Handelingen 2: 47; Welke vrucht?

zondag 7 juni 2026 · 18:30 uur · Nabetrachting Heilig Avondmaal · Ds. D. Heemskerk · 98 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:04Onze hulp en onze verwachting.

9:07Zij in de naam des Heren.

9:10Die de hemel en de aarde geschapen heeft.

9:15Die trouwen houdt en eeuwig leeft.

9:19En die nooit laat varen de werken.

9:22Zij er handen.

9:25Amen.

9:27Genade, barmhartigheid en vrede.

9:31Zij u van God den Vader.

9:34door Christus Jezus, zijn Zoon, in de gemeenschap des Heiligen Geestes.

9:43Amen.

9:45Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 108.

9:50En daarvan het eerste en het tweede vers.

9:53Psalm 108, vers 1.

9:55Mijn hart, o hemel, majesteit, is tot uw dienst en lof bereid.

10:00Ik zal zingen voor de opperheren, ik zal psalmen zingen.

10:04[GEZANG]

14:55Ik noem u als onze schriftlezing spreuken 9 vanaf vers 1 tot en met 11.

15:03Vooraf doen wij beleidenis van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden van de twaalf artikelen.

15:11Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

15:19En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, ons en Heren.

15:26Die ontvangen is van den heiligen geest, geboren uit de maagd Maria.

15:33die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.

15:42Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zitten de terechterhand gods des almachtigen

15:54vaders, van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

16:03Ik geloof in den heiligen geest.

16:07Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk.

16:13De gemeenschap der heiligen, vergeving der zonden, wederopstanding des vleeses en een eeuwig leven.

16:23Ik noemt u als onze schriftlezing spreuken 9 te beginnen bij het eerste vers.

16:29De opperste wijsheid heeft haar huis gebouwd.

16:33Zij heeft haar zeven pilaren gehouden.

16:36Zij heeft haar slachtveen geslacht.

16:39Zij heeft haar wijn gemengd.

16:41Ook heeft zij haar tafel toegericht.

16:44Zij heeft haar dienstmaagden uitgezonden.

16:47Zij nodigt op de tinnen van de hoogte der stad.

16:51Wie is slecht?

16:53Hij keren zich herwaarts.

16:55Tot een verstandeloze zegt zij.

16:58Komt, eet van mijn brood.

17:01En drinkt van de wijn die ik gemengd heb.

17:04Verlaat de slechtigheden en leeft.

17:07En treedt in de weg des verstands.

17:11Wie den spotter tuchtigt, behaalt zich schande.

17:14En die de goddeloze bestraft zijn schandvlek.

17:18Bestraft de spotter niet, opdat hij u niet haatte.

17:22Bestraft de wijzen en hij zal u lief hebben.

17:25Leert de wijzen, zo zal hij nog wijzer worden.

17:29Onderwijst de rechtvaardigen.

17:31[GEZANG]

17:49Tot zover de schriftlezing.

17:52Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gewet.

17:57Almachtige, eeuwige God.

17:59U brengt ons in dit avontuur opnieuw samen.

18:03In dit wederhuis.

18:04Of doet ons met deze plaats verbonden zijn.

18:08Als we dit morgenuur eveneens hier mochten zijn rondom uw woord.

18:13En de bediening van het heilige sacrament van het heiligavondmaal.

18:18En in dit avonduur nog een uur van napetrachting hebben.

18:23Heren, het is uw dag.

18:25De roem der dagen.

18:26Die gij gewijd en geheiligd hebt.

18:29Bijzonder om uw woorden.

18:31En om uw werken te overdenken.

18:34En als u dan hoorbaar in de bediening der verzoening.

18:38En zichtbaar onder de tekenen van brood en wijn tot ons komt op deze dag.

18:45U wilt dan ons oog daarvoor openen in geestelijke zin.

18:50Onze harten opmerkende maken op uw bijzondere bemoeienis.

18:55Dat u nog te getrouwen bent zoals u beloofd hebt.

18:59Zolang de zon...

19:01[GEZANG]

19:27[GEZANG]

19:31Bij het luisteren.

19:33Opdat wij onder deze eenvoudige middelen.

19:36Uw stem zouden mogen horen.

19:39U hebt het ingesteld.

19:41U hebt het bevolen.

19:43En u hebt ook in uw woord gezegd dat het u behaagt.

19:47Door dat eenvoudige middel van de prediking van het woord.

19:51Zondaren te roepen.

19:53En die onwederstandige werking van uw heilige geest.

19:57Die heren is en leven maakt.

20:00Om ons daardoor ook te trekken met koorden van goede tierenheid en waarheid uit deze tegenwoordige wereld.

20:09En ons over te brengen in dat koninkrijk van uw genade en warmhartigheid.

20:15Wil dan ook in dit avontuur onder ons wonen en in ons werken.

20:20En nu weet u wie we zijn of we vanmorgen mochten deelnemen aan dat sacrament van het heiligavondmaal.

20:28Of dat we om welke redenen ook onze plaats leeg hebben gelaten.

20:33De vrijmoedigheid niet kenden.

20:37De gang niet durfden te maken.

20:40Twijfel en moedeloosheid wellicht.

20:43Die ons belaagden of andere redenen die ons terughielden.

20:48Het is u op het allervoormaakt bekend.

20:51Heren, wil dan door uw woord en door uw geest ook spreken in onze harten.

20:57En u weet ook hoe het was als we aan mochten gaan.

21:01Weer ook dan tot onszelf doen inkeren.

21:05Opdat wij voor u ook mogen buigen.

21:08Of het ook werkelijk tot zegen mocht zijn.

21:11Tot versterking van dat nieuwe beginsel in ons hart.

21:15Van dat oprecht waarzadigmakend geloof.

21:19Gedenk ons zo in ieder naar staat en toestand.

21:23U bent de hartekenner, de nierenproever.

21:27U weet wat we van nodig hebben.

21:29Gedenk zo ook die met ons meeluisteren, die niet op kunnen gaan.

21:33Dan huisgebondenen, de zieken thuis, in het ziekenhuis, de verpleegrichtingen, waar ze ook zijn.

21:41Ze zijn u op het aller volmaaktst bekend.

21:44U wilt toch uw hulp, uw bijstand, genade betonen.

21:48Gedenk u, heren, ook de zieken die behandelingen ondergaan, die kuren.

21:54U weet ook welke zorgen, welke vragen of er ook bij hen leven.

22:00Welke diepe wegen ze moeten doorgaan, dat ze toch mogen ervaren.

22:05Dat u er wetenschap van hebt.

22:08Dat uw ogen ook al die moeite en al dat verdriet, al die zorg ook aanschouwt.

22:14En dat gij toch die grote, die hemelse geneesmeester zijt.

22:18Die behouden kan voor lichaam en voor ziel.

22:22Gedenk heren ook de bezoekers van de oase.

22:26Wil ze ook uw hulp, uw bijstand betonen.

22:28Ook in hun noden, in hun zorgen.

22:32Kruis wat ze te dragen hebben en de weg die ze hebben te gaan.

22:37Wil ook gedenken bij bijzondere psychische noden die er ook zijn in het midden van de gemeente.

22:43Als onbegrepen wegen bewandeld moeten worden die soms zo langdurig kunnen zijn.

22:50Die moet benemend zijn voor ons vlees.

22:53Maar u hebt in uw woord gezegd.

22:56Een neergebogen ziel.

22:58Wie kan die oprichten?

22:59Dat kunt u toch alleen.

23:01Geef ze dan ook die vertroosting.

23:04En die onderwijzing.

23:06Doe ze toch ervaren.

23:08Dat gij die God zijt.

23:10Die ook die moeite en dat verdriet aanschouwt.

23:14Heren wil uw woord zo zegelen.

23:16In het midden van ons.

23:17Maar ook overal.

23:19Waar de gemeente samengekomen is, waar uw naam beleden en aangeroepen wordt.

23:24Wil dat ook doen daar waar evangelisatie, waar diakonaat, waar zending bedreven wordt.

23:33Dichterbij en ook verderaf uit het midden van de gemeente of wie u ook daarvoor wilt gebruiken in uw dienst.

23:41Schenken uw zegen, uw hulp en uw bijstand.

23:45Opdat ze ook gebruikt mogen worden als een middel in uw hand.

23:49Tot de uitbreiding van uw koninkrijk.

23:52Gedenk ook de kerk waar verdrukking en waar vervolging is op zoveel plaatsen in deze wereld.

23:59Wil ze ook staande houden in de hitte van de verdrukking.

24:03Of als ze om uw snaams wil in kampen of in gevangenissen verblijven.

24:09Schenkt u ze toch de standvastigheid en de vertroosting in het hart.

24:14Gedenk zo heren ook uw bondsvolk Israël.

24:18Ook in de gedurige strijd gewikkeld.

24:21En ook van allerlei kanten ook belaagd.

24:24Niet begrepen, niet verstaan.

24:27Het is toch uw bondsvolk, uw erfdeel.

24:31En ook te midden van ons volkenland neemt het antisemitisme toe.

24:36Maar wil u ze gedenken.

24:38Naar uw trouw, naar uw zoutverbond.

24:40Tot roem van uw genade.

24:43En ook geestelijke zegelingen schenken.

24:45Gedenkt voor deze ganse wereld.

24:48Die onder kast tijdingen en beproevingen gebogen gaat.

24:53Waar oorlogen, geruchten van oorlogen, rampen, pestilentien ook plaatsvinden.

25:00Het is alles naar uw getuigenis.

25:03U hebt ervan gesproken in uw woord.

25:06En nog is het einde niet.

25:08Zijn het roepstemmen om toch te buigen voor uw majesteit en voor uw grootheid.

25:14Gedenk ook ons land, ons volk.

25:17Wat steeds verder afraakt van uw goddelijke getuigenis.

25:21Wat allerlei wetten ontwerpt, allerlei voornemens ook hebben.

25:27Die niet in overeenstemming zijn.

25:31Die niet de beschermwaardigheid van het leven zoeken en bedoelen.

25:35Het ongeboren leven niet.

25:38Gehandicapten en ook de ouderen niet.

25:40In uw gedenken heren.

25:42Nog weder doen keren tot u de levende God.

25:46En ook ons vorstenhuis op waarachtige bekering schenken.

25:51Duigen voor uw majesteit en grootheid.

25:54Gedenk u, heren zo, ook het kerkelijke leven en alle gebrokenheid.

26:00Betoon uw genadige ontverming.

26:02U hebt deze gemeente overblijkt met uw daden.

26:06En we dragen opnieuw dominee van der Kamp en zijn gezin ook aan u op.

26:11Ook als ze straks ook komen in de...

26:15Proces van losmaking.

26:17Wil ook dan krachten geven.

26:19En ook de weg voorspoedig maken.

26:21Ook naar dit deel van uw erven.

26:24Heren zie zo nog neder.

26:26Gedenk ons in uw trouw.

26:28Ontsluit zo nog uw woord voor ons.

26:30Door de kracht van uw geest.

26:32Tot roem van uw genade.

26:34Om Christus willen.

26:36Amen.

26:41Gemeente de Zaligmaker die verklaart zichzelf in het evangelie.

26:45Onder een beeld van de wijnstok.

26:48Ik ben de ware wijnstok, zo zegt hij.

26:50En de leden van zijn gemeente, die verklaart hij onder het beeld van ranken.

26:56Alle rank die in hem geen vrucht draagt, die neemt hij weg.

27:00Maar ranken die werkelijk ingelijfd zijn, geënt zijn op die ware wijnstok, die reinigt hij.

27:07Opdat ze vrucht mogen dragen.

27:10Het zijn dus vruchtdragende ranken.

27:14En het gaat ook...

27:16Bij de bediening van het goddelijke woord.

27:18En ook bij het sacrament van het heiligavondmaal.

27:21Dat er vruchten gedragen zouden worden.

27:24En van die vrucht vindt u ook sprake in het vervolg van onze tekst van vanmorgen.

27:29In handelingen 2.

27:30En nu het 47ste vers.

27:34Handelingen 2 vers 47.

27:38Waar Gods woord als volgt tot ons komt.

27:43En prezen God.

27:44En hadden genade bij het ganse volk.

27:48En de heren.

27:49deed dagelijks tot de gemeenten die zalig werden.

27:53Het heidegavendmaal, gemeente, dat werkt vrucht.

27:57Als het goed is, welke vrucht?

27:59Een drietal gedachten bij deze tekst.

28:02Ten eerste de lofprijzing van God.

28:05Ten tweede de stichting voor de naaste.

28:07En ten derde de toeneming der kerk.

28:10Onze tekstwoorden spreken ten eerste van de vrucht van de lofprijzing van God.

28:15En prezen God.

28:17In de tweede plaats van de stichting voor de naaste.

28:20En had de genade bij het ganse volk.

28:23En in de derde plaats van de toeneming van de kerk.

28:26En de heren deed dagelijks tot de gemeente die zalig werden.

28:31Maar voordat we hier nader bij stil hopen te staan gaan we eerst zingen uit Psalm 133.

28:38Psalm 133 het eerste vers.

28:40Hoe goed, hoe liefelijk is het dat zonen van hetzelfde huis.

28:46Als broeders samenwonen.

28:48Het tweede vers.

28:49Die liefdegeur moet elk tot liefde nopen.

28:52Als de olie die van Arons hoofd gedropen.

28:55Zijn baard en knederzoon doortrekt.

28:58En ook het derde vers.

28:59Waar liefde woont.

29:01Gebied de heren.

29:02Den zegen.

29:04En dan zijn er nog afkondigingen.

29:09Dinsdagavond.

29:10Je 9 juni.

29:11Is er weer jong volwassen kring.

29:14Deze zal geleid worden door.

29:15Even geleest H.

29:16Bor.

29:17En vangt aan om half acht, dit zo de Heer wil.

29:20En we leven.

29:21En de collecten in deze dienst zijn in de eerste collecten voor de diakonie.

29:26In de tweede voor de kerkvolgdij.

29:28En in de derde voor de aflossing kerk.

29:30En deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.

29:34En we zingen psalm 133.

29:38Het

29:38[GEZANG]

35:49heiligavondmaalgemeente heeft de Heer gegeven.

35:53Tot versterking van het waarzaligmakend geloof.

35:56Het zijn tekenen.

35:58En zegelen van zijn goddelijk genadeverbond.

36:02En geloof dat is dat we God voorberachtig houden.

36:07In zijn woord, in zijn waarheid.

36:10Als dat tot ons komt in zijn ontdekkende kracht.

36:13Met zijn heilige wet.

36:15En ons tekent als arm en verloren zondaar.

36:19Als het ook tot ons komt in zijn belovende kracht.

36:22Dat hij genade, barmhartigheid wil bewijzen.

36:26Aan arme en ellendige verloren zondagen.

36:29Dat geloof wordt in ons hart.

36:32Dat wil zeggen verlichting in ons verstand.

36:36Vernieuwing van onze genegenheden.

36:38En de herschepping van onze wil.

36:40Dat is ons hart.

36:42Dat verstaan we onder het hart.

36:44Dat geloof wordt in ons hart gewerkt.

36:46Onder en door de prediking van het woord.

36:49En dan wordt u door de kracht van de heilige geest.

36:53Als het ware getrokken.

36:56Onweterstandelijk.

36:57U wordt ingewonnen.

36:58U wordt overwonnen.

37:01De profeet zegt.

37:02Profeet Jeremia.

37:04Ik ben overreed.

37:06En gij hebt mij overreed.

37:09En ik ben overreed.

37:10Geworden.

37:11Getrokken.

37:12Uit deze wereld.

37:13En uit de zonderdienst.

37:15Dat is de eerste trekking die plaatsvindt.

37:18Uit de wereld.

37:19Uit de zonderdienst waarmee we gaan breken.

37:22Die we gaan haten.

37:23We gaan verlaten.

37:25En onze zonden gaan beleiden.

37:27We worden getrokken uit onze eigen gerechtigheid.

37:30Ook zo'n strik.

37:31Dat we menen met onze vroomheid.

37:34Met onze ijver.

37:35Met onze werken.

37:37En later nog zelfs met onze tranen en gestaltes.

37:41Om daarmee te kunnen voldoen.

37:43Met onze hemelhoge schuld.

37:45We worden ook getrokken uit onze bezwaren.

37:48Uit onze tegenwerpingen.

37:50Die we maken.

37:51Op allerlei mogelijke wijzen.

37:54Uit onze verontschuldigingen die we tegen de Heren ook zoeken in te brengen.

37:59We worden getrokken met koorten van goede tierenheid en waarheid.

38:04Uit onze geestelijke duisternis tot zijn wonderbaar en heerlijk schijnend licht.

38:09We beleven iets van die volmaakte eis van Gods heilige wet die ons schuldig stelt.

38:16We kunnen voor God niet bestaan.

38:18Hij is niet alleen een oordeler over onze werken.

38:23Maar ook over onze woorden.

38:25En ook over onze gedachten.

38:27En dan staan we schuldig aan al zijn geboden.

38:30We gaan die schuld ook doorleven.

38:33Ervaren.

38:33En we gaan het ook beleiden.

38:35Maar ook onder het evangelie.

38:37De toevluchtneming.

38:39Tot die enige grond der zaligheid.

38:41Christus Jezus.

38:42De toevluchtneming des geloofs.

38:45Om hem te beleiden.

38:47Om ons gebonden te weten aan zijn dienst.

38:51Om de toevlucht te nemen tot uw edige naam die gegeven is onder de hemel tot zaligheid.

38:59En ziet gemeente dan mag u een beleider aan de tafel van het sacrament van het heiligavondmaal.

39:05Zoals dat vanmorgen plaatsvond.

39:07Als er een beginsel van dat oprecht waard zaligmakend geloof in uw hart te vinden was.

39:14Dan verlangt dat versterking.

39:16Dan verlangt dat voeding.

39:19En het wordt verkregen.

39:21Onder de tekenen van brood en wijn.

39:24Dan is al het na-ijver even weg.

39:26En alle verdeeldheid als het goed is is even weg.

39:30Dan is er eenheid.

39:32De beleidenis van hem.

39:34De zaligmaker van zondaren.

39:37Op hem te zien.

39:38Van hem alle verwachting te hebben.

39:41Het was David toen hij de ark gods opbrachte in Jeruzalem.

39:46Hij was koning.

39:47Maar toen voelde hij zich gelijk met zijn knechten.

39:50En met zijn dienstmaagden.

39:52En huppelde hij voor het aangezicht des heren in een hartelijke vreugde.

39:58Daarom de vrucht.

40:00De vrucht van het sacrament van het heiligavondmaal.

40:04Vanmorgen stonden we stil.

40:05Dat ze aten met verheuging.

40:08En met eenvoudigheid des harten.

40:12Wat is de verdere vrucht van het sacrament van het heiligavondmaal.

40:16Daar staat in de woorden van onze tekstgemeente.

40:18En zij.

40:33God prijzen.

40:35Dat was ons scheppingsdoel.

40:37Daartoe zijn we geschapen.

40:39Om onze schepper, onze formeerder, onze getrouwe onderhouder de eer en de aanbidding te geven.

40:48Die hij waardig was toegebracht te worden.

40:50Dat was de opdracht.

40:52Voor de val.

40:53Maar door de val.

40:55Van Adam.

40:56Ons verbondshoofd in het paradijs.

40:58Zijn we onbekwaam geworden tot enig goed.

41:02Geneigd tot alle kwaad.

41:04En prijzen wij onze schepper en formeerden niet.

41:07Ja onze val.

41:09Is zo veelomvattend.

41:11En zo ernstig.

41:12Dat er van u en van mij geschreven staat in de Bijbel.

41:15Er is niemand.

41:17Die God zoekt.

41:18Ook niet tot één toe.

41:20Ze zijn alle afgeweken.

41:23En dat er geschreven staat.

41:24Van u en van mij in het woord.

41:26Zij hebben alle gezondigd.

41:28En derven de heerlijkheid van God.

41:31Maar nu dat de evangelie.

41:33Wat vanmorgen beleden kon worden.

41:35Naar de tafel des heren.

41:37Dat de heren de zon daar zoekt.

41:39Zalig maakt.

41:41Dat hij het verlorene roept.

41:42En redt.

41:44En trekt uit de duisternis.

41:46Tot zijn licht.

41:47Dat hij zulke evangelie heeft uitgedacht.

41:51Met zulke ruimte.

41:52En zo'n diepte.

41:54Dat hij goddeloze rechtvaardigdom niet.

41:57En vijanden met zichzelf verzoend.

42:00Kijk.

42:01En als u dat gaat beleven.

42:03Dat hebt u toch beleefd.

42:05Als u vanmorgen kwam aan het sacrament van het heilige avondmaal.

42:08En dat beleefde u toch gedurig zeker toch.

42:10Elke dag.

42:11Uw schuld.

42:12Uw tekort.

42:14Uw gebrek.

42:15Uw verlorenheid.

42:17U ellendigheid.

42:19En dan te zien aan het sacrament van het heiligavondmaal.

42:23Dat de zoon de gods gekomen is in de volle destijds.

42:27En dat hier aan de tafel door die tekenen van dat gebroken brood.

42:33En van die vergoten wijn ons duidelijk gemaakt wordt.

42:36Dat de grond van de rechtvaardiging door hem verworven is.

42:42Dat hij de bron van de heiligmaking is.

42:44Dat in hem de belofte.

42:46En de zekerheid van de heerlijkmaking is.

42:50En dat aan het sacrament van het heiligavondmaat duidelijk gemaakt wordt.

42:54Hij zal het goede niet onthouden tot in de dood.

42:59Toen niet.

43:00Niet in de nood en niet in de dood.

43:03Om dat te beleiden.

43:05Niet alleen met onze mond, maar ook met ons hart.

43:09In waarheid, oprechtheid.

43:12Te zien.

43:13In die tekenen het offer op Golgotha.

43:17Te zien in dat gebroken brood.

43:20De smartelijke weg die hij gegaan is.

43:23Die hij moest gaan.

43:25Moest de Christus niet al deze dingen leiden.

43:28En al zo in zijn heerlijkheid ingaan.

43:31Die uitstorting van het bloed wat gegeven is tot verzoening van de zonde.

43:36Om dat te bewonderen.

43:37En dat te aanbidden.

43:39Ja dan is het toch alle reden.

43:43Om God te prijzen.

43:44Hem de eer te geven.

43:46En zij aten het samen met verheuging.

43:51Een eenvoudigheid des harten.

43:53En prezen God gaven hem de eer en de aanbidding.

43:59We zongen het vanmorgen gemeente.

44:01Dan zingen zij.

44:02In God verblijt aan hem gewijd.

44:06Van z'n heren wegen loft zij.

44:09De goede tierenheid van hem.

44:12Ach, in die week van voorbereiding wellicht.

44:15U geplaagd, gehinderd, belaagd door de macht van de vorste duisternis.

44:21Gewezen op uw zonde, op uw schuld, op uw verlorenheid en op uw vloekwaardigheid.

44:28Maar dan vanmorgen toch aan die tafel te zien de tekenen van de betaling.

44:36U in die week in de duisternis.

44:39Maar in die tekenen toch te zien het licht.

44:42Dat hij ontstoken heeft in de zoon zijn eeuwige liefde.

44:46U misschien wel de banden gevoeld.

44:48Maar aan de tafel toch de bevrijding die hij bereid heeft.

44:54Verwarven heeft.

44:56Doordat hij zich liet binden.

44:58Voor armen en verloren zondaren.

45:02Kijk dan past het toch.

45:04U al mijn liefde waardig schatten.

45:08Dan zegt de bruiter het hooglied.

45:10Wij zullen u.

45:11Die uitnemende liefde vermelden.

45:14Dat is toch een uitnemende liefde.

45:16Die ons vanmorgen gepredikt werd onder die tekenen van brood en wijn.

45:20Die onbegrijpelijke, die eeuwige, die vrijmachtige liefde Gods.

45:26Het al zo lief heeft God de wereld gehad.

45:29Dat hij zijn enige geborene zoon gegeven heeft.

45:33En die tekenen die spraken ervan.

45:36Hoe hij hem gegeven heeft.

45:39Tot in de smarten van de dood.

45:41En hij daar de overwinning ook behaald heeft.

45:45Wij zullen u uitnemende liefde vermelden.

45:48Zo zegt de bruiter het hooglied.

45:50Dan gaat het toch ook over het sacrament van het heilige avondmaal.

45:55En als de zonen gods dat avondmaal voor de eerste maal heeft aangericht.

46:00Samen met zijn discipelen.

46:02En als hij dan ook spreekt van de verbreking van zijn lichaam.

46:07Als hij het brood ook aanreikt aan zijn discipelen.

46:11Als hij dan ook spreekt van de uitgieting van zijn hartenbloed.

46:14Als hij de beker met wijn doet rondgaan onder zijn discipelen.

46:19Dan staat er ook in de schrift als zij de lofzang gezongen hadden.

46:24Toen ging de koning der kerk die hof van Gert Zemeling in.

46:29Toen brak hij grote strijd tegen hem los.

46:32Toen heeft hij de prijs voor de zondenschuld van zijn ganse kerk betaald.

46:37En voordat hij...

46:40Die zware bittere strijd inging.

46:43Dan staat er.

46:44En als zij de lofzang gezongen hadden.

46:46Psalm 118.

46:48De grootheid van de goede tierenheid van God.

46:51En als we dan vanmorgen toch.

46:53Die bediening hadden van dat sacrament.

46:56Dan past het toch wel om de lofzang te zingen.

46:59Ziende de strijd die hij gestreden heeft.

47:02De prijs die hij betaald heeft.

47:05De gerechtigheid die hij zo verworven heeft.

47:08De zaligheid.

47:09Die hij zo verdiend heeft.

47:11Dan past het ons toch zeker om de lofzang te zingen.

47:16En zij prezen God.

47:19De vastheid van dat getrouwe verbond.

47:23De vastheid van zijn genade.

47:27En van zijn onbegrijpelijke liefde.

47:29De lofzang is in stilheid tot u, o God.

47:34Zo zegt dan de dichter.

47:39De hel voor armen verloren zondarm.

47:43Ontsloot de hemel.

47:45Hij heeft de weg gebaand.

47:47En ziet wat is dan de vrucht gemeend.

47:50Ook in de nabetrachting op het sacrament van het heiligavondmaal.

47:56En zij prezen God toch.

47:58Hem de eerdaanbidding te geven.

48:00Voor hem te buigen in diepe veroopmoediging.

48:03Hem toch te prijzen vanwege zijn goede tierenheid.

48:07Mijn hart.

48:08O hemel majesteit, is tot uw dienst en lof bereid.

48:12Ik zou, o heren, uw wonderdaan, uw roem den volkeren doen verstaan.

48:19Lof zij toch, God de Vader, vanwege zijn warmhartigheid.

48:23Lof zij, God de Zoon, vanwege het offer wat hij bracht.

48:27Lof zij, God de heilige geest, die het verdorvenen vernieuwt, die een tong geeft om te roemen, een hart om hem de eer en de aanbidding.

48:38En zij prezen God.

48:42Dat is het hoogste.

48:43Dat is het voornaamste.

48:44Dat is het eerste.

48:45Daar gaat het eerst altijd om.

48:47Vanmorgen gemeente werd ook twee keer.

48:50Dat allervolmaakste gebed.

48:52Ook u voorgehouden.

48:54Wat de zonen gods te zijn geleerd heeft.

48:57En dan gaat het eerst om die eer van God.

49:00Altijd eerst hem de eer.

49:04Maar in de tweede plaats.

49:06Dan spreekt ook de tekst van de stichting voor de naaste.

49:09Het is gode de eer, liefde tot God en ook liefde tot de naaste.

49:16Die eerste tafel die spreekt van de liefde tot God.

49:20Die tweede tafel die spreekt over de liefde tot de naaste.

49:24En aan die twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.

49:30Hartvernieuwende genade.

49:32Dat geeft weer...

49:34Dat beginsel wat we tevoren hadden voor de zondeval.

49:38Namelijk liefde tot God.

49:40En liefde tot de naaste.

49:44De vijandschap wordt verbroken.

49:46En er is een beginsel van de liefde tot God.

49:50En we staan minder in deze wereldgemeente.

49:53Daar heeft de Heer ons een plaats gegeven.

49:56Maar als het goed is zijn we niet van de wereld.

49:59Komt er een bruik.

50:01Er staat van de gelovigen.

50:03In het Oude Testament.

50:05Dat geldt ook voor de gelovigen in het Nieuwe Testament.

50:08Zij hebben beleden dat ze gasten en vreemdelingen op de aarde waren.

50:14Ze zijn op doorreis.

50:16Ten bewoners.

50:18Blijven hier niet op deze aarde.

50:21Hebben hier geen blijvende stad.

50:23Maar het is slechts een reis.

50:25Die begint met ons geboorteuur.

50:28En die eindigt ook met ons sterfuur.

50:33In de wereld, maar niet van de wereld.

50:36Denk maar aan Abraham.

50:38In dat beloofde land waar hij rondwandelde.

50:41Denk u maar aan Jozef.

50:43Die aan dat Egyptische heidense hof een plaats kreeg als onderkoning.

50:49Denk maar aan Daniel met zijn drie vrienden.

50:52Die in dat heidense babel aan dat Afgodische hof een plaats kregen in te nemen.

50:58Als jonge mensen en daar ook lange tijd verbleven hebben.

51:03Denk maar aan de apostelen die in deze wereld stonden.

51:07Maar toch duidelijk gemaakt hebben dat ze behoorden bij dat Rijk van Godsgenade.

51:16En de apostel die schrijft ook over degenen die discipelen waren die in het huis van de keizer dienden.

51:24Die daar ook waren.

51:26En die jongens en meisjes die kennen ook wel die geschiedenis van Ubatja.

51:31...die een hoge plaats had aan het hof van die goddeloze Agab.

51:35En Obadja, die mocht toch beleiden...

51:38...ik nu vrees ten heren van mijn jonkheid af.

51:42Een plaats midden in de wereld...

51:45...getrouw aan de arbeid die hij moest verrichten...

51:49...en toch duidelijk gemaakt dat hij niet van de wereld was.

51:54Hoe gedroegen zij zich daar?

51:56De naaste tot stichting.

51:59Hem de eer en de aanbidding te geven.

52:02Soms gemeente riepen die kinderen gods ook al haat hun vijandschap op.

52:07Zelfs in hun eigen gezin.

52:10Denkt u maar aan de broeders van Jozef.

52:12Ze verkochten hem naar Egypte.

52:14Ze zeiden die meester dromer.

52:16Zullen we zien wat er van zijn dromen worden zal.

52:19En ze verkochten hem als een slaaf naar Egypte.

52:23Denkt u maar aan David.

52:25Dat was de vreze gods toch duidelijk in zijn hart en in zijn leven.

52:29Van jongs af aan.

52:31Maar toen hij de strijd wilde aanbinden met die reus Goliath.

52:35Toen zeiden ze we kennen uw vermetelheid.

52:37Was bij uw weinige schapen gebleven.

52:40Wat doet u hier eigenlijk?

52:41Haat en vijandschap.

52:43Ook zelfs in het eigen gezin.

52:46Maar de opdracht gemeente van de Heer Jezus.

52:50Aan een Ieder die hem vreest is.

52:52Dat wij zout en zout.

52:55Een licht op de kandelaar behoren te zijn.

52:58Niet verborgen mogen blijven.

53:00En een stad op de berg.

53:03Dat we te midden van een krom en van een verdraaid geslacht.

53:07Toch de naam des heren zoeken te beleiden.

53:10In onze handel.

53:12In onze wandel.

53:14Wat de leer betreft.

53:16Maar ook wat ons leven betreft.

53:18Dat wij zoeken te wandelen.

53:20In eenvoudigheid.

53:21Voor het aangezicht des heren.

53:24Ik denk nogmaals aan die Jozef.

53:27In het huis van Potiphar.

53:30Slaaf.

53:31Maar die Potiphar zag toch wel.

53:34Dat er vreze gods in hem was.

53:36En die stelde hem aan tot het hoofd over zijn huis.

53:40Ik denk aan dat meisje.

53:42Wat geroofd was uit het land van Israël.

53:45En wat in het huis diende van de Amandi.

53:49Legeroverste.

53:50En die legeroverste die werd meerlaats.

53:53En dat meisje dat sprak.

53:56Geroofd.

53:57Ze was daar een balling in het land, in een vreemd land, in een Afgorisch huis.

54:03Maar ze sprak, och, dat mijn heer toch voor de profeet was die te Samaria woont.

54:10Dan zou hij hem van zijn meerlaatsheid ontledigen.

54:14U kent de geschiedenis.

54:16Wat een gevolg of dat had, zo'n meisje gemeente.

54:20Een licht op de kandelaar.

54:22Een zoutend zout in het midden van een krom en van een verdraaid geslacht.

54:27Een goed geruchtgevend van de God van Israël.

54:31In dat heidense land.

54:33En in dat van afkomst heidense huis.

54:37Ziet daarom een lot Sodom gemeente.

54:41U zou zeggen ach die lot.

54:44Als u alleen het oude testament had.

54:46En u moest wat zeggen van lot.

54:48Dan zegt u nou die lot.

54:49Die vond zijn vee.

54:51En de uitbreiding van zijn kudde vond hij van meer belang.

54:56Als het altaar van zijn oom Abraham.

54:59Als de dienst aan de levende God.

55:01Hij zag die vruchtbare vlakte.

55:04En die zouden zijn vermogen doen toenemen.

55:07En hij koos voor die vruchtbare vlakte aan de Jordaan.

55:11En die waren als de hof van Ede zo schoon waren.

55:14Die vruchtbare vlakte.

55:16Zo staat er in het woord.

55:18En u weet hoe hij daar later armen berooid vandaan moest luchten.

55:22Maar dat leest u in de Petrusbrief.

55:25Dat die lot zijn rechtvaardige ziel gekweld heeft dag en nacht.

55:33Ziende de ongerechtigheid van die lieden van die stad.

55:36Dus hij heeft daar geen rustige dag gehad.

55:39Hij heeft daar zijn rechtvaardige ziel gekweld.

55:42Hij was daar een vreemdeling.

55:44Al kreeg hij een plaats in de poort.

55:46We zouden zeggen in de gemeenteraad.

55:49Maar hij bleef een vreemdeling voor de mannen van die stad.

55:52Hij heeft getuigenis gegeven van de naam.

55:55Des heren.

55:57Denk aan die Moabitische Rutgemeente.

56:00Die in Bethlehem kwam.

56:01Ze viel op.

56:03Ze viel op door haar oogmoed.

56:05Door haar beleidenis.

56:07Door haar nederige gestalte.

56:10En ze stond bekend als een vrouw.

56:13Nee dat zei ze niet.

56:15Ze zei niet ik ben bekeerd.

56:16En ik zoek de God van Israël.

56:19Maar Boaz zegt.

56:21Zij heeft een hart wat uitgaat.

56:25Naar de dienst van de ware God.

56:28Kijk dat is nu uw opdracht.

56:30U die vanmorgen kwam.

56:32Aan het sacrament van het heiligavondmaal.

56:35Om de naam des heren te prijzen.

56:37Om hem te beleiden.

56:39Waar u ook gesteld bent.

56:41Waar u ook woont.

56:42Om in oprechtheid.

56:45In nauwgezetheid.

56:48Ons leven te leiden.

56:50In gebondenheid aan het woord.

56:52En ook in dienstbaarheid.

56:55Aan de naaste.

56:57Hem de eer en de aanbidding te geven.

56:59In alle eenvoudigheid.

57:01Kijk wat gaat er nu van ons uit.

57:04Wat ziet de wereld nu van ons.

57:07Wat getuigenis gaat er van ons uit.

57:09Dat is toch belangrijk gemeente.

57:11Waar we gesteld zijn.

57:13Dat men toch merkt.

57:15Dat wij een beginsel hebben.

57:18Die zich houdt aan het woord.

57:20Aan de schrift.

57:21En die dat in alle eenvoudigheid.

57:24Zoekt voor te leven.

57:26En zoekt uiter aan.

57:26Nee, u hoeft morgen niet op uw kantoren in de fabriek te vertellen dat u zo bekeerd bent.

57:31Dat zou ik maar niet doen.

57:33Laat het maar merken aan uw handel.

57:36Aan uw wandel.

57:37Aan uw spraak.

57:39Dat dat u openbaart.

57:41Als een mens met een beginsel.

57:44Van binding aan het woord van de levende God.

57:47En van een afhankelijk leven.

57:49Aan de troon van Gods genade.

57:52Calvin die zegt rechtlijnig.

57:56En eenduidig hebben we onze weg te gaan.

57:59In gebondenheid aan het woord van de levende God.

58:03Dan hebt u een Nehemia aan het hof.

58:06Van een wereldheerser.

58:08Hij was schenker.

58:10En hij droeg leed over de verbreking van Jeruzalem.

58:13Het werd gemerkt.

58:15En hij kreeg een vrijgeleide.

58:17Om ook zijn volk te hulp te komen.

58:20Dan hebt u Mordecai gemeente.

58:25Een galg werd voor hem opgebouwd.

58:27Haman verbitterde tegen die mordegaai.

58:31Wat gaat het soms diep.

58:33Als we voor de naam des Heren zoeken uit te komen.

58:35Kan het zijn dat u een spotkroon krijgt op uw werk.

58:40Of jonge mensen op school.

58:42Als we in het begin zo proberen bij het woord van God te blijven.

58:46Ons daardoor laten gezeggen.

58:48Ook in ons land.

58:50Ook in deze maatschappij.

58:52Om ons gebonden te weten aan het woord van de levende God.

58:56Die Mordecai gemeente.

58:58Al dreigde de dood van ons.

59:00Hij bleef getrouw.

59:02Hij boog niet voor de wetten van het land.

59:06En voor de haman die dat van hem eiste.

59:12Onbuigzaamheid.

59:13Rechtlijnigheid.

59:15Eenduidigheid.

59:16De zaken van Gods woord.

59:18Die zijn niet inwisselbaar.

59:21Die zijn onopgeefbaar als het gaat om het woord.

59:24En om de dienst van de levende God.

59:27Om dat uit te dragen in onze handel en in onze wandel.

59:32Want wat kan ook een kind van God.

59:35Wat kan een avondmaalganger.

59:37Wat kan die toch een smaad brengen over de naam des heren.

59:42Denkt u maar aan David.

59:44Getrouwe kerkganger.

59:45Kind van God.

59:47En zeker ook getrouw in zijn offers.

59:50Die hij bracht.

59:51Maar.

59:52De zonde met Batsheba.

59:54De huigelachtigheid die erna kwam.

59:57De moordaanslag op Uria.

1:00:00De Heer zegt tegen David.

1:00:02Uw zonden zijn u vergeven.

1:00:03Maar omdat gij de vijanden des Heren.

1:00:07Grotelijks hebt doen lasteren.

1:00:09Hoort u het?

1:00:10Het zijn wel vijanden des Heren.

1:00:12Maar dat we door onze handel.

1:00:14Door onze wandel.

1:00:15Dat we oorzaak kunnen zijn.

1:00:17Dat we.

1:00:18De verdere scheren grotelijks doen lasteren.

1:00:21Terwijl staat in de tekst.

1:00:24Zij hadden genade bij het ganse volk.

1:00:27Daar ging wat van uit.

1:00:29Daar ging stichting van uit.

1:00:31Ze kregen er achting voor in Jeruzalem.

1:00:35Althans enige tijd.

1:00:36Later niet meer.

1:00:38Maar in deze tijd wel.

1:00:40Zij hadden genade bij het ganse volk.

1:00:44Staat ook in de schriftgemeente de gedachtenis van de rechtvaardigen.

1:00:48Die zal tot zegening zijn.

1:00:51U hebt ze hier ook in het dorp gekend.

1:00:53En ze mogen er nog zijn.

1:00:55Maar ook van die namen.

1:00:56Van die sprekende namen van mensen.

1:00:59Nee, die liepen niet door ouderen te vertellen dat ze zo bekeerd waren.

1:01:03Maar u hebt ze wel gekend.

1:01:05Die in hun handel, in hun wandel duidelijk maakten.

1:01:09Welke een hartelijke onberouwerige keuze.

1:01:11En in hun ziel gevallen was.

1:01:13Dat ze dat ook uitdroegen in hun handel en wandel.

1:01:17Maria.

1:01:18Die zelf de zaligmaker.

1:01:20Ze kreeg tegenstand.

1:01:22Zelfs van de zijde van de discipelen.

1:01:24Maar de Heer Jezus zegt.

1:01:26Al waar dit evangelie gepredigd zou worden.

1:01:30Zal ook tot haar gedachten is gesproken worden.

1:01:33Van hetgeen zij gedaan heeft.

1:01:35Zo'n eenvoudige vrouw.

1:01:37Die liefde had tot de zaligmaker.

1:01:40Die dat uitdrukte door haar handel.

1:01:42Door haar wandel.

1:01:43Die hem beleed.

1:01:45Hem de eer.

1:01:46En de...

1:01:48aanbidding gaf.

1:01:49We moeten dubbel oppassen, gemeente, als we naar de kerk gaan.

1:01:54Moeten we voorzichtig handelen en wandelen.

1:01:57Want u smaadt, als u verkeer doet, niet alleen uw eigen naam, maar ook de naam des Heren, bovenal.

1:02:05Gaat hij naar de kerk?

1:02:07Komt hij onder het woord?

1:02:09Neemt die man, die vrouw, deel aan het sacrament van het heiligavondmaal en door de week mij bedriegen?

1:02:15Of schandelijk behandelen?

1:02:17Dat kan toch niet?

1:02:19We hebben dubbele voorzichtigheid nodig.

1:02:21Het gaat om de ere gods.

1:02:23Om het uitdragen van zijn naam.

1:02:26Dat we zijn oorzaak geven tot lastering.

1:02:30Heeft hij gezworen tot zijn schade.

1:02:34Zo staat het in de Bijbel.

1:02:35Als we gezworen hebben tot onze schade.

1:02:38Evenwel verandert hij niet.

1:02:41Dan maar liever schade leiden.

1:02:43Als dat de naam des heren oneer zou worden aangedaan.

1:02:47Kijk, zo leefde die eerste gemeente.

1:02:50Die van huis tot huis broodbraken.

1:02:53Avondmaal hielden.

1:02:55En zij hadden genade bij het ganse volk.

1:02:59Ze droegen de naam des heren uit.

1:03:02Het gaat dus niet om het gewaad.

1:03:05Het gaat dus niet alleen om ons gelaat.

1:03:07Trouwens, het is niet zo dat als u met een sombere blik de hele dag door het leven gaat.

1:03:14Dat dat een teken van de godsvrucht is.

1:03:16De Heer Jezus die zegt, zalf uw aangezicht en weden het verborgenen.

1:03:23Want uw Vader die u in het verborgenen ziet, die zal het u in het openbaar vergelden.

1:03:30Het gaat ook om de daad, om de handel, om de wandel.

1:03:35Het gaat om de leer, de zuiverheid van het woord.

1:03:38Maar het gaat ook om het leven.

1:03:42Het sacrament van het Heiligavondmaalgemeente is...

1:03:46Verbondsvernieuwing.

1:03:46God vernieuwt het verbond met het tekenen en met het zegelen.

1:03:52Hij toont zijn trouw die onwankelbaar is.

1:03:56Hij toont zijn genade die verstrekkend en diep is.

1:04:01Die u bewondert en aanbidt.

1:04:03En als het goed is, dan maakt u ook verbondsvernieuwing.

1:04:06Nu weer van ganser harte de begeerte over de Heren te leven.

1:04:12Vernieuwd weer.

1:04:13U hebt voedsel ontvangen.

1:04:15In geestelijke zin.

1:04:16U hebt dan nieuwe kracht ontvangen.

1:04:19En als het goed is een nieuwe lust.

1:04:21Om van u voortaan voor hem te leven.

1:04:24Hem de eer en de aanbidding te geven.

1:04:28Tweede deelgemeente van het formulier.

1:04:31Spreekt van de verheerlijking van de zonen gods.

1:04:34Van de grootmaking van de koning der kerk.

1:04:36Om dat ook uit te dragen.

1:04:39En te beleiden.

1:04:41Nu stap ik rustig aan.

1:04:44En betreed ik ook de effen paan, zo zingt de dichter.

1:04:48De derde plaatsgemeente dan spreekt ook de tekst van de toeneming der kerk.

1:04:54Dat staat ook in onze tekst.

1:04:56En de Heer deed dagelijks tot de gemeente die zalig worden.

1:05:01De apostelen hebben met grote ijver het woord gods verkondigd.

1:05:07De gemeente voorgehouden de schriften van het Oude Testament.

1:05:13En de Nieuw Testamentische prediking en bediening.

1:05:17Maar het is Gods zaak, dat is duidelijk.

1:05:19De Heere deed dagelijks toe tot de gemeente.

1:05:23Hij gebruikt mensenkinderen.

1:05:26U kent het beeld wel als slijk in zijn vingeren.

1:05:30Zoals hij die blinden de ogen opende.

1:05:33En de Heere slijk maakte.

1:05:35En dat op de ogen van de blinden streek.

1:05:37En toen zij ga heen was u in het badwater van Sirwam.

1:05:42En hij ging heen en hij wist zich en hij werd ziende.

1:05:45Zo gebruikte hij ook de prediking van het woord.

1:05:48Ook Amstdragers.

1:05:49Als slijk.

1:05:50Wij zijn maar slijk.

1:05:51Wij zijn niets waard.

1:05:53Maar als een middel om het woord gods te prediken.

1:05:57De boodschap uit te dragen.

1:06:00De leer te verkondigen.

1:06:02De schriften te openen.

1:06:04Schrift met schrift.

1:06:06Vergelijkende.

1:06:07Het net uit te werpen zoals Petrus deed.

1:06:10Op die eerste Pinksterdag.

1:06:12En 3000 vissen werden gevangen.

1:06:16In het net gevlochten uit de koorden van goede tierenheid en waarheid.

1:06:21Getrokken uit de duistere diepten van zonde en schuld.

1:06:25Zo was het toch ook geroepen.

1:06:28Eerst dat hij moest afsteken naar de diepte.

1:06:32En daarna dat hij het net aan de andere zijde moest uitwerpen.

1:06:36En hij deed het op.

1:06:37Zijn woord.

1:06:39Kijk, de zaligheid is Gods zaak.

1:06:42Daar doen we als mensen niets af en niets toe.

1:06:46Met ons spreken niet, met ons luisteren niet.

1:06:50Het is zijn welbehagen van voor de grondlegging der wereld.

1:06:54Het is zijn woord wat hij gebied te verkondigen.

1:06:58Wat nooit ledig tot hem zou wederkeren.

1:07:02Maar het zal doen wat geen hem behaagt.

1:07:05Het is zijn opdracht, zijn bevel.

1:07:08Met bevel van bekering en geloof moet het woord uitgedragen worden.

1:07:15En dan gebruikt de Heer de gemeente de ijver van een apostel Paulus.

1:07:19Wat een ijver heeft die man gehad.

1:07:21Dag en nacht gearbeid.

1:07:23Niet moedig geworden van de zorg voor al de gemeentes.

1:07:27Dan gebruikt de Heer het vuur van een Petrus.

1:07:30Wat een vurig spreker was dat.

1:07:33Wat een vrijmoedigheid had hij ook.

1:07:36Wat een kracht ging er ook van hem uit.

1:07:39Dan gebruikt de Heer ook de gaven van de Apollos.

1:07:41Die machtig was in de schriften.

1:07:44En die gaven gebruikt de Heer ook die talenten.

1:07:47Hij gebruikt de liefde van de apostel Johannes.

1:07:51Die de apostel der liefde wordt genoemd.

1:07:54Maar het is Paulus die plant.

1:07:56Het is Apollos die nat maakt.

1:07:59Maar het is God die de wasdom geeft.

1:08:02Het zijn maar nietige instrumenten in zijn hand.

1:08:06We moeten het van de Heren hebben.

1:08:08Het moet ons brengen aan de voeten van hem, de hoogste profeet en leraar.

1:08:14En nu staat dat ook hier in de tekstgemeente.

1:08:17Daar staat de heren deed dagelijks toe.

1:08:20Dus het was niet de ijver van Petrus of van Paulus of het vuur van Petrus.

1:08:27Dat werd in de Middelijke Weg gebruikt.

1:08:29Maar de heren deed dagelijks tot de gemeente die zalig werden.

1:08:353000.

1:08:37En later lezen we van vijfduizend in die stad Jeruzalem.

1:08:41De gemeente die breide al spoedig uit.

1:08:44Het is niet desgene die loopt.

1:08:48Het is niet desgene die werkt.

1:08:50Maar het is de ontfermingen gods.

1:08:54De warmhartigheid.

1:08:56De genade.

1:08:57De ontferming van de drie enige god.

1:09:01Toeneming van de kerk.

1:09:03Drieduizend.

1:09:05Ze moesten beginnen te Jeruzalem.

1:09:07Die stad.

1:09:09Dat stond bij u en bij mij onderaan op het lijstje.

1:09:12Misschien stond het helemaal niet op de lijst.

1:09:14Want het was die stad die Christus verworpen had.

1:09:17Die hem aan het kruis geslagen had.

1:09:20Dan ga je toch niet meer naartoe naar zo'n stad.

1:09:23En ze kregen de opdracht van de koninkrijk.

1:09:25Ze moesten beginnen te Jeruzalem.

1:09:28En de heren gaf.

1:09:30De eerste woordbediening.

1:09:323000.

1:09:34Die schuldverslagen uitrieken.

1:09:36Wat zullen wij doen?

1:09:38Mannen, broeders.

1:09:39En dan nam de gemeente toe.

1:09:42In Jeruzalem.

1:09:43De heren deed dagelijks.

1:09:46Tot de gemeente die zalig werden.

1:09:49Moet geven begin gemeente voor de apostelen toch.

1:09:52Als u zo mag beginnen met de ambtelijke bediening.

1:09:55Een duidelijk bewijs.

1:09:56Dat de heren ook daarin duidelijk maakten.

1:10:01Dat hij voortaan.

1:10:03Zijn gemeente bijeen wil vergaderen door dat eenvoudige middel.

1:10:07De verkondiging van het woord.

1:10:09En dat hij het hart opent door de kracht van de heilige geest.

1:10:14En dat hij dat doet door de vrijmacht van zijn genade en warmhartigheid.

1:10:20Moedgevend begin toch voor die apostelen.

1:10:23Maar toch ook wel moedgevend voor u en voor mij toch.

1:10:26Dat hij er bij zo'n stad wil beginnen.

1:10:29Dat hij in zo'n plaats.

1:10:31Zijn gemeente bijeen wil vergaderen.

1:10:33Dat u onder zulke vijanden.

1:10:36Zijn kerk.

1:10:37Zijn lidmaten werft.

1:10:39En ze roept en trekt.

1:10:41Onder en door de bediening.

1:10:43Der verzoening.

1:10:44Tot zijn wonderbaar licht.

1:10:46Dat is toch een krachtige.

1:10:48Een duidelijke prediking.

1:10:50Van de rechtvaardiging.

1:10:52Van de goddeloze.

1:10:54Dat is toch een krachtige duidelijke heenwijzing.

1:10:57Dat God.

1:10:58De zon daar roept.

1:11:01En zoekt.

1:11:02En zalig maakt.

1:11:04Wat moet dat toch een verruiming geven in ons hart.

1:11:07Als we dat mogen verstaan.

1:11:09Dat heren.

1:11:10In zo'n plaats.

1:11:12In zo'n tijd.

1:11:14Onder zulke volk.

1:11:16Zijn gemeente vergadert.

1:11:18Prediking van het woord.

1:11:20Zegend.

1:11:20Het evangelie.

1:11:23Ziet u wel gemeente.

1:11:25Schotszaak.

1:11:25Dat is toch ook wel groot.

1:11:27Wat was het voor u.

1:11:28Voor mij.

1:11:29Als het van mensen afhankelijk is.

1:11:31Wij hebben zo onze voorkeuren.

1:11:33Wij hebben zo onze bedenkingen.

1:11:37David die zegt.

1:11:38Als hem de keuze gemaakt wordt.

1:11:42Of een honger in het land.

1:11:45Of een dodelijke pestziekte.

1:11:47Of zeven maanden vervolgd door zijn vijanden.

1:11:51Dan maakt hij geen keuze.

1:11:53Hij weet geen keuze te maken.

1:11:55Uit die drie boos.

1:11:58Boze zaken.

1:11:59Hij zegt.

1:12:00Laat mij maar in de handen des heren vallen.

1:12:03Want zijne barmhartigheden zijn velen.

1:12:05Maar laat mij in de handen van mensen niet vallen.

1:12:09Ziet.

1:12:10Gods zaak.

1:12:11En van de heren staat geschreven.

1:12:14Dat u hem wel gevallen heeft.

1:12:16In arm en verloren zondarm.

1:12:18Van hem staat opgetekend.

1:12:21Dat hij met een eet gezworen heeft bij zichzelf.

1:12:24Dat hij geen lust heeft in de dood van de zonda.

1:12:28Van hem getuigt Zacharias dat hij innerlijke bewegingen daar warmhartigheid heeft.

1:12:33Met welkomst bezocht heeft de opgang uit de hoogte.

1:12:37Van hem staat in de schrift geschreven dat de Heere gaarne vergevende is.

1:12:43Een groot van goede tierenheid voor al degenen die hem aanroepen.

1:12:49Wat een getuigenis gemeen.

1:12:51En dan staat er dat de Heere in de bloedstad Jeruzalem.

1:12:56De gemeente dagelijks doet groeien.

1:13:00Hij doet ze toenemen.

1:13:02Op grond van hem.

1:13:04De Christus der schriften.

1:13:05De zaligmaker van zondaren.

1:13:08Die de weg bereid heeft.

1:13:10En de poort ontsloten heeft.

1:13:12Waar ook de psalmdichter van zingt in psalm 118.

1:13:15We gaan het ook eerst zingen.

1:13:17Het tiende vers.

1:13:18Het tiende vers van psalm 118.

1:13:21Dit is.

1:13:22Dit is de poort des heren.

1:13:25Daar zal het rechtvaardig volk doortreen om hun en God ootmoedig te eren voor het smaken.

1:13:32Zijn er zalig geen het tiende vers van Psalm 118.

1:13:37[GEZANG]

1:16:16Sacramentgemeente van het heiligavondmaal is in dit morgenuur bediend.

1:16:20Het evangelie mocht hoorbaar en ook zichtbaar uitgaan en verkondigd worden.

1:16:26Zijn naam, zijn werk mocht beleden worden vanmorgen onder de tekenen van brood en wijn.

1:16:33Dat hij de eer en de aanbidding mocht ontvangen.

1:16:37En zie de plaatsgemeente, Jeruzalem, waar de tekst van spreekt.

1:16:42Zie de tijd, zie ook onze plaats, onze tijd.

1:16:48Zolang de zon in de maan schijnt gaat de Heer het door met zijn kerkvergaderend werk.

1:16:54Het welbehagen zal op grond van dat offer wat vanmorgen onder de tekenen van brood en wijn ook getoond werd.

1:17:03Zal gelukkiglijk voortgaan.

1:17:06En ziet.

1:17:07Wij hebben soms allerlei verontschuldigingen.

1:17:10Ja vroeger.

1:17:12Toen was het toch veel beter.

1:17:13In geestelijke zin.

1:17:16Toen waren er toch veel meer mensen.

1:17:18Die daar getuigenis van geven.

1:17:21Vroeger was.

1:17:22Er toch veel rijker.

1:17:24Maar letten nu vanmorgen.

1:17:26Of vanavond ook maar op de woorden van de tekst.

1:17:29In deze plaats.

1:17:31Jeruzalem.

1:17:32In die tijd.

1:17:34Vol oppervlakkigheid.

1:17:36Uitwendige godsdienstigheid.

1:17:38Zal het erin?

1:17:40Straks, verderop in de handelingen der apostelen, komt de vijandschap van hen meer en meer weer openbaar.

1:17:46Dat bepaalt niet allemaal godsvrucht.

1:17:49Daar in Jeruzalem in het tegendeel.

1:17:52Daar was veel vijandschap, veel verzet en veel tegenstand.

1:17:57Kijk, dat is nog zo, ook in onze tijd.

1:18:01Maar de Heere gaat door.

1:18:03Met zijn kerkvergaderend werk.

1:18:05En hij roept en zoekt.

1:18:09Verloren mensen, kinderen, tollenaren en zondaren.

1:18:13Het kan ook wel eens een belemmering zijn.

1:18:16Zou het nog wel kunnen in onze tijd?

1:18:19Zou het nog wel kunnen in deze tijd vol afval en vol verval?

1:18:25Maar ziet de tekst.

1:18:27Dat de heren ongeacht de tijd, de tegenstand, de boosheid.

1:18:33De normloosheid.

1:18:34De goddeloosheid.

1:18:36Zijn woord doet uitgaan.

1:18:38En dat woord zal nooit ledig tot hem wederkeren.

1:18:44De bediening van het woord.

1:18:45De rechtvaardiging van de goddeloze.

1:18:50Onbegrijpelijke eenzijdige liefde.

1:18:52En dat voor vijanden.

1:18:55De zaligheid voor zondaar.

1:18:57Moet u eens door laten dringen tot uzelf.

1:18:59Wat dat betekent zondaar.

1:19:02Dat de schrift spreekt over de rechtvaardiging van de goddeloze.

1:19:06Dat hij een wederhorig kroost altijd bij hem doet wonen.

1:19:11Kijk, daar gaat het om.

1:19:12Dat we dat leren verstaan.

1:19:15En met schaamte, met smart voor hem leren beleiden.

1:19:18En daar ook, dan ook tot onze verbondering, ook de diepte en de rijkdom van het evangelie mogen verstaan.

1:19:28En hem de eer mogen geven.

1:19:31Sacrament van het Heilige Avondmaal, gemeente.

1:19:33Wel nu welke vrucht.

1:19:35U die aankwam aan de bediening van het sacrament.

1:19:39Is het uw hartelijk voornemen.

1:19:42Uw innig verlangen om enige gelijkenis te hebben met deze gemeente.

1:19:48En prezen God, want ja, van uzelf is toch niets te prijzen toch.

1:19:53U kwam toch niet aan het Heilige Avondmaal vanmorgen omdat u zo'n best bekeerd mens was.

1:19:58Omdat alles wel goed in orde was.

1:20:01Omdat u zo'n aangename gestalte had bij uzelf.

1:20:05Dan hebt u het formulier niet goed gelezen.

1:20:08Een egelijk bedenken zijn zonde en zijn verloeking.

1:20:13Dat de toren gods tegen de zonde zo groot is.

1:20:16Dat eer dat hij die ongestraft die blijven ze gestraft heeft.

1:20:20Aan zijn eigen lieve zoon.

1:20:22Het formulier van de heilige dood spreekt van een mishagen aan onszelf.

1:20:28Dus er is geen enkele reden om onszelf te prijzen dat we zulke aangename geschikte mensen zijn.

1:20:36En daarom een plaats kregen aan de tafel des Heren.

1:20:41Nee, God prijzen.

1:20:44Vanwege die innerlijke bewegingen, de warmhartigheid van God de Vader.

1:20:50Vanwege de liefde van de Zoon die zichzelf gegeven heeft.

1:20:56Dat er klonk ook in dat formulier het ik voor u.

1:21:00Daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.

1:21:05God prijzen.

1:21:06Hem de eer en de aanbidding geven.

1:21:10Is dat de vrucht ook voor u?

1:21:12Dat dat alleen maar overblijft.

1:21:14Dat hem alleen alle roem, alle eer, alle aanbidding toekomt.

1:21:19Wie roemt?

1:21:20Die roemen in de heren, zo zegt de apostel.

1:21:24Maar nooit iets in of van ons.

1:21:27Want stel dat u helderheid had over uw weg.

1:21:30Dat u zo duidelijk mag weten dat u getrokken bent uit de wereld en uit de zonderdienst.

1:21:36Dat u zulke kennelijke geestelijke ervaringen mocht kennen in uw leven.

1:21:41Ja, maar waar hebt u die dan gekregen?

1:21:44Die hebt u toch gekregen?

1:21:46Die had u toch niet verdiend?

1:21:48Dat had u zichzelf toch niet waardig gemaakt?

1:21:51Wat hebt gij, zegt een apostel.

1:21:54Wat gij niet ontvangen hebt.

1:21:57Dat is toch geen vrucht van uw eigen akker.

1:21:59Dat is toch die vrijmacht.

1:22:01En die rijkdom.

1:22:02Van Gods genade.

1:22:05En zij prezen God.

1:22:07En hoe gaan we door het leven.

1:22:09Hoe gaan we door de tijd.

1:22:11Ook in de komende periode.

1:22:14Achting bij het volk.

1:22:16Tot stichting van de naasten.

1:22:18En verlangen om ook anderen te winnen.

1:22:21Voor hem.

1:22:22De gezegende koning.

1:22:25En ziet ook gemeente dat als die gemeente zo bijeen mag zijn.

1:22:30In eenheid, in saamhorigheid, in gebondenheid aan het woord.

1:22:36In afhankelijkheid aan de troon der genade.

1:22:40Dat de Heer dat ook zegent.

1:22:43Dat hij ook die gemeente vermeerdert.

1:22:46En dat hij die ook toe doet nemen.

1:22:49Namelijk de voortgang ook van zijn werk.

1:22:54Het houdt dus niet op bij de deelname alleen.

1:22:56U kan dus niet zeggen vanmorgen zo.

1:22:59Ik ben aan het heiligavondmaal geweest.

1:23:02En nu is dat weer, nu kan ik zo weer verder.

1:23:05Nee, er staat een vervolg op.

1:23:08God prijzen tot stichting van de naaste.

1:23:12En ook in die weg wil de heren ook zijn kerk, zijn volk vermeerderen.

1:23:17Een dure roepinggemeente hebben we dan.

1:23:21En u die er niet was.

1:23:23Vanmorgen aan het sacrament van het heilige avondmaal.

1:23:25Wel beleidend lief maken.

1:23:29Maar toch u nam niet deel aan het sacrament van het heilige avondmaal.

1:23:36Terwijl de Heer het toch recht op ons heeft.

1:23:39Hij ons toch roept om ernst te maken.

1:23:43Met de zaken van de nimmer eindigende eeuwigheid.

1:23:48Welke reden had u om af te blijven.

1:23:52Ik weet het wel, u miste de vrijmoedigheid.

1:23:56Ja, u tobde erover of het ooit wel waar geweest is in uw leven.

1:24:01Of u wel diep genoeg ontdekt bent aan uw zonde, aan uw schuld.

1:24:06En dan die hartigheid van uw hart en die biddenloosheid en die dorheid.

1:24:11Die u zo menigmaal bekruipt.

1:24:14Maar u moet op die prediker letten.

1:24:16Wie was dat?

1:24:17Die gebruikt werd in handelingen 2.

1:24:21Speter is gemeente.

1:24:23Jongens en meisjes kennen hem wel, Petrus.

1:24:25Die vurige apostel.

1:24:27Die voortvarende man.

1:24:29Soms wel eens wattenvoortvarend.

1:24:32Maar ook die bang was voor

1:24:36één meisje bij het vuur.

1:24:38En die gezegd heeft, ik ken de meisje niet.

1:24:40Maar weer opgezocht door de heren.

1:24:43Weer in het ambt hersteld en bevestigd.

1:24:46En weer tot zegen gebruikt.

1:24:49Wie waren die hoorders dan in die stad?

1:24:52Dat waren mensen waarvan de apostel zegt, die gij lidden gekruisigd hebt.

1:24:58En het sloeg naar binnen door de kracht van de geest.

1:25:02Ze werden verslagen in het hart, ziet gemeente.

1:25:06In zo'n tijd, in zo'n stad, bij zulke hoorders, vergadert de Heer zijn kerk en zijn gemeente.

1:25:17U was nog slechter.

1:25:19U hebt het er nog erger afgebracht.

1:25:21Dat was de reden dat u niet kon komen.

1:25:24Of was het dat u nog niet gevoeld.

1:25:27De grootheid van uw kwaad door ontdekkende genade.

1:25:31Dat u nog geen eer en heerlijkheid ziet in de persoon des middelaars.

1:25:35O wat kunnen we ook tobben met onvrijmoedigheid.

1:25:40Met allerlei hindernissen.

1:25:42Met allerlei bezwaren aan onze zijde.

1:25:45De heren brengt u maar mee in de binnenkamer.

1:25:48En doet het u maar.

1:25:50Beleiden voor zijn aangezicht.

1:25:52Ach u zegt ik had niets.

1:25:54Ik heb niets.

1:25:56Ik ben niets.

1:25:57Alles getuigd tegen mij.

1:26:00Zit u werkelijk zo laag aan de grond.

1:26:02Kijk dat was nu net gepast geweest gemeente.

1:26:05Of om morgen deel te nemen aan de bediening.

1:26:08Met lege handen.

1:26:10Een verzondigd leven.

1:26:11Alles doorgebracht.

1:26:13Ziet.

1:26:14Hij ontvangt.

1:26:16De zondaars.

1:26:17En eet met hen.

1:26:19Zo staat er in het evangelie van hem geschreven.

1:26:23Hij is de grond van de vrijspraak, van de vergeving.

1:26:28Hij is de bron van de heiligmaking.

1:26:31Hij is de enige oorzaak van de heerlijkmaking.

1:26:36Ziet stof tot prijzen genoeg in het evangelie, in het woord.

1:26:42De Heer is groot van goede tierenheid, van barmhartigheid.

1:26:48En van genade.

1:26:50En kijken als u straks weer verder gaat.

1:26:52Al mocht u op de rechte wijze deelnemen aan het sacrament van het heiligavondmaal.

1:26:58Ja, het blijft een struikelend leven.

1:27:01Het blijft een bedelaarsleven.

1:27:04Aan de troon van Gods genade.

1:27:06Het is telkens maar weer vallen.

1:27:09En dan weer te mogen opstaan.

1:27:11Door de kracht van woord en geest.

1:27:14Maar toch op reis.

1:27:16Als dat zo mag zijn.

1:27:17Naar het grote avondmaal.

1:27:21Waarvan de psalmist zegt.

1:27:23Dat grote avondmaal.

1:27:24Daar zullen zij.

1:27:26Gods knechten.

1:27:28Met hun zaad.

1:27:30Zij.

1:27:31Die zijn naam beminnen.

1:27:34Erflijk wonen.

1:27:35Amen.

1:27:36Eindigen wij met het gebed.

1:27:40Heren.

1:27:41Gij bracht ons in dit avontuur.

1:27:43Rondom.

1:27:43Dit uw woord.

1:27:45De tekening.

1:27:46Van die eerste gemeente.

1:27:48In zo'n stad.

1:27:51In die tijd.

1:27:53Met zoveel.

1:27:55Vijandschap.

1:27:57Uitwendige vormelijkheid.

1:27:59En toch.

1:28:01U stichtte daar.

1:28:03Onder de prediking van uw woord.

1:28:05Door de kracht van uw geest.

1:28:07Waarheid.

1:28:08In harten van zulke mensenkinderen.

1:28:12Daar werd de gemeente gevormd.

1:28:15Och heren.

1:28:17Dat we toch ook.

1:28:18Dat leerde verstaan.

1:28:21Dat het licht Christus Jezus schijnt in de duisternis.

1:28:28Dat hij gezonden is naar een verloren wereld.

1:28:33Naar een diep schuldig volk.

1:28:35En dan moet hij die schuld ook nog bekendmaken.

1:28:39Daar moet hij ons ook nog aan ontdekken door zijn profetische bediening.

1:28:44Om het te verzoenen door zijn hoge priesterlijke bediening.

1:28:48En om ons verder te beschutten en te bewaren bij de verworven verlossing door zijn koninklijke regering.

1:28:57We denken ons heren, verzoen het zondige, het verkeerde.

1:29:02Bij het spreken, bij het luisteren.

1:29:04Waar we uw woord zegenen aan onze harten.

1:29:07En ons de diepte van uw heilige wet doen verstaan zodanig dat we een heilige schrik ontvangen.

1:29:17Een schrik.

1:29:20Des heren die ons beweegt.

1:29:22Onder de prediking van het evangelie.

1:29:25En ons zodanig beroert.

1:29:27Dat wij komen tot de beleidenis.

1:29:29Tot het geloof in hem.

1:29:32Enige naam gegeven.

1:29:34Onder de hemel tot behoud en zaligheid.

1:29:37Gedenk ons zo nu getrouwe ontverming.

1:29:40Wil ons ook behoeden en bewaren.

1:29:43Ons veilig brengen op de bestemde plaats.

1:29:46Ons ook in deze week.

1:29:48Moed en kracht te geven tot de arbeid waartoe u ons roept.

1:29:52De plaats die u ons gegeven hebt.

1:29:55Gedenk zo, jong en oud, tot roem van uw genade.

1:29:59En uw sparende bewarende trouw om Jezus willen.

1:30:04Amen.

1:30:07Wij zingen tot slot in Psalm 25 en daarvan het zesde en het zevende vers.

1:30:12Wie heeft lust den Heren te vrezen het allerhoogst en eeuwig goed.

1:30:19En ook het zevende vers, Gods verborgen omgang, vinden zielen waar zijn vrees in woont.

1:30:25Psalm 25, vers 6 en 7.

1:30:27[GEZANG]

1:35:10Gaat u heen in vrede, dragende de zegen des Heren.

1:35:14De Heren zegenen u en behoeden u.

1:35:16De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.

1:35:22De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:35:29Amen.

1:35:29[GEZANG]