Daniël 2: 19 en 20 (kerntekst); God beheerst en openbaart de toekomst

woensdag 3 juni 2026 · 19:30 uur · Avonddienst · Ds. R. van de Kamp · 102 minuten

Transcript

0:00Onze

0:00[GEZANG]

9:30hulp en onze verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die

9:40trouw houdt van geslacht tot geslacht en die leeft tot in der eeuwigheid, en die niet laat varen de werken van zijn handen.

9:50Amen.

9:53Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.

9:59En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:03En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.

10:08De eerstgeborene uit de doden.

10:11En de overste van de koningen der aarde.

10:16Amen.

10:19Kom gemeente laten wij met elkaar zingen uit psalm 139.

10:23Het eerste vers niets is o oppermajestijd.

10:29Bedekt voor uw alwetendheid en ook het tweede vers, gomringt mijn gaan en liggen, gij, o heren, zijt altoos nevens mij.

10:40Wij noemden het eerste en het tweede vers uit psalm 139.

10:46Kerk

10:46[GEZANG]

15:18van alle tijden, in alle plaatsen beleidenis van ons algemene en ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden van de twaalf artikelen.

15:26En zingen daarna uit Psalm 37 het twintigste vers.

15:31Het heilot dat rechtvaardigen verkregen.

15:35Vloeit af van God hun sterkt.

15:37Als de angst hen knelt.

15:40En wat er verder volgt.

15:41Twintigste of laatste vers uit Psalm 37.

15:45Na de beleidenis van het geloof.

15:47En ieder van u spreken met mij.

15:49In zijn of haar hart.

15:52Al dus.

15:53Ik geloof in God.

15:55de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde, en in Jezus Christus zijn eniggeboren Zoon, onze Heere, die

16:07ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en

16:20begraven, nedergedaald ter helle.

16:24Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.

16:28Opgevaren ten hemel.

16:30Zittende ter rechterhand gods des almachtige vaders.

16:35Van waar hij komen zal om te oordelen.

16:38De levende en de doden.

16:42Ik

16:43geloof in de heilige geest.

16:46Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.

16:50De gemeenschap der heiligen.

16:54Vergeving der zonden, wederopstanding des vleesers en een eeuwig leven.

17:01Amen.

17:02We

17:02[GEZANG]

19:11openen Gods woord vanavond in de profetieën van Daniel en lezen daar het tweede hoofdstuk.

19:19Te beginnen bij vers 1 tot vers 23 en dat is ook de tekst voor vanavond.

19:27Dus

19:28de schriftlezing en de tekst vindt u opgetekend.

19:33In Daniel 2 vanaf vers 1 tot 23.

19:39In

19:43het tweede jaar nu des koninkrijks van Nebukadnezar droomde Nebukadnezar dromen.

19:49Daarvan werd zijn geest verslagen en zijn slaap werd in hem gebroken.

19:56Toen zei de koning dat men roepen zou de tovenaars en de sterrenkijkers en de guigelaars en de galdeeën.

20:03Om de koning zijn dromen te kennen te geven.

20:07Zij nu kwamen en stonden voor het aangezicht des konings.

20:11En de koning zei tot hen, ik heb een droom gedroomd.

20:15En mijn geest is ontsteld om die droom te weten.

20:20Toen spraken de Galdeën tot de koning in het Syries.

20:24O koning, leef in eeuwigheid.

20:27Zeg uw knechten de droom.

20:29Zo zullen wij de uitlegging te kennen geven.

20:33De koning antwoordde en zei er tot de Galdeeën, de zaak is mij ontgaan.

20:38Indien gij mij de droom en zijn uitlegging niet bekend maakt, gij zult in stukken gehouden worden en uw huizen zullen tot een drekhoop gemaakt worden.

20:49Maar indien gij lieder de droom en zijn uitlegging te kennen geeft, zo zult gij geschenken en gaven en grote eer van mij ontvangen.

20:59Daarom geef mij de droom.

21:02En zijn uitlegging te kennen.

21:05Ze antwoordde ten tweede maal en zeiden.

21:07De koning zeggen zijn knechten de droom.

21:10Dan zullen wij de uitlegging te kennen geven.

21:14De koning antwoordde en zeiden.

21:16Ik weet vastelijk dat gij lieden de tijd uitkoopt.

21:19Terwijl gij ziet dat de zaak mij ontgaan is.

21:24Indien gij lieden mij die droom niet te kennen geeft.

21:27U lieder vonnis is ene lei.

21:31Daarom hebt gij een leugenachtig en verdicht woord voor mij te zeggen bereid, totdat de tijd veranderen.

21:38Daarom zegt mij de droom, dan zal ik weten dat gij mij deszelfs uitlegging zult te kennen geven.

21:45De Galdeeën antwoordden voor de koning en zeiden, er is geen mens op de aardbodem die des konings woord zou kunnen te kennen geven.

21:55Daarom is er geen koning, grote of heerser.

21:59die zulke zaak begeerd heeft van enig tovenaar of sterrenkijker of galdeer.

22:05Want de zaak die de koning begeert is te zwaar.

22:08Er is niemand anders die dezelfde voor de koning te kennen kan geven...

22:13dan de gode welker woning bij het vlees niet is.

22:19Daarom werd de koning toornig en zeer verbolgen en zei...

22:23dat men al de wijze te Babel zou ombrengen.

22:27Die wet dan ging uit.

22:29En de wijzen werden gedood, men zocht ook Daniel en zijn metgezellen om gedood te worden.

22:36Toen bracht Daniel een raad en oordeel in aan Arioch, de overste der trawanten des konings, die uitgetogen was om de wijzen van Babel te doden.

22:48Hij antwoordde en zei er tot Arioch, de bevelhebber des konings, waarom zou de wet van des konings wegen zo verhaast worden?

22:58Toen gaf Ariok aan Daniel de zaak te kennen.

23:02En Daniel ging in en verzocht van de koning dat hij hem een bestemde tijd wil geven dat hij de koning de uitlegging te kennen gaven.

23:13Toen ging Daniel naar zijn huis en hij gaf de zaak aan zijn metgezellen Hanania, Misael en Azaria te kennen.

23:23opdat zij van de God des hemels barmhartigheden verzochten over deze verborgenheid, dat Daniel en zijn metgezellen met de

23:35overige wijze van Babel niet omkwamen.

23:39Toen werd aan Daniel in een nachtgezicht de verborgenheid geopenbaard.

23:46Toen loofde Daniel de God des hemels.

23:50Daniel antwoordde en zei er,

23:53De naam God zij gelooft van eeuwigheid tot in eeuwigheid.

23:59Want zijne is de wijsheid en de kracht.

24:04Want hij veranderde tijden en stonden.

24:07Hij zette koningen af en hij bevestigde koningen.

24:12Hij geeft de wijze wijsheid en wetenschap degene die verstand hebben.

24:17Hij openbaart diepe en verborgen dingen.

24:22Hij weet wat in het duister is, want het licht woont bij hem.

24:27Ik dank en ik loof u, o God mijner vaderen, omdat gij mij wijsheid en kracht gegeven hebt en mij nu bekendgemaakt hebt wat wij van

24:39u verzocht hebben, want gij hebt ons des koningszaak bekendgemaakt.

24:46Tot zover de schriftlezing.

24:48Laten wij eerst de heren vragen om zijn...

24:52Onmisbare zegen laten wij bidden.

24:58Heren, alles, maar dan ook alles, ligt onder uw bestuur.

25:04En het is in uw voorzienigheid dat u ons vanavond samenbrengt op deze doordeweekse dag in uw huis.

25:14En

25:16dan hebt u overal uw wijze bedoelingen mee.

25:19U

25:21brengt ons onder uw woord.

25:23U wilt ons nog ontmoeten en nog van vrede spreken.

25:28En dat is onbegrijpelijk heren.

25:31Als we zien wie wij zijn.

25:33Dat wij u de rug en de nek hebben toegekeerd.

25:36U hebt zelf vanuit de hoge hemel neergezien.

25:41Of er iemand verstandig was.

25:43Of er iemand is die naar u zoekt of naar u vraagt.

25:48En u hebt er niet één gevonden.

25:52Maar u vraagt naar ons.

25:55Ook vanavond.

25:57En daarom brengt u ons nog samen.

26:01In deze eredienst.

26:03Maar geef heren dat deze dienst dan ook werkelijk een eredienst mag zijn.

26:11Een dienst tot de eer en de verheerlijking van uw naam.

26:17En bijzonder in deze week van voorbereiding.

26:22En heren u weet wat dat voor ons betekent.

26:28Wat kan het een vragen geven.

26:32Wat kan het een strijd geven.

26:36Wat kan het ook een vreugde geven en een uitzien.

26:41En heren, dan hebben wij in alles uw nodig.

26:47Uw heilige geest nodig.

26:49Die ontdekt en overtuigt.

26:55En dat geldt ook voor uw knecht, heren.

26:58Waar een beroep is uitgegaan van

27:01de gemeente.

27:04En waar er een beslissing genomen moet worden.

27:07En het kan toch alleen, heren.

27:10Als u hem de weg wijst.

27:14En als u zich openbaart.

27:18En dat hebben we nodig, heren.

27:21En opdat we bewaard worden voor onszelf.

27:25Bewaard worden voor onze eigen gedachten en onze eigen plannen.

27:31Maar om u te volgen.

27:33En zo dragen we de gemeente aan u op, heren herderloos.

27:40En toen u, uw zoon.

27:43Tijdens een rondwandeling op aarde het volk zag.

27:47Was hij met innerlijke ontverming bewogen.

27:52Omdat ze hedderloos waren.

27:55Wees zo ook met innerlijke ontverming bewogen.

28:00Over de gemeente.

28:04En wil u een man naar uw gunst.

28:07Op uw tijd zenden.

28:09Dat doet u toch heren.

28:12Zoals u met de kerk van alle tijden en plaatsen beleidde.

28:16Dat u goede letieren luxent verkondigers van die zeer blijde boodschap.

28:22Tot wie u wilt en wanneer u wilt.

28:28Heere, geef dan ook het gebed in de gemeente.

28:34Zoals Daniel u

28:38verzocht om

28:42barmhartigheden over de verborgenheid.

28:48Heere, geef zo worstelaars.

28:51Aan uw genadentron.

28:56En die zijn er niet alleen in Oudorp.

28:59Maar ook in Opheusden.

29:02En u weet alle dingen heren.

29:05En

29:07we zullen het maar eerlijk zeggen.

29:09Wij hebben wel een idee.

29:12Of het werk klaar is in de gemeente.

29:14Of nog niet klaar is.

29:18Wij weten wat goed is.

29:21Voor een gemeente.

29:22Of niet goed is voor een gemeente.

29:26Maar uw gedachten zijn zoveel hoger dan onze gedachten.

29:33Wij zijn zo menselijk en vleeselijk, heren, we beleiden het.

29:38U

29:40bent die God die regeert van de zee tot aan de zee.

29:48En u bouwt uw koninkrijk,

29:51opdat uw koninkrijk ook volmaakt zij.

29:55O

29:57Vader, het

30:03is toch uw trouwe vaderhand die zorgt.

30:10Het is uw trouwe vaderhand die uw zoon genomen heeft en hem gebracht heeft aan het kruis.

30:17O

30:19zoon, maak ons uw beeld gelijk.

30:23En

30:25wat hebben we nodig?

30:27De troost van u, o heilige geest.

30:31Het is toch die geest die

30:34levend maakt.

30:36Die van de vader en van de zoon uitgaat.

30:40En ook met de vader en met de zoon.

30:45Verheerlijkd en aangebeden moet worden.

30:48Heren werk dan nog krachtig.

30:50Met uw geest.

30:53Gedenk zo een ieder heren.

30:55U weet wat ons hier gebracht heeft.

30:59U weet wat er in ons omgaat.

31:01U kent onze verlangen en begeerden.

31:05U weet de dingen die wij moeilijk vinden.

31:07Waar we onzeker over zijn.

31:09U weet de dingen die spanning opleveren.

31:13Als we met onze gezondheid tobben als er beperkingen zijn.

31:17Heren we dragen het alles aan u op.

31:20Gedenkt nog de nood van deze wereld.

31:26Werkt nog krachtig heren.

31:28Tot de eer en de verheerlijking van uw naam.

31:31Door uw woord en door uw geest.

31:35Zegen daartoe al het werk wat gedaan wordt onder het Joodse volk.

31:40Onder de vervolgde kerk.

31:43Het werk wat gedaan wordt door zending en evangelisatie.

31:47Het werk ook wat vanuit de gemeente gedaan wordt, heren.

31:51Achtervolg het met uw zegen.

31:53Maak ons allen evangelisten.

31:57En werk nog, heren.

32:00Opdat uw grote daden gezien zullen worden en herkend.

32:06Breng nog toe tot de gemeente die zalig worden.

32:11Daarin ligt toch deskomings heerlijkheid.

32:15In de veelheid van onderdanen.

32:18We hebben het niet verdiend heren.

32:22Maar onthoud ons de werking en de bediening van uw geest niet.

32:27In het spreken niet en in het luisteren niet.

32:31Maar werk nog krachtig.

32:35Breek het werk van Satan.

32:38Bouw uw gemeente in het allerheiligst geloof.

32:43U

32:46alleen de eer en de heerlijkheid.

32:50We vragen het van u om.

32:53Christus wil alleen.

32:56Amen.

32:57In

33:00de dienst der offeranden worden van u een drietal gaven gevraagd.

33:03De eerste collecte is bestemd voor de diakonie.

33:06De tweede voor de kerkvolgdij.

33:08En de derde collecte is bestemd voor het onderhoudsfonds.

33:12Alle drie de collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.

33:18De heren zegenen u en uw liefde gaven.

33:22Wij gaan samen zingen met elkaar op Psalm 104.

33:26En wij zingen daarvan het eerste en ook het tweede vers.

33:30Psalm 104 vers 1.

33:32Waak op mijn ziel, loof de oppermajesteit.

33:37En ook het tweede vers.

33:39Gij zoldert in de wateren uw troon.

33:42En wat er verder volgt.

33:43Eerste en tweede vers uit Psalm 104.

33:46[GEZANG]

40:00Gemeente de tekst.

40:02Is het gedeelte wat ik u zojuist heb voorgelezen, Daniel 2, vers 1 tot 23.

40:09Maar laten wij samen nog één keer het negentiende en het twintigste verskie lezen.

40:16Daniel 2, vers 19 en 20.

40:21En daar luidt Gods onfeilbaar woord als volgt.

40:24Toen werd aan Daniel in een nachtgezicht de verborgenheid geopenbaard.

40:32Toen loofde Daniel de God des hemels.

40:36En Daniel antwoordde en zeide de naam God zij gelooft van eeuwigheid tot in eeuwigheid.

40:45Want zijne is de wijsheid en de kracht.

40:49Tot zover.

40:51En

40:52wij zien in dit gedeelte dat God de toekomst beheerst en openbaart.

41:03Beheerst en openbaart de toekomst.

41:07Een

41:09drietal gedachten.

41:10In de eerste plaats staan wij stil bij ellende.

41:13Ten tweede bij verlossing.

41:16En ten derde bij dankbaarheid.

41:20God beheerst en openbaart de toekomst.

41:25Ten eerste ellende.

41:28Ten tweede verlossing.

41:31En ten derde...

41:34Gemeente, het boek Daniel is best een heel opmerkelijk boek.

41:40U vindt daar natuurlijk in de eerste zes hoofd ook prachtige geschiedenissen.

41:45En ik denk ook dat onze jongens en meisjes die wel kennen.

41:49Die drie vrienden van Daniel in de vurige oven.

41:52Of Daniel zelf in de leeuwenkuil.

41:55Waar hij op een wonderlijke manier gespaard wordt.

41:58Die eerste zes hoofdstukken zijn wel bekend, maar daarna volgen de echte profetieën.

42:05En zo zijn er wel verklaarders die zeggen, nou dat moet eigenlijk wel door twee verschillende mensen geschreven zijn.

42:12Die Daniel, een van de jongelingen die in ballingschap zijn gevoerd naar Babel.

42:19Die dit heeft meegemaakt.

42:21En dat is een hele andere Daniel als die Daniel die de profetieën heeft geprofiteerd.

42:28Dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo zijn.

42:30De Heilige Geest heeft Daniel geïnspireerd.

42:35Zodat hij verder mocht zien als de tijd waarin hij leefde.

42:40Hij mocht zien wat er ook in de toekomst zou gaan gebeuren.

42:46En daarom vertoont het boek Daniel ook heel veel overeenkomst met het boek openbaring.

42:53En de grote lijn is dat de...

42:57Kerk in het strijdperk van dit leven staat, maar dat de overwinning behaald is.

43:04De overwinning is behaald op Golgotha, waar Christus het uitgejubeld heeft.

43:11Het is volbracht.

43:15Maar dat betekent niet dat de kerk ontslagen is van strijd.

43:20Treffend staat dat van koning David opgetekend.

43:25Dat hem de zonden vergeven werden.

43:28Maar het kwaad weet niet van zijn huis.

43:34En daarom is het ook goed om steeds weer onderscheid te maken.

43:38Tussen zonden en ellenden.

43:41Zoals ook onze Heidelbergse katechismes dat doet.

43:45En dan is ellende het gevolg van de zonden.

43:51En zo kan de Heere ons de zonden vergeven.

43:56Maar dat wil nog niet zeggen.

43:58Dat we van de strijd ontheven zijn.

44:01Dat we van het kruis ontheven zijn.

44:04Maar wij leven in de gebrokenheid totdat de dag aan ligt.

44:11En dan is Daniel een prachtig boek.

44:16Want dan zijn als het ware die geschiedenissen een

44:22verrekijker naar de toekomst.

44:26Dus die God die

44:30machtig is te redden.

44:33Die God die heeft de toekomst in zijn hand.

44:38En het loopt hem niet uit de hand.

44:42En daarom gaat het goed.

44:44En komt het goed.

44:48Maar die God die heeft niet alleen de toekomst in zijn hand.

44:53Hij openbaart ook die toekomst.

45:01En misschien herkent u het wel.

45:04Een prachtige psalm.

45:06Dat een psalm zo kan vertellen.

45:09Wat er in het hart leeft.

45:12In de Bijbel.

45:13Daar spreekt God tot mensen.

45:16Maar in het boek van de psalmen.

45:17Spreken mensen tot God.

45:19En we kijken ze als het ware.

45:21In het hart.

45:23En dan denk ik aan David.

45:25In psalm 3.

45:27Waar hij zingt.

45:28Ik lag en sliep gerust.

45:31Van zere trouw bewust.

45:34Totdat ik verfrist ontwaakte.

45:39Als er eentje is die zich er beslist niet in herkent, dan is dat wel koning Nebuchadnezzar.

45:46Hij lag niet en sliep gerust.

45:50Maar hij was verschrikt.

45:54Een droom gedroomd die zo aangrijpend was dat

46:02hij hem daardoor vergeten was.

46:04Maar het heeft hem enorm verschrikt.

46:08En

46:11wat doet Nebuchadnezzar?

46:13Hij gaat, en ik gebruik maar Bijbelse woorden, zo zou de apostel Paulus het gezegd hebben.

46:20Hij gaat terstond te raden bij vlees en bloed.

46:26Hij zoekt het niet bij de levende God.

46:31Maar hij roept al de tovenaars en de sterrenkijkers, de guigelaars en de galdeeën.

46:37Hij roept ze allemaal samen.

46:41Allemaal?

46:43Nou, Daniel niet.

46:47En dan kunt u zich afvragen, en waarom roept hij dan niet Daniel?

46:50Hij heeft met Daniel kennis gemaakt.

46:53Hij was onder de indruk van de wijsheid en de kennis van Daniel.

47:00En wij zouden zeggen, Daniel, hij stak met kop en schouders boven al de wijzen van Babel uit.

47:09En waarom roept hij dan niet Daniel?

47:12Gemeente, dat is nou Gods voorzienigheid.

47:16Dat is nou Gods leiding in het leven.

47:19En dat kan zo onbegrepen zijn.

47:22Maar de Heere vraagt ook niet aan u of u het begrijpt.

47:26Maar of u het gelooft.

47:28Wat gelooft gij van de voorzienigheid Gods?

47:34En als wij de Heere konden begrijpen, dan was hij geen God meer.

47:38Dan stond hij op hetzelfde niveau met ons.

47:44Gods wonderlijke leiding.

47:48En die wijzen van Babel, die moeten Nebuchadnezzar de droom verklaren.

47:54Nou, dat kunnen ze.

47:56Er zijn een hele hoop dingen die ze niet kunnen.

47:58Maar dromen verklaren, dat is hun werk.

48:02Dat is hun ambacht.

48:04En dat kunnen ze als geen ander.

48:07En nu hoeft ze maar een raadsel te geven.

48:09En ze komen met de oplossing.

48:14Maar of het de waarheid is, dat is nog maar de vraag.

48:22En dat is ook waar Nebuchadnezzar aan twijfelt.

48:26Die mannen kunnen wel van alles op de mouw spelden.

48:30En daarom willen ze graag weten wat hij gedroomd heeft.

48:35Maar dat weet hij juist niet meer.

48:37Zo

48:39van slag dat

48:41hij de droom vergeten is.

48:44En Nebuchadnezzar zegt tegen die wijze...

48:48als jullie je niet die droom kunnen verklaren...

48:52Als je niet de droom weet en als je hem niet kunt uitleggen.

48:56Dan zal je in stukken gehouden worden.

48:58En je huis zal tot een drekhoop gemaakt worden.

49:05Nou dan moet u eens over nadenken gemeente.

49:08We zouden zeggen die Nebuchadnezzar is toch een aardige man.

49:13Een innemend mens.

49:14Maar kom hem niet tegen.

49:18Want dan heb je een kwaai aan hem.

49:21Nou dat gaan deze mannen merken.

49:24Als ze niet doen wat hij zegt.

49:27Als zij niet de droom bekendmaken, dan zullen ze in stukken gehouden worden en hun huis tot een drekhoop.

49:36Niet alleen zijnzelf, maar ook hun vrouwen en kinderen.

49:43Ze zullen allen vernietigd worden.

49:48Dat geldt alle wijze.

49:51Dus ook Daniel en zijn drie vrienden.

49:59Wij zouden zeggen, maar dat is toch onredelijk?

50:05Nebuchadnezzar denkt er nog eens over na.

50:09Dat is toch niet eerlijk.

50:12Wij zouden hem typeren als een tyran.

50:18Maar het is een van de wereldleiders.

50:23Deze man.

50:26Babel een wereldmacht.

50:30En hij is het die het in deze wereld voor het zeggen heeft.

50:40En je bent je leven niet zeker.

50:47Je bent overgeleverd aan de grilligheid van deze tyran.

50:53En

50:58dan klopt Ariok, die

51:01belast is met de uitvoering van het bevel om alle wijze om te brengen, klopt op de deur van Daniel.

51:09Want ook Daniel en zijn drie vrienden moeten in stukken gehakt worden.

51:18Het eerste wat Daniel doet, hij

51:23vraagt om uitstel.

51:26U zegt misschien, doet Daniel nou niet hetzelfde als Nebuchadnezzar?

51:31Gaat Daniel nou ook niet terstom te raden bij vlees en bloed?

51:37Nee, hij gaat niet te raden.

51:41Maar Daniel weet, en zo zet hij in afhankelijkheid, zet hij een stap, ik denk ook aan Nehemia, als

51:55hij...

51:56De koning moet bedienen.

51:58Hij is de schenker van de koning.

52:01En als hij hoort van de nood.

52:03Dat stad en tempel verwoest is.

52:07Dan staat er zo treffend in Nehemia.

52:10En hij bad tot de heren.

52:13En sprak tot de koning.

52:15We zouden zeggen.

52:16Het gaat in één adem door.

52:20Hij bad tot de heren.

52:23En sprak tot de koning.

52:26En zo sprak ook Daniel tot Ariach en hij vroeg om uitstel.

52:34En zoals u in hoofdstuk 1 kon lezen, had Daniel ook zijn invloed.

52:40Er werd geluisterd naar hem.

52:45Hij had macht bij mensen, maar

52:51Daniel had ook macht bij God.

52:55Mag ik dat zo zeggen?

53:00Hij deed geweld op het koninkrijk Gods.

53:06Hij bestormde Gods genadetron.

53:11Een worstelaar

53:15om Gods hulp.

53:18Zijn wijsheid.

53:20Zijn bijstand.

53:22Zijn genade.

53:24En

53:27zo komt het dat hij de eerste keer tot de koning gaat.

53:33En hij zegt tegen de koning, ik zal u de droom uitleggen.

53:39Gemeente, en probeert u eens mee te denken.

53:41Wat dit voor Daniel...

53:44Moet betekend hebben.

53:49Daniel gaat in het vaste vertrouwen.

53:53Dat de heren hem de toekomst zal openbaren.

54:00Een vast vertrouwen.

54:03Op de levende God.

54:05Die hem nou nog nooit beschaamd heeft.

54:09Gemeente met mensen val je om.

54:12Als u het van mensen verwacht.

54:14Als u het van een dominee verwacht.

54:16Of van een lief kind van God.

54:18Dan valt u vroeg of laat om.

54:20Maar met de heren komt u nooit beschaamd uit.

54:23Ik zal u de droom uitleggen, zegt Daniel.

54:31En dan gaat Daniel naar huis.

54:33En

54:37wij weten dat hij open vensters had naar Jeruzalem.

54:41Dat hij drie keer daags zijn binnenkamer zocht.

54:45Trouwens, hebt u ook nog een binnenkamer?

54:50Misschien uw slaapkamer?

54:53Misschien een plekje op zolder of in de schuur?

54:56Of achter de schuur?

54:59Een binnenkamer waar

55:03u al uw nood, al uw zorgen, al uw vragen, al uw twijfels, al

55:13uw moeite, al

55:15uw schuld kwijt

55:18kunt voor de Heren.

55:25Daniel zoekt zijn binnenkamer, maar hij doet nog iets.

55:29Hij

55:31maakt zijn vrienden deelgenoot van de grote ellende waar

55:39hij in verkeert.

55:40De

55:43doodwacht.

55:46Hij zal in stukken gehouden worden.

55:50Maar hij deelt zijn nood met

55:54zijn drie vrienden.

55:57Prachtig, meint hij, als je zo een

56:01vriend of een vriendin hebt.

56:05Waar je al je zielsgeheimen mee kunt delen.

56:10Als u het niet meer begrijpt.

56:13Wat er gebeurt in je leven als dingen onder je handen worden afgebroken.

56:22Als u een onbegrepen weg moet gaan.

56:30Als u dingen in uw leven geen plek kunt geven.

56:35Om dan ze te delen.

56:38Wat bijzonder is het dan dat de Heer ons ook gemeente laat zijn.

56:44Een gemeente.

56:45En

56:47moet u maar kijken in het Nieuwe Testament hoe belangrijk een gemeente is.

56:51Paulus schrijft al zijn brieven aan een gemeente.

56:55Of aan een voorganger van de gemeente.

56:58Johannes moet zijn brieven schrijven aan de engel van de gemeente.

57:09Om samen de liederen Sions aan te heffen.

57:13Maar ook om

57:16tot God te roepen.

57:18De nood van de gemeente voor Gods aangezicht te brengen.

57:24En wat goed is het dan om voorbeden te vragen.

57:30En misschien zegt u wel het is maar een kleinigheid.

57:35Maar ik heb wel eens van een anesthesist gehoord die zei een rondvlucht is ook een vlucht.

57:42Je moet opstijgen.

57:44Je moet weer landen.

57:45En dan ben je dan maar een kwartiertje in de lucht.

57:47Maar er zitten evenveel gevaren aan.

57:50Ook een kleine ingreep.

57:52Ligt alles onder de besturing van de heren.

57:55Om zo dat ook voor zijn aangezicht bekend te maken.

57:59Wat wordt het dan wonder.

58:01Als u ervaren mag.

58:03Dat je gedragen wordt op de vleugels van het gebed.

58:10Diepe, diepe zorgen.

58:14Daniel, hij verkeert in een diepe ellendige staat.

58:21Gevaar dreigt.

58:22Wat zou

58:25er door Daniel heen gegaan zijn?

58:27Gemeente, dan moeten we voorzichtig worden.

58:30En we moeten oppassen dat we Gods woord niet laten buitspreken.

58:33Want dat staat er niet.

58:35Wat er door Daniel heen...

58:37Misschien was het wel die stille rust uit Psalm 3.

58:43Waarin hij gerust mocht slapen.

58:49Of was er nog meer.

58:54Je vervuld bent met de liefde van Christus.

58:58Om dan God lief te hebben boven alles.

59:02En je naaste als onszelf.

59:07Die Nebuchadnezzar lief hebben.

59:11Die zo in één klap al die wijze om laat brengen.

59:16De tyran.

59:18Hem lief hebben.

59:25Wat een ellende.

59:27Waarin Daniel verkeert.

59:30Het

59:32was onze eerste gedachte.

59:33We gaan naar onze tweede gedachte.

59:35Verlossing.

59:37Want is dit dan het einde gemeente?

59:43Wonderlijk zijn toch des Heren wegen.

59:46Dat Nebuchadnezzar nou net Daniel en zijn drie vrienden uitgekozen heeft.

59:52Uit de ballingen van Israël.

59:55Om aan zijn hof te dienen.

59:59Om hen in te schakelen in zijn dienst.

1:00:02En wat zijn bedoeling er precies mee.

1:00:04Dat laten we nu even rusten.

1:00:06Maar ze mogen een plaats hebben aan het hof.

1:00:10En de koning wil hen gebruiken, wil hen inzetten.

1:00:13Heeft daar zijn bedoeling mee.

1:00:17Dan is het toch onbegrepen.

1:00:19Ze zijn net, zouden wij zeggen, ze zijn net opgevoed.

1:00:22Ze zijn net getraind voor deze functie.

1:00:25Ze zijn opgeleid.

1:00:27En dan komt er zo plots een einde aan.

1:00:31Zou dan de tyran Nebuchadnezzar het winnen gemeente?

1:00:38En de Galdeeën die zeggen het.

1:00:41Als de koning zegt ik wil die droom weten.

1:00:44Dan zeggen die Galdeeën.

1:00:46Want de zaak die de koning begeert is te zwaar.

1:00:50Er is niemand anders die dezelfde voor de koning te kennen kan geven.

1:00:56Dan de goden welker woning bij het vlees niet is.

1:01:04Die Galdeeën die zeggen tegen de koning.

1:01:06Dat kunnen alleen de goden oplossen.

1:01:09Maar ja, die gonen wonen niet bij het vlees.

1:01:16Wat een arme godsdienst, gemeente.

1:01:20Die goden staan dus op grote afstand.

1:01:24En die bemoeien zich niet met mensen.

1:01:28Het zijn grillige goden waar je het maar bij moet afwachten.

1:01:34Wat een verschil met de drie-enige God van de Bijbel.

1:01:39Dat is een God die bij mensen woont.

1:01:44Het is een liefhebbend vader die in zijn verkiezende genade...

1:01:50mensen heeft uitverkoren tot zaligheid.

1:01:55Of vindt u het moeilijk, gemeente?

1:01:58Zijn verkiezende liefde.

1:02:04Als er toch geen verkiezing was, dan kon u uw boeltje pakken en naar huis gaan.

1:02:10Dan was het een verloren zaak.

1:02:13Maar weet u...

1:02:15Weet u hoe hij zijn verkiezende liefde bekend maakt?

1:02:20Door te roepen.

1:02:22En te nodigen.

1:02:26Kom herwaarts tot mij.

1:02:28Alle die vermoeid en belast zijn.

1:02:31En ik zal u rust geven.

1:02:34O alle gij einde der aarde.

1:02:37Of behoort u dan niet tot de einde der aarde?

1:02:44Het is zelfs zo.

1:02:46Dat is liefde.

1:02:48Dat die vader.

1:02:51Zijn zoon gegeven heeft.

1:02:54En dat zijn zoon mens is geworden.

1:02:58Niet alleen bij mensen woont.

1:03:02Maar in de plaats is gestaan van mensen.

1:03:07Zijn verkiezende liefde.

1:03:10Waardoor hij zijn zoon genomen heeft en hem gebracht heeft.

1:03:14Naar de vervloekte kruisheuvel.

1:03:18En de zoon heeft zich gewillig laten geven.

1:03:24Onbegrijpelijke en onbeschrijfelijke zondaarsliefde.

1:03:28Omdat hij u niet over heeft voor het eeuwig verderf.

1:03:32En daarom u roept en nodigt.

1:03:37Omdat u het zou zien dat er uitkomsten zijn bij hem zelfs tegen de dood.

1:03:44Als u niet meer weet hoe het moet.

1:03:46Als uw schuld u drukt.

1:03:48Dan zegt hij zie hier ben ik, zie hier ben ik.

1:03:52Hij ziet niets liever dan dat zondaren, hoe puinhoop, hoe chaos het ook is in uw leven, tot hem de toevlucht nemen.

1:04:02En dan de heilige geest, gemeente.

1:04:06Die Galdeërs zeggen, die goden die wonen niet bij mensen.

1:04:11Maar het is de heilige geest die intrek neemt in een verloren zondaarsbestaan.

1:04:20Denkt u dan maar aan het teken en zegel van de doop.

1:04:25En waarom worden wij gedoopt in de naam van de Heilige Geest?

1:04:29Omdat Hij in ons wonen wil.

1:04:33En toe-eigenen hetgeen wij in Christus hebben.

1:04:38Kunt u het begrijpen?

1:04:39Kunt u het vatten?

1:04:40Dat is toch niet te begrijpen?

1:04:43Oneindige, onbegrijpelijke zondaarsliefde.

1:04:49En gemeente, als die liefde uw hart niet kan breken, dan kan niets uw hart breken.

1:04:56De hardste slagen maken u alleen maar harder.

1:05:01Maar één druppel van zijn goddelijke liefde op uw hart.

1:05:06En het smelt.

1:05:08En

1:05:12daarom, gemeente,

1:05:15verzoekt Daniel en zijn drie vrienden.

1:05:22Verzoeken de God van de hemel barmhartigheden.

1:05:27Over deze verborgenheid.

1:05:33Vers 18.

1:05:35Zij verzoeken.

1:05:39Dat is misschien wel een beetje een moeilijk woord.

1:05:42Toch, wij denken bij verzoeken aan iets kwaads.

1:05:47Satan verzoekt tot het kwaad.

1:05:50Die verleidt.

1:05:52En die heeft er maar één ding baat.

1:05:56Dat de hemel zo leeg mogelijk blijft.

1:06:00En daarom verzoekt Satan.

1:06:02Maar God verzoekt niet tot het kwaad.

1:06:06En daarom zeggen wij vaak dan, dat is een beproeven.

1:06:12Maar dit verzoeken, dat betekent eenvoudig een

1:06:17zoeken en een vragen.

1:06:20Ze

1:06:22zoeken

1:06:23barmhartigheid.

1:06:27Ze zoeken een brandend hart.

1:06:30Dat

1:06:32is de letterlijke vertaling van barmhartigheid.

1:06:35Een brandend hart van de God des hemels.

1:06:39En

1:06:42dat is de taak van een prediker, gemeente.

1:06:45Om dat brandende vaderhart te verklaren.

1:06:49U bent misschien vanavond wel gekomen met de wens dat uw hart verklaard zal worden.

1:06:55Maar daar kom ik niet voor.

1:07:02Ik mag het vaderhart verklaren.

1:07:05Dat brand van ontferming.

1:07:12En dat ziet u in zijn zoon.

1:07:15Hierin is de liefde gods jegens ons geopenbaard.

1:07:21Dat hij zijn enige geboren zoon gegeven heeft.

1:07:26Zo verzoeken.

1:07:29Daniel en zijn drie vrienden barmhartigheid.

1:07:33En waarover?

1:07:37Over deze verborgenheid.

1:07:40Die

1:07:43verborgenheid.

1:07:45Dat is Gods regering.

1:07:49Gods plannen.

1:07:51Ook met Daniel en zijn drie vrienden.

1:07:54Met die droom van koning David.

1:07:58Sorry, koning Nebuchadnezzar.

1:08:01Zoeken zij.

1:08:05...barmhartigheden over deze verborgenheid.

1:08:09En

1:08:11gemeente, ook daar ligt dan weer een les.

1:08:15Want als het gaat over verborgenheden...

1:08:17...dan

1:08:19is de grootste verborgenheid de godzaligheid.

1:08:26Zo schrijft tenminste de apostel Paulus dat.

1:08:29De verborgenheid der godzaligheid is groot.

1:08:33En waarom is die zo groot?

1:08:35Omdat God geopenbaard is in het vlees.

1:08:41En die verborgenheid, om die verborgenheid te kennen.

1:08:47En

1:08:50ik spreek onze vaderen maar na in artikel 22 van de Nederlandse geloofsbeleiding.

1:08:55Om deze verborgenheid te kennen ontsteekt de Heilige Geest een waar geloof in mijn hart.

1:09:04Om deze verborgenheid.

1:09:07Dat

1:09:09God zijn

1:09:11Zoon gegeven heeft tot een volkomen verzoening.

1:09:17En dat hij dat toepast door het werk van de Heilige Geest.

1:09:24Om deze verborgenheid te kennen.

1:09:28En dat is nodig, gemeente, voor u en voor jullie jongens en meisjes en voor mij.

1:09:33Dat wij deze verborgenheid kennen.

1:09:38Want als u daar vreemdeling van bent, dan moet u omkomen.

1:09:42Beseft u dat, gemeente?

1:09:46Buiten Christus moet u voor eeuwig verloren gaan.

1:09:53En dat ik u daar niet voor over heb is nog niet zo belangrijk.

1:09:56Maar de Heere heeft u er daar niet voor over.

1:09:59En daarom laat hij het nog bekendmaken.

1:10:01Laat hij het ook vanavond nog bekendmaken.

1:10:05En ik heb het net nog tegen de broeders gezegd, gemeente.

1:10:09Voor mij zo onbegrepen dit beroep.

1:10:13Maar al is het alleen maar dat ik hier vanavond moest voorgaan om het u aan te zeggen.

1:10:19En u te waarschuwen.

1:10:22Maar ook u te nodigen.

1:10:25Omdat de verborgenheid der godzaligheid groot is.

1:10:29God geopenbaard in het vlees.

1:10:32Hij wil bij mensen wonen.

1:10:38Zodat u niet zult omkomen.

1:10:41En dat zegt Daniel ook.

1:10:43Dat Daniel en zijn metgezellen met de overige wijze van Babel niet omkwamen.

1:10:54Dus Daniel heeft niet alleen zichzelf op het oog.

1:10:59Maar ze hebben ook de andere wijze op het oog.

1:11:03En dat is wat genade doet gemeente.

1:11:06Dat maakt gunnend.

1:11:08En dan is het altijd zo prachtig in de Heidelbergse katechismes als het gaat om zondag zeven.

1:11:13Dat ware geloof.

1:11:17Dat het ook een vertrouwen is wat de heilige geest door het evangelie in mijn hart werkt.

1:11:22Dat niet alleen anderen maar ook mij de vergeving van zonde, eeuwige gerechtigheid en zaligheid geschonken is.

1:11:32En dat om de verdiensten van Christus.

1:11:36Maar als het zo wordt beleefd, dan mag je het ook omdraaien.

1:11:39Dan is het niet alleen mij, maar ook anderen.

1:11:42Dat maakt gunnend, gemeente.

1:11:45Dan gun je toch iedereen.

1:11:49Als u mag weten van welke nood en van welke dood je gered bent.

1:11:55Dan gun je dat toch iedereen.

1:11:58Dan moet toch je buurman en je buurvrouw het horen.

1:12:00Je collega moet het horen.

1:12:02Je klasgenoot moet het horen.

1:12:08Ze zijn bewogen.

1:12:11Met de scharen die de wet niet kent.

1:12:15En toen, toen

1:12:18werd aan Daniel in een nachtgezicht de verborgenheid geopenbaard.

1:12:26Op dat roepen, op

1:12:29dat vragen, op dat zoeken van hem.

1:12:36Doet de Heer het dan om het gebed?

1:12:38Nee, gemeente.

1:12:40Dan altijd maar weer voorzichtig zijn.

1:12:42Broeders, er is niets eenvoudiger dan om zielen tot Christus te leiden.

1:12:51Maar zeg nooit, vraag er maar veel om.

1:12:57Alsof

1:12:59het een verdienste wordt.

1:13:01Als ik er maar veel om vraag, dan krijg ik het wel.

1:13:05Nee, de Heer doet het op het gebed.

1:13:10En als het volk Israël in grote nood verkeert onder de slavernij van Egypte.

1:13:16En de druk allemaal groter wordt, dan komt er een roepen.

1:13:26En dan is de Heer al tachtig jaar bezig met een oplossing.

1:13:3040 jaar Mozes aan het hof.

1:13:3240 jaar in de woestijn.

1:13:37Ik zal antwoorden.

1:13:40Eer zij tot mij roepen.

1:13:45Zo geeft de Heer verlossing.

1:13:50Op het gebed.

1:13:52En Daniel ontvangt een nachtgezicht.

1:13:55En of hij precies die droom van Nebuchadnezzar gezien heeft.

1:13:59Dat is niet duidelijk.

1:14:00Maar dat is ook niet zo belangrijk.

1:14:02Het wordt hem geopenbaard.

1:14:09Want de toekomst.

1:14:11Ligt niet alleen in de hand van de heren.

1:14:14Maar hij openbaart het ook.

1:14:20En hoe openbaart hij de toekomst gemeente?

1:14:25Dat doet hij door zijn profeet Daniel.

1:14:29Maar in het bijzonder doet hij dat door de hoogste profeet en leraar.

1:14:36Zoals de Heidelbergse katechismes hem noemt.

1:14:39In zondag 12.

1:14:41Waarom wordt hij dan Christus genaamd?

1:14:45Omdat hij door de Vader.

1:14:47Van de Heilige Geest is gezalfd tot de hoogste profeet en leraar.

1:14:54En wat doet deze profeet?

1:14:57Die

1:14:59openbaart de verborgen raad en wil Gods aangaande onze zaligheid.

1:15:07Ziet u het?

1:15:08Hoe

1:15:11nodig Christus is.

1:15:14En

1:15:16dat het daarom ook niet anders nodig is dat u verkondigd wordt.

1:15:24Jezus Christus en die gekruisigde.

1:15:27Niet anders begeert te weten onder u.

1:15:31Dan

1:15:32Jezus Christus.

1:15:34De verborgen raad en wil gods aangaande onze zaligheid.

1:15:41Hier wordt Christus aangewezen.

1:15:46Ziet u hem schitteren.

1:15:48In al zijn heerlijkheid.

1:15:50In zijn grootheid.

1:15:53In zijn dierbaarheid, in zijn gepastheid, in zijn noodzakelijkheid.

1:16:01En hij wordt niet alleen aangewezen, maar ik mag hem nu ook aanprijzen, gemeente.

1:16:08Geen beter leven dan het leven met de Heer Jezus Christus.

1:16:14Dan ligt de kracht in het bloed.

1:16:18Hij gegeven tot een volkomen verzoening.

1:16:23Met al uw nood en met al uw schuld.

1:16:27Om dan als een arme zon daar de toevlucht te nemen tot hem.

1:16:32En daar hij het zo graag ziet.

1:16:36Hoe lang u dan ook gezondigd hebt.

1:16:38Of hoe zwaar u dan ook gezondigd hebt.

1:16:42Maar bij de heren zijn geen onmogelijke gevallen.

1:16:48Hij roept.

1:16:50En opdat u zich vanavond nog voor het eerst of opnieuw zout werpen.

1:16:55In zijn doorboorde armen.

1:17:00Het was onze tweede gedachte.

1:17:02Verlossing.

1:17:04We gaan naar onze derde gedachte.

1:17:06Dankbaarheid.

1:17:11Toen loofde Daniel de God des hemels.

1:17:17Als u nou eens in de schoenen stond van Daniel.

1:17:20Wat zou u gedaan hebben?

1:17:22Als u die openbaring kreeg.

1:17:24En zag de oplossing.

1:17:27U weet de droom van Nebuchadnezzar.

1:17:30U weet de betekenis.

1:17:31We zouden toch als eerste naar Nebuchadnezzar vliegen.

1:17:36Koning.

1:17:36Ik

1:17:38heb de oplossing.

1:17:41Ik denk.

1:17:43Aan een lief kind van de heren.

1:17:45Het was een boer.

1:17:46Hij was werkzaam.

1:17:49In de stal.

1:17:51En zijn dochter die kwam bij hem.

1:17:53En die zei.

1:17:53Pa ik ga naar de stad.

1:17:55Ik heb nieuwe kleren nodig.

1:18:00En ze gaf vader een kus.

1:18:02En daar ging ze.

1:18:04En vader ging op zijn knieën.

1:18:08Of zijn dochter kleren zou kopen.

1:18:13Die voor de heren konden bestaan.

1:18:18Doet u dat niet?

1:18:19Uw schoenen kopen.

1:18:21Samen met de heren.

1:18:25Omdat u uzelf kent.

1:18:31En een paar uur later kwam zijn dochter terug.

1:18:34En ze liet de kleren zien.

1:18:35En de vader was zo verwonderd.

1:18:38En was zo blij.

1:18:43En zei hij.

1:18:45Vervolgens vergat ik de heren te danken.

1:18:51Maar Daniel niet.

1:18:53Toen.

1:18:55Let u op dat woordje toen.

1:18:57Toen werd Daniel in een nacht gezien.

1:19:01De verborgenheid geopenbaard.

1:19:03En toen.

1:19:06Loofde Daniel de God des hemels.

1:19:11En hij looft hem vanwege zijn hulp.

1:19:14Zijn bemoeienis.

1:19:17Dat de Heer zich bemoeit met mensen.

1:19:20Dat de Heer, mag ik het zo maar heel zakelijk zeggen.

1:19:24De Heer reageert op mensen.

1:19:27Hij is een hoorder van het gebed.

1:19:33En Daniel beseft het.

1:19:35Dat deze God het nou waardig is.

1:19:39Om geloofd, geëerd en geprezen te worden.

1:19:43En dat van eeuwigheid tot in de eeuwigheid.

1:19:50Omdat hij zijn verborgen raad en wil bekend maakt.

1:19:57De verborgen raad en wil aangaande onze zaligheid.

1:20:02En

1:20:04gemeente, die raad van God.

1:20:06Die eeuwige raad.

1:20:08De

1:20:10kern daarvan is het zalige van zondagen.

1:20:14Dat Christus zich uit het ganse menselijke geslacht.

1:20:18Zich een gemeente vergadert ten eeuwige leven.

1:20:23En daarom alles wat er gebeurt in deze wereld.

1:20:28Veertig oorlogen op dit moment gaande.

1:20:33Honderd miljoen mensen op de vlucht op dit moment.

1:20:36Maar niet alleen wat er in de wereld gebeurt.

1:20:39Ook wat er in ons land gebeurt.

1:20:43Maar ook wat er in uw leven gebeurt.

1:20:45En in jouw leven.

1:20:51Op dat zondaren zalig worden.

1:20:56Op dat zondaren getrokken worden uit de macht en de heerschappij des duivels.

1:21:03En overgezet in het koninkrijk van de zoon zijn liefde.

1:21:09En Daniel bejubelt het.

1:21:11Hij verandert tijden en stonden.

1:21:16Misschien herkent u het wel.

1:21:17U zegt iets.

1:21:19En dat heeft grote gevolgen.

1:21:20Of u doet iets.

1:21:21U kijkt op het ogenblik niet uit.

1:21:23U rijdt ergens tegenaan.

1:21:25En dan wens je wel eens dat je de klok een uur terug kon zetten.

1:21:29Dat je het nog een keer over kon doen.

1:21:33Maar dat redt u niet.

1:21:35Maar de heren wel.

1:21:35Hij verandert tijden en

1:21:39stonden.

1:21:40Een wenk van zijn alvermogen.

1:21:45En hij bevestigt koningen.

1:21:49En hij zet ze af.

1:21:55Dus Trump.

1:21:58Heeft hij bevestigd.

1:21:59En Xi.

1:22:00En Zelensky.

1:22:02En Poetin.

1:22:04En Netanyahu.

1:22:08En hij bevestigt ze.

1:22:10En hij zet ze af.

1:22:18En dat doet hij ook met dominees.

1:22:24En hij zegt tegen de een.

1:22:26Ga.

1:22:27En hij gaat.

1:22:29En tegen een ander.

1:22:31Kom.

1:22:32En hij komt.

1:22:37Om het zo over te geven gemeente.

1:22:41In zijn hand.

1:22:44En dat geldt niet alleen voor u.

1:22:48Dat geldt in het bijzonder ook voor mij.

1:22:54Hij openbaart diepe en

1:22:58verborgen dingen.

1:23:02Daniel zegt, hij weet wat in het duister is.

1:23:07En weet u hoe het komt dat hij weet wat er in het duister is?

1:23:11Omdat hij licht is.

1:23:14En in dat licht zien

1:23:17wij het licht.

1:23:20Dan doet hij de nevels opklaren.

1:23:25Als we het van hem verwachten.

1:23:28Als we op hem vertrouwen.

1:23:31Hoe onbegrepen dan ook de weg kan zijn.

1:23:36Hoe onmogelijk dan ook de weg kan zijn.

1:23:46Maakt u zich zorgen, gemeente.

1:23:52Maakt u zich zorgen over uw heil.

1:23:58Over uw zaligheid.

1:24:02Maakt u zich zorgen over uw eeuwige bestemming.

1:24:09Is dat de vraag van uw leven?

1:24:12Hoe krijg ik een rechtvaardig God tot mijn deel?

1:24:17Een

1:24:26grote verborgenheid.

1:24:30Maar om nou te erkennen, om

1:24:34nou de God des hemels barmhartigheid te verzoeken over

1:24:41deze verborgenheid.

1:24:51Wie is er dan koning, gemeente?

1:24:54Is dat Nebuchadnezzar?

1:24:57Nee, die wordt door de heren bevestigd en afgezet.

1:25:03De

1:25:05koning, dat

1:25:07is Jezus Christus, de koning der koningen, de koning van zijn kerk.

1:25:17Maar wie is uw koning?

1:25:21En als het gaat over Christus die de gezalfde van de Vader is.

1:25:26En gezalfd tot profeet.

1:25:27Dat hebben we gehoord.

1:25:29En ik denk dat

1:25:32u dat nog wel wilt.

1:25:34Toch?

1:25:35Dat hij u gaat leren.

1:25:40Ik denk dat u hem ook nog wel wilt als priester.

1:25:45Omdat u wel weet dat u het zelf niet opgelost krijgt.

1:25:48U kunt u zelf niet redden.

1:25:51U kunt u zelf niet wassen en reinigen van de zonde.

1:25:55En zoals de priester in het oude testament zorgde voor verzoening.

1:26:00Als je gezondigd had dan ging je met een offerdier naar de priester.

1:26:03En de priester offerde dat tot

1:26:07een liefdelijke reuk de Heer.

1:26:08En dan vond er herstel plaats.

1:26:11Zo wilt u hem ook wel als priester toch.

1:26:14Maar wilt u hem ook als koning.

1:26:19En dat u koning af bent.

1:26:22Dan moet u van de troon.

1:26:24En ik.

1:26:27Dan heb ik het niet meer voor het zeggen.

1:26:32Maar gemeente, daar ligt nou juist de grote rijkdom.

1:26:37Dat is wat de apostel Paulus bedoelt met de vrijheid die in Christus Jezus is.

1:26:44Dan hoeft u niks meer te zijn.

1:26:46Dan hoef je geen gevierde ouderling of gevierde predikant meer te zijn.

1:26:53Dan mag je een arme zondaar zijn.

1:26:56Een zondaar die

1:26:59het van genade moet hebben.

1:27:02Van genade moet leven.

1:27:06Een arme zondaar, een bedelaar.

1:27:09Wier zient Bettler.

1:27:14Wij zijn bedelaars.

1:27:17En

1:27:20zo dwars door alle onmogelijkheid heen.

1:27:25Vestigt de Heere zijn koninkrijk.

1:27:28En

1:27:29prachtig.

1:27:30En

1:27:32verdiept u zich maar daar wat in, in de profetieën van Daniel.

1:27:36En

1:27:37dan ziet u het gebeuren.

1:27:39Die steen, die

1:27:43wordt zonder handen losgemaakt.

1:27:46En verpulvert dat beeld van Nebuchadnezzar.

1:27:49Verpulvert al die koninkrijken.

1:27:54Het koninkrijk gods is nabij.

1:28:01Dat was de prediking van de Heer Jezus.

1:28:04Aan het begin van zijn rondwandeling op aarde.

1:28:07Marcus 1.

1:28:09Het koninkrijk der hemelen is nabij.

1:28:12Bekeert u en

1:28:15gelooft het evangelie.

1:28:17U mag het ook zo vertalen.

1:28:18Bekeert u en gelooft.

1:28:21Daartoe het evangelie.

1:28:26En wat is het evangelie?

1:28:30Het evangelie is dat Jezus Christus in deze wereld gekomen is.

1:28:35Om zondaren zalig te maken.

1:28:38Hoort u het?

1:28:40Gaat over u.

1:28:42En over jou.

1:28:46En opdat u hem nodig zal hebben.

1:28:51Omdat bij hem alles te vinden is.

1:28:54Voor de tijd.

1:28:56En voor de eeuwigheid.

1:28:59Kom gemeente.

1:29:02Wat hebt u erop tegen?

1:29:05Om hem nou nederig te voet te vallen.

1:29:09Wat u erop tegen hebt.

1:29:11U hebt uzelf tegen.

1:29:13Maar zie dan.

1:29:15Dat hij het is.

1:29:18Die zegt.

1:29:18Zie hier ben ik.

1:29:20Zie hier ben ik.

1:29:24En dat u nou mag komen zoals u bent.

1:29:26U mag niet blijven wie u bent.

1:29:29Want hij vraagt bekering.

1:29:30Maar u mag komen zoals u bent.

1:29:34Dan hoeft er niks bij van u.

1:29:38Maar er kan ook niks bij van u.

1:29:41Het is enkel en alleen zijn genade.

1:29:45En omdat het genade is, kan het gemeente.

1:29:49Nee, ik zeg niet dat Christus voor u allen gestorven is.

1:29:54Maar ik zeg wel vanavond dat voor u allen er een gestorven Christus is.

1:30:02Amen.

1:30:06Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 113.

1:30:10En we zingen daarvan het eerste vers.

1:30:12Gaai sere knechten loof den heren.

1:30:15En ook het derde vers.

1:30:17Wie is gelijk aan onze heren.

1:30:20Het eerste en het derde vers uit psalm 113.

1:30:24[GEZANG]

1:34:12Laten wij eindigen met dankgebed.

1:34:18Heren u bent een wonderdoend God.

1:34:22Dat u wilt wonen bij mensen.

1:34:26Dat u daarom uw zoon gegeven hebt.

1:34:29En we zeggen uw naam ontmoedigd dank.

1:34:31Voor die onuitsprekelijke genade gaven.

1:34:36We zeggen uw naam dank heren.

1:34:38Dat zo ook vanavond uw woord mocht klinken.

1:34:43Maar opdat wij ook hem zouden zien.

1:34:47Die zijn leven gaf.

1:34:50Zijn lichaam heeft laten breken.

1:34:53En zijn bloed heeft laten vergieten.

1:34:57Die het gesproken heeft.

1:34:59Ik voor u.

1:35:00Dat gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.

1:35:05We zeggen u namelijk moedig dank heren.

1:35:08Dat u verborgenheden wilt openbaren.

1:35:11Die grote verborgenheid.

1:35:15Aangaande onze zaligheid.

1:35:18En daarom uw zoon gegeven.

1:35:22Heren geef voor jong en oud.

1:35:24Dat

1:35:26ze mogen zien.

1:35:29Barmhartigheden.

1:35:32Verzoeken.

1:35:33Om deze verborgenheid te openbaren.

1:35:36En dat tot behoud.

1:35:39U regeert.

1:35:43U bestuurt en leidt alle dingen.

1:35:47Heren geef dat we zo mogen volgen.

1:35:51Wat dan ook de weg zal zijn.

1:35:54We bieden het van u.

1:35:57Gedenk ons naar de grootheid van uw genade.

1:36:00Wees zelf de naprediker.

1:36:03Breng ons veilig thuis.

1:36:05En

1:36:08dat we in alles.

1:36:10Het van u zullen verwachten.

1:36:13Dat bieden wij van u.

1:36:15Om Christus wil alleen.

1:36:18Amen.

1:36:19Wij

1:36:21zingen nog tot slot uit Psalm 34, het tweede vers.

1:36:25Kom, maak God met mij groot.

1:36:28Verbreid, verhoog met hart en stem de nooit volprezen naam van hem die ons behoedt in nood.

1:36:36En wat er verder volgt, tweede vers uit Psalm 34 als slotsang.

1:36:40[GEZANG]

1:39:05Ga dan in vrede naar uw woningen, verheft uw harten tot God en ontvang de zegen des Heren.

1:39:11De Heren zegenen u en behoeden u.

1:39:15De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zij uw genadig.

1:39:20De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:39:26Amen.

1:39:27[GEZANG]