0:00[GEZANG]
10:31Onze hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwe
10:43houdt en eeuwig leeft en die nooit laat varen de werken zijner handen.
10:51Amen.
10:53Genade, barmhartigheid en vrede, zij u van God den Vader.
11:01Door Christus Jezus zijn Zoon.
11:05In de gemeenschap des heiligen geestes.
11:10Amen.
11:13Gemeente bedankbaarheid aan de heren.
11:15Mag ik u namens de kerkraad meedelen.
11:18Dat dominee R.
11:19van den Kamp het op heusden.
11:21Het op hem uitgebrachte beroep mocht aannemen.
11:25Het is de heren die in zijn wonderlijke goedheid.
11:28Een trouw nog een herder en leraar wil zenden.
11:32Om uw gemeente te leiden.
11:35Laten we hem daarvoor dankzeggen.
11:37Pro Domini van de Kap met zijn vrouw, gezin en de gemeente van Opheusden.
11:42Aan de heren opdragen in het gebed.
11:44We zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 66.
11:48En daarvan het tweede vers.
11:50Psalm 66 vers 2.
11:52Al het aardrijk smeek u neergebogen.
11:56Het heeft de schoonste psalmen aangezangen.
12:00Die uw naam verhogen, de glorie van uw wonderdanen, wat er verder volgt in de tweede vers van Psalm 66.
12:06[GEZANG]
14:40Gemeente, wij openen godsheilig en dierbaar woord in de handelingen der apostelen.
14:46Daarvan nadert het tweede hoofdstuk, te beginnen bij vers 37 tot en met vers 47.
14:53Ik noem u als onze schriftlezing handelingen 2, vanaf vers 37 tot 47.
15:01Toch vooraf stellen wij ons onder de tucht van Gods heilige wet.
15:07Toen sprak God al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.
15:19Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
15:23Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken.
15:29van hetgeen dat boven in den hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is, nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
15:41Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.
15:45Want ik, de Heere uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde,
15:56En aan het veerderlid dergenen die mij haten.
16:00En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben.
16:06En mijn geboden onderhouden.
16:09Gij zult de naam des heren uw schots niet eidelijk gebruiken.
16:15Want de heren zal niet onschuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.
16:21Gedenk dan sabbadag dat gij dien heiligt.
16:25Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
16:35Dan zult gij geen werk doen, gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstmecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in
16:47uw poorten is.
16:56En alles wat daarin is.
16:58En in rusten ten zevende dagen.
17:01Daarom zegenen de heren den sabbedag.
17:04En heiligden den zelven.
17:07Eer uw vader en uw moeder.
17:10Opdat uw dagen verlengd worden.
17:12In het land dat u de heren uw God geeft.
17:17Gij zult niet doodslaan.
17:19Gij zult niet echtbreken.
17:21Gij zult niet stelen.
17:24Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
17:28Gij zult niet begeren uw snaasten huis.
17:32Gij zult niet begeren uw snaasten vrouw, nog zijn dienstrecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw snaasten
17:44is.
17:45Ik noemt u als onze schriftlezing Handelingen 2, te beginnen bij het 37e vers.
17:52waar Gods woord als volgt tot ons komt.
17:55En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart en zeiden tot Petrus en de andere apostelen, wat zullen wij doen, mannenbroeders?
18:07En Petrus zei er tot hen, bekeert u en een iegelijk van u worden gedoopt in de naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden en gij zult de gaven
18:19des heilige geestes ontvangen.
18:22Want u komt de belofte toe en uw kinderen en allen die daar verre zijn, zoveel als er de Heere onze God toe roepen zal.
18:33En met veel meer andere woorden betuigde hij en vermaande hen, zeggende, Word behouden van dit verkeerd gestacht.
18:43Die dan zijn woordgaande aannamen werden gedoopt.
18:47En er werden op die dag tot hen toe gedaan omtrent drieduizend zielen.
18:53En ze waren volhardende in de leer der apostelen en in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden.
19:03En een vrezen kwam over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschieden door de apostelen.
19:11En allen die geloofden waren bijeen en hadden alle dingen gemeen.
19:16En zij verkochten hun goederen en haven en verdeelden dezelfde aan allen.
19:22[GEZANG]
19:46Tot zover de schriftlezing.
19:51De voorbedengemeente willen we gedenken aan Dominic van der Kamp, zijn vrouw, een gezin.
19:55De behandeling van de wet draagmoederschap in de Tweede Kamer.
20:00En Caroline Dam, die deze week een reis maakt met Open Doors naar vervolgde christenen.
20:07Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
20:14Getrouw en eeuwig God.
20:16Gij die hoog woont en troont en laag neerziet op deze aarde.
20:22Gij die de almachtige, de eeuwige, de alomtegenwoordige, de alwetende, de rechtvaardige.
20:31Maar ook in Christus de barmhartige, genatige en vriendelijk ontfermer zijt voor al degenen die u aanroepen.
20:40Die u aanroepen in de waarheid.
20:43Wil dat in onze harten geven als op deze uw dag rondom u geopend wordt.
20:51En de bediening van het heilige sacrament.
20:53Als u hoorbaar en zichtbaar uw werken wil vertonen.
20:59Wil bekendmaken, wil openbaren.
21:02En wil doen smaken aan al diegenen die uw naam zoeken te beleiden.
21:07Die aan u verbonden zijn door geest, door woord.
21:12Heren, wil dan zo uw onmisbare zegen niet onthouden.
21:16Uw genadige gunst schenken.
21:20De schrift doen spreken die de norm, de maatstaf is.
21:24Ook voor het oprecht waar zadigmakend geloof.
21:28En ook als daar de gelegenheid is om uw naam te beleiden.
21:34Om u die gekroond werd met een smaatkroon, met een spotkroon, met een doornenkroon.
21:43Maar die door u gekroond is met eer en heerlijkheid.
21:49Ook op deze dag, deze morgen, u ook te kronen met eer.
21:55Omdat u het bevoden hebt, doe dat tot mijn gedachten is.
22:01Wil dan zo uw genatige zegen niet onthouden.
22:04Uw koninkrijk bouwen, versterken en uitbreiden tot roem van uw genade.
22:12U hebt daartoe toch de bediening van uw goddelijk woord gegeven als een middel.
22:19In uw hand om zondaren te roepen.
22:22En door de kracht van uw onwederstandige geesten trekken.
22:26Uit de duisternis tot uw licht.
22:29Tot hem die gezegende koning der koningen.
22:33Die heren der heren.
22:34Die in de bediening van uw woord en van het sacrament centraal behoort te staan.
22:41Wien alle eer, alle aanbidding ook toe behoort te komen.
22:46Verwaardig ons daartoe.
22:47Gedenk ons in uw genade getrouw.
22:50En versterk hetgeen u zelf hebt gewrocht.
22:54Ontferm u zo.
22:55Opdat uw naam, uw eer bedoeld en verhoogd zal worden.
23:01Heren, wil dan de bediening van uw geest niet onthouden.
23:04Ook bij het spreken.
23:06Wil uw woord ook voor ons ontsluiten.
23:09Wil ons gedenken zoals we hier samengekomen zijn.
23:12In dit bedenhuis.
23:14Met deze plaats verbonden zijn als ouderdom, de gebreken van de ouderdom of ziekte of andere omstandigheden het ons niet mogelijk maken om met de gemeente
23:26op te komen.
23:27Gedenk ook de ernstige zieken die er zijn.
23:30In ouderdom, als daar het lichaam, het aardsehuis afgebroken wordt.
23:36U kent ze, u weet wat ze van nodig hebben.
23:40Als er bediening is van het sacrament van het heiligavondmaal.
23:45Gedenk ze zo in uw genadige trouw.
23:48Thuis in de ziekenhuizen.
23:49De verplegingrichtingen.
23:51U weet wat ze van nodig hebben.
23:54Breid ze ontfermend en zegenend.
23:56Uw handen genadig uit.
23:59Gedenk u ook.
24:00De bewoners van de vijver wil zoek.
24:03Uw zegen niet onthouden.
24:05Uw hulp, uw bijstand betonen.
24:07Heren, wil zo in alle noden, alle zorgen, genadiglijk uw trouw betonen.
24:14De last die gedragen moet worden, het kruis wat opgelegd is, de weg die bewandeld moet worden, het is u op het aller volmaaks bekend.
24:24U aanschouwt alle moeite, alle verdriet, opdat we het in uw hand zouden leren stellen.
24:38Dat dominee van der Kamp ook een ja-woord mocht uitspreken.
24:42Beroep mocht aannemen wat op hem uitgebracht is.
24:45Schenk hem nog die laatste tijd van de ambtelijke bediening.
24:49Uw goddelijke onmisbare zegen ook samen met zijn vrouw en gezin.
24:54U kent ook daar alle zorg, alle nood.
24:58Wil ook hen gedenken.
24:59Uw zegenende hand nog uitstrekken.
25:02En geven dat het zo...
25:05Mag dienen tot grootmaking van uw naam.
25:08Tot stichting en uitbreiding van uw koninkrijk.
25:11Tot zaligheid van zondaar zielen.
25:13Ontferm u zo nog naar uw warmhartigheden.
25:17Wil ook gedenken ook.
25:19Als de reis gemaakt wordt.
25:21Ook naar een gebied van vervolgde christenen.
25:24U moet dan uw genadige zegen niet onthouden.
25:27En ook uw trouw en goedheid betonen.
25:30Uw beschermende bewarende hand genadiglijk uitstrekken.
25:35Heren, we zijn ook met ons land, met ons volk wat steeds verder weg raakt van de Bijbelse normen en waarden.
25:44Ook als het gaat om het nieuwe leven waarvan u toch de grote schepper en onderhouder bent.
25:51U wilt toch nog tot stilstand brengen, ook in de weg die steeds verder afwijkt van uw goddelijke getuigenis.
26:00Hoe toont gij nog uw langmoedigheid?
26:03En uw verdraagzaamheid.
26:05En uw traagheid tot toren.
26:07Ook over ons land en volk.
26:09Doe ons wederkeren.
26:11O God onze schuils.
26:13En doet u niet uw torenheid over ons.
26:16Want vermoed zo nog naar uw barmhartigheden.
26:20Wil zo geven in deze morgen.
26:22Dat woord en sacrament.
26:25Dat verheerlijking van uw naam.
26:27Dat versterking van zondaars zielen.
26:29Dat stichting van de gemeente.
26:32Een goede voortgang zou mogen hebben.
26:34Uw grote naam tot eer.
26:36Zie niet op onze zonden.
26:39Op onze afmakingen.
26:41Maar doe ons als arm.
26:43Verloren zonder tot uw zuchten.
26:45Tot uw vluchten.
26:46Om uw naam de eer te geven.
26:49Die te mogen beleiden.
26:51Wij vragen u dit.
26:52Om Jezus willen.
26:55Uitgenade.
26:56Amen.
27:01Gemeente de Dichter die roept ook.
27:03Op in een van de psalmen komt.
27:06Nadert voor mijn aangezicht.
27:08Een gedenk aan hetgeen ik heb verricht.
27:12Dat mag toch wel bijzonder.
27:14Ook toegepast worden op het sacrament van het heiligavondmaal.
27:17Te naderen voor zijn aangezicht.
27:20En te gedenken hetgeen hij.
27:23De grote koning der koningen.
27:25De Christus der schriften heeft verricht.
27:28Vooral in die bittere smadelijke weg die hij gegaan is.
27:32Van kribben naar kruis, de last die hij gedragen heeft.
27:35De toren gods die hij geblust heeft.
27:38Het strafwijzend recht wat hij voldoening gegeven heeft.
27:42Dat alles heeft hij verricht.
27:44En hij zegt er ook, doe dat tot mijn gedachten is.
27:49Wij willen vanmorgen ook als voorbereiding op de bediening van het sacrament kort stilstaan bij het genuventen uit uw voorgelezen schriftgedeelte Handelingen 2.
27:58En daarvan vers 46.
28:01Waar Gods woord als volgt tot ons komt, dagelijks, eendrachtiglijk in de tempel volhardende en van huis tot huis broodbrekende, aten zij tezamen met verheuging
28:13en eenvoudigheid des harten.
28:16En dan gaat het vooral om het laatste gedeelte van Psalm, van vers 46, waar geschreven staat, aten zij tezamen met verheuging en eenvoudigheid des
28:28harten.
28:29We willen stilstaan bij de bediening van het sacrament van het heidegavondmaal.
28:33Ten eerste in vereniging.
28:35Ten tweede om versterking.
28:37Ten derde met verheuging.
28:39En ten vierde tot verootmoediging.
28:42Onze tekstwoorden die spreken.
28:44Psalm 2 in handelingen 2 vers 46 het laatste gedeelte.
28:48Aten zij tezamen met verheuging en eenvoudigheid.
28:53Dus harten in vereniging.
28:55Zij aten tezamen in de tweede plaats.
28:58Is het sacrament ook om versterking.
29:01In de derde plaats spreekt ook de tekst van de verheuging met verheuging.
29:06En in de vierde plaats ook tot veroodmoediging en eenvoudigheid des harten.
29:11Maar voordat wij hierna erbij stil hopen te staan.
29:14Gaan we eerst zingen naar Psalm 103.
29:16En daarvan het tweede en het vijfde vers.
29:20Psalm 103 vers 2.
29:21Loof hem die u al wat ge hebt misdreven.
29:25Hoeveel het zij genadig wil vergeven.
29:28En ook het vijfde vers.
29:30Hij zal zijn volk niet eindeloos kastijden.
29:33Nog eeuwig zijn gramschap ons doen leiden.
29:38En dan zijn er nog mededelingen.
29:40Dinsdagavond 9 juni is er weer jong volwassen kring.
29:45Deze zal geleid worden door evengewist haar bor.
29:48En vangt aan om half acht.
29:50En dit zo de Heer wil en wil leven.
29:53En de collecten zijn in deze dienst in de eerste voor de diakonie, de tweede voor de kerk voor hoedij, de derde voor de aflossing kerk.
30:01En deze collecten worden hartelijk bij u aanbevolen terwijl wij zingen uit Psalm 103 vers 2 en 5.
30:07[GEZANG]
36:053000 gemeenten op die bijzondere dag die het woord gaarne aannamen.
36:12Dat woord wat hen veroordeelde en schuldig stelde, hen duidelijk maakte.
36:19Dat zij diegene die door Abraham met verheuging verwacht werd.
36:25Die de psalmen bezongen werd.
36:27Die door de profeten voorzegd was.
36:30Dat zij hem gedood hadden, gekruisigd hadden, overgegeven hadden.
36:36Maar waarin ook bekering en vergeving beloofd werd.
36:40Aan al diegene die hem met een berachtig geloof zouden omhelzen.
36:46Die dan zijn woord gaande.
36:49Aannamen.
36:49Gaarne.
36:50Ze werden niet gedwongen.
36:52Maar ze werden door de overmacht van geest en woord.
36:56Overwonnen.
36:58Ingewonnen.
36:58Om als arme verloren zondaren.
37:01Tot hem te komen.
37:03Tot hem te vluchten.
37:04Die edige naam.
37:06Gegeven onder de hemel tot zaligheid.
37:09Door de liefde gods in het hart.
37:11Gewillig gemaakt.
37:13Om de christens der schriften te omhelzen.
37:16De bediening van de verzoening van deze apostel stond ook de zaligmaker van zondaren centraal.
37:23Christus werd verkondigd en grootgemaakt.
37:27En ze waren ook volhardende in de leer van de apostelen.
37:32Het was dus geen opwelling.
37:34Het was geen bevlieging.
37:35Het was niet net als Orpa met een enkele traan.
37:39Moab even enige tijd de rug toe te keren.
37:43Maar daarna toch weer beter te keren.
37:46Nee, ze waren volhardende in de leer der apostelen.
37:51En blijkt ook dat er grote eenheid was.
37:53Want er staat zij aten tezamen, de eenheid, de vereniging.
37:59Als de liefde tot God ervaren wordt, dan gaat het ook altijd samen met de liefde tot de naaste, de eenheid.
38:07De vereniging eerst, de waarheid, die dan zijn woord gane aannamen.
38:14En dan ook vanwege die waarheid door de kracht van de heilige geest ook de eenheid.
38:21Liefde tot God en liefde tot de naaste.
38:24Herstel van het verloren gegaande beeld in het paradijs.
38:28Door de zondeval geneigd God en onze naaste te haten.
38:33Maar waar waarachtige bekering gevonden wordt.
38:37Daar is weer enigszins...
38:39Het herstel van Gods beeld aanwezig.
38:42Liefde tot God en tot het naaste.
38:45En de schriftlezing die sprak ook van de mededeelzaamheid.
38:49Die daarmee samen ging.
38:51De gaven die ze ook onderling deelde.
38:53De bezittingen.
38:55Eenheid in de leer.
38:57In de beleidenis.
38:59Van huis tot huis.
39:01Broodbrekende.
39:01De verklaters wijzen daar ook op.
39:03Dat het ook alles te maken had met de bediening van het sacrament.
39:07En van het heilig avondmaal.
39:10Ze omhelsten het woord.
39:12Ze waren volhardende in de leer.
39:15En er was ook sprake van eenheid.
39:18Geen na-ijver.
39:20Geen onderlinge strijd.
39:23Nee, als het woord omhelst wordt.
39:26Wie we ook zijn.
39:27Welke leeftijd.
39:29Welke onderlinge verschillende offer.
39:31Ook kunnen zijn.
39:33Ook in de leiding die de Heer gehouden heeft in het leven.
39:36De een misschien van jongs af aan geleerd.
39:39En de ander misschien krachtdadig op latere leeftijd tot stilstand gebracht.
39:45Geldt ook in onze tijd.
39:47Maar als dat gewerkt wordt door de kracht van geest en woord.
39:51Dan is daar de eenheid.
39:54Dan gaat het om de beleidenis van de waarachtigheid van het woord.
39:58Dan gaat het om de beleidenis van het vlees geworden woord.
40:02De zaligmaker van zondaren.
40:04De Christus.
40:06En als dat gezicht op hem daar mag zijn.
40:10Dan vallen alle onderlingen geschillen en verschillen.
40:15Die gaan ten onder.
40:17Want het zicht is door geest en woord op hem.
40:21De zaligmaker van zondaren.
40:24Daarom gemeenten het sacrament van het heiligavondmaal.
40:28Is toch als het goed is een voorsmaak ook van het grote avondmaal.
40:33Met Abraham.
40:34Isak en Jacob.
40:36Waar de eenheid ook is.
40:38Die kerk die verzameld wordt.
40:40Uit allerlei volkeren.
40:42Onder allerlei culturen.
40:44Uit de vier windstreken van de aarde.
40:47Verschillende huidskleuren.
40:49Maar die zullen dan.
40:51Ene lofzang zingen.
40:53Gij hebt ons gode gekocht.
40:55Met uw dierbaar bloed.
40:57Dan zullen zij storeloos.
40:58En zonderloos.
41:00En eindloos.
41:02De lofzang aanheffend ter ere van die gezegende koning.
41:06Dan zullen ze hem eeuwig beleiden.
41:09Hem de eer en de aanbidding geven.
41:12En die oproep gaat er ook uit rond het sacrament van het Heilige Avondmaal.
41:17Zoals uit vele graankorrels een brood gebakken wordt.
41:21Zoals uit vele bezinten samengeperst zijnde één wijn en drank vloeit.
41:30Zo staat hier ook in onze tekst.
41:31En zij aten tezamen.
41:35In dat brood te zien.
41:36De gebrokenheid van het lichaam van de zonen God.
41:40In de wijn te smaken de verzoenende kracht.
41:43Van het doed wat hij gestort heeft.
41:46Waarmee hij de vader verherend heeft.
41:49Het woord bevestigd heeft.
41:51De kerk gelost.
41:52En verkocht heeft.
41:54Die eenheid.
41:56O, straks wordt ook in Jeruzalem die eenheid weer verstoord.
42:00En belaagd door de macht van de vorste duisternis.
42:03Maar onze tekstwoorden die spreken van deze vereniging.
42:07Zij aten tezamen de tweede plaatsgemeente.
42:11Dan is het ook om versterking.
42:14Hoorbaar en zichtbaar.
42:17Daalt de Heere af in het midden van de gemeente.
42:20Prediking van het woord.
42:22En de bediening van het sacrament.
42:24Wat ook voor ogen stelt de dure prijs die betaald is.
42:29De smartelijke weg die door de zonen gods gegaan is.
42:33Door de kroon die hij gedragen heeft.
42:37De gemeente die leefde in die tijd dicht bij de fontein die geopend was.
42:44Voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem.
42:49Tegen de zonde, de rechtvaardiging en tegen de onreinheid.
42:54De heiligmaking.
42:55Die beide noodzakelijke onmisbare weldaden.
43:00Die gevloeid zijn uit het hart van de zonen God.
43:03Toen hij geroepen heeft.
43:05Het is volbracht.
43:06Zij leefden daar dichtbij.
43:08Beginnende te Jeruzalem.
43:10Er was die fontein.
43:12Voor het huis van David.
43:14Voor de inwoners van Jeruzalem.
43:18Stad vol boosheid.
43:20Vol opstand.
43:21Vol vijandschap.
43:23Maar ze leefden op dat moment dicht bij deze fontein.
43:27En als u dan ook straks het sacrament van het heiligavondmaal.
43:32Als u daar een deel mag nemen gemeente.
43:34We zijn op reis.
43:36En die reis die gaat door duistere dalen heen.
43:39En vermoeid.
43:41Maar dan is hier de rust.
43:43Hier wordt de rust geschonken.
43:45Als die tekenen van brood en wijn gesmaakt geproefd mogen worden.
43:49Als de heren dat zegent aan ons hart.
43:52Dan mag toch beleden worden, hier wordt de rust geschonken.
43:55Hier het vette van zijn huis gesmaakt, een volle beek van wellust maakt.
44:00Hier elk in liefde dronken.
44:03En u bent ook in strijd over de weg.
44:06U moet zo vaak vragen, heren, aan maak mij u bewegen.
44:10Door uw woord en door uw geest bekend.
44:13Maar hier aan de tafel wordt hij onder deze tekenen verklaard.
44:18Die gezegd heeft, ik ben de weg.
44:21De waarheid en het leven.
44:23Hier wordt ervaren wat de dichter zegt.
44:26Gods verborgen omgang vinden zielen dat in vrezing woont.
44:31En het heilgeheim wordt aan zijn vrienden naar zijn vree verbond getoond.
44:37U draagt een last wellicht.
44:40Een kruis waaronder u gebukt gaat.
44:43Kastijding, verdrukking en vermoeidheid.
44:47Maar toch in deze tafel.
44:50Wil hij versterking geven.
44:52En klinkt toch bijzonder ook.
44:54De liefdelijke welmenende nodiging.
44:56Komt herwaarts tot mij.
44:59Allen die vermoeid en belast zijn.
45:01En ik zal u rust geven.
45:04Ja, als u werkelijk deelneemt aan het sacrament van het heiligavondmaal.
45:09Dan voert u ook een strijd.
45:11Een strijd tegen die driekoppige vijand.
45:14Maar dan vindt u hier de versterking.
45:17Vooral als u afgemat raakt.
45:20Als u telkens weer struikelt, als u elke keer maar weer de strijd verliest en onder ligt en niet op kan tegen de macht van de vorste duisternis.
45:29Maar hier wordt u versterkt aan deze tafel om versterking.
45:35Hier wordt duidelijk gemaakt dat de vorste duisternis een overwonnen macht is.
45:41Hier wordt gepredikt aan de tafel, gesmaakt, dat zijn vergevende liefde volkomen is.
45:48Dat hij ook zal vergeven.
45:51Dat hij ook zal geven die heiligmakende kracht.
45:54Hier wordt de aanklacht van het geweten ook tot zwijgen gebracht.
45:58Als we die tekenen mogen nemen van het gebroken brood.
46:02En ook de vergoten wijn.
46:04En misschien hebt u ook de kampen.
46:07Ongetwijfeld met overblijvende zwakheid.
46:10Met moedeloosheid.
46:12Met widdeloosheid.
46:14Wel nu daarom.
46:16Is juist dat sacrament van het heiligavondmaal ingesteld.
46:20Een tafel richt hij toe in de woestijn.
46:24Om te smaken dat de Heere goed en groot is.
46:29Doe dat tot zijn gedachten is.
46:31Hij heeft de prijs betaald.
46:34Hij heeft de strijd gestreden.
46:36Hij heeft de toegang tot het hemelsheiligdom ontsloten.
46:40En daarom moeten wij niet aan deze tekenen blijven hangen.
46:44Onze harten opheffen tot hem die in de hemel is.
46:47Het wijst terug op Golgotha.
46:50Het wijst ook heen naar hem.
46:53Die koning gekroond met donen, maar ook met eer en met heerlijkheid op de dag van zijn hemelvaart.
47:01Hij, de oudste broeder, rijdt de tekenen aan van zijn voldoening, van zijn betaling, van zijn verzoening.
47:13Van zijn overwinning.
47:15Hij onder het recht geweest.
47:18Ja betaald aan dat recht.
47:21Opdat u als een rechtloze.
47:24Uit genade ook de verzoening zou mogen smaken.
47:28Hij ter helle afgedaald.
47:30Opdat u als een helwaardige.
47:33Nogthans ten hemel zou worden opgenomen.
47:35Hij te voldoening gegeven.
47:38Opdat u die geen enkel betaalmiddel meer had.
47:43Niet hem in mag delen in de verzoening die door hem verworven en aangebracht is.
47:49De derde plaatsgemeente dan spreekt ook dit tekstwoord van de verheuging.
47:54Met verheuging zo staat er.
47:57Zij aten tezamen met verheuging het blijdschap.
48:01Het is een gedachtenis maaltijd.
48:04Het spreekt van het bitter lijden en sterven van de zonen gods.
48:08Dat wil zeggen rouw, hartelijk leedwezen.
48:12En eigenlijk bedenken ze een zonde en vervloeking dat de toren gods over de zonde zo groot is.
48:18Dat hij eer dat hij die ongestraft liet blijven, ze gestraft heeft aan zijn eigen lieve zoon.
48:25Maar het is ook een heenwijzing naar de bruiloftsmaal.
48:28Hij de bruidegom, de hemelse bruidegom.
48:32Die zijn kerk gereed maakt om straks hen in de bruiloftszaal te leiden.
48:38Om hem de eer en de aanbidding te geven.
48:42En hij gebied het eet van mijn brood en drink van de wijn die ik bereid heb.
48:49Om deze verbintenis, deze wonderlijke verbintenis toch te gedenken.
48:55Met verheuging in het hart, dat is toch onbegrijpelijk.
48:58Hij die hemelse bruidegom, de zaligmaker van zondagen.
49:03Hij die uit de school des vaders afgedaald is in de volle destijds.
49:07Die die bange strijd gestreden heeft, die worsteling.
49:11...doorgemaakt heeft.
49:12Dat hij zich wil verbinden...
49:14...aan armen verloren zondaren.
49:16Wie is aan onze God gelijk...
49:19...die armen opricht...
49:21...uit het slijk doeldriftigen...
49:22...van elk verstoten...
49:23...goedgunstig opheft...
49:25...uit het stof.
49:27Die eenzijdige...
49:28...die vrijmachtige...
49:30...die onbegrijpelijke liefde.
49:32De bruiter het hooglied...
49:34...die zegt...
49:35...ik ben zwart niet...
49:37...ik was zwart dat ook.
49:39Maar ook ik ben zwart.
49:41Gelijk de tenten van Kedar.
49:44Doch liefelijk in hem.
49:46Gelijk de gordijnen van Salomo.
49:49En daarom deze bruiloft die uitgedacht is.
49:53In de raad van God.
49:55Die voortgekomen is uit die eeuwige liefde.
49:59Ik heb u lief gehad met een eeuwige liefde.
50:01En die tot een eeuwigheid duurt.
50:04Dan staat er toch in die gelijkenis van de jongste zoon.
50:08En zij begonnen vrolijk te zijn.
50:11Verblijfd te zijn in God.
50:13O die grote tegenstelling.
50:16Wat geeft dat toch redenen tot verwondering.
50:18Tot blijdschap in God.
50:21Dat hij zo'n weg heeft uitgedacht.
50:24Dat hij zo'n prijs heeft betaald.
50:26Die wonderlijke weg.
50:28Dat God die waarachtig eeuwig God was.
50:33Mens wilde worden.
50:35Om de schuld te betalen.
50:37Van schepselen die als God wilden zijn.
50:42Dat hij neergedaald is.
50:44Mens wilde worden.
50:45God gebleven is.
50:47En zo deze prijs betaald heeft.
50:49En deze bruid verworven heeft.
50:52Hij heeft hen eerst lief gehad.
50:55Hij heeft gezorgd voor de bruidsgat.
50:58Die heeft hij betaald.
51:00Die verheuging gemeente gaat dan over deze liefde gods.
51:04Die verheuging gaat dan...
51:06Over de eigenschappen van zijn rechtvaardigheid.
51:09Van zijn heiligheid.
51:11Van zijn barmhartigheid.
51:13Van zijn genade.
51:15Een vreugde in God.
51:18Door Christus Jezus.
51:20Hij die alle eer, alle aanbidding waardig is.
51:25Christus is de oorzaak.
51:27De grond, de bron van deze verheuging.
51:30Dan zingen zij.
51:32In God verblijt, aan hem gewijd.
51:35Van z'n heren wegen.
51:37Daar zit de kerk bijeen.
51:40Eenheid.
51:41En.
51:42Om versterking.
51:44En met verheuging.
51:47Eten zij de spijzen.
51:49Lof.
51:50Zingende de drieedige God.
51:53Aan hem de eer.
51:54En de aanbidding te geven.
51:56Vanwege zijn goede tierenheid.
51:58Een beginsel te mogen smaken.
52:01Van wat de dichter zegt.
52:02Ik zal eeuwig zingen van Gods.
52:05Goedertieren heen.
52:06De vierde plaats gemeente.
52:08Dan is het ook tot verootmoediging.
52:10Want er staat ook in onze tekst.
52:13En in eenvoudigheid.
52:15Des harten.
52:17Ach.
52:17Als u mag aanzitten aan die tafel.
52:20Als u licht krijgt over dit brood.
52:23En over de wijn.
52:24Over de persoon des middelaars.
52:27En dan hebt u ook licht ontvangen over uzelf.
52:30Wie u was.
52:31Wie u bent.
52:32En wie u blijft.
52:34Dan hebt u toch alle reden om diep veroopmoedigd, diep vernederd aan deze tafel plaats te nemen.
52:42Dan past toch die eenvoudigheid des harten.
52:47Geen eigen gereidheid.
52:49Geen zelfgenoegzaamheid.
52:52Geen vermeende rijkdom in uzelf.
52:55Maar dan hoort u onder dat gezelschap gemeente van Ager.
52:59Die zegt ik ben onvernuftiger dan iemand.
53:02En ik heb geen mensenverstand.
53:05Dan verstaat u iets van Asaf.
53:07Als hij binnen dat heiligdom gebracht wordt.
53:09En die dan beleidt.
53:11Ik ben bij u een onvernuftig beest.
53:14Dan verstaat u wat het inhoudt.
53:16Arme zondaar te zijn.
53:18En te blijven.
53:20Hem de eer en de aanbidding te geven.
53:23Dan kunt u die Canaanese vrouw begrijpen.
53:26Die zegt heren een hondeken.
53:28Maar geef u mij zo'n hondekensdeel.
53:31Dan verstaat u meefje boosheid.
53:33Als hij hoort dat verbond.
53:36Wat gesloten is tussen David.
53:39De koning en tussen zijn vader Jonathan.
53:42Als hij hoort van al die goederen die hem toekomen.
53:45En bovenal.
53:47Als hij een plaats zal ontvangen.
53:49Aan de tafel van de koning.
53:51Dan roept hij uit.
53:52Wat is uw knecht.
53:53Dat ge omgezien hebt.
53:55Dat een dode hond.
53:57Als ik ben.
53:58Die verootmoediging.
54:00Dat is de beste plaats, gemeente.
54:02En de juiste gestalte aan deze tafel.
54:06Dan zijn we verre van hoogmoed.
54:09Van geestelijke hoogmoed eveneens.
54:11Van zelfgenoegzaamheid, eenvoudigheid.
54:15Het grondwoord betekent ook dat we verre zijn van de hebzucht.
54:19Dat we verre zijn van de afgunst.
54:21Dat we iets kennen van een geestelijke matigheid en oprechtheid.
54:27Hart en wil.
54:29Een geest eenvoudig, ootmoedig, mishagen, hebbend aan onszelf, ons voor God te verootmoedigen en onze zaligheid en reinigmaking buiten
54:42onszelf in Christus Jezus te zoeken en te beleiden en te smaken onder deze tekenen van brood en wijn.
54:51Kijk, als we dat mogen doorleven, dan vlucht de hoogmoed.
54:57Als hoogmoed aanwezig is, dan vlucht oogmoed, dan wijkt genade.
55:03Maar als oogmoed aanwezig is, dan sterft de hoogmoed en dan wordt de genade bewonderd.
55:10Eenvoudig.
55:11Dat wil ook zeggen, gemeente, zonder bij, oogmerk, geen dubbelhartigheid.
55:18Uitsluitend zijn offer, alleen zijn naam, alleen zijn werk wordt dan beleden.
55:23Hij alleen de eer.
55:26Daarom als zondaars.
55:29In vereniging.
55:31Ze aten het samen.
55:33Om versterking te eten.
55:36Met verheuging.
55:38En in eenvoudigheid.
55:40In veropmoediging van het hart.
55:43Ja, dan past de verwondering.
55:45Aan de tafel des heren.
55:47Hier wijt mijn ziel.
55:49Met een verwonderend oog.
55:52Kom dan straks.
55:54Om zijn naam te beleiden.
55:56Om in vereniging.
55:59Om tot versterking.
56:02Om met verheuging.
56:04En om tot meerder verontmoediging.
56:07Hem de eer.
56:08De aanbidding te geven.
56:11Amen.
56:12Gemeente wij zingen uit Psalm 43.
56:15En daarvan het derde vers.
56:17Zend heren uw licht.
56:19En waarheid neder.
56:21En breng mij door die glans geleid.
56:24Tot uw gewijde tenten weder.
56:26Wat er verder volgt in het derde vers van Psalm 43.
56:30[GEZANG]
58:44Lees wij nu eerst het formulier om het heiligavondmaal te houden.
58:49Geliefden in de Heer Jezus Christus.
58:52Hoort aan de woorden der inzetting van het heiligavondmaal.
58:57Van onze Heer Jezus Christus.
59:00Welke ons beschrijft de heilige apostel Paulus in 1 Korinthe 11.
59:05Ik heb van de Heren ontvangen.
59:08Hetgeen ik ook u overgegeven heb.
59:10Dat de Heer Jezus in de nacht.
59:13In welke hij verraden werd.
59:15Het brood nam.
59:17En als hij gedankt had.
59:18Brak hij het.
59:20En zei de neemt eet.
59:22Dat is mijn lichaam.
59:24Dat voor u gebroken wordt.
59:26Doe dat tot mijn gedachten is.
59:29Desgelijks nam hij ook de drinkbeker.
59:31Na het eten des avondmaals.
59:33En zei hij, deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in mijn bloed.
59:38Doe dat zo dikwijls als gij dienst zult drinken tot mijn gedachten is.
59:44Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heren totdat hij komt.
59:54Zo dan, wie onwaardelijk dit brood eet of de drinkbeker des Heren drinkt,
1:00:01Die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heren.
1:00:05Maar de mens beproeven zichzelf en eten al zo van het brood en drinken van de drinkbeker.
1:00:13Want die onwaardelijk eten drinkt, die eten drinkt zichzelf een oordeel.
1:00:19Niet onderscheidende het lichaam des Heren.
1:00:23Opdat we nu tot onze troost des Heren avondmaal mogen houden.
1:00:29Is ons voor alle dingen nodig.
1:00:32Dat wij ons tevoren recht beproeven.
1:00:34Ten andere dat wij het tot dat einde richten.
1:00:38Waartoe het de Heere Christus verordineerd en ingesteld heeft.
1:00:43Namelijk tot zijn gedachtenis.
1:00:46De waarachtige beproeving van onszelf bestaat in deze drie stukken.
1:00:51Ten eerste bedenken en eigenlijk bij zichzelf zijn zonde en vervloeking.
1:00:57opdat hij zichzelf een misshagen en zich voor God veroopmoedigen, aangezien de toren gods tegen de zonde zo groot is, dat hij die, eer hij ze ongestraft
1:01:09niet blijven, aan zijn lieve zoon Jezus Christus met een bittere en smatelijke dood des kruises gestraft heeft.
1:01:18Ten andere onderzoeken een iegelijk zijn hart of hij ook deze gewisse belofte gods gelooft,
1:01:26Dat hem al zijn zonden alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn.
1:01:33En de volkomen gerechtigheid van Christus hem als zijn eigen toegerekend en geschonken is.
1:01:41Ja, zo volkomen alsof hij zelf in eigen persoon voor al zijn zonden betaald en alle gerechtigheid voorbracht had.
1:01:52Ten derde onderzoeken en liegelijk zijn conscientie.
1:01:56Of hij ook gezind is voortaan met zijn ganse leven waarachtige dankbaarheid.
1:02:02Gegens God ten Heere te bewijzen en voor het aangezicht Gods oprechtelijk te wandelen.
1:02:09Eens gelijks of hij zonder enige geveinsdheid, alle vijandschap, haat en neid van harte afleggende een ernstig voornemen heeft om van
1:02:21nu voortaan.
1:02:22In waarachtige liefde en enigheid met zijn naasten te leven.
1:02:27Alle dan die al zo gezind zijn.
1:02:30Die wil God gewisselijk in genade aannemen.
1:02:33En voor waardige medegenoten van de tafel zijn zoons.
1:02:38Jezus Christus houden.
1:02:41Daarentegen die dit getuigenis in hun hart hun niet gevoelen.
1:02:45Die eten en drinken zichzelf een oordeel.
1:02:48waarom wij ook naar het bevel van Christus en van den apostel Paulus, allen die zich met deze navolgende ergerlijke zonde besmet weten, vermalen van de tafel
1:03:01des Heren zich te onthouden en hun verkondigen dat zij geen deel in het Rijk van Christus hebben, als daar zijn alle afgode dienaars, alle die verstorven heiligen,
1:03:13engelen of andere schepselen aanroepen.
1:03:16Alle die de beelden eer aandoen.
1:03:18Alle tovenaars en waanzigers die vee of mensen.
1:03:22Mitschaders andere dingen zegenen.
1:03:25En die aan zulke zegening geloof hechten.
1:03:28Alle verachters van God, van zijn woord en van de heilige sacramenten.
1:03:33Alle godslasteraars.
1:03:35Alle die tweedracht, secten en muiterij.
1:03:38In kerken en wereldlijke regeringen het begeren aan te richten.
1:03:42Alle mijn edigen.
1:03:44Alle die hun ouders en overheden ongehoorzaam zijn.
1:03:48Alle doodslagers, kijvers en die hun haten neidt tegen hun naaste leven.
1:03:54Alle echtbrekers, hoereders, dronkaards, dieven, boekeraars.
1:03:59Rovers, spelers, scheergaards en al degene die een ergerlijk leven leiden.
1:04:05Deze allen, zolang zij in zulke zonde blijven, zullen zich van deze spijzen.
1:04:11Welke Christus alleen voor zijn gelovigen verordineerd heeft onthouden.
1:04:16Opdat hun gericht en verdoen is.
1:04:19Die des te zwaarder worden.
1:04:21Maar dit wordt ons geliefde broeders en zusters niet voorgehouden.
1:04:26Om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken.
1:04:31Alsof niemand tot het avondmaal des heren gaan mocht.
1:04:34Dan die zonder enige zonde waren.
1:04:37Want wij komen niet tot dit avondmaal.
1:04:41Om daarmee te beduigen dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn.
1:04:46Maar in tegendeel, aangezien wij ons leven buiten onszelf en in Jezus Christus zoeken.
1:04:54Zo bekennen wij daarmede dat wij midden in de dood liggen.
1:04:59Daarom al is het dat wij nog vele gebreken en ellendigheid in ons bevinden.
1:05:05Als namelijk dat wij geen volkomen geloof hebben.
1:05:09Dat wij ons ook met zulke ijver om God te dienen niet begeven als we schuldig zijn.
1:05:15Maar dagelijks met de zwakheid onzes geloofs en de boze lusten onzes vleesjes te strijden hebben.
1:05:22Nog thans des niet tegenstaande overmits ons door de genade des heilige geestes zulke gebreken van harte leed zijn.
1:05:33Wij begeren tegen ons ongeloof te strijden.
1:05:37En naar alle geboden gods te leven.
1:05:39Zo zullen wij gewis en zeker zijn.
1:05:43Dat geen zonde of zwakheid die nog tegen onze wil in ons overgebleven is.
1:05:50Ons kan hinderen.
1:05:52Dat ons God niet in genade zou aannemen.
1:05:55En als we deze hemelse spijs en drank waardig en die lachtig maken.
1:06:02Ten andere laat ons nu ook overdenken waartoe ons de Heer zijn avondmaal heeft ingezet.
1:06:08Namelijk dat we zo's doen zouden tot zijn gedachten is.
1:06:12Maar al dus zullen wij zijn er daarbij gedenken.
1:06:16Eerstelijk dat wij ganselijk in onze harten vertrouwen.
1:06:20Dat onze Heer Jezus Christus naar luid van de beloften.
1:06:24Die den voorvaderen in het oude testament van de beginnen afgeschied zijn.
1:06:30Van den Vader in deze wereld gezonden is.
1:06:34Ons vlees en bloed heeft aangenomen.
1:06:37Den toren God zonder welke wij eeuwiglijk hadden moeten verzinken.
1:06:41Van het begin zijn de menswording tot het einde zijn levens.
1:06:45Op aarde voor ons heeft gedragen.
1:06:48En alle gehoorzaamheid en gerechtigheid der goddelijke wet voor ons heeft vervuld.
1:06:54Voornamelijk toen hem de last van onze zonden.
1:06:58En van de toren gods het bloedige zweet in de hof uitgedrukt heeft.
1:07:02Waar hij gebonden werd opdat hij ons zou ontbinden.
1:07:07Daarna ontelbare smaatheden geleden heeft.
1:07:10Opdat wij niet meer te schande zouden worden.
1:07:14Onschuldig ter dood veroordeeld is.
1:07:16Opdat wij voor het gericht god zouden vrijgesproken worden.
1:07:21Ja, zijn gezegend lichaam aan het kruis heeft laten nagelen.
1:07:25opdat hij het handschrift onze zonden daaraan zou hechten.
1:07:30En heeft al zo de vervloeking van ons op zich gelaten, opdat hij ons met zijn zegening vervullen zal.
1:07:37En heeft zich vernederd tot in de allerdiepste versmaatheid en angst der hel, met lichaam en ziel aan het houden skruises, toen hij riep met luider stem, mijn God, mijn God, waarom
1:07:50hebt gij mij verlaten?
1:07:53Opdat wij tot God zouden genomen en niet meer van hem verlaten worden.
1:07:58En hij heeft eindelijk met zijn dood en bloedstorting het nieuwe en eeuwige testament.
1:08:04Het verbond der genade en der verzoening besloten toen hij zeide het is volbracht.
1:08:12En opdat wij vastelijk zouden geloven dat wij tot dit genadeverbond behoren.
1:08:18Nam de Heer Jezus in zijn laatste avond maar het brood.
1:08:22En als hij gedankt had, brak hij het.
1:08:25En gaf het zijn discipelen.
1:08:27En zeiden, neemt, eet, dat is mijn lichaam.
1:08:31Het wel voor u gegeven wordt.
1:08:33Doe dat tot mijn gedachten is.
1:08:37Desgelijks na het avondmaal nam hij de drinkbeker.
1:08:40En gedankt hebbende gaf hun dienst, zeggende, drinkt allen daaruit.
1:08:45Deze drinkbeker is het nieuwe testament in mijn bloed.
1:08:49Het wel voor u.
1:08:50En voor velen vergoten wordt.
1:08:52Tot vergeving der zonden.
1:08:55Doe dat.
1:08:56Zo dikwijls als gij dienst zult drinken.
1:08:58Tot mijn gedachtenis.
1:09:00Dat is.
1:09:01Zo dikwijls als gij van dit brood eet.
1:09:05En van deze beker drinkt.
1:09:07Zult gij daardoor.
1:09:09Als door een gewisse gedachtenis een pand.
1:09:13Vermaand en verzekerd worden.
1:09:15Van deze.
1:09:16Mijn hartelijke liefde en trouw.
1:09:18Jegens u dat.
1:09:20Ik voor u, daar gij anders den eeuwige dood had moeten sterven, mijn lichaam aan het houden kruises in den dood geven, en mijn bloed vergieten, en uw hongerige
1:09:33en dorstige zielen, met dit mijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed, tot het eeuwige leven spijzen en laven, evenzekerlijk, als een iegelijk dit
1:09:45brood voor zijn ogen gebroken en deze beker hem gegeven wordt.
1:09:49En gij die tot mijn gedachten is met uw mond eet en drinkt.
1:09:55Uit deze inzetting des heilige avondmaals van onze Heer Jezus Christus zien wij.
1:10:02Dat hij ons geloof en betrouwen op zijn volkomen offerande die eenmaal aan het kruis geschiet is.
1:10:10Als op den enige grond en fundament onze zaligheid wijst.
1:10:15Waar hij onze hongerige en dorstige zielen.
1:10:20Tot een waarachtige spijs en een drank des eeuwige levens geworden is.
1:10:25Want door zijn dood heeft hij de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer.
1:10:30Namelijk de zonde weggenomen.
1:10:33En ons de levendmakende geest verworven.
1:10:36Opdat wij door die geest.
1:10:38Die in Christus als in het hoofd.
1:10:41En in ons als in dit mate woont.
1:10:44Met hem.
1:10:45Waarachtige gemeenschap zouden hebben.
1:10:48En al zijn goederen het eeuwige leven.
1:10:51De gerechtigheid en de heerlijkheid die lachtig worden.
1:10:56Daarbenevens dat wij ook door dezelfde geest onder elkaar als lidmaten van één lichaam.
1:11:03In waarachtige broederlijke liefde verbonden worden.
1:11:07Gelijk de heilige apostel spreekt één brood is het.
1:11:10Zo zijn wij velen één lichaam.
1:11:13Terwijl wij allen eensbroodstilachtig zijn.
1:11:17Want gelijk uit vele graankorrels, één meel gemalen en één brood gebakken wordt.
1:11:24En uit vele bezins samengeperst zijnde, één wijn en drank vliet en zich onder één vermengt.
1:11:31Al zo zullen wij allen die door het waarachtig geloof Christus ingelijst zijn.
1:11:37Door broederlijke liefde om Christus, ons als lief en zaligmakers wil.
1:11:42Zoals de voren zo uitnemend heeft lief gehad.
1:11:46Al tezamen.
1:11:47Eén lichaam zijn.
1:11:49En zo niet alleen met woorden.
1:11:51Maar ook met de daad.
1:11:53Jegen zou kander bewijzen.
1:11:55Daartoe helpen ons de almachtige.
1:11:59Warmhartige God en Vader.
1:12:01Van onze Heer Jezus Christus.
1:12:03Door zijn heilige geest.
1:12:06Amen.
1:12:08Opdat we dan dit alles mogen verkrijgen.
1:12:11Laat ons onszelf voor God veropmoedigen.
1:12:15En hem het waarachtig geloof.
1:12:17Om zijn genade aan te roepen.
1:12:23Warmhartige God en Vader.
1:12:25Wij bidden u.
1:12:27Dat gij in dit avondmaal.
1:12:29Waarin wij oefenen.
1:12:31De heerlijke gedachtenis.
1:12:34Van de bittere dood.
1:12:35Van uw lieve zoon.
1:12:37Jezus Christus.
1:12:39Door uw heilige geest.
1:12:41In onze harten wil bewerken.
1:12:43Dat wij ons met berachten vertrouwen.
1:12:46Aan uw zoon.
1:12:47Jezus Christus.
1:12:49Hoe langer hoe meer overgeven.
1:12:52Opdat onze bezwaarde en verslagen harten.
1:12:56Met zijn waarachtig lichaam en bloed.
1:12:59Ja met hem waarachtig God en mens.
1:13:02Het enige hemelse brood.
1:13:05Door de kracht des heilige geestes.
1:13:08Gespijzigd en gelaafd worden.
1:13:10En dat wij niet meer in onze zonden.
1:13:13Maar hij in ons.
1:13:15En wij in hem leven.
1:13:17En zo waarachtiglijk het nieuwe en eeuwige testament.
1:13:21En verbonden genade deelachtig zijn mogen.
1:13:24Dat wij niet twijfelen of gij zult eeuwigelijk onze genadige vader zijn.
1:13:31Ons onze zonden niet meer toerekenende.
1:13:34En met alle dingen aan lichaam en ziel verzorgende.
1:13:38Als uw lieve kinderen en erfgenamen.
1:13:42Verleen ons ook uw genade.
1:13:45Dat wij getroost ons kruis op ons nemende.
1:13:48Onszelf verlogenen.
1:13:50Onze heiland beleiden.
1:13:52En in alle droefenis met een opgeheven hoofd.
1:13:56Onze Heer Jezus Christus uit den hemel verwachten.
1:14:01Waar hij onze sterfelijke lichamen aan zijn verheerlijk lichaam gelijk maken.
1:14:07En ons tot zich nemen zal in eeuwigheid.
1:14:12Verhoor ons.
1:14:14O God, een warmhartige Vader.
1:14:16Door Jezus Christus, die ons aldus heeft leren bidden.
1:14:20Onze Vader, die in de hemelen zijt.
1:14:24Uw naam worden geheiligd.
1:14:27Uw koninkrijk komen.
1:14:29U wil geschieden gelijk in de hemel.
1:14:32Al zo ook op de aarde.
1:14:34Geef ons heden, ons dagelijks brood.
1:14:37En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
1:14:43En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
1:14:48Want uwe is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in de eeuwigheid.
1:14:56Wil ons ook zo sterken door dit heiligavondmaal in het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
1:15:06Waarvan wij beleiders doen met mond en hart sprekende.
1:15:10Ik geloof in God den Vader.
1:15:13Den Almachtige.
1:15:15Schepper des hemels en der aarde.
1:15:18En in Jezus Christus zijn enige geborene Zoon.
1:15:22Onze Heere.
1:15:24Die ontvangen is van de heilige geest.
1:15:27Geboren uit de maagd Maria.
1:15:30Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.
1:15:33Is gekruisigd.
1:15:35Gestorven en begraven.
1:15:38Nedergedaald ter helle.
1:15:40Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.
1:15:44Opgevaren ten hebel.
1:15:46Zittende ter rechterhand gods.
1:15:49Des almachtigen vaders.
1:15:51Van waar hij komen zal om te oordelen.
1:15:55De levenden en de doden.
1:15:58Ik geloof in den heidigen geest.
1:16:02Ik geloof in heidige algemene christelijke kerk.
1:16:07De gemeenschap.
1:16:22Opdat we dan met het prachtige hemelse brood Christus gespijzigd mogen worden.
1:16:27Zo laat ons met onze harten niet aan het uiterlijke brood en wijn blijven hangen.
1:16:34Maar onze harten opwaarts in de hemel verheffen.
1:16:37Waar Jezus Christus is onze voorspraak.
1:16:41...ter rechterhand zijn hemelse vaders...
1:16:44...waarheen ons ook de artikelen van ons christelijk geloof wijzen.
1:16:49Niet twijfelende of wij zullen zomerachtig...
1:16:54...door de werking des heilige geestes...
1:16:56...met zijn lichaam aan bloed...
1:16:59...aan onze zielige spijzer tergelaafd worden...
1:17:01...als wij dit heilige brood en de heilige drank...
1:17:05...tot zijn gedachtenis ontvangen.
1:17:10Gemeente, als u de tafel in gereden wordt gebracht...
1:17:13Dan zingen wij uit psalm 36.
1:17:16En daarvan het tweede en het derde vers.
1:17:19Psalm 36, vers 2.
1:17:21Uw goedheid, heren, is hemelhoog.
1:17:24Uw waarheid tot de wolkenboog.
1:17:26Uw recht is als godsbergen.
1:17:29En ook het derde vers bij u, heren, is de levensbron.
1:17:33U ligt uit klaarte dan de zon.
1:17:35Ons het heugelijk licht aanschouwen.
1:17:37Ik noem u psalm 36, vers 2 en 3.
1:17:41[GEZANG]
1:24:44Gemeente, de lodiging gaat uit om de koning der kerk te beleiden onder de tekenen van brood en wijn.
1:24:51Kom dan, want alle dingen zijn nu gereed.
1:26:37Er zijn nog een tweetal plaatsen aan deze tafel.
1:27:14Het brood dat we breken is gemeenschap aan het lichaam van Christus.
1:27:19Neemt, eet, gedenkt en gelooft dat het dierbare lichaam van onze Heer Jezus Christus...
1:27:26Voor ons verbroken is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.
1:27:31De
1:28:39drinkbeker der dankzegging.
1:28:41Die bij dankzeggende zegenen is gemeenschap als het bloed van Christus.
1:28:46Neemt, drinkt allen eruit.
1:28:48Gedenkt en gelooft dat het dierbaar bloed van onze Heer Jezus Christus voor u vergoten is.
1:28:54Tot een volkomen verzoening van al onze zonden.
1:31:10Ik lees u een gedeelte uit Psalm 138, vers 1 tot en met 5.
1:31:16Psalm 138.
1:31:29Een psalm van David.
1:31:31Ik zal u loven met mijn gehele hart.
1:31:35In de tegenwoordigheid der goden zal ik uw psalm zingen.
1:31:39Ik zal me nederbuigen naar het paleis uw heiligheid.
1:31:43En ik zal uw naam loven om uw goede tierenheid en om uw waarheid.
1:31:50Want gij hebt vanwege uw ganse naam uw woord groot gemaakt.
1:31:55Ten dagen als ik riep, zo hebt gij mij verhoord.
1:31:59Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.
1:32:03Alle koningen der aarde zullen u, o heren, loven.
1:32:07Wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen uw smons.
1:32:11En ze zullen zingen van de wegen des heren.
1:32:14Want de heerlijkheid des heren is groot.
1:32:18Tot zover, geliefden.
1:32:21De heerlijkheid des Heren is groot.
1:32:24Dat is toch wel bijzonder ook aan de tafel van het sacrament van het heiligavondmaal.
1:32:29Daar wordt ons toch op een bijzondere wijze de heerlijkheid van God getoond in de openbaring van zijn Zoon.
1:32:35De liefde van de Vader die zijn Zoon zond.
1:32:37De Zoon die de liefde bewees aan de Vader en aan zijn kerk die zichzelf vergaf.
1:32:43De heerlijkheid des Heren.
1:32:44Het Oude Testament is vaak het woord heerlijkheid des Heren.
1:32:49Een heenwijzing naar de arktie van Gods gunst getuigd.
1:32:52Naar de Christus ter schriften.
1:32:55En dan zegt het versje, dan zingen zij in God verblijt.
1:32:59Vanwege de heerlijkheid des Heren.
1:33:01De Heren geven u die lof, die dankzegging in de mond.
1:33:06Vanwege deze heerlijkheid Gods van Hem.
1:33:09Waarvan de Vader getuigd heeft.
1:33:10Deze is mijn geliefde Zoon.
1:33:12In de welke ik al mijn welbehagen heb, hoort Hem.
1:33:16We gaan het ook zingen, het derde vers uit Psalm 138.
1:33:20Dan zingen zij in God verblijt, aan hem gewijd, van ons heren wegen.
1:33:26Het derde vers van Psalm 138.
1:33:29[GEZANG]
1:39:42Gemeente, opnieuw gaat de nodiging uit om de dood des heren te gedenken, om zijn naam te beleiden, om hem de eer en de aanbidding te geven.
1:39:52Kom dan, want alle dingen zijn nu gereed.
1:39:56Er
1:41:00is nog plaats.
1:41:01Aan deze tafel.
1:41:02Voor
1:41:09de laatste maal gaat de nodiging uit.
1:41:12Het
1:41:26brood dat wij breken is gemeenschap aan het lichaam van Christus.
1:41:30Neemt, eet, gedenkt en gelooft dat het dierbare lichaam van onze Heer Jezus Christus voor u verbroken is tot een volkomen verzoening van al onze
1:41:42zonden.
1:41:43De
1:42:46drinkbeker der dankzegging die wij dankzeggende zegenen is gemeenschap aan het dood van Christus.
1:42:52Neemt.
1:42:54Drinkt allen eruit.
1:42:55Gedenkt en gelooft.
1:42:56Dat het dierbaar bloed van ons Heer Jezus Christus.
1:43:00Voor ons verbroken is tot een volkomen verzoening.
1:43:03Voor ons vergoten is tot een volkomen verzoening.
1:43:06Van al onze zonden.
1:45:03Ik lees weer het vervolg van Psalm 138.
1:45:10Psalm 138 vers 6 tot en met 8.
1:45:16Want de Heer is hoog.
1:45:19Nochtans ziet hij de nederige aan.
1:45:23En de verhevene kent hij van verre.
1:45:26Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt gij mij levend.
1:45:31Uw hand strekt gij uit tegen de toren mijner vijanden.
1:45:36En uw rechterhand behoudt mij.
1:45:39De Heere zal het voor mij volleinden.
1:45:42Uw goede tierenheid, Heere, is in eeuwigheid.
1:45:47Laat niet varen de werken uw handen.
1:45:52Geliefde de dichter die spreekt in deze vers over benauwdheid.
1:45:56Kent u wellicht ook.
1:45:57Week van voorbereiding.
1:45:59Benauwdheid.
1:46:00Onderzoek van onszelf.
1:46:02Misschien ook wel benauwdheid.
1:46:03Ook straks naar deelname aan de bediening.
1:46:06Is het wel recht geweest.
1:46:08Mocht ik daar wel aan zitten.
1:46:10Als ik wandel in het midden der benauwdheid.
1:46:12De dichter.
1:46:14Die zoekt het bij de heren.
1:46:16Dan zegt hij maakt gij mij levend.
1:46:19Uw toezegging zegt Psalm 119.
1:46:22Heeft mij levend gemaakt.
1:46:23Uw belofte.
1:46:24Uw toezegging.
1:46:25Die maakt mij levend.
1:46:28En dan zegt hij ook.
1:46:29De Heere zal het voor mij volleinden.
1:46:32Dat wordt toch juist in het sacrament van het heilige haal.
1:46:35Maar ons duidelijk gemaakt.
1:46:37Dat het de tekenen zijn van de Heere.
1:46:39De verbondsgod.
1:46:40En dat het werk ook vast ligt.
1:46:42Waarachtig is.
1:46:43Dat het ook door hem verworven is.
1:46:45Door hem betaald is.
1:46:47De zekerheid is tot versterking van het waardzaligmakend geloof.
1:46:51Versterking in de belofte gods.
1:46:54In deze belofte.
1:46:55De Heere zal het voor mij volleinden.
1:46:59Uw goede tierenheid is een eeuwigheid.
1:47:03Laat niet varen de werk uw handen.
1:47:06Werachtige bekering.
1:47:07Dat is toch het werk van zijn handen.
1:47:10En dan mag toch de bedoek opklinken.
1:47:12En ook de versterking ervaren worden bij het sacrament.
1:47:16Laat niet varen de werken uw handen.
1:47:19We gaan het ook zingen, het vierde vers van Psalm 138.
1:47:23Als ik omringd door tegens moet, bezwijken moet, schijnt gij mij leven.
1:47:29Psalm 138, vers 4.
1:47:31[GEZANG]
1:52:06Geliefden in den Heere, terwijl de Heere nu aan zijn tafel onze ziel gespeisigd heeft, zo laat ons al tezamen zijn naam met dankzegging prijzen.
1:52:19En in die geluksprekenis in hart, al dus uit psalm 103, loofden heren mijn ziel.
1:52:26En al wat binnen in mij is zijn heilige naam, loofden heren mijn ziel en vergeet geen van zijn weldaden.
1:52:35Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest, die uw leven verlost van het verderf.
1:52:46die u kroont met goede tierenheid en barmhartigheden.
1:52:51Barmhartig en genadig is de Heer, langmoedig en groot van goede tierenheid.
1:52:57Hij zal niet altoos twisten, nog eeuwiglijk ten toren behouden.
1:53:03Hij doet ons niet naar onze zonden en vergelt ons niet naar onze ongerechtigheden.
1:53:10Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is zijn goede tierenheid geweldig.
1:53:16Over degene die hem vrezen.
1:53:18Zover het oosten is van het westen.
1:53:21Zover doet hij onze overtredingen van ons.
1:53:26Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen.
1:53:29Ontfermt zich de heren over degene die hem vrezen.
1:53:33Die ook zijn eigen zoon niet gespaard heeft.
1:53:37Maar heeft hem voor ons allen overgegeven.
1:53:41En ons alles met hem geschonken.
1:53:45Daarom bevestigt God, daarmee de zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is als wij nog zonders waren.
1:53:54Zo zullen wij ook veel meer door hem behouden worden van zijn toren, nadat wij door zijn bloed gerechtvaardigd zijn.
1:54:03Want indien wij met God verzoend zijn door de dood zijn zoons, toen wij nog vijanden waren, veel meer zullen wij behouden worden door zijn leven.
1:54:14Nadat wij met hem verzoend zijn.
1:54:17Daarom zal mijn mond en hart.
1:54:20Des herenlof verkondigen van nu aan.
1:54:23Tot in de eeuwigheid.
1:54:25Amen.
1:54:27Eindigen wij met het gebed gemeente.
1:54:31O barmhartige God en Vader.
1:54:35Wij danken u van ganster harte.
1:54:37Dat gij uit grondeloze barmhartigheid.
1:54:41Ons uw enige geboren zoon.
1:54:43Tot een middelaar een offer voor onze zonden.
1:54:47En tot een spijzer en drank des eeuwige levens geschonken hebt.
1:54:51En dat gij ons geeft een waarachtig geloof.
1:54:55Waardoor wij zulke uw weldaten deelachtig worden.
1:54:59Gij hebt ons ook tot sterking daarvan door uw lieve zoon Jezus Christus.
1:55:05Het heilig avondmaal laten instellen en verordenen.
1:55:10Wij bidden u, o getrouwe God en Vader, dat gij door de werking uw heilige geestes, de gedachtenis van onze Heer Jezus Christus en de verkondiging van zijn dood,
1:55:22ons tot dagelijks toenemen in het rechte geloof en in de zalige gemeenschap van Christus wilt laten gedijen.
1:55:30Door hem, uw lieve Zoon Jezus Christus, in wiens naam wij onze gebeden besluiten.
1:55:38Gelijk u ons geleerd heeft, zeggende onze Vader die in de hemelen zijt.
1:55:44Uw naam wordt geheiligd.
1:55:47Uw koninkrijk komen.
1:55:49U wil geschieden gelijk in de hemel, al zo ook op de aarde.
1:55:54Geef ons heden ons dagelijks brood.
1:55:57En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
1:56:03Leid ons niet in verzoeking.
1:56:06Maar verlos ons van de boze.
1:56:08Want uwer is het koninkrijk.
1:56:11En de kracht en de heerlijkheid.
1:56:14Tot in de eeuwigheid.
1:56:17Amen.
1:56:20Gemeente wij zingen tot slot de psalm 68.
1:56:23Het tiende en het zeventiende vers.
1:56:26Psalm 68 vers 10.
1:56:28Gelooft zijn God met diepst ons zag.
1:56:31En je overlaat ons dag aan dag.
1:56:33Met zijn de gunst bewijzen.
1:56:36En ook vers 17, hoe groot, hoe vreselijk, zei het galom.
1:56:40Psalm 68, vers 10 en 17.
1:56:44Gaat
1:56:44[GEZANG]
2:01:20u heen in vrede, dragende de zegen des Heren.
2:01:23De Heren zegenen u en behoeden u.
2:01:26De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.
2:01:32De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
2:01:39Amen.
2:01:39[GEZANG]