0:02Goedenavond luisteraars, hartelijk welkom op deze zaterdagavond bij het zaterdagavondverhaal.
0:09Vanavond een verhaal met als titel De Zoon der Duisternis, waarvan we vanavond het eerste deel hopen te lezen en volgende week het tweede deel.
0:20En
0:22boven het eerste hoofdstuk vanavond staat geschreven het eerste paasfeest na vaders dood.
0:30De vale duisternis van de nacht verdween zachtens en het lieflijke morgenrood brak van liefdeleed door.
0:38Maestueus trad de heerlijke lentezon eindelijk van achter de kimmen en spreidde haar lieflijke stralen over het aardrijk.
0:47De vogeltjes lieten hun zoet gechilp horen en het vee in de weide dartelde, dat het een lust was om te zien.
0:56Langzamerhand kwam er ook wat drukte in de woningen.
1:00zowel in de steden als op het platteland.
1:03Want de lieden, die er niet van hielden om langer te slapen dan nodig was, kwamen het bed uit en wel om feest te vieren.
1:12Om feest te vieren?
1:14Ja, het zou heden en het zou morgen feest zijn, feest van de opstanding van de Heer Jezus Christus uit de dood.
1:24De natuurlijke zon ging majestueus in het oosten op, maar heerlijker.
1:30En majestueuzer was het opgaan voor ruim 18 eeuwen op de eerste dag van de week van de zon der gerechtigheid.
1:40Wij bedoelen de verrijzenis uit het graf van de Emmanuel, de God met ons.
1:48Met betrekking tot wie, bij zijn komst in het vlees, een menigte des hemels en heerlegers in Efratasvelden zong, ere zij God in de hoogste
2:00hemelen.
2:01Vrede op aarde in de mensen en welbehagen.
2:05Toen, toen, op de eerste dag van de week, betoonde hij, die voor dood en doem schuldige zondaren zich aan het kruishoud der vervloeking liet nagelen, hij,
2:18de aan het kruis gestorvenen en in het kille en sombere graf neergelegde, door zovele duizenden miskende,
2:27En door maar betrekkelijk weinigen geliefde leraar der gerechtigheid te zijn de vorst des levens, die te gebieden heeft over alles, ja zelfs over
2:40de dood, en door slechts één wenk de zondaar verschrikt, kan doen ter aarde vallen.
2:47Het
2:48zou heden en morgen feest zijn, en o, hoevelen zouden het er ter degen van nemen, pasen.
2:56Hoe rijkhalsend wordt het door menigeen, we mogen wel zeggen door duizenden naar uitgezien.
3:03En wat zijn ook vele kinderen reeds dagen en dagen, voordat die dagen daar zijn, opgetogen van blijdschap.
3:12Want dan worden ze door hun ouders of volgden, als ze geen ouders meer hebben, in het nieuw gestoken.
3:18En dan kunnen ze met het hoofd in de hoogte lopen en de borst vooruit, net als een pauw, want nu.
3:28Dat is zo het element van de mens geworden, na de val van Adam en Eva in het paradijs.
3:34Dan zijn ze er trots op, dat ze zo mooi zijn, en wellicht boven anderen van hun speelgenoten uitblinken.
3:42En dan mogen ze mooi aangekleed ook naar de paaswei of ergens anders naartoe gaan, en dan, en dan, maar
3:52nee, we zullen maar niets meer van al dat moois, laat ons liever zeggen.
3:58van al dat lelijke, van al dat ijdele opnoemen.
4:02Als met datgene, dat we daar zo opnoemden, het hart vervuld is op het paasfeest, dan ziet het er ongelukkig en beklagenswaardig met ons uit.
4:13Er moet een andere paasvreugde gekend worden.
4:16We moeten er in ons hart verblijt over zijn, dat Jezus Christus, de Zonen Gods, één met de Vader en de Heilige Geest,
4:27door zijn opstanding uit de dood, de verzekering en verzegeling gegeven heeft, dat hij waarlijk is de zaligmaker, de middelaar gods en der mensen, die voor allen, die
4:40in hem, door de almachtige en krachtdadige werking des heilige geestes leren geloven, en mitsdien zijn eigendom zijn, de dood overwonnen en het recht ten
4:52eeuwige leven verworven heeft.
4:55We moeten in ons hart...
4:57Hierover we verblijt zijn, zeiden we.
5:00Ja, kinderen, dat is zo.
5:03Maar nog eens, helaas, helaas.
5:07Duizenden bij duizenden geven er blijk van, dat ze dat niet zijn.
5:14We zullen het er met de paasdagen in schoed van nemen, is de taal van zoveel grote mensen.
5:21En ze nemen het er dan ook van.
5:24Wat nemen ze ervan?
5:27Ze nemen allerlei werelds genot waar.
5:30Ze eten en drinken en zijn vrolijk, zelfs tot walgens toe.
5:36En met dat alles geven ze een zeer slecht voorbeeld aan hun kinderen, wanneer ze die van God gekregen hebben.
5:44En wanneer ze voort blijven hollen op die verkeerde, op die verderfelijke weg, dan, dan kinderen, zullen zij in de hel.
5:55eenmaal tot een grote spijt gewaar worden dat, wie zich hier niet in waarheid over de opstanding van de Heer Jezus verblijd hebben, zich ook niet verblijden kunnen, nog mogen
6:08in de hemel der heerlijkheid, waar een eeuwige blijdschap het deel is van de gekochten en verlosten door het bloed des lamps, maar dat een eeuwige vroeging en het
6:20voor eeuwig te moeten verkeren onder de toren des rechtvaardigen,
6:25Een deel zal zijn, wie
6:28onder die gelukkigen behoorde, die zich in waarheid over de opstanding van de Heer Jezus Christus verblijden mocht.
6:37Het was de weduwe van der Lely.
6:40Ze had een mooie naam en waarlijk, zij mocht door Gods aanbindelijke genade die naam eer aandoen.
6:48Want o, ze mocht zo sierlijk pronken als een lely onder de doornen.
6:53Met andere woorden, ze was een tedere.
6:56Godzalige vrouw.
6:59Ze had niet veel geslapen in de nacht van zaterdag op zondag.
7:03Ze was wakker geworden toen de klok twee uur geslagen had.
7:07En wel met deze woorden.
7:10Ik ben de opstanding en het leven.
7:14En toen, toen werd ze in de geest geleid naar de hof van Jozef van Arimatea.
7:20En mocht ze met de Maria Magdalena, uit wie de Heere eenmaal zeven duivelen uitgeworpen had,
7:27aan de gezegende voeten van de vreze dierbare heilood neervallen en met tranen van dankbare blijdschap in de ogen het
7:40de boetvaardige en uit de kaken des verderfs geredde Maria van Magdala nastamelen.
7:47Rabboni, het welke is overgezet, meester.
7:51Ja, ze mocht erbij voegen, lieve meester, lieve Jezus.
7:57Dierbare heiland, gij zijt ook mijn heren, mijn verlosser, mijn heiland, mijn God en zaligmaker.
8:08Och, dat al mijn haren maar tongen waren, om de lof van uw uitnemende liefde te kunnen vermelden.
8:17O, wat had die vrouw het goed in die nacht, lieve kinderen, en het ene psalmversje na het andere zong ze, overeindzittende in haar bed.
8:27En dat was, ik lag gekneld in banden van de dood, daar de angst der hel mij alle troost deed missen.
8:36Ik was benauwd, omringd door droefenissen.
8:41Maar ik riep de Heer dus aan in al mijn nood.
8:45Och Heer, och wie het mijn ziel door u gered.
8:50Toen hoorde God, Hij is mijn liefde waardig.
8:54De Heer is groot, genadig en rechtvaardig.
8:58En onze God ontfermt zich op het gebed.
9:03Dan was het weer.
9:05Ik zal eeuwig zingen van Gods goede tieren heen.
9:08Uw waarheid allentijd vermelden door mijn reen.
9:13Ik weet hoe het vastgebouw van uw gunst bewijzen.
9:18Naar uw gemaakt bestek in eeuwigheid zal reizen.
9:22Zo min de hemel ooit uit zijn stand zal wijken.
9:27Zo min.
9:28zal uw trouw ooit wankelen of bezwijken.
9:33En de weduwe van de lady had recht om zo te zingen, want als een brandend hout was ze aan de vuurvlammen der hel door de machtige God Jacobs ontrukt
9:45geworden.
9:47Wel eer leefde ook zij met de grote menigte in de zonde en jaagde de ijdelheden van deze wereld na.
9:57Maar er kwam een tijd in haar leven,
10:00dat het woord in haar ziel postvatte, die niet geloofd zou hebben, zou verdoemd worden, die
10:08niet geloofd zou hebben, gelooft in hem, die in de wereld gekomen is, om zondaren zalig te maken, in hem, die eenmaal met betrekking tot Jeruzalem
10:20wenende klaagde, Jeruzalem, Jeruzalem, hoe menigmaal heb ik u willen bijeenvergaderen.
10:29gelijk in hen haar kiekends onder de vleugelen, maar gij hebt niet gewild.
10:34En tot die onwilligen, dat kreeg ze levendig te voelen, behoorde ook zij.
10:40En als ze niet geloofden, dat kreeg ze erbij te zien en te gevoelen, dan zou ze voor eeuwig met alle verdoemden in de hel gepijnigd worden.
10:51Om dus tot die gelukkigen te behoren, wie er lustig is om voor de Heren te leven,
10:57En die eenmaal in de hemel zullen komen, moest ze geloven.
11:02Maar ze kon niet geloven.
11:05Geloven dat ze dood in de zonde en de misdaden was.
11:09Ja, dat kon ze.
11:11Maar dat Jezus ook haar redde, ook haar zaligmaker zou willen zijn?
11:16Nee, dat kon ze niet.
11:18Haar zonden waren te groot, klaagde zij.
11:21Voor zulk een als zij, zij was, zou geen pardon zijn.
11:26Ze had er veel zonde bedreven, want ze had tegen alle vermaningen van haar lieve, godzalige ouders ingetruist en ze in de wind geslagen.
11:36Ze wist, uit kracht van opvoeding, dat er twee wegen waren waarop de mensen wandelen, een brede en een smalle weg, en dat hij, die
11:48op de eerste weg zijn treden blijft richten, voor eeuwig moet omkomen, maar die de tweede weg bewandelt.
11:55gelukkig is, zo voor de tijd als voor de eeuwigheid.
12:00Maar hoewel ze dit wist, toch was ze voortblijven wandelen op de brede weg en had al zo met sprekende daden God haar weldoener in het aangezicht geslagen en
12:13gezegd, wijk van mij, want aan de kennis uw wegen heb ik geen lust.
12:21Nee, o nee, riep ze maar telkens uit.
12:25Voor zo een als ik ben, zal er wel nooit redding mogelijk zijn.
12:30Want altijd heb ik tegen beter weten in de Heren de rug toegekeerd en met welgevallen de wereld gediend.
12:38En in dat gezicht mogen we wel zeggen, in dat ongeloof verkeerde vrouw van der Lely verscheidene weken.
12:48Maar toen de nood op het hoogst kwam, toen de arme vrouw door de angsten der hel geprankt,
12:54op het punt stond de haren uit het hoofd te trekken.
12:57Toen, lieve kinderen, toen belieft het hem, die de opstanding en het leven is, en die een Lazarus, toen hij reeds riekte, uit de dood opwekte en aan de zijnen
13:09weer gaf.
13:10Ja, toen behaagde het de dierbare Heere Jezus, door de Heilige Geest een lichtstraal te doen schijnen in haar benauwde ziel, en dat woord in haar ziel
13:23te doen zinken.
13:24Die tot mij komt, zal ik geen zins uitwerpen.
13:29En toen, kinderen,
13:31toen werd er bij de vrouw een aanhoudend kermen en roepen.
13:34Och, Heere Jezus,
13:36die woorden zijn van uw gezegende lippen gevloeid.
13:40Hier kom ik dan, hier kom ik zoals ik ben.
13:44Dat is als een gans meer laatste, van de hoofdschedel af toe de voetzolen toe.
13:50Och, Heere Jezus, ontferm.
13:53Ontferm uw mijner, och, werp ook mij, mij, grote zonder resse, niet uit.
14:01Spreek, kan het in uw aanbiddelijke raad bestaan, ook tot mijn ziel van vrede.
14:08Ja, Heere Jezus, geef mij het bewustzijn voor mijn hart, dat gij ook voor mij uw dierbare hartebloed gestort hebt.
14:17En toen, kinderen, toen was na enige dagen in asiel,
14:23Ik heb u lief gehad, met een eeuwige liefde, en onmiddellijk daarop bergen mogen wijken en heuvelen wankelen.
14:32Maar het verbond mijn vrede zal niet wankelen in eeuwigheid.
14:37Toen zei vrouw van der Lely, amen, dank, dank, o heren.
14:44En sindsdien was het in haar hart en kwam het van haar lippen.
14:48Wat zal ik de heren vergelden voor...
14:51Alle weldadigheden aan mij bewezen.
14:58De weduwe van der Lely was nog niet getrouwd toen God haar bekeerde.
15:04Maar de Heere gaf haar daarna een man, en een goede man ook, te weten één, die met haar dezelfde weg bewandelde, een echt God vrezende man, die bij al
15:16het volk van God hoog stond aangeschreven.
15:19O, wat leefden die twee mensen gelukkig, en wat waren ze dankbaar,
15:24toen de heren hun ook een kind gaf en later nog een.
15:28Het ene was een meisje en werd Petje genoemd en de andere was een jongen en werd Willem genoemd.
15:37De man was schildersknecht en verdiende zomers nog al een tamelijke weekhuur.
15:44Zwinters was dit veel minder.
15:47Ja, het gebeurde wel eens dat er in verscheidene weken niets te werken was.
15:52zodat hij dus zaterdagavond geen cent thuis kon brengen.
15:57Dat was niet zo plezierig, hoor ik u al zeggen.
16:01Kinderen, nu, daar hebt u wel wat gelijk in, en toch hadden ze nimmer gebrek.
16:06De ouders met de kinderen, want weet u, de zegendes heren woonden in dat huis.
16:14Vader dronk geen jenever, en moeder verkwiste haar geld niet aan allerlei onnutte dingen zoals helaas.
16:22zoveel vrouwen doen, maar ze wist alles op het zuinigste te overleggen, zodat ze altijd nog een klein spaarpotje had, dat haar bij voorkomende omstandigheden,
16:35dus ook als vader geen werk had, goed te pas kwam.
16:40En ze zodoende ook menig een, bij wie de inkomsten veel meer waren, zoals men het wel eens zegt, nog de ogen kon uitsteken.
16:55We zeiden daar zo even dat vader en moeder van der Lely twee kinderen hadden, die Betje en Willem heetten.
17:03Betje was een alleliefst meisje dat reeds van haar derde jaar bewijzen gaf van bijzondere eerbied als ze gebeden of uit de Bijbel gelezen werd.
17:14En toen ze zes jaar oud was, reeds in het verborgen haar knietjes voor God boog en aan hem om vergeving van haar zonden.
17:24en een nieuw hartje vroeg.
17:26Ze was drie jaar ouder dan haar broertje, waarvan men helaas zeggen moest dat hij niet zo eerbiedig was als zijn zusje.
17:35Vader en moeder hadden hun kinderen hartelijk lief en geen enkele dag ging er voorbij of ze werden aan de rommelende ingewonden van Gods eeuwige barmhartigheid opgedragen.
17:48Wie echter het meeste op het hart gebonden lag, om het u duidelijk te maken,
17:54Waar vader en moeder het gemakkelijkst voor konden bidden,
17:58was voor hun snoeperig bedje.
18:02Hoewel vader, als hij Willem, zijn krullenbolletje noemde, zo noemde hij hem, aanzag, toch altijd tegen moeder zei, ik mag wel niet zo ruim
18:14voor Willem als voor bedje kunnen bidden.
18:16Toch wens ik zo, dat ook hij ons tot veel vreugde strekken en de heren in de dagen van zijn jeugd mag leren kennen.
18:26Willem was ruim vier jaar oud toen vader dat zei, maar de man wist toen niet dat hij niet lang meer vader over zijn kinderen zou zijn.
18:36Hij werd plotseling door heeuwige koortsen aangetast, die de tering ten gevolge hadden en welke vreselijke ziekte hem, nadat hij verscheidene maanden aan
18:48het ziekbed gebonden was, ten graven sleepte, tot grote droefheid van zijn geliefde gade, die van nu af,
18:56vader en moeder tegelijk over haar kinderen zijn moest.
19:01Dit was een zware taak voor die vrouw, en geen wonder dat ze soms halve nachten op zat, om door naaiwerk in het onderhoud van haar en haar kroos te kunnen
19:13voorzien.
19:14Ze had het goed, in de nacht van zaterdag op zondag.
19:18De weduwe van de lady hebben we vernomen, en nauwelijks was dan ook de eerste morgenschemering doorgebroken,
19:27Of ze was het bed reeds uitgestapt en had voor haar stoel geknield, haar hart voor de heren uitgestort en een verbeurde paaszegen van hem gevraagd.
19:39Een verbeurde paaszegen.
19:41Weten jullie wat dat betekent, kinderen?
19:44Zegen betekent geluk, vrede en vreugde voor het hart.
19:50En verbeurd betekent dat dat geluk, die vrede en die vreugde,
19:58door ons niet verdiend is.
20:00En waarom niet?
20:01Omdat wij niets kunnen verdienen, omdat we ons ten ene male door onze moedwillige afval van God in het paradijs van alle goede gaven hebben beroofd, en wij dagelijks door de
20:13zonde, ook nog na ontvangen genade, ons de zegeningen Gods onwaardig maken, zodat, als de Heer ons belieft te zegenen, Hij zulks altijd moet
20:26en ook zal doen,
20:28Om zijn zelfs wil, zodat voor alles wat wij genieten, niet wij, maar hij de ere moet ontvangen.
20:37Toch laat ons naar deze korte opmerking ons verhaal vervolgen.
20:42Moeder was vroeg het bed uit en ook haar bedje en wilmpje.
20:47Zou ze niet heel lang laten slapen.
20:50Trouwens, dat deed ze nooit, want ze had altijd de les van haar moeder en grootmoeder onthouden.
20:56De morgen stond.
20:58heeft goud in de mond.
21:00Ze deed dus het hoognodige, wat een knappe huisvrouw verplicht is te doen, en wekte toen haar kindertjes.
21:07En nadat ook deze knielende hun gebedje hadden gedaan,
21:11het bedje was toen acht en Willem vijf jaar, waste en klede zij haar lievelingen en zei toen,
21:18nu zullen we het zien, kindertjes, of het paashoofdstuk goed in het hoofd zit.
21:24En toen nam u de plaats aan tafel.
21:27Zet de bedje naast haar en kleine Willem op een stoof voor haar, want als het krullenbolletje op een stoof mocht zitten, dan was hij erg in zijn schik.
21:37En vooral als moeder aan het vertellen ging, dan luisterde hij met o zoveel attentie.
21:43En dan zou men hem echt niet aangezegd hebben, dat hij soms zo erg ondeugend en dwingerig kon zijn.
21:53Nu, ze zaten dan daar.
21:56De moeder...
21:57En de kindertjes.
21:58Ze zaten dan daar, nog gedompeld in diepe rouw.
22:04Want nog geen twee maanden was het geleden dat vader de deur uit naar het kerkhof gedragen werd.
22:12Ze zaten daar en moeder nam de Bijbel op haar schoot, pinkte een paar grote tranen weg uit haar oog en zei toen, nadat ze een zware zucht geloosd
22:24had, het laatste paasfeest.
22:27Zaten we hier met ons vieren bij elkaar, kindertjes.
22:31Maar nu is er een plaats leeg.
22:34En wel de voornaamste plaats.
22:37Wel, wel, wie had dat toen durven denken, dat vader nu al in het graf zou liggen.
22:43Die beste brave man, die zo hard werkte.
22:47En zoveel voor ons en zichzelf bad.
22:50En die u zo keurig uit de Bijbel vertellen kon.
22:55Ja, moeder, zei Betje toen.
22:58O, dat kon vader zo mooi.
23:00Hé, ik weet het nog zo goed alsof ik het gisteren gehoord heb, hoe vader verleden jaar aan het vertellen was van Maria, die naar het graf ging om
23:13het lichaam van Jezus te balsen met die andere vrouwen, niet waar moe?
23:19En hoe ze toen zo erg bedroefd was, omdat ze het graf leeg vond en dacht dat de hovenier...
23:27die ze meende dat achter haar stond, zijn lichaam weggenomen had.
23:34Moeder, vader vertelde dat zo mooi, dat het net was of ik ook in de hof was.
23:44En toen de Heer Jezus de ogen van Maria opende, weet u het nog wel, Boem, dat ze hem toen niet meer voor de hovenier behoefde te houden, maar dat ze ervan overtuigd
23:56werd dat het de Heer Jezus zelf was.
23:59die dood was geweest, maar weer levend geworden.
24:02En ja, moeder, toen schoten de tranen in mijn ogen van blijdschap, want ik kon me goed voorstellen hoe blij die lieve Maria wel geweest zou zijn.
24:15En dan, van de emmerschangersbedje, oh, hou daarvan op, moeder, dat was ook wat mooi.
24:24En wat liepen ze weer hard naar de discipelen in Jeruzalem terug.
24:29om de boodschap te brengen dat Jezus hun ontmoet was op de weg en dat hij bij hen in huis was geweest en het brood had gebroken.
24:39Niet waar, moe?
24:41Ja, kind, ze zagen er niet tegenop om een paar moede benen te halen.
24:48Misschien zijn ze in het geheel niet moe geweest, moeder.
24:51Dat kan heel goed zijn, bedje, want de liefde tot de Heren was in hun hart.
24:56En waar dat het geval is, daar heeft men...
24:59Met het lichaam weinig te doen.
25:01Ik heb wel mensen gekend die op hun ziekbed lagen en erge pijnen hadden te doorstaan.
25:09Maar waarvan men, als mensen hoorden spreken, haast zou hebben moeten zeggen.
25:15Maar ik kan het maar niet geloven dat het lichaam zo door de pijn inverteerd wordt.
25:20Want de spraak is net als die van een gezond mens.
25:25Maar dat kwam doordat de liefde van Christus in het hart was uitgestort.
25:31En die liefde, die overwint alles.
25:35Ja, triomfeert zelfs over de folterende pijnen.
25:40Maar nu moeten we weer eens horen hoe het met het paashoofdstuk bij jullie staat.
25:46Zit het goed in het hoofdbedje?
25:49Ja, moeder, dat geloof ik wel.
25:52En nu sloeg moeder...
25:55Matthijs 28 op.
25:57Betje bemerkte dit en zei, nee moe, ik heb Lucas 24 geleerd.
26:04Zo'n groot hoofdstuk lieve.
26:06Ja moe, dat vind ik zo mooi.
26:09Alles is mooi wat in de Bijbel staat Betje.
26:12Ja moe, maar in het hoofdstuk dat ik geleerd heb, staat meer dan in dat andere.
26:19En dat andere heb ik al meer opgezegd ook.
26:23Dat weet u immers wel moe.
26:25Ja, dat weet ik, Betje, en ik ben er dan ook erg blij mee dat je zo'n groot hoofdstuk geleerd hebt.
26:32Kom, laat mij dan nu eens horen wat je kent.
26:37En moeder sloeg Lucas 24 op en Betje zei dat hele hoofdstuk zonder één hapering op.
26:45En toen ze dat gedaan had, zei moeder, kom nu eens hier, lieve Betje.
26:50En toen gaf ze het aanvallige meisje.
26:54Een ferme kus en hernam.
26:57Zo had ik het niet van je gedacht, lieve.
27:00En toen tast de moeder in haar zak en gaf haar dochtertje een dubbeltje om in haar spaarpot te doen.
27:07En voegde er haar toe.
27:08En nu hoop ik, lieve bedje, dat je zo zult blijven voortgaan met lezen en leren.
27:15En bovenal dat jij de heren op je knietjes zult bidden.
27:22Dat hij je...
27:23Hetgeen je leest en leert, mag doen verstaan.
27:26Want weet, lieve kind, dat het niet genoeg is, kennis in het hoofd te hebben.
27:34Willen we gelukkig leven en eenmaal zalig sterven, dan zal onze kennis moeten geheiligd worden.
27:41Om het je goed duidelijk te maken, dan zal de Heilige Geest niet alleen ons verstand, maar ook ons hart moeten ontsluiten voor zijn dierbaar woord en voor alles.
27:53wat op grond van dat woord geschreven wordt.
27:57En toen zei het lieve bedje, ik bid altijd op mijn knietjes tot de heren, lieve moe.
28:02En wat bed je dan wel, mijn lieve kind?
28:06Dat de heren mij en ook Willem bekeren mag, moe, en dat hij u maar niet gauw door de dood zal wegnemen.
28:15Nu, lieve bedje, voor jou en voor Willem wens ik wel.
28:20dat de Heere, als het hem believen mocht, mij nog een poosje bij u liet.
28:24Maar voor mezelf?
28:26Nee, kind,
28:28hoewel ik in Gods weg wens te berusten, zou ik er niet tegenop zien, als de Heere mij maar opnam in zijn heerlijkheid.
28:40Denk er eens aan, lieve, wat heeft vader het nu goed bij de Heere Jezus.
28:45Ja, we mogen wel zeggen, nooit heeft hij hier zo paasfeest gevierd, notans.
28:52Maar wij, kind, zijn al in de strijd.
28:55Mijn vader is reeds alle strijd te boven en juicht in eeuwige heerlijkheid.
29:02Het is, als je het wel beschouwt, om er jaloers op te worden.
29:07En dat word ik dan ook bij ogenblikken.
29:10Bedje, en dan wenst ik dat ik zomaar bij je vader was.
29:14En onder het spreken van moeder was het duidelijk dat ze ook op dit ogenblik met een heimwee...
29:21naar de hemel was aangedaan, want op eenmaal brak ze haar spreken af en zo met heldere stem, maar blij vooruitzicht dat mij streelt.
29:33Ik zal ontwaakt uw lof ontvouwen, u in gerechtigheid aanschouwen, verzadigd met uw goddelijk beeld.
29:44En
29:45toen de laatste tonen van het lieve versje waren weggesmolten, zei Betje,
29:51Ja, lieve Moe, ik zou ook al wel in de hemel willen zijn, want daar zullen we nooit meer schijnen, maar altijd zingen, nietwaar?
30:01Ja, kind, en op een volkomen volmaakte wijze.
30:06Hier gaan we nogal in het vandewijs, maar daar nooit.
30:12Hé, lieve Moe, wat zal dat heerlijk zijn!
30:15En ik zing zo graag.
30:17Hebt u nog niet een versje, Moe?
30:20Dan zing ik met u mee.
30:22En dan zal ik goed op de wijs passen.
30:24Pak dan je psalmboekje maar, bedje.
30:27En wat zal het dan zijn, lieve moe?
30:29Wel, wat zou u het liefste willen zingen, kind?
30:33Het versje wat ik voor de meester heb moeten leren, moe.
30:37Zingt, zingt, een nieuw gezang de heren.
30:41Dat is psalm 98, vers 1.
30:43Niet waar, bedje?
30:45Ja, lieve moe.
30:46En dat vind ik zo'n mooie wijs, die psalm.
30:49Dat is het.
30:50En als we het dan gezongen hebben.
30:52Dan heb ik het laatste versje uit de 97ste psalm.
30:56Dat slaat er zo keurig op, vind ik, en meteen speelde er een blijde glimlach op moeders lippen.
31:04En met naar omhoog geslagen ogen en samengevouwde handen, ontboezemde zij die heerlijke woorden van de psalmdichter, die ook de tolken waren van
31:16haar hart.
31:18Godvriendelijk aangezicht heeft vrolijkheid en licht.
31:22voor al oprechte harten, ten troost verspreid in smarten.
31:28Juicht vromen om uw lot, verblijt u steeds in God,
31:33roemt, roemt zijn hevigheid, zo wordt zijn lof verbreid, voor al dit heilgenot.
31:42Nadat de beide versjes gezongen waren, en kleine Willem op zijn manier meegedaan had, zijn moeder tot haar zoontje, kom Willem, nu jij opzeggen.
31:52En waarlijk, de dreumes deed voor zijn zus niet onder, want Matthäus 28 zei ook dat het een lust was om aan te horen, daar het net was of het van een leie dag ging.
32:05En toen hij het paashoofdstuk opgezegd had, gaf moeder hem ook een dubbeltje voor zijn spaarpot en ging daarna op kinderlijke wijze met hem aan praten.
32:23ook eens een vraag aan haar doende, onder andere deze, of ook andere mensen die begraven zijn, weer levend kunnen worden, evenals de Heere Jezus?
32:34En toen antwoordde moeder, zeker lieve kind, ze zullen gewis weer levend worden, maar dat kan nog heel lang duren.
32:42En nu ging moeder aan het vertellen, hoe de mensen, wanneer Adam en Eva niet gezondigd hadden, eeuwig zouden hebben blijven leven.
32:52Maar hoe door de zonde de dood in de wereld gekomen is en dat als de Heer Jezus niet uit de hemel op aarde gekomen was om te lijden en te sterven, alle mensen
33:04voor altijd ongelukkig zouden zijn geweest en in de hel zouden hebben moeten branden.
33:11Maar dat Hij door zijn dood en zijn opstanding voor mensen die hun zonden voor de Heer in oprechtheid beleiden, vergeving van zonden,
33:23en het leven tot in eeuwigheid verworven heeft.
33:26En toen zocht moeder haar Willem aan het verstand te brengen, hoe dadelijk als de mens sterft, de ziel naar de hemel of naar de hel gaat, en dat er eenmaal
33:39een dag zal komen dat de Heer Jezus op de wolken verschijnen zal, en
33:44dat dan het woord uit zijn mond zal vernomen worden, staat op, ga je doden en kom ten oordeel.
33:52En hoe dan allen die in de graven zijn, zullen uitkomen en voor Gods rechterstoel zullen moeten verschijnen.
34:00Hoe dan de ziel weer met het lichaam verenigd zal worden.
34:04Ten einde als dan tezamen in de eeuwige vreugde of in een altijddurende droefheid te delen.
34:12En toen, kinderen, toen wees moeder erop, hoe onzeker we zijn van het uur van onze dood.
34:20En wees er wel om op dit.
34:22En op dat kind, dat zo kort geleden nog zo gezond was, maar nu reeds in het graf lag.
34:28En dat kan ook met jou en met Betje misschien ook wel gauw het geval zijn, zei ze.
34:34En daarom, lieve kind, wees toch gehoorzaam.
34:38Wees toch van nu af eens niet zo dwingerig meer.
34:42Denk maar veel aan je lieve vader, die er nu reeds boven is bij de Heerde Jezus.
34:48En de Heerde Jezus is ook een vriend van kinderen.
34:53En daarom, lieve Willem, mag je gerust vragen.
34:56Och, Heer Jezus, wil koning zijn.
35:01Alsjeblieft, over mijn hartje en leer mij u toch recht lief hebben, opdat ik eenmaal bij vader en bij alle vrome mensen in de hemel mag zijn.
35:12En zou ik in de hemel vader dan kennen, lieve moeder?
35:15Vroeg het jongsje.
35:17Wel zeker, kind, maar hoe?
35:20Dat kan ik je nu zo niet zeggen.
35:23Je bent...
35:24Om dat te verstaan nog wat klein.
35:26Als Willem dus een grote jongen mag worden, dan hoop ik hem daar veel meer van te vertellen.
35:32En nu, lieve kinderen, zei de weduw van de Lely, de Bijbel dicht slaande, zullen we ontbijten.
35:40En dan is tijd om naar de kerk te gaan.
35:43En zoals moeder zei, geschiedde het.
35:46En het was voor moeder een aangenaam paasfeest.
35:50En ook Betje was recht in haar schik.
35:53en haar grootste genoegen als ze uit de kerk thuis kwam was, om haar in de Bijbel te lezen, of uit mooie boekjes die zij van haar vaders en moeders vrienden en goede kennissen
36:05gekregen had.
36:07En Willem?
36:09Nou ja, Willem, wij weten het, was drie jaar jonger dan Bertje.
36:14Die kon dus, dat spreekt vanzelf, nog niet lezen.
36:18Ja, dat kon hij wel, dat had zijn zus hem al geleerd.
36:23Maar Willem speelde liever dan te lezen, en waar hij heel veel van hield, was om veel leven te maken en wetje te plagen, zodat moeder dikwijls van haar plaats moest opstaan,
36:35om haar zoontje op minzame wijze een bestraffing toe te dienen, om hem aan te zeggen, dat als hij zoveel ondeugende streken uithaalde, hij, wanneer hij kwam te
36:47sterven, dan voor zeker niet naar de hemel zou gaan.
36:54Tot zover het eerste deel van dit boekje.
36:59En u begrijpt, het
37:03was geen mooi einde voor een boekje.
37:05Dus we hopen volgende week bij Leven en Welzijn verder te gaan met het tweede deel.
37:11Waar het opnieuw Pasen wordt, maar dan later.
37:15We
37:17willen deze avond afsluiten met het luisteren naar Psalm 97.
37:23En daarvan het eerste vers, God heerst als opperheer.
37:28dat elk hem juichend eer, maar ook het zevende vers, godvriendelijk aangezicht, heeft vrolijkheid en licht voor al
37:41oprechte harten.
37:44Hartelijk dank voor het luisteren en hopelijk bij leven en welzijn tot volgende week zaterdagavond voor het tweede deel van het boekje
37:56De Zoon der Duisternis.
37:59[GEZANG]