Handelingen 9: 20 - 22; De Woordbediening van Paulus

zondag 5 juli 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. D. Heemskerk · 99 minuten

Transcript

0:00Onze

0:02[GEZANG]

9:23hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwe

9:35houdt en eeuwig leeft, en die nooit laat varen de werken zijner handen.

9:43Amen.

9:44Genade, warmhartigheid en vrede.

9:49Zij u van God den Vader, door Christus Jezus zijn Zoon, in de gemeenschap des heiligen Geestes.

10:00Amen.

10:03Gemeente, we zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 119, daarvan vers 7 en 72.

10:11Psalm 119, vers 7.

10:13Kep anderen al de rechten van uw mond.

10:17Met lust verteld en vlijtig onderwezen.

10:20Uit al de schat van het grote wereld rond is nooit die vreugd in mij gemoed gerezen.

10:26Die ik steeds in uw getuigenissen vond door mij betracht en anderen aangeprezen.

10:33En ook vers 72 als het mij benauwd of bang gevallen is.

10:37Dan heb ik mij vermaakt in uw geboden.

10:40En wat er verder volgt in de versen 7 en 72 van Psalm 119.

10:45[GEZANG]

15:10Gemeente, wij openen Gods heilig en dierbaar woord in het Nieuwe Testament in de handelingen der apostelen.

15:17Daarvan nadert het negende hoofdstuk te beginnen bij het tiende tot en met het vijfentwintigste vers.

15:23Ik noem u als onze schriftlezing handelingen negen vanaf vers tien tot en met vijfentwintig.

15:30Nog vooraf stellen wij ons onder de tucht van Gods heilige wet.

15:36Toen sprak God al deze woorden zeggende.

15:40Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.

15:48Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

15:52Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is,

16:05nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

16:10Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.

16:14Want ik, de Heere uw God, ben een ijveren God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen die

16:26mij haten.

16:27En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.

16:37Gij zult de naam des Heren uw schots niet eindelijk gebruiken, want de Heer zal niet onschuldig houden die zijn naam eindelijk gebruikt.

16:49Gedenk den Sabbatdag dat gij dien heiligt.

16:52Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.

16:57Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

17:02Dan zult gij geen werk doen.

17:06...nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd...

17:12...nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

17:16Want in zes dagen heeft de Heer het in hemel en de aarde gemaakt...

17:21...de zee en alles wat daarin is.

17:24En in ruste ten zevende dagen.

17:28Daarom zegenen de Heren den Sabbatag en heiligden denzelven.

17:34Eer uw vader en uw moeder op dat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heren uw God geeft.

17:44Gij zult niet doodslaan.

17:46Gij zult niet echtbreken.

17:49Gij zult niet stelen.

17:51Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

17:56Gij zult niet begeren uw snaaste huis.

17:59Gij zult niet begeren uw snaaste vrouw, nog zijn dienstknecht.

18:13Ik

18:14noem u als onze schriftlezing handelingen 9 vanaf vers 10 tot en met 25.

18:20Waar Gods woord als volgt tot ons komt.

18:24En er was een zeker discipel te Damascus met name Ananias.

18:30En de heren zeiden tot hem in een gezicht Ananias.

18:34En hij zeide zie hier ben ik heren.

18:37En de heren zeiden tot hem, sta op en ga in de straat genaamd de rechter en vraag in het huis van Judas naar een met name Saulus van Tarsen, want

18:49zie hij bid.

18:51En hij heeft in een gezicht gezien dat een man met name Ananias inkwam en hem de hand oplegde opdat hij wederom ziende werd.

19:01En Ananias antwoordde, heren, ik heb uit vele gehoord van deze man.

19:07Hoeveel kwaad hij uw heiligen in Jeruzalem gedaan heeft.

19:11En hij heeft hier macht van de overpriesters om te binden.

19:15Allen die uw naam aanroepen.

19:19Maar de heren zeiden tot hem ga heen.

19:22Want deze is mij een uitverkoren vat.

19:24Om mijn naam te dragen voor de heidenen.

19:28En de koningen en de kinderen Israëls.

19:32Want ik zal hem tonen hoeveel hij lijden moet om mijn naam.

19:37En Ananias ging heen en kwam in het huis.

19:40En de handen op hem leggende zeide hij, Saul, broeder, de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat

19:53gij wederziende en met een heilige geest vervuld zou worden.

19:57En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen.

20:02En hij werd terstond wederomziende en stond op.

20:06En werd gedoopt.

20:08En als hij spijzen genomen had, werd hij versterkt.

20:11En Saulus was sommige dagen bij de discipelen die te Damascus waren.

20:17En hij predikte, daar stond Christus in de synagogen, dat hij de Zoon van God is.

20:25En zij ontzetten zich, allen die het hoorden en zeiden, is deze niet degene die te Jeruzalem verstoorde, die deze naam aanriepen?

20:36En die daarom hier gekomen is, opdat hij dezelfde gebonden zou brengen tot de overpriesters.

20:42Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd en overtuigde de Joden die te Damascus woonden, bewijzende dat deze de Christus is.

20:53En als vele dagen verlopen waren, zo hielden de Joden tezamen raad om hem te doden.

21:00Maar hun lagen werd Saulus bekend en zij bewaarden de poorten.

21:05Bij de lesdaags en de s'nachts.

21:07Opdat ze hem doden mochten.

21:09Doch de discipelen namen hem de s'nachts.

21:12En lieten hem neder door de muur.

21:14Hem aflatende in een mand.

21:17Tot zover de schriftlezing.

21:20De voorbeden willen we ook denken aan de examenkandidaten.

21:25Die van de week uitzocht slag mochten ontvangen.

21:29Van hun herexamens.

21:31Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.

21:37Almachtige, eeuwige God.

21:39Wij zijn sprekende bewijzen van uw langmoedigheid.

21:42En van uw trouw.

21:43En van uw goedheid.

21:45Van uw sparende hand nog over ons.

21:48Als u ons op uw dag de roem der dagen samenroept.

21:52Rondom uw geopend woord.

21:54Of met deze plaats verbonden doet zijn.

21:58Om uw goddelijke tuigenis te horen.

22:01Wat gij tot ons te zeggen hebt.

22:03Dan zijn wij ook.

22:05krachtige bewijzen van uw verdraagzaamheid, van uw taai geduld, van die bijzondere arbeid die u aan onze zielen wil besteden, door ons te

22:17brengen, te houden binnen de omtuiling van uw verbond, onder het geklank van uw woord, bijzonder op uw dag uw stem te mogen horen.

22:28De boodschap die gij geboden hebt dat u verkondigt, gepredikt moet worden.

22:34Die enige naam gegeven onder de hemel tot zaligheid.

22:38Opdat in zijn naam gepredikt wordt bekering.

22:42En vergeving van zonden.

22:44Ook onder ons volk.

22:47Ook onder ons.

22:49Heren.

22:50Ik wil dan geven een stem om te spreken.

22:53Een oor om te horen.

22:55En een hart om op te merken.

22:58U hebt een arm met macht.

23:00En u hebt zo menigmaal.

23:02In de middelijke weg.

23:04Op uw dag.

23:05Onder de verkondiging van uw woord.

23:08Zondaren geroepen.

23:10En getrokken door die levendmakende werking.

23:13Van uw heilige geest.

23:15Die heren is.

23:16En levend maakt.

23:18Wil dat ook op deze uw dag doen.

23:20Onder ons.

23:22In ons.

23:23Bij aanvang.

23:24Bij verdere voortgang.

23:26Wij hebben ons gesteld in die middelijke weg.

23:29Die u geboden hebt.

23:31Zodat wij

23:44acht mogen geven op hetgeen van u gesproken wordt.

23:53Wil dan zo in onze harten woneren werken.

23:56Bij aanvang of voortgang.

23:58Bij jong.

24:00Een oud, een klein, een groot.

24:02Zal ze weer samengekomen zijn.

24:05Zoals er met ons meegeluisterd wordt.

24:07Als ziekte, ouderdom of andere omstandigheden.

24:11Ons hinderen om samen te komen met de gemeente.

24:15Gedenk dan nog Heer in uw genatige trouw.

24:19Wees dan nog die God die niet laat varen dat woord van u.

24:26Dat werk van u, die dat telkens weer opnieuw bevestigt, bekrachtigt en uitbreidt naar uw welbehagen.

24:35Vanwege het offer van uw Zoon, gebracht in de volheid van de tijd door de kracht en de werking van uw heidige geest.

24:44Wil dat doen hier in ons midden, maar ook overal.

24:47Waar uw woord verkondigd wordt ook wereldwijd tot roem van uw genade.

24:53Heere, gedenk u dan ook de rouwdragenden onder ons, korter of langere tijd geleden, die smartvolle weg moeten gaan.

25:01Het verlies meer en meer gevoelende, lege plaatsen, de lege plaatsen die ervaar worden.

25:07Wil u ze gedenken en ondersteunen en onderworpen doen zijn in de weg die u ook hierin met hen gaat, maar ook dat ze tot u worden uitgedreven.

25:18Opdat de leegte het verdriet bij u gebracht zou mogen worden.

25:22En gij toch vertroosting en onderwijzing schenkt vanuit uw woord.

25:27Gedenk u ook de zieken thuis in het ziekenhuis.

25:30De verschillende ernstige zieken die er zijn.

25:33Heren, u kent ook hun omstandigheden.

25:36Hun vragen, hun grote zorgen.

25:39Voor het lichaam, maar ook voor de ziel wil u ze gedenken.

25:44En geven ook onderwijzen de weg die u met hen gaat.

25:48En de middelen die nog aangewend worden.

25:51Wil die nog genadiglijk zegenen.

25:53U bent toch die grote.

25:55Die hemelse geneesmeester.

25:57Die onze krank heen kent.

25:59En liefderijk geneest.

26:01Maar die bovenal ons van het verderf.

26:03Ons leven wil verschonen.

26:05Doe ze dat ervaren.

26:07Naar de grootheid uw warmhartigheden.

26:09Wil zo in alle noden.

26:11Alle zorgen.

26:12U op het aller volmaakt bekend.

26:15Gedenken naar de grootheid uw warmhartigheden.

26:18De psychische noden die zo teneer kunnen drukken.

26:21Ik wil ook daar uw hulp, uw bijstand in betonen.

26:25Gedenken u de bewoners van de vijver.

26:27Ik wil ook hen uw hulp, uw bijstand niet onthouden met al degenen die ze verbonden zijn.

26:33De bezoekers van de oase.

26:35De bewoners van de Vlietberg, van de aan hun woningen.

26:39Als daar de ouderdom gekomen is, de gebreken zich verminnigvuldigen.

26:44Betoon toch uw genatige hulp en bijstand.

26:47In al die noden, al die zorgen die u op het allervoormaatst bekend zijn.

26:53Gelijk ook hen die weer herkzamen mochten en daarvoor mochten slagen.

26:59U kent ook hun omstandigheden.

27:01Dat ze toch ook met de weldaad bij u terecht mogen komen.

27:06Of als er een teleurstelling was, dat ze toch uw hulp, uw bijstand ook in die weg mogen ervaren.

27:12Heer is u zo nog neder naar de grootte uit uw barmhartigheden.

27:17Gedenken ook de predikant die ook in een tijd van afscheid nemen in de gemeente waaraan hij nog verbonden was, verkeerd.

27:26Maar ook de overgang maakt naar deze gemeente.

27:31Wil ook uw zegen eraan verbinden.

27:33Hem ook moed en kracht te geven.

27:36En dat hij hier nog enige tijd tot zegen zou mogen verkeren.

27:40Tot uitbreiding van uw koninkrijk, tot verheerlijking van uw grote naam.

27:46Ontferm u zo nog naar uw barmhartigheden.

27:50Wil in dit morgenuur uw woord voor ons openen.

27:54Door de kracht van uw geest.

27:56Tot roem van uw genade.

27:59Ons niet aanzien in onszelf.

28:01Maar ons gedachtig zijn om zijn het wil.

28:04Die ge altijd hoort om Christus willen.

28:08Uit genade.

28:09Amen.

28:13Gemeente als de oude Jacob op zijn sterfbed ligt.

28:16Dan laat hij al zijn zonen.

28:18[GEZANG]

28:46[GEZANG]

28:48Zal hij buit uitdelen.

28:50Er is een verklaarde gemeente die past dat toe.

28:54Desmorgens als die wolf roof zal eten.

28:56Dat is koning Saul onder het oude testament.

29:00En in de avond als hij buit zou uitdelen.

29:03Dan zou dat toegepast worden op Saulus van Tarzen.

29:07Die in de bediening der verzoening gesteld wordt.

29:09Maar misschien kan wel die hele zeven beden op Saulus van Tarzen worden toegepast.

29:16U weet.

29:17Saulus was een Benjaminiet, was een afstammeling van deze stam Benjamin.

29:23En in het eerste gedeelte van zijn leven heeft hij roof gegeten als een wolf.

29:29Hij is uit de keer gegaan.

29:30Tegen de gemeente gods heeft hij zich schrikkelijk vervolgd.

29:34En velen heeft hij in de gevangenis geworpen.

29:37En had behagen in de dood van Stevenus.

29:40Desmorgens, de eerste veertig jaar ongeveer van zijn leven.

29:45Heeft hij roof gegeten op een schrikkelijke wijze.

29:48Maar de s'avonds, het tweede gedeelte van zijn leven, heeft hij de buit uitgedeeld.

29:53De buit van het overwonnen land.

29:56Heeft hij de zaligmaker gepredikt.

29:58Heeft hij de zonen gods verkondigd.

30:01Onze teksten worden spreken ervan dat hij begonnen is met die uitdeling van de buit.

30:08En u vindt de woorden van onze teksten uit uw voorgelezen schriftgedeelte Handelingen 9.

30:14En daarvan vers 20 tot 22.

30:17Handelingen 9 vers 20 tot 22.

30:20Waar Gods woord als volgt tot ons komt.

30:23En hij predikte terstond Christus in de synagoge.

30:28Dat hij de Zoude Gods is.

30:31En zij ontzetten zich allen die het hoorden.

30:34En zeiden is deze niet degene die te Jeruzalem verstoorde.

30:39Die deze naam aanriepen.

30:41En die daarom hier gekomen is omdat hij dezelfde gebonden zou brengen tot de overpriesters.

30:47Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd.

30:50En overtuigde de Joden die te Damascus woonden.

30:54Bewijzende dat deze de Christus is.

30:58Wij willen vanmorgen gemeente stilstaan bij de woordbediening van de apostel Paulus.

31:04We letten ten eerste op de onderwijzing in deze bediening.

31:08Ten tweede op de verwarring door deze bediening.

31:11En ten derde op de volharding bij deze woordbediening van de apostel.

31:16De bediening der verzoening door de apostel Paulus.

31:20In de eerste plaats de onderwijzingen deze bediening.

31:23In de tweede plaats de verwarring door deze bediening.

31:26En in de derde plaats ook de volharding bij deze woordbediening.

31:31Maar voordat wij hier later bij stil hopen te staan gaan we eerst zingen.

31:35Uit Psalm 126.

31:38En daarvan het tweede, de derde vers.

31:41Psalm 126 vers 2.

31:43God heeft bij ons wat groots verricht.

31:46Hij zelf heeft onze druk verlicht.

31:48Hij heeft door wonderen ons bevrijd.

31:51Die juichen wij en zijn verblijd.

31:54En ook het derde vers die hier bedrukt.

31:56Met tranen zaait.

31:57Zal juichen als hij vruchten maait.

32:02En nog enkele mededelingen.

32:04Maandag 6 juli is de geslaagde avond.

32:08Deze begint om 8 uur in Ebenezer.

32:11Alle geslaagden zijn van harte welkom.

32:14Vrijdag 10 juli is het afscheid van de zondagsschool, aanvang om half acht.

32:20De zomermarkt die gisteren gehouden is, mocht netto ruim 14.500 euro opbrengen.

32:27Volgende week is de diakoniecollector bestemd voor noodhulp aan de slachtoffers van de aardbeving in Venezuela.

32:35Voor meer informatie verwijzen wij.

32:38Naar het Schipio-bericht dat deze week verstuurd zal worden.

32:41Want de genoemde voornemens geldt, zo de Heer wil.

32:44En we leven.

32:45En de collecten in deze dienst zijn in de eerste collecten voor de diakonie.

32:49De tweede voor de kerk voor Hoedij.

32:51Dit is een doelcollecte in verband met de overkomst van Dominique van den Kamp.

32:55En de derde collecte is voor de aflossing kerk.

32:58Deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevoden.

33:02En we zingen uit Psalm 126, vers 2 en 3.

33:05[GEZANG]

39:10Gemeente, in de eerste brief.

39:13Dan ziet de apostel terug op deze onzaggelijke, ingrijpende, wonderlijke gebeurtenis in zijn leven.

39:22Dat hij tot stilstand werd gebracht op weg naar de maskus.

39:26En dat de zaligmaker hem zelf ook riep, zou, zou, wat vervolgen mij?

39:32En dan zegt hij, ik ben een voorbeeld van de langmoedigheid, van de verdraagzaamheid van God.

39:41Voor degene die in hem geloven zullen ten eeuwige leven.

39:44Dus deze geschiedenis, deze man, deze geroepen gezonde apostel is voor u en voor mij een duidelijke verkondiging.

39:54Hoe groot of het geduld van God is met bittere vijanden, met verloren zondaren, met harme goddelozen.

40:03En dat u hem zo ook maar mag leren zien en verstaan.

40:08En dat u uit zijn behoudenis moed zou mogen trekken.

40:12Hij die geroepen werd op weg naar Damascus.

40:16En ook in het huis van Judas in Damascus.

40:20Een ambtelijke roeping ontving met een bijzondere opdracht.

40:23Niet alleen voor het volk der Joden.

40:26Maar dat Joden heiden apostel zou zijn.

40:29En het begint terstond aan deze arbeid.

40:33Zo staat er in de woorden van onze tekst.

40:35Geroepen door God.

40:37Tot de ambtelijke bediening.

40:38En gezalfd met de heidige geest.

40:41En bijzonder licht ontvangen hebbend.

40:44Vanuit de schrift.

40:46Vanuit het woord.

40:47Vanuit het profetische woord.

40:49Verklaart hij het vlees geworden woord.

40:52De zaligmaker van zondaren.

40:54Christus Jezus.

40:56Wat is de inhoud gemeente.

40:58Van de prediking van deze apostel.

41:01Gaat het over hemzelf.

41:03Nee.

41:04Daar gaat het niet over.

41:06Gaat het over zijn bijzondere bekeringsweg.

41:09Daar zou hij wel heel wat van kunnen vertellen.

41:12Maar ook dat doet hij niet.

41:14Hij predikt de grond der zaligheid.

41:17Hij predikt de bron van behoudenis.

41:22Hij predikt de oorzaak van de verlossing voor armen en verloren zondaren.

41:28Waarin hij ook zelf mocht delen.

41:31Anderen.

41:31Al de rechten van uw mond met lust verteld.

41:35En hem vlijtig onderwezen.

41:37En uit al de grote schat van het wereld rond.

41:40Is nooit die vreugd in zijn gemoed gerezen.

41:43Die hij nu in zijn getuigenissen vond.

41:46Door hem betracht.

41:48En ook door anderen aangeprezen.

41:51De grond der zaligheid.

41:54Christus Jezus.

41:55U vindt hetzelfde.

41:57Bij de apostel Petrus.

41:58Op de pinsterdag.

42:00Dat hij ook de schrift verkondigde.

42:04Ook.

42:19Zaligmaker had de opdracht gegeven.

42:21Een Lukas 24 dat in zijn naam gepredikt moet worden.

42:26Bekering en vergeving van zonden onder alle volkeren beginnende te Jeruzalem.

42:34Hij heeft ook gezegd in de handelingen 1.

42:37Gij die de zult mijn getuige zijn.

42:40Het grondwoord gemeente van prediken wat hier gebruikt wordt.

42:45En in prediken terstond Christus.

42:47Dat betekent het grondwoord een gewichtige zaak op last van een ander.

42:56In het openbaar met verheven stem.

42:59Met vrijmoedigheid bekendmaken.

43:02En verkondigen is er een gewichtige zaak als het woord.

43:06Is er een gewichtige zaak als de ere gods.

43:10Als de verheerlijking van Christus Jezus.

43:13Is er een gewichtige zaak denkbaar.

43:15Als de verlossing van armen en verloren zondaren.

43:19Om die gewichtige zaak op last van de grote ander.

43:23De koning der kerk.

43:25De zaligmaker van zondaren.

43:27Met verheven stem.

43:29Met vrijmoedigheid.

43:31...bekend te maken.

43:32Hij doet dat dan ook in de synagogen...

43:35...temidden van de Joden.

43:38Eerst de Joods...

43:39...en dan ook de Griek.

43:41Het gaat hem om de Christus...

43:43...die door de Vader geroepen...

43:45...en door de Vader gezonden is...

43:47...en die zich aan God de Vader...

43:50...ook verbonden heeft voor die opdracht...

43:52...om de gemeente...

43:53...bijeen te vergaderen.

43:55Hij heeft nog gezegd...

43:56...ik draag uw heilige wet...

43:58...die gij de sterfding zet.

44:00In het binnenst ingewand.

44:02Het woord prediken.

44:05Christus verkondigen.

44:06Dat is een Bijbelse.

44:08Dat is een gode verheerlijkende.

44:10Dat is een zielzaligende verkondiging.

44:14Dat is de leer van het Oude en van het Nieuwe Testament.

44:18Onder het Oude Testament werd de zaligmaker voorgesteld.

44:22In schaduwen, in beelden, in ceremonien.

44:26In het Nieuwe Testament.

44:28Gaat het licht van de volle zon op.

44:31Is het de vervulling van de ceremonieën.

44:34En van de schaduwen.

44:35Maar het is dezelfde borg.

44:37Dezelfde zaligmaker.

44:39Christus.

44:41Christus gemeente is de ambtsnaam.

44:43Betekent Messias.

44:45Het heeft alles te maken.

44:46Met de drie ambten van de zonen gods.

44:49Dat hij is de hoogste profeet en leraar.

44:51De enige hoge priester.

44:53En de eeuwige koning.

44:55Het heeft ook alles te maken.

44:58Met het beeld Gods wat de Heren gaf in de eerste Adam.

45:02Dat weten de jongens en meisjes ook wel van de kategorisatie.

45:05Dat beeld van God.

45:07Het eerste is de kennis.

45:10Het tweede is de gerechtigheid.

45:13En het derde is de heiligheid.

45:15En dat beeld zijn we verloren.

45:17Dat zijn we kwijtgeraakt.

45:19De kennis is onkundig geworden.

45:22De gerechtigheid is ongerechtigheid geworden.

45:26En de heiligheid.

45:28is onheiligheid geworden.

45:30En dat beeld is aan onze zijde onherstelbaar.

45:34Dat is geheel verloren gegaan.

45:38Vandaar toen de heren Adem en Eva riep na de zondeval...

45:42heeft hij hen bekendgemaakt met het verlies van hun beeld.

45:46Hebt gij van die boom gegeten waarvan ik gezegd heb...

45:50gij zoudt ervan niet eten.

45:51Maar heeft hij hen ook bekendgemaakt met het vrouwenzaad...

45:55met de tweede Adam.

45:57Met de zonen gods die komen zou in de volheid des tijds.

46:01Die kennisgemeente die wordt vooral verbonden aan het profetisch ambt van de zaligmaker.

46:07De gehoorzaamheid, de gerechtigheid.

46:10Die is vooral verbonden aan zijn hoge priesterlijk ambt.

46:14En de heiligheid dat heeft vooral te maken met zijn koninklijk ambt.

46:19U kent de drie kernzaken van de katechismes.

46:23De kennis, profetisch ambt.

46:26Vooral het eerste stuk, het stuk van de ontdekking.

46:29Het stuk van de bekendmaking van onze zonde, van onze diepe val.

46:35Het stuk van de verzoening, het tweede stuk.

46:38Het hoge priesterlijk ambt van de vergeving van zonde.

46:42En het derde stuk, het stuk van de heiligmaking.

46:45Het stuk dat hij arme verloren zondaren beschermt en bewaart bij de verworven verlossing.

46:53Hij predikt de Christus.

46:55Hij predikt hen dus in zijn noodzakelijkheid van zijn profetisch ambt.

47:01Opdat de bede door u door mij gestameld zal worden.

47:05Heren, en maak mij uw wegen door uw woord en geest bekend.

47:09Hij wordt gepredikt in zijn hoge priesterlijk ambt.

47:12Opdat we door de ontdekking aan zonde en schuld.

47:16Door de beleving van onze verlorenheid en ellendigheid.

47:20Zou de smeken verzoen de zware schuld die ons met schrik vervult.

47:25Hij wordt ons gepredikt in zijn koninklijk ambt.

47:28Opdat wij ook leren dorsten naar de heiligmaking, naar het leven der dankbaarheid.

47:35En bewaard zouden worden bij die bescherming en bewaring in zijn koninklijk ambt.

47:41De vraag is gemeente of we ook zo mogen hongeren naar de kennis.

47:48Priet Christus wordt ons gepredikt om aan zijn voeten terecht te komen.

47:53Om onderwezen te worden.

47:55In onze verlorenheid en ellendigheid.

47:58Ook kennen wij dit al.

48:00De prediking van hem, de zoon van God.

48:02Hij predikt terstond Christus.

48:05Opdat we ook leren dorsten naar zijn verzoenende arbeid.

48:10Opdat we hem ook nodig leren krijgen.

48:12Om de heiligmakende kracht te mogen verstaan.

48:16Hij predikte, zo staat het, terstond Christus.

48:20Wat een heerlijk onderwerp wat deze apostel ontvangen.

48:25Uit de hand van de zonen gods.

48:27Welk een wonderlijke bediening.

48:29Was hem ten deel geworden.

48:31Een vervolger.

48:32En nu een prediker geworden.

48:34Van die edige naam.

48:36Hij predikte die ontdekkende.

48:39Die afsnijdende.

48:41Woordbediening.

48:42Die ons afbrengt van al het onze.

48:45En die ons als arm.

48:46Verloren zondaar.

48:48De noodzakelijkheid doet verstaan.

48:50Van hem.

48:51Als hoogste profeet en leraar.

48:54Van doden te hebben.

48:55Als enige hoge priester te leren beleiden.

48:58Als de eeuwige koning ook te mogen aanbidden.

49:03En dan staat er gemeente in onze tekst.

49:06Hij predikte dat hij de zonen gods is.

49:10De Messias.

49:11Dat hij de zonen gods is.

49:13Dus hij toonde hem ook in.

49:16Niet alleen in zijn ambten.

49:18Maar ook in zijn beide naturen.

49:21Waarachtig, rechtvaardig mens.

49:23Waarachtig God in één persoon verenigd.

49:27Dus hij toonde dat de zaligheid een eeuwige oorsprong had.

49:32Dat de zaligheid een goddelijke oorsprong heeft.

49:36Dat die uitgedacht is van voor de grondlegging der wereld.

49:40En die eeuwige vrede raadt.

49:42Dat het voortgekomen is uit de schouders vaders.

49:45En de volgende tijd vlees geworden is op deze aarde.

49:50Dus dat het werk der zaligheid...

49:52Gods zaak is.

49:54Dat het dan ook vast is.

49:55Dat het er ook betrouwbaar is.

49:57Dat het er ook gewis.

49:59En zeker is.

50:01Dat is tot uw bemoediging.

50:04Tot uw aansporing.

50:06Ziet gemeente.

50:07Een borg.

50:08Een middelaar.

50:10Waarachtig rechtvaardig mens.

50:12Die ons kan onderwijzen.

50:14In de weg ter zaligheid.

50:16Die onze schuld kan verzoenen.

50:18Als hoge priester.

50:20Die ons kan beschermen en bewaren voor de listen en verleidingen van de vorst de Duisternis.

50:26In zijn koninklijke bediening.

50:28En hij verkondigde deze borg en middelaar.

50:32Ten Damascus, in de synagogen.

50:34Voor het gehoor ook van de Joden.

50:38En dan staat er nog voor u en voor mij bemoediging en aansporing in het evangelie.

50:43Al de tollenaars en de zondaars nadert tot hem.

50:47Om hem te horen.

50:50Dan staat er in Johannes 3 de bekering van Nicodemus die in de nacht tot hem kwam.

50:55In zijn onwetendheid van wedergeboorte.

50:59En die onderwezen werd in de heilgeheimen van het evangelie van vrije genade.

51:05Dan staat er in Johannes 4 de geschiedenis van die Samaritaanse vrouw.

51:10Wat een adresgemeente deze borg en middelaar.

51:14Joden, een Samaritaanse vrouw, een fariseer Nicodemus.

51:20Tollenaren en zondaren.

51:22Wel nu gemeente, er is vanmorgen toch niemand in de kerk.

51:26En met ons meeluisterend.

51:28Die deze borg en middelaar niet van nodig zou hebben.

51:32Als hij ons verkondigt en gepredikt wordt in zijn noodzakelijkheid.

51:36In zijn gepastheid.

51:38In zijn dierbaarheid.

51:40Dat hij onze onkunde kan wegnemen.

51:43Door de verlichting van zijn geest.

51:46Dat hij onze schuld kan verzoenen.

51:48Door de kracht van zijn bloed.

51:50Dat hij ons kan bewaren bij de verworven verlossing.

51:53Door zijn genadige bescherming en blijvende ontferming.

51:57Deze borg en middelaar.

52:00Onmisbaar voor tijd en eeuwigheid.

52:03Voor lichaam en voor ziel.

52:05De Dordtse vaderen zeiden.

52:07Christus moet worden voorgesteld.

52:10Dat deed deze apostel.

52:11Dat trachten wij ook nu te doen.

52:13Aan de hand van het woord.

52:15Hij moet worden voorgesteld met bevel.

52:19Van bekering en geloof in zijn naam moet gepredigd worden.

52:24Bekering en vergeving van zonde onder alle volkeren.

52:28Ook onder het Nederlandse volk.

52:31Ook onder u als inwoners van Oudorp.

52:35Hij moet verkondigd worden in zijn noodzakelijkheid en in zijn gepastheid.

52:41Ziet gemeente deze.

52:43Borgenmiddelaar werd gepredigd door Saulus van Tarze.

52:48En dat bracht, dat is onze tweede gedachte, de verwarring door deze woordbediening.

52:52Want wat een gevolg heeft dit gehad, deze bediening der verzoening.

52:59Ontzettend, ontzetting zo rees erop in deze synagoge.

53:03Deze Saulus, die was bekend tot in het buitenland.

53:07Ongetwijfeld was er grote verheuging geweest met de Joden.

53:12Dat zou ook van Jeruzalem zou komen.

53:16En dat hij brieven zou hebben van de hoge priester.

53:18Om ook de beleiders van die enige naam.

53:22Daar ten onder te brengen.

53:23Gevangen te nemen.

53:24En weg te voeren naar Jeruzalem.

53:27En er zal ook grote beving geweest zijn.

53:30Bij de levende kerk.

53:31Bij de ware discipelen.

53:33Als ze dat hoorden.

53:35Dat hij zou komen.

53:36Een volmacht van de hoge priester.

53:39Maar er kwam een grote ontmoeting gemeente.

53:42Hij kreeg een ontmoeting met de hoge priester.

53:46De zaligmaker van zondaren.

53:48En die hield hem staande met zijn roepstem van zijn woord.

53:53Zal, zal, wat vervolgen mij?

53:56Het is uw hart te versenen tegen de prikkels te slaan.

53:59En hij kreeg een andere volmacht.

54:02En van die volmacht spreekt onze tekst.

54:05Dat hij nu een volmacht kreeg om het liefdelijke evangelie te prediken.

54:10Om de boodschap des heils ook te verkondigen.

54:16Om nu gebondenen uit te voeren.

54:19Los te maken van de banden.

54:21In plaats van de disciplen die in vrijheid van het evangelie leefden.

54:27Te binden met touwen en geboeid weg te voeren.

54:31Maar nu had hij een volmacht om gebondenen los te maken.

54:34Om uit te voeren die in de gevangenis zaten.

54:38En niet om ze in de gevangenis te voeren.

54:40Om de levenden.

54:44Ook te verheugen met het heil des konings.

54:48En niet om te doden.

54:50Om hen niet te dwingen de naam te verlogenen.

54:53Maar nu had hij een volmacht om het woord van God te prediken.

54:57Opdat ze zijn naam zouden beleiden.

55:00Een lasteraar werd een prediker.

55:04Een vervolger werd een verkondiger.

55:08Een vat van toren van nature was nu een vat.

55:13Van barmhartigheid geworden.

55:14Om de grote naam des heren bekend te maken.

55:18Een vijand was nu een vriend geworden.

55:21Een bestrijder van het koninkrijk van God.

55:24Was nu een beleider geworden.

55:26Van die enige naam gegeven.

55:29Onder een hemel tot zaligheid.

55:31Wat een krachtig bewijs.

55:33Van de vrijmacht en de rijkdom.

55:36Van het welbehagen van God.

55:38Wat een duidelijke prediking.

55:40Van de diepte en de ruimte.

55:43Van het evangelie van vrije genade.

55:45Dat zo ongedacht.

55:47Zo onverwacht.

55:49Zo onverdiend.

55:50De heren.

55:51Zo'n zondaar kan roepen.

55:53Tot stilstand kan brengen.

55:56Tot trekken.

55:57Wat een krachtige preding.

55:59Van het evangelie.

56:00Dat God de zondaar zoekt.

56:03En roept.

56:04En zalig maakt.

56:06Jeruzalem gemeente.

56:07Was in verstoring gebracht door hem.

56:10En nu.

56:11Maakt hij ook Damascus in beroering.

56:15Die grote beroering.

56:16Door de verkondiging van het evangelie van vrije genade.

56:20Beven de kerk.

56:22Maar die hebben wel gezongen.

56:24Van psalm 126.

56:25God heeft bij ons wat groots verricht.

56:28Hij zelf heeft onze druk verlicht.

56:32Hij heeft door wonderen ons bevrijd.

56:35En de blijdschap die daarbij ervaren mocht worden.

56:40Maar ook verwarring.

56:42Bij de vijanden.

56:43Bij de joden.

56:45Want verwarring zo staat er.

56:47En zij ontzetten zich alle die het hoorden.

56:50En zeiden er is deze niet degene die Jeruzalem verstoorten.

56:53Die deze naam aanriepen.

56:57Verwarring gemeente.

56:58Door de prediking van het evangelie.

57:00Niet meer dan verwarring.

57:02Geen verwondering.

57:04Geen aanbidding.

57:06Geen verbreking van het hart.

57:08Geen hartelijke vernedering.

57:10Geen.

57:11Geen verootmoediging.

57:13En geen navolging.

57:15Dat zijn toch de zaken waar het om gaat.

57:17Als we onder de bediening van het woord verkeren.

57:20Verwarring.

57:22Zo kwam er onder de Joden.

57:24Toen ze hem hoorden prediken.

57:25Die enige naam gegeven tot zaligheid.

57:29Hoe heel anders bij die Samaritaanse vrouw.

57:32Die terugkeerde naar de stad.

57:34Die ook een Christus prediker werd.

57:37Komt.

57:37Ziet een mens.

57:38Die mij gezegd heeft.

57:40Alles wat ik gedaan heb.

57:42Is deze niet de Christus?

57:45Toen ging die stad uit.

57:47En ze zeiden later.

57:48Nu geloven wij het niet meer om uw zeggenswil.

57:51Maar nu hebben wij het zelf gehoord.

57:54Daar bracht de boodschap verwondering en aanbidding.

57:59En waar geloof bij de Sabritanen.

58:02En hieronder de Joden.

58:04Verwarring en boosheid en toren.

58:07Het vervolg van de schriftlezing hoort u ervan.

58:10Dat ze hem tenslotte zochten.

58:12te doden, verbittering en moordzucht.

58:16Onder het Oude Testament gemeenten staat die geschiedenis van Balak.

58:20En die liet Biliam komen.

58:22En die moest het volk Israël vloeken om zo de kracht van het volk te breken...

58:28om de zegen gods waaronder ze verkeerden en die op en rusten...

58:32om die te veranderen in hun vloek zodat hun kracht gebroken werd.

58:37En Biliam begeerde wel de geschenken en de eerbewijzen.

58:42Het zilver en het goud van Balak.

58:44Maar de heren die gaf hem te spreken.

58:47En in plaats van de vloek gaf hij de zegen.

58:51En de toren van Balak die kwam openbaar.

58:55Hij had hem toch geroepen om te vloeken.

58:57En nu ging er dat volk zegenen.

58:59En deze Saulus van Tarse was toch gekomen om de gemeente te verstoren.

59:03Om ze te binden.

59:05Om die naam die ze zo verachten.

59:08Die ze zo haten.

59:09Om die te niet te doen.

59:11En u was hier een verkondiger, een prediker.

59:14Grote verwarring.

59:16Lijkt gemeente dat deze mensen blijven stilstaan bij de prediker, bij Sal.

59:23En dat hun dat tot grote ergernis is.

59:26En dat ze niet bezig zijn met de boodschap.

59:31Gevaar wat u en mij ook zo vaak bedreigt.

59:33Dat we bij de uiterlijke dingen blijven staan.

59:36Dat we bij...

59:39Van alles en nog wat stilstaan.

59:41Maar niet bij de kern van de zaak.

59:43Bij de boodschap.

59:44Ze noemen de naam van Saulus.

59:46Maar ze staan niet stil bij de naam van Christus.

59:50Geen verbreking.

59:52Geen verontmoediging.

59:54Geen persoonlijke worsteling.

59:56Om de toe-eigening des heils.

59:59Geen smeking geeft dat mijn oog dat goed aan schouw.

1:00:02Terwijl gij uit onbezweken trouw.

1:00:04U uitverkoren toe wil voegen.

1:00:07Verwarring.

1:00:09Ontzetting.

1:00:10En verder is het niet gekomen.

1:00:12O, laten we oppassen voor dat gevaar.

1:00:14Als we verkeren onder de prediking van de zaligmaker van Zondaren.

1:00:19Dat we niet met het stro met het kaf naar huis gaan.

1:00:23Maar dat we hongerig zijn naar het koren.

1:00:26Naar het woord van hem, de zonen gods.

1:00:29De boodschap van hem.

1:00:31Om hem te leren kennen.

1:00:33Om hem te leren aanbidden.

1:00:36Om een smeking.

1:00:38Te mogen kennen.

1:00:38Om hem te mogen navolgen.

1:00:40De persoonlijke strijd.

1:00:42En worsteling.

1:00:43Om een ondervindelijke.

1:00:46Levende kennis aan hem.

1:00:48Een bijbelse kennis.

1:00:50Een schriftuurlijke kennis.

1:00:52Een onderwerping aan hem.

1:00:53Een navolging van hem.

1:00:56De derde plaatsgemeente.

1:00:57Dan spreekt ook de tekst van de volharding.

1:01:00Bij deze bediening.

1:01:05Zojuist geroepen tot het ambt.

1:01:07Zojuist.

1:01:09De zalving van de heilige geest ontvangen.

1:01:11Met zo'n krachtige heldere boodschap.

1:01:14Op grond van de schrift.

1:01:15Van het woord.

1:01:17De prediking van Christus.

1:01:19En de vrucht de oogst is.

1:01:23Ontzetting.

1:01:24En verwarring.

1:01:26Met de joden in de synagoge.

1:01:29Wordt hij dan moedeloos.

1:01:31En wordt hij dan ontmoedigd.

1:01:33Kijk dat is nu het voorrecht.

1:01:35Als we ook zelfs zoals deze Saulus van Tarsen.

1:01:39Getrokken zijn met koorden van goede tierenheid en waarheid.

1:01:43Als we geen vreemdeling zijn van eigen hart en leven.

1:01:47Als we iets kennen van de doorleving, van de tegenstand.

1:01:51Van de vijandschap tegen de boodschap van het evangelie.

1:01:55Van het verzet tegen de leer van vrije genade.

1:01:58Wat is dat met deze Saulus ontzaggelijk geweest.

1:02:02Wat een groot tegenstander is zij geweest.

1:02:06Maar geraakt door het woord.

1:02:08Getroffen door de liefde.

1:02:11Vernederd voor de majesteit van God.

1:02:13Verbonden aan de persoon des middelaars.

1:02:16En nu volhart hij.

1:02:18Hij predikt het woord.

1:02:21Tegenwind ontvangt hij.

1:02:23Maar door het tegenwind wordt hij meer en meer bevestigd in het woord.

1:02:27Kijk, daar gaat het nu om gemeente.

1:02:29Dat als u donkere tijden gaat krijgen, ook in geestelijke zin.

1:02:34Als er duisternis over u valt.

1:02:37Als de nacht over u komt, als u te maken krijgt met tegenkanting, met spot, dan werkt de Heilige Geest zo in het hart dat u meer en meer verbonden wordt aan

1:02:50de boodschap, aan het woord, aan de kern der zaak, aan de Christus der schriften.

1:02:56Hij gaat meer en meer dat zwaar des geestes, het welk Gods woord is, hanteren als hij tegenstand, als hij verdrukking ontvangt.

1:03:07Dan is een bede.

1:03:09Maak in uw woord mijn gang.

1:03:10Mijn treden vast.

1:03:12Of dat ik mij niet van uw paan.

1:03:14Moog keren.

1:03:15Dan mag hij ervaren wat we zo straks.

1:03:17Zongen uit psalm 119.

1:03:19Als het mij benauwd.

1:03:21Of bang gevallen is.

1:03:23Dan heb ik mij vermaakt in uw geboden.

1:03:25De zuiverheid van uw getuigenis.

1:03:28Blinkt altoes uit.

1:03:29Zelfs in de zwaarste.

1:03:31Noden.

1:03:33Als de stormwind opsteekt.

1:03:35En u ligt aan het anker.

1:03:37Met het schip.

1:03:38Dan gaat u het anker.

1:03:41Daar gaat u te meer toch over nadenken.

1:03:43De vaste grond.

1:03:45Waarin het anker zich gehecht heeft.

1:03:47In de stormwind.

1:03:49Een boomgemeente.

1:03:50Die heeft regen nodig.

1:03:52Die heeft zonlicht nodig.

1:03:54Maar een boom heeft ook wind nodig.

1:03:57Stormwind nodig.

1:03:58Om des te vaster zich te hechten.

1:04:00Ook in de aarde.

1:04:02En zo is het ook in de bediening der verzoening.

1:04:06Zo is het ook in het geestelijke leven.

1:04:09Tijden van strijd, ook op het kerkenkerf, toen zijn ook de beleidingsgeschriften ontstaan.

1:04:16Juist als de vijand opkomt, als de weerstand zich verminnigvuldigt, als de dwalingen naar voren komen, dan wordt juist de kerk te meer geworpen op het woord.

1:04:28En zo zijn ook de beleidingsgeschriften ontstaan die we ook kennen in ons kerkelijk leven en ook bij beproevingen.

1:04:36Bij verdrukkingen.

1:04:37Bij een diepe weg die u moet gaan.

1:04:40Bij een smartelijk gemis wat u getroffen heeft.

1:04:43Bij een zware slag die u moet ondergaan.

1:04:47O, als het goed is, dan wordt u te meer geworpen op de boodschap van het woord van de levende God.

1:04:54Wordt u te meer uitgedreven tot de troon van Gods genade, de vorste duisternis.

1:05:00Die probeert u dan wijs te maken dat het bewijzen zijn dat de Heer er niet van u af weet.

1:05:05Waar is God op wie je gebouwd hebt en om wie je in je zaak vertrouwt hebt.

1:05:10Maar hier ziet u bij Saulus dat hij te meer vol hart bij de schrift, bij het woord van de levende had.

1:05:18En dan zegt ook de apostel Paulus, kasteiding als het tegenwoordig is.

1:05:23Er is geen zaak van vreugde.

1:05:25Maar daarna werkt ze die vreedzame vrucht der gerechtigheid als wij daardoor geoefend worden.

1:05:32Juist in de waarheid.

1:05:34Het waarzaligmakende geloof immers grond zich op het woord, leeft bij het woord, uit het woord en naar het woord, hecht zich te meer aan de boodschap

1:05:46van het woord.

1:05:47Dat is de enige vastheid die er overblijft.

1:05:50Wellicht gemeent als u iets kent van het werk van God in uw hart, in uw leven, dan kent u ongetwijfeld een tijd van gevoelige genietingen en van aangename tijden.

1:06:02Van verheuging in uw hart en van ruimte voor uw ziel.

1:06:05Van afhankelijkheid en teerheid.

1:06:09Maar er komt een tijd van duisternis en van donkerheid.

1:06:12Een tijd van bestrijding en van aanvechting.

1:06:16En dat is nodig omdat u niet te zeer opgroeit en opwast in allerlei liefdelijke aangename gestaltes.

1:06:25En u de heren en zijn woord, de lamp van zijn getuigenis, minder van nodig heeft.

1:06:30Maar meer teert op uw gevoelige genietingen en op uw tranen en op uw gestaltes.

1:06:35Maar waar geloof dat leeft bij het woord.

1:06:39Uit het woord en naar het woord.

1:06:42Als het mij benauwd of bang gevallen is.

1:06:45Dan heb ik mij vermaakt.

1:06:48Niet in mijn tranen en niet in mijn gevoeligheden.

1:06:51Maar dan heb ik mij vermaakt in uw geboden.

1:06:54En dan juist dan blinkt die zuiverheid van uw getuigenis juist uit.

1:07:00Tenmidden ook van de zwaarste noden.

1:07:03Kijk, dat doet deze apostel.

1:07:05Als hij tegenkanting krijgt.

1:07:08Als er verzet komt.

1:07:09Dan volhart hij te meer.

1:07:12Hij overtuigde de Joden.

1:07:15Hij trachtte hen de schrift meer en meer voor te houden.

1:07:19Ongetwijfeld heeft hij gesproken van de moederbelofte.

1:07:22In Genesis 3.

1:07:24En ongetwijfeld heeft hij hem gewezen.

1:07:27Op Abraham die met verheuging.

1:07:30Zijn dag gezien heeft van verre.

1:07:32En ze noemden zich toch Abrams kinderen.

1:07:35Hij zal vastgesproken hebben van Jacob.

1:07:38Die op zijn sterfwetten beleed.

1:07:41Op uw zaligheid wacht ik o heren.

1:07:44Hij zal zonder wezen hebben in Mozes.

1:07:47Die gesproken heeft een profeet.

1:07:49Uit het midden van u als mij.

1:07:52Zal de heren uw gat u verwekken.

1:07:55En naar hem zult gij horen.

1:07:57Mozes die hen.

1:07:59Zo spraken ze althans.

1:08:00Zo lief en dierbaar was.

1:08:01Maar die juist sprak van deze Messias.

1:08:05Van de zonen gods.

1:08:06Hij zal ze onderwezen hebben in de profeten.

1:08:10Profeet Isaiah.

1:08:11Die zo dierbaar sprak.

1:08:13Van zijn nederige komst en het vlees.

1:08:15Uit de maagd Maria.

1:08:17Die zo gesproken heeft van zijn goddelijke namen.

1:08:21En van zijn drie ambten.

1:08:23Die zo krachtig gesproken heeft van het offer wat hij gebracht heeft.

1:08:27Van de prijs die hij betaald heeft.

1:08:29En van het recht van God.

1:08:30Wat hij zo verheerlijk heeft.

1:08:32Hij heeft hem ook gepredikt.

1:08:36In zijn ambten.

1:08:38En in zijn beide naturen.

1:08:40Hij zal toch zeker gesproken hebben van de psalmen.

1:08:43Waarin David ook de heerlijkheid van Christus beleed.

1:08:46Ziet de schrift.

1:08:48Het woord.

1:08:48De waarheid.

1:08:50Dat is de bron.

1:08:51De grond des geloofs.

1:08:53Dat is de vastheid.

1:08:54Als de storm het opsteekt.

1:08:57Als de duisternis over ons valt.

1:08:59Als de macht van de vorst de duisternis ons belaagt.

1:09:02Dan worden we te meer, als het goed is, uitgedreven naar de vastheid van het woord.

1:09:08Om onze bevende zonders hand te leggen op dat waarachtig goddelijke getuigenis.

1:09:14Het spreken van hem.

1:09:16En dat woord gemeenten is sterker.

1:09:19Als alle gevoedigheden.

1:09:21Dat woord is krachtiger.

1:09:23Als ook buitengewone wonderen.

1:09:26Die rijke man toen hij eeuwig arm geworden was.

1:09:29Die vroeg om zijn wonder.

1:09:31Opstanding uit de doden van Lazarus.

1:09:33Als dat zal gebeuren.

1:09:35Dan zullen mijn broeders ook geloven.

1:09:37Dan zullen ze niet komen op deze ontzaggelijke plaats.

1:09:41Waar ik moet verkeren.

1:09:42Zij hebben Mozes en de profeten.

1:09:46Dat ze die horen.

1:09:48Tot zaligheid.

1:09:49Hoort u het?

1:09:50Dat ze die horen.

1:09:51Nee vader Abraham.

1:09:54Maar.

1:09:55Als er iemand uit de doden zal opstaan.

1:09:57Dan zullen zij zich laten gezeggen.

1:09:59Als zij Mozes en de profeten niet zullen horen.

1:10:03Het geldt ook voor u en voor mij gemeen.

1:10:05Al zou er iemand uit de doden opstaan.

1:10:08Ze zullen zich niet laten gezeggen.

1:10:11Wij hebben het profetische woord.

1:10:15Wat zeer vast is.

1:10:16Gij doet wel.

1:10:18Als je daarop acht geeft.

1:10:19Als op een licht schijnende in een duistere plaats.

1:10:22Totdat de dag aan ligt.

1:10:24En de morgensterk Christus Jezus.

1:10:27Opga in uw harten.

1:10:29Die overtuiging.

1:10:31Kent u die overtuiging?

1:10:33De waarachtigheid van het woord.

1:10:35Het buigen voor de schrift.

1:10:37De onderwerping aan het woord van de levende God.

1:10:42Dat doet de geest.

1:10:44In de weg van de oefening van het waar.

1:10:47Zaligmakend geloof.

1:10:49Dat leert ook met de psalmdichter te beleiden.

1:10:52De vastheid.

1:10:53Per waarheid.

1:10:54Ook te midden van het strijdwerk van dit leven.

1:10:57We gaan het ook eerst zingen uit Psalm 56.

1:11:00En daarvan de tweede vers.

1:11:02Maar word ik ooit met bange vrees belaan.

1:11:06Dan zal op u mijn vast betrouwen staan.

1:11:10Ik prijs in God zijn woord.

1:11:13Ik steun voortaan op hem.

1:11:15Zou vlees me deren.

1:11:17En wat er verder volgt in de tweede vers van Psalm 56.

1:11:20[GEZANG]

1:14:59Het is duidelijk gemeente die apostolische bediening door de zalving van de heilige geest.

1:15:06Die stelt de schrift en de Christus in de schrift centraal.

1:15:11Dat mogen duidelijk zijn.

1:15:13Zo vlak na de uitstorting van de heilige geest.

1:15:16Als de apostelen gezalfd werden vindt u dat in handelingen 2.

1:15:20En als u ook hier in handelingen 9 deze apostel geroepen wordt.

1:15:25Dan is het duidelijk hij wordt gezalfd.

1:15:28Hij is terstond verbonden aan de schrift.

1:15:32En vertoond op grond.

1:15:35En vanuit de schrift.

1:15:37De zaligmaker van zondaren.

1:15:39De Christus der schriften die predikt hij.

1:15:42De waarde van het woord van God.

1:15:45Heeft het woord voor u ook al waarde gekregen.

1:15:49Is dat u ook al zo zoet geworden.

1:15:51Als honing en als honing zing.

1:15:54Voor David.

1:15:55Die beleed toch.

1:15:57De waarde van het woord.

1:15:59De hoogste profetenleraar die gaf de opdracht.

1:16:02Onderzoek de schriften die zijn het.

1:16:05Die van mij getuigen.

1:16:07Die lieden van Berea onderzochten dagelijks die schriften.

1:16:11Of die dingen al zo waren.

1:16:14Voor de gelovige gemeente is toch dat woord de lamp voor de voet.

1:16:18En het licht op het levensbad.

1:16:21En dan vindt u door die hele schrift.

1:16:23Dat die verbinding aan dat zuivere woord.

1:16:38Waarvan de zaligmaker zei, het is een schat waar steeds nieuwe en oude dingen uitgenomen moeten worden.

1:16:47De waarde van het woord.

1:16:49En waar geloof geeft hou vast.

1:16:52En vindt ook de kracht in en krijgt ook de kracht.

1:16:57Vanuit het woord.

1:16:58De apostel die stelt door de bediening van de heilige geest.

1:17:01De Christus centraal.

1:17:03Als de zonengods.

1:17:05De zaligmaker van zondagen.

1:17:07Dat is een ontdekkende leer.

1:17:09Een schuldigstellende leer.

1:17:11Een aan onze zijde alles ontnemende leer.

1:17:15Maar het is ook een bevrijdende leer toch.

1:17:18Eer iets van mij begon te leven.

1:17:21Was alles reeds in uw boek geschreven.

1:17:25Begin gemeente van het geestelijk leven.

1:17:28Dat is geest en woord, zegt de katechismes.

1:17:32Want die geest moet onze oren openen.

1:17:34Die moet ons hart ontsluiten.

1:17:37Die moet ons ogen geven om te zien.

1:17:41En voor dat woord van de levende God.

1:17:44Dat is die onzichtbare, die onwederstandelijke, die krachtige werking van de heilige geest.

1:17:51Die vergeleken wordt met een wind.

1:17:53Men weet niet van waar hij komt en waar hij heen gaat.

1:17:56Al zo is een iegelijk die uit de geest geboren is.

1:17:59Het begin is eerst de geest die heren is en levend maakt.

1:18:05En dan ook het woord en het vervolg is woord en geest.

1:18:10Heren, uitmaak mij uw wegen door uw woord en door uw geest bekend.

1:18:17En als deze apostel in de synagoge in plaats...

1:18:23Van het banden en boeien komt voor de gelovigen.

1:18:26Komt hij om armen verloren zondaren los te maken.

1:18:31Het ontbinden.

1:18:32De boodschap van bevrijding.

1:18:34Hij onderwijzen dat de wet niet zalig maakt.

1:18:38Maar dat de wet het oordeel uitspreekt.

1:18:41Het doen volgens bekend maakt.

1:18:43Ook al zijn we fariseer.

1:18:46Ook al zijn we schriftgeleerden.

1:18:48Maar de bevrijdende kracht van het evangelie van vrije genade.

1:18:52Ook al zijn we zondaar.

1:18:54Al waren we een vijand.

1:18:57Al zijn we de goddeloze.

1:18:59Dat in nogthans bevrijding, verzoening predikt.

1:19:03In en door die enige naam gegeven.

1:19:06Onder een hemel tot zaligheid.

1:19:09Maar ziet gemeente verwarring.

1:19:11Een schrik.

1:19:14Ontsteltenis.

1:19:14Dat hadden we toch niet gedacht.

1:19:16We dachten toch.

1:19:18Een grote held binnen te halen.

1:19:21Die de christenen zou binden en weg zou voeren.

1:19:25En we krijgen een prediker van die edige naam.

1:19:28Die hem als enige grond der zaligheid onderwijst.

1:19:33Schrik en vrees ontstaat er.

1:19:37Hij ziet dat

1:19:40de Heer er toch door alles heen zijn naam verheerlijkt.

1:19:43Ook in deze vijanden die bitterlijk deze apostel ook straks zullen vervolgen.

1:19:50Ziet de vastheidgemeente van het woord van de levende God.

1:19:55Om daarbij te leven.

1:19:57Daaruit te leven.

1:19:58En daarvan te leven.

1:20:00Hebreeu 11.

1:20:02Daar vindt u al die gelovigen van het Oude Testament.

1:20:05En dan staat er elke keer door het geloof.

1:20:09En dan volgt dat spreken Gods.

1:20:11Dat woord tot Abraham.

1:20:13Wat hem uit Ur bracht.

1:20:15Dat woord tot Noach.

1:20:17Wat hem 120 jaar lang.

1:20:19Door goddelijke aanspraak vermaand zijnde.

1:20:22Dat hij de ark gebouwd heeft.

1:20:25Tot een getuigenis van de komende toren van God.

1:20:29Maar ook tot een prediking van de ontkoming aan die toren.

1:20:33Die zeker en gewisseld zijn.

1:20:36Ziet de schrift.

1:20:37Het woord.

1:20:38Dat is van het allergrootste belang.

1:20:41Dat dat woord ons lief en dierbaar wordt.

1:20:44Als we in de duisternis wandelen.

1:20:47Dan is het een lamp voor de voet.

1:20:49Als we de spottingen hoon ontvangen, is het een vertroosting voor de ziel.

1:20:54Kunnen we dat woord terugvinden.

1:20:56Ze hebben mij gehaat.

1:20:58Ze zullen u ook haten.

1:21:00Ze hebben mij vervolgd.

1:21:02Ze zullen u ook vervolgen.

1:21:04Als we kasteidingen ervaren en ondervinden en als de vorst er duister is.

1:21:10Ons wijs zoeken te maken dat dat nu het deel is van degene die God niet vrezen.

1:21:16Dat dat een krachtig duidelijk bewijs is dat de Heer er niets van ons af weet.

1:21:20Dan kunnen we in dat woord toch vinden dat die kasteelingen bemoeienissen van de Heer zijn.

1:21:26Die hij in ons leven zendt.

1:21:28Of dat we bij de waarheid gebracht zullen worden.

1:21:32Of dat we door de ondervinding van de kasteeling tot hem zullen worden uitgedreven.

1:21:37En van hem onze verwachting zullen stellen.

1:21:41Altijd de schrift.

1:21:43De verdrukking.

1:21:44Die drijft apostel uit om te meer zich te verdiepen.

1:21:49Om te meer te volharden in de waarheid van het woord van de levende God.

1:21:56Om daar te meer het hou vast ook in te zoeken.

1:21:59Het licht in de duisternis.

1:22:02Het wapen in de strijd.

1:22:04De vertroosting en het hou vast.

1:22:07Bij de kasteidingen en bij de beproevingen.

1:22:11Hij overtuigde te meer de Joden, liet zich niet van wijs brengen, werd niet bevreesd, niet ontmoedigd, maar volhardde te meer bij de waarheid van

1:22:23het woord van de levende God.

1:22:26En kan de gemeente dat leert ons deze geschiedenis ook, dan kan de ontzetting wel verharding worden.

1:22:32De tegenstand, die verhardde zich meer en meer tegen deze boodschap.

1:22:39Dat God in Christus de wereld met zichzelf verzoenende was.

1:22:43Hun zonden hun niet toerekenende.

1:22:45En hij heeft het woord der verzoening in ons gelegd.

1:22:48En dan heeft toch deze apostel geschreven.

1:22:50Zo zijn we dan gezanten van Christus wegen.

1:22:53Alsof God door ons badde.

1:22:55Laat u met God verzoenen.

1:22:58Maar ontzetting.

1:23:00En verwarring.

1:23:01En er kwam tenslotte ook verharding bij.

1:23:05Bij deze mensen.

1:23:07Ze werden met moordlust bevangen.

1:23:09Om deze apostel, deze getuigen tot zwijgen te brengen.

1:23:13Hem gevangen te nemen en hem te doden.

1:23:16En hij moest met een mand over de muur.

1:23:19Was welkom als vervolger, maar niet als prediker.

1:23:23Was welkom als bestrijder van de kerk.

1:23:26Maar niet als beleider van die enige naam gegeven onder de hemel tot zaligheid.

1:23:33Verbazing, ontsteltenis kan ook overgaan.

1:23:38U leest in de schrift van de verbazing van Festus, van de ontsteltenis van Felix.

1:23:44Houd op, zo zegt hij, als er gesproken wordt van de rechtvaardigheid, van de matigheid en van het toekomende oordeel, schrik en vrees.

1:23:53Ik zal u wederom horen, houd er nu even over op.

1:23:56Maar die gelegenheid is nooit meer gekomen.

1:23:59Bijna bewogen worden als Agrippa, gij beweegt mij bijna een christen te worden.

1:24:05Wat gaat gemeente voor u en voor mij om de onderwijzing?

1:24:08Nog wordt u ons gepredikt als de hoogste profeet en leraar.

1:24:12Om ons te onderwijzen.

1:24:14En u mag komen zo arm en zo ellendig en zo onkundig als dat u bent.

1:24:20De discipels schaar die vroeg aan de zaligmaker.

1:24:24Verklaar ons deze gelijkenis.

1:24:27Ze vroegen toen ze al enige tijd op die leerschool gezeten hadden.

1:24:32Leer ons bidden.

1:24:33Dat zijn de geenvoudige dingen.

1:24:35Dat kunnen de jongens en meisjes vanmorgen toch ook wel begrijpen.

1:24:39Dat de Heer met zulke onkundige leerlingen te doen wil hebben.

1:24:43Die hij wil onderwijzen in de waarheid van het woord.

1:24:47In de noodzakelijkheid van hem.

1:24:49Hij de hoogste profeet en leraar.

1:24:53Ja, de vermaak te hebben in zijn onderwijzing.

1:24:57En de onderwerping met het hart aan die leerder waarheid.

1:25:00Om toch.

1:25:02Onderworpen te mogen zijn aan het woord van de levende God.

1:25:06En een aanroeper te mogen worden van die enige naam.

1:25:10Onder de hemel gegeven tot zaligheid.

1:25:13En die geluk die de naam des Heren zal aanroepen.

1:25:16Die zal zalig worden.

1:25:18Die zal behouden worden.

1:25:20Profeet sprak er al van onder het Oude Testament.

1:25:23En Petrus heeft dezelfde tekst aangehaald.

1:25:26Ook in de handelingen der apostelen.

1:25:29En ook de aanneming gemeente van de zaligmaker van Zondaren.

1:25:33De gelovige aanneming van hem.

1:25:37Om hem te beleiden.

1:25:39Als de waarachtige rechtvaardige mens.

1:25:42Als de waarachtige God.

1:25:44Hem te beleiden.

1:25:45Wie zeggen de mensen dat ik ben?

1:25:47Wie zegt gij dat ik de zoon des mensen ben?

1:25:50Gij zijt de Christus de zoon des levende Gods.

1:25:54Hem te omhelzen op geestelijke wijze.

1:25:57Met uw ganse hart.

1:25:59Hem te aanbidden.

1:26:00En uw onkunde.

1:26:02Uw tegenstand.

1:26:05Uw vijandschap.

1:26:07Van tevoren.

1:26:08En misschien nog ook in uw hart levend.

1:26:10Hem maar te beleiden.

1:26:11Of hij verlichting wil geven in uw verstand.

1:26:15De vijandschap wil verbreken in uw hart.

1:26:18De tegenstand wil wegnemen.

1:26:20En die gelovige aanneming van hem.

1:26:24Tot rechtvaardiging.

1:26:26Tot vergeving.

1:26:30Om voor hem te leven in de overige tijd ook van ons leven.

1:26:34Ja, die verootmoediging te mogen kennen aan zijn voeten.

1:26:38Wie hem nederig valt de voet, die zal van hem zijn wegen leren.

1:26:42Hij is gisteren en heden nog dezelfde.

1:26:45Dezelfde borg.

1:26:46Dezelfde zaligmaker.

1:26:48Dezelfde Christus.

1:26:50Dezelfde boodschap.

1:26:52Een geheel andere tijd als de tijd van deze apostel.

1:26:57Geen andere plaats verkeren wij als Damascus.

1:27:00Maar het is hetzelfde profetische apostolische woord wat zeer vast is.

1:27:06De verkondiging van hem, de zaligmaker van zondaren.

1:27:11Die het gezegd heeft, komt herwaarts tot mij.

1:27:15Alle die vermoeid en belast zijn.

1:27:17En ik zal u rust geven.

1:27:18Die beloofd heeft en die tot me komt, zal ik geen zins uitwerpen zien.

1:27:26Die aanbidding te mogen kennen van hem.

1:27:28Te begeren om hem te kennen.

1:27:31Voor hem te leven.

1:27:33Hier in begeensel de aanbidding en de verhering van zijn naam.

1:27:37Straks in alle volkomenheid.

1:27:39Hem de eer de aanbidding te geven.

1:27:42Straks in het hemels heiligdom.

1:27:44Zal het altijd gaan over hem.

1:27:47Het lam gods.

1:27:48De zoon.

1:27:50De Christus der schriften.

1:27:51Die de ganse kerk gekocht en verlost heeft.

1:27:55Met zijn dierbaar bloed.

1:27:57Amen.

1:27:58Eindigen wij met gebed.

1:28:02Heren.

1:28:03Gij bracht ons in dit morgenuur.

1:28:05Rondom.

1:28:06De prediking van hem.

1:28:08Uw zoon.

1:28:10Door u gezonden.

1:28:12En van u gekomen.

1:28:15Die in de schrift gepredikt wordt.

1:28:17Als de weg.

1:28:18De waarheid.

1:28:20En het leven.

1:28:22En die medogendheid had.

1:28:24Met kinderen.

1:28:26Met zuigelingen.

1:28:28Met Milaatsen.

1:28:30Met tollenaren.

1:28:31Met zondaren.

1:28:33Met fariseers.

1:28:35Met schriftgeleerden.

1:28:36Uw woord spreekt ervan.

1:28:38En hij wordt ons nog gepredikt vanuit het woord.

1:28:43Dat hij de enige grond.

1:28:46Het enig middel tot behoud is.

1:28:49Dat hij het antwoord is op de ziele vraag.

1:28:52Is er enig middel dat we deze straf zouden kunnen ontgaan.

1:28:55En wederom tot genade.

1:28:57aangenomen worden dat kan alleen door hem die grote ander die ons verkondigd wordt vanuit het evangelie het is uw woord wat vast betrouwbaar

1:29:10gewis en zeker is te midden van deze bedeling deze aarde die geschud wordt aan alle zijden heren gedenk ons zou uw getrouw ontferming verzoen

1:29:22wat niet naar uw woord was bij het spreken bij het luisteren

1:29:27Maar wil wat naar uw woord was met uw zegen achtervolgen.

1:29:31En ons dat geloof doen kennen die vaste grond.

1:29:35Der dingen die men hoopt.

1:29:38En een zeker en overtuigend bewijs.

1:29:42Door geest en woord in het hart.

1:29:44Van de dingen die men niet ziet.

1:29:47Naar nogthans voor waarachtig houdt.

1:29:49Daarop betrouwt als gans verlorenen in onszelf.

1:29:54Schuldig aan al uw geboden.

1:29:57Nogthans tot u te zuchten.

1:29:59Tot u te vluchten.

1:30:00Daar u gekomen bent.

1:30:02Om te zoeken.

1:30:04Zalig te maken dat verloren was.

1:30:06Wil ook het werk op de zondagsschool ook zegenen.

1:30:09Ook schenken daar wat nodig is.

1:30:12Wil ons ook in dit avontuur weer samenbrengen rondom uw woord.

1:30:16En de beleidende kerk.

1:30:18Wij vragen het u.

1:30:19Om Jezus willen.

1:30:21Uitgeladen.

1:30:23Amen.

1:30:25Wij zingen tot slot de psalm 89 en daarvan het zevende en het achtste vers.

1:30:30Hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort.

1:30:33Zij wandelen, heren, in het licht van het goddelijke aanschijn voort.

1:30:38En ook het achtste vers.

1:30:39Gij toch, gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht.

1:30:43Psalm 89, vers 7 en 8.

1:30:46[GEZANG]

1:35:43Gaat u heen in vrede, dragende de zegen des heren.

1:35:47De heren zegenen u en behoeden u.

1:35:50De heren toe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.

1:35:55De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:36:01Amen.

1:36:02[GEZANG]