0:00[GEZANG]
10:33Onze hulp en onze verwachting.
10:36Zij in de naam des Heren.
10:39Die de hemel en de aarde geschapen heeft.
10:44Die trouwe houdt en eeuwig leeft.
10:49En die nooit laat varen de werken.
10:53Zijner handen.
10:54Amen.
10:56Genade, barmhartigheid en vrede.
11:00Zij u van God den Vader.
11:04Door Christus Jezus zijn Zoon.
11:07In de gemeenschap des heiligen geestes.
11:12Amen.
11:15Gemeente, we zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 47.
11:19En daarvan het eerste en het derde vers.
11:23Psalm 47, vers 1.
11:26Juicht, o volken, juicht, handklapt en betuigt.
11:30Onze God.
11:32Uw vreugd wees de samen verheugd.
11:35En ook het derde vers.
11:36God vaart voor het oog met gejuich omhoog.
11:41Ik noem u het eerste en derde vers van psalm 47.
11:44[GEZANG]
16:34Gemeente wij openen godsheilig een dierbaar woord in de handelingen der apostelen.
16:39Het eerste hoofdstuk te beginnen bij het eerste tot en met het veertiende vers.
16:45Ik noem u als onze schriftlezing handelingen 1.
16:50Vanaf vers 1 tot en met 14.
16:52Nog vooraf doen wij beleidenis van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
16:58Met de woorden van de twaalf artikelen.
17:02Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
17:12En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heren.
17:19die ontvangen is van de heilige geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven
17:33en begraven, nedergedaald ter helle, ten derden dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende
17:45ter rechterhand gods des almachtigen vaders.
17:49Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
17:56Ik geloof in de heilige geest.
18:00Ik geloof in heilige algemene christelijke kerk.
18:06De gemeenschap der heiligen.
18:09Vergeving der zonden.
18:12Wederopstanding des wezens.
18:14En een eeuwig leven.
18:18Ik noemde u als onze schriftlezing Handelingen 1 te beginnen bij het eerste vers, waar Gods woord als volgt tot ons komt.
18:28Het eerste boek heb ik gemaakt, O Theophilus, van al hetgeen dat Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren, tot op de dag
18:40in welke Hij opgenomen is, nadat Hij door de Heilige Geest aan de apostelen die Hij uitverkoren had,
18:49Bevelen had gegeven.
18:52Aan welke hij ook nadat hij geleden had.
18:55Zichzelf een levend vertoond heeft.
18:58Met vele gewisse kentekenen.
19:02Veertig dagen lang.
19:04Zijnde van hen gezien.
19:06En sprekende van de dingen die het koninkrijk gods aangaan.
19:11En als hij met hen vergaderd was.
19:14Beval hij hun.
19:16Dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden.
19:20Maar verwachten de belofteres vaders die gij, zeide hij, van mij gehoord hebt.
19:27Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met een heidige geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.
19:38Zij dan die samengekomen waren, vraagden hem, zeggende, Heren, zult gij in deze tijd aan Israël het koninkrijk weder oprichten?
19:50En hij zeide tot hen, het komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden die de Vader in zijn eigen macht gesteld heeft.
20:00Maar gij zult ontvangen de kracht des heiligen geestes die over u komen zal.
20:07En gij zult mijn getuigen zijn zo te Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria en tot aan het uiterste der aarde.
20:18En als hij dit gezegd had, werd hij opgenomen, daar zij het zagen.
20:24En een wolk nam een weg van hun ogen.
20:27En al zo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl hij heenvoer, zie, twee mannen stonden bij hem in witte kleding.
20:38Welken ook zeide gij, Galileese mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel.
20:45Deze Jezus die van u opgenomen is in de hemel zal al zo komen gelijkerwijs gij hem naar de hemel hebt zien heen varen.
20:56Toen keerde zij weer naar Jeruzalem van de berg die genaamd wordt door Dijfberg.
21:02Welke is naar bij Jeruzalem liggende vandaar een Sabbatsreis.
21:07En als zij ingekomen waren gingen zij op in de opperzaal.
21:11...waar zij bleven, namelijk Petrus en Jacobus en Johannes...
21:16...en Andreas, Philippus en Thomas...
21:19...Bartholomeus en Matthäus, Jacobus...
21:23...de zoon van Alpheus en Simon Silotus...
21:26...en Judas, de broeder van Jacobus.
21:30Deze allen waren eendrachtelijk volhardende...
21:34...in het bidden en smeken met de vrouwen...
21:37...en Maria, de moeder van Jezus.
21:40En met zijn broederen.
21:42Tot zover de schriftlezing.
21:48Gemeenten in de voorbeden willen we denken aan het echtpaar Tanis Bezuijen.
21:53Diependorst 104.
21:54Zij mochten maandag 11 mei gedenken 25 jaar getrouwd te zijn.
22:01De rouwtragende families Luime en Meuleman.
22:04En de beleidende skattegezanten.
22:07Gisteravond heeft de aannemingsavond plaatsgevonden.
22:11Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
22:18Almachtige, eeuwige God, u brengt ons op deze bijzondere, gedenkwaardige dag bijeen.
22:26Rondom uw geopend woord, uw getrouwe getuigenis.
22:30Wat spreekt van hem die God was en bleef.
22:35Het woord wat vlees worden is en onder ons gewoond heeft.
22:41En de apostel roept het uit, wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd.
22:45Een heerlijkheid als des ene geborene zoon des vaders, vol van genade en waarheid.
22:54En hoe hebben zij dat ook aanschouwd op de dag van uw heerlijke kroning, na de opstanding, de tweede trap van de verhoging, de hemelvaart.
23:05Schenk, heren, als uw woord hiervan getuigt.
23:10En als we dat hopen te overdenken.
23:12De bediening van uw heilige geest.
23:15Omdat we ook gelovig op mogen zien naar de hemel.
23:21Ook op deze dag.
23:23Maar ook weer verder mogen reizen.
23:26Naar het bevel van uw woord.
23:28Wil zo de onderwijzing schenken.
23:32U weet wat een ieder nodig heeft.
23:35U kent het hart.
23:36U weet onze gedachten.
23:38Onze overleggingen, onze vragen, onze zielenoden.
23:43Niets is, o oppermagestheid, bedekt voor uw alwetendheid.
23:50Dat we in dat besef tot u mogen zuchten en tot u leren vluchten.
23:57Gij die aanschouwt alle zorgen, alle noden.
24:01Gij die weet ook alle vragen, maar die ook de recht onderwijzingen.
24:07En de vertroostingen kunt schenken onder en door de bediening der verzoening.
24:13Door de werking van uw heilige geest.
24:16Wil zo in ons midden wonen en werken tot roem van uw grote naam.
24:22En tot onderwijzing, vertroosting en zaligheid van onze zielen.
24:29Zoals we hier samen gekomen zijn in dit kerkgebouw.
24:33Of zoals er met ons meegeluisterd wordt in...
24:37Die kamer waar ziekte is, waar de gebreken van de ouderdom ervaren worden.
24:42Of andere zorgen en moeite die ons thuishouden.
24:47Heren, we willen ook uw zegen niet onthouden.
24:51En uw woord ook door het oor tot in het hart brengen.
24:56Ontferm u zo nog naar uw warmhartigheden.
25:00Wil als de koning der kerk uw koninkrijk opbouwen.
25:05En uitbreiden ook bijzonder op deze dag.
25:08Middels de verkondiging van uw woord.
25:11U hebt ook de ambtelijke bediening herbevestigd op deze dag.
25:16U hebt gegeven profeten, apostelen en evangelisten en herders en leraars.
25:24En al de andere ambten tot onderwijzing en tot regering van uw gemeente.
25:33Wil zo ook in onze tijd uw zegen niet onthouden.
25:37En uw kracht betonen door uw geest, door uw woord.
25:42Aan harten van verloren mensen, kinderen.
25:46Heren, gedenk u ook de oud-dragende families onder ons.
25:50De familie Luimen en de familie van dominee Meuleman.
25:55Die beiden overleden zijn.
25:58De tijd met de eeuwigheid verwisseld hebben.
26:02U weet ook een plaats waar ze ingenomen hebben in het midden van hun familie.
26:07Als moeder, als schoonmoeder, als oma, maar ook als vader, als schoonvader, als grootvader.
26:17En ook als predikant, ook in het midden van deze gemeente.
26:22In het verleden zo lange tijd hier ook op naastige wijze de arbeid mogen verrichten aan de huizen.
26:30En ook in de bediening der verzoening.
26:33De plaats die hij ook te midden van dit volk heeft mogen hebben.
26:37Heren wil ze bijzonder gedenken en ondersteunen.
26:40Ook in het smartvolle verlies deze beide families gedenken.
26:45Verenigen met de weg die u gegaan bent.
26:48En ook hem de onderwijzing en de vertroosting geven in het hart.
26:53Wil ze zo gedenken naar de grootheid uw warmhartigheden.
26:57Uw bijstand.
26:59U hulp niet onthouden.
27:01Als morgen de gang naar het graf gemaakt moet worden.
27:04En ook zaterdag de gang graf uit zal zijn.
27:09Gedenk ze zo.
27:10En schenk ze uw vertroosting.
27:12Ziend ook op hun handel.
27:14Op hun wandel.
27:16Op de uitgangen die er waren in het hart.
27:19Ontferm u zo nog naar de menigvuldige rijkdom van uw warmhartigheid.
27:25Gedenk u ook de zieken thuis.
27:28Of in het ziekenhuis.
27:30Of in het verpleeghuis.
27:33Verblijvende.
27:34U kent ook al de omstandigheden.
27:36De noden en de zorgen van het lichaam.
27:40De onderzoeken die ondergaan worden.
27:44De kuren die gevolgd worden.
27:47Het is u op het aller volmaaks bekend.
27:50Schijnt toch ook bovenal.
27:52Dat het alles brengt.
27:53Aan de voeten van u.
27:55Die hebelse geneesmeester.
27:58Betoon uw genadige trouw voor het lichaam en voor de ziel.
28:02Wil zo uw handen ontfermend uitbreiden over de bewoners van de vijver en over de bezoekers van de oase.
28:11Heren, wil ook in al die noden en zorgen uw bijstand niet onttrekken.
28:16Gedenken ook hen die bezocht worden met psychische noden.
28:21Schenken ook hen te mogen ervaren dat u van hen af weet, ook in hun zorg en nood.
28:28Wil zo met het kruis wat gedragen moet worden.
28:32De last die getorst moet worden.
28:35Wil toch ook kennelijke blijken geven.
28:38Dat u van allen af weet.
28:41Betoon ze nog uw genatige trouw.
28:43Wil ook uw zegen schenken over al het pastorale werk wat plaats mag vinden.
28:49Ook in het midden van de gemeente.
28:51Ook in deze tijd van voortdurende vacature.
28:54En wil ook naar u.
28:58op uw tijd ook deze lege plaats toch vervullen.
29:03Gedenk u ook hen die zich voorbereiden op het afleggen van de beleidenis.
29:08Wil ook hen uw hulp, uw bijstand betonen dat het een ja-woord mag zijn.
29:14Met overtuiging in het hart, gegrond op uw woord en gewerkt door de kracht van uw geest.
29:22Wil ook zijn dat het echtpaar wat mag gedenken, 25 jaar.
29:26Aan elkaar verbonden te zijn door de band van het huwelijk.
29:30Schenk ook de verwondering in het hart over de weldaad aan hen bewezen.
29:35En geef toch met de weldaad in u de grote weldoener te eindigen.
29:41Heren, gedenk zo op deze dag de verkondiging van uw woord hier en overal.
29:46Waar uw naam wordt aangeroepen en beleden.
29:50Betoon zo uw genade getrouw en goedheid.
29:53Wij vragen u dit.
29:55Om Jezus willen.
29:57Uitgenade.
29:58Amen.
30:04Gemeente.
30:05Psalm 68.
30:06Daar beleidt de dichter.
30:08Hij doet zijn sterkte boven lucht.
30:11En boven wolken wonen.
30:13Zijn sterkte.
30:14Dat is bovenal toch de zonen gods.
30:17Dat is de Christus der schriften.
30:19Dat is dat vlees geworden woord.
30:22Die in de volle destijds afgedaald is.
30:24Uit het hemels heiligdom.
30:26...de weg van diepe vernedering gegaan is...
30:29...zichzelf gegeven heeft tot de ransoen voor veden...
30:33...waar ook op de dag van de hemelvaart verhoogd werd.
30:37De sterkte Gods, die sterkte die de Vader verherend heeft in zijn eigenschappen...
30:44...die sterkte die de wet vervuld heeft...
30:48...die sterkte die het recht verherend heeft...
30:51...die sterkte...
30:53Die de macht van de vorste duisternis verpletterend verslagen heeft.
30:57En die een eeuwige zaligheid heeft aangebracht.
31:00Voor zijn ganzenkerk die sterkte doet hij.
31:03Op de dag van hemelvaart boven lucht en boven wolken wonen.
31:08Wij willen er ook bij stilstaan aan de hand van de woorden van onze tekst.
31:12Die u vindt in het u voorgenezen schriftgedeelte handelingen 10.
31:16Handelingen 1 vers 10 en 11.
31:19Handelingen 1.
31:20Vers 10 en 11 waar Gods woord als volgt tot ons komt.
31:25En al zo zij hun ogen naar de hemel hielden.
31:29Terwijl hij heenvoer, zie, twee mannen stonden bij hem in witte kleding.
31:36Welke ook zeide gij, Galideese mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel.
31:43Deze Jezus die van u opgenomen is in de hemel, zal al zo komen gelijkerwijs gij hem.
31:50Naar de hemel hebt zien heen en varen.
31:54En wij willen vanuit deze tekstwoorden stilstaan bij het heilsfeit van hemelsvaart.
31:59We letten ten eerste op de aanspraak bij dit heilsfeit.
32:03Ten tweede op de prediking van dit heilsfeit.
32:06En ten derde op de vertroosting uit dit heilsfeit.
32:10Onze tekstwoorden spreken ons van het heilsfeit van de hemelvaart.
32:15Omdat het ten eerste op de aanspraak bij dit heilsfeit.
32:18Ten tweede bij de prediking van dit heilsfeit.
32:22En ten derde ook van de vertroosting uit dit heilsfeit van de hemelvaart.
32:28Voordat we hierna erbij stil hopen te staan gaan we eerst zingen.
32:32Uit psalm 68 vers 9 en 16.
32:37Psalm 68 vers 9.
32:40Gods wagens boven het luchtig zwerk.
32:43Zijn tien en tien maal duizend sterk verdubbeld ingetalen.
32:49En ook het zestiende vers.
32:50Geen koninkrijk en zingt godslof.
32:53Heeft zalmen op naar het hemelhof.
32:56Van ouds zijn troon en woning.
33:00En dan zijn er nog mededelingen.
33:03Dat geldt dan alleen de collecten.
33:05De eerste collecten voor de diakonie.
33:07De tweede voor de kerkvoegdij.
33:10En de derde voor het verenigingsgebouw, Ebena Ezer.
33:13Deze collecten worden hartelijk in de meeldadigheid aanbevolen.
33:17En wij zingen uit Psalm 68, vers 9 en 16.
33:22De
33:22[GEZANG]
42:18hemelvaartdag wordt wel de kroningsdag genoemd.
42:22Op deze dag mag wel bijzonder gezongen worden met de dichter.
42:26Hoe groot en hoe schitterend is zijn eer.
42:30Het is als het ware...
42:32Een soort triomftocht die de koning der kerk op deze dag maakt.
42:37Als hij langs de plaatsen van zijn vernedering gaat.
42:41Op deze aarde, op zijn tocht van kribbe naar kruis.
42:45Als hij bijzonder ook op deze berghoek komt.
42:48De plaats ook van de aanvechting, de bange borsteling in de hof van Gethsemene.
42:54Waar hij gevraagd had, vader, indien het mogelijk is dat deze drinkbeker van mij voorbij gaat.
43:00Toch niet mijn wil, maar de uwe.
43:03Als hij ook langs de kruisheuvel Golgotha gaat.
43:08Waar het strafwijzend recht verheerlijk is.
43:10En waar de voldoening gegeven is aan de deugde van de vader.
43:15En de verzoening verworven is voor zijn ganse kerk.
43:19En dan komt hij toch op deze olijfberg.
43:21Waar hij ten hemel opvaart vol eer.
43:25En zijn discipelen die hem gevolgd hebben.
43:29Die staren hem na.
43:31Ze hebben hem gezien onder een gesloten hemel aan het kruishout van Golgotha.
43:37Waar de toren gods op hem neertaalde.
43:40Waar hij de schuldenlast torste van zijn ganse kerk.
43:44Waar hij met doornagelde uitgebreide armen en doornagelde voeten hing aan het vloekhout der schande.
43:53Maar ze mogen hem nu aanschouwen onder een open hemel.
43:58Hij wordt verheerlijkt.
44:00Hij deelt nu in de gunst van Vader.
44:04Van de Godde Vader.
44:05En heeft ook ontvangen alle macht in hemel en op aarde.
44:10Genesis 3 gemeente spreekt ons van de eerste Adam.
44:14Die gestoten werd uit het paradijs.
44:17Vanwege de zonde die hij bedreven had.
44:20De toren gods die hij daarmee had opgeroepen.
44:23De vloek ter wet.
44:25Die daarmee over hem en over zijn ganzen nageslacht gekomen was.
44:30Het beeld van God wat van hem genomen was.
44:33Wat hem toebetrouwd was.
44:35En de dood die hij in deze bedeling heeft aangericht en aangebracht.
44:41Door de zonde die hij bedreven heeft.
44:45En als u dan let op deze tweede Adam.
44:48Die gedaan heeft wat de vader van hem geëist heeft.
44:53En wat hij aan God de vader beloofd heeft.
44:56Ik draag uw heilige wet.
44:58Die gij de sterveling zet in het binnenste ingewand.
45:01Dan heeft hij de vloek ontwapend van de wet.
45:05Dan heeft hij de toren van God geblust.
45:08Door zijn offerande op het kruis van Golgotha.
45:11Dan heeft hij het strafwijzend recht dat dood vonnis heeft hij vervuld.
45:16En heeft hij verheerlijk.
45:18Dan heeft hij het leven verworven.
45:21Hij heeft dat bittere graf tot een slaapplaats gemaakt voor al de zijnen.
45:27En ook niet tot een blijvende plaats.
45:30Hij heeft het beeld van God hersteld.
45:33Ook in en door zichzelf.
45:36En zal straks ook al bezijden met dat kreet van de gerechtigheid.
45:41O betreden.
45:42Dan mag toch terechtgezongen worden van hem.
45:47Reis eeuwige deuren.
45:48Reis omhoog.
45:50Op dat deze koning der ere zal mogen ingaan.
45:55Opgenomen.
45:57Ten hemel.
45:58Op de dag van hemelvaartgemeente.
46:00Dan mag de kerk.
46:02Dan mogen deze discipelen.
46:04Dan mogen u en ik onderwezen worden.
46:07En gewezen worden.
46:09In wie.
46:10En door wie.
46:12En voor wie het hemels heiligdom.
46:15Geopend wordt.
46:16Voor hem.
46:17De zonen gods.
46:19Veracht door de scharen.
46:21Gesmaakt door het zannedrin.
46:23Bespot door de soldaten.
46:26Gehangen aan het vloekhout.
46:28Maar ziet wat de hemel met hem doet.
46:30De hemel ontsluit zich voor hem.
46:33De engelen omstuwen hem.
46:36En de lofzang van de triomferende kerk.
46:38Die klinkt hem tegemoet.
46:40En de strijdende kerk.
46:42Die staat hem na.
46:43Ziet u wel.
46:45Dat er in de hemel geheel andere maatstaven gelden.
46:50Als dat de wereld hanteert.
46:52Als dat de duivel hanteert.
46:55Als dat de oppervlakkige godsdienst hanteert.
46:58De maatstaf van het woord.
47:00Die wordt over deze koning der kerk in rijke mate geschonken.
47:05En die ontvangt na de spot kroon.
47:09Na de smaat kroon.
47:11Na de kroon van bange verdrukking.
47:13Na de doornen kroon.
47:16Ontvangt hij de eer kroon op deze dag.
47:20De hemelse hoge priester.
47:22Gaat het binnenst heiligdom binnen.
47:25Zoals onder het oude verbond.
47:27De hoge priester.
47:28Het heilige der heiligen.
47:30Inging eenmaal per jaar.
47:32Om het bloed ook daar te sprengen.
47:34Op het verzoendeksel.
47:36Maar het was de voorafschaduwing van hem.
47:39De grote hoge priester.
47:41Die nu dat binnenst heiligdom.
47:43Binnen gaat.
47:44Op de dag van de hemelvaart.
47:46En daarom God de Vader toont.
47:49Zijn harte bloed.
47:50De tekenen die hem geslagen zijn.
47:52In zijn handen en in zijn voeten.
47:55Hij, waarachtig, rechtvaardig mens.
47:59Gehoorzaam gebleven tot aan de dood.
48:03De dood des kruises.
48:06Neergedaald tot in de hel.
48:08Nu opgenomen wat zijn menselijke natuur betreft.
48:13En opgevaren wat zijn goddelijke natuur betreft.
48:16In het hemelse heiligdom.
48:20Een engelschaar.
48:21Zo zeggen verschillende verklaarders.
48:23Die omstuwen hem.
48:25Om hem te begeleiden.
48:27In dat hemels heiligdom.
48:29De geboorte.
48:31Dan vinden wij deze hemelse heerscharen.
48:34De lofzang aanheffen.
48:37De ere gods.
48:38En het welbehagen.
48:40En de zaligheid.
48:42Voor zondaren die hij zal verwerven.
48:45Dat bezingen zij in de lofzang.
48:47Maar nu.
48:49Ook bij de opstanding waren er engelen.
48:52Maar nu zijn er ook hier bij de hemelvaart engelen.
48:55En deze discipelen die staren hem na.
48:59Het is een afscheid wat de nabijheid betreft.
49:04Wat de tastbare gevoelige onderwijzingen aangaat.
49:09Wat het lichaam betreft.
49:11Het tastbare wordt van hem weggenomen.
49:14Het is net als onder het oude verbond.
49:17De geschiedenis van de profeet Elia.
49:19Die opvaart ten hemel.
49:21En dan roept Elisa.
49:24Mijn wagen.
49:25Mijn wagen.
49:27Israëls.
49:28En zijn ruiteren.
49:29Dat betekent de kracht.
49:31De sterkte.
49:32Gods.
49:33Die vaart op.
49:35Naar het heiligdom.
49:36Het gebed.
49:37Wat Elia gedaan heeft voor het volk.
49:39Het onderwijs wat hij gegeven heeft.
49:42Maar hier is het heerlijke gemeente.
49:44Die meerdere Elia.
49:46Die gaat wel in.
49:47In het hemels heiligdom.
49:49Maar hij heeft toegezegd en beloofd dat hij met zijn geest en met zijn genade niet zal wijken van de zijnen.
49:57En dat hij ze straks ook zal bekleden met hun gaven die ze nodig hebben.
50:02Om de ambtelijke bediening voor te zetten.
50:04Om de prediking van het woord ook uit te oefenen.
50:09Daar staan die discipelen gemeente.
50:11Ze kijken nu naar de hemel.
50:13Ze hebben bij wijze spreken in de kribben gekeken.
50:17Ze hebben opgezien naar het kruis.
50:19Maar ze mogen nu vanwege die nederige geboorte.
50:23En vanwege die verhoging aan het vloekhout.
50:26Nu mogen ze nog hoger zien naar het hemels heiligdom.
50:31De gesloten poort van het paradijs.
50:34Bewaakt door de engelen met het vlammig lemmer van het zwaard.
50:37Wordt op hemels van dag geopend voor deze tweede Adam.
50:43De zonen gods die ingaat in het hemels heiligdom.
50:49En deze apostelen die staren omhoog.
50:53En terwijl ze omhoog staren worden ze aangesproken door de engelen.
50:58Ze hebben zo'n gezicht op de Christus der schriften.
51:01Ze staren hem zo na terwijl een wolk hem wegneemt.
51:05Ze hebben er geen erg in gehad misschien.
51:07Dat daar die boden, die hemelse boden, die engelen.
51:11Ook daar ook stonden om hen ook onderwijs te geven.
51:16En ze worden aangesproken.
51:18En ze krijgen niet de aanspraak, gij kleingelovigen.
51:22Daar hadden ze zich trouwens wel in herkend.
51:25Dat hadden ze wel toegestemd.
51:27Ook daar hadden ze naar geluisterd.
51:29Ze worden ook niet aangesproken, gij onverstandigen en tragen van hart.
51:35Ook dat hadden ze gepast gevonden, ziende ook op de tijd die achter hen lag.
51:41Maar ze worden aangesproken met de benaming, gij Galileese mannen.
51:47Zo zeggen deze engelen.
51:49En op die plaats zijn ze ook weer gearriveerd.
51:53En van die plaats zijn ze ook afkomstig.
51:57Ze blijven deze naam ook houden.
52:00Een naam die bepaald niet verheffend was voor de wereld in die dagen.
52:06Een naam die ook niet in achting was op het kerkelijk erf.
52:11Galileers, dat waren mensen uit het over-Jordaanse.
52:15Die stonden niet zo hoog in achting.
52:18Maar zo staan ze ook in de hemel bekend.
52:21Ze hoeven zich dus niet beter voor te doen.
52:24Hoeven wij ook niet gemeente.
52:26We doen ons wel zo vaak beter voor.
52:29Ook voor de heren zoeken we dat te doen.
52:32Maar we hoeven ons niet beter voor te doen.
52:34Hij weet waar we vandaan komen.
52:36Hij kent ons hart.
52:38Hij weet veel meer van onze afkomst.
52:41Als dat wij dat ooit zullen weten.
52:44Hij kent ons verloren zondaars bestaan.
52:47En door zulke benamingen zoekt hij telkens weer ook de begenadigde zondaar te herinneren.
52:54Dat dat goddelijk genadewerk van die nederige geboorte.
52:59Van de voldoening aan het vloekhout van Golgotha.
53:03Van de hemelvaart.
53:05Dat het alles uitsluitend verworven is in en door hem.
53:11En dat...
53:12Voor mensen die van zichzelf niets waren en niets zijn.
53:17En nooit iets zullen worden als arme, ellendige, verloren zondaren.
53:22Hij heeft ze opgezocht bij dit begin.
53:26En hij zoekt ze opnieuw op met deze benaming.
53:31Het is zo gebleven.
53:32Dat is altijd duidelijk gemeend in het woord.
53:35Rut de Moabitische, die blijft Rut de Moabitische.
53:41Om zo telkens weer herinnerd te worden aan het grote wonder van de lossing van het huwelijk met Boaz.
53:50En zo staat er ook in de schrift van Simon de Milaatse.
53:55Hij was genezen, maar hij blijft Simon de Milaatse.
53:59Om telkens weer herinnerd te worden aan de dodelijke plaag waarmee hij bezet was.
54:06En het verlossend handelen van de zonen gods.
54:11Blijft voor zichzelf.
54:13Voor eigen waarneming.
54:14De smartelijke vervolger.
54:18Eertijds.
54:18De discipelen van de zonen gods.
54:21Zeer vervolgd heeft.
54:22En houdt hem laag aan de grond.
54:25Een klein.
54:26Kijk kent u ook zo'n bekering.
54:28Dat u elke keer maar weer teruggebracht wordt.
54:31Naar uw eertijds.
54:32Dat u elke keer maar weer met de effeziërs moet beleiden.
54:36Dood in de zonde en in de biesdaten te zijn.
54:39Uit.
54:40Genade zijt geen zalig worden.
54:42En dat niet uit u.
54:44Het is godsgave.
54:46Opdat niemand roemen.
54:48Maar die roemt.
54:49Die roemen in de heren.
54:51We hebben zulke terugleidingen.
54:55Zulke herinneringen.
54:56Die hebben we telkens nodig.
54:59Opdat we niet in zelfgenoegzaamheid.
55:02De grote man of vrouw zullen worden.
55:05De bekeerde man.
55:06De bekeerde vrouw zullen blijven.
55:09Maar dat we telkens weer verstaan.
55:11Wat we ontvangen.
55:14Dat hebben we uit genade gekregen.
55:17En het onderscheid wat er niet was.
55:20Heeft God gemaakt.
55:22Door de wedergeboorte.
55:24Door de kracht van geest en woord.
55:26Naar zijn vrijmachtig welbehagen.
55:28Maar niet vanwege onze geschiktheid.
55:31En niet vanwege onze getrouwheid.
55:34En niet vanwege enige uitnemendheid.
55:37Want die is er niet en zal er ook nooit zijn.
55:41Overstaat u dat meer en meer in te leven.
55:45Dat u uit Galilea was.
55:47En dat het ook gedurig met u meegedragen wordt.
55:51Ziet hier gemeente.
55:53Een open hemel.
55:55Een volkomen borg.
55:57En Galileese mannen.
56:00Ze staan daar op deze berg.
56:02Het hoofd der kerk.
56:04Is opgenomen in het hemelsheiligdom.
56:07Hij is vol majesteit, vol glorie en eer opgevaren ten hemel.
56:14En er staan deze mannen op deze aarde.
56:16En ze krijgen deze benaming.
56:19Het is dus duidelijk dat het niet vanwege hun geloofsgehoorzaamheid is.
56:25Dat het niet vanwege hun trouw is.
56:28Maar ondanks hun afkomst uit Galilea.
56:33Mogen ze delen in dat volbrachte werk.
56:37Van deze persoon des middelaars.
56:39Gij voert ten hemel op.
56:41Vol eer.
56:42De kerker werd u buiten o heren.
56:45Gij zaagt uw strijd bekronen.
56:48Omdat zelfs ook een wederhorig kroost.
56:52Altijd bij u zou wonen.
56:56Ziet hier de zoon gods.
56:58Die afdaalde in Bethlehem.
57:01Die woonachtig was in Nazareth.
57:05Die zijn discipelen riep uit Galidea.
57:09En dat hoort nu bij elkaar.
57:12Zie de diepte van de liefde godsgemeente.
57:15Zie de kracht van het offer.
57:18Zie de ruimte van het welbehagen in en door deze persoon.
57:23Desmiddelaars hemelsvaardag.
57:26De verwondering die wordt alleen maar dieper.
57:29Hij wordt verheerlijk in het zalig maken van armen.
57:33En verloren zondaren.
57:35En deze zondare gemeenten die leren verstaan achterom te zien.
57:42En ondervinden met zichzelf achteruit te gaan.
57:47En beleiden meer en meer zondaar te blijven.
57:52Maar hij baant de weg tot behoud.
57:54Hij is de weg, de waarheid en het leven.
57:59Ook kent u ook deze ervaringen.
58:02De ervaring van doorgaande ontdekking.
58:06De ervaring van een voortgaande rechtvaardiging.
58:10Elke keer weer opnieuw.
58:12En de ervaring ook van een gedurige heiligmaking.
58:17De ervaring dus van een doorgaande ontdekking.
58:20En van een voortgaande rechtvaardiging.
58:25En ook van een gedurige heiligmaking.
58:29Elke keer maar weer.
58:31Met lege handen.
58:33Tot de troon der genade uit te gaan.
58:35Meer en meer achteruit te gaan met uzelf.
58:39Op te wassen in de kennis.
58:41En in de genade van hem.
58:43Om straks te mogen delen.
58:45In de verworven heerlijkmaking.
58:48In en door Christus.
58:51De tweede plaatsgemeente dan zegt.
58:53Spreekt ook de tekst van de prediking van dit heilsfeit.
58:56Wat staat gij en ziet op naar de hemel.
59:01Toen hij kwam, waren er dus engelen.
59:04En toen hij ging, waren er ook weer engelen.
59:08En dan noemen zij ook die naamgemeente van zijn geboorte.
59:13Deze Jezus, zo zeggen ze.
59:16Dat is de naam van de nederige geboorte van de vleeswording.
59:20Dat is de naam die inhoudt, de jongens en meisjes weten het ook wel, wat deze naam betekent.
59:27Want hij zal zijn volk zalig maken.
59:31Van hun zon.
59:32En er wordt ook op Hemelvaartsdag.
59:35Deze naam genoemd.
59:37Die naam die vinden we bij de geboorte.
59:40Dat betekent dat hij geboren is in zuiverheid.
59:43In reinheid.
59:45Zonder erfschuld.
59:46Zonder erfsmert.
59:48Dat hij die arme zondaren.
59:51Die in zonden ontvangen en geboren worden.
59:54Van hun prilste begin af.
59:56In deze naam.
59:58Red en behoud.
1:00:00Hem bedekt met zijn volkomen gerechtigheid en heiligheid.
1:00:05En die naam die vinden we aan het kruis.
1:00:08Dan is ook deze naam beschreven daar.
1:00:11Jezus de Nazarener.
1:00:14De koning der Joden.
1:00:16En dan gaat het om de dadelijke schuld.
1:00:19De verzoening die hij daar betaalt.
1:00:21De rechtvaardiging die hij daar verwerft.
1:00:24En de heiligmaking die hij daar verdient.
1:00:28Deze Jezus die van u opgenomen is.
1:00:31En als het dan gaat om de sluiting van het paradijs.
1:00:35Om de heropening van het hemels heiligdom.
1:00:38Voor de waarachtige menselijke natuur van de zonen gods.
1:00:43Dan wordt ook deze naam weer benadrukt door deze engelen.
1:00:49Deze Jezus die van u heen gevaren is naar de hemel.
1:00:55Dus dat omsluit gemeenten het ganse werk der zaligheid.
1:00:58In de eerste Adam buiten het paradijs gesloten.
1:01:03Door de eerste Adam de zonde en de dood in de wereld gekomen.
1:01:08En nu door deze tweede Adam de zonen gods.
1:01:12Het hemelsparadijs ontsloten.
1:01:15Omdat hij in de nederige geboorte blank was.
1:01:20Hij is blank, zegt de bruiter het hooglied.
1:01:23Hij is blank.
1:01:24Bij de nederige geboorte zuivere Rijn.
1:01:27Hij is rood bij zijn leidende sterven.
1:01:30En hij draagt op deze dag de meneer boven 10.000.
1:01:35De menselijke natuur waarin hij neergedaald is.
1:01:40Ingegaan is in deze bedeling.
1:01:43En in die menselijke natuur is hij ook doorgegaan in de diepte van zijn vernedering.
1:01:49Maar mag hij nu ook ingaan in de plaats van...
1:01:53De heerlijkheid gods.
1:01:54Om hem de eer om.
1:01:56Dat de ganse kerk hem de eer en de aanbidding mag geven.
1:02:02Genesis 3 gemeente spreekt van.
1:02:04Het vrouwenzaad wat komen zou.
1:02:07In de volle destijd.
1:02:08Dat offer heeft hij gebracht.
1:02:11En nu mag hij de kroon.
1:02:12Mag hij ontvangen.
1:02:14Hij is opgenomen.
1:02:16De vader heeft hem wel behagen in zijn arbeid.
1:02:20Hij is opgevaren.
1:02:22Want hij is ook waarachtig God.
1:02:24Na de hoon.
1:02:26Nu ook de eerkroon.
1:02:29Na de bange worsteling.
1:02:31Nu ook te delen in de overwinning.
1:02:33Na de duisternis.
1:02:35Waarin hij gehangen heeft.
1:02:37In die helse smart.
1:02:38Nu ook het licht.
1:02:41Na de hel.
1:02:42Nu ook de hemel.
1:02:44Voor hem geldt toch bijzonder.
1:02:46Die na kortstondig ongeneugd.
1:02:50Mag hij de eindloze verheuging van de ganse kerk ontvangen.
1:02:55En de eerkrom van de Vader, die mag hij ook indelen.
1:03:00De aanvaarden van de drinkbeker vol van de mengeling van de toren van God.
1:03:05Die heeft hij aangeromen.
1:03:07Het dragen van de schuld, dat heeft hij voorbracht.
1:03:11De hitte van de toren van de Vader, die heeft hij geblust.
1:03:16En nu mag hij delen in de vreugde.
1:03:18Die hem voorgesteld was.
1:03:21Waardoor hij het kruis heeft gedragen.
1:03:23En ook de schande veracht.
1:03:25En zijn discipelen gemeente mogen onderwezen worden op deze dag.
1:03:29Dit is de poort.
1:03:31Dit is de toegang in het hemels heiligdom.
1:03:35Kijk als u dat nu mag zien op de dag van hemelvaart.
1:03:38Dat het uitsluitend de zaligmaker van zondaren is.
1:03:43Die dat hemels heiligdom heeft ontsloten.
1:03:47Het hoofd der kerk gaat het heiligdom binnen.
1:03:50En het lichaam zal ook straks volgen.
1:03:54Maar hij als het hoofd wordt het eerst verheerlijkt.
1:03:59Een zekere ingang in het hemels heiligdom.
1:04:03En deze poortgemeente is een andere ingang als de toegang tot het paradijs.
1:04:10Want die poort die kon alleen open blijven.
1:04:15door de gehoorzaamheid van de eerste Adam.
1:04:18En toen die eerste Adam gevallen is...
1:04:21toen is de poort gesloten voor hem en voor zijn ganse nageslacht.
1:04:26Maar deze poort, die hemelpoort, schaneert op recht en op waarheid.
1:04:33De waarheid in hem vervult en het recht door hem verheerlijkt.
1:04:38En daarom deze toegang is ontsloten door hem.
1:04:44Nu mogen deze discipelen hem nastaren en ook daarin zien hun eeuwige toekomst.
1:04:52Ze zien wat het einde is van deze koning.
1:04:56Op aarde spot en hoon en bittere verachting en zelfs een graf.
1:05:03Maar de hemel kroont en beloont het.
1:05:07Kijk, als u daar ook in deelt, in die strijd, in die navolging.
1:05:13Als u ook gesmaat wordt op de naam van Christus, dan zegt de apostel Peter, dan zijt gezalig.
1:05:20Als u ook gebogen gaat onder uw kruis, onder uw moeite, onder uw zorg.
1:05:26Als u ook moet klagen over het opstandig hart, over uw zonde schuld, over uw verzondigd leven, de doorgebrachte genadentijd.
1:05:36Maar u ziet hier op deze berg, deze Galileese mannen staren omhoog.
1:05:43En mogen op de dag van hemelvaart in en door Christus een ogenblik inblikken.
1:05:50In de eeuwige toekomst die ook hen wacht.
1:05:53De triomferende kerk in het hemelsheiligdom.
1:05:57Die ontvangt deze gezegende koning.
1:06:00De strijdende kerk op aarde.
1:06:02Die staart hem na.
1:06:04Ziet u dat de koning der kerk het middelpunt is.
1:06:08Hij wordt verhoogd en verheerlijkd.
1:06:11Nagestaart.
1:06:12door de strijdende kerk, ontvangen en grootgemaakt...
1:06:16door de triomferende kerk in het hemelsheiligdom.
1:06:19De toekomst van de zonen gods, prediking van dit heilsfeit...
1:06:25dat uitsluitend door Christus Jezus...
1:06:28de toegang tot het hemelsheiligdom ontsloten wordt.
1:06:33Maar in de derde plaats, gemeente, dan spreekt ook...
1:06:35onze tekst van de vertroosting uit dit heilsfeit.
1:06:40Dit roomse kerk heeft geen gelijk.
1:06:43Die de zanigmaker opsluit.
1:06:45Wat zijn menselijke natuur betreft in een stukje brood.
1:06:49En in een slokje wijn.
1:06:51Die zeggen Christus.
1:06:53Die verandert wat zijn menselijke natuur betreft.
1:06:57In het brood en in de wijn.
1:06:59De leer van de transubstantiatie.
1:07:02Een dwaze.
1:07:04Christus onterende.
1:07:06Onbijbelse leer.
1:07:08Door de katechismes als een vervloekte leer ook.
1:07:11Wordt neergezet.
1:07:13En dat terecht op grond van de schrift.
1:07:15Dit is ook niet zoals de Lutherse geleerd hebben.
1:07:18Dat op de dag van de hemelvaart.
1:07:21Christus wat zijn menselijke natuur betreft.
1:07:24Al ontegenwoordig geworden is.
1:07:27Zijn goddelijke natuur is al ontegenwoordig.
1:07:31En op de dag van de hemelvaart.
1:07:34Leerde Luther helaas.
1:07:37dat zijn menselijke natuur ook overal tegenwoordig geworden is...
1:07:41zodat hij bij het sacrament van het heiligavondmaal...
1:07:45net onder en bij de tekenen in zijn menselijke natuur tegenwoordig is.
1:07:52Hij gaat natuurlijk niet zo ver als de Roomse leer...
1:07:55dat het wezenlijk verandert...
1:07:57maar wel dat die menselijke natuur al om tegenwoordig geworden is.
1:08:03Het gaat er juist om, gemeenten...
1:08:05De eerste Adam.
1:08:07Waar mens was.
1:08:08Van vlees en bloed.
1:08:10En dat die eerste Adam gezondigd heeft.
1:08:13Buiten het paradijs gekomen is.
1:08:15En dat die tweede Adam de prijs betaald heeft.
1:08:19En de schuld verzoend heeft.
1:08:20En nu als waar rechtvaardig mens.
1:08:24De onverderfelijkheid en de onsterfelijkheid gekregen heeft.
1:08:28Op de dag van de opstanding.
1:08:31En ten hemel vaart, ten hemel opgenomen wordt.
1:08:34En op vaart op de dag ook van de hemel vaart.
1:08:40En dat dat een vertrouwsting is voor de arme zondaar.
1:08:44Die zijn reis nog voortzet.
1:08:46Die zijn last nog draagt.
1:08:48Die de strijd nog voert tegen de driekoppige vijand.
1:08:52Die nog te kampen heeft met dat onwillige vlees.
1:08:55Wat zich nooit onderwerpt aan de wil en aan de wet van God.
1:08:59Maar...
1:09:00Dat ze toch vertroost worden uit het heilsfeit.
1:09:03Waar hij is, zullen zij ook zijn.
1:09:07Ik vaar op tot mijn God en tot uw God.
1:09:12Tot mijn vader en tot uw vader.
1:09:17En ik ga heen om uw plaats te bereiden.
1:09:20Zo heeft hij beloofd.
1:09:22Galileese mannen, gemeente.
1:09:24Die gaan als Galileese mannen hun strijd...
1:09:28weer verder voeren op deze aarde.
1:09:31En straks bij de volgende weldaad...
1:09:33bij het volgende heilsfeit van Pinsteren...
1:09:36dan worden ze ook weer Galileense mannen genoemd.
1:09:39Met spot, met verachting, misschien sommigen met verwondering.
1:09:44Maar dan klinkt deze naam opnieuw.
1:09:46Zijn niet allen deze die daar spreken Galileense mannen?
1:09:50Hoe kan het zijn dat ze in zulke talen kunnen spreken?
1:09:55Dan klinkt opnieuw deze benaming.
1:09:58De koning op de troon.
1:10:00Hij zit aan de rechterhand des vaders.
1:10:03Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
1:10:07Maar deze Jezus.
1:10:09De zaligmaker van zondaren.
1:10:13De redder van het verlorene.
1:10:14Zal al zo komen gelijk gij hem naar de hemel hebt zien heen varen.
1:10:21Het is een vast en zeker bewijs.
1:10:25De opvaring.
1:10:27Dat hij genoeg gedaan heeft.
1:10:29Dat God de Vader genoegen nam in het offer van de zoon.
1:10:34En dat bekroont dat hij een volkomen borg en middelaar is.
1:10:39Dat zijn gerechtigheid, zijn heiligheid, alles bedekkend is voor armen en verloren zondaren.
1:10:47Deze vertroosting gemeente voor deze discipelen dat hun strijd niet altoos zal duren.
1:10:53Dat ook zij straks opgenomen zullen worden.
1:10:57In dat hemelsheiligdom.
1:10:59Dat de scheiding niet.
1:11:01Voorgoed zal zijn.
1:11:03Dat het maar een tijdelijke scheiding zal zijn.
1:11:06Hij zal beter komen.
1:11:08En dan zullen zij ook gekroond.
1:11:10En verheerlijk worden.
1:11:12Dan zal ook.
1:11:14Wat Kieder de Bres zegt.
1:11:15Dan zal blijken.
1:11:17Dat de zaak van de levende kerk.
1:11:20Met haar hoofdletter.
1:11:21Die door de kerkelijke en wereldelijke overheden.
1:11:25Als goddeloos.
1:11:26Verdoemd wordt.
1:11:27Dan zal blijken dat het de zaak was.
1:11:30Van deze gekroonde verheerlijke koning.
1:11:34Jezus.
1:11:35Die zichzelf.
1:11:36Dan ook aan hen zal bewijzen.
1:11:39Als de koning de kerk ziet.
1:11:42Ze moeten weer door.
1:11:43Zegt de kinderen Israëls.
1:11:45Dat ze voorttrekken.
1:11:47Ze moeten weer Jeruzalem in.
1:11:50Ze moeten de storm weer in.
1:11:52Ze moeten de strijd weer in.
1:11:54Ze moeten.
1:11:56De moeilijkheden en de zorgen weer in.
1:11:58Maar de uitkomst is zeker.
1:12:01En hun aankomst is gewis.
1:12:05Zo leert de dag van Hemelvaart.
1:12:07Dus Hemelvaarts daggemeente is.
1:12:10Dat we door geest en woord iets mogen zien.
1:12:13Van de verheerlijking van deze koning.
1:12:16En er werd vroeger wel eens gezegd.
1:12:18Zo genoten.
1:12:20En zo werd toegestoten.
1:12:21Een wolk nam een weg.
1:12:23Voor hun ogen.
1:12:25maar een ogenblik aanschouwt dat hij de overwinnaar is.
1:12:30Dat hij de hemel ontsloten heeft en zit aan de rechterhand van de Vader.
1:12:37Aanbidding en verwondering en verzekering en vertroosting...
1:12:44uit het heilsfeit van de hemelvaardag.
1:12:48Hij zal wederkomen zoals hij heengevaren is ten hemel.
1:12:54En dan zal hij wederkomen tot verschrikking.
1:12:57Voor al degenen die hem vijandig zijn gebleven.
1:13:02Die niet gebogen hebben voor deze gezegende koning.
1:13:06Maar hij zal ook dan komen tot eeuwige vertroosting en verkwikking.
1:13:10Voor al degenen die zijn verschijning hebben lief gehad.
1:13:14En die zulke ogenblikken hebben leren kennen hier op aarde.
1:13:18In het strijdwerk van het leven.
1:13:20Door het onderwijs van het hoort en de kracht van de heilige geest.
1:13:24Om met de dichter te kunnen zingen.
1:13:26Dit is.
1:13:27Dit is de poort des heren.
1:13:31Kijk.
1:13:31Dat is de vertroosting voor de ganse kerk.
1:13:35Waar Psalm 118 van spreekt.
1:13:37Zodat we ook eerst met elkaar gaan zingen.
1:13:39Dan hebt u iets verstaan.
1:13:40Van de dag van hemelvaart.
1:13:42Als u dat in waarheid mag zingen.
1:13:45Daar zal het rechtvaardig volk door trainen.
1:13:48Om hunne God ook moedig te eren.
1:13:51Voor het smaken.
1:13:52Zijn er zalig geen tiende vers van Psalm 118.
1:13:56De
1:13:57[GEZANG]
1:16:49naam van de Heer Jezus gemeente.
1:16:51En de naam van Galileërs.
1:16:53De naam van zondagen.
1:16:55Dat past nu bij elkaar.
1:16:57Wonderlijk toch dat deze naam genoemd wordt.
1:17:00Want dan denk ik terug aan Genesis 3.
1:17:04Waar de poort gesloten werd.
1:17:06Waar de gemeenschap met God onze schepper en formeerder verbroken werd.
1:17:12En de deur werd toegesloten.
1:17:15Bewaakt door de engelen met het vlammig lemmer van het zwaard.
1:17:19En de mens weggezonden uit het paradijs.
1:17:23Op een aarde die met doornen begroeid was.
1:17:27Met brevel vervuld.
1:17:29En die de sterfplaats zal worden.
1:17:31Voor dat ganse menselijke geslacht.
1:17:35En dan is deze naam bijzonder genoemd.
1:17:38Ook bij onze geboorte.
1:17:40Dat we in zonde ontvangen en geboren worden.
1:17:44In het Rijk van God geen zins kunnen komen.
1:17:47Tenzij wij van nieuws geboren worden.
1:17:49Door de kracht van geest en woord.
1:17:51Dat hij geboren is.
1:17:54En dat zonder erfschuld.
1:17:56Zonder erfsmet.
1:17:58Opdat hij met zijn volkomen heiligheid.
1:18:03Onze zonde.
1:18:04Waarin wij ontvangen en geboren worden.
1:18:07Voor Gods aangezicht bedekt.
1:18:10Ja, dan komt u in uw leven.
1:18:13En die erfschuld en die erfsmet die u en ik meedragen, dat is de wortel, dat is de bron waar alle onreinheid, alle verdorvenheid, alle schuld
1:18:25en zonde meer en meer uit voortkomen.
1:18:28Het is David die toch zegt, herschep mijn hart en reinig gij, o heren, die vuile bron van al mijn wandbedrijven.
1:18:36En het is niet alleen dit kwaad dat roept om straf, maar ik ben...
1:18:40In ongerechtigheid geboren.
1:18:42Mijn zonden zijn het voorwerp van uw toren.
1:18:44Reeds van het uur van mijn ontvangenis af.
1:18:47En dan weet u het wel toch.
1:18:49Dat we dagelijks onze schuld, onze zonden vermeerderen.
1:18:53Dat wordt meer en meer.
1:18:55Kijk en dan komt u bij dat kruis.
1:18:57En daar staat die naam weer.
1:18:59De verzoening.
1:19:00En dat door zijn voldoening.
1:19:03De betaling van onze hemelhoge schuld.
1:19:06De verheerlijking van het recht des vaders.
1:19:08Zie om.
1:19:09Zal door recht verlost worden.
1:19:11En haar wederkerende door gerechtigheid.
1:19:14Daar hebt u de verdiensten van de zonen gods.
1:19:18Opnieuw die naam.
1:19:20En dan dat paradijs nog.
1:19:22Wat gesloten is in Genesis 3.
1:19:25Dat is de dag van hemelvaart.
1:19:27En er klinkt weer die naam.
1:19:29En er wordt op deze naam die uit de hemel bekend gemaakt wordt.
1:19:34Die zo gesmaat, zo veracht was.
1:19:38Die krijgt voor deze discipelen ook de vertroosting van de eeuwige toekomst.
1:19:44De schuld is volks, hebt gij uit uw boek gedaan.
1:19:47Ook ziet gij vanwege deze naam geen van hun zonden aan.
1:19:52Gij vindt nu in gunst en niet in wraak uw lust.
1:19:56En de hitte van uw gramschap is geblust.
1:20:00Arme zondaren, die zich buiten het paradijs gezondigd hebben.
1:20:05Die een beginsel omdragen wat onuitroeibaar is als het gaat om hun zonde.
1:20:12Arme zondaren die hun schuld dagelijks vermeerderen.
1:20:16Geen penning hebben om te betalen.
1:20:18En ook op geen enkele wijze ooit iets aan die hemelhoge schuld zullen kunnen betalen.
1:20:26Die ontvangen nog thans een plaats in het hemelsheiligdom.
1:20:31Op dat een wederhorig proost.
1:20:34Altijd bij u.
1:20:35Zou wonen.
1:20:36En dat ligt alles nu vast.
1:20:38In deze naam.
1:20:40Want hij zal zijn volk zalig maken.
1:20:45Van hun zonden.
1:20:46Hij zal ze weer doen delen.
1:20:48In de gemeenschap gods.
1:20:50Hij zal ze weer terugbrengen.
1:20:52In het hemels heiligdom.
1:20:55Dus vanaf de geboorte.
1:20:58En tijdens ons leven.
1:21:01En bij het sterven.
1:21:03Wat is uw enige troost?
1:21:05Beiden in het leven en in het sterven.
1:21:09Dat deze Christus der Schriften, deze Jezus die van ons opgenomen is.
1:21:16Zal wederkomen om zijn ganse kerk ook daar te brengen.
1:21:21In die hemelse bruiloftzaal om de lofzang te mogen zingen.
1:21:26Ziet de dag van de hemelvaart.
1:21:29Deze discipelen kijken omhoog.
1:21:31Van de Turengemeente.
1:21:33Dan kijken wij niet omhoog.
1:21:35Dan zijn we uit de aarde.
1:21:37Aarts.
1:21:38Dan zijn we gebonden aan het wereldse.
1:21:40Aan het tijdelijke.
1:21:42En aan het vergankelijke.
1:21:44Ik heb u wel meer dat beeld voorgehouden.
1:21:46In de Christine reis.
1:21:47Maar ik doe het nog maar een keer.
1:21:49Moet u het nog maar eens nalezen.
1:21:51In de Christine reis.
1:21:52Als Christine komt in het huis van de uitleg.
1:21:55En er zit zo'n man.
1:21:56Die is met de grootste ijver bezig om strootjes en stokjes en stofjes bijeen te vergaderen.
1:22:03En een gouden kroon wordt boven zijn hoofd gehouden.
1:22:06Maar hij kijkt zo op de aarde.
1:22:09Hij is zo druk met die strootjes, met die stokjes.
1:22:12Ja, wat is uw geld, uw goed, uw bedrijf, uw bezit.
1:22:18Wat u ook op deze aarde mag beheren.
1:22:22Wat is het anders in het licht van die nimmer eindigende eeuwigheid.
1:22:26Als strootjes, als stokjes.
1:22:29Als stofjes die straks in brand zullen gaan.
1:22:33Waar niets van over zal blijven.
1:22:35Die gouden kroon, de roeping van God.
1:22:38Die tot ons komt in het gewaad van zijn woord.
1:22:41Die liefdelijke, welmenende roepstem.
1:22:44Die heeft met een één betuigd geen lust te hebben in onze dood.
1:22:48Maar zo te staren op die aarde.
1:22:51Op het wereldste.
1:22:52Zo te graven in de grond.
1:22:55Dat we daar geen erg in hebben.
1:22:58We kijken van nature in het geheel niet omhoog.
1:23:02En soms gemeenten te weinig.
1:23:04We kijken rechts.
1:23:06We kijken links.
1:23:07Als we verdrukt worden.
1:23:09Ook in geestelijke zin aangevochten worden.
1:23:12We kijken naar andere mensen.
1:23:15Andere bekeerde mensen.
1:23:17We kijken op onszelf.
1:23:19Hadden we nu maar meer tranen.
1:23:20Hadden we nu maar meer gevoeligheden.
1:23:22Hadden we nu maar een week hart.
1:23:24En we kijken zo weinig omhoog.
1:23:27En soms kunnen we ook teveel omhoog kijken.
1:23:31Zoals deze discipelen.
1:23:33Die kijken omhoog.
1:23:34Ze staren maar omhoog.
1:23:37En een wolk nam hem weg.
1:23:39Hij vervult de belofte.
1:23:41Dat hij zal opvaren naar de hemel.
1:23:44Maar dat hij zich geen wezen zal laten.
1:23:46Maar ze staren maar omhoog.
1:23:49Hij verlaat.
1:23:51Zijn strijdende kerk.
1:23:53Lichamelijk.
1:23:54Niet met zijn geest.
1:23:55Niet met zijn genade.
1:23:58En hij gaat naar de triomferende kerk.
1:24:01Maar hij zal.
1:24:03Wederkomen.
1:24:04En zij moeten voortreizen.
1:24:07Een wolk nam hem weg.
1:24:09Bekende oudvadergemeente.
1:24:11Simon Simonides.
1:24:13Die heeft een boekje geschreven.
1:24:14Ook rond de hemelvaart.
1:24:16En die zegt.
1:24:17De ziel onder een wolk.
1:24:20Dat is de wandel door het geloof.
1:24:21De ziel onder een wolk naar mijn weg.
1:24:25Geen gezicht meer op de lichamelijke openbaring.
1:24:30Op de vleeslijke verschijning van de zonen gods.
1:24:34Hij is niet meer op deze aarde.
1:24:37U hoeft niet te staan naar een lichamelijke verschijning.
1:24:41Naar een bijzondere openbaring.
1:24:43Of naar een licht of naar een stem uit de hemel.
1:24:47Duidelijk.
1:24:47Op hemelsverdag.
1:24:49Een wolk nam hem weg.
1:24:51In het hemels heiligdom.
1:24:53En wij hebben de openbaring van het woord.
1:24:56Het profetische.
1:24:58Het apostolische woord.
1:25:00Gij doet wel.
1:25:02Als je daarop acht geeft.
1:25:04Het is zeer vast.
1:25:05Als op een licht schijnende.
1:25:07In een duistere plaats.
1:25:09Totdat de dag aanlichtte.
1:25:11En de morgenster opgaat.
1:25:13In uw harten.
1:25:15Dus die ziel onder een wolk.
1:25:17Door het geloof te wandelen.
1:25:19En daar boven die wolk.
1:25:21Ver boven die wolk.
1:25:22Zitten zonen gods aan de rechterhand.
1:25:25Zijn zwaarders.
1:25:26De koning der kerk.
1:25:27Gij heren alleen.
1:25:29Gij zijt de verwinner in de strijd.
1:25:32En gegeeft uw volk de zegen.
1:25:35Kijk bent u ook zo'n discipel.
1:25:37Onder de wolk.
1:25:39Geen tastbaar.
1:25:41Geen zichtbaar gezicht.
1:25:42Op de zonen gods.
1:25:44Maar wel vertroost.
1:25:47Uit het woord, uit de boodschap van de hemelvaart.
1:25:51Uit de tijding van deze engelen.
1:25:54Dat hij daar is en blijft.
1:25:57Totdat hij wederkomt om te oordelen de levenden en de doden.
1:26:03Bent u ook zo'n discipel gemeente?
1:26:05Met zo'n navolging.
1:26:08Met zo'n onopgeefbaar beginsel in uw hart.
1:26:12Dat u blijft volgen.
1:26:15Ook al wordt hij gesmaat en wordt u om hem gesmaat.
1:26:20Ook al wordt hij met doornen gekroond en ontvangt u een spotkroon om hem.
1:26:26Maar zo'n onopgeefbaar beginsel in uw ziel, al zegt dat gehele kerkelijke erf, kruist hem.
1:26:34Al spotten de soldaten met hem,
1:26:37maar hem na te blijven volgen, achter gesloten deuren terecht te komen.
1:26:44Om de vrezen der joden.
1:26:45Maar toch een onopgeefbaar beginsel in het hart.
1:26:50Een droefheid naar hem.
1:26:52De emmersgangers die over de weg gaan.
1:26:55Die over hem spreken.
1:26:57De discipelen die in diepe bekommenis achter de gesloten deuren zitten.
1:27:01Maar ziet u wel dat zaderweendergeboorte.
1:27:05Dat in het hart wortel geschoten heeft.
1:27:08Dat geeft een onopgeefbaar beginsel in de ziel.
1:27:13Maar.
1:27:15U ziet het ook bij deze discipelen.
1:27:17Ze gaan vandaag de berg op.
1:27:19Ze mogen hem aanschouwen, bewonderen en aanbidden.
1:27:24En ze vertrekken straks met grote blijdschap van hem.
1:27:30De gezegde koning der kerk.
1:27:33Ziet Hemelvaarsdaggemeente.
1:27:36In Christus ligt de gerechtigheid.
1:27:40Ligt de heiligheid.
1:27:42Ligt de voldoening.
1:27:43Ligt de verzoening.
1:27:45ligt de verzekering van de eeuwige toekomst voor eeuwig vast.
1:27:51Uitsluitend te zien door het geloof op hem, de zaligmaker van zondaren, deze Jezus, die van het prilste begin tot de laatste snik de kerk
1:28:03heilig, rechtvaardig voor de Vader stelt.
1:28:07En die zegt in het hemelsheiligdom, Vader, ik wil dat waar ik ben ook.
1:28:14...diegene zijn die gij mij gegeven hebt...
1:28:17...opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen.
1:28:22O, dat het ook voor u, voor mij zou mogen gelden.
1:28:25Die strijd, die worsteling, die navolging te kennen...
1:28:29...door dat onopgeefbare beginsel van geest en woord in het hart...
1:28:34...en met de dichter te mogen betuigen...
1:28:37...die na kortstondig, ongeneugd, mij eindeloos...
1:28:43Amen.
1:28:45Eindigen wij met gewet.
1:28:48Heren, gij bracht ons in dit morgenuur op deze kroningsdag samen rondom uw geopend woord.
1:28:57De boodschap van hem.
1:28:59De boodschap van de hemel.
1:29:02Dat u wederkomen zal.
1:29:07Geef toch, heren, ons ook dat beginselend hart wat de discipelen dreef.
1:29:15Wat ze ondanks alle smartelijke gebeurtenissen die ze niet konden bevatten.
1:29:21Ondanks alle dieptes die ze moesten doorwandelen.
1:29:24Dat ze een vuur in hun hart hadden.
1:29:28Wat door vele wateren van de vorst te duister is.
1:29:32Niet uitgelust kon worden.
1:29:34Dat het brandende bleef.
1:29:37Sterker dan de dood.
1:29:39Harder dan het graf.
1:29:41Wil dat in onze harten ook geven.
1:29:43Dat wij mogen behoren bij hem.
1:29:46Of alsnog daartoe verwaardigd mogen worden.
1:29:50Die zijn verschijning hebben lief gehad.
1:29:55Navolging van hem werkt in onze harten.
1:29:59Gedenk ons zo in uw genade getrouw.
1:30:02Ook in het verder van deze dag.
1:30:04Geef de overdenking van dit heilsfeit gedurig in onze zielen.
1:30:09Tot verontmoediging.
1:30:11Tot aansporing.
1:30:13Tot...
1:30:14Tot vertroosting, tot onderwijzing, nadat ieder van ons nodig heeft.
1:30:20Hoed en bewaar u ons ook op en over de weg.
1:30:23Gedenk u ook de oud-dragende families die deze week grafarts gaan.
1:30:27Wil ze ook ondersteunen en sterken.
1:30:30Breid zo uw handen nog uit, ook over ons land, over ons volk.
1:30:34Gedenk u ook allen die militaire dienst zijn, die ook voor veiligheid zorgen in de Middelijke Weg.
1:30:43Schenk ze ook uw hulp en bijstand.
1:30:46Gelijk de arbeid.
1:30:48Ook op het kerkelijk erf.
1:30:51Evangelisatie dichtbij.
1:30:53Zending veraf.
1:30:55Verheerlijk in alles nog uw naam.
1:30:57Zie op ons neder.
1:30:59In de genadige vergeving van het zondige.
1:31:02Bij het spreken en bij het luisteren.
1:31:04Wij vragen u dit.
1:31:06Om Jezus willen.
1:31:09Uit genade.
1:31:10Amen.
1:31:14Wij zingen tot slot het psalm 89.
1:31:16En daarvan het zesde en het achtste vers.
1:31:19Gij schiept het barren noord en het soele zuiden saam.
1:31:24Geen juicht en tabor hier een hermon in uw naam.
1:31:28Gij hebt een arm met macht.
1:31:30Uw hand heeft groot vermogen.
1:31:32En ook het achtste vers.
1:31:33Gij toch.
1:31:34Gij zijt een roem de kracht van hun kracht.
1:31:36Psalm 89 vers 6 en 8.
1:31:40[GEZANG]
1:37:00Gaat u heen in vrede, dragende de zegen des Heren.
1:37:03De Heren zegenen u en behoeden u.
1:37:06De Heren toe zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.
1:37:12De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:37:19Amen.
1:37:20[GEZANG]