0:00Onze
0:00[GEZANG]
10:04hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwen houdt
10:16en eeuwig leeft, en die nooit laat varen de werken, zij ler handen.
10:23Amen.
10:25Genade, barmhartigheid en vrede, zij u van God den Vader.
10:32Door Christus Jezus zijn Zoon in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
10:40Amen.
10:43Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit de Tien Geboden des Heren.
10:48En daarvan het eerste en het zesde vers.
10:51Tien Geboden des Heren, het eerste vers.
10:54Mijn ziel, herdenk met heilig beven hoe God met majesteit bekweedt.
11:01Zijn wet op horeb heeft gegeven.
11:03Waar hij deze woorden horen deed.
11:06En ook het zesde vers.
11:08De tien geboden vers 1 en 6.
11:11Gemeente
11:12[GEZANG]
13:54wij openen godsheilig en dierbaar woord in het oude testament.
13:58In de boek spreuken.
14:00Het eerste hoofdstuk vers 1 tot en met 19.
14:05Ik noem u als onze schriftlezing spreuken 1.
14:08Vanaf vers 1 tot en met 19.
14:11Toch vooraf doen wij beleidenis van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden van de twaalf artikelen.
14:20Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
14:28En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heren.
14:35Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de Maagd Maria.
14:42die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.
14:52Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders,
15:04van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
15:12Ik geloof in den heiligen geest.
15:15Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.
15:22De gemeenschap der heiligen.
15:25Vergeving der zonden.
15:28Wederopstanding des vleesjes.
15:30En een eeuwig leven.
15:34Ik noemde u als onze schriftlezing spreuken 1 te beginnen bij het eerste vers.
15:39Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
15:42De spreuken van Salomo.
15:44Den zoon van David.
15:47Den koning Israëls.
15:49Om wijsheid en tucht te weten.
15:52Om te verstaan redenen des verstands.
15:56Om aan te nemen onderwijs van goed verstand.
16:00Gerechtigheid en recht en billigheden.
16:04Om den slechten kloekzinnigheid te geven.
16:07Den jongeling wetenschap en bedachtzaamheid.
16:11Die wijs is, zal horen en zal in leer toenemen.
16:16En die verstandig is, zal wijze raad bekomen.
16:20Om te verstaan hun spreuk en de uitlegging, de woorden der wijzen en hun raadselen.
16:28De vreze des heren is het beginsel der wetenschap.
16:32De dwazen verachten wijsheid en tucht.
16:36Mijn zoon, hoor de tucht uw vaders.
16:39En verlaten leer uw moeder niet.
16:42Want zij zullen uw hoofd een aangenaam toevoegsel zijn.
16:46En ketenen aan uw hals.
16:49Mijn zoon, indien de zondaars u aanbokken, bewillig niet.
16:54Indien zij zeggen, ga met ons, laat ons loeren op bloed.
16:58Ons versteken tegen de onschuldige zonder oorzaak.
17:03Laat ons hen leven verslinden als het graf.
17:07Ja, geheel en al gelijk in de kou mee te dalen.
17:11Alle kostelijk goed zullen wij vinden.
17:14Onze huizen zullen wij met roof vullen.
17:17Gij zult uw lot midden onder ons werpen.
17:20Wij zullen allen één buik hebben.
17:23Mijn zoon, wandel niet met hen op de weg.
17:26Weer uw voet van hun pad.
17:29Want hun voeten lopen ten boze.
17:32En zij haasten zich om bloed te starten.
17:35Zekerlijk het net wordt te vergeefs gespreid voor de ogen van allerlei gevogelten.
17:41En deze loeren op hun eigen bloed en versteken zich tegen hun zielen.
17:46Zo zijn de paden van hun ingeliktigierigheid leeg.
17:50Zij zal de ziel van de meesters vangen.
17:53Tot zover schriftlezing.
17:55Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
18:02Almachtige, eeuwige God, u brengt ons in uw voorzienigheid.
18:07In uw langmoedigheid en goedheid opnieuw samen.
18:11Op deze uw dag de roem der dagen.
18:14Die gij gewijd, geheidigd en afgezonderd hebt.
18:18Om bijzonder uw woorden en uw werken te overdenken.
18:22Om te rusten zoals u zelf gerust hebt.
18:26Dat betekent toch u verlustigd hebt.
18:29In al datgene wat u had geschapen.
18:34Wat u de eer en de aanbidding gaf.
18:37En zo roept u ons ook op, op deze uw dag te rusten van onze boze werken.
18:43En te leren rusten, ons te leren verlustigen in uw goddelijke woorden.
18:49In de werken die u hebt uitgedacht van voor de grondlegging der wereld.
18:54Die u hebt geopenbaard en aangebracht in de zoon uw eeuwige liefde.
19:00Die u in uw woorden evangelie ons predikt.
19:04Wil toch door de werking van uw heilige geest.
19:08Dat in onze harten geven.
19:09Dat we dat mogen zoeken.
19:11Dat leren begeren.
19:13Dat mogen leren verstaan voor eigen hart en leven.
19:17Dat gij recht hebt op uw eer.
19:20Op de verherenking van uw grote naam.
19:23En dat gij ons oproept.
19:26Tot bekering, tot geloof in hem.
19:29Die enige naam.
19:31Gegeven onder de hemel tot behoud en zaligheid.
19:35Wil dan zo in dit avontuur in ons bidden.
19:37[GEZANG]
20:06[GEZANG]
20:08Zij is mijn betrachting de ganse dag.
20:11Om door uw geboden wijzer en voorzichtiger te mogen zijn.
20:17U weg te mogen gaan.
20:19Uw dienst lief te hebben.
20:22Betoon zo uw genade getrouw.
20:24U kent ons zoals we hier samengekomen zijn.
20:28Zoals er meegeluisterd wordt.
20:30U weet wat een ieder van nodig heeft.
20:33U bent de hartkenner, de nierenbroever.
20:36Niets is, o, op een majesteit bedekt voor uw alwetendheid.
20:41Gij kent en gij doorgrondt ons.
20:44Dat we dat verstaan en ons zo voor u mogen verookmoedigen.
20:48Onze zaligheid, reinigmaking, buiten ons zelf zullen zoeken.
20:53Wil zo gedenken, heren, hier en overal.
20:57Waar uw woord gepredigd wordt.
20:59Waar de gemeente samengekomen is.
21:02Waar uw naam beleden en aangeroepen wordt.
21:06In uw koninkrijk bouwen en uitbreiden.
21:09Tenmidden van ons volkenland, maar ook buiten onze grenzen.
21:13Arbeid van zending en van evangelisatie en van diakonaat.
21:21Genadiglijk ook zegenen buiten onze grenzen.
21:25En al degene die u daartoe geroepen hebt, een plaats gegeven hebt.
21:30We denken ook aan de familie, ook uit het midden van deze gemeente.
21:34Die deze dag in ons midden is, ook daar hun werk mogen verrichten.
21:38Schenk ze ook uw hulp, uw bijstand, uw zegen te mogen ervaren.
21:43Maar ook onder het blinde heilendom.
21:46Wil u woord zijn loop geven.
21:48Dat uw naam bekend gemaakt mag worden.
21:51Onder het blinde heilendom.
21:54Koninkrijk ook daar mag worden opgericht.
21:57Gedenkt u heren, ook uw kerk waar vervolging, waar verdrukking is.
22:02Waar...
22:17[GEZANG]
22:33De vijandschap die ook, helaas, uit het midden van ons volk ook meer en meer opreist.
22:40Maar als u getrouw blijft in uw verbond.
22:43Uw beloften aan hen vervult.
22:45Uw bijstand niet onttrekt.
22:47In uw zogengeden.
22:49Naar de grootheid uw warmhartigheden.
22:52Heren, ontferm u zo over deze ganse schepping.
22:56Na de zondeval, buiten het paradijs.
23:01Verkerend.
23:02In een wereld in de duisternis gehuld.
23:04Met doornen en disselen begroeid.
23:07En vol van ongerechtigheid en boosheid.
23:10O, wat stijgt er van deze aarde op.
23:13Naar uw hemels heiligdom.
23:16En wat toont u dan nog uw langmoedigheid.
23:18Uw trouw, uw taai geduld.
23:21Dan doet u nog op aard aan allerlei schepsten wel.
23:25Maar zoekt u ook dit aardrijd.
23:28Met uw kasteidingen.
23:30Met uw beproevingen.
23:32En vinden er oorlogen plaats.
23:34Geruchten van oorlogen.
23:37Aardbevingen.
23:38Al die dingen moeten geschieden.
23:40Het is in sprake van uw toren over de zonde.
23:44Van uw kasteilingen en plagen.
23:46Opdat we ons leren vernederen.
23:48Leren buigen voor uw majesteit.
23:51En voor uw grootheid.
23:53Gedenkt u zo in al die noden.
23:54Al die zorgen.
23:56U wil ook zijn met ons land.
23:58Met ons volk.
24:00Wat zich steeds verder verwijdert van uw woord en van uw zalige dienst.
24:05Een overheid die geen enkel besef lijkt te hebben.
24:08Van de dure roeping die ze uit uw hand verkregen hebben.
24:12Om uw dieneres te zijn.
24:15En zo alleen het volk ten goede kunnen dienen.
24:18Schenk u nog bekerende, hartvernieuwende genade.
24:22Doe nog wederkeren tot u en tot uw dienst.
24:26Tot de gehoorzaamheid van uw wet aan uw geboden.
24:29Hoe ver zijn we daarvan verwijderd?
24:31Doe het ons beleiden dat wij u op het hoogst hebben misdaan.
24:36Dat wij van het heilspoor zijn afgegaan daarbij.
24:40En onze vaderen tevens.
24:43Heren, gedenk u zo ook de verschillende beroepsgroepen die getroffen zijn, die getroffen zullen worden.
24:52Als al die plannen en voornemens ten uitvoer zullen worden gebracht, roep u het nog een hal toe.
24:59En doe bovenal beleiden de schuld voor u.
25:03Wil u ook gedenken, ook in al die moeitevolle omstandigheden en zorgen, die die beroepsgroepen die zo bekend zijn onder ons volk, boeren,
25:15vissers en alle aanverwante groepen, wil u ze gedenken.
25:20Naar de grootheid uw barmhartigheden.
25:23Gedenk u ons vorstenhuis, schenk ook daar bekeerende.
25:28Hartvernieuwende genade.
25:30Gedenk u heren.
25:31Ook het kerkelijke leven.
25:33In alle gebrokenheid.
25:34En verscheurdheid, verdeeldheid.
25:37Zoveel meningen.
25:38En overtuigingen.
25:41Zoveel zienswijzen.
25:42Staat u niet in de weg.
25:44Op uw gemeente bijeen te vergaderen.
25:47Op grond van het offer van uw zoon.
25:49Naar uw welbehagen.
25:51Schenk ook onder ons.
25:53In deze tijd.
25:54De kennelijke blijken.
25:55En bewijzen ervan.
25:57Dat u voortgaat.
25:59Met uw gemeente te vergaderen.
26:01Ten eeuwige leven.
26:03Wil zo nog in dit avontuur op ons neerzien.
26:06Ons niet doen naar onze zonden.
26:08Niet vergelden naar onze ongerechtigheden.
26:11Maar wij zijn op uw dag.
26:14In uw huis.
26:15Naar uw bevel.
26:17Rondom uw woord.
26:18Betoon dan nog uw trouw.
26:21Vervuldig uw belofte.
26:22Dat uw woord nooit ledig tot u wederkeren zal.
26:26Maar dat het zal doen hetgeen u behaagt.
26:28Dat het voorspoedig zal zijn in hetgeen waartoe u het zendt.
26:33Wij vragen u dit om zijn het wil.
26:35Die aan uw rechterhand zit.
26:37De voorspraak voor de overtreders.
26:41Om Christus willen.
26:43Uitgenade.
26:44Amen.
26:48Gemeente Apostel Petrus die spreekt ook over diegene die over ons gesteld zijn.
26:54Waaraan we gehoorzaamheid verschuldigd zijn.
26:56Alle.
26:57Machten, alle menselijke ordeningen, moeten wij onderdanig zijn om des Heren wil.
27:04Tenzij zij dingen doen die niet naar de schrift, niet naar het woord, niet naar de geboden zijn.
27:11Dan past het ons om goden meer gehoorzaam te zijn dan mensen.
27:16Maar ook die gehoorsmeid die we verschuldigd zijn aan al degenen die over ons gesteld zijn, wijst ons de Heidelbergse katechismes.
27:24In de zondagsafdeling die aan de orde van behandeling is, zondag 39, die we eerst met elkaar zullen lezen.
27:32Zondag 39, vraag en antwoord 104.
27:38Er gevraagd wordt wat wil God in het vijfde gebod.
27:42En het antwoord dat ik mijn vader en mijn moeder en allen die over mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijzen.
27:52En mij hun er goede leer en straf met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpen.
27:58En ook met hun zwakheid en gebreken geduld hebben.
28:03Aangezien het gode belieft ons door hun hand te regeren.
28:08Vanuit deze vraag en antwoord gemeente willen we stilstaan bij een drietal gedachten.
28:13We letten ten eerste op de opdracht vanuit dit gebod.
28:16Ten tweede op de gehoorzaamheid aan dit gebod.
28:20En in de derde plaats op de goddelijke besturing bij dit gebod.
28:23Het gaat om het vijfde gebod.
28:25Eert uw vader en uw moeder.
28:28En we letten ten eerste op de opdracht vanuit dit gebod.
28:31Ten tweede op de gehoorzaamheid in dit gebod.
28:34En in de derde plaats op de goddelijke besturing bij dit gebod.
28:38Maar voordat wij hierna erbij stil hopen te staan.
28:42Gaan we eerst zingen.
28:43En we letten op zaal 34.
28:45En daarvan het zesde en het zevende vers.
28:49Psalm 34, vers 6.
28:51Komt kinderen, hoort naar mij.
28:53Neemt mij getrouwe raad in acht.
28:56Ik leer op dat geplicht betracht wat zeer en vrezen zij.
29:00En ook het zevende vers.
29:02Houd dan uw tong in toom dat zij nooit schandelijk spreekt.
29:06Of smaal dat nooit bedrog of loog een taal op uw lippen koom.
29:12Psalm 34, en daarvan het zesde en het zevende vers.
29:18Evenals voor morgen nog de mededelingen.
29:21Maandag 6 juli is de geslaagde avond.
29:25Deze begint om 8 uur in Ebenen-Ezen.
29:28Alle geslaagden zijn van harte welkom.
29:32Vrijdag 10 juli is het afscheid van de zondagsschool.
29:35Aanvang om half 8.
29:36De zomermarkt die gisteren gehouden is, mocht netto ruim 14.500 euro opbrengen.
29:44Volgende week is de diakoniecollector bestemd voor noodhulp.
29:48...aan de slachtoffers van de aardbeving in Venezuela.
29:52Voor meer informatie verwijzen we naar het Schipio-bericht...
29:56...dat deze week verstuurd zal worden...
29:58...van de genoemde voornemens geld, zo de Heer wil.
30:01En we leven aan de collecten in deze dienst...
30:04...en in de eerste collecten voor de diakonie...
30:06...de tweede voor de kerk voor hoedij...
30:08...dat is een doelcollecte in verband met de overkomst van Domelien van de Kamp...
30:12...en de derde collecte is voor de aflossingskerk.
30:15Deze collecten worden hartelijk...
30:17In uw mildadigheid aanbevolen.
30:19En we zingen uit Psalm 34 vers 6 en 7.
30:22[GEZANG]
36:37Gemeente Gods heilige wet.
36:39Was gegeven op twee steden tafels.
36:41Eerste tafel van de vier geboden.
36:44Die bijzonder spraken over een verhouding.
36:47Dat onze schepper God liefde hebben.
36:49Boven alles.
36:51De tweede tafel met de zes geboden.
36:53Die spreken over de verhouding tot de naaste.
36:56Onze naaste liefde hebben.
36:57Als onszelf.
36:59We waren geschapen.
37:01Om lief te hebben.
37:02God boven alles.
37:04En onze naasten als onszelf.
37:07En door de zondeval zijn wij geneigd.
37:11God en onze naasten te haten.
37:15Maar de wet die blijft gehandhaafd.
37:18De Heer doet van zijn wet en van zijn recht geen komma af.
37:24Dat blijft bestaan.
37:25Die moet vervuld worden.
37:27Die moet in volkomen gehoorzaamheid betracht worden.
37:31En daarom zijn die wetstafelen gelegd in de ark die van Gods gunst getuigt.
37:37Overspannen met het verzoendeksel onder het oude verbond.
37:41Wat besprengd werd met het bloed der verzoening.
37:44Eenmaal per jaar door de hoge priester in het binnenste heiligdom.
37:48En die wet is bovenal vervuld door hem in de volle destijds.
37:53De ark der behoudenis, Christus Jezus.
37:57Die het gezegd heeft in Psalm 40 in draag, uw heilige wet.
38:00Die gij de sterveling zet in het binnenst ingewand.
38:05En hij heeft die volkomen gehoorzaamheid betracht.
38:09Hij heeft God de Vader volmaakt lief gehad.
38:13Hij heeft zijn ganse kerk bestaande uit tallenaren en zondaren lief gehad.
38:19Tot het einde toe.
38:20En voor hem het recht verheerlijkt.
38:23En de wet vervuld.
38:24De prijs betaald.
38:26En de schuld verzoend.
38:28En door zijn gehoorzaamheid.
38:31Recht verworven op het eeuwige leven.
38:34En ziet als we nu door Gods genade.
38:36Zijn voetstappen leren nadrukken.
38:39Als we getrokken zijn uit die duisternis tot zijn wonderbaar.
38:42Een heerlijk schijnend genadelicht.
38:45Dan krijgen wij ook die wet lief.
38:47En trachten we die wet te onderhouden.
38:50Het beginsel was.
38:51Liefde tot God.
38:54En trouw.
38:55aan het woord der waarheid.
38:57Maar ons beginsel is verworden door de dwaze keuze in het paradijs dat wij ontrouw geworden zijn aan de waarheid, verbonden zijn aan
39:10de leugen en dat de liefde vooral zelfliefde is geworden.
39:15Wijzelf op de troon, wijzelf de eerste en het voornaamste.
39:21Nu komt dat gebod in de weg van de heiligmaking.
39:24Want in dat gedeelte staat de behandeling van dit vijfde gebod.
39:28Nu komt dat gebod opnieuw tot ons.
39:31Blijft nodig.
39:33Voor al de oprechten ook.
39:35Voor alle oprecht gelovigen.
39:37Die hebben gedurig de onderwijzing en de opscherping.
39:41De vermaning van die heilige wet nodig.
39:45Omdat ze te kampen hebben.
39:47Met die oude mens die zich nooit onderwerpt.
39:50aan de wil en aan de wet van God.
39:53Hoop dat ze toch een innerlijke weerstand hebben in die oude mens...
39:57die zich altijd verzet en altijd opstandig is...
40:01en weigert zich te onderwerpen.
40:03Mijn vlees onderwerpt zich, zo zegt de apostel Paulus ter wet, gods niet.
40:08En dat kan het ook niet.
40:10En die in het vlees zijn, kunnen goden niet behagen.
40:14Vandaar dat er een worstelend, bestrijdend leven ontstaat.
40:19Dat goede wat ik wil, dat nieuwe deel.
40:22Dat doe ik niet, o die oude mens.
40:26Dat kwade wat ik niet wil, de begeerte van het nieuwe leven.
40:31Dat doe ik.
40:32Dat bestaan van die oude mens die telkens daartegen in opstand komt.
40:38Nu gaat het gemeente in dit vijfde gebod ook om een scheppingsordinatie.
40:43Het gaat om het gezag.
40:46Het gezag wat gegeven is.
40:49Het gezag wat ook door de heren geboden is.
40:53En dat gezag dat staat.
40:54Wel bijzonder in onze tijd.
40:56Onder een zware druk.
40:58Altijd wel geweest.
41:00De geest van de rebellie.
41:02De geest van de opstand.
41:04Die er van nature in het menselijk hart gekomen is.
41:07Al begonnen met Adam.
41:09In het paradijs die het liefdejuk.
41:11Van de heren afgeworpen heeft.
41:14En die als God wilde zijn.
41:16Niet wilde dienen.
41:19Maar wilde heersen.
41:20De heerschappij wilde uitoefenen.
41:23En ziet nu dit gebod.
41:25Dat gebod gemeente.
41:27Dat gaat er niet over wat ik wil.
41:29Wat ik wens.
41:30Of wat ik denk.
41:32Of wat ik voel.
41:34Of wat ik meen.
41:36Maar wat God eist.
41:39Wat hij van ons.
41:42Rechtvaardig kan eisen.
41:44En zal eisen.
41:46Dus niet.
41:47Wat vraagt de mode.
41:49Wat denkt de mens?
41:51Wat is de mening van de meerderheid?
41:53De zogenaamde democratie.
41:56Wat eist de tijd?
41:58Zeker meegaan met allerlei ontwikkelingen.
42:02Maar wat wil God?
42:04Wat eist hij van u en van mij?
42:08En daar gaat het over ook in dit vijfde gebod.
42:12En aan de hand van dat vijfde gebod, gemeente, vinden wij in de schrift zo duidelijk de verhouding.
42:19Van man en van vrouw.
42:22Van ouders en van kinderen.
42:25Van overheid en van onderdanen.
42:28Van een leraar en ook een leerling.
42:32En van een gemeentelid.
42:34En ook van een ambtsdrager.
42:37De verhoudingen die in het woord van God zo duidelijk gegeven worden.
42:42En u en mijn beden zou moeten zijn en blijven.
42:45Wat wilt gij dat u doen zal leer bij.
42:49Naar uw wil te handelen.
42:51Terwijl wij leven in een maatschappij.
42:53Wat meer en meer voorstaat.
42:56Gelijkheidsbeginsel.
42:57Tussen man.
42:58Tussen vrouw.
43:00Gezagsondermijning.
43:02Oorzaak.
43:03Opstand.
43:04Een rebellie.
43:05Een revolutie.
43:07Omverwerping.
43:08Van de Bijbelse normen.
43:09Van de Bijbelse geboden.
43:12En van de Bijbelse structuren.
43:15Maar vanavond is er een gebod aan de orde.
43:18Wat voor u en voor mij van groot belang is.
43:21Waarvan de Zaligmaker gezegd heeft in het Nieuwe Testament.
43:24Het is het eerste gebod met een belofte.
43:28De belofte dan het oom te mogen zijn.
43:33Ook in het land der levenden.
43:35Eer uw vader en uw moeder op dat uw dagen verlengd worden in het land.
43:40Dat u de heren uw God geeft.
43:44We moeten dan bovenal denken gemeente aan het paradijs.
43:47Waar de heren dit gebod in het hart gegeven had bij Adam en Eva.
43:52Om bovenal ook God de Vader de eer en de aanbidding te geven.
43:57Of dat hun dagen verlengd zouden worden in dat paradijs.
44:02En wij leven na de val en buiten het paradijs.
44:06Dus dat gebod dat is aan de zondeval ook onderhevig geworden.
44:14Moeten we niet letterlijk nemen, zegt Calvin.
44:18Want het is na de zondeval, buiten het paradijs.
44:22Misschien kent u wel mensen uit uw omgeving dat u dacht.
44:25Die hebben toch zo goed opgepast op hun ouders.
44:28Die hebben toch zoveel liefde bewezen.
44:31Zijn zo trouw geweest aan hun vader, aan hun moeder.
44:35En toch, na het overlijden van de ouders, hebben zij ook niet lang geleefd.
44:40Zulke gevallen zijn bekend, misschien ook wel.
44:43In uw eigen familie.
44:45Het is buiten het paradijs.
44:47Het is na de zondeval.
44:49De belofte gods geldt niet meer.
44:52In zijn volheid.
44:53In zijn kracht.
44:54Omdat alles onderworpen is geworden.
44:57Aan de ongehoorzaamheid.
44:59Van onze eerste voorouders.
45:01En wij in hen.
45:03En ook het volk.
45:05Heeft lange tijd in het land der beloften gewoond.
45:08Maar zegt Calvin.
45:09Als straf kwam de ballingschap.
45:13Gebod gemeente spreekt in de eerste plaats over een vader en over een moeder.
45:18Ouderlijk huis is toch een grote zegen.
45:21Als we dat mogen kennen, een vader, een moeder, een ouderlijk huis.
45:27Een plaats van veiligheid, een plaats van bescherming, van raadgeving, van bewaring.
45:34Als het goed is, dat mogen we toch van een ouderlijk huis verwachten.
45:38Maar ook dat is buiten het paradijs.
45:42Het kan de dood ook een scheiding maken bij de ouders.
45:47Het kan een breuk veroorzaken, het weduwschap, het weduwnaarschap, door de majesteit van de dood.
45:55Of de scheidingen die er plaatsvinden, die meer en meer de overhand krijgen, ook op het kerkelijk erf, dat er een breuk plaatsvindt.
46:05Hier is de opdracht in de eerste plaats om de ouders...
46:10De eer te geven die ze ook waardig zijn.
46:15Bijzonder gemeend als het ouders mogen zijn.
46:17Die ons zoeken op te voeden bij de waarheid van het woord.
46:20Die ons voorgaan in de leerder waarheid.
46:24Die duidelijke zorg voor ons hebben.
46:26Niet alleen als het gaat voor ons lichaam.
46:29Voor het tijdelijke leven.
46:31Maar ook als het gaat voor het behoud van onze ziel.
46:34Ons onderwijzen in de verborgenheden van het koninkrijk van God.
46:39Als het ouders zijn die ook gebedsleven kennen.
46:43Dat is toch een bijzondere zaak.
46:46Die hebben toch liefde en trouw te bewijzen.
46:50Maar helaas hoeveel kinderen werpen dit weg.
46:54Verwerpen dit van hen.
46:56Verachten dit.
46:57Pas op jonge mensen vanavond.
47:00Er staat wel een duidelijk oordeel ook bij deze woorden van de heilige wet van God.
47:08Opdat u nu dagen verlengt.
47:11Dat we onze dagen toch niet ter helfte zouden brengen.
47:14Omdat we het ouder gezag veracht, onteerd hebben.
47:19Of bespottelijk hebben gemaakt.
47:22Liefde, trouw en eer hebben we te bewijzen.
47:26Zo staat er in de heidebressen katechismes.
47:29Wat zijn er geen mensen geweest die dat ouder gezag niet gehoorzaam zijn geweest.
47:37Opvoeding.
47:38...van zich afgeworpen hebben.
47:40Niet hebben willen wandelen in de wegen van de onderwijzing van het woord.
47:45En later, gelukkig als dat er nog gebeurt na het overlijden van de ouders...
47:50...tot één keer mogen komen, tot bekering mogen komen...
47:54...dat ze op dat graf wel eens hete tranen geschreid hebben...
47:58...niet meer met vader, niet meer met moeder daarover te kunnen spreken.
48:03En daarom liefde en trouw, zo zegt de Heere.
48:07Zo zegt de katechismus, zijn we verschuldigd.
48:11O, ziet de weg van Kain, wat of hij gedaan heeft.
48:16Hij is dodende geworden.
48:18Zie de weg van Ismaël, die dat ouderige gezag van Abram niet op de gerechte wijze inbiedigde en Isaac tergde.
48:26Hij werd uit de tenten verwijderd.
48:29Zie de zonen van Eli, die hun vader niet gehoorzaam waren.
48:35Niet in het voetspoor van edigingen.
48:38En het handelijke werk.
48:39Met schrikkelijke zonden ook.
48:42Hebben vermengd.
48:43Wat hun einde ook geweest is.
48:46Zie de zonen van Samuel.
48:48Ook die beide zonen.
48:49Die gingen niet in de weg.
48:51Voor hun vader Samuel.
48:53En zie iemand als Absalom.
48:56Die toch zo'n geliefde zoon van zijn vader David was.
48:59Maar hoe schrikkelijk is zijn einde geweest.
49:02Als hij opstond.
49:03Tegen zijn eigen vader en die naar het leven stond.
49:07En zij anderzijds gemeenten de Bijbelse voorbeelden.
49:11Jonge mensen van een Isaac.
49:12En zijn onderworpenheid.
49:14Ook als het offermes zelfs boven hem opgeheven werd.
49:18Of een Jozef.
49:19Met de geestelijke band die hij mocht hebben aan zijn vader Jacob.
49:24En de heren die hij mocht vrezen.
49:26Of een Obadja die het mocht betuigen.
49:29Ik nu vrees de heren van mijn jongheid af.
49:33Een mordegaai die de trouw bewees aan een heidensvorst, een afgodendienaar.
49:39Maar toch de trouw bewees niet boog voor een mensenkind, voor Haman.
49:45Maar toch de liefde, de eer en de trouw kende aan de vorst bij wie hij in ballingschap verbleef.
49:53Als een moordaanslag beraamd werd, dan was het mordegaai die in de Middelijke Weg daar toch tussen beiden mocht komen.
50:01Het gezag ook.
50:03Van de overheid.
50:05Het gezag ook van een baas die over ons gesteld is.
50:09Een werkgever.
50:11Ik denk aan dat meisje.
50:13Die in ballingschap gevoerd was.
50:15Die bij de amen de Syrië terecht gekomen was.
50:19En dat het meisje toch een goed gerucht voortbracht.
50:22Van de heren en van zijn dienst.
50:25En van de profeet.
50:26En zei och of mijn heer.
50:28Geen vijandschap.
50:30Ze was weggevoerd.
50:32Uit het beloofde land.
50:33Ze was gebracht in de vreemde.
50:35En toch.
50:36Die onderwerping die ze daar mocht kennen.
50:38Het evangelisatiewerk wat ze daar mocht bedrijven.
50:41Och of mijn heer voor het aangezicht.
50:44Van de profeet.
50:45De Samaria was.
50:46Dan zou hij hem van zijn weerlaatsheid.
50:51Ontledigen.
50:52Wat een zegen.
50:53Als we zo'n gestalte mogen kennen.
50:56En zo dit gebod.
50:57Ook mogen beoefenen.
51:00In onderwarpenheid aan de voorzienigheid van God.
51:03Die die plaats ook gegeven heeft.
51:07De tweede plaats.
51:08Dan spreekt ook de katechismes van de gehoorzaamheid aan dit gebod.
51:12Er staat gemeente alle liefde en trouw bewijzen.
51:17En bij hun goede leer en straf.
51:20Met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpen.
51:24Liefde en trouw bewijzen.
51:26En ook hun goede leer.
51:29Een goede leer, dus niet alles.
51:32We moeten niet alles van onze ouders overnemen als het niet naar het woord is.
51:36Als het tegen de schrift ingaat.
51:39Ouders kunnen ook een verkeerd voorbeeld geven.
51:42Kunnen ook verkeerde onderwijzingen ook geven.
51:46Overheden, gemeenten.
51:48Kunnen ook verkeerde wetten.
51:50Kunnen ook goddeloosheid voorstaan.
51:53Bijzonder wel in onze tijd.
51:55En niet het minst ook in ons land.
51:58En kerken en synodes, die kunnen dwalingen voorstaan, kunnen verkeerde leringen, kunnen ze ook aan de gemeentes opleggen.
52:08Er staat hier duidelijk hun goede leer.
52:11Ze kunnen dwalen, ze hebben hun gebreken en ze hebben hun tekorten.
52:17De goede leergemeente is dat wat in overeenstemming is met het goddelijke woord.
52:24Wat tot eer van onze schepper...
52:27En onderhouder en formeerder is.
52:30En wat ook gericht is op onze naasten.
52:33En wat ook tot behoud van onze eigen ziel is.
52:38En aan ouders als wij kinderen mogen hebben.
52:41Hoeveel zijn die niet tot hun smart, tot hun verdriet.
52:44Dat die kinderzegen hun onthouden is.
52:47Wat een moeilijke weg kan dat ook zijn.
52:50En wat een groot verdriet.
52:52Maar als wij kinderen mogen hebben.
52:54Wat is dat dan ook in onze tijd.
52:57Dat kinderen dan naar een kres gebracht worden.
53:00Want de beide ouders hebben zo nodig.
53:03Allebei hun taak, hun werk.
53:05Dat mogen we niet doen.
53:08Althans zeker niet als het dag aan dag is.
53:11En als het een plaats is waar de wereld de overhand heeft.
53:15Eerste tijd gemeente van een kind is van het allergrootste belang.
53:21En een moeder heeft dan ook een bijzondere taak in de opvoeding.
53:25Ook van de kinderen.
53:27Bijzonder ook van de kleine kinderen.
53:30U zou zeggen, ach zo'n klein kind van een jaar of van twee jaar, wat weet hij ervan?
53:36Maar er is een syndroom bekend in de psychiatrie.
53:39Dat heet een hechtingssyndroom.
53:42Er zijn zowel eens kinderen geweest die het eerste jaar van hun leven door lichamelijke omstandigheden, door moeilijkheden in het lichaam, van ziekenhuis tot ziekenhuis gegaan
53:54zijn.
53:55En die dan later in het leven een hechtingssyndroom hebben.
53:59Geen geborgenheid gevoelen.
54:01Geen veiligheid kennen.
54:03Geen ouderlijk huis.
54:04Dat is een bekend psychiatrisch syndroom.
54:08Maar nog meer.
54:09De onderwijzingen die u geeft.
54:11Het woord gods.
54:12Wat u ze bekend maakt is van het allergrootst belang.
54:16Ik denk aan Mozes.
54:18Hij is ongeveer vier jaar oud geweest toen hij aan het hof van Egypte gebracht werd.
54:24U kent de geschiedenis.
54:25Die jongens en meisjes kennen die geschiedenis ook wel.
54:28Hoe Mozes in dat biezen kistje gelegd werd.
54:31En hoe hij gevonden werd door de prinses aan het hof.
54:35En dat ze ook een voetster voor hem zocht.
54:39En dat zijn eigen moeder hem groot mocht brengen.
54:42En die kende de heren.
54:44Die waren het geloof deelachtig.
54:46En die eerste paar jaar die Mozes bij zijn eigen ouders heeft mogen blijven.
54:53Die zijn van zoveel invloed geweest.
54:55Het woord gods wat gezaaid is.
54:57In zijn jonge jaren.
54:59Heeft wortel geschoten in de diepte.
55:02En toen verbleef hij veertig jaar aan het hof van Farao.
55:07Weelde, pracht.
55:09En alles wat de wereld te bieden had in die tijd.
55:13Daar was hij door omringd.
55:14En een geweldige toekomst wachtte hem.
55:17Hij kon toch een voorname plaats krijgen.
55:20Misschien straks wel de plaats van Farao zelf.
55:23We weten het niet.
55:24Maar die eerste vier jaar heeft het zaad van het woord zo wordt er geschoten...
55:30dat hij verachtte de heerlijkheid en de schatten van Egypte.
55:36Hij verkoos liever met het volk van God kwalijk behandeld te worden...
55:41dan voor een korte tijd de genieting der zonden te hebben.
55:44En hij achter de versmaatheid van Christus.
55:48Ja, dat heeft hij niet aan het hof geleerd.
55:50Dat heeft hij niet van faro gehoord.
55:53Daar heeft die prinses hem niet in onderwezen.
55:55Maar hij verachtte de versmaatheid van Christus meerdere rijkdom te zijn.
56:00Dan de schatten van Egypte.
56:02Want hij zag op de vergelding des loons.
56:04Dus dan kunt u zien.
56:06Zo'n klein kind.
56:08En het onderwijs wat gegeven wordt.
56:10Als de Heer dat zegent aan het hart.
56:12Wat een kracht of de wortel der zaken het hart heeft.
56:17Al de wateren van de vorst de duister is.
56:21Al de verzoekingen.
56:23In al de verleidingen kon er het vuur van die liefde gods.
56:27Tot de heren en tot zijn volk niet uitblussen.
56:31En hij mocht staande gehouden worden.
56:33U kent de geschiedenis.
56:36De samenwelgemeend.
56:38Die de eerste jaren opgevoed werd door zijn godvrezende moeder Hannah.
56:43En die na enkele jaren gebracht wordt in het heiligdom.
56:47De slapheid van Eli.
56:49De goddeloosheid van Hofni en Pinehas.
56:53In die omgeving verkeerde hij in het heiligdom.
56:57En de lieden verachtten het spijs over daar te brengen.
57:00En te midden van die goddeloze priesters.
57:03En een edie die de tucht niet durfde te handhaven.
57:07Met deze Samuel groot.
57:09Maar het beginsel wat ingebracht was in de middelijke weg.
57:14Door de opvoeding van zijn moeder Hannah.
57:17Had zulke kracht en zulke diepgang.
57:20Dat hij staande mocht blijven.
57:22Ook in die omgeving.
57:24En daarom ouders, wij hebben een doodbelofte gegeven.
57:28Voor Gods aangezicht.
57:30Een eed afgelegd om onze kinderen op te voeden.
57:35In de weg van het woord van God.
57:38En daarom die goede leer, die hebben wij hen te brengen.
57:42De boodschap van het getuigenis van de Allerhoogste.
57:46Een leergemeente dat begrenst.
57:50Dat heeft zijn duidelijke grenzen.
57:53Leer is dus niet iets wat steeds groeiende is, niet in bijbelse zin.
57:58De leer staat vast.
58:00Leer van schrift en beleidenis van het oude en nieuwe testament.
58:05Die hoeft niet telkens herzien te worden.
58:08Dat hoeft niet elke keer weer aangepast te worden.
58:11Dat mag geen verbetering, geen aanpassing, geen aanvulling kennen.
58:18Het is het woord van God.
58:21Wie daar vanaf doet.
58:22Zijn deel zal worden afgedaan.
58:24Uit het boek des levens.
58:26Wie eraan toedoet.
58:27Hem zal worden toegedaan al de plagen.
58:30Die in dat boek beschreven zijn.
58:32Zo staat er in het woord van God.
58:34Dus de leer is begrensd.
58:37Is duidelijk.
58:38En die leer die bevat zoveel.
58:41Daar hebben we ons ganse leven toe nodig.
58:43Om het beginsel van de rechte kennis te verstaan.
58:47De schat van het woord bevat zoveel onuitputtelijk mensen.
58:52Als David vragen nog op latere leeftijd.
58:55Zend uw licht, uw waarheid neder.
58:58Opdat die mij leiden.
59:01Mensen als de apostel Paulus hebben nog telkens de bede.
59:05Opdat ik hem ken.
59:07En de kracht zijn er opstanding.
59:09Zijn beeld gelijkvormig gemaakt wordende.
59:12Daarom de leer van schrift en beleidenis.
59:16Van Oude en Nieuwe Testament.
59:18Dat is toch wonderlijk gemeente.
59:20We hebben vanavond een gedeelte van de Heidelbergse katechismes.
59:24Die dateert van 1563.
59:28Opgesteld door Zacharias Urzines en Caspar Olivianus.
59:331563.
59:35Hoe zag de maatschappij er toen uit?
59:38Hoe zag Oudorp er toen uit?
59:40Een eenvoudig dorp.
59:42Nog geen auto's.
59:43Geen vliegtuigen.
59:45Geen computers, geen media, totaal niets van dat alles.
59:50Boerenwagens of een ruiter te paard, noemt u maar op.
59:54Eenvoudige werktuigen, werd het land bearbeid.
59:58En misschien met eenvoudige scheepjes ging men de zee op, hoe het ook geweest is.
1:00:03Het was de katechismes, een boodschap die van toepassing was.
1:00:09Die nodig was om te delen in die enige troost, beide in leven en sterven.
1:00:15En nu, meer dan 400 jaar later, 450 jaar later, hoeft nog niets aan verbeterd te worden.
1:00:22Geen enkele aanpassing.
1:00:24Zelfde boodschap.
1:00:26Dezelfde leer.
1:00:28Het is toch nodig, toen en nu, dat we wederom geboren worden.
1:00:33Het is nog nodig dat we vernieuwd worden.
1:00:36Dat we begeer het leven naar zijn inzettingen, naar zijn geboden.
1:00:41De bron gemeente de schrift.
1:00:44Duizenden jaren oud.
1:00:46Het woord van God wat ons toebetrouwd is.
1:00:49Die goede leer die we door mogen geven.
1:00:52Van geslacht tot geslacht.
1:00:54Opdat de vreze gods in het hart gevonden wordt.
1:00:58Dat is het werk van de heren zelf.
1:01:01Maar het is wel de opdracht.
1:01:03Om alles te doen wat in ons vermogen is.
1:01:07Formulier van de heilige doop spreekt ervan.
1:01:09Dat wij alles moeten doen wat in ons.
1:01:13Vermogen is.
1:01:14En daarom.
1:01:15Wat een ander doet.
1:01:17Wat een ander mag.
1:01:19Wat een ander vindt.
1:01:21Dat is niet van belang.
1:01:23Helaas.
1:01:24Speelt dat wel vaak mee.
1:01:25Ach die doet het ook.
1:01:27En die gaat er ook naartoe.
1:01:28En die mag dat wel.
1:01:30Ja dan mag ik dat toch ook.
1:01:32Wij hebben te maken met het gebod van God.
1:01:35Met de norm van het woord.
1:01:38De waarheid.
1:01:39En de onderwarpenheid van het woord.
1:01:43Denk aan Isaac.
1:01:44Hij gaat eens samen met zijn vader Abraham de berg op.
1:01:48Mijn vader, wat is er mijn zoon?
1:01:52Zie het hout, zie het vuur.
1:01:55Waar is het land?
1:01:56God zal zichzelf een land en brandoffer voorzien, mijn zoon.
1:02:01Hij liet zich binden op dat altaar.
1:02:04En zijn vader hief het offermes boven zijn hoofd.
1:02:07Hij bood geen weerstand.
1:02:09Hij liet zich binden.
1:02:11Hij behoefde niet geofferd te worden.
1:02:13Maar die onderworpenheid, die gehoorzaamheid, jonge mensen.
1:02:17Om de weg te gaan in gehoorzaamheid aan zijn God vrezende vader.
1:02:23Terugt u de dochter van Jefta.
1:02:26Haar vader heeft onbedachtelijk een eed afgelegd.
1:02:30Als hij de overwinning zou mogen behalen.
1:02:33Dan zal het eerste wat hem tegenkomt.
1:02:36Dat zal voor de heren zijn.
1:02:38En hij mag de overwinning behalen.
1:02:41En het eerste wat hem tegenkomt, dat is een enige dochter.
1:02:45En ze zegt, hebt u gezworen mijn vader?
1:02:48Hebt u een eed gezworen aan de heren?
1:02:51Dan moet u die volbrengen.
1:02:53Hij heeft zijn dochter niet geofferd, zoals sommige verkwaders zeggen.
1:02:57Maar ze is wel toegewijd geweest aan de heren.
1:03:00Op een berg gewoond en voortaan een afgezonderd leven geleid.
1:03:05En ze werd bezocht door de dochteren ook van het land.
1:03:09Daar hebt u de houding van Jozef, de onderworpenheid die hij mocht kennen aan zijn heer Potiphar.
1:03:18Hij was geroofd, verkocht, in Egypteland gebracht, in het huis van Potiphar.
1:03:26Wat een trouw, binnen korte tijd kreeg hij de voornaamste plaats over het huis van Potiphar.
1:03:33En later in de gevangenis werd hij ook weer op een bijzondere plaats gezet.
1:03:39Het is de trouw van Ubatia.
1:03:42Koning Agab, een goddeloze koning.
1:03:44En toch de trouw betoont bijzondere plaats.
1:03:48Hoofdmeester van de koning.
1:03:50Maar hij was bovenal trouw aan de koning met een hoofdletter.
1:03:55Aan de heren zelf.
1:03:56Had hij zich verbonden met de vrezen des heren.
1:04:01Staat gemeente in de brief aan de Ephesiers.
1:04:05Ouders, verwek uw kinderen.
1:04:08Niet tot toren.
1:04:09U mag ze dus niet tot toren verwekken.
1:04:12Niet met hardheid behandelen.
1:04:14Wel tucht.
1:04:16Mag haast niet meer gezegd worden.
1:04:18Maar het is wel een Bijbelse zaak.
1:04:20Dat er wel tucht uit oefening mag zijn.
1:04:23Maar niet met hardheid.
1:04:26Maar voed hen op in de vrezen.
1:04:29En in de vermaning des heren.
1:04:31Dat staat er wel in de schrift.
1:04:33Dat is wel de opdracht.
1:04:35De vermaning en de vrezen.
1:04:38Wat gaan we voor als ouders in ons gezin?
1:04:42Wat wordt er besproken in huis?
1:04:45Denk aan die kinderen te bed houden.
1:04:47Daar gaat de man gods, Elisa, die gaat voorbij.
1:04:51En die kinderen die joelen hem na.
1:04:54Zullen ze ongetwijfeld wel van huis uit meegekregen hebben helaas.
1:04:58Kaalkop ga op.
1:05:00Kaalkop ga op.
1:05:02En hij keerde zich om en hij vloekte hen in de naam des heren.
1:05:06Kwamen twee beren uit het bos.
1:05:07En verscheurde veertig van die kinderen.
1:05:11Ontzaggelijk toch.
1:05:13Slapheid gemeente.
1:05:14Van Edie.
1:05:16De toelating van Jacob.
1:05:20Godvrezend man.
1:05:21Maar raag als een geliefde vrouw.
1:05:23Die had een terevim.
1:05:25En dan leest u in Genesis 35.
1:05:28Als die beide zonen Simeon en Levi uitgegaan zijn.
1:05:32En die stad van Sichem uitgemoord hebben.
1:05:35Een gruwelijke daad.
1:05:36En dat de bevolking ook van de omgeving tegen hen opkomt.
1:05:42Dan spreekt de heren tot Jacob.
1:05:44Maak u op en ga naar Bethel.
1:05:47En dan geeft ook Jacob dat bevel.
1:05:49Doet weg de vreemde goden die in het midden van u zijn.
1:05:54Reinigt u en verandert uw klederen.
1:05:57Doet weg de vreemde goden die in het midden van u zijn.
1:06:02Afgodsbeelden in het huisgezin van Jacob.
1:06:05En reinigt u.
1:06:06En verandert uw klederen.
1:06:09Verkladers zeggen ze droegen ook wereldse kleding.
1:06:11Die kinderen van Jacob.
1:06:13En hij heeft dat toegelaten.
1:06:15Wereldse kleding.
1:06:17Enige tijd toegelaten.
1:06:18Maar toen de Heer weer sprak.
1:06:20Toen voedde hij hen weer op.
1:06:22In de vermaning.
1:06:23En in de vrezeles heren.
1:06:25En gaf hij een duidelijke waarschuwing.
1:06:27Verandert uw klederen.
1:06:30Om te wandelen als een vreemdeling.
1:06:32Geldt toch ook in onze tijd gemeente.
1:06:34Dat we ook moeten letten op onze kleding.
1:06:36Op ons gedrag.
1:06:37Ja, daar zit het allemaal niet meer in tegenwoordig.
1:06:40Zit hem hier niet in.
1:06:41Zit hem daar niet in.
1:06:42Zo langzamerhand moeten we onszelf afvragen.
1:06:44Waar zit het eigenlijk nog wel in?
1:06:46Wat is dat dan geweest dat er in Hebreën 11 staat.
1:06:50Zij hebben beleden dat ze gasten en vreemdelingen op de aarde waren.
1:06:55Dat heeft toch ook de uitdrukking gehad.
1:06:58Ook in gedrag.
1:06:59In handel.
1:07:00In wandel.
1:07:01In hun gepraat.
1:07:03In hun daad.
1:07:04En ook in hun gewaad.
1:07:07Dat zal toch ook daar allemaal mee te maken hebben.
1:07:11Meent u, hoe moeilijk is het ook in onze tijd onderworpen te zijn.
1:07:15Ook aan de overheid.
1:07:18Om die ook de eerbied te geven.
1:07:20Wat de heer ook duidelijk in zijn woord gebied.
1:07:23Waar de apostel Paulus ook over schrijft.
1:07:27Maar wat worden het ook verschillende beroepsgroepen toch moeilijk gemaakt.
1:07:31Ik denk aan de vissers.
1:07:33Ik denk aan de boeren in onze tijd.
1:07:36Als bepaalde politieke stromingen eerst een stikstofnorm aannemen die niet uitvoerbaar is.
1:07:43En daarna bepaalde beroepsgroepen ook daar een onderwerp van maken.
1:07:48Dat die toch voor een deel moeten verdwijnen en moeten verminderen.
1:07:53Beroepen die toch altijd voor ons land van groot belang zijn geweest.
1:07:57Voor de welvaart, voor de economie, voor het voedsel, u en ik.
1:08:02Wij hebben ook geprofiteerd van de prijs en van de kwaliteit van het voedsel.
1:08:07En op deze wijze wordt hun toch bestaan haast onmogelijk gemaakt.
1:08:12Is er ook groot verdriet.
1:08:14Ja, hoe moet u dan tegenover de overheid staan?
1:08:17Onvoorwaardelijk gehoorzamen.
1:08:19Of mag er ook op een wettige wijze toch met de overheid gesproken worden.
1:08:25En hen toch bepaalde zaken voorgehouden worden.
1:08:29Een zekere overheid die openlijk de meest gruwelijke zonden openlijk voorstaat.
1:08:35En bevordert de zonden ook die alles te maken hebben met het zevende gebod.
1:08:42Dit gebod dat vraagt van u en van mij onderworpenheid aan ouders.
1:08:49Onderworpenheid aan onderwijzers, jongens en meisjes op school.
1:08:54Om toch daar onderworpen aan te zijn.
1:08:57Onderworpen.
1:08:58Hij heeft ook aan leraars op het voortgezet onderwijs.
1:09:01Onderworpen.
1:09:02Ook aan de ambten.
1:09:04Hun goede leer.
1:09:06Als de leer naar het woord van God is.
1:09:09Dat is dus ook een opdracht voor u.
1:09:11Als u onderwijs te geven hebt.
1:09:13Als u in uw gezin voorgaat.
1:09:16Maar ook op school.
1:09:17Of een leraar bent.
1:09:19Of ook in de ambtelijke bediening ook staat.
1:09:21Hun goede leer is onze leer.
1:09:25In overeenstemming met het woord van de levende God.
1:09:28Beantwoord het aan de eis, aan de norm van de heilige schrift.
1:09:34Hebben wij een goede leer.
1:09:36Een bijbelse boodschap.
1:09:38Een evenwichtige boodschap van wet en evangelie.
1:09:42Van vloek en zegen.
1:09:44Een duidelijke boodschap van de brede weg en van de smalle weg.
1:09:49En als u ambtelijk gewezen wordt op uw tekort.
1:09:52U hebt beloofd bij beleidenis doen.
1:09:55Als u beleider is gedaan hebt.
1:09:57Dat u zich zult onderwerpen.
1:09:59Als u ook vanuit.
1:10:00De ambtelijke bediening gewezen wordt.
1:10:03Op gebreken.
1:10:04Op zonden.
1:10:05Op dwalingen.
1:10:07Om u daaraan te onderwerpen.
1:10:09En er eet voor gods aangezicht.
1:10:12Is dat beloofd.
1:10:14Maar we leven in een tijdgemeente.
1:10:15Ach dan gaan we toch ergens anders naartoe.
1:10:18Dan gaan we toch naar een andere gemeente toe.
1:10:20Waar het een of ander wel toegestaan wordt.
1:10:23Maar.
1:10:24We hebben ons te onderwerpen.
1:10:26Dat is de weg.
1:10:27Als het naar het woord is.
1:10:28Als het de goede leer is.
1:10:30Naar de schrift.
1:10:32Als we gewezen worden op ons tekort.
1:10:34Op ons gebrek.
1:10:35Op onze zonde.
1:10:37Op een dwaling.
1:10:38Als het de norm van het woord is.
1:10:41Dan zegt David in een van de psalmen.
1:10:45De rechtvaardige slaan mij.
1:10:48En hij bestraft mij.
1:10:50Het zal Odides hoofd zijn.
1:10:51Het zal weldadigheid zijn.
1:10:53En ook zal mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden.
1:10:57Dus niet, kijk diegene die mij bestraft heeft, die krijgt tegenwind.
1:11:02Die krijgt de kasteeling net goed.
1:11:04Nee, zegt David, ook zal mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden.
1:11:11En daarom hoe erg als we jongeren een opvoeding krijgen die naar het woord is.
1:11:18En we verachten dat we gaan er tegen in.
1:11:22Bestrijden we niet alleen onze ouders.
1:11:24Maar dan bestrijden we ook de ordinantie van God.
1:11:29Als we dat tegenstaan.
1:11:31En daarom zegt de katechismes mij hun er goede leer en straf.
1:11:36Met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpen.
1:11:41Een die gemeente die bestrafte zijn zonen niet.
1:11:44En het waren zeer goddeloze priesters.
1:11:48Persoonlijk deden ze ernstige zonden.
1:11:50En nog erger.
1:11:52Ook in de ambtelijke bediening deden ze dat.
1:11:54Ze sliepen met de vrouwen die met hopen samen kwamen bij de ingang van het heiligdom, staat er.
1:12:00En hij zag ze nog niet eens zuur aan, zo zegt de profeet.
1:12:06En er komt een vrouw.
1:12:08En die stort haar hart uit in het heiligdom.
1:12:10Die kermt en weent vanwege de nood van haar onvruchtbaarheid.
1:12:15Ja, maar dan kan hij wel bestraffen.
1:12:18Doe die wijn van u, zegt hij tegen Hannah.
1:12:20Maar ze zegt nee meneer.
1:12:22Ik ben niet dronken zoals gevermoed.
1:12:25Maar ik ben een vrouw.
1:12:26Een zwaard van geest.
1:12:28Kijk en dan komt ook weer de profetie openbaar bij Elie.
1:12:31Het was wel een richter.
1:12:33Het was wel een kind gods.
1:12:35Hij kende wel de geest van de profetie.
1:12:38En hij vertrouwste haar.
1:12:40De derde plaats gemeente dan staat ook in de katechismes.
1:12:43De goddelijke besturing bij dit gebod.
1:12:45Want er staat in de katechismes.
1:12:48En ook met hun zwakheden en gebreken geduld hebben.
1:12:52Met hun zwakheden en gebreken geduld hebben.
1:12:55Aangezien het godebeliefd ons door hun hand te regeren.
1:13:00Met hun zwakheden en gebreken geduld hebben.
1:13:04Zo duidelijk toch.
1:13:06Natuurlijk hebben die ouders.
1:13:08Heeft die onderwijzer.
1:13:09Heeft die leraar.
1:13:10Heeft die ambtsdrager.
1:13:12Heeft die voorganger.
1:13:14De nodige tekorten.
1:13:15En de nodige gebreken.
1:13:18Maar met hun zwakheden en gebreken geduld hebben.
1:13:21Dat die Noach gemeente.
1:13:23En Noach was een man die wandelde met God.
1:13:26Zo staat het in het woord.
1:13:28En dan is daar de zonvloed over de aarde geweest.
1:13:32En de ark rust op het geberg Ararat.
1:13:35Het water gaat zakken.
1:13:36En de aarde is nu bevrijd van al die goddeloze mensen.
1:13:42Noach wandelde met God.
1:13:44En hij bouwt.
1:13:46Een wijngaard en hij drinkt zich dronken van de eerste vrucht van die wijngaard.
1:13:52Hij ontbloot zich, zo staat er in de schrift.
1:13:54Weet niet meer wat hij doet.
1:13:56En er zijn die twee zonen, Sem en Jafet, die wandelen achterwaarts.
1:14:01Die dekken de schande van hun vader toe.
1:14:04Met hun gebreken, met hun zwakheden geduld hebben.
1:14:08Duidelijk voorbeeld.
1:14:10Het heeft een zegen.
1:14:12Want ze ontvangen de zegen.
1:14:13Gam, die zijn vader...
1:14:16...bespottelijk maakt...
1:14:17...staat nou die bekeerde man...
1:14:19...die krijgt de vloek over zich...
1:14:22...maar de zonen...
1:14:23...die met de zwakheid...
1:14:25...en het gebrek van Noach...
1:14:26...geduld hadden...
1:14:28...die ontvangen de zegen...
1:14:30...terk u David gemeente...
1:14:33...daar komt de man gods...
1:14:35...om een van de zonen van Izzi te zalven...
1:14:38...tot koning...
1:14:40...en ach laat David maar op het veld...
1:14:42...denkt Izzi...
1:14:43...die broeders denken dat trouwens ook...
1:14:45Laat David maar op het veld met de schapen.
1:14:48Die komt niet in aanmerking.
1:14:50Maar David moet komen.
1:14:52De zwakheid van Izië.
1:14:55Het gebrek van Izië.
1:14:57Daar had David geduld mee.
1:14:59Later betoonde hij grote zorg.
1:15:02Voor zijn vader en voor zijn moeder.
1:15:04Als hij vervolgd wordt door koning Saul.
1:15:07Dan hebt u koning Saul.
1:15:10Overheid die over David gesteld is.
1:15:13En die heeft de zalving gods.
1:15:15Zalving uit de hoorn.
1:15:17Hij zal straks koning zijn.
1:15:19In de plaats van Saul.
1:15:21Maar voorlopig krijgt hij tot verschillende keren toe een speer naar zijn hoofd.
1:15:26Van Saul.
1:15:27En wordt hij ten dode toe vervolgd door hem.
1:15:31Maar met die zwakheid.
1:15:33Met het grote gebrek in koning Saul.
1:15:36Had David geduld.
1:15:38Trekt u Isaac gemeente.
1:15:40De Heer zegt ik ben de God van Abraham.
1:15:43Van Isaac.
1:15:44En van Jacob.
1:15:46En Jacob was toch een man met de vreze gods.
1:15:50Oprecht wonen in tenten, zo staat er in het woord.
1:15:53En dan zegt de kanttekening, dat was de vreze gods in zijn hart.
1:15:57Ja, u zou toch verwachten dat Isaac Jacob toch de liefste zoon vindt.
1:16:02De beste zoon vindt.
1:16:05Maar er staat, hij had vooral Ezo lief.
1:16:09Want het wilbraad was hem naar zijn mond.
1:16:12Met hun zwakheid.
1:16:14Met hun gebreken geduld hebben.
1:16:17Uw ouders, de leer van uw ouders niet verachten.
1:16:21Niet loslaten.
1:16:23En hun zonden, hun gebreken, hun tekorten ongetwijfeld gemeente bij de opvoeding.
1:16:29Ongetwijfeld hebben we gebreken tekorten gehad bij de opvoeding.
1:16:32We deugen daar niet voor.
1:16:34We hadden telkens weer de goede hand gods nodig.
1:16:38Om hen te onderwijzen.
1:16:40En om voor ergere dingen bewaard te blijven.
1:16:44Maar die gebreken niet breed uitmeten.
1:16:47Met hun zwakheid, zo staat er hier in de katechismes.
1:16:51En met hun gebreken geduld hebben.
1:16:55En ongetwijfeld de gemeente bij voorgangers, bij ambtsdragers, bij ouderingen die jakenen.
1:17:00Ja, er is nogal wat op aan te merken natuurlijk.
1:17:03Vast.
1:17:04Met hun gebreken, met hun zwakheden geduld hebben.
1:17:09Want er staat in de katechismes, aangezien het godebeliefd.
1:17:12Ons door hun hand te regeren.
1:17:16Kijk het is alles onder de voorzienigheid van God.
1:17:19Alles onder zijn raad.
1:17:21Onder zijn besturing.
1:17:23Dat u geboren bent in Nederland.
1:17:28En misschien geboren bent ook in ouderen.
1:17:30Of waar u ook geboren bent.
1:17:32Dat is niet uw keuze toch.
1:17:34Daar hebt u toch niets in kunnen doen.
1:17:36En niets in kunnen ondernemen.
1:17:38Dat is Gods besturing.
1:17:40Dat is zijn voorzienigheid.
1:17:42Dat zijn leiding.
1:17:43Uw geboorteuur.
1:17:45Uw geboorteplaats.
1:17:47De ouders die u ontvangen hebt.
1:17:49Dat is alles door de voorzienigheid van God.
1:17:53Geboren op het kerkenkerf.
1:17:54Niets bij geval.
1:17:56Dat u een doopteken aan uw voorhoofd draagt.
1:17:59Dat is goddelijke besturing.
1:18:01Zijn leiding.
1:18:02Dat hij dat alles uitgedacht heeft.
1:18:05Niets bij geval.
1:18:07Bepaald naar zijn raad.
1:18:10En ziet.
1:18:11Dit gebod, gemeente, dat spreekt ons van de norm van het woord.
1:18:16En van de houding van liefde en trouw.
1:18:20En van de erkenning van Gods voorzienigheid.
1:18:25En van zijn genadig beleid.
1:18:28We gaan er eerst van zingen uit Psalm 32.
1:18:31En daarvan het vierde vers.
1:18:33Psalm 32, vers 4.
1:18:41Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren.
1:18:45Geomringd me daar, gij mij in ruimte stelt met blij gezang.
1:18:49Dat mijn verlossing meldt.
1:18:51En wat er verder volgt in het vierde vers van Psalm 32.
1:18:54Als
1:18:55[GEZANG]
1:22:12we ouders mogen zijn, gaat er van ons een goede leer en tucht uit.
1:22:18Zoals de katechismes ons voorhoudt.
1:22:21In overeenstemming met de beloften die we afgelegd hebben bij het sacrament van de heilige doop.
1:22:27Misschien wel meermaals ook gedaan.
1:22:30En zie de moeder van David.
1:22:32Die zegt van de baarmoeder af.
1:22:35Zegt David ben ik op God geworpen geweest.
1:22:39En zie de heilige ijver van Hannah.
1:22:43Met een Samuel.
1:22:44Hoe ze hem opgehoed heeft in de vrezen des heren.
1:22:48Zie een vader als Job gemeente.
1:22:50Hij roept zijn kinderen tezamen.
1:22:53Nadat ze de verjaardag gehouden hebben.
1:22:56En hij zegt misschien hebben mijn kinderen God in hun hart gezegend.
1:23:00Hij roept ze samen rond het altaar.
1:23:03En doe verzoening over hun zonden.
1:23:07En zie de slapheid.
1:23:08En de smartelijke gevolgen voor Edie van die slapheid.
1:23:13Zie het toestaan van Jacob.
1:23:16Hij had zichzelf gebracht op zich hem gemeente.
1:23:19Hij had ook de heren beloofd.
1:23:20Ik zal naar Bethel gaan.
1:23:22En als u mij rijkelijk gezegend zult hebben.
1:23:25Zal ik hier in Bethel.
1:23:28Zal ik de tiende betalen.
1:23:30Van wat u me gegeven hebt.
1:23:31Daar had het niet aan ontbroken.
1:23:33Hij was tot twee heren geworden.
1:23:36En die gaat niet naar Bethel.
1:23:38Hij gaat naar Zichem.
1:23:39Hij bouwt er wel een altaar.
1:23:41Hij houdt er wel kerk.
1:23:43Maar niet naar Bethel.
1:23:45Zoals hij beloofd had aan de heren.
1:23:47Te Zichem.
1:23:48Met alle gevolgen van die.
1:23:50Die naanteert.
1:23:52Zijn zonen bruten moordenaars.
1:23:55De bevolking in toren om hem heen.
1:23:58En gelukkig denkt de Heer aan zijn verbond.
1:24:02Aan zijn welbehagen.
1:24:03Wat van geen wankel weet.
1:24:05En roept hem uit die benarde omstandigheden vandaan.
1:24:10Daarom loslaten.
1:24:13Onze opvoeding verlogenen.
1:24:16Want een ernstige zaak is dat.
1:24:18Denk aan die geschiedenis van de regabieten.
1:24:21Waar de profeet Jeremia van spreekt.
1:24:24Die regenbieten waren in de stad Jeruzalem voor enige tijd gekomen.
1:24:30En ze zaten daar dicht bij de tempel.
1:24:33De profeet Jeremia krijgt een opdracht.
1:24:36En die zegt, de Heer zegt tegen de profeet, je moet die mannen een kop wijn geven.
1:24:42Maar die regenbieten zeggen, nee dat doen we niet.
1:24:45Het mag wel in mate gebruikt, mag u wijn gebruiken volgens de schrift.
1:24:50Maar die regenbieten die zeiden...
1:24:53Onze vader Rechab heeft ons verboden wijn te drinken.
1:24:57En al zegt dan de profeet Jeremia drink wijn.
1:25:00Ze doen het niet.
1:25:02Kijk die vasthoudendheid.
1:25:04Aan de goede leer.
1:25:06Aan de opvoeding.
1:25:07Daar is de zegen des heren op.
1:25:09Die sprak de heren ook uit.
1:25:11Over die Rechabieten.
1:25:13Maar wat een verdriet gaf Ezo aan zijn ouders.
1:25:16Door zijn huwelijken.
1:25:18Door zijn goddeloosheid.
1:25:20Door het verachten.
1:25:21Van het eerst geboorterecht.
1:25:23Verdriet aan de ouders.
1:25:25Tekort aan de ere gods.
1:25:27En tot schade ook.
1:25:28Voor zijn eigen ziel.
1:25:30Wat een smartelijk einde toch.
1:25:33Voor een Absalon.
1:25:35Die toch de geliefde zoon van David was.
1:25:38Wat heeft hij gekermd.
1:25:40Mijn zoon.
1:25:41Absalon mijn zoon.
1:25:42Achter die voor u gestorven waren.
1:25:45Nee genade is geen erfgoed gemeend.
1:25:48De gezinnen van David.
1:25:50Het gezien van Jacob.
1:25:52En zelfs ook de zonen van Samuel.
1:25:55Ze gaven geen blijk altijd van de vrezen des heren.
1:26:00Maar u en ik, wij hebben de opdracht.
1:26:03Hadden de opdracht.
1:26:05Hebben de opdracht als we nog onze kinderen in de woning hebben.
1:26:09Om ze de waarheid in te scherpen.
1:26:12Spreek ervan.
1:26:13Als u in uw huis zit.
1:26:15Als u neder ligt.
1:26:17Als u over de weg gaat.
1:26:19Om toch het woord van God voor te houden.
1:26:22Wat een gebrek gemeente.
1:26:24Van ons toch, van u en van mij.
1:26:26Wat heeft het daar toch aan ontbroken.
1:26:29Wat zijn we te kort geschoten in alles.
1:26:32Wat hebben we toch ook als ouders.
1:26:34Verzoening nodig over de opvoeding.
1:26:37Die aan alle kanten vol gebreken en zwakheden was.
1:26:42Ik denk tenslotte nog aan ene vader.
1:26:46Goddenvader.
1:26:48Die had een liefde van eeuwigheid.
1:26:51En die zegt van de zijne.
1:26:53Ik heb u lief gehad.
1:26:54Met een eeuwige liefde.
1:26:56En daarom heb ik u getrokken met koorten van goede tierenheid en waarheid.
1:27:02En God de Vader blijft bij zijn liefde.
1:27:06Ondanks de weerbarstigheid.
1:27:09De weerspannigheid.
1:27:10De opstandigheid.
1:27:12De rebellie van zijn kinderen.
1:27:14Hij blijft bij zijn liefde.
1:27:16Hij blijft trouw.
1:27:18Aan zijn verbond.
1:27:20En de levende kerk.
1:27:22Die roept het dan ook uit.
1:27:23Die doet de beroep op dat verbond.
1:27:25Laat dat uw verbond.
1:27:27Laat dat uw hart tot ons.
1:27:29In liefde ontvonken.
1:27:31Aan schouw.
1:27:32Uw vastgestaafd verbond.
1:27:34Laat dat uw hart tot ons.
1:27:36In liefde ontvonken.
1:27:38Dan denk ik ook aan die ene zoon gemeente.
1:27:41Waarachtig rechtvaardig mens.
1:27:43Waarachtig God.
1:27:44Christus Jezus.
1:27:46Die de liefde gehad heeft.
1:27:48Tot God de Vader.
1:27:49Een volmaakte liefde.
1:27:52En die ook de liefde gehad heeft.
1:27:54Tot zijn volk.
1:27:56En ook die liefde gehouden heeft.
1:27:58Dat de duurste prijs voor betaald heeft.
1:28:01De zwaarste weg voor gegaan is.
1:28:04Het heilig recht van de Vader.
1:28:06Verheerlijk heeft.
1:28:07En ze de weg van rechten van gerechtigheid.
1:28:09Verlast heeft.
1:28:10Wel nu.
1:28:11Die volmaakte liefde.
1:28:13Wordt ons nog verkondigd.
1:28:15Van God de Vader.
1:28:17Die warmhartigheid om te smeken.
1:28:20Denk aan het vaderlijk mededogen, heren.
1:28:22Waarop ik biddend leid, milde handen, vriendelijk ogen.
1:28:26Zijn bij u van eeuwigheid.
1:28:29Geen vader sloeg met groter mededogen.
1:28:33Dan op dat tedere kroost ooit zijn ontfermend ogen.
1:28:39In de woordbediening wordt ons nog de liefde gods.
1:28:42De liefde van de zoon gepredigd.
1:28:45Die indringend.
1:28:47Liefdevol, vermanend, waarschuwend, maar ook nodigend tot ons komt in het evangelie van vrije genade.
1:28:57Een boodschap heeft voor liefdeloze, voor trouweloze, voor opstandelingen, voor rebellen, voor weerbarstige zondaren.
1:29:06Die zich een wederhorig kroost bijeenvergadert.
1:29:11Prediking gemeente van die oneindige volmaakte.
1:29:16Grondeloze liefde Gods.
1:29:18Van de Vader.
1:29:20Van de Zoon die ons in de schrift gepredikt wordt.
1:29:23O neem toch die tucht.
1:29:25Die goede leer toch aan.
1:29:28Omhelst toch de waarheid van het liefdelijke evangelie.
1:29:31Van Gods vrijmachtige genade.
1:29:33Om die liefde te zoeken.
1:29:36Die liefde ook de eer en de aanbidding te geven.
1:29:40Daar hebt u die gelijkenis gemeente u over bekend.
1:29:44Van die jongste zoon.
1:29:46Stinkend naar de zwijnen.
1:29:47Geen penning overgehouden.
1:29:50Maar die zegt ik zal opstaan.
1:29:52Ik zal tot mijn vader gaan.
1:29:56Tegen wie hij gezondigd heeft.
1:29:58Tegen de goedheid gods.
1:30:00En ik zal zeggen.
1:30:02Vader ik heb gezondigd tegen de hemel.
1:30:05En voor u.
1:30:06Ik ben niet meer waardig.
1:30:08Uw zoon genaamd te worden.
1:30:10Maar zo onrein.
1:30:12En zo vuil stinkend als dat hij was.
1:30:15Zo bezitloos.
1:30:16Zo hongerig.
1:30:17En zijn vader.
1:30:19Die zag hem van verre.
1:30:21Toen lopende viel hem om de hals.
1:30:23En kuste hem.
1:30:26En die liefde tot die oudste zoon gemeente.
1:30:28Die fariseer.
1:30:30Die nooit verkeerd gedaan had.
1:30:32Die zo goed opgepast had.
1:30:34Altijd alles goed gedaan had.
1:30:37Vertorend was.
1:30:38Om die grondeloze.
1:30:40Die ontfermende liefde van de vader.
1:30:43Tot de jongste zoon.
1:30:44Hij was er boos om.
1:30:46Vrevelig om.
1:30:47Toch zegt die vader nog.
1:30:49Kind.
1:30:50Tegen die oudste zoon.
1:30:52Kind.
1:30:53Gij zijt altijd bij mij.
1:30:56Al het mijne is uwe.
1:30:58Men behoorde dan vrolijk te zijn.
1:31:00Want deze.
1:31:02Mijn zoon.
1:31:03Uw broeder.
1:31:04Was dood.
1:31:05Is wederlevend geworden.
1:31:06Was verloren.
1:31:08Is gevonden.
1:31:09O dat we toch.
1:31:11Die liefde zouden zoeken.
1:31:13En die barmhartigheid zouden aanroepen.
1:31:17Die vaderlijke goede tierenheid.
1:31:20En barmhartigheid.
1:31:21In Christus Jezus.
1:31:24Amen.
1:31:25Eindigen wij met gewet.
1:31:29Heere, gij bracht ons in uw trouw en uw goedheid.
1:31:32In dit avontuur.
1:31:34Rondom dit onderwijs.
1:31:37En dat wij die beden maar mogen kennen.
1:31:39Die we straks hopen te zingen.
1:31:42En met ons hart mogen beleiden.
1:31:44Dat vaderlijke meedogen aan te roepen.
1:31:48Ontferm u zo nog.
1:31:49Maar de grootheid uw genade.
1:31:52Wil zo ons gedenken heren verzoening doen.
1:31:57Over het verkeerde, het zondige.
1:31:59In het spreken, bij het luisteren.
1:32:01Maar dat wat naar uw woord was.
1:32:04Genadiglijk achtervolgen.
1:32:05Wat van de goede leer was.
1:32:08Hecht het.
1:32:10In onze harten door de kracht van uw geest.
1:32:13Zie zo nog op ons neder ook deze nieuwe week.
1:32:17Schijk uw bewarende trouw en goedheid.
1:32:20Geef de overdenking van uw woord in onze harten.
1:32:24Of als we een rustperiode mogen hebben, wil ook daar uw zegen over gebieden.
1:32:29Ontferm u zo nog naar de grootheid uw warmhartigheid.
1:32:32Ook over de zieken, de ernstig zieken in hun nood en zorg.
1:32:37Wij vragen het u om Jezus willen.
1:32:40Uitgenade.
1:32:41Amen.
1:32:43Wij zingen tot slot de psalm 25.
1:32:46En daarvan het derde en het zesde vers.
1:32:49Denk aan het vaderlijk meedogen.
1:32:51En ook het zesde vers.
1:32:53Wie heeft lust de heren te vrezen.
1:32:55Psalm 25 vers 3 en 6.
1:32:58[GEZANG]
1:37:55Gaat u heen die vrede dragen uit de zegen des heren.
1:37:58De heren zegenen u en behoeden u.
1:38:01De heren doen zijn aangezicht over uw lichten.
1:38:05En zij u genadig.
1:38:07De heren verheffen zijn aangezicht over u.
1:38:10En geven u vrede.
1:38:13Amen.
1:38:14[GEZANG]