woorden. Want u komt de belofte toe. En uw kinderen en alle die daar verre zijn. Zovele als hij de Heere onze God toe roepen zal. Daarom heeft God voormaals bevolen hen te besnijden. Het welk een zegel des verbonds en der gerechtigheid des geloofs was. Gelijk ook Christus hen omhelst. De handen opgelegd en gezegend heeft.
Markus 10 vers 16. In de plaats van de besnijdenis gekomen is, zo zal men de kinderen als erfgenamen van het Rijk Gods en van zijn verbond dopen. En de ouders zullen gehouden zijn hun kinderen in het opwassen hiervan breder te onderwijzen. En opdat we dan deze heilige ordening Gods tot zijn eer... Tot onze troost en tot stichting der gemeente uitrichten mogen. Zo laat ons zijn heilige naam aldus aanroepen.
Almachtige, eeuwige God. Gij die naar uw streng oordeel de ongelovige en onboetvaardige wereld met de zondvloed gestraft hebt. En de gelovige Noach zijn acht zielen uit uw grote barmhartigheid behouden en bewaard. Gij die de verstokte Farao met al zijn volk in de Rode Zee verdronken hebt. En uw volk Israël droogvoet daardoor geleid. Door het welk de doop beduid werd. Wij bidden u bij uw grondeloze barmhartigheid. Dat gij deze kinderen genadiglijk wilt aanzien. En door uw heilige geest uw zoon Jezus Christus inlijven. Opdat ze met hem in zijn dood begraven worden. En met hem mogen opstaan in een nieuw leven. Opdat ze hun kruis hem dagelijks navolgen. De vrolijk dragen mogen. Hem aanhangende met waarachtig geloof. Vaste hoop. En vurige liefde. Opdat het dit leven het welk toch niet anders is. Dan een gestadige dood. Om uwentwil getroost verlaten.
En ter laatste dagen voor de rechterstoel van Christus, uw Zoon. Zonder verschrikken mogen verschijnen door hem. Onze Heere, Jezus Christus, uw Zoon. Die met u en de Heilige Geest, een ene God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen. Dan verzoek ik ook nu de moeders op te staan van uw zitplaats en antwoord te gaan geven op de vragen die u gesteld zullen worden.
Geliefde in den Heere Christus, gij hebt gehoord dat de doop een ordening gods is om ons en ons zaad zijn verbond te verzegelen. En daarom moeten wij hem tot dat einde... En niet uit gewoonte of bijgelovigheid gebruiken. En omdat het dan openbaar wordt dat gij al zo gezind zijt. Zult gij van uwentwegen hierop ongeveinst antwoorden. Ten eerste. Hoewel onze kinderen in zonde ontvangen en geboren zijn. En daarom aan allerhande ellendigheid. Ja aan de verdoemenis zelf onderworpen. Of gij niet bekend dat zij in Christus geheiligd zijn en daarom als lidmate zijner gemeente behoren gedoopt te wezen. Ten andere of gij de leer die in het Oude en in het Nieuwe Testament en in de artikelen van het christelijke geloof begrepen is en in de christelijke kerk al hier geleerd wordt niet bekend. de waarachtige en volkomen leer der zaligheid te wezen.
Ten derde, of gij niet belooft en voor u neemt dit kind, als het tot zijn verstand zal gekomen zijn, waarvan gij vader en moeder zijt, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen, te doen en te helpen onderwijzen. Wat is daarop? Voor God en zijn heilige gemeente. Uw antwoord vader Thanes.
Moeder Thanes. Vader van de Veer. Moeder van de Veer. Al dus uw ja-woord heeft geklonken. Maar hebt u ook verwachting. U hebt uw ja-woord gegeven. Dat uw kind in Christus geheiligd is. Dat betekent afgezonderd. Apart gezet. Van de wereld. En de Heere geeft zijn bijzondere aandacht aan jullie kind.
Daarom mocht het bij jullie geboren worden. Zodat het met het woord groot gebracht wordt. Zodat het leert bidden. En leert zingen. Een bijzonder voorrecht. Het zijn de bemoeienissen van de Heere. Hij heeft je kind als zijn erfgenaam aangenomen. De erfenis ligt gereed. Maar het komt er voor jullie kind op aan. Dat als hij tot zijn verstand gekomen is. Dat hij het ook zal toestemmen. Door een waar geloof gewerkt door de Heilige Geest. Dat God de hemelse God ook zijn vader is.
En dat door het volbrachte werk van de Heer Jezus Christus. En de toepassende kracht van de Heilige Geest. En daarom, wat verwachten jullie? Wat verwacht je van de opvoeding? Nou, daar hebben we het met de doopzitting over gehad. Daar hoeven we het niet van te verwachten.
Maar verwacht je dat je kind zalig kan worden? Of misschien nog dieper. Verwacht je dat je kind zalig wordt? De Heer zegt, zie hier ben ik. Ik richt met je zoon. Een verbond der genade op. En daarmee je kind gebracht op de erven van het verbond. Nou er is heel wat discussie geweest de afgelopen tijd. In de krant.
Het gaat niet over het erf. Een erf van een boerderij. En je kind moet nog in de boerderij zien te komen. Maar het gaat over de erfenis. Er ligt een erfenis voor je kind gereed. En dan komt het aan. Want er zijn twee delen in het verbond. Het komt eraan dat als je kind straks tot de volwassenheid komt. Dat hij het hartelijk gaat toestemmen. De wereld gaat verlaten. Zijn oude natuur doden. En in een nieuw godzalig leven wandelen. En als je dan op de omstandigheden ziet. We zullen dat ook straks horen in de preek. Als je op de omstandigheden ziet. Dan zou je zeggen. Het is onmogelijk.
Maar wat verwacht je? Verwacht je het van de Heere alleen? En, dat is de tekst voor straks. En er is verwachting voor uw nakomelingen. Amen. Gemeente, laten wij met elkaar zingen. U mag gaan zitten. Laten wij met elkaar zingen uit Psalm 105. Het vijfde vers, terwijl de kinderen binnengebracht worden. God zal zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig zijn verbond gedenken om na het amen van de doopsbediening deze kinderen toe te zingen uit Psalm 134, het derde vers. Dus wij zingen nu eerst Psalm 105, vers 5. En na het amen van de doop zingen wij, en dat doen we staande, het derde vers. Uit Psalm 134, dat 's Heeren zegen op u daal'.
♪ Gezang
Amen, ja amen. Laten
♪ Gezang
wij nu met dankzegging eindigen. Almachtige, barmhartige God en Vader. Wij danken en loven u. Dat gij ons en onze kinderen door het bloed van uw lieve zoon Jezus Christus. Al onze zonden vergeven. En ons door uw heilige geest tot lidmate van uw enig geboren zoon. En al zo tot uw kinderen aangenomen hebt. En ons dit met de heilige doop bezegeld en bekrachtigd. Wij bidden u ook door hem, uw lieve zoon. Dat gij deze kinderen met uw heilige geest altijd wilt regeren. Omdat het christelijk en godzaliglijk opgevoed wordt. En in de Heere Jezus Christus wassen en toenemen. opdat het uw vaderlijke goedheid en barmhartigheid die gij deze kinderen en ons allen bewezen hebt, mogen bekennen en in alle gerechtigheid onder onze enige leraar, koning en hoge priester Jezus Christus leven en vromelijk tegen de zonde, de duivel en zijn ganse rijk
strijden en overwinnen mogen om u. En uw Zoon Jezus Christus. Mitsgaders de Heilige Geest. De enige en waarachtige God. Eeuwiglijk te loven en te prijzen. Amen. Namens de kerkraad zijn er nog de volgende afkondigingen. Woensdag 28 oktober is er een gezamenlijke kerkdienst met de gereformeerde gemeente. En deze dienst zal staan in het teken. Van de reformatie in deze dienst zal dominee W. Mouw uit Opheusden voorgaan en vangt aan om half acht. Zaterdagavond 31 oktober is er in de kerk een psalmzangavond. En deze staat ook in het teken van hervormingsdag. De aanvang is half acht. Van de genoemde voornemens geldt: zo de Heere wil en wij het beleven zullen. Tot zover de aankondiging. In de dienst der offeranden worden van u een drietal gaven gevraagd. De eerste collecte is bestemd voor de zondagsschool, het mosterdzaadje. De tweede voor de kerkvoogdij en de derde is voor de aflossing van de kerk.
Alle drie de collecten van harte in uw milddadigheid aanbevolen. De Heere zegene u en uw liefdegaven. Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 87. En wij zingen daarvan vers 1, 2, 3 en 4. Psalm 87, vers 1, zijn grondslag, zijn onwrikbare vastigheden. Tweede vers, men spreekt van u zeer heerlijke dingen. Derde vers, de Filistijn, de Tyriër, de Moren. En ook het vierde, God zal ze zelf bevestigen en schragen. Wij noemden de eerste vier versen. Uit Psalm 87. Gemeente,
♪ Gezang
de tekst voor vanmorgen kunt u opgetekend vinden in het voorgelezen gedeelte, Jeremia 31. En daarvan het 17e vers. Vers 17 uit Jeremia 31 is de tekst voor vanmorgen. En daar luidt Gods onfeilbaar woord als volgt. En er is verwachting voor uw nakomelingen, spreekt de Heere, want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpalen. Tot zover de tekst. En deze tekst bepaalt ons bij een rijke verbondsbelofte. Een rijke verbondsbelofte. Een drietal gedachten. Ten eerste beloofd onder onmogelijke omstandigheden. Ten tweede gegeven aan ontrouwe verbondskinderen. En in de derde plaats gegrond op een onveranderlijke belover. Een rijke verbondsbelofte. Ten eerste beloofd onder onmogelijke omstandigheden. Ten tweede gegeven aan ontrouwe verbondskinderen. En ten derde gegrond... Op de onveranderlijke belover.
Gemeente Israël heeft het verzondigd. Ze zijn van de Heere afgeweken. Ze hebben de Baals en de Astaroots gediend. Ze hebben niet gevraagd naar de Heere en naar zijn sterkte. Maar ze hebben hun hulp, hun heil, hun verwachting gezocht bij andere goden. En dan wordt Jeremia geroepen en die schuld moet hij aan gaan zeggen. Geen moeilijker werk voor een prediker, voor een voorganger om de zonde aan te moeten zeggen. Want dan geldt het niet alleen het volk, maar dan geldt het ook de prediker. En zo mocht Jeremia zich ook insluiten bij de schuld van het volk.
Hebben tegen God op het hoogst misdaan. Wij zijn van het heilspoor afgegaan. Ja wij en onze vaderen tevens. Jeremia moet het aanzeggen. Moet de schuld aanzeggen. Moet ook de straf aanzeggen. Het volk zal weggevoerd worden in ballingschap. Maar hij mag ook over de straf heen zien. En zien dat het volk weer terug zal komen. En daarom mag hij ook verkondigen dat er verwachting is voor uw nakomelingen. En als het volk wordt weggevoerd. En daar moet u over nadenken. Dat moet een hele operatie geweest zijn. Al die mensen uit het land. Het tweestammenrijk uit Juda moet weggevoerd worden. En dat moet allemaal naar Babel gevoerd worden. En daarom was er een zogenaamd doorgangskamp ingericht in Rama.
Dat kennen wij hier ook nog vanuit de Tweede Wereldoorlog. Denk bijvoorbeeld aan kamp Amersfoort of aan Westerbork. Ik weet niet of u daar wel eens geweest bent, maar bijzonder de moeite waard om daar eens te gaan kijken. En zo was het ook in Rama. Dus mensen werden naar Rama gevoerd. En vanuit Rama werden ze dan verder naar Babel gebracht. En in Rama, daar wordt een stem gehoord.
Zo zegt de Heer, er is een stem gehoord in Rama. En dat was niet zomaar een stem. Maar het was een klagen. Een rouwklacht werd daar gehoord. Want het is Rachel die weent over haar kinderen. En Rachel zij weigert om getroost te worden. Vanwege het diepe, diepe verdriet.
Alles moesten ze achterlaten. Alles kwijt. Met lege handen. En dan ook nog uit hun land gehaald. En gebracht naar een vreemd land. Alles. In puin. Een rouwklacht. Omdat de kinderen niet zijn. Dat betekent omdat haar kinderen niet behouden zijn. Niet behouden omdat ze in gevangenschap zullen worden weggevoerd. Daar ligt ook al een les, ouders.
Ook in het bijzonder voor jullie, doopouders. En wenen over onze kinderen omdat ze niet behouden zijn. Wij zetten alles op alles toch. Zodat ze een goede plaats krijgen in de maatschappij. Zodat ze het goed hebben. Maar vaders vraag je nog wel eens aan je kind hoe het ermee staat. Op weg aan reis naar de eeuwigheid.
Of de ziel gered is. Een rouwklagen. Omdat de kinderen niet behouden zijn, maar in ballingschap worden weggevoerd. Gaat de Heer dan zijn verbond breken? Hij heeft toch een verbond met hen gesloten, een verbond der genade met hen opgericht. Hij heeft toch gezegd, ik ben jullie vader en jullie zullen tot mij tot zonen en dochters zijn.
De Heere heeft toch beloofd aan Abram dat hij het land Canaan tot een erfelijke bezitting zou geven. Komt er dan nu een punt, gemeente, het was rechtvaardig geweest als de Heere dat gedaan had. Het zou rechtvaardig zijn als de Heere ons voorbij ging.
Want u en jullie jongens en meisjes en ik, wij hebben het verzondigd. En daarom rechtvaardig als de Heere ons voorbij zou gaan. Daar hebt u het naar gemaakt. En dan hoeft u niet eens zo ver terug. Alleen de afgelopen week al. Hoe vaak hebt
u de Heere nou nodig gehad? En hoe vaak hebt u zijn eer gezocht? En dat het nou alleen maar om hem te doen is geweest, gemeente. Dan is het toch alle reden dat de Heere ons voorbij gaat. Maar Jeremia heeft geprofeteerd over die stem, over die rouwklagen te Rama. Maar dat is ook werkelijk een profetie geworden. Want dat horen wij dan in Mattheüs. Als Herodes de kinderen in Bethlehem laat ombrengen. Alle kinderen onder de twee jaar.
Dan zegt Mattheüs, toen is vervuld geworden hetgeen gesproken is door de profeet Jeremia. Zeggende, een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm. Rachel beweende haar kinderen en wilde niet getroost worden omdat zij niet zijn. Omdat ze niet behouden zijn. En zo wordt Rachel... Het beeld van de moeders in Bethlehem.
Een gemeente zo aangrijpend. Als je daarover na gaat denken. Hoe Satan nu alles op alles heeft gezet. Om te voorkomen dat de Messias geboren zal worden. Alles op alles gezet. Om te voorkomen dat hij geboren zal worden in Bethlehem. Zoals het voorzegd was door de profeten.
En omdat hij uit het Joodse volk geboren is, heeft Satan het voortdurend gezet op het Joodse volk. Wat heeft het Joodse volk moeten lijden om de Messias te kunnen voortbrengen? En dat niet alleen in het verleden, maar zelfs tot op de dag van vandaag toe lijdt het volk.
Omdat ze uw zaligmaker hebben voortgebracht. Dan moet er toch ook liefde zijn tot dat volk, gemeente. Hun zijn de woorden gods toe betrouwd, zegt de apostel Paulus. Al de bijbelschrijvers, zelfs die van het Nieuwe Testament op een enkeling na, waren Joden. Hun zijn de woorden gods toe betrouwd. Dat u een bijbel hebt in uw bezit. Hebt u menselijkerwijs gesproken aan het Joodse volk te danken. Maar Satan...
Wij zouden zeggen, waarom gaat hij dan nog steeds rond als een briesende leeuw? Als de Messias geboren is, waarom heeft hij het nog steeds voorzien op het Joodse volk? Gemeente, Satan weet, en ik denk wel eens, hij weet het veel beter dan dat wij het met z'n allen bij elkaar weten. Hij weet welke beloften er liggen in Gods woord. Dat er verwachting is voor uw nakomelingen. U zegt misschien, ja dominee, u gaat wel wat snel. Ja, dat realiseert mij. Ik kom er nog op terug.
Satan rond als een briesende leeuw. En hij zet het in op onze huwelijken. Hij zet het in op onze kinderen. Hij zet het in op onze gezinnen. Een vreselijk ingewikkelde tijd. Is er nog toekomst voor onze kinderen? Waar moeten Roan en Bram en wat voor tijd moeten ze opvoeden? Moeten ze opgroeien?
Je leest van de spanning in de wereld. Maar wij hoeven nog niet eens zo ver weg te gaan hier in Nederland. Hoe wij vervallen in een modern heidendom. Waar de dood verheerlijkt wordt. Waar het iets prachtigs heeft als je mensen aan het schrikken brengt. Met een skelet of een doodskop. Het Halloweenfeest. We zouden zeggen, hoe is het toch mogelijk? Een redelijk denkend, weldenkend mens dat hij daaraan meedoet.
Maar gemeente, Satan is niet redelijk. En daarom hij gaat rond als een briesende leeuw. En hij heeft maar één doel op het oog. En dat is niet om de hel zo vol mogelijk te krijgen. Maar om de hemel zo leeg mogelijk te houden.
En daarom hij vindt het allemaal prima, gemeente. En als u keurig netjes leeft, dan hebt u helemaal geen probleem mee. En dat u ernstig bent en zoekend bent, dan heeft u helemaal geen probleem mee. Als u maar niet gaat roepen. Als u maar niet de toevlucht neemt tot de Heer Jezus Christus. Dat kan hij niet hebben.
En nou is het net de Heer Jezus Christus die zondaren roept en nodigt. Omdat ze tot hem de toevlucht zouden nemen. Zoveel spanningen. Maar dat was ook hier in Jeremia 31 het geval. Onmogelijke omstandigheden. En daarin geeft de Heer zijn belofte. En er is verwachting voor uw nakomelingen. Onze eerste gedachte. We gaan naar onze tweede gedachte. Gegeven aan ontrouwe verbondskinderen.
Want gemeente als je dan op de omstandigheden let. Dan zou je zeggen het is toch onmogelijk. Het lijkt onmogelijk. Of misschien moeten we wel zeggen, het is onmogelijk. Tenminste, als we het met mensenogen bekijken. Gaat er ooit iets van dit volk terechtkomen als ze in gevangenschap worden weggevoerd?
Gemeente, zal het ooit goed komen als u op uzelf ziet? Als we op onszelf zien, dan is het toch geen verwachting? Dan is het onmogelijk. En in die onmogelijkheid. Daar klinkt nou het woord van de Heere. De Heere spreekt. Er is verwachting voor uw nakomelingen. Want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpalen.
In die onmogelijkheid. Daar ligt nou de mogelijkheid van de Heere. Gemeente. En zo is het hoe de Heere nog tot op de dag van vandaag werkt. Door onze onmogelijkheden heen. Want zolang u nog mogelijkheden ziet. Dan krijgt niet de Heere alle lof en alle eer.
Dan gaat u ermee vandoor. Maar als het van onze kant onmogelijk is geworden. Dan krijgt hij alle lof en alle eer. En dan wordt het ook een wonder, gemeente. Dan wordt zalig worden één groot wonder. Als het eerst onmogelijk is geworden. Maar als het dan een deur geopend wordt bij hem.
Als hij het dan is die zich in genade tot u wendt. Dan wordt het één groot wonder. Er is verwachting. Waarvan dan? Nou verwachting van bevrijding. Bevrijding uit ballingschap, redding van de vijand. Er is verwachting omdat er een terugkeer plaats zal vinden. U mag ook zeggen een omkeer plaats mag vinden. Of misschien nog beter uitgedrukt een bekering mag plaatsvinden.
En dat voor uw nakomelingen. Nou, dat is niet zo moeilijk. Nakomelingen. Dat zijn de kinderen die de Heere ons gegeven heeft. Dat zijn de kleinkinderen, de achterkleinkinderen. Dat zijn de nakomelingen. Want ze zullen wederkomen tot hun landpalen. En gemeente, dan ziet u het. Dat is nou wat aan de vaderen beloofd is. Aan Abram, Isaac en Jacob. Dat de Heere dat land zal geven tot een erfelijke bezitting. Dat beloofde land. Dat land vloeiende van melk en honing. En hoewel de Heere ze in ballingschap zal brengen. Dat hebben ze verdiend. Het is rechtvaardig. Zal hij hen ook weer terughalen uit de ballingschap. En brengen in het beloofde land.
U zegt misschien. Ja dat is nou typisch zo'n belofte voor het volk Israël. Jeremia. Die heeft toch ook gesproken tot het volk Israël. En wij moeten altijd eerst naar de letterlijke betekenis kijken. Daar zie je Jeremia gaan. Hij wordt gezonden in de opdracht van de Heere. Om tot het volk te spreken. Om het volk de schuld aan te zeggen. En tegelijk om ze te bemoedigen. En daarom mag hij ook de belofte meegeven.
Dus eerst Israël. Maar niet alleen Israël. Want u zegt misschien mag je dat dan wel ook op ons toepassen. Mogen we dat vanmorgen ook op de doopouders toepassen. Er is verwachting. Verwachting voor uw nakomelingen. Dat kan een hele worsteling geven vanmorgen. Nou ja is dat niet altijd zo gemeente. Met als de Heere zijn belofte gaat schenken. Als hij zijn belofte gaat bekendmaken. Als het u raakt. En waardoor u de Heere nodig krijgt om de vervulling van de belofte.
Want dat is het geloof. Het geloof rust op de belofte. En dan wordt het bijzonder doopouders. En ik hoop dat je dan ook deze tekst zo mag meenemen. Je vinger erbij leggen Heere. Dat heb u zelf gezegd. Er is verwachting voor mijn nakomelingen.
Spreekt de Heere, dat hebt u zelf gezegd, dat is uw eigen woord. Dat ziet de Heere nou zo graag, dat wij hem houden aan zijn eigen woord. En wat kan het dan flauw zijn, gemeente, en lauw zijn. En daarom is het bijzonder dat ons de Heere dan ook het sacrament van de doop nog geeft. Als een zichtbaar waarteken en zegel.
Het woord niet alleen tot ons oor komt, maar ook tot ons oog komt. En dat u het ziet. Hebt u het gezien vanmorgen? In het doopwater. Het allesreinigende bloed van de Heer Jezus Christus. Want daarvoor zijn de sacramenten gegeven. Dat gaat altijd over het offer van Christus.
Wat een worsteling kan het geven. Mogen we het dan wel zo op onszelf toepassen? Nou het gaat hier over het verbondsvolk. En die lijn vanuit het oude testament gaat door in het nieuwe testament. En dat heeft alles te maken met het volbrachte werk van Christus. Dat het voorhangsel scheurde. Waardoor er een einde kwam aan de ceremonieën. En dat verbond, dat heil nu over heel de wereld verspreid is geworden.
Dus wat altijd gold voor het volk Israël, geldt nieuwtestamentisch voor de nieuwtestamentische gemeente. En dat legt gelijk de klem op de gemeente. Want bent u dan ook een levend lidmaat van de gemeente? Misschien dat er wel iemand zegt vanmorgen, ja maar we leven nu in een andere tijd.
O ja, is de Heere dan veranderd? Hij is toch de onveranderlijke, de getrouwe die niet laat varen het werk van zijn hand. Misschien dat u wel moet zeggen, ja maar ik, als ik op mezelf zie, ik ben ontrouw. Ja, dat was het volk Israël ook.
En ondanks hun ontrouw blijft hij de getrouwe. En hij zegt, er is verwachting voor uw nakomelingen. Ze hebben het verzondigd. En zo bent u ook verbannen. En ik. En jullie jongens en meisjes. Wij zijn allemaal verbannen. Uit welk land? Uit het paradijs. Waar de Heer ons gezet heeft. Om hem groot te maken. Te dienen. Te loven. En te prijzen. Maar dat leek ons geen goed idee. Wij wilden als God zijn.
En daarom. Verbannen. En zijn we uit dat land uitlandig. En dus ellendig. Verbannen uit het paradijs. En daar kwamen twee cherubs. Met een vlammend lemmer. Een zwaard. Die de toegang bewaakt. En dat zwaard gemeente. Dat is ontwaakt tegen de man. Tegen mijn Herder.
Die mijn metgezel is. En daarom zullen de schapen verstrooid worden. Maar hij zal zijn hand tot de kleine wenden. Vanwege het volbrachte werk van de Heer Jezus Christus. Nee, dan is er niets in u. De Heer is niets verplicht aan u. Maar hij doet het om zichzelfs wil. Om zijn grote naamswil. Om de naam van zijn zoon de Heer Jezus Christus. Die zijn leven gaf. En daarom een belofte gegeven. Aan ontrouwe verbondskinderen. We gaan naar onze derde gedachte. Gegrond op de onveranderlijke Belover.
Gemeente de tekst is klip en klaar. Duidelijk. En er is. Verwachting. Uw kinderen zullen wederkomen. Niet misschien. Niet het is nog het afwachten waard. Ze zullen wederkomen. En als je dat nou zo hoort gemeente. En dan geldt het in het bijzonder voor jullie doopouders. Wat doet dat met je?
Er is verwachting voor je nakomelingen. Spreekt de Heer. En zij zullen wederkomen tot hun landpalen. Ja, dat moet je gewoon geloven, gemeente. U begrijpt wel. Nou laat ik het maar gewoon heel dicht bij u laten. Als u dit nou leest, die tekst. Wat zegt het dan voor u?
Of blijft dat gewoon maar op afstand? Dat was Jeremia zoveel honderden jaren geleden. Nee, dat is niet Jeremia, dat is de Heere die spreekt. Die ook vanmorgen spreekt. Maar de grote vraag is niet of u het kunt geloven, maar wilt u het geloven?
En ik hoor u al zeggen, ja, natuurlijk. Wat zou dat een rust geven? Als je toch zo je kinderen mag overgeven aan de Heere. Dat je zo werkzaam mag zijn met je kinderen. En dat zij vast liggen op het volbrachte werk van de Heer Jezus Christus. Welke ouder wil dat niet?
En waarom dan toch niet willen geloven, gemeente? Omdat ik er dan zelf aan moet. Dan moet ik als vader eraan. Dan moet ik als man eraan. Dan moet ik als mens eraan. Dan moet ik sterven aan alles wat van mij is. Dan moet ik het loslaten. Dan moet ik het overgeven. En alles, maar dan ook alles, strijdt daar tegen. Ik wil het niet loslaten. Ik hou vast tot de laatste vezel toe.
En dan zegt de Heer vanmorgen, luister nou toch. Er is verwachting voor uw nakomelingen. Spreekt de Heer. Zo heel persoonlijk. Het is niet Jeremia die het zegt. Niet een profeet, niet of een dominee of een ouderling of een lief kind van de Heere. Nee, het is de Heere zelf die het zegt.
De Heere, de getrouwen, de onveranderlijke verbondsgod. Die zegt, ik ben de Heere uw god. En gij zult mij tot een volk zijn. Hoe is het mogelijk? Hebt u dat verdiend? Is het verdiend dat de Heer dit spreekt? Ja, maar niet door u. Maar het is verdiend door zijn Zoon. Die zichzelf gegeven heeft tot een volkomen verzoening. Hij heeft gezegd, ik zal komen Vader.
Om u wel behagen te doen. Een weg van volkomen gehoorzaamheid. Heeft hij gegaan. Het was zijn lust. Zijn spijzen. Om de wil van zijn vader te doen. En de Heere weten het. Dat u niet kunt geloven. Dat u niet wilt geloven. En hij weet ook gemeente dat u moet geloven.
Want zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Zonder dat ware door de werk. Door de werking en de kracht van de Heilige Geest gewerkte geloof moet u voor eeuwig omkomen. Beseft u dat? Daarom gaat het ook over het scherpst van de snede. Of u gelooft, of u gelooft het niet.
En als ik dan ook onze Heidelbergse Catechismus erbij betrek, zondag 31, de sleutelen van het hemelrijk, die moet ik ook vanmorgen bedienen. En wat zijn dan de sleutelen? Jongens en meisjes, een sleutel, daar kan je iets mee op slot doen. En je kan er iets mee van het slot afhalen. Daarvoor heb je een sleutel. En zo is het woord, de verkondiging van het woord, is een sleutel om de deur van de hemel te openen of om hem te sluiten.
En hoe wordt de deur dan geopend? Nou, voor een ieder. Die de belofte van het evangelie met een waar geloof aannemen. Moet verkondigd worden. De vergeving van zonden door het volbrachte werk van Christus. Als u het gelooft. Er is verwachting voor uw nakomelingen.
Ja, daarom geen vrijblijvende zaak, gemeente. De beloften van het evangelie moeten verkondigd worden. Met het bevel van geloof en bekering. Dan klinkt het ook vanmorgen. Bekeert u. Bekeert u en gelooft het evangelie. Hoe moet het? Gemeente die onmogelijkheid. In die onmogelijkheid wil de Heere nou werken. Dan komt er een roepen tot hem. Heere ik moet me bekeren. En ik kan het niet. Ik wil het niet ten liefste.
En daarom geeft de Heer het sacrament van de heilige doop vanmorgen. En de doop dat spreekt niet over het geloof van het kind. Maar het spreekt met het geloof. En daarom dopen wij ook niet omdat het kind gelooft. Maar op dat het zou geloven.
En prachtig, je krijgt straks een doopkaart mee, inlijsten, boven zijn bed hangen en er iedere dag op wijzen. Dat is wat de Heer het beloofd heeft. En waarom dan jullie kinderen? Waarom gemeente belooft Hij het nou aan u? Zo werkt de Heer door de geslachten heen en plant Hij zijn naam voort van kind. Tot kind.
En hij belooft. Er is verwachting. Dan kunnen wij naar de gemeente kijken. Dan kunnen we ons zorgen maken over de kerk. Dan kunnen we ons zorgen overmaken dat de gemeente de jonge mensen wegtrekt. Maar er is verwachting. Voor uw nakomelingen. Spreek de Heere. En ik zal ze wederbrengen.
Tot hun landpalen. Is het dan niet alle reden, gemeente, om zo de Heere aan te roepen? En dat hij zijn woord waar maakt. Niet alleen voor de gemeente, maar ook voor u persoonlijk. Ik denk van als gemeente. Het is te groot. Dat kan je toch niet geloven?
Inderdaad, het is te groot. Het is ongelooflijk. Totdat. Totdat de Heere dat geloof gaat werken. En hoe werkt hij dat geloof? Gemeente, ziet u het dan niet? Ziet u dan niet Gods onbegrepen trouw? En dat hij zijn trouw aan Israël nooit gekrenkt heeft.
Ondanks hun ontrouw. Ziet u dan niet zijn onbegrijpelijke en onbeschrijfelijke liefde tot dat volk? En dat hij daarom met uitgebreide armen roept en nodigt. Ziet u dan niet dat de Heer rechtvaardig is? En dat hij daarom de zonden moet straffen. Nee, de Heer ziet de zonden niet door de vingers. Maar hij vergeeft ze genadig op grond van recht. Op grond van het volbrachte werk van zijn Zoon. Ziet u dan niet Gods oneindige barmhartigheid?
En wij zien het nu. Wij zien het letterlijk. Vanmorgen in het doopwater. Daar is het op gegrond. Zijn belofte. Gegrond. Op het offer van de Heer Jezus Christus. Zijn bloed. Dat reinigt. Van alle zonden. Zijn offer. Zo volkomen. Dan is er grond om de Heer aan te roepen. En de Heer te zeggen. U hebt het zelf beloofd Heer. Er
is verwachting. Voor mijn nakomelingen. De kinderen zullen wederkomen tot hun landpalen. En beërven dat land. Zo volkomen dat hemelse Kanaän. Waar hij zal zijn alles. En in allen. Waar alle lof en eer hem toegebracht wordt, het Lam. Staande als geslacht. In het midden van de troon.
Alle lof. En alle eer. Vanwege het grote offer. Dat hij gebracht heeft. En vanwege dat offer. Is er verwachting voor uw nakomelingen. Amen. Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 41. Het zesde vers. Ik ken uw gunst. Ik ken uw trouw hieraan. Dat zich mijn vijand niet beroemen zal nog. Ik te gronden gaan. En ook het zevende vers. Loof Israels God. Roep door alle eeuwigheden des Heeren grootheid uit. Het zesde en het zevende vers uit psalm 41. Laten
♪ Gezang
wij eindigen met dankgebed. Heere, u komt alle lof en alle eer toe. U bent de belovende God in de hemel. En in uw zoon zijn de beloften. Ja en amen. Vast en zeker. Bedeel ons Heere met dat ware geloof. Dat Christus doet omhelzen in de belofte van het evangelie. Wat een wonder is het. Dat u het bent die alle dingen stuurt en leidt. Dan kan Satan rondgaan als een briesende leeuw. Maar Heere u volvoert uw raad. En u zult uw volk thuisbrengen.
Weder doen keren tot hun landpalen. U houdt vast. En Heere geef. Dat we zo ook allen. U zullen vasthouden. Werk het nog Heere door uw genade. In bijzonder de doopouders. Als het gaat ook de opvoeding van hun kinderen. Dat ze zo ook u in alles zullen nodig hebben.
Uw aanroepend op uw eigen woord. Ga met ons, breng ons veilig thuis, Heere. En breng ons ook vanavond weer samen onder de verkondiging van uw woord. Dat bidden wij van u. Om Christus wil alleen. Amen. Onze slotsang is uit Psalm 85, het tweede vers. Heeft dan, o Heere, uw gramschap nimmer end. En wat er verder volgt, tweede vers. Uit Psalm 85. Ga
♪ Gezang
dan heen in vrede, verheft uw harten tot God en ontvang de zegen des Heeren. De Heere zegene u en behoede u. De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig. De Heere verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede. Amen.
♪ Gezang