HC Zondag 34; Het eerste gebod

zondag 10 mei 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. A.J. Speksnijder · 109 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:21Vanaf nog een keer de volgende mededelingen namens uw kerkenraad.

9:25In verband met de bediening van het sacrament van de heilige doop.

9:28Volgende week zondag wordt er morgenavond maandag 11 mei doopzitting gehouden in Ebenhaezer.

9:35De aanvang is om half acht.

9:38Op donderdag 14 mei is het hemelvaartsdag.

9:43En de dienst in de morgen vangt aan om half tien.

9:47En daarin hoopt dominee Heemskerk uit Nieuw-Milligen voor te gaan.

9:51En voor deze genoemde data en voornemens geldt zo de herenwil.

9:56En wij leven tot zover deze afkondigingen.

10:01Vangen wij nu deze dienst aan.

10:05Onze hulp is in de naam des heren die hemel en aarde gemaakt heeft.

10:14Die trouwen houdt in der eeuwigheid en niet laat varen.

10:22De werken zijn er handen.

10:25Amen.

10:28Genade zij u.

10:29En vrede van hem die is en die was en die komen zal.

10:35En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:40En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.

10:45De eerstgeborene uit de doden.

10:48En de overste van de koningen der aarde.

10:54Amen.

10:58Kom gemeente zetten wij deze dienst voor door samen te gaan zingen uit psalm 26.

11:04En daarvan het eerste en ook het derde vers.

11:09Psalm 26 vers 1.

11:11O heren doe gij mij recht.

11:14Ik wandel als uw knecht en vind mijn lust in uw gebod.

11:19En het derde van psalm 26.

11:24[GEZANG]

14:27oefenen vanavond Gods heilig en dierbaar woord in het Bijbelboek Deuteronomium.

14:33En

14:34wij lezen daaruit het tiende hoofdstuk.

14:38Gods woord komt tot ons vanuit Deuteronomium 10.

14:45Maar vooraf doen wij met de kerk van alle tijden en plaatsen beleidenis van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden van de twaalf artikelen.

14:58En in ieder van u spreken in zijn of in haar hart.

15:02Al dus.

15:05Ik geloof in God de Vader.

15:09De Almachtige.

15:11Schepper des hemels en der aarde.

15:15En in Jezus Christus zijn ene geboren zoon.

15:20Onze Heere.

15:22Die ontvangen is van de Heilige Geest.

15:26Geboren uit de maagd Maria.

15:29die geleden heeft onder Pontius Pilatus...

15:32is gekruisigd, gestorven en begraven...

15:38nedergedaald ter helle.

15:41Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden...

15:46opgevaren ten hemel...

15:48zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders...

15:52van waar hij komen zal...

15:55om te oordelen de levenden en de doden.

16:00Ik geloof in de heilige geest.

16:03Ik geloof de heilige algemene christelijke kerk.

16:07De gemeenschap der heiligen.

16:11Vergeving der zonden.

16:14Wederopstanding des vleeses.

16:16En een eeuwig leven.

16:22Wij noemden nu als onze schriftlezing Deuteronomium 10.

16:26En daar luidt Gods woord al dus.

16:35Terzelfde tijd zeiden de heren tot mij, hou u twee stenen tafelen als de eerste en klim tot mij op deze berg.

16:47Daarna zult gij u een kist van hout maken en ik zal op die tafelen schrijven de woorden die geweest zijn op de eerste tafelen die gij gebroken

17:00hebt.

17:00En ge zult ze leggen in die kist.

17:04Al zo maakte ik een kist van sittimhout en hield twee stenen tafelen als de eerste.

17:10En ik klom op de berg en de twee tafelen waren in mijn hand.

17:16Toen schreef hij op de tafelen naar het eerste schrift de tien woorden die de heren ten dagen der verzameling op de berg uit het midden des vuurs tot

17:28u lieden gesproken had.

17:30En de heren gaf ze mij.

17:34En ik keerde mij en ging af van de berg en legde de tafelen in de kist die ik gemaakt had.

17:40En al daar zijn ze, gelijk als de Heere mij geboden heeft.

17:47En de kinderen Israëls reisden van Beërod, Bene, Jaakan en Mosera.

17:53Al daar stierf Aaron en werd al daar begraven.

17:57En zijn zoon Eleazar bediende het priesterambt in zijn plaats.

18:02Vandaar reisden ze naar Gudgod.

18:05en van Gudgod naar Jodbad, een land van waterbeken.

18:10Terzelfde tijd scheiden de heren de stam van Levi uit...

18:13om de ark des verbonds des heren te dragen...

18:16om voor het aangezicht des heren te staan, om hem te dienen...

18:21en om in zijn naam te zegenen tot op deze dag.

18:26Daarom heeft Levi geen deel nog erven met zijn broederen.

18:30De heren, die is zijn erfdeel.

18:34gelijk als de heren uw God tot hem gesproken heeft.

18:38En ik stond op den berg als de vorige dagen, veertig dagen en veertig nachten, en de heren verhoorden mij ook op datzelfde maal.

18:47De heren heeft u niet willen verderven.

18:51Maar de heren zeiden tot mij, sta op, ga op de reis voor het aangezicht des volks, dat zij inkomen en erven het land, dat ik hun vaderen gezworen heb hun te geven.

19:06Israël, wat eist de Heere uw God van u, dan den Heere uw God te vrezen, in al zijn wegen te wandelen, en hem lief te hebben en den Heere

19:18uw God te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel, om te houden de geboden des Heeren en zijn inzettingen, die ik u heden gebied, u ten goede?

19:29Zie, des Heeren uw Schots is de hemel.

19:35En de hemel der hemelen.

19:37De aarde en al wat daarin is.

19:41Alleenlijk heeft de Heer een lust gehad aan uw vaderen.

19:44Om die lief te hebben.

19:46En heeft hun zaad na hen.

19:48Uw lieden uit al de volken verkoren.

19:52Gelijk het de deze dagen is.

19:55Besnijd dan de voorhuid uw harten.

19:58En verhard uw nek niet meer.

20:01Want de Heer uw God.

20:03Die is een God der goden.

20:06En de Heren der Heren, die grote, die machtige en die vreselijke God.

20:12Die geen aangezicht aanneemt, nog geschenk ontvangt.

20:16Die het recht van de wees en van de weduwe doet.

20:19En de vreemdeling lief heeft, dat hij een brood en kleding geeft.

20:25Daarom zult gij lieden de vreemdeling lief hebben.

20:28Want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypteland.

20:31Den Heren uw God zult gij vrezen.

20:36Hem zult gij dienen.

20:38En hem zult gij aanhangen.

20:41En bij zijn naam zweren.

20:44Hij is uw lof.

20:46En hij is uw God.

20:48Die bij u gedaan heeft deze grote en vreselijke dingen.

20:52Die uw ogen gezien hebben.

20:55Uw vaderen togen af naar Egypte met zeventig zielen.

21:00En nu heeft u de Heren uw God gesteld.

21:03Als de sterren des hemels.

21:07In menigte.

21:09Tot zover de schriftlezing.

21:12Zoeken wij het aangezicht van de Heer in gebed.

21:15Om te bidden om de opening van het woord en de verlichting met de Heilige Geest.

21:19Laat ons bidden.

21:30Heren, God

21:33van de hemel.

21:35Van de hemel der hemelen.

21:38En van de aarde.

21:43Tot u naderen wij.

21:47Als we voor de tweede keer op deze uw dag samen zijn in dit bedenhuis.

21:52In ons gebed.

21:55Tot u die

21:58zoals we zo net vernamen vanuit uw woord tot Mozes sprak.

22:05En hem de opdracht gaf opnieuw de berg op te gaan met twee nieuwe stenen tafelen.

22:12Waarop u uw wet schreef.

22:17Tot u die het het volk voorhield.

22:20Ik ben de Heer.

22:23Uw God, die u uit Egypteland uit de dienst thuis uitgeleid hebt...

22:29dient dan geen andere goden levens mij.

22:41En als dan van het volk van Israël gelden moet...

22:44dat

22:46ze er niets van terechtbrachten.

22:54Ach, hoeveel te meer geldt het ook ons.

22:59En geef daar toch

23:02oog en hart voor.

23:04Dat

23:07wij naar uw wet...

23:09naar uw wil niet leven.

23:15Omdat wij sinds onze diepe val in Adam...

23:19naar

23:20onze eigen wil leven.

23:23En dat tot een wet gemaakt hebben.

23:27Als God willen zijn,

23:31kennende het goed en het kwaad.

23:34En

23:38dan worden we vanavond geroepen om vanuit...

23:43Uw woord en het onderwijs van de Heidelberger katechismes.

23:47Gegrond op uw woord.

23:50Stil te staan.

23:51Juist bij uw wet.

24:00Heren geeft u dan wat wij nodig hebben.

24:04Om dat onderwijs in het midden van de gemeente neer te leggen.

24:12Geeft u dan wat wij nodig hebben.

24:14Om dat onderwijs tot ons te nemen.

24:23En dan hebben we vanmorgen gehoord.

24:27Dat als u de krachtige werking van uw heilige geest niet schenkt, niet zendt.

24:34Dat onze ogen en onze oren en onze harten dicht blijven.

24:40Dat wij niet verstaan.

24:42Wat hebben we dan ook vanavond?

24:46Het werk van die geest, zo onmisbaar nodig.

24:52Die geest die heren is en die levend maakt.

24:56Die in al de waarheid leidt.

25:01Heren, wat u ons dan vanavond onthoudt, onthoudt ons de werking van uw heilige geest niet.

25:08En

25:14geef, heren, dat wij zo

25:17onderwezen mogen worden.

25:20En dat het onderwijs tot rijke zegen gesteld mag worden.

25:28Schenk wat daarvoor nodig is op de kansel.

25:35Schenk wat daarvoor nodig is onder de kansel.

25:41In spreken en in luisteren.

25:47We smeken van u, heren.

25:50Mag uw koninkrijk worden uitgebreid.

25:56Ook hier in Oudorp.

26:00Mag daar uw woord en de prediking van uw woord voor gebruikt worden.

26:08Mag daar op

26:11uw tijd en

26:15in uw gunst...

26:16ook

26:18nog een dienaar van het woord naar deze plaats gezonden worden.

26:25Om de herderstaf...

26:28op te nemen in

26:31het midden van een gemeente...

26:33waar zoveel gebeurd is, waar

26:37zoveel verwarring is...

26:42waar scheuren getrokken zijn,

26:47pijn, verdriet is.

26:52We hoeven het u niet voor te schrijven.

26:54Het is u op het volmaakst bekend.

26:56En

27:02heren, dan heeft de gemeente van Oudorp...

27:05geen dominee meer verdiend.

27:12En andersom is het ook waar dat dienaren van het woord geen gemeente verdienen.

27:21En toch brengt u ze in uw aanbiddelijke voorzienigheid.

27:26In uw wonderlijke trouw en goedheid samen.

27:32Ach, zout u het ook hier willen doen.

27:35En wilt u dan de kerkenraad brengen bij die man die

27:44op uw tijd...

27:46Hier als

27:50eigen herder en leraar bevestigd zou mogen worden.

27:57En dan smeken wij van u heren.

27:59Mag dat zijn in uw gunst.

28:04Mag er een prediker van het woord ontvangen worden uit uw rechterhand.

28:15Heren, gedenk daarin de kerkenraad, de ouderlingen, de diaken.

28:21In de grote verantwoordelijkheid die op hun schouders rust.

28:30Geef ze alles wat daarin nodig is.

28:34Geef dat ze in dat alles uw

28:39eer en

28:42het heil van de gemeente op het oog mogen hebben.

28:49Gedenk ze ook in alle andere ambtelijke werkzaamheden.

28:55Geef heren dat het gedaan mag worden niet al zuchtend.

29:00Maar ziende op de overste leidsman.

29:04En de volleinder des geloofs.

29:08Die het kruis heeft verdragen en schande veracht.

29:13Om zo ziende op hem met vrijmoedigheid en met blijmoedigheid de gemeente door te gaan.

29:21En heren verbind daar dan toch uw zegen aan.

29:27Gedenkt zo het geheel van de gemeente.

29:29De kerk in ons land in alle verbrokenheid en verdeeldheid en verscheurdheid.

29:38Heren gaat u dwars door alles heen toch voort met uw werk.

29:46Uw kerkvergaderend werk.

29:48Ook hier aan deze plaats.

29:52Gedenk de kerk in de wereld.

29:54De verdrukte en de vervolgde kerk.

29:59Zij die moeten lijden om uw naamswil.

30:03Heer, u weet het toch en u ziet het toch.

30:06En hun bloed, hun tranen en hun lijden zijn toch dierbaar in uw oog.

30:12Houdt u ze vast.

30:14Houdt u ze staande.

30:17Gedenk.

30:20Het werk van zending en evangelisatie.

30:24Ver weg of dichter bij huis mag het gebruikt worden voor

30:32de uitbreiding van uw koninkrijk.

30:38Gedenk land en volk, onze overheid.

30:44Alle die geroepen worden te regeren, te besturen.

30:49Plaatselijk, in de provincie en ook landelijk.

30:54Geef ze de dure roeping te verstaan een dienares gods te zijn.

30:59Ons ten goede.

31:01Wees het bijzonder met hen die

31:08in het politieke spectrum...

31:10voor u en uw woord en uw naam begeren uit te komen.

31:17Die van daaruit politiek bedrijven.

31:21Schenk ze alles wat daarvoor nodig is.

31:24Heer, ontfermt u zich over...

31:29De wereld die

31:32bloedt uit duizend wonden.

31:35Waar zoveel spanningen zijn, oorlogen, geruchten van oorlogen, pestilentieën.

31:46Zoals in het Rijk van de Natuur het uitspruitend groen de lente en de naderende zomer aankondigt.

31:53Zo zegt u toch in uw woord, kondigen die tekenen van de tijden uw naderende komst aan.

32:05En vanmorgen kwam het reeds aan de orde, maar mogen we het zo in het gebed ook voor u neerleggen.

32:10Heren,

32:12zal er dan geloof gevonden worden?

32:16O, wilt u met die vraag een ieder van ons persoonlijk tot onszelf doen inkeren?

32:27Gedenk onze koning met zijn vrouw, met hun kinderen.

32:32Wil ook in hun harten uw genade verheerlijken?

32:39Zoals u dat in het verleden zo vaak en zo rijk gedaan hebt.

32:44Gedenk uw volk Israël.

32:47De beminden om der vaderen wil.

32:51Heren, open ze de ogen.

32:55Opdat ze zien mogen wie ze doorstoken hebben.

33:00En opdat ze in u, o heren Jezus Christus, de beloofde der vaderen.

33:05Hun heil en hun hoogst geluk mogen beschouwen.

33:13Heren, gedenk ze ook in...

33:16Alle geweld in het Midden-Oosten.

33:21Zou u nog vrede voor Jeruzalem willen werken?

33:26En dat komt er toch uiteindelijk en ten diepste alleen...

33:29door het gelovig zien op de Heer Jezus Christus.

33:37Heren, zo hebben wij u veel te vragen.

33:42Wij hebben niets verdiend, wij hebben nergens recht op.

33:47Maar zie dan op ons in gunst van boven, ook in dit avontuur.

33:53Neem alles weg wat de loop van uw woord hinderen kan.

33:59Weer boven alles de vorst der duisternis.

34:03En verheerlijk zo uzelf.

34:07Om Christus wil.

34:11Amen.

34:12Wij

34:17gaan in voorbereiding op de prediking samen zingen uit Psalm 44.

34:22En daarvan het tiende en

34:26ook het elfde vers.

34:30Psalm 44 vers 10.

34:31Ons hart heeft zich van u in noden niet afgekeerd tot valse goden.

34:36En onze gang week niet van het pad dat gij ons voorgeschreven had.

34:42En vers 11.

34:43Ja hadden we in die druk gezeten de naam van onze God vergeten.

34:47De handen in verlegenheid tot vreemde goden uitgebreid.

34:51Zou God na zijn onkreukbaar recht die eufeldaad niet onderzoeken?

34:55En wat daar verder volgt.

34:5710 en 11 van Psalm 44.

35:00Ondertussen wordt er gecollecteerd drie rondgangen.

35:03De eerste is voor het pastoraat, de tweede voor de kerkvolgdij...

35:06en de derde voor de aflossing van de kerk.

35:09Van harte in uw mildadigheid aanbevolen.

35:13De

35:14[GEZANG]

41:16gemeente aan de orde van behandeling in uw midden vanavond is...

41:23zondag 34 van de Heidelberger katechismes...

41:27die we met de hulp van de heren en onder de inwachting van de heilige geest...

41:33met u willen overdenken.

41:35En op de vraag hoe luidt de wet des heren...

41:40worden daarin de tien geboden weergegeven...

41:44zoals ze u vanmorgen voorgelezen zijn.

41:49Dan wordt vervolgens in vraag 93 gevraagd...

41:52hoe worden deze tien geboden gedeeld.

41:56Het antwoord in twee tafelen...

41:59waarvan de eerste leert hoe wij ons jegens God zullen houden.

42:04De andere, wat wij onze naasten schuldig zijn.

42:10Vraag 94.

42:11Wat gebiedt God in het eerste gebod?

42:15Het antwoord dat ik, zo lief als mij, mijner zielen zaligheid is.

42:22Alle afgoderij, toverij, waarzegging, superstitie of bijgeloof.

42:30Aanroeping van de heiligen of van andere schepselen.

42:34Meiden.

42:36En de enige ware God recht leren kennen.

42:40Hem alleen vertrouwen.

42:42En in alle ootmoedigheid en leidzaamheid mij hem alleen onderwerpen.

42:50Van hem alleen alle goeds verwachten.

42:52Hem van ganser harte liefhebben, vrezen en eren.

42:57Al zo dat ik eer van alle schepselen afga en die varen laten.

43:04dan dat ik in het allerminste tegen zijn wil doe.

43:11Vraag 95, wat is afgoderij?

43:14Het antwoord afgoderij is in de plaats van de enige ware God...

43:20die zich in zijn woord geopenbaard heeft...

43:23of benevens hem, naast hem, iets anders verzinnen of hebben...

43:32waarop de mens...

43:34zijn vertrouwen zet.

43:37Tot zover de lezing van deze 34ste zondag...

43:43uit de Heidelberger Katechismus.

43:48Vorige week gemeente is, als het goed is, in uw midden zondag 33 bepreekt.

43:55En toen kwam aan de orde wat het nieuwe leven is.

44:01In zondag 33 staat dat is die hartelijke vreugde in God door Christus.

44:06En een ernstige lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven.

44:15Dat is de kern van het nieuwe leven.

44:19En wat is dan de maatstaf voor die goede werken?

44:23De wet van God.

44:29Nou die wet horen wij elke zondag.

44:33Maar gehoorzamen.

44:38Wij ook.

44:39Daar zit het woordje horen in.

44:43Maar dat houdt wel meer in dan het horen met onze oren.

44:49Of zijn die tien geboden.

44:53Tien boeien.

44:55Die onze vrijheid inperken.

44:58Weest u vanavond eens eerlijk.

45:00Zien we het vaak niet zo.

45:05En dat is niet verwonderlijk.

45:08Want de wet van God bevat

45:12de wil van God.

45:15En de wil van God staat

45:19haaks op onze wil.

45:24Dus dan is het toch ook niet verwonderlijk...

45:26dat

45:28die tien geboden ervaren worden als banden, als boeien.

45:34Dan knelt het juk.

45:36Dan proberen we ons daarom zo te zeggen onderuit te wurmen.

45:41Hoe je dat ook doet.

45:42Of je dat goddeloos doet door alle banden van je te werpen.

45:46Of dat je dat heel godsdienstig doet, dat kan ook.

45:51Door te zeggen, ja maar daar kunnen we toch ook niks aan doen.

45:54Moeten heren toch werken.

45:56Zo kun je ook de wil van God van je werpen.

46:03Of het nou linksom of rechtsom is.

46:05Het is ten diepste allemaal vijandschap tegen God.

46:12Vijandschap tegen vrije genade alleen.

46:18En weet je, als er nou een honger komt naar die genade van God.

46:25Ja dan wordt het anders.

46:27Dan probeer je niet meer je waar dan ook onderuit te wurmen.

46:32Maar dan ga je vluchten tot de Heren.

46:36Dan ga je zuchten tot de Heren.

46:38Heren schenk toch alles wat mij ontbrekt.

46:42En schenk het dan toch mild en overvloedig.

46:47In de wet van God wordt dus de wil van God samengevat.

46:52En die wet van God is bedoeld als een zegen.

47:01Probeert u dat even vast te houden.

47:02De wet van God is bedoeld als een zegen.

47:06Zo zingt toch een psalmdichter het.

47:09Wat vrij heeft elk die uw wet bemint.

47:13Ze zullen aan geen hinderpaal zich stoken.

47:17Kijk de onvrede.

47:20Die is er omdat we die wet van God verlaten hebben.

47:23Ons niet naar die wil van God schikken.

47:25Eigen gekozen wegen bewandelen.

47:28En nog elke dag die wil en die wet van God verlaten en verzaken.

47:34Maar die wet van God is bedoeld als een zegen.

47:37En dat kunnen de kinderen en de jonge mensen vanavond in de kerk begrijpen.

47:40Stel je nou voor dat er in ons land geen wetten waren, geen regels waren.

47:45Dat iedereen maar zou doen wat hij zelf goed denkt.

47:50Dan zou het één grote puinhoop worden.

47:54Neem alleen maar de regels in het verkeer.

47:56Die er niet zouden zijn.

47:58Er

47:59kwam helemaal niks van terecht.

48:01Eén grote chaos.

48:02Het hele land stond binnen de kortste keren mutvol en vast.

48:08Dus regels, wetten zijn nodig.

48:15Regels, wetten zijn een zegen.

48:21En het antwoord op heel veel problemen ligt

48:26in het...

48:27in onderhouden van Gods geboden.

48:31Ik ben er diep van overtuigd, gemeente, dat heel veel crises...

48:35en we hebben er wat vandaag, hè...

48:38heel veel crises veroorzaakt worden...

48:41omdat we niet willen buigen voor de wil en de wet van God.

48:46Voor dat wat de grootste zegen voor de mensheid is.

48:54Ik ben er diep van overtuigd dat als die wil van God, die wet van God gehoorzaamd zou worden, dat alle vraagstukken, internationale problemen, oorlogen, noem het maar op, opgelost

49:07zouden zijn.

49:10Daarom heeft die wet ook wel die functie die we wel noemen de leefregel van

49:17de dankbaarheid voor het maatschappelijk leven.

49:21De leefregel voor het maatschappelijk leven.

49:25Hoe goed zouden we ermee zijn als onze overheid zich naar die geboden van God schikt.

49:34Die geboden zijn goed.

49:37Weet je waarom?

49:39Het is de wet van God.

49:41En God is goed.

49:42En alles wat de Heer doet, dat is ook goed.

49:46Die wet is goed omdat ze de wil van een goede God vertolkt.

49:51En die wet is bestemd voor alle volken en in alle tijden.

49:58Die wet was er al in het paradijs.

50:03Niet op twee stenen tafels.

50:06Maar toen stond die wet bij Adam en Eva in het hart geschreven.

50:10Het was hun lust, hun vreugde, hun vermaak om die wet te doen.

50:17Dat was hun hoogst genot.

50:20Hun zielsverlangen.

50:23Er stond ook niks aan in de weg.

50:24Zij konden die wet ook volmaakt houden.

50:29Dat ging om zo te zeggen vanzelf.

50:32Maar door de zonde is dat anders geworden.

50:36Onze val is dat wij het beter meenden te weten dan God.

50:44En toen zijn we die lust en die liefde om naar de wil van God te leven verloren.

50:52Onze val is dat we meenden

50:56te kunnen onderscheiden tussen goed en tussen kwaad.

51:00En nu weten we vandaag de dag niet meer wat goed en kwaad is buiten die wet van God.

51:06We hebben wel kennis, maar dat is een bedorven kennis.

51:10Een bedorven kennis van het kwade.

51:15Is het dan niet rijk dat God onze wet gegeven heeft?

51:18Ook in die algemene zin.

51:21Ja, we gaan straks nog wel een stapje verder, maar eerst dit.

51:24Want als God ons toch zou overgeven aan onszelf.

51:30Als die ons die wet...

51:32Niet zou hebben gegeven.

51:33Ons onze eigen wil zou laten doen.

51:36Weet u wat dat betekent?

51:38Dat God ons loslaat.

51:40En er is toch niets vreselijkers denkbaar dan dat.

51:44Dat God ons zou loslaten.

51:47En daarom hadden redenen te over.

51:49Tot verwondering.

51:50Tot dankbaarheid.

51:51Dat God ons zijn wet geeft.

51:55Dat hij ons niet loslaat.

51:58Maar zijn wil handhaaft.

52:02Tegen onze wil.

52:03Nog eens het staat haaks op elkaar.

52:06Maar dat God ons die wet gegeven heeft.

52:12En die wet die klinkt misschien streng.

52:16Maar nog iets.

52:17En dat moet u ook maar proberen te onthouden.

52:19De wet is geladen met liefde.

52:25Met de liefde van God.

52:28Tot gevallen mensen.

52:32Maar het is een bijzondere genade.

52:34Ik zei het al.

52:35We gaan nog een stapje verder.

52:37Als de Heer ons gaat herscheppen.

52:42Als de Heer ons gaat inwinnen.

52:44Gaat overwinnen.

52:46En als wij leren vragen.

52:48Heren, wat wilt gij dat ik doen zal?

52:55Dat is vrucht van genade.

52:56Dat doet de mens van nature nooit.

52:59Maar als de Heer gaat werken.

53:02Levend, makend gaat bearbeiden.

53:05Dan wordt die vraag geboren.

53:06Heren, wat wilt gij dat ik doen zal?

53:08En daarvoor is nodig dat God de mens...

53:13die het vanuit zichzelf niet meer weet...

53:16zijn wet van buitenaf bekend maakt.

53:21God schreef zijn wet op twee stenen tafels.

53:29We hebben het gelezen in Deuteronomium 10.

53:32Een tijdelijk hulpmiddel.

53:34Want er komt een dag...

53:36dat die twee stenen tafels niet meer nodig zijn.

53:41Ja, dat is in beginsel al zo.

53:45Als de Heer een mens gaat wederbaren, gaat levend maken...

53:51dan hoef je het echt niet iedere keer na te zoeken.

53:54Wat zegt de Heer nou precies in zijn wet tot mij?

53:58Dan komt er een lust en een liefde tot die wet van God.

54:03Maar ja, ook een kind van God, een levend gemaakt mens, blijft mens.

54:08En daarom kan het hier in dit leven niet buiten die tijdelijke maatregel.

54:15Buiten die wet op twee stenen tafelen.

54:19Weet je wanneer die weggenomen worden?

54:22Voorgoed weggenomen worden?

54:23In de hemel.

54:25Daar zijn ze niet meer nodig.

54:27Weet je waarom niet?

54:28Daar staat die wet weer onuitwisbaar in het hart geschreven.

54:34En dan komt er ook nooit meer iets wat dat er nog uit weg kan nemen.

54:39Daar kan de duivel niet meer komen.

54:41Daar is de zonde niet meer.

54:43Daar zal ik volmaakt, storeloos, eindeloos.

54:47God bedoelen.

54:49Naar zijn wil.

54:51Naar zijn wet.

54:53Ziet u het?

54:54Zo blijft de wet dus van alle tijden.

54:57Zo gaat die wet zelfs over de grens van de tijd heen.

55:03Tot in de eeuwigheid.

55:08In Romeinen 3 kunnen we lezen dat door de wet...

55:13De kennis van de zon is.

55:16Dat is de eerste functie van de wet.

55:19Categorisanten, jullie hebben dat wel geleerd op de categorisatie.

55:22De drie functies van de wet.

55:25Ik noemde er net al eentje.

55:29De kenbron van onze ellende, dat is de eerste.

55:33De leefregel van de dankbaarheid.

55:37En het richtsnoer voor het maatschappelijk leven.

55:41Die noemde ik zo net al.

55:43De eerste functie van de wet, de kenbron van de ellende.

55:47De wet stelt ons schuldig.

55:49De wet klaagt ons aan.

55:51De wet ontdekt ons aan onze zonde, aan onze ongerechtigheid en aan onze eigen gerechtigheid.

55:58En die wet die leert ons ook dat we daardoor de toren van God over ons leven afgeroepen hebben.

56:05Dat is de eerste functie van de wet.

56:07Zo kwam de wet in zondag 2 aan de orde.

56:11Helemaal aan het begin van de Heidelbergen-katechismus.

56:15Toegevraagd werd, waaruit kent gij uw ellende?

56:20Het antwoord uit de wet gods.

56:22En wat eist dan die wet van ons?

56:25Ja, ik moet dat nu niet gaan herhalen, want dan wordt het te laat.

56:29Maar dan staat er, dat leert ons

56:33Christus.

56:36De grote wetsleraar.

56:38De enige bevoegde wetsleraar.

56:42Hij onderwijst.

56:45In de wet van God.

56:47En wat eist dan die wet van God?

56:48Nou, dat is in één woord samen.

56:50Kinderen, kun je nog wat onthouden?

56:53Probeer het maar.

56:55In één woord samen te vatten.

56:58Wat eist de wet van God van ons?

57:02Liefde.

57:05Liefde.

57:07Liefde tot God.

57:09Liefde tot onze naasten.

57:12Het dubbele liefdegebod.

57:19Weet u waarom dat er zo staat in zondag 2?

57:22Om rijke jongelingen te ontmaskeren.

57:24Die zijn er vandaag ook.

57:26Die zeggen maar heer ik heb al die geboden onderhouden van mijn jeugd af aan.

57:29Wat ontbreekt me nog?

57:31Nou dan gaat de heer Jezus het die jongen leren.

57:34Eén ding ontbreekt je.

57:37En kinderen jullie weten nu het antwoord.

57:40Wat eiste werd van God van ons?

57:43Liefde.

57:45Dat ontbrak die rijke jongeling.

57:49En weet je als dat ontbreekt dan kun je doen wat je wilt.

57:54Alleszins gelijk als godsdienstige.

57:56Keurig netjes niks op aan te merken.

57:58Maar dan betekent het.

58:01Niets.

58:03Want als het niet uit de liefde is, dan

58:09is het een klinkende, holle schel.

58:17Dus zo klaagt die wet ons aan.

58:19Zo stelt die wet ons schuldig.

58:22Want in ons hart, in ons leven is geen liefde.

58:27Wat zegt de katechismes?

58:30Integendeel.

58:31Ik ben van nature geneigd God en mijn naasten te haten.

58:38Te haten.

58:40Dus geen liefde, maar haten.

58:44Nu komt de wet aan de orde.

58:47In het stuk van de dankbaarheid.

58:51Dus in het eerste stuk.

58:54Het stuk van de ellende.

58:56Waar de vraag centraal staat.

58:58Waar uitkent gij uw ellende?

59:01Uit de wet gods.

59:05Dan krijg je het stuk van de verlossing.

59:08Hoe ik van die zonde en ellende verlost word.

59:11En daarop volgt het stuk van de dankbaarheid.

59:14En daar komt de wet uitgebreid aan de orde.

59:16En weet u, dat stuit heel veel mensen tegen de borst.

59:21Want we zouden eigenlijk een stuk van de dankbaarheid, maar het liefst van die wet af zijn.

59:29Ons in dat stuk van de dankbaarheid richten naar wat wij denken dat goed is.

59:33Maar de Heidelberger katechisme geeft geen enkele ruimte om de wet als afgedaan te beschouwen.

59:43Geen enkele ruimte om...

59:47antinomiaans te denken, met een moeilijk woord.

59:49Geen enkele ruimte om de genade als een oorkussen te gebruiken...

59:53en ondertussen je uit te leven naar het goeddunken van je eigen hart.

59:58Onder het mond van, we staan toch in de vrijheid?

1:00:01Die mensen kom je tegen.

1:00:03Kan alles mee door, want we staan in de vrijheid.

1:00:09Maar dat is niet wat God in zijn woord vraagt.

1:00:13Dat is niet wat de Heer in zijn woord van zijn kinderen eist.

1:00:17Nee, daarom worden de tien geboden behandeld in het stuk van de dankbaarheid.

1:00:22Op dat tot uiting komt hoe God wil dat zijn kinderen, zijn kerk in dat nieuwe leven, in dat christelijke leven zouden wandelen.

1:00:33Hij bindt ze nauwgezet aan zijn wet.

1:00:40In het stuk van de ellende ging het over de veroordelende kracht van de wet.

1:00:44Opdat we uitgedreven zouden worden tot Christus.

1:00:48Zo is de wet die tucht meester tot Christus.

1:00:52Alleen zijn volbrachte middelaarswerk kan een volkomen verzoening van de schuld bewerken.

1:01:01Die schuld vanwege de overtreding van de wet voor God wegnemen.

1:01:09Als die wet een zondaar heeft veroordeeld en als zo'n veroordeelde zondaar vlucht tot Christus.

1:01:16En door genade, door het geloof verzoening mag zoeken en vinden bij Christus.

1:01:25Dan komt die wet dus weer terug in het stuk van de dankbaarheid.

1:01:30En dan wordt die wet een regel waarnaar het geloofsleven zich heeft te richten.

1:01:38In beginsel, hier, weer tot de kennis van de wet.

1:01:44Die kennis van de wet die door de zonde verloren is gegaan, weet u het nog?

1:01:50En de Heilige Geest bereidt het hart tot de geestelijke kennis van die wet.

1:01:58We hebben het vanmorgen gehoord.

1:02:00Die krachtige werking van de Heilige Geest.

1:02:04Die Heilige Geest herstelt.

1:02:08Het leven naar Gods wet.

1:02:11Nogmaals.

1:02:12In beginsel.

1:02:14In de zijnen.

1:02:16En dan komt er.

1:02:19Vanuit die geloofsverbondenheid aan Christus.

1:02:22De geloofsgemeenschap met Christus.

1:02:24Een lust en een liefde tot zijn wet.

1:02:28Hoe lief heb ik uw wet.

1:02:30Sinds mijn betrachting de ganze dag.

1:02:32Dan komt er liefde tot God.

1:02:35Dat boven alles.

1:02:37En dan komt er ook liefde tot de naaste.

1:02:42Dus de verlossing in Christus, de verlossing door Christus...

1:02:47brengt de wet opnieuw tot gelding in het leven van Gods kinderen.

1:02:58En door het geloof in Christus ontvangen zij de kracht...

1:03:03om die te doen uit dankbaarheid.

1:03:10Zo komt dus de wet in het derde stuk, in

1:03:16het stuk van de dankbaarheid, uitgebreid aan de orde.

1:03:20Houdt u dat voor ogen?

1:03:23Dat is dus wezenlijk anders dan

1:03:30hoe de wet in het eerste stuk van de ellende aan de orde komt.

1:03:37En hoe meer een kind van God doorgenade, laat ik dat onderstrepen, want u doet het niet in eigen kracht.

1:03:46Hoe meer een kind van God door genade naar die wil van God leven mag.

1:03:52Hoe meer het geloofsleven bloeit.

1:03:55En als het anders is, kind van de Heren.

1:04:00Als je zover bij God vandaan gedwaald bent en die wet niet meer in acht neemt.

1:04:05Ach, dan kan het niet anders, dan kwijnt het leven.

1:04:12Uiteindelijk is het God zelf die

1:04:15helemaal in staat voor de vervulling.

1:04:21Van de wet.

1:04:22Ik zou vanavond willen zeggen.

1:04:24Op tweede lijn manier.

1:04:26Door zelf.

1:04:29Voor de verzoening te zorgen.

1:04:32Voor die overtreding van de wet.

1:04:34En.

1:04:36Door zijn geest.

1:04:38Die wet in het hart van zijn kinderen te schrijven.

1:04:42Als het nou gaat over de verdeling van de wet.

1:04:45Dan staat er.

1:04:46Dat die wet verdeeld is in twee stenen tafelen.

1:04:49Daar lezen we van in het woord.

1:04:52Christus zelf verdeelde de hoofdsom van de wet ook in twee geboden.

1:04:57Het eerste grote gebod is God lief hebben boven alles.

1:05:00Het tweede daaraan gelijk onze naaste liefde hebben als onszelf.

1:05:06Dus de eerste tafel leert ons hoe we ons jegens God hebben te gedragen.

1:05:14Ten opzichte van God.

1:05:16Ik zou willen zeggen in het eerste gebod ten opzichte van zijn persoon.

1:05:22Tweede gebod ten opzichte van zijn dienst.

1:05:25Derde gebod ten opzichte van zijn naam.

1:05:27Vierde gebod ten opzichte van zijn dag.

1:05:31Hoe we ons jegens God hebben te gedragen.

1:05:34En op de tweede tafel.

1:05:36Tweede gebod.

1:05:39Daaraan gelijk.

1:05:41Hoewel wezenlijk anders.

1:05:43Het eerste, het grote gebod.

1:05:45Dat staat voorop.

1:05:47Het tweede daaraan gelijkt dat we onze naasten lief hebben als onszelf.

1:05:51En aan die twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.

1:05:57Dus die eerste tafel is principieel anders dan de tweede.

1:06:01Hoewel ze qua verplichtingen gelijk zijn.

1:06:06Het eerste gebod is het grote gebod.

1:06:09God lief hebben boven alles.

1:06:11De liefde tot God staat voorop.

1:06:14Laat ik het vanavond maar zo zeggen.

1:06:16Dan kunnen ook de jongeren het begrijpen als die liefde tot God er niet is.

1:06:20Dus als die eerste tafel niet functioneert, komt de tweede tafel niet eens in beeld.

1:06:25Komt niet eens in beeld.

1:06:29En met het eerste gebod op de eerste tafel zet God hoog in.

1:06:34Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

1:06:40Er mag niets of niemand tussen God.

1:06:46En onze ziel instaan.

1:06:49De ware godsdienstgemeente is terug te brengen tot het eerste gebod.

1:06:53Het is ten diepste niet anders dan het houden van het eerste gebod.

1:06:56Met het hele hart.

1:07:00Dus het gaat niet om de vorm, om de buitenkant.

1:07:03Nee, het gaat om ware godsdienst.

1:07:08Om liefde tot God.

1:07:10Om zielsgemeenschap met die enige ware God.

1:07:15En als we ons niet in alles op hem richten.

1:07:19Dan zijn we gericht op het beneden.

1:07:22Op het hier en nu.

1:07:24Op de zonde.

1:07:26En dat uitzicht altijd in afgoderij.

1:07:32Nou gemeente sinds onze diepe val.

1:07:35Zijn wij niet meer op God gericht.

1:07:40Dus dit eerste gebod brengt ons bij de breuk.

1:07:45Met God.

1:07:47En maakt meteen.

1:07:50Christus noodzakelijk.

1:07:51In wie de ware godsdienst weer wordt hersteld.

1:07:55Hij heeft ook dit eerste gebod volkomen gehouden.

1:08:02Ik kom daar aan het eind van de preek nog op terug.

1:08:04Maar laat eerst het gebod is wat ontneemt.

1:08:06Er staat God

1:08:10liefhebben boven alles.

1:08:15En daarom kunnen er geen andere goden zijn naast God.

1:08:23Denk maar aan het beeld van een huwelijk.

1:08:25Dat is een heel bijbelsbeeld.

1:08:27God heeft dat volk van Israël bij de Sinaï ondertrouwd.

1:08:34Ik ben de Heere, uw God.

1:08:37De wetgeving op de Sinaï is verbondssluiting.

1:08:43Ik ben de Heere, uw God.

1:08:47Als er voor de burgerlijke overheid een stelletje in de kerk staat...

1:08:56Die voor het aangezicht van de heren uitspreken dat ze elkaar hartelijk zullen liefhebben, beminnen, vrezen, eren, alles wat daarbij hoort.

1:09:05U kent die teksten.

1:09:08Dan kan het toch niet bestaan dat er een derde in het spel is.

1:09:11Dat is toch onmogelijk.

1:09:15Dat is toch onmogelijk.

1:09:16Dat is overspel.

1:09:18Vreselijk.

1:09:22Nou zo is het ook in geestelijke zin.

1:09:25Als er ook maar iets of iemand zijn zou.

1:09:30Naast of in de plaats van die ene ware God.

1:09:33Is dat geestelijk overspel.

1:09:39Dan onthouden we God de volledige liefde van ons hart.

1:09:44En dat is de grootste zonde die je maar bedenken kunt.

1:09:47De grootste zonde is niet moord.

1:09:51Hoe verschrikkelijk dat ook is.

1:09:53Of noem nog maar eens een ernstige zonde.

1:09:55Maar de grootste zonde is God de liefde van ons hart onthouden.

1:10:05Wie komt er dan nu nog onschuldig onderuit?

1:10:09En ik zeg het ook tegen mezelf.

1:10:13Geen andere goden voor mijn aangezicht.

1:10:17God duldt geen overspraak.

1:10:20Hij is een ijverig God.

1:10:21Een jaloers God.

1:10:22Hij wil dat volk voor zich alleen.

1:10:24Dat moest toch ook logisch zijn.

1:10:25Hij heeft ze zelf uit Egypte uitgeleid.

1:10:28Hij heeft ze ondertrouwd.

1:10:29Hij heeft ze lief gehad.

1:10:32Dan moet dat toch ook weder liefde in het hart geven.

1:10:35Tot die ene ware God kan toch niet anders.

1:10:42Ja, dan moet die eer van God en de liefde tot God ook echt boven alles gaan.

1:10:49En alles wat die liefde tot God in de weg staat, dat moet u wegbannen uit uw leven.

1:10:56Dat hoort hier ook bij.

1:10:58En dat wat de liefdeband versterken kan, dat moet u voeden.

1:11:03Daar spreekt het antwoord van.

1:11:04Kijk maar.

1:11:05De afsterving van de oude mens.

1:11:07Om het maar zo te zeggen.

1:11:08Dat ik zo lief als mij mijne zielen zaligheid is.

1:11:11Alle afgoderij, toverij, waarzegging, superstitie of bijgeloof.

1:11:16Aanroeping van de heiligen.

1:11:17Of van andere schepselen.

1:11:19Meiden en vlieden.

1:11:21Dat is de afsterving van de oude mens.

1:11:25Hartelijk leedwezen vanwege de zonden.

1:11:27Die haten en vlieden.

1:11:29Hier zie je dezelfde woorden.

1:11:30Maar dan ook die andere kant.

1:11:31De opstanding van de nieuwe mens.

1:11:33De enige ware God.

1:11:34Recht kennen.

1:11:35Hem alleen vertrouwen.

1:11:37In alle opmoedigheid.

1:11:38Leidzaamheid.

1:11:39Mij aan hem alleen onderwerpen.

1:11:41En wat daar verder staat.

1:11:45Nou leefde Israël.

1:11:48Ten midden van de afgoden.

1:11:49Van de volken die de afgoden dienden.

1:11:52Ze waren ermee omringd.

1:11:54Daarom had de Heer ook een en ander maal gezegd dat ze die afgoden moesten uitroeien.

1:12:00Omdat het gevaar zo groot is dat ze erin meegetrokken, in meegezogen werden.

1:12:05Al die volken die de afgoden dienden, moesten ze zich verre van houden.

1:12:10Die moesten ze wegdoen.

1:12:13Nou kennen we de geschiedenis van Israël.

1:12:17Ach, we weten dat ze er ten diepste nooit los van gekomen zijn.

1:12:21De profeten hebben er voortdurend tegen gewaarschuwd.

1:12:25Dient de heren, dient hem alleen.

1:12:30Doet de vreemde goden weg uit uw midden.

1:12:34Besnijd uw hart.

1:12:36In gemeente de katechisme stoomt dat die afgodendienst nog altijd springlevend is.

1:12:44Je kunt vragen, ja, als je zo die opzomming leest, is de katechisme nog wel actueel.

1:12:51Er worden wat termen gebruikt die rooms klinken.

1:12:55Superstitie, bijgeloof, daar houden we ons toch niet mee bezig.

1:13:00En die goden van dat oude Israël, Baal en Astarte, die zijn er toch ook niet meer?

1:13:06Nee, dat kan zo zijn.

1:13:09Maar dat waar die goden voor staan, dat is nog altijd springlevend.

1:13:15De zucht naar welvaart, naar vruchtbaarheid, naar macht.

1:13:20En die afgoden die worden voluit gediend.

1:13:24Kijk, de tijden veranderen, dat is waar.

1:13:27En de namen van die afgoden veranderen, dat is ook waar.

1:13:32Maar ze zijn nog altijd springlevend en levensgevaarlijk.

1:13:37Wij hebben ook onze afgoden.

1:13:41Onze man.

1:13:43Onze vrouw.

1:13:45Ons geld.

1:13:46Ons goed.

1:13:47Onze eer.

1:13:50Kinderen.

1:13:51Familie.

1:13:53Macht.

1:13:55Aanzien.

1:13:56Je huis.

1:13:57Je huisraad.

1:14:00Je lichaam.

1:14:02Kleding.

1:14:04Eten.

1:14:06Drinken.

1:14:08Paulus schrijft in Colossense 3 ook gierigheid is afgodendienst.

1:14:14En

1:14:17ik zou er wat verder kunnen gaan.

1:14:18Allerlei moderne afgoden.

1:14:22Seks,

1:14:23drugs,

1:14:25drank,

1:14:27sport,

1:14:29sporters, je

1:14:33smartphone.

1:14:36Al die zaken waar we zoveel tijd aan besteden.

1:14:40Zoveel tijd aan verloren laten gaan.

1:14:43Je bent soms maar met één...

1:14:46En meen nou niet dat je er niet zoveel last van hebt.

1:14:52Kijk, we knielen niet meer fysiek voor afrodieten.

1:14:58Maar hoeveel jonge vrouwen, hoeveel jonge meisjes zijn er niet?

1:15:02Met eetproblemen.

1:15:05Als gevolg van een dwangmatige obsessie voor hun uiterlijk.

1:15:12Hoeveel dwaasheid op dat terrein lees je niet.

1:15:15Dan zou je hier en daar maar even wat media opslaan.

1:15:20Ik las het onlangs alweer.

1:15:21Misschien hebt u het ook wel gelezen.

1:15:23Het schijnt ook weer een therapie te zijn...

1:15:24dat je je gezicht met een hamer bewerkt...

1:15:27om een wat strakkere kaaklijn te krijgen.

1:15:30Hoe

1:15:32krijg je het bedacht?

1:15:33Het zijn allemaal afgoden.

1:15:35Allemaal afgoden.

1:15:39Nee, we branden geen wierook meer voor Artemis.

1:15:45Maar mannen, vaders, als geld verdienen...

1:15:48zo groot voor je wordt.

1:15:52Dat je meer met je werk bezig bent dan dat je thuis bent.

1:15:57Breng je dan eigenlijk geen kind offer?

1:16:01Leg je dan je gezin niet op het altaar van

1:16:05de mammon?

1:16:07Is dat geen afgod?

1:16:14Voelt u hoe dichtbij het komt?

1:16:19Weet u welke God ook zoveel zeggenschap heeft?

1:16:23God ratio, de wetenschap,

1:16:28heeft veel meer zeggenschap dan de Bijbel.

1:16:33We leven in de tijd van het...

1:16:39Postmodernisme.

1:16:41We laten ons leiden door ons gevoel uiteindelijk.

1:16:46Maar wetenschappelijke resultaten zijn toch ook wel van groot belang.

1:16:53De wetenschap is een afgod.

1:16:58En bij afgoderij kun je ook denken aan

1:17:01allerlei occulte praktijken.

1:17:05Zwarte magie.

1:17:08Spiritisme.

1:17:11Ik hoop dat het woorden zijn.

1:17:13Die volslagen vreemd in uw oren klinkt.

1:17:18Maar ik weet ook dat er zijn die zich er wel mee in laten.

1:17:22Mijn jonge vriend, mijn jonge vriendin.

1:17:25Blijf erbij vandaan.

1:17:27En als je daarin vast zit, zoek er hulp voor.

1:17:30Zoek er hulp voor.

1:17:31Het is het terrein van de duivel.

1:17:33En dat is levensgevaarlijk terrein.

1:17:38Blijf er zo ver mogelijk bij vandaan.

1:17:43En weet je welk terrein daaraan grenst?

1:17:47Terrein van de alternatieve geneeskunde.

1:17:52Acupunctuur.

1:17:53Allerlei yoga technieken.

1:17:57Magnetiseurs.

1:17:58Waterkijkers.

1:17:59Oogkijkers.

1:18:00Je kunt zo gek niet verzinnen.

1:18:05Weet waar je aan begint.

1:18:06Waar je mee inlaat.

1:18:08Als je met dat soort dingen bezig bent.

1:18:12Weet u welke wereldbeschouwing er achter die zaken schuil gaat.

1:18:18Als je daar alleen al een ogenblik in verdiept.

1:18:22Dan moet je er toch ver.

1:18:24bij vandaan blijven.

1:18:25Want het staat haaks op het woord van God.

1:18:32Misschien zit er vanavond nog iemand die zegt...

1:18:34het is allemaal nog vrij ver van mijn bed, dominee.

1:18:39Drank en drugs heb ik al jaren niet meer aangeraakt.

1:18:42Sport interesseert me ook niet.

1:18:45Mijn smartphone weet ik misschien ook nog wel redelijk weg mee.

1:18:50We hebben ook in de kerk onze afgoden.

1:18:52Laat ik dan nog wat dichterbij komen.

1:18:54En die hebben veel meer invloed dan wij denken.

1:18:59Het gaat om alles wat tussen God en ons instapt.

1:19:01Nee, in de kerk zetten we God niet helemaal aan de kant.

1:19:04Natuurlijk niet.

1:19:06Want waar moet je anders op terugvallen als het moeilijk wordt?

1:19:10We zetten God niet buitenspel, dat is waar.

1:19:15Er blijft voor de Heer ook nog een plaatsje over.

1:19:17Een klein plaatsje.

1:19:21Maar dan toch wel iets

1:19:23naast Hem.

1:19:27Daar heb je nou ons leven van nature.

1:19:30Ons helemaal aan Hem uitleveren.

1:19:34Ons restloos aan hem overgeven.

1:19:38Dat zit er niet in.

1:19:41Alleen God op de eerste plaats, dat past ons niet.

1:19:45We verwachten het ook zomaar nog van iets of iemand naast God.

1:19:53Misschien wel van een dominee, van een amstdrager, van een kind van God.

1:19:58Die heeft eens wat gezegd.

1:20:02Ik kwam ooit eens een man tegen.

1:20:04En

1:20:07een dominee had iets gezegd.

1:20:09Ja, ik wijk er maar niet te veel over uit.

1:20:12Maar dat komt een dominee niet toe om te zeggen.

1:20:15Dat komt alleen de heren toe.

1:20:18En die man die heeft zich daarin vastgebeten.

1:20:22En er is eigenlijk geen gesprek meer met hem te voeren.

1:20:26Nou dan verwacht je het niet van de heren.

1:20:27Dan verwacht je het van een dominee.

1:20:29Dan klamp je vast aan wat een dominee gezegd heeft.

1:20:31Nou kan u vertellen gemeente als je voor God moet verschijnen.

1:20:34Val je met een dominee om.

1:20:36Bam.

1:20:38Kun je niet mee bestaan?

1:20:39Kun je echt niet mee bestaan?

1:20:42Het gaat om hem en om hem alleen.

1:20:47En weet je wanneer dat nog een beetje dichterbij komt als er een crisis in je leven komt?

1:20:52Als je ziek wordt.

1:20:54Er zijn er die ziek zijn.

1:20:57Van wie verwachten we het dan?

1:21:01Van de heren?

1:21:02Van de heren alleen?

1:21:07Of ook van de dokter?

1:21:09Of moet ik het omdraaien?

1:21:12Van de dokter.

1:21:16En jawel, ik vraag s'avonds wel als ik het niet vergeet of de heren het zegenen wil.

1:21:23Maar die dokter?

1:21:26Dat is toch wel een hele wijze man.

1:21:27Die heeft daar toch wel voor gestudeerd.

1:21:32Afgoden.

1:21:32Wat hebben we er velen?

1:21:35Weet je welke afgod vooral zo hoog, hoog, hoog opgericht staat?

1:21:40Dat is de afgod van het eigen ik.

1:21:44Ja.

1:21:45En als die afgod wordt aangetast...

1:21:47dan staan we in vuur en vlam.

1:21:50Of niet?

1:21:51U niet.

1:21:54U hebt niet zulke lange tenen.

1:21:57Als je er even op gaat staan...

1:21:59dat je meteen...

1:22:01In vuur en vlam staat.

1:22:06En hoe vaak wordt de afgod.

1:22:09Deugd.

1:22:10En vroomheid niet bewierookt.

1:22:15Je komt ze in Oudorp ook tegen.

1:22:18Tenminste een paar jaar geleden nog wel.

1:22:22Mensen die zeiden.

1:22:23Ja maar ik heb altijd netjes geleefd.

1:22:26Ik heb ieder het zijne gegeven.

1:22:29En dominee.

1:22:30Ik heb toen vaak gezegd.

1:22:32Ik ben geen dominee.

1:22:33Dat was ik toen ook niet.

1:22:33Nee maar voor ons bent u de dominee.

1:22:35Dominee maar ik bid er wel om.

1:22:39Is dat geen afgod?

1:22:43Is dat geen afgod?

1:22:45Dan verwacht je het toch ten diepste van jezelf.

1:22:49Dan is het je toch niet alleen om God en om zijn eer te doen.

1:22:55En als de Heer nou wat gaat werken in het leven van een mens, weet u daar ook van.

1:23:02En er komen eens hete tranen.

1:23:05En er is eens aandoening.

1:23:09Waar kun je er nog lang op leunen?

1:23:12Waar kun je er nog lang op leunen?

1:23:15Is dat geen afgod?

1:23:18Voelt u hoe dichtbij het komt, gemeente?

1:23:23Als het ons niet alleen om God en om de eer van God te doen is.

1:23:31Als het ons niet alleen om Christus en zijn volbrachte werk te doen is.

1:23:37Alles wat we daarnaast en daarbuiten nog hebben.

1:23:39Dat is geestelijke afgoderij.

1:23:43Wat is ook hier nadere ontdekking nodig.

1:23:46Om ermee in de schuld te komen.

1:23:48Om ontdekt te worden aan die...

1:23:52Van onze vleeslijke godsdienst.

1:23:56Van onze eigenwillige godsdienst.

1:23:58Opdat je er is uitgejaagd zou worden.

1:24:00Uit die valse rust.

1:24:01Uit die vrome cultus.

1:24:04Opdat je het is werkelijk van de Heer alleen mag leren verwachten.

1:24:09Weet je wat Kolbrugge zegt?

1:24:11Geestelijke afgoderij.

1:24:13Dat is ook zijn genade verlaten.

1:24:16En een andere heiligmaking najagen dan die welke is in het bloed en de geest van Christus.

1:24:24En dan legt hij dat nog iets verder uit.

1:24:26Hij zegt de duivel laat niet af te proberen om de vrije wil van de mens te propageren.

1:24:33Waardoor een afgod het genadewerk wordt ingedragen.

1:24:39Dan moeten we zelf weer wat doen.

1:24:43Hij zegt het is allemaal gericht op de verhoging van onze majesteit.

1:24:48En van onze heerlijkheid.

1:24:52Gemeente.

1:24:53Als je nou die geestelijke afgoden in je hart gewaar wordt.

1:24:57Val de heren dan te voet.

1:25:01Smeek hem dan om het ontdekkende werk van zijn heilige geest.

1:25:07Meent niet dat u in eigen kracht de strijd wel aan zult binden.

1:25:11Neem u nou niet voor vanavond.

1:25:12Dit moet hier anders.

1:25:14Het moet daar anders.

1:25:15En u gaat aan de slag.

1:25:16Waar moet u heen?

1:25:17Waar moet u heen?

1:25:19Tot hem.

1:25:21Alleen, het

1:25:23wordt u voorgehouden om de heren hartelijk te beleiden dat u zo bent.

1:25:30En dat u nog veel erger bent dan dit vluchtig met die schuld beladen in diepe ootmoed tot hem, tot Christus Jezus.

1:25:40En smeek uw rechter om genade.

1:25:44Smeek om de verzoening door het bloed van Christus.

1:25:49Smeek.

1:25:50Of u door het geloof in Christus krachten mag ontvangen.

1:25:56Om die wet van God te doen uit dankbaarheid.

1:26:01Alleen zo wordt u van de zonde bevrijd.

1:26:05Christus Jezus.

1:26:07En hij alleen heeft de zonde overwonnen.

1:26:13Hij alleen heeft de wet volkomen vervuld.

1:26:19Hij.

1:26:20Alleen.

1:26:21Heeft verzoening.

1:26:23Aangebracht.

1:26:24Het gaat echt gemeente.

1:26:26Echt.

1:26:27Echt.

1:26:28Om hem.

1:26:30Alleen.

1:26:31Om in hem.

1:26:33Gevonden te worden.

1:26:34Want als je in hem gevonden wordt.

1:26:37Weet je wat dan ook waar is?

1:26:38Dan is al het zijnde.

1:26:41Het mijnde.

1:26:43Dan ziet God geen zonde meer in zijn Jacob.

1:26:46En geen overtreding in zijn Israël.

1:26:51Antwoord 94 geeft aan wat het ware dienen van God is.

1:26:57Er staat de enige ware God recht leren kennen.

1:27:01Vertrouwen.

1:27:02Ons aan hem onderwerpen.

1:27:04Van hem alles verwachten.

1:27:05Hem lief hebben.

1:27:06Vrezen.

1:27:07Eren.

1:27:09En nog eens.

1:27:10En ik kan daar niet meer uitgebreid op ingaan.

1:27:12Maar het gaat daar om de gezindheid van het hart.

1:27:16Dat voorop.

1:27:17Dat allereerst.

1:27:18Komt eerst aan op de gestalte van ons hart.

1:27:24Als dat ontbreekt, dan kunt u doen en laten wat u wilt.

1:27:27Maar dan is het alleen maar vorm.

1:27:30Alleen maar buitenkant.

1:27:32En de kant van buiten netjes in orde zijn.

1:27:35Prachtig, prachtig.

1:27:37Maar dan deugt het van binnen niet.

1:27:39Dan is ons hart niet volkomen met God.

1:27:44Alleen de nieuwe mens kent de liefde Gods.

1:27:51Ja, en als ik dan dat antwoord lees, heeft die liefde van God het wel druk, hè?

1:27:55Ziet u het?

1:27:56Ziet u het?

1:27:58Heel veel te doen.

1:28:00Kennen, vertrouwen, onderwerpen, verwachten, liefhebben, vrezen, eren.

1:28:09De liefde is niet zomaar klaar.

1:28:13Ik vind ze ook niet erg hoor.

1:28:15Ik vind ze ook niet erg.

1:28:16Nee, het leven van de liefde is dienen.

1:28:21Dienen.

1:28:23Hem leren kennen.

1:28:25Dat is het eerste wat genoemd staat.

1:28:27Ik loop het nog heel kort langs.

1:28:29Dit is het eeuwige leven dat zij u kennen.

1:28:33Hoe?

1:28:34Weet u het nog van vanmorgen?

1:28:35Niet naar eigen inzichten, maar zoals hij zich in zijn woord geopenbaard heeft.

1:28:42Hem leren kennen in zijn namen, ambten, naturen, staten, weldaden.

1:28:50En te zoeken hem hoe langer, hoe meer te leren kennen.

1:28:55Hoe kun je God leren kennen?

1:28:58Door zijn woord, door de prediking van het woord.

1:29:02En door de krachtige werking van de Heilige Geest.

1:29:06Kom zo maar op mijn jonge vriend, vriendin naar de kerk.

1:29:09Heren, gebruik uw woord of mag ik u leren kennen.

1:29:12Mag ik u leren kennen.

1:29:14En staat er achteraan hem alleen vertrouwen.

1:29:17Dat hangt samen met het voorgaande.

1:29:20Die uw naam kennen, zingt Psalm 9, zullen op u vertrouwen.

1:29:27God werkt dat vertrouwen.

1:29:29Doordat je hem leert kennen.

1:29:31En naar de mate dat je God mag leren kennen.

1:29:35Ga je hem ook vertrouwen.

1:29:37Dan kom je erachter dat hij te vertrouwen is.

1:29:41Omdat hij een waarmaker is van zijn woord.

1:29:43En dat je je daarop kan verlaten.

1:29:45Mag verlaten.

1:29:46En vertrouwen is een zaak van het hart.

1:29:49Dat is het werk van Gods geest.

1:29:51Daar vindt de mens vreugde in.

1:29:53Vertrouwen.

1:29:54Vertrouw op hem.

1:29:55Al gij volk.

1:29:57Te alle tijd.

1:30:00In alle ootmoedigheid en leidsamheid mij aan hem alleen onderwerpen.

1:30:07Ootmoedigheid, daar heb je het.

1:30:08Dat is een vrucht van genade.

1:30:10En weet je wat ootmoed beleidt?

1:30:13Heer, ik heb niks en ik weet niks en ik kan niks.

1:30:17Het is genade alleen.

1:30:21Wat heb ik dat ik niet heb ontvangen?

1:30:26Ootmoedigheid.

1:30:27Maar we hebben ook leidsamheid van ootmoed.

1:30:29Het woord wordt er ook genoemd.

1:30:32En dat betekent dat we daarin ook volharden.

1:30:35Al komt alles er tegenin.

1:30:38Al wordt het geschud en geslingerd.

1:30:42Er staat van hem alleen alles goeds te verwachten.

1:30:46Ach de Heer is goed degene die hem verwachten.

1:30:50Der zielen die hem zoekt.

1:30:53En daarom van hem alleen alle goeds te verwachten.

1:30:57Hem van harte.

1:31:00Liefhebben van ganser harte liefhebben.

1:31:02Dat is wat de Heere vraagt.

1:31:04Weet u het nog?

1:31:04Als die verbondsgods van zijn volk.

1:31:07Wat eist de Heere van u?

1:31:09O Israël.

1:31:11Dan hem lief te hebben.

1:31:13Met uw ganser hart.

1:31:14Met uw ganser ziel.

1:31:16Met al uw vermogen.

1:31:18En weet je wat de liefde doet?

1:31:21De liefde zoekt zichzelf niet.

1:31:23De liefde zet zichzelf hoe langer hoe meer opzij.

1:31:26De liefde zoekt hem.

1:31:29De heren alleen.

1:31:32Hem vrezen.

1:31:33Met kinderlijke vrezen.

1:31:35Vol ontzag.

1:31:37Vol diepe eerbied.

1:31:40Hem eren.

1:31:42Hem hoog houden.

1:31:45Zoals een kind zijn vader hoog houdt.

1:31:47Want het is zijn vader.

1:31:49Nou zo doet ook Gods kind.

1:31:52En als je het op je in laat werken moet je zeggen.

1:31:55En ik hoop dat u het vanavond mee mag zeggen.

1:31:58Mee mag beleiden.

1:32:00Van nature.

1:32:02Is nou alleen het tegendeel in mijn hart te vinden.

1:32:07Opdat u uitgedreven zou worden tot de Heer Jezus Christus.

1:32:12Om in hem gevonden te worden.

1:32:16Maar nu staat, en daar kom ik nog even op terug, die wet in het stuk van de dankbaarheid.

1:32:24Gods kinderen komen in gemeenschap met Christus.

1:32:30Vanuit die wetenschap dat ze van hun ellende verlost zijn.

1:32:34Dat ze hem toe behoren, zijn eigendom geworden zijn.

1:32:38Tot het gebod.

1:32:41Dan wordt die wetje vermaking de ganze dag ook dit eerste gebod.

1:32:45Om de heren alleen en boven alles hartelijk lief te hebben.

1:32:51En Christus Jezus heeft ook dit gebod volkomen vervuld.

1:33:00Ik zei, het leven van de kerk ligt in hem alleen.

1:33:03En ze leven uit hem alleen.

1:33:05Hij heeft dit gebod volkomen vervuld.

1:33:07En als je mag leven door het geloof in de Zoon van God.

1:33:12Dan neemt die Heilige Geest door zijn krachtige werking zo'n mens bij de hand.

1:33:19En doet in de voetstappen van Christus gaan.

1:33:25En hoe teerder die gemeenschap zijn mag.

1:33:28Hoe meer dat leven er is.

1:33:31Naar de wil van God en hoe meer de Heere verheerlijk wordt in ons leven.

1:33:36En zo wordt zijn leven in ons leven geopenbaard.

1:33:42Ziet u het?

1:33:43Dus het gaat uiteindelijk maar om één ding.

1:33:46En dat is de Heere Jezus Christus te mogen leren kennen.

1:33:50Zijn voetstappen drukken.

1:33:51Opdat zijn leven in mijn leven openbaar komt.

1:33:56En wat is dan zijn leven?

1:33:58Nou, hij zocht zichzelf niet.

1:34:00Hij zocht de Vader.

1:34:02Hij zocht de eer van de Vader.

1:34:04Hij leerde de waarheid.

1:34:07Hij leefde de waarheid.

1:34:09Hij ging de dood in.

1:34:10Om zondaren te verlossen.

1:34:13Om ze te bedekken met zijn hartebloed.

1:34:17Opdat ze hem zouden leren vrezen.

1:34:21Eren.

1:34:22Liefhebben.

1:34:24Vertrouwen.

1:34:25Hij heeft zich volkomen gehouden.

1:34:28Aan dat eerste gebod.

1:34:29Hij heeft het.

1:34:31Kennen, het vertrouwen, het onderwerpen, het verwachten, het liefhebben, het vrezen, het eren van zijn vader.

1:34:39Volkomen vervuld.

1:34:40Hij heeft in alles de eer van God op het oog gehad.

1:34:44Hij was gericht in één woord op

1:34:51die liefde van zijn vader.

1:34:54Hij werd ook gedreven tot de liefde voor zijn kerk.

1:34:58Tot de liefde voor wetsverbrekers.

1:35:03En door het geloof in hem.

1:35:05En ik herhaal het nog maar eens.

1:35:07Door die geloofsgemeenschap met hem.

1:35:11Wordt dat leven uit hem.

1:35:16Uitgewerkt in de zijnen.

1:35:18Ja meer nog wordt zijn leven uitgewerkt in de zijnen.

1:35:23En zo wordt een afgode dienaar.

1:35:26Door het geloof in Christus.

1:35:28Een dienaar van die ene ware.

1:35:32God,

1:35:34laat daarom het gebod uw

1:35:39gebed zijn of worden.

1:35:42Heren, dat toch mijn wegen gericht worden om u alleen te kennen, te vertrouwen, lief te hebben, te vrezen, te eren.

1:35:52Dat toch mijn wegen gericht zijn om mij aan u alleen te onderwerpen.

1:36:02Amen.

1:36:04Wij gaan samen zingen uit de berijming van de tien geboden, vers 1 en 2.

1:36:101 en 2 van de berijming van de tien geboden.

1:36:14Laat

1:36:14[GEZANG]

1:39:15ons danken en bidden.

1:39:18Heer, heb dank voor wat u ons zo een en ander maal op deze dag gaf.

1:39:28Bekroon ook dit onderwijs met uw zegen.

1:39:34En heren, wat zou het een zegen zijn als we voor het eerst of opnieuw schuldig gesteld worden.

1:39:41Niet aangespoord om onszelf te verbeteren.

1:39:44Want dat is ten ene malige doem te mislukken.

1:39:47Waarom nou uitgedreven te worden.

1:39:50Tot die grote wets volbrenger.

1:39:54Tot die grote verzoening aanbrenger.

1:40:00Tot de Heere Jezus Christus.

1:40:03Om door het geloof aan hem verbonden.

1:40:09Zijn leven

1:40:12deelachtig te worden.

1:40:22Gaat u met ons mee als

1:40:26we straks van hier gaan.

1:40:29Breng ons weer in onze woning.

1:40:31Wees in het bijzonder nabij als we daar alleen aankomen.

1:40:35Gedenk ook hier als we de kerktelefoon thuis uitschakelen.

1:40:39En in de stilte achterblijven.

1:40:44Geef nog een goede overdenking van het gehoorde.

1:40:47Dat we het hier niet achter zouden laten.

1:40:50Maar mee zouden dragen.

1:40:51Zouden herkouwen.

1:40:54Zoals de reine dieren van het veld dat doen.

1:40:57Wees met ons in de nacht die aanstaande is.

1:41:00In de week die we ingegaan zijn.

1:41:01Bij alles wat wacht.

1:41:03Gedenk de rouwdragende families.

1:41:07Heere, schenk ze wat nodig is.

1:41:10Sterk en ondersteun.

1:41:12Vertroost in het verdriet.

1:41:16Heilig de roepstem.

1:41:19Aan hun en aan ons allerhard.

1:41:22Wees met de jongeren die examens gaan maken.

1:41:29Heere geef ze het ook daarin van u te verwachten.

1:41:37En laat u ze niet beschaamd heren.

1:41:42Brengt u aankomende donderdag op de kroningsdag van u.

1:41:46O Heere Jezus Christus.

1:41:47Nog weer samen rondom uw woord.

1:41:53En maak het ook dan wel met uzelf.

1:41:55We hebben het niet verdiend.

1:41:57Maar Heere doe het nog uit genade.

1:42:00In de vergeving van al onze zon.

1:42:02Om Jezus wil alleen.

1:42:05Amen.

1:42:08De slotzang is.

1:42:10Psalm 81, vers 10 en vers 11.

1:42:12Eert geen uitlandsgod, wacht u voor uw zielen.

1:42:16En het elfde ik, ik ben de Heren.

1:42:19Ik ben uw God en wat daar verder staat, 10 en 11 van 81.

1:42:24Ga

1:42:24[GEZANG]

1:45:28heen in vrede en draagt met u de zegen des Heren die wij in zijn naam op u leggen.

1:45:36De Heren zegenen u en behoeden u.

1:45:41De Heere doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.

1:45:46De Heere verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:45:54Amen.

1:45:55[GEZANG]