0:02Goedenavond luisteraars, hartelijk welkom bij het zaterdagavond verhaal.
0:07Vanavond heeft mijn verhaal als titel Ole.
0:14Heel dicht bij de zee, beschut door de laatste duinerij, stond een kleine houten hut verscholen, waarvan de muren met leem bestreken waren, terwijl het dak bestond uit ruw
0:26geschaafde balken.
0:28In dat hutje had Ole het levenslicht aanschouwd.
0:32En daar zou hij zonder twijfel ook eenmaal de ogen voor altijd sluiten.
0:37Op enige meters afstand van Oles hut verhief zich, in de vorm van een puntige weg, een buitengewoon hoge duin, die van verre zichtbaar was.
0:49Op de top daarvan vertoonde zich dikwijls een zwarte stip.
0:53Die stip was Ole.
0:56Boven op die hoge duin stond sinds onheugelijke tijden een bank.
1:02En daarop zat Ole uren achtereen en tuurde naar de zee.
1:07Vooral wanneer de barometer zeer laag stond en opeen gestapelde wolken storm voorspelden, kon men er zeker van zijn hem daar te vinden.
1:18In zijn jeugd was Ole zeeman geweest en er waren maar weinig zeeën in de wereld die hij niet bevaren had.
1:26Toen hij eindelijk dat zwervend leven moe teruggekomen was naar zijn land,
1:32had hij het hutje van zijn ouders in bezit genomen en was visser geworden.
1:38Ole was nu 72 jaar, maar hij zag er ouder uit, omdat het vermoeiend zeemansleven diepe rimpels in zijn verbrand gezicht
1:50gegroefd had.
1:51Zijn grijze ogen keken scherp uit onder zijn lange witte wenkbrauwen, die als twee grote bogen zijn oogleden omlijsten.
2:03Ole werd algemeen gehouden voor iemand die nooit vrees gekend had.
2:09Geen menselijk wezen had althans ooit de minste vrees bij hem kunnen waarnemen, hoewel Ole dikwijls te midden van de grootste gevaren gezien was, vooral in de tijd
2:21toen hij nog met de reddingboot uitvoer.
2:25Drie reddingsmedailles die bij bijzondere gelegenheden zijn borst sierden,
2:31getuigen op wel sprekende wijze van zijn onverschrokkenheid en dapperheid.
2:37Men
2:38wist ook van Ole dat hij zich gedurende zijn zeemansleven menigmaal in een hoogst gevaarlijke toestand bevonden had.
2:49Eenmaal had hij na een schipbreuk acht dagen en acht nachten lang in een kleine kano in volle zee rondgezworven.
2:58Een andere keer
3:00had een stormwind zijn schip op een eiland in de stille oceaan geworpen, waar het weinig geschild had of Ole was door de wilden opgegeten.
3:11Hij vertelde graag van zijn avonduren, elke keer als iemand die wenste te horen,
3:18zelfs nog vaker, als men hem dan vroeg.
3:23Maar zeg eens, Ole, was je toen niet bang?
3:27Toch wel een beetje, denk ik.
3:30trok even een verachtelijk lachje over zijn bruin verbrand gezicht, en op een toon van overwicht zei hij, bang, geen sprake van,
3:42daar zou nog wel wat anders voor nodig zijn.
3:47Op deze manier zorgde Ole er zelf voor, dat zijn roem gehandhaafd bleef.
3:54Zelfs bracht hij de overmoedige jeugd ertoe, zijn moed op de proef te stellen.
4:00Toen Ole,
4:02op zekere avond naar het dorp terugkeerde, plaatste zich onverwacht een witte gedaante tegenover hem, midden in de eenzame duinen.
4:12Maar Ole week niet terug.
4:15Met de grootste koomte liep hij recht op de verschijning toe en sprak op een toon van verachting.
4:23Zeg eens, jij met je witte jas, je bent aan het verkeerde adres.
4:30Een volgende keer.
4:32vertoonde een der jongens zich als een zwarte gedaante, de duivel voorstellend.
4:38Maar hiermee hadden zij even min succes.
4:42Ole vreesde voor wit nog zwart, voor dood nog duivel.
4:49Ik zou wel eens willen zien wie Ole de visser vrees kon aanjagen, zei hij soms.
4:56En Ole zou het te zien krijgen.
5:00Op
5:01zekere dag!
5:03hoorde hij toch van iets, dat hem met grote vrees vervulde, en voor geen geld ter wereld zou hem met dat vreselijke in aanraking gekomen zijn, of schoon dat iets
5:16niet afschrikwekkends had, en Oles gezondheid nog zijn leven erdoor bedreigd werd.
5:24Sinds korte tijd was namelijk in het dorp een nieuwe predikant gekomen.
5:30Het spreekt vanzelf,
5:32dat bij diens intrede de kerk overvol was.
5:35Wie een voet verzetten kon, was erop gesteld de plechtigheid bij te wonen.
5:41Vandaar dat Ole er ook was.
5:44En van die dag dateerde zijn vrees voor deze man.
5:50En toch was deze volstrekt niet in de gedaten van de duivel voor zijn gehoor opgetreden.
5:57De gehele preek was een zeer eenvoudige getuigenis.
6:02Van de gekruiste Jezus, de redder en zaligmaker van zondaren.
6:07Maar nogthans had Ole van dat ogenblik af een gevoel van angst, waarvan hij zichzelf geen verklaring kon geven.
6:18Het kwam hem voor dat deze man wel eens zijn ergste vijand kon worden.
6:24Later hoorde Ole van een buurvrouw, die het weer wist van een andere vrouw in het dorp,
6:31dat de nieuwe predikant de ergerlijke gewoonte had iedereen aan te spreken en te trachten hem van zijn vaderlijk geloof af te brengen en aan allen
6:43met wie hij in gesprek kwam te vragen hoe het met de innerlijke mens gesteld was.
6:49Dit deed zijn angst nog toenemen.
6:53Niet dat Ole bang was zijn geloof te zullen verliezen.
6:57O nee, niemand zou hem dat ontnemen.
7:01Al mocht zijn geloof dan niet opkunnen tegen dat van de dominee, aan zijn geloof mankeerde niets.
7:10En het was genoeg voor hem.
7:12Hij bezat in elk geval het orthodoxe geloof.
7:17Daar was hij zeker van, omdat zijn geloof rechtstreeks ontleend was aan de katechismes.
7:23Zijn geloof had immers reeds drie predikanten overleefd.
7:28Dan zou het ook wel de schok kunnen doorstaan.
7:31die een vierde predikant het aanbracht.
7:34En wat zijn innerlijke mens betroft, meende Olle dat hij volkomen gerust kon zijn.
7:42Alles was in orde.
7:44Dat hadden zelfs de vorige dominees gezegd.
7:48Maar hoe dit ook zei, diep in Olles hart was voortdurend dit angstgevoel aanwezig.
7:55Geen middel hielp om die angst weg te krijgen.
7:59En Olle wilde niet.
8:01dat iemand er iets van vermoedde.
8:04De mensen zouden alleen mogen weten dat hij het op de dominee gemunt had en dat hij deze niet uitstaan kon.
8:13Op zekere dag, toen Ole met enige vissers op het strand stond te praten, vroeg een hunner hem of de nieuwe predikant hem beviel.
8:25Of hij mij bevalt, antwoordde Ole en drukte zijn voet in het zand.
8:31Zeg mij eens.
8:33Of jullie iemand zouden kunnen verdragen die erop staat je je geloof te ontnemen en je binnenste wezen te doorgronden.
8:43Niet?
8:44Wel nu, dan hoef je mij ook niet naar mijn mening te vragen.
8:49Nee, ik kan dat rechts en links bespiedend niet uitstaan.
8:54Dat is hier nooit de gewoonte geweest.
8:57Wat gaat er mijn geloof aan?
8:59Laat herpreken.
9:00en verdere werkzaamheden verrichten, maar andere mensen met rust laten.
9:07Dat moest je hem iets gaan zeggen, merkte de visser op, terwijl hij Olle een spottende blik toewierp.
9:14Ik zou naar de dominee toe gaan.
9:17Daar komt niets van in.
9:18Ik heb niets bij hem te doen.
9:21Je bent toch niet bang voor hem, Olle?
9:23Bang?
9:24Ik zou eens wat zeggen.
9:26Wees ervan verzekerd, Jorgen, dat het lang duren zal.
9:31voor je de dag ziet aanbreken waarop Ole de visser bang is.
9:36En als je maar wacht tot ik de dominee op mijn weg ontmoet, zal ik hem zijn eigen woorden voorhouden zonder zijn persoon te ontzien.
9:46En bij het horen van die woorden zou men verwacht hebben dat er spoedig een ontmoeting tussen deze twee zal plaats hebben.
9:54Maar de ene maand na de andere maand ging voorbij zonder dat er iets van gebeurde.
10:00Ole...
10:01had de predikant nog geen enkele maal ontmoet.
10:05Dat wil niet zeggen dat hij de dominee niet had kunnen ontmoeten.
10:10Integendeel, dikwijls kwamen zij zo dicht in elkaars nabijheid, dat het scheen of ze gedwongen zouden zijn elkaar aan te spreken.
10:19Dat de ontmoeting nooit plaatsvond, lag alleen aan Orle.
10:28De zaak was dat hij de predikant niet wilde ontmoeten, en om hem te ontwijken,
10:34legde Ole een buitengewoon slimheid aan de dag en een merkwaardige tegenwoordigheid van geest.
10:41Schouwhoekjes die men niet verwacht zou hebben, schenen er altijd op te duiken, waar en wanneer hij ze nodig had.
10:48Zodra hij bemerkte dat de predikant zijn kant uitkwam, verdween Ole zonder een spoor achter te laten.
10:56Men zou hebben kunnen geloven dat opzettelijk met het doel om Ole een schouwplaats te verlenen,
11:03Hier een deur en gins een afdak was aangebracht.
11:08Op zekere dag echter kwamen de predikant en Olle toch met elkaar in aanraking en wel onder zulke omstandigheden dat alle kans om een ontmoeting
11:20te ontwijken was uitgesloten.
11:22Olle kwam namelijk de dominee tegen op het smalle pad dat langs de muur van het kerkhof loopt.
11:29Zonder twijfel had hij zijn pas kunnen versnellen.
11:33en het hek van het kerkhof binnen gaan, zonder dat hij een woord behoefde te zeggen en voordat de doontmoeting plaatsvond.
11:41Maar na een seconde nadenken liet Ole dit plan varen.
11:47Zo de dominee toevallig ook eens op de gedachte kwam het kerkhof op te gaan.
11:53Was het kerkhof niet de plek waar Ole in de laatste plaats met de predikant zou willen samen zijn?
12:00Onze vriend
12:02trachtte nu zich zo goed mogelijk te redden.
12:05Hij naderde met overleg tot vlak voor de persoon voor wie hij bevreesd was.
12:12Daarop week hij schielijk opzij uit, zodat hij vlak langs de buitenste rij graven moest, nam zijn zuidwesten in de hand en wilde toen haastig
12:24voorbij gaan.
12:25Maar dit gelukte hem niet, want op hetzelfde ogenblik
12:29Stonden de predikant stil en zeiden tot hem, Goedendag vriend, u bent zeker Ole Sivertsen, niet waar?
12:39Jawel, antwoordde Ole zonder de ogen op te slaan.
12:43Wel Ole, wilt ge zo goed zijn mij te zeggen?
12:50Wacht, daar begint het al, dacht Ole.
12:53Nu is het ogenblik gekomen.
12:56dat ik mijn geloof goed vast moet houden.
13:00Ge wilt zeker wel zo goed zijn mij te zeggen, welke weg ik gaan moet naar het huis van Krem-Lausten.
13:10U loopt zo goed, dominee, u kunt niet mislopen, antwoordde Orla.
13:16Maar ik wilde weten welke weg ik nemen moet, zei de dominee vriendelijk.
13:21Welke weg?
13:23Ja, laat eens zien.
13:26U moet dan hier terugkeren?
13:29Voorbij dat huis omslaan naar het westen en dan afslaan naar het oosten.
13:35En wanneer u het dorp doorzijdt, moet u langs het laatste huis aan de overkant de weg naar Narren nemen,
13:45antwoordde Ole met een zucht van verlichting.
13:51Ik moet dus in noordelijke richting lopen.
13:55Nu, dan kunnen we het eerste eind de weg samen afleggen.
14:00Nee, dominee.
14:02Dat zal niet gaan, riep Ole uit met een wanhopige poging om te lachen.
14:06Daar zijn mijn oude benen niet vlug genoeg meer voor.
14:10O, dat is niets.
14:12Dan lopen we heel langzaam.
14:15Ja, maar...
14:16Nee, laat ik liever achter u aanhinken.
14:20Anders zult u vandaag niet meer bij Krent-Lautsten aankomen, want hij woont heel ver.
14:28Ik zal er best komen, Ole.
14:30Het is maar een uurtje lopen.
14:32Laten we samen een beetje praten.
14:34Daar zijn we niet dikwijls voor in de gelegenheid.
14:37Dat is waar, daar zijn we niet dikwijls voor in de gelegenheid, liet Ole zich als een echo horen, zichzelf inmiddels afvragen hoe hij zou kunnen ontsnappen.
14:50Zeg me eens, je hoort bij de reddingsbrigade, is niet?
14:53ging de predikant op vriendschappelijke toon voort.
14:57En je hebt immers veel mensenlevens helpen redden, nietwaar?
15:03Ja, tamelijk veel, dat wel.
15:06Tom hoor die ik ben, zei Eens klapsluid.
15:10Ik loop hier te praten en ik vergeet dat ik een boodschap aan het doen ben.
15:15Het is beter dat ik hier terugkeer, dominee.
15:17Het spijt me wel, maar u ziet nu.
15:22Goedendag.
15:24Ja, als je dan gaan moet.
15:26Goedendag, Olem.
15:27En volgende keer moet je me echt wat vertellen.
15:31Ik wil dus zo graag iets horen over het reddingswezen, want ik stel daar veel belang in.
15:37Misschien kan ik je wel eens in je huis opzoeken.
15:41In mijn huis?
15:44Ja, maar dat is heus te veel moeite.
15:48Het is ook een heel eind lopen, dominee, dat valt niet mee.
15:53Och, wat, ik heb goede benen.
15:56En de predikant bezocht Ole eens en nog eens.
16:01Ze spraken over het reddingswerk.
16:04over de grote reizen die Ole gemaakt had, zonder dat Oles geloof met een enkel woord genoemd werd.
16:12Weldra was Ole volkomen gerust.
16:15Alles wat de mensen van de predikant gezegd hadden, was eenvoudig verzonnen.
16:21Hij ontnam niet iemand zijn geloof.
16:24Integendeel, de dominee was een onderhoudend man.
16:28Zelfs nam Ole zich van tijd tot tijd voor om zondags naar de kerk te gaan.
16:35Op zekere dag kwam de predikant op een wandeling door de duinen voorbij het huisje van Ole.
16:42Toen hij de oude man op zijn bank boven op de top van de duin zag zitten, beklom hij de hoogte en ging naast hem zitten.
16:53Ole vertelde hoe eenmaal een Engelse stoomboot schipreuk geleden had op de zandbank, die men beneden in de diepte zien kon.
17:02Het was een vreselijke worsteling, besloot Ole.
17:06en bijna alle opvarenden omgekomen door de schuld van één dame.
17:12Op geen enkele wijze kon men haar overhalen van het reddingstoestel gebruik te maken.
17:19Hoe werkt dat reddingstoestel, Orle?
17:22vroeg de predikant nu.
17:24Dat zal ik u zeggen, antwoordde Orle.
17:28Wanneer dicht bij de kust een schip strandt en de reddingboot het schip niet bereiken kan,
17:34werpt men van de kust een dun touw uit, aan welks eind een dikke touw is vastgeknoopt.
17:42Wanneer dit dunne touw op het wrak terechtkomt, kan de bemanning door middel hiervan een kabeltouw optrekken, dat stevig aan het wrak bevestigd wordt.
17:54Zo is een verbinding gevormd met de vaste grond.
17:59Aan het kabeltouw wordt een soort van zitplaat vastgemaakt,
18:04Eén man van de reddingsbrigade plaatsneemt, deze gaat dan als een sloep van de kust naar het wrak en weer terug, boven de golven uit.
18:15Op die wijze kunnen meestal de schipbreukelingen één voor één gered worden.
18:21Is die dame dus niet gered?
18:24Nee, zij bleef weigeren en ze verweerde zich zo lang en zo goed, tot men haar ten laatste aan haar lot moest overlaten.
18:37De predikant bleef een ogenblik in gedachten verzonken, en toen merkte hij op.
18:43Ja, zo zie je hoe zoiets gebeuren kan.
18:48Maar jij zult toch zo niet handelen, Ole?
18:51Ik, geheel en al verbaasd, keek Ole de predikant aan.
18:57Ik meen, zoals deze Engelse dame.
19:01De grijzaard schoof een beetje op zij.
19:05Je begrijpt me niet, Ole.
19:08Wel nu, die dame heeft niets willen weten van het reddingstoestel.
19:13Zij wilde zich niet laten redden.
19:15Ja, ja, zei Ole bij zichzelf, ik zie al waar hij heen wil.
19:21En plotseling werd hij met nieuwe kracht door zijn vroegere angst aangegrepen.
19:27Hij wierp de predikant een blik toe, die duidelijk zei,
19:32probeer me maar te genaten, ik ben gereed u te ontvangen.
19:38Ole!
19:39ging de predikant ernstig voort, er is op de wereld geen zaak van meer gewicht dan dat men zich redden laat.
19:47Werkelijk?
19:48vroeg Orlen op afgemeten toon.
19:51Het ogenblik kan komen dat het daarvoor te laat is.
19:55Dat heb je zelf gezien.
19:58Werkelijk?
19:59herhaalde de grijzaak, die te zeer getroffen was om iets anders te kunnen uitbrengen.
20:06Ongetwijfeld.
20:07Je weet het trouwens zelf uit Gods woord.
20:10Je zou dus je hart aan hem moeten overgeven, Oler.
20:15Is dat niet een zaak die mij alleen aangaat?
20:18vroeg Oler Bits.
20:20Nee, Oler, dat is ook mijn zaak.
20:24Jij, die je met het reddingswerk bezighoudt, moet dit begrijpen.
20:30Wanneer jij daar beneden in de branding een ongelukkige schipbreukeling met de dood zag worstelen, zou jij dan zeggen, dat is zijn zaak?
20:40O, nee!
20:42Dat zou ik anders aanleggen, zei Ole, bij wie weer het oude besef van verantwoordelijkheid bovenkwam.
20:50Wel nu, dat is wat ik bedoel.
20:53De heiland heeft ook zijn reddingsbrigade en hij heeft mij daarbij ingeschreven.
21:00En zo kan ik het niet aanzien dat iemand in doodsgevaar verkeert vanwege zijn ongeloof, zonder althans een poging aan te wenden hem te redden.
21:12Jij weet bij ondervinding, Ole, dat de schipbreukeling die aan de dood ontsnapt en de kust bereikt, gelukkig is.
21:21Jij weet het beter dan ik.
21:24Misschien heel wat beter, zei Ole met een gevoel van meerderheid.
21:28En toch, Ole, wat is die blijdschap in vergelijking met de vreugde van een die vrijgekocht is, van een mens die zijn voet gezet heeft op de rots der
21:41eeuwen.
21:42en die met een hart vol dank uitroept.
21:45Ik ben gered!
21:47Je kunt dat geluk verkrijgen door middel van het bloed van de Heer Jezus.
21:52En ik ben hier om je dat te zeggen.
21:55Dat hel is door genade om niet te verkrijgen, door ieder die het aannemen wil.
22:02Ole, wil jij het aannemen?
22:06Ik heb geen tijd om langer naar u te luisteren, zei Ole kortaf en stond op om heen te gaan.
22:13— Jawel, Ole, je hebt wel tijd, antwoordde de predikant rustig.
22:18Aan tijd ontbreekt het je niet, dat weet je heel goed.
22:21En eens zul je toch tijd moeten hebben om te sterven.
22:27Dank God dat hij je nu nog tijd geeft, je ziel te laten redden, terwijl je nog leeft.
22:34Maar nu wil ik weg, dadelijk, riep Ole uit.
22:38— Wel nu.
22:40Ga dan, maar laat mij je dit nog zeggen.
22:43Voor wij scheiden, als je ooit in benauwdheid komt en je gevoelt je als een schipbreukeling.
22:52Je weet wel in welke zin ik dat bedoel.
22:56Denk er dan aan dat de Heer Jezus zondaren ontvangt.
23:01Vergeet niet, Olle, dat Hij alleen zondaren ontvangt, omdat Hij in de wereld gekomen is om zondaren te redden.
23:13Hij neemt dus ook jou aan.
23:15Als je komt.
23:17De ogen van de grijzaard vonkelden toen hij uitriep.
23:22Wat bedoelt u toch eigenlijk?
23:26Ik werp je een reddingstouw toe, hernam de predikant kalm.
23:30Maar misschien ben je te ver van de kust verwijderd.
23:34Als echter het touw tot je boot reikt, doe dan niet als die Engelse dame.
23:41De oude man draaide zich om, zonder zelfs te groeten.
23:45Bij zijn huis bleef hij enkele ogenblikken staan.
23:49spuwde op de grond en zei bij zichzelf,
23:53Zondaar!
23:55Dat had hij me dus te zeggen.
23:58Zondaar!
23:59Het is goed wat hij het ronduit gezegd heeft.
24:02Ik heb hem begrepen.
24:05Ik?
24:06Een zondaar?
24:08En met zijn voet op de stenen vloer van zijn hut stampen, ging Ole naar binnen en zette zich achter de tafel op de bank.
24:17Maar na een ogenblik stond hij weer op.
24:20en begon met grote stappen op en neer te lopen.
24:23Na korte tijd kwam een bejaarde dame uit de buurt, die het eten kookte voor Ole en zijn hut schoonhield.
24:31Toen zij de oude man zag, bleef ze verschrikt op de drempel staan.
24:36Op dat ogenblik zag hij er dan ook akelig uit.
24:41Nooit had Maren hem zo gezien.
24:44Zijn Zuidwester achter op het hoofd, met vonkelende ogen, gefronste wenkbrauwen,
24:51en zijn lippen krampachtig op elkaar gedrukt, stond Ole voor haar.
24:56Maren bleef eerst een ogenblik sprakeloos en toen riep ze uit, maar Ole, wat heb je nu?
25:04In plaats van te antwoorden, bleef Ole het vertrek op en neer lopen, terwijl hij onverstaanbare woorden mompelde.
25:12Eindelijk begon de vrouw weer.
25:15Geef me toch eens antwoord, Ole.
25:17Is je ongeluk overkomen?
25:19Ben je ziek?
25:21Wat heb je nu toch?
25:23Olen kwam recht voor haar staan.
25:26En zijn handen uitstrekken, riep hij.
25:29Maren, ben ik een zondaar?
25:33Een zondaar?
25:34Hoe bedoel je dat?
25:35Je bent altijd een braaf mens geweest en dat ben je nu nog.
25:41Een braaf mens, brulde Olen.
25:44Nee, ik ben een zondaar, een slecht mens, dat ben ik.
25:48Versta je me, Maren?
25:50Maren meende dat Olen zijn verstand verloren had.
25:53en riep geheel ontsteld uit.
25:55Maar dat is vreselijk.
25:57Wie heeft dat durven zeggen?
26:00Hij!
26:01Daar uit het dorp, riep Ole, en wees het venster uit.
26:06De nieuwe dominee?
26:08Dat dacht ik al.
26:09Het is hier niet meer uit te houden sinds hij er is.
26:13In het hele dorp is nauwelijks één goed mens volgens hem.
26:18Zelfs Last Krooi is niet goed genoeg.
26:22Het schijnt dat hij niet bekeerd is.
26:25of niet gelovig, zoals dat heet.
26:27En hij gaat ook bijna elke zondag naar de kerk.
26:31Hij heeft het glad mis.
26:33Ik bedoel, hij, daar in het dorp.
26:37Maar laat hij op zijn hoede zijn, ik verzeker je maar, ik zou hem willen.
26:45Ole had zijn hand opgeheven en wilde een harde slag op de tafel geven, maar zijn oude, magere vingers waren te stijf.
26:54Zijn hand, hij liet zijn hand zakken.
26:57en eindigde met de opmerking, Je begrijpt me wel, nietwaar, Maren?
27:02En daarop begon Ole heen en weer te lopen.
27:05Maar even later, vlak voor Maren stilhoudend, vroeg hij met klem, Zeg eens, Maren, heb ik ooit gestolen?
27:14Nee, Ole, nooit.
27:15Of iemand vermoord?
27:17Nee, hoe kun je het vragen?
27:20Of iemand bedrogen?
27:22Maar Ole, je bent altijd oprecht geweest.
27:25Heb ik niet aan iedereen het zijne gegeven?
27:29Jazeker, dat heb je gedaan.
27:31En mijn medailles, heb ik die soms gestolen?
27:35Nee, je hebt ze eerlijk verdiend.
27:38Ben ik niet even goed als de anderen geregeld naar de kerk gegaan en zelfs aan het avondmaal?
27:46Jazeker.
27:47Wel nu maar, zou de goede God nog meer kunnen eisen?
27:51Nee, zeker niet, Olle.
27:54Als iedereen maar zo spreken kon.
27:56En toch noemt hij mij een zondaar.
28:01Ole was buiten zichzelf van boosheid geweest.
28:04Maar telkens, maar terwijl hij zijn eigen deugden opzomde, bedaarde zijn opgewondenheid langzamerhand.
28:13Toen zijn mare zacht voor zich heen.
28:15De
28:17dominee heeft niet helemaal ongelijk.
28:20In zekere zin zijn wij toch allemaal zondaars.
28:25In zekere zin, ja, herhaalde Ole haastig.
28:29Je hebt volkomen gelijk, in zekere zin.
28:32Maar zo bedoelde hij het niet.
28:35Maar, beste Ole, wat gaat het jou toch eigenlijk aan?
28:39Of hij het zo bedoelt, of anders, vervolgde Maren op troostende toon.
28:45Laat hij zeggen wat hij wil.
28:47Je zult er niet minder aan worden.
28:50Terwijl Maren zo een einde maakte aan het gesprek, ging ze van de kamer naar de keuken.
28:56Na een ogenblik nadenken, mompelde Ole.
28:59Je hebt gelijk, Maren.
29:01Ole blijft die hij is.
29:04En daarop ging hij naar buiten en klom de duin op naar zijn bank.
29:09Van dit ogenblik af zag men Ole alleen nog maar boven op de duin.
29:15In het dorp kwam hij niet meer.
29:17Als hij er boodschappen te doen had, zorgde Maren ervoor.
29:22Op een andere tijd zou een feit...
29:25van zo weinig betekenis onopgemerkt gebleven zijn.
29:29Maar nu het optreden van de nieuwe predikant de mensen in het dorp niet aanstond, schonk mijn bijzondere aandacht aan alles wat enigszins afweek van het gewone.
29:42Wat kan ooit toch overkomen zijn?
29:44vroeg op zekere dag de winkelier in het dorp aan Maren, toen ze in de winkel kwam.
29:50Voor zover ik weet is hem niet zo overkomen, antwoordde Maren.
29:55Wat zou er met hem gebeurd kunnen zijn?
29:59Maren was een vrouw die haar tong in toon wist te houden, vooral wanneer het oorlog gold, kon zij zwijgen.
30:06Nooit had zij met een enkel woord gesproken over hetgeen plaatsgevonden had tussen hem en de predikant, evenmin over oorlogsaanval van angst.
30:18Ik heb mezelf al afgevraagd of hij misschien ziek zou zijn, vervolgde de winkelier.
30:24Hij kan niet weten.
30:26En omdat hij in het geheel niet meer in het dorp gezien wordt,
30:29hij maakt het zo goed als het maar kan, antwoordde Marem kortaf.
30:34En ze verliet de winkel.
30:37Maar dit antwoord, dat de mensen niets wijzer had gemaakt, werd niet afdoende geacht.
30:43Men wist in het dorp dat de predikant bij Ole geweest was.
30:47En nu vroeg men zich af hoe het kwam dat precies van de dag af dat de predikant hem voor de laatste maal bezocht had,
30:55de oude man niet meer te zien is geweest, dat kon een slechte betekenis hebben, een hele slechte zelfs, en daarom oordeelde men het nodig deze zaak grondig
31:07te onderzoeken.
31:08Op
31:10een avond tegen zonsondergang, toen Ole op zijn bank zat, kwam er een man het pad oplopen en zette zich naast hem neer.
31:20Ole beantwoordde zijn groet alleen met een kortaf Goedenavond.
31:26Ik kom eens een beetje met je praten, begon de bezoeker.
31:29Dat is te zeggen, als je tijd hebt, ging hij voort, toen Ole zijn ogen niet opsloeg.
31:37Maar Ole bleef zwijgen en verroerde zich niet.
31:40Hij tuurde over de zee en blies van tijd tot tijd een rookwolkje uit zijn oude stenen pijp.
31:47Ik wilde alleen maar zeggen, hernam de ander, dat we je in lange tijd niet in een dorp gezien hebben.
31:54Best mogelijk.
31:55antwoordde Orle eindelijk bedachtzaam.
31:59Nieuwe stilte.
32:01Weet je, er wordt over gepraat.
32:04Zo, merkte Orle droogjes op.
32:07Ja, zeker, er wordt meer over je gepraat dan je denkt, vervolgde de zegsman met een zijdelinkse blik.
32:15Er wordt zelfs verteld dat de dominee en jij...
32:20De
32:21dominee viel Orle levendig in en hij draaide zich eensklaps naar zijn ondervrager.
32:28Er wordt verteld...
32:30dat de dominee en jij de laatste tijd goede vrienden geworden zijn.
32:36En ze zijn bang dat...
32:39Dat wat, viel Oren de spreker in de reden, om aan alle aarzeling een einde te maken.
32:47Hoor eens, jij bent altijd een man geweest met, ja, hoe zal ik het noemen, met degelijke principes, dat weten we allen.
32:55Maar je begint oud te worden en daarom denken ze, ik wil maar zeggen...
33:02Ze zijn een beetje bang dat je wat te dicht bij het vuur komt.
33:07Bij welk vuur?
33:08vroeg Ole.
33:09Wel, ik zou je zeggen, ze denken dat je je hebt laten beetnemen door de nieuwe kunsten.
33:18Ik weet niet hoe ik dat eigenlijk noemen moet, maar ze hebben zich zonder twijfel vergist, hernam de man plotseling, toen hij zag dat Ole van zijn zitplaats opsprong en uitriep.
33:31Naar de duivel!
33:33Met je dominee en zijn kunsten.
33:35Naar de duivel?
33:38Hoe meen je dat?
33:40Jazeker.
33:42Naar de duivel ermee, riep Orle woedend uit.
33:45Dan is alles in orde.
33:47Ga toch weer zitten.
33:49Trouwens, niemand heeft het eigenlijk geloofd.
33:52Ik zelf allerminst.
33:54Wie Orle Sjuvertsen maar enigszins kent, zal zich nooit inbeelden dat hij op zijn oude dag aan die nieuwe kunsten zal gaan doen.
34:04Maar genoeg daarover.
34:05Zeg maar liever hoe de barometer staat.
34:10Slecht, antwoordde Ole.
34:12We zullen vannacht muziek hebben.
34:15Denk je?
34:15Je kunt het zelf wel zien.
34:18Die wolkenbank daaronder aan de horizon is een onfeilbaar teken.
34:23De gehele dag is die bank niet van haar plaats geweest en nu is het of ze vleugels gekregen heeft.
34:31Geloof je heus dat we storm zullen krijgen?
34:36Als je het niet zien kunt, wees dan stil, dan zul je het horen, hernam de ervaren weervoorspeller, terwijl hij naar de lucht wees.
34:44Luister!
34:46En beide luisterden een ogenblik.
34:49Beneden hen spatten de met schuim bedekte golven op het strand uit elkaar.
34:55Boven de grijze watermassa weerklonken van tijd tot tijd de klagende kreten van een zeevogel, die voor de storm vluchtte.
35:04en een schouwplaats wilde zoeken op het vaste land.
35:07En recht boven hen klonk met korte tussenpozen een somber geluid.
35:14Men zou gemeend hebben dat iemand langzaam en zachtjes blies op een doedelzak.
35:21Hoor je het nu?
35:22De instrumenten voor het concert worden gestemd, zei Ole.
35:26En zie je daar beneden in de verte die drie masten?
35:30De bemanning van het schip is bezig de zeilen op te rollen.
35:34Dat is omdat er storm zou komen en een geweldige storm ook.
35:39Alles wijst erop dat dat schip vandaag zijn laatste reis maakt.
35:45Hoe kan die klip daar beneden niet ontkomen?
35:49Ole bleek dit keer weer een goed voorspeller te zijn.
35:53De nacht daarop was een muziek.
35:56Het werd een concert waarin de zee en de storm wetijverden wie de sterkste geluiden kon teweegbrengen.
36:04Ook Oles II.
36:06voorspelling kwam uit.
36:07Deze reis werd de laatste van het schip met de drie masten.
36:12En na een zware worsteling tegen de ontketende elementen werd het schip stukgeslagen op de gevaarlijke klippen, die reeds zovele mensenlevens geëist hadden.
36:24Het was een grote Russisch schip dat op de terugtocht was naar zijn land.
36:29Maar lang voordat het schip verbreizeld werd,
36:33hield de reddingsbrigade zich gereed en bijna het gehele dorp was samengestroomd op de kust om in de worsteling hulp te bieden.
36:42Het werd een verschrikkelijke nacht.
36:45Toen de dag aanbrak, lagen zeven lijken op het strand.
36:49De rest van de bemanning was gered.
36:52Iets verder lag ook de oude oorlen op het stro uitgestrekt.
36:58Hij scheen dood te zijn.
37:00Een menigte mensen stond om hem heen.
37:03en alle volgden met hun blikken de pogingen van de dokter die trachtte de levensgeesten weer op te wekken.
37:11Bij zijn pogingen om een schipbreukeling te redden, die geheel alleen in de branding worstelde, was Ole opgenomen door een reusachtige golf.
37:21Het was bijna een wonder te noemen dat een visser erin geslaagd was Ole met zijn bootshaak te grijpen en op de kust te trekken.
37:32Onvermoeid zetten de dokters er pogingen voort, zolang tot en slotte de oude man zijn ogen opende.
37:40Weldra kon hij zelfs naar huis gebracht en overgedragen aan de goede zorgen van Mare.
37:48Ole hield vier dagen het bed.
37:51Velen kwamen hem bezoeken, maar toen ze bemerkten dat Ole weinige lust tot praten had, staakten ze Weldra hun bezoeken.
37:59De dag...
38:01dat de slachtoffers van de schipbreuk ter aarde besteld werden, was Ole ver genoeg hersteld om de begrafenis bij te wonen.
38:09Hij zou liever thuisgebleven zijn, maar de overtuigende woorden van Maren haalden hem over.
38:16Je kunt er heus niet buiten, Ole, redeneerde zij.
38:20Op zo'n dag moet de oude kapitein van de reddingsbrigade zich vertonen.
38:26Bovendien, vervolgde zij slim, als je niet wilt,
38:30dat je medailles verroestte, moet je ze wel van tijd tot tijd eens dragen.
38:35Tegen zulke argumenten wist Olen niets in te brengen.
38:39In de kerk ging hij geheel achteraan zitten en in een nis verborgen.
38:45Hij wilde de dominee niet zien en niet door hem gezien worden.
38:50Deze sprak over het reddingswerk van God.
38:54Zes dagen geleden, zei hij onder meer,
38:58ben ik met u allen getuige geweest van een schouwspel dat mij met bewondering vervuld heeft.
39:05Toen ik in die stormnacht op het strand stond en de schipbreuk zag, leek het onmogelijk dat één enkel dier, één
39:14enkel dier ongelukkigen, levend op de kust zou gebracht worden.
39:19En toch heb ik met eigen ogen gezien hoe de een naar de ander werd overgebracht, dwars,
39:26door de bruisende golven naar de gasvrije kust, door middel van de uitgeworpen touwen en het reddingstoestel.
39:36Maar het is niet nodig dat ik hier een beschrijving geef van die redding.
39:40Ik heb een andere boodschap over te brengen, namelijk deze, dat de heiland ook beschikt over een reddingtoestel.
39:48Elk goddelijk woord is een reddingsboei, dat hij toewerpt aan hen, wie er zielschipbreuk leiden aan verloren zondaars,
39:58terwijl het geloof het reddingstoestel is, door middel waarvan de ziel wordt gedragen over de branding heen, tijdens het leven en in de dood.
40:10Deze gedachten nog verder uitwerkend, wees hij erop van hoeveel belang het is dat we gebruik maken van het reddingstoestel en onze ziel gered wordt.
40:22Niemand weet wanneer voor hem de dood komen zal.
40:26en slechts één zaak kan ons zeker redden voor tijd en eeuwigheid.
40:31Dit ene is het geloof in de gekruiste en opgewekte heiland.
40:37Het geloof dat ons tegelijkertijd schenkt een gelukkig leven in gemeenschap met God.
40:45Hij eindigde met de vragen, hebt gij gebruik gemaakt van Gods reddingstoestel?
40:51Indien niet, ik ben vandaag hier om u het reddingstouw toe te werpen.
40:57en u te zeggen dat de Heer Jezus ook voor u gestorven is en dat Hij naar u zijn genadige hand uitstrekt om u te redden.
41:06Wacht niet langer, maar bedien u van het reddingstoestel voordat u omkomt.
41:13Eén aandachtig toehoorder was er althans bij deze woorden, namelijk Olle.
41:21Voordat hij zijn huis verliet, had hij het besluit genomen zich in geen enkel opzicht te bekommeren,
41:28om hetgeen de predikant mogelijk zeggen zou.
41:32Maar het leek alsof Ole die dag zijn gedachten niet meester was.
41:37Met één slag hadden de eerste woorden van de spreker hem in het hart getroffen, en zijn levendige belangstelling was steeds toegenomen.
41:47Ole had er geen ogenblik aan getwijfeld of het ging hier om hem.
41:52Bij de woorden reddingstouw, reddingstoestel, zei hij bij zichzelf,
41:59Dat zegt hij tegen mij.
42:01Maar vandaag maakt hij die woorden hem niet boos, zoals vroeger.
42:06Misschien omdat hij zo goed verborgen zat, dat niemand weten kon dat hij aangesproken werd.
42:14Ter laatste was Oren zo verdiept in al de gedachten die hem in hun macht hadden, dat hij alles vergat wat om hem heen was.
42:24En het hem toescheen dat hij...
42:28Met de dominee alleen in de kerk was, op
42:32de begraafplaats ging hij achteraan staan.
42:36En toen de plechtigheid geëindigd was, haaste hij zich om naar huis te komen.
42:45Dit was het eerste deel van het boekje Olle.
42:49Bij levende welzijn hopen we volgende week het tweede en laatste deel aan u voor te lezen.
42:57Hoe het verder af zou lopen.
42:59We hopen elkaar dan weer te mogen ontmoeten.
43:02We willen nu nog luisteren naar Psalm 32, vers 1 en vers 5.
43:09Vers 1.
43:10Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven, die van de straf voor eeuwig is ontheven.
43:18En ook het vijfde vers.
43:20Wil toch niet stug, gelijk een paard weer streven, of als een muil, door domheid voortgedreven.
43:28Hartelijk dank voor het luisteren.
43:31Voor morgen een gezegende zondag en bij leven en welzijn tot volgende week.
43:36***
43:36[GEZANG]