0:02Al een hartelijk welkom, en bijzonder jullie jongens en meisjes, want deze avond is eigenlijk voor jullie.
0:11Ik dacht daarnet, ik ben wel gegroeid, want ik zie in gedachten nog binnenkomen, een jaar of acht terug, een zaaltje hiernaast.
0:18En nu zijn jullie er ook eigenlijk haast tegenop kijken, en wij dat ook natuurlijk, want zo lang ben ik niet.
0:23Maar de tijd gaat door, acht jaar.
0:26Acht jaar wanneer veel gebeurd is.
0:29Ik hoop dat jullie ook veel geleerd hebben.
0:33Ook een hartelijk welkom, ouders, grootouders en allen die hier aanwezig zijn, maar ook allen die thuis meeluisteren en meekijken.
0:41We hopen op een gezegende avond.
0:44Ik wil beginnen met het zingen van Psalm 121, vers 1 en vers 2.
0:49Sla de ogen naar gebergde heen, vanwaar ik dag en nacht des hoogsten bijstand wacht.
0:55Mijn hulp is van een Heer alleen, die hemel, zee en aarde, eerschip en zins bewaarde.
1:01Vers 2.
1:02Hij is al trefdisch, vals verdriet.
1:04Uw wachter die u voelt, voor wankel en boel.
1:08Hij is er als wachter, sluim het niet.
1:10Geen kwaad zal u genaken.
1:12De Heer zal u bewaken.
1:15121, 1 en 2.
1:16Dan
1:17[GEZANG]
4:10wil ik u voorgaan met een gebed.
4:14Heren, God van hemel en van aarde.
4:16U hebt ons deze avond bij elkaar gebracht.
4:20Met de oudste groep van de zonneschool.
4:22Om van hen afscheid te nemen.
4:26Voor z'n hele jaren hebben ze op zonneschool gezeten, heren.
4:29Maar nu hebben ze de leeftijd bereikt dat ze van zonneschool afgaan.
4:34Van zonneschool, volgende week van school, naar een andere school gaan, meeste heren.
4:40Maar heren, we leggen ze in uw handen.
4:43Dat gij met hen wilt gaan.
4:47Heren, gedenk ons deze avond, als we zo bij elkaar zijn.
4:51Hulp in ieder, heren, die deze avond een taak heeft en wat te doen heeft.
4:55Geef de kracht.
4:56De lust en de wijsheid ervoor.
4:58Ga met ons, heren, door deze avond heen.
5:02Heren, er zullen gedachten van mij nog volgen.
5:05Er is veel gebeurd in de achterliggende jaren.
5:09Vreugde, maar ook verdriet.
5:11Heren, ook dat lagen we in uw handen.
5:14Wel gij bij beide wezen, heren.
5:18Bij vreugde, maar ook bij verdriet en rouw.
5:21Ook daar troost geven, heren.
5:25Heren, help zo'n ieder.
5:27Alle zorgen en moeite die er zijn, wees ons al nabij en goed.
5:32En geef ons bovenal, heren, een gezegende avond.
5:36Dat alles vragen we, heren, alleen om Jezus wel.
5:40Amen.
5:42En geef ik het woord aan Wem.
5:50Zo, kijk, jullie horen me nu allemaal, als het goed is?
5:55Nee, Rosalie hoort het niet, dus waarschijnlijk een gehoorapparaatje dan, denk ik, of niet?
6:03Zou jullie zijn en wachten, of niet?
6:06Weet je wel, hè?
6:07Ja, ik ook eigenlijk.
6:09Snap je dat?
6:11Nee, dat snap je niet.
6:13Al die ouders erbij.
6:15Toch?
6:18Of vinden jullie dat niet spannend?
6:20Of vinden jullie het wel goed zo dat ouders erbij zijn?
6:22Ja?
6:23Nou, die zo wel.
6:24Kijk.
6:25Mooi.
6:26Nou, zoeken jullie allemaal je psalmboekers op?
6:30Die zijn inderdaad allemaal uitgedeeld.
6:32En dan gaan we lezen uit 1 Koningen 18.
6:42Nee, niet Kroniken, 1 Koningen.
6:47Ja, het Bijbelboek, even...
6:49Ja.
6:51Ja, heel goed.
6:541 Koningen 18.
6:56En
7:00dan beginnen we bij het 21ste vers.
7:041 Koningen 18, vers 21.
7:07Toen
7:12naverde Elia tot het ganse volk en zeide, hoe lang hinkt gij op twee gedachten?
7:19Zo de Heere God is, volgt hem na.
7:22En zo het de Baal is, volgt hem na.
7:25Maar het volk antwoordde hem niet één woord.
7:30Toen zei de Elia tot het volk, ik ben alleen een profetersheren overgebleven.
7:36En de profeten van Baal zijn 450 mannen.
7:41Dat men ons dan twee varen geven en dat zij voor zich de ene var kiezen en dezelfde in stukken delen en op het hout leggen.
7:51Maar geen.
7:52Vuur eraan leggen.
7:54En ik zal de anderen voorbereiden.
7:56En op het hout leggen.
7:58En geen vuur eraan leggen.
8:01En roept gij daarna de naam van uw God aan.
8:04En ik zal de heren.
8:06De naam dat heren aanroepen.
8:08En de God die door vuur antwoorden zal.
8:11Die zal God zijn.
8:14En het ganse volk antwoorden en zeiden.
8:17Dat woord is goed.
8:21En Elia zeide tot de profeten van Baal, kist gelieden voor u, den ene var, en bereidt ge hem eerst.
8:30Want gij zijt velen, en roept de naam uw schots aan, en legt geen vuur daaraan.
8:36En ze namen de var, die zij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen de naam van Baal aan, van de morgen tot op de middag.
8:46En zei de O Baal, antwoord ons, maar...
8:50Er was geen stem en geen antwoorder.
8:54En ze sprongen tegen het altaar dat men gemaakt had.
8:58En het geschiedde op de middag dat Elia met een spotte en zeide.
9:02Roep met luider stem.
9:04Want hij is een god omdat hij in gepeins is.
9:09Of omdat hij wat te doen heeft.
9:10Of omdat hij een reis heeft.
9:13Misschien slaapt hij en is al weer wakker geworden.
9:17En ze riepen met luider stem en ze sneden zichzelf met messen en met priemen naar hun wijze, totdat zij bloed over zich uitstorten.
9:29Het geschiedde nu als de middag voorbij was, dat zij profiteren totdat men het spijsoffer zou offeren, maar er was geen stem en geen antwoorder en
9:41geen opmerking.
9:44Toen zei de Elia tot het ganse volk, nadert tot mij.
9:49En al het volk naderde tot hem, en hij heelde het altaar des heren dat verbroken was.
9:54En Elia nam twaalf stenen naar het getal der stammen der kinderen Jacobs, tot welk het woord des heren geschiet was, zeggende, Israël zal uw naam zijn.
10:05En hij bouwde met die stenen het altaar in de naam des heren, en daarna maakte hij een groeve rondom het altaar naar de wijte van twee maten zaad.
10:17En hij schikte het hout en deelde de var in stukken en legde hem op het hout.
10:23En hij zeide, vult vier kruiken met water en giet het op het brandtoffer en op het hout.
10:30En hij zeide, doet het een tweede malen.
10:33En ze deden het een tweede malen.
10:35En voort zeide hij, doe het een derde malen.
10:38En ze deden het een derde malen.
10:42Tot het water rondom het altaar liep, daartoe vulde hij ook de groeven met water.
10:48Het geschiedde nu als men een spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde en zeide, Heren, God Abrams, Isaacs en Israëls, dat
11:00tot heden bekend worden dat gij God in Israël zijt en ik uw knecht en dat ik al deze dingen naar uw woord gedaan heb.
11:11Antwoord mij, Heren.
11:12Antwoord mij opdat het volk erkennen dat gij, o heren, de God zijt en dat gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.
11:22Toen viel het vuur des heren en verteerde de brandoffer en dat hout en de stenen en dat stof.
11:30Ja, lekte dat water op het welk in de groeven was.
11:36Als nu het ganse volk zag, zo vielen zij op hun aangezichten en zeiden, de Heer is God.
11:44De Heere is God.
11:47Tot zover dit gedeelte.
11:50Een bekend gedeelte voor jullie.
11:52Want op de zonsschool is dat diverse keren wel eens over verteld.
11:55Over Elia op de karmel.
11:59En we zien hier dat het
12:05volk van Israël moest een keuze maken.
12:12Ze kunnen niet de Baal dienen.
12:14En daarbij kunnen ze ook niet de Heere dienen.
12:17En Elia vraagt dus om een...
12:20Keuze van het volk.
12:22Maar zoals we hier zien, maken ze die keuze pas als ze een groot wonder zien.
12:29Maar voor hoelang zullen ze de heren dienen?
12:32Want hoeveel keren zijn ze al niet afgeweken van de heren?
12:36En we gaan vanavond met jullie hebben over iets belangrijks.
12:39En dat is een keuze maken of een roeping ontvangen.
12:44Nou, dan ben ik eens even in de grote dikke vandalen gaan zoeken.
12:48Het grote dikke woordenboek, dat kennen jullie misschien wel.
12:51Wat is nu een roeping?
12:53Wie weet wat een roeping is?
12:58Wat zou een roeping zijn?
13:01Wie weet dat?
13:02Levi?
13:03Niet?
13:06Niemand?
13:07Nou, zal ik het eens even voorlezen wat er in het woordenboek staat.
13:11Een roeping, dat is een innerlijke en vaak dwingende overtuiging...
13:17dat je bestemd bent voor een bepaalde taak, levensweg of een opdracht.
13:23Het gaat om het gevoel dat iets moet.
13:26Worden er gedaan.
13:27En dan niet omdat het praktisch kan zijn.
13:29Maar omdat het diep van binnen een groot verlangen bij je is.
13:34En vaak zien we ook dat het gewerkt wordt door de heren.
13:39Dat is eigenlijk de definitie van een roeping.
13:42Maar we gaan het ook over keuzes hebben.
13:44Wat zou een keuze zijn dan?
13:46Dat is de definitie van een keuze.
13:49Hoe heet dat?
13:52Moeilijk hè?
13:58Op zondag zie ik altijd gelijk vingers omhoog.
14:00Maar jullie zijn echt bescheiden vanavond trouwens.
14:05Een keuze.
14:07De keuze is het bewustnemen van een beslissing tussen twee of meer mogelijkheden.
14:13Dat is toch makkelijk?
14:15Een keuze, of je kiest het ene, of je kiest het andere.
14:18Toch?
14:19Dat is een keuze maken ergens in.
14:25Hebben jullie wel eens een moeilijke keuze moeten maken, trouwens?
14:28Ze
14:34zijn echt heel bescheiden vanavond.
14:37Toch?
14:40Wie heeft wel eens een moeilijke keuze moeten maken?
14:43Dat kan van alles zijn, hè?
14:46Levi.
14:51Nou, bijvoorbeeld.
14:53Je koopt of een hele goedkope en dan denk je nou prima dat is goed.
14:57Of je koopt dan wat duurdere en dan doe je veel langer mee.
15:00Dan heb je een goede keus gedaan of een slechte keus gedaan.
15:03Dan heb je de goede of de slechte gedaan.
15:06De goede.
15:08Nog meer iemand of niet?
15:13Levi.
15:22Nou dat kan ook een keuze zijn.
15:24En soms dan doe je een keuze en dan vind je hem niet lekker.
15:27Dan heb je de verkeerde keuze gedaan.
15:32Nou heel goed.
15:37Ja we maken veel keuzes op een dag denk ik ook.
15:40Iedereen.
15:41En maken we dan de goede keuze?
15:44Of maken we juist een verkeerde keuze?
15:47Een keuze die op onszelf gericht is.
15:49En niet op de heren bijvoorbeeld.
15:51Nou dan gaan we nou eens verder in de Bijbel kijken.
15:54We gaan dus een beetje door de Bijbel heen.
15:56Om te kijken van.
15:58Wie heeft er nou eens een roeping gehad?
16:00En wie heeft er echt een keuze gedaan?
16:06Wie zou de eerste keuze gemaakt hebben trouwens in de Bijbel?
16:10Alleen wezen.
16:12Ja.
16:13En wat voor keuze hadden zij gedaan?
16:17Ja.
16:18Van de boom eten, hè?
16:20Inderdaad.
16:20En was dat een goede keus?
16:23Nee, nee.
16:24Daar gingen ze tegen de heren in.
16:26Heel goed.
16:28Adam en Eva, ze maakten de keuze om van die boom te eten.
16:33Van die verboden vrucht.
16:34Daar ging het al mis.
16:37Nou, dan gaan we eigenlijk uit de Bijbel.
16:40Halen we een paar voorbeelden eruit.
16:42Van mensen met een roeping en een keuze.
16:48En dan denk ik even aan Abram en Lot, bijvoorbeeld.
16:53Jullie ook wel bekend.
16:55Abraham had een roep van God ontvangen.
16:58En de heren had tegen hem gezegd.
17:00Ga uit uw land en uw familie.
17:03En ga naar het land dat ik u wijzen zal.
17:06En de heren deden toen ook nog een grote belofte bij.
17:08Weet jullie nog?
17:09Want uit het volk van Abraham zou een groot volk voortkomen.
17:15Samen met zijn vrouw en zijn knechten.
17:17En zijn vee en neef Lot.
17:21Vertrok hij naar het onbekende land.
17:24De heren riepen Abraham en zonder allerlei vragen te stellen, volgde hij zo de heren.
17:32En na een lange reis en een tussenstop in Egypte zijn ze nu gekomen tussen Bethel en Ai.
17:38Abraham en Lot hebben heel veel vee en beslaan met elkaar een heel behoorlijk stuk land.
17:45En ze leven eensgezind bij elkaar.
17:48En toch op een zeker moment gaat het fout.
17:54Ga weg, wij waren niet eerst.
17:58Nee, dat is niet waar.
17:59Wij waren hier eerst.
18:01Jullie moeten verdwijnen.
18:03Wat is hier nou toch aan de hand?
18:05Nou, die herders van Lot en van Adram krijgen ruzie met elkaar.
18:11De weiden om te grazen worden schaars.
18:14En ook bij de drinkputten wordt het overvol.
18:18En ze hebben in beiden veel vee en dat geeft problemen.
18:21En even naar een andere weide, dat ging daar ook zomaar niet.
18:24Want ook de plaatselijke bewoners daar hadden weide en hun vee daar.
18:29Dus er is ruzie onder de herders.
18:32En de sfeer, die wordt er niet beter op.
18:36Abraham doet een voorstel.
18:39De situatie wordt steeds erger.
18:41En bijna dagelijks is er oneindigheid tussen de herders.
18:45En dat kan zo toch niet doorgaan.
18:47Oneindigheid door rijkdom.
18:49Dat kan zomaar gebeuren.
18:51Maar Abraham, hij is wijs.
18:53Hij wacht niet te lang en hij gaat naar Lot.
18:58Abraham maakt het duidelijk aan Lot.
19:01Zijn gesprek is bedoeld om de onderlinge vrede eigenlijk te krijgen.
19:05En Abraham, hij doet een voorstel.
19:07En Abraham kijkt rond en zegt dan, is niet het hele ganse land voor u aangezegd?
19:13Laten we nou iedere kant op gaan.
19:15Zo jij de linkerhand kiest, zo zal ik de rechterhand gaan.
19:20Zo jij de rechterhand kiest, zal ik de linkerkant op gaan.
19:25Ja, daar staat Lot dan.
19:27Wat zou hij doen?
19:29Hij staat nu voor zijn toekomst.
19:31En de beslissing die hij nu neemt is bepalend voor het verdere van zijn leven.
19:35Hoe het nu verder gaat met zijn gezin.
19:39En al het veel wat hij heeft.
19:42Hij weet dat het zo niet verder kan gaan.
19:44En nu hebben de herders oneenigheid met elkaar.
19:47En het zal niet lang duren.
19:49Of hij heeft zelfs ook oneenigheid met zijn oom.
19:52Met zijn oom Abraham.
19:53Ja, en dat wil hij ook niet.
19:57Wat zal Lot doen?
19:59Zal hij zeggen, oom Abraham, niet ik, maar u hebt de eerste keuze.
20:04Want u bent de oudste, u mag eerst kiezen.
20:08Nee, dat doet hij niet.
20:10En dan zegt hij, dat zegt hij niet.
20:12Hij kijkt eerst naar links en dan naar rechts.
20:17En dan ziet hij aan de ene kant het kale bergland.
20:20Aan de andere kant ziet hij de groene vlakte van de Jordaan.
20:23Die vlakte was prachtig.
20:28En die dagen staat er dan in de Bijbel.
20:31Er was die vlakte als de hof des heren.
20:35Dan wordt mij bedoeld dat het bijna net zo mooi was als het paradijs daar zo.
20:39Zo mooi, zo vruchtbaar was het daar.
20:42Overvloed van water en heel veel groene weiden.
20:46Lot kijkt om zich heen.
20:48Het mooie wat hij zag, dat beviel hem wel.
20:51En zo koos Lot de velden van de Jordaan.
20:55En Lot, hij vraagt niet aan de heren, wat zal ik doen?
21:00Lot gaat zijn eigen weg.
21:02De weg van Abraham vandaan.
21:06En als hij niet oppast, ook van de heren vandaan.
21:12Het beste voor zichzelf.
21:14Dat koos hij.
21:17Dan zat ik zo te denken over Abraham en Lot.
21:19Over die keuze.
21:21Maar is ons hart ook niet zo jongens en meiden.
21:24En als we eerlijk zijn.
21:27Dan als we iets heel moois zien.
21:30Of iets minder moois.
21:31Dan kiezen we ook het mooiste.
21:36Of doen jullie dat niet?
21:38Toch?
21:38Ja toch?
21:39Als ik in mijn hart kijk wel.
21:44Dat is eigenlijk de roeping van Abraham.
21:48En de keuze van Lot.
21:51We hebben nog een voorbeeld over een roeping.
21:53Wie
21:56kent er een groot profeet?
22:01Iemand die heel erg bekend is.
22:08Ja,
22:12Nomi?
22:16Ja, Jezaja.
22:17Zie je wel dat je het weet?
22:19Hans, strek je toch je vinger op?
22:23Jezaja, klopt.
22:24Ook wel de evige list onder de profeten genoemd.
22:28Jezaja, hij weet het nog precies.
22:29In het jaar toen koning Uzziah stierf, zo zag...
22:33Hij de heren zittende op een hoge en een verheven troon.
22:38En zijn zomen vervulden de tempel.
22:43En precies in dit jaar krijgt Jezaja een gezicht, een visioen.
22:47Een soort droom te zien.
22:50En niet zomaar iets.
22:52Straks zullen we dat zien.
22:53Want Jezaja denkt dat hij door het visioen zelfs zou sterven.
22:57Zo'n indrukwekkend gezicht krijgt hij te zien.
23:00En wat ziet hij?
23:02God, de heren, de Yahweh.
23:06De God van Ezraal.
23:08En waar dan?
23:08Ja, hij ziet hem in het huis van God.
23:10In een tempel op een hoge en een verheven troon.
23:14En de engelen die roepen daar wat.
23:17Hoor maar eens.
23:18Heilig.
23:19Heilig.
23:21Heilig is de Heere.
23:23Isaiah schrikt er geweldig van.
23:27Want als hij dat schouderpaal ziet, dan voelt hij zich zo klein en nietig.
23:31Maar ook zo onheilig en zo zondig.
23:34Zo vuil.
23:34En daarom zegt hij, wee mij, ik verga, ik ga sterven.
23:38Ik bezwijk.
23:39Want ik ben een man van onreine lippen.
23:41Ik zeg alleen maar verkeerde woorden, verkeerde dingen.
23:46Alleen de zonnen van zijn mond zijn nou zo erg dat hij niet voor God kan bestaan.
23:52Hij voelt zich als een klein strootje bij een groot vuur dat binnen een seconde zomaar verbrand is.
24:00En juist op dat moment, toen Jezaja dacht te sterven, juist toen kwam een van die engelen naar hem toe.
24:08En wat had hij daar in zijn hand, weten jullie dat nog?
24:12Die engel, een
24:16gloeiende kool,
24:22weet je nog uit de vertellingen?
24:24Een gloeiende kool, een stukje heel gloeiend houtskool.
24:30Misschien hebben jullie het wel eens gezien.
24:33Bijvoorbeeld bij een barbecue, een stuk houtskool.
24:36Hoe dat kan gloeien en hoe heet dat het is.
24:39Dat is rood gloeiend, ontzettend heet.
24:41En met zo'n gloeiende kool raakt de engel een fractie van een seconde de lippen van Isaiah aan.
24:51Jezaja ziet het alles in een gezicht, in een visioen.
24:53Net als in een droom.
24:59Jezaja brandt zijn lippen niet door de vuur.
25:02Maar er gebeurt wel iets anders.
25:04Want hoor maar eens wat die engel zegt.
25:05Uw misdaad van u is weggegaan.
25:08En uw zonde verzoend.
25:09Je kunt eigenlijk wel zeggen.
25:11Door dat vuur van die kool zijn de zonden bij hem weggebrand.
25:17Het vuur brandt wel de zonden weg.
25:19Maar niet Jezaja zelf.
25:22En dat is een wonder.
25:24Jezaja blijft leven.
25:25De zongen worden weggedaan.
25:29Maar welke vuurige kool heeft de kracht nu om zongen weg te branden?
25:36Lees maar eens in de Bijbel waar die gloeiende kool vandaan kwam.
25:39Die kwam van het brandofferaltaar.
25:42En door het altaar werden de offerdieren verbrand.
25:44En die offerdieren wijzen heen naar het grote offer op Golgotha.
25:49En daar heeft de Heer Jezus ook de hitte van God stoorn gedragen.
25:53En dankzij dat offer...
25:55Heeft er altijd kracht om die zon weg te nemen.
25:58En nu mag Jezaja ook blijven leven.
26:02Maar wel bij de heiligheid van God.
26:04Want dat beseft Jezaja ook hier wel.
26:06Hoe groot en heilig dat de Heer is.
26:11Hoor een stem van God.
26:12En weet je wat hij zegt?
26:14Wie zal ik zenden?
26:16Wie zou er voor ons heen gaan?
26:17Om te preken tot het volk?
26:21En weten jullie?
26:23Al die engelen zwijgen.
26:24Niet één engel zegt.
26:26Ik heren, zend mij maar.
26:28Maar nu kan Isaiah zijn mond niet meer houden en hij zegt hier, hier ben ik, zend mij maar een.
26:35Vind je dat niet mooi?
26:36Isaiah is nu zo vol liefde van God dat hij zichzelf helemaal ervoor over heeft.
26:41Hij zegt, zend mij maar.
26:42Hij is gewillig gemaakt door de heren.
26:46Isaiah heeft zijn roeping ontvangen.
26:49En die gaat in de kracht van de heren tot dat volk spreken.
26:57Nog iemand die een keuze gemaakt heeft.
27:00Rut.
27:01We kennen ze allemaal.
27:04Toch?
27:05Ik zie tenminste een hoop projakenikken hier zo.
27:09Wie kent het voorbeeld van Rut niet?
27:11Het gezin van Elimelech en Naomi met hun zonen Maglon en Gileon.
27:16Ze waren gevlucht naar het heidense land om in Moab te komen om de hongersnood te ontvluchten.
27:23In het land Kanaan en in de woonplaats Bethlehem was hongersnood uitgebroken.
27:29Dus ze zijn daar weggegaan.
27:32En ondertussen waren Maglon en Gileon getrouwd met Moabitische, oftewel Heidense, vrouwen.
27:39En ook is er verdriet in dat gezin gekomen, want Elimelech is daar gestorven.
27:45En daarna ook de zonen van Naomi, Maglon en Gileon.
27:50Naomi bleef over met haar twee schoondochters.
27:54Nou, wat een verdriet zullen ze daar gehad hebben.
27:57En aan poosje hoorde Naomi...
28:00Dat er weer regen gevallen was in het geboorteland en dat er weer voedsel was.
28:04En Naomi, ze maakte zich gereed om weer terug te gaan naar Bethlehem.
28:09En de beide schoondochters gingen met haar mee.
28:14Maar bij de grens gekomen, dan spreekt ze haar beide schoondochters ernstig toe om terug te keren naar hun eigen land.
28:24Naomi kon niks meer voor hen betekenen.
28:26En ze kon ze ook niet meer bieden.
28:30Orpani nam het besluit om terug te keren naar het volk.
28:35Ze maakte de keuze om naar het heidense volk terug te keren.
28:39Ze maakte de keuze om niet de God van Israël te dienen.
28:42Rut, je mocht een andere keuze maken.
28:49Want wat zegt ze tegen Naomi?
28:52Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.
28:59Wat een keuze.
29:00Dat is nou een keuze van levensbelang.
29:03Rut ging mee naar Kamaan, naar dat onbekende land.
29:07Naar een onbekende stad.
29:09Maar ze volgden.
29:11Ze volgden Naomi.
29:12Ze volgden de God van Naomi.
29:14En ze maakten de goede keuze.
29:17Nou, wat zou jouw keuze geweest zijn?
29:20Terug naar het bekende.
29:22Of te volgen naar het onbekende.
29:25Waar wel God de Heer te vinden is.
29:32Nog een grote profeet die een roeping ontvangen heeft.
29:37Wie weet dat?
29:38Je hebt Jezaja.
29:45De andere grote profeet.
29:50Je zei, Jeremia.
29:53Ja, heel goed.
30:00We gaan in gedachten naar de tijd van de profeet Jeremia.
30:06Maar wie is Jeremia eigenlijk?
30:09Jeremia is een zoon van een priester.
30:15Jeremia, als
30:18je dan zoon bent van een priester, dat betekent dat je vanzelf ook priester werd.
30:24Je kwam dan uit een priestergeslacht en dat was het voorrecht in die tijd.
30:27Dan mocht je ook priester worden in de dienst van de heren.
30:31En Jeremia was ook een oprechte priester.
30:34Maar de heren wilden dat Jeremia niet een priester werd, maar een profeet.
30:42De heren heeft een andere weg voor Jeremia in gedachten.
30:48Hij heeft hem uitverkoren tot zijn dienst.
30:51En de heren gaat spreken tot Jeremia.
30:53De heren zoekt hem persoonlijk op.
30:55En wat een voorrecht eigenlijk dat de heren dat doet.
30:59En Jeremia is ook een mens vol van zonde, net als wij.
31:02En de Heere, die
31:05zoekt hem op.
31:09En zo werkt de Heere nog steeds.
31:11Hij zoekt je op, niet wij zoeken.
31:14Soms denken we wel eens, nou wij zullen wel eens gaan zoeken.
31:16Maar dan is het de Heere die jou al op het oog geeft.
31:23En de Heere gaat Jeremia toespreken.
31:26Want hij zegt, voordat je geboren werd, kende ik jou.
31:28Toen je in moeders buik zat, wist ik al van je af.
31:32Dus eer dat Jeremia geboren werd, dan
31:36was hij door de heren al apart gezet.
31:39Want de heren had werk voor Jeremia.
31:42Hij moest in de dienst van de heren zijn.
31:44Hij moest profiteren onder zijn volk.
31:47En daar hadden de heren hem voor afgezonderd.
31:52Jeremia had de woorden van de heren aangehoord.
31:55Dus ja, nu zal hij wel blij zijn.
31:57Om het werk te gaan doen voor de heren.
32:01Maar nee, want Jeremie heeft grote twijfels over zichzelf.
32:04En hij zegt tegen de heer Acheren, zie mij toch aan.
32:07Wie ben ik om een profeet te worden?
32:10Ik ben nog zo jong en ik weet niet wat ik moet spreken.
32:14Ik kan het niet.
32:16Hij vindt het gewoon veel te hoog gegrepen om profeet te worden.
32:20Hoe kan het nu zo'n jonge ongetrouwde man?
32:23En hij zal ongeveer tussen de 15 en 25 jaar geweest zijn.
32:26En dan moet hij tegen het volk gaan preken.
32:29En hij weet niet eens wat hij moet preken.
32:32Het ontbreekt hem aan gezag.
32:34Hij heeft geen levenservaring.
32:36Hij is zo onervaren als wat.
32:38En sprekend openbaar?
32:40Dat is ook niet voor hem.
32:42Dat durft hij niet.
32:44Zou hij dat werk dan ooit kunnen doen?
32:47En eigenlijk klopt het ook, want in eigen kracht zal het ook nooit kunnen.
32:51De Heer wordt niet boos op Pyramia.
32:53Maar hij mag bemoedigende woorden spreken.
32:57Als hij zijn knecht gaat bemoedigen en sterken.
33:00En de Heer wil niets van zijn onkundigheid weten.
33:05En die zegt niet, ik ben jong en ik zal u heen zenden waar u heen zult gaan.
33:12En wat ik u gebieden zult, zult gij spreken.
33:14Alle bezwaren van Jeremia, die worden gewoon weggedaan.
33:18Gezag van de heren wordt gesteld bij een bezwaar van Jeremia.
33:22Hij hoeft absoluut niet bang te zijn om moeilijke boodschappen te gaan brengen.
33:28En dan gebeurt er iets moois.
33:29De heren strekt de hand uit en raakt dan, en roert dan zijn tong aan.
33:35En dan zegt de heren, zie.
33:36Ik geef mijn woorden in uw mond.
33:40Een bijzonder moment voor Jeremia geweest.
33:44Hij mocht zo in zijn dienst gesteld worden van de heren.
33:48En wat is het groot dat de heren die woorden dan zelf in de mond mogen geven.
33:56Al heeft Jeremia het ambt van profeet niet gezocht.
33:58Maar de heren hadden hem geroepen.
34:01En dat zien we hier ook weer in dit gedeelte.
34:03En dan denk ik eigenlijk ook weer aan die bekende tekst.
34:07Hij die roept is getrouw en die het ook doen zal.
34:10Nou, dat zie je bij Jeremia ook terugkomen.
34:12Of niet, Levi?
34:14Ja.
34:18Nog een keuze.
34:24Iemand die heel rijk was.
34:30Nieuw Testament.
34:34Rijke jongeling.
34:40Weet je wat er in de Bijbel staat?
34:41De heren beminden hem zeer.
34:43Want had hij het toch goed gedaan in zijn leven?
34:46En dan lag hij dan op de knieën voor de heren.
34:50En wat een mooie vraag mocht hij toen stellen.
34:52Meester, wat zal ik doen opdat ik het eeuwige leven mag beërven?
34:57Dan noemt de heer Jezus allerlei zonden die hij niet mag doen.
35:02Je mag het overspel doen.
35:03Je mag niet iemand doden.
35:05Je mag niet stelen.
35:06Je mag geen valse getuigenen spreken tegen je naaste.
35:09Je moet je vader en moeder eren.
35:11En dan mag deze jongeling zeggen.
35:13Meester, al deze geboden heb ik van mijn jongheid al afgedaan.
35:17Van kind af aan heb ik keurig nageleefd.
35:21Een keurige jongen vinden jullie niet?
35:24Toch?
35:24Zeker?
35:28Alleen heeft de Heer nog één verzoek.
35:31En dan breekt nog iets.
35:33Verkoop nu alles wat je hebt en geef het aan de armen.
35:36En daarna zul je een schat in de hemel hebben.
35:40Tja, en dan moet er een keuze gemaakt worden, of niet dan?
35:44En wat weet je dan zwaarder?
35:46Je rijkdom of een plaats bij God in de hemel?
35:52Nou, we weten allemaal welke keuze dat hij gemaakt heeft.
35:56Hij ging bedroefd terug naar huis.
35:59Hij kon geen afstand doen van zijn rijkdom.
36:03En daarmee maakte hij de keuze voor de wereld met al zijn lusten.
36:07Hij had zijn rijkdom liever dan de heren.
36:15Maar nu heb ik een vraag aan jullie.
36:17Welke keuze zouden jullie gemaakt hebben?
36:21Ik ga het niet persoonlijk vragen, anders duurt het lang.
36:24Maar het is wel een keuze van levensbelang.
36:26Denk daar wel aan, jongens en meiden.
36:30Nou, ik ga nog even heel kort...
36:32De
36:35tijd gaat ook door, zie ik.
36:38Apostel Paulus bijvoorbeeld heeft ook een roeping gehad.
36:41We weten allemaal dat hij neergeveld is bij
36:48Damascus.
36:49En dat de Heer hem hem geroepen heeft.
36:52Dus Paulus heeft daar ook een roep mogen ontvangen.
37:07Saulus heeft ook veel meegemaakt in die paar dagen.
37:10Als hij daar bij
37:12Ananias is.
37:14Hij is ineens van een vervolger, een volgeling geworden.
37:20In een ogenblik tijd.
37:22En de heren hadden eigenlijk een ander plan met Saulus.
37:25Hij, een Romeinse jood, moest het evangelie verkondigen.
37:28En hij heeft in vele landen dit ook mogen doen.
37:31Waar ook verdrukking en leedtuim nu bespaard is gebleven.
37:34Maar hij mocht daar om het lijden van de heer Jezus.
37:40En daar mocht hij over vertellen.
37:42En dan is het goed.
37:43Dan kan je ook die zaken dragen.
37:46Dat lijden, die vervolgingen.
37:49En daar helpt dan de heren ook weer in.
37:53Geroepenen van de heren.
37:57En we kunnen in de Bijbel best nog wel vele andere vinden die geroepen zijn.
38:02Of mensen die keuzes gemaakt hebben.
38:04Weet jullie er nog misschien een paar?
38:11Allemaal te denken, te denken.
38:18Lukas, jij nog?
38:25Ja?
38:25Je kan er best een heleboel noemen in de Bijbel.
38:27Er kan een hele lijstkant worden.
38:29Die een roeping en een keuze gemaakt hebben.
38:32Maar nu gaat het...
38:33Dat zijn allemaal voorbeelden uit de Bijbel.
38:36Die we nou ook zo gehoord hebben.
38:39Maar nu gaat het er ook voor onszelf op aan.
38:49Maar wat vinden jullie nou op in die verhalen die
38:54we net zo gehoord hebben?
38:55Van de mensen die een roep ontvangen hebben?
39:01Wat is daarin opgevallen?
39:03Jullie
39:07durven echt niet vandaag, hè?
39:09Toch?
39:10Nou,
39:14wat hierin opvalt, is dat bij die roeping, als de Heer die mensen trekt in zijn liefde, hij maakt het hart van die mensen gewillig.
39:28En wat denken jullie?
39:29Worden er tegenwoordig nog mensen geroepen?
39:32Ja.
39:33Wie dan?
39:36Wat dan?
39:39Zendelingen bijvoorbeeld.
39:40Heel goed.
39:40Nog meer?
39:44Dominees bijvoorbeeld.
39:45Ja.
39:47Zendelingen, dominees.
39:47Nog meer?
39:51Lukas, ouderlingen.
39:53En?
39:54Die Hagenen bijvoorbeeld.
39:55Ja.
39:55Heel goed.
39:56Die worden ook geroepen.
39:59Die worden ook getrokken door de heren om dat werk in zijn koninkrijk te mogen doen.
40:06Hebben jullie al gekozen voor een vak namelijk?
40:10Wat je wil gaan worden bedoel ik dan.
40:17Ja?
40:18Jij nog niet?
40:19Iemand anders al?
40:21Je gaat natuurlijk eerst nog naar school en dan moeten jullie gaan kiezen.
40:27O, jij wel?
40:29Jij wel in de brede politie?
40:31Zo, heel mooi.
40:34Want een vak namelijk kan ook wel roeping aan je leven zijn.
40:40Je voelt dan bijvoorbeeld dat je heel sterk daar aan verbonden bent.
40:45Om zuster of een broeder in het ziekenhuis te worden.
40:48Of je voelt een inwendige drang om juist...
40:51Of vrijwilligerswerk te doen.
40:53Of het onderwijs.
40:56Er zijn mensen die hebben echt een roeping voor het onderwijs.
40:59En zo zijn er nog wel voorbeelden te vinden.
41:01Een roeping voor politie bijvoorbeeld.
41:04Ja, dat kan een roeping zijn.
41:06Maar wat valt het op als iemand die geroepen is?
41:11Moeilijk misschien hoor.
41:12Maar heel vaak zie je dan dat hij iets kiest om zijn naasten juist te helpen.
41:18En zo kan de heer jou ook leiden om een bepaalde keus te maken om een vak te gaan kiezen.
41:25En doe dat ook altijd met de heren.
41:29We hebben nu een aantal voorbeelden gehoord van keuzes.
41:33En nu heeft de Heere God in de nooit begonnen eeuwigheid ook een keuze gemaakt.
41:38En weet je wat ik dan bedoel?
41:43Nou heeft de Heere in de nooit begonnen eeuwigheid ook een keuze gemaakt.
41:46Weet je wat ik dan bedoel?
41:51We hadden
42:03het er straks over dat in het paradijs daar een keuze gevallen is.
42:07En wat heeft de Heere toen gezegd?
42:12Dat he?
42:18Of de hemel of de hel.
42:20Ja.
42:21Maar dat bedoel ik niet.
42:22De Heer heeft ook een belofte gedaan.
42:25En welke belofte heeft hij toen gedaan?
42:28U weet dat.
42:30Dat hij wie zenden zal.
42:35Dat zei je?
42:37Ja.
42:38Nee, dat bedoel ik niet.
42:43Hij zou de Heilige Geest gaan zenden.
42:46Maar wie zou de eerst zenden?
42:50Jezus.
42:51Ja, inderdaad.
42:53Heer Jezus heeft hij gezonden om zijn volk zalig te maken.
42:58En dan mag ik ook aan die tekst denken.
43:01Die in Johannes staat.
43:03Want al zo lief heeft God de wereld gehad.
43:06Dat hij zijn enige bovenzoon gegeven heeft.
43:09Doordat in ieder die in hem gelooft niet verloren zou gaan.
43:13Maar het eeuwige leven hebben.
43:16Nou, wat hebben we nou vanavond gehoord?
43:18Adam en Eva maakten een keuze.
43:20Was dat met God of zonder God?
43:24Ja.
43:26Abraham was geroepen.
43:27Was dat met God of zonder God?
43:32Ja.
43:34Met God.
43:37Lot, die maakte een keuze, met of zonder.
43:41Nu even een andere.
43:43Lot maakte een keuze, was dat met of zonder God?
43:46Zonder, goed zo.
43:51Jezaja geroepen, met God of zonder God?
44:02Naomi, met
44:04God, ja.
44:05En Rut, dat
44:10was
44:12door het geloof, met God.
44:15En Jeremia, en de rijke jongeling, had hij dat met God?
44:18Want hij lag op de knieën voor de Heer Jezus.
44:20Deed hij dat met God of zonder God, die keuze?
44:23Ja, zonder God, hè?
44:25Ja, inderdaad.
44:29Zo hebben we ook vele keuzes gehoord.
44:32En de keuze met God is de beste keuze.
44:37Op
44:39de nieuwe school waar jullie straks aan toe gaan, moeten jullie ook keuzes gaan maken.
44:44En in heel je leven moet je keuzes gaan maken.
44:47En doe je dat met God of doe je dat zonder God?
44:51En als je dat met God doet, dan zal er zegen te verwachten zijn.
44:56En dan zie je nou hoe moeilijk het ook is om keuzes te maken.
45:00En zeker waarin je dan de minste bent.
45:06Maak in je leven de goede keuze, jongens en meiden.
45:10Want ga met de Heer in je leven.
45:12En dat is de beste keuze die je ooit kan maken.
45:15Want daar zal je werkelijk nooit geen spijt van krijgen.
45:19Hé Femke, in Anderluise.
45:21Nooit toch?
45:22Daar krijg je nooit geen spijt van, hè?
45:24Nee.
45:27Ik wil jullie nog één ding meegeven.
45:29Dat is iets wat ik gelezen heb.
45:31Tijd geleden al, en ik geef het vaak aan de jeugd mee.
45:38Als je bijna de trein haalt, dan kan het je een uur kosten.
45:43Als je bijna slaagt voor je examen, kost dat je een jaar.
45:49Als je in het verkeer een verkeerde inhoudmanoeuvre maakt, kan het je leven kosten.
45:55Maar als iemand een bijna christen is, kost
46:00het hem of haar de eeuwige heerlijkheid.
46:03Want bijna behouden is immers.
46:07Voor eeuwig verloren.
46:10Dus maak de goede keuze in je leven.
46:13En dat geldt voor jullie allemaal.
46:15Dat geldt voor de ouders, voor de opa's en oma's.
46:18Ja, dat geldt nu voor iedereen.
46:20Dus we moeten veel beter erom heen.
46:23Heren, welke keuze moet ik maken?
46:25Wat wilt gij dat ik doen zal?
46:29Goed tot zo ver.
46:36Dan gaan we nu pauze houden.
46:38Hoe vinden jullie daarvan?
46:41Mooi, hè?
46:43Dan is er voor iedereen koffie.
46:47Een thee eventueel.
46:49En voor de kinderen die mogen eerst even gaan.
46:52Want dan is het wat fris en wat lekkers voor jullie.
48:07Even stil doen jongens, dames, heren.
48:13Anne-Louise.
48:14Zo,
48:19wat een rusten is.
48:21Toch?
48:23Goed.
48:25Nou een onderdeel waar jullie eigenlijk allemaal voor gekomen zijn.
48:31Officieel handdrukt aan jullie eraf gaan.
48:34Van de zondagsschool.
48:36Heel veel jaren ook de verhalen gehoord.
48:42Jullie krijgen een soort getuigschrift mee.
48:45En?
48:49En wat krijgen jullie nog meer mee?
48:52Wat krijgen jullie nog meer mee?
48:55Een bijbel, ja, juist.
48:57Een
48:58bijbel.
49:01Goed.
49:06Dan wil ik...
49:07Het is niet op alfabetische volgorde, volgens mij is het op leeftijd, dacht ik.
49:13Nee, ook niet.
49:15Op een groep is het gedaan.
49:17De secretaris zegt dat het op een groep gedaan is.
49:21Dan mag als eerste naar voren komen Rosa van Wijk, Rijkenweg 14.
49:28Rosa, voor
49:36jou een tekst.
49:38Is er uitgekozen, werp al je bekommenissen op hem, want hij zorgt voor u.
49:46Alsjeblieft, de plaat en de Bijbel.
49:48Alsjeblieft.
49:52Hanne,
49:53bakker.
49:55Goeiedag Hanne.
49:57Kijk, dat bedoelde Thijs straks nou.
49:59Ze gaan gewoon boven je uit groeien.
50:02Hé, toch?
50:13Kijk, Hamme, voor jou een tekst die je mee mag nemen naar huis toe.
50:17Vraag naar de Heer en zijn sterkte en zoek zijn aangezicht gedurelijk.
50:24Ja.
50:26Jammer dat je daar afgaat.
50:27Ja.
50:29Hier, alsjeblieft.
50:30Dank.
50:33Anne-Louise.
50:35Talis.
50:46Nog even serieus.
50:50Jongens, meiden.
50:52Jongens, meiden.
50:53Even
50:57serieus nu ook, hè.
51:01Anne-Louise.
51:03Voor jou de tekst.
51:04Vertrouw op de heren tot in de eeuwigheid.
51:09Gefeliciteerd.
51:10Alsjeblieft.
51:11En godszegen.
51:12Lin.
51:15Nelis.
51:21Lin.
51:23Voor jou de tekst.
51:25Wendt u weg op de heren en vertrouw op hem.
51:27Want hij zal het maken.
51:30Godszegen en alles.
51:31Alsjeblieft.
51:35Emma.
51:36Slingeland.
51:37De
51:46secretaris heeft nu een boord.
51:47Emma.
52:02Voor jou de tekst.
52:05Wel gelukzalig is een iegelijk die de heren vreest.
52:09Neem dat mee in je leven.
52:11Alsjeblieft.
52:12De Bijbel en de plaat.
52:13Godzegen.
52:17Lucas Schrimmes.
52:27Lucas.
52:29Hand.
52:31Flinke hand.
52:33Stevig, maar goed zo.
52:34Lucas, voor jou zoek de dingen die boven zijn waar Christus is.
52:41Als je dat zoekt, heb je de goede keuze gemaakt.
52:44Godzegen.
52:45Alsjeblieft.
52:48Naomi Meijer.
52:49[GEZANG]
53:05Naomi, je gaat er nou af, hè?
53:09Weg van de oom en wim.
53:10Ja, helaas.
53:13Naomi, wil jij krijgen mee?
53:15De tekst die je op de heren vertrouwt is wel gelukzalig.
53:19Een godszegen in de toekomst.
53:21Alsjeblieft.
53:27Carlijn.
53:32Carlijn.
53:33Ook voor jou.
53:34Bijbel en een tekst.
53:37Voor jou, Carlijn.
53:38Want een igelik die de naam des heren zou aanroepen, zal zalig worden.
53:45Wens ik je van harte toe.
53:46Hier bij de plaat 1.
53:48De Bijbel, alsjeblieft.
53:53Levi.