0:00[GEZANG]
10:13Onze hulp is in de naam des Heren, die hemel en aarde geschapen heeft.
10:18Die trouwen houdt en eeuwig leeft en die dood laat varen.
10:22Enig werk dat zijn hand begon.
10:25Amen.
10:28Genade zijn we in vrede van hem die is, die was en die komen zal.
10:32En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
10:35En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
10:39De eerstgeborene uit de doden en de overste van alle koningen der aarde.
10:45Amen.
10:48Gemeente, we zetten vanmorgen ons samen zijn voort met het zingen van Psalm 69, vers 2.
10:53Men telt veel eer de haren van mijn hoofd aan hen die mij nog zonder oorzaak haten.
11:00En wat er verder volgt, het is Psalm 69, vers 2.
11:04We
11:04[GEZANG]
14:21stellen ons nu onder de tucht van de heilige wet des Heren.
14:24En zingen we daarna Psalm 25 vers 8.
14:28Zie op mij in gunst van boven.
14:30Wees mij toch genadig heren.
14:32Eenzaam ben ik en verschoven.
14:34Ja de ellende drukt mij neer.
14:37En wat er volgt in Psalm 25 vers 8.
14:42Toen sprak God al deze woorden zeggende.
14:45Ik ben de heren uw God die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb.
14:51Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
14:55Ga zult u geen gesneden beeld nog eerder je gelijkenis maken.
14:59Van hetgeen dat boven in de hemel is.
15:01Nog van hetgeen dat onder op de aarde is.
15:04Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
15:07Ga zult u voor die niet buigen nog en dienen.
15:10Want ik de Heere uw God ben een eindveren God.
15:14Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen.
15:17Aan het derde en aan het vierde lid der geden die mij haten.
15:22En doe barmhartigheid aan duizenden.
15:25...dergene die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.
15:29Gij zult de naam des Heren uw schats niet eindelijk gebruiken...
15:32...want de Heer zal niet onschuldig houden die zijn naam eindelijk gebruikt.
15:38Gedenk de Sabbatdag dat gij die heiligt.
15:41Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen...
15:44...maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schats.
15:48Dan zult gij geen werk doen.
15:50Gij nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht.
15:54Nog uw dienstmaag, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
15:59Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.
16:03De zee en al wat erin is en hij rustte ten zevende dagen.
16:08Daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde denzelf hem.
16:13Eer uw vader en uw moeder dat uw dagen verlengd worden.
16:17In het land dat u de Heer uw God geeft.
16:20Gij zult niet doodslaan.
16:22Gij zult niet echtbreken.
16:24Gij zult niet stelen.
16:26Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
16:31Gij zult niet begeren uw naaste huis.
16:34Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.
16:37Nog zijn dienstknecht.
16:38Nog zijn dienstmaagd.
16:40Nog zijn os.
16:41Nog zijn ezel.
16:42Nog iets dat uw naaste is.
16:45[GEZANG]
18:49Laten we nu met elkaar bidden om de opening van het woord en van onze harten door de Heilige Geest.
18:55In de vorenbede gedenken wij.
18:57...de rouwdragende familie Flikweerd...
19:00...die afgelopen vrijdag aan het graf hebben gestaan.
19:03Ook de rouwdragende familie Tanis Aleman...
19:06...die gisteren aan het graf hebben moeten staan.
19:11We zeggen ook dank met het echtpaar Flikweerd van Gerven...
19:14...meekrapweg 6.
19:16Zij mochten afgelopen vrijdag herdenken...
19:18...45 jaren getrouwd te zijn.
19:22Ook willen wij...
19:24...gedenken aan de examenkandidaten van het VMBO...
19:28Voor wie deze week de praktische examens gaan beginnen.
19:32En ook het evangelisatiewerk willen wij gedenken.
19:37Gemeente laten we nu met elkaar de heren om zijn zegen aanroepen.
19:40Laten wij bidden.
19:48Heere God en zo mocht de zondag weer aanbreken.
19:53De dag die in het teken mag staan.
19:56Van hem die uit de doden is opgestaan.
20:00Want daarom is het toch dat we op de zondag zouden komen.
20:04Omdat Jezus Christus uit de doden is opgestaan.
20:10Maar nu is het deze zondag nog de laatste lijden zondag.
20:16En dat wij nog eens mogen stilstaan.
20:20Bij het diepe lijden wat hem
20:22overkwam.
20:26En wat hij op hem heeft genomen.
20:30Ach heren zo mocht ook in de achterliggende weken daarbij.
20:36Worden nagedacht over hem.
20:40Die in deze wereld is gekomen om te lijden en te sterven.
20:44En dat moest hij doen vanwege de zonde.
20:49De zonde die ons aanklijkt.
20:52De zonde die in de wereld is.
20:55En de zonde die wij iedere dag weer doen.
20:59De zonde die ons schulden stelt voor u.
21:04O God wilt u er ons aan ontdekken.
21:08En laat ons zien wie en wat wij zijn.
21:11En dat wij niet voor u kunnen bestaan.
21:16Maar gij hebt een middelaar gezonden.
21:19Gij hebt hem doen komen in de volgheid van de tijd.
21:23Die de weg is gegaan van lijden en dood.
21:27Om zo een weg te banen waar geen weg was.
21:32Waar al de wegen in het land dood liepen.
21:37En daar is het dat hij een weg een poort heeft open gedaan.
21:42Verloren zondaren worden door u getrokken.
21:46En gebracht in een weg.
21:49Van recht en van genade.
21:52O heren doe ons ook in deze morgen daar wat van verstaan.
21:57Kom gij dan toch in ons midden.
22:00Ach verlaat en begeeft u ons niet.
22:04Als u op ons neer in uw ontverming.
22:09Ach heren zou u dan ook zo door de rijen willen gaan.
22:13En wil gij de harten van jongen van oud.
22:17Niet onberoerd willen laten.
22:20Ach heren wilt u ze trekken van de jongeren.
22:24En ook van de kleinste kinderen onder ons.
22:28Omdat ze tot u zullen worden gebracht.
22:32En mogen leven voor u aangezet.
22:36Ach heren gedank zo ook aan de ouders.
22:40En aan de grootouders.
22:43O, gedenk u ook aan hen die alleen door het leven gaan.
22:49Die van een zijn meid weten.
22:53Ach, heren, zou u met hun allen willen zijn.
22:57En ze mogen we ook door oudragende families aan u opdragen.
23:03Gedenk gij de familie Flikweert.
23:06Die aan het graf van hun broer, een
23:11zwager, een oom.
23:14Hebben moeten staan die op uw tijd.
23:18Door u weer dit tijdelijke leven werd weggenomen.
23:22Ach, heren, gedenk u zo aan allen.
23:26En heiligt u de roepstem aan een ander hart.
23:31Ach, heren, gedenk ook de familie Thanes.
23:35Waar zij een vrouw, moeder en oma hebben
23:39moeten gaan begraven.
23:41Ach, heren, gedenk hen toch.
23:45In hun verdriet nu hun oma er niet meer is en moeder.
23:50O, zie op hen in gunst van boven.
23:55En zou het gewoon zo al deze roepstemmen willen heiligen.
24:01O, heren, wilt u ook zijn.
24:04Met hen die reden hebben tot blijdschap.
24:08Het echtpaar flikweert van Gerven.
24:12Dat afgelopen vrijdag 45 jaar getrouwd mocht zijn.
24:17Och, we zijn de jaren gebleven.
24:21Deze jaren zijn verder gegaan.
24:24En we worden ouder.
24:27En wat een weldaad dat we er dan mogen zijn.
24:31Nog mogen zijn in het liefdeke heden der genade.
24:36Want nog is het steeds de dag der zaligheid.
24:40O, er zou het geen ook zo nabij willen zijn met hun kinderen en kleinkinderen.
24:47O God van genade.
24:50Dat onze ogen zullen zijn op u.
24:53Om het in alles alleen van u te verwachten.
24:58We moeten het niet van mensen hebben.
25:01Ach wat kunnen mensen teleurstellen.
25:04Wat kunnen we soms met mensen ook bedrogen uitkomen.
25:10Ach heer om dan van alles te worden afgebracht.
25:14En aan uw voeten terecht te mogen komen.
25:18En daar te beleiden heer doe ga met mij wat goed is in uw ogen.
25:24Maar zoudt u over mij willen ontfermen.
25:28Zoals ik de modenaar op het kruis had dacht.
25:32Dat hij het uitriep bij ontvangend strafwaardig dat we hebben gedaan.
25:38Maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
25:43En dan de beden van hem.
25:46Heere geduimt u mijner wanneer gij in uw koninkrijk zijt gekomen.
25:52En dat dat machtige antwoord dat hij uit de mond van de stervende Jezus ontvangt.
25:59Voorwaar ik zeg u heden zult gij met mij.
26:02In het paradijs zijn.
26:06Dat hij dan spreekt van het paradijs.
26:08Hangende aan het kruis.
26:11Waarin nederdaalt tot de hellen toe.
26:14Mag hij spreken van het paradijs.
26:16Het vooruitzicht.
26:19Dat al de geden streelt.
26:21Die de verschijning van de heer Jezus hebben leren lief krijgen.
26:25Er waren ook die moden naar het binnengeland.
26:29Die bijtijds.
26:32Nog net op tijd.
26:34Toch berouwend op bekering kwam.
26:37O heren wat kan er bij ons soms ook zo zijn.
26:40Dat we denken het kan allemaal nog wel.
26:43Ik heb daarvoor nog wel de tijd.
26:46Ben ook nog niet zo oud.
26:49Kan er nog wat mee wachten om naar God te gaan vragen.
26:54O heren wilt u het ons allen klein en groot.
26:56Jong en oud op het hart binden.
27:00En dat de bekering dat u toch geen uitstel kan leiden.
27:04En dat u het zo tot ons allen zegt.
27:07Heden zo gemens stem hoort.
27:11Over hart u toch niet maar na du leiden.
27:15O nee, gij hebt ook geen lust in de dood van de goddelozen.
27:19Maar daarin hebt u lust dat de goddelozen zich beketen dat hij zal leven.
27:26Heren, wilt u ons zo alle gedanken?
27:29Wil gij zijn met de jongste kinderen?
27:33Of de kinderen die straks naar de zondagsschool zullen gaan?
27:38O heren, wilt u tot hun hartje spreken?
27:42En zoudt u het hartje nieuw willen maken?
27:46Maar wilt u het ook doen met de oudsten in ons midden?
27:50O heren, wilt gij zijn ook met de...
27:55Vmbo examenkandidaten.
27:57Voor wie de praktijk examens in deze week gaan beginnen.
28:02Heren wilt u met hen zijn.
28:04En geef dat ze zich ook afhankelijk van u mogen weten.
28:08En natuurlijk ze hebben een beste dom.
28:11En ze bereiden zich er ook voor om die examens te kunnen doen.
28:17Maar heren wij bidden u ook wilt u met hen zijn.
28:20En geef dat onze jongeren mogen begrijpen.
28:24Dat ze zonder de hulp en de leiding van u toch echt niets kunnen doen.
28:30Heere, gedenk u ook aan het evangelisatiewerk.
28:34Ook dat vanuit de gemeente mag worden gedaan.
28:39En waarbij zij mogen worden bereikt.
28:43En die van uw woorden, van uw dienst zijn vervreemd.
28:48O Heere, wilt gij er uw zegen aan verbinden.
28:53O zie in gunst van bouwen.
28:56Gedenk aan de zieken in de gemeente.
29:00Gedenk aan hen die in ziekenhuizen opgenomen zijn geweest.
29:03En die weer thuis hebben mogen komen.
29:06Wilt u zijn met hen die kuren hebben te volgen.
29:11Die ook telkens weer de spanning ervaren wanneer er een controle zal zijn.
29:16O Heere, zout u met hen mee willen gaan en met hen op willen trekken.
29:22Heere, gedank u aan hen die chronisch ziek zijn.
29:27Die wellicht veelal het bed moeten houden.
29:30O Heere, wilt u met hen zijn.
29:34En zou jij toch verandering in een situatie willen schenken.
29:39O God van genade.
29:42Een mens kan wel eens moedeloos worden.
29:46Dat hij denkt waar moet het toch naartoe.
29:49En wat voor een vooruitzicht heb ik toch.
29:53Gedenk u ook aan die psychische lijden.
29:57Waar het lijden zo uitzichtsloos kan zijn.
30:02En de tunnel zo ongelooflijk lang.
30:05Dat er geen einde aan schijnt te kunnen komen.
30:09O Heer, dan zou u ze vast willen houden.
30:13Die soms van die vreemde gedachten kunnen hebben.
30:17Of die in mijn job moeten klagen.
30:19Heer, waar bent u dan toch?
30:22Ga ik vooruit?
30:23Ik zie u niet.
30:25Of ga ik weer achteruit?
30:27Ik merk u niet.
30:30Erbarm u, o Heer de God.
30:33En toont u toch dat u er bent.
30:36En dat u ook blijft.
30:39En dat u niet zal begeven en verlaten die tot u
30:43smeekt.
30:45En die zijn gebeden voor u uitstaat.
30:49O Heere, gij zult al doorgaan met ze toe te brengen.
30:53Die zalig moeten gaan worden.
30:56Ontferm u ze over ons allen.
30:59Ja, zie op ons van boven neer.
31:02Schenk ons uw hulp en leiding in deze dienst.
31:05En zout gij het alles goed willen maken.
31:09En laat uw woorden toch mogen zijn tot onderwijzing.
31:13Maar mag het ook zijn tot vermaning.
31:16En tot vertroosting.
31:19O bouw gij zo uw kerk hier op Oudorp.
31:23En laat niet varen het werk van uw goddelijke handen.
31:27O zegent u ons nog en gedenk ons om Jezus wil.
31:32Amen.
31:36Gemeente de schriftlezing die kunt u vanmorgen vinden in het evangelie van Lucas.
31:41Hoofdstuk 23.
31:44En daarvan vers 13 tot en met 32.
31:49Ik noem u als de schriftlezing Lucas 23.
31:54Vanaf vers 13.
31:56Tot en met 32.
32:00En we lezen daar het woord van de heren als volgt.
32:07En als Pilatus de overpriesters en de oversten in het volk bijeengeroepen had.
32:13Zeide hij tot hen.
32:15Gij hebt deze mens tot mij gebracht als een die het volk afkerig maakt.
32:20En zie ik heb hem in uw tegenwoordigheid ondervraagd.
32:23En heb in deze mens geen schuld gevonden.
32:26Van hetgeen waar ge hem mede beschuldigt.
32:29Ja ook Herodes niet want ik heb u niet tot hem gezonden.
32:32En zie er is van hem niets gedaan dat des doods waardig is.
32:36Zo zal ik hem dan kasteiden en loslaten.
32:40En hij moest er op het feest een loslaten.
32:44Toch al de menigte riep gelijkelijk zeggende hem.
32:47Weg met deze en laat ons Barabbas los.
32:51De welke was om een zekere oproer dat in de stad geschiet was.
32:54En om een doodslag in de gevangenis geworpen.
32:59Pilatus daar riep hem wederom toe.
33:01Willen de Jezus loslaten.
33:04Maar zij riepen daartegen zeggende kruis hem.
33:08Kruis hem.
33:10En hij zei het een derde maal tot hen wat heeft deze dan kwaads gedaan.
33:14Ik heb geen schuld des doods in hem gevonden.
33:17Zo zal ik hem dan kasteiden en loslaten.
33:21Maar zij hielden aan met een groot geroep eindigde dat hij zou gekruisd worden.
33:26En hun en daaroveren priesters geroep werd geweldiger.
33:31En Pilatus oordeelde dat hun eis geschieden zou.
33:35En hij liet hun los dengeden die om oproer en doodslag in de gevangenis geworpen was.
33:40Welke zij geëist hadden.
33:42Maar Jezus gaf u over tot hun wil.
33:46En als zij hem wegleiden namen zij een Simon van Cyrene.
33:50Komende van de akker en legde hem het kruis op dat hij het achter Jezus droeg.
33:55En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde hem.
34:00Welke ook weenden en hem beklaagden.
34:03En Jezus zich tot haar kerende zeide.
34:06Gij dochteren van Jeruzalem.
34:08Weent niet over mij.
34:10Maar weent over uzelf en over uw kinderen.
34:13Want zie er komen dagen in welke men zeggen zal.
34:17Zalig zijn de onvruchtbaren en de buiken die niet gebaard hebben.
34:21En de borsten die niet gezoogd hebben.
34:24Als dan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen.
34:28Valt op ons en tot de heuvelen bedekt ons.
34:31Want indien zij dit doen aan het groene hout.
34:34Wat zal aan het dorre geschieden.
34:38En er werden ook twee anderen zijnde kwaadoeners geleid.
34:42Om met hem gedood te worden.
34:46Tot zover.
34:48We staan vanmorgen stil bij Barabbas of Jezus.
34:53En ik lees u nog een keer wat er staat in de versen 24 en 25.
35:00Pilatus oordeelde dat een ijs geschieden zou.
35:04En hij liet hen los, dengenen die op oproer en doodslag in de gevangenis geworpen was.
35:10Welken zij geëist hadden, maar Jezus gaf hij over tot hun wil.
35:16In de eerste plaats de onschuldige Jezus.
35:21Ten tweede de veroordeelde Jezus.
35:24En ten derde de losgelaten Barabbas.
35:29Dus nogmaals, de onschuldige Jezus.
35:33De veroordeelde Jezus en de losgelaten Barabbas.
35:41We gaan nu met elkaar heren zingen op zaal 22 vers 7 en 8.
35:48En ik mag u nog namens uw kerkraad het volgende meedelen.
35:53Morgen kunnen er evangelisatiefolders worden opgehaald in Eben-Hajzer om te bezorgen.
36:00Mag de evangelisatiecommissie op u en jou rekenen.
36:05Meer informatie is te vinden in de voorlaatste kerkbouwde en op de Scipio-app.
36:13Komende woensdagavond 1 april is er een huwelijkstoerusting.
36:17Deze wordt verzorgd door de stichting De Vluchtheuvel.
36:21En het onderwerp dat is communicatie en verschillen tussen man en vrouw.
36:27Aanvang van de avond is om half acht in Ebenijzer.
36:31Aanmelding kan nog steeds en zowel echtparen als een van beide.
36:36...zijn van harte welkom.
36:40Aanstaande vrijdag, de Goede Vrijdag...
36:43...zal ochtends om half tien voor u voorgaan...
36:45...dominee G.
36:45Kater uit Hendrik-Ido-Ambacht...
36:48...en s'avonds om zeven uur...
36:50...dominee J.
36:50van Mechelen uit Montfoort.
36:54Voor iet alles geldt, zonder eerde wil en wij leven.
36:58Dan is de eerste collecte voor de diakonie...
37:01...de tweede voor de kerkvoegduin...
37:02...en de derde voor de aflossing van de kerk.
37:07Alle drie de connecten worden van harte bij u aanbevolen.
37:12Tot zover.
37:14We gaan Amerika zingen op zaal 22 vers 7.
37:18Zij rukken aan met opgesperden mond.
37:20Gelijk een leeuw al brullend in het rond.
37:23En acht.
37:24Mijn kracht is als een scherf van sap beroofd.
37:28Mijn tong kleeft in mijn mond.
37:29Door dorst gekloofd.
37:31En wat er volgt.
37:33Het is 7 en 8 van zaal 22.
37:35[GEZANG]
44:37Amint, in korte tijd gebeurt er heel veel met de zaligmaker.
44:43Nadat hij het avondmaal heeft ingesteld met zijn discipelen.
44:48Dat is niet veel meer dan een halve dag geleden.
44:53Maar daarna is hij met zijn discipelen uit de opperzaal van Jeruzalem gegaan.
44:59Zijn ze aangekomen in de hof van Gethsemane.
45:04En daar is hij gevangen genomen.
45:08En in de nacht is hij...
45:10Verhoord door het Joodse Sanhedrin.
45:14Die hebben hem ter dood veroordeeld.
45:17We hadden niet de mogelijkheid om het vonnis ook te gaan voltrekken.
45:24Want immers de Joodse staat bevond
45:28zich onder het gezag van de Romeinen.
45:32En dan mag de Joodse overheid geen doodsvonnis gaan voltrekken.
45:38Dat moesten de Romeinen doen.
45:44Dat men die Romeinse overheid ervan moest zien te overtuigen.
45:50Dat het toch echt moest gebeuren dat Jezus zou worden getoond.
45:57En dat is niet allemaal zonder slag of stoot gebeurd.
46:04Pilatus heeft er helemaal geen zin in.
46:08Pilatus zegt een en andere maal ik vind geen schuld in hem.
46:13Ik zie niet in.
46:16Waarom dat deze man ter dood zou moeten worden gebruikt.
46:21En dan ziet hij nog een uitweg dat hij Jezus naar Herodes stuurt.
46:28Herodes is een koning die regeert over het noordelijke deel van het land.
46:34En daarover had Pilatus zelf niets te zeggen.
46:39En ondertussen was het ook dat Pilatus en Herodes al enige tijd niet op goede voet met elkaar stonden.
46:48En Pilatus ruikt zijn kans.
46:50Om het met Herodes weer bij te gaan leggen.
46:54Door Jezus naar hem toe te sturen.
46:57Zodat Herodes de gelegenheid krijgt.
47:00Om ook Jezus te gaan ondervragen.
47:04En wellicht tot een juist oordeel te kunnen komen.
47:09Dat is allemaal gebeurd.
47:10En oh wat heeft men dan toch gezond.
47:14Met de zoon des mensen.
47:16Hem van hot naar her gesleept.
47:20En uiteindelijk is hij teruggekomen bij Pilatus.
47:23En ook Herodes heeft moeten toegeven.
47:26Ik vind geen schuld in hem.
47:29En zo is het dat Pilatus nog een keer tegenover de Joodse leidslieden het uitspreekt.
47:36Dat hij geen schuld in hem vindt.
47:39Hij zegt ook ik heb hem in uw tegenwoordigheid ondervraagd.
47:44En ik kan werkelijk niet tot de ontdekking komen.
47:48Wat nu de reden is dat hij...
47:50Ter dood zou moeten worden gebruikt.
47:53Hij meent al die dingen die waren dan toch wel nodig.
47:58Al dat men toen.
48:01Maar ook wij nu ervan overtuigd zullen zijn.
48:04Dat Jezus geheel al onschuldig was.
48:09Dat er geen enkele reden was.
48:12Waarom dat hij ter dood zou moeten worden gebruikt.
48:17En toch is dat gebeurd.
48:20En het moest ook gebeuren.
48:23De profetieën aangaande hem die moesten vervuld gaan worden.
48:29Dat hij dus gaat sterven op het kruis.
48:33Het is al aangekondigd in het oude testament.
48:37En vooral door de profeet Jezaja is dat heel nadrukkelijk onder woorden gebracht.
48:43Als een lam werd hij ter slachting geleid.
48:46En als een schaap dat tong is.
48:48Voor het aangezicht van zijn scheerders.
48:51Al zo heeft hij zijn mond niet open gedaan.
49:00Maar ook moest dit toch nadrukkelijk bekend worden onder een het hoog.
49:07Dat er in Jezus geen schuld is.
49:10En
49:12dat uitgerekende Romeinse gezagdragers tot
49:16deze conclusie moeten komen.
49:19En dat er zo'n getuiging eens klinkt.
49:23Van de kant van hen die hem hebben verworpen.
49:27Ik vind geen schuld in deze mens.
49:33En u zegt wel, zegt Pilatus, dat u iemand op mij brengt die het volk afkerig maakt.
49:40Maar ik kan die conclusie echt niet trekken.
49:44U beweert dan wel dat Jezus het volk in opstand brengt.
49:50En dat hij het volk afvallig wil maken van de keizeren.
49:54Maar ik kan tot die conclusie niet komen.
49:59En Pilatus houdt dat dus een en ander man voor.
50:04En zoals ik al zei, ook Herodes kan niet tot een andere conclusie komen.
50:10Al is het wel dat Herodes de
50:15spot met Jezus draagt.
50:19Hij had gehoord dat hij de koning van de Joden wordt genoemd.
50:23En hij trekte dan ook een blinkend kleed aan.
50:27Om hem zoals een koning uit te dossen.
50:31En zo stuurt hij hem terug naar Pilatus.
50:39Onschuldig.
50:41En dat is hij toch ook.
50:44Want Jezus heeft toch nooit iets verkeerds gedaan.
50:48De duivel heeft hem verzocht om
50:53zonde te doen.
50:56Heeft hem verzocht om alle eer aan de duivel te geven.
51:01Maar Jezus is voor die verzoeking niet bezweken.
51:05En
51:07Jezus heeft dagelijks om moeten gaan met mensen die zonde doen.
51:12Die zonde bedenken.
51:16Jezus heeft ze verwonderd.
51:19Over de zondigheid en het ongeloof.
51:23Van de joden in wie er midden hij zich bevond.
51:27Hij is zelfs op een zeker moment uitgeroepen.
51:32Ongelovig geslacht.
51:34Hoe lang moet ik nog bij u zijn?
51:36En hoe lang moet ik u nog verdragen?
51:40Hij heeft hun verdragen.
51:43Hij is met hen in en uit gegaan.
51:47Maar zelfs zijn eigen discipline.
51:50Blijken in zijn omgeving.
51:53Bepaald niet van zonde en van ongeloof te zijn gespeend.
51:59Want ook zij waren zo onkundig.
52:03Ondanks het feit dat zij al de heerlijke woorden uit de mond van de zaligmaker hoorden.
52:11Hebben ze meer dan eens gezegd.
52:14Wie is hij toch?
52:17Ja wie is hij toch dat zelfs de wind en de zee hem gehoorzaam zijn.
52:23Maar ook dat ze Jezus tegenspraken toen Jezus betuigde dat hij moest gaan gevangen genomen worden en gedood worden.
52:34Heren, dat zal toch niet gaan gebeuren.
52:37En als het er op
52:40gaat lijken dat dat gaat gebeuren, dan zullen we u verdedigen.
52:44Dan zullen we alles doen om te voorkomen dat u in de handen van zulke onverlaten terecht zult komen.
52:51Ze begrepen het niet.
52:54Nee, ze verstanden het niet.
52:58En dat alles heeft toch heel wat toegevoegd.
53:02Aan de eenzaamheid en het lijden dat de Zoon van God heeft moeten doorstaan.
53:08En in dat alles was hij zelfs zonder zonde.
53:13In de Hebreeënbrief wordt van hem gezegd.
53:17Dat hij heilig is.
53:21Onnozo ook is.
53:24Onbesmaat.
53:26Afgescheiden van de zondaren.
53:29En hoger dan de hemelen geworden.
53:35Heilig.
53:37Uniek.
53:39De zoon van God.
53:43Die zich niet meteen is onder indaad.
53:48En ook wat daar het woordje onnozel genoemd.
53:53Hebreeën 7 vers 26.
53:56En onnozel dan zou je zeggen.
53:58Er is iemand die weet nergens van.
54:01Er is iemand die heeft nog nergens ervaring van.
54:05Dan ben je onnozel.
54:09Wel van Jezus mag toch gezegd worden.
54:12Ondanks het feit dat hij rondom hem heen.
54:16Altijd met zondigheid had te maken.
54:19De zondigheid had geen vat op hem.
54:23Hij bleef rein.
54:25Hij werd er niet op besmet.
54:28U en ik zullen zeggen, ja waar je mee omgaat dan word je mee besmet.
54:33Je kunt aan iemands taalgebruik nog wel eens een keertje afleiden.
54:38Met wat voor lieden dat hij dagelijks omgaat.
54:42En ook al probeer je je daartegen te verzetten.
54:45Dat je niet allerlei onbetamelijke uitdrukkingen in je mond neemt.
54:50Waar je mee omgaat.
54:51Wat je op een zeker moment toch mee besmet.
54:56Maar Jezus is nooit besmet geraakt.
55:00Wat men ook uitriep.
55:04Wat men ook tegen hem zei.
55:07Welke woorden dat men ook bezig deed.
55:11Welke gedachten dat men ook ontvouwde.
55:15Nooit is hij ook maar op enige wijze besmet geraakt.
55:22Met de zonde.
55:24Van deze wereld.
55:27En zo is hij de meest geschikte persoon.
55:31Om de zonde der wereld op hem te nemen.
55:35Om de schuld te draaien.
55:39Hij is onschuldig.
55:42Maar gemeente deze dingen die worden ons dus genoemd.
55:45En Lucas beschrijft het dan ook.
55:47En dat alles dat is nodig nogmaals.
55:51Al dat alles en iedereen zal weten.
55:53De onschuldige wordt gedood.
55:58En de schuldigen gaan vrij uit.
56:02En de schuld is bij mij.
56:04De
56:05schuld is er bij u.
56:08En die schuld die heeft alles te maken met opstand.
56:14Rebellie.
56:16Ongeloof.
56:18Een verhard hart.
56:21Een doorgaan in het toegeven aan zondige verluidingen.
56:27En telkens goede voornemens te hebben om tegen de zonden de strijd aan te binden.
56:33En toch bij het minst of het geringste er weer naartoe terug te keren.
56:39Als een hond, zo zegt de apostel Peter, is dat tot zijn uitbraak zo.
56:45Ja, de Bijbel wint er geen doekjes om.
56:48Wat de zondigheid van de mens behoudt.
56:52En dat is niet alleen in uitingen en in daden die u en ik doen.
56:57Maar dat is de gezindheid in het binnenste van ons.
57:01En dan is het wel eens dat iemand zegt, ik moet mijn hand op de mond leggen.
57:07Wat een spook en zulke kwaadaardige gedachten in mijn hoofd.
57:12Echt ik moet soms de hand op de mond leggen.
57:14Maar ze zouden er zo uitspatten.
57:18Kent u daar iets van?
57:22Dat zondige.
57:25En nog niet eens dat dat dan tot uiting komt.
57:28En dat een ander dat aan je ziet.
57:29En van schrik reageert van.
57:31Oh maar dit had ik van jou toch niet gedacht.
57:36Maar dat je dat van binnen gewaar wordt.
57:39En dat je dan zoveel ervan gewaar wordt.
57:42Dat je boven een ander je ook niet meer verheffen kunt.
57:46Dat je niet langer kunt zeggen, die, heb je dat al gehoord van die?
57:52Oh, dat is toch zo erg wat die heeft gedaan?
57:57Nee, maar dat zou nog nooit bij mij op kunnen komen om zoiets ergs te doen.
58:05Of is het dat u moet beluiden en
58:09dat niet als een soort van vrome uitvloed?
58:15Het zit ook in mij, het
58:18zit ook in mijn binnensteen.
58:22En ik mag de heren wel danken.
58:25Dat wat in mijn binnenste zit.
58:26Dat het er allemaal niet uitkomt.
58:30Dat het deksel op die pot blijft zitten.
58:34En dat die kwalijke dampen.
58:36Daar niet uitkomen.
58:40We meenten wanneer wij toch het lijden van de zaligmaker zien.
58:46Dan kun je je erover verwonderen.
58:48Dat het nou zo allemaal moest gebeuren.
58:53Dat men al die verschrikkingen hem heeft aangedaan.
58:58En dat men uiteindelijk.
59:01En niet alleen hem heeft gedood.
59:05Maar dat men zelfs in zijn dood niet nog met rust heeft gelaten hem.
59:10Denk aan die Romeinse soldaat.
59:13Die in zo'n brede gedachte gang.
59:17Zijn speer neemt.
59:20En met kracht in de zijde van de dode Jezus duwt.
59:27Dat is toch de daad van de opperste breedheid.
59:32Om zo om te gaan met het lichaam van iemand.
59:36Die al gestorven is.
59:40Hij meent in de Bijbel wint er dus duidelijk geen doekjes om.
59:43Wat er met de mens is.
59:47Het is zo gemakkelijk om te zeggen dat is allemaal buiten de muren van de kerk.
59:51Hebben wij niet mee te maken.
59:55Gelukkig dat we daarvoor worden bewaard.
59:59Wat is het toch nodig, noodzakelijk.
1:00:03Dat je er wat van gaat inlengen.
1:00:06Zodat werkelijk de hand tot de mond gaat.
1:00:10En dat je als met een job zegt.
1:00:12Ik zal niet meer antwoorden.
1:00:16Ik heb gezonderd.
1:00:19En ik ben te gering.
1:00:23Dan dat ik u zou antwoorden.
1:00:26Ik heb rauw.
1:00:30En ik vervoei mij.
1:00:32In stof en in aas.
1:00:36Maar terug naar Jezus.
1:00:37Daarvoor Pilatus.
1:00:40Pilatus die doet nog de optie.
1:00:44Ik zal hem geestelen.
1:00:46Ik ga spijden.
1:00:48En dan zal ik hem loslaten.
1:00:52En dan begint Pilatus al te wankelen.
1:00:57Want wanneer Pilatus er toch voor overtuigd is.
1:00:59Dat Jezus onschuldig is.
1:01:01Dan mag hij hem toch niet.
1:01:03Gaan geestelen.
1:01:08Wanneer Jezus in zijn ogen werkelijk geheel totaal onschuldig is.
1:01:14Dan mag hij hem met geen vinger aanraken.
1:01:19Maar Pilatus voelt dat hij tegen de overmacht van de Joden die tegenover hem staan te roepen.
1:01:26Het moet gaan verliezen.
1:01:30En om ze dan nog enigszins proberen aan zijn kant te krijgen.
1:01:35Dan zegt hij nou weet je wat ik zal in ieder geval hem kasteiden.
1:01:40Maar dat hield in dat hij werd gegeesteld.
1:01:43Maar daarna wil ik hem loslaten.
1:01:47Maar daar is bij de Joden geen denken van.
1:01:51Loslaten?
1:01:54Nooit in te dimmeren.
1:01:57En dan brengt men ook bij de tweede gedachte dat Jezus wordt veroordeeld.
1:02:02Het zijn de Joden, het is heel de medichting die daar staat.
1:02:07Opgehitst door hun lijnslieden.
1:02:11En ze scanderen.
1:02:13Weg met deze.
1:02:16Laat ons barabbas los.
1:02:20Weg met deze.
1:02:22En eigenlijk het Griekse werkwoord wat daar staat.
1:02:26Dat kan ook verteld worden als.
1:02:30Hang hem op.
1:02:33Hang hem op.
1:02:37Dus daarmee zeggen ze ook kruisten.
1:02:41Maar dat weg met deze.
1:02:44Dat is hij moet van de aardbodem verdwijnen.
1:02:49Hang hem op.
1:02:54Ontzettend toch.
1:02:57En dat er wel nog maar enkele dagen geleden is.
1:03:03Dat ze hebben geroepen.
1:03:06Hosanna.
1:03:09Gezegerd is de koning.
1:03:12Die er komt in de naam des heren.
1:03:16Vrede zij in de hemel.
1:03:19En heerlijkheid in de allerhoogste plaatsen.
1:03:25Vijf dagen later.
1:03:27Han hem op.
1:03:30Weg met hem.
1:03:34In dit verband moet ik zo denken.
1:03:38Aan wat je leest van Elisa.
1:03:42Waarin de man net Elia
1:03:47als profeet heeft opgevolgd.
1:03:50En Elia is in de hemel opgenomen.
1:03:56En Elisa die gaat van Jericho naar Bethel.
1:04:01En daar komen hem kinderen tegemoet.
1:04:06Opgeschoten jongens.
1:04:07Die
1:04:09schuilden hem uit.
1:04:12En ze roepen.
1:04:14Kale kop.
1:04:16Kale kop.
1:04:18Ga op.
1:04:23Hier roepen de joden.
1:04:26Hang hem op.
1:04:30Wat bedoelden die kinderen tegenover Elisa?
1:04:35Wegwezen.
1:04:36We
1:04:38willen u niet.
1:04:41Ga die heuvel maar op daarginds.
1:04:45Of ook.
1:04:47Ja we weten wel dat Elia in de hebad is opgenomen.
1:04:52Ga er ook maar naartoe.
1:04:55Ga er ook maar naartoe.
1:04:58Ga maar op naar boven.
1:05:02Dan hebben we je hier tenminste niet meer.
1:05:09Dat is toch wel een toepunt van verharding.
1:05:12Ervan overtuigd te zijn.
1:05:15Dat Elia in de hemel is.
1:05:20En dan daarmee te zeggen.
1:05:23We zijn blij dat we van hem af zijn.
1:05:27We zijn hem ook liever kwijt aan rijk.
1:05:31Want hij moest ons altijd waarschuwen.
1:05:34En
1:05:36altijd was het dat hij tegen ons zei.
1:05:38Breek toch met de afgoden.
1:05:40Keer toch terug tot de heren.
1:05:44Ja maar dat willen wij niet.
1:05:47En al dat gewaarschuwd te worden.
1:05:48Dat zijn we zat.
1:05:51Laat hem alsjeblieft gaan.
1:05:54En ze zeggen die kinderen tegen Elisa.
1:05:58Ga er ook maar heen.
1:06:01Weg van de aarde.
1:06:05Kun je dat nou die kinderen verwijten.
1:06:10Ja uiteindelijk.
1:06:11Die kinderen zijn verantwoordelijk voor wat ze riepen.
1:06:15Maar die kinderen maken deel uit.
1:06:19Elk van hun gezin.
1:06:20Met hun vader en moeder.
1:06:24Hoe zou dat thuis aan tafel zijn gesproken.
1:06:29Over Elisa.
1:06:31Over Elia.
1:06:35Hoe spraken de joden.
1:06:38Thuis aan tafel.
1:06:41Over Jezus.
1:06:45Hoe spreekt u over hem.
1:06:50Hoe spreekt u thuis.
1:06:53Over de heren en zijn dienst.
1:06:57En over hen die in zijn dienst staan.
1:07:02Ja ik weet het zeker.
1:07:03Vandaag de dag de mensen zijn mondig.
1:07:06Dat is ook in de kerk zo.
1:07:10Er is altijd wel wat op te merken.
1:07:11Over een dominee of een adeling.
1:07:15Dat doet dit niet goed.
1:07:18Dat zou hij anders moeten hebben gezegd.
1:07:22Kun je dan begrijpen dat hij dat en dat ook doet?
1:07:27En wat doen je kinderen daar dan mee?
1:07:33Het is een ontzettend iets daar in Bethel geweest.
1:07:38Kinderen die Elisa scholden.
1:07:42En Elisa die zich omkeert en vloekt.
1:07:46In de naam van de heren.
1:07:50En er komen twee beren uit het bos.
1:07:52En
1:07:55die slaan 42 van de kinderen dood.
1:07:59Dat zijn diep ingrijpende zaken die daar gebeurden.
1:08:05God laat niet met zich spotten.
1:08:09En hier is het dat Jezus zwaait.
1:08:15Hij had zijn vader kunnen bidden.
1:08:19Het had kunnen blikseppen vanuit de hemel.
1:08:21Dat
1:08:23al die joden zouden zijn vergaan.
1:08:27Die hebben geroepen kruisten.
1:08:30Kruisten.
1:08:32Weg met hem.
1:08:35Maar hij deed het niet.
1:08:39Welke medelijden.
1:08:42Welke gezindheid van hem.
1:08:46Niet om te verderven.
1:08:49Maar om te behouden.
1:08:56Pilatus stoot voor.
1:08:57Ik
1:09:00zal hem kasteiden en daarna laat ik hem los.
1:09:04En heel dat publiek dat roept.
1:09:06Met
1:09:09hem.
1:09:10En
1:09:12dan dus enkele dagen ede te hebben gerupeerd.
1:09:17Hosanna.
1:09:20En je verwondert je erover dat het zo ineens kan kantelen.
1:09:25Dat mensen zo ineens kunnen veranderen van gezindheid.
1:09:31Het doet bijna denken aan een politieke partij die ineens in de peilingen en de uitslagen torenhoog omhoog schiet.
1:09:41Soms nog een jaar later alweer uit de kamer verdwijnt.
1:09:47Dat is natuurlijk nog maar een zwak beeld.
1:09:50En we zeggen ook wel eens.
1:09:51Er is niets veranderlijker dan een mens.
1:09:56Maar gemeente laten we ook niet vergeten.
1:09:58Dat toen al die mensen uitriepen.
1:10:01Gezegend is hij die daar komt.
1:10:06Was Jezus daar zo blij mee.
1:10:12Jezus rijdt er op hun veulen.
1:10:16Ze spreiden mantels voor hem op de weg.
1:10:21Ze plukken palmtakken van de bomen.
1:10:23En zwaaien ermee.
1:10:27En Jezus staat daar toe.
1:10:31En ook dat ze daar zingen.
1:10:33Er zijn er die zeggen tegen Jezus.
1:10:36Dat moet u niet toelaten.
1:10:40Jezus zegt als deze zwijntje.
1:10:43Dan zullen de steden nog spreken.
1:10:47Dus hij laat het toe.
1:10:49Maar ondertussen.
1:10:52Hij is er niet zo blij mee.
1:10:55Want ik lees in Lukas 19 vers 41.
1:11:01Jezus weende.
1:11:02Dat
1:11:04begrijp je toch niet.
1:11:07De mensen juichen hem toe.
1:11:10De mensen zijn blij met hem.
1:11:13De mensen zien in hem.
1:11:16Iemand die hen gaat verlossen van de Romeinen.
1:11:21Wel Jezus weet dat zij niet verstaan wie dat hij is.
1:11:27Hij houdt.
1:11:29Hij weent.
1:11:32En hij zegt ook wat.
1:11:35Och.
1:11:38Afgeopbekendheid.
1:11:41Ook nog in deze uw dag.
1:11:45Hetgeen dat tot uw vrede dient.
1:11:49Maar nu is het verborgen.
1:11:51Voor uw ogen.
1:11:55Dan moet je zich dat eens voorstellen.
1:11:58Je zal er toch blij van worden.
1:12:01Al die mensen die elkaar ook aansteken.
1:12:06En alle de roem en de eer aan Jezus brengen.
1:12:10En
1:12:12dat Jezus betroefd is.
1:12:14Ik
1:12:16wilde wel dat u zou bekennen.
1:12:20Nu vandaag heden.
1:12:23Wat er al werkelijk tot uw vrede dient.
1:12:27Maar helaas.
1:12:30Het is voor uw ogen verborgen.
1:12:34Ze jubelden wel.
1:12:36Maar
1:12:38er was geen geloof.
1:12:42Er was geen aanbieding voor hem.
1:12:45Er was niet een erkenning.
1:12:48Hij is de Messias.
1:12:53En dan is het niet zo vreemd.
1:12:57Dat die roep.
1:12:59Hosanna gezegend is hij die er komt.
1:13:02In
1:13:04enkele uren tijd omslaat.
1:13:08En dat het woord kruist hem.
1:13:12Kruist hem.
1:13:15Want het zat alleen maar aan de buitenkant.
1:13:18Ze hadden een vrome jas voor aangedaan.
1:13:22Ze hadden zich netjes uitgedost.
1:13:26Ze waren werkelijk pro-Jezus nu.
1:13:30Het zat alleen aan de buitenkant.
1:13:33Het zat niet van binnen.
1:13:37Maar weet je, dat is ook weer een les voor mij en voor jou.
1:13:43Zit uw godsdienst bij
1:13:48u alleen aan de buitenkant?
1:13:53Zit die feit alleen in uw zondagse pak?
1:13:57Dat u aan het einde van de dag weer in de kast hangt?
1:14:02En dat is het dan.
1:14:06Zegt hij, maar ik ga wel naar de kerk.
1:14:10En ik zou ook niet graag niet naar de kerk willen gaan.
1:14:15En ik geloof ook wel, is
1:14:22het echt ook van binnen.
1:14:26Is het echt van harte.
1:14:30Dat u beleidt.
1:14:32Jezus alleen.
1:14:36Door hem alleen ben ik behouden.
1:14:40Door hem alleen ben ik zalig.
1:14:42Of
1:14:44kunt u het nou doen.
1:14:48Met alleen de buitenkant.
1:14:50Die
1:14:52buitenkant.
1:14:54Die verdwijnt straks.
1:14:58En dan zal overblijven.
1:15:01Wat de heren daarin heeft gelegd.
1:15:05Die zijn er toch ook.
1:15:08Die zijn er toch ook in Oudorp.
1:15:12Die zijn er toch ook hier in de kerk.
1:15:17Die het om hem te doen is.
1:15:21Dan zal alles wegvallen.
1:15:24Dan zal van deze kerk het gebouw niets meer overblijven.
1:15:30Maar die zeggen als ik hem maar heb.
1:15:33Dan heb ik alles.
1:15:36En dan moet ik al het andere kwijt raken.
1:15:41Dan zal mijn huis afbranden.
1:15:45Als ik hem maar heb.
1:15:48Dan ben ik werkelijk rijk.
1:15:52De gemeente van Laodicea.
1:15:55Was van de buitenkant gezien rijk.
1:15:59En Jezus zegt tegen die gemeente.
1:16:04U zegt dat u rijk bent.
1:16:08En verrekt.
1:16:10Maar ik zeg u dat u arm bent.
1:16:15Jammerlijk.
1:16:17Blind.
1:16:19En naakt.
1:16:22Maar dan ik raad u.
1:16:26Ik beveel het u aan.
1:16:30Ik roep er u toe op.
1:16:33En ik spoor u ook aan.
1:16:38Dat u van mij koopt.
1:16:41Goud.
1:16:43Dat beproefd komt vanuit het vuur.
1:16:45En
1:16:48witte kleding op dat gedaan weer moet bekleed worden.
1:16:52En dat uw schande en naaktheid wordt beduikt.
1:16:58En dan vult hij aan.
1:16:59Zie ik staan de deuren.
1:17:01En
1:17:03ik klop bij u aan.
1:17:07Is er dan nog iemand.
1:17:10Die mijn stem hoort.
1:17:13En die de deur opendoet.
1:17:16Ik zal tot hem inkomen.
1:17:19En ik zal met hem avondbouw houden.
1:17:21En hij met mij.
1:17:25Maar hier is het dat Jezus van de aarde moet verdwijnen.
1:17:28En wanneer dan de menigte roept.
1:17:30Weg met hem.
1:17:33Kruist hem.
1:17:35Hang hem aan een hout.
1:17:38Dat wordt daarin vervuld.
1:17:42Dat het zal moest gebeuren.
1:17:45Maar dat hij ook op deze wijze ter dood moest worden gebracht.
1:17:50Want Jezus sterft niet alleen een pijnlijke dood.
1:17:53Hij
1:17:55sterft niet alleen een smadelijke dood.
1:18:00Maar ook een vervloekte dood.
1:18:02Want vervloekt is
1:18:05diegene die
1:18:09aan een hout hangt.
1:18:12Vervloekt is degene die
1:18:15hangt tussen hemel en aarde.
1:18:19En dat alles wilde hij dragen.
1:18:22Dat alles wilde hij doen.
1:18:26Hij heeft niet geprotesteerd.
1:18:29Hij heeft niet gezegd, kan het nou niet wat minder?
1:18:34Dat ik de straf ga dragen, wel.
1:18:37Maar kan het niet wat minder?
1:18:40Moet het nou zo gaan?
1:18:42Het
1:18:44moest zo gaan.
1:18:49Dat brengt me bij de laatste gedachte.
1:18:50En dan komen we ook bij waar Abbas terecht.
1:18:54Waar Abbas komt nu zo ineens ten tonele.
1:18:59In een van de andere evangelieën.
1:19:01Ik dacht in Matthäus wordt er uitgebreider over geschreven.
1:19:05En Lukas gaat ervan uit dat zijn hordes en lezers wel weten wie dat Barabbas was.
1:19:12Er was in elk geval de gewoonte dat met het paasfeest er altijd iemand werd vrijgelaten.
1:19:19En Pilatus denkt ik moet die kans aangrijpen zodat ik Jezus kan vrijlaten.
1:19:26Ik zal de Joden erop wijzen dat dit de gewoonte is en dat wij als Romeinen hen dat ook toestaan.
1:19:33Dat iemand die in de gevangenis zit mag worden vrijgelaten met het paasfeest.
1:19:39Dat paasfeest dat wijst tot de verlossing van de Joden van de Israëlieten uit Egypte.
1:19:45En die bevrijdingsdag voor hen die wordt dan gevierd.
1:19:48Daarin dat met het paasfeest iemand uit die gevangenis wordt losgelaten.
1:19:53En
1:19:55Pilatus zegt zullen we dat doen?
1:19:58Nee zeggen ze.
1:20:00We laten hem niet los.
1:20:05Maar we willen dat Barabbas wordt
1:20:08losgelaten.
1:20:11En die Barabbas heeft
1:20:14wel een mooie naam.
1:20:17Want Bar betekent zoon.
1:20:19In het Aramees.
1:20:22En Abbas dat is Abba.
1:20:25Kijk maar aan papa.
1:20:29Zoon van de vader.
1:20:32Dat is toch een geweldige naam.
1:20:35Maar die bar Abbas dat is een figuur.
1:20:40Jeet was van die lidi.
1:20:43Die hebben geen enkele moraal over zich.
1:20:47Het is net of dat ze geen geweten hebben.
1:20:51Het zijn van die figuren die doen met van alles en nog wat mee.
1:20:56Harattigheid.
1:20:59Haralschopperij.
1:21:01Het maakt er niet uit met wat voor doel het moet gebeuren.
1:21:04Als het maar gebeurt.
1:21:06De boel kapot maken.
1:21:09Overhoop schieten.
1:21:12Die genieten van brandstichting.
1:21:15Die er werkelijk een kik van krijgen wanneer.
1:21:19Alles wordt stuk gemaakt.
1:21:22En er ook niet voor terugduinzen.
1:21:25Om iemand in koele bloeden te vermoorden.
1:21:29Maar zonder enig doel.
1:21:31Geen vooropgezet plan.
1:21:34Die redden om te redden.
1:21:39Ja, dat soort figuren heb je nog.
1:21:45Daar heb je er heel wat van in de wereld.
1:21:49Die wel in zijn voor een opstootje.
1:21:52En is er tenminste nog eens wat te beleven.
1:21:56Wel zo'n figuur was Barabbas.
1:22:00En hij was in feite de schrik onder het Joodse volk.
1:22:07En menig een van die Joden was blij dat dat portret was
1:22:13gearresteerd.
1:22:14En in de gevangenis was opgesloten.
1:22:18We zijn van die schrik tenminste af.
1:22:23Dat was Barabbas.
1:22:26En dan nu kiest
1:22:30men.
1:22:32Voor dit portret.
1:22:34Voor
1:22:35dit figuur.
1:22:37In plaats van Jezus.
1:22:40Ik
1:22:44moet me er altijd over verbazen.
1:22:46En
1:22:48het zingt eigenlijk ook heel vaak in mijn hoofd.
1:22:52Wat is toch de mens.
1:22:56Wat is er toch in hem te prijzen.
1:23:03Dat gij o God aan hem nog gunsten wilt bewijzen.
1:23:10Hij mag de naam van ijdelheid wel dragen.
1:23:16Psalm 144 vers 2.
1:23:19O
1:23:21gemeente.
1:23:24En dat Jezus zich wilde overgeven.
1:23:29Voor zulk soort.
1:23:32En er zullen er velen onder de joden zijn geweest.
1:23:35Die zeggen.
1:23:35Ik ben geen Barabbas hoor.
1:23:39Zo'n bruut persoon ben ik toch echt niet.
1:23:43Die een moord pleegt.
1:23:44Die brand sticht.
1:23:47Die er alles schopt.
1:23:49Dat ben ik toch niet.
1:23:52Maar wanneer hier een puntje bij het paaltje komt.
1:23:55Dan
1:23:57kiest men voor Barabbas.
1:23:59Tegen Jezus.
1:24:02En zo moest het gaan.
1:24:06En zo laat het woord van God ons zien.
1:24:10Er is werkelijk niets in de mens.
1:24:14Dat naar God vraagt.
1:24:17En dat het nou juist zo tot uiting komt op het moment.
1:24:22Dat Jezus zal worden overgegeven om gekruisigd te worden.
1:24:29Een grotere tegenstelling is dat niet bedenkbaar.
1:24:33Tussen Barabbas en Jezus.
1:24:37Want van hem geldt het.
1:24:40Hij maakt de blinden zien.
1:24:44Hij laat de kreupelen wandelen.
1:24:46Hij
1:24:48reinigt hem in laatste.
1:24:51Hij doet de doven horen.
1:24:54De doden worden door hem opgewerkt.
1:24:58De armen en de gevangenen.
1:25:02Wordt het evangelie verkondigd.
1:25:05Dan heeft Jezus geantwoord op de vraag van Johannes de Topere.
1:25:11Die er ook wel wat doorheen zaalt.
1:25:16Toen hij zijn laatste dagen, weken en maanden moest slijten in de gevangenis van Herodes.
1:25:23Die zou de Herodes die dus nog mede Jezus heeft verhoord.
1:25:28En Johannes stelde de vraag.
1:25:32Bent u de Messias?
1:25:38Of bent u die toch niet?
1:25:42En wachten wij nog op een andere Messias?
1:25:48Dat was de vraag die
1:25:51Johannes de Doper aan Jezus stelde.
1:25:56En dat zal zeker zijn ingegeven door de situatie waarin Johannes zich bevond.
1:26:03Dat hij wel eens met het hoofd
1:26:06in zijn handen zou.
1:26:09Waarom
1:26:11overkomt mij dit alles toch?
1:26:15Waarom dit leed?
1:26:19Waarom dit zinloze gebeurde?
1:26:22Dat ik niet het
1:26:25evangelie van Gods genade kan verkondigen bij de Jordaan.
1:26:30Of waar dan ook nog langer.
1:26:33En dan die vraag.
1:26:36Geeft Jezus dat antwoord?
1:26:39Kijk om je heen.
1:26:42En kijken aan het schouw wat er gebeurt.
1:26:46Blinden worden zien.
1:26:49Kruipen en wandelen.
1:26:52Milaatsen worden gereinigd.
1:26:55Doven horen.
1:26:56Doden worden opgewekt.
1:26:57En aan de armen.
1:26:59Wordt het evangelie bekend gemaakt.
1:27:02Verkondigd.
1:27:05Dat is wat Jezus doet.
1:27:09Dat is wat zijn missie is.
1:27:11En zalig zegt hij.
1:27:14Is diegene die aan mij niet geërgerd wordt.
1:27:19Erger de Johannes de Dope zich dan.
1:27:22Begon Johannes de Doper afvallig te worden?
1:27:28Ongeloof.
1:27:30Kan je geweldig in de greep nemen.
1:27:35Ongeloof kan zo ver gaan.
1:27:39Dat je gedachten hebt.
1:27:41Is
1:27:44er wel een God?
1:27:46Bestaat hij eigenlijk wel?
1:27:51O gemeinde.
1:27:55Jezus wist het.
1:27:57Hoe het lag in het hart van Johannes.
1:28:01En Jezus heeft alleen maar goed gedaan.
1:28:06En Jezus is nu op het punt om zijn leven af te leggen op het kruis.
1:28:12En hij wordt overgegeven.
1:28:14Door
1:28:17Pilatus.
1:28:19Tot hun wil.
1:28:21Staat er aan het slot van vers 25.
1:28:25Tot hun wil.
1:28:28Dat ze met hem mogen doen.
1:28:31Wat zij willen.
1:28:32En
1:28:34Barabbas laat maar los.
1:28:35De
1:28:38schrik van de stad.
1:28:39Bul
1:28:41van de mens.
1:28:44Wordt losgedaten.
1:28:47Met de ware Barabbas.
1:28:51De ware zoon des vaders.
1:28:54Wordt overgegeven.
1:28:57Om gekruisigd te worden.
1:29:01Dat meent het is allemaal niet fijn.
1:29:04En altijd alleen van het lijden van Jezus te spreken.
1:29:09Is niet fijn.
1:29:13Want je wordt er zelf in betrokken.
1:29:16En als horder en als verkondiger word je er zelf in betrokken.
1:29:19Wie ben jij dan en aan welke kant sta jij?
1:29:23Sta je dan aan de kant van Jezus?
1:29:25Of
1:29:27sta je aan de kant van
1:29:30degene die zegt weg met hem?
1:29:35Dat leeft ten diepste in het hart.
1:29:39En dan gaan toch deze dingen gebeuren.
1:29:43En dan gaat het straks gebeuren op het kruis.
1:29:46Dat
1:29:49een van die beide moordenaars.
1:29:52En dat zal wel net zo'n type zijn geweest als Barabbas.
1:29:57Ook zo'n vreselijke bruut.
1:30:02Die tegen zijn maat zegt.
1:30:06Vrees jij nou ook God niet?
1:30:10Jij bent toch met mij in het oordeel dat wij hebben verdiend.
1:30:17Maar deze die tussen ons inhangt.
1:30:21Heeft niets
1:30:23gedaan.
1:30:26Waarom hij de dood zou moeten verdienen.
1:30:31En zijn maat antwoordt niet.
1:30:33Zijn maat zegt niets.
1:30:36Zijn maat kan daar ook niets mee.
1:30:38En
1:30:40dan richt hij zich tot Jezus.
1:30:44Wilt u aan mij denken.
1:30:47Wanneer ik in uw koninkrijk ben gekomen.
1:30:52Wat zou dit nog kunnen verwachten.
1:30:55Een
1:30:57briefje.
1:30:57Een
1:30:59belletje.
1:31:02Ik denk aan je.
1:31:06Je moet zo ineens even aan je denken.
1:31:10En doe even een berichtje.
1:31:11Hoe gaat het met je?
1:31:14Stad de strekking van het gedenk mijner.
1:31:20Hij krijgt verhoring boven al zijn gedachten en verwachtingen uit.
1:31:26Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord.
1:31:29En in geen mensen hart ooit is opgeklommen wat God zal doen.
1:31:33Aan diegene die hopende op hem wachtte.
1:31:37Want dan krijgt hij het te horen.
1:31:40Voorwaar.
1:31:41Ik zeg het u.
1:31:44Heden.
1:31:45Toch deze dag.
1:31:48Bent u.
1:31:49Met mij.
1:31:51In het paradijs.
1:31:53Het kruis.
1:31:56Is het voorportaal.
1:31:58Van het paradijs.
1:32:00En
1:32:01die paradox.
1:32:03Die tegenstelling.
1:32:06Die houden we in stand.
1:32:08En daarom.
1:32:10Is het toch iets heerlijks.
1:32:13Te mogen spreken van het lijden.
1:32:16Daarin te tekenen.
1:32:19Dat het van de mens.
1:32:21Niet vandaan kan komen.
1:32:22En zeker niet van de vrome mens.
1:32:25Maar dat het alleen van hem vandaan komt.
1:32:28Die deze weg is gegaan.
1:32:31En voor hem hebben de poorten van het paradijs zich geopend.
1:32:35En hij neemt al degene met zich.
1:32:38Die zijn verschijning hebben leren lief krijgen.
1:32:46Mag u dat
1:32:47beluiden?
1:32:50Amen.
1:32:55Gemeente we gaan zingen op Psalm 103 vers 5.
1:32:59Hij zal zijn volk niet eindeloos kastijden.
1:33:04Nog eeuwiglijk zijn geramschap ons doen leiden.
1:33:08Hij is het.
1:33:10Die ons zijn vriendschap biedt.
1:33:14En wat er volgt.
1:33:15103, 5.
1:33:16[GEZANG]
1:35:56Daarmee te zullen we nu danken en bidden.
1:36:03Heer de God, dank u wel.
1:36:08Dat uw zoon dit wilde doen voor mensen
1:36:12van hun en geen allerlei waarde.
1:36:15En dat vanwege de zonde.
1:36:19Vanwege alle opstand en vijandschap.
1:36:23Een dode hond.
1:36:27Dat zij mij vindt boos uit een gewezen prins.
1:36:30Tegen koning David.
1:36:33Wat is dat toch?
1:36:36Dat u uit wel een omzien naar mij dat ik een dode hond ben.
1:36:43U ziet ook naar moordenaars.
1:36:45Naar overspeligen.
1:36:49Naar nietsnutten.
1:36:53Naar mensen die alle mogelijke kwaads.
1:36:57Bedenken en doen.
1:37:01Gezet gestorven voor de gondelozen.
1:37:05Maar je hebt in het lijden getoond.
1:37:08Dat
1:37:10u ook daarin alle macht behoudt.
1:37:13Doe nu zweeg.
1:37:16Want in uw zwijgen toonde uw majesteit.
1:37:21En u zag er barabbasvrij uitgaan.
1:37:25En u zou veren Jezus overgegeven tot een wil.
1:37:31Maar u hebt alles volbracht.
1:37:35Alles gedaan.
1:37:38Alles tot het juiste einde gebracht.
1:37:42En al de schuld verzoend.
1:37:47Van goddeloze.
1:37:51Dat is toch de boodschap.
1:37:54Dat is toch een bericht dat mag klinken.
1:37:58Dat is toch dat blijde woord dat steeds mag uitgaan.
1:38:03Laat dat onze harten mogen
1:38:07vervullen.
1:38:10Mogen kleinmaken.
1:38:13Mogen verblijden.
1:38:16O Heer, wilt u ons zo nabij en goed zijn.
1:38:20Wilt u met ons zijn ook in het verdere van vandaag.
1:38:24En als de avond komt.
1:38:28Geef dat me met verlangen.
1:38:31Nogmaals mogen opgaan naar deze plaats.
1:38:35Niet om het van een mens te verwachten.
1:38:38Een oud predikant.
1:38:41Nee, daar moeten we het niet van verwachten.
1:38:45Maar om grote dingen van u te verwachten.
1:38:49O Heer, we gaan dat doen.
1:38:52Wees ge zo met ons.
1:38:53Vergeef ge wat niet goed was.
1:38:56Zegent u ons allen.
1:38:59Wees u met de kinderen.
1:39:02Wees u met de leiding in de zondagsschool.
1:39:06Geef ook daar u nabije zegen.
1:39:10Heren wij bidden uw daad.
1:39:12In de naam van de Heer Jezus.
1:39:15Die stierf en
1:39:18die toch leeft.
1:39:20Want hij is opgestaan.
1:39:28Psalm 118 vers 9.
1:39:31Want de Heer wou mij wel hard kastijden.
1:39:33Maar stortte mij niet in de dood.
1:39:37Verzag de vaderlijk mijn lijden.
1:39:39En redde mij uit alle nood.
1:39:41En wat er volgt.
1:39:43Het is Psalm 118 vers 9.
1:39:45[GEZANG]
1:42:54Amen.
1:42:57Amen.
1:42:58[GEZANG]