Lukas 23: 23; De veroordeling tot het kruis

zondag 15 februari 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. R. van de Kamp · 101 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:46En onze verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft.

9:54Die trouw houdt van geslacht tot geslacht en die leeft tot in de eeuwigheid.

10:00En die niet laat varen de werken van zijn handen.

10:05Amen.

10:08Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.

10:15En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:19En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.

10:24De eerstgeborene uit de doden.

10:27En de overste van de koningen der aarde.

10:33Amen.

10:36Kom gemeente, laten wij met elkaar zingen uit Psalm 22.

10:40Het derde vers.

10:42U smeekte zij van mensenhulp onbloot en zijn gered.

10:48En wat er verder volgt, derde vers uit Psalm 22.

10:52De

10:52[GEZANG]

14:05spiegel van Gods heilige wet.

14:08En zingen daarna uit Psalm 34, het achtste vers.

14:13God slaat een gram gezicht op boze die hem tegenstaan.

14:18Dus na het lezen van Gods heilige wet, zingen wij het achtste vers uit Psalm 34.

14:27Toen sprak God al deze woorden, zeggende, ik ben de Heere uw God.

14:32die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.

14:37Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

14:41Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is, nog van hetgeen dat

14:53in de wateren onder de aarde is.

14:57Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen, want ik, de Heere, uw God,

15:03Ik ben een ijverig God die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.

15:14En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben en mijn geboden onderhouden.

15:22Gij zult de naam des Heren, uw God, niet eidelijk gebruiken, want de Heer zal niet ons schuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.

15:32Gedenk de Sabbatdag dat gij dien heiligt.

15:35Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.

15:40Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

15:43Dan zult gij geen werk doen.

15:46Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poort is.

15:57Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.

16:03De zee en alles wat daarin is.

16:05En hij rustte ten zevende dagen.

16:08Daarom zegende de Heere de Sabbatdag en heiligde dezelfde.

16:14Eer uw vader en uw moeder opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heere uw God geeft.

16:23Gij zult niet doodslaan.

16:25Gij zult niet echt breken.

16:27Gij zult niet stelen.

16:30Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

16:34Gij zult niet begeren uw naaste huis.

16:37Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

16:41Nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw naaste is.

16:51[GEZANG]

18:50Openen Gods woord vanmorgen in het evangelie naar de beschrijving van Lukas.

18:55En we lezen daar het 23e hoofdstuk, te beginnen bij vers 13 tot 25.

19:03Dus

19:05de schriftlezing van morgen is Lukas 23,

19:09vanaf vers 13 tot 25.

19:16En als Pilatus de overpriesters en de oversten en het volk bijeengeroepen had, zei hij tot hen...

19:24Gij hebt deze mens tot mij gebracht als een die het volk afkerig maakt.

19:30En zie, ik heb hem in uw tegenwoordigheid ondervraagd en heb in deze mens geen schuld gevonden van hetgeen waar gij hem mede beschuldigt.

19:41Ja, ook Herodes niet, want ik heb uw lieden tot hem gezonden.

19:46En zie, er is van hem niets gedaan dat des doods waardig is.

19:52Zo zal ik hem dan kastijden.

19:54[GEZANG]

20:22[GEZANG]

20:25Kruis hem.

20:26En hij zei ten derde male tot hen.

20:28Wat heeft deze dan kwaads gedaan?

20:31Ik heb geen schuld des doods in hem gevonden.

20:35Zo zal ik hem dan kasteiden en loslaten.

20:39Maar zij hielden aan met groot geroep.

20:43Eissende dat hij zou gekruist worden.

20:46En hun en der overpriesters geroep werd geweldiger.

20:52En Pilatus oordeelde dat hun eis geschieden zou.

20:57En hij liet hun los, degene die om oproer en doodslag in de gevangenis geworpen was, welke zij geëist hadden.

21:07Maar Jezus gaf hij over tot hun wil.

21:12Tot zover de schriftlezing.

21:15In de voorbeden hopen wij te gedenken aan Robert en Clarinda Melissant, de gracht 19.

21:23Waar op zondag 8 februari een zoon en broertje is geboren met de naam Cornelis Teunis.

21:30Zijn roepnaam is Silas.

21:35Laten wij de heren vragen om zijn onmisbare zegen.

21:39Laten wij bidden.

21:41U

21:47bent de rechtvaardige en barmhartige God in de hemel.

21:53Rechtvaardig omdat u mensen laat in hun val.

21:59En verderf waar ze zich door eigen schuld in gebracht hebben.

22:06Maar ook oneindig barmhartig.

22:10Omdat u uw zoon gegeven hebt tot een volkomen verzoening.

22:16En

22:18als wij stilstaan bij het lijden van uw zoon op deze eerste lijdensondag, heren.

22:25Schenk ons de krachtige doorwerking van uw Heilige Geest.

22:30In het spreken en in het luisteren.

22:34Het kan zomaar heel gewoon overkomen bij ons.

22:39Omdat we het ook al zo vaak gehoord hebben.

22:42Dat uw Zoon gekomen is om te lijden en te sterven.

22:48Zodat we eraan gewend geraakt zijn.

22:51En het ons niets meer te zeggen heeft.

22:54Maar heren.

22:57Gebruik uw heilige geest om ons te raken tot in het diepst van ons bestaan.

23:05We kunnen al vele malen het evangelie, het lijdensevangelie gehoord hebben zonder het gehoord te hebben.

23:15En daarom hebben we nodig, heren, de krachtige doorwerking van die geest.

23:21Onthoud ons die toch niet.

23:23Maar dat we vanmorgen dingen zullen horen die we nog nooit gehoord hebben.

23:29En dat het ons zou raken tot in het diepst van ons bestaan.

23:34En u weet wat daarvoor nodig is, heren.

23:39Onze gedachten kunnen zomaar wegvliegen.

23:43Bezig houden en dat we door zorgen omringd worden.

23:51En heren, leid onze gedachten tot de gehoorzaamheid van de Heer Jezus Christus.

23:59Dat hebben we nodig.

24:01En u weet precies wat nodig is voor ons om u nodig te hebben.

24:09En daarom komen we tot uw herenwerk nog krachtig in het midden van de gemeente.

24:15Onder jongens en meisjes.

24:18Onder de jongeren van de gemeente.

24:21Maar ook als we in de kracht of in de avond van ons leven zijn.

24:25We hebben allemaal hetzelfde nodig.

24:29We hebben zicht nodig.

24:31Op het lijden van uw zoon.

24:34En dat hij de dood is ingegaan.

24:37En waarom hij de dood is ingegaan.

24:41Dat is toch om te betalen.

24:44De schuld te vereffenen die wij gemaakt hebben.

24:49En daar wij geen mogelijkheden hebben om de schuld te vereffenen.

24:56Is er een zalig maken nodig.

24:59En ligt de zaligheid.

25:02Buiten ons.

25:03En we beleiden het heer.

25:05En wij doen het steeds weer verkeerd.

25:07Wij zoeken de schuld.

25:09Buiten ons.

25:10En de zaligheid in ons.

25:13Maar werk dan nog krachtig.

25:16Op dat zo gaan zien.

25:18Hoe nodig het is.

25:20Dat hij gekomen is.

25:23En dat hij betaald heeft.

25:25Zo volkomen.

25:26Dat u o vader.

25:29Daar ook volkomen tevreden mee bent.

25:33Het is uw Zoon, uw

25:37geliefde, in de welke u uw welbehagen hebt.

25:43En zo hebt u uw welbehagen geopenbaard in uw Zoon.

25:48En

25:50horen wij het evangelie van de gekruisigde Christus.

25:56Heren, geef dat we zo ook vanmorgen de hemel open mag gaan.

26:02En dat we uw stem zouden horen.

26:06Werk dan nog uw grote naam ter eer.

26:11Zo dragen we de gemeente aan u op, heren, met alle zorgen.

26:17Zieken, ernstig zieken, langdurig zieken.

26:22Als we merken dat onze krachten minder worden of onze gedachten afnemen.

26:28Als we weten, heren, dat onze gezondheid minder wordt.

26:34Als er onzekerheid is, als er spanning is, misschien wel in het huwelijk.

26:40In het gezin.

26:42Spanning in de familiekring.

26:44Of in de werkkring.

26:46De buurt waarin we wonen.

26:49Wat zijn er veel dingen die ons bezig kunnen houden.

26:53Als we letten op de nood van deze wereld.

26:56De spanningen die er zijn in deze wereld.

27:01Maar het is toch op dat we de toevlucht zouden nemen.

27:05Tot u dat we het gaan beleiden.

27:07Dat wij de oorzaak zijn.

27:11En dat wij het allesreinigende bloed van uw Zoon, de Heer Jezus Christus, nodig hebben.

27:20En dat we mogen weten dat het vlak ligt tussen u en onze ziel.

27:25En dat op grond van de verdiensten van de Heer Jezus Christus.

27:31Dan kan er niets van ons bij.

27:34Maar er hoeft ook niets bij.

27:37Wat een wonder is het, heren.

27:40En daarom hebben we steeds weer nodig dat onze blinde zielsogen geopend worden, ons hart geopend wordt, onze wil gebogen.

27:52En heren, werk dan krachtig.

27:56Maar u gaf ook blijdschap in de gemeente.

28:01Dan mocht er ook nieuw leven geboren worden bij Robert en Clarinda Melisand.

28:06En we zeggen uw naam dank, heren.

28:10Maar zo zijn er ook zorgen.

28:14Als Silas te vroeg geboren werd, maar nu de toestand stabiel mag zijn.

28:23Maar heren, spaar toch dit jonge leven.

28:27Voor

28:28de ouders, maar ook voor de

28:35grote zus.

28:36Zo

28:38naar uitgekeken, dan

28:41is er blijdschap, het nieuwe leven.

28:45Maar wat ligt blijdschap en zorgen dan ook dicht bij elkaar, heren?

28:50En we bevelen dit jonge gezin aan uw genadendroom.

28:56Ontferm u over het jonge leven.

29:00Maar ook vermoedert dat ze de verloren krachten weer terug mag ontvangen.

29:07En als u het geeft, heren.

29:09Deze ouders ook geroepen worden.

29:13Om hun kinderen op te voeden in de vrezen van uw naam.

29:17Geef ze daartoe de wijsheid, de kracht.

29:22Maar bovenal de liefde.

29:25Omdat ze gedrongen zouden worden door de liefde van Christus.

29:29Om hun kinderen op te voeden.

29:32Een onmogelijk werk.

29:34Maar heren, wat een wonder als we gaan zien.

29:38Als u het gaat overnemen van ons.

29:42En heren, zo dragen we de gezinnen aan u op.

29:47De opvoeding van de kinderen.

29:49Als er zoveel dingen gebeuren die afleiden.

29:54Zoveel aantrekkelijke dingen in deze wereld.

29:58Maar heren, gedenk ook degene die een kind moest verliezen.

30:03Het zij voor de geboorte of na de geboorte.

30:07Dan kan het ook een pijn doen als er nieuw leven wordt aangekondigd.

30:13Ook degene die uitzien naar de kinderwens.

30:19Of niet meer uitzien naar de kinderwens.

30:24Wat er altijd een wond is, heren, u weet het.

30:28Maar om dan ook met alles de toevlucht te nemen tot u.

30:33Gedenk dan nog naar de grootheid van uw genade.

30:39En heren, zo dragen we de gemeente ook.

30:42Ze is verkant.

30:45Maar geef u op uw tijd een man in uw gunst.

30:49Die de gemeente mag leiden.

30:52Een header en leraar.

30:56U hebt in uw rondwandeling op aarde het volk gezien dat ze zonder heder waren.

31:02En u was met innerlijke ontferming bewogen.

31:07Wees zo ook over deze gemeente met innerlijke ontferming bewogen.

31:15Maar dat er ook in de gemeente gebed mag zijn.

31:19Mijn eigen heder en leraar.

31:22Heere, bind dan de nood van de gemeente ook op de harten.

31:28En opdat we zo elkaar mogen vinden aan uw genadentroom.

31:34Worstelend.

31:37Tot opbouw van de gemeente.

31:40Eerde gedenk zo ook de broeders van de kerkenraad.

31:43De ouderlingen en diakenen.

31:45In al het ambtelijke werk.

31:47Het pastoraat wat er gedaan mag worden.

31:51Gedenken de kerk volgde.

31:53En geef zo in alles wat nodig is.

31:56Tot uitbreiding van uw koninkrijk.

31:58Tot opbouw van de gemeente.

32:02Tot uw eer, maar ook tot zaligheid van zondaren.

32:07Ontferm u over ons.

32:09We bieden het van u.

32:11Uit genade alleen.

32:14Om Christus wil.

32:16Amen.

32:20In de dienst der offeranden worden van u een drietal gaven gevraagd.

32:25De eerste collecte is voor Adulam.

32:28De tweede voor de kerk Volgdij.

32:30En de derde voor de aflossing van de kerk.

32:34En al deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.

32:39De heren zegenen u en uw liefde gaven.

32:43Wij gaan zingen met elkaar op psalm 69.

32:47En wij zingen daarvan het derde en ook het vierde vers.

32:51Het derde vers, beschaam door mij de stille halpen niet van hen die u, o heren der heerscharen, verwachten.

32:59En ook het vierde vers, mijn broederen ben ik vreemd.

33:03Door elk onteerd en onbekend, de zonen mijner moeder.

33:08En wat er verder volgt, derde en het vierde vers uit psalm 69.

33:13Het

33:13[GEZANG]

40:17tekst voor vanmorgen vindt u opgetekend in het gedeelte dat u zojuist is voorgelezen.

40:23Lukas 23 en daarvan het 23ste vers.

40:28Vers 23 uit Lukas 23.

40:33Is de tekst voor vanmorgen.

40:35En daar luidt Gods onfeilbaar woord als volgt.

40:40Maar zij hielden aan met groot geroep eisende dat hij zou gekruist worden.

40:47En hun en der overpriesters geroep werd geweldiger.

40:53Tot zover de tekst.

40:56En

40:58deze tekst bepaalt ons bij de veroordeling tot het kruis.

41:03De veroordeling tot het kruis.

41:07Een drietal gedachten.

41:09In de eerste plaats door het Sanhedrin.

41:12In de tweede plaats door Pontius Pilatus.

41:16En in de derde plaats door het volk.

41:19De veroordeling tot het kruis.

41:23In de eerste plaats door het Sanhedrin.

41:27In de tweede plaats door Pontius Pilatus.

41:30En in de derde plaats door het volk.

41:36Gemeente, wat hebben ze een moeite moeten doen om de Heere Jezus gevangen te nemen?

41:44Dat was nog niet zo eenvoudig, want als het volk in opstand zou komen, als er beroering zou komen onder het volk, dus het moest met veel

41:56wijsheid, met takt gebeuren, maar ze konden zich bijna niet inhouden.

42:05En dat god niet alleen voor de oversten, dat god ook voor het volk.

42:12Hebben ze hem niet geprobeerd in zijn eigen woonplaats.

42:16In Nazareth, daar waar hij opgevoed is.

42:19Om hem van de stijl te af te werpen, om maar van hem af te zijn.

42:24En zo hebben ze steeds weer gekeken hoe ze hem gevangen zouden nemen.

42:31En eindelijk, eindelijk is het dan gelukt.

42:37Is rustig gebleven.

42:38Ze hebben hem meegenomen.

42:41Meegenomen naar de zaal van de hoge priester.

42:46En daar in de zaal van de hoge priester.

42:49Daar is het Sanhedrin vergaderd.

42:51Het Sanhedrin.

42:53Ook wel genoemd de hoge raad of de grote raad.

42:58Bestond uit 70 personen.

43:02En de voorzitter van het Sanhedrin.

43:06Dat was de hoge priester.

43:10Opmerkelijk, misschien even een zijspoor, maar een jaar of drie, vier geleden is er opnieuw een Sanhedrin benoemd in Israël.

43:20De Joden verwachten dat binnenkort de tempel weer herbouwd zal worden.

43:26Er is maar één ding wat nog in de weg staat.

43:29Er moet eerst een rode vaars geboren worden.

43:33Dat kunt u lezen in nummer 19.

43:36Maar als die rode vaas er is, dat is een vaas, een jonge koe.

43:40En die moet dan helemaal rood zijn, daar mag geen wit haartje aan zijn.

43:45En die is nodig om de offerdienst weer te kunnen herstellen.

43:49Is nodig voor de reiniging.

43:52Maar dat Sanhedrin, dat is reeds ingesteld.

43:56Dat Sanhedrin, dat bestaat uit overpriesters.

43:59Dat zijn zeg maar wat meer de priesters.

44:03aan moesten sturen, de overpriesters.

44:07Schriftgeleerden, mensen die thuis waren in de schriften...

44:11die de wet op hun duimpje kenden en misschien ook wel de mazen daarvan.

44:17En daarnaast dan de oudsten.

44:21Dus het was een mengeling van geestelijke leiders...

44:25en van politieke leiders.

44:28Nou, dat is ook prachtig, dat je ziet dat Israël in de tijd...

44:33...van de heren Jezus een theocratie was...

44:36...werd niet bestuurd door het volk, een democratie...

44:40...maar het was de heren die het land en het volk stuurden.

44:48De hoge priester, Caiaphas...

44:50...een moeilijke tijd overigens voor de hoge priester...

44:54...want de Romeinen bepaalden uiteindelijk wie er hoge priester was.

44:59Daar had het volk...

45:01Daar had de kerk ook niks over te vertellen.

45:04En als een bepaalde hoge priester hen niet aanstond, dan zetten ze hem zomaar af.

45:09Ik las ergens dat er in de tijd van de Romeinse overheersing wel 24 verschillende hoge priesters zijn geweest.

45:18Zo vertelt Flavius Josephus.

45:21Maar nu was het Kajefas, de schoonzoon van Annas.

45:25En Kajefas was de hoge priester.

45:28En die Kajefas...

45:30Die heeft toch ook wel mooie dingen gezegd.

45:33En misschien dat hij het zelf niet eens wist.

45:36Maar dat kan u ook overkomen in een gesprek.

45:40Dat kan ook dominees overkomen.

45:43Dat wij dingen zeggen op de preekstoel die niet van tevoren overdacht zijn.

45:49Maar die dan gezegd moeten worden.

45:52Misschien voor u of voor jou.

45:56En dat het u raakt.

46:00En dat het u stilzet.

46:02Die Kajefas, hij heeft gezegd toen

46:08Lazarus

46:13uit de doden was opgewekt.

46:15U begrijpt dat wel, het hele volk was

46:21ontroerd, onthutst.

46:26En ook de kerk bemoeit zich daarmee, wat gebeurde voor wonderen.

46:32En

46:34dan zegt Kajefas,

46:36gij overlegt niet.

46:40Dat het tot ons nut is dat beter één mens sterft.

46:45Dan dat het hele volk verloren gaat.

46:51Gij overlegt niet.

46:54Dat wil zeggen u denkt er niet over na.

46:58En

47:01wat dat betreft gemeente is dat woord en dat is opgetekend door de Heilige Geest.

47:06Gij overdenkt niet.

47:10Dat zal toch van u niet gelden.

47:13Als wij nu de lijdenstijd ingaan.

47:16De eerste lijden zondag.

47:20En dat u niet stilstaat bij dat diepe, diepe lijden van de Heer Jezus Christus.

47:29En dat hij gekomen is om verzoening aan te brengen.

47:33Dat u vergeving nodig hebt.

47:36Anders kunt u voor God niet bestaan.

47:39Gemeente, dan moet u voor eeuwig verloren gaan.

47:45Beseft u dat.

47:47U overlegt niet.

47:50Dat het ons nut is.

47:52Je hoort eigenlijk als het ware ook onze Heidelbergse katechismes erin terug.

47:58Wat nut ons.

48:02Overlegt u dan niet dat het nut is dat één mens sterven.

48:08Zodat heel het volk niet verloren gaat.

48:12Maar

48:14Kajefas, hij heeft het niet beseft.

48:21En zo moet hij het proces leiden.

48:26Om tot de veroordeling van de Heer Jezus te komen.

48:30Wat denkt u gemeente?

48:32Zou de Heer Jezus een eerlijk proces krijgen?

48:37Deze mensen, die schriftgeleerden, die fariseeën en sadduzeeën.

48:42De overste, de oudste van het volk.

48:46Ze staan stijf van de haat.

48:50Van de ergernis.

48:51Van de frustratie.

48:54Het volk heeft het openlijk uitgesproken.

48:58Als ze het over de heren Jezus hadden.

49:00Zijn preken waren met macht.

49:03Als een machthebbende heeft hij hun geleerd.

49:06Daar waren de preken van de schrift geleerd.

49:10Er waren maar flauw bij en lauw bij.

49:17Ze ergerden zich.

49:19Ze haten hem.

49:21Zou die dan een eerlijk proces krijgen?

49:24Ze bespotten hem.

49:27Ze hebben hem bespot in zijn profetisch ambt.

49:30Ze hebben hem geslagen.

49:32En ze hebben gezegd profeteer ons.

49:34Wie heeft u geslagen?

49:37Ze hebben hem bespot in zijn koninklijk ambt.

49:41Deze is de koning der joden.

49:44Een doornen kroon op zijn hoofd.

49:45Een purperen mantel om.

49:49Maar het meest hebben ze hem nog bespot in zijn priestelijke bediening.

49:55Toen hij aan het huis, aan het hout hing.

49:59Kwamen daar de schriftgeleerden, de overste en de oudste.

50:05Indien gij dan de Christus zijt, kom af van het kruis.

50:11Anderen heeft hij gered, maar zichzelf kan hij niet verlossen.

50:20Zou hij een eerlijk proces krijgen?

50:23Lukas is er sober in, in de beschrijving van.

50:28Want ja, wie is er ook bij geweest?

50:32Petrus misschien.

50:33heeft Petrus nog een stukje ervan gevolgd.

50:37Hij is de Heer Jezus gevolgd.

50:43Maar Pontius Pilatus heeft tot drie keer toegezegd...

50:47ik vind geen schuld in deze mens.

50:52En Petrus heeft tot drie keer gezegd...

50:55ik ken deze mens niet.

50:58Een

51:03eerlijk proces.

51:04Er worden valse getuigen opgeroepen.

51:11En het eerste wat gezegd wordt is...

51:14gezegd dat hij de tempel kan afbreken en in drie dagen weer opbouwen.

51:22Nou, dat raakt hun.

51:25En waarom raakt dat het hun?

51:28Gemeente, zij worden in hun godsdienst aangetast.

51:35En dat doet pijn.

51:37Want ze waren zo degelijk.

51:41En ze waren zo getrouw.

51:46Want in de dagen van de Heer Jezus, gemeente, de tempeldienst, dat draaide volop.

51:53Iedere morgen en iedere avond werden de offers gebracht.

51:57Wat waren ze getrouw.

51:59En wat waren ze degelijk.

52:03En daarom doet het pijn.

52:06Als het dan afgebroken wordt.

52:10Nou misschien dat u het wel herkent.

52:14Of bent u nog nooit door uw godsdienst heen gezakt.

52:24Dat u misschien wat tegen de heren gezegd hebt.

52:26U weet het toch.

52:29Hoe getrouw ik ben in uw dienst.

52:35Een onder de dienstknecht.

52:37We

52:40zijn helemaal niet getrouwd.

52:44En dan zegt hij dat hij de Christus is.

52:47De Christus, dat

52:51is het Grieks voor gezalfde.

52:52In het oude testament heette die de Messias.

52:56Hij

53:00de Messias.

53:02Maar

53:04ze kenden toch de schriften.

53:07En ze wisten toch hoe heerlijk de profeten van de oude dag geprofiteerd hebben van zijn komst.

53:19Maar gemeente, het klopt niet met hun beeld.

53:23Zij verwachten de Messias, maar dat hij zou komen met kracht en met heerlijkheid.

53:30En dat hij hen zou verlossen van die overlast van de Romeinen.

53:36Zij zochten een zaligmaker die aansloot bij hun vlees.

53:42Niet gaan boven staan, gemeente.

53:46Want misschien zoekt u ook wel zo'n zaligmaker.

53:50Die aansluit bij ons vlees.

53:52Dan kunnen we nog onszelf blijven.

53:55En ondertussen een kind van God.

53:58Maar dat is onmogelijk.

54:02Dan kun je jezelf blijven en dan toch, ik noem dat altijd maar stapelen.

54:08Dan eerlijk zijn in de dienst van de heren.

54:11Getrouw zijn in het gemeenteleven.

54:13Getrouw onder de verkondiging van het woord.

54:16Stille tijd houden.

54:18Je tijd nemen.

54:20Je tijd besteden in de dienst van de heren.

54:23Misschien nog wel aan het evangeliseren.

54:26Maar kom

54:30niet aan mijn vlees.

54:36Maar de apostel Paulus roept uit.

54:39Ik ben met Christus gekruisigd.

54:44En ik leef.

54:47Maar niet meer ik.

54:48Maar Christus leeft in mij.

54:52Maar

54:57dan komt het.

54:58Zijt gij Gods zoon?

55:02Ja.

55:06Hij heeft God gelasterd.

55:11En daarom des dood schuldig.

55:15Dan blijft er maar één straf over.

55:19En dat is de vervloekte kruisdood.

55:22Want dat heeft Mozes.

55:25Heeft dat al voorgeschreven.

55:27Vervloekt is een iggelijk die aan het hout hangt.

55:34Met minder nemen ze niet genoegen.

55:37Ze

55:39eisen dat hij gekruist zou worden.

55:44Maar nog één probleem.

55:47Dat mochten zij zelf niet doen.

55:51Daar hadden ze de Romeinen voor nodig.

55:53Het is altijd wat onduidelijk.

55:56Want gold het nou voor de doodstraf?

55:59Zo bang waren ze niet.

56:00Even later weten ze dat ze Stephanus stenigden.

56:04Daar hadden ze de Romeinen ook niet voor nodig.

56:08Maar de kruisdood.

56:11Een vreselijke dood.

56:15Of durfden

56:18ze hun handen er toch niet aan te branden?

56:22Stel je voor.

56:24Dat hij werkelijk de Messias is.

56:27Maar

56:31ze moeten van hem af.

56:35Ze eisen dat hij gekruisd zou worden.

56:40En daarom het hele sanhedrin.

56:43Zowel de kerk als de politiek.

56:46Ze zijn het er allemaal over eens.

56:51Maar misschien is er wel een jongen of een meisje vanmorgen die zegt.

56:54Maar

56:56waren ze dan niet ontstellend blij?

56:59Blij dat de Messias geboren wordt.

57:02Als je toch de schrift naar kijkt.

57:04Dan zie je het toch.

57:06Hij wordt ons voorgesteld als de leidende knecht.

57:10Hij wordt ons voorgesteld dat hij niet zal komen met het zwaard.

57:15Maar dat hij zal komen met het kruis.

57:19Zijn ze dan niet blij.

57:20De schrift heeft het toch voor zegt.

57:23Dat hij tekenen en wonderen zal doen.

57:26Ze hebben het toch allemaal gezien.

57:30Het kan toch niet anders of hij is de Messias.

57:34Ze

57:36moeten van hem af, gemeente.

57:39En ze doen er alles aan om hem uit handen te blijven.

57:46Ze

57:49doen er alles aan.

57:51En dan maar een leugentje om best wil.

57:54Dan maar valse getuigen.

57:59Maar het zal toch niet weer gebeuren dat hij onsnapt.

58:04En daarom...

58:06Ze zetten alles op alles.

58:09Alles op alles om hem uit handen te blijven.

58:14En u dan, gemeente?

58:20Om uzelf te blijven.

58:23Om op eigen benen te blijven.

58:27Wat doet u eraan?

58:30Misschien ook wel valse getuigen.

58:33Zoals proberen vanmorgen.

58:35Om wat dichterbij te komen.

58:38Om het hart te raken.

58:41Misschien ook wel valse getuigen.

58:46Een valse getuige.

58:47Ja, kijk, dominee, je moet wel uitverkoren zijn.

58:55Want als je nou niet uitverkoren bent, dan kan je hoog springen, dan kan je laag springen.

59:00Maar dan helpt het allemaal niks wat je doet.

59:03Dan kan je beter maar er een beetje op losleven.

59:07En trouwens, als je wel uitverkoren bent, dan

59:13kan het ook niet meer fout gaan.

59:15Wat ik ook doe.

59:17Is dat uw valse getuigen, jouw valse getuigen?

59:28Je moet wel overtuigd zijn van zonde.

59:31Kende ik maar meer mijn zondaars bestaan.

59:35De

59:41Heer Jezus heeft genodigd en geroepen.

59:45Kom herwaarts tot mij, alle die vermoeid en belast zijn.

59:52En ik zal u rust geven.

59:55Snakt u dan niet naar rust?

59:58Als de Heilige Geest dat zonderregister van u gaat openleggen.

1:00:05Als u geweten tot u gaat spreken.

1:00:11En u voelt het wel dat het niet klopt.

1:00:16En u weet het wel dat als u onverziend verzoend voor God moet verschijnen.

1:00:21Dat u voor eeuwig verloren moet gaan.

1:00:24Maar u hebt een valse getuige.

1:00:29Als ik nou maar eens meer overtuigd was van mijn zonde.

1:00:36Nog een valse getuige.

1:00:41Zou hij mij wel op het oog hebben?

1:00:44O, u

1:00:48gaat zijn onbegrijpelijke en onbeschrijfelijke zondaarsliefde voor verdacht houden?

1:00:59Hierin, schrijft de apostel Johannes, is de liefde gods geopenbaard.

1:01:05Dat

1:01:07hij zijn ene geboren zoon gegeven heeft tot een volkomen verzoening.

1:01:16En die onvoorwaardelijke zondagliefde.

1:01:20Gemeente, als u toch eens nog eens ergens aan moest voldoen.

1:01:24Als u toch eens iets moest zijn of iets moest hebben.

1:01:28Dan was het voor eeuwig verloren.

1:01:31Maar hij is het die met uitgebreide arme staat roept.

1:01:37Nodigt, raadt en bidt.

1:01:40Dat u tot hem de toevlucht zout nemen.

1:01:43Met al uw vragen, met al uw nood.

1:01:47Met al uw schuld.

1:01:49Kunt u mij een voorbeeld aanwijzen in het Nieuwe Testament.

1:01:53Dat de Heer Jezus iemand weggestuurd heeft.

1:01:58Met welke vragen, met welke kwalen.

1:02:01Met welke beperkingen ze ook kwamen.

1:02:06Maar die tot mij komt zal ik geen zins uitwerpen.

1:02:13Welke valse getuigen hebt u nog?

1:02:17Jongen, jij misschien.

1:02:18Dat je denkt dat je dan je leven op moet geven.

1:02:22Dat je niet meer kunt doen wat je wilt.

1:02:25Ik zeg je vanmorgen.

1:02:28Er is geen beter leven dan het leven met de Heer.

1:02:32In afhankelijkheid van Hem.

1:02:35En dan mag je alles.

1:02:37Alleen je wilt het niet meer alles.

1:02:40Geen beter leven dan het leven uit de volheid en de rijkdom van de Heer Jezus Christus.

1:02:53Zo is de Heer Jezus veroordeeld.

1:02:57Tot het kruis.

1:02:59Door het Sanhedrin.

1:03:00In de eerste plaats.

1:03:04We gaan naar onze tweede gedachte.

1:03:06Door Pontius Pilatus.

1:03:14Ja, Pontius Pilatus.

1:03:16Maar dat was toch een Romein?

1:03:19Dat was toch een politiek iemand?

1:03:23Dat had toch niks met de kerk te maken?

1:03:25Het was toch een godsdienstig conflict?

1:03:28Hij heeft God gelasterd.

1:03:32Wat moet Pontius Pilatus in dit conflict?

1:03:36Nee, wat doen ze gemeente?

1:03:38Wat doet dat Sanhedrin?

1:03:40Ze maken van dit kerkelijke conflict, maken ze een politiek conflict.

1:03:45En ze zeggen, hij maakt het volk afkerig.

1:03:50Hij is een koming en daarmee een gevaar.

1:03:55Hij

1:03:57is staatsgevaarlijk, deze man.

1:04:01En daarom, zij maken het conflict, maken ze politiek.

1:04:09Trouwens wat een ophef heeft hij al niet gegeven.

1:04:13Wat een beroering onder het volk heeft hij niet gegeven.

1:04:16Met al zijn tekenen en wonderen.

1:04:22Dus Pontius Pilatus de politiek moet zich ermee bemoeien.

1:04:28En dat doet de Pontius Pilatus.

1:04:34En hij onderzoekt alles nauwkeurig.

1:04:39En hij kan maar tot één conclusie komen.

1:04:42Ik vind geen schuld in deze mens.

1:04:49En terwijl het hele Sanhedrin en heel het volk, ze eisen dat hij zou gekruist worden.

1:04:59Ze hielden aan met een groot geroep.

1:05:02Daar staat het hele volk.

1:05:04En wat moet die Pontius Pilatus beginnen?

1:05:08Nou, hij

1:05:11heeft gehoord dat hij uit Galilea komt.

1:05:14En Galilea, dat is niet het gebied waar hij verantwoordelijk voor is.

1:05:18Dat is Herodes.

1:05:21is net in Jeruzalem dus een second opinion door Herodes.

1:05:28En

1:05:31misschien dat Herodes, die kent die joden beter...

1:05:34dat die wel een oplossing weet.

1:05:37Maar ook Herodes vindt geen schuld in deze mensen.

1:05:44Dat wordt nog eens bevestigd door de vrouw van Pontius Pilatus.

1:05:52Drie mensen, drie getuigenissen.

1:05:56Gemeente...

1:05:59Je moet het maar niet kwalijk nemen, maar je zou zeggen het is bijna ironisch.

1:06:05De

1:06:07schrift zegt in de mond van twee of drie getuigen zal alle woord bestaan.

1:06:15Dan zijn het ook heidenen.

1:06:18Maar

1:06:20deze heidenen, het

1:06:23is hun getuigenis.

1:06:25Geen schuld in deze mens.

1:06:31En Pontius Pilatus, hij gooit al zijn slimmigheid in de strijd.

1:06:35Het is gebruikelijk dat ik nu één loslaat op het paasga.

1:06:41En wie zal ik dan loslaten?

1:06:44Barabbas of

1:06:48Barabbas?

1:06:52Barabbas, dat betekent zoon, bar.

1:06:56Bartimeus, de zoon van Timeus.

1:06:59Barabbas, Abba, vader.

1:07:01Zoon van de vader.

1:07:04Die staat tegenover.

1:07:06De zoon van de vader, maar dan met hoofdletters.

1:07:12Zal het volk dan niet kiezen voor Jezus?

1:07:22Daarnaast speelt er nog een geweldig conflict.

1:07:25Want er wordt dan wel eens gedacht dat die Pontius Pilatus een slapjanus was.

1:07:30En dat hij geen ruggengraat had.

1:07:32En dat hij daarom zich liet ompraten door het volk.

1:07:36Maar hij

1:07:38had van zijn baas uit Rome...

1:07:41de nadrukkelijke opdracht gekregen...

1:07:44dat

1:07:45hij dat volk van de joden rustig moest houden.

1:07:49Geen politieke opstand, geen oproer, geen gedoe, geen relletjes.

1:07:56Dus Pontius Pilatus moest alles op alles zetten...

1:08:00om dat volk tegemoet te komen.

1:08:04Hij mocht die joden niet tegen zich krijgen.

1:08:09Maar hij vindt geen schuld in deze mens.

1:08:13En Herodes heeft het bevestigd en zijn vrouw bevestigt het.

1:08:17En dat is zo wonderlijk, gemeente.

1:08:21Het is een volkomen lam wat er geslacht wordt.

1:08:26Het lam dat de zonde der wereld wegneemt.

1:08:31Afgebeeld, een

1:08:34voorbeeld was het paaslam.

1:08:38Een beeld dat voorgaat, een voorbeeld.

1:08:44Dat lam...

1:08:48Dat moest een volkomen lam zijn, daar mocht geen enkel gebrek aan zijn.

1:08:52Dat lam, als het bereid werd, daar mocht geen been van gebroken worden.

1:08:58Dat lam, dat moest in zijn geheel gegeten worden.

1:09:04Dat lam, dat moest afgemeten worden op het gezin.

1:09:09En als het gezin te klein was voor een lam, dan wordt het gedeeld met de buren, want er mocht ook niks overblijven.

1:09:22Volkomen zijn.

1:09:23Volmaakt zijn.

1:09:25En wat Pontius Pilatus ziet is.

1:09:29En bevestigt.

1:09:30Dit lam.

1:09:32Een volkomen lam.

1:09:39En Pontius Pilatus.

1:09:43Geeft hem over.

1:09:45Om

1:09:48gekruisd te worden.

1:09:54Onze apostolische geloofsbeleidenis.

1:09:59De twaalf artikelen.

1:10:00Die zegt.

1:10:01Dat hij geleden heeft onder Pontius Pilatus.

1:10:06Is

1:10:09gekruisigd.

1:10:10En

1:10:14toch is dat ingewikkeld.

1:10:16En misschien ook weer niet.

1:10:20Want er zijn wel mensen die denken.

1:10:22Die comma daar in de twaalf artikelen.

1:10:25Die staat verkeerd.

1:10:27Je moet zeggen.

1:10:29Hij heeft geleden.

1:10:31Comma.

1:10:33Onder Pontius Pilatus is gekruisigd.

1:10:40Ik ging nog een keer in een gemeente voor, ik weet niet eens precies meer waar het was.

1:10:46In een middagdienst en toen beleden wij met de kerk van alle tijden, alle plaatsen, de twaalf artikelen.

1:10:53En toen kreeg ik de volgende dag een mail in mijn mailbox.

1:10:57Dat als ik dat nog een keer zei, dan kwam die niet bij mij meer in de kerk.

1:11:01Ik heb hem gewezen op onze Heidelbergse katechismes.

1:11:06Die dit volkomen onderschrijft, dat hij geleden heeft onder...

1:11:12Pontius Pilatus.

1:11:13En waarom heeft hij geleden onder Pontius Pilatus?

1:11:18Omdat hij daar

1:11:21veroordeeld is.

1:11:23Daar is de beslissing gevallen.

1:11:26De beslissing om hem te kruisigen.

1:11:33Daar is hij onschuldig

1:11:39veroordeeld.

1:11:41Hij

1:11:43heeft geen eerlijk proces gehad.

1:11:46En dat ging zelfs tegen de Joodse wetten in.

1:11:49Want de Joodse wetten schreven voor dat er altijd 24 uur tussen moest zitten.

1:11:54Tussen de veroordeling tot de dood en de voltrekking ervan.

1:12:00Maar zelfs dat hebben ze hem niet gegund.

1:12:10Onschuldig veroordeeld.

1:12:12Hij onder het oordeel doorgegaan.

1:12:18En zo beleidt ook de Heidelbergse strategismes.

1:12:23Omdat hij...

1:12:25Onder het oordeel is doorgegaan.

1:12:28Dat was nodig om ons van het strenge oordeel gods te bevrijden.

1:12:37En gemeente, als u dat hoort, het

1:12:42strenge oordeel.

1:12:43U ligt,

1:12:46allen en jullie jongens en meisjes en ik liggen onder het strenge oordeel gods.

1:12:53Omdat

1:12:57u tegen hem zwaar en menigmaal hebt misdreven.

1:13:03En daarom moet u de dood sterven.

1:13:06En

1:13:09als uw zonden niet vergeven worden.

1:13:12Dan moet u de eeuwige dood sterven.

1:13:18En om ons van dat strenge oordeel gods te bevrijden.

1:13:24Is hij

1:13:28rechtvaardig.

1:13:30En dat voor onrechtvaardigen.

1:13:36Onder het oordeel doorgegaan.

1:13:40Pontius Pilatus.

1:13:43Hij zegt het tegen volk.

1:13:45Ik zal hem kastijden.

1:13:49En loslaten.

1:13:52En hij laat hem geeselen.

1:13:56Ploegers hebben op mijn rug geploegd.

1:14:01Profiteert Psalm 129.

1:14:07Heeft Pontius Pilatus medelijden gehad?

1:14:10Zie

1:14:15de mens.

1:14:16Zie

1:14:18de mens.

1:14:19En

1:14:23ook hier bij Pontius Pilatus wat een kernwaarheid.

1:14:28Hoewel het Gods eigen lieve zoon is.

1:14:35Is hij ook zoon des mensen.

1:14:39Een titel die hij alleen zelf gebruikt.

1:14:43Zoon des mensen.

1:14:48En hij geeft hem over aan hun wil.

1:14:58Gemeente, wat zou er gebeuren als

1:15:04hij vanmorgen aan uw wil wordt overgegeven?

1:15:15En dan kunnen wij een hele dogmatische discussie gaan opstarten.

1:15:21Hebben wij een vrije wil?

1:15:25Gemeente, u hebt een vrije wil tot

1:15:31het kwaad.

1:15:32U

1:15:35hebt geen vrije wil tot het goede.

1:15:38U hebt gekozen in het paradijs.

1:15:42En daarom gaan al uw keuzes verkeerd.

1:15:46Maar

1:15:49als wij geen goede wil hadden, dan zou u niet verantwoordelijk zijn voor uw daden.

1:15:56En daarom hebt u een vrije wil tot het kwaad.

1:16:04En worden u de zonde aangerekend.

1:16:07Ten volle verantwoordelijk.

1:16:13Ik denk vaak aan, het is al jaren geleden.

1:16:16Ik was nog kerkganger.

1:16:19En daar zaten twee oudere mannen voor mij.

1:16:24En ik boog wat voor over.

1:16:26Want ik wilde horen wat ze zeiden.

1:16:28Misschien niet helemaal netjes.

1:16:32En de een zei tegen de ander.

1:16:34Weet je wat mijn moeder altijd zei?

1:16:37Als ik zei, ik kan me niet bekeren.

1:16:41Dan zei ze, maar je kan wel zondigen.

1:16:48Wat zou er gebeuren gemeente vanmorgen.

1:16:52Als hij aan uw wil werd overgegeven.

1:16:56Misschien dat er wel iemand is die zegt vanmorgen.

1:17:00Dominee ik zou groot graag bekeerd willen worden.

1:17:08Als de heren nou maar wil.

1:17:10Ik

1:17:13dacht vroeger ook als de heren zo gewillig was als ik.

1:17:17Dan was ik toch al lang bekeerd.

1:17:20Gemeente er is een gewillige zaligmaker.

1:17:25Maar u hebt niet gewild.

1:17:28En ik.

1:17:29Dat hij koning over mij zijn zou.

1:17:33Maar hij is vele malen gewilliger om zondaren te ontvangen.

1:17:39Dan dat u gewillig bent om tot hem te gaan.

1:17:43Een gewillige zaligmaker.

1:17:47Voor onwillige zondaren.

1:17:52Veroordeeld tot het kruis door Pontius Pilatus.

1:17:56In de derde plaats ook door het volk.

1:18:01Pontius Pilatus heeft het geconstateerd.

1:18:04Vindt geen schuld in deze mens.

1:18:08Hij ziet geen gevaar in deze mens.

1:18:13Maar hoe dan met het volk?

1:18:16Hoe ligt dat dan in het volk?

1:18:20Doch al de menigte riep gelijkelijk zeggende.

1:18:24Weg met deze.

1:18:30Weg ermee.

1:18:32We

1:18:33kunnen er niks mee.

1:18:38Kruis hem.

1:18:41Als een.

1:18:43Ongehoorzame zoon werd hij gekruist.

1:18:46Gemeente, dat gaat terug op een profetie van Zacharias.

1:18:50U

1:18:52kent misschien wel de tekst.

1:18:54Zwaard ontwaakt tegen de man die mijn metgezel is.

1:19:00In datzelfde hoofdstuk gaat het ook over het profeteren.

1:19:04Over valse profeten.

1:19:06Als een zoon vals profeteert, dan moet hij door zijn ouders doorstoken worden.

1:19:16Zo wordt de Heer Jezus als een ongehoorzame zoon gekruisigd.

1:19:24Terwijl hij

1:19:26nou volkomen de wil van zijn vader gedaan heeft.

1:19:31Het was zijn spijzer.

1:19:33Om zo te beantwoorden aan de wil van zijn vader.

1:19:37Hij heeft zich gewillig borg gesteld.

1:19:40Vader, ik zal komen om uw wil te doen.

1:19:46Ze eisen.

1:19:48Dat hij gekruisd had worden.

1:19:50Eisen.

1:19:51Dat is een vragen.

1:19:53Een vragen.

1:19:56Waarbij je eigenlijk wel weet.

1:19:57Dat je het zeker gaat krijgen.

1:20:00Is geen andere mogelijkheid.

1:20:02Er zijn geen andere mogelijkheden.

1:20:05Hij moet wel gekruisigd worden.

1:20:09En hun geroep.

1:20:11Kreeg de overhand.

1:20:13Ze hielden aan met groot geroep.

1:20:16En hun geroep.

1:20:18Werd geweldiger.

1:20:24Wat heeft hij hun gedaan?

1:20:26Wat heeft hij hun misdaan?

1:20:30Hij heeft zich onder het volk begeven.

1:20:33En ze brachten de zieken tot hem.

1:20:36Mensen die het gezicht niet meer hadden.

1:20:39Die blind waren, doof waren, kreupel waren, melaats waren, verlamd waren.

1:20:46En hij heeft ze allemaal genezen.

1:20:48Hij heeft zelfs doden levend gemaakt.

1:20:51Wat heeft hij het volk misdaan?

1:20:58Zijn reden is hard.

1:21:05En ze hebben hem allemaal verlaten.

1:21:08En misschien moet u vanmorgen ook wel zeggen, zijn reden is hard.

1:21:13Want er kan helemaal niks van u bij.

1:21:19Het is enkel en alleen genade.

1:21:26Vroeger zeiden de mensen, waar genade valt, daar valt ze vrij.

1:21:35En omdat het genade is, gemeente, kan het voor u allen.

1:21:41Nee, ik

1:21:43zeg niet dat Christus voor u allen gestorven is.

1:21:48Maar ik zeg wel dat voor u allen is er een gekruisigde Christus.

1:21:55Hebt u hem nodig?

1:21:58Is die onmisbaar voor u?

1:22:04Zijn reden is hard.

1:22:07Maar

1:22:10ze hadden toch verder geen last van hem?

1:22:14Konden ze hem dan niet gewoon...

1:22:18Net doen alsof hij er niet was, gemeente.

1:22:24Misschien is dat wel de ergste vorm van opstand.

1:22:29De

1:22:32ergste vorm van weerstand.

1:22:38Net doen of het u niet aangaat.

1:22:43Of het u niet betreft.

1:22:45U

1:22:50moet het dus bij een politieagent proberen die u aanhoudt.

1:22:53Ik

1:22:58ben bang dat het u niet gaat helpen.

1:23:05Om nou hem...

1:23:08De koning der koningen.

1:23:10De zaligmaker van zondaren.

1:23:15Om die nou te negeren.

1:23:20Dan is de prediking gemeente is een gebeurtenis.

1:23:26Prachtig als u dat leest in het oude testament.

1:23:29Het woord geschieden tot Amos.

1:23:33Tot Jezaja.

1:23:35Het woord gebeurde.

1:23:39Dus u komt niet de kerk uit zoals u erin gegaan bent.

1:23:43Er is iets veranderd.

1:23:47U hebt gehoord vanmorgen.

1:23:50De veroordeling tot het kruis.

1:23:54Door het Sanhedrin.

1:23:57Dat is nog ver weg.

1:23:59Pontius Pilatus.

1:24:01Een Romein.

1:24:03Maar ook door het volk.

1:24:08Stond u ertussen.

1:24:10Daar voor het rechthuis van Pontius Pilatus.

1:24:14En hebt u meegeroepen.

1:24:16Weg met deze.

1:24:20Geen lust.

1:24:22Aan de kennis van zijn wegen.

1:24:27Geen gedaante.

1:24:29Nog heerlijkheid.

1:24:31Dat wij hem begeerd.

1:24:32Zalden hebben.

1:24:35Hij veracht.

1:24:38De onwaardigste.

1:24:41Onder de mensen.

1:24:45Doet dat dan geen pijn gemeente.

1:24:48Want waarom de onwaardigste.

1:24:52Omdat u.

1:24:54Onwaardig.

1:24:55Geworden bent.

1:24:57Door eigen schuld.

1:25:00Terwijl de Heere u naar zijn beeld en gelijkenis geschapen heeft, in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid, hebt u dat beeld van u afgeworpen, onwaardig

1:25:12geworden.

1:25:13En daarom moest hij de onwaardigste worden onder de mensen.

1:25:21Misschien denkt u wel, en waarom liet de Heere dit dan toe?

1:25:26Zijn eigen zoon.

1:25:29Zijn enig en eeuwig geboren zoon, zijn geliefde.

1:25:37Waarom liet hij het toe?

1:25:40Zijn welbehagen.

1:25:44Behagen, dat

1:25:47betekent daar had hij vreugde in.

1:25:53Vreugde.

1:25:55Omdat zijn zoon zich een kerk, een gemeente zou vergaderen tot het eeuwige leven.

1:26:03Die hem zou grootmaken.

1:26:08Ja, maar dat Sanhedrin dan.

1:26:10Een pion.

1:26:12Pontius Pilatus, een pion.

1:26:14Het volk dan.

1:26:16Pionnen.

1:26:18Dan gebeurt er niks buiten zijn vaderlijke zorg.

1:26:25Buiten zijn goddelijke wil en voorzienigheid.

1:26:33Ja, wie heeft hem dan gekruist?

1:26:38Hebben de oversten dan het gedaan?

1:26:41Zeg maar de politieke macht.

1:26:46Of was het het Sanhedrin?

1:26:47Waren het de overpriesters en de schriftgeleerden?

1:26:51Was het de kerk die hem gekruisigd heeft?

1:26:54Als u het aan de joden vraagt, dan zeggen ze, nee, dat hebben wij niet gedaan.

1:26:57Dat hebben de Romeinen gedaan.

1:27:00Wie heeft hem dan gekruisd?

1:27:02Wie heeft hem veroordeeld tot het kruis?

1:27:08Dat bent u.

1:27:11En jij.

1:27:13En ik.

1:27:14Uw

1:27:20zonden hebben

1:27:23vergeving nodig.

1:27:26Uw schuld.

1:27:28Heeft betaling nodig.

1:27:32En daarom is hij gekomen.

1:27:35Gekomen om te lijden en te sterven.

1:27:39Gekomen om dat grote offer te brengen.

1:27:44En dan is het bijzonder.

1:27:45Ik dacht wel eens vroeger.

1:27:48Klopt dat wel?

1:27:49Vier adventszondagen en zeven lijdenszondagen.

1:27:54Moet dat niet omgekeerd worden?

1:27:56Dat je zeven adventszondagen.

1:27:58Dat is toch bijzonder.

1:27:59De komst in de wereld.

1:28:03Het gaat erom, gemeente, of u het rechte zicht hebt op zijn lijden en sterven.

1:28:11Op dat grote offer.

1:28:14En daarom ook weer een bijzondere tijd, de lijdenstijd.

1:28:19En opdat u hem zult zien, het lam.

1:28:23Dat geslacht is van voor de grondlegging der wereld.

1:28:27En waarom?

1:28:30Waarom heeft hij het gedaan?

1:28:34Het antwoord bestaat maar uit één woord.

1:28:38Liefde.

1:28:41Onbegrijpelijke.

1:28:43Onbeschrijfelijke.

1:28:46Zondaarsliefde.

1:28:47Hij heeft u niet over.

1:28:49Voor het eeuwig verderf.

1:28:52En daarom roept hij nog.

1:28:54En nodigt hij.

1:28:56Opdat u vanmorgen nog voor het eerst of opnieuw.

1:29:00De toevlucht zult nemen.

1:29:02Tot hem.

1:29:04Amen.

1:29:09Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 74 en wij zingen daarvan het 17e vers.

1:29:15Herdenk mijn God, herdenk die wonderdaam.

1:29:18En ook het 21e.

1:29:20Reis op, o God, reis op, toon uw gezag.

1:29:24We noemden nu het 17e en 21e vers uit Psalm 74.

1:29:29Wij

1:29:29[GEZANG]

1:32:27eindigen met dankgebed.

1:32:32Heren, we zeggen uw naam ootmoedig dank voor die onuitsprekelijke genade gaven.

1:32:39Dat u uw zoon gegeven hebt tot een volkomen verzoening.

1:32:44En dat hij die gewillige zaligmaker is.

1:32:49Gewillig gegaan.

1:32:51De weg van de kribbe naar het kruis.

1:32:56Hij was niet alleen de hoge priester.

1:33:00De enige hoge priester.

1:33:02De eeuwige hoge priester.

1:33:05Maar hij was ook het offer.

1:33:08En dat offer is gebracht.

1:33:12Heren, achtervolg het nog met uw zegen.

1:33:15Als zo in deze lijdenstijd het diepe, diepe lijden en sterven van de Heere Jezus Christus ons verkondigd wordt.

1:33:27Dat

1:33:28we er niet aan voorbij zouden leven.

1:33:31Dat we het niet op waarde zouden schatten.

1:33:35Maar heren, werk nog krachtig.

1:33:37Wees ook zelf vanmorgen de naprediker.

1:33:42En dat het ons niet los zou laten.

1:33:45Maar dat het ons mag brengen aan de voet van het kruis.

1:33:50Heren werk dan nog in jong en oud.

1:33:53Wil ons ook vanavond nog weer samenbrengen.

1:33:57Rond de verkondiging van uw woord.

1:33:59De bediening der verzoening.

1:34:02Ontferm u over ons.

1:34:04Bescherm en bewaar nog.

1:34:06We bieden het van u.

1:34:08Om Christus wil alleen.

1:34:11Amen.

1:34:15Onze slotsang is uit Psalm 71, het negende vers.

1:34:19Doe hen beschaamd staan en bezwijken.

1:34:22En ook het tiende, mijn hart zal steeds op u vertrouwen.

1:34:26Negende en tiende vers uit Psalm 71 als slotsang.

1:34:31Ga

1:34:31[GEZANG]

1:38:17dan in vrede naar uw woningen.

1:38:18Verheft uw harten tot God en ontvang de zegen des Heren.

1:38:22De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde Gods.

1:38:29En de gemeenschap van de Heilige Geest zij.

1:38:32En blijven met u allen.

1:38:35Amen.

1:38:36[GEZANG]