Lukas 18: 1 - 8; We moeten altijd bidden en niet vertragen

woensdag 1 juli 2026 · 19:30 uur · Avonddienst · Ds. P. de Vries · 92 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

8:21ZANG EN

8:52[GEZANG]

8:57Ik ga zingen van Psalm 35, versen 1 en 13.

9:01Twist met mijn twisters, hemelheer, en laat vrome juichen te allen tijd.

9:07Psalm 35, versen 1 en 13.

9:11De

9:11[GEZANG]

13:40schriftlezing vindt u straks in het evangelie naar Lukas.

13:45En dan lezen we Lukas 17 vanaf vers 20 tot en met Lukas 18, vers 8.

13:52De schriftslezing is dus straks Lukas 17 vanaf vers 20 tot en met Lukas 18 vers 8.

14:00Maar eerst doen we nu beleidenis van ons algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.

14:06En wel met de woorden van de apostolische geloofsbeleidenis.

14:10En we zingen daarna van Psalm 145 het vijfde vers.

14:16Uw heerschappij verduurt zelfs de eeuwigheid.

14:19Uw koninkrijk is eindloos uitgebreid.

14:23Psalm 145 vers 5.

14:25Na de apostolische geloofsbeleidenis.

14:29En ieder dan van u spreken met mij in zijn hart aldus.

14:34Ik geloof in God de Vader de Almachtige.

14:37Schepper van hemelen en van aarde.

14:40En in Jezus Christus zijn enige geboren zoon.

14:43Onze Heren.

14:45...die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de macht Maria...

14:50...die geleden heeft, onder Pontius Pilatus is gekruisigd...

14:54...gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.

14:58Ten derde dagen, wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel...

15:04...zitten terecht aan God desalmachtige vaders...

15:08...van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

15:14Ik geloof in de heilige geest.

15:16Ik geloof één heilige katholieke christelijke kerk.

15:19De gemeenschap der heiligen.

15:21Vergeving der zonden.

15:23Wederopstanding des vlees'ers.

15:25En een eeuwig leven.

15:28Amen.

15:29Kerst

15:29[GEZANG]

18:0817 vanaf vers 20.

18:11Tot en met Lukas 18 vers 8 is dus de schriftlezing.

18:15En daar luidt nu Gods heilig en onfeilbaar woord ons volgt.

18:22En gevraagd zijnde door de fariseers, wanneer het Koninkrijk Gods zou komen, heeft Hij, en dat is ons Heer Jezus Christus, hun geantwoord en gezegd.

18:33Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat.

18:40En men zal niet zeggen, zie hier of zie daar, want zie het Koninkrijk Gods is binnen uw lieden.

18:48En dan staat er in de kanttekening of in het midden van u.

18:53En dat is denk ik de betere vertaling.

18:56Want Gods Koninkrijk is niet in de fariseers.

19:00Maar is in de persoon van Christus in het midden van ons.

19:03Dus zie het Koninkrijk Gods is in het midden van u.

19:05Ik kan u in de kanttekeningen nalezen.

19:07En hij zeide tot de discipelen.

19:10Er zullen dagen komen.

19:12Wanneer gij zult begeren een der dagen van de zoon des mensen te zien.

19:17En gij zult die niet zien.

19:20En ze zullen tot u zeggen ze hier.

19:22Of zidaar is hij, gaat niet heen en volgt niet.

19:26Want geblijkt de bliksem die van het ene einde onder de neemel bliksem tot het andere einde onder de neemel schijnt.

19:33Al zo zal ook de zoon des mensen wezen in zijn dag.

19:38Maar eerst moet hij veel lijden en verworpen worden door dit geslacht.

19:43En zoals het geschiet is in de dagen van Noach, al zo zal het ook zijn in de dagen van de zoon des mensen.

19:52Ze aten, ze dronken.

19:53Ze namen ten huwelijk en ze werden ten huwelijk gegeven.

19:58Tot de dag waarop Noach in de ark ging.

20:01En de zondvloed kwam en verdieren van allen.

20:06Desgelijks ook gelijk het geschied in de dagen van Lot.

20:10Ze aten, ze dronken.

20:12Ze kochten, zij verkochten.

20:15Ze planten, ze bouwden.

20:18Maar op welke dag Lot van Sodom uitging.

20:22Regende het vuur en zulfur van de neemel.

20:25En verdierf hen alle.

20:28Even en al zo zal het zijn in de dag waarop de zoon des mensen geopenbaard zal worden.

20:34In diezelfde dag wie op het dak zal zijn.

20:38Zijn huisverraad in huis die komen niet af om het zelf weg te nemen.

20:42En wie op dak er zal zijn.

20:44Die keren desgelijks niet naar hetgeen dat achter is.

20:49Gedenk aan de vrouw van Lot.

20:51Zo wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen.

20:55En zo wie het zelf zal verliezen, die zal het in het leven behouden.

20:59Ik zeg u, in die nacht zullen twee op één bed zijn.

21:04De een zal aangenomen en

21:08de ander zal verlaten worden.

21:10Twee vrouwen zullen tezamen malen.

21:12De een zal aangenomen en de ander zal verlaten worden.

21:18Twee zullen op de nakker zijn.

21:20De een zal aangenomen, de ander zal verlaten worden.

21:26Zandwoorden en zijden tot een waarheren.

21:28En hij zei tot hen, waar het lichaam is, al daar zullen de arenden vergaderd worden.

21:36En hij zei ook een gelijkenis tot en daartoe strekkend.

21:40Dat men altijd moet bidden niet vertragen.

21:44Zeggend, er was een zekere rechter in de stad die God niet vreesde en geen mens ontzag.

21:50En er was een zekere weduwe in dezelfde stad en ze kwam tot hem zeggende, doe mij recht tegen mijn wederpartij.

21:59En hij wilde voor een lange tijd niet, maar daarna zei hij bij zichzelf, hoewel ik God niet vrees en geen mens ontzie, nogthans omdat deze weduwe me moeilijk valt, zo

22:11zal ik haar recht doen,

22:13opdat ze niet uiteindelijk komen mij het hoofd breken.

22:18En de Heere zei, de hoort wat onrechtvaardige rechter zegt.

22:21Zal God dan geen recht doen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen.

22:27Hoewel hij lengtmoedig is over hen.

22:30Ik zeg u dat hij een haastig recht zal doen door de zoon des mens als hij komt.

22:36Zal hij ook geloof vinden op de aarde.

22:40Tot zover de schriftlezing.

22:43Dan zoeken wij nu het heilig aangezicht onzes Heere.

22:48In gemeenschappelijk gebed, laat ons bidden.

22:54O driejenige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

23:01U alleen bent God, behalve u buiten is er geen God.

23:08En dan is het zo, o Vader der lichten.

23:12Wie zal u zien en leven?

23:15En nu moeten wij eenmaal u ontmoeten.

23:20Of wij erop voorbereid zijn of niet.

23:24En nu zijt gij het die in dit leven tot verloren mensen komt.

23:31In en door uw Zoon.

23:33De Heere Jezus Christus.

23:36Het hele woord dat u ons gaf.

23:38De boeken van het Oude en van het Nieuwe Testament.

23:42Getuigen van hem.

23:44Dan is er al vanaf het paradijs, vanaf dat de zondeval plaatsvond.

23:49En gij ademen even opzocht.

23:51Maar een weg ter zaligheid.

23:54Dan hebben de gelovigen van het Oude Testament gezien op de Christus die komen zou.

24:01En wij leven in het volle licht van de nieuwe bedeling.

24:05Wij mogen weten, o Vader, dat u zo'n mens geworden is.

24:12Gestorven is wat meer is opgewekt.

24:15Ten hemel is gevaren.

24:17En u zit aan uw rechterhand.

24:20Wij moeten beleiden dat wij gezondigd hebben.

24:24Zondige in woorden, in daden, in gedachten.

24:30En zelfs één zonde maakt het onmogelijk voor ons...

24:36in uw tegenwoordigheid te verkeren.

24:39Maar nu hebt gij een advocaat gegeven.

24:44En als hij voor ons pleit, dan is het zeker...

24:49dat wij het eeuwige leven zullen beërven.

24:54Uw lieve zoon.

24:56Die niet pleit op onze kwaliteiten.

24:59Die ons niet wijst op verzachtende omstandigheden.

25:05Maar die pleit op zijn eigen werk.

25:08En die ons door zijn geest overtuigt van zonde.

25:13En ons de ogen opent voor zijn onuitsprekelijke heerlijkheid als middelaar.

25:20Heren, verlicht ons verstand.

25:24Open ons hart.

25:26Vervul ons hart met heilbespiegelingen.

25:30Om het schoonste lied van deze koning te zingen.

25:34Dat we ons door hem als profeet laten onderwijzen.

25:38Opdat we hem nodig krijgen als priester.

25:42En mogen weten dat hij ons als koning beschermt.

25:47En dan mag het toch gelden.

25:48In de grootste smarten blijven onze harten.

25:53In de heren gerust.

25:57Ach heren breng uw kerk wereldwijd tot bloei.

26:01Ga dan toch ook Nederlands kerk niet voorbij.

26:05Een verbrokkelde en vervallen kerk.

26:08En dan kunnen we bepaald niet zeggen.

26:11Dat dat vervallende hersteltervormde kerk voorbij is gegaan of voorbij gaat.

26:18Integendeel.

26:19Dan hebben we alle reden ons voor u te veroodmoedigen.

26:24Maar dan geldt toch ook dat wij van u grote dingen mogen verwachten.

26:30Heren, wil dat ook doen hier op Oudorp.

26:34In dit deel van uw wijngaard.

26:36Maar dan geldt toch ook, niet alleen persoonlijk, maar ook kerkelijk.

26:40Zegen anderen, maar ook ons.

26:43Wat zou dat een zegen zijn als alle kerken in dit dorp tot bloei komen.

26:47Als overal op een heldere wijze het evangelie van zonde en genade klinkt.

26:53En niet alleen in dit dorp, op het hele eiland.

26:57Dit is zeker als kerk van Nederland hebben wij een opleving nodig.

27:02Want er is alom verval.

27:04Dat gaat geen enkele kerkelijke kring voorbij.

27:10En hoe dan ook heeft ieder mens hetzelfde nodig.

27:13En brengt uiteindelijk iedere getrouwe prediker in essentie dezelfde boodschap.

27:20Welk verschil er ook mag zijn als het gaat om minder belangrijke zaken.

27:26Dan wordt toch geboodschapt dat we schuldig staan voor u.

27:30Maar ook dat er een middelaar is bij wie volkomen verzoening en verlossing is te vinden.

27:36Ach, heren, steek met dat woord dat ook vanavond gepredikt mag worden ons hart in brand.

27:42Dat het begint te branden als het nog niet het geval was en dat het blijft branden.

27:47En dan weten we, u verlaat nooit wat uw hand begon, maar u wil ook dat wij u daarom vragen.

27:55Zend, Heer, uw licht en waarheid neder.

27:59Ach, heren, vervul de aarde met de kennis van uw naam.

28:04Zegen arbeiders in uw koninkrijk.

28:06Waar dan ook in de wereld.

28:07En bijzonder in gebieden waar nog niet of nauwelijks een kerk is.

28:11Dat ook daar een kerk mag komen.

28:14Het werk van bijbelvertalers die de bijbel vertalen in talen.

28:19Waarin uw woord nog nooit vertaald werd.

28:22Dit is zeker ook ons eigen land.

28:25Is een zendingsgebied.

28:26Dan zijn het dorpen.

28:28Daar is al in tientallen jaren geen kind meer gedoopt.

28:32Dan zijn er gebieden, dan is er in zo'n heel gebied geen gemeente te vinden waar het evangelie van uw genade klinkt.

28:41Dan zijn we in dit deel van Nederland nog bevoorrecht.

28:45Ach heren, geef dat daar waar geen gemeente is, gemeentes mogen ontstaan.

28:51Al is het maar in een huiskamer.

28:53Dat er een paar gezinnen bij elkaar komen om tezamen naar u te zoeken.

29:00En om te smeken of u een dienaar van uw woord tot hen wil zenden.

29:07Levende en waarachtige God, geef zo ook vanavond uw zegen hier in de kerk.

29:12Ook als we thuis of waar dan ook deze dienst meemaken.

29:16Nu of op een ander tijdstip.

29:19Uw woord zal toch nooit ledig weer keren.

29:22En het is de bedoeling dat wij zaaien aan alle wateren.

29:26Hoor ons zo boven ons bidden en denken.

29:29Alleen om Jezus wil.

29:32Uitgenade.

29:33Amen.

29:35Ik wil uw aandocht vragen.

29:39Voor de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter die u vindt.

29:44In de eerste acht versen van Lukas 18.

29:49En dan is het onderwerp van mijn preek te vinden.

29:53In het eerste vers zou ik een gelijkenis tot en daartoe strekken.

29:58Dat men altijd moet bidden en niet vertragen.

30:00Dus we moeten altijd bidden en niet vertragen.

30:04En dan volgt de gelijkenis zelf in de verse 2 tot en met 5.

30:09Die lees ik nou even niet voor.

30:11Wel weer de verse 6 tot 8.

30:13Daar hebben we de toepassing.

30:15De toepassing uit de gelijkenis.

30:17En de Heere zei.

30:19Hoort wat een onrechtvaardige rechter zegt.

30:22Zal God dan geen recht doen aan zijn uitverkorenen.

30:26Die dag en nacht tot hem roepen.

30:29Hoewel hij langmoedig is over hen.

30:32Ik zeg u dat hij een haastig recht zal doen.

30:35Doch de zoon des mens als hij komt.

30:38Zal hij ook geloof vinden op de aarde.

30:42We moeten altijd bidden en niet vertragen.

30:45Dat maakt de Heere Jezus ons duidelijk in de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter.

30:52En dat is mijn eerste gedachte voor wie de weduwe model staat die op die onrechtvaardige rechter een beroep doet.

31:01Vervolgens wat ze vraagt, en dan zal ik ook duidelijk maken hoe we dat naar ons toe moeten verstaan.

31:07En dat geldt ook voor mijn laatste gedachte, hoe ze gehoord wordt.

31:11Dus we moeten altijd bidden en niet vertragen.

31:14Dat maakt de Heer Jezus ons duidelijk in de gelijkenis van onrechtvaardige rechter.

31:19Allereerst voor wie de weduwe model staat, vervolgens wat ze vraagt en tenslotte hoe zij gehoord wordt.

31:30De mededelingen, de collectus, de eerste voor de diakonie, de tweede voor de kerkvoltei, de derde voor het verenigingsgebouw Ebena Ezer van harte aanbevolen.

31:40En we gaan nu zingen van psalm 68.

31:45De verse 3 en 4.

31:47Spring op van vreugd vereft zijn lof.

31:49Die daar hij woont in het hemel of een vader is daar wezen.

31:53Die weduwe haar recht verschaft.

31:56Die streng haar onderdrukken straft.

31:59En voor zijn wraak doet vrees.

32:01En wat er verder volgt.

32:03In de verse 3 en 4 van psalm 68.

32:07Meent

32:08[GEZANG]

39:05de Heer Jezus.

39:06Christus is ons geschonken tot profeet.

39:11Priester en koning.

39:14Als profeet maakt hij ons volkomen de weg van zaligheid bekend.

39:21Dat doet hij nog altijd door zijn woord en geest.

39:25Dat deed hij toen hij op aarde was.

39:29En wat was een van de kenmerken van het onderwijs dat hij gaf?

39:35Hij sprak door gelijkenissen.

39:40Wat zijn gelijkenissen?

39:43Dat zijn verhalen met een...

39:48Mag

39:50een dominee een verhaal vertellen?

39:54Nou, als je zegt dat dat helemaal niet kan, dan loop je vast met de vorm van het onderwijs van onze Heer Jezus Christus.

40:05Die vertelde juist verhalen.

40:10En ik weet, als kind namen mijn ouders me mee naar door de weekse dienst als thezer.

40:17Toen was ik nog maar een jaar of negentien.

40:199 à 10.

40:22En daar snapte ik niet altijd de preek.

40:26Maar van één dominee.

40:29Van hem begreep ik de preek en het beste weet je hoe dat kwam.

40:33In die preek zat er altijd wel een verhaal.

40:38Altijd.

40:39Een verhaal met een bedoeling.

40:43Een verhaal waarmee die dominee een kernpunt van zijn preek weer gaf.

40:51Verhalen zijn makkelijk te volgen.

40:54Nou zit er ook een gevaar.

40:57Er kleeft een gevaar.

40:59Daar heeft de heer Jezus zelf op gewezen.

41:03Dat degene die buiten staat geschieden.

41:07Al deze dingen door gelijkenissen.

41:10U is gegeven, zo zei hij dan tegen zijn discipelen.

41:14De verborgenheden van het koninkrijk ter hemelen te verstaan.

41:19Wat bedoelde de heer Jezus daarmee?

41:22Dat je bij het verhaal blijft steken?

41:25Of wat heb ik het goed gesnapt?

41:28Het kon helemaal volgen van begin tot eind.

41:31En dat je vergeet de boodschap van het verhaal op jezelf toe te passen.

41:40Gelijkenissen zijn verhalen met een bedoeling.

41:43Je kan een gelijkenis ook als een spiegel zien.

41:48Mijn vrouw zei meer dan eens dat ik letterlijk vaker in de spiegel moest kijken.

41:54Dan dacht ik dat mijn haar goed zat, maar het zei niet goed.

41:57Ik heb niet in de spiegel gekeken.

41:58Ik dacht dat het niet nodig was.

42:02De gelijkenis van de fariseer en de tallenaar.

42:05Kijk eens in de spiegel.

42:06Je kan zeggen, hoef ik heel niet te doen joh.

42:08Ik weet het zo al, ik ben een tallenaar.

42:10Hoef ik heel niet voor in de spiegel te kijken.

42:14Dan is het wel zeker dat je fariseer bent.

42:19Al word je het nog zo mooi verhaal.

42:21Dan heb je het niet begrepen.

42:23We moeten ook kijken in de spiegel van de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter.

42:32Lijk ik.

42:33Lijken wij op die weduwe uit de gelijkenis.

42:40Is het zo dat we altijd bidden.

42:45En daarin niet verslappen, niet vertragen.

42:52Dat moeten we doen.

42:54Daartoe roept de Heere Jezus ons op.

42:58En dan vertelt hij niet alleen een gelijkenis.

43:01Maar in dit geval geeft hij ook de uitleg.

43:05Dat is niet altijd zo.

43:08Dat de Heere Jezus ook nog eens een keer uitdrukkelijk de gelijkenis uitlegt.

43:13Dat gebeurt wel bij de gelijkenis van de zaaier.

43:17Maar bij meerdere gelijkenissen gebeurt het niet.

43:19Hier gebeurt het wel.

43:21De

43:23gelijkenis van de onrechtvaardige rechter.

43:26Een weduwe die

43:29telkens weer naar die rechter gaat.

43:33Opdat hij haar recht zou doen.

43:36Het is een onrechtvaardige rechter.

43:39Hij vreest God niet.

43:41Hij ontziet geen mens.

43:42Hij is eerst niet van plan.

43:44Maar tenslotte doet hij het toch.

43:47Dat is de gelijkenis.

43:50Maar voor wie staat die weduwe nu model?

43:55Dat is mijn eerste gedachte.

43:58En staat er met zoveel woorden bij?

44:00Als de Heer Jezus de uitleg geeft.

44:04Zij staat model voor Gods uitverkoorde.

44:08Die dag en nacht.

44:11Tot hem roepen.

44:14En waarom wordt Gods kerk.

44:17Dat is toch de bruid des heren.

44:19Met een weduwe vergeleken.

44:22Dat is toch een geweldig verschil.

44:25Een weduwe of een bruid.

44:26Een grote verschil kan je eigenlijk niet denken.

44:31Waarom wordt Gods kerk.

44:33Met een weduwe vergeleken.

44:37Omdat Gods kerk.

44:39In de wereld.

44:41Een kerk is.

44:43Die zich op lijden moet voorbereiden.

44:46Die tot lijden bereid moet zijn.

44:50En die in meer dan één geval met de daad moet lijden.

44:56En ja, dan was het in die samenleving zo.

45:03Er waren geen sociale voorzieningen.

45:06Zoals wij die nog altijd hebben.

45:08Een weduw had het niet breed.

45:11Een wees even min.

45:14Heel gemakkelijk.

45:17Kon iemand een weduwe benadelen.

45:23Ze deed haar best.

45:24Ze

45:26verkocht goederen aan een handelaar.

45:30En die betaalde haar veel en veel te weinig.

45:37Het kon gebeuren zat bezittingen.

45:41Die werden haar afhandig gemaakt.

45:44Ze moest een stukje land verkopen.

45:47Ze kreeg een prijs ver beneden de werkelijke waarde.

45:55Als we de Bijbel lezen.

45:57Dan heeft God heel letterlijk bijzondere zorg voor weduwe en wees.

46:05Het is de Heer die het recht der armen, der verdrukte gelden doet.

46:10Weeuw en wees in twist gedingen en in kommer staande houdt.

46:17En ook Psalm 68, we hebben het gezongen.

46:21Spring op van vreugd, vereft zijn lof.

46:23Die daarin woont in het hemel of een vader is der wezen.

46:28Die weduwe haar recht verschaft.

46:30En streng haar onderdrukker straft.

46:35God heeft letterlijk een oog voor weduwe en wezen.

46:40Maar Gods kerk in deze wereld kan je heel goed met een weduwe vergelijken.

46:48En dan gaan we even terug vanuit het Nieuwe Testament naar het Oude.

46:54Jezaia 54.

46:57Er zullen dagen komen.

46:58Wordt er tegen Sion gezegd.

47:00Dat je de smaad van uw weduwschap.

47:03Niet meer zult gedenken.

47:07Dan heeft de profeet de ballingschap op het oog.

47:11Toen Israël in ballingschap ging.

47:14De inwoners van Jeruzalem in ballingschap.

47:18Je kon zeggen toen was Sion als een weduwe.

47:25En van de ballingschap kon je nog zeggen.

47:27Het was grotendeels eigen schuld.

47:31Toen ze eenmaal in ballingschap zaten, zijn ze ook gesmaat.

47:36Juist degene die in ballingschap vasthielde aan Gods getuigenis.

47:45We hoeven maar te denken aan Daniel en zijn drie vrienden.

47:51Gods kerk moet hier strijden tegen de duivel en tegen de wereld.

47:58Twist.

48:00Met mijn twisters hemel, heer.

48:04Een ander beeld Gods kerk hier op aarde.

48:07Je kan ze vergelijken met vreemdelingen.

48:11Ik ben, o heer, een vreemdeling hier beneen.

48:15Laat uw geboon op reis mij niet ontbreken.

48:22Gods kerk en weduwe.

48:25Want Gods kerk weet van droefheid.

48:28De droefheid naar God.

48:33Ja, en hier in deze gelijkenis valt het accent op het onrecht dat Gods kerk door anderen wordt aangedaan.

48:44Maar als je het hele Bijbelse getuigenis neemt.

48:48Dan moet je niet alleen denken aan de strijd tegen de wereld.

48:52En het onrecht dat de wereld Gods kerk kan aandoen.

48:56En met daar dat aandoet.

48:59Maar als je het hele Bijbelse getuigenis neemt.

49:03dan moet je ook denken aan de strijd tegen jezelf.

49:08Ik ellendig mens.

49:10Wie zal mij verlossen van het lichaam deze stad?

49:15De

49:17weduwe staat model voor godsuitverkorenen...

49:22die dag en nacht tot hem roepen.

49:27Hoe weet je nou dat je een uitverkorene bent?

49:31Hoe kom je daar nou achter?

49:35Nou als God ons trekt uit de duisternis tot zijn wonderbare licht.

49:40Gaan we hem aanroepen.

49:43Twist met mijn twisters hemel heer.

49:46Zend heer uw licht en waarheid neder.

49:50Kroep heer in angst tot u gevloed.

49:54Ik blijf de heren verwachten.

50:00Dan gaan we tot hem roepen.

50:03En dat blijft zo tot onze dood.

50:08Het kenmerk van een christen is, hij of zij zoekt toegang tot God door Jezus Christus in de kracht van

50:20zijn geest.

50:22En dan moeten we onszelf afvragen, vertoon ik nou de kenmerken van een kind van God?

50:30De

50:31kenmerken van de verkiezing van Gods eeuwige liefde, zijn die ook in mijn leven?

50:40En dan moeten wij nooit bij Gods eeuwige raam beginnen.

50:46Maar bij de kenmerken van genade die hier zichtbaar zijn.

50:51En als je ze niet hebt.

50:53Ik zal ze toch wel nooit krijgen.

50:57Dat is een hele verdrietige reactie.

51:02Dan ga je er dus vanuit dat je geen verkorener bent.

51:04Wie vraagt dat van je?

51:05Dat je daar vanuit gaat.

51:08Weet je wat God wel van ons vraagt?

51:11Zo ga je mijn stem dan heden hoort.

51:14Geloof mijn heil en troostrijk woord.

51:17Verhard u niet, maar laat u lijden.

51:20Als we in de spiegel kijken.

51:24Jo, daar ben ik niet.

51:26Die weduwe.

51:27Ik lijk heel niet op haar.

51:30Dan moet dat veranderen.

51:32Dan is deze gelijkenis een appel tot bekering.

51:39Heren, werk ook in mijn hart de droefheid naar u.

51:44Geef dat ook.

51:45Ik ga klagen over mijn zondige bestaan.

51:49Maak ook mij een vreemdeling hier beneden.

51:57Waarom bad deze weduwe?

52:00Ik heb er feitelijk al iets van gezegd, maar nu ga ik het uitdrukkelijk uitwerken.

52:05Ja, in de gelijkenis bad ze of

52:09die onrechtvaardige rechter haar recht wilde doen.

52:18Deze gelijkenis wordt nogal eens aangehaald om onbekeerde aan te sporen, God te zoeken.

52:24En dan in die zin, je moet altijd bidden en niet vertragen.

52:29Maar dat is een volstrekt onjuiste toepassing.

52:33En ik zal vertellen waarom.

52:36Daar krijg je de indruk,

52:39ja ik moet weet ik niet hoe lang bidden om genade.

52:44En dan is het nog maar de vraag of ik het krijg.

52:47Ik moet er weet ik niet hoe lang om bidden, nee.

52:51Dan gaan we naar de volgende gelijkenis.

52:55Ik zal straks vertellen waarom ik bij Lucas 17 vers 20 begon.

52:59Maar dan gaan we nu even naar de volgende gelijkenis.

53:01De fariseer en de tollenaar.

53:04Die tollenaar was geen kind van God.

53:07De fariseer heeft hem in.

53:10Maar die tollenaar niet vast.

53:13En die bad, o God, wees mij de zon daar genadig.

53:20Ik hoorde pas, hij staat op internet.

53:23Een preek van dominee Jacques van Dijk over deze tekst.

53:28En dan stelt van Dijk de vraag.

53:31Wanneer heeft God die tollenaar gehoord?

53:35En dan geeft hij het opmerkelijke antwoord niet direct.

53:39Niet direct?

53:40Nee, het hoeft helemaal niet, zei hij.

53:41Hij was al gehoord.

53:42Hij was al gehoord.

53:44Met dat hij riep, was hij al gehoord.

53:47Dat blijft voor ons een onuitsprekelijk mysterie als een mens.

53:53Werkelijk, roept Tom Genade.

53:55Heeft die genade.

53:57Er staat ook niet die man ging af.

54:00En een aantal jaren later.

54:03Heeft God hem gerechtvaardigd.

54:06Nee.

54:06Hij ging af.

54:09Gerechtvaardigd naar zijn huis.

54:11Als het gaat om de vraag.

54:14Wanneer hoort God de mens.

54:16Als hij roept om genade.

54:19Is het antwoord op hetzelfde moment.

54:22Op hetzelfde moment.

54:23Ik zeg niet dat je dat altijd kan bezien.

54:27Want menig kind van God kan niet exact aangeven waar God in zijn leven begon.

54:35Maar als je dan terugkijkt dan weet je wel.

54:37Toen ik werkelijk ging bidden.

54:39Toen ik een arme zonder werd.

54:41En alleen Christus overhield.

54:44Toen was God in mijn leven begonnen.

54:48Maar dan is dit een gelijkenis.

54:51De gelijkenis van de onrechtvaardige rechter.

54:54Waarin kinderen gods aangespoord worden te volhard in het gebed.

55:03En als kind heb ik wel gedacht, dat hoef je toch een kind van God niet te vertellen.

55:08Als iemand dat weet, is dat wel een kind van God.

55:13En dan kom je er later achter.

55:16Dat je veel te hoge gedochten had van een kind van God.

55:22Als je het zelf mag worden, dan merk je, ik ben aan het zinken en tot hinken.

55:27Ieder ogenblik geneigd.

55:31Als God het niet zou verhoeden.

55:34Zat ik veel meer op mijn iPhone.

55:36Dan dat ik in de Bijbel zat te lezen.

55:39Dan moet je strijden tegen jezelf.

55:43We moeten altijd bidden.

55:46En niet vertragen.

55:50En waar vraag je dan om?

55:53Een dag ik verklaar waarom ik bij Lukas 17 vers 20 begon.

55:57En niet bij Lukas 18 vers 1.

56:00Dan is het al goed om te weten.

56:03De hoofdstokindeling, de versindeling hoort niet bij de geïnspireerde bijbeltekst.

56:09Dat is voor ons gemak.

56:12De hoofdstokindeling komt uit de late middeleeuwen.

56:16De versindeling uit de 16e eeuw.

56:19Waarom is dat gedaan?

56:21Bij Augustines kun je nog in een preek lezen.

56:24In het boek Jezaja ergens over de helft.

56:28En wij zeggen Jezaja 46.

56:31Daar is divers en hoofdstukindeling voor.

56:34Maar waarom is het goed te weten dat het niet bij de geïnspireerde tekst hoort?

56:39Niet altijd is de hoofdstukverdeling even logisch.

56:44En zelfs als die behoorlijk logisch is, moet je nog beseffen...

56:48het is achteraf toegevoegd.

56:51Kijk eens wat er in het vorige hoofdstuk staat.

56:54Kijk eens wat er in het volgende hoofdstuk staat.

56:58Hier, wat gaat er nou vooraf?

57:01Aan die gelijkenis van de onrechtvaardige rechter.

57:05Wel, de Heer Jezus spreekt over de wederkomst.

57:10Wanneer komt Gods Koninkrijk?

57:13Dat hadden de fariseers hem gevraagd.

57:15En dan zegt hij, dat komt niet met uiterlijk gelaat.

57:18Het is al in jullie midden.

57:20Hij stond zelf in hun midden.

57:22Het Koninkrijk Gods was gekomen.

57:25Maar eenmaal zal het aanbreken in heerlijkheid.

57:29En dan zal het zijn als de bliksem.

57:31Die van het ene einde onder de hemel bliksem tot het andere einde.

57:35De Heer Jezus zegt ook waar het lichaam is.

57:38Daar zullen de narenden vergaderd worden.

57:41Als het dichterbij komt.

57:43De samenleving zal als een leek zijn.

57:49En op een leek op het open veld komen aasgieren af.

57:53Waar het lichaam is al daar zullen de arenden vergaderd worden.

57:57Maar weet je wat zaak is?

57:59Dat je erop voorbereid bent.

58:03Dat je kunt bidden.

58:05Uw koninkrijk komen.

58:08Dat vraagt dus de weduwe.

58:09Moeten wij ook doen.

58:12Ik heb al zo vaak gebeden.

58:14Het heeft niet geholpen.

58:15Wat vraag je dan eigenlijk?

58:19Als God het niet verhoedt.

58:21Weet je hoe wij zouden bidden?

58:22Onze vader die in de hemel is uit.

58:24Geef ons heet ons dagelijks brood aan me.

58:27Als hij ons te eten en te drinken geeft.

58:29Is het ons goed.

58:31Maar nu moeten wij heel anders bidden.

58:33Natuurlijk mag je bidden.

58:35Voor je dagelijkse brood mag hij alle zorg aan de neren voorleggen.

58:39Zonder meer.

58:40Maar dat niet alleen uw koninkrijk komen.

58:45Uw wilgeschieden.

58:46En ons gebed moet eindigen in lofprijzing op God.

58:50U is het koninkrijk.

58:52De kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.

58:56Leer ons bidden.

58:59Dat we dus onbevreesd kunnen vragen.

59:02Kom Heer Jezus.

59:06En dan kom je dus bij die weduwe uit.

59:09Twist met mijn twisters hemel hier.

59:11Wanneer zal God zijn uitverkorene recht doen?

59:15Bij de wederkomst van Christus.

59:18Hij komt, hij komt.

59:19Om de aarde te richten.

59:23Je kan eigenlijk het boek openbaring als een uitwerking zien.

59:27Van de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter.

59:31In het boek openbaring gaat het over de stormen die over Gods kerk komen.

59:36Over de wereld.

59:37En dat God zijn kerk staand had.

59:41En tenslotte volkomen verlossing geeft.

59:47En nou behoren wij bij de kerk, maar zijn we een levend lid van de kerk.

59:52Want in die nacht zullen twee op een bed zijn.

59:55De een zal aangenomen en de ander zal verlaten worden.

59:58Als Christus wederkomt.

1:00:00Twee vrouwen zullen tezamen malen.

1:00:02De een zal aangenomen en de ander zal verlaten worden.

1:00:06Twee zullen op de nakker zijn.

1:00:08De een zal aangenomen, de ander verlaten worden.

1:00:12Hoe moet je dat nou zien?

1:00:15Je hebt een bekeerde vrouw, een godvrezende vrouw.

1:00:18Dat is een groot voorrecht.

1:00:21Maar daar kan jij het niet mee doen.

1:00:24Twee vrouwen die samen malen, meelmalen.

1:00:29Je werkt buitenshuis.

1:00:32Samen met een godvrezende vrouw.

1:00:34Een collega.

1:00:36Dat is een groter zegen, maar jij kan het met haar geloof niet doen.

1:00:41Twee werken op de nakker.

1:00:43Dan denk je aan een man, een boer, of een boerenknecht, twee boerenknechten, die werken samen.

1:00:52Jij kan het met het geloof van de ander niet doen.

1:00:57Anders komen we uit bij datgene waar Johannes de Doper voor waarschuwt.

1:01:03En we hebben Abraham tot de vader.

1:01:05Nou, dat Abraham een goede ruil gedaan heeft toen hij stierf, daar hoeven we niet aan te twijfelen.

1:01:12Maar wij kunnen het niet doen met een God vrezend volgeslacht.

1:01:18Het komt er voor ons persoonlijk op aan.

1:01:21Dat wij persoonlijk hebben leren bidden.

1:01:25Twist met mijn twisters hemelheer.

1:01:28Zend heer uw licht en waarheid neder.

1:01:31Verlos me toch van het lichaam van zonde en van dood.

1:01:37Weet je hoe de duivel deze tekst misbruikt?

1:01:43Aan de ene kant maakt hij ons wijs.

1:01:45Het loopt allemaal zo waard niet.

1:01:47Of, dat heb ik ook wel eens meegemaakt.

1:01:51Dat iemand met deze tekst werd aangevallen.

1:01:53Twee op een bed.

1:01:54Ja, ik heb een vrouw die de neren vreest of een man die de neren vreest.

1:01:58Dus voor mij kan het niet meer.

1:02:00Maar dat is niet te bedoelen.

1:02:02Dat is gelukkig niet te bedoelen.

1:02:05Er wordt gewaarschuwd tegen de gedochten.

1:02:08Ik kan wel met mijn mannen meereizen, joh.

1:02:11Die nemen wel mee.

1:02:13Of ik kan wel met mijn vrouw meereizen.

1:02:15Nee, het moet een persoonlijke zaak zijn.

1:02:19Maar dat wil niet zeggen als God de mangenaad heeft gegeven...

1:02:22kan het voor een vrouw niet meer of omgekeerd.

1:02:25Ik weet niet of u dat boek kent.

1:02:27In het Nederlands heet het Leven met Christus.

1:02:31En een tweede deel Leven en Sterven met Christus van Mary Winslow.

1:02:35In het Engels is het één boek Life in Jesus.

1:02:38Dat is eigenlijk nog mooier.

1:02:39Niet de ambtsnaam van de zalig maken, maar de persoonsnaam.

1:02:43Life in Jesus.

1:02:47Mary Winslow kwam kort na haar trouwen tot bekering.

1:02:51Ze

1:02:55heeft mindere kinderen mogen ontvangen.

1:02:57Ze is al vrij jong weduwe geworden.

1:03:01Haar man is niet lang voor zijn dood tot bekering gekomen.

1:03:07Die lag geestelijk toch wat anders dan zijn vrouw.

1:03:10En dat is lange tijd zo gebleven.

1:03:12Maar hij is gelukkig in Christus gestorven.

1:03:17Mary Winslow...

1:03:19Heeft onze weduwe veel gebed gehad voor haar kinderen.

1:03:23En dan mocht ze op een gegeven moment weten.

1:03:26Ik zal al mijn kinderen in de hemel zien.

1:03:31Dan staat er in het Engels.

1:03:32Hij beloofde mij een ongedeelde familie in de hemel.

1:03:42Dat ik daar geen van mijn kinderen zou missen.

1:03:46Kennelijk, waargebleek in het leven van haar kinderen.

1:03:49En ze heeft het ook nog bij meerdere van haar kleinkinderen mogen zien.

1:03:58Want ik maar wil zeggen is dit, als we kinderen hebben...

1:04:02dan moet je niet vragen, heren, zou er één bij mogen wezen?

1:04:07Nee, geef toch dat er niemand van ons aan uw linkerhand zou staan.

1:04:14En dat is dolbenee.

1:04:17Niet geef dat er 1, 2, 3, 4 gemeenteleden tot bekering zouden mogen komen.

1:04:23Nee, geef dat al het volk des Heren profeten mag zijn.

1:04:30Dan denk ik aan die dominee die ik als kind zo graag hoorde.

1:04:35Omdat die verhalen vertelde.

1:04:37Dat was dominee Hofman uit Schiedam.

1:04:41Is zijn gemeente.

1:04:43Voor zover wij het kunnen beoordelen, dat blijft natuurlijk altijd waar.

1:04:47Maar dat vielen ook mensen van andere kerken op.

1:04:51Er kwamen heel veel mensen tot bekering en dat bleek ook in hun aandel en wandel.

1:04:56Hoe was dat toch mogelijk?

1:04:59En na zijn dood zei Eva zijn dochter, domene, weet u waar pa mee zat?

1:05:05Niet dat het er zoveel waren, maar dat ze het nog niet allemaal waren.

1:05:08Daar zat pa mee, zei ze.

1:05:10Die zat er mee dat hij het nog niet van elk gemeentelid wist.

1:05:15Daar zal pa mee zijn.

1:05:17En dat verklaart naar de mens gesproken.

1:05:20De rijke zegen op die bediening.

1:05:23Ik zeg naar de mens gesproken.

1:05:25Want God is vrijmachtig.

1:05:26En toch wie spaarzamelijk maait.

1:05:29Zaait zal spaarzamelijk maaien.

1:05:31En wie overvloedig zaait.

1:05:33Die zal overvloedig maaien.

1:05:36Dat we zelf voorbereid zijn.

1:05:39En dat we eruit zien.

1:05:41Niet dat er zo weinig mogelijk mensen samen met ons voorbereid zijn.

1:05:47Maar zoveel mogelijk en kon het zijn allen.

1:05:51En dan de verhoring.

1:05:54Zal Christus wederkomen?

1:05:57Daar is al zo lang om gevraagd.

1:06:00Die komt weder.

1:06:02Zal God geen recht doen zijn uitverkoren die dag en nacht tot hem roepen.

1:06:07Hoewel hij lang moedig is over hen.

1:06:10De zekerheid van de verhoring.

1:06:15Hoewel hij langmoedig is, hoe moet je dat nou zien?

1:06:17God heeft geduld.

1:06:20En daar moeten Gods kinderen mee rekenen.

1:06:25Bij God zijn duizend jaar als een dag.

1:06:28Hij zal hun haastig recht doen.

1:06:31En we wachten al 2000 jaar.

1:06:35Duizend jaar is voor God als een dag twee Petrus.

1:06:39Want Petrus had er al mee te maken.

1:06:41Een tijd van zijn leven.

1:06:42Dat wordt al zo lang verteld dat Christus wederkomt.

1:06:45Maar daar hoef je echt niet over in te zitten.

1:06:46Want de wereld bestaat nog steeds.

1:06:48Hij komt.

1:06:49Hij geeft mensen nu nog de gelegenheid zich te bekeren.

1:06:55En dan gaan we terug naar die vrouw.

1:06:58Die vrouw was oorrecht aangedaan.

1:07:03En ja, dan moest hij naar de rechter.

1:07:06Dat was het enige.

1:07:08Het was een oorrechtvaardige rechter.

1:07:10Die kon je omkopen.

1:07:12Dat gebeurde in heel wat gevallen.

1:07:14De meeste rechters waren oorrechtvaardig als je mijn geld liet zien.

1:07:19Dan oordeelde die rechter in jouw voordeel.

1:07:23Dat mag natuurlijk helemaal niet, een rechter omkopen.

1:07:26Daar wordt in de Bijbel tegen gewaarschuwd.

1:07:28Die vrouw zal het heel niet gewild hebben, maar ze komt natuurlijk ook niet.

1:07:32Ze heeft geen geld om die man om te kopen.

1:07:35Ze doet een beroep op het feit dat hij rechter is, maar hij wil dat niet horen.

1:07:40Maar elke dag is ze er weer, elke dag.

1:07:44Ging die man zijn geweten spreken, ook dat niet.

1:07:47Het was een gewetenloos bed.

1:07:49Een mens die God niet vreesde en geen mens ontziet.

1:07:53En waarom heeft hij ze toch gehoord?

1:07:56Opdat ze niet uiteindelijk komen en mij het hoofd breken.

1:08:00En dan staat er in de kanttekening bij hoofdbreken versuft maken.

1:08:05Wij zouden zeggen dat mens maakt me nog eens een keer tuurluus.

1:08:10Dus er zat heel geen geweten bij.

1:08:13Het was alleen zijn eigen gemak.

1:08:15Ik word dat mens zat.

1:08:16Ik wil gemak hebben.

1:08:18En hij wist die vrouw blijf maar klagen.

1:08:21En dat was het.

1:08:23enige overweging voor die onrechtvaardige rechter...

1:08:27om die vrouw recht te doen.

1:08:30En dan gaan we van deze onrechtvaardige rechter...

1:08:34naar de rechter van de ganse aardbodem.

1:08:38Zal de rechter van de ganse aardbodem...

1:08:42zal God dan geen recht doen aan zijn uitverkorenen...

1:08:46die dag en nacht tot hem roepen.

1:08:52Wanneer het gebeurt...

1:08:54Wij weten het niet.

1:08:57Wanneer komt Christus weder?

1:09:02Ik denk weer even aan dominee Jacques van Dijk.

1:09:06Die vroeg dat eens aan mensen.

1:09:08Komt hij vannacht weder?

1:09:10Nee, ze gingen uit elkaar.

1:09:12Nee dominee, het zal best een keer gebeuren.

1:09:14Maar vannacht, er hoeft echt niet overheen te zitten.

1:09:16En toen zei Van Dijk voor die wegging.

1:09:18In zo'n nacht zal het gebeuren.

1:09:20In zo'n nacht gaat het gebeuren.

1:09:23Dat iedereen denkt, nee maar het zal best een keer gebeuren.

1:09:26Maar vannacht nog niet.

1:09:27Daar hoeven we echt niet over in te zitten.

1:09:31Ineens is het zover.

1:09:33Ineens is het zover.

1:09:35Hij komt, hij komt om de aarde te richten.

1:09:41En hoe moet je dan zien waar het lichaam is?

1:09:43Er zullen daar in de vergaderd worden.

1:09:46Kijk, als je beter gekeken had, had je al gemerkt...

1:09:50het komt toch dichterbij.

1:09:51Het komt toch dichterbij.

1:09:53Het is bij wijze van spreken net als bij menig sterfgeval.

1:09:58Dan heb ik het zo vaak van een familie gehoord.

1:10:01En het is ons toch nog overvallen dominee.

1:10:04Het is ons toch nog overvallen.

1:10:06We zagen het aankomen.

1:10:08Maar het is ons toch nog overvallen.

1:10:12Zo zal het ook zijn bij de wederkomst.

1:10:16En menigeen heeft het dan helemaal niet zien aankomen.

1:10:19Maar als je terugkijkt zeg je je zag het eigenlijk al aankomen.

1:10:23Het belangrijkste is als je maar bereid bent.

1:10:29Het komt ook voor dat mensen gaan rekenen, gaan cijferen.

1:10:33Er wordt aan een boek als het Bijbelboek openbaring vaak te weinig aandacht besteedt.

1:10:38Maar er zijn ook mensen, het lijkt of het het enige Bijbelboek is.

1:10:41Allemaal cijferen, rekenen, zus moet uitleggen, zoon moet uitleggen.

1:10:46En waar het echt om gaat, komt aan de rand te staan.

1:10:52Ben jij gewassen door Christus bloed?

1:10:55En ben je vernieuwd door zijn geest?

1:10:59En dan hebben we hier in deze wereld een taak.

1:11:02Dan is het niet zo.

1:11:05Dan laten we het er in deze wereld maar bij zitten.

1:11:08Nee, dan hebben we in deze wereld een taak.

1:11:10Daar zei Luther, als zou morgen de wereld vergaan, dan plant ik vandaag nog een boom.

1:11:15Het is nooit bij Luther teruggevonden, overigens, die uitspraak.

1:11:18Maar het is wel een uitspraak in zijn geest.

1:11:20In zijn geest.

1:11:22Dan doen we wat we moeten doen.

1:11:26Ik zeg wel eens dit.

1:11:27Ik heb wel eens dit voorbeeld gebruikt.

1:11:29Dat is me pas overkomen, trouwens.

1:11:32Ik moest voor vijf nog een aantal dingen afwerken.

1:11:37En overwachts staat iemand kwart over vier bij me op de stoep.

1:11:42En normaal laat ik iemand altijd binnen.

1:11:44Ik heb gezegd, het is heel vervelend, het is heel vervelend.

1:11:48Ik heb geen afspraak gemaakt.

1:11:49Normaal zou ik, ondanks het feit dat je geen afspraak gemaakt hebt, je binnen laten.

1:11:54Maar ik moet vijf uur een aantal dingen in orde hebben.

1:11:58Dat gaat echt voor.

1:12:00En nu hebben we allemaal een iPhone, ik ook.

1:12:04Maar stel, ik heb een schoolkameraad gehad.

1:12:09Die is naar Canada gegaan.

1:12:11Op een gegeven moment kwam hij elk jaar hier naar Nederland.

1:12:14Maar vroeger, dat was niet zo.

1:12:17Misschien nog één keer in je hele leven.

1:12:21Stel dat die schoolkameraad nog nooit in Nederland terug was geweest.

1:12:25En die had om kwart over vier aangebeld.

1:12:29Had ik daar gezegd, ik moet vijf uur zaken klaar hebben.

1:12:32Het is heel jammer, maar je had een afspraak moeten maken.

1:12:36Nee, natuurlijk niet.

1:12:37Kom erin, wat een verrassing.

1:12:41Wat een verrassing.

1:12:42Kom erin.

1:12:44Heb je dan niets anders te doen?

1:12:45Dat gaat allemaal aan de kant, zeg je dan.

1:12:47Dat gaat allemaal aan de kant.

1:12:49Dit gaat voor, zeg je dan.

1:12:50Dit gaat voor.

1:12:52En zo moeten we het bij de wederkomst zien.

1:12:56Jongelui vragen me dat wel eens.

1:12:57Ze zijn net getrouwd.

1:12:59Mag je dan niet vragen om oud te worden dat je samen oud mag worden?

1:13:04Dat mag zonder meer.

1:13:06En hoe zit het dan met het feit dat we altijd bereid moeten zijn?

1:13:11Het een is waar en het ander niet minder.

1:13:15Dan mag je vragen of je samen oud mag worden om samen God te zoeken.

1:13:20Dat is natuurlijk wel de bedoeling.

1:13:22Om samen de heren te dienen.

1:13:24Maar als die wederkomt, ja dan valt het.

1:13:28Toch heel dit leven weg.

1:13:30Dat je wel alle twee als hoogste verlangen mag kennen.

1:13:37Eeuwig na bij God te zijn.

1:13:39Dat tot boven de liefde tot elkaar uitgaat.

1:13:45Gods goede tierenheid is mij beter dan het leven.

1:13:51Ja, en dan zal het ons toch wel duidelijk zijn.

1:13:55Dat de gelijkenis van de onrechtvaardige rechten door de Heer Jezus niet zonder reden is verteld.

1:14:01Altijd bidden en niet vertragen.

1:14:06Hoe komt het dat David in zonde is gevallen?

1:14:10Hij was nalaten geworden in het bidden.

1:14:13Hoe komt het dat Petrus zijn meester verloogde?

1:14:18Hij zal best wel gebeden hebben.

1:14:21Maar het werd steeds meer vorm.

1:14:23Leidt ons niet in verzoeking nemen.

1:14:26Dat overkomt me niet hoor.

1:14:28Dat moet ik wel vragen natuurlijk.

1:14:29Omdat er bij hoort.

1:14:31Zo zal het bij Petrus geweest zijn.

1:14:34Dan wordt bidden een vorm.

1:14:37En dan moeten we nooit denken.

1:14:39Dat is een gevaar.

1:14:41Dat een kind gods niet bedreigt.

1:14:44Hoe moet je dan immers die klacht zien.

1:14:48Ik ellendig mens.

1:14:50Wie zal mij verlossen van het lichaam deze doods.

1:14:53Ik weet het, dan kan je ook denken aan zondige gedachten die tegen je willen je opkomen.

1:14:59Dat je telkens weer zwijgt waar je beter aan kunt spreken en omgekeerd, dat hoort er ook allemaal bij.

1:15:07Maar zeker ook dat als God het niet verhoedt, dat dat heimwee naar God hoe langer hoe zwakker wordt.

1:15:18Dat je nog wel de middelen gebruikt, maar steeds meer als een sleur.

1:15:26En dat voel je.

1:15:28Wie zal mij verlossen van het lichaam deze stuits.

1:15:32Heren bewaar me toch.

1:15:34Heren maak gij mij uw wegen.

1:15:37Door uw woord en door uw geest bekend.

1:15:41Dan mogen we ook weten.

1:15:43God verlaat nooit wat zijn hand begon.

1:15:48Maar van onze kant betekent dat wat wij vragen.

1:15:53Mag uw kracht op ons in onze zwakheden.

1:16:00Zie op ons in gunst van boven.

1:16:03Wees ons toch genadig, heren.

1:16:07Totdat we opgeroepen worden om

1:16:13dit leven te verlaten.

1:16:15Als we de wederkomst niet meemaken, worden we opgeroepen.

1:16:20Ja, en dan denk ik, dat heb ik eigenlijk maar één keer zo meegemaakt.

1:16:25Dat ik een oud gemeentelid nog op ging zoeken.

1:16:29En hij was nog maar een beetje zestig.

1:16:31Niet heel jong, maar toch ook niet heel oud.

1:16:33Hoe is het?

1:16:34Wat heb ik daar zin in, zei hij.

1:16:37Om God te gaan grootmaken.

1:16:39Wat heb ik daar zin in?

1:16:43Die was zo geweldig welgemoed.

1:16:47Dan zien we de kracht van het christelijk geloof bij het naderen van de dood.

1:16:51En dan weet ik...

1:16:53Dan kan het in sterven nog zwaar aangevochten worden.

1:16:57Maar uiteindelijk is het zo.

1:16:58Na de dood is het leven bijbereid.

1:17:01God neemt hem op in zijn heerlijkheid.

1:17:04En neem je heel de kerk.

1:17:07Dan komt er een dag waarvan geld nu leidt.

1:17:10Met een arrestatie uit haar woning.

1:17:13In kleding rijk gestikt tot haar koning.

1:17:15Als godskerk vanuit de aardse woestijn.

1:17:20Het nieuwe Jeruzalem.

1:17:24Dan is alle strijd voor goed verleden tijd.

1:17:29Nu dat het zo mag zijn.

1:17:32Dat we daar naar uitzien.

1:17:34God des levens.

1:17:36Ach wanneer zal ik naderen voor uw ogen.

1:17:39In uw huis uw naam verhogen.

1:17:41En dat we anderen toeroepen.

1:17:42Kom ga met ons.

1:17:44En doe als wij.

1:17:45En als we zelf nog zo niet de neren verwachten.

1:17:49Heren schep dan ook mij.

1:17:52Een rein hart.

1:17:53Een hart dat naar u vraagt.

1:17:55Dat u zoekt.

1:17:56Dat het van u verwacht.

1:17:58Dat geven de heren.

1:17:59Amen.

1:18:01Wij gaan zingen psalm 103.

1:18:05En wel daarvan de verve 4 en 5.

1:18:104 en 5 van psalm 103.

1:18:16Hij heeft voor...

1:18:18Hij heeft voorheen aan Mozes zijn wegen, aan Israël staat tot hun behoud genegen, zijn daan getoond en trouwelijk hen geleid.

1:18:26103 de verse, 4 en 5.

1:18:28We

1:18:29[GEZANG]

1:22:59zullen danken en bidden.

1:23:02Heren, wat een goed tijd dat we ook op een doordeweekse avond onder uw woord mogen zijn.

1:23:08We gaan weer naar huis.

1:23:10Er zijn er ook die thuis hebben meegeluisterd.

1:23:13Er zijn ook bij deze gemeente, in deze gemeente ernstige zieken.

1:23:18Voor wie het niet meer mogelijk is of nauwelijks mogelijk om mee te luisteren, wees ook hernabij.

1:23:25Ach heren, indien mogelijk geef nog herstel, maar het kan ook zijn dat

1:23:32beseft wordt.

1:23:34Mijn leven zijnde komt nabij.

1:23:37Op een gegeven moment houdt het op voor doktoren.

1:23:41Hoe dan ook, niemand van ons heeft hier een blijvende stad.

1:23:46Dat dit de les mag zijn, ik zoek de toekomende.

1:23:51En heren, het is nooit te laat, maar geef dat we dat doen in onze gezonde dagen.

1:23:57Eerde dagen komen waarvan we zeggen, ik heb geen lust aan dezelfde.

1:24:02U bent het ook waard, gediend, geëerd en gevreesd te worden.

1:24:06Leer ons, o God, van zaligheid ons leven.

1:24:09In uw dienst besteden, daar kunnen we nooit te vroeg en te jong mee beginnen.

1:24:14Zie ons zo aan in uw zoon, uitgenade.

1:24:18Amen.

1:24:21Dan zingen we tenslotte nog van de 102e psalm.

1:24:26En wel de verse 7 en 8.

1:24:29Gij zult opstaan ons beschermen over Sion u ontfermen.

1:24:337 en 8 van 102.

1:24:36Ga

1:24:36[GEZANG]

1:28:57nu heen in vrede en ontvangt de zegen des heren die wij in zijn naam op u leggen.

1:29:06De heren zegen u en hij behoeden u.

1:29:08De heren doen zijn aangezicht over u licht en zij u genadig.

1:29:12De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:29:16Amen.

1:29:17[GEZANG]