Lukas 23: 24 en 25; Barabbas of Jezus

zondag 29 maart 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. H. Lassche · 106 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:13Onze hulp is in de naam des Heren, die hemel en aarde geschapen heeft.

10:18Die trouwen houdt en eeuwig leeft en die dood laat varen.

10:22Enig werk dat zijn hand begon.

10:25Amen.

10:28Genade zijn we in vrede van hem die is, die was en die komen zal.

10:32En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:35En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.

10:39De eerstgeborene uit de doden en de overste van alle koningen der aarde.

10:45Amen.

10:48Gemeente, we zetten vanmorgen ons samen zijn voort met het zingen van Psalm 69, vers 2.

10:53Men telt veel eer de haren van mijn hoofd aan hen die mij nog zonder oorzaak haten.

11:00En wat er verder volgt, het is Psalm 69, vers 2.

11:04We

11:04[GEZANG]

14:21stellen ons nu onder de tucht van de heilige wet des Heren.

14:24En zingen we daarna Psalm 25 vers 8.

14:28Zie op mij in gunst van boven.

14:30Wees mij toch genadig heren.

14:32Eenzaam ben ik en verschoven.

14:34Ja de ellende drukt mij neer.

14:37En wat er volgt in Psalm 25 vers 8.

14:42Toen sprak God al deze woorden zeggende.

14:45Ik ben de heren uw God die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb.

14:51Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

14:55Ga zult u geen gesneden beeld nog eerder je gelijkenis maken.

14:59Van hetgeen dat boven in de hemel is.

15:01Nog van hetgeen dat onder op de aarde is.

15:04Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

15:07Ga zult u voor die niet buigen nog en dienen.

15:10Want ik de Heere uw God ben een eindveren God.

15:14Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen.

15:17Aan het derde en aan het vierde lid der geden die mij haten.

15:22En doe barmhartigheid aan duizenden.

15:25...dergene die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.

15:29Gij zult de naam des Heren uw schats niet eindelijk gebruiken...

15:32...want de Heer zal niet onschuldig houden die zijn naam eindelijk gebruikt.

15:38Gedenk de Sabbatdag dat gij die heiligt.

15:41Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen...

15:44...maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schats.

15:48Dan zult gij geen werk doen.

15:50Gij nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht.

15:54Nog uw dienstmaag, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

15:59Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.

16:03De zee en al wat erin is en hij rustte ten zevende dagen.

16:08Daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde denzelf hem.

16:13Eer uw vader en uw moeder dat uw dagen verlengd worden.

16:17In het land dat u de Heer uw God geeft.

16:20Gij zult niet doodslaan.

16:22Gij zult niet echtbreken.

16:24Gij zult niet stelen.

16:26Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

16:31Gij zult niet begeren uw naaste huis.

16:34Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

16:37Nog zijn dienstknecht.

16:38Nog zijn dienstmaagd.

16:40Nog zijn os.

16:41Nog zijn ezel.

16:42Nog iets dat uw naaste is.

16:45[GEZANG]

18:49Laten we nu met elkaar bidden om de opening van het woord en van onze harten door de Heilige Geest.

18:55In de vorenbede gedenken wij.

18:57...de rouwdragende familie Flikweerd...

19:00...die afgelopen vrijdag aan het graf hebben gestaan.

19:03Ook de rouwdragende familie Tanis Aleman...

19:06...die gisteren aan het graf hebben moeten staan.

19:11We zeggen ook dank met het echtpaar Flikweerd van Gerven...

19:14...meekrapweg 6.

19:16Zij mochten afgelopen vrijdag herdenken...

19:18...45 jaren getrouwd te zijn.

19:22Ook willen wij...

19:24...gedenken aan de examenkandidaten van het VMBO...

19:28Voor wie deze week de praktische examens gaan beginnen.

19:32En ook het evangelisatiewerk willen wij gedenken.

19:37Gemeente laten we nu met elkaar de heren om zijn zegen aanroepen.

19:40Laten wij bidden.

19:48Heere God en zo mocht de zondag weer aanbreken.

19:53De dag die in het teken mag staan.

19:56Van hem die uit de doden is opgestaan.

20:00Want daarom is het toch dat we op de zondag zouden komen.

20:04Omdat Jezus Christus uit de doden is opgestaan.

20:10Maar nu is het deze zondag nog de laatste lijden zondag.

20:16En dat wij nog eens mogen stilstaan.

20:20Bij het diepe lijden wat hem

20:22overkwam.

20:26En wat hij op hem heeft genomen.

20:30Ach heren zo mocht ook in de achterliggende weken daarbij.

20:36Worden nagedacht over hem.

20:40Die in deze wereld is gekomen om te lijden en te sterven.

20:44En dat moest hij doen vanwege de zonde.

20:49De zonde die ons aanklijkt.

20:52De zonde die in de wereld is.

20:55En de zonde die wij iedere dag weer doen.

20:59De zonde die ons schulden stelt voor u.

21:04O God wilt u er ons aan ontdekken.

21:08En laat ons zien wie en wat wij zijn.

21:11En dat wij niet voor u kunnen bestaan.

21:16Maar gij hebt een middelaar gezonden.

21:19Gij hebt hem doen komen in de volgheid van de tijd.

21:23Die de weg is gegaan van lijden en dood.

21:27Om zo een weg te banen waar geen weg was.

21:32Waar al de wegen in het land dood liepen.

21:37En daar is het dat hij een weg een poort heeft open gedaan.

21:42Verloren zondaren worden door u getrokken.

21:46En gebracht in een weg.

21:49Van recht en van genade.

21:52O heren doe ons ook in deze morgen daar wat van verstaan.

21:57Kom gij dan toch in ons midden.

22:00Ach verlaat en begeeft u ons niet.

22:04Als u op ons neer in uw ontverming.

22:09Ach heren zou u dan ook zo door de rijen willen gaan.

22:13En wil gij de harten van jongen van oud.

22:17Niet onberoerd willen laten.

22:20Ach heren wilt u ze trekken van de jongeren.

22:24En ook van de kleinste kinderen onder ons.

22:28Omdat ze tot u zullen worden gebracht.

22:32En mogen leven voor u aangezet.

22:36Ach heren gedank zo ook aan de ouders.

22:40En aan de grootouders.

22:43O, gedenk u ook aan hen die alleen door het leven gaan.

22:49Die van een zijn meid weten.

22:53Ach, heren, zou u met hun allen willen zijn.

22:57En ze mogen we ook door oudragende families aan u opdragen.

23:03Gedenk gij de familie Flikweert.

23:06Die aan het graf van hun broer, een

23:11zwager, een oom.

23:14Hebben moeten staan die op uw tijd.

23:18Door u weer dit tijdelijke leven werd weggenomen.

23:22Ach, heren, gedenk u zo aan allen.

23:26En heiligt u de roepstem aan een ander hart.

23:31Ach, heren, gedenk ook de familie Thanes.

23:35Waar zij een vrouw, moeder en oma hebben

23:39moeten gaan begraven.

23:41Ach, heren, gedenk hen toch.

23:45In hun verdriet nu hun oma er niet meer is en moeder.

23:50O, zie op hen in gunst van boven.

23:55En zou het gewoon zo al deze roepstemmen willen heiligen.

24:01O, heren, wilt u ook zijn.

24:04Met hen die reden hebben tot blijdschap.

24:08Het echtpaar flikweert van Gerven.

24:12Dat afgelopen vrijdag 45 jaar getrouwd mocht zijn.

24:17Och, we zijn de jaren gebleven.

24:21Deze jaren zijn verder gegaan.

24:24En we worden ouder.

24:27En wat een weldaad dat we er dan mogen zijn.

24:31Nog mogen zijn in het liefdeke heden der genade.

24:36Want nog is het steeds de dag der zaligheid.

24:40O, er zou het geen ook zo nabij willen zijn met hun kinderen en kleinkinderen.

24:47O God van genade.

24:50Dat onze ogen zullen zijn op u.

24:53Om het in alles alleen van u te verwachten.

24:58We moeten het niet van mensen hebben.

25:01Ach wat kunnen mensen teleurstellen.

25:04Wat kunnen we soms met mensen ook bedrogen uitkomen.

25:10Ach heer om dan van alles te worden afgebracht.

25:14En aan uw voeten terecht te mogen komen.

25:18En daar te beleiden heer doe ga met mij wat goed is in uw ogen.

25:24Maar zoudt u over mij willen ontfermen.

25:28Zoals ik de modenaar op het kruis had dacht.

25:32Dat hij het uitriep bij ontvangend strafwaardig dat we hebben gedaan.

25:38Maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.

25:43En dan de beden van hem.

25:46Heere geduimt u mijner wanneer gij in uw koninkrijk zijt gekomen.

25:52En dat dat machtige antwoord dat hij uit de mond van de stervende Jezus ontvangt.

25:59Voorwaar ik zeg u heden zult gij met mij.

26:02In het paradijs zijn.

26:06Dat hij dan spreekt van het paradijs.

26:08Hangende aan het kruis.

26:11Waarin nederdaalt tot de hellen toe.

26:14Mag hij spreken van het paradijs.

26:16Het vooruitzicht.

26:19Dat al de geden streelt.

26:21Die de verschijning van de heer Jezus hebben leren lief krijgen.

26:25Er waren ook die moden naar het binnengeland.

26:29Die bijtijds.

26:32Nog net op tijd.

26:34Toch berouwend op bekering kwam.

26:37O heren wat kan er bij ons soms ook zo zijn.

26:40Dat we denken het kan allemaal nog wel.

26:43Ik heb daarvoor nog wel de tijd.

26:46Ben ook nog niet zo oud.

26:49Kan er nog wat mee wachten om naar God te gaan vragen.

26:54O heren wilt u het ons allen klein en groot.

26:56Jong en oud op het hart binden.

27:00En dat de bekering dat u toch geen uitstel kan leiden.

27:04En dat u het zo tot ons allen zegt.

27:07Heden zo gemens stem hoort.

27:11Over hart u toch niet maar na du leiden.

27:15O nee, gij hebt ook geen lust in de dood van de goddelozen.

27:19Maar daarin hebt u lust dat de goddelozen zich beketen dat hij zal leven.

27:26Heren, wilt u ons zo alle gedanken?

27:29Wil gij zijn met de jongste kinderen?

27:33Of de kinderen die straks naar de zondagsschool zullen gaan?

27:38O heren, wilt u tot hun hartje spreken?

27:42En zoudt u het hartje nieuw willen maken?

27:46Maar wilt u het ook doen met de oudsten in ons midden?

27:50O heren, wilt gij zijn ook met de...

27:55Vmbo examenkandidaten.

27:57Voor wie de praktijk examens in deze week gaan beginnen.

28:02Heren wilt u met hen zijn.

28:04En geef dat ze zich ook afhankelijk van u mogen weten.

28:08En natuurlijk ze hebben een beste dom.

28:11En ze bereiden zich er ook voor om die examens te kunnen doen.

28:17Maar heren wij bidden u ook wilt u met hen zijn.

28:20En geef dat onze jongeren mogen begrijpen.

28:24Dat ze zonder de hulp en de leiding van u toch echt niets kunnen doen.

28:30Heere, gedenk u ook aan het evangelisatiewerk.

28:34Ook dat vanuit de gemeente mag worden gedaan.

28:39En waarbij zij mogen worden bereikt.

28:43En die van uw woorden, van uw dienst zijn vervreemd.

28:48O Heere, wilt gij er uw zegen aan verbinden.

28:53O zie in gunst van bouwen.

28:56Gedenk aan de zieken in de gemeente.

29:00Gedenk aan hen die in ziekenhuizen opgenomen zijn geweest.

29:03En die weer thuis hebben mogen komen.

29:06Wilt u zijn met hen die kuren hebben te volgen.

29:11Die ook telkens weer de spanning ervaren wanneer er een controle zal zijn.

29:16O Heere, zout u met hen mee willen gaan en met hen op willen trekken.

29:22Heere, gedank u aan hen die chronisch ziek zijn.

29:27Die wellicht veelal het bed moeten houden.

29:30O Heere, wilt u met hen zijn.

29:34En zou jij toch verandering in een situatie willen schenken.

29:39O God van genade.

29:42Een mens kan wel eens moedeloos worden.

29:46Dat hij denkt waar moet het toch naartoe.

29:49En wat voor een vooruitzicht heb ik toch.

29:53Gedenk u ook aan die psychische lijden.

29:57Waar het lijden zo uitzichtsloos kan zijn.

30:02En de tunnel zo ongelooflijk lang.

30:05Dat er geen einde aan schijnt te kunnen komen.

30:09O Heer, dan zou u ze vast willen houden.

30:13Die soms van die vreemde gedachten kunnen hebben.

30:17Of die in mijn job moeten klagen.

30:19Heer, waar bent u dan toch?

30:22Ga ik vooruit?

30:23Ik zie u niet.

30:25Of ga ik weer achteruit?

30:27Ik merk u niet.

30:30Erbarm u, o Heer de God.

30:33En toont u toch dat u er bent.

30:36En dat u ook blijft.

30:39En dat u niet zal begeven en verlaten die tot u

30:43smeekt.

30:45En die zijn gebeden voor u uitstaat.

30:49O Heere, gij zult al doorgaan met ze toe te brengen.

30:53Die zalig moeten gaan worden.

30:56Ontferm u ze over ons allen.

30:59Ja, zie op ons van boven neer.

31:02Schenk ons uw hulp en leiding in deze dienst.

31:05En zout gij het alles goed willen maken.

31:09En laat uw woorden toch mogen zijn tot onderwijzing.

31:13Maar mag het ook zijn tot vermaning.

31:16En tot vertroosting.

31:19O bouw gij zo uw kerk hier op Oudorp.

31:23En laat niet varen het werk van uw goddelijke handen.

31:27O zegent u ons nog en gedenk ons om Jezus wil.

31:32Amen.

31:36Gemeente de schriftlezing die kunt u vanmorgen vinden in het evangelie van Lucas.

31:41Hoofdstuk 23.

31:44En daarvan vers 13 tot en met 32.

31:49Ik noem u als de schriftlezing Lucas 23.

31:54Vanaf vers 13.

31:56Tot en met 32.

32:00En we lezen daar het woord van de heren als volgt.

32:07En als Pilatus de overpriesters en de oversten in het volk bijeengeroepen had.

32:13Zeide hij tot hen.

32:15Gij hebt deze mens tot mij gebracht als een die het volk afkerig maakt.

32:20En zie ik heb hem in uw tegenwoordigheid ondervraagd.

32:23En heb in deze mens geen schuld gevonden.

32:26Van hetgeen waar ge hem mede beschuldigt.

32:29Ja ook Herodes niet want ik heb u niet tot hem gezonden.

32:32En zie er is van hem niets gedaan dat des doods waardig is.

32:36Zo zal ik hem dan kasteiden en loslaten.

32:40En hij moest er op het feest een loslaten.

32:44Toch al de menigte riep gelijkelijk zeggende hem.

32:47Weg met deze en laat ons Barabbas los.

32:51De welke was om een zekere oproer dat in de stad geschiet was.

32:54En om een doodslag in de gevangenis geworpen.

32:59Pilatus daar riep hem wederom toe.

33:01Willen de Jezus loslaten.

33:04Maar zij riepen daartegen zeggende kruis hem.

33:08Kruis hem.

33:10En hij zei het een derde maal tot hen wat heeft deze dan kwaads gedaan.

33:14Ik heb geen schuld des doods in hem gevonden.

33:17Zo zal ik hem dan kasteiden en loslaten.

33:21Maar zij hielden aan met een groot geroep eindigde dat hij zou gekruisd worden.

33:26En hun en daaroveren priesters geroep werd geweldiger.

33:31En Pilatus oordeelde dat hun eis geschieden zou.

33:35En hij liet hun los dengeden die om oproer en doodslag in de gevangenis geworpen was.

33:40Welke zij geëist hadden.

33:42Maar Jezus gaf u over tot hun wil.

33:46En als zij hem wegleiden namen zij een Simon van Cyrene.

33:50Komende van de akker en legde hem het kruis op dat hij het achter Jezus droeg.

33:55En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde hem.

34:00Welke ook weenden en hem beklaagden.

34:03En Jezus zich tot haar kerende zeide.

34:06Gij dochteren van Jeruzalem.

34:08Weent niet over mij.

34:10Maar weent over uzelf en over uw kinderen.

34:13Want zie er komen dagen in welke men zeggen zal.

34:17Zalig zijn de onvruchtbaren en de buiken die niet gebaard hebben.

34:21En de borsten die niet gezoogd hebben.

34:24Als dan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen.

34:28Valt op ons en tot de heuvelen bedekt ons.

34:31Want indien zij dit doen aan het groene hout.

34:34Wat zal aan het dorre geschieden.

34:38En er werden ook twee anderen zijnde kwaadoeners geleid.

34:42Om met hem gedood te worden.

34:46Tot zover.

34:48We staan vanmorgen stil bij Barabbas of Jezus.

34:53En ik lees u nog een keer wat er staat in de versen 24 en 25.

35:00Pilatus oordeelde dat een ijs geschieden zou.

35:04En hij liet hen los, dengenen die op oproer en doodslag in de gevangenis geworpen was.

35:10Welken zij geëist hadden, maar Jezus gaf hij over tot hun wil.

35:16In de eerste plaats de onschuldige Jezus.

35:21Ten tweede de veroordeelde Jezus.

35:24En ten derde de losgelaten Barabbas.

35:29Dus nogmaals, de onschuldige Jezus.

35:33De veroordeelde Jezus en de losgelaten Barabbas.

35:41We gaan nu met elkaar heren zingen op zaal 22 vers 7 en 8.

35:48En ik mag u nog namens uw kerkraad het volgende meedelen.

35:53Morgen kunnen er evangelisatiefolders worden opgehaald in Eben-Hajzer om te bezorgen.

36:00Mag de evangelisatiecommissie op u en jou rekenen.

36:05Meer informatie is te vinden in de voorlaatste kerkbouwde en op de Scipio-app.

36:13Komende woensdagavond 1 april is er een huwelijkstoerusting.

36:17Deze wordt verzorgd door de stichting De Vluchtheuvel.

36:21En het onderwerp dat is communicatie en verschillen tussen man en vrouw.

36:27Aanvang van de avond is om half acht in Ebenijzer.

36:31Aanmelding kan nog steeds en zowel echtparen als een van beide.

36:36...zijn van harte welkom.

36:40Aanstaande vrijdag, de Goede Vrijdag...

36:43...zal ochtends om half tien voor u voorgaan...

36:45...dominee G.

36:45Kater uit Hendrik-Ido-Ambacht...

36:48...en s'avonds om zeven uur...

36:50...dominee J.

36:50van Mechelen uit Montfoort.

36:54Voor iet alles geldt, zonder eerde wil en wij leven.

36:58Dan is de eerste collecte voor de diakonie...

37:01...de tweede voor de kerkvoegduin...

37:02...en de derde voor de aflossing van de kerk.

37:07Alle drie de connecten worden van harte bij u aanbevolen.

37:12Tot zover.

37:14We gaan Amerika zingen op zaal 22 vers 7.

37:18Zij rukken aan met opgesperden mond.

37:20Gelijk een leeuw al brullend in het rond.

37:23En acht.

37:24Mijn kracht is als een scherf van sap beroofd.

37:28Mijn tong kleeft in mijn mond.

37:29Door dorst gekloofd.

37:31En wat er volgt.

37:33Het is 7 en 8 van zaal 22.

37:35[GEZANG]

44:37Amint, in korte tijd gebeurt er heel veel met de zaligmaker.

44:43Nadat hij het avondmaal heeft ingesteld met zijn discipelen.

44:48Dat is niet veel meer dan een halve dag geleden.

44:53Maar daarna is hij met zijn discipelen uit de opperzaal van Jeruzalem gegaan.

44:59Zijn ze aangekomen in de hof van Gethsemane.

45:04En daar is hij gevangen genomen.

45:08En in de nacht is hij...

45:10Verhoord door het Joodse Sanhedrin.

45:14Die hebben hem ter dood veroordeeld.

45:17We hadden niet de mogelijkheid om het vonnis ook te gaan voltrekken.

45:24Want immers de Joodse staat bevond

45:28zich onder het gezag van de Romeinen.

45:32En dan mag de Joodse overheid geen doodsvonnis gaan voltrekken.

45:38Dat moesten de Romeinen doen.

45:44Dat men die Romeinse overheid ervan moest zien te overtuigen.

45:50Dat het toch echt moest gebeuren dat Jezus zou worden getoond.

45:57En dat is niet allemaal zonder slag of stoot gebeurd.

46:04Pilatus heeft er helemaal geen zin in.

46:08Pilatus zegt een en andere maal ik vind geen schuld in hem.

46:13Ik zie niet in.

46:16Waarom dat deze man ter dood zou moeten worden gebruikt.

46:21En dan ziet hij nog een uitweg dat hij Jezus naar Herodes stuurt.

46:28Herodes is een koning die regeert over het noordelijke deel van het land.

46:34En daarover had Pilatus zelf niets te zeggen.

46:39En ondertussen was het ook dat Pilatus en Herodes al enige tijd niet op goede voet met elkaar stonden.

46:48En Pilatus ruikt zijn kans.

46:50Om het met Herodes weer bij te gaan leggen.

46:54Door Jezus naar hem toe te sturen.

46:57Zodat Herodes de gelegenheid krijgt.

47:00Om ook Jezus te gaan ondervragen.

47:04En wellicht tot een juist oordeel te kunnen komen.

47:09Dat is allemaal gebeurd.

47:10En oh wat heeft men dan toch gezond.

47:14Met de zoon des mensen.

47:16Hem van hot naar her gesleept.

47:20En uiteindelijk is hij teruggekomen bij Pilatus.

47:23En ook Herodes heeft moeten toegeven.

47:26Ik vind geen schuld in hem.

47:29En zo is het dat Pilatus nog een keer tegenover de Joodse leidslieden het uitspreekt.

47:36Dat hij geen schuld in hem vindt.

47:39Hij zegt ook ik heb hem in uw tegenwoordigheid ondervraagd.

47:44En ik kan werkelijk niet tot de ontdekking komen.

47:48Wat nu de reden is dat hij...

47:50Ter dood zou moeten worden gebruikt.

47:53Hij meent al die dingen die waren dan toch wel nodig.

47:58Al dat men toen.

48:01Maar ook wij nu ervan overtuigd zullen zijn.

48:04Dat Jezus geheel al onschuldig was.

48:09Dat er geen enkele reden was.

48:12Waarom dat hij ter dood zou moeten worden gebruikt.

48:17En toch is dat gebeurd.

48:20En het moest ook gebeuren.

48:23De profetieën aangaande hem die moesten vervuld gaan worden.

48:29Dat hij dus gaat sterven op het kruis.

48:33Het is al aangekondigd in het oude testament.

48:37En vooral door de profeet Jezaja is dat heel nadrukkelijk onder woorden gebracht.

48:43Als een lam werd hij ter slachting geleid.

48:46En als een schaap dat tong is.

48:48Voor het aangezicht van zijn scheerders.

48:51Al zo heeft hij zijn mond niet open gedaan.

49:00Maar ook moest dit toch nadrukkelijk bekend worden onder een het hoog.

49:07Dat er in Jezus geen schuld is.

49:10En

49:12dat uitgerekende Romeinse gezagdragers tot

49:16deze conclusie moeten komen.

49:19En dat er zo'n getuiging eens klinkt.

49:23Van de kant van hen die hem hebben verworpen.

49:27Ik vind geen schuld in deze mens.

49:33En u zegt wel, zegt Pilatus, dat u iemand op mij brengt die het volk afkerig maakt.

49:40Maar ik kan die conclusie echt niet trekken.

49:44U beweert dan wel dat Jezus het volk in opstand brengt.

49:50En dat hij het volk afvallig wil maken van de keizeren.

49:54Maar ik kan tot die conclusie niet komen.

49:59En Pilatus houdt dat dus een en ander man voor.

50:04En zoals ik al zei, ook Herodes kan niet tot een andere conclusie komen.

50:10Al is het wel dat Herodes de

50:15spot met Jezus draagt.

50:19Hij had gehoord dat hij de koning van de Joden wordt genoemd.

50:23En hij trekte dan ook een blinkend kleed aan.

50:27Om hem zoals een koning uit te dossen.

50:31En zo stuurt hij hem terug naar Pilatus.

50:39Onschuldig.

50:41En dat is hij toch ook.

50:44Want Jezus heeft toch nooit iets verkeerds gedaan.

50:48De duivel heeft hem verzocht om

50:53zonde te doen.

50:56Heeft hem verzocht om alle eer aan de duivel te geven.

51:01Maar Jezus is voor die verzoeking niet bezweken.

51:05En

51:07Jezus heeft dagelijks om moeten gaan met mensen die zonde doen.

51:12Die zonde bedenken.

51:16Jezus heeft ze verwonderd.

51:19Over de zondigheid en het ongeloof.

51:23Van de joden in wie er midden hij zich bevond.

51:27Hij is zelfs op een zeker moment uitgeroepen.

51:32Ongelovig geslacht.

51:34Hoe lang moet ik nog bij u zijn?

51:36En hoe lang moet ik u nog verdragen?

51:40Hij heeft hun verdragen.

51:43Hij is met hen in en uit gegaan.

51:47Maar zelfs zijn eigen discipline.

51:50Blijken in zijn omgeving.

51:53Bepaald niet van zonde en van ongeloof te zijn gespeend.

51:59Want ook zij waren zo onkundig.

52:03Ondanks het feit dat zij al de heerlijke woorden uit de mond van de zaligmaker hoorden.

52:11Hebben ze meer dan eens gezegd.

52:14Wie is hij toch?

52:17Ja wie is hij toch dat zelfs de wind en de zee hem gehoorzaam zijn.

52:23Maar ook dat ze Jezus tegenspraken toen Jezus betuigde dat hij moest gaan gevangen genomen worden en gedood worden.

52:34Heren, dat zal toch niet gaan gebeuren.

52:37En als het er op

52:40gaat lijken dat dat gaat gebeuren, dan zullen we u verdedigen.

52:44Dan zullen we alles doen om te voorkomen dat u in de handen van zulke onverlaten terecht zult komen.

52:51Ze begrepen het niet.

52:54Nee, ze verstanden het niet.

52:58En dat alles heeft toch heel wat toegevoegd.

53:02Aan de eenzaamheid en het lijden dat de Zoon van God heeft moeten doorstaan.

53:08En in dat alles was hij zelfs zonder zonde.

53:13In de Hebreeënbrief wordt van hem gezegd.

53:17Dat hij heilig is.

53:21Onnozo ook is.

53:24Onbesmaat.

53:26Afgescheiden van de zondaren.

53:29En hoger dan de hemelen geworden.

53:35Heilig.

53:37Uniek.

53:39De zoon van God.

53:43Die zich niet meteen is onder indaad.

53:48En ook wat daar het woordje onnozel genoemd.

53:53Hebreeën 7 vers 26.

53:56En onnozel dan zou je zeggen.

53:58Er is iemand die weet nergens van.

54:01Er is iemand die heeft nog nergens ervaring van.

54:05Dan ben je onnozel.

54:09Wel van Jezus mag toch gezegd worden.

54:12Ondanks het feit dat hij rondom hem heen.

54:16Altijd met zondigheid had te maken.

54:19De zondigheid had geen vat op hem.

54:23Hij bleef rein.

54:25Hij werd er niet op besmet.

54:28U en ik zullen zeggen, ja waar je mee omgaat dan word je mee besmet.

54:33Je kunt aan iemands taalgebruik nog wel eens een keertje afleiden.

54:38Met wat voor lieden dat hij dagelijks omgaat.

54:42En ook al probeer je je daartegen te verzetten.

54:45Dat je niet allerlei onbetamelijke uitdrukkingen in je mond neemt.

54:50Waar je mee omgaat.

54:51Wat je op een zeker moment toch mee besmet.

54:56Maar Jezus is nooit besmet geraakt.

55:00Wat men ook uitriep.

55:04Wat men ook tegen hem zei.

55:07Welke woorden dat men ook bezig deed.

55:11Welke gedachten dat men ook ontvouwde.

55:15Nooit is hij ook maar op enige wijze besmet geraakt.

55:22Met de zonde.

55:24Van deze wereld.

55:27En zo is hij de meest geschikte persoon.

55:31Om de zonde der wereld op hem te nemen.

55:35Om de schuld te draaien.

55:39Hij is onschuldig.

55:42Maar gemeente deze dingen die worden ons dus genoemd.

55:45En Lucas beschrijft het dan ook.

55:47En dat alles dat is nodig nogmaals.

55:51Al dat alles en iedereen zal weten.

55:53De onschuldige wordt gedood.

55:58En de schuldigen gaan vrij uit.

56:02En de schuld is bij mij.

56:04De

56:05schuld is er bij u.

56:08En die schuld die heeft alles te maken met opstand.

56:14Rebellie.

56:16Ongeloof.

56:18Een verhard hart.

56:21Een doorgaan in het toegeven aan zondige verluidingen.

56:27En telkens goede voornemens te hebben om tegen de zonden de strijd aan te binden.

56:33En toch bij het minst of het geringste er weer naartoe terug te keren.

56:39Als een hond, zo zegt de apostel Peter, is dat tot zijn uitbraak zo.

56:45Ja, de Bijbel wint er geen doekjes om.

56:48Wat de zondigheid van de mens behoudt.

56:52En dat is niet alleen in uitingen en in daden die u en ik doen.

56:57Maar dat is de gezindheid in het binnenste van ons.

57:01En dan is het wel eens dat iemand zegt, ik moet mijn hand op de mond leggen.

57:07Wat een spook en zulke kwaadaardige gedachten in mijn hoofd.

57:12Echt ik moet soms de hand op de mond leggen.

57:14Maar ze zouden er zo uitspatten.

57:18Kent u daar iets van?

57:22Dat zondige.

57:25En nog niet eens dat dat dan tot uiting komt.

57:28En dat een ander dat aan je ziet.

57:29En van schrik reageert van.

57:31Oh maar dit had ik van jou toch niet gedacht.

57:36Maar dat je dat van binnen gewaar wordt.

57:39En dat je dan zoveel ervan gewaar wordt.

57:42Dat je boven een ander je ook niet meer verheffen kunt.

57:46Dat je niet langer kunt zeggen, die, heb je dat al gehoord van die?

57:52Oh, dat is toch zo erg wat die heeft gedaan?

57:57Nee, maar dat zou nog nooit bij mij op kunnen komen om zoiets ergs te doen.

58:05Of is het dat u moet beluiden en

58:09dat niet als een soort van vrome uitvloed?

58:15Het zit ook in mij, het

58:18zit ook in mijn binnensteen.

58:22En ik mag de heren wel danken.

58:25Dat wat in mijn binnenste zit.

58:26Dat het er allemaal niet uitkomt.

58:30Dat het deksel op die pot blijft zitten.

58:34En dat die kwalijke dampen.

58:36Daar niet uitkomen.

58:40We meenten wanneer wij toch het lijden van de zaligmaker zien.

58:46Dan kun je je erover verwonderen.

58:48Dat het nou zo allemaal moest gebeuren.

58:53Dat men al die verschrikkingen hem heeft aangedaan.

58:58En dat men uiteindelijk.

59:01En niet alleen hem heeft gedood.

59:05Maar dat men zelfs in zijn dood niet nog met rust heeft gelaten hem.

59:10Denk aan die Romeinse soldaat.

59:13Die in zo'n brede gedachte gang.

59:17Zijn speer neemt.

59:20En met kracht in de zijde van de dode Jezus duwt.

59:27Dat is toch de daad van de opperste breedheid.

59:32Om zo om te gaan met het lichaam van iemand.

59:36Die al gestorven is.

59:40Hij meent in de Bijbel wint er dus duidelijk geen doekjes om.

59:43Wat er met de mens is.

59:47Het is zo gemakkelijk om te zeggen dat is allemaal buiten de muren van de kerk.

59:51Hebben wij niet mee te maken.

59:55Gelukkig dat we daarvoor worden bewaard.

59:59Wat is het toch nodig, noodzakelijk.

1:00:03Dat je er wat van gaat inlengen.

1:00:06Zodat werkelijk de hand tot de mond gaat.

1:00:10En dat je als met een job zegt.

1:00:12Ik zal niet meer antwoorden.

1:00:16Ik heb gezonderd.

1:00:19En ik ben te gering.

1:00:23Dan dat ik u zou antwoorden.

1:00:26Ik heb rauw.

1:00:30En ik vervoei mij.

1:00:32In stof en in aas.

1:00:36Maar terug naar Jezus.

1:00:37Daarvoor Pilatus.

1:00:40Pilatus die doet nog de optie.

1:00:44Ik zal hem geestelen.

1:00:46Ik ga spijden.

1:00:48En dan zal ik hem loslaten.

1:00:52En dan begint Pilatus al te wankelen.

1:00:57Want wanneer Pilatus er toch voor overtuigd is.

1:00:59Dat Jezus onschuldig is.

1:01:01Dan mag hij hem toch niet.

1:01:03Gaan geestelen.

1:01:08Wanneer Jezus in zijn ogen werkelijk geheel totaal onschuldig is.

1:01:14Dan mag hij hem met geen vinger aanraken.

1:01:19Maar Pilatus voelt dat hij tegen de overmacht van de Joden die tegenover hem staan te roepen.

1:01:26Het moet gaan verliezen.

1:01:30En om ze dan nog enigszins proberen aan zijn kant te krijgen.

1:01:35Dan zegt hij nou weet je wat ik zal in ieder geval hem kasteiden.

1:01:40Maar dat hield in dat hij werd gegeesteld.

1:01:43Maar daarna wil ik hem loslaten.

1:01:47Maar daar is bij de Joden geen denken van.

1:01:51Loslaten?

1:01:54Nooit in te dimmeren.

1:01:57En dan brengt men ook bij de tweede gedachte dat Jezus wordt veroordeeld.

1:02:02Het zijn de Joden, het is heel de medichting die daar staat.

1:02:07Opgehitst door hun lijnslieden.

1:02:11En ze scanderen.

1:02:13Weg met deze.

1:02:16Laat ons barabbas los.

1:02:20Weg met deze.

1:02:22En eigenlijk het Griekse werkwoord wat daar staat.

1:02:26Dat kan ook verteld worden als.

1:02:30Hang hem op.

1:02:33Hang hem op.

1:02:37Dus daarmee zeggen ze ook kruisten.

1:02:41Maar dat weg met deze.

1:02:44Dat is hij moet van de aardbodem verdwijnen.

1:02:49Hang hem op.

1:02:54Ontzettend toch.

1:02:57En dat er wel nog maar enkele dagen geleden is.

1:03:03Dat ze hebben geroepen.

1:03:06Hosanna.

1:03:09Gezegerd is de koning.

1:03:12Die er komt in de naam des heren.

1:03:16Vrede zij in de hemel.

1:03:19En heerlijkheid in de allerhoogste plaatsen.

1:03:25Vijf dagen later.

1:03:27Han hem op.

1:03:30Weg met hem.

1:03:34In dit verband moet ik zo denken.

1:03:38Aan wat je leest van Elisa.

1:03:42Waarin de man net Elia

1:03:47als profeet heeft opgevolgd.

1:03:50En Elia is in de hemel opgenomen.

1:03:56En Elisa die gaat van Jericho naar Bethel.

1:04:01En daar komen hem kinderen tegemoet.

1:04:06Opgeschoten jongens.

1:04:07Die

1:04:09schuilden hem uit.

1:04:12En ze roepen.

1:04:14Kale kop.

1:04:16Kale kop.

1:04:18Ga op.

1:04:23Hier roepen de joden.

1:04:26Hang hem op.

1:04:30Wat bedoelden die kinderen tegenover Elisa?

1:04:35Wegwezen.

1:04:36We

1:04:38willen u niet.

1:04:41Ga die heuvel maar op daarginds.

1:04:45Of ook.

1:04:47Ja we weten wel dat Elia in de hebad is opgenomen.

1:04:52Ga er ook maar naartoe.

1:04:55Ga er ook maar naartoe.

1:04:58Ga maar op naar boven.

1:05:02Dan hebben we je hier tenminste niet meer.

1:05:09Dat is toch wel een toepunt van verharding.

1:05:12Ervan overtuigd te zijn.

1:05:15Dat Elia in de hemel is.

1:05:20En dan daarmee te zeggen.

1:05:23We zijn blij dat we van hem af zijn.

1:05:27We zijn hem ook liever kwijt aan rijk.

1:05:31Want hij moest ons altijd waarschuwen.

1:05:34En

1:05:36altijd was het dat hij tegen ons zei.

1:05:38Breek toch met de afgoden.

1:05:40Keer toch terug tot de heren.

1:05:44Ja maar dat willen wij niet.

1:05:47En al dat gewaarschuwd te worden.

1:05:48Dat zijn we zat.

1:05:51Laat hem alsjeblieft gaan.

1:05:54En ze zeggen die kinderen tegen Elisa.

1:05:58Ga er ook maar heen.

1:06:01Weg van de aarde.

1:06:05Kun je dat nou die kinderen verwijten.

1:06:10Ja uiteindelijk.

1:06:11Die kinderen zijn verantwoordelijk voor wat ze riepen.

1:06:15Maar die kinderen maken deel uit.

1:06:19Elk van hun gezin.

1:06:20Met hun vader en moeder.

1:06:24Hoe zou dat thuis aan tafel zijn gesproken.

1:06:29Over Elisa.

1:06:31Over Elia.

1:06:35Hoe spraken de joden.

1:06:38Thuis aan tafel.

1:06:41Over Jezus.

1:06:45Hoe spreekt u over hem.

1:06:50Hoe spreekt u thuis.

1:06:53Over de heren en zijn dienst.

1:06:57En over hen die in zijn dienst staan.

1:07:02Ja ik weet het zeker.

1:07:03Vandaag de dag de mensen zijn mondig.

1:07:06Dat is ook in de kerk zo.

1:07:10Er is altijd wel wat op te merken.

1:07:11Over een dominee of een adeling.

1:07:15Dat doet dit niet goed.

1:07:18Dat zou hij anders moeten hebben gezegd.

1:07:22Kun je dan begrijpen dat hij dat en dat ook doet?

1:07:27En wat doen je kinderen daar dan mee?

1:07:33Het is een ontzettend iets daar in Bethel geweest.

1:07:38Kinderen die Elisa scholden.

1:07:42En Elisa die zich omkeert en vloekt.

1:07:46In de naam van de heren.

1:07:50En er komen twee beren uit het bos.

1:07:52En

1:07:55die slaan 42 van de kinderen dood.

1:07:59Dat zijn diep ingrijpende zaken die daar gebeurden.

1:08:05God laat niet met zich spotten.

1:08:09En hier is het dat Jezus zwaait.

1:08:15Hij had zijn vader kunnen bidden.

1:08:19Het had kunnen blikseppen vanuit de hemel.

1:08:21Dat

1:08:23al die joden zouden zijn vergaan.

1:08:27Die hebben geroepen kruisten.

1:08:30Kruisten.

1:08:32Weg met hem.

1:08:35Maar hij deed het niet.

1:08:39Welke medelijden.

1:08:42Welke gezindheid van hem.

1:08:46Niet om te verderven.

1:08:49Maar om te behouden.

1:08:56Pilatus stoot voor.

1:08:57Ik

1:09:00zal hem kasteiden en daarna laat ik hem los.

1:09:04En heel dat publiek dat roept.

1:09:06Met

1:09:09hem.

1:09:10En

1:09:12dan dus enkele dagen ede te hebben gerupeerd.

1:09:17Hosanna.

1:09:20En je verwondert je erover dat het zo ineens kan kantelen.

1:09:25Dat mensen zo ineens kunnen veranderen van gezindheid.

1:09:31Het doet bijna denken aan een politieke partij die ineens in de peilingen en de uitslagen torenhoog omhoog schiet.

1:09:41Soms nog een jaar later alweer uit de kamer verdwijnt.

1:09:47Dat is natuurlijk nog maar een zwak beeld.

1:09:50En we zeggen ook wel eens.

1:09:51Er is niets veranderlijker dan een mens.

1:09:56Maar gemeente laten we ook niet vergeten.

1:09:58Dat toen al die mensen uitriepen.

1:10:01Gezegend is hij die daar komt.

1:10:06Was Jezus daar zo blij mee.

1:10:12Jezus rijdt er op hun veulen.

1:10:16Ze spreiden mantels voor hem op de weg.

1:10:21Ze plukken palmtakken van de bomen.

1:10:23En zwaaien ermee.

1:10:27En Jezus staat daar toe.

1:10:31En ook dat ze daar zingen.

1:10:33Er zijn er die zeggen tegen Jezus.

1:10:36Dat moet u niet toelaten.

1:10:40Jezus zegt als deze zwijntje.

1:10:43Dan zullen de steden nog spreken.

1:10:47Dus hij laat het toe.

1:10:49Maar ondertussen.

1:10:52Hij is er niet zo blij mee.

1:10:55Want ik lees in Lukas 19 vers 41.

1:11:01Jezus weende.

1:11:02Dat

1:11:04begrijp je toch niet.

1:11:07De mensen juichen hem toe.

1:11:10De mensen zijn blij met hem.

1:11:13De mensen zien in hem.

1:11:16Iemand die hen gaat verlossen van de Romeinen.

1:11:21Wel Jezus weet dat zij niet verstaan wie dat hij is.

1:11:27Hij houdt.

1:11:29Hij weent.

1:11:32En hij zegt ook wat.

1:11:35Och.

1:11:38Afgeopbekendheid.

1:11:41Ook nog in deze uw dag.

1:11:45Hetgeen dat tot uw vrede dient.

1:11:49Maar nu is het verborgen.

1:11:51Voor uw ogen.

1:11:55Dan moet je zich dat eens voorstellen.

1:11:58Je zal er toch blij van worden.

1:12:01Al die mensen die elkaar ook aansteken.

1:12:06En alle de roem en de eer aan Jezus brengen.

1:12:10En

1:12:12dat Jezus betroefd is.

1:12:14Ik

1:12:16wilde wel dat u zou bekennen.

1:12:20Nu vandaag heden.

1:12:23Wat er al werkelijk tot uw vrede dient.

1:12:27Maar helaas.

1:12:30Het is voor uw ogen verborgen.

1:12:34Ze jubelden wel.

1:12:36Maar

1:12:38er was geen geloof.

1:12:42Er was geen aanbieding voor hem.

1:12:45Er was niet een erkenning.

1:12:48Hij is de Messias.

1:12:53En dan is het niet zo vreemd.

1:12:57Dat die roep.

1:12:59Hosanna gezegend is hij die er komt.

1:13:02In

1:13:04enkele uren tijd omslaat.

1:13:08En dat het woord kruist hem.

1:13:12Kruist hem.

1:13:15Want het zat alleen maar aan de buitenkant.

1:13:18Ze hadden een vrome jas voor aangedaan.

1:13:22Ze hadden zich netjes uitgedost.

1:13:26Ze waren werkelijk pro-Jezus nu.

1:13:30Het zat alleen aan de buitenkant.

1:13:33Het zat niet van binnen.

1:13:37Maar weet je, dat is ook weer een les voor mij en voor jou.

1:13:43Zit uw godsdienst bij

1:13:48u alleen aan de buitenkant?

1:13:53Zit die feit alleen in uw zondagse pak?

1:13:57Dat u aan het einde van de dag weer in de kast hangt?

1:14:02En dat is het dan.

1:14:06Zegt hij, maar ik ga wel naar de kerk.

1:14:10En ik zou ook niet graag niet naar de kerk willen gaan.

1:14:15En ik geloof ook wel, is

1:14:22het echt ook van binnen.

1:14:26Is het echt van harte.

1:14:30Dat u beleidt.

1:14:32Jezus alleen.

1:14:36Door hem alleen ben ik behouden.

1:14:40Door hem alleen ben ik zalig.

1:14:42Of

1:14:44kunt u het nou doen.

1:14:48Met alleen de buitenkant.

1:14:50Die

1:14:52buitenkant.

1:14:54Die verdwijnt straks.

1:14:58En dan zal overblijven.

1:15:01Wat de heren daarin heeft gelegd.

1:15:05Die zijn er toch ook.

1:15:08Die zijn er toch ook in Oudorp.

1:15:12Die zijn er toch ook hier in de kerk.

1:15:17Die het om hem te doen is.

1:15:21Dan zal alles wegvallen.

1:15:24Dan zal van deze kerk het gebouw niets meer overblijven.

1:15:30Maar die zeggen als ik hem maar heb.

1:15:33Dan heb ik alles.

1:15:36En dan moet ik al het andere kwijt raken.

1:15:41Dan zal mijn huis afbranden.

1:15:45Als ik hem maar heb.

1:15:48Dan ben ik werkelijk rijk.

1:15:52De gemeente van Laodicea.

1:15:55Was van de buitenkant gezien rijk.

1:15:59En Jezus zegt tegen die gemeente.

1:16:04U zegt dat u rijk bent.

1:16:08En verrekt.

1:16:10Maar ik zeg u dat u arm bent.

1:16:15Jammerlijk.

1:16:17Blind.

1:16:19En naakt.

1:16:22Maar dan ik raad u.

1:16:26Ik beveel het u aan.

1:16:30Ik roep er u toe op.

1:16:33En ik spoor u ook aan.

1:16:38Dat u van mij koopt.

1:16:41Goud.

1:16:43Dat beproefd komt vanuit het vuur.

1:16:45En

1:16:48witte kleding op dat gedaan weer moet bekleed worden.

1:16:52En dat uw schande en naaktheid wordt beduikt.

1:16:58En dan vult hij aan.

1:16:59Zie ik staan de deuren.

1:17:01En

1:17:03ik klop bij u aan.

1:17:07Is er dan nog iemand.

1:17:10Die mijn stem hoort.

1:17:13En die de deur opendoet.

1:17:16Ik zal tot hem inkomen.

1:17:19En ik zal met hem avondbouw houden.

1:17:21En hij met mij.

1:17:25Maar hier is het dat Jezus van de aarde moet verdwijnen.

1:17:28En wanneer dan de menigte roept.

1:17:30Weg met hem.

1:17:33Kruist hem.

1:17:35Hang hem aan een hout.

1:17:38Dat wordt daarin vervuld.

1:17:42Dat het zal moest gebeuren.

1:17:45Maar dat hij ook op deze wijze ter dood moest worden gebracht.

1:17:50Want Jezus sterft niet alleen een pijnlijke dood.

1:17:53Hij

1:17:55sterft niet alleen een smadelijke dood.

1:18:00Maar ook een vervloekte dood.

1:18:02Want vervloekt is

1:18:05diegene die

1:18:09aan een hout hangt.

1:18:12Vervloekt is degene die

1:18:15hangt tussen hemel en aarde.

1:18:19En dat alles wilde hij dragen.

1:18:22Dat alles wilde hij doen.

1:18:26Hij heeft niet geprotesteerd.

1:18:29Hij heeft niet gezegd, kan het nou niet wat minder?

1:18:34Dat ik de straf ga dragen, wel.

1:18:37Maar kan het niet wat minder?

1:18:40Moet het nou zo gaan?

1:18:42Het

1:18:44moest zo gaan.

1:18:49Dat brengt me bij de laatste gedachte.

1:18:50En dan komen we ook bij waar Abbas terecht.

1:18:54Waar Abbas komt nu zo ineens ten tonele.

1:18:59In een van de andere evangelieën.

1:19:01Ik dacht in Matthäus wordt er uitgebreider over geschreven.

1:19:05En Lukas gaat ervan uit dat zijn hordes en lezers wel weten wie dat Barabbas was.

1:19:12Er was in elk geval de gewoonte dat met het paasfeest er altijd iemand werd vrijgelaten.

1:19:19En Pilatus denkt ik moet die kans aangrijpen zodat ik Jezus kan vrijlaten.

1:19:26Ik zal de Joden erop wijzen dat dit de gewoonte is en dat wij als Romeinen hen dat ook toestaan.

1:19:33Dat iemand die in de gevangenis zit mag worden vrijgelaten met het paasfeest.

1:19:39Dat paasfeest dat wijst tot de verlossing van de Joden van de Israëlieten uit Egypte.

1:19:45En die bevrijdingsdag voor hen die wordt dan gevierd.

1:19:48Daarin dat met het paasfeest iemand uit die gevangenis wordt losgelaten.

1:19:53En

1:19:55Pilatus zegt zullen we dat doen?

1:19:58Nee zeggen ze.

1:20:00We laten hem niet los.

1:20:05Maar we willen dat Barabbas wordt

1:20:08losgelaten.

1:20:11En die Barabbas heeft

1:20:14wel een mooie naam.

1:20:17Want Bar betekent zoon.

1:20:19In het Aramees.

1:20:22En Abbas dat is Abba.

1:20:25Kijk maar aan papa.

1:20:29Zoon van de vader.

1:20:32Dat is toch een geweldige naam.

1:20:35Maar die bar Abbas dat is een figuur.

1:20:40Jeet was van die lidi.

1:20:43Die hebben geen enkele moraal over zich.

1:20:47Het is net of dat ze geen geweten hebben.

1:20:51Het zijn van die figuren die doen met van alles en nog wat mee.

1:20:56Harattigheid.

1:20:59Haralschopperij.

1:21:01Het maakt er niet uit met wat voor doel het moet gebeuren.

1:21:04Als het maar gebeurt.

1:21:06De boel kapot maken.

1:21:09Overhoop schieten.

1:21:12Die genieten van brandstichting.

1:21:15Die er werkelijk een kik van krijgen wanneer.

1:21:19Alles wordt stuk gemaakt.

1:21:22En er ook niet voor terugduinzen.

1:21:25Om iemand in koele bloeden te vermoorden.

1:21:29Maar zonder enig doel.

1:21:31Geen vooropgezet plan.

1:21:34Die redden om te redden.

1:21:39Ja, dat soort figuren heb je nog.

1:21:45Daar heb je er heel wat van in de wereld.

1:21:49Die wel in zijn voor een opstootje.

1:21:52En is er tenminste nog eens wat te beleven.

1:21:56Wel zo'n figuur was Barabbas.

1:22:00En hij was in feite de schrik onder het Joodse volk.

1:22:07En menig een van die Joden was blij dat dat portret was

1:22:13gearresteerd.

1:22:14En in de gevangenis was opgesloten.

1:22:18We zijn van die schrik tenminste af.

1:22:23Dat was Barabbas.

1:22:26En dan nu kiest

1:22:30men.

1:22:32Voor dit portret.

1:22:34Voor

1:22:35dit figuur.

1:22:37In plaats van Jezus.

1:22:40Ik

1:22:44moet me er altijd over verbazen.

1:22:46En

1:22:48het zingt eigenlijk ook heel vaak in mijn hoofd.

1:22:52Wat is toch de mens.

1:22:56Wat is er toch in hem te prijzen.

1:23:03Dat gij o God aan hem nog gunsten wilt bewijzen.

1:23:10Hij mag de naam van ijdelheid wel dragen.

1:23:16Psalm 144 vers 2.

1:23:19O

1:23:21gemeente.

1:23:24En dat Jezus zich wilde overgeven.

1:23:29Voor zulk soort.

1:23:32En er zullen er velen onder de joden zijn geweest.

1:23:35Die zeggen.

1:23:35Ik ben geen Barabbas hoor.

1:23:39Zo'n bruut persoon ben ik toch echt niet.

1:23:43Die een moord pleegt.

1:23:44Die brand sticht.

1:23:47Die er alles schopt.

1:23:49Dat ben ik toch niet.

1:23:52Maar wanneer hier een puntje bij het paaltje komt.

1:23:55Dan

1:23:57kiest men voor Barabbas.

1:23:59Tegen Jezus.

1:24:02En zo moest het gaan.

1:24:06En zo laat het woord van God ons zien.

1:24:10Er is werkelijk niets in de mens.

1:24:14Dat naar God vraagt.

1:24:17En dat het nou juist zo tot uiting komt op het moment.

1:24:22Dat Jezus zal worden overgegeven om gekruisigd te worden.

1:24:29Een grotere tegenstelling is dat niet bedenkbaar.

1:24:33Tussen Barabbas en Jezus.

1:24:37Want van hem geldt het.

1:24:40Hij maakt de blinden zien.

1:24:44Hij laat de kreupelen wandelen.

1:24:46Hij

1:24:48reinigt hem in laatste.

1:24:51Hij doet de doven horen.

1:24:54De doden worden door hem opgewerkt.

1:24:58De armen en de gevangenen.

1:25:02Wordt het evangelie verkondigd.

1:25:05Dan heeft Jezus geantwoord op de vraag van Johannes de Topere.

1:25:11Die er ook wel wat doorheen zaalt.

1:25:16Toen hij zijn laatste dagen, weken en maanden moest slijten in de gevangenis van Herodes.

1:25:23Die zou de Herodes die dus nog mede Jezus heeft verhoord.

1:25:28En Johannes stelde de vraag.

1:25:32Bent u de Messias?

1:25:38Of bent u die toch niet?

1:25:42En wachten wij nog op een andere Messias?

1:25:48Dat was de vraag die

1:25:51Johannes de Doper aan Jezus stelde.

1:25:56En dat zal zeker zijn ingegeven door de situatie waarin Johannes zich bevond.

1:26:03Dat hij wel eens met het hoofd

1:26:06in zijn handen zou.

1:26:09Waarom

1:26:11overkomt mij dit alles toch?

1:26:15Waarom dit leed?

1:26:19Waarom dit zinloze gebeurde?

1:26:22Dat ik niet het

1:26:25evangelie van Gods genade kan verkondigen bij de Jordaan.

1:26:30Of waar dan ook nog langer.

1:26:33En dan die vraag.

1:26:36Geeft Jezus dat antwoord?

1:26:39Kijk om je heen.

1:26:42En kijken aan het schouw wat er gebeurt.

1:26:46Blinden worden zien.

1:26:49Kruipen en wandelen.

1:26:52Milaatsen worden gereinigd.

1:26:55Doven horen.

1:26:56Doden worden opgewekt.

1:26:57En aan de armen.

1:26:59Wordt het evangelie bekend gemaakt.

1:27:02Verkondigd.

1:27:05Dat is wat Jezus doet.

1:27:09Dat is wat zijn missie is.

1:27:11En zalig zegt hij.

1:27:14Is diegene die aan mij niet geërgerd wordt.

1:27:19Erger de Johannes de Dope zich dan.

1:27:22Begon Johannes de Doper afvallig te worden?

1:27:28Ongeloof.

1:27:30Kan je geweldig in de greep nemen.

1:27:35Ongeloof kan zo ver gaan.

1:27:39Dat je gedachten hebt.

1:27:41Is

1:27:44er wel een God?

1:27:46Bestaat hij eigenlijk wel?

1:27:51O gemeinde.

1:27:55Jezus wist het.

1:27:57Hoe het lag in het hart van Johannes.

1:28:01En Jezus heeft alleen maar goed gedaan.

1:28:06En Jezus is nu op het punt om zijn leven af te leggen op het kruis.

1:28:12En hij wordt overgegeven.

1:28:14Door

1:28:17Pilatus.

1:28:19Tot hun wil.

1:28:21Staat er aan het slot van vers 25.

1:28:25Tot hun wil.

1:28:28Dat ze met hem mogen doen.

1:28:31Wat zij willen.

1:28:32En

1:28:34Barabbas laat maar los.

1:28:35De

1:28:38schrik van de stad.

1:28:39Bul

1:28:41van de mens.

1:28:44Wordt losgedaten.

1:28:47Met de ware Barabbas.

1:28:51De ware zoon des vaders.

1:28:54Wordt overgegeven.

1:28:57Om gekruisigd te worden.

1:29:01Dat meent het is allemaal niet fijn.

1:29:04En altijd alleen van het lijden van Jezus te spreken.

1:29:09Is niet fijn.

1:29:13Want je wordt er zelf in betrokken.

1:29:16En als horder en als verkondiger word je er zelf in betrokken.

1:29:19Wie ben jij dan en aan welke kant sta jij?

1:29:23Sta je dan aan de kant van Jezus?

1:29:25Of

1:29:27sta je aan de kant van

1:29:30degene die zegt weg met hem?

1:29:35Dat leeft ten diepste in het hart.

1:29:39En dan gaan toch deze dingen gebeuren.

1:29:43En dan gaat het straks gebeuren op het kruis.

1:29:46Dat

1:29:49een van die beide moordenaars.

1:29:52En dat zal wel net zo'n type zijn geweest als Barabbas.

1:29:57Ook zo'n vreselijke bruut.

1:30:02Die tegen zijn maat zegt.

1:30:06Vrees jij nou ook God niet?

1:30:10Jij bent toch met mij in het oordeel dat wij hebben verdiend.

1:30:17Maar deze die tussen ons inhangt.

1:30:21Heeft niets

1:30:23gedaan.

1:30:26Waarom hij de dood zou moeten verdienen.

1:30:31En zijn maat antwoordt niet.

1:30:33Zijn maat zegt niets.

1:30:36Zijn maat kan daar ook niets mee.

1:30:38En

1:30:40dan richt hij zich tot Jezus.

1:30:44Wilt u aan mij denken.

1:30:47Wanneer ik in uw koninkrijk ben gekomen.

1:30:52Wat zou dit nog kunnen verwachten.

1:30:55Een

1:30:57briefje.

1:30:57Een

1:30:59belletje.

1:31:02Ik denk aan je.

1:31:06Je moet zo ineens even aan je denken.

1:31:10En doe even een berichtje.

1:31:11Hoe gaat het met je?

1:31:14Stad de strekking van het gedenk mijner.

1:31:20Hij krijgt verhoring boven al zijn gedachten en verwachtingen uit.

1:31:26Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord.

1:31:29En in geen mensen hart ooit is opgeklommen wat God zal doen.

1:31:33Aan diegene die hopende op hem wachtte.

1:31:37Want dan krijgt hij het te horen.

1:31:40Voorwaar.

1:31:41Ik zeg het u.

1:31:44Heden.

1:31:45Toch deze dag.

1:31:48Bent u.

1:31:49Met mij.

1:31:51In het paradijs.

1:31:53Het kruis.

1:31:56Is het voorportaal.

1:31:58Van het paradijs.

1:32:00En

1:32:01die paradox.

1:32:03Die tegenstelling.

1:32:06Die houden we in stand.

1:32:08En daarom.

1:32:10Is het toch iets heerlijks.

1:32:13Te mogen spreken van het lijden.

1:32:16Daarin te tekenen.

1:32:19Dat het van de mens.

1:32:21Niet vandaan kan komen.

1:32:22En zeker niet van de vrome mens.

1:32:25Maar dat het alleen van hem vandaan komt.

1:32:28Die deze weg is gegaan.

1:32:31En voor hem hebben de poorten van het paradijs zich geopend.

1:32:35En hij neemt al degene met zich.

1:32:38Die zijn verschijning hebben leren lief krijgen.

1:32:46Mag u dat

1:32:47beluiden?

1:32:50Amen.

1:32:55Gemeente we gaan zingen op Psalm 103 vers 5.

1:32:59Hij zal zijn volk niet eindeloos kastijden.

1:33:04Nog eeuwiglijk zijn geramschap ons doen leiden.

1:33:08Hij is het.

1:33:10Die ons zijn vriendschap biedt.

1:33:14En wat er volgt.

1:33:15103, 5.

1:33:16[GEZANG]

1:35:56Daarmee te zullen we nu danken en bidden.

1:36:03Heer de God, dank u wel.

1:36:08Dat uw zoon dit wilde doen voor mensen

1:36:12van hun en geen allerlei waarde.

1:36:15En dat vanwege de zonde.

1:36:19Vanwege alle opstand en vijandschap.

1:36:23Een dode hond.

1:36:27Dat zij mij vindt boos uit een gewezen prins.

1:36:30Tegen koning David.

1:36:33Wat is dat toch?

1:36:36Dat u uit wel een omzien naar mij dat ik een dode hond ben.

1:36:43U ziet ook naar moordenaars.

1:36:45Naar overspeligen.

1:36:49Naar nietsnutten.

1:36:53Naar mensen die alle mogelijke kwaads.

1:36:57Bedenken en doen.

1:37:01Gezet gestorven voor de gondelozen.

1:37:05Maar je hebt in het lijden getoond.

1:37:08Dat

1:37:10u ook daarin alle macht behoudt.

1:37:13Doe nu zweeg.

1:37:16Want in uw zwijgen toonde uw majesteit.

1:37:21En u zag er barabbasvrij uitgaan.

1:37:25En u zou veren Jezus overgegeven tot een wil.

1:37:31Maar u hebt alles volbracht.

1:37:35Alles gedaan.

1:37:38Alles tot het juiste einde gebracht.

1:37:42En al de schuld verzoend.

1:37:47Van goddeloze.

1:37:51Dat is toch de boodschap.

1:37:54Dat is toch een bericht dat mag klinken.

1:37:58Dat is toch dat blijde woord dat steeds mag uitgaan.

1:38:03Laat dat onze harten mogen

1:38:07vervullen.

1:38:10Mogen kleinmaken.

1:38:13Mogen verblijden.

1:38:16O Heer, wilt u ons zo nabij en goed zijn.

1:38:20Wilt u met ons zijn ook in het verdere van vandaag.

1:38:24En als de avond komt.

1:38:28Geef dat me met verlangen.

1:38:31Nogmaals mogen opgaan naar deze plaats.

1:38:35Niet om het van een mens te verwachten.

1:38:38Een oud predikant.

1:38:41Nee, daar moeten we het niet van verwachten.

1:38:45Maar om grote dingen van u te verwachten.

1:38:49O Heer, we gaan dat doen.

1:38:52Wees ge zo met ons.

1:38:53Vergeef ge wat niet goed was.

1:38:56Zegent u ons allen.

1:38:59Wees u met de kinderen.

1:39:02Wees u met de leiding in de zondagsschool.

1:39:06Geef ook daar u nabije zegen.

1:39:10Heren wij bidden uw daad.

1:39:12In de naam van de Heer Jezus.

1:39:15Die stierf en

1:39:18die toch leeft.

1:39:20Want hij is opgestaan.

1:39:28Psalm 118 vers 9.

1:39:31Want de Heer wou mij wel hard kastijden.

1:39:33Maar stortte mij niet in de dood.

1:39:37Verzag de vaderlijk mijn lijden.

1:39:39En redde mij uit alle nood.

1:39:41En wat er volgt.

1:39:43Het is Psalm 118 vers 9.

1:39:45[GEZANG]

1:42:54Amen.

1:42:57Amen.

1:42:58[GEZANG]