0:00Onze
0:00[GEZANG]
9:30hulp en onze verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die
9:40trouw houdt van geslacht tot geslacht en die leeft tot in der eeuwigheid, en die niet laat varen de werken van zijn handen.
9:50Amen.
9:53Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.
9:59En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
10:03En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
10:08De eerstgeborene uit de doden.
10:11En de overste van de koningen der aarde.
10:16Amen.
10:19Kom gemeente laten wij met elkaar zingen uit psalm 139.
10:23Het eerste vers niets is o oppermajestijd.
10:29Bedekt voor uw alwetendheid en ook het tweede vers, gomringt mijn gaan en liggen, gij, o heren, zijt altoos nevens mij.
10:40Wij noemden het eerste en het tweede vers uit psalm 139.
10:46Kerk
10:46[GEZANG]
15:18van alle tijden, in alle plaatsen beleidenis van ons algemene en ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden van de twaalf artikelen.
15:26En zingen daarna uit Psalm 37 het twintigste vers.
15:31Het heilot dat rechtvaardigen verkregen.
15:35Vloeit af van God hun sterkt.
15:37Als de angst hen knelt.
15:40En wat er verder volgt.
15:41Twintigste of laatste vers uit Psalm 37.
15:45Na de beleidenis van het geloof.
15:47En ieder van u spreken met mij.
15:49In zijn of haar hart.
15:52Al dus.
15:53Ik geloof in God.
15:55de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde, en in Jezus Christus zijn eniggeboren Zoon, onze Heere, die
16:07ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en
16:20begraven, nedergedaald ter helle.
16:24Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.
16:28Opgevaren ten hemel.
16:30Zittende ter rechterhand gods des almachtige vaders.
16:35Van waar hij komen zal om te oordelen.
16:38De levende en de doden.
16:42Ik
16:43geloof in de heilige geest.
16:46Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.
16:50De gemeenschap der heiligen.
16:54Vergeving der zonden, wederopstanding des vleesers en een eeuwig leven.
17:01Amen.
17:02We
17:02[GEZANG]
19:11openen Gods woord vanavond in de profetieën van Daniel en lezen daar het tweede hoofdstuk.
19:19Te beginnen bij vers 1 tot vers 23 en dat is ook de tekst voor vanavond.
19:27Dus
19:28de schriftlezing en de tekst vindt u opgetekend.
19:33In Daniel 2 vanaf vers 1 tot 23.
19:39In
19:43het tweede jaar nu des koninkrijks van Nebukadnezar droomde Nebukadnezar dromen.
19:49Daarvan werd zijn geest verslagen en zijn slaap werd in hem gebroken.
19:56Toen zei de koning dat men roepen zou de tovenaars en de sterrenkijkers en de guigelaars en de galdeeën.
20:03Om de koning zijn dromen te kennen te geven.
20:07Zij nu kwamen en stonden voor het aangezicht des konings.
20:11En de koning zei tot hen, ik heb een droom gedroomd.
20:15En mijn geest is ontsteld om die droom te weten.
20:20Toen spraken de Galdeën tot de koning in het Syries.
20:24O koning, leef in eeuwigheid.
20:27Zeg uw knechten de droom.
20:29Zo zullen wij de uitlegging te kennen geven.
20:33De koning antwoordde en zei er tot de Galdeeën, de zaak is mij ontgaan.
20:38Indien gij mij de droom en zijn uitlegging niet bekend maakt, gij zult in stukken gehouden worden en uw huizen zullen tot een drekhoop gemaakt worden.
20:49Maar indien gij lieder de droom en zijn uitlegging te kennen geeft, zo zult gij geschenken en gaven en grote eer van mij ontvangen.
20:59Daarom geef mij de droom.
21:02En zijn uitlegging te kennen.
21:05Ze antwoordde ten tweede maal en zeiden.
21:07De koning zeggen zijn knechten de droom.
21:10Dan zullen wij de uitlegging te kennen geven.
21:14De koning antwoordde en zeiden.
21:16Ik weet vastelijk dat gij lieden de tijd uitkoopt.
21:19Terwijl gij ziet dat de zaak mij ontgaan is.
21:24Indien gij lieden mij die droom niet te kennen geeft.
21:27U lieder vonnis is ene lei.
21:31Daarom hebt gij een leugenachtig en verdicht woord voor mij te zeggen bereid, totdat de tijd veranderen.
21:38Daarom zegt mij de droom, dan zal ik weten dat gij mij deszelfs uitlegging zult te kennen geven.
21:45De Galdeeën antwoordden voor de koning en zeiden, er is geen mens op de aardbodem die des konings woord zou kunnen te kennen geven.
21:55Daarom is er geen koning, grote of heerser.
21:59die zulke zaak begeerd heeft van enig tovenaar of sterrenkijker of galdeer.
22:05Want de zaak die de koning begeert is te zwaar.
22:08Er is niemand anders die dezelfde voor de koning te kennen kan geven...
22:13dan de gode welker woning bij het vlees niet is.
22:19Daarom werd de koning toornig en zeer verbolgen en zei...
22:23dat men al de wijze te Babel zou ombrengen.
22:27Die wet dan ging uit.
22:29En de wijzen werden gedood, men zocht ook Daniel en zijn metgezellen om gedood te worden.
22:36Toen bracht Daniel een raad en oordeel in aan Arioch, de overste der trawanten des konings, die uitgetogen was om de wijzen van Babel te doden.
22:48Hij antwoordde en zei er tot Arioch, de bevelhebber des konings, waarom zou de wet van des konings wegen zo verhaast worden?
22:58Toen gaf Ariok aan Daniel de zaak te kennen.
23:02En Daniel ging in en verzocht van de koning dat hij hem een bestemde tijd wil geven dat hij de koning de uitlegging te kennen gaven.
23:13Toen ging Daniel naar zijn huis en hij gaf de zaak aan zijn metgezellen Hanania, Misael en Azaria te kennen.
23:23opdat zij van de God des hemels barmhartigheden verzochten over deze verborgenheid, dat Daniel en zijn metgezellen met de
23:35overige wijze van Babel niet omkwamen.
23:39Toen werd aan Daniel in een nachtgezicht de verborgenheid geopenbaard.
23:46Toen loofde Daniel de God des hemels.
23:50Daniel antwoordde en zei er,
23:53De naam God zij gelooft van eeuwigheid tot in eeuwigheid.
23:59Want zijne is de wijsheid en de kracht.
24:04Want hij veranderde tijden en stonden.
24:07Hij zette koningen af en hij bevestigde koningen.
24:12Hij geeft de wijze wijsheid en wetenschap degene die verstand hebben.
24:17Hij openbaart diepe en verborgen dingen.
24:22Hij weet wat in het duister is, want het licht woont bij hem.
24:27Ik dank en ik loof u, o God mijner vaderen, omdat gij mij wijsheid en kracht gegeven hebt en mij nu bekendgemaakt hebt wat wij van
24:39u verzocht hebben, want gij hebt ons des koningszaak bekendgemaakt.
24:46Tot zover de schriftlezing.
24:48Laten wij eerst de heren vragen om zijn...
24:52Onmisbare zegen laten wij bidden.
24:58Heren, alles, maar dan ook alles, ligt onder uw bestuur.
25:04En het is in uw voorzienigheid dat u ons vanavond samenbrengt op deze doordeweekse dag in uw huis.
25:14En
25:16dan hebt u overal uw wijze bedoelingen mee.
25:19U
25:21brengt ons onder uw woord.
25:23U wilt ons nog ontmoeten en nog van vrede spreken.
25:28En dat is onbegrijpelijk heren.
25:31Als we zien wie wij zijn.
25:33Dat wij u de rug en de nek hebben toegekeerd.
25:36U hebt zelf vanuit de hoge hemel neergezien.
25:41Of er iemand verstandig was.
25:43Of er iemand is die naar u zoekt of naar u vraagt.
25:48En u hebt er niet één gevonden.
25:52Maar u vraagt naar ons.
25:55Ook vanavond.
25:57En daarom brengt u ons nog samen.
26:01In deze eredienst.
26:03Maar geef heren dat deze dienst dan ook werkelijk een eredienst mag zijn.
26:11Een dienst tot de eer en de verheerlijking van uw naam.
26:17En bijzonder in deze week van voorbereiding.
26:22En heren u weet wat dat voor ons betekent.
26:28Wat kan het een vragen geven.
26:32Wat kan het een strijd geven.
26:36Wat kan het ook een vreugde geven en een uitzien.
26:41En heren, dan hebben wij in alles uw nodig.
26:47Uw heilige geest nodig.
26:49Die ontdekt en overtuigt.
26:55En dat geldt ook voor uw knecht, heren.
26:58Waar een beroep is uitgegaan van
27:01de gemeente.
27:04En waar er een beslissing genomen moet worden.
27:07En het kan toch alleen, heren.
27:10Als u hem de weg wijst.
27:14En als u zich openbaart.
27:18En dat hebben we nodig, heren.
27:21En opdat we bewaard worden voor onszelf.
27:25Bewaard worden voor onze eigen gedachten en onze eigen plannen.
27:31Maar om u te volgen.
27:33En zo dragen we de gemeente aan u op, heren herderloos.
27:40En toen u, uw zoon.
27:43Tijdens een rondwandeling op aarde het volk zag.
27:47Was hij met innerlijke ontverming bewogen.
27:52Omdat ze hedderloos waren.
27:55Wees zo ook met innerlijke ontverming bewogen.
28:00Over de gemeente.
28:04En wil u een man naar uw gunst.
28:07Op uw tijd zenden.
28:09Dat doet u toch heren.
28:12Zoals u met de kerk van alle tijden en plaatsen beleidde.
28:16Dat u goede letieren luxent verkondigers van die zeer blijde boodschap.
28:22Tot wie u wilt en wanneer u wilt.
28:28Heere, geef dan ook het gebed in de gemeente.
28:34Zoals Daniel u
28:38verzocht om
28:42barmhartigheden over de verborgenheid.
28:48Heere, geef zo worstelaars.
28:51Aan uw genadentron.
28:56En die zijn er niet alleen in Oudorp.
28:59Maar ook in Opheusden.
29:02En u weet alle dingen heren.
29:05En
29:07we zullen het maar eerlijk zeggen.
29:09Wij hebben wel een idee.
29:12Of het werk klaar is in de gemeente.
29:14Of nog niet klaar is.
29:18Wij weten wat goed is.
29:21Voor een gemeente.
29:22Of niet goed is voor een gemeente.
29:26Maar uw gedachten zijn zoveel hoger dan onze gedachten.
29:33Wij zijn zo menselijk en vleeselijk, heren, we beleiden het.
29:38U
29:40bent die God die regeert van de zee tot aan de zee.
29:48En u bouwt uw koninkrijk,
29:51opdat uw koninkrijk ook volmaakt zij.
29:55O
29:57Vader, het
30:03is toch uw trouwe vaderhand die zorgt.
30:10Het is uw trouwe vaderhand die uw zoon genomen heeft en hem gebracht heeft aan het kruis.
30:17O
30:19zoon, maak ons uw beeld gelijk.
30:23En
30:25wat hebben we nodig?
30:27De troost van u, o heilige geest.
30:31Het is toch die geest die
30:34levend maakt.
30:36Die van de vader en van de zoon uitgaat.
30:40En ook met de vader en met de zoon.
30:45Verheerlijkd en aangebeden moet worden.
30:48Heren werk dan nog krachtig.
30:50Met uw geest.
30:53Gedenk zo een ieder heren.
30:55U weet wat ons hier gebracht heeft.
30:59U weet wat er in ons omgaat.
31:01U kent onze verlangen en begeerden.
31:05U weet de dingen die wij moeilijk vinden.
31:07Waar we onzeker over zijn.
31:09U weet de dingen die spanning opleveren.
31:13Als we met onze gezondheid tobben als er beperkingen zijn.
31:17Heren we dragen het alles aan u op.
31:20Gedenkt nog de nood van deze wereld.
31:26Werkt nog krachtig heren.
31:28Tot de eer en de verheerlijking van uw naam.
31:31Door uw woord en door uw geest.
31:35Zegen daartoe al het werk wat gedaan wordt onder het Joodse volk.
31:40Onder de vervolgde kerk.
31:43Het werk wat gedaan wordt door zending en evangelisatie.
31:47Het werk ook wat vanuit de gemeente gedaan wordt, heren.
31:51Achtervolg het met uw zegen.
31:53Maak ons allen evangelisten.
31:57En werk nog, heren.
32:00Opdat uw grote daden gezien zullen worden en herkend.
32:06Breng nog toe tot de gemeente die zalig worden.
32:11Daarin ligt toch deskomings heerlijkheid.
32:15In de veelheid van onderdanen.
32:18We hebben het niet verdiend heren.
32:22Maar onthoud ons de werking en de bediening van uw geest niet.
32:27In het spreken niet en in het luisteren niet.
32:31Maar werk nog krachtig.
32:35Breek het werk van Satan.
32:38Bouw uw gemeente in het allerheiligst geloof.
32:43U
32:46alleen de eer en de heerlijkheid.
32:50We vragen het van u om.
32:53Christus wil alleen.
32:56Amen.
32:57In
33:00de dienst der offeranden worden van u een drietal gaven gevraagd.
33:03De eerste collecte is bestemd voor de diakonie.
33:06De tweede voor de kerkvolgdij.
33:08En de derde collecte is bestemd voor het onderhoudsfonds.
33:12Alle drie de collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.
33:18De heren zegenen u en uw liefde gaven.
33:22Wij gaan samen zingen met elkaar op Psalm 104.
33:26En wij zingen daarvan het eerste en ook het tweede vers.
33:30Psalm 104 vers 1.
33:32Waak op mijn ziel, loof de oppermajesteit.
33:37En ook het tweede vers.
33:39Gij zoldert in de wateren uw troon.
33:42En wat er verder volgt.
33:43Eerste en tweede vers uit Psalm 104.
33:46[GEZANG]
40:00Gemeente de tekst.
40:02Is het gedeelte wat ik u zojuist heb voorgelezen, Daniel 2, vers 1 tot 23.
40:09Maar laten wij samen nog één keer het negentiende en het twintigste verskie lezen.
40:16Daniel 2, vers 19 en 20.
40:21En daar luidt Gods onfeilbaar woord als volgt.
40:24Toen werd aan Daniel in een nachtgezicht de verborgenheid geopenbaard.
40:32Toen loofde Daniel de God des hemels.
40:36En Daniel antwoordde en zeide de naam God zij gelooft van eeuwigheid tot in eeuwigheid.
40:45Want zijne is de wijsheid en de kracht.
40:49Tot zover.
40:51En
40:52wij zien in dit gedeelte dat God de toekomst beheerst en openbaart.
41:03Beheerst en openbaart de toekomst.
41:07Een
41:09drietal gedachten.
41:10In de eerste plaats staan wij stil bij ellende.
41:13Ten tweede bij verlossing.
41:16En ten derde bij dankbaarheid.
41:20God beheerst en openbaart de toekomst.
41:25Ten eerste ellende.
41:28Ten tweede verlossing.
41:31En ten derde...
41:34Gemeente, het boek Daniel is best een heel opmerkelijk boek.
41:40U vindt daar natuurlijk in de eerste zes hoofd ook prachtige geschiedenissen.
41:45En ik denk ook dat onze jongens en meisjes die wel kennen.
41:49Die drie vrienden van Daniel in de vurige oven.
41:52Of Daniel zelf in de leeuwenkuil.
41:55Waar hij op een wonderlijke manier gespaard wordt.
41:58Die eerste zes hoofdstukken zijn wel bekend, maar daarna volgen de echte profetieën.
42:05En zo zijn er wel verklaarders die zeggen, nou dat moet eigenlijk wel door twee verschillende mensen geschreven zijn.
42:12Die Daniel, een van de jongelingen die in ballingschap zijn gevoerd naar Babel.
42:19Die dit heeft meegemaakt.
42:21En dat is een hele andere Daniel als die Daniel die de profetieën heeft geprofiteerd.
42:28Dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo zijn.
42:30De Heilige Geest heeft Daniel geïnspireerd.
42:35Zodat hij verder mocht zien als de tijd waarin hij leefde.
42:40Hij mocht zien wat er ook in de toekomst zou gaan gebeuren.
42:46En daarom vertoont het boek Daniel ook heel veel overeenkomst met het boek openbaring.
42:53En de grote lijn is dat de...
42:57Kerk in het strijdperk van dit leven staat, maar dat de overwinning behaald is.
43:04De overwinning is behaald op Golgotha, waar Christus het uitgejubeld heeft.
43:11Het is volbracht.
43:15Maar dat betekent niet dat de kerk ontslagen is van strijd.
43:20Treffend staat dat van koning David opgetekend.
43:25Dat hem de zonden vergeven werden.
43:28Maar het kwaad weet niet van zijn huis.
43:34En daarom is het ook goed om steeds weer onderscheid te maken.
43:38Tussen zonden en ellenden.
43:41Zoals ook onze Heidelbergse katechismes dat doet.
43:45En dan is ellende het gevolg van de zonden.
43:51En zo kan de Heere ons de zonden vergeven.
43:56Maar dat wil nog niet zeggen.
43:58Dat we van de strijd ontheven zijn.
44:01Dat we van het kruis ontheven zijn.
44:04Maar wij leven in de gebrokenheid totdat de dag aan ligt.
44:11En dan is Daniel een prachtig boek.
44:16Want dan zijn als het ware die geschiedenissen een
44:22verrekijker naar de toekomst.
44:26Dus die God die
44:30machtig is te redden.
44:33Die God die heeft de toekomst in zijn hand.
44:38En het loopt hem niet uit de hand.
44:42En daarom gaat het goed.
44:44En komt het goed.
44:48Maar die God die heeft niet alleen de toekomst in zijn hand.
44:53Hij openbaart ook die toekomst.
45:01En misschien herkent u het wel.
45:04Een prachtige psalm.
45:06Dat een psalm zo kan vertellen.
45:09Wat er in het hart leeft.
45:12In de Bijbel.
45:13Daar spreekt God tot mensen.
45:16Maar in het boek van de psalmen.
45:17Spreken mensen tot God.
45:19En we kijken ze als het ware.
45:21In het hart.
45:23En dan denk ik aan David.
45:25In psalm 3.
45:27Waar hij zingt.
45:28Ik lag en sliep gerust.
45:31Van zere trouw bewust.
45:34Totdat ik verfrist ontwaakte.
45:39Als er eentje is die zich er beslist niet in herkent, dan is dat wel koning Nebuchadnezzar.
45:46Hij lag niet en sliep gerust.
45:50Maar hij was verschrikt.
45:54Een droom gedroomd die zo aangrijpend was dat
46:02hij hem daardoor vergeten was.
46:04Maar het heeft hem enorm verschrikt.
46:08En
46:11wat doet Nebuchadnezzar?
46:13Hij gaat, en ik gebruik maar Bijbelse woorden, zo zou de apostel Paulus het gezegd hebben.
46:20Hij gaat terstond te raden bij vlees en bloed.
46:26Hij zoekt het niet bij de levende God.
46:31Maar hij roept al de tovenaars en de sterrenkijkers, de guigelaars en de galdeeën.
46:37Hij roept ze allemaal samen.
46:41Allemaal?
46:43Nou, Daniel niet.
46:47En dan kunt u zich afvragen, en waarom roept hij dan niet Daniel?
46:50Hij heeft met Daniel kennis gemaakt.
46:53Hij was onder de indruk van de wijsheid en de kennis van Daniel.
47:00En wij zouden zeggen, Daniel, hij stak met kop en schouders boven al de wijzen van Babel uit.
47:09En waarom roept hij dan niet Daniel?
47:12Gemeente, dat is nou Gods voorzienigheid.
47:16Dat is nou Gods leiding in het leven.
47:19En dat kan zo onbegrepen zijn.
47:22Maar de Heere vraagt ook niet aan u of u het begrijpt.
47:26Maar of u het gelooft.
47:28Wat gelooft gij van de voorzienigheid Gods?
47:34En als wij de Heere konden begrijpen, dan was hij geen God meer.
47:38Dan stond hij op hetzelfde niveau met ons.
47:44Gods wonderlijke leiding.
47:48En die wijzen van Babel, die moeten Nebuchadnezzar de droom verklaren.
47:54Nou, dat kunnen ze.
47:56Er zijn een hele hoop dingen die ze niet kunnen.
47:58Maar dromen verklaren, dat is hun werk.
48:02Dat is hun ambacht.
48:04En dat kunnen ze als geen ander.
48:07En nu hoeft ze maar een raadsel te geven.
48:09En ze komen met de oplossing.
48:14Maar of het de waarheid is, dat is nog maar de vraag.
48:22En dat is ook waar Nebuchadnezzar aan twijfelt.
48:26Die mannen kunnen wel van alles op de mouw spelden.
48:30En daarom willen ze graag weten wat hij gedroomd heeft.
48:35Maar dat weet hij juist niet meer.
48:37Zo
48:39van slag dat
48:41hij de droom vergeten is.
48:44En Nebuchadnezzar zegt tegen die wijze...
48:48als jullie je niet die droom kunnen verklaren...
48:52Als je niet de droom weet en als je hem niet kunt uitleggen.
48:56Dan zal je in stukken gehouden worden.
48:58En je huis zal tot een drekhoop gemaakt worden.
49:05Nou dan moet u eens over nadenken gemeente.
49:08We zouden zeggen die Nebuchadnezzar is toch een aardige man.
49:13Een innemend mens.
49:14Maar kom hem niet tegen.
49:18Want dan heb je een kwaai aan hem.
49:21Nou dat gaan deze mannen merken.
49:24Als ze niet doen wat hij zegt.
49:27Als zij niet de droom bekendmaken, dan zullen ze in stukken gehouden worden en hun huis tot een drekhoop.
49:36Niet alleen zijnzelf, maar ook hun vrouwen en kinderen.
49:43Ze zullen allen vernietigd worden.
49:48Dat geldt alle wijze.
49:51Dus ook Daniel en zijn drie vrienden.
49:59Wij zouden zeggen, maar dat is toch onredelijk?
50:05Nebuchadnezzar denkt er nog eens over na.
50:09Dat is toch niet eerlijk.
50:12Wij zouden hem typeren als een tyran.
50:18Maar het is een van de wereldleiders.
50:23Deze man.
50:26Babel een wereldmacht.
50:30En hij is het die het in deze wereld voor het zeggen heeft.
50:40En je bent je leven niet zeker.
50:47Je bent overgeleverd aan de grilligheid van deze tyran.
50:53En
50:58dan klopt Ariok, die
51:01belast is met de uitvoering van het bevel om alle wijze om te brengen, klopt op de deur van Daniel.
51:09Want ook Daniel en zijn drie vrienden moeten in stukken gehakt worden.
51:18Het eerste wat Daniel doet, hij
51:23vraagt om uitstel.
51:26U zegt misschien, doet Daniel nou niet hetzelfde als Nebuchadnezzar?
51:31Gaat Daniel nou ook niet terstom te raden bij vlees en bloed?
51:37Nee, hij gaat niet te raden.
51:41Maar Daniel weet, en zo zet hij in afhankelijkheid, zet hij een stap, ik denk ook aan Nehemia, als
51:55hij...
51:56De koning moet bedienen.
51:58Hij is de schenker van de koning.
52:01En als hij hoort van de nood.
52:03Dat stad en tempel verwoest is.
52:07Dan staat er zo treffend in Nehemia.
52:10En hij bad tot de heren.
52:13En sprak tot de koning.
52:15We zouden zeggen.
52:16Het gaat in één adem door.
52:20Hij bad tot de heren.
52:23En sprak tot de koning.
52:26En zo sprak ook Daniel tot Ariach en hij vroeg om uitstel.
52:34En zoals u in hoofdstuk 1 kon lezen, had Daniel ook zijn invloed.
52:40Er werd geluisterd naar hem.
52:45Hij had macht bij mensen, maar
52:51Daniel had ook macht bij God.
52:55Mag ik dat zo zeggen?
53:00Hij deed geweld op het koninkrijk Gods.
53:06Hij bestormde Gods genadetron.
53:11Een worstelaar
53:15om Gods hulp.
53:18Zijn wijsheid.
53:20Zijn bijstand.
53:22Zijn genade.
53:24En
53:27zo komt het dat hij de eerste keer tot de koning gaat.
53:33En hij zegt tegen de koning, ik zal u de droom uitleggen.
53:39Gemeente, en probeert u eens mee te denken.
53:41Wat dit voor Daniel...
53:44Moet betekend hebben.
53:49Daniel gaat in het vaste vertrouwen.
53:53Dat de heren hem de toekomst zal openbaren.
54:00Een vast vertrouwen.
54:03Op de levende God.
54:05Die hem nou nog nooit beschaamd heeft.
54:09Gemeente met mensen val je om.
54:12Als u het van mensen verwacht.
54:14Als u het van een dominee verwacht.
54:16Of van een lief kind van God.
54:18Dan valt u vroeg of laat om.
54:20Maar met de heren komt u nooit beschaamd uit.
54:23Ik zal u de droom uitleggen, zegt Daniel.
54:31En dan gaat Daniel naar huis.
54:33En
54:37wij weten dat hij open vensters had naar Jeruzalem.
54:41Dat hij drie keer daags zijn binnenkamer zocht.
54:45Trouwens, hebt u ook nog een binnenkamer?
54:50Misschien uw slaapkamer?
54:53Misschien een plekje op zolder of in de schuur?
54:56Of achter de schuur?
54:59Een binnenkamer waar
55:03u al uw nood, al uw zorgen, al uw vragen, al uw twijfels, al
55:13uw moeite, al
55:15uw schuld kwijt
55:18kunt voor de Heren.
55:25Daniel zoekt zijn binnenkamer, maar hij doet nog iets.
55:29Hij
55:31maakt zijn vrienden deelgenoot van de grote ellende waar
55:39hij in verkeert.
55:40De
55:43doodwacht.
55:46Hij zal in stukken gehouden worden.
55:50Maar hij deelt zijn nood met
55:54zijn drie vrienden.
55:57Prachtig, meint hij, als je zo een
56:01vriend of een vriendin hebt.
56:05Waar je al je zielsgeheimen mee kunt delen.
56:10Als u het niet meer begrijpt.
56:13Wat er gebeurt in je leven als dingen onder je handen worden afgebroken.
56:22Als u een onbegrepen weg moet gaan.
56:30Als u dingen in uw leven geen plek kunt geven.
56:35Om dan ze te delen.
56:38Wat bijzonder is het dan dat de Heer ons ook gemeente laat zijn.
56:44Een gemeente.
56:45En
56:47moet u maar kijken in het Nieuwe Testament hoe belangrijk een gemeente is.
56:51Paulus schrijft al zijn brieven aan een gemeente.
56:55Of aan een voorganger van de gemeente.
56:58Johannes moet zijn brieven schrijven aan de engel van de gemeente.
57:09Om samen de liederen Sions aan te heffen.
57:13Maar ook om
57:16tot God te roepen.
57:18De nood van de gemeente voor Gods aangezicht te brengen.
57:24En wat goed is het dan om voorbeden te vragen.
57:30En misschien zegt u wel het is maar een kleinigheid.
57:35Maar ik heb wel eens van een anesthesist gehoord die zei een rondvlucht is ook een vlucht.
57:42Je moet opstijgen.
57:44Je moet weer landen.
57:45En dan ben je dan maar een kwartiertje in de lucht.
57:47Maar er zitten evenveel gevaren aan.
57:50Ook een kleine ingreep.
57:52Ligt alles onder de besturing van de heren.
57:55Om zo dat ook voor zijn aangezicht bekend te maken.
57:59Wat wordt het dan wonder.
58:01Als u ervaren mag.
58:03Dat je gedragen wordt op de vleugels van het gebed.
58:10Diepe, diepe zorgen.
58:14Daniel, hij verkeert in een diepe ellendige staat.
58:21Gevaar dreigt.
58:22Wat zou
58:25er door Daniel heen gegaan zijn?
58:27Gemeente, dan moeten we voorzichtig worden.
58:30En we moeten oppassen dat we Gods woord niet laten buitspreken.
58:33Want dat staat er niet.
58:35Wat er door Daniel heen...
58:37Misschien was het wel die stille rust uit Psalm 3.
58:43Waarin hij gerust mocht slapen.
58:49Of was er nog meer.
58:54Je vervuld bent met de liefde van Christus.
58:58Om dan God lief te hebben boven alles.
59:02En je naaste als onszelf.
59:07Die Nebuchadnezzar lief hebben.
59:11Die zo in één klap al die wijze om laat brengen.
59:16De tyran.
59:18Hem lief hebben.
59:25Wat een ellende.
59:27Waarin Daniel verkeert.
59:30Het
59:32was onze eerste gedachte.
59:33We gaan naar onze tweede gedachte.
59:35Verlossing.
59:37Want is dit dan het einde gemeente?
59:43Wonderlijk zijn toch des Heren wegen.
59:46Dat Nebuchadnezzar nou net Daniel en zijn drie vrienden uitgekozen heeft.
59:52Uit de ballingen van Israël.
59:55Om aan zijn hof te dienen.
59:59Om hen in te schakelen in zijn dienst.
1:00:02En wat zijn bedoeling er precies mee.
1:00:04Dat laten we nu even rusten.
1:00:06Maar ze mogen een plaats hebben aan het hof.
1:00:10En de koning wil hen gebruiken, wil hen inzetten.
1:00:13Heeft daar zijn bedoeling mee.
1:00:17Dan is het toch onbegrepen.
1:00:19Ze zijn net, zouden wij zeggen, ze zijn net opgevoed.
1:00:22Ze zijn net getraind voor deze functie.
1:00:25Ze zijn opgeleid.
1:00:27En dan komt er zo plots een einde aan.
1:00:31Zou dan de tyran Nebuchadnezzar het winnen gemeente?
1:00:38En de Galdeeën die zeggen het.
1:00:41Als de koning zegt ik wil die droom weten.
1:00:44Dan zeggen die Galdeeën.
1:00:46Want de zaak die de koning begeert is te zwaar.
1:00:50Er is niemand anders die dezelfde voor de koning te kennen kan geven.
1:00:56Dan de goden welker woning bij het vlees niet is.
1:01:04Die Galdeeën die zeggen tegen de koning.
1:01:06Dat kunnen alleen de goden oplossen.
1:01:09Maar ja, die gonen wonen niet bij het vlees.
1:01:16Wat een arme godsdienst, gemeente.
1:01:20Die goden staan dus op grote afstand.
1:01:24En die bemoeien zich niet met mensen.
1:01:28Het zijn grillige goden waar je het maar bij moet afwachten.
1:01:34Wat een verschil met de drie-enige God van de Bijbel.
1:01:39Dat is een God die bij mensen woont.
1:01:44Het is een liefhebbend vader die in zijn verkiezende genade...
1:01:50mensen heeft uitverkoren tot zaligheid.
1:01:55Of vindt u het moeilijk, gemeente?
1:01:58Zijn verkiezende liefde.
1:02:04Als er toch geen verkiezing was, dan kon u uw boeltje pakken en naar huis gaan.
1:02:10Dan was het een verloren zaak.
1:02:13Maar weet u...
1:02:15Weet u hoe hij zijn verkiezende liefde bekend maakt?
1:02:20Door te roepen.
1:02:22En te nodigen.
1:02:26Kom herwaarts tot mij.
1:02:28Alle die vermoeid en belast zijn.
1:02:31En ik zal u rust geven.
1:02:34O alle gij einde der aarde.
1:02:37Of behoort u dan niet tot de einde der aarde?
1:02:44Het is zelfs zo.
1:02:46Dat is liefde.
1:02:48Dat die vader.
1:02:51Zijn zoon gegeven heeft.
1:02:54En dat zijn zoon mens is geworden.
1:02:58Niet alleen bij mensen woont.
1:03:02Maar in de plaats is gestaan van mensen.
1:03:07Zijn verkiezende liefde.
1:03:10Waardoor hij zijn zoon genomen heeft en hem gebracht heeft.
1:03:14Naar de vervloekte kruisheuvel.
1:03:18En de zoon heeft zich gewillig laten geven.
1:03:24Onbegrijpelijke en onbeschrijfelijke zondaarsliefde.
1:03:28Omdat hij u niet over heeft voor het eeuwig verderf.
1:03:32En daarom u roept en nodigt.
1:03:37Omdat u het zou zien dat er uitkomsten zijn bij hem zelfs tegen de dood.
1:03:44Als u niet meer weet hoe het moet.
1:03:46Als uw schuld u drukt.
1:03:48Dan zegt hij zie hier ben ik, zie hier ben ik.
1:03:52Hij ziet niets liever dan dat zondaren, hoe puinhoop, hoe chaos het ook is in uw leven, tot hem de toevlucht nemen.
1:04:02En dan de heilige geest, gemeente.
1:04:06Die Galdeërs zeggen, die goden die wonen niet bij mensen.
1:04:11Maar het is de heilige geest die intrek neemt in een verloren zondaarsbestaan.
1:04:20Denkt u dan maar aan het teken en zegel van de doop.
1:04:25En waarom worden wij gedoopt in de naam van de Heilige Geest?
1:04:29Omdat Hij in ons wonen wil.
1:04:33En toe-eigenen hetgeen wij in Christus hebben.
1:04:38Kunt u het begrijpen?
1:04:39Kunt u het vatten?
1:04:40Dat is toch niet te begrijpen?
1:04:43Oneindige, onbegrijpelijke zondaarsliefde.
1:04:49En gemeente, als die liefde uw hart niet kan breken, dan kan niets uw hart breken.
1:04:56De hardste slagen maken u alleen maar harder.
1:05:01Maar één druppel van zijn goddelijke liefde op uw hart.
1:05:06En het smelt.
1:05:08En
1:05:12daarom, gemeente,
1:05:15verzoekt Daniel en zijn drie vrienden.
1:05:22Verzoeken de God van de hemel barmhartigheden.
1:05:27Over deze verborgenheid.
1:05:33Vers 18.
1:05:35Zij verzoeken.
1:05:39Dat is misschien wel een beetje een moeilijk woord.
1:05:42Toch, wij denken bij verzoeken aan iets kwaads.
1:05:47Satan verzoekt tot het kwaad.
1:05:50Die verleidt.
1:05:52En die heeft er maar één ding baat.
1:05:56Dat de hemel zo leeg mogelijk blijft.
1:06:00En daarom verzoekt Satan.
1:06:02Maar God verzoekt niet tot het kwaad.
1:06:06En daarom zeggen wij vaak dan, dat is een beproeven.
1:06:12Maar dit verzoeken, dat betekent eenvoudig een
1:06:17zoeken en een vragen.
1:06:20Ze
1:06:22zoeken
1:06:23barmhartigheid.
1:06:27Ze zoeken een brandend hart.
1:06:30Dat
1:06:32is de letterlijke vertaling van barmhartigheid.
1:06:35Een brandend hart van de God des hemels.
1:06:39En
1:06:42dat is de taak van een prediker, gemeente.
1:06:45Om dat brandende vaderhart te verklaren.
1:06:49U bent misschien vanavond wel gekomen met de wens dat uw hart verklaard zal worden.
1:06:55Maar daar kom ik niet voor.
1:07:02Ik mag het vaderhart verklaren.
1:07:05Dat brand van ontferming.
1:07:12En dat ziet u in zijn zoon.
1:07:15Hierin is de liefde gods jegens ons geopenbaard.
1:07:21Dat hij zijn enige geboren zoon gegeven heeft.
1:07:26Zo verzoeken.
1:07:29Daniel en zijn drie vrienden barmhartigheid.
1:07:33En waarover?
1:07:37Over deze verborgenheid.
1:07:40Die
1:07:43verborgenheid.
1:07:45Dat is Gods regering.
1:07:49Gods plannen.
1:07:51Ook met Daniel en zijn drie vrienden.
1:07:54Met die droom van koning David.
1:07:58Sorry, koning Nebuchadnezzar.
1:08:01Zoeken zij.
1:08:05...barmhartigheden over deze verborgenheid.
1:08:09En
1:08:11gemeente, ook daar ligt dan weer een les.
1:08:15Want als het gaat over verborgenheden...
1:08:17...dan
1:08:19is de grootste verborgenheid de godzaligheid.
1:08:26Zo schrijft tenminste de apostel Paulus dat.
1:08:29De verborgenheid der godzaligheid is groot.
1:08:33En waarom is die zo groot?
1:08:35Omdat God geopenbaard is in het vlees.
1:08:41En die verborgenheid, om die verborgenheid te kennen.
1:08:47En
1:08:50ik spreek onze vaderen maar na in artikel 22 van de Nederlandse geloofsbeleiding.
1:08:55Om deze verborgenheid te kennen ontsteekt de Heilige Geest een waar geloof in mijn hart.
1:09:04Om deze verborgenheid.
1:09:07Dat
1:09:09God zijn
1:09:11Zoon gegeven heeft tot een volkomen verzoening.
1:09:17En dat hij dat toepast door het werk van de Heilige Geest.
1:09:24Om deze verborgenheid te kennen.
1:09:28En dat is nodig, gemeente, voor u en voor jullie jongens en meisjes en voor mij.
1:09:33Dat wij deze verborgenheid kennen.
1:09:38Want als u daar vreemdeling van bent, dan moet u omkomen.
1:09:42Beseft u dat, gemeente?
1:09:46Buiten Christus moet u voor eeuwig verloren gaan.
1:09:53En dat ik u daar niet voor over heb is nog niet zo belangrijk.
1:09:56Maar de Heere heeft u er daar niet voor over.
1:09:59En daarom laat hij het nog bekendmaken.
1:10:01Laat hij het ook vanavond nog bekendmaken.
1:10:05En ik heb het net nog tegen de broeders gezegd, gemeente.
1:10:09Voor mij zo onbegrepen dit beroep.
1:10:13Maar al is het alleen maar dat ik hier vanavond moest voorgaan om het u aan te zeggen.
1:10:19En u te waarschuwen.
1:10:22Maar ook u te nodigen.
1:10:25Omdat de verborgenheid der godzaligheid groot is.
1:10:29God geopenbaard in het vlees.
1:10:32Hij wil bij mensen wonen.
1:10:38Zodat u niet zult omkomen.
1:10:41En dat zegt Daniel ook.
1:10:43Dat Daniel en zijn metgezellen met de overige wijze van Babel niet omkwamen.
1:10:54Dus Daniel heeft niet alleen zichzelf op het oog.
1:10:59Maar ze hebben ook de andere wijze op het oog.
1:11:03En dat is wat genade doet gemeente.
1:11:06Dat maakt gunnend.
1:11:08En dan is het altijd zo prachtig in de Heidelbergse katechismes als het gaat om zondag zeven.
1:11:13Dat ware geloof.
1:11:17Dat het ook een vertrouwen is wat de heilige geest door het evangelie in mijn hart werkt.
1:11:22Dat niet alleen anderen maar ook mij de vergeving van zonde, eeuwige gerechtigheid en zaligheid geschonken is.
1:11:32En dat om de verdiensten van Christus.
1:11:36Maar als het zo wordt beleefd, dan mag je het ook omdraaien.
1:11:39Dan is het niet alleen mij, maar ook anderen.
1:11:42Dat maakt gunnend, gemeente.
1:11:45Dan gun je toch iedereen.
1:11:49Als u mag weten van welke nood en van welke dood je gered bent.
1:11:55Dan gun je dat toch iedereen.
1:11:58Dan moet toch je buurman en je buurvrouw het horen.
1:12:00Je collega moet het horen.
1:12:02Je klasgenoot moet het horen.
1:12:08Ze zijn bewogen.
1:12:11Met de scharen die de wet niet kent.
1:12:15En toen, toen
1:12:18werd aan Daniel in een nachtgezicht de verborgenheid geopenbaard.
1:12:26Op dat roepen, op
1:12:29dat vragen, op dat zoeken van hem.
1:12:36Doet de Heer het dan om het gebed?
1:12:38Nee, gemeente.
1:12:40Dan altijd maar weer voorzichtig zijn.
1:12:42Broeders, er is niets eenvoudiger dan om zielen tot Christus te leiden.
1:12:51Maar zeg nooit, vraag er maar veel om.
1:12:57Alsof
1:12:59het een verdienste wordt.
1:13:01Als ik er maar veel om vraag, dan krijg ik het wel.
1:13:05Nee, de Heer doet het op het gebed.
1:13:10En als het volk Israël in grote nood verkeert onder de slavernij van Egypte.
1:13:16En de druk allemaal groter wordt, dan komt er een roepen.
1:13:26En dan is de Heer al tachtig jaar bezig met een oplossing.
1:13:3040 jaar Mozes aan het hof.
1:13:3240 jaar in de woestijn.
1:13:37Ik zal antwoorden.
1:13:40Eer zij tot mij roepen.
1:13:45Zo geeft de Heer verlossing.
1:13:50Op het gebed.
1:13:52En Daniel ontvangt een nachtgezicht.
1:13:55En of hij precies die droom van Nebuchadnezzar gezien heeft.
1:13:59Dat is niet duidelijk.
1:14:00Maar dat is ook niet zo belangrijk.
1:14:02Het wordt hem geopenbaard.
1:14:09Want de toekomst.
1:14:11Ligt niet alleen in de hand van de heren.
1:14:14Maar hij openbaart het ook.
1:14:20En hoe openbaart hij de toekomst gemeente?
1:14:25Dat doet hij door zijn profeet Daniel.
1:14:29Maar in het bijzonder doet hij dat door de hoogste profeet en leraar.
1:14:36Zoals de Heidelbergse katechismes hem noemt.
1:14:39In zondag 12.
1:14:41Waarom wordt hij dan Christus genaamd?
1:14:45Omdat hij door de Vader.
1:14:47Van de Heilige Geest is gezalfd tot de hoogste profeet en leraar.
1:14:54En wat doet deze profeet?
1:14:57Die
1:14:59openbaart de verborgen raad en wil Gods aangaande onze zaligheid.
1:15:07Ziet u het?
1:15:08Hoe
1:15:11nodig Christus is.
1:15:14En
1:15:16dat het daarom ook niet anders nodig is dat u verkondigd wordt.
1:15:24Jezus Christus en die gekruisigde.
1:15:27Niet anders begeert te weten onder u.
1:15:31Dan
1:15:32Jezus Christus.
1:15:34De verborgen raad en wil gods aangaande onze zaligheid.
1:15:41Hier wordt Christus aangewezen.
1:15:46Ziet u hem schitteren.
1:15:48In al zijn heerlijkheid.
1:15:50In zijn grootheid.
1:15:53In zijn dierbaarheid, in zijn gepastheid, in zijn noodzakelijkheid.
1:16:01En hij wordt niet alleen aangewezen, maar ik mag hem nu ook aanprijzen, gemeente.
1:16:08Geen beter leven dan het leven met de Heer Jezus Christus.
1:16:14Dan ligt de kracht in het bloed.
1:16:18Hij gegeven tot een volkomen verzoening.
1:16:23Met al uw nood en met al uw schuld.
1:16:27Om dan als een arme zon daar de toevlucht te nemen tot hem.
1:16:32En daar hij het zo graag ziet.
1:16:36Hoe lang u dan ook gezondigd hebt.
1:16:38Of hoe zwaar u dan ook gezondigd hebt.
1:16:42Maar bij de heren zijn geen onmogelijke gevallen.
1:16:48Hij roept.
1:16:50En opdat u zich vanavond nog voor het eerst of opnieuw zout werpen.
1:16:55In zijn doorboorde armen.
1:17:00Het was onze tweede gedachte.
1:17:02Verlossing.
1:17:04We gaan naar onze derde gedachte.
1:17:06Dankbaarheid.
1:17:11Toen loofde Daniel de God des hemels.
1:17:17Als u nou eens in de schoenen stond van Daniel.
1:17:20Wat zou u gedaan hebben?
1:17:22Als u die openbaring kreeg.
1:17:24En zag de oplossing.
1:17:27U weet de droom van Nebuchadnezzar.
1:17:30U weet de betekenis.
1:17:31We zouden toch als eerste naar Nebuchadnezzar vliegen.
1:17:36Koning.
1:17:36Ik
1:17:38heb de oplossing.
1:17:41Ik denk.
1:17:43Aan een lief kind van de heren.
1:17:45Het was een boer.
1:17:46Hij was werkzaam.
1:17:49In de stal.
1:17:51En zijn dochter die kwam bij hem.
1:17:53En die zei.
1:17:53Pa ik ga naar de stad.
1:17:55Ik heb nieuwe kleren nodig.
1:18:00En ze gaf vader een kus.
1:18:02En daar ging ze.
1:18:04En vader ging op zijn knieën.
1:18:08Of zijn dochter kleren zou kopen.
1:18:13Die voor de heren konden bestaan.
1:18:18Doet u dat niet?
1:18:19Uw schoenen kopen.
1:18:21Samen met de heren.
1:18:25Omdat u uzelf kent.
1:18:31En een paar uur later kwam zijn dochter terug.
1:18:34En ze liet de kleren zien.
1:18:35En de vader was zo verwonderd.
1:18:38En was zo blij.
1:18:43En zei hij.
1:18:45Vervolgens vergat ik de heren te danken.
1:18:51Maar Daniel niet.
1:18:53Toen.
1:18:55Let u op dat woordje toen.
1:18:57Toen werd Daniel in een nacht gezien.
1:19:01De verborgenheid geopenbaard.
1:19:03En toen.
1:19:06Loofde Daniel de God des hemels.
1:19:11En hij looft hem vanwege zijn hulp.
1:19:14Zijn bemoeienis.
1:19:17Dat de Heer zich bemoeit met mensen.
1:19:20Dat de Heer, mag ik het zo maar heel zakelijk zeggen.
1:19:24De Heer reageert op mensen.
1:19:27Hij is een hoorder van het gebed.
1:19:33En Daniel beseft het.
1:19:35Dat deze God het nou waardig is.
1:19:39Om geloofd, geëerd en geprezen te worden.
1:19:43En dat van eeuwigheid tot in de eeuwigheid.
1:19:50Omdat hij zijn verborgen raad en wil bekend maakt.
1:19:57De verborgen raad en wil aangaande onze zaligheid.
1:20:02En
1:20:04gemeente, die raad van God.
1:20:06Die eeuwige raad.
1:20:08De
1:20:10kern daarvan is het zalige van zondagen.
1:20:14Dat Christus zich uit het ganse menselijke geslacht.
1:20:18Zich een gemeente vergadert ten eeuwige leven.
1:20:23En daarom alles wat er gebeurt in deze wereld.
1:20:28Veertig oorlogen op dit moment gaande.
1:20:33Honderd miljoen mensen op de vlucht op dit moment.
1:20:36Maar niet alleen wat er in de wereld gebeurt.
1:20:39Ook wat er in ons land gebeurt.
1:20:43Maar ook wat er in uw leven gebeurt.
1:20:45En in jouw leven.
1:20:51Op dat zondaren zalig worden.
1:20:56Op dat zondaren getrokken worden uit de macht en de heerschappij des duivels.
1:21:03En overgezet in het koninkrijk van de zoon zijn liefde.
1:21:09En Daniel bejubelt het.
1:21:11Hij verandert tijden en stonden.
1:21:16Misschien herkent u het wel.
1:21:17U zegt iets.
1:21:19En dat heeft grote gevolgen.
1:21:20Of u doet iets.
1:21:21U kijkt op het ogenblik niet uit.
1:21:23U rijdt ergens tegenaan.
1:21:25En dan wens je wel eens dat je de klok een uur terug kon zetten.
1:21:29Dat je het nog een keer over kon doen.
1:21:33Maar dat redt u niet.
1:21:35Maar de heren wel.
1:21:35Hij verandert tijden en
1:21:39stonden.
1:21:40Een wenk van zijn alvermogen.
1:21:45En hij bevestigt koningen.
1:21:49En hij zet ze af.
1:21:55Dus Trump.
1:21:58Heeft hij bevestigd.
1:21:59En Xi.
1:22:00En Zelensky.
1:22:02En Poetin.
1:22:04En Netanyahu.
1:22:08En hij bevestigt ze.
1:22:10En hij zet ze af.
1:22:18En dat doet hij ook met dominees.
1:22:24En hij zegt tegen de een.
1:22:26Ga.
1:22:27En hij gaat.
1:22:29En tegen een ander.
1:22:31Kom.
1:22:32En hij komt.
1:22:37Om het zo over te geven gemeente.
1:22:41In zijn hand.
1:22:44En dat geldt niet alleen voor u.
1:22:48Dat geldt in het bijzonder ook voor mij.
1:22:54Hij openbaart diepe en
1:22:58verborgen dingen.
1:23:02Daniel zegt, hij weet wat in het duister is.
1:23:07En weet u hoe het komt dat hij weet wat er in het duister is?
1:23:11Omdat hij licht is.
1:23:14En in dat licht zien
1:23:17wij het licht.
1:23:20Dan doet hij de nevels opklaren.
1:23:25Als we het van hem verwachten.
1:23:28Als we op hem vertrouwen.
1:23:31Hoe onbegrepen dan ook de weg kan zijn.
1:23:36Hoe onmogelijk dan ook de weg kan zijn.
1:23:46Maakt u zich zorgen, gemeente.
1:23:52Maakt u zich zorgen over uw heil.
1:23:58Over uw zaligheid.
1:24:02Maakt u zich zorgen over uw eeuwige bestemming.
1:24:09Is dat de vraag van uw leven?
1:24:12Hoe krijg ik een rechtvaardig God tot mijn deel?
1:24:17Een
1:24:26grote verborgenheid.
1:24:30Maar om nou te erkennen, om
1:24:34nou de God des hemels barmhartigheid te verzoeken over
1:24:41deze verborgenheid.
1:24:51Wie is er dan koning, gemeente?
1:24:54Is dat Nebuchadnezzar?
1:24:57Nee, die wordt door de heren bevestigd en afgezet.
1:25:03De
1:25:05koning, dat
1:25:07is Jezus Christus, de koning der koningen, de koning van zijn kerk.
1:25:17Maar wie is uw koning?
1:25:21En als het gaat over Christus die de gezalfde van de Vader is.
1:25:26En gezalfd tot profeet.
1:25:27Dat hebben we gehoord.
1:25:29En ik denk dat
1:25:32u dat nog wel wilt.
1:25:34Toch?
1:25:35Dat hij u gaat leren.
1:25:40Ik denk dat u hem ook nog wel wilt als priester.
1:25:45Omdat u wel weet dat u het zelf niet opgelost krijgt.
1:25:48U kunt u zelf niet redden.
1:25:51U kunt u zelf niet wassen en reinigen van de zonde.
1:25:55En zoals de priester in het oude testament zorgde voor verzoening.
1:26:00Als je gezondigd had dan ging je met een offerdier naar de priester.
1:26:03En de priester offerde dat tot
1:26:07een liefdelijke reuk de Heer.
1:26:08En dan vond er herstel plaats.
1:26:11Zo wilt u hem ook wel als priester toch.
1:26:14Maar wilt u hem ook als koning.
1:26:19En dat u koning af bent.
1:26:22Dan moet u van de troon.
1:26:24En ik.
1:26:27Dan heb ik het niet meer voor het zeggen.
1:26:32Maar gemeente, daar ligt nou juist de grote rijkdom.
1:26:37Dat is wat de apostel Paulus bedoelt met de vrijheid die in Christus Jezus is.
1:26:44Dan hoeft u niks meer te zijn.
1:26:46Dan hoef je geen gevierde ouderling of gevierde predikant meer te zijn.
1:26:53Dan mag je een arme zondaar zijn.
1:26:56Een zondaar die
1:26:59het van genade moet hebben.
1:27:02Van genade moet leven.
1:27:06Een arme zondaar, een bedelaar.
1:27:09Wier zient Bettler.
1:27:14Wij zijn bedelaars.
1:27:17En
1:27:20zo dwars door alle onmogelijkheid heen.
1:27:25Vestigt de Heere zijn koninkrijk.
1:27:28En
1:27:29prachtig.
1:27:30En
1:27:32verdiept u zich maar daar wat in, in de profetieën van Daniel.
1:27:36En
1:27:37dan ziet u het gebeuren.
1:27:39Die steen, die
1:27:43wordt zonder handen losgemaakt.
1:27:46En verpulvert dat beeld van Nebuchadnezzar.
1:27:49Verpulvert al die koninkrijken.
1:27:54Het koninkrijk gods is nabij.
1:28:01Dat was de prediking van de Heer Jezus.
1:28:04Aan het begin van zijn rondwandeling op aarde.
1:28:07Marcus 1.
1:28:09Het koninkrijk der hemelen is nabij.
1:28:12Bekeert u en
1:28:15gelooft het evangelie.
1:28:17U mag het ook zo vertalen.
1:28:18Bekeert u en gelooft.
1:28:21Daartoe het evangelie.
1:28:26En wat is het evangelie?
1:28:30Het evangelie is dat Jezus Christus in deze wereld gekomen is.
1:28:35Om zondaren zalig te maken.
1:28:38Hoort u het?
1:28:40Gaat over u.
1:28:42En over jou.
1:28:46En opdat u hem nodig zal hebben.
1:28:51Omdat bij hem alles te vinden is.
1:28:54Voor de tijd.
1:28:56En voor de eeuwigheid.
1:28:59Kom gemeente.
1:29:02Wat hebt u erop tegen?
1:29:05Om hem nou nederig te voet te vallen.
1:29:09Wat u erop tegen hebt.
1:29:11U hebt uzelf tegen.
1:29:13Maar zie dan.
1:29:15Dat hij het is.
1:29:18Die zegt.
1:29:18Zie hier ben ik.
1:29:20Zie hier ben ik.
1:29:24En dat u nou mag komen zoals u bent.
1:29:26U mag niet blijven wie u bent.
1:29:29Want hij vraagt bekering.
1:29:30Maar u mag komen zoals u bent.
1:29:34Dan hoeft er niks bij van u.
1:29:38Maar er kan ook niks bij van u.
1:29:41Het is enkel en alleen zijn genade.
1:29:45En omdat het genade is, kan het gemeente.
1:29:49Nee, ik zeg niet dat Christus voor u allen gestorven is.
1:29:54Maar ik zeg wel vanavond dat voor u allen er een gestorven Christus is.
1:30:02Amen.
1:30:06Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 113.
1:30:10En we zingen daarvan het eerste vers.
1:30:12Gaai sere knechten loof den heren.
1:30:15En ook het derde vers.
1:30:17Wie is gelijk aan onze heren.
1:30:20Het eerste en het derde vers uit psalm 113.
1:30:24[GEZANG]
1:34:12Laten wij eindigen met dankgebed.
1:34:18Heren u bent een wonderdoend God.
1:34:22Dat u wilt wonen bij mensen.
1:34:26Dat u daarom uw zoon gegeven hebt.
1:34:29En we zeggen uw naam ontmoedigd dank.
1:34:31Voor die onuitsprekelijke genade gaven.
1:34:36We zeggen uw naam dank heren.
1:34:38Dat zo ook vanavond uw woord mocht klinken.
1:34:43Maar opdat wij ook hem zouden zien.
1:34:47Die zijn leven gaf.
1:34:50Zijn lichaam heeft laten breken.
1:34:53En zijn bloed heeft laten vergieten.
1:34:57Die het gesproken heeft.
1:34:59Ik voor u.
1:35:00Dat gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.
1:35:05We zeggen u namelijk moedig dank heren.
1:35:08Dat u verborgenheden wilt openbaren.
1:35:11Die grote verborgenheid.
1:35:15Aangaande onze zaligheid.
1:35:18En daarom uw zoon gegeven.
1:35:22Heren geef voor jong en oud.
1:35:24Dat
1:35:26ze mogen zien.
1:35:29Barmhartigheden.
1:35:32Verzoeken.
1:35:33Om deze verborgenheid te openbaren.
1:35:36En dat tot behoud.
1:35:39U regeert.
1:35:43U bestuurt en leidt alle dingen.
1:35:47Heren geef dat we zo mogen volgen.
1:35:51Wat dan ook de weg zal zijn.
1:35:54We bieden het van u.
1:35:57Gedenk ons naar de grootheid van uw genade.
1:36:00Wees zelf de naprediker.
1:36:03Breng ons veilig thuis.
1:36:05En
1:36:08dat we in alles.
1:36:10Het van u zullen verwachten.
1:36:13Dat bieden wij van u.
1:36:15Om Christus wil alleen.
1:36:18Amen.
1:36:19Wij
1:36:21zingen nog tot slot uit Psalm 34, het tweede vers.
1:36:25Kom, maak God met mij groot.
1:36:28Verbreid, verhoog met hart en stem de nooit volprezen naam van hem die ons behoedt in nood.
1:36:36En wat er verder volgt, tweede vers uit Psalm 34 als slotsang.
1:36:40[GEZANG]
1:39:05Ga dan in vrede naar uw woningen, verheft uw harten tot God en ontvang de zegen des Heren.
1:39:11De Heren zegenen u en behoeden u.
1:39:15De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zij uw genadig.
1:39:20De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:39:26Amen.
1:39:27[GEZANG]