Matthéüs 16: 1 - 4; De zonde van het ongeloof

zondag 23 augustus 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. D. Heemskerk · 98 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:02Onze hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwen

10:15houdt en eeuwig leeft en die nooit laat varen de werken zijner handen.

10:23Amen.

10:25Genade, warmhartigheid en vrede, zij u van God den Vader.

10:33Door Christus Jezus, zijn Zoon, in de gemeenschap des Heiligen Geestes.

10:41Amen.

10:44Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 95.

10:48En daarvan het vierde en het vijfde vers.

10:51Psalm 95, vers 4.

10:54Want Hij is onze God en wij zijn het volk van zijn heerschappij.

11:00De schapen die zijn hand wil wijden.

11:04En ook het vijfde vers verhart u niet, neemt zijn gena, ootmoedig aan, laat miriba, laat massa u ten afschrik wezen.

11:14En wat er verder volgt in de versen 4 en 5 van Psalm 95.

11:18Wij

11:19[GEZANG]

15:34openen godsheilig en dierbaar woord in het evangelie van Matthäus.

15:38En daar vernader het zestiende hoofdstuk, te beginnen bij het eerste tot en met het twaalfde vers.

15:45Ik noem u.

15:46Als onze schriftlezing Matthäus 16 vanaf vers 1 tot en met 12.

15:51Doch vooraf stellen wij ons onder de tucht van Gods heilige wet.

15:56Toen sprak God al deze woorden zeggende.

16:00Ik ben de Heere uw God die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb.

16:09Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

16:14Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken, van hetgeen dat boven in den hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde

16:27is, nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

16:32Gij zult u voor die niet duigen, nog hen dienen, want ik, de Heere uw God, ben een ijveren God.

16:41Die de misdaad der vader een bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.

16:50En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.

16:59Gij zult de naam des heren uw schots niet eidelijk gebruiken.

17:05Want de heren zal niet ons schuldig houden die zijn naam.

17:10[GEZANG]

17:25Dan zult gij geen werk doen.

17:29Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee.

17:37Nog uw vriendeling die in uw poorten is.

17:41Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.

17:46De zee en alles wat daarin is.

17:49En hij rustte ten zevende dagen.

17:53Daarom zegende de Heer de sabbedag.

17:57En heiligde denzelven.

18:00Eer uw vader en uw moeder.

18:03Opdat uw dagen verlengd worden in het land.

18:07Dat u de Heere uw God geeft.

18:10Gij zult niet doodslaan.

18:12Gij zult niet echtbreken.

18:15Gij zult niet stelen.

18:17Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

18:22Gij zult niet begeren uw naaste huis.

18:25Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

18:28Nog zijn dienstknecht.

18:30Nog zijn dienstmaagd.

18:32Nog zijn os.

18:34Nog zijn ezel.

18:39Ik

18:41noemde u als onze schriftlezing Matthäus 16, vanaf vers 1 tot en met 12, waar Gods woord als volgt tot ons komt.

18:49[GEZANG]

19:07Als het avond geworden is, zegt gij schoon weder, want de hemel is rood.

19:13En desmorgens heden onweder, want de hemel is droevig rood.

19:19Gij geveinsde, het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden.

19:25En kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?

19:29Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken.

19:34En hun zal geen teken gegeven worden dan het teken van Jona, den profeet.

19:41En hen verlatende ging hij weg.

19:45En als zijn discipelen op de andere zijde gekomen waren, hadden zij vergeten broden mede te nemen.

19:53En Jezus zeide tot hen, zie toe en wacht u van den zuurdecem der fariseeën en sadduzeeën.

20:03En ze overlegden bij zichzelf en zeggende, het is omdat wij geen broden medegenomen hebben.

20:10En Jezus dat wetende zeide tot hen, wat overlegt gij bij uzelf en gij kleingelovigen, dat gij geen broden medegenomen hebt, verstaat gij

20:22nog niet?

20:23En gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijfduizend mannen en hoeveel korven gij opnaamt?

20:32Nog aan de zeven broden der vierduizend mannen.

20:36En hoeveel manden gij opnaamt.

20:39Hoe verstaat gij niet dat ik u van geen brood gesproken heb.

20:44Als ik zeide dat gij u wachten zoud van de zuurdecem der fariseeën en sadduzeeën.

20:51Toen verstonden zij dat u niet gezegd had.

20:54Dat zij zich wachten zouden van de zuurdecem des broods.

20:58Maar van de leer der fariseeën.

21:01En sadduceen tot zover de schriftlezing.

21:07Gemeend in de voorbeden willen we denken aan het echtpaar de Jong, Akelshoek, Wittestraat 7.

21:13Dat gisteren, 22 augustus, mocht gedenken 40-jarige trouw te zijn.

21:19Aan mevrouw van der Klooster, Nelis, Bredeweg 5, die op haar sterfbed ligt.

21:26De vakantiebijbeldag van aanstaande dinsdag.

21:30En ook door meneer en mevrouw van den Kamp die in de afgelopen week verhuisd zijn.

21:35Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.

21:42Almachtige, eeuwige God.

21:44Wij zijn sprekende bewijzen van uw langmoedigheid, van uw trouw, van uw goedheid.

21:50Als u ons deed opstaan, deed uitgaan naar deze plaats des gebeds.

21:55Of met deze plaats verbonden doet zijn.

21:59Dat wij nog zijn in dat heden der genade.

22:03In die wel aangename tijd.

22:05En dat u ons niet alleen onderhoudt wat het lichaam betreft.

22:10Ons overlaat met uw weldaden en zegelingen.

22:13Maar dat u ook deze bijzondere bemoeienis met ons wilt hebben.

22:17Op deze uw dag.

22:19Door ons te brengen onder het geklank van uw goddelijk en onfeilbaar getuigenis.

22:25Op deze dag de roem der dagen.

22:28Die gij bijzonder geheidigd en afgezonderd hebt.

22:32Waarop u zo menigmaal uw gunst betoond hebt door zondaren te roepen.

22:37En door de kracht van uw geest te trekken uit de duisternis.

22:41Tot het wonderbaar licht van uw liefdeke evangelie.

22:46En dan is dat werk nog niet af.

22:49U zegt hetzelfde in uw woord en nog is er plaats.

22:53Heren, wil dan door de kracht van uw woord ons bearbeiden tot de kennis uw wegen.

22:59Bij aanvang of verdere voortgang.

23:02Het is uw getuigenis wat eeuwig zeker is.

23:06Wat aan slecht en ware wijsheid leert.

23:10Schenkt dan toch de bediening van uw heilige geest.

23:13Die heren is en levend maakt.

23:16Die ons verdorven hart kan vernieuwen.

23:19De duisternis kan verdrijven uit ons verstand.

23:22En onze gangen en treden vast.

23:25Zal maken in uw goddelijke en onfeilbaar woord.

23:29Gedenk ons dan in uw genatige trouw.

23:32Gij zijt toch die God die van het geven niet armer, van het inhouden niet rijker wordt.

23:38In u is toch een eeuwige volheid.

23:42Ontferm u dan zo.

23:43Als wij hier bijeengekomen zijn of met deze plaats verbonden zijn.

23:49Naar de grootheid uw warmhartigheid.

23:52Jong en oud, klein en groot.

23:55U bent de hartekender, de nierenproever.

23:58Er is voor u niets verborgen.

24:00En dan weet u wat in ieder van ons nodig heeft.

24:03Bij het spreken, bij het luisteren.

24:06Ontferm u dan naar de rijkdom uw warmhartigheid.

24:10Heren, gedenk u dan ook de oud-dragenden onder ons.

24:14Korter of langere tijd geleden.

24:16Een droeve gang moeten maken.

24:18De lege plaats moeten beleven.

24:21Uw onderwijzing, uw ondersteuning, uw vertroosting.

24:25En niet onthouden, ook als het gemist, meer en meer.

24:30Gevoeld wat werkelijkheid geworden is.

24:33Ontferm u dan dat de grootheid uw barmhartigheden.

24:37Gedenk u ook de vele zieken die er zijn in de gemeente ook.

24:41De ernstige zieken die boodschap gekregen hebben van een ernstige ziekte.

24:48Heren, wil u ze gedenken naar uw barmhartigheden.

24:51En hen ondersteunen en geven wat nodig is.

24:55Dat ze aan de voeten gebracht mogen worden.

24:58Van die hemelse geneesmeester.

25:00Die behouden kan voor ziel en lichaam beiden.

25:04En die toegezegd heeft wie mij nederig valt te voet.

25:09Die zal van mij mijn wegen leren.

25:12Ontferm u dan naar de grootheid uw warmhartigheden.

25:15Schenk uw doktoren nog wijsheid en licht.

25:18En wil behandelingswijze nog zegenen.

25:21Maar wil bovenal geven de toevluchtneming.

25:25Tot u in dat liefelijkheden der genade.

25:28Als u toch ook oproept.

25:31Om tot dat volk wat in smart is.

25:35Voor u uit te storten het ganse hart.

25:38Want u bent een toevlucht ter aller tijden.

25:42Gedenken we ook mevrouw van de klooster.

25:44Die in zulke ernstige omstandigheden verkeerd.

25:48Maar toch ook getuigenis gegeven heeft.

25:52Dat ze mag weten waar de reis naartoe is.

25:55Heren, wil u haar dan ook gedenken naar hoogbejaarde man en ook de familieleden die hen opringen.

26:02Wilzoon, uw hulp, uw bijstand niet onttrekken.

26:06Uw genadige gunst betonen in alle noden, alle zorgen, alle moeite, alle vragen.

26:13Ook het kruis wat in stilte gedragen wordt of psychische noden waarmee gestreden wordt, wil toch.

26:22In al die omstandigheden.

26:25Genadiglijk geven.

26:26Dat er een oog op u geslagen mag worden.

26:29En dat de toevlucht tot u genomen mag worden.

26:33Gedenk u heren ook.

26:34De bewoners van de vijver.

26:36U weet ook wat zij voor noden hebben.

26:38Wil ze ook uw zegen niet onthouden.

26:41De bezoekers van de oase.

26:43Wil ook hen uw hulp, uw bijstand betonen.

26:46Ook in de weg die ze hebben te gaan.

26:48De bewoners van.

26:50De vliegbergen, de aanleunwoningen.

26:52U kent hen toch alle, u weet wat ze van nodig hebben.

26:57Betoon toch zo uw genadige ontferming naar de grootheid, uw warmhartigheden.

27:03Wil ook het echtpaar wat nog gedenken, veertig jaar aan elkaar verbonden te zijn door de band van het huwelijk.

27:09Omringd ook door kinderen en kleinkinderen.

27:12En ook nog een moeder die daar getuige van mag zijn.

27:16Schenk ze ook de verwondering in het hart.

27:18De buiging voor uw majesteit en voor uw grootheid.

27:22En de beleidenis, wie ben ik en wat is mijn huis, dat ge mij tot hiertoe gebracht hebt.

27:29Ik wil ook dominee Van der Kamp en zijn vrouw gedenken die ook aangekomen zijn, ook in het midden van deze gemeente.

27:37Als ook deze week de bevestiging en de intrede zal plaatsvinden, schenk ze ook uw hulp en uw bijstand.

27:45Om hier ook opnieuw de herderstaf op te mogen nemen.

27:50Uw woord te mogen verkondigen.

27:52Ontferm u zo ook naar uw barmhartigheden.

27:56Schenk zo nog uw gunst en zegen ook in dit alles.

28:00Heren wil zo nog ons gedenken.

28:03Uw woord voor ons ontsluiten.

28:06Door de kracht van uw geest tot roem voor uw genade.

28:10U gaf ook de afgelopen week.

28:13Dat er nog regen mag neerdalen op ons land.

28:17Als we dan bedenken.

28:18De gruwelijke zonden.

28:20Die uitgeleefd worden.

28:22In het midden van ons volkenland.

28:24Door de overheid bevorderd.

28:26En voorgestaan.

28:28Nog ernstiger.

28:29Als dat het ooit in Sodom en Gomorra geweest is.

28:32En daar daalde vuur van de hemel.

28:35En u gaf nog regen van de hemel.

28:37Doe het ons opmerken heren.

28:39Dat we diep vrootmoedigd.

28:41Voor u mogen buigen.

28:43Dat er nog een einde kwam aan die langdurige droogte.

28:47Wil ons zoals armen verloren zondagen.

28:51Uw goedheid, uw trouw nog doen opmerken.

28:54Maar wil ook op deze dag die bevochtiging geven.

28:58Van uw heilige geest.

29:00Die de harte harten kan weken zacht maken.

29:05Ontferm u zo nog.

29:07Naar de grootheid uw barmhartigheid.

29:09Om Jezus willen.

29:11Amen.

29:16Gemeente Apostel Paulus schrijft in de Korinthebrief dat het te maken had met allerlei stromingen.

29:23De Joden stonden erom bekend, zo zegt hij, dat ze een teken begeren.

29:28En de Grieken wilden weer wijsheid horen.

29:32Wat een tegenstand, wat een bestrijdingen, wat een moeilijkheden.

29:37Grieken die graag wijsheid willen horen.

29:40Joden die een teken begeren.

29:43Maar hij zegt, wij prediken u.

29:45De kracht en de wijsheid Gods.

29:48Dat er niet alleen in de gemeente van Corinthe leefde.

29:52Maar dat het ook te midden van het volk van Juda leefde.

29:56Een teken dat vinden we ook in de woorden van onze tekst van dit morgenuur.

29:59Die u vindt in uw voorgelezen schriftgedeelte.

30:02Matthijs 16 vers 1 tot en met 4.

30:06Matthijs 16 vers 1 tot en met 4.

30:09Waar Gods woord als volgt tot ons komt.

30:11En de fariseeën en sadduzeeën.

30:14Tot hem gekomen zijnde en hem verzoekende begeerden van hem dat hij hun een teken uit den hemel zou tonen.

30:23Maar hij antwoordde en zeide tot hem, als het avond geworden is, zegt gij schoon weder, want de hemel is rood.

30:32En desmorgens heden om weder, want de hemel is droevig rood.

30:38Gij geveinsden, het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden.

30:44En kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?

30:47Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken.

30:52En hun zal geen teken gegeven worden.

30:55Dan het teken van Jona, den profeet.

30:58En hen verlatende ging hij weg.

31:02Vanuit deze tekst voor de gemeente willen wij vanmorgen stilstaan bij de zonde van het ongeloof.

31:07We letten ten eerste op de bestraffing.

31:09Ten tweede op de onderwijzing.

31:11En ten derde...

31:13Op de verlating van de zonde gods.

31:16Onze tekstwoorden spreken van de zonde van het ongeloof.

31:19We letten ten eerste op de bestraffing.

31:22Ten tweede op de onderwijzing.

31:23En ten derde op de verlating.

31:26Maar voordat wij hier nader bij stil hopen te staan.

31:29Gaan we eerst zingen uit Psalm 36.

31:32En daarvan het eerste en het tweede vers.

31:35Psalm 36 vers 1.

31:37Het trots gedrag des bozen.

31:39Doet mij spreken in beklemd gemoed.

31:41Gods vrees is uit zijn ogen.

31:44En ook het tweede vers.

31:46Uw goedheid, heren, is hemelhoog.

31:48Uw waarheid tot de wolkenboog.

31:51Uw recht is als godsbergen.

31:54En dan zijn er nog wat mededelingen.

31:58Woensdagmiddag zal de bevestiging van dominee R.

32:01van de Kamp plaatsvinden.

32:03Aanvang van de dienst is om half drie.

32:06Woensdagavond zal de intrededienst van dominee Ervan de Kamp zijn.

32:09Deze dienst vangt aan om zeven uur.

32:12Er zal tijdens deze diensten gecollecteerd worden voor diakonie en kerkvoerdij.

32:18Alle gemeenteleden worden van harte uitgenodigd om deze diensten bij te wonen.

32:23En in verband met de doopdienst van volgende week zondag is er vrijdagavond doopzitting aanvang zeven uur.

32:30Van de genoemde voornemens geldt zo de Heere wil en wil leven.

32:34En de collecten in deze dienst zijn bestemd in de eerste voor het pastoraat, in de tweede voor de kerkvoerderij, in de derde voor de aflossingskerk.

32:43En deze collecten worden hartelijk in de mildadigheid aanbevolen.

32:47En wij zingen uit Psalm 36 vers 1 en 2.

32:51Het

32:51[GEZANG]

41:10bepaalt geen aangename aanspraak die de hoogste profetenleraar aan zijn gehoor geeft.

41:18Gij geveinsde, zo noemt hij ze, gaat het dan om mensen?

41:23Die de wereld en die de zonde nog dienen.

41:25Die in goddeloosheid voortleven.

41:28Die geen enkele rekening houden met de noodzakelijkheid van wedergeboorte en van bekering.

41:35En van de naderende eeuwigheid en de godsontmoeting.

41:39Nee, om zulke mensen gaat het niet.

41:43Gaat het dan om tollenaren en om zondaren.

41:46Een verachtelijk gezelschap in die tijd.

41:49Ook om hen gaat het niet.

41:52Het gaat om fariseeën en om sadduzeeën.

41:56Fariseeën die bekend stonden om hun nauwgezet leven.

42:02Sadduzeeën, een geheel andere stroming, ook in het kerkelijk leven.

42:06Maar die bepaald niet eens geestes waren met de fariseeën.

42:11Want sadduzeeën ontkenden de opstanding uit de doden.

42:15En het bestaan ook van engelen en van geesten.

42:20Wat door de fariseeën wel beleden werden.

42:23Maar deze twee stromingen die geheel tegen elkaar ingingen op het kerkenkerf.

42:30Zijn nu toch eens geestes met elkaar.

42:33Als het gaat om de Christus der schriften.

42:37Later worden ook Pilatus en Herodes vrienden tegen de borg het middelaar.

42:42Maar hier vinden we de fariseeën en de sadduceeën.

42:45Die zich gezamenlijk tegen hem verzetten.

42:50Zijn mensen die dus trouwkerkelijk meer levend zijn.

42:53Zijn mensen die ook een vooraanstaande positie ingenomen hebben in de kerk.

42:59En die ontvangen deze aanspraak.

43:03Deze aanspraak, gemeente, mogen wij tegenover elkaar niet doen.

43:09Ik mag niet van u zeggen dat u een geveinsde bent.

43:12Kan wel zo zijn.

43:14En hopelijk is het ook voor u dat we ons menigmaal ook als een geveinsde waarnemen.

43:19En dat ook moeten beleiden.

43:21En dat ook moeten vrezen vaak.

43:24Zijn we geen geveinsden.

43:26Maar het zou niet passend zijn om elkaar een geveinsden te noemen.

43:30Want we zijn geen hartenkenner.

43:32We zijn geen nierenproever.

43:34Het indruk van elkaar is ons onbekend.

43:39Maar de zoon van God is de almachtige en de alwetende.

43:44Hij is de hartenkenner.

43:45Hij is de nierenproever.

43:48En hij tekent deze mensen in de kern van hun bestaan.

43:51Dat ze een geveinsde zijn.

43:54En zo spreekt hij zich ook aan.

43:57Zij noemen zichzelf Abraham Saad.

44:00Ze noemen zichzelf kinderen van het koninkrijk.

44:04Zijn hooggeplaatste mensen.

44:06Ook in de kerkelijke vergaderingen.

44:09Ze hebben een bijzondere plaats onder het volk.

44:12Ze noemen zich leerlingen van Mozes.

44:15Maar het is gemeente niet van belang.

44:17Hoe andere mensen ons noemen.

44:20Het doet ook niet mee hoe we onszelf noemen.

44:23En wat we van onszelf vinden.

44:26Maar straks zullen we toch verschijnen voor die rechtvaardige rechter.

44:30Van hemel en van aarde.

44:32Die ons door en door kent.

44:35En ons doorgrond en weet.

44:38Van ons handel en van onze wandel.

44:40En daarom toch van het allergrootste belang.

44:43Dat we onszelf onderzoeken.

44:48En waarom noemt de zaligmaker en zo?

44:51Zo begint onze schriftlezing.

44:53Ze verzoeken hem, zo staat er.

44:56Het is vaak een woord dat gebruikt wordt voor de macht van de vorst der duisternis.

45:01Die altijd bezig is om op een dwaalspoor te brengen.

45:05Af te trekken, af te houden van het woord der waarheid.

45:10In list en bedrog ook handelt.

45:12Ze verzoeken hem.

45:14Het is dus geen heilbegerig vragen.

45:17Het is geen hartelijk verlangen.

45:18Het is een poging om hem ook ten val te brengen en hen ook te benauwen.

45:26Dat is de bedoeling hem verzoekende, zo staat het.

45:30Ze willen een teken uit den hemel.

45:33Er zijn tekenen en wonderen genoeg gedaan door deze borgermiddelaar.

45:38Ze hebben al menigmaal getuige kunnen zijn hoe hij de doven deed horen.

45:43Hoe hij de blinden deed zien.

45:45Hoe hij zelfs doden opgewekt heeft.

45:49En bovenal hoe hij armen het evangelie van vrijmachtige genade ook verkondigd heeft.

45:57Een teken uit den hemel.

45:59Een bijzonder teken.

46:01Een buitengewoon teken.

46:03Kantekeningen van de Statenvertaling wijzen daar ook op.

46:07Een teken bij wijze van spreken zoals Joshua ook vroeg.

46:12Of de zon stil mocht staan.

46:14Of het daglicht langer mocht blijven.

46:17U zegt dat klopt niet helemaal.

46:20Het klopt wel.

46:21Wij weten dat de zon stil staat.

46:25Dat de aarde draait.

46:27Maar hoewel we dat weten.

46:29Zeggen wij ook nog altijd.

46:30De zon komt op.

46:32Of de zon gaat onder.

46:33Naar de beleving stond de zon stil.

46:38Het gevoelen ook van de mensen in die tijd.

46:41Kijk, zo'n bijzonder teken van de hemel.

46:43Dat het zonlicht langer zou blijven.

46:46Of zo'n teken als Elia gedaan heeft.

46:49Bij die mannen, die hoofdmannen van 50 tot 2 maal toe.

46:54Dat hij vuur van de hemel bad.

46:56En dat het vuur ook die mannen verteerde.

46:59Of zo'n bijzonder teken als in de dagen toen het volk gelegerd was.

47:05Rond de berg Sinei.

47:07Dat er een hevig onweder was.

47:09Dat de Heere sprak door de tekenen van de donder en van het vuur.

47:14Of zo'n bijzonder teken als Hiskia beleefd heeft.

47:19Dat er de zonnewijzer enkele graden terug liet gaan.

47:23Zo'n teken begeren ze.

47:25Een teken van de hemel.

47:28En dan onderwijst de zaligmaker hen in hun geveinsdheid en in hun ongeloof.

47:34Het is ongeloof.

47:36Met betrekking tot zijn openbaring.

47:40Waarin hij zo duidelijk de belofte gods waargemaakt heeft.

47:44De profeet Isaiah die van hem getuigd heeft.

47:48Dat hij zou komen als waarachtig rechtvaardig mens.

47:52Waarachtig God in één persoon verenigd.

47:55Dat hij de namen zou dragen van wonderlijk, raad, sterke God.

48:00Vader der eeuwigheid, vredevorst.

48:03Dat hij gepredikt werd ook door de profeet in zijn ambtelijke bediening.

48:07Als hoogste profeet en dieraar.

48:09En als enige hoge priester in Isaiah 53.

48:13En als ook de eeuwige koning.

48:15Ook van zijn kerk.

48:17Het is voor deze mannen die zo thuis waren in de schrift.

48:22Die zoveel kennis hadden van de profetieën.

48:25Zou het toch overduidelijk moeten zijn.

48:28Dat hij de gegevenheid des vaders is.

48:31Dat hij het is waar Abraham.

48:33Met verheuging eruit gezien heeft.

48:35Dat hij het is waarvan David getuigenis gegeven heeft.

48:39Dat hij de vleeswording is van de belofte gods.

48:42Van het woord der waarheid.

48:45Van oude dagen toegezegd.

48:49Aangekondigd door de profeet Malachi.

48:52Werkelijkheid geworden.

48:53Door Johannes de Dope die de vervulling was van die profetie van Malachi.

48:58Johannes de Dope die ook door...

49:00Isaiah 40 zo duidelijk verklaard werd.

49:03Dat hij de voornoper zou zijn.

49:05De aankondiger zou zijn.

49:07Van de zonen gods.

49:09Dat waren toch overduidelijke.

49:13Bijbelse bewijzen.

49:14En tekenen.

49:16Dat hij de zonen gods was.

49:18En wat doet het geloof gemeente.

49:20Het geloof buigt voor de waarheid.

49:24Erkent de waarheid.

49:27Omhelst de waarheid.

49:29Leeft wij uit en naar het woord der waarheid.

49:35Geloof is aanvaarding.

49:36Omhelzing van het waarachtige.

49:39Betrouwbare woord van God.

49:42Steunende op hem die gezegd heeft.

49:44Zou ik het zeggen en niet doen.

49:46Zou ik het spreken en zou ik het niet bestendig maken.

49:51En dan wijst hij hen op een teken uit de hemel.

49:55Waar ze wel op letten.

49:59In het avonduur, u kent dat wel, het avondrood er is, dan hebben wij ook de gewoonte om te zeggen het wordt morgen mooi weer.

50:08Want het avondrood, dat laat zich zien.

50:12En als er in de morgen stond, de hemel met wolken bedekt is, en als het zonlicht er nauwelijks doorkomt, maar een rood schijnsel zich ook vertoont, dan

50:24hebben wij toch de uitdrukking dat zal wel regen geven.

50:28U op deze dag regen onweder de hemel ziet droevig rood.

50:34En u zegt de zaligmaker, u kijkt naar de hemel en u merkt deze verschijnselen wel op.

50:39En daar hebt u de verklaring voor.

50:42En de tekenen die ik doe, de woorden die ik spreek, die acht u niet.

50:49U verwerpt het woord der waarheid.

50:52Ziet, dat geeft de zaligmaker duidelijk te kennen in deze woorden.

50:58De vervulling van de schrift.

50:59Het woord van de provincie.

51:01Het boos en overspelig geslacht.

51:04Zo noemt hij hem.

51:06Dat is wat gemeente.

51:07Boos en overspelig geslacht.

51:10Ach, is dat ook niet het gevaar wat ook de kinderen God soms ook wel eens plaagt.

51:17Het vragen om een teken.

51:19Zacharias in de tempel.

51:21Hij kreeg ook zo'n duidelijk woord.

51:23Een hemelbode.

51:25Die hem...

51:40U vindt het vragen van een teken bij Gideon, maar die vraagt het toch anders.

51:47Die vraagt het als een bevestiging van het woord Gods.

51:51Hij herkent het woord van God.

51:54Maar vanwege de zwakheid van zijn vlees vraagt hij om een teken.

52:00Eveneens doet Heskia dat.

52:02Je omhelst het woord wat de Heer gesproken heeft.

52:06En dan vraagt hij vanwege de zwakheid van het geloof een bevestiging in het teken.

52:12Eerst de omhelzing van het woord.

52:15Eerst de hartelijke onderwerping.

52:17De buiging voor het woord van de levende God.

52:21En dat doet de Heer er nog.

52:23Die geeft het woord.

52:25En die geeft het teken, het sacrament.

52:28Het sacrament van de heilige doop.

52:30Het sacrament van het heilige avondmaal.

52:33Tot bevestiging en tot versterking van het waarzaligmakend geloof.

52:39Wat de belofte gods omhelst.

52:42En daarop betrouwt en bouwt.

52:45En dan van hemels wegen een bevestiging, een teken ontvangt in de bediening.

52:52Van het sacrament.

52:53De tweede plaats gemeente.

52:55De onderwijzing.

52:57Wel misschien u ook wel.

52:59De gedachte van een teken.

53:01Dat is pas echt toch.

53:02Als er iets bijzonders gebeurt.

53:04Het woord.

53:05Maar als er nu echt iets bijzonders gebeurt.

53:08Als u een teken zou mogen ontvangen.

53:11Los van het woord.

53:13Stem uit de hemel gemeente.

53:15Maar die hebt u hier.

53:17Het woord gods.

53:18Dat is de stem uit de hemel.

53:21Dat is het profetisch, het apostolisch woord wat zeer vast is.

53:26En wij doen wel, als we daarop acht geven, als op een licht schijnende in een duistere plaats.

53:32Totdat de dag aanlichtte en de morgenster opga in onze harten.

53:39Hebt u dat wel eens opgemerkt?

53:41Dat het woord Gods de stem uit de hemel is.

53:45Dat het de profetie is.

53:48Mannen door de heidige geest gedreven.

53:51Die hebben ze gesproken.

53:53En dat is zeer vast.

53:55Maar u begeert een licht te zien.

53:58Een licht, een visioen.

54:00We hebben de lamp van het woord van Gods wegen ontvangen.

54:06En de psalmist zegt dat woord is een lamp voor mijn voet.

54:10En een licht op mijn pad.

54:12En zelfs de dwazenmaagden in de gelijkenis hadden die lamp van het woord in de hand.

54:18En ze hadden ook nog een zekere kennis in dat woord, want die lampen die branden enige tijd.

54:23Maar toen ze ze echt nodig hadden, toen gingen de lampen uit.

54:29Dus tekengemeente.

54:31En sommige mensen vinden dat een teken van ernst.

54:34Ze nemen het niet gemakkelijk op.

54:36Nee, het moet echt iets bijzonders zijn.

54:38Het moet een teken zijn, maar het is geen teken van ernst.

54:43Het is een teken van ongeloof.

54:45Het is een teken van verwerping.

54:47Voor het woord der waarheid.

54:49Het is een teken.

54:51Van geen achting te hebben.

54:53Voor de openbaring.

54:55Van dat goddelijke woord.

54:57En het zou ons moeten vervullen.

54:59Met schaamte.

55:00Dat we zo weinig geloof hechten.

55:03Aan dat godsgetuigenis.

55:05Wat hij gegeven heeft.

55:07Het is geen teken.

55:09Van verheerlijking.

55:10Maar het is een teken.

55:11Van verdachtmaking van hem.

55:14De hoogste profeet.

55:16Die het godswoord vervuld heeft.

55:19En het woord ook spreekt.

55:21Ik ken nog een voorbeeld van het vragen van een tekengemeente.

55:24Lukas 16.

55:26Als de rijke man voor eeuwig arm geworden is.

55:29Dan zegt hij.

55:30Als u nu dat teken doet.

55:32Dat Lazarus uit de doden zal opstaan.

55:34Dan zullen mijn broeders hem geloven.

55:37En de heer Jezus zegt in die gelijkenis.

55:41Onder de naam van Abram.

55:43Zij hebben Mozes.

55:45En de profeten.

55:47Dat ze die horen.

55:48Nee vader Abraham.

55:51Tegenspraak uit de hel.

55:53Nee vader Abraham.

55:54Maar als Lazarus uit de doden zal opstaan.

55:57Dan zullen zij zich laten gezeggen.

55:59Als zij Mozes en de profeten niet zullen horen.

56:03Al zou er iemand uit de doden opstaan.

56:07Zij zullen zich niet laten gezeggen.

56:10De bede gemeente van de levende kerk is.

56:13Maak in uw woord mijn gang.

56:16Mijn treden vast.

56:17Dat goddelijke woord.

56:18Om daar de gangen en treden in vast te maken.

56:22Is het ook voor ons geen aanklacht.

56:25Dat we net als die fariseeën en die sadduzeeën van allerlei zaken verstand hebben.

56:30En dat we veel tijd besteden aan allerlei dingen.

56:33Aan kennis, ontwikkeling, wetenschap, vermeerdering.

56:38Aan onze hobby's, aan onze bezigheden.

56:41En dat we daar heel veel van kunnen vertellen.

56:45Dat is mooi als u dat kan.

56:47Maar als het gaat om de schrift.

56:49Als het gaat om het woord gods.

56:51Hoeveel tijd besteden wij aan schriftonderzoek.

56:55Aan studie.

56:57Kennen we iets van David.

56:59Die sprak van de zoetheid van het woord van god.

57:03De gestalte van de apostel Paulus.

57:05Die had het over een vermaak in de wet gods.

57:08Naar de inwendige mens.

57:09Die lieden van Berea onderzochten dagelijks de schriften of die dingen al zo waren die ze hoorden uit de mond van de apostel Paulus.

57:21Oh, wat zijn we kundig als het gaat om communicatie technieken, om het gebeuren rondom computers enzovoort.

57:29Maar de lust gemeent in het woord van de levende God.

57:33Het heilig verlangen om in de schrift wijsgemaakt te worden tot zaligheid.

57:39Om dat als de lamp voor de voet en het licht op het levenspad te hebben.

57:43Ja, dat is moeilijk.

57:45Dat begrijpen we niet.

57:47Dat is allemaal veel te ingewikkeld.

57:49Maar het komt waarschijnlijk doordat we te weinig tijd besteden aan het schriftonderzoek.

57:56Ziet gemeente hoe de zaligmaker dit opneemt voor deze fariseeën en sadduceeën.

58:02Maar dat het ook een boodschap is voor u en voor mij.

58:06Want hij zegt heb boos.

58:08En overspelig geslacht.

58:11Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken.

58:18En hun zal geen teken gegeven worden.

58:21En de verwijsheid terug naar het oude testament.

58:24Naar een van de profeten.

58:26Bovenal naar de profeet Jona.

58:28We zullen dus geen ander teken ontvangen dan de schrift.

58:33Dan het woord van de levende God.

58:37Het getuigenis van hem, de bijzondere openbaring, klaarder en heerlijker dan in al de werken van de schepping.

58:45Zijn sprake is krachtiger en sterker dan het getuigenis in ons geweten.

58:52En zijn zorg is groter dan de onderhouding die hij aan u en aan mij bewijst.

58:58Des, heren, wet nog thans, verspreid volmaakter glans.

59:02Terwijl dat ons hart bekeert, het is Gods getuigenis wat eeuwig zeker is.

59:07En aan slecht en ware wijsheid leert.

59:10Hij noemt de profeet Jona, gemeente.

59:13Wel, dat kennen de jongens en meisjes ook wel, die geschiedenis van de profeet Jona.

59:16Dat is toch overbekend.

59:18Die man die overboord ging en die ingeslokt werd door een grote vis.

59:23Jona was een profeet.

59:26Dat betekent hij was de mond gods.

59:28Hij gaf het woord de waarheid te kennen.

59:33Wel...

59:34Hij was een type van de borg en zaligmaker van Christus Jezus.

59:38Het gaat hier in de woorden van onze tekst over de meerder Jona.

59:42Over de profeet, machtig in woorden en in werken voor God en al het volk.

59:50Hij spreekt bijzonder de woorden Gods.

59:53Jona gemeente had als opdracht om te gaan naar een stad die boos en goddeloos was.

1:00:01De stad Nineveh.

1:00:03U vindt het ook in de profeten dat deze stad bol stond van de gruwelijkheid, van de boosheid en van de ongerechtigheid.

1:00:11En Jona kreeg een beroep, een opdracht om te gaan naar die stad Nineveh.

1:00:18Maar dan die meerdere Jona gemeente.

1:00:21Daarvan staat geschreven dat hij de opdracht kreeg van God de Vader.

1:00:26Om uitgezonden te worden naar deze aarde.

1:00:30Waarvan de schrift in één woord...

1:00:33De hele wereld samenvat en ze duisternis noemt.

1:00:37Het licht Christus Jezus schijnt in de duisternis.

1:00:42In één woord wordt die ganse schepping na de zondeval samengevat in het woord duisternis.

1:00:50Het doornen begroeit dus deze aarde.

1:00:53En door zon daarin bewoont.

1:00:56En van dat ganse menselijke geslacht.

1:00:59Daar staat in het woord geschreven.

1:01:02Er is niemand.

1:01:03Die God zoekt.

1:01:04En niemand die naar hem vraagt.

1:01:06Van het ganse menselijke geslacht staat geschreven.

1:01:10Ze hebben alle gezondigd.

1:01:11En derven de heerlijkheid van God.

1:01:15En er wordt de zaligmaker naar gezonden.

1:01:17Naar zo'n wereld.

1:01:19En naar dat menselijk geslacht.

1:01:21Om af te dalen uit de schoot van de vader.

1:01:24Om in te dalen in de schoot van de maagd Maria.

1:01:28Om vlees te worden in een beestenstal.

1:01:31En om zijn weg te gaan.

1:01:33...temidden van dat boos en overspeler geslacht...

1:01:36...met de welmenende roepstem tot bekering en tot geloof.

1:01:40Die meerdere Jona die die plaats heeft willen innemen...

1:01:45...in de duisternis en onder de vloek.

1:01:48Jona gemeente, je had de boodschap van het gericht...

1:01:52...van de toren gods over de zonde.

1:01:55En hij heeft ook later die boodschap mogen brengen...

1:01:58...temidden van de stad, maar is eerst gevlucht.

1:02:01Maar de zaligmaker had ook de boodschap van het gerichter van de toren.

1:02:06Johannes de Doper die sprak om toch die komende toren toch te ontvlieden.

1:02:12Maar Jona die zegt in het vierde hoofdstuk.

1:02:15Ik wist wel dat gij een barmhartig en een genadig God zijt.

1:02:21Hij wist dat hij die boodschap van het oordeel.

1:02:24Dat dat rechtvaardige oordeel Gods aangedreven werd.

1:02:29Door de barmhartigheid, door de genade gods.

1:02:32En daarom wilde hij die boodschap niet brengen.

1:02:35Daarom kwam ik het voor.

1:02:37Immers, het was een machtig rijk.

1:02:40En Jonah wist dat straks dat tien stammenrijk bedreigd zou worden door dat rijk.

1:02:46En als dan die Nineveh, die hoofdstad, omgekeerd zou worden, zou de macht en de kracht van het volk gebroken worden.

1:02:53Het was vleeslijke liefde tot zijn volk.

1:02:55Maar als er één geweten heeft, gemeente.

1:02:59Dat hij met de boodschap van Gods wet.

1:03:02Met de boodschap van het gericht.

1:03:04Dat hij bovenal gezonden was.

1:03:07Met de boodschap van de barmhartigheid.

1:03:10Van de genade.

1:03:11Was het die meerdere Jona.

1:03:13Al zo lief heeft God de wereld gehad.

1:03:16Dat hij zijn enige geborene zoon gegeven heeft.

1:03:19Opdat een ingelijk die in hem gelooft.

1:03:21Niet verderven.

1:03:22Maar het eeuwige leven hebben.

1:03:25O wat heeft hij gestaan.

1:03:27In het midden van de tollenaren.

1:03:29En de zondaren.

1:03:30En gezegd ik ben niet gekomen.

1:03:32Om te roepen.

1:03:33De rechtvaardigen.

1:03:35Maar de zondaars.

1:03:37Tot bekering.

1:03:39Wat heeft hij.

1:03:41Niet gepredikt.

1:03:42Van het liefelijk woord van het evangelie.

1:03:45En heeft hij gezegd ook.

1:03:47Dwing ze om in te komen.

1:03:49Omdat mijn huis vol worden.

1:03:51Hij was bijzonder gedreven.

1:03:54Door de liefde tot God de Vader.

1:03:56En het strafwijzend recht waaraan betaald moest worden.

1:04:00Hij was bijzonder gedreven om die scharen die niemand tellen kan los te kopen uit de macht van de vorste duisternis.

1:04:07Opdat de barmhartigheid zou roemen tegen een welverdiend oordeel.

1:04:13Opdat de lofzang straks tot een alle eeuwigheid gezongen zou worden.

1:04:17Jij hebt ons gode gekocht met uw dierbaar bloed uit alle geslachten, volken, natieën en tongen.

1:04:25Maar Jonah gemeente.

1:04:27En die jongens en meisjes weten het ook wel vanmorgen.

1:04:30Die vluchten.

1:04:31Die ging de andere kant uit.

1:04:34Die ontrok zich van zijn opdracht.

1:04:36En van die belangrijke taak.

1:04:38Van het profetisch ambt.

1:04:41Hij legde het woord naast zich neer.

1:04:43En dacht te kunnen ontvluchten.

1:04:46Aan de alomtegenwoordigheid.

1:04:48Aan de almacht van God.

1:04:50Maar een grote wind werd op de zee geworpen.

1:04:53Maar de zonen gods.

1:04:55Wat een zware weg wachtte hem.

1:04:59Wat een ontzaggelijke last zou er op hem gaan drukken.

1:05:03Wat een spot, wat een smaat, wat een hoon zou hij gaan ondervinden.

1:05:09Jona niet, maar die meerdere joden wel.

1:05:11Hij wist dat.

1:05:12Dat een doornen kroon op zijn hoofd gedrukt zou worden.

1:05:15Een spotmantel om de schouders geworpen zou worden.

1:05:19Dat zijn rug met geestelslagen doorploegd zou worden.

1:05:22Dat de last van de zonde en schuld van zijn ganse kerk...

1:05:26Op hem gelegd zou worden.

1:05:27Dat de hitte van de toren gods.

1:05:29Op hem zou neerdalen.

1:05:32En hij heeft gezegd.

1:05:34Tegen God de Vader.

1:05:35Ik draag uw heilige wet.

1:05:38Die gij de sterfling zet.

1:05:40In het binnenst ingewand.

1:05:42Wat een teken.

1:05:44Van de rechtvaardigheid van God.

1:05:47Wat een teken.

1:05:48Van de warmhartigheid.

1:05:49Van God de Vader.

1:05:51Geopenbaard in zijn zoon.

1:05:54Ziet gemeente.

1:05:55Hij vooral gedreven door de liefde.

1:05:59En toen Jona aan boord van het schip in diepe slaap bevangen was.

1:06:03En wakker gemaakt werd.

1:06:05Toen de stormen van Gods toren over dat schip kwam.

1:06:09Toen viel het lot op Jona.

1:06:11En toen heeft hij gezegd.

1:06:13Neem mij maar op.

1:06:14En werp mij overboord.

1:06:17Dan zal die zee van de verbolgenheid van Gods toren.

1:06:21Die zal dan stil over u worden.

1:06:25En hij is in de zee geworpen tenslotte.

1:06:27Maar wat heeft de zoon de gods gezegd?

1:06:30Hoe heeft hij zich breidwillig verklaard om uit te gaan?

1:06:36Hoe heeft hij toch ook zichzelf in de diepte gebracht?

1:06:40In die uiterste benauwdheid.

1:06:43Waarom gemeente Jona?

1:06:45Er zijn toch zoveel profeten in de schrift.

1:06:48Waarom haalt de zaligmaker niet Isaiah aan?

1:06:51Die op zoveel wijze gesproken heeft.

1:06:55Over de namen, over de geboorten, over de ambten van de zonen gods.

1:07:01Waarom heeft hij bijzonder Jona genoemd?

1:07:04Dat heeft te maken met het verkeer van Jona in de diepte.

1:07:08Die in het ingewand van de vis ingeslokt werd.

1:07:11Daar drie dagen, drie nachten zijn verblijf heeft gehad.

1:07:15En toen uitgespuwd werd door die grote vis.

1:07:19En toen gewillig gemaakt is om naar de stad Nineveh te gaan.

1:07:24Omdat het woord gods te prediken nog veertig dagen en Nineveh zal worden omgekeerd.

1:07:30De boodschap gebracht.

1:07:32Wel de meerdere Jona, daar gaat het over in de schrift.

1:07:36En die haalt bijzonder deze profeet en die buitengewone gebeurtenis aan.

1:07:41Dat hij ingeslokt is door een grote vis.

1:07:45En dat hij ook uitgespuwd is.

1:07:48Zoals Jona drie dagen.

1:07:50En drie nachten verkeerd heeft in het ingewand van de vis.

1:07:54Al zo zal ook de zoon des mensen drie dagen en drie nachten verkeren in het hart van de aarde.

1:08:01En dan zegt hij, hun zal geen teken gegeven worden dan het teken van Jodah de profeet.

1:08:08O, die benauwdheid van Jodah, dat zal wat geweest zijn, gemeente.

1:08:13Ingeklemd tussen de ingewanden in hun vis.

1:08:16Wat een donkere, wat een benauwde plaats.

1:08:19En toch staat er in Jona 2 dat hij geroepen heeft tot de levende God.

1:08:24En dat hij beleden heeft nog dan zal ik u in de tempel uw heiligheid weder aanschouwen.

1:08:31Terwijl hij daar in de diepte verkeerde in het ingewand van de vis.

1:08:36Maar die benauwdheid van Jona valt in het niet.

1:08:40Bij die uiterste zielsbenauwdheid die de zonen gods ondergaan heeft.

1:08:45Toen de last van de toren gods op hem drukte.

1:08:48Toen hij de ganse zonde schuld van zijn kerk gedragen en weggedragen heeft.

1:08:53Toen hij daar gehangen heeft, eerst geworteld in de hof van Gethsemane.

1:08:58Als een worm en geen man.

1:09:00En toen hij gehangen heeft aan het vloekhouders kruisjes in die uiterste zielsbenauwdheid.

1:09:05Waar hij het uitgeroepen heeft, mijn God, mijn God.

1:09:09Waarom hebt ge mij verlaten?

1:09:12En toen drie dagen, drie nachten in het hart van de aarde geweest is.

1:09:17En toen opgestaan is dat teken gemeente.

1:09:21Dan zegt een apostel Paulus in Romeinen 4 vers 25.

1:09:25Gestorven om onze zonden.

1:09:29Opgewekt tot onze rechtvaardigmaking.

1:09:33Dus in hem ligt de voldoening aan de deugde gods.

1:09:38Door hem is de verzoening verworven voor die ganse kerk.

1:09:42En door de opstanding is het duidelijk geworden.

1:09:46Dat de kerk een levende borg.

1:09:49Een levende zaligmaker heeft.

1:09:51Die de tekenen van de voldoening aan het recht des vaders.

1:09:55En van de verzoening voor de zonderschuld van zijn ganse kerk.

1:09:58In zijn lichaam gedragen heeft.

1:10:00Dat teken.

1:10:02Geen ander teken dan het teken van Jona den profeet.

1:10:07Zoals hij drie dagen en drie nachten.

1:10:09Dat teken werd geboodschapt in Jeruzalem.

1:10:13Dat teken werd gepredikt aan het Sanhedrin.

1:10:16Door de soldaten.

1:10:17Die hebben getuigenis gegeven van dat bijzondere teken.

1:10:21Van die meerdere Jona.

1:10:23Die nadat hij drie dagen, drie nachten geweest is.

1:10:26In het hart van de aarde.

1:10:29Opgewekt is door God de Vader.

1:10:31Opgestaan is door zijn goddelijke kracht.

1:10:34Tot vrijspraak van zijn ganse kerk.

1:10:37Als een spreken bewijs.

1:10:40Dat het volle zes doods weggenomen was.

1:10:42Dat het loon van de zonde.

1:10:44voor zijn ganse kerkte niet gedaan was.

1:10:47Opgewekt tot onze rechtvaardigmaking.

1:10:51Wat hebben ze gedaan, gemeente, met het teken?

1:10:54Ze hebben gezegd tegen de soldaten, hier heb je geld.

1:10:57En zeg dat zijn discipelen desnachts gekomen zijn.

1:11:01En dat ze het lichaam van die meerdere Jona gestolen hebben.

1:11:06Erg toch?

1:11:07Hun zal geen ander teken gegeven worden...

1:11:11dan het teken van Jona de profeet.

1:11:15Wat een hemelsteken is dat geweest.

1:11:18God de Vader heeft getuigenis gegeven van de hemel.

1:11:22De emmel daalde af uit de hemel.

1:11:25Verbrak het zegel.

1:11:27Nam de steen weg.

1:11:29Verkondigde het evangelie van de opgestaande borg en zaligmaker.

1:11:33Wat een duidelijk teken van deze meerdere jona.

1:11:38Wat een vervulling en een bevestiging van de schrift.

1:11:41En ze hebben gezegd hier heb je geld.

1:11:44En die leugen is verbreid geworden onder de Joden tot op de dag van vandaag.

1:11:49Tot op de huidige dag.

1:11:51Zo staat er in het woord.

1:11:52En toen is dat evangelie voortgegaan.

1:11:56Na de opstanding uit de doden in zijn naam gepredikt worden.

1:12:01Bekering en vergeving van zonden.

1:12:03Onder alle volken beginnende de Jeruzalem.

1:12:07Wel nu gemeente.

1:12:08Hij heeft gezegd tegen de Vader.

1:12:11Ik draag.

1:12:13Uw heilige wet.

1:12:14Die gij de sterveling zet.

1:12:16In het binnenste ingewand.

1:12:17Hij heeft gezegd.

1:12:19Tegen de vijand.

1:12:21Indien gij dan mij zoekt.

1:12:22Zo laat deze heden gaan.

1:12:24Hij heeft gezegd.

1:12:26En zegt tegen zijn kerk.

1:12:28Ik voor u.

1:12:29Dat gij anders.

1:12:30De eeuwige dood.

1:12:32Had moeten sterven.

1:12:33Zijn benauwdheid.

1:12:34Daarom.

1:12:35Dat teken van Jona.

1:12:37In de derde plaats.

1:12:38Gemeente.

1:12:38En spreekt ook de tekst van zijn verlating.

1:12:41Dan staat er in de woorden van onze tekst.

1:12:43En hen verlatende ging hij weg.

1:12:48Teken dat zou komen.

1:12:50Het woord is gebleven en is later vervuld geworden.

1:12:54Maar hen verlatende ging hij weg.

1:12:57De Heer Jezus is niet meer op deze aarde.

1:13:00Niet op een vleeslijke, op een menselijke wijze zoals hij over de aarde gegaan is.

1:13:06Als waarachtig God en waarachtig rechtvaardig mens.

1:13:10Maar zijn woord is gebleven, gemeente.

1:13:12Na bij u is het woord.

1:13:14In uw mond, in uw hart.

1:13:16En zijn geest zendt hij nog uit.

1:13:20Omdat u en mijn verzet verbroken zou worden.

1:13:23Teniet gedaan zou worden.

1:13:25Door de overtuigende kracht van het woord.

1:13:28Door de levendmakende werking van de heidige geest.

1:13:32O, hij kan ons verlaten.

1:13:35Dat blijkt ook uit de woorden van onze tekst.

1:13:38En toch is zijn woord...

1:13:41Wat is het verval groot?

1:13:43Wat neemt de ongerechtigheid meer en meer toe?

1:13:48Wat zijn we toch in het ontzaggelijk gevaar als we het woorden waarheid verachten, geringachten, verwerpen van die eeuwige verlating.

1:14:00Maar ziet als wij nu door geest en woord de wereld mogen verlaten.

1:14:05Als we nu door geest en woord...

1:14:08Hem en zijn dienst mogen lief krijgen.

1:14:11Als we nu door geest en woord onszelf mogen leren verlogenen.

1:14:15Onze oude natuur doden in een nieuw.

1:14:19Godzalig leven mogen wandelen.

1:14:21Als we onze bedenkingen, onze tegenwerpingen, onze redeneringen eens zouden mogen verlaten.

1:14:28Ook die van bijzondere verlangens, van bijzondere tekens.

1:14:32Een eenvoudig leerde buigen voor de berachtige waarheid van het woord van God.

1:14:38Tot de troon der genade de toevlucht zouden nemen.

1:14:41En zouden vragen met de dichter wat we ook eerst gaan zingen uit Psalm 119 vers 67.

1:14:46Maak in uw woord mijn gang en treden vast.

1:14:51Opdat ik mij niet van uw paan mocht keren.

1:14:54En wordt mijn vlees door het kwade licht verrast.

1:14:57En wat er verder volgt in vers 67 van Psalm 119.

1:15:02Het

1:15:03[GEZANG]

1:17:39is duidelijk gemeente waar de ware gelovigen zijn kracht en zijn sterkte vindt.

1:17:44In het woord Gods, dat blijft erover.

1:17:46De vastheid van het woord van de levende God.

1:17:49De geest die brengt ons bij het woord.

1:17:53Geeft ons licht in het woord.

1:17:55Geeft ons kracht uit het woord.

1:17:57En verbindt ons aan het dienst van de levende God.

1:18:02Verbindt zich niet in de eerste plaats aan een teken.

1:18:05Misschien hebt u ook wel eens iets bijzonders meegemaakt in uw leven.

1:18:09Wat u met grote verbazing of verwondering vervuld hebt.

1:18:13Maar goed, de tijd ging weer verder.

1:18:17De verwondering ebte weg.

1:18:19De verbazing was verdwenen.

1:18:21Een lichte herinnering is er nog overgebleven.

1:18:24Geen vastheid meer.

1:18:26Misschien hebt u wel eens een ernstige zaak meegemaakt.

1:18:30Ziekenhuis gelegen.

1:18:31Een diepe weg moest u ondergaan.

1:18:34Oh, wat duurde de nacht toch ontzaggelijk lang.

1:18:37Wat was het u bang.

1:18:39En misschien tien jaar geleden of vijftien jaar geleden.

1:18:43U vertelt het in een enkele minuut.

1:18:45Maar die schrik, die verbazing, die kracht...

1:18:48die die gebeurtenis toen uitoefende in uw leven...

1:18:52dat is geweken.

1:18:54Maar kijk, dat is nu het grote verschil met het woord gods.

1:18:57Dat is in alle tijden even krachtig.

1:19:01Even machtig.

1:19:02Even waarachtig.

1:19:04Even betrouwbaar.

1:19:06Of u het voelt of niet.

1:19:07Dat ligt dan aan ons.

1:19:09Maar het woord...

1:19:11Is een tweesnijdend scherpswaard.

1:19:13Zegt een apostel.

1:19:15Het woord is levend.

1:19:16Het woord is geen dode letter.

1:19:18Zoals wel eens gezegd wordt.

1:19:19De letter dood van de wet.

1:19:21Maar het woord gods is levend.

1:19:24Krachtig.

1:19:26Scherpsnijdender.

1:19:26Als enig tweesnijdend scherpswaard.

1:19:29Gaat door tot de verdelingen des merks.

1:19:32En der samenvoegselen.

1:19:33En der ziel.

1:19:35En is een oordeler der gedachten.

1:19:37En der overleggingen van het hart.

1:19:40Getuigenis van de schriftgemeente.

1:19:42Oude en Nieuwe Testament.

1:19:45Beide van het allergrootste belang.

1:19:48Beide verklaren elkaar.

1:19:51Oude Testament en Nieuwe Testament.

1:19:54We hebben de tekenen van de tijd.

1:19:56Kunnen we toch wel waarnemen de liefde van veden.

1:20:00Die zal verkouden.

1:20:01De toenemende ongerechtigheid en boosheid.

1:20:06En gruwelijke zonden ook te midden van ons land en volk.

1:20:09Openlijk voorgestaan door onze overheid.

1:20:12En bijgewoond door koning en koningin.

1:20:16Het is toch ontzaggelijk wat er allemaal plaatsvindt in ons land.

1:20:19Te midden van ons volk.

1:20:21Liefde van veden verkouden.

1:20:23Tot het ongeboren leven.

1:20:25Tot het oude leven gehandicapten leven.

1:20:28Wat zijn er niet talloze zaken.

1:20:31Wat we als een teken kunnen zien van de macht van de boze.

1:20:34En van het eind van de tijden oorlogen, geruchten van oorlogen.

1:20:40Maar vanmorgen in Gods huis.

1:20:42Het waarachtige woord van God.

1:20:44De waarheid, de vastheid van zijn goddelijk getuigenis.

1:20:49En geloofgemeente is niet afhankelijk van de omstandigheden.

1:20:56Geloof heeft niet als voedingsgrond ons geloof en onze aangename...

1:21:05Maar geloof is sterker, verheft zich boven de omstandigheden, boven onze gevoeligheden.

1:21:14Los van onze gestaltes liet het rusten op de vastheid, op de waarachtigheid, op de betrouwbaarheid van het woord van de levende God.

1:21:24En als een David in grote benauwdheid is, in moeilijkheden, dan zegt hij, als het mij benauwd.

1:21:30[GEZANG]

1:21:50Het is het anker der ziel.

1:21:54Het geeft de vastheid onder de voeten.

1:21:59Kijk en als u...

1:22:00Op een vaste grond mag staan.

1:22:03Al moet u uw weg door het donker gaan.

1:22:04Dat gaat u dan ook vaak.

1:22:06In geestelijke zin.

1:22:07Bij de lamp van het woord.

1:22:09Al stormt het.

1:22:11Maar als uw voeten een vaste ondergrond hebben.

1:22:14Dan wankelt u niet.

1:22:16Dan staat u vast.

1:22:17En dat is toch bij tijdere ogenblikken.

1:22:20Toch de beleving van de oprecht gelovigen.

1:22:22De vastheid.

1:22:23De waarachtigheid.

1:22:24De betrouwbaarheid.

1:22:26Van het woord van de levende God.

1:22:29En kijk, deze fariseeën en sadduzeeën moesten nog enige tijd wachten.

1:22:33Op het teken van Jonah, de profeet.

1:22:36Maar u en ik, wij weten het vanuit de schrift.

1:22:40Hoe dat teken ook werkelijkheid geworden is.

1:22:43In de smartelijke leidensweg van de borg en middelaar.

1:22:47In de heerlijke opstanding die hij ontvangen heeft van de vader als loon op zijn arbeid.

1:22:53In de diepe weg die hij gegaan is onder de ontzaggelijke last.

1:22:58Maar ook in de vreugde die hem voorgesteld is.

1:23:01Kruis heeft gedragen.

1:23:02Schande veracht.

1:23:04En een eeuwige gerechtigheid heeft aangebracht.

1:23:08Kijk en dan zegt u.

1:23:09Ik haal nogmaals die woorden aan.

1:23:11Van de Romeinenbrief.

1:23:13Gestorven om onze zonden.

1:23:17Opgewekt tot onze rechtvaardigmaking.

1:23:20Die meerdere Jona.

1:23:22Wij dan gerechtvaardigd zijnde.

1:23:25Uit het geloof.

1:23:27Dat waarzaligmakend geloof.

1:23:30Wat het toevlucht neemt tot deze voorgestelde hoop.

1:23:33Of dat een zwak, een aangevochten, een bestreden geloof is.

1:23:38Of dat het een sterker geloof mag zijn.

1:23:40Of het het geloof is van de vader van de maansige knaap.

1:23:44Ik geloof heren.

1:23:45Kom mijn ongelovigheid te hulp.

1:23:48Of het geloof van Abram.

1:23:50Op hoop, tegen hoop.

1:23:52Geloof dat God machtig was.

1:23:54Zijn zoon Isaac.

1:23:56...uit de doden weten te geven.

1:23:58Maar dat waarzaligmakend geloof, gemeente...

1:24:01...hecht zich aan een volkomen borg en middelaar...

1:24:06...om wiens wil, om wiens werk, om wiens bloed...

1:24:10...begerechtvaardigd worden.

1:24:12Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof.

1:24:17Daar gaat het toch om.

1:24:18Om dat oprecht waarzaligmakend geloof.

1:24:22Vrees zere macht, zingt de dichter.

1:24:25En dient zijn majesteit.

1:24:27Juicht bevend op het gezicht van zijn vermogen.

1:24:31En kust den zoon.

1:24:32Van ouds u toegezijd.

1:24:34Eer u zijn toren.

1:24:36Verdelg voor aller ogen.

1:24:38Want wel zalig hij die naar zijn reinen leert.

1:24:41In hem hun heil.

1:24:42Hun hoogst geluk leert beschouwen.

1:24:45Ziet gemeente dat teken.

1:24:47Dat weet u.

1:24:49Als het slot van de evangelie.

1:24:52Uit het begin van de handelingen der apostelen.

1:24:54Zo krachtig, zo duidelijk.

1:24:56En sinds die opstanding gaat het woord zijn voortgang over de aarde.

1:25:01In zijn naam gepredikt worden bekering en vergeving van zonde onder alle volken.

1:25:08Beginnende te Jeruzalem.

1:25:09Dat woord heeft nog zijn voortgang, ook vandaag tot nu toe.

1:25:14Van dat teken van die meerdere Jona.

1:25:17Die die uiterste, die onuitsprekelijke benauwdheid, zo zegt de katechismes, doorworsteld heeft.

1:25:23En die volkomen overwinning behaald heeft.

1:25:26De prediking van het evangelie komt nog tot u, tot mij.

1:25:32Zal het straks zijn, na bij u was het woord.

1:25:36Hoe ontzaglijk toch.

1:25:39Verlaten dan en dat voor eeuwig.

1:25:41Maar ziet hier, als we door Gods genade...

1:25:45Door de kracht van het woord de wereld mogen verlaten.

1:25:49De dienst van de vorst der duisternis mogen opzeggen.

1:25:53De binding mogen kennen aan de troon der genade.

1:25:57De afhankelijkheid mogen beleven van zijn woord en van zijn waarheid.

1:26:01Na bij u is het woord.

1:26:04In uw mond, in uw hart.

1:26:06Dat is het woord des geloofs.

1:26:09Het welk wij prediken.

1:26:11Krachtens, het teken van de meerdere Jona.

1:26:15De zonen gods.

1:26:16Indien gij met uw mond zult beleiden.

1:26:19Den Heere Jezus.

1:26:21En met het hart zult geloven dat hij.

1:26:24Uit de doden die meerdere jona is opgewekt.

1:26:28Met uw mond de beleidenis.

1:26:30Met het hart de geestelijke omhelzing.

1:26:33Dan zult gij zalig worden.

1:26:36En de waargelovige.

1:26:38Die kent de dagelijkse beleidenis.

1:26:41Vanwege de zwakheid van zijn vlees.

1:26:44Vanwege de kracht van de verzoekingen van de vorste duisternis.

1:26:47Vanwege de verleidingen van de wereld waardoor hij gaat.

1:26:50Leer mij naar uw wil te handelen.

1:26:53Zal dan in uw waarheid wandelen.

1:26:57Neig mijn hart en voeg het samen tot de vrees van uw grote, van uw heilige naam.

1:27:04Amen.

1:27:05Eindigen wij met gewet.

1:27:10Heren, gij bracht ons in dit morgenuur rondom.

1:27:14De meerdere Jona.

1:27:16Die het teken gegeven heeft.

1:27:19Van de overwinning op het loon van de zonde.

1:27:22De dood.

1:27:24Die de gerechtigheid.

1:27:27Die red van de dood.

1:27:29En een ingang geeft op het eeuwige leven verworven heeft.

1:27:34En dat u nog voortgaat met de verkondiging van hem.

1:27:38Die enige naam.

1:27:41Gegeven onder de hemel tot behoud en zaligheid.

1:27:45Gedenk ons zo nu trouw in uw goedheid en zegen uw woord aan ons hart.

1:27:50Dat we onszelf en dat in waarheid met smart als een boos over spedig geslacht leren kennen.

1:28:00Dat we de kampen krijgen met onze geveinsdheid en huigelachtigheid die ons zo vaak aankleeft.

1:28:08Maar als we dat beleiden voor u, doorleven voor uw aangezicht.

1:28:14En staler waarheid in ons binnenste door uw geesten wordt gewekt en gewerkt.

1:28:21Dan zult gij toch uw barmhartigheid, uw goedheid niet onthouden.

1:28:28In hem, uw zoon, die meerder Jona.

1:28:32Die de schuld verzoend, de prijs betaald, uw recht verheerlijkt en uw woord vervuld heeft.

1:28:41Ontferm u zo, naar uw barmhartigheden.

1:28:44Wil zo de overdenking van uw woord ook geven in onze harten op deze uw dag.

1:28:49Breng ons in dit avontuur hier weer samen rondom uw woord.

1:28:54Gedenk ons voor uw getrouwe ontverming om uw snaamswil, om Christus willen.

1:29:01Amen.

1:29:04Wij zingen tot slot gemeente uit psalm 89 en daarvan het zevende en het negende vers.

1:29:10Hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort.

1:29:14Zij wandelen, heren, in het licht van het goddelijke aanschijn voort.

1:29:18En ook in het negende vers, gij hebt wel eer van hem die gij geheiligd had.

1:29:23En wat er verder volgt in het zevende en negende vers van Psalm 89.

1:29:27[GEZANG]

1:34:40Gaat u heen in vrede, draagde de zegen des heren.

1:34:44De heren zegenen u en behoeden u.

1:34:47De heren doen zijn aanschijn over uw lichten en zij u genadig.

1:34:52De heren verheffen zijn aangezicht over u.

1:34:56En geven u vrede.

1:34:58Amen.

1:34:59[GEZANG]