Bezinningsuur - W. Teellinck: De praktijk van het Heilig Avondmaal-3

maandag 1 juni 2026 · 20:00 uur · Meditatie · Ds. D. Heemskerk · 56 minuten

Transcript

0:02Alle hartelijk welkom vanavond en ik stel voor dat we gaan beginnen met het zingen van Psalm 84, het derde en het zesde vers, Welzaligheid, die al zijn krachten hulp alleen van u verwacht.

0:14En ook het zesde vers, want God de Heer is zo goed, zo mild, is er in alle tijd een zon en schild.

0:21Psalm 84, vers 3 en 6.

0:24Lees

0:25[GEZANG]

5:04u ook diezelfde, Psalm 84.

5:07Voor

5:12de opperzangmeester op de gittit.

5:14Een psalm voor de kinderen van Korach.

5:44En mijn God, wel gelukzalig zijn zij die in uw huis wonen.

5:50Zij prijzen u gestadiglijk, Seda.

5:53Wel gelukzalig is de mens wie in sterkte in u is, in welker hart de gebaande wegen zijn.

6:01Als zij door het dal der moedbezienbomen doorgaan, stellen zij hem tot een fontein.

6:07Ook zal de regen hen gans rijklijk overdekken.

6:12Zij gaan van kracht tot kracht.

6:14Een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.

6:19Heren, God der heerscharen, hoor mijn gebed.

6:23Neem het ter oren, o God van Jacob, Sela.

6:28O God ons schild, zie en aanschouw het aangezicht uws gezalfden.

6:35Want één dag in uw voorhoven is beter dan duizend elders.

6:39Ik koos liever aan de dorpel in het huis mijn schots te wezen.

6:44dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid.

6:48Want God de Heere is een zon en schild.

6:52De Heere zal genade en ere geven.

6:56Hij zal het goede niet onthouden, dengene die in oprechtheid wandelen.

7:02Heere der Heerscharen, wel gelukzalig is de mens die op u vertrouwt.

7:08Tot zover.

7:09Ik ga nu voor in gebed.

7:13Heren, gij brengt ons in dit avontuur hierbij een ogenblik van bezinning voor de voorbereiding op het sacrament van het heiligavondmaal.

7:24Schenk u dan nog uw onmisbare gunst en zegen.

7:28Wil u onze zielen raadselen oplossen als we die hebben.

7:33Op onze harten vragen antwoord geven als we daarmee bezet zijn.

7:39Ons de weg komen aan te wijzen.

7:43De psalm.

7:44Die heeft het ons voorgehouden.

7:46U zal ons het goede niet onthouden.

7:49Als we in oprechtheid voor u mogen wandelen.

7:53Geef ons dan heren ook dat onderwijs.

7:56Wat die oprechtheid ook inhoudt betekent.

8:01Als we oprecht zijn.

8:02Dan zijn we toch echt schuldenaar voor u bij aanvang en verdere voortgang.

8:08Oprecht onze zonden bekennen.

8:11Als we oprecht zijn dan zullen we toch.

8:14Uitsluiten die enige grond der zaligheid.

8:17Buiten onszelf.

8:19Beminnen en zoeken van ganser harten.

8:22En als we oprecht mogen zijn dan.

8:25Zal toch de begeerde zijn de overige tijd.

8:28Op te wassen in de kennis en in de genade van hem.

8:32En in oprechtheid voor uw aangezicht naar al uw inzettingen.

8:37In beginselbegeren te handelen en te wandelen.

8:41Heren, breid zo uw handen genadig en ontfermend over ons uit.

8:45Schenk zo uw zegen.

8:47Wil zo uw hulp, uw bijstand niet onttrekken.

8:51Doe verzoening over het zondige, bewaar u ons daarvoor.

8:55Wij vragen u dit om Jezus willen uitgenaden.

9:03De vorige keer hadden we stilgestaan bij het eerste gedeelte van de tweede preek van Wil.

9:09Een tekening over het sacrament van het heiligavondmaal.

9:13En dat de rechte toegang tot het sacrament van het heiligavondmaal.

9:19Dat kan alleen als we bekleed zijn met het bruiloftskleed.

9:22Zo heeft hij ons voorgehouden.

9:24En het bruiloftskleed bestaat uit een zestal delen.

9:28De vorige keer hebben we stilgestaan bij de eerste drie delen.

9:31Althans, de deling stond daarbij stil.

9:34Het eerste deel was het ware berouwen voor onze zonden.

9:37Het tweede deel het ware geloof in Christus Jezus.

9:40En het derde deel de ware liefde.

9:43Tot God en onze naasten.

9:45En dan komt nu het vierde deel.

9:48En dat is de bijzondere kennis van de dingen van het heiligavondmaal.

9:52Hij wijst ons dus in dat vierde deel van het bruiloftschleed.

9:57Dat we wel moeten weten wat of wij doen aan het sacrament van het heiligavondmaal.

10:03Wat of wij komen doen dat het niet buiten de kennis omgaat.

10:07Die kennis is voor de natuurlijke mens de verborgenheid.

10:12Maar de rechte beproeving kan niet plaatsvinden als we niet weten waar het om gaat om het lichaam, en dan met een hoofdletter het lichaam van de Heer Jezus, recht te onderscheiden.

10:23En als we dat niet recht onderscheiden, dan kunnen we ook geen zegelingen, geen nadere onderwijzingen en verdiepingen ontvangen door middel van het sacrament van het Heiligavondmaal.

10:35En hij wijst er dan ook op, daarom laten wij ook geen kinderen toe aan het sacrament van het Heiligavondmaal.

10:41Omdat hij over het algemeen die kennis nog niet zo bezitten.

10:46Het brood is de verbreking van het lichaam wat gegeten wordt.

10:50Dat is deel hebben aan het offer.

10:53Zoals het lichaam brood nodig heeft om onderhouden te worden.

10:57Zo moet ook de ziel gespeisigd worden als het geloof ook in oefening is.

11:04En hij heeft dat recht om dat brood te eten.

11:09Dat heeft hij.

11:10Ook geboden in het sacrament van het heiligavondmaal, dat geeft deel aan de voldoening aan het recht.

11:16Hij heeft dat recht van God verheerlijkd en verhoogd.

11:20En als we dat brood dan eten, de verbreking van het lichaam van de Heer Jezus, dan is het ook het ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.

11:31Dan hebben wij ook deel aan de voldoening aan dat strafeisend recht van God.

11:37Hij heeft.

11:39Dat recht voldaan.

11:41En dat heeft hij gedaan in zijn dierbaar lichaam.

11:45Wat zondeloos was.

11:46En als we dat brood eten wat gebroken is.

11:50De verbreking van het lichaam.

11:52En we nemen dat stukje brood tot ons.

11:54Als we dat door het geloof, door de rechte kennis mogen verstaan.

11:58Dan hebben wij deel aan die voldoening.

12:01Aan dat strafwijzend recht in en door hem.

12:06En daar moeten wij goed op letten, zegt hij, opdat we ons geen oordeel eten.

12:11We moeten niet onbesuist, zo zegt hij letterlijk, aankomen.

12:15En het moet ook niet zwaar zijn om tot deze kennis te komen.

12:19Ten dagen als gij daarvan eet, zo heeft het geklonken in het paradijs voor de val, dan zult gij de dood sterven.

12:27En nu is hij, dat is dan dat recht van God, nu is hij die dood ondergaan, hij heeft dat volgens.

12:34Heeft hij gedragen en weggedragen, plaatsbekledend en eten wij gelovig dit brood, dan hebben wij ook deel van deze voldoening aan Gods recht.

12:46En het moet er ook tegelijkertijd de gaven van berouw, van geloof en liefde opwekken.

12:53Kennis is dus een belangrijk deel van het bruiloftsgeleed en wekt zo ook de gaven van berouw op.

13:01En dient ook tot versterking van het oprecht geloof.

13:04Doe dat tot mijn gedachtenis.

13:08Door de breking van het brood en de uitgieting van de wijn.

13:12Dat heeft dus ten doel dat de kennis van onze ellende.

13:16Dat we die in onze herinnering krijgen.

13:18En dat die ook verdiept wordt bij de verdere voortgang.

13:21De ernst der zonde.

13:23Zie toch wat een prijs daarvoor betaald moest worden.

13:26Dat bitter lijden en sterven voor de zoon gods.

13:30De strijd die hij gestreden heeft.

13:33Het is ook een heldere prediking van het werk van de verlossing.

13:36Hoe hij met zijn hartenbloed ook verzoening gegeven heeft.

13:41En het werkt er ook als het goed is de dankbaarheid ook in ons op.

13:45Om hem de eer daarvoor te geven.

13:48Om met de dichter te mogen zingen.

13:50U al mijn liefde waardig schatten.

13:52En wien heb ik nevens u omhoog.

13:56Geeft ook.

13:57De oorzaak om het verbond met de heren te vernieuwen en te versterken.

14:04Wanneer wij zo met verlichting in ons verstand, met de rechte kennis het heiligavondmaal mogen gebruiken.

14:10Dan krijgen wij nader onderwijs en krijgen we ook kracht en vertroosting uit de leer der waarheid.

14:18Dus het is goed als we proberen toch ons zoveel mogelijk ook.

14:24Deze kennis te verkrijgen, het waardzalig maakend geloof.

14:28De Heidelbergse katechismes heeft ook als eerste deel de kennis.

14:34Dat we alles wat God in zijn woord geopenbaard heeft, dat we dat van ganser harte toestemmen.

14:41En dat we dat ook proberen tot ons te nemen.

14:46Het vijfde deel van de bruiloftschreet, dat is een heilig verlangen naar de tijd van de bediening.

14:52Een haak erna.

14:54Een uitzien na de bediening van het sacrament van het heiligavondmaal.

15:01Dat is toch ook iets wat anders geworden is.

15:07We hebben handelingen der apostelen overdacht.

15:10Afgelopen zondagmorgen.

15:11En daar staat eigenlijk de verbreking van het brood.

15:15Dat ze dat gedurig deden.

15:17Verklaren te zeggen dat ze dat in het begin misschien wel dagelijks gedaan hebben.

15:22Misschien wel wekelijks gedaan hebben.

15:25Maar op de langere termijn is dat ook in de tijd van de kerkvaders is er meer tijd tussen gekomen.

15:32Wij kennen de bediening van het sacrament van het heiligavondmaal in ieder geval ook een viertal keren per jaar.

15:41Calvin heeft nog de bedoeling gehad om het elke zondag te houden.

15:47Dat heeft hij maar korte tijd gedaan.

15:49In de praktijk werkte dat toch ook niet.

15:52Gewone kerkgangers, niet beleidende leden verlieten het kerkgebouw.

15:56En de beleidenden bleven achter om het sacrament ook deel aan te nemen.

16:02Maar dat heeft ook niet zo lang geduurd.

16:05Dus het moet wel telkens voorgesteld worden, zijn bijzondere weg.

16:09Zijn prijs die hij betaald heeft.

16:12Zijn bange worsteling, een strijd die hij gestreden heeft.

16:15Het wonder van de verlossing.

16:18En in verschillende psalmen.

16:21Ja, er klinkt ook door dat de dichter ook zeer verlangend is naar het heiligdom.

16:27Onder het Oude Testament het altaar, waar het offer dus gebracht werd in elke dienst en verzoening.

16:33Psalm 42, waar de dichter verlangt naar de opgang, naar het huis des Heren.

16:40Psalm 43, zendt uw licht, uw waarheid neder.

16:44Psalm 65, Psalm 68, Psalm 84, 122.

16:51Psalm 27, vers 4.

16:52Eén ding heb ik van de heren begeerd.

16:54Dat zal ik zoeken, dat ik al de dagen mijn levens mocht wonen in het huis des heren.

17:01Maar laten we maar eerlijk zijn in onze kringen.

17:04Ja, dan zien we toch een beetje tegen het sacrament van het heiligavondmaal op.

17:10Het wordt zelfs ook soms ontlopen.

17:13Hier in deze gemeente valt het mee wat er in de zondagmorgen diensten.

17:19In de kerk komt met het sacrament van het heiligavondmaal.

17:23Maar er zijn ook wel een heel aantal plaatsen.

17:26Dat duurt zo lang zulke diensten.

17:28Dan hoeven we niet naar de kerk te gaan bij wijze van spreken.

17:31Terwijl het juist gaat om de eer van Christus.

17:34Die dan ook zichtbaar wordt voorgesteld.

17:38Wat hij betaald heeft.

17:39Welke strijd hij gestreden heeft.

17:42Dus dat is toch wel heel erg.

17:44Als we ook de zichtbare verkondiging.

17:47omdat de diensten soms iets langer duren...

17:50dan dat we normaal gebruikelijk de dienst beëindigen.

17:55Dus dat is niet recht dat we daartegen opzien eigenlijk.

18:00Het is inderdaad een maaltijd...

18:03wat ons herinnert aan het bitterlijden en sterven.

18:06Een rouw maaltijd.

18:08Het is ook een bruiloftsmaaltijd.

18:11Het is een voortreffelijk gezelschap daar, zegt...

18:17Teelink, als het goed is, en dan zijn er toch allerlei mensen die daar deelnemen aan het sacrament van het heiligavondmaal, die iets mogen kennen van het leven der genade, die kinderen

18:30gods genoemd worden.

18:31Dus hij zegt, ja, waarom zou u daar niet naar uitzien en naar verlangen om daar in dat voortreffelijk gezelschap ook samen te zijn?

18:40Het is de gemeenschap der heidigen, de engelen zijn daar bij aanwezig, zegt Teelink.

18:46De drie-enige God wordt daar op heerlijke en duidelijke wijze beleden.

18:52De vader en zijn welbehagen, de zoon en zijn offer door de verlichting van de heilige geest.

18:59Als het goed is, dan is daar de liefde met een hoofdletter.

19:03Dan is daar de eenheid in die ene grond, zoals de tekst ook gisteren sprak van de eenheid die er was.

19:13De volharding in het gebed.

19:15De volharding in de leer.

19:16De eenheid daarin.

19:18Geen onderlinge twist.

19:19Geen nijd.

19:20Geen jaloersheid.

19:21Op dat moment alle gericht.

19:23Op die ene naam.

19:25Alle levend uit.

19:27Dat oprecht waar zaligmakend geloof.

19:30En de heren deelt daar zelf de spijzen en de drank uit.

19:35Het gaat toch om de ere gods.

19:37In het sacrament van het heiligavondmaal.

19:40Het gaat toch om de heerlijkheid van hem.

19:43En er ligt toch uw hart als het goed is.

19:45Als u recht deelneemt aan het sacrament van het heiligavondmaal.

19:50Dan verblijft u zich toch daarin dat hij beleden mag worden.

19:54Dat hij verhoogd en verheerlijk mag worden.

19:57De koning der kerk zelf.

19:59Dat daar het verbond der genade bevestigd wordt.

20:03En dat er versterking uitverkregen wordt.

20:07Dat bij het sacrament van het heiligavondmaal de huwelijksverbindenis duidelijk gemaakt wordt.

20:12Dat daar de tekenen zijn van die vrijmachtige, van die onbegrijpelijke eeuwige liefde van God.

20:20Zou een bruid niet uitzien naar de vereniging met de bruidegom, zo zegt Teling.

20:26Naar die duurzame vereniging.

20:28En daarom is er toch beproeving nodig of we ook dit verlangen ook hebben.

20:35Velen beelden zich dit in, zegt hij, terwijl ze het missen.

20:39En anderen zijn mismoedig in twijfel.

20:42En hun vrezen menen dat zij dit missen.

20:46En daarom moeten wij onszelf onderzoeken.

20:49Of we dat oprecht verlangen hebben.

20:52Om door alle beletselen, alle hindernissen heen te breken.

20:57Niet de hindernissen opzoeken, maar opruimen.

21:01Toen die drie helden van David, dat voorbeeld, dat neemt u ook.

21:06Die drie helden braken door.

21:09Die hoorden David uitroepen.

21:11Wie zal mij?

21:12water te drinken geven uit Bethlehems bormput die in de poort is.

21:17Maar Bethlehem werd bezet door de Filistijnen, zeker de poort.

21:21En die bormput was in de poort.

21:23Maar die drie helden, die hoorden David die verzuchting, slaken en die zijn doorgebroken en hebben water geput uit Bethlehems bormput die in de poort was.

21:35En daarom ons niet laten hinderen door allerlei beletseling, maar ziende.

21:41Op de eer van de koning.

21:43Dat hem de heerlijkheid en de eer mag worden toegebracht.

21:47En daarom maakt tijd vrij, zo zegt hij, voor een ernstige voorbereiding.

21:53Verzoenensgezind zijn jegens onze naasten.

21:56Die zich nu zo benaarstigt.

21:59Met een diep verlangen om aan te gaan.

22:02En alles uit de weg ruimt.

22:04Die is een waardige risgenoot.

22:07Maar die heeft ook een ernstige waarschuwing voor allen.

22:11Die uit gewoonte aangaan aan het sacrament van het heilige avondmaal.

22:15Uit nieuwsgierigheid.

22:17Die denken het is goed voor mijn zaak.

22:20Betere nering kan ik hebben.

22:21Als ik ook aan het heilige avondmaal ga.

22:24Kan de winkel goed van pas komen.

22:26Nee.

22:26Dat zijn allemaal zaken die natuurlijk niet mee mogen doen.

22:31Of die hun schandelijk leven zoeken te bedekken.

22:34Die eigenlijk in zonde leven.

22:36Maar het sacrament misbruiken.

22:39Om de schijn ook van zichzelf af te wenden.

22:43Of die bij de minste gelegenheid zoeken zich te verontschuldigen.

22:48Een strootje is voor hen voldoende.

22:51Om het sacrament van het heilige avondmaal te ontgaan.

22:55Denk aan de nodiging.

22:56Die gelijkenis had hij ook aan.

22:58Voor Lucas XIV.

23:00De een die zegt ik heb, spijt me maar, ik heb net een akker gekocht.

23:05Ik heb net vijf jurk ossen aangeschaft.

23:08Ik ben net getrouwd, ik kan niet komen.

23:12Zij vallen onder degenen die zich een oordeel eten en drinken.

23:17Weg met alle wereldse oogmerken.

23:20En toch kan ook, zo zegt hij, onder de ware christenen, kan ook het verlangen gering zijn.

23:26Dan is het toch nodig om ook in de prediking van het woord, in de voorbereiding, voor te stellen dat het een bruilosmaal is.

23:36Dat hij zijn liefde wil bewijzen.

23:38dat hij recht heeft op zijn eer en op zijn verhoging.

23:42Zie toch de weg die hij hiervoor gegaan is...

23:46en de verzoening die hij verworven heeft.

23:49En zie toch op het liefdelijke gezelschap wat u daar ontmoet...

23:53en dat hij geestelijke zegeningen daarbij wil schenken.

23:58En het zesde deel van het bruiloftschreet is het oprecht te voornemen...

24:03om de kracht van het heidigavondmaal in ons leven...

24:08te openbaren.

24:10Dus wat volgt erop?

24:11Niet alleen, hoe zal ik aankomen?

24:14Mag ik aankomen?

24:16Hoe kan ik aankomen aan het sacrament van het heiligavondmaal?

24:21Niet alleen, hoe neem ik deel hier aan?

24:24Hoe ontvang ik een merkbare zegen?

24:27Maar ook, hoe is mijn gedrag daarna?

24:30Dat is ook van groot belang, zo zegt Tedink.

24:35Het is verbondsvernieuwing.

24:37Het is een nieuwe spijs, een drank, tafel, wordt toegericht in de woestijn.

24:43Het is een verkwikking in het strijdperk van dit leven, in geestelijke zin.

24:49En wij moeten dan ook een ongeveinst voornemen hebben om voor hem te leven.

24:55Wij moeten mogen komen in de beleidenis.

24:59Dat we onvolkomen zijn.

25:02Wij moeten komen met berauw, met liefde, met kennis.

25:08En verlangen.

25:09Maar wanneer wij oprecht verlangen ons leven te beteren.

25:13Begeerden om voor hem te leven.

25:15Dan zijn wij aangename gasten om zijn zoonswil.

25:19We eten wat ons lichaam betreft.

25:22Om kracht te ontvangen.

25:24Om ons werk te verrichten.

25:25Om beter in staat te zijn.

25:27Om de taken waartoe we geroepen worden.

25:29Om die uit te voeren.

25:31Maar zo ontvangen wij ook het sacrament van het heiligavondmaal.

25:35Deze tekenen.

25:37Deze zegelen om ook weer in staat te zijn de strijd verder voor te zetten.

25:43De weg door de boestijn te vervolgen.

25:46De pelgrimsreis ook weer verder aan te vangen.

25:51En daarvoor is het sacrament van het heiligavondmaal.

25:54En dan moet het ook ons oprecht verlangen zijn om ons leven te beteren.

25:59Ook ten opzichte van onze naasten.

26:02Dan zijn wij aangename gasten om zijn zoons wil.

26:07Als dat onze begeerte is, als dat ons verlangen is.

26:11Hij ziet er niet op onze gebreken, op onze zwakheden.

26:15Och, dat zij zo zijn hart hadden om mij te vrezen, staat er in het woord.

26:21Ik denk altijd aan die bekende woorden van Perkins, een Engelse godgeleerde.

26:27Die vind ik toch altijd wel helder als hij dat zegt.

26:31Als we de wet horen, morgens, zondags.

26:34En de wet ook in de heiligmaking horen.

26:37En dan, al hebben we niet daadwerkelijk gestolen, maar het begeert in ons hart, maakt ons tot een dief.

26:44Al overtreden we niet met de wereld de zondag, de sabbedag, maar met onze gedachten al zitten we in de kerk.

26:52En dan kunnen we ook een sabbatschender zijn.

26:55Al hebben we nooit iemand vermoord, maar in onze gedachten hebben we wel eens iemand gehaat.

27:02Dan hebben we ook eigenlijk een doodslag gepleegd.

27:04Dus de geestelijke...

27:06De betekenis van de wet.

27:07De diepgang van de wet.

27:09Wat er in ons hart leeft.

27:11Aan gedachten, aan verlangens.

27:13Die maakt ons schuldig aan al Gods geboden.

27:17Die stelt ons voor zijn aangezicht als zondaar.

27:20Dat we al die geboden zwaar en menigmaal overtreden hebben.

27:25Misschien niet met daden.

27:27Maar wellicht wel met onze woorden.

27:30En zeker in onze gedachten.

27:33Maar dan zegt Purkings, dat is waar.

27:36U moet zo de wet leren zien, zo voor u stellen, dat u zo schuldig staat.

27:41Maar het omgekeerde is ook waar.

27:43Als we nu van ganzer harte begeren voor de heren te leven, naar al zijn geboden en inzettingen, dan ziet God in Christus ons oprecht verlangen,

27:56ons begeren voor de daad aan.

27:59Het is ook het omgekeerde is waar.

28:01Dat als we, hoewel we nooit aan die volkomenheid zullen voldoen,

28:06Ook niet naar genade.

28:07Hoewel we nooit hem de eer, de aanbidding zullen geven.

28:11Die hij waardig is toegebracht te worden.

28:13Niet in staat zijn om die tien geboden te onderhouden.

28:18Maar als dat oprecht begeren in ons hart is.

28:22Dan ziet God in Christus de daad van die gelovigen.

28:27Dat begeren is dan een daad.

28:30Hij heeft ook de heiligmaking.

28:32Heeft hij verworven.

28:34Voor zijn ganse kerk.

28:35Niet alleen de rechtvaardiging.

28:37De vergeving.

28:38Maar ook de heiligmaking.

28:40Ik denk dat Teling dit ook dan bedoelt.

28:42Hij ziet dan niet op onze gebreken.

28:44Op onze zwakheden.

28:46Maar die begeerden.

28:49Die dat oprecht verlangen.

28:52Al is het met struikelingen.

28:53En zwakheden.

28:55Die er helaas blijven.

28:56Die zal hij door de arbeid van zijn zoon.

28:59Ook genadiglijk verzoenen.

29:03Maar er zijn snoden die allergemakkelijkst aangeven zich zo te gedragen.

29:08Die hebben er geen moeite mee om te zeggen dat ze zulke gehoorzame mensen zijn, bedoelt hij.

29:14Terwijl er anderzijds kleinmoedige zielen zijn die dit veel strijd geeft.

29:20Zoeken wij opnieuw alle beletselen uit de weg te ruimen.

29:25David begeert er een tempel te bouwen.

29:27Heeft het niet gedaan.

29:28Heeft het niet mogen doen.

29:30Zijn handen waren met bloed bevlekt.

29:32Maar...

29:33Zijn verlangen was zo groot, hij liet wel een grote erfenis na om de tempel te bouwen.

29:38Hij zorgde dat er genoeg goud en dat er genoeg zilver, dat er genoeg bouwmaterialen waren om de tempel te bouwen.

29:47Salomo spreekt over de begeerte van de luiaard.

29:51En er komt niets van terecht als we lui zijn in geestelijke zin.

29:56En daaruit blijkt dan ook de onoprechtheid.

30:00Er zijn een drietal middelen die zeer dienstig kunnen zijn in het weluitvoeren van het goede voornemen.

30:06Een ernstige overlegging, overdenking van het gehele heilige avondmaal.

30:13Wie het ingesteld heeft, wanneer hij dit gedaan heeft en voor wie hij dit gedaan heeft.

30:21Heilige en liefdelijke samensprekingen met huisgenoten en bekenden over het sacrament van het heilige avondmaal.

30:30Stel dat u bij de koning genodigd wordt.

30:33U wordt bij de koning genodigd.

30:37Als u deel mag nemen aan het sacrament van het heiligavondmaal.

30:41Ja, als u toch een keer bij de koning zou mogen komen.

30:45Dan praat u toch over met uw huisgenoten.

30:47U mag bij de koning komen.

30:49U hebt een uitnodiging gehad.

30:51Nou, dat zal toch wel onderwerp van gesprek zijn.

30:54U zou toch wel een vreemd mens zijn als u daar geen enkele aandacht...

31:00Aan zou besteden.

31:01En nu mag u bij de koning komen.

31:04De koning der koningen.

31:05Aan zijn tafel.

31:07Hij neemt het voorbeeld van Haman.

31:10Die wordt bij de koningin gevraagd.

31:12Om te eten.

31:13Hij is er zeer van onder de indruk.

31:15Het werd het begin van zijn doodvondst.

31:18Maar het wist Haman nog niet.

31:20Maar hij sprak erover met zijn huisgenoten.

31:22Dat hij bij de koningin mocht eten.

31:25En zo zal het toch ook zeker.

31:28In ons hart.

31:29om daar toch ook met elkaar over te spreken.

31:33Daarbij ook het gebed om bekwaam gemaakt te worden...

31:36op de rechte wijze deel te nemen aan het Heiligavondmaal.

31:41En tenslotte geeft hij een waarschuwing...

31:43als we zonder deze voorbereidingen deelnemen aan de bediening.

31:49Onbesuist aangaan, zonder strijd tegen een afsterving van de wereld...

31:55dat kan niet met elkaar bestaan.

31:58Het moet u ernstig voornemen zijn.

32:01Denk ook aan het formulier van de heilige doop.

32:04En er wordt ook zo duidelijk de nadruk op gelegd.

32:07De wereld te verlaten.

32:09Onze oude natuur te doden.

32:11En in een nieuw godzalig leven te handelen en te wandelen.

32:15Telkens maar weer bedenken.

32:17De opdracht die hij gegeven heeft.

32:20De bitterweg die hij heeft moeten gaan.

32:22De dure prijs door hem betaald.

32:25Zie hier de zes delen.

32:28Van het bruiloftsgeet.

32:29De gedachtenis aan zijn bitterlijdende sterven.

32:32Te verversen.

32:34Het ware brouw.

32:35Ziende ook de ernst onze zonden.

32:38Het oprecht geloof aan de vergeving.

32:40De ware liefde tot God en de naaste.

32:43Een grondige kennis.

32:44Een ongeveins verlangen.

32:46Om deel te hebben aan de dingen.

32:48Die ons daar gepredikt worden.

32:50Dan wordt u gespijzigd.

32:52Met het prachtig hemelse brood en wijn.

32:55En daarom ook vooraf.

32:57Aangekondigd op dat we ons zouden voorbereiden.

32:59Hoe ernstig zonder dit bruiloftscheet.

33:02Wat om niet te verkrijgen is.

33:05Wat een gave gods is.

33:07Hij draagt zorg voor de bruiloft.

33:10Hij draagt zorg voor de spijzen.

33:12Hij draagt ook zorg voor de gepaste kleding.

33:16Op dat die roemen in de heren alleen.

33:22Dat is het eind van de tweede preek.

33:25Ik heb nog een paar vragen ontvangen.

33:29Schriftelijk zal ik eerst even, misschien hebt u ook al vragen.

33:34Waarom acht telink zelfonderzoek voor het avondmaal onmisbaar?

33:40En welke geestelijke gevaren ziet hij wanneer iemand zonder dit onderzoek deelneemt?

33:46Het is duidelijk, we worden genodigd voor de tafel des heren.

33:51Maar dan moeten we toch iets kennen van het leven der genaten.

33:55Van de oefening van het oprecht waar zaligmakend geloof.

33:59En dan hebben we toch wel behoefte aan onderzoek.

34:03Want we zijn en blijven arme zondaren.

34:06En juist in een week van voorbereiding.

34:09Dan komen de twijfelingen, de hindernissen, de beletselen naar boven.

34:14Dan is het toch wel nodig om te onderzoeken of het ook oprechtheid, waarheid in ons binnenste is.

34:22En de heren die zegt ook in zijn woord dat we onszelf anders een oordeel eten.

34:29Een

34:31andere vraag, Telink noemt onder andere berouw over de zonde en geloof in Christus als onderdelen van het geestelijk leven.

34:39Hoe verhouden deze twee zich tot elkaar volgens deze predicatie?

34:45Ja, het is natuurlijk niet alleen berouw over onze zonde.

34:49Dat kende een zekere spijt over de zonde, kende Kain ook en kende Judas ook.

34:57Maar het gaat juist om de beleidenis van hem die de zonderschuld verzoend heeft.

35:04Die het recht verhoogd heeft.

35:06Die de prijs betaald heeft.

35:08Dus de mate van berauw moet zodanig zijn dat ze ons uitdrijft tot de persoon des middelaars Christus Jezus.

35:19En dat we ook hem als de enige grond tot behoud en zaligheid beleiden.

35:25Hem ook als borg, als middelaar leren beminnen.

35:29De eer en de aanbidding leren geven.

35:32Dus het is wet en evangelie.

35:35Het is dus, de wet is eigenlijk de tuchtmeester tot hem.

35:42En de kennis van de zonde.

35:44Ja, hoe, Erskine zegt ergens, op verschillende plaatsen zegt hij dat.

35:50Ja, hoe diep moet mijn zondekennis zijn?

35:52Ja, zo diep.

35:54Dat Christus Jezus noodzakelijk en onmisbaar voor mij wordt.

35:59Met minder diep kan het niet en dieper hoeft niet.

36:03Als dat we aan de voeten van hem telkens terechtkomen.

36:08En welke praktische middelen rijdt T-Link aan om te onderzoeken of iemand werkelijk met het bruiloftschleed bekleed is?

36:15Nou dat hebben we gehoord, verschillende vragen stelt hij iedere keer.

36:19En ja, hij houdt ook niet van mensen die...

36:23al heel spoedig klaar zijn met die vragen en zeggen...

36:25oh, maar dat heb ik geen probleem.

36:28Hij heeft meer bewogenheid met zielen die zeggen...

36:31oei, zou dat met mij dan wel recht zitten?

36:33Ik schiet aan alle zijden tekort.

36:35Ik zit vol met gebreken en zwakheden.

36:39En hoe ver verschilt telingsvisie op voorbereiding...

36:45tot het avondmaal van een meer uiterlijke of formele voorbereiding?

36:50Wat zegt dit over zijn opvatting van...

36:52Ware bekering en geloof.

36:55Het is duidelijk dat Teling toch wel wat afstand neemt tegen uiterlijke zaken alleen.

37:06Dat is natuurlijk niet genoeg tot zaligheid.

37:09Moet bedenken dat de tijd van Teling de bediening van het heiligavondmaal samen viel met beleidenis doen.

37:19Dus u kent ook de...

37:21Kort begrip, dat is ook een verkorting van de Heidelbergse katechismes.

37:26En als iemand beleidenis deed, dan vroeg hij toegang tot het sacrament van het heilige avondmaal.

37:33En in het begin van de nadere reformatie was het gebruikelijk dat elk beleidend lid deelnam aan het sacrament van het heilige avondmaal.

37:44Dat is bekend in Rotterdam bijvoorbeeld onder dominee Hellenbroek.

37:50Dat de kerken tijdens de bediening van het heiligavondmaal voller waren.

37:55Als in gewoonere diensten.

37:57Omdat ieder dan toch wel even van dat heiligavondmaal gebruik maakte.

38:02Dus er was ook veel uiterlijke vorm daarin.

38:07Dat mensen dachten dat ze net als in de Roomse kerk.

38:10Als je nu maar deel nam aan het sacrament.

38:12Dan had je ook deel aan de genade.

38:15En de oudvaders hebben dat ook wel gezien.

38:19Nou, die konden ook soms wel, ook in de nabedrachting zien, daar toch wel scherpe woorden over gebruiken.

38:26Zowel teling als ook smijten geldt.

38:29Die spreken soms over, u bent vanmorgen gekomen als varkens aan de troggen.

38:35Dus dat was natuurlijk ook niet bepaald aangenaam.

38:38Maar ze bedoelden daar toch wel mee dat vele mensen toch aan dat sacrament gingen, zonder dat er diepgang...

38:46In het zielenleven was.

38:47Waarheid in het binnenste was.

38:49En later.

38:50Ik weet niet.

38:51Er is nooit echt onderzoek.

38:53Nagedaan met onze kringen.

38:54Althans geen grondig onderzoek.

38:56Waar het begonnen is.

38:59Waarschijnlijk door de kerkscheuringen.

39:01Misschien door het gezelschapsleven.

39:03Of andere ontwikkelingen.

39:05Dat er toch.

39:07Meer afstand gekomen is.

39:10Tussen de deelname.

39:11Aan het sacrament van het heilige avondmaal.

39:14We kennen dat niet met de heilige doop.

39:16Wel met sacrament van de heilige avondmaal.

39:18Maar het is niet zo dat de oudvaders niet gewezen hebben op waarheid in het binnenste.

39:24Er zijn talloze geschriftjes in die tijd geschreven.

39:28Waarin dus heel duidelijk het geestelijk leven beschreven werd.

39:33Opgeroepen werd om naar waarheid in het binnenste te staan.

39:36Dus dat is alle tijden wel geweest.

39:39En zeker ook bij T-Link.

39:43Ik heb nog een andere vraag.

39:45Ik heb een vraag met betrekking tot het heiligavondmaal.

39:49We worden geroepen om ons deze week te beproeven.

39:52Een bijbelse zaak die we alleen maar kunnen onderschrijven.

39:56Echter heb ik een vraag over dit onderzoek.

40:00Moet het onderzoek enkel en alleen gaan over of wij in het geloof zijn.

40:06Of ook hoe het nu met staat met onze liefde tot God.

40:10Ijver, stille tijd.

40:13Of er verachtering is in de genade.

40:16En hoe het nu staat met het gebruik van de genademiddelen.

40:19Het breken met de zonde.

40:21Het beleiden van onze schuld, et cetera.

40:24Vaak lijkt de nadruk in veel preken en boeken op het eerste te liggen.

40:29Of we in het geloof zijn.

40:32Wat ik kan begrijpen vanuit de angst om onszelf te bedriegen.

40:36Maar in dat stuk kunnen we ook nog zo gericht zijn op onszelf of ik erbij hoor.

40:43In plaats van op gods eer.

40:46We mogen toch niet alleen tevreden zijn als we deze week iets van Gods genade in onszelf bemerken, maar moeten toch ook terug naar een hartelijke liefde en ijver voor hem.

40:59Want als we zien hoe verachterd we zijn in de genade, geeft dat toch ook weer te zien hoe diep we in de schuld staan en geeft dat toch ook weer veropmoediging voor God.

41:15Degene die de vraag gesteld heeft, heeft hier terecht een heel duidelijk punt ook aansnijdt.

41:22Ik heb het ook wel eens vergeleken met, stel dat je inderdaad bij de koning genodigd wordt.

41:28En ja, je komt bij de ingang, het wordt een grote hoge hek en er staan een paar paleiswachten en die prachtige deur.

41:39Maar je komt binnen en dan houdt het op.

41:42En iemand vraagt aan je van, ja, nou, hoe was het met de koning?

41:45Ja, je vertelt alleen maar over het hek.

41:48En je hebt ook nog wat over de uniformen van de paleiswachten.

41:51En ook nog wel over die mooie deur.

41:53Ja, dat zou toch heel vreemd zijn?

41:55Het eerste gedeelte van het formulier, dat spreekt over het geloof.

42:00Of wij in dat geloof zijn.

42:02De drie stukken, de voorbereiding.

42:04Wat is de gepaste gestalte om aan te gaan aan het heiligavondmaal?

42:09Maar dan komt dat tweede deel, dat ten andere.

42:12En daar gaat het over wat Christus gedaan heeft.

42:15Wat hij betaald heeft.

42:18En hoe hij beleden moet worden.

42:19Hoe hij erin geëerd moet worden.

42:21En hoe we ook uit hem weer nieuwe kracht ontvangen.

42:25Om voor hem te leven.

42:26En ik denk dat dat bedoeld wordt met deze vraag.

42:30Dat we niet alleen cirkelen om de vraag van.

42:32Mag ik aangaan?

42:34Ben ik aangegaan?

42:35Ben ik wat terecht aangegaan?

42:37Allemaal terecht te vragen.

42:39Allemaal terecht te zorgen.

42:41Maar er is meer.

42:43Het gaat om de versterking van het waardzaligmakend geloof.

42:49Het gaat om nieuwe onderwijzingen en nieuwe kracht om voor hem te leven.

42:56Het gaat erom dat we weer een ernstig voornemen hebben om met de zonde te breken.

43:02En tegen de wereld, de duivel en ons boos verdorven vlees opnieuw de strijd aan te binden.

43:11Het heeft ook een bedoeling, net zoals ik u zei, we eten en dan eten we om beter in staat te zijn om ons werk te mogen verrichten.

43:20Zo is het ook in geestelijke zin dat we aan dat sacrament een versterking, hij richt een tafel toe in de woestijn, op dat we versterkt weer zouden mogen zijn.

43:31Zouden mogen zien dat de zaligheid vast is, dat ze in Christus zeker is, dat er volkomen betaald is.

43:40Maar ook, zoals Tedink ook zegt, dat ons berouwer opgewekt wordt.

43:44Dat we weer gaan zien wat een dure prijs er voor de zonde betaald is.

43:49Wat een geweldige strijd of wat gekost heeft de zaligmaker om deze overwinning te behalen.

43:55En zouden wij dan de zonde koesteren, in stand blijven houden, gering over de zonde denken?

44:01Zouden we dan toch weer met de wereld een beetje op kunnen trekken?

44:03Nee toch?

44:04Dus het heeft wel duidelijk een verdergaande functie.

44:09We zijn dan bij de koning geweest, hebben we schoonheid in de koning gezien, zijn heerlijkheid aanschouwd, zijn majesteit bewonderd en hebben wij ook nieuwe kracht ontvangen.

44:22Mijn ziel mag nieuwe kracht ontvangen om voor hem te leven en de verbinding des sterker weer te maken tot de troon, aan de troon der genade en aan de dienst

44:34van de levende God.

44:37Ik weet niet of er nog meer vragen zijn.

44:40Of opmerkingen?

44:48Geen verdere vragen?

44:53Kan nog hoor, geen probleem.

44:55Het is in ieder geval fijn dat u...

44:56Ja?

45:03Ja,

45:42dat was ook in de vraag van daarnet terug te vinden.

45:46De verachtering in de genade.

45:47Dus in het begin is er inderdaad...

45:49Ze zeggen wel eens veel vuur en weinig licht.

45:53Hopelijk krijgen we later wat meer licht.

45:56Het vuur wordt wat minder.

45:58We worden wat overmoedig en alles is zo.

46:01Maar ja...

46:02Je krijgt jezelf weer terug en je boos verdorven bestaan.

46:06En er komen weer struikelingen die je gedacht had dat je daar nooit meer in terecht zou komen.

46:11Er komen weer zonden terug waarvan je dacht van nou, maar daar zou ik toch nooit geen last meer van hebben.

46:16Ja, dat moet dan toch weer meer.

46:19Dus daarom is juist het heidegaan wel ook weer.

46:22Wat is er nu gebeurd?

46:23Wie heeft nu die strijd gestreden?

46:25Wat een bittere, smadelijke, smattelijke weg is dat geweest.

46:29Wat een dure prijs is het betaald.

46:32Dat moet dan, zegt Telington, ook ons berouw weer opwekken.

46:35Daarvoor is het sacrament, dat is in de prediking zo, de hoorbare prediking.

46:39Maar ook de zichtbare verkondiging probeert ons daar toch bij te brengen.

46:44Dat we dat weer met nieuwe kracht, met nieuw onderwijs weer tot ons mogen nemen.

46:52En dat het weer die zegen mag verwerken.

46:54Dus juist om die verachtering weer tegen te gaan.

46:58Die slapheid weer uit ons geestelijk leven te verdrijven.

47:02En weer met nieuwe kracht vervuld te mogen worden.

47:34Dat dat de wedervrucht is.

47:38De Heer heeft grotendeels begeerd het avondplan te houden met zijn discipelen.

47:43Dat deed hij niet vanwege hun grote geloof.

47:47Vanwege hun grote moed en kracht.

47:50Integendeel.

47:51Ze waren nog net van tevoren in strijd.

47:53Wie van hen de meeste was.

47:55En daarna zijn ze allemaal van hem weggevlucht.

47:56Maar toch wel lag daar de liefde gods in hun hart.

48:00Tot de zaligmaker, de kern.

48:01Ze hadden toch zijn verschijning lief.

48:03En zijn eigen werk bekronkt hij erin.

48:07En bevestigt hij daarin.

48:08En dat wekt ook toch weer de wederliefde op inderdaad.

48:12Dat u al mijn liefde waardig schatten.

48:15Bij al gij.

48:16Dat doet de Heer in het sacrament van het heiligavondmaal.

48:19Wel gij mijn rechterhand woudt vatten.

48:25Nog iemand?

48:28Zou niet dan.

48:30Zullen we met elkaar besluiten.

48:32Met het zingen van Psalm 17.

48:34Het derde en vierde vers.

48:36Ik zet mijn treden in uw spoor.

48:38Het vierde vers maakt u een weldaan.

48:41Wonderbaar.

48:41Gij die uw kinderen wilt behoeden.

48:43Voor z'n vijandsmacht.

48:45Een vreselijk woeden.

48:47Psalm 17 het derde.

48:49En het vierde vers.

48:50Wij

48:51[GEZANG]

53:04met gebed.

53:06Heren, dat het onze bede maar mag zijn of gij uw weldaden wonderbaar wilt maken.

53:15Uw weldaden zijn wonderbaar, maar wij moeten daar ook ogen en een hart voor krijgen, telkens weer.

53:24Om die weldaden ook wonderbaar voor onszelf te maken, u te eren, u de lof, de dank toe te brengen.

53:36Een hartelijk begeren te kennen om voor u te leven naar al uw geboden en inzettingen.

53:43Schenk zo toch uw onmisbare zegen.

53:46Ook komende zondag maak u alles wel.

53:50Verheer ik toch uw naam dat het tot stichting mag zijn.

53:54Ook van de gehele gemeente tot verheer ik u van uw naam.

53:58En ook persoonlijk voor verdere onderwijzing en verdere verdieping ontferm u zo nog.

54:06Zie op ons neder naar de grootheid uw barmhartigheid.

54:10Verzoen het zondige en het verkeerde bij het spreken en luisteren.

54:14Wil ons zo gedenken, behoeden en bewaren.

54:17Wij vragen u dit om Jezus willen.

54:21Uitgenade.

54:22Amen.

54:25Alle hartelijk dank voor uw komst en wel thuis.

54:28[GEZANG]