0:00[GEZANG]
10:02Onze hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwen
10:15houdt en eeuwig leeft en die nooit laat varen de werken zijner handen.
10:23Amen.
10:25Genade, warmhartigheid en vrede, zij u van God den Vader.
10:33Door Christus Jezus, zijn Zoon, in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
10:41Amen.
10:44Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 95.
10:48En daarvan het vierde en het vijfde vers.
10:51Psalm 95, vers 4.
10:54Want Hij is onze God en wij zijn het volk van zijn heerschappij.
11:00De schapen die zijn hand wil wijden.
11:04En ook het vijfde vers verhart u niet, neemt zijn gena, ootmoedig aan, laat miriba, laat massa u ten afschrik wezen.
11:14En wat er verder volgt in de versen 4 en 5 van Psalm 95.
11:18Wij
11:19[GEZANG]
15:34openen godsheilig en dierbaar woord in het evangelie van Matthäus.
15:38En daar vernader het zestiende hoofdstuk, te beginnen bij het eerste tot en met het twaalfde vers.
15:45Ik noem u.
15:46Als onze schriftlezing Matthäus 16 vanaf vers 1 tot en met 12.
15:51Doch vooraf stellen wij ons onder de tucht van Gods heilige wet.
15:56Toen sprak God al deze woorden zeggende.
16:00Ik ben de Heere uw God die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb.
16:09Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
16:14Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken, van hetgeen dat boven in den hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde
16:27is, nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
16:32Gij zult u voor die niet duigen, nog hen dienen, want ik, de Heere uw God, ben een ijveren God.
16:41Die de misdaad der vader een bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.
16:50En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.
16:59Gij zult de naam des heren uw schots niet eidelijk gebruiken.
17:05Want de heren zal niet ons schuldig houden die zijn naam.
17:10[GEZANG]
17:25Dan zult gij geen werk doen.
17:29Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee.
17:37Nog uw vriendeling die in uw poorten is.
17:41Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.
17:46De zee en alles wat daarin is.
17:49En hij rustte ten zevende dagen.
17:53Daarom zegende de Heer de sabbedag.
17:57En heiligde denzelven.
18:00Eer uw vader en uw moeder.
18:03Opdat uw dagen verlengd worden in het land.
18:07Dat u de Heere uw God geeft.
18:10Gij zult niet doodslaan.
18:12Gij zult niet echtbreken.
18:15Gij zult niet stelen.
18:17Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
18:22Gij zult niet begeren uw naaste huis.
18:25Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.
18:28Nog zijn dienstknecht.
18:30Nog zijn dienstmaagd.
18:32Nog zijn os.
18:34Nog zijn ezel.
18:39Ik
18:41noemde u als onze schriftlezing Matthäus 16, vanaf vers 1 tot en met 12, waar Gods woord als volgt tot ons komt.
18:49[GEZANG]
19:07Als het avond geworden is, zegt gij schoon weder, want de hemel is rood.
19:13En desmorgens heden onweder, want de hemel is droevig rood.
19:19Gij geveinsde, het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden.
19:25En kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?
19:29Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken.
19:34En hun zal geen teken gegeven worden dan het teken van Jona, den profeet.
19:41En hen verlatende ging hij weg.
19:45En als zijn discipelen op de andere zijde gekomen waren, hadden zij vergeten broden mede te nemen.
19:53En Jezus zeide tot hen, zie toe en wacht u van den zuurdecem der fariseeën en sadduzeeën.
20:03En ze overlegden bij zichzelf en zeggende, het is omdat wij geen broden medegenomen hebben.
20:10En Jezus dat wetende zeide tot hen, wat overlegt gij bij uzelf en gij kleingelovigen, dat gij geen broden medegenomen hebt, verstaat gij
20:22nog niet?
20:23En gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijfduizend mannen en hoeveel korven gij opnaamt?
20:32Nog aan de zeven broden der vierduizend mannen.
20:36En hoeveel manden gij opnaamt.
20:39Hoe verstaat gij niet dat ik u van geen brood gesproken heb.
20:44Als ik zeide dat gij u wachten zoud van de zuurdecem der fariseeën en sadduzeeën.
20:51Toen verstonden zij dat u niet gezegd had.
20:54Dat zij zich wachten zouden van de zuurdecem des broods.
20:58Maar van de leer der fariseeën.
21:01En sadduceen tot zover de schriftlezing.
21:07Gemeend in de voorbeden willen we denken aan het echtpaar de Jong, Akelshoek, Wittestraat 7.
21:13Dat gisteren, 22 augustus, mocht gedenken 40-jarige trouw te zijn.
21:19Aan mevrouw van der Klooster, Nelis, Bredeweg 5, die op haar sterfbed ligt.
21:26De vakantiebijbeldag van aanstaande dinsdag.
21:30En ook door meneer en mevrouw van den Kamp die in de afgelopen week verhuisd zijn.
21:35Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
21:42Almachtige, eeuwige God.
21:44Wij zijn sprekende bewijzen van uw langmoedigheid, van uw trouw, van uw goedheid.
21:50Als u ons deed opstaan, deed uitgaan naar deze plaats des gebeds.
21:55Of met deze plaats verbonden doet zijn.
21:59Dat wij nog zijn in dat heden der genade.
22:03In die wel aangename tijd.
22:05En dat u ons niet alleen onderhoudt wat het lichaam betreft.
22:10Ons overlaat met uw weldaden en zegelingen.
22:13Maar dat u ook deze bijzondere bemoeienis met ons wilt hebben.
22:17Op deze uw dag.
22:19Door ons te brengen onder het geklank van uw goddelijk en onfeilbaar getuigenis.
22:25Op deze dag de roem der dagen.
22:28Die gij bijzonder geheidigd en afgezonderd hebt.
22:32Waarop u zo menigmaal uw gunst betoond hebt door zondaren te roepen.
22:37En door de kracht van uw geest te trekken uit de duisternis.
22:41Tot het wonderbaar licht van uw liefdeke evangelie.
22:46En dan is dat werk nog niet af.
22:49U zegt hetzelfde in uw woord en nog is er plaats.
22:53Heren, wil dan door de kracht van uw woord ons bearbeiden tot de kennis uw wegen.
22:59Bij aanvang of verdere voortgang.
23:02Het is uw getuigenis wat eeuwig zeker is.
23:06Wat aan slecht en ware wijsheid leert.
23:10Schenkt dan toch de bediening van uw heilige geest.
23:13Die heren is en levend maakt.
23:16Die ons verdorven hart kan vernieuwen.
23:19De duisternis kan verdrijven uit ons verstand.
23:22En onze gangen en treden vast.
23:25Zal maken in uw goddelijke en onfeilbaar woord.
23:29Gedenk ons dan in uw genatige trouw.
23:32Gij zijt toch die God die van het geven niet armer, van het inhouden niet rijker wordt.
23:38In u is toch een eeuwige volheid.
23:42Ontferm u dan zo.
23:43Als wij hier bijeengekomen zijn of met deze plaats verbonden zijn.
23:49Naar de grootheid uw warmhartigheid.
23:52Jong en oud, klein en groot.
23:55U bent de hartekender, de nierenproever.
23:58Er is voor u niets verborgen.
24:00En dan weet u wat in ieder van ons nodig heeft.
24:03Bij het spreken, bij het luisteren.
24:06Ontferm u dan naar de rijkdom uw warmhartigheid.
24:10Heren, gedenk u dan ook de oud-dragenden onder ons.
24:14Korter of langere tijd geleden.
24:16Een droeve gang moeten maken.
24:18De lege plaats moeten beleven.
24:21Uw onderwijzing, uw ondersteuning, uw vertroosting.
24:25En niet onthouden, ook als het gemist, meer en meer.
24:30Gevoeld wat werkelijkheid geworden is.
24:33Ontferm u dan dat de grootheid uw barmhartigheden.
24:37Gedenk u ook de vele zieken die er zijn in de gemeente ook.
24:41De ernstige zieken die boodschap gekregen hebben van een ernstige ziekte.
24:48Heren, wil u ze gedenken naar uw barmhartigheden.
24:51En hen ondersteunen en geven wat nodig is.
24:55Dat ze aan de voeten gebracht mogen worden.
24:58Van die hemelse geneesmeester.
25:00Die behouden kan voor ziel en lichaam beiden.
25:04En die toegezegd heeft wie mij nederig valt te voet.
25:09Die zal van mij mijn wegen leren.
25:12Ontferm u dan naar de grootheid uw warmhartigheden.
25:15Schenk uw doktoren nog wijsheid en licht.
25:18En wil behandelingswijze nog zegenen.
25:21Maar wil bovenal geven de toevluchtneming.
25:25Tot u in dat liefelijkheden der genade.
25:28Als u toch ook oproept.
25:31Om tot dat volk wat in smart is.
25:35Voor u uit te storten het ganse hart.
25:38Want u bent een toevlucht ter aller tijden.
25:42Gedenken we ook mevrouw van de klooster.
25:44Die in zulke ernstige omstandigheden verkeerd.
25:48Maar toch ook getuigenis gegeven heeft.
25:52Dat ze mag weten waar de reis naartoe is.
25:55Heren, wil u haar dan ook gedenken naar hoogbejaarde man en ook de familieleden die hen opringen.
26:02Wilzoon, uw hulp, uw bijstand niet onttrekken.
26:06Uw genadige gunst betonen in alle noden, alle zorgen, alle moeite, alle vragen.
26:13Ook het kruis wat in stilte gedragen wordt of psychische noden waarmee gestreden wordt, wil toch.
26:22In al die omstandigheden.
26:25Genadiglijk geven.
26:26Dat er een oog op u geslagen mag worden.
26:29En dat de toevlucht tot u genomen mag worden.
26:33Gedenk u heren ook.
26:34De bewoners van de vijver.
26:36U weet ook wat zij voor noden hebben.
26:38Wil ze ook uw zegen niet onthouden.
26:41De bezoekers van de oase.
26:43Wil ook hen uw hulp, uw bijstand betonen.
26:46Ook in de weg die ze hebben te gaan.
26:48De bewoners van.
26:50De vliegbergen, de aanleunwoningen.
26:52U kent hen toch alle, u weet wat ze van nodig hebben.
26:57Betoon toch zo uw genadige ontferming naar de grootheid, uw warmhartigheden.
27:03Wil ook het echtpaar wat nog gedenken, veertig jaar aan elkaar verbonden te zijn door de band van het huwelijk.
27:09Omringd ook door kinderen en kleinkinderen.
27:12En ook nog een moeder die daar getuige van mag zijn.
27:16Schenk ze ook de verwondering in het hart.
27:18De buiging voor uw majesteit en voor uw grootheid.
27:22En de beleidenis, wie ben ik en wat is mijn huis, dat ge mij tot hiertoe gebracht hebt.
27:29Ik wil ook dominee Van der Kamp en zijn vrouw gedenken die ook aangekomen zijn, ook in het midden van deze gemeente.
27:37Als ook deze week de bevestiging en de intrede zal plaatsvinden, schenk ze ook uw hulp en uw bijstand.
27:45Om hier ook opnieuw de herderstaf op te mogen nemen.
27:50Uw woord te mogen verkondigen.
27:52Ontferm u zo ook naar uw barmhartigheden.
27:56Schenk zo nog uw gunst en zegen ook in dit alles.
28:00Heren wil zo nog ons gedenken.
28:03Uw woord voor ons ontsluiten.
28:06Door de kracht van uw geest tot roem voor uw genade.
28:10U gaf ook de afgelopen week.
28:13Dat er nog regen mag neerdalen op ons land.
28:17Als we dan bedenken.
28:18De gruwelijke zonden.
28:20Die uitgeleefd worden.
28:22In het midden van ons volkenland.
28:24Door de overheid bevorderd.
28:26En voorgestaan.
28:28Nog ernstiger.
28:29Als dat het ooit in Sodom en Gomorra geweest is.
28:32En daar daalde vuur van de hemel.
28:35En u gaf nog regen van de hemel.
28:37Doe het ons opmerken heren.
28:39Dat we diep vrootmoedigd.
28:41Voor u mogen buigen.
28:43Dat er nog een einde kwam aan die langdurige droogte.
28:47Wil ons zoals armen verloren zondagen.
28:51Uw goedheid, uw trouw nog doen opmerken.
28:54Maar wil ook op deze dag die bevochtiging geven.
28:58Van uw heilige geest.
29:00Die de harte harten kan weken zacht maken.
29:05Ontferm u zo nog.
29:07Naar de grootheid uw barmhartigheid.
29:09Om Jezus willen.
29:11Amen.
29:16Gemeente Apostel Paulus schrijft in de Korinthebrief dat het te maken had met allerlei stromingen.
29:23De Joden stonden erom bekend, zo zegt hij, dat ze een teken begeren.
29:28En de Grieken wilden weer wijsheid horen.
29:32Wat een tegenstand, wat een bestrijdingen, wat een moeilijkheden.
29:37Grieken die graag wijsheid willen horen.
29:40Joden die een teken begeren.
29:43Maar hij zegt, wij prediken u.
29:45De kracht en de wijsheid Gods.
29:48Dat er niet alleen in de gemeente van Corinthe leefde.
29:52Maar dat het ook te midden van het volk van Juda leefde.
29:56Een teken dat vinden we ook in de woorden van onze tekst van dit morgenuur.
29:59Die u vindt in uw voorgelezen schriftgedeelte.
30:02Matthijs 16 vers 1 tot en met 4.
30:06Matthijs 16 vers 1 tot en met 4.
30:09Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
30:11En de fariseeën en sadduzeeën.
30:14Tot hem gekomen zijnde en hem verzoekende begeerden van hem dat hij hun een teken uit den hemel zou tonen.
30:23Maar hij antwoordde en zeide tot hem, als het avond geworden is, zegt gij schoon weder, want de hemel is rood.
30:32En desmorgens heden om weder, want de hemel is droevig rood.
30:38Gij geveinsden, het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden.
30:44En kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?
30:47Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken.
30:52En hun zal geen teken gegeven worden.
30:55Dan het teken van Jona, den profeet.
30:58En hen verlatende ging hij weg.
31:02Vanuit deze tekst voor de gemeente willen wij vanmorgen stilstaan bij de zonde van het ongeloof.
31:07We letten ten eerste op de bestraffing.
31:09Ten tweede op de onderwijzing.
31:11En ten derde...
31:13Op de verlating van de zonde gods.
31:16Onze tekstwoorden spreken van de zonde van het ongeloof.
31:19We letten ten eerste op de bestraffing.
31:22Ten tweede op de onderwijzing.
31:23En ten derde op de verlating.
31:26Maar voordat wij hier nader bij stil hopen te staan.
31:29Gaan we eerst zingen uit Psalm 36.
31:32En daarvan het eerste en het tweede vers.
31:35Psalm 36 vers 1.
31:37Het trots gedrag des bozen.
31:39Doet mij spreken in beklemd gemoed.
31:41Gods vrees is uit zijn ogen.
31:44En ook het tweede vers.
31:46Uw goedheid, heren, is hemelhoog.
31:48Uw waarheid tot de wolkenboog.
31:51Uw recht is als godsbergen.
31:54En dan zijn er nog wat mededelingen.
31:58Woensdagmiddag zal de bevestiging van dominee R.
32:01van de Kamp plaatsvinden.
32:03Aanvang van de dienst is om half drie.
32:06Woensdagavond zal de intrededienst van dominee Ervan de Kamp zijn.
32:09Deze dienst vangt aan om zeven uur.
32:12Er zal tijdens deze diensten gecollecteerd worden voor diakonie en kerkvoerdij.
32:18Alle gemeenteleden worden van harte uitgenodigd om deze diensten bij te wonen.
32:23En in verband met de doopdienst van volgende week zondag is er vrijdagavond doopzitting aanvang zeven uur.
32:30Van de genoemde voornemens geldt zo de Heere wil en wil leven.
32:34En de collecten in deze dienst zijn bestemd in de eerste voor het pastoraat, in de tweede voor de kerkvoerderij, in de derde voor de aflossingskerk.
32:43En deze collecten worden hartelijk in de mildadigheid aanbevolen.
32:47En wij zingen uit Psalm 36 vers 1 en 2.
32:51Het
32:51[GEZANG]
41:10bepaalt geen aangename aanspraak die de hoogste profetenleraar aan zijn gehoor geeft.
41:18Gij geveinsde, zo noemt hij ze, gaat het dan om mensen?
41:23Die de wereld en die de zonde nog dienen.
41:25Die in goddeloosheid voortleven.
41:28Die geen enkele rekening houden met de noodzakelijkheid van wedergeboorte en van bekering.
41:35En van de naderende eeuwigheid en de godsontmoeting.
41:39Nee, om zulke mensen gaat het niet.
41:43Gaat het dan om tollenaren en om zondaren.
41:46Een verachtelijk gezelschap in die tijd.
41:49Ook om hen gaat het niet.
41:52Het gaat om fariseeën en om sadduzeeën.
41:56Fariseeën die bekend stonden om hun nauwgezet leven.
42:02Sadduzeeën, een geheel andere stroming, ook in het kerkelijk leven.
42:06Maar die bepaald niet eens geestes waren met de fariseeën.
42:11Want sadduzeeën ontkenden de opstanding uit de doden.
42:15En het bestaan ook van engelen en van geesten.
42:20Wat door de fariseeën wel beleden werden.
42:23Maar deze twee stromingen die geheel tegen elkaar ingingen op het kerkenkerf.
42:30Zijn nu toch eens geestes met elkaar.
42:33Als het gaat om de Christus der schriften.
42:37Later worden ook Pilatus en Herodes vrienden tegen de borg het middelaar.
42:42Maar hier vinden we de fariseeën en de sadduceeën.
42:45Die zich gezamenlijk tegen hem verzetten.
42:50Zijn mensen die dus trouwkerkelijk meer levend zijn.
42:53Zijn mensen die ook een vooraanstaande positie ingenomen hebben in de kerk.
42:59En die ontvangen deze aanspraak.
43:03Deze aanspraak, gemeente, mogen wij tegenover elkaar niet doen.
43:09Ik mag niet van u zeggen dat u een geveinsde bent.
43:12Kan wel zo zijn.
43:14En hopelijk is het ook voor u dat we ons menigmaal ook als een geveinsde waarnemen.
43:19En dat ook moeten beleiden.
43:21En dat ook moeten vrezen vaak.
43:24Zijn we geen geveinsden.
43:26Maar het zou niet passend zijn om elkaar een geveinsden te noemen.
43:30Want we zijn geen hartenkenner.
43:32We zijn geen nierenproever.
43:34Het indruk van elkaar is ons onbekend.
43:39Maar de zoon van God is de almachtige en de alwetende.
43:44Hij is de hartenkenner.
43:45Hij is de nierenproever.
43:48En hij tekent deze mensen in de kern van hun bestaan.
43:51Dat ze een geveinsde zijn.
43:54En zo spreekt hij zich ook aan.
43:57Zij noemen zichzelf Abraham Saad.
44:00Ze noemen zichzelf kinderen van het koninkrijk.
44:04Zijn hooggeplaatste mensen.
44:06Ook in de kerkelijke vergaderingen.
44:09Ze hebben een bijzondere plaats onder het volk.
44:12Ze noemen zich leerlingen van Mozes.
44:15Maar het is gemeente niet van belang.
44:17Hoe andere mensen ons noemen.
44:20Het doet ook niet mee hoe we onszelf noemen.
44:23En wat we van onszelf vinden.
44:26Maar straks zullen we toch verschijnen voor die rechtvaardige rechter.
44:30Van hemel en van aarde.
44:32Die ons door en door kent.
44:35En ons doorgrond en weet.
44:38Van ons handel en van onze wandel.
44:40En daarom toch van het allergrootste belang.
44:43Dat we onszelf onderzoeken.
44:48En waarom noemt de zaligmaker en zo?
44:51Zo begint onze schriftlezing.
44:53Ze verzoeken hem, zo staat er.
44:56Het is vaak een woord dat gebruikt wordt voor de macht van de vorst der duisternis.
45:01Die altijd bezig is om op een dwaalspoor te brengen.
45:05Af te trekken, af te houden van het woord der waarheid.
45:10In list en bedrog ook handelt.
45:12Ze verzoeken hem.
45:14Het is dus geen heilbegerig vragen.
45:17Het is geen hartelijk verlangen.
45:18Het is een poging om hem ook ten val te brengen en hen ook te benauwen.
45:26Dat is de bedoeling hem verzoekende, zo staat het.
45:30Ze willen een teken uit den hemel.
45:33Er zijn tekenen en wonderen genoeg gedaan door deze borgermiddelaar.
45:38Ze hebben al menigmaal getuige kunnen zijn hoe hij de doven deed horen.
45:43Hoe hij de blinden deed zien.
45:45Hoe hij zelfs doden opgewekt heeft.
45:49En bovenal hoe hij armen het evangelie van vrijmachtige genade ook verkondigd heeft.
45:57Een teken uit den hemel.
45:59Een bijzonder teken.
46:01Een buitengewoon teken.
46:03Kantekeningen van de Statenvertaling wijzen daar ook op.
46:07Een teken bij wijze van spreken zoals Joshua ook vroeg.
46:12Of de zon stil mocht staan.
46:14Of het daglicht langer mocht blijven.
46:17U zegt dat klopt niet helemaal.
46:20Het klopt wel.
46:21Wij weten dat de zon stil staat.
46:25Dat de aarde draait.
46:27Maar hoewel we dat weten.
46:29Zeggen wij ook nog altijd.
46:30De zon komt op.
46:32Of de zon gaat onder.
46:33Naar de beleving stond de zon stil.
46:38Het gevoelen ook van de mensen in die tijd.
46:41Kijk, zo'n bijzonder teken van de hemel.
46:43Dat het zonlicht langer zou blijven.
46:46Of zo'n teken als Elia gedaan heeft.
46:49Bij die mannen, die hoofdmannen van 50 tot 2 maal toe.
46:54Dat hij vuur van de hemel bad.
46:56En dat het vuur ook die mannen verteerde.
46:59Of zo'n bijzonder teken als in de dagen toen het volk gelegerd was.
47:05Rond de berg Sinei.
47:07Dat er een hevig onweder was.
47:09Dat de Heere sprak door de tekenen van de donder en van het vuur.
47:14Of zo'n bijzonder teken als Hiskia beleefd heeft.
47:19Dat er de zonnewijzer enkele graden terug liet gaan.
47:23Zo'n teken begeren ze.
47:25Een teken van de hemel.
47:28En dan onderwijst de zaligmaker hen in hun geveinsdheid en in hun ongeloof.
47:34Het is ongeloof.
47:36Met betrekking tot zijn openbaring.
47:40Waarin hij zo duidelijk de belofte gods waargemaakt heeft.
47:44De profeet Isaiah die van hem getuigd heeft.
47:48Dat hij zou komen als waarachtig rechtvaardig mens.
47:52Waarachtig God in één persoon verenigd.
47:55Dat hij de namen zou dragen van wonderlijk, raad, sterke God.
48:00Vader der eeuwigheid, vredevorst.
48:03Dat hij gepredikt werd ook door de profeet in zijn ambtelijke bediening.
48:07Als hoogste profeet en dieraar.
48:09En als enige hoge priester in Isaiah 53.
48:13En als ook de eeuwige koning.
48:15Ook van zijn kerk.
48:17Het is voor deze mannen die zo thuis waren in de schrift.
48:22Die zoveel kennis hadden van de profetieën.
48:25Zou het toch overduidelijk moeten zijn.
48:28Dat hij de gegevenheid des vaders is.
48:31Dat hij het is waar Abraham.
48:33Met verheuging eruit gezien heeft.
48:35Dat hij het is waarvan David getuigenis gegeven heeft.
48:39Dat hij de vleeswording is van de belofte gods.
48:42Van het woord der waarheid.
48:45Van oude dagen toegezegd.
48:49Aangekondigd door de profeet Malachi.
48:52Werkelijkheid geworden.
48:53Door Johannes de Dope die de vervulling was van die profetie van Malachi.
48:58Johannes de Dope die ook door...
49:00Isaiah 40 zo duidelijk verklaard werd.
49:03Dat hij de voornoper zou zijn.
49:05De aankondiger zou zijn.
49:07Van de zonen gods.
49:09Dat waren toch overduidelijke.
49:13Bijbelse bewijzen.
49:14En tekenen.
49:16Dat hij de zonen gods was.
49:18En wat doet het geloof gemeente.
49:20Het geloof buigt voor de waarheid.
49:24Erkent de waarheid.
49:27Omhelst de waarheid.
49:29Leeft wij uit en naar het woord der waarheid.
49:35Geloof is aanvaarding.
49:36Omhelzing van het waarachtige.
49:39Betrouwbare woord van God.
49:42Steunende op hem die gezegd heeft.
49:44Zou ik het zeggen en niet doen.
49:46Zou ik het spreken en zou ik het niet bestendig maken.
49:51En dan wijst hij hen op een teken uit de hemel.
49:55Waar ze wel op letten.
49:59In het avonduur, u kent dat wel, het avondrood er is, dan hebben wij ook de gewoonte om te zeggen het wordt morgen mooi weer.
50:08Want het avondrood, dat laat zich zien.
50:12En als er in de morgen stond, de hemel met wolken bedekt is, en als het zonlicht er nauwelijks doorkomt, maar een rood schijnsel zich ook vertoont, dan
50:24hebben wij toch de uitdrukking dat zal wel regen geven.
50:28U op deze dag regen onweder de hemel ziet droevig rood.
50:34En u zegt de zaligmaker, u kijkt naar de hemel en u merkt deze verschijnselen wel op.
50:39En daar hebt u de verklaring voor.
50:42En de tekenen die ik doe, de woorden die ik spreek, die acht u niet.
50:49U verwerpt het woord der waarheid.
50:52Ziet, dat geeft de zaligmaker duidelijk te kennen in deze woorden.
50:58De vervulling van de schrift.
50:59Het woord van de provincie.
51:01Het boos en overspelig geslacht.
51:04Zo noemt hij hem.
51:06Dat is wat gemeente.
51:07Boos en overspelig geslacht.
51:10Ach, is dat ook niet het gevaar wat ook de kinderen God soms ook wel eens plaagt.
51:17Het vragen om een teken.
51:19Zacharias in de tempel.
51:21Hij kreeg ook zo'n duidelijk woord.
51:23Een hemelbode.
51:25Die hem...
51:40U vindt het vragen van een teken bij Gideon, maar die vraagt het toch anders.
51:47Die vraagt het als een bevestiging van het woord Gods.
51:51Hij herkent het woord van God.
51:54Maar vanwege de zwakheid van zijn vlees vraagt hij om een teken.
52:00Eveneens doet Heskia dat.
52:02Je omhelst het woord wat de Heer gesproken heeft.
52:06En dan vraagt hij vanwege de zwakheid van het geloof een bevestiging in het teken.
52:12Eerst de omhelzing van het woord.
52:15Eerst de hartelijke onderwerping.
52:17De buiging voor het woord van de levende God.
52:21En dat doet de Heer er nog.
52:23Die geeft het woord.
52:25En die geeft het teken, het sacrament.
52:28Het sacrament van de heilige doop.
52:30Het sacrament van het heilige avondmaal.
52:33Tot bevestiging en tot versterking van het waarzaligmakend geloof.
52:39Wat de belofte gods omhelst.
52:42En daarop betrouwt en bouwt.
52:45En dan van hemels wegen een bevestiging, een teken ontvangt in de bediening.
52:52Van het sacrament.
52:53De tweede plaats gemeente.
52:55De onderwijzing.
52:57Wel misschien u ook wel.
52:59De gedachte van een teken.
53:01Dat is pas echt toch.
53:02Als er iets bijzonders gebeurt.
53:04Het woord.
53:05Maar als er nu echt iets bijzonders gebeurt.
53:08Als u een teken zou mogen ontvangen.
53:11Los van het woord.
53:13Stem uit de hemel gemeente.
53:15Maar die hebt u hier.
53:17Het woord gods.
53:18Dat is de stem uit de hemel.
53:21Dat is het profetisch, het apostolisch woord wat zeer vast is.
53:26En wij doen wel, als we daarop acht geven, als op een licht schijnende in een duistere plaats.
53:32Totdat de dag aanlichtte en de morgenster opga in onze harten.
53:39Hebt u dat wel eens opgemerkt?
53:41Dat het woord Gods de stem uit de hemel is.
53:45Dat het de profetie is.
53:48Mannen door de heidige geest gedreven.
53:51Die hebben ze gesproken.
53:53En dat is zeer vast.
53:55Maar u begeert een licht te zien.
53:58Een licht, een visioen.
54:00We hebben de lamp van het woord van Gods wegen ontvangen.
54:06En de psalmist zegt dat woord is een lamp voor mijn voet.
54:10En een licht op mijn pad.
54:12En zelfs de dwazenmaagden in de gelijkenis hadden die lamp van het woord in de hand.
54:18En ze hadden ook nog een zekere kennis in dat woord, want die lampen die branden enige tijd.
54:23Maar toen ze ze echt nodig hadden, toen gingen de lampen uit.
54:29Dus tekengemeente.
54:31En sommige mensen vinden dat een teken van ernst.
54:34Ze nemen het niet gemakkelijk op.
54:36Nee, het moet echt iets bijzonders zijn.
54:38Het moet een teken zijn, maar het is geen teken van ernst.
54:43Het is een teken van ongeloof.
54:45Het is een teken van verwerping.
54:47Voor het woord der waarheid.
54:49Het is een teken.
54:51Van geen achting te hebben.
54:53Voor de openbaring.
54:55Van dat goddelijke woord.
54:57En het zou ons moeten vervullen.
54:59Met schaamte.
55:00Dat we zo weinig geloof hechten.
55:03Aan dat godsgetuigenis.
55:05Wat hij gegeven heeft.
55:07Het is geen teken.
55:09Van verheerlijking.
55:10Maar het is een teken.
55:11Van verdachtmaking van hem.
55:14De hoogste profeet.
55:16Die het godswoord vervuld heeft.
55:19En het woord ook spreekt.
55:21Ik ken nog een voorbeeld van het vragen van een tekengemeente.
55:24Lukas 16.
55:26Als de rijke man voor eeuwig arm geworden is.
55:29Dan zegt hij.
55:30Als u nu dat teken doet.
55:32Dat Lazarus uit de doden zal opstaan.
55:34Dan zullen mijn broeders hem geloven.
55:37En de heer Jezus zegt in die gelijkenis.
55:41Onder de naam van Abram.
55:43Zij hebben Mozes.
55:45En de profeten.
55:47Dat ze die horen.
55:48Nee vader Abraham.
55:51Tegenspraak uit de hel.
55:53Nee vader Abraham.
55:54Maar als Lazarus uit de doden zal opstaan.
55:57Dan zullen zij zich laten gezeggen.
55:59Als zij Mozes en de profeten niet zullen horen.
56:03Al zou er iemand uit de doden opstaan.
56:07Zij zullen zich niet laten gezeggen.
56:10De bede gemeente van de levende kerk is.
56:13Maak in uw woord mijn gang.
56:16Mijn treden vast.
56:17Dat goddelijke woord.
56:18Om daar de gangen en treden in vast te maken.
56:22Is het ook voor ons geen aanklacht.
56:25Dat we net als die fariseeën en die sadduzeeën van allerlei zaken verstand hebben.
56:30En dat we veel tijd besteden aan allerlei dingen.
56:33Aan kennis, ontwikkeling, wetenschap, vermeerdering.
56:38Aan onze hobby's, aan onze bezigheden.
56:41En dat we daar heel veel van kunnen vertellen.
56:45Dat is mooi als u dat kan.
56:47Maar als het gaat om de schrift.
56:49Als het gaat om het woord gods.
56:51Hoeveel tijd besteden wij aan schriftonderzoek.
56:55Aan studie.
56:57Kennen we iets van David.
56:59Die sprak van de zoetheid van het woord van god.
57:03De gestalte van de apostel Paulus.
57:05Die had het over een vermaak in de wet gods.
57:08Naar de inwendige mens.
57:09Die lieden van Berea onderzochten dagelijks de schriften of die dingen al zo waren die ze hoorden uit de mond van de apostel Paulus.
57:21Oh, wat zijn we kundig als het gaat om communicatie technieken, om het gebeuren rondom computers enzovoort.
57:29Maar de lust gemeent in het woord van de levende God.
57:33Het heilig verlangen om in de schrift wijsgemaakt te worden tot zaligheid.
57:39Om dat als de lamp voor de voet en het licht op het levenspad te hebben.
57:43Ja, dat is moeilijk.
57:45Dat begrijpen we niet.
57:47Dat is allemaal veel te ingewikkeld.
57:49Maar het komt waarschijnlijk doordat we te weinig tijd besteden aan het schriftonderzoek.
57:56Ziet gemeente hoe de zaligmaker dit opneemt voor deze fariseeën en sadduceeën.
58:02Maar dat het ook een boodschap is voor u en voor mij.
58:06Want hij zegt heb boos.
58:08En overspelig geslacht.
58:11Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken.
58:18En hun zal geen teken gegeven worden.
58:21En de verwijsheid terug naar het oude testament.
58:24Naar een van de profeten.
58:26Bovenal naar de profeet Jona.
58:28We zullen dus geen ander teken ontvangen dan de schrift.
58:33Dan het woord van de levende God.
58:37Het getuigenis van hem, de bijzondere openbaring, klaarder en heerlijker dan in al de werken van de schepping.
58:45Zijn sprake is krachtiger en sterker dan het getuigenis in ons geweten.
58:52En zijn zorg is groter dan de onderhouding die hij aan u en aan mij bewijst.
58:58Des, heren, wet nog thans, verspreid volmaakter glans.
59:02Terwijl dat ons hart bekeert, het is Gods getuigenis wat eeuwig zeker is.
59:07En aan slecht en ware wijsheid leert.
59:10Hij noemt de profeet Jona, gemeente.
59:13Wel, dat kennen de jongens en meisjes ook wel, die geschiedenis van de profeet Jona.
59:16Dat is toch overbekend.
59:18Die man die overboord ging en die ingeslokt werd door een grote vis.
59:23Jona was een profeet.
59:26Dat betekent hij was de mond gods.
59:28Hij gaf het woord de waarheid te kennen.
59:33Wel...
59:34Hij was een type van de borg en zaligmaker van Christus Jezus.
59:38Het gaat hier in de woorden van onze tekst over de meerder Jona.
59:42Over de profeet, machtig in woorden en in werken voor God en al het volk.
59:50Hij spreekt bijzonder de woorden Gods.
59:53Jona gemeente had als opdracht om te gaan naar een stad die boos en goddeloos was.
1:00:01De stad Nineveh.
1:00:03U vindt het ook in de profeten dat deze stad bol stond van de gruwelijkheid, van de boosheid en van de ongerechtigheid.
1:00:11En Jona kreeg een beroep, een opdracht om te gaan naar die stad Nineveh.
1:00:18Maar dan die meerdere Jona gemeente.
1:00:21Daarvan staat geschreven dat hij de opdracht kreeg van God de Vader.
1:00:26Om uitgezonden te worden naar deze aarde.
1:00:30Waarvan de schrift in één woord...
1:00:33De hele wereld samenvat en ze duisternis noemt.
1:00:37Het licht Christus Jezus schijnt in de duisternis.
1:00:42In één woord wordt die ganse schepping na de zondeval samengevat in het woord duisternis.
1:00:50Het doornen begroeit dus deze aarde.
1:00:53En door zon daarin bewoont.
1:00:56En van dat ganse menselijke geslacht.
1:00:59Daar staat in het woord geschreven.
1:01:02Er is niemand.
1:01:03Die God zoekt.
1:01:04En niemand die naar hem vraagt.
1:01:06Van het ganse menselijke geslacht staat geschreven.
1:01:10Ze hebben alle gezondigd.
1:01:11En derven de heerlijkheid van God.
1:01:15En er wordt de zaligmaker naar gezonden.
1:01:17Naar zo'n wereld.
1:01:19En naar dat menselijk geslacht.
1:01:21Om af te dalen uit de schoot van de vader.
1:01:24Om in te dalen in de schoot van de maagd Maria.
1:01:28Om vlees te worden in een beestenstal.
1:01:31En om zijn weg te gaan.
1:01:33...temidden van dat boos en overspeler geslacht...
1:01:36...met de welmenende roepstem tot bekering en tot geloof.
1:01:40Die meerdere Jona die die plaats heeft willen innemen...
1:01:45...in de duisternis en onder de vloek.
1:01:48Jona gemeente, je had de boodschap van het gericht...
1:01:52...van de toren gods over de zonde.
1:01:55En hij heeft ook later die boodschap mogen brengen...
1:01:58...temidden van de stad, maar is eerst gevlucht.
1:02:01Maar de zaligmaker had ook de boodschap van het gerichter van de toren.
1:02:06Johannes de Doper die sprak om toch die komende toren toch te ontvlieden.
1:02:12Maar Jona die zegt in het vierde hoofdstuk.
1:02:15Ik wist wel dat gij een barmhartig en een genadig God zijt.
1:02:21Hij wist dat hij die boodschap van het oordeel.
1:02:24Dat dat rechtvaardige oordeel Gods aangedreven werd.
1:02:29Door de barmhartigheid, door de genade gods.
1:02:32En daarom wilde hij die boodschap niet brengen.
1:02:35Daarom kwam ik het voor.
1:02:37Immers, het was een machtig rijk.
1:02:40En Jonah wist dat straks dat tien stammenrijk bedreigd zou worden door dat rijk.
1:02:46En als dan die Nineveh, die hoofdstad, omgekeerd zou worden, zou de macht en de kracht van het volk gebroken worden.
1:02:53Het was vleeslijke liefde tot zijn volk.
1:02:55Maar als er één geweten heeft, gemeente.
1:02:59Dat hij met de boodschap van Gods wet.
1:03:02Met de boodschap van het gericht.
1:03:04Dat hij bovenal gezonden was.
1:03:07Met de boodschap van de barmhartigheid.
1:03:10Van de genade.
1:03:11Was het die meerdere Jona.
1:03:13Al zo lief heeft God de wereld gehad.
1:03:16Dat hij zijn enige geborene zoon gegeven heeft.
1:03:19Opdat een ingelijk die in hem gelooft.
1:03:21Niet verderven.
1:03:22Maar het eeuwige leven hebben.
1:03:25O wat heeft hij gestaan.
1:03:27In het midden van de tollenaren.
1:03:29En de zondaren.
1:03:30En gezegd ik ben niet gekomen.
1:03:32Om te roepen.
1:03:33De rechtvaardigen.
1:03:35Maar de zondaars.
1:03:37Tot bekering.
1:03:39Wat heeft hij.
1:03:41Niet gepredikt.
1:03:42Van het liefelijk woord van het evangelie.
1:03:45En heeft hij gezegd ook.
1:03:47Dwing ze om in te komen.
1:03:49Omdat mijn huis vol worden.
1:03:51Hij was bijzonder gedreven.
1:03:54Door de liefde tot God de Vader.
1:03:56En het strafwijzend recht waaraan betaald moest worden.
1:04:00Hij was bijzonder gedreven om die scharen die niemand tellen kan los te kopen uit de macht van de vorste duisternis.
1:04:07Opdat de barmhartigheid zou roemen tegen een welverdiend oordeel.
1:04:13Opdat de lofzang straks tot een alle eeuwigheid gezongen zou worden.
1:04:17Jij hebt ons gode gekocht met uw dierbaar bloed uit alle geslachten, volken, natieën en tongen.
1:04:25Maar Jonah gemeente.
1:04:27En die jongens en meisjes weten het ook wel vanmorgen.
1:04:30Die vluchten.
1:04:31Die ging de andere kant uit.
1:04:34Die ontrok zich van zijn opdracht.
1:04:36En van die belangrijke taak.
1:04:38Van het profetisch ambt.
1:04:41Hij legde het woord naast zich neer.
1:04:43En dacht te kunnen ontvluchten.
1:04:46Aan de alomtegenwoordigheid.
1:04:48Aan de almacht van God.
1:04:50Maar een grote wind werd op de zee geworpen.
1:04:53Maar de zonen gods.
1:04:55Wat een zware weg wachtte hem.
1:04:59Wat een ontzaggelijke last zou er op hem gaan drukken.
1:05:03Wat een spot, wat een smaat, wat een hoon zou hij gaan ondervinden.
1:05:09Jona niet, maar die meerdere joden wel.
1:05:11Hij wist dat.
1:05:12Dat een doornen kroon op zijn hoofd gedrukt zou worden.
1:05:15Een spotmantel om de schouders geworpen zou worden.
1:05:19Dat zijn rug met geestelslagen doorploegd zou worden.
1:05:22Dat de last van de zonde en schuld van zijn ganse kerk...
1:05:26Op hem gelegd zou worden.
1:05:27Dat de hitte van de toren gods.
1:05:29Op hem zou neerdalen.
1:05:32En hij heeft gezegd.
1:05:34Tegen God de Vader.
1:05:35Ik draag uw heilige wet.
1:05:38Die gij de sterfling zet.
1:05:40In het binnenst ingewand.
1:05:42Wat een teken.
1:05:44Van de rechtvaardigheid van God.
1:05:47Wat een teken.
1:05:48Van de warmhartigheid.
1:05:49Van God de Vader.
1:05:51Geopenbaard in zijn zoon.
1:05:54Ziet gemeente.
1:05:55Hij vooral gedreven door de liefde.
1:05:59En toen Jona aan boord van het schip in diepe slaap bevangen was.
1:06:03En wakker gemaakt werd.
1:06:05Toen de stormen van Gods toren over dat schip kwam.
1:06:09Toen viel het lot op Jona.
1:06:11En toen heeft hij gezegd.
1:06:13Neem mij maar op.
1:06:14En werp mij overboord.
1:06:17Dan zal die zee van de verbolgenheid van Gods toren.
1:06:21Die zal dan stil over u worden.
1:06:25En hij is in de zee geworpen tenslotte.
1:06:27Maar wat heeft de zoon de gods gezegd?
1:06:30Hoe heeft hij zich breidwillig verklaard om uit te gaan?
1:06:36Hoe heeft hij toch ook zichzelf in de diepte gebracht?
1:06:40In die uiterste benauwdheid.
1:06:43Waarom gemeente Jona?
1:06:45Er zijn toch zoveel profeten in de schrift.
1:06:48Waarom haalt de zaligmaker niet Isaiah aan?
1:06:51Die op zoveel wijze gesproken heeft.
1:06:55Over de namen, over de geboorten, over de ambten van de zonen gods.
1:07:01Waarom heeft hij bijzonder Jona genoemd?
1:07:04Dat heeft te maken met het verkeer van Jona in de diepte.
1:07:08Die in het ingewand van de vis ingeslokt werd.
1:07:11Daar drie dagen, drie nachten zijn verblijf heeft gehad.
1:07:15En toen uitgespuwd werd door die grote vis.
1:07:19En toen gewillig gemaakt is om naar de stad Nineveh te gaan.
1:07:24Omdat het woord gods te prediken nog veertig dagen en Nineveh zal worden omgekeerd.
1:07:30De boodschap gebracht.
1:07:32Wel de meerdere Jona, daar gaat het over in de schrift.
1:07:36En die haalt bijzonder deze profeet en die buitengewone gebeurtenis aan.
1:07:41Dat hij ingeslokt is door een grote vis.
1:07:45En dat hij ook uitgespuwd is.
1:07:48Zoals Jona drie dagen.
1:07:50En drie nachten verkeerd heeft in het ingewand van de vis.
1:07:54Al zo zal ook de zoon des mensen drie dagen en drie nachten verkeren in het hart van de aarde.
1:08:01En dan zegt hij, hun zal geen teken gegeven worden dan het teken van Jodah de profeet.
1:08:08O, die benauwdheid van Jodah, dat zal wat geweest zijn, gemeente.
1:08:13Ingeklemd tussen de ingewanden in hun vis.
1:08:16Wat een donkere, wat een benauwde plaats.
1:08:19En toch staat er in Jona 2 dat hij geroepen heeft tot de levende God.
1:08:24En dat hij beleden heeft nog dan zal ik u in de tempel uw heiligheid weder aanschouwen.
1:08:31Terwijl hij daar in de diepte verkeerde in het ingewand van de vis.
1:08:36Maar die benauwdheid van Jona valt in het niet.
1:08:40Bij die uiterste zielsbenauwdheid die de zonen gods ondergaan heeft.
1:08:45Toen de last van de toren gods op hem drukte.
1:08:48Toen hij de ganse zonde schuld van zijn kerk gedragen en weggedragen heeft.
1:08:53Toen hij daar gehangen heeft, eerst geworteld in de hof van Gethsemane.
1:08:58Als een worm en geen man.
1:09:00En toen hij gehangen heeft aan het vloekhouders kruisjes in die uiterste zielsbenauwdheid.
1:09:05Waar hij het uitgeroepen heeft, mijn God, mijn God.
1:09:09Waarom hebt ge mij verlaten?
1:09:12En toen drie dagen, drie nachten in het hart van de aarde geweest is.
1:09:17En toen opgestaan is dat teken gemeente.
1:09:21Dan zegt een apostel Paulus in Romeinen 4 vers 25.
1:09:25Gestorven om onze zonden.
1:09:29Opgewekt tot onze rechtvaardigmaking.
1:09:33Dus in hem ligt de voldoening aan de deugde gods.
1:09:38Door hem is de verzoening verworven voor die ganse kerk.
1:09:42En door de opstanding is het duidelijk geworden.
1:09:46Dat de kerk een levende borg.
1:09:49Een levende zaligmaker heeft.
1:09:51Die de tekenen van de voldoening aan het recht des vaders.
1:09:55En van de verzoening voor de zonderschuld van zijn ganse kerk.
1:09:58In zijn lichaam gedragen heeft.
1:10:00Dat teken.
1:10:02Geen ander teken dan het teken van Jona den profeet.
1:10:07Zoals hij drie dagen en drie nachten.
1:10:09Dat teken werd geboodschapt in Jeruzalem.
1:10:13Dat teken werd gepredikt aan het Sanhedrin.
1:10:16Door de soldaten.
1:10:17Die hebben getuigenis gegeven van dat bijzondere teken.
1:10:21Van die meerdere Jona.
1:10:23Die nadat hij drie dagen, drie nachten geweest is.
1:10:26In het hart van de aarde.
1:10:29Opgewekt is door God de Vader.
1:10:31Opgestaan is door zijn goddelijke kracht.
1:10:34Tot vrijspraak van zijn ganse kerk.
1:10:37Als een spreken bewijs.
1:10:40Dat het volle zes doods weggenomen was.
1:10:42Dat het loon van de zonde.
1:10:44voor zijn ganse kerkte niet gedaan was.
1:10:47Opgewekt tot onze rechtvaardigmaking.
1:10:51Wat hebben ze gedaan, gemeente, met het teken?
1:10:54Ze hebben gezegd tegen de soldaten, hier heb je geld.
1:10:57En zeg dat zijn discipelen desnachts gekomen zijn.
1:11:01En dat ze het lichaam van die meerdere Jona gestolen hebben.
1:11:06Erg toch?
1:11:07Hun zal geen ander teken gegeven worden...
1:11:11dan het teken van Jona de profeet.
1:11:15Wat een hemelsteken is dat geweest.
1:11:18God de Vader heeft getuigenis gegeven van de hemel.
1:11:22De emmel daalde af uit de hemel.
1:11:25Verbrak het zegel.
1:11:27Nam de steen weg.
1:11:29Verkondigde het evangelie van de opgestaande borg en zaligmaker.
1:11:33Wat een duidelijk teken van deze meerdere jona.
1:11:38Wat een vervulling en een bevestiging van de schrift.
1:11:41En ze hebben gezegd hier heb je geld.
1:11:44En die leugen is verbreid geworden onder de Joden tot op de dag van vandaag.
1:11:49Tot op de huidige dag.
1:11:51Zo staat er in het woord.
1:11:52En toen is dat evangelie voortgegaan.
1:11:56Na de opstanding uit de doden in zijn naam gepredikt worden.
1:12:01Bekering en vergeving van zonden.
1:12:03Onder alle volken beginnende de Jeruzalem.
1:12:07Wel nu gemeente.
1:12:08Hij heeft gezegd tegen de Vader.
1:12:11Ik draag.
1:12:13Uw heilige wet.
1:12:14Die gij de sterveling zet.
1:12:16In het binnenste ingewand.
1:12:17Hij heeft gezegd.
1:12:19Tegen de vijand.
1:12:21Indien gij dan mij zoekt.
1:12:22Zo laat deze heden gaan.
1:12:24Hij heeft gezegd.
1:12:26En zegt tegen zijn kerk.
1:12:28Ik voor u.
1:12:29Dat gij anders.
1:12:30De eeuwige dood.
1:12:32Had moeten sterven.
1:12:33Zijn benauwdheid.
1:12:34Daarom.
1:12:35Dat teken van Jona.
1:12:37In de derde plaats.
1:12:38Gemeente.
1:12:38En spreekt ook de tekst van zijn verlating.
1:12:41Dan staat er in de woorden van onze tekst.
1:12:43En hen verlatende ging hij weg.
1:12:48Teken dat zou komen.
1:12:50Het woord is gebleven en is later vervuld geworden.
1:12:54Maar hen verlatende ging hij weg.
1:12:57De Heer Jezus is niet meer op deze aarde.
1:13:00Niet op een vleeslijke, op een menselijke wijze zoals hij over de aarde gegaan is.
1:13:06Als waarachtig God en waarachtig rechtvaardig mens.
1:13:10Maar zijn woord is gebleven, gemeente.
1:13:12Na bij u is het woord.
1:13:14In uw mond, in uw hart.
1:13:16En zijn geest zendt hij nog uit.
1:13:20Omdat u en mijn verzet verbroken zou worden.
1:13:23Teniet gedaan zou worden.
1:13:25Door de overtuigende kracht van het woord.
1:13:28Door de levendmakende werking van de heidige geest.
1:13:32O, hij kan ons verlaten.
1:13:35Dat blijkt ook uit de woorden van onze tekst.
1:13:38En toch is zijn woord...
1:13:41Wat is het verval groot?
1:13:43Wat neemt de ongerechtigheid meer en meer toe?
1:13:48Wat zijn we toch in het ontzaggelijk gevaar als we het woorden waarheid verachten, geringachten, verwerpen van die eeuwige verlating.
1:14:00Maar ziet als wij nu door geest en woord de wereld mogen verlaten.
1:14:05Als we nu door geest en woord...
1:14:08Hem en zijn dienst mogen lief krijgen.
1:14:11Als we nu door geest en woord onszelf mogen leren verlogenen.
1:14:15Onze oude natuur doden in een nieuw.
1:14:19Godzalig leven mogen wandelen.
1:14:21Als we onze bedenkingen, onze tegenwerpingen, onze redeneringen eens zouden mogen verlaten.
1:14:28Ook die van bijzondere verlangens, van bijzondere tekens.
1:14:32Een eenvoudig leerde buigen voor de berachtige waarheid van het woord van God.
1:14:38Tot de troon der genade de toevlucht zouden nemen.
1:14:41En zouden vragen met de dichter wat we ook eerst gaan zingen uit Psalm 119 vers 67.
1:14:46Maak in uw woord mijn gang en treden vast.
1:14:51Opdat ik mij niet van uw paan mocht keren.
1:14:54En wordt mijn vlees door het kwade licht verrast.
1:14:57En wat er verder volgt in vers 67 van Psalm 119.
1:15:02Het
1:15:03[GEZANG]
1:17:39is duidelijk gemeente waar de ware gelovigen zijn kracht en zijn sterkte vindt.
1:17:44In het woord Gods, dat blijft erover.
1:17:46De vastheid van het woord van de levende God.
1:17:49De geest die brengt ons bij het woord.
1:17:53Geeft ons licht in het woord.
1:17:55Geeft ons kracht uit het woord.
1:17:57En verbindt ons aan het dienst van de levende God.
1:18:02Verbindt zich niet in de eerste plaats aan een teken.
1:18:05Misschien hebt u ook wel eens iets bijzonders meegemaakt in uw leven.
1:18:09Wat u met grote verbazing of verwondering vervuld hebt.
1:18:13Maar goed, de tijd ging weer verder.
1:18:17De verwondering ebte weg.
1:18:19De verbazing was verdwenen.
1:18:21Een lichte herinnering is er nog overgebleven.
1:18:24Geen vastheid meer.
1:18:26Misschien hebt u wel eens een ernstige zaak meegemaakt.
1:18:30Ziekenhuis gelegen.
1:18:31Een diepe weg moest u ondergaan.
1:18:34Oh, wat duurde de nacht toch ontzaggelijk lang.
1:18:37Wat was het u bang.
1:18:39En misschien tien jaar geleden of vijftien jaar geleden.
1:18:43U vertelt het in een enkele minuut.
1:18:45Maar die schrik, die verbazing, die kracht...
1:18:48die die gebeurtenis toen uitoefende in uw leven...
1:18:52dat is geweken.
1:18:54Maar kijk, dat is nu het grote verschil met het woord gods.
1:18:57Dat is in alle tijden even krachtig.
1:19:01Even machtig.
1:19:02Even waarachtig.
1:19:04Even betrouwbaar.
1:19:06Of u het voelt of niet.
1:19:07Dat ligt dan aan ons.
1:19:09Maar het woord...
1:19:11Is een tweesnijdend scherpswaard.
1:19:13Zegt een apostel.
1:19:15Het woord is levend.
1:19:16Het woord is geen dode letter.
1:19:18Zoals wel eens gezegd wordt.
1:19:19De letter dood van de wet.
1:19:21Maar het woord gods is levend.
1:19:24Krachtig.
1:19:26Scherpsnijdender.
1:19:26Als enig tweesnijdend scherpswaard.
1:19:29Gaat door tot de verdelingen des merks.
1:19:32En der samenvoegselen.
1:19:33En der ziel.
1:19:35En is een oordeler der gedachten.
1:19:37En der overleggingen van het hart.
1:19:40Getuigenis van de schriftgemeente.
1:19:42Oude en Nieuwe Testament.
1:19:45Beide van het allergrootste belang.
1:19:48Beide verklaren elkaar.
1:19:51Oude Testament en Nieuwe Testament.
1:19:54We hebben de tekenen van de tijd.
1:19:56Kunnen we toch wel waarnemen de liefde van veden.
1:20:00Die zal verkouden.
1:20:01De toenemende ongerechtigheid en boosheid.
1:20:06En gruwelijke zonden ook te midden van ons land en volk.
1:20:09Openlijk voorgestaan door onze overheid.
1:20:12En bijgewoond door koning en koningin.
1:20:16Het is toch ontzaggelijk wat er allemaal plaatsvindt in ons land.
1:20:19Te midden van ons volk.
1:20:21Liefde van veden verkouden.
1:20:23Tot het ongeboren leven.
1:20:25Tot het oude leven gehandicapten leven.
1:20:28Wat zijn er niet talloze zaken.
1:20:31Wat we als een teken kunnen zien van de macht van de boze.
1:20:34En van het eind van de tijden oorlogen, geruchten van oorlogen.
1:20:40Maar vanmorgen in Gods huis.
1:20:42Het waarachtige woord van God.
1:20:44De waarheid, de vastheid van zijn goddelijk getuigenis.
1:20:49En geloofgemeente is niet afhankelijk van de omstandigheden.
1:20:56Geloof heeft niet als voedingsgrond ons geloof en onze aangename...
1:21:05Maar geloof is sterker, verheft zich boven de omstandigheden, boven onze gevoeligheden.
1:21:14Los van onze gestaltes liet het rusten op de vastheid, op de waarachtigheid, op de betrouwbaarheid van het woord van de levende God.
1:21:24En als een David in grote benauwdheid is, in moeilijkheden, dan zegt hij, als het mij benauwd.
1:21:30[GEZANG]
1:21:50Het is het anker der ziel.
1:21:54Het geeft de vastheid onder de voeten.
1:21:59Kijk en als u...
1:22:00Op een vaste grond mag staan.
1:22:03Al moet u uw weg door het donker gaan.
1:22:04Dat gaat u dan ook vaak.
1:22:06In geestelijke zin.
1:22:07Bij de lamp van het woord.
1:22:09Al stormt het.
1:22:11Maar als uw voeten een vaste ondergrond hebben.
1:22:14Dan wankelt u niet.
1:22:16Dan staat u vast.
1:22:17En dat is toch bij tijdere ogenblikken.
1:22:20Toch de beleving van de oprecht gelovigen.
1:22:22De vastheid.
1:22:23De waarachtigheid.
1:22:24De betrouwbaarheid.
1:22:26Van het woord van de levende God.
1:22:29En kijk, deze fariseeën en sadduzeeën moesten nog enige tijd wachten.
1:22:33Op het teken van Jonah, de profeet.
1:22:36Maar u en ik, wij weten het vanuit de schrift.
1:22:40Hoe dat teken ook werkelijkheid geworden is.
1:22:43In de smartelijke leidensweg van de borg en middelaar.
1:22:47In de heerlijke opstanding die hij ontvangen heeft van de vader als loon op zijn arbeid.
1:22:53In de diepe weg die hij gegaan is onder de ontzaggelijke last.
1:22:58Maar ook in de vreugde die hem voorgesteld is.
1:23:01Kruis heeft gedragen.
1:23:02Schande veracht.
1:23:04En een eeuwige gerechtigheid heeft aangebracht.
1:23:08Kijk en dan zegt u.
1:23:09Ik haal nogmaals die woorden aan.
1:23:11Van de Romeinenbrief.
1:23:13Gestorven om onze zonden.
1:23:17Opgewekt tot onze rechtvaardigmaking.
1:23:20Die meerdere Jona.
1:23:22Wij dan gerechtvaardigd zijnde.
1:23:25Uit het geloof.
1:23:27Dat waarzaligmakend geloof.
1:23:30Wat het toevlucht neemt tot deze voorgestelde hoop.
1:23:33Of dat een zwak, een aangevochten, een bestreden geloof is.
1:23:38Of dat het een sterker geloof mag zijn.
1:23:40Of het het geloof is van de vader van de maansige knaap.
1:23:44Ik geloof heren.
1:23:45Kom mijn ongelovigheid te hulp.
1:23:48Of het geloof van Abram.
1:23:50Op hoop, tegen hoop.
1:23:52Geloof dat God machtig was.
1:23:54Zijn zoon Isaac.
1:23:56...uit de doden weten te geven.
1:23:58Maar dat waarzaligmakend geloof, gemeente...
1:24:01...hecht zich aan een volkomen borg en middelaar...
1:24:06...om wiens wil, om wiens werk, om wiens bloed...
1:24:10...begerechtvaardigd worden.
1:24:12Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof.
1:24:17Daar gaat het toch om.
1:24:18Om dat oprecht waarzaligmakend geloof.
1:24:22Vrees zere macht, zingt de dichter.
1:24:25En dient zijn majesteit.
1:24:27Juicht bevend op het gezicht van zijn vermogen.
1:24:31En kust den zoon.
1:24:32Van ouds u toegezijd.
1:24:34Eer u zijn toren.
1:24:36Verdelg voor aller ogen.
1:24:38Want wel zalig hij die naar zijn reinen leert.
1:24:41In hem hun heil.
1:24:42Hun hoogst geluk leert beschouwen.
1:24:45Ziet gemeente dat teken.
1:24:47Dat weet u.
1:24:49Als het slot van de evangelie.
1:24:52Uit het begin van de handelingen der apostelen.
1:24:54Zo krachtig, zo duidelijk.
1:24:56En sinds die opstanding gaat het woord zijn voortgang over de aarde.
1:25:01In zijn naam gepredikt worden bekering en vergeving van zonde onder alle volken.
1:25:08Beginnende te Jeruzalem.
1:25:09Dat woord heeft nog zijn voortgang, ook vandaag tot nu toe.
1:25:14Van dat teken van die meerdere Jona.
1:25:17Die die uiterste, die onuitsprekelijke benauwdheid, zo zegt de katechismes, doorworsteld heeft.
1:25:23En die volkomen overwinning behaald heeft.
1:25:26De prediking van het evangelie komt nog tot u, tot mij.
1:25:32Zal het straks zijn, na bij u was het woord.
1:25:36Hoe ontzaglijk toch.
1:25:39Verlaten dan en dat voor eeuwig.
1:25:41Maar ziet hier, als we door Gods genade...
1:25:45Door de kracht van het woord de wereld mogen verlaten.
1:25:49De dienst van de vorst der duisternis mogen opzeggen.
1:25:53De binding mogen kennen aan de troon der genade.
1:25:57De afhankelijkheid mogen beleven van zijn woord en van zijn waarheid.
1:26:01Na bij u is het woord.
1:26:04In uw mond, in uw hart.
1:26:06Dat is het woord des geloofs.
1:26:09Het welk wij prediken.
1:26:11Krachtens, het teken van de meerdere Jona.
1:26:15De zonen gods.
1:26:16Indien gij met uw mond zult beleiden.
1:26:19Den Heere Jezus.
1:26:21En met het hart zult geloven dat hij.
1:26:24Uit de doden die meerdere jona is opgewekt.
1:26:28Met uw mond de beleidenis.
1:26:30Met het hart de geestelijke omhelzing.
1:26:33Dan zult gij zalig worden.
1:26:36En de waargelovige.
1:26:38Die kent de dagelijkse beleidenis.
1:26:41Vanwege de zwakheid van zijn vlees.
1:26:44Vanwege de kracht van de verzoekingen van de vorste duisternis.
1:26:47Vanwege de verleidingen van de wereld waardoor hij gaat.
1:26:50Leer mij naar uw wil te handelen.
1:26:53Zal dan in uw waarheid wandelen.
1:26:57Neig mijn hart en voeg het samen tot de vrees van uw grote, van uw heilige naam.
1:27:04Amen.
1:27:05Eindigen wij met gewet.
1:27:10Heren, gij bracht ons in dit morgenuur rondom.
1:27:14De meerdere Jona.
1:27:16Die het teken gegeven heeft.
1:27:19Van de overwinning op het loon van de zonde.
1:27:22De dood.
1:27:24Die de gerechtigheid.
1:27:27Die red van de dood.
1:27:29En een ingang geeft op het eeuwige leven verworven heeft.
1:27:34En dat u nog voortgaat met de verkondiging van hem.
1:27:38Die enige naam.
1:27:41Gegeven onder de hemel tot behoud en zaligheid.
1:27:45Gedenk ons zo nu trouw in uw goedheid en zegen uw woord aan ons hart.
1:27:50Dat we onszelf en dat in waarheid met smart als een boos over spedig geslacht leren kennen.
1:28:00Dat we de kampen krijgen met onze geveinsdheid en huigelachtigheid die ons zo vaak aankleeft.
1:28:08Maar als we dat beleiden voor u, doorleven voor uw aangezicht.
1:28:14En staler waarheid in ons binnenste door uw geesten wordt gewekt en gewerkt.
1:28:21Dan zult gij toch uw barmhartigheid, uw goedheid niet onthouden.
1:28:28In hem, uw zoon, die meerder Jona.
1:28:32Die de schuld verzoend, de prijs betaald, uw recht verheerlijkt en uw woord vervuld heeft.
1:28:41Ontferm u zo, naar uw barmhartigheden.
1:28:44Wil zo de overdenking van uw woord ook geven in onze harten op deze uw dag.
1:28:49Breng ons in dit avontuur hier weer samen rondom uw woord.
1:28:54Gedenk ons voor uw getrouwe ontverming om uw snaamswil, om Christus willen.
1:29:01Amen.
1:29:04Wij zingen tot slot gemeente uit psalm 89 en daarvan het zevende en het negende vers.
1:29:10Hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort.
1:29:14Zij wandelen, heren, in het licht van het goddelijke aanschijn voort.
1:29:18En ook in het negende vers, gij hebt wel eer van hem die gij geheiligd had.
1:29:23En wat er verder volgt in het zevende en negende vers van Psalm 89.
1:29:27[GEZANG]
1:34:40Gaat u heen in vrede, draagde de zegen des heren.
1:34:44De heren zegenen u en behoeden u.
1:34:47De heren doen zijn aanschijn over uw lichten en zij u genadig.
1:34:52De heren verheffen zijn aangezicht over u.
1:34:56En geven u vrede.
1:34:58Amen.
1:34:59[GEZANG]