HC Zondag 29 [Brood blijft brood en wijn blijft wijn]

zondag 29 maart 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. H. Lassche · 112 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:38ZANG EN

10:54[GEZANG]

11:04De eerstgeborene uit de doden en de overste van alle koningen der aarde.

11:10Amen.

11:12Gemeente, we zetten vanavond ons samen zijn voort met het zingen op Psalm 100, vers 1 en 2.

11:18Psalm 100, vers 1.

11:20Juich aard en juich dan om den Heer.

11:22Dient God met blijdschap, geeft hem eer.

11:26En vers 2.

11:27De Heer is God, erkent dat hij ons heeft gemaakt en geen zins wij.

11:32En wat er volgt, het is 1 en 2 van Psalm.

11:35[GEZANG]

14:31Vanavond in gemeenschap met de kerk van alle tijden en plaatsen ons algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.

14:39We doen dat met de woorden van de twaalf artikelen en zingen de naam Psalm 111 vers 3.

14:46Hij maakte hij die heerlijk is, zijn wonderen en gedachten is.

14:50Hij is barmhartig en genadig.

14:53En wat er volgt in Psalm 111 vers 3.

14:58En een ieder van u die spreken met mijn zijn of haar hart.

15:02Al dus.

15:04Ik geloof in God de Vader.

15:06De almachtige schepper des hemels en der adem.

15:09En in Jezus Christus zijn enig geboren zoon.

15:12Onze heren.

15:14Die ontvangen is van de heilige geest.

15:16Geboren uit de maagd Maria.

15:19Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.

15:22Is gekruisigd, gestorven en begraven.

15:24Nederlijke daal ter helle.

15:27Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.

15:31Opgevaren ten hemel zitten de terechterhand gods des almachtigen vaders.

15:36Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

15:41Ik geloof in de heilige geest.

15:44Ik geloof een heilige algemene christelijke kerk.

15:48De gemeenschap der heiligen.

15:51Vergeving der zonden.

15:53Wederopstanding des vleesjes.

15:55En een eeuwig.

15:58Amen.

15:59Laten

15:59[GEZANG]

17:40we nu met elkaar bidden om de opening van het woord.

17:43En van onze harten door de Heilige Geest.

17:46Laten wij bidden.

17:55Heer het mag zijn voor de tweede keer op deze dag.

17:57Dat we samen komen in de kerk.

18:01En Heer laat het goed mogen zijn vanavond ook in uw huis.

18:07En dat is niet omdat wij dat zo verdienen.

18:11Maar wel omdat we het zo nodig hebben.

18:15Want zonder u kunnen wij niets doen.

18:20En zonder u dan gaat het ook niet.

18:24Maar o heren kom gij toch tot ons.

18:28Scheur gij de hemel en taal gij tot ons af.

18:32En wil gij zo woning bij ons elk maken.

18:37O treed gij binnen in het hart van jong en van oud.

18:43Heren wilt u de deuren van het hart van ons openmaken.

18:48En zeker het is waar dat u ons ook opwekt.

18:52Om de deuren van ons hart open te doen.

18:56Want Jezus zegt het zie ik staan de deur in die klop.

19:00En is er dan iemand die mijn stem hoort en de deur open doet.

19:06Ik zal tot hem inkomen en ik zal met hem avondmaal houden.

19:10En hij met mij.

19:13En toch om die deur open te doen.

19:17De grendels die zijn verroest.

19:20En de sleutel is kwijtgeraakt.

19:24We weten niet hoe dat we die deur open moeten kunnen doen.

19:29Heere maar gij kunt deuren open maken.

19:33En je doet zelfs koperen deuren in duizend stukken breken.

19:39Je hebt toch een arm met macht en je bent groot.

19:42Van majesteit en van vermogen.

19:46Wil je dan zo ook vanavond met ons zijn en door de rijen gaan?

19:51En zou je ook willen zijn met hen die thuis mogen meeluisteren?

19:57Wil je ook daar toch je zegen niet onthouden?

20:01Heer, je bent aan geen tijd en ook aan geen plek gebonden.

20:06O, kom jij dan toch over tot ons?

20:11En we hebben uw woord als een leidraad.

20:15En uw woord is een gids.

20:18En uw woord is een lamp voor onze voet.

20:22Een licht op ons pad.

20:25En kom gij met uw heilige geest erbij.

20:29Dat we werkelijk acht mogen geven op dat wat u ons te zeggen hebt.

20:35O ontferm u dan toch in genade.

20:39O zoudt u allen in die gemeente willen gedanken.

20:43Wees gij met allen die verdriet hebben.

20:47Die pijn leiden.

20:50Die onbeantwoorde vragen hebben.

20:54Die niet weten hoe dat het moet.

20:57Die zo hopeloos vast kunnen zijn gelopen.

21:02Ach heren, zou u ze willen gedanken.

21:06En zou u dan zelf knopen willen ontbinden.

21:10Kom gij toch met uw genade.

21:14En zou u ons willen troosten.

21:17In onze ellende en moeite.

21:21Ontferm u al machtige heren.

21:25Gedenk zo aan iedereen, klein en groot.

21:30O Heere, doe gij uw koninkrijk komen.

21:34In de veelheid van uw onderdanen, daarin ligt toch uw heerschappij.

21:40O Heere, kom gij.

21:43Op alle plaatsen waar uw woord mag worden gebracht.

21:47Waar gij uw gemeente samenroept.

21:51Het zijn grote aantallen.

21:54Het zij dat er maar twee of drie zijn.

21:57Die er uw naam bijeenkomen.

22:00En dan hebt u toch beloofd dat u ook daar in het midden wilt zijn.

22:06O Heer, wilt gij zo in heel de wereld werken.

22:10En er velen tot u trekken.

22:14O Heer, wilt gij zijn ook op het zendingsgeld.

22:18En zoudt u ook daar in zo heel andere omstandigheden als dat wij gewend zijn.

22:24Uw evangelie willen laten verkondigd worden.

22:28En laat het ook vruchten mogen dragen.

22:32Wilt gij zendelingen en evangelisten bijstaan.

22:37En geef dat ze niet moedeloos zullen worden.

22:40Wanneer ze soms kunnen denken.

22:42Heeft het nog wel zin om met dit werk door te gaan.

22:47Als men op veel vijandschap en onwil staat.

22:51Als er geen vruchten worden waargenomen.

22:55En toch moet het soms zo gaan.

22:58Ook een Paulus maakte het mee dat hij op plaatsen kwam.

23:03Waar hij bijna niet anders aantrof dan vijandschap en onwil.

23:08En dat er maar enkenen waren die u begonnen lief te krijgen.

23:13En toch al was het dan maar voor eentje.

23:17Of was het allemaal voor een enkeling.

23:20En zo was het toch ook met.

23:23Philippus dat hij voor die enkeling.

23:24Op die woeste weg van Jeruzalem naar Gaza moest komen.

23:29Het was een man uit Ethiopië vandaan.

23:34En dat moment is voor hem tot een eeuwige zege geworden.

23:39O heren daarom nogmaals gezegd.

23:41En geen tijdstippen en geen plekgebonden.

23:45Zou u dan ook uw kinderen nabij willen zijn.

23:48Waar dat die zich op bevinden.

23:51Waar ze misschien alleen maar in het geheim bij elkaar kunnen komen.

23:56En waar het dan nog gevaarlijk en moeilijk is.

24:00Gedenk aan hen die vanwege het geloof in uw naam vluchten moeten.

24:04Die bedreigd worden met de dood.

24:08Die weggejaagd worden.

24:10Die alle bezittingen achter moeten laten.

24:14Ach, zou het u ze willen nabij zijn.

24:17En wil gij laten zien dat gij een volk in deze wereld hebt.

24:22En dat het uw volk is.

24:25En dat ze rijk zijn in u.

24:28Al zijn ze dan wellicht arm naar de wereld.

24:31Al is het dat ze niets hebben.

24:33En dan alles wordt afgenomen.

24:36En dat ze ook aller als schrapsel zijn geworden.

24:40Maar die toch rijk en verheerlijk mogen zijn in u.

24:46O Heer, wil gij zo nabij en goed zijn.

24:50Gedenk zo aan uw kerk overal.

24:53O Heer, ook het werk dat mag gebeuren onder joden.

24:58Och hee dat Joden mogen komen tot het inzicht.

25:02Dat de Messias reeds is gekomen.

25:05En dat de Messias eenmaal zal terugkomen.

25:10En dat het daarom gaat dat we aan een hemd te voet leren vallen.

25:15Want Jezus Christus is de enige Messias.

25:19En de enige naam onder de hemel gegeven door welke we moeten zalig worden.

25:25Heer en laat ook het evangelie verbreid mogen worden onder moslims.

25:31We horen hoezeer dat uw kerk in Iran groeit.

25:36Maar dat het in het geheim moet gebeuren.

25:39Vanwege het autoritaire bewind dat niet toestaat.

25:43Dat moslims overgaan tot het christelijke geloof.

25:48En toch wonderlijk dat er zoveel daar tot bekering gaan komen.

25:54Gelukkig is het dat uw werk niet stilstaat.

25:57En dat het door mag gaan.

25:59En eerder laat het ook door mogen gaan in andere zozeer gesloten landen.

26:06O Heer het laat ons zien dat u alle macht in de handen hebt.

26:10En dat het waar is wat Jezus zegt mij is gegeven alle macht.

26:15In de hemel en ook op de aarde.

26:19O Heer geef dat vertrouwen zo op u te mogen zien.

26:23In al de omstandigheden van het leven.

26:26In alles wat iemand persoonlijk ook mee moet maken.

26:30Wat kunnen er ook een spanningen zijn in een gezin, in een huwelijk.

26:36O Heer wil het ook daarin toch voorzien.

26:41Heren wilt u ook zijn met allen die vandaag in ons mede mogen zijn.

26:46Gasten van de oase.

26:49Gedenk u aan hen die een handicap hebben.

26:53O heren gedank zo ons allen.

26:57Wilt ge zijn ook met de overheid plaatselijk.

27:01De gemeenteraad en het college.

27:05De formatiebesprekingen die er zullen zijn.

27:09Om te komen tot een nieuw coalitieakkoord.

27:12En een college mag worden gevormd.

27:16Gedenk u ook aan de provinciale besturen.

27:20Maar ook het nieuwe kabinet dat onlangs is aangetreden.

27:26En wil ik ook daar geven dat men zich afhankelijk van u mag weten.

27:31Heer, gedank u ook ons vorstend huis.

27:35O, en dan alles wat er in de wereld gebeurt.

27:38De oorlog in Oekraïne die niet ophoudt.

27:43De oorlog rondom Iran.

27:46Met de gevolgen die wij er ook van gaan ondervinden.

27:51Ook al die dingen die laten zien.

27:53Er zijn oorlogen.

27:55Er zijn geruchten van oorlogen.

27:59O Heere nog is het einde niet.

28:02En toch in al die dingen mogen wij de voetstappen beluisteren.

28:06Voor de Heere Jezus die staat om te komen.

28:11O dat we dat allen ter harte zullen nemen.

28:14O Heere bekeer daartoe wat onbekeerd is.

28:19En kom gij toch over tot ons.

28:22Gedank ons ook in deze avond.

28:25Gedank ons in datgene wat aan de orde mag gaan komen.

28:29En laat het goed mogen zijn ook deze avond hier in de kerk.

28:34En dat we mogen ervaren dat u in het midden wilt zijn.

28:38Ach begeven verlaat u ons dan toch niet.

28:42Vergeef u al wat zondig en verkeerd is.

28:46Gedank ons alleen om Jezus wil.

28:51Uitgenade.

28:57Gemeente de schrift lezen die kunt u vanavond vinden.

29:00In het Nieuwe Testament, in het evangelie van Johannes,

29:04hoofdstuk 6, van vers 22 tot en met 59.

29:14Ik noem u als de schriftlezing Johannes 6, van vers 22 tot en met 59.

29:25En we lezen daar het woord van de Heere als volgt.

29:30Des anderen daast de schare die aan de andere zijde der zee stond.

29:36Ziende dat al daar geen ander scheepje was dan dat ene.

29:39Waar zijn discipelen ingegaan waren en dat Jezus met zijn discipelen in dat scheepje niet was gegaan.

29:46Maar dat zijn discipelen alleen weggevaren waren.

29:50Doch er kwamen andere scheepjes van Tiberias naar bij de plaats waar zij het brood gegeten hadden als de Heer die gedankt had.

29:58Toen dan de scharen zag dat Jezus al daar niet was.

30:02Nog zijn discipelen zo gingen ze ook in de schepen en kwamen te Kepennaum zoekende Jezus.

30:08En als ze hem gevonden hadden over de zee zeiden zij tot hem.

30:13Rabbi wanneer zijt ge hier gekomen?

30:17Jezus antwoordde hun en zeide.

30:20Voorwaar voorwaar zeg ik u.

30:22Gij zoekt mij niet omdat gij tekenen gezien hebt.

30:26Maar omdat gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt.

30:31Werk niet om de spijzen die vergaat.

30:34Maar om de spijzen die blijft tot in het eeuwige leven welke de zoon des mensen u lieden geven zal.

30:40Want deze heeft God de Vader verzegeld.

30:44Ze zeiden dat tot hem.

30:46Wat zullen wij doen al dat wij de werken gods mogen werken?

30:51Jezus antwoordde en zei dat tot hem.

30:54Dit is het werk gods dat gij gelooft in hem die hij gezonden heeft.

30:59Ze zeiden dat tot hem.

31:01Wat teken doet gij dan al dat wij het mogen zien en u geloven?

31:05Wat werkt gij?

31:07Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn.

31:11Gelijk geschreven is.

31:12Hij gaf hun het brood uit de hemel te eten.

31:16Jezus dan zei er tot hem.

31:19Voorwaar, voorwaar zeg ik u.

31:22Mozes heeft u niet gegeven het brood uit de hemel.

31:24Maar mijn vader geeft u het ware brood uit de hemel.

31:29Want het brood gods is hij die uit de hemel nedertaalt.

31:32En die de wereld het leven geeft.

31:35Zij zeiden dat tot hem.

31:37Heren geef ons altijd dit brood.

31:40En Jezus zei er tot hem.

31:42Ik ben het brood des levens.

31:45Die tot mij komt zal geen zins hongeren.

31:47En die in mij gelooft zal nimmer meer dorsten.

31:51Maar ik heb u gezegd dat gij mij ook gezien hebt.

31:53En gij gelooft niet.

31:56Al wat mij de Vader geeft zal tot mij komen.

31:58En die tot mij komt zal ik geen zins uitwerpen.

32:02Want ik ben uit de hemel nedergedaald.

32:05Niet omdat ik mijn wil zou doen.

32:07Maar de wil desgeden die mij gezonden heeft.

32:10En dit is de wil des vaders die mij gezonden heeft.

32:14Dat al wat hij mij gegeven heeft.

32:16Ik daaruit niet verliezen.

32:18Maar hetzelfde opwekken ten uiterste dagen.

32:22En dit is de wil desgeden die mij gezonden heeft.

32:25Dat een ieder die de zoon aanschouwt.

32:27En in hem gelooft het eeuwige leven hebben.

32:30En ik zal het opwekken ten uiterste dagen.

32:34De joden dan murmureerden over hem.

32:36Omdat hij gezegd had.

32:38Ik ben het brood dat uit de hemel nederig gedaald is.

32:42En ze zeiden, is deze niet Jezus, de zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen?

32:48Hoe zegt deze dan, ik ben uit de hemel nederig gedaald?

32:53Jezus antwoordde dan en zei er tot hem, murmureert niet onder de andere.

32:59Niemand kan tot mij komen, tenzij dat de Vader die mij gezonden heeft hem trekken.

33:04En ik zal hem opwekken ten uiterste dagen.

33:08Er is geschreven in de profeten.

33:11En ze zullen allen van God geleerd zijn.

33:14En ieder dan die het van de vader gehoord en geleerd heeft.

33:17Die komt tot mij.

33:20Niet dat iemand de vader gezien heeft.

33:22Want die van God is.

33:24Deze heeft de vader gezien.

33:26Voor waar, voor waar zeg ik u.

33:29Die in mij gelooft heeft het eeuwige leven.

33:33Ik ben het brood des levens.

33:35Uw vaders hebben het manna gegeten in de woestijn.

33:38En ze zijn gestorven.

33:41Dit is het brood dat uit de hemel nederdaalt totdat de mens daarvan eet en niet sterft.

33:47Ik ben het levende brood dat uit de hemel is nedergedaald.

33:51Zo iemand van dit brood eet die zal in de eeuwigheid leven.

33:55En het brood dat ik geven zal is mijn vlees.

33:58Het welk ik geven zal voor het leven der wereld.

34:02De joden dan streden onder elkaar zeggende.

34:06Hoe kan ons deze zijn vlees te eten geven?

34:11Jezus dan zei het tot hen.

34:13Voorwaar, voorwaar zeg ik jullie.

34:16Tenzij dat gij het vlees van de zon des mensen eet en zijn bloed drinkt.

34:20Zo hebt gij geen leven in uzelf.

34:23Die mijn vlees eet en mijn bloed drinkt die heeft het eeuwige leven.

34:27En ik zal hem opwekken ten uiterste dagen.

34:31Want mijn vlees is waarlijk spijs en mijn bloed is waarlijk drank.

34:36Die mijn vlees eet en mijn bloed drinkt die blijft in mij en ik in hem.

34:41Gelijkerwijs mij de levende vader gezonden heeft.

34:44En ik leef door de vader.

34:46Al zo die mij eet dezelfde zal leven door mij.

34:50Dit is het brood.

34:51Dat uit de hemel is nederig gedaan.

34:54Niet gelijk uw vader is het manna gegeten hebben en zijn gestorven.

34:59Die dit brood eet zal in de eeuwigheid leven.

35:03Deze dingen zeide hij.

35:05In de synagoge.

35:07Lerende.

35:08Tot zover.

35:12We gaan nu met elkaar zingen op Psalm 147, de

35:17versen 6 en 7.

35:19En namens uw kerkraad maak ik u nogmaals het volgende bekend.

35:25Morgen kunnen er evangelisatiefolders worden opgehaald in Ebenijzer om te bezorgen.

35:31Mag de evangelisatiecommissie op u en jou rekenen.

35:35Meer informatie is er in de voorlaatste kerkbode te vinden en op de Scipio-app.

35:44Woensdagavond 1 april is er huwelijkstoerusting.

35:48Dit wordt verzorgd door Stichting De Vluchtheuvel.

35:51Met als onderwerp communicatie en verschillen tussen man en vrouw.

35:56Aanvang van de avond is om half acht in Ebenhaezer.

36:01Aanmelding kan nog steeds.

36:02En dat geldt zowel echtparen als ook een van beiden.

36:07Ze zijn van harte welkom.

36:11Eveneens is er woensdagavond 1 april Jonge Volwassenenkring.

36:15Aanvanger van is om half acht.

36:18Komende vrijdag, de Goede Vrijdag, zal ochtends om half tien voor u voorgaan.

36:23Dominee G.

36:24Kater uit Hendrik-Ido-Ambacht.

36:26En s'avonds om zeven uur, dominee J.

36:29van Mechelen uit Montfoort.

36:32En tenslotte vanavond naar de dienst is er een zanguur voor alle jongeren.

36:40Van alles dat genoemd is geldt, zo de Heere wil en wij leven.

36:45Dan nog de connecten.

36:46De eerste is bestand voor de diakonie.

36:48De tweede voor de kerkvoogdij.

36:50En de derde voor de aflossing van de kerk.

36:54Alle drie connecten worden van harte bij u aanbevolen.

36:59Tot zover.

37:00We gaan dan zingen uit Psalm 147 vers 6.

37:04De heren betoond zijn welbehagen aan hen die nederig naar hem vragen.

37:10En zeven, hij wil in gunst uw hel bewerken, de grendels, uw poorten sterken.

37:16En wat er volgt, het is 147, de versen 6 en 7.

37:21[GEZANG]

43:44Aan mijn te vanavond mag ik met elkaar stilstaan.

43:48Bij wat er staat in de Heidelberger katechismes, zondag 29.

43:54De vragen en antwoorden 78 en 79.

44:01En we lezen die vragen en antwoorden nu eerst.

44:06Zondag 29, vraag en antwoord 78.

44:12Wordt dan uit brood en wijn het wezenlijke lichaam en bloed van Christus?

44:22Nee, maar

44:25gelijk het water in de doop niet in het bloed van Christus veranderd wordt, nog de afwassing van de zonden zelf is,

44:34waarvan het alleen een goddelijk waarteken.

44:38En een verzekering is.

44:40Al zo wordt ook het brood.

44:43In het avondmaal niet.

44:45Het lichaam van Christus zelf.

44:47Hoewel het naar de aard en de eigenschap van de sacramenten.

44:51Het lichaam van Christus Jezus genaamd wordt.

44:57En dan vragen antwoord 79.

45:01Waarom?

45:02Noemt dan Christus het brood.

45:05Zijn lichaam en de drinkbeker zijn bloed.

45:08Of.

45:09Het Nieuwe Testament in zijn bloed.

45:12En Paulus.

45:13De gemeenschap des lichaams en bloeds van Christus.

45:19Christus spreekt.

45:20Al zo niet zonder grote oorzaak.

45:24Namelijk.

45:25Niet alleen om ons daarmee te leren dat.

45:28Gelijk als brood en wijn.

45:30Die tijdelijke leven onderhouden.

45:33Al zo ook zijn gekruiseld lichaam en zijn vergoten bloed.

45:37De waarachtige spijs en drank zijn.

45:40Waardoor onze zielen tot het eeuwige leven gevoed worden.

45:45Maar veel meer.

45:47Om ons door deze zichtbare tekenen en panden.

45:51Te verzekeren.

45:53Dat wij zo waarachtiglijk zijn zware lichaams en bloeds.

45:57Door de werking des heiligen geestes deelachtig worden.

46:00Als wij deze heilige waartekenen met de lichamelijke mond.

46:06Tot zijn gedachten is ontvangen.

46:09En dat al zijn lijden en gehoorzaamheid zo zekerlijk onze eigen is.

46:14Als hadden wij zelf in onze eigen persoon alles geleden.

46:20En Gode voor onze zonden genoeg gedaan.

46:26Tot zover.

46:28Amen.

46:34Over het avondmaal wordt heel wat geschreven in de katechismes.

46:40Ik zou me ook zo kunnen voorstellen dat u denkt.

46:44Zit daar ook niet heel wat herhaling in.

46:48Is het niet zo dat een aantal dingen.

46:52Enkele keer op keer worden gezegd.

46:56Dat zal ik niet helemaal ontkennen.

46:59En we moeten ook wel.

47:01Het doorhebben dat de katechismes is opgesteld.

47:06In een tijd dat.

47:09We nog maar net uit de Roms katholieke kerk waren gekomen.

47:14Waarin men wel een hele eigen opvatting had.

47:17Over wat het avondmaal nu eigenlijk betekent.

47:22En waar hier met name dan ook aandacht aan wordt geschonken.

47:26Dat is dat brood brood blijft.

47:29En wijn blijft wijn.

47:32Het brood verandert niet.

47:35In het lichaam van Christus.

47:38En de wijn verandert niet in zijn bloed.

47:42En terwijl er toch uitdrukkingen in de Bijbel staan.

47:46We hebben dat ook gelezen.

47:48Dat Jezus zelfs zegt ik ben.

47:51Het brood des levens.

47:54En wanneer u dan later het avondmaal instelt.

47:58En tegen zijn discipelen die eerste maal zegt.

48:03Dit brood.

48:05Dat is mijn lichaam.

48:07Dat voor u gebroken wordt.

48:11Dan kan toch gemakkelijk de gedachte opkomen.

48:15Dat brood.

48:16Dat is niet zomaar brood.

48:20Dat brood dat is dus het lichaam van Christus.

48:24Dus op de een of andere wijze dan verandert dat dan zeker.

48:29Van gewoon brood.

48:32In zulk brood.

48:34Dat het het lichaam van Christus is.

48:39Wel eeuwenlang heeft de kerk die dwaling dus aangehangen.

48:43Die van de transsubstantiatie.

48:47Dat namelijk de substantie van het brood.

48:51Wordt omgezuid.

48:54In dat van Christus lichaam.

48:57En hetzelfde.

49:00Met de wijn in zijn bloot.

49:03En in de tijd van de reformatie zijn deze dingen.

49:07Aan de orde gekomenen moest recht worden gezet.

49:12En vandaar dat dit onderwijs best uitgebreid is.

49:17Ik zou me ook zo kunnen voorstellen dat u zegt.

49:19Eigenlijk duizelt het mij een beetje.

49:23De uitdrukkingen die buiten dan over elkaar heen.

49:28En begrijp ik het eigenlijk ook wel goed.

49:32Soms kan het zijn dat door de veelheid van woorden.

49:37De dingen eigenlijk minder begrijpelijk worden.

49:41Dan wanneer je minder woorden daarvoor zou gebruiken.

49:46Ik zal een poging doen om het duidelijk te maken van wat hier nu in feite staat.

49:52En dan eerst vraag en antwoord 78.

49:57En dat ene zin staat in het kort.

50:00Om daarna toch iets langer te kunnen stilstaan.

50:04Bij vraag en antwoord 79.

50:10Zondag 29 volgt op zondag 28.

50:14Ik begrijp het, dat is een open deur wat ik nu zeg.

50:17Maar in zondag 28 is ook al gesproken over het avondmaal.

50:25En hier wordt dan vooral concrete stilgestaan bij het feit dat brood brood blijft.

50:32En dat wijn wijn blijft.

50:35Want er wordt gevraagd, wordt dan daaruit dus het wezenlijke lichaam van Christus?

50:41Nee dus.

50:43Nee, pertinent niet.

50:47En dan wordt verwezen.

50:50Naar het water van de doop.

50:53En dat is ook al eerder aan de orde gekomen.

50:56Het water van de doop dat blijft gewoon wateren.

51:00En het water van de doop dat verandert dus ook niet in het

51:05bloed van Christus.

51:07En sommigen kunnen proberen de

51:10symboliek nog wat te verhogen.

51:14Zo hoorde ik eens van een gemeente waar men een kind doopte.

51:19En dat in het doop vond door iemand roodkleurig.

51:23Papier was gelegd.

51:26Want ja dan zag het water eruit als bloed.

51:30Hij meente dat zijn dingen.

51:31Dat is niet nodig.

51:33We moeten niet wijzer zijn.

51:37Dan dat de Heere God ons wijs maakt.

51:40Op wijzer zijn dat is gericht.

51:43En daar ligt het gewoon heel eenvoudig.

51:47Er werd gedoopt in dat water wat voorhanden was.

51:51Er hoefde geen speciaal bronwater voor te worden aangeboord.

51:56Er hoefde geen water te komen vanuit de Jordaan.

51:59Om daar iemand mee te dopen.

52:02Er wordt gedoopt met water dat voorhanden is.

52:07Omdat het water van de doop dat verandert niet.

52:11In het bloed van Christus.

52:14En ook is het water van de doop niet identiek.

52:21Aan de afwassing van de zonden.

52:24Nee, want dat is toch ook zo.

52:27Dat je wordt gedoopt.

52:29En het doopwater dat is een teken.

52:33Dat wel wijst op het bloed van Christus.

52:39Maar het doopwater is niet hetzelfde als het bloed van Christus.

52:44Dus het is niet zo van ik word gedoopt.

52:47Dus deel ik ook in de afassing van de zonden.

52:53Het zijn twee verschillende zaken.

52:56In dat verband wordt ook vaak gesproken over een teken.

53:02En een betekende zaak.

53:05Het teken dat is het water.

53:08Het teken, dat is het brood.

53:10En de beker in het avondmaal.

53:14De betekende zaak.

53:17Dat is de zaak waar het teken op meist.

53:20En de betekende zaak is de afwassing van de zonden.

53:26Er staat dan ook tussen haantjes waarvan het alleen een goddelijk waarteken en een verzekering is.

53:34Kijk, we moeten natuurlijk ook niet van de weeromst uit de

53:38toop gaan meenachten.

53:40Of het avondmaal.

53:43Ervan gaan vinden dat je kunt het houden.

53:46Je kunt het ook niet houden.

53:48Je kunt eraan deelnemen.

53:50En je kunt er ook net zo goed niet aan deelnemen.

53:53Alsof dat allemaal niet van belang zou zijn.

53:57Want deze tekenen die de Heere God heeft ingestouwd.

54:01Zijn wel als een goddelijk waarteken bedoeld.

54:05Als een keurmerk.

54:08En om te verzekeren.

54:13En als het gaat om het verzekeren.

54:16Daar kom ik zo meteen nog op terug in verband met wat er in antwoord 79 staat.

54:22Maar goed wat hier dus in het antwoord gebeurt.

54:24Er wordt aangeknald bij het sacrament van de heilige doop.

54:29En dan wordt gesteld dat ten aanzien van het sacrament van het heilige avondmaal.

54:35Precies hetzelfde aan de hand is.

54:39Zoals water in de doop water blijft.

54:42Zo blijft het brood ook brood.

54:45En de beker blijft de beker.

54:49Het brood verandert niet.

54:52En de wijn verandert ook niet.

54:55Hoewel staat er.

54:57Naar de aarde en de eigenschap van de sacramenten.

55:00Het het lichaam van Christus Jezus wordt genoemd.

55:10Hij broodt het voet.

55:13En de wijn mag de dorst lessen.

55:17Voedsel.

55:19En drinken.

55:22Dat hebben we toch alle nodig.

55:24Je kunt toch echt niet zonder.

55:27Wel goed iemand die kan een poosje het uithouden zonder voedsel.

55:32Maar zonder drinken zonder water dat zal niet gaan.

55:36Het is maar heel kort dat je zonder kunt.

55:40En wanneer iemand met uitdrogingsverschijnselen te maken krijgt.

55:44Dan is denk ik ook tamelijk vlug.

55:47Een opname in het ziekenhuis nodig.

55:50Of dat iemand weer vocht zal gaan krijgen.

55:54Het is dus een levensbehoefte.

55:57Voedsel en drinken.

56:00En brood.

56:02En gold al in die oude tijd.

56:06Als een hoofdvoedsel.

56:09En zo is het toch ergens dat nog.

56:14Zeker onze koude maaltijden.

56:16Dan is het brood dat er voor handen is.

56:22En het is ook niet voor niets dat de Heerde Jezus in het gebed van zijn discipelen leden.

56:29Ons ook die regel geeft.

56:31Geef ons.

56:33Heden ons dagelijkse brood.

56:37En natuurlijk je hebt veel meer dat je in

56:41de koelkast, in de voorraad hebt.

56:45En dat je op tafel zet.

56:47En waar je van mag eten.

56:50Maar brood is daar toch wel een heel voornaam onderdeel van.

56:55Door brood het voed.

56:58Door het brood wat ik onderhoud.

57:01Door het brood wat ik versterk.

57:05En de wijn, die

57:07last de dorst.

57:10En niet alleen dat, ze geeft ook vreugde.

57:14Nee, het gaat niet alleen om het gevoed worden.

57:18Maar ook dat het mag smaken.

57:22Wat dat betreft gaat het sacrament van het heilige avondmaal toch een stapje verder dan het sacrament van de heilige taap.

57:29Er zijn er waar ze zeggen het is precies hetzelfde.

57:33Doop en avondmaal moet je precies dezelfde wijze naartoe kijken.

57:38En daar ben ik het niet helemaal mee eens.

57:42Er is een grote mate van verbinding en overeenkomst.

57:47Ik zie ook onderscheid.

57:50Dat water dat over het voorhoofd gaat.

57:54Dat is niet water dat getronken wordt.

57:57Het

57:58water in de doop gaat over het voorhoofd.

58:02En het wijst op de afwassing van de zonde.

58:07Maar het brood wordt gegeten.

58:10Het is niet alleen dat stukje brood dat je in je handen hebt.

58:15Het is niet alleen de beker die je in je handen mag houden.

58:20Er wordt van het brood gegeten.

58:24En uit de beker wordt gedronken.

58:27En dat niet alleen tot voeding, maar

58:31ook tot vreugde.

58:33Natuurlijk kunnen er van die tijden zijn dat je zegt het eten staat me tegen.

58:40Er kan zo een nameloos verdriet

58:42opeens bij iemand komen.

58:47Dat hij zegt, nu moet ik eten.

58:49Ik

58:50heb eigenlijk geen zin om te eten.

58:53En ik moet eten, maar het smaakt mij nergens naar.

59:00Gemeente, wat is het nog een weldaad dat u aan mij ook de smaakpapillen heeft gegeven.

59:08Zodat wanneer je eten drinkt, je doorgaans ook kunt zeggen.

59:14Het heeft me goed gesmaakt.

59:17Het heeft me echt goed gedaan.

59:20Ik heb heerlijk gegeten.

59:25Waaraan zo is het in het avondmaal.

59:28Dat de Heer niet alleen voelt.

59:32Maar dat hij ook vreugde daarbij wil schenken.

59:35Het

59:40brood en

59:43de wijn.

59:46Ze worden naar de aard en de eigenschap van de sacramenten.

59:51Het lichaam van

59:54Christus Jezus genoemd.

59:56En

59:58daar is het dan natuurlijk ook ontstaan.

1:00:02Wanneer Christus zegt dit is mijn lichaam.

1:00:06Dat mensen meenden.

1:00:09Ja dan moet het ook echt.

1:00:12Het lichaam van Christus zijn.

1:00:17Het brood.

1:00:19Wordt genoemd het lichaam van Christus.

1:00:24Om te laten zien.

1:00:27Dat het avondmaal.

1:00:30Door de heren is ingestaald.

1:00:34En dat het brood daarin mag wijzen.

1:00:38Een teken is.

1:00:41Van zijn lichaam.

1:00:42En dan zodanig.

1:00:45Dat het brood Christus lichaam wordt genoemd.

1:00:51Vandaag moest ik toen denken aan een uitspraak die ik iemand een keer hier in Adler heb horen doen.

1:00:57Er was iemand die had deelgenomen.

1:01:01Ik denk voor de eerste maal in zijn leven.

1:01:05Het moet lang geleden zijn gebeurd.

1:01:09En de ervaring die hij daarbij had.

1:01:13Was voor hem zo vernederend.

1:01:17Dat hij zozeer zichzelf onwaardig voelde om te mogen eten.

1:01:23Dat hij het brood niet durfde door

1:01:27te slikken.

1:01:30Maar dat hij het nog gedeeltelijk achter zijn kiezen had.

1:01:34Toen de kerk al lang was uitgegaan.

1:01:38En hij terugkeerde daar huis.

1:01:42En ik zeg dit niet om dit na te doen.

1:01:46Maar wel om aan te geven.

1:01:51Welke irrepetieve gebeurtenis.

1:01:56En belevenis het is.

1:02:00Wanneer iemand mag teelnemen.

1:02:04Aan de dis van het verband.

1:02:07En dat brood mag eten.

1:02:11Kouwe.

1:02:13Geniet die.

1:02:16En dan ook doorslikken.

1:02:21Algemeente.

1:02:23Elkmaal kan heel ver van je vantaan staan.

1:02:27En er zullen er wellicht ook hier zijn.

1:02:31Misschien wel de meerderheid die nooit hebben deelgenomen.

1:02:37En er zullen er zijn die verlangen.

1:02:41Om daar nog eens aan deel te mogen nemen.

1:02:45En er zullen er ook zijn.

1:02:48Die zeggen ja ik zal het maar eerlijk toegeven.

1:02:52Maar ik heb daar geen verlangen naar.

1:02:56Die dan misschien wel zeggen, ik zeg dat maar liever niet, houd op.

1:03:00Want dan vinden ze me zo hard en

1:03:04zo onbewogen.

1:03:06Maar ik heb daar geen verlangen naar.

1:03:11We hebben ook onszelf te beproeven.

1:03:15Alvorens we deelnemen aan die heilige tafel van de heren.

1:03:23Mijn gemeente denkt nu niet dat

1:03:27dat brood iets anders zou zijn.

1:03:31Of de eenheid van de beker iets anders zou zijn.

1:03:35Want het is wel een verwaardiging.

1:03:39Om aan te mogen zitten.

1:03:42Om deel te mogen nemen.

1:03:46Om te beleiden.

1:03:48Wie ben ik?

1:03:50Dat ik dat doen mag.

1:03:54Maar laat het niet zo zijn.

1:03:58Dat wij een buitensporige, onbetamelijke eerbied voor het brood aan de dag zouden leggen.

1:04:07Het

1:04:09voorbeeld dat ik net noemde.

1:04:12Ik kan het begrijpen.

1:04:14En

1:04:16toch uiteindelijk.

1:04:18Brood is brood.

1:04:22Wijn is wijn.

1:04:24En in het avondmaal mag het toch wijn zijn.

1:04:29Zichtbaar.

1:04:31Tasbaar.

1:04:34Om te proeven.

1:04:37En te smaken.

1:04:40Op het lichaam van hem.

1:04:42Die gestorven is voor de zonden.

1:04:47Aan het einde brengt men bij vragen een antwoord 79.

1:04:51En dan wordt er toch nog even wat verder op ingegaan.

1:04:56Waarom

1:04:57noemt Christus dan een brood?

1:05:01Zijn lichaam.

1:05:03Waarom noemt hij de beker?

1:05:05Zijn bloed.

1:05:08Of noemt hij zelfs de beker.

1:05:10Het nieuwe testament in mijn bloed.

1:05:14En Paulus spreekt.

1:05:18Erover het is de gemeenschap.

1:05:21Des lichaams en des bloeds van Christus.

1:05:24En

1:05:29dan zegt het antwoord Christus spreekt.

1:05:32Al zo niet zonder een grote oorzaak.

1:05:38En dan noemt hij twee dingen.

1:05:42Ik bedoel de opstellers van de katechismes noemen hier twee dingen.

1:05:47En het eerste dat is het onderwijs.

1:05:50Of de lering.

1:05:53En het tweede is de verzekering.

1:05:56Of de vertroosting.

1:05:59Kijk u maar mee.

1:06:02Christus spreekt niet zonder grote oorzaak.

1:06:05Namelijk.

1:06:07Niet alleen om ons daarmee te leren.

1:06:10Dat zoals brood en wijn.

1:06:12Die tijdelijke lichaam.

1:06:13Leven onderhouden.

1:06:16Als ook zijn gekruiselde lichaam.

1:06:18En zijn vergoten bloed.

1:06:20De waarachtige spijs en drank zijn.

1:06:22Waardoor onze zielen tot het eeuwige leven gevoed worden.

1:06:28En ik heb daar zojuist al iets aan gestipt.

1:06:32Brood.

1:06:33Een ander voedsel dat is levensnoodzakelijk.

1:06:38En zo geldt het ook voor dat wat wij drinken.

1:06:42Je kunt iets anderen.

1:06:45En wat leert dan u het avondmaal?

1:06:49Wel om zalig te worden?

1:06:52Nee, is het niet allereerst van belang dat u ook zoveel mogelijk aan het avondmaal deelneemt?

1:06:58Maar om zalig te worden is het het allerbelangrijkste dat u deelt.

1:07:05In Christus offerande op het kruis.

1:07:10En dan mag het ons allemaal toch ook opvallen.

1:07:14Dat wat in het avondmaal wordt uitgebeeld.

1:07:18Heeft met name te maken met zijn lijden.

1:07:21En zijn sterving.

1:07:25Op deze laatste lijdensondag.

1:07:29Wel vanmorgen heb ik stilgestaan.

1:07:31Dat de heer Jezus zo gewillig was.

1:07:33Dat hij ondanks alle onrecht had hem werd aangedaan.

1:07:37Daartegen niet heeft geprotesteerd.

1:07:40Maar het alles geduldig heeft gedragen.

1:07:42Omdat het moest gebeuren.

1:07:44Hij moest.

1:07:46Leiden en sterven.

1:07:49En wat is dat een moeilijkheid voor zijn eigen discipelen geweest.

1:07:53Om dat te kunnen geloven.

1:07:57En zelfs na zijn opstanding waren ze nog niet meteen zover dat ze dat door allemaal

1:08:03verstanden.

1:08:07Zodat Jezus tegen de beide Emma's schungers moest zeggen.

1:08:13Moest de Christus niet al deze dingen leiden.

1:08:18En al zo zijn heerlijkheid binnen gaan.

1:08:21Het

1:08:23kruis dat is noodzakelijk.

1:08:27Alleen via het kruis is

1:08:31het eeuwige leven toegankelijk.

1:08:35Alleen door zijn dood is

1:08:39het dat het leven u

1:08:42wordt geschonken.

1:08:45En daar buitenom is het niet.

1:08:48Het zit er niet in mijn rechtzinnigheid.

1:08:52Het zit er niet in mijn ambt.

1:08:55Het zit niet in uw kerkgang.

1:08:59En het zit er niet in uw levenswandel.

1:09:04Paulus zegt, ik wens nergens anders in te roemen dan

1:09:09in het kruis.

1:09:11Van onze Heerde Jezus Christus.

1:09:16Waardoor ik gekruisigd ben.

1:09:18En de wereld mij gekruisigd is.

1:09:23Gemeente altijd moet het daar toch weer op uitlopen.

1:09:27Niets uit ons.

1:09:29Maar alles alleen uit hem.

1:09:33Geen verdiensten van mij en van uw kant.

1:09:37Maar alleen zijn verdiensten.

1:09:40Alleen zijn offeranden.

1:09:43Baant de weg.

1:09:46Tot het eeuwige leven.

1:09:50Jezus heeft uitvoerig gesproken.

1:09:54Over hemzelf dat hij is het brood des levens.

1:09:58Ik weet het was een uitgebreide schriftlezing uit Johannes 6.

1:10:02Maar ik wist ook niet goed hoe ik dit gedeelte.

1:10:06In tweeën of in drieën moest splitsen.

1:10:10Het is toch ook een eenheid.

1:10:13En Jezus heeft over deze dingen gesproken.

1:10:16Naar aanleiding van de wonderbare spijziging.

1:10:20Waar de mensen wel heel erg van onder de indruk waren.

1:10:24En eigenlijk wel graag zouden willen dat er nog een herhaling zou zijn van.

1:10:29Dat wonderen.

1:10:32Waarop Jezus hen zegt.

1:10:37U hebt de broden gegeten.

1:10:40Maar u zult moeten leren.

1:10:43Mijn lichaam te eten.

1:10:47Want mijn lichaam is waarlijk spijs.

1:10:51En mijn bloed is waarlijk dreng.

1:10:55Maar die boodschap begrepen ze niet.

1:10:58Ze hebben die boodschap weer eens aangehoord.

1:11:01Toen Jezus die sprak in de synagoge van Capernaum.

1:11:05En daar eindigde dan ook onze schriftlezing.

1:11:10En daar waar ik stopte.

1:11:11En als u dan daar verder leest.

1:11:12Dan ziet u in vers 60 staan.

1:11:14Dat velen van zijn discipelen.

1:11:16Dus er zijn velen van de mensen.

1:11:18Die alles aan de kant hebben gelegd.

1:11:20En die hem zijn begonnen na te volgen.

1:11:23Die hoorden dit.

1:11:24En ze zeiden.

1:11:25Deze reden.

1:11:27Is hard.

1:11:30Wie kan daar nu naar horen.

1:11:35We kunnen er niets mee.

1:11:38Wat moeten wij er eigenlijk mee.

1:11:42Waarop Jezus weer antwoord.

1:11:47Ergen jullie dit.

1:11:50Maar hij heeft in zijn toespraak duidelijk willen maken.

1:11:54Volg mij nu niet om het wonder dat ik heb gedaan.

1:12:00Volg mij niet om datgene wat ik zeg.

1:12:05Maar u dient mij te volgen.

1:12:09Omdat ik het offer ben.

1:12:12Omdat ik straks geslacht ga worden.

1:12:16Omdat ik straks word overgegeven op het kruis.

1:12:21En dat is nodig.

1:12:24Omdat zondaren die het eeuwige dood hebben verdiend zalig kunnen worden.

1:12:31En die boodschap is een moederke.

1:12:35Want je bent vroom.

1:12:37Je bent een kind van het verband.

1:12:41Zoals die joden.

1:12:42Je bent besneden op de achtste dag.

1:12:45En u zou zeggen.

1:12:46Ik ben gedoopt.

1:12:48Ik heb ook beleidenis gedaan.

1:12:51Ik ga twee maanden naar de kerk.

1:12:54En ook door de week dan.

1:12:56Probeer ik er zoveel mogelijk te zijn.

1:13:00En dat is allemaal goed.

1:13:03Dat is uitstekend.

1:13:07Maar is dat uw grond van zalig worden?

1:13:10Is dat het fundament waarop u reust?

1:13:15Daar kunt u niet op rusten.

1:13:17U

1:13:18kunt niet daarop vertrouwen van.

1:13:20Och, maar ik heb dit gedaan.

1:13:23O ja, en dat heb ik ook gedaan.

1:13:27Ik heb best wel heel wat krediet opgebouwd.

1:13:32Arm.

1:13:35Vermoeid.

1:13:37En naakt.

1:13:39Dat is ten diepste de zon daar.

1:13:43Die tot Jezus komt.

1:13:46En die zegt alleen uw bloed.

1:13:50Reinigt mij van alle zonden.

1:13:54Omheen de Heer Jezus heeft de tafel maar ingesteld.

1:13:58Als een zichtbare geputenis.

1:14:02Die komt bij het woord dat gesproken wordt.

1:14:06Als je de kerk rondkijkt.

1:14:09En je vergelijkt dat met het interieur van een katholieke kerk.

1:14:15Dan zeg je er zit toch al wat onderscheid tussen.

1:14:19Er is er eigenlijk niet zoveel te zien.

1:14:23En wat centraal staat dat is.

1:14:27De Bijbel.

1:14:29Het woord van God.

1:14:32Verder niet zoveel te zien.

1:14:35De oren wel.

1:14:38Het orgel dat speelt.

1:14:41De psalmen die wij zien.

1:14:44De gebeden die we gezamenlijk doen.

1:14:46Dat

1:14:48is met name het woord.

1:14:52En nu komt de Heer ons tegemoet.

1:14:55Dat hij zegt bij dat hoorbare woord.

1:14:59Kom ik met het sacrament.

1:15:03Om datgene wat u gehoord hebt.

1:15:07Ook via het zintaag van het oog.

1:15:11Nog dichter bij u te brengen.

1:15:15En dan beeldt hij dus uit.

1:15:18Het

1:15:19brood dat wij breken.

1:15:22Is die gemeenschap des lichaams van Christus.

1:15:27En als je dat ziet gebeuren.

1:15:29Dat het brood wordt gebroken.

1:15:33Het wordt gedeeld.

1:15:36Dat is een zichtbare illustratie.

1:15:41Van wat het woord zegt.

1:15:44Dat Christus lichaam.

1:15:48Dat is overgegeven tot in de dood.

1:15:53Dat dat de bron van het leven wordt.

1:15:56Het wordt uitgebeeld.

1:15:59Zoals een docent in de klas.

1:16:02Een les behandeld.

1:16:06En op een zeker moment, en misschien al wel vanaf het begin.

1:16:09Zegt hij, dan ga ik het ook duidelijk maken.

1:16:11Ik teken de taart.

1:16:13Hij illustreert het.

1:16:16Een schema wellicht.

1:16:18Zo lopen de lijnen.

1:16:21En dat de leerling zegt, nou begrijp ik het.

1:16:25Zoals u het mondeling hebt uitgelegd, begreep ik het nog niet helemaal.

1:16:31Maar nu u het voor mij hebt uitgetekend.

1:16:35En de voorbeelden daarbij gegeven hebt.

1:16:39Nu begrijp ik het.

1:16:41En zo is het dat de Heer Jezus omgaat.

1:16:46Toen de Heer Jezus op de aarde was, toen was Hij natuurlijk te zien.

1:16:50Mensen konden daar aan toegaan en vragen stellen.

1:16:54Dat hebben er ook velen gedaan.

1:16:56En Jezus is daarop ingegaan.

1:16:59Maar Jezus heeft ook vele wonderen gedaan.

1:17:02En mensen hebben die voor hun ogen kunnen zien.

1:17:04Hoe dat zieken werden genezen.

1:17:06En zelfs doden werden opgewerkt.

1:17:11En dat kan weleens de gedachte oproepen bij iemand.

1:17:15Ja, ik moet het eigenlijk alleen maar doen.

1:17:19Met dat wat ik kan lezen in de Bijbel en wat ik hoor hoe dat het uitgelegd wordt.

1:17:25Maar de mensen in die tijd die hadden toch echt wel een voorsprong op ons.

1:17:29Want die hebben er met de neus bovenop gestaan toen Jezus een wonder deed.

1:17:35Nou dan is het niet alleen het horebare.

1:17:38Maar dan zie je het ook nog eens voor ogen wat hij doet.

1:17:42Dan is het toch veel eenvoudiger om te geloven.

1:17:49Want de Heer komt ons in zoverre tegemoet.

1:17:53Dat hij bij het hoorbare evangelie het

1:17:58zichtbare sacrament geeft.

1:18:03Dat is al jaren geleden dat in de tijd dat ik hier in Oudorp stond.

1:18:07Iemand tegen me zei.

1:18:10Ik heb nog nooit een avondavonddienst meegemaakt.

1:18:14Nog nooit in de kerk geweest met een avondavonddienst.

1:18:19Ik zei, ben je daar nog nooit geweest?

1:18:22Nee, ik zou eigenlijk niet weten wat daar gebeurt.

1:18:26Ik zei dan moet je toch echt de volgende keer komen.

1:18:31En ik zou zeggen ga een beetje vooraan zitten in de kerk.

1:18:34Dat was nog in de dorpskerk.

1:18:36Kun je zien wat er gebeurt.

1:18:40Want het avondmaal wanneer het bediend wordt.

1:18:42Dat is ook met name om het te zien.

1:18:47En het is ook daarvan daad dat het avondmaal in het midden van de gemeente wordt bediend.

1:18:52Dat het niet achter gesloten deuren wordt bediend.

1:18:55En dat degenen die nog geen toegang hebben tot het avondmaal het niet zouden mogen zien.

1:19:02De heren, het wordt de gehele gemeente ingesteld dat we het allen ook zullen zien.

1:19:10Want dat de heren door het zien ervan ons

1:19:15zal onderwijzen.

1:19:17Maar dan is daar natuurlijk wel de uitleg bij nodig.

1:19:21Omdat je alleen maar ziet wat er gebeurt.

1:19:25Als er nou een kind zou worden gedoopt en het woord van God zou niet open gaan.

1:19:32Dan zou ik bijna zeggen die doop heeft geen betekenis.

1:19:37Iemand schreef dat ook onlangs.

1:19:40Een doopbediening zonder uitleg en zonder het woord erbij is niets waard.

1:19:45Het zou hetzelfde zijn als wanneer het avondmaal wordt bediend en het woord van God komt daarbij niet aan de orde.

1:19:52Dan gaan mensen allerlei vreemde gedachten krijgen bij het avondmaal.

1:19:57Dus het moet wel uitgelegd worden.

1:20:01Waar het brood de beker op buiten.

1:20:04En

1:20:06dan.

1:20:08Wanneer die woorden klinken.

1:20:11Het brood dat wij breken.

1:20:14Maar ook de beker.

1:20:16De

1:20:17dankzegging.

1:20:19Die

1:20:20wij dankzeggen te zegenen.

1:20:23Is de gemeenschap.

1:20:26Dat is bloed van Christus.

1:20:30Neem die.

1:20:32Drink allen daaruit.

1:20:36Gedankt.

1:20:38En geloofd.

1:20:41Dat het bloed van de Heer Jezus Christus.

1:20:45Is vergoten.

1:20:47Tot een volkomen verzoening.

1:20:51Van alles andere.

1:20:55En dan is Christus lichaam.

1:20:58Een spijzer.

1:21:00En zijn bloed is een drank.

1:21:03Om onze zielen te voeden.

1:21:06Tot het eeuwige leven.

1:21:10Dit heeft ook alles te maken met de rechtvaardiging.

1:21:14En de rechtvaardiging houdt in.

1:21:18De vergeving van de zonde.

1:21:21Die ik ontvang.

1:21:24Zodra ik oprecht.

1:21:27In Christus.

1:21:30Geloof.

1:21:32Want die geloofd hebben.

1:21:36Die worden gerechtvaardigd.

1:21:39Wij dan gerechtvaardigd zijn.

1:21:44Uit het geloof.

1:21:46Hebben vrede bij God.

1:21:49Door onze Heer Jezus Christus.

1:21:52Maar

1:21:55avondman is niet alleen om zaken uit te leggen.

1:22:00Het is niet alleen om.

1:22:03Het horebare evangelie te illustreren.

1:22:08Maar heel belangrijk is wat er dan staat.

1:22:12En ik kom weer bij wat in de katechisme stand staat.

1:22:16Antwoord neem je de zeventig halverwege.

1:22:18Maar veel meer.

1:22:21Om ons door deze zichtbare tekenen en panden te verzekeren.

1:22:26Dat wij zo waarachtig zijn zware lichaams en bloed door de werking van de heilige geest heel achtig worden.

1:22:32Als wij deze heilige waard tekenen met een lichamelijke mond dat zijn gedachten is ontvangen.

1:22:40Je wordt gesproken over verzekering.

1:22:49Gemeenten, er zijn vele gelovigen die hebben hun twijfels.

1:22:52En

1:22:55vele gelovigen, zo niet alle gelovigen, hebben gedurende te maken met aanvallen.

1:23:02Aanvechtingen.

1:23:04Verzoekingen.

1:23:07Soms diepgaande twijfels.

1:23:11Twijfels aangaande zichzelf of dat ze wel ooit tot het geloof zijn gekomen.

1:23:16En soms ook twijfels.

1:23:19Ergaande de Heere God zelf.

1:23:23Onterschat het niet.

1:23:26Wat een gelovige een strijd meemaakt.

1:23:30En Jezus weet dat.

1:23:33De Heere weet dat van al zijn kinderen.

1:23:37Dat ze veelal zwak van moed en klein zijn van krachten.

1:23:40En dat ze telkens ook geneigd zijn om God te verdenken.

1:23:44Maar ook zich afvragen.

1:23:48Heeft de Heere nou echt ooit naar me omgezien?

1:23:51Ik heb het wel eens gedacht.

1:23:55Ik heb het echt weleens gemeend.

1:23:59Maar ik vrees dat ik me vergist heb.

1:24:02Ik vrees dat ik me vergist heb.

1:24:06Gemeende, zelfs dat kan een vrome uitdrukking zijn.

1:24:11Er is ooit eens een keer iemand in Stadborst.

1:24:13Die zei tegen een andere Stadborster.

1:24:16Ik ben soms bang dat ik een uigenaar ben.

1:24:19Nou zei die andere tegen hem.

1:24:21Ik wou dat je het was.

1:24:24Poe, die kwam binnen.

1:24:27En ik denk dat hij mee wilde duidelijk maken.

1:24:32Je kunt heel vroom je voordoen.

1:24:35Door te zeggen, ik ben weleens bang dat ik een heugenaar ben.

1:24:39Maar als je het nou echt bent.

1:24:43De grond die wijkt onder je voeten vandaan.

1:24:48Dat je zegt, nou vrees ik toch echt.

1:24:52Dat ik mij vergist heb.

1:24:55Toch de Heer weet wat er van zijn maaksel is te wachten.

1:25:00Hij kent ze, de kleine en de grote.

1:25:04Hij kent ze alle door en door.

1:25:08En hij weet hoe zeer dat ze het nodig hebben om versterkt te worden.

1:25:13En u kan de heren elk van zijn kinderen versterken en bemoedigen door het gepredikte woord.

1:25:19Maar ik kan het ook doen door middel van het sacrament.

1:25:24Het gebeurde ooit in de dagen van John Duncan in Schotland.

1:25:28Dat hij het avondmaal bediende en hij had gezien.

1:25:32Dat een van de deelneemsters die had van het brood genomen.

1:25:36Met een beker gaf ze door.

1:25:38En

1:25:41hij kende haar.

1:25:43Hij wist van de diepe aanwechting.

1:25:47En toen die beker weer bij hem terug was gekeerd.

1:25:53Toen pakte hij die vast.

1:25:55En stond op en hij liep daar in die vrouw toe.

1:26:00En zei drink vrouw.

1:26:02Want Jezus bloed is gestorred.

1:26:07Voor zondag he.

1:26:10En ze dronk.

1:26:13Wat kan de aanvechting groot zijn.

1:26:16Wat kan dat ook al zijn in de toenadering tot de avond op ons tafel.

1:26:21De zullen die er ook zijn die zeggen iedere avond maar bediening.

1:26:24Dan zit ik te zweten in de bank.

1:26:27Zou ik dan kunnen deelnemen of niet.

1:26:32En er zijn er ook die zeggen.

1:26:34Ja die tijd die heb ik gehad.

1:26:37Het is allemaal al zo hard geworden.

1:26:40Het is allemaal zo ongevoelig geworden.

1:26:44Dat ik soms vrees.

1:26:46Het

1:26:48zal nooit meer komen.

1:26:51En dat de Heer Jezus het avondmaal niet bedoelt.

1:26:56Om u en mij een draai om de oren te geven.

1:27:01Maar hij bedoelt.

1:27:03Om het zwakke geloof te versterken.

1:27:07Te verzekeren.

1:27:11Door dat zichtbare waarteken en pand.

1:27:17Dat wij zoverachtig

1:27:20deel hebben aan zijn ware lichaam en bloed.

1:27:24En dat door het werk van zijn geest.

1:27:28Als wanneer wij deze heilige waartekening.

1:27:32Met de lichamelijke mand.

1:27:35Mogen gebruiken.

1:27:37Tot zijn gedachten is.

1:27:40Een paar opmerkingen nog.

1:27:43Voor de werking van de heilige geest.

1:27:45Ik

1:27:47meen het is niet zo dat het aanval bij automatisme werkt.

1:27:53Dat je zou kunnen zeggen nou laat ik er maar gebruik van maken.

1:27:56Dan komt het vast en zeker ook wel goed.

1:28:01Ik neem er maar van.

1:28:05En dan zal het allicht zijn werking wel mogen hebben.

1:28:09We zijn daarin afhankelijk.

1:28:12Van de werking van Gods geest.

1:28:15En die werking is onderscheiden.

1:28:19Dan is het wel eens dat een avondmaalganger avondmaal houdt.

1:28:24En dat hij zegt ik heb geen bijzondere dingen onderwonden.

1:28:29Het zijn ook meestal geen bijzondere dingen.

1:28:32Als het tenminste gaat om bijzondere gevoelige ervaringen.

1:28:37Maar

1:28:39er kunnen ook van die ogenblikken zijn.

1:28:42Dat de Heer het wel bijzonder maakt.

1:28:47Er is geen automatisme.

1:28:49Maar

1:28:50ook wanneer hij het niet bijzonder maakt in het gevoel.

1:28:53Dan

1:28:56is het nog dat hij door de Heilige Geest.

1:28:59Het

1:29:01geloof wil versterken.

1:29:03Denk aan Elia die zat onder de Geneve per straak.

1:29:08En de engel zegt tegen hem.

1:29:10Elia je moet eten en drinken.

1:29:12Want de reis is anders te veel voor je.

1:29:15En Elia doet dat.

1:29:17Hij doet dat werktuigelijk.

1:29:18Zonder na te denken.

1:29:20En hij gaat weer liggen en hij valt opnieuw in slaap.

1:29:24En de Engels stoten nog een keer aan en zeggen.

1:29:26Elia je moet eten en drinken.

1:29:30En hij doet het.

1:29:32Hij zal het min of meer gedachteloos hebben gedaan.

1:29:37Maar dan wordt hij toch gesterkt.

1:29:41Door het voedsel dat hij heeft mogen gebruiken.

1:29:44En zo kan het zijn dat iemand zegt.

1:29:47Ik heb eigenlijk geen bijzondere dingen in het avondmaal ervaren.

1:29:53En dat je toch achteraf zegt.

1:29:57Maar de Heer heeft me wel willen versterken.

1:30:01Hij heeft toch zijn geest mij niet willen onthouden.

1:30:07Maar ik zag uit naar grote dingen.

1:30:10Maar hij werkt ook wel in kleine dingen.

1:30:15Verachtig de dag van de kleine dingen niet.

1:30:19Waardoor hij wil werken.

1:30:23Maar u weet wat er van mij en van jou en van u is te verwachten.

1:30:27En niet zoveel goeds.

1:30:30Niet zoveel om daar over de lof trompet te steken.

1:30:33Want

1:30:38zijn we toch afhankelijk van

1:30:41de werking van zijn geest.

1:30:43En dan, we kunnen er zo gefixeerd zijn.

1:30:48Ik moet wat ervaren.

1:30:50Ik moet wat meemaken.

1:30:53En als men mij vraagt van, hoe was dat nou in het avondmaal?

1:30:58Kun je vertellen hoe je eraan bent gekomen?

1:31:00Kun je vertellen hoe het daaronder is geweest?

1:31:02Kun je vertellen hoe het naderhand is geweest?

1:31:06Ja, maar gaat het dan om wat u in het avondval ervaart?

1:31:13Is dat het centrale?

1:31:16Is dat het springende punt?

1:31:19Je staat die tekenen ontvangen.

1:31:24Dat zijn gedachten eens.

1:31:27Dat zijn gedachten eens.

1:31:29Het gaat niet om uw gedachten eens.

1:31:32Het gaat niet om dat ik het dan zo goed heb.

1:31:36Of dat u zo buitengewoon gesteld zou mogen zijn.

1:31:42Het gaat om de gedachtenis van hem.

1:31:46Het gaat om het afwijzen van ons.

1:31:50En het heenwijzen naar hem.

1:31:53En dan staat op het laatste.

1:31:56Dat al zijn lijden en gehoorzaamheid zo zekerlijk onze eindkunde is.

1:32:00Als hadden wij zelf in onze eigen persoon alles geleden.

1:32:03En Gode voor onze zonden genoeg gedaan.

1:32:08En dat heeft nou alles te maken.

1:32:11Met wat Luther noemt die heilige ruil.

1:32:15Dat al mijn zonden op

1:32:18Jezus worden gelegd.

1:32:21En dat al de gerechtigheid aan

1:32:24mij wordt toegerekend.

1:32:27En dat ik daar iets van mag ondervinden.

1:32:31Hij draagt mijn schuld.

1:32:34En ik ben rein in hem.

1:32:37Ik ben compleet.

1:32:40In hem.

1:32:42Colossens in 2 vers 10.

1:32:45Daar staat gezegd in hem volmaakt.

1:32:49En ik vind het zo mooi wat er in de Engelse vertaling staat.

1:32:53De King James.

1:32:55You are complete.

1:32:58In hem.

1:33:01Je bent compleet.

1:33:04In hem.

1:33:07Dat is in hem.

1:33:10Volkomen rein.

1:33:12Als had ik.

1:33:15Alles geleden.

1:33:17En voor alles.

1:33:20Zelf betaald.

1:33:22Maar het is van hem.

1:33:25En hij deelt het uit.

1:33:27Hij schendt het.

1:33:30En hij bevestigt.

1:33:33En versterkt.

1:33:35En bemoedigt.

1:33:37En

1:33:38troost de zijne.

1:33:41Niet alleen door het woord dat u hoort.

1:33:44Maar

1:33:45ook in

1:33:47het sacrament.

1:33:49God geven.

1:33:52Rijke zegen.

1:33:55Op een volgende avondmaats bediening.

1:34:00En ik geef u.

1:34:03Af te zien.

1:34:04Van

1:34:06wat een mens is.

1:34:08Of van wat een vrome mens is.

1:34:13Met te zien op hem.

1:34:14En

1:34:16dan te mogen weten.

1:34:18Als ik achter hem schaal.

1:34:21Dan ben ik veilig.

1:34:24In de donkere nacht.

1:34:27Bekleed met

1:34:29de mantel des heils.

1:34:32Bekleed.

1:34:33Het

1:34:35kleed van zijn gerechtigheid.

1:34:38Dan ben ik volkomen zalig.

1:34:41In hem.

1:34:42En het avondmaal.

1:34:45Dat geeft een vooruitblik.

1:34:48Het is als een vorenportal.

1:34:52Van de eeuwige.

1:34:55Ongestoorde.

1:34:57Volkomen.

1:34:59Zaligheid.

1:35:01Hierboven.

1:35:07We gaan zingen naar psalm 16 vers 3.

1:35:10Getrouwe heren, gij wilt mijn goed, mijn god, mijn erfenis en het deel mijn spekers wezen.

1:35:15Gij onderhoudt gestaag het heugelijke lot dat gij zo mild voor mij hebt uitgelezen.

1:35:22En wat er volgt, het is psalm 16 vers 3.

1:35:26Om

1:35:26[GEZANG]

1:38:41mij te laten wij danken en bidden.

1:38:47Och heren, och

1:38:52er is zoveel straat.

1:38:55Er zijn zoveel vragen.

1:38:58Er is ook zoveel ongeloof.

1:39:02En er is ook heel veel kleingeloof.

1:39:05Er is zoveel verwarring.

1:39:09En u juist met het oog daarop.

1:39:13Heeft u het avondmaal ingesteld.

1:39:18U deed dat met uw bedroefde discipelen.

1:39:22Die aanvoelden dat er ontzaggelijke dingen gingen gebeuren.

1:39:28En ze hebben er maar deels verstaan.

1:39:34Nadeeling.

1:39:35Heeft u gezegd dan zult u het verstaan.

1:39:40En dat u dan nog altijd het avondmaal wilt houden laden.

1:39:46Dat we erdoor onderwezen worden.

1:39:49Maar ook dat we erdoor getrouwd zullen worden.

1:39:54Verzekerd.

1:39:56Van ons aandeel in u.

1:40:00Wat liggen daar vaak in moeite nu?

1:40:04Een voet aan ons en klemmen.

1:40:07Wie is er bekwam toe?

1:40:10Wie kan daar deel nemen?

1:40:12En

1:40:14dan nodig u het

1:40:17arme en het geringe.

1:40:20Dat kleine dat dreigt te bezwijken.

1:40:23Om

1:40:25te komen tot uw tafel.

1:40:28Die niets hebben.

1:40:31Die alles tekortkomen.

1:40:34Maar wie het niet kan.

1:40:37En die zeggen het mag niet.

1:40:40En ik durf het ook niet.

1:40:43Ach, als ze zijn.

1:40:47O heren, dan bent u mijn machten.

1:40:51Om toch ook voor zo een.

1:40:53Het

1:40:54avondmaal te laten zijn.

1:40:56Tot troost.

1:40:59Tot versterking.

1:41:02Tot bemoediging.

1:41:04In het strijdwerk van dit leven.

1:41:08Heren, laat dat ook op ouderen.

1:41:11Opnieuw zo mogen zijn.

1:41:15Ach wat kan er veel zijn gebeurd.

1:41:18Wat kan er veel in het leven van iemand zich afspelen.

1:41:22Wat kan hij met duizenden vragen en zorgen toppen.

1:41:28Wat kan alles een probleem zijn geworden.

1:41:33En dat iemand roept God waar bent u.

1:41:36Waarom moest dit en dat allemaal gebeuren.

1:41:40Waarom moest ik mijn man kwijt.

1:41:44Waarom moest ik mijn vader kwijt.

1:41:48Waarom heb ik mijn moeder zo jong verloren.

1:41:53Waarom die ernstige ziekte.

1:41:56Waarom die teleurstelling en die tegenslag.

1:42:00Al die warams.

1:42:03O God van genade.

1:42:06Het geduld met een zondig mens.

1:42:10Trek ons dan toch.

1:42:12Omdat we u zullen nalopen.

1:42:15En trek u toch.

1:42:17De

1:42:18arme twijfelende ziel tot u.

1:42:22Om met u verzadigd te worden.

1:42:25En om ook telkens te mogen ondervinden.

1:42:29Wanneer het avondmaal wat gehouden.

1:42:33Niet alleen dat ik het zie.

1:42:36Niet alleen dat ik waarneem.

1:42:40Hoezeer dat het lichaam en het bloed van Jezus alles betekenen.

1:42:45Maar het ook te mogen proeven.

1:42:49En smaken.

1:42:51We hebben het erover gehad.

1:42:54Ontferm u o heren.

1:42:56Past u het onderwijs toe.

1:42:59Bouw gij uw kerk.

1:43:02En brengt hij de zwakke.

1:43:04De twijfelende en de beangstigde christen.

1:43:09Tot meer rijpheid.

1:43:12Tot een toename.

1:43:13In

1:43:15het geloven in hem.

1:43:17En het zich toevertrouwen aan hem.

1:43:20Die

1:43:22alles voorbracht

1:43:25heeft.

1:43:27En die het zegt.

1:43:30Ik ben de alfa.

1:43:33Ik ben de omega.

1:43:36Ik ben het begin en ik ben het einde.

1:43:40Ik ben degene die leeft.

1:43:43En die de sleutels draagt van de helden van de dood.

1:43:48En die niet zal laten omkomen.

1:43:53Mijn kind.

1:43:55In dure tijd en hongersnood.

1:43:58Heren verstaart dan toch.

1:44:01Datgene dat bezwerkt.

1:44:03En bemoedigheid toch.

1:44:06Diegene die alle moed in de schoenen zingt.

1:44:10En toont u toch.

1:44:13Dat u van ons af weet.

1:44:16Dat u ook ouderen kent.

1:44:19Dat u allen kent die vanavond in de kerk zijn.

1:44:21En allen die mogen meeluisteren thuis.

1:44:24En

1:44:26zou het gij willen overkomen.

1:44:33Vrije genade en

1:44:35liefde om

1:44:38Christus wil.

1:44:41Psalm 36.

1:44:44Vers 2.

1:44:45Uw goedheid, heren, is hemelhoog.

1:44:48Uw waarheid tot de wolken boog.

1:44:50Uw recht is als godsbergen.

1:44:54En wat er volgt.

1:44:5536.

1:44:57[GEZANG]

1:44:58[GEZANG]

1:49:07EN MUZIEK

1:49:16[GEZANG]

1:49:25[GEZANG]