Handelingen 1: 4 - 8; Het laatste onderwijs van de Heere Jezus voor Zijn hemelvaart

zondag 10 mei 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. A.J. Speksnijder · 103 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:54...vooraf de volgende mededelingen in verband met de bediening van de Heilige Doop.

10:01Volgende week zondag wordt er maandag 11 mei morgenavond doopzitting gehouden in Ebenhaezer.

10:09De aanvang is om half acht.

10:12En op donderdag 14 mei is het Hemelvaartsdag.

10:18Zal dominee D.

10:19Heemskerk uit Nieuw-Milligen voorgaan in een dienst die aanvangt om half tien.

10:25En voor deze genoemde voornemens geldt zo de herenwil en wij leven.

10:32Tot zover deze mededelingen.

10:35Vangen wij nu deze dienst aan.

10:40Onze hulp is in de naam des heren die hemel en aarde gemaakt heeft.

10:49Die trouwen houdt in der eeuwigheid.

10:53En niet laat varen de werken zijner handen.

10:59Amen.

11:02Genade zij u.

11:04En vrede van God onze Vader.

11:07En de Heere Jezus Christus.

11:10In de gemeenschap des heiligen geestes.

11:15Amen.

11:238 mei door de heren uit het midden van haar familie en uit het midden van de gemeente is weggenomen uit dit leven Jannetje Elisabeth Luime Aleman in de leeftijd van 86

11:36jaar.

11:37Laatst gewoondhebbend op de Molenweg 1M en gisteren zaterdag 9 mei is door de heren uit het midden van zijn familie en uit het midden van de gemeente

11:49weggenomen uit dit leven Gijsbert Meuleman.

11:53In de leeftijd van 92 jaar.

11:56Laatst gewoond hebbend in de Vlietberg.

11:58De Vlietberglaan 106.

12:00En de heren gedenken deze beide rouwdragende families.

12:06En in verband met deze twee sterfgevallen.

12:10Willen wij nu samen gaan zingen uit Psalm 89.

12:14En daarvan het negentiende vers.

12:17Gedenk.

12:18O heren.

12:19Hoe zwak ik ben.

12:21Hoe kort.

12:22Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur.

12:28En wat daar verder volgt in het negentiende vers van psalm 89.

12:34We

12:34[GEZANG]

15:18openen deze morgen Gods heilig en dierbaar woord op een tweetal plaatsen in het Nieuwe Testament.

15:25Allereerst in het evangelie naar de beschrijving van Johannes, het zevende hoofdstuk.

15:32En wij lezen daaruit de versen 37 tot en met 44.

15:37En vervolgens lezen we uit handelingen 1 de versen 1 tot en met 8.

15:45Dus Johannes 7 vers 37 tot en met 44.

15:50En handelingen 1 vers 1 tot en met 8.

15:54Maar vooraf stellen wij ons onder de tucht en de belofte van Gods heilige wet.

16:02Toen sprak God.

16:05Al deze woorden zeggende, ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.

16:16Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

16:22Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken.

16:27van hetgeen boven in de hemel is, nog van hetgeen onder op de aarde is, nog van hetgeen in de wateren onder de aarde is.

16:37Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen, want ik, de Heere, uw God, ben een ijveren God, die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen, aan

16:50het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.

16:54En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben.

16:58En mijn geboden onderhouden.

17:02Gij zult de naam des heren uw schots niet ijdelijk gebruiken.

17:08Want de heren zal niet ons schuldig houden die zijn naam ijdelijk gebruikt.

17:16Gedenk den sabbadag dat gij dien heiligt.

17:20Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.

17:25Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

17:30Dan zult gij geen werk doen.

17:32Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

17:44Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is.

17:52En hij rustte ten zevende dagen.

17:55Daarom zegende de Heere de Sabbatdag.

17:58En heiligde denzelven.

18:03Eert uw vader en uw moeder.

18:07Opdat uw dagen verlengd worden in het land.

18:10Dat u de Heere uw God geeft.

18:14Gij zult niet doodslaan.

18:17Gij zult niet echtbreken.

18:21Gij zult niet stelen.

18:24Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

18:30Gij zult niet begeren uw naaste huis.

18:34Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

18:38Nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw naaste is.

18:53Wij noemden nu als onze eerste schriftlezing Johannes 7 vanaf vers 37.

18:59En daar luidt Gods heilig en dierbaar woord als volgt.

19:04En

19:06op de laatste dag,

19:09zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep zeggende.

19:15Zo iemand dorst, die komen tot mij en drinken.

19:22die in mij gelooft, gelijkerwijs de schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.

19:32En dit zeide hij van de geest, dewelken ontvangen zouden die in hem geloven.

19:39Want de heilige geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijk was.

19:48Velen dan uit de scharen, deze reden horende,

19:53Zeiden deze is waarlijk de profeet?

19:57Anderen zeiden, deze is de Christus.

20:01En anderen zeiden, zal dan de Christus uit Galilea komen?

20:07Zegt de schrift niet dat de Christus komen zal uit den zade Davids?

20:12En van het vlek Bethlehem, waar David was?

20:17Er werd dan tweedracht onder de scharen om zijnend wil.

20:24En sommigen van hen wilden hem grijpen, maar niemand sloeg de handen aan hem.

20:33En vervolgens lezen we de eerste acht versen uit Handelingen 1.

20:44Het eerste boek heb ik gemaakt, O Theophilus, van al hetgeen dat Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren.

20:54Tot op den dag in welke hij opgenomen is.

20:59Nadat hij door de Heilige Geest aan de apostelen die hij uitverkoren had bevelen had gegeven.

21:06Aan welke hij ook nadat hij geleden had zichzelf een levend vertoond heeft met vele gewisse kentekenen.

21:16Veertig dagen lang zijnde van hen gezien en sprekende van de dingen die het Koninkrijk Gods aangaan.

21:27En dan volgen de tekstwoorden de versen 4 tot en met 8.

21:31En als hij met hen vergaderd was, beval hij hun dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden.

21:41Maar verwachten de belofte des vaders die gij, zeide hij, van mij gehoord hebt.

21:48Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden.

21:54Niet lang na deze dagen.

21:59Zij dan, die samengekomen waren, vraagden hem, zeggende, Heren, zult gij in deze tijd aan Israël het koninkrijk wederop richten?

22:09En hij zeide tot hen, Het komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden die de Vader in zijn eigen macht gesteld heeft.

22:18Maar gij zult ontvangen de kracht des heiligen geestes, die over u komen zal, en gij zult mijn getuigen zijn.

22:28Zo te Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria en tot aan het uiterste der aarde.

22:40Tot zover de schriftlezing.

22:46Zoeken wij het aangezicht van de heren in gebed om te bidden om de opening

22:54van zijn woord en de verlichting met de heilige geest.

22:58In de voorbeden willen we de beide rouwdragende families, de familie Luime en de familie Meuleman, aan de heren opdragen.

23:05Ook de beleideniskategorisanten in verband met de aannemingsavond van aanstaande woensdag 13 mei.

23:15Laat ons bidden.

23:17Zo

23:26naderen wij, heren, aan

23:31de morgen van deze uw dag, hier bijeenvergaderd in uw huis,

23:40Voor uw aangezicht.

23:48En heren dan is het alles uwe.

23:55Geef maar dat we dat diep zouden beseffen.

24:02En dan komen wij op onze plaats.

24:07Want dan gaat het niet meer om ons.

24:09Om wie wij zijn.

24:10Om wat wij doen.

24:12Daar kunnen we zo druk mee zijn.

24:14Zo bezet mee zijn.

24:16Daar kunnen we zo groot mee zijn.

24:19Zo hoog mee staan.

24:21Onze inzichten, onze meningen, onze gedachten.

24:27Ja, ook in het godsdienstige.

24:34Zo bezet zijn met onze eigenwillige godsdienst.

24:43Maar als u op de plek gaat brengen, heer.

24:49Dan gaan we er toch zien dat het alles uwe is.

24:55Dat het gaat om u.

24:58Omdat u ons geopenbaard hebt in uw woord.

25:05Ja dan wordt het ook

25:11het verlangen.

25:12Het uitzien.

25:15Om u te mogen leren kennen.

25:19Zoals u uzelf in uw woord openbaart.

25:24En dat heel persoonlijk.

25:26Voor eigen hart en leven.

25:30En heren dan weet u hoe dat ligt.

25:32Deze morgen voor een ieder van ons.

25:35Dan weet u hoe wij opgekomen zijn.

25:38Dan weet u hoe wij hier onze plaats ingenomen hebben.

25:41Of met deze plaats verbonden zijn.

25:45Meeluisterend door de middelen van de techniek.

25:48Heren, ontfermt u zich over ons allen.

25:54En geef, heren, dat wij u mogen kennen.

26:03Als ons allerhoogst en eeuwengoed.

26:08In uw Zoon, de Heere Jezus Christus.

26:11Dat we mogen leven.

26:14Bij en uit die enige troost.

26:18Beide in leven en sterven.

26:21Dat we met lichaam en ziel.

26:24Voor tijd en eeuwigheid.

26:27Het eigendom zijn van de Heere Jezus Christus.

26:31Die getrouwe zaligmaker.

26:35Die met zijn dierbaar bloed.

26:38vooral mijn zonde volkomen betaald heeft...

26:41en uit alle heerschappij des duivels verlost heeft.

26:48En dat is een grote zaak.

26:52Dat is een eeuwig wonder.

26:56Maar heren, we kunnen toch met minder niet toe...

26:59en wil daar ook maar diep van doordringen.

27:03En als we er niet bij kunnen, heren...

27:06ach, geeft dan maar dat het de verwachting...

27:10Uitzien het vurig verlangen.

27:11De smeekbedende zuchting.

27:13Zij mag eren.

27:16Ontferm u mijner.

27:17Heren.

27:19Openbaar u zelf.

27:20Maak u toch bekend.

27:21Geef me toch dat te mogen weten.

27:26En als dat vanmorgen ons verlangen niet is.

27:30Als we hier zitten.

27:32Omdat dat nu eenmaal zo hoort.

27:34Uit gewoonte.

27:35Uit bijgelovigheid.

27:36Of om welke reden ook.

27:38Maar het laat ons verder onberoerd en onbewogen.

27:41O God,

27:45zegt u dan die valse rust op.

27:49Maak toch eens heilig onrustig.

27:58Want als we buiten die troost voortleven.

28:04Buiten die troost sterven.

28:07Dan

28:09zullen we voor eeuwig, voor

28:13eeuwig, voor

28:16eeuwig verloren zijn.

28:19In die buitenste duisternis geworpen worden.

28:23Waar wening is en knersing der tanden.

28:34En heren, dat zal zo vreselijk zijn.

28:41O, open dan blinde ogen.

28:45Opdat we die toekomende toren zouden leren ontvlieten.

28:52En heren, doe dat in het leven van een kind.

28:56Van

28:58een jongere.

28:59Van

29:02een jong volwassen man of vrouw.

29:07Van iemand van middelbare leeftijd tot een oude grijzaard aan toe.

29:13Misschien wel een kerkbank versleten.

29:18En nog dezelfde.

29:20O heren, wilt u werken, krachtig werken, rijk werken in deze morgen.

29:27Het kan niet om iets of

29:31iemand van ons.

29:34Of we nu op de kansel staan of eronder staan of zitten.

29:39Als u met ons moet doen naar onze zon, dan kunt u ons vanmorgen alleen maar voorbij gaan.

29:45Maar heren, neem toch redenen uit uzelf.

29:48En zie ons aan in gunst van boven.

29:51En heren, gaat u dan de rijen door.

29:54Gaat u de harten langs.

29:56Ga niemand van ons voorbij.

29:58Want het is toch noodzakelijk te mogen weten geborgen te zijn.

30:11Het is vanmorgen...

30:13Bekend gemaakt dat

30:17twee leden van de gemeente...

30:20in de achterliggende dagen uit

30:25dit leven zijn weggenomen.

30:31En heren, wat een onderscheid.

30:35Maakt u dan waar

30:39het niet is.

30:40Wat

30:43een ernstige roepstemmen komen daarin tot ons.

30:50Heren, geef oren om die roepstem te horen.

30:55Geef een hart om erop te merken.

30:58Geef toch, heren, dat we bij die vraag gebracht zouden worden.

31:02Zal het goed zijn als

31:06wij voor u moesten verschijnen?

31:10Als u ons zult onderzoeken?

31:18Heren, we dragen die beide rouwdragende families aan u op.

31:22De

31:26beide zoons van mevrouw Luimen.

31:29Met hun gezinnen.

31:31Die

31:34nu ook.

31:36Moeder

31:37moesten verliezen.

31:39U

31:45weet wat het voor ze betekent.

31:48Nu het ouderlijk huis is weggevallen.

31:55U weet wat het voor ze betekent.

31:59Nu ze zonder

32:01moeder.

32:03Nadat ze jaren geleden al zonder vader verder moesten.

32:07Door het leven moeten gaan.

32:10Wezen geworden.

32:13Heren ontfermt u zich over hen.

32:19Heilig de roepstem aan hun harten.

32:23Neem ze voor uw rekening, heren.

32:27Gedenk ze ook in de komende dagen.

32:30In de week die voorligt.

32:33Met alles wat er op hen afkomt.

32:37Naar de dag van de begrafenis toe.

32:40Als die onmogelijke gang gemaakt moet worden.

32:46En heren, dat smeken wij u ook.

32:49Voor de familie.

32:53Meuleman.

32:57Zijn vrouw.

32:59Die weduwe geworden is.

33:04Een woord dat ze in de komende tijd zal moeten leren spellen.

33:09Ze

33:13moet gaan inleven wat dat is.

33:15Maar

33:20ook de kinderen die een vader moesten verliezen.

33:25Klein, achterkleinkinderen.

33:27Die een opa, een overgrootvader verloren.

33:32Een vader, een

33:36man, een opa.

33:38Die een groot deel van zijn leven in...

33:42Uw dienst mocht besteden.

33:47En tegelijk heren.

33:49Kon die niet voor u verschijnen.

33:54Met het enkele feit.

33:56Dat die dominee was.

34:00Want zo wordt het wel eens uitgedrukt.

34:02Als we voor u moeten verschijnen.

34:04Moet ook het zwarte pak uit.

34:09We kunnen alleen voor u bestaan.

34:11Als we gewassen gereinigd zijn.

34:13In het dierbaar bloed.

34:15Van de heren Jezus Christus.

34:20En daar mocht hij toch van weten.

34:24En heren, dat maakt het verlies niet minder groot.

34:30Het gemis niet kleiner.

34:34En het geeft toch een bodem in het verdriet.

34:38Heren, geef dat de familie ook te mogen ondervinden.

34:43Wil ook hen, heren, genadig, goed en nabij zijn.

34:50Ja, heilig de roepstem.

34:52Aan hun, maar ook aan ons allerhard.

34:55Want deze twee mensen...

34:57Zijn ons voorgegaan.

34:59En wij moeten allen.

35:01Eens volgen.

35:06Heere gedenk.

35:07De gemeente.

35:09De zieken.

35:09De ernstig zieken.

35:11Jongeren.

35:14Maar ook ouderen.

35:16Mensen die behandelingen ondergaan.

35:20Of voor wie dat zelfs niet meer mogelijk is.

35:26Ontfermt u zich over een ieder van ons.

35:29In alle zorgen.

35:30Alle moeite.

35:31In huwelijken.

35:33In gezinnen, wat kan er een spanning, een eenzaamheid, een stil verdriet geleden worden?

35:43Wat kunnen ouders zich zorgen maken om kinderen?

35:47Maar ook andersom, wat kunnen kinderen zich zorgen maken om ouders?

35:53Heere, gedenk in al die diepten.

35:56Wilt u nog wonderen werken, uitkomsten geven?

36:02We dragen deze morgen ook zo in het bijzonder de beleidingskategorisanten aan u op.

36:09Die zich hebben voorbereid in de achterliggende tijd.

36:12Op de

36:15aannemingsavond.

36:17Aanstaande woensdag.

36:18En ook op het afleggen van openbare beleidenis des geloofs.

36:24Heren wilt u ze gedenken.

36:27U weet van het opzien.

36:30Misschien ook wel van het uitzien.

36:34En wij bidden van u heren.

36:36Geef toch dat

36:39ze werkelijk en hartelijk beleiden is.

36:45Van een waar zaligmakend geloof af mogen leggen.

36:52En als ze diep van binnen moeten zeggen.

36:55Maar dat ken ik niet.

36:57O geef ze dan geen rust.

37:00Geef dan heren dat ze uw genadentroon aan zouden lopen.

37:05Ja kon het zijn heren dat het nog voor de aannemingsavond.

37:10Voor het doen van beleidenis opgelost mag worden bij u vandaan.

37:15Want u wilt toch op het gebed grote wonderen doen.

37:20Heere, gedenk zo het geheel van de gemeente.

37:24Met alle zorgen, alle moeite die er zijn.

37:27Ook in de vreugde, in de voorspoed.

37:30Heere, ook dat komt ons uit uw hand toe.

37:34Zegen ons in deze uren.

37:36Schenk wat daartoe nodig is.

37:38Bedien vanuit uw hemels heiligdom.

37:41Die krachtige werking van uw heilige geest.

37:44In spreken en

37:47in luisteren.

37:50Neem alles weg wat daaraan in de weg kan staan.

37:53Wat hinderen kan.

37:56En zo ziet het deze morgen alles op u.

37:59En het blijft alles op u wachten.

38:03Heren het kan niet om ons.

38:05Maar doe het dan toch uit vrije genade.

38:09Doe het dan toch om Christus wil alleen.

38:14Amen.

38:17Wij gaan in voorbereiding op de prediking samen zingen.

38:23Uit Psalm 130 en daarvan het eerste en ook het derde vers.

38:28Uit diepten van ellenden roep ik met mond en hart tot u die huil kunt zenden.

38:36O heren, aanschouw mijn smart.

38:39En het derde, ik blijf den heren verwachten.

38:43Mijn ziel wacht ongestoord.

38:45Ik hoop in al mijn klachten op zijn onfeilbaar.

38:51En wat daar verder volgt in de versen 1 en 3 van psalm 130.

38:58Ondertussen wordt er gecollecteerd.

39:00De eerste rondgang is voor het pastoraat.

39:02De tweede voor de kerkvoogdij.

39:05En de derde voor de aflossing van de kerk.

39:08Van harte in uw mildadigheid aanbevolen.

39:12De heren zegenen u en uw gaven.

39:16[GEZANG]

45:55Gemeente, ik

45:58wil u op deze...

46:00Laatste zondag voor de hemelvaart.

46:03Het woord gods verkondigen.

46:05Vanuit het u voorgelezen gedeelte.

46:08Bijzonder handelingen 1 vers 4 tot en met 8.

46:13Die versen heb ik u zojuist voorgelezen.

46:17We zouden kunnen spreken in die versen van...

46:21de laatste verschijning van de Heer Jezus aan zijn discipelen...

46:26voordat hij ten hemel vaart.

46:30Het onderwijs dat hij hen geeft.

46:32Ik wil bij die versen stilstaan aan de hand van vier gedachten.

46:37In de eerste plaats letten we op het bevel.

46:40Dat vinden we in vers 4 van handelingen 1.

46:44In

46:46de tweede plaats op de toezegging.

46:49Vers 5.

46:52In de derde plaats op het onderwijs.

46:56Vers 6 en 7.

46:59En tenslotte de belofte.

47:03Vers 8.

47:05Het bevel, de

47:08toezegging, het

47:11onderwijs en

47:13de belofte.

47:18Gemeente, kinderen,

47:20ik

47:22denk, ik hoop dat jullie dat ook wel weten...

47:24dat de Heer Jezus, nadat hij was opgestaan uit de dood...

47:30nog veertig dagen op aarde is gebleven...

47:35voordat hij

47:37terugging naar de hemel.

47:41En in die veertig dagen...

47:45Verscheen die aan

47:48zijn kinderen, aan zijn lievelingen.

47:52Niet meer aan alle mensen,

47:55alleen nog aan de zijn.

47:58In

48:00Jeruzalem,

48:01buiten Jeruzalem.

48:04Soms aan een enkeling, Petrus, Maria Magdalena.

48:08Soms aan een groep mensen, op eenmaal zelfs aan vijfhonderd broeders.

48:15En

48:17wat zijn dat bijzondere ontmoetingen geweest.

48:21Denkt u, denk jij ook niet, waar

48:25de Heer Jezus zo tot zijn kinderen sprak.

48:30Ze bemoedigde, ze vertroostte, ze

48:35onderwees, ze voorbereidde.

48:41En dat gold wel heel bijzonder voor de discipelen.

48:45Op de taak, de roeping die hen straks te wachten stond.

48:50Om uit te gaan, om het woord...

48:53Te gaan prediken.

48:54De heer Jezus onderwees zijn discipelen in de dingen die het koninkrijk gods aangaan.

49:01Alle aspecten van het woord van God.

49:04Van het evangelie zou je kunnen zeggen.

49:08Hij onderwees ze daarin dat dat een leer is die niet door mensen uitgedacht is.

49:12Die niet van beneden opkomt.

49:14Maar dat dat een leer is die van boven komt.

49:17Die uit de hemel komt.

49:18Die van God gegeven is.

49:22En hij bereidde ze erop voor dat ze.

49:25Straks met die van God gegeven leer de wereld in mochten.

49:31Niet wat zij dachten, meenden, vonden, voelden.

49:36Maar met het werk Gods.

49:41Om te gaan spreken van die grote werken Gods.

49:48En dan komt de tijd dat de Heer Jezus weg zal gaan.

49:54Dat hij hen zal gaan verlaten.

49:58Veertig dagen en wat zijn het goede dagen geweest.

50:01Maar er komt een eind aan.

50:03Zo is het toch, volk van de heren.

50:09Als je zo wel eens iets ondervinden mocht.

50:15Maar er komt een eind aan.

50:18Vroeger zeiden ze wel eens zo genoten.

50:21Zo weer toegesloten.

50:25Ja, komt er een eind aan?

50:30Blijven ze dan echt alleen achter?

50:33Kijk, dat was wel hun angst, hun zorg, hun vrees.

50:36Hoe moet het dan met ons?

50:38Wat zal er dan van ons worden als u er niet meer bent.

50:44Maar toen had de Heer Jezus toch gezegd.

50:46Het is uw nut dat ik heen ga.

50:50Want als ik niet heen ga kan de troosten tot u niet komen.

50:53Als ik heen gegaan ben zal ik hem tot u zenden.

50:56En die zal bij u blijven.

51:00In u wonen.

51:03Dan hebben ze de Heer Jezus niet meer lichamelijk bij zich.

51:07Want dan is die in de hemel.

51:09Maar dan mogen ze door zijn geest in hun hart gaan ondervinden.

51:13Dat hij naar zijn godheid, genade, majesteit en geest nooit meer van hen wijkt.

51:19Ach, dan is hij nog veel inniger.

51:22Nog veel onlosmakelijker bij hen dan dat hij voor die tijd was.

51:27En de Heer Jezus kon ook niet op de aarde blijven.

51:30Want zijn werk was volleindigd.

51:33Hij kon hier niet blijven.

51:35Hij mocht hier niet blijven.

51:36Hij zou teruggaan naar de hemel waar hij vandaan gekomen is.

51:41Om zijn werk voor de Vader neer te leggen.

51:46Vader, ik heb volleindigd.

51:48Al het werk dat gij mij gegeven hebt om te doen.

51:51En nu Vader,

51:53verheerlijk ook gij mij.

51:56Dus het is tot eer en verheerlijking van de Vader.

51:58Maar het is ook tot zijn verheerlijking.

52:03De Heer Jezus zal weggaan.

52:05En voordat hij dan weggaat.

52:08Heeft hij zijn discipelen het bevel gegeven.

52:13Om in Jeruzalem te blijven.

52:16Om die stad niet te verlaten.

52:20En dan komt hij bij hen.

52:24Dan is hij nog één keer zo in hun midden.

52:29Dan mogen ze nog één keer in die lichamelijke zin één met hem zijn.

52:37Gemeente, wat is dat geweest?

52:39Mag ik het zo vanmorgen eens aan u vragen?

52:42Aan u allemaal, jong, oud.

52:46Verlang je daar ook wel eens naar?

52:48Ben je zo opgekomen naar de kerk.

52:51Om één te zijn met hem.

52:54Is het je gebed vanmorgen geweest.

52:57Heren wilt u nou zelf in ons midden zijn.

53:00Wilt u zelf bij ons zijn.

53:04Ons onderwijzen.

53:05Ons leren.

53:06Ons vertroosten.

53:07Daar gaat het toch om.

53:09Dat is toch het allerbelangrijk.

53:10Jonge vrienden.

53:12Jonge vriendinnen.

53:13Je bent misschien naar de kerk gekomen.

53:15En je zit hier.

53:17Ja, omdat dat zo hoort, omdat dat zo moed maakt.

53:20Maar wees nou eens heel eerlijk, dan voel je toch vanmorgen ook wel aan dat dat tekort is.

53:25Vraag er dan om of de Heer dat verlangen in je hart wil werken.

53:29Dat uitzien om Hem te leren kennen.

53:33Om Hem te mogen ontmoeten.

53:38De Heer Jezus had ze het bevel gegeven, jullie moeten in Jeruzalem blijven.

53:46En daar moeten jullie wachten.

53:48Op de vervulling van de belofte van mijn vader.

53:53Ja.

53:55Denk eens mee kinderen, jongeren.

54:00Zouden die discipelen niet het allerliefst Jeruzalem verlaten hebben?

54:05Wat denk je?

54:06Om terug te gaan naar Galilea waar ze vandaan gekomen zijn.

54:11Zouden ze niet het allerliefst die bloedstad achter zich gelaten hebben?

54:16Die stad die de profeten heeft gedood.

54:20Die stad die de profeet heeft gedood.

54:26En zij waren ook bezet met vrees.

54:29Dat lezen we toch in de Bijbel, dat ze achter gesloten deuren zaten om de vrezen der Joden.

54:38Zouden ze die stad niet het liefst zo ver mogelijk achter zich gelaten hebben?

54:42Om dan maar weer terug te keren naar die vertrouwde omgeving.

54:49Hoe zou u dat doen?

54:54Misschien zou de gedachte wel in u opkomen.

54:58Zo'n stad?

55:00Ach, dan moet de Heer het toch wel met zijn schrikkelijke toren overtoornen.

55:05Daar moet hij toch wel het vuur op laten vallen.

55:08Misschien heb je het ook wel eens gedacht.

55:10En dan trek ik de lijn maar door naar hier en nu en vandaag.

55:13Ons land, ons wegzinkend vaderland dat zich uitleeft in de zonde.

55:19Hoe is het toch mogelijk dat de Heer het nog verdragen kan?

55:24Zou er geen vuur van de hemel moeten komen?

55:29Dat zijn onze gedachten vaak.

55:32Hadden die discipelen ook last van hoe ze daar in Samaria waren eerder.

55:36En daar geen onderdak kregen van de Samaritanen.

55:39Toen zeiden ze tegen de heer Jezus zullen we bidden heren.

55:42Dat de vuur van de hemel komt om dat allemaal daar weg te branden.

55:49Moest het zo ook niet gaan met die steden waar alleen maar goddeloosheid tiert.

55:57Ach zegt de heer Jezus dan.

56:00Ik ben niet gekomen om te verderven, om te verwoesten.

56:04Maar om te behouden.

56:06Hij is zo goede tieren, zo barmhartig, zo mild, zo langmoedig.

56:13En hij verlengt de genadentijd nog, tot op deze dag.

56:18En dat heeft maar één doel, gemeente, één doel.

56:23Opdat u, opdat jij zich zou bekeren en leven.

56:29En dat ligt nou ook opgesloten in dat bevel om in Jeruzalem te blijven.

56:35Want juist in Jeruzalem wil God zijn genade gaan verheerlijken.

56:40Daar zal hij de heilige geest gaan uitstorten.

56:43Daar begint straks de prediking van de discipelen.

56:47Beginnende te Jeruzalem.

56:49In Jeruzalem.

56:54Geliefde is niet tot rijke troost.

56:58Juist voor een ziel die zucht onder zijn hardheid.

57:04Onder zijn onbekeerlijkheid.

57:07Onder zijn...

57:09Grote schuld bij God.

57:11En het rechtvaardig oordeel van God vanwege die zonde.

57:16Zijn ze er vanmorgen?

57:18Zijn ze er?

57:22Mensen die wel willen vluchten, maar nergens heen kunnen.

57:25Geen uitkomst meer zien.

57:27Mijn schuld, mijn schuld, mijn schuld.

57:32Kijk, we hebben de mond wel vol van schuld.

57:35En dat moet ons goed aangezegd worden.

57:40Maar ik geloof als het waarheid in het binnenste wordt.

57:43Dat je er niet meer zo de mond vol van hebt.

57:45Dat de hand op de mond gaat.

57:48Dat je alleen nog maar kermen kunt.

57:50O God, wees mij de zon daar genadig.

57:56Wat is het dan een troost.

57:58Dat de discipelen nou juist mogen beginnen in Jeruzalem.

58:03In die stad die de profeten gedood heeft.

58:06In die bloedstad.

58:07Dat de Heer daar zijn genade wil verheerlijken.

58:11Zou het dan voor u niet kunnen?

58:13Zou het dan voor jou niet kunnen?

58:16En wat heeft de Heer Rijk gewerkt in Jeruzalem?

58:19Er zijn er velen tot geloof en tot bekering gekomen.

58:22Velen van hen die nog niet zo lang geleden daar meegeroepen hebben.

58:26Kruis hem, kruis hem, weg met deze.

58:32Dat leert toch wel dat er geen zondaar te groot is gemeend.

58:36Ook vandaag niet, ook in Oudorp niet.

58:39Al bent u een groot zondaar.

58:41En ik moet u zeggen vanmorgen, het is nog veel erger dan u weet.

58:46Maar bij de Heer is niets.

58:50De discipelen moeten beginnen in Jeruzalem.

58:55En daar moeten ze nu blijven.

58:57Dat is het bevel.

59:00Verwachtend de belofte des vaders.

59:03Die gij zeide hij van mij ontvangen hebt.

59:07Ja.

59:10Verwachten.

59:12Wachten.

59:13Uitzien.

59:15Nou de kleinste kinderen van morgen in de kerk weten dat wachten niet zo makkelijk is.

59:21Misschien ben je nog maar heel jong, drie of vier jaar...

59:24en er staat al snel iets heel belangrijks te gebeuren.

59:28En hoeveel keer heb je al aan papa of mama gevraagd?

59:30Hoeveel nachtjes nog?

59:32Hoeveel nachtjes nog?

59:34Valt niet mee, hè, wachten?

59:38Nou, zo is het ook met dat wachten op de vervulling van de belofte des vaders.

59:44Ja, dat

59:47is een verwachten niet naar eigen inzicht...

59:50niet naar eigen gedachte, naar eigen mening.

59:53Kijk...

59:54Dan weten wij wel hoe het gaan moet toch?

59:58Ja.

1:00:01Nou het woord zegt dat de heren alle eigenwillige godsdienst haat.

1:00:07Weet u waar het ware verwachten op steunt, opleunt?

1:00:11Op het woord gods.

1:00:13Op het spreken gods.

1:00:16Gedenk aan het woord.

1:00:19Gesproken tot uw knecht waarop gij mij verwachting hebt gegeven.

1:00:25Dat is een uitziend wachten.

1:00:29Dat is een verwachtend uitzien.

1:00:31Dat is een biddend wachten.

1:00:34En een verwachtend bidden.

1:00:37En dat vindt zijn grond in het woord.

1:00:41En dan moeten al mijn gedachten, mijn opvattingen, mijn ideeën, mijn weten, mijn kunnen.

1:00:48Het moet allemaal aan de kant.

1:00:50Er moet allemaal een streep door.

1:00:53U moet het gaan leren.

1:00:54Wij zijn van gisteren en wij weten niets.

1:00:58Om nou op dat woord neer te zinken.

1:01:02Om daarop te leunen.

1:01:04Om daarop te steunen.

1:01:05Dat ze het verwachten van David.

1:01:09In psalm 27.

1:01:11We hopen die psalm straks te zingen.

1:01:14In psalm 130.

1:01:16Ja, zijn naam wordt daar niet genoemd.

1:01:18Maar de meeste verklaarders gaan ervan uit dat hij van Davids hand is.

1:01:24Ik blijf den Heren verwachten.

1:01:29Mijn ziel wacht.

1:01:33Ik steun in al mijn klachten.

1:01:37Hoort u het?

1:01:39Op zijn onfeilbaar woord.

1:01:45En als het verwachten daarop gegrond mag zijn.

1:01:50Dan kun je heen en weer geslingerd worden.

1:01:53Dan kun je geschud worden.

1:01:54Dan kan het benauwd zijn.

1:01:56Dan kan het donker zijn.

1:01:57En toch staat

1:02:00het vast.

1:02:01Want hij heeft het gezegd.

1:02:03Hij heeft het gesproken.

1:02:04En hetgeen uit zijn lippen ging.

1:02:06Blijft vast en onverbroken.

1:02:09En als de heren nou gemeente een belofte gegeven heeft.

1:02:17Dan is er ook wel eens dat wachten.

1:02:20Dat vertrouwend wachten.

1:02:23Daarvoor geeft de heer ook de belofte.

1:02:25Niet als een kussentje om je hoofd op neer te leggen.

1:02:28Om op je slaap te vallen.

1:02:30Maar om daarop te pleiten.

1:02:32Ik blijf den heren verwachten.

1:02:35Gedenk aan het woord.

1:02:37Daarvan zegt de dichter.

1:02:39Dit is mijn troost.

1:02:41In druk mij toegelegd.

1:02:43Dit leert mijn ziel u achteraan te kleven.

1:02:47Al hetgeen uw mond aan mij had toegezegd.

1:02:50Gaf aan mijn hart vertroosting, geest en leven.

1:02:58Leeft u zo toe naar de hemel waard.

1:03:02Leeft u zo toe naar Pinksteren.

1:03:07Eendrachtig.

1:03:08Volhartend.

1:03:09In het bidden.

1:03:10In het smeken.

1:03:12Verwachtend.

1:03:13Uitziend.

1:03:17Dat is naar het bevel gods.

1:03:23We zien in de tweede plaats de toezegging.

1:03:25Want dan lezen we verder in het vijfde vers.

1:03:27Als de heer Jezus spreekt over de vervulling van de belofte.

1:03:33Dan verwijst hij naar Johannes de doper.

1:03:37En dan zegt hij.

1:03:38De vervulling van de belofte houdt in.

1:03:41Dat jullie met de heilige geest gedoopt zullen worden.

1:03:48Johannes de doper doopte met water.

1:03:52Daar wijft de heer Jezus op.

1:03:54Zegt Johannes de doper zelf ook.

1:03:56Ik doop u wel met water.

1:03:58Maar die na mij komt.

1:03:59Die zal u met de heilige geest en met vuur dopen.

1:04:05De heer Jezus zegt het hier ook.

1:04:06Johannes doopte met water.

1:04:08Het is alsof het er staat.

1:04:10Alsof de heer Jezus zeggen wil.

1:04:11En dat wist Johannes de doper zelf ook.

1:04:13Ik doop wel met water.

1:04:16Met dat teken.

1:04:17En dat wijst heen naar de betekenende zaak.

1:04:21Maar die staat bij mij niet te geven.

1:04:23De afwassing van de zonde door het bloed van Jezus Christus.

1:04:27Dat is niet mijn werk, zegt Johannes.

1:04:30Dat is het werk van hem die na mij komt.

1:04:33Dat heeft hij verworven door zijn lijden, door zijn sterven.

1:04:36Dat staat bij hem alleen te geven.

1:04:41Hij zal u met de heilige geest en met vuur dopen.

1:04:47Met die heilige geest.

1:04:49Die het uit Christus neemt.

1:04:51Die het ons verkondigt.

1:04:53Die dat wat de Heer Jezus gedaan heeft.

1:04:56Gaat toepassen in en aan het hart van verloren mensen in zichzelf.

1:05:01En

1:05:04dat hebben we nodig.

1:05:07Dat hebben we nodig.

1:05:11Is het geen wonder gemeente.

1:05:14Dat dat er zo staat.

1:05:18U zult met de heilige geest gedoopt worden.

1:05:20Wie waren die u ook alweer?

1:05:22Die discipelen.

1:05:23Die discipelen.

1:05:25Die twijfelmoedige mensen.

1:05:29Onverstandig en traag van hart om te geloven.

1:05:35Met zulke wil de Heer Jezus vergaderd zijn.

1:05:39Zulke mensen wil hij onderwijs geven.

1:05:41Tegen zulke mensen zegt hij.

1:05:43En jullie zullen met de Heilige Geest gedoopt.

1:05:45Is het geen wonder?

1:05:46Van God afgevallen mensen.

1:05:48In Adam verloren mensen.

1:05:50Dat de Heer daar nou zijn genade aan wil verheerlijken.

1:05:53Dat is het werk van een drie-ene God.

1:05:56De Vader die ze van eeuwigheid verkoren heeft.

1:05:58Die ze lief gehad heeft met een eeuwige liefde.

1:06:01De Zoon die in de volheid van de tijd zichzelf gegeven heeft.

1:06:05Om ze vrij te kopen.

1:06:07Maar nu ook gedoopt te worden met de Heilige Geest.

1:06:15Is dat al gebeurd gemeente?

1:06:17Jong en oud.

1:06:18Dat je gedoopt bent met de Heilige Geest.

1:06:23Dat je door die Geest onderwezen bent.

1:06:26Geleid en geleerd bent.

1:06:28Dat is echt noodzakelijk hoor.

1:06:31Dat die geest je

1:06:34ging ontdekken.

1:06:37Je ging brengen bij wie je bent.

1:06:41Bij je verlorenheid.

1:06:44Bij je doemschuld.

1:06:45Ik zei net al.

1:06:47Dan praat je er niet meer wat over.

1:06:49Maar dan wordt het de beleving van het hart.

1:06:52En ik wil daar toch nog eens een streep onder zetten.

1:06:55Dat is zo onmisbaar nodig.

1:06:57En zeg dan vanmorgen niet te snel dat je ontdekt bent.

1:07:00Want het is zo'n diepte.

1:07:02Zo'n pijloze diepte.

1:07:04Als de Heer alle grond onder je leven gaat weghalen.

1:07:09Alles waar je nog op leunde, op steunde.

1:07:11Je godsdienstigheid, je nette leven.

1:07:14En er was toch wel eens een ernstig gebed en wel eens een uitgang.

1:07:18En er zijn toch wel eens wat tranen geweest.

1:07:20Als de Heer je gaat leren dat je er allemaal de dood op moet gaan schrijven.

1:07:25De dood, de dood, de dood.

1:07:28Als je je bekering moet gaan verliezen.

1:07:31Als je sterven moet aan je geloof.

1:07:33Dan hou je niks meer over.

1:07:35Dan hou je niks meer over.

1:07:39En dan gaat die heilige geest in lijden.

1:07:43In onderwijzen.

1:07:44Die zal u in al de waarheid leiden.

1:07:48De waarheid.

1:07:49De waarheid.

1:07:51De waarheid.

1:07:52Van mijn ellende.

1:07:54Van mijn verlorenheid.

1:07:55Voor God.

1:07:58En dan wordt het benauwd.

1:07:59Dan wordt het benauwd.

1:08:02Dan kan ik alleen nog maar kermen.

1:08:05Roepen.

1:08:06Schreeuwen.

1:08:07Uiten.

1:08:07Diepten van ellende.

1:08:09Ja, u zegt er zijn wat ellenden.

1:08:13Moest eens weten.

1:08:14Vanwege mijn ziek zijn.

1:08:18Nee, daar doe ik niks van af.

1:08:20Dat is aangrijpend.

1:08:22Maar weet u wat ik dan hoop?

1:08:23Dat dat mij de diepste ellende brengt.

1:08:26Je schuld voor God.

1:08:28En dat je vanuit die diepte nou eens mag leren roepen naar omhoog.

1:08:34Roep ik met mond en hart tot u die heil kunt zetten.

1:08:37Het is zo'n mooi beeld.

1:08:38Zo'n teerbeeld.

1:08:39Zo'n diepbeeld.

1:08:40Uit de diepte.

1:08:41Weet je wat dat betekent?

1:08:42Vanaf de bodem van die put.

1:08:44Want ik kan me er geen millimeter uit opheffen.

1:08:47En het hoeft ook niet.

1:08:49Maar om nou vanaf die bodem te roepen.

1:08:51Want als je het dan omhoog ziet.

1:08:52Dan is daar toch dat kleine beetje blauwe lucht.

1:08:55Boven de diepste diepte.

1:08:57Is nou die God die hoort.

1:08:59Te roepen tot hem om genade.

1:09:03Want dat hoort er toch bij.

1:09:05Als de Heer het door zijn geest gaat ontdekken.

1:09:08Dan is dat een pijloze diepte.

1:09:11Maar dan laat hij niet in de wanhoop wegzinken.

1:09:14Dan is er op de bodem van die verlorenheid toch die hoop op God.

1:09:20Nee, niet om iets in mij.

1:09:21Maar om wie God is.

1:09:23Om hoe hij zich in zijn woord bekend maakt.

1:09:26Bij de Heer is...

1:09:28Goede tierenheid.

1:09:29Bij hem is veel verlossing.

1:09:31O, dan kan ik het voor mezelf niet bekijken.

1:09:34Al kan de hele wereld zalig worden.

1:09:36Ik niet meer.

1:09:37En toch, heren, zo staat het er toch in uw woord.

1:09:39En als u dan toch zo bent.

1:09:41O, dan klamp ik me daaraan vast.

1:09:44Heren, doe dan zo ook aan mij.

1:09:48Dan gaat die heilige geest ook leiden in die waarheid.

1:09:53Van het verzoenend lijden en sterven van de Heer Jezus Christus.

1:09:57Dan gaat hij daar je ogen voor openen.

1:10:00Dan gaat hij het je laten zien.

1:10:02O, dat hij die weg moet gaan.

1:10:04Die smartelijke, die smadelijke, die diepe weg.

1:10:08Maar dat hij dat nou deed uit liefde tot zijn vader.

1:10:12Maar ook uit liefde tot zulke verloren mensen.

1:10:16Vijanden, goddelozen.

1:10:18Ja, dan gaat hij je ogen openen.

1:10:22Voor dat volbrachte werk van de Heer Jezus Christus.

1:10:26En dan gaat hij je dat te zien geven, te horen geven.

1:10:31Zodat je het ook geloven mag.

1:10:33Dat je mag gaan stamelen.

1:10:35Dat deed hij nou ook voor mij.

1:10:40Ben je zo gedoopt met de Heilige Geest.

1:10:43Zo in die waarheden ingeleid.

1:10:47En de Heer is te vrijen, begrijp me vanmorgen goed.

1:10:50Hoe lang en hoe diep hij dat doet en in welke weg hij dat doet.

1:10:53Dat ligt te onderscheiden, dat is waar.

1:10:56Maar het zijn wel noodzakelijke dingen om te mogen leren.

1:11:01Om zo door een waar geloof aan de Heer Jezus Christus verbonden te mogen worden.

1:11:07Hem ingelijfd te mogen worden.

1:11:13Heb je het dan meteen allemaal op een rijtje?

1:11:17Heb je het dan allemaal helder?

1:11:20Weet je dan precies hoe het allemaal zit?

1:11:23Is dan ook alle duisternis meteen opgeklaard?

1:11:26Wel nee.

1:11:28Ik geloof dat we daar hier ook iets van zien.

1:11:30Die discipelen zijn drie jaren door de Heer Jezus onderwezen.

1:11:34En ze hebben veel van hem geleerd.

1:11:38En nu staat hij op het punt om straks van hen weg te gaan.

1:11:44En dan wijst hij ze nog eens op die belofte die ze biddend moeten verwachten.

1:11:48Waar ze verwachtend om moeten bidden.

1:11:52Want ze zullen met de Heilige Geest gedoopt worden.

1:11:57En dan zeggen die discipelen.

1:11:59Heren.

1:12:00En dat brengt ons bij de derde gedachte.

1:12:03Het onderwijs wat de Heer Jezus gaat geven.

1:12:04Heren gaat u in deze tijd het Koninkrijk weer oprichten.

1:12:12Ik zeg het met eerbied hoor.

1:12:16Maar dan begrijpt u denk ik wel wat ik bedoel.

1:12:18Zou de Heer Jezus de moed niet in de schoenen gezonken zijn.

1:12:24Wat een dwaze vraag.

1:12:26Wat een ongepaste vraag.

1:12:30Wat een vraag die opkomt uit overbodige nieuwsgierigheid.

1:12:34Heren, gaat u in deze tijd aan Israël het koninkrijk wederop richten?

1:12:40De discipelen hadden zo'n platte, zo'n aardse messiasverwachting.

1:12:44En hier speelt het weer op.

1:12:46Gaat het nu gebeuren, heren?

1:12:48Gaat u nu naar Jeruzalem, die troon van David beklimmen, die Romeinen eruit jagen?

1:12:54En weet je wat er ook nog in meespeelt?

1:12:57Heren, gaat het dan nu gebeuren dat wij ook zo naast u mogen zitten, erebaantjes ontvangen?

1:13:03Speelt ook mee.

1:13:06Gaat het nu gebeuren, heren?

1:13:12Dat is dat menselijke.

1:13:16Dat beredenerende.

1:13:18Dat berekenende.

1:13:20Wat ons in alles zo aanklijft.

1:13:24En waar we zo druk mee kunnen zijn.

1:13:28Allerlei vragen.

1:13:30Die die ene vraag in de weg kunnen staan.

1:13:33En uiteindelijk is maar één vraag van belang, gemeente.

1:13:37Één vraag.

1:13:40Kinderen, al zou je alleen die ene vraag maar meenemen vanmorgen.

1:13:44Wat dunkt je nou van de Christus?

1:13:47Wie is de Heer Jezus nou voor je geworden?

1:13:50Ken je Hem?

1:13:54Behoor je Hem toe of

1:13:57niet?

1:13:59En weet je, dan kunnen al die vragen daaromheen...

1:14:03uit

1:14:05nieuwsgierigheid daar zo aan in de weg staan.

1:14:10We willen zo graag weten hoe het allemaal zit, nietwaar?

1:14:13Het zo is wat uitpluizen, indringen in die verborgenheden.

1:14:19Maar de Heer zegt in zijn woord, die verborgen dingen, die zijn voor de Heren.

1:14:25Daar hebt u niets mee te maken, daar moet u ook niet in willen dringen.

1:14:29De geopenbaarde dingen, die zijn voor ons en onze kinderen.

1:14:34Nou, geopenbaarde dingen, die lezen we in het woord.

1:14:37Daar hebben we genoeg aan, daar heb je het weer.

1:14:41Om nou bij dat woord gebracht te worden.

1:14:44Om op dat woord te hopen, om met dat woord bezig te zijn.

1:14:48En niet in te willen dringen in die zaken die de Heer in zijn wijsheid voor ons verborgen heeft.

1:14:58Heren, gaat het nu gebeuren?

1:15:00Gaat u in deze tijd dat koninkrijk oprichten?

1:15:03Ach, ze kennen de Heer Jezus nog steeds dat aardse koninkrijk toe.

1:15:09En ze verwachten nog steeds dat zij daar ook een aandeel in zullen hebben.

1:15:13En ze verstaan nog steeds ten diepste niet dat de Heer Jezus wel een koninkrijk gaat oprichten, maar niet op deze aarde.

1:15:22Dat hij zijn heerlijkheid wel gaat openbaren, maar nu nog niet.

1:15:26En dat hij dat doet door die weg van lijden en sterven, door de diepte naar de hoogte, door lijden tot heerlijkheid.

1:15:35En dat zij daarin zullen delen, jawel, maar alleen in die weg van zijn voetstappen drukken.

1:15:43De weg van lijden en strijden.

1:15:47De weg van met hem gekruisigd worden.

1:15:50Met hem sterven.

1:15:52Met hem begraven worden.

1:15:54Eén plant in de gelijkmaking van zijn dood.

1:15:58Opdat ze het ook zouden zijn in de gelijkmaking van zijn opstanding.

1:16:02Weet u wat het geheim is van het leven van de kerk?

1:16:09Dat is het leven van Christus.

1:16:13Dat is de weg die hij ging.

1:16:17En dat is het...

1:16:20Achter hem aankomen.

1:16:22Zijn voetstappen drukken.

1:16:26Eén worden met hem.

1:16:29Dus dat betekent niet.

1:16:32Buiten het lijden en het strijden.

1:16:34Om op een troontje gezet te worden.

1:16:35En een ereplaatsje krijgen.

1:16:37Om daar wat mee te worden.

1:16:38En wat mee te zijn.

1:16:41Dat is wat die discipelen wel voor zich zagen.

1:16:45Maar nee zegt de Heer Jezus.

1:16:47Zo niet.

1:16:49Zo niet.

1:16:51Jullie zullen wel op tronen zitten, dat had de Heer Jezus gezegd.

1:16:55Maar daar bedoelt hij iets heel anders mee dan die discipelen dachten.

1:16:59Ze willen indringen in die verborgen zaken, maar die komt er niet toe te weten.

1:17:04Er hangt voor de toekomst een voorhangsel, een gordijn.

1:17:08En daar kunnen wij en daar hoeven we ook niet achter te zien.

1:17:11Weet u wat waar is?

1:17:13God regeert.

1:17:14En het loopt hem niet uit de hand.

1:17:18En daarom nog eens, als je nou weet, er mag hem toe te behoren.

1:17:23Dan is het goed.

1:17:24Dan heb je alles wat je nodig hebt.

1:17:28In de grootste smarten

1:17:31blijven onze harten in de Heere gerust.

1:17:36Als je mag weten dat Hij je helper is.

1:17:42De Heer Jezus onderwijst zijn discipline.

1:17:47Door op die vraag te zeggen maar.

1:17:50Maar het komt jullie niet toe.

1:17:53Te weten de tijden of de gelegenheden die de Vader in zijn eigen macht gesteld heeft.

1:18:01Komt jullie niet toe?

1:18:04Daar hebben jullie niets mee te maken.

1:18:07Dat is voor jullie verborgen.

1:18:10Houden jullie je maar aan het gesproken woord.

1:18:14Aan dat wat jullie geopenbaard is.

1:18:18En ga niet af op je vleeslijke overwegingen.

1:18:22Op die overleggingen van je hart.

1:18:24Wat een onderwijs ligt erin, ook vandaag.

1:18:27Gemeente, ga nou niet af op uw vleeslijke redeneren.

1:18:32Op wat u meent, op wat u denkt, op wat u vindt.

1:18:36De Puritijnen konden het zo heel eenvoudig zeggen.

1:18:38Als het gaat zoals u denkt dat het gaat, is het niet van de heren.

1:18:42Nou, neem dat mee.

1:18:44Heb je een toets, denk.

1:18:45Als

1:18:46het gaat zoals u denkt dat het gaan moet, is het niet van de heren.

1:18:52Zijn wegen zijn altijd hoger dan onze wegen.

1:18:55Zijn gedachten zijn altijd hoger dan onze gedachten.

1:19:00En dring daar nou niet in.

1:19:03Dring daar nou niet in, maar druk mijn voetstappen.

1:19:08Volg jij mij.

1:19:11Verlogen jezelf.

1:19:12Neem je kruis maar op.

1:19:14En kom zomaar achter mij aan.

1:19:18En weet je wat je daarvoor nodig hebt?

1:19:21Het verlichtende werk van de Heilige Geest.

1:19:25Hadden die discipelen ook, want anders versta je het niet.

1:19:28Heb je zoveel gehoord.

1:19:30Uit de mond van de hoogste profeet en leraar.

1:19:33Nou, daar kunnen leraren vandaag de dag nog niet bij in de minste schaduw staan.

1:19:39En dan kun je zeggen, ja, maar die dominee en die dominee.

1:19:43Gemeente, het

1:19:45kan u zo worden uitgelegd.

1:19:47Zo worden verklaard.

1:19:48Zo aan het hart gelegd.

1:19:49Zo verzint u het maar.

1:19:52Maar als God er niet in meekomt.

1:19:54Als de Heer je ogen niet opent.

1:19:56Je verstand niet verlicht.

1:19:57Dan versta je er niets van.

1:20:00Helemaal niets.

1:20:02Dus er is maar...

1:20:03Eén ding nodig.

1:20:05En dat is dat God door zijn geest je ogen gaat openen.

1:20:10Je verstand gaat verlichten.

1:20:13Dat hij je gaat onderwijzen.

1:20:16En dan ontkent de heer Jezus niet dat dat koninkrijk opgericht zal worden.

1:20:21Hij zegt alleen tegen zijn discipelen.

1:20:24Maar jullie hebben er niets mee te maken wanneer dat zal gaan gebeuren.

1:20:28En hoe dat zal gaan gebeuren.

1:20:30Dat is voor jullie verborgen.

1:20:32Daar moet je niet op.

1:20:33Moet je niet indringen.

1:20:35Komt u niet toe te weten de tijden of de gelegenheden.

1:20:40Trek de lijn nog maar even door.

1:20:42Tijden of gelegenheden is in het Nieuwe Testament een uitdrukking.

1:20:45Die altijd in verband staat met de wederkomst van Christus.

1:20:50Zo kom je het verschillende keren tegen.

1:20:52Bijvoorbeeld in 1 Thessalonica 5.

1:20:54Het eerste vers.

1:20:55Daar schrijft Paulus ook over de wederkomst.

1:20:57Dat hij onverwacht komt als een dief in de nacht komt.

1:21:00En daarom zegt Paulus.

1:21:02Van de tijden of de gelegenheden.

1:21:06Hebt u niet nodig dat ik u schrijf.

1:21:10Het komt ons niet toe te weten.

1:21:12Wanneer de heer Jezus wederkomen zal op de wolken.

1:21:15Hij komt.

1:21:16Hij komt.

1:21:17Dat is een ding wat zeker is.

1:21:20En er is maar één ding belangrijk.

1:21:24Als hij komt.

1:21:30Zal hij dan geloof vinden.

1:21:33In oudorp.

1:21:36Zal hij dan geloof vinden.

1:21:39In u.

1:21:41In jouw hart.

1:21:43Dan gaat het hoor.

1:21:47We letten tenslotte nog op de belofte.

1:21:51De heer Jezus zet

1:21:54die vraag naar het hoe en het wanneer.

1:21:58Onvoorwaardelijk aan de kant.

1:22:04Dat komt hem niet toe.

1:22:07Maar dan geeft hij wel een belofte.

1:22:11Maar gij zult ontvangen.

1:22:14Jullie discipelen.

1:22:16Dan komt hij eigenlijk weer terug op wat hij net al zei.

1:22:20Verwacht nou die belofte des vaders.

1:22:22Jullie zullen met de Heilige Geest gedoopt worden.

1:22:25En die discipelen komen daartussendoor met die dwaze vraag.

1:22:28En de Heer Jezus schuift dat aan de kant.

1:22:30Hij zegt, gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes.

1:22:39De, in het Griek staat er de dynamis van de Heilige Geest.

1:22:46Daar hoor je het woord dynamit in.

1:22:48De krachtige werking van de Heilige Geest.

1:22:54Hardste rotsblok.

1:22:55Hebt u zo'n rotsblok van binnen?

1:22:57Hard en koud.

1:22:58Aan stukken weten blazen.

1:23:02Weten verbreizelen.

1:23:05De krachtige werking van de Heilige Geest.

1:23:09En die hebben we nodig.

1:23:13Die hebt u voor uw eigen hart en leven nodig.

1:23:16Dat hoorden we net al.

1:23:18Toen het ging over die vraag.

1:23:20Bent u met de Heilige Geest gedopt?

1:23:22Die is ook nodig in de prediking van het woord.

1:23:25Want de heer Jezus verbindt daaraan.

1:23:27En dan en daarmee zullen jullie getuigen.

1:23:32Ja.

1:23:34Weet u, predikanten kunnen ook helemaal niks uitwerken.

1:23:41Een grote verantwoordelijkheid om je voor te bereiden.

1:23:46Om dat goed en grondig te doen.

1:23:49Om bezig te zijn met een moeilijk woord.

1:23:51Met de exegezen van de tekst.

1:23:53Wat betekenen de woorden die daar staan.

1:23:57Om vergelijkende onderzoeken te doen.

1:23:59Wat betekenen dezelfde woorden op andere plaatsen.

1:24:04Ach, daar ben je zomaar nog niet mee klaar.

1:24:09Een dominee moet zich voorbereiden.

1:24:13Er wordt wel eens gezegd.

1:24:14Moet toch van boven komen.

1:24:15Moet toch van de geest komen.

1:24:19Ik hoorde ooit eens een dominee zeggen.

1:24:21Als ik van de kansel af ga naar de preek.

1:24:24Heb ik mijn volgende preek al klaar.

1:24:25Toen dacht ik arme gemeente.

1:24:28Arme gemeente.

1:24:29Dat kan helemaal niet.

1:24:31Want dan vergeet je te studeren, te graven.

1:24:34Weet u, een prediker wordt geroepen om te prediken naar de zin en de mening van de Heilige Geest.

1:24:41En Luther zegt, hoe kom je er nou achter wat de zin en de mening van de Heilige Geest is?

1:24:48Hij zegt, dan moet je op de tekst kloppen.

1:24:51Met de zilveren hamer van studie en gebed.

1:24:56Dat is nodig, dat moet een predikant doen.

1:25:00En dan heeft hij dat gedaan.

1:25:02Als het goed is heeft hij dat gedaan en dan komt hij op de kansel.

1:25:05En dan kijkt hij de gemeente in.

1:25:10Onmogelijk werk.

1:25:12Onmogelijk werk.

1:25:14Als het niet waar was wat hier staat.

1:25:16En gij zult ontvangen de kracht des heilige geest.

1:25:20En gij zult mijn getuigen zijn.

1:25:22Hoort u wat er dan staat?

1:25:23Mijn getuigen zijn.

1:25:25Meer hoeven ze niet te doen.

1:25:27Ze hoeven niet te overtuigen.

1:25:28Dat kunnen ze ook niet.

1:25:30Maar daar gaat de Heer er zelf voor zorgen.

1:25:32Getuigen zijn.

1:25:34Een getuige kinderen, dat is iemand die heeft iets gezien.

1:25:37Die is ergens getuige van.

1:25:39Nou zo mogen de discipelen als oor en oog getuigen van die grote werken gods.

1:25:45De gangen die de heer Jezus gegaan is.

1:25:47Ga spreken.

1:25:49En zo mogen ze dienaren tot op de dag van vandaag.

1:25:51Nee niet als oog getuigen.

1:25:53Daarvoor is het allemaal veel te lang geleden.

1:25:56Maar als geloofsgetuigen spreken.

1:26:00Delen in die zaken.

1:26:01Dat gold voor de discipelen.

1:26:03Dat is toch ook voor een prediker van het woord nodig.

1:26:05Want hoe zullen ze spreken?

1:26:08Ja, ook als ze niet gezonden zijn.

1:26:11Maar ook als ze er geen getuigen van zijn.

1:26:15Waar moet je dan van spreken?

1:26:16Moet je dan als een blinde over kleuren gaan staan praten?

1:26:23Weet je wat een getuige ook is?

1:26:25Dat betekent het woord ook vanuit het Grieks.

1:26:27Een martelaar.

1:26:28Een bloedgetuige.

1:26:31Iemand die...

1:26:32Ja, die zijn leven misschien wel laten moet voordat getuigen is.

1:26:38Nou zegt de Heer Jezus, zo moeten jullie gaan getuigen.

1:26:42Dus nog is geen erebaantje.

1:26:46Dominee zijn is geen erebaantje.

1:26:50Het is getuigen zijn.

1:26:52Spreken van de grote werken Gods.

1:26:56Met alles wat in je is.

1:26:58En met alles wat aan je is.

1:27:00Ik vraag het onderaan de kansel.

1:27:02Wilt u de ernst geven, het vuur geven, de liefde, de bewogenheid.

1:27:08En tegelijkertijd, en dat bid ik er dan ook wel eens achter aan, ach heren.

1:27:13Het gaat ook allemaal niet om dat wat van mij is.

1:27:18Verlos me daar ook nog maar van, heren.

1:27:20En werkt u maar.

1:27:21Werkt u maar.

1:27:23En u weet wat goed is en u weet wat nodig is.

1:27:27En zout u dan, heren, als ik mag getuigen, willen overtuigen.

1:27:32Willen overbuigen.

1:27:35Willen verbreken, willen brengen, willen leiden tot de kennis van de Heer Jezus Christus.

1:27:41Mag dat de vrucht van de prediking zijn, heren?

1:27:46En dan moeten ze beginnen in Jeruzalem.

1:27:48En ik ga het niet meer herhalen, dat laat de tijd ook niet toe.

1:27:51Maar dat is wat.

1:27:53Beginnend in Jeruzalem.

1:27:55Ik weet niet of u die verhandeling kent van Bunyan.

1:27:58En anders moet u maar eens opzoeken en eraan zien te komen.

1:28:01Het is meer dan de moeite waard om te lezen.

1:28:03Jeruzalemse zondaren.

1:28:06Dan

1:28:08werkt hij het ook uit.

1:28:10Wat een rijkdom.

1:28:11Juist in Jeruzalem te beginnen.

1:28:14De stad die de profeten gedood heeft.

1:28:19En dan vanuit Jeruzalem in Judea.

1:28:21Die provincie waar Jeruzalem in ligt.

1:28:24En vanuit Judea naar Samaria.

1:28:27Dat is die middelste provincie.

1:28:29Daarboven heb je nog Galilea.

1:28:32Samaria.

1:28:33Daar wonen die half-Joden, half-heidenen.

1:28:37Dat zijn die mensen waar de Joden op spugen.

1:28:42Die ze verachten.

1:28:44Ze gingen zelfs zo ver als ze van Judea naar Galilea moesten.

1:28:48Gingen ze niet door Samaria, maar daar gingen ze eerst de Jordaan over.

1:28:51En dan reisden ze omhoog en dan gingen ze weer terug.

1:28:55Daar moet het woord ook gepredikt worden.

1:28:59En dan tot aan de einden der aarde.

1:29:01Lees nu het boek Handelingen maar verder.

1:29:04In de eerste zeven hoofdstukken, Jeruzalem.

1:29:07Judea.

1:29:08Hoofdstuk 8.

1:29:10Samaria.

1:29:11En vanaf hoofdstuk 9 en verder tot aan het uiterste van de aarde.

1:29:16Tot in Rome.

1:29:17Tot in Nederland.

1:29:19Tot in Oudorp toe.

1:29:24Tot op de dag van vandaag.

1:29:26Is het u al eens een wonder geworden?

1:29:28Is

1:29:29het u al eens een wonder geworden?

1:29:31Dat u dat woord nog laat prediken.

1:29:34Is het uw verzuchting geworden?

1:29:38Bepaart toch de werking van uw geest aan dat woord.

1:29:42Werk zo mede.

1:29:44Staat regelmatig in de handelingen.

1:29:46Steeds terugkerend refrein.

1:29:48En de Heere wrocht mede.

1:29:52Daarom droeg dat woord en de prediking van dat woord vrucht.

1:29:55Dat was niet om wie de discipelen waren.

1:29:57Om wie de apostelen waren.

1:29:58Straks Paulus en Silas en noem ze allemaal maar op.

1:30:01De

1:30:04Heere wrocht mede.

1:30:08En weet je wat zo rijk is gemeente.

1:30:10En ik hoop dat dat vanmorgen ook in het midden van de gemeente gevonden mag worden.

1:30:14Dat werk van de heren.

1:30:16Want dat keert ook weer tot de heren.

1:30:19Daar krijgt Heide de eer van.

1:30:22Daar vallen dominees weg.

1:30:23Daar valt alles en iedereen weg.

1:30:25Want al wat gij wrocht.

1:30:29Dat zal juichen tot uw eer.

1:30:35En dat is de heren zo eeuwig waard.

1:30:38En daar zult u zo goed mee zijn.

1:30:41Amen.

1:30:44Wij gaan dat samen zingen.

1:30:46Uit Psalm 145.

1:30:49Het vierde vers.

1:30:51Al wat gij wrocht.

1:30:54Zal juichen tot uw eer.

1:30:57Uw gunstvolk zal verblijt.

1:31:01Uw zegenen heren.

1:31:03En roemen van uw koninkrijk.

1:31:06Uw macht.

1:31:07Uw heerlijkheid en goddelijke kracht.

1:31:10En dan in de tweede helft van dat vers wordt het bezongen.

1:31:13Ja, dan komt er ook wel eens die leerzucht in het hart.

1:31:17Om de heerlijkheid, de macht van de heren bekend te maken.

1:31:22Om de eer van zijn rijk zo groot, zo hoog vereven.

1:31:27Voor aller oor de hoogste roem te geven.

1:31:32Het vierde van Psalm 145.

1:31:34Laat

1:31:34[GEZANG]

1:34:30ons danken en bidden.

1:34:36Heren, heb dank voor wat u ons deze morgen gaf in

1:34:43uw woord.

1:34:45In de prediking van uw woord.

1:34:47En heren paart toch die krachtige werking van uw heilige geest aan dit woord.

1:34:55Laat het zo heren.

1:34:57Zijn uitwerking mogen hebben.

1:35:01Meegedragen worden.

1:35:02Overdakt overpijnst worden.

1:35:06Met die verzuchting heren doe zo ook aan

1:35:11mij.

1:35:16Neem alles wat daaraan zo in de weg kan staan.

1:35:19Genadig weg.

1:35:21Verzoen.

1:35:23Alle tekort.

1:35:25Alle gebrek.

1:35:27Het kleeft ons in alles aan.

1:35:31Tot in de heiligste verrichtingen toe.

1:35:35Maar heren willen verzoening overdoen.

1:35:39Gedenk ons.

1:35:40Het verdere van deze dag brengt u vanavond opnieuw samen.

1:35:44Rondom uw woord en het onderwijs vanuit de Heidelberger katechismes.

1:35:49En heren maak het ook dan wel met uzelf.

1:35:55We hebben het niet verdiend.

1:35:58Maar we bidden het uit genade.

1:36:00En om Jezus wil.

1:36:05Onze slotsang gemeend is uit Psalm 27, het zevende vers.

1:36:10Waar het ook gaat over dat wachten op den Heren.

1:36:14Zo ik niet had geloofd.

1:36:16Dat in dit leven mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zal.

1:36:20Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven.

1:36:24En wat daar verder volgt in het zevende van Psalm 27.

1:36:27[GEZANG]

1:39:39Gaat heen in vrede en ontvangt de zegen des Heren.

1:39:44De

1:39:46genade van de Heere Jezus Christus.

1:39:49En de liefde Gods.

1:39:51En de gemeenschap des Heiligen Geestes.

1:39:55Zij met u allen.

1:39:59Amen.

1:40:00[GEZANG]