Afscheid oudste groep Zondagsschool 't Mosterdzaadje

vrijdag 10 juli 2026 · 19:30 uur · Verhaal · Thijs de Jong; Wim Westhoeve · 53 minuten

Transcript

0:02Al een hartelijk welkom, en bijzonder jullie jongens en meisjes, want deze avond is eigenlijk voor jullie.

0:11Ik dacht daarnet, ik ben wel gegroeid, want ik zie in gedachten nog binnenkomen, een jaar of acht terug, een zaaltje hiernaast.

0:18En nu zijn jullie er ook eigenlijk haast tegenop kijken, en wij dat ook natuurlijk, want zo lang ben ik niet.

0:23Maar de tijd gaat door, acht jaar.

0:26Acht jaar wanneer veel gebeurd is.

0:29Ik hoop dat jullie ook veel geleerd hebben.

0:33Ook een hartelijk welkom, ouders, grootouders en allen die hier aanwezig zijn, maar ook allen die thuis meeluisteren en meekijken.

0:41We hopen op een gezegende avond.

0:44Ik wil beginnen met het zingen van Psalm 121, vers 1 en vers 2.

0:49Sla de ogen naar gebergde heen, vanwaar ik dag en nacht des hoogsten bijstand wacht.

0:55Mijn hulp is van een Heer alleen, die hemel, zee en aarde, eerschip en zins bewaarde.

1:01Vers 2.

1:02Hij is al trefdisch, vals verdriet.

1:04Uw wachter die u voelt, voor wankel en boel.

1:08Hij is er als wachter, sluim het niet.

1:10Geen kwaad zal u genaken.

1:12De Heer zal u bewaken.

1:15121, 1 en 2.

1:16Dan

1:17[GEZANG]

4:10wil ik u voorgaan met een gebed.

4:14Heren, God van hemel en van aarde.

4:16U hebt ons deze avond bij elkaar gebracht.

4:20Met de oudste groep van de zonneschool.

4:22Om van hen afscheid te nemen.

4:26Voor z'n hele jaren hebben ze op zonneschool gezeten, heren.

4:29Maar nu hebben ze de leeftijd bereikt dat ze van zonneschool afgaan.

4:34Van zonneschool, volgende week van school, naar een andere school gaan, meeste heren.

4:40Maar heren, we leggen ze in uw handen.

4:43Dat gij met hen wilt gaan.

4:47Heren, gedenk ons deze avond, als we zo bij elkaar zijn.

4:51Hulp in ieder, heren, die deze avond een taak heeft en wat te doen heeft.

4:55Geef de kracht.

4:56De lust en de wijsheid ervoor.

4:58Ga met ons, heren, door deze avond heen.

5:02Heren, er zullen gedachten van mij nog volgen.

5:05Er is veel gebeurd in de achterliggende jaren.

5:09Vreugde, maar ook verdriet.

5:11Heren, ook dat lagen we in uw handen.

5:14Wel gij bij beide wezen, heren.

5:18Bij vreugde, maar ook bij verdriet en rouw.

5:21Ook daar troost geven, heren.

5:25Heren, help zo'n ieder.

5:27Alle zorgen en moeite die er zijn, wees ons al nabij en goed.

5:32En geef ons bovenal, heren, een gezegende avond.

5:36Dat alles vragen we, heren, alleen om Jezus wel.

5:40Amen.

5:42En geef ik het woord aan Wem.

5:50Zo, kijk, jullie horen me nu allemaal, als het goed is?

5:55Nee, Rosalie hoort het niet, dus waarschijnlijk een gehoorapparaatje dan, denk ik, of niet?

6:03Zou jullie zijn en wachten, of niet?

6:06Weet je wel, hè?

6:07Ja, ik ook eigenlijk.

6:09Snap je dat?

6:11Nee, dat snap je niet.

6:13Al die ouders erbij.

6:15Toch?

6:18Of vinden jullie dat niet spannend?

6:20Of vinden jullie het wel goed zo dat ouders erbij zijn?

6:22Ja?

6:23Nou, die zo wel.

6:24Kijk.

6:25Mooi.

6:26Nou, zoeken jullie allemaal je psalmboekers op?

6:30Die zijn inderdaad allemaal uitgedeeld.

6:32En dan gaan we lezen uit 1 Koningen 18.

6:42Nee, niet Kroniken, 1 Koningen.

6:47Ja, het Bijbelboek, even...

6:49Ja.

6:51Ja, heel goed.

6:541 Koningen 18.

6:56En

7:00dan beginnen we bij het 21ste vers.

7:041 Koningen 18, vers 21.

7:07Toen

7:12naverde Elia tot het ganse volk en zeide, hoe lang hinkt gij op twee gedachten?

7:19Zo de Heere God is, volgt hem na.

7:22En zo het de Baal is, volgt hem na.

7:25Maar het volk antwoordde hem niet één woord.

7:30Toen zei de Elia tot het volk, ik ben alleen een profetersheren overgebleven.

7:36En de profeten van Baal zijn 450 mannen.

7:41Dat men ons dan twee varen geven en dat zij voor zich de ene var kiezen en dezelfde in stukken delen en op het hout leggen.

7:51Maar geen.

7:52Vuur eraan leggen.

7:54En ik zal de anderen voorbereiden.

7:56En op het hout leggen.

7:58En geen vuur eraan leggen.

8:01En roept gij daarna de naam van uw God aan.

8:04En ik zal de heren.

8:06De naam dat heren aanroepen.

8:08En de God die door vuur antwoorden zal.

8:11Die zal God zijn.

8:14En het ganse volk antwoorden en zeiden.

8:17Dat woord is goed.

8:21En Elia zeide tot de profeten van Baal, kist gelieden voor u, den ene var, en bereidt ge hem eerst.

8:30Want gij zijt velen, en roept de naam uw schots aan, en legt geen vuur daaraan.

8:36En ze namen de var, die zij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen de naam van Baal aan, van de morgen tot op de middag.

8:46En zei de O Baal, antwoord ons, maar...

8:50Er was geen stem en geen antwoorder.

8:54En ze sprongen tegen het altaar dat men gemaakt had.

8:58En het geschiedde op de middag dat Elia met een spotte en zeide.

9:02Roep met luider stem.

9:04Want hij is een god omdat hij in gepeins is.

9:09Of omdat hij wat te doen heeft.

9:10Of omdat hij een reis heeft.

9:13Misschien slaapt hij en is al weer wakker geworden.

9:17En ze riepen met luider stem en ze sneden zichzelf met messen en met priemen naar hun wijze, totdat zij bloed over zich uitstorten.

9:29Het geschiedde nu als de middag voorbij was, dat zij profiteren totdat men het spijsoffer zou offeren, maar er was geen stem en geen antwoorder en

9:41geen opmerking.

9:44Toen zei de Elia tot het ganse volk, nadert tot mij.

9:49En al het volk naderde tot hem, en hij heelde het altaar des heren dat verbroken was.

9:54En Elia nam twaalf stenen naar het getal der stammen der kinderen Jacobs, tot welk het woord des heren geschiet was, zeggende, Israël zal uw naam zijn.

10:05En hij bouwde met die stenen het altaar in de naam des heren, en daarna maakte hij een groeve rondom het altaar naar de wijte van twee maten zaad.

10:17En hij schikte het hout en deelde de var in stukken en legde hem op het hout.

10:23En hij zeide, vult vier kruiken met water en giet het op het brandtoffer en op het hout.

10:30En hij zeide, doet het een tweede malen.

10:33En ze deden het een tweede malen.

10:35En voort zeide hij, doe het een derde malen.

10:38En ze deden het een derde malen.

10:42Tot het water rondom het altaar liep, daartoe vulde hij ook de groeven met water.

10:48Het geschiedde nu als men een spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde en zeide, Heren, God Abrams, Isaacs en Israëls, dat

11:00tot heden bekend worden dat gij God in Israël zijt en ik uw knecht en dat ik al deze dingen naar uw woord gedaan heb.

11:11Antwoord mij, Heren.

11:12Antwoord mij opdat het volk erkennen dat gij, o heren, de God zijt en dat gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.

11:22Toen viel het vuur des heren en verteerde de brandoffer en dat hout en de stenen en dat stof.

11:30Ja, lekte dat water op het welk in de groeven was.

11:36Als nu het ganse volk zag, zo vielen zij op hun aangezichten en zeiden, de Heer is God.

11:44De Heere is God.

11:47Tot zover dit gedeelte.

11:50Een bekend gedeelte voor jullie.

11:52Want op de zonsschool is dat diverse keren wel eens over verteld.

11:55Over Elia op de karmel.

11:59En we zien hier dat het

12:05volk van Israël moest een keuze maken.

12:12Ze kunnen niet de Baal dienen.

12:14En daarbij kunnen ze ook niet de Heere dienen.

12:17En Elia vraagt dus om een...

12:20Keuze van het volk.

12:22Maar zoals we hier zien, maken ze die keuze pas als ze een groot wonder zien.

12:29Maar voor hoelang zullen ze de heren dienen?

12:32Want hoeveel keren zijn ze al niet afgeweken van de heren?

12:36En we gaan vanavond met jullie hebben over iets belangrijks.

12:39En dat is een keuze maken of een roeping ontvangen.

12:44Nou, dan ben ik eens even in de grote dikke vandalen gaan zoeken.

12:48Het grote dikke woordenboek, dat kennen jullie misschien wel.

12:51Wat is nu een roeping?

12:53Wie weet wat een roeping is?

12:58Wat zou een roeping zijn?

13:01Wie weet dat?

13:02Levi?

13:03Niet?

13:06Niemand?

13:07Nou, zal ik het eens even voorlezen wat er in het woordenboek staat.

13:11Een roeping, dat is een innerlijke en vaak dwingende overtuiging...

13:17dat je bestemd bent voor een bepaalde taak, levensweg of een opdracht.

13:23Het gaat om het gevoel dat iets moet.

13:26Worden er gedaan.

13:27En dan niet omdat het praktisch kan zijn.

13:29Maar omdat het diep van binnen een groot verlangen bij je is.

13:34En vaak zien we ook dat het gewerkt wordt door de heren.

13:39Dat is eigenlijk de definitie van een roeping.

13:42Maar we gaan het ook over keuzes hebben.

13:44Wat zou een keuze zijn dan?

13:46Dat is de definitie van een keuze.

13:49Hoe heet dat?

13:52Moeilijk hè?

13:58Op zondag zie ik altijd gelijk vingers omhoog.

14:00Maar jullie zijn echt bescheiden vanavond trouwens.

14:05Een keuze.

14:07De keuze is het bewustnemen van een beslissing tussen twee of meer mogelijkheden.

14:13Dat is toch makkelijk?

14:15Een keuze, of je kiest het ene, of je kiest het andere.

14:18Toch?

14:19Dat is een keuze maken ergens in.

14:25Hebben jullie wel eens een moeilijke keuze moeten maken, trouwens?

14:28Ze

14:34zijn echt heel bescheiden vanavond.

14:37Toch?

14:40Wie heeft wel eens een moeilijke keuze moeten maken?

14:43Dat kan van alles zijn, hè?

14:46Levi.

14:51Nou, bijvoorbeeld.

14:53Je koopt of een hele goedkope en dan denk je nou prima dat is goed.

14:57Of je koopt dan wat duurdere en dan doe je veel langer mee.

15:00Dan heb je een goede keus gedaan of een slechte keus gedaan.

15:03Dan heb je de goede of de slechte gedaan.

15:06De goede.

15:08Nog meer iemand of niet?

15:13Levi.

15:22Nou dat kan ook een keuze zijn.

15:24En soms dan doe je een keuze en dan vind je hem niet lekker.

15:27Dan heb je de verkeerde keuze gedaan.

15:32Nou heel goed.

15:37Ja we maken veel keuzes op een dag denk ik ook.

15:40Iedereen.

15:41En maken we dan de goede keuze?

15:44Of maken we juist een verkeerde keuze?

15:47Een keuze die op onszelf gericht is.

15:49En niet op de heren bijvoorbeeld.

15:51Nou dan gaan we nou eens verder in de Bijbel kijken.

15:54We gaan dus een beetje door de Bijbel heen.

15:56Om te kijken van.

15:58Wie heeft er nou eens een roeping gehad?

16:00En wie heeft er echt een keuze gedaan?

16:06Wie zou de eerste keuze gemaakt hebben trouwens in de Bijbel?

16:10Alleen wezen.

16:12Ja.

16:13En wat voor keuze hadden zij gedaan?

16:17Ja.

16:18Van de boom eten, hè?

16:20Inderdaad.

16:20En was dat een goede keus?

16:23Nee, nee.

16:24Daar gingen ze tegen de heren in.

16:26Heel goed.

16:28Adam en Eva, ze maakten de keuze om van die boom te eten.

16:33Van die verboden vrucht.

16:34Daar ging het al mis.

16:37Nou, dan gaan we eigenlijk uit de Bijbel.

16:40Halen we een paar voorbeelden eruit.

16:42Van mensen met een roeping en een keuze.

16:48En dan denk ik even aan Abram en Lot, bijvoorbeeld.

16:53Jullie ook wel bekend.

16:55Abraham had een roep van God ontvangen.

16:58En de heren had tegen hem gezegd.

17:00Ga uit uw land en uw familie.

17:03En ga naar het land dat ik u wijzen zal.

17:06En de heren deden toen ook nog een grote belofte bij.

17:08Weet jullie nog?

17:09Want uit het volk van Abraham zou een groot volk voortkomen.

17:15Samen met zijn vrouw en zijn knechten.

17:17En zijn vee en neef Lot.

17:21Vertrok hij naar het onbekende land.

17:24De heren riepen Abraham en zonder allerlei vragen te stellen, volgde hij zo de heren.

17:32En na een lange reis en een tussenstop in Egypte zijn ze nu gekomen tussen Bethel en Ai.

17:38Abraham en Lot hebben heel veel vee en beslaan met elkaar een heel behoorlijk stuk land.

17:45En ze leven eensgezind bij elkaar.

17:48En toch op een zeker moment gaat het fout.

17:54Ga weg, wij waren niet eerst.

17:58Nee, dat is niet waar.

17:59Wij waren hier eerst.

18:01Jullie moeten verdwijnen.

18:03Wat is hier nou toch aan de hand?

18:05Nou, die herders van Lot en van Adram krijgen ruzie met elkaar.

18:11De weiden om te grazen worden schaars.

18:14En ook bij de drinkputten wordt het overvol.

18:18En ze hebben in beiden veel vee en dat geeft problemen.

18:21En even naar een andere weide, dat ging daar ook zomaar niet.

18:24Want ook de plaatselijke bewoners daar hadden weide en hun vee daar.

18:29Dus er is ruzie onder de herders.

18:32En de sfeer, die wordt er niet beter op.

18:36Abraham doet een voorstel.

18:39De situatie wordt steeds erger.

18:41En bijna dagelijks is er oneindigheid tussen de herders.

18:45En dat kan zo toch niet doorgaan.

18:47Oneindigheid door rijkdom.

18:49Dat kan zomaar gebeuren.

18:51Maar Abraham, hij is wijs.

18:53Hij wacht niet te lang en hij gaat naar Lot.

18:58Abraham maakt het duidelijk aan Lot.

19:01Zijn gesprek is bedoeld om de onderlinge vrede eigenlijk te krijgen.

19:05En Abraham, hij doet een voorstel.

19:07En Abraham kijkt rond en zegt dan, is niet het hele ganse land voor u aangezegd?

19:13Laten we nou iedere kant op gaan.

19:15Zo jij de linkerhand kiest, zo zal ik de rechterhand gaan.

19:20Zo jij de rechterhand kiest, zal ik de linkerkant op gaan.

19:25Ja, daar staat Lot dan.

19:27Wat zou hij doen?

19:29Hij staat nu voor zijn toekomst.

19:31En de beslissing die hij nu neemt is bepalend voor het verdere van zijn leven.

19:35Hoe het nu verder gaat met zijn gezin.

19:39En al het veel wat hij heeft.

19:42Hij weet dat het zo niet verder kan gaan.

19:44En nu hebben de herders oneenigheid met elkaar.

19:47En het zal niet lang duren.

19:49Of hij heeft zelfs ook oneenigheid met zijn oom.

19:52Met zijn oom Abraham.

19:53Ja, en dat wil hij ook niet.

19:57Wat zal Lot doen?

19:59Zal hij zeggen, oom Abraham, niet ik, maar u hebt de eerste keuze.

20:04Want u bent de oudste, u mag eerst kiezen.

20:08Nee, dat doet hij niet.

20:10En dan zegt hij, dat zegt hij niet.

20:12Hij kijkt eerst naar links en dan naar rechts.

20:17En dan ziet hij aan de ene kant het kale bergland.

20:20Aan de andere kant ziet hij de groene vlakte van de Jordaan.

20:23Die vlakte was prachtig.

20:28En die dagen staat er dan in de Bijbel.

20:31Er was die vlakte als de hof des heren.

20:35Dan wordt mij bedoeld dat het bijna net zo mooi was als het paradijs daar zo.

20:39Zo mooi, zo vruchtbaar was het daar.

20:42Overvloed van water en heel veel groene weiden.

20:46Lot kijkt om zich heen.

20:48Het mooie wat hij zag, dat beviel hem wel.

20:51En zo koos Lot de velden van de Jordaan.

20:55En Lot, hij vraagt niet aan de heren, wat zal ik doen?

21:00Lot gaat zijn eigen weg.

21:02De weg van Abraham vandaan.

21:06En als hij niet oppast, ook van de heren vandaan.

21:12Het beste voor zichzelf.

21:14Dat koos hij.

21:17Dan zat ik zo te denken over Abraham en Lot.

21:19Over die keuze.

21:21Maar is ons hart ook niet zo jongens en meiden.

21:24En als we eerlijk zijn.

21:27Dan als we iets heel moois zien.

21:30Of iets minder moois.

21:31Dan kiezen we ook het mooiste.

21:36Of doen jullie dat niet?

21:38Toch?

21:38Ja toch?

21:39Als ik in mijn hart kijk wel.

21:44Dat is eigenlijk de roeping van Abraham.

21:48En de keuze van Lot.

21:51We hebben nog een voorbeeld over een roeping.

21:53Wie

21:56kent er een groot profeet?

22:01Iemand die heel erg bekend is.

22:08Ja,

22:12Nomi?

22:16Ja, Jezaja.

22:17Zie je wel dat je het weet?

22:19Hans, strek je toch je vinger op?

22:23Jezaja, klopt.

22:24Ook wel de evige list onder de profeten genoemd.

22:28Jezaja, hij weet het nog precies.

22:29In het jaar toen koning Uzziah stierf, zo zag...

22:33Hij de heren zittende op een hoge en een verheven troon.

22:38En zijn zomen vervulden de tempel.

22:43En precies in dit jaar krijgt Jezaja een gezicht, een visioen.

22:47Een soort droom te zien.

22:50En niet zomaar iets.

22:52Straks zullen we dat zien.

22:53Want Jezaja denkt dat hij door het visioen zelfs zou sterven.

22:57Zo'n indrukwekkend gezicht krijgt hij te zien.

23:00En wat ziet hij?

23:02God, de heren, de Yahweh.

23:06De God van Ezraal.

23:08En waar dan?

23:08Ja, hij ziet hem in het huis van God.

23:10In een tempel op een hoge en een verheven troon.

23:14En de engelen die roepen daar wat.

23:17Hoor maar eens.

23:18Heilig.

23:19Heilig.

23:21Heilig is de Heere.

23:23Isaiah schrikt er geweldig van.

23:27Want als hij dat schouderpaal ziet, dan voelt hij zich zo klein en nietig.

23:31Maar ook zo onheilig en zo zondig.

23:34Zo vuil.

23:34En daarom zegt hij, wee mij, ik verga, ik ga sterven.

23:38Ik bezwijk.

23:39Want ik ben een man van onreine lippen.

23:41Ik zeg alleen maar verkeerde woorden, verkeerde dingen.

23:46Alleen de zonnen van zijn mond zijn nou zo erg dat hij niet voor God kan bestaan.

23:52Hij voelt zich als een klein strootje bij een groot vuur dat binnen een seconde zomaar verbrand is.

24:00En juist op dat moment, toen Jezaja dacht te sterven, juist toen kwam een van die engelen naar hem toe.

24:08En wat had hij daar in zijn hand, weten jullie dat nog?

24:12Die engel, een

24:16gloeiende kool,

24:22weet je nog uit de vertellingen?

24:24Een gloeiende kool, een stukje heel gloeiend houtskool.

24:30Misschien hebben jullie het wel eens gezien.

24:33Bijvoorbeeld bij een barbecue, een stuk houtskool.

24:36Hoe dat kan gloeien en hoe heet dat het is.

24:39Dat is rood gloeiend, ontzettend heet.

24:41En met zo'n gloeiende kool raakt de engel een fractie van een seconde de lippen van Isaiah aan.

24:51Jezaja ziet het alles in een gezicht, in een visioen.

24:53Net als in een droom.

24:59Jezaja brandt zijn lippen niet door de vuur.

25:02Maar er gebeurt wel iets anders.

25:04Want hoor maar eens wat die engel zegt.

25:05Uw misdaad van u is weggegaan.

25:08En uw zonde verzoend.

25:09Je kunt eigenlijk wel zeggen.

25:11Door dat vuur van die kool zijn de zonden bij hem weggebrand.

25:17Het vuur brandt wel de zonden weg.

25:19Maar niet Jezaja zelf.

25:22En dat is een wonder.

25:24Jezaja blijft leven.

25:25De zongen worden weggedaan.

25:29Maar welke vuurige kool heeft de kracht nu om zongen weg te branden?

25:36Lees maar eens in de Bijbel waar die gloeiende kool vandaan kwam.

25:39Die kwam van het brandofferaltaar.

25:42En door het altaar werden de offerdieren verbrand.

25:44En die offerdieren wijzen heen naar het grote offer op Golgotha.

25:49En daar heeft de Heer Jezus ook de hitte van God stoorn gedragen.

25:53En dankzij dat offer...

25:55Heeft er altijd kracht om die zon weg te nemen.

25:58En nu mag Jezaja ook blijven leven.

26:02Maar wel bij de heiligheid van God.

26:04Want dat beseft Jezaja ook hier wel.

26:06Hoe groot en heilig dat de Heer is.

26:11Hoor een stem van God.

26:12En weet je wat hij zegt?

26:14Wie zal ik zenden?

26:16Wie zou er voor ons heen gaan?

26:17Om te preken tot het volk?

26:21En weten jullie?

26:23Al die engelen zwijgen.

26:24Niet één engel zegt.

26:26Ik heren, zend mij maar.

26:28Maar nu kan Isaiah zijn mond niet meer houden en hij zegt hier, hier ben ik, zend mij maar een.

26:35Vind je dat niet mooi?

26:36Isaiah is nu zo vol liefde van God dat hij zichzelf helemaal ervoor over heeft.

26:41Hij zegt, zend mij maar.

26:42Hij is gewillig gemaakt door de heren.

26:46Isaiah heeft zijn roeping ontvangen.

26:49En die gaat in de kracht van de heren tot dat volk spreken.

26:57Nog iemand die een keuze gemaakt heeft.

27:00Rut.

27:01We kennen ze allemaal.

27:04Toch?

27:05Ik zie tenminste een hoop projakenikken hier zo.

27:09Wie kent het voorbeeld van Rut niet?

27:11Het gezin van Elimelech en Naomi met hun zonen Maglon en Gileon.

27:16Ze waren gevlucht naar het heidense land om in Moab te komen om de hongersnood te ontvluchten.

27:23In het land Kanaan en in de woonplaats Bethlehem was hongersnood uitgebroken.

27:29Dus ze zijn daar weggegaan.

27:32En ondertussen waren Maglon en Gileon getrouwd met Moabitische, oftewel Heidense, vrouwen.

27:39En ook is er verdriet in dat gezin gekomen, want Elimelech is daar gestorven.

27:45En daarna ook de zonen van Naomi, Maglon en Gileon.

27:50Naomi bleef over met haar twee schoondochters.

27:54Nou, wat een verdriet zullen ze daar gehad hebben.

27:57En aan poosje hoorde Naomi...

28:00Dat er weer regen gevallen was in het geboorteland en dat er weer voedsel was.

28:04En Naomi, ze maakte zich gereed om weer terug te gaan naar Bethlehem.

28:09En de beide schoondochters gingen met haar mee.

28:14Maar bij de grens gekomen, dan spreekt ze haar beide schoondochters ernstig toe om terug te keren naar hun eigen land.

28:24Naomi kon niks meer voor hen betekenen.

28:26En ze kon ze ook niet meer bieden.

28:30Orpani nam het besluit om terug te keren naar het volk.

28:35Ze maakte de keuze om naar het heidense volk terug te keren.

28:39Ze maakte de keuze om niet de God van Israël te dienen.

28:42Rut, je mocht een andere keuze maken.

28:49Want wat zegt ze tegen Naomi?

28:52Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.

28:59Wat een keuze.

29:00Dat is nou een keuze van levensbelang.

29:03Rut ging mee naar Kamaan, naar dat onbekende land.

29:07Naar een onbekende stad.

29:09Maar ze volgden.

29:11Ze volgden Naomi.

29:12Ze volgden de God van Naomi.

29:14En ze maakten de goede keuze.

29:17Nou, wat zou jouw keuze geweest zijn?

29:20Terug naar het bekende.

29:22Of te volgen naar het onbekende.

29:25Waar wel God de Heer te vinden is.

29:32Nog een grote profeet die een roeping ontvangen heeft.

29:37Wie weet dat?

29:38Je hebt Jezaja.

29:45De andere grote profeet.

29:50Je zei, Jeremia.

29:53Ja, heel goed.

30:00We gaan in gedachten naar de tijd van de profeet Jeremia.

30:06Maar wie is Jeremia eigenlijk?

30:09Jeremia is een zoon van een priester.

30:15Jeremia, als

30:18je dan zoon bent van een priester, dat betekent dat je vanzelf ook priester werd.

30:24Je kwam dan uit een priestergeslacht en dat was het voorrecht in die tijd.

30:27Dan mocht je ook priester worden in de dienst van de heren.

30:31En Jeremia was ook een oprechte priester.

30:34Maar de heren wilden dat Jeremia niet een priester werd, maar een profeet.

30:42De heren heeft een andere weg voor Jeremia in gedachten.

30:48Hij heeft hem uitverkoren tot zijn dienst.

30:51En de heren gaat spreken tot Jeremia.

30:53De heren zoekt hem persoonlijk op.

30:55En wat een voorrecht eigenlijk dat de heren dat doet.

30:59En Jeremia is ook een mens vol van zonde, net als wij.

31:02En de Heere, die

31:05zoekt hem op.

31:09En zo werkt de Heere nog steeds.

31:11Hij zoekt je op, niet wij zoeken.

31:14Soms denken we wel eens, nou wij zullen wel eens gaan zoeken.

31:16Maar dan is het de Heere die jou al op het oog geeft.

31:23En de Heere gaat Jeremia toespreken.

31:26Want hij zegt, voordat je geboren werd, kende ik jou.

31:28Toen je in moeders buik zat, wist ik al van je af.

31:32Dus eer dat Jeremia geboren werd, dan

31:36was hij door de heren al apart gezet.

31:39Want de heren had werk voor Jeremia.

31:42Hij moest in de dienst van de heren zijn.

31:44Hij moest profiteren onder zijn volk.

31:47En daar hadden de heren hem voor afgezonderd.

31:52Jeremia had de woorden van de heren aangehoord.

31:55Dus ja, nu zal hij wel blij zijn.

31:57Om het werk te gaan doen voor de heren.

32:01Maar nee, want Jeremie heeft grote twijfels over zichzelf.

32:04En hij zegt tegen de heer Acheren, zie mij toch aan.

32:07Wie ben ik om een profeet te worden?

32:10Ik ben nog zo jong en ik weet niet wat ik moet spreken.

32:14Ik kan het niet.

32:16Hij vindt het gewoon veel te hoog gegrepen om profeet te worden.

32:20Hoe kan het nu zo'n jonge ongetrouwde man?

32:23En hij zal ongeveer tussen de 15 en 25 jaar geweest zijn.

32:26En dan moet hij tegen het volk gaan preken.

32:29En hij weet niet eens wat hij moet preken.

32:32Het ontbreekt hem aan gezag.

32:34Hij heeft geen levenservaring.

32:36Hij is zo onervaren als wat.

32:38En sprekend openbaar?

32:40Dat is ook niet voor hem.

32:42Dat durft hij niet.

32:44Zou hij dat werk dan ooit kunnen doen?

32:47En eigenlijk klopt het ook, want in eigen kracht zal het ook nooit kunnen.

32:51De Heer wordt niet boos op Pyramia.

32:53Maar hij mag bemoedigende woorden spreken.

32:57Als hij zijn knecht gaat bemoedigen en sterken.

33:00En de Heer wil niets van zijn onkundigheid weten.

33:05En die zegt niet, ik ben jong en ik zal u heen zenden waar u heen zult gaan.

33:12En wat ik u gebieden zult, zult gij spreken.

33:14Alle bezwaren van Jeremia, die worden gewoon weggedaan.

33:18Gezag van de heren wordt gesteld bij een bezwaar van Jeremia.

33:22Hij hoeft absoluut niet bang te zijn om moeilijke boodschappen te gaan brengen.

33:28En dan gebeurt er iets moois.

33:29De heren strekt de hand uit en raakt dan, en roert dan zijn tong aan.

33:35En dan zegt de heren, zie.

33:36Ik geef mijn woorden in uw mond.

33:40Een bijzonder moment voor Jeremia geweest.

33:44Hij mocht zo in zijn dienst gesteld worden van de heren.

33:48En wat is het groot dat de heren die woorden dan zelf in de mond mogen geven.

33:56Al heeft Jeremia het ambt van profeet niet gezocht.

33:58Maar de heren hadden hem geroepen.

34:01En dat zien we hier ook weer in dit gedeelte.

34:03En dan denk ik eigenlijk ook weer aan die bekende tekst.

34:07Hij die roept is getrouw en die het ook doen zal.

34:10Nou, dat zie je bij Jeremia ook terugkomen.

34:12Of niet, Levi?

34:14Ja.

34:18Nog een keuze.

34:24Iemand die heel rijk was.

34:30Nieuw Testament.

34:34Rijke jongeling.

34:40Weet je wat er in de Bijbel staat?

34:41De heren beminden hem zeer.

34:43Want had hij het toch goed gedaan in zijn leven?

34:46En dan lag hij dan op de knieën voor de heren.

34:50En wat een mooie vraag mocht hij toen stellen.

34:52Meester, wat zal ik doen opdat ik het eeuwige leven mag beërven?

34:57Dan noemt de heer Jezus allerlei zonden die hij niet mag doen.

35:02Je mag het overspel doen.

35:03Je mag niet iemand doden.

35:05Je mag niet stelen.

35:06Je mag geen valse getuigenen spreken tegen je naaste.

35:09Je moet je vader en moeder eren.

35:11En dan mag deze jongeling zeggen.

35:13Meester, al deze geboden heb ik van mijn jongheid al afgedaan.

35:17Van kind af aan heb ik keurig nageleefd.

35:21Een keurige jongen vinden jullie niet?

35:24Toch?

35:24Zeker?

35:28Alleen heeft de Heer nog één verzoek.

35:31En dan breekt nog iets.

35:33Verkoop nu alles wat je hebt en geef het aan de armen.

35:36En daarna zul je een schat in de hemel hebben.

35:40Tja, en dan moet er een keuze gemaakt worden, of niet dan?

35:44En wat weet je dan zwaarder?

35:46Je rijkdom of een plaats bij God in de hemel?

35:52Nou, we weten allemaal welke keuze dat hij gemaakt heeft.

35:56Hij ging bedroefd terug naar huis.

35:59Hij kon geen afstand doen van zijn rijkdom.

36:03En daarmee maakte hij de keuze voor de wereld met al zijn lusten.

36:07Hij had zijn rijkdom liever dan de heren.

36:15Maar nu heb ik een vraag aan jullie.

36:17Welke keuze zouden jullie gemaakt hebben?

36:21Ik ga het niet persoonlijk vragen, anders duurt het lang.

36:24Maar het is wel een keuze van levensbelang.

36:26Denk daar wel aan, jongens en meiden.

36:30Nou, ik ga nog even heel kort...

36:32De

36:35tijd gaat ook door, zie ik.

36:38Apostel Paulus bijvoorbeeld heeft ook een roeping gehad.

36:41We weten allemaal dat hij neergeveld is bij

36:48Damascus.

36:49En dat de Heer hem hem geroepen heeft.

36:52Dus Paulus heeft daar ook een roep mogen ontvangen.

37:07Saulus heeft ook veel meegemaakt in die paar dagen.

37:10Als hij daar bij

37:12Ananias is.

37:14Hij is ineens van een vervolger, een volgeling geworden.

37:20In een ogenblik tijd.

37:22En de heren hadden eigenlijk een ander plan met Saulus.

37:25Hij, een Romeinse jood, moest het evangelie verkondigen.

37:28En hij heeft in vele landen dit ook mogen doen.

37:31Waar ook verdrukking en leedtuim nu bespaard is gebleven.

37:34Maar hij mocht daar om het lijden van de heer Jezus.

37:40En daar mocht hij over vertellen.

37:42En dan is het goed.

37:43Dan kan je ook die zaken dragen.

37:46Dat lijden, die vervolgingen.

37:49En daar helpt dan de heren ook weer in.

37:53Geroepenen van de heren.

37:57En we kunnen in de Bijbel best nog wel vele andere vinden die geroepen zijn.

38:02Of mensen die keuzes gemaakt hebben.

38:04Weet jullie er nog misschien een paar?

38:11Allemaal te denken, te denken.

38:18Lukas, jij nog?

38:25Ja?

38:25Je kan er best een heleboel noemen in de Bijbel.

38:27Er kan een hele lijstkant worden.

38:29Die een roeping en een keuze gemaakt hebben.

38:32Maar nu gaat het...

38:33Dat zijn allemaal voorbeelden uit de Bijbel.

38:36Die we nou ook zo gehoord hebben.

38:39Maar nu gaat het er ook voor onszelf op aan.

38:49Maar wat vinden jullie nou op in die verhalen die

38:54we net zo gehoord hebben?

38:55Van de mensen die een roep ontvangen hebben?

39:01Wat is daarin opgevallen?

39:03Jullie

39:07durven echt niet vandaag, hè?

39:09Toch?

39:10Nou,

39:14wat hierin opvalt, is dat bij die roeping, als de Heer die mensen trekt in zijn liefde, hij maakt het hart van die mensen gewillig.

39:28En wat denken jullie?

39:29Worden er tegenwoordig nog mensen geroepen?

39:32Ja.

39:33Wie dan?

39:36Wat dan?

39:39Zendelingen bijvoorbeeld.

39:40Heel goed.

39:40Nog meer?

39:44Dominees bijvoorbeeld.

39:45Ja.

39:47Zendelingen, dominees.

39:47Nog meer?

39:51Lukas, ouderlingen.

39:53En?

39:54Die Hagenen bijvoorbeeld.

39:55Ja.

39:55Heel goed.

39:56Die worden ook geroepen.

39:59Die worden ook getrokken door de heren om dat werk in zijn koninkrijk te mogen doen.

40:06Hebben jullie al gekozen voor een vak namelijk?

40:10Wat je wil gaan worden bedoel ik dan.

40:17Ja?

40:18Jij nog niet?

40:19Iemand anders al?

40:21Je gaat natuurlijk eerst nog naar school en dan moeten jullie gaan kiezen.

40:27O, jij wel?

40:29Jij wel in de brede politie?

40:31Zo, heel mooi.

40:34Want een vak namelijk kan ook wel roeping aan je leven zijn.

40:40Je voelt dan bijvoorbeeld dat je heel sterk daar aan verbonden bent.

40:45Om zuster of een broeder in het ziekenhuis te worden.

40:48Of je voelt een inwendige drang om juist...

40:51Of vrijwilligerswerk te doen.

40:53Of het onderwijs.

40:56Er zijn mensen die hebben echt een roeping voor het onderwijs.

40:59En zo zijn er nog wel voorbeelden te vinden.

41:01Een roeping voor politie bijvoorbeeld.

41:04Ja, dat kan een roeping zijn.

41:06Maar wat valt het op als iemand die geroepen is?

41:11Moeilijk misschien hoor.

41:12Maar heel vaak zie je dan dat hij iets kiest om zijn naasten juist te helpen.

41:18En zo kan de heer jou ook leiden om een bepaalde keus te maken om een vak te gaan kiezen.

41:25En doe dat ook altijd met de heren.

41:29We hebben nu een aantal voorbeelden gehoord van keuzes.

41:33En nu heeft de Heere God in de nooit begonnen eeuwigheid ook een keuze gemaakt.

41:38En weet je wat ik dan bedoel?

41:43Nou heeft de Heere in de nooit begonnen eeuwigheid ook een keuze gemaakt.

41:46Weet je wat ik dan bedoel?

41:51We hadden

42:03het er straks over dat in het paradijs daar een keuze gevallen is.

42:07En wat heeft de Heere toen gezegd?

42:12Dat he?

42:18Of de hemel of de hel.

42:20Ja.

42:21Maar dat bedoel ik niet.

42:22De Heer heeft ook een belofte gedaan.

42:25En welke belofte heeft hij toen gedaan?

42:28U weet dat.

42:30Dat hij wie zenden zal.

42:35Dat zei je?

42:37Ja.

42:38Nee, dat bedoel ik niet.

42:43Hij zou de Heilige Geest gaan zenden.

42:46Maar wie zou de eerst zenden?

42:50Jezus.

42:51Ja, inderdaad.

42:53Heer Jezus heeft hij gezonden om zijn volk zalig te maken.

42:58En dan mag ik ook aan die tekst denken.

43:01Die in Johannes staat.

43:03Want al zo lief heeft God de wereld gehad.

43:06Dat hij zijn enige bovenzoon gegeven heeft.

43:09Doordat in ieder die in hem gelooft niet verloren zou gaan.

43:13Maar het eeuwige leven hebben.

43:16Nou, wat hebben we nou vanavond gehoord?

43:18Adam en Eva maakten een keuze.

43:20Was dat met God of zonder God?

43:24Ja.

43:26Abraham was geroepen.

43:27Was dat met God of zonder God?

43:32Ja.

43:34Met God.

43:37Lot, die maakte een keuze, met of zonder.

43:41Nu even een andere.

43:43Lot maakte een keuze, was dat met of zonder God?

43:46Zonder, goed zo.

43:51Jezaja geroepen, met God of zonder God?

44:02Naomi, met

44:04God, ja.

44:05En Rut, dat

44:10was

44:12door het geloof, met God.

44:15En Jeremia, en de rijke jongeling, had hij dat met God?

44:18Want hij lag op de knieën voor de Heer Jezus.

44:20Deed hij dat met God of zonder God, die keuze?

44:23Ja, zonder God, hè?

44:25Ja, inderdaad.

44:29Zo hebben we ook vele keuzes gehoord.

44:32En de keuze met God is de beste keuze.

44:37Op

44:39de nieuwe school waar jullie straks aan toe gaan, moeten jullie ook keuzes gaan maken.

44:44En in heel je leven moet je keuzes gaan maken.

44:47En doe je dat met God of doe je dat zonder God?

44:51En als je dat met God doet, dan zal er zegen te verwachten zijn.

44:56En dan zie je nou hoe moeilijk het ook is om keuzes te maken.

45:00En zeker waarin je dan de minste bent.

45:06Maak in je leven de goede keuze, jongens en meiden.

45:10Want ga met de Heer in je leven.

45:12En dat is de beste keuze die je ooit kan maken.

45:15Want daar zal je werkelijk nooit geen spijt van krijgen.

45:19Hé Femke, in Anderluise.

45:21Nooit toch?

45:22Daar krijg je nooit geen spijt van, hè?

45:24Nee.

45:27Ik wil jullie nog één ding meegeven.

45:29Dat is iets wat ik gelezen heb.

45:31Tijd geleden al, en ik geef het vaak aan de jeugd mee.

45:38Als je bijna de trein haalt, dan kan het je een uur kosten.

45:43Als je bijna slaagt voor je examen, kost dat je een jaar.

45:49Als je in het verkeer een verkeerde inhoudmanoeuvre maakt, kan het je leven kosten.

45:55Maar als iemand een bijna christen is, kost

46:00het hem of haar de eeuwige heerlijkheid.

46:03Want bijna behouden is immers.

46:07Voor eeuwig verloren.

46:10Dus maak de goede keuze in je leven.

46:13En dat geldt voor jullie allemaal.

46:15Dat geldt voor de ouders, voor de opa's en oma's.

46:18Ja, dat geldt nu voor iedereen.

46:20Dus we moeten veel beter erom heen.

46:23Heren, welke keuze moet ik maken?

46:25Wat wilt gij dat ik doen zal?

46:29Goed tot zo ver.

46:36Dan gaan we nu pauze houden.

46:38Hoe vinden jullie daarvan?

46:41Mooi, hè?

46:43Dan is er voor iedereen koffie.

46:47Een thee eventueel.

46:49En voor de kinderen die mogen eerst even gaan.

46:52Want dan is het wat fris en wat lekkers voor jullie.

48:07Even stil doen jongens, dames, heren.

48:13Anne-Louise.

48:14Zo,

48:19wat een rusten is.

48:21Toch?

48:23Goed.

48:25Nou een onderdeel waar jullie eigenlijk allemaal voor gekomen zijn.

48:31Officieel handdrukt aan jullie eraf gaan.

48:34Van de zondagsschool.

48:36Heel veel jaren ook de verhalen gehoord.

48:42Jullie krijgen een soort getuigschrift mee.

48:45En?

48:49En wat krijgen jullie nog meer mee?

48:52Wat krijgen jullie nog meer mee?

48:55Een bijbel, ja, juist.

48:57Een

48:58bijbel.

49:01Goed.

49:06Dan wil ik...

49:07Het is niet op alfabetische volgorde, volgens mij is het op leeftijd, dacht ik.

49:13Nee, ook niet.

49:15Op een groep is het gedaan.

49:17De secretaris zegt dat het op een groep gedaan is.

49:21Dan mag als eerste naar voren komen Rosa van Wijk, Rijkenweg 14.

49:28Rosa, voor

49:36jou een tekst.

49:38Is er uitgekozen, werp al je bekommenissen op hem, want hij zorgt voor u.

49:46Alsjeblieft, de plaat en de Bijbel.

49:48Alsjeblieft.

49:52Hanne,

49:53bakker.

49:55Goeiedag Hanne.

49:57Kijk, dat bedoelde Thijs straks nou.

49:59Ze gaan gewoon boven je uit groeien.

50:02Hé, toch?

50:13Kijk, Hamme, voor jou een tekst die je mee mag nemen naar huis toe.

50:17Vraag naar de Heer en zijn sterkte en zoek zijn aangezicht gedurelijk.

50:24Ja.

50:26Jammer dat je daar afgaat.

50:27Ja.

50:29Hier, alsjeblieft.

50:30Dank.

50:33Anne-Louise.

50:35Talis.

50:46Nog even serieus.

50:50Jongens, meiden.

50:52Jongens, meiden.

50:53Even

50:57serieus nu ook, hè.

51:01Anne-Louise.

51:03Voor jou de tekst.

51:04Vertrouw op de heren tot in de eeuwigheid.

51:09Gefeliciteerd.

51:10Alsjeblieft.

51:11En godszegen.

51:12Lin.

51:15Nelis.

51:21Lin.

51:23Voor jou de tekst.

51:25Wendt u weg op de heren en vertrouw op hem.

51:27Want hij zal het maken.

51:30Godszegen en alles.

51:31Alsjeblieft.

51:35Emma.

51:36Slingeland.

51:37De

51:46secretaris heeft nu een boord.

51:47Emma.

52:02Voor jou de tekst.

52:05Wel gelukzalig is een iegelijk die de heren vreest.

52:09Neem dat mee in je leven.

52:11Alsjeblieft.

52:12De Bijbel en de plaat.

52:13Godzegen.

52:17Lucas Schrimmes.

52:27Lucas.

52:29Hand.

52:31Flinke hand.

52:33Stevig, maar goed zo.

52:34Lucas, voor jou zoek de dingen die boven zijn waar Christus is.

52:41Als je dat zoekt, heb je de goede keuze gemaakt.

52:44Godzegen.

52:45Alsjeblieft.

52:48Naomi Meijer.

52:49[GEZANG]

53:05Naomi, je gaat er nou af, hè?

53:09Weg van de oom en wim.

53:10Ja, helaas.

53:13Naomi, wil jij krijgen mee?

53:15De tekst die je op de heren vertrouwt is wel gelukzalig.

53:19Een godszegen in de toekomst.

53:21Alsjeblieft.

53:27Carlijn.

53:32Carlijn.

53:33Ook voor jou.

53:34Bijbel en een tekst.

53:37Voor jou, Carlijn.

53:38Want een igelik die de naam des heren zou aanroepen, zal zalig worden.

53:45Wens ik je van harte toe.

53:46Hier bij de plaat 1.

53:48De Bijbel, alsjeblieft.

53:53Levi.