0:00Laten
0:00[GEZANG]
10:25we deze dienst aanvangen.
10:29Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt tot in
10:41eeuwigheid en die niet laat varen het werk zijner handen.
10:46Amen.
10:48Genade zij u en vrede van hem die is, die was en die komen zal en van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
10:57En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
11:00De eerstgeborene uit de doden.
11:02En de overste van alle koningen der aarde.
11:06Amen.
11:09Gemeente laten we zingen op zalm 19.
11:11De versen 5 en 6.
11:14Des heren vrezes rein zij opent een fontein van heil dat nooit vergaat.
11:20En ook het zesde vers dus krijg ik van mijn plicht.
11:23O God een klaar bericht wat is het vooruitzicht schoon.
11:26Hij die op u vertrouwt, uw wetten onderhoudt, vindt daarin grote loon.
11:31En wat verder volgt.
11:32Psalm 19 vers 5 en 6.
11:35Zullen
11:36[GEZANG]
17:07wij ons ook deze morgen voor de spiegel van Gods heilige wet.
17:11En in antwoord op de wet en haar samenvatting zullen wij zingen op Psalm 119 vers 36.
17:18Hij doet mij steeds uw wil als heilig eren, ver boven goud en zilver.
17:23En wat meest de mens bekoort, zal ik uw wet.
17:26Waarderen, Psalm 119, vers 36, in antwoord op de wet en haar samenvatting.
17:35Toen sprak God al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.
17:47Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
17:52Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen boven in de hemel is.
17:59Nog van hetgeen onder op de aarde is.
18:03Nog van hetgeen in de wateren onder de aarde is.
18:07Gij zult u voordien niet buigen.
18:10Nog hen dienen.
18:11Want ik de Heere uw God ben een ijveren God.
18:15Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen.
18:18Aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.
18:22En door barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben.
18:26En mijn geboden onderhouden.
18:30Gij zult de naam des Heren uw schots niet eidelijk gebruiken, want de Heer zal niet ons schuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.
18:42Gedenk de Sabbatdag, dat gij dien heiligt.
18:45Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
18:53Dan zult gij geen werk doen.
18:56Gij, nog uw zoon, nog uw dochter,
18:58Nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
19:04Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.
19:09De zee en al wat daarin is.
19:11En hij rustte ten zevende dagen.
19:14Daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde dezelfde.
19:21Eerd uw vader en uw moeder.
19:23Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heer uw God geeft.
19:30Gij zult niet doodslaan.
19:33Gij zult niet echt breken, gij
19:37zult niet stelen, gij
19:40zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
19:45Gij zult niet begeren uw naaste huis, gij zult niet begeren uw naaste vrouw, nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw naaste is.
19:58En een uit hen zijnde een wetgeleerde heeft gevraagd hem verzoekende en zeggende,
20:04Meester, welk is het grote gebod in de wet?
20:07En Jezus zei er tot hem, Gij zult liefhebbende heren uw God met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.
20:17Dit is het eerste en het grote gebod.
20:20En het tweede aan dit gelijk is, Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
20:25Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
20:30[GEZANG]
22:29Schriftlezing voor...
22:30Vanmorgen kunt u vinden in het evangelie naar de beschrijving van Matthäus het dertiende hoofdstuk.
22:35En we zullen daarvan lezen de versen 36 tot en met 53.
22:40Het is de schriftlezing Matthäus 13 vers 36 tot en met 53.
22:47We lezen daar Gods heilig en onfeilbaar woord als volgt.
22:53Toen u Jezus de scharen van zich gelaten had, ging hij naar huis en zijn discipelen kwamen tot hem.
23:04Zeggende, verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers.
23:08En hij antwoordende zeide tot hen, die het goede zaad zaait is de zoon des mensen.
23:14En de akker is de wereld.
23:16En het goede zaad zijn de kinderen des koninkrijks.
23:19En het onkruid zijn de kinderen des bozen.
23:23En de vijand die hetzelfde gezaaid heeft is de duivel.
23:27En de oogst is de volleinding der wereld.
23:29En de maaiers zijn de engelen.
23:33Gelijkerwijs dan het onkruid vergadert en met vuur verbrand wordt, al zo zal het ook zijn in de volleinding deze wereld.
23:41De zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden.
23:45En zij zullen uit zijn koninkrijk vergaderen al de ergernissen en degene die de ongerechtigheid doen.
23:52En zullen dezelfde in de vurige oven werpen.
23:56Daar zal wening zijn en knessing der tanden.
24:00Dan zullen de rechtvaardigen blinken gelijk de zon.
24:03In het koninkrijk huns vaders.
24:06Die oren heeft om te horen, die horen.
24:11Wederom is het koninkrijk der hemelen gelijk een schat.
24:14In de akker verborgen.
24:16Welke een mens gevonden, hebbende, verborgd dien.
24:20En van blijdschap over dezelfde gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt diezelfde akker.
24:29Wederom is het koninkrijk der hemelen gelijk een koopman die schone parelen zoekt.
24:34Dewelke hebben de een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had en kocht dezelfde.
24:45Wederom is het koninkrijk der hemelen gelijk een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt.
24:55Hetwelk wanneer het vol geworden is, de vissers aan de oever optrekken en nederzittende lezen het goede uit in hun vaten.
25:04Maar het kwade werpen zij weg.
25:06Al zo zal het in de volleinding der eeuwen wezen.
25:10De engelen zullen uitgaan en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden.
25:16En zullen dezelfde in de vurige oven werpen.
25:20Daar zal zijn wening en knessing der tanden.
25:23En Jezus zei er tot hen, heb jij dit alles verstaan?
25:29Ze zeiden tot hem, ja heren.
25:32En hij zei er tot hen, daarom.
25:35Een iegelijk schriftgeleerde in het koninkrijk der hemelen onderwezen is gelijk een heer des huizes.
25:42Die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt.
25:47En het is geschiet als Jezus deze gelijkenissen geëindigd had.
25:52Vertrok hij vandaar.
25:54Tot zover de schriftlezing voor deze morgen.
25:58Zoeken we met en voor elkaar het aangezicht van de heren in een gemeenschappelijk gebed.
26:03In de voorbeden.
26:05Zullen we gedenken en dankzegging het gezin Klein Grote Boer, Bindingen 7, waar op woensdag 8 juli een zoon en broertje is geboren met de namen Leo Jacobus
26:18Teunis.
26:18Zijn roepnaam is Laurend.
26:21We zullen ook voorbeden doen voor de bevolking en de slachtoffers van de aardbeving in Venezuela.
26:27We zullen ook voorbeden doen voor Jantina Bokoer Mastenbroek die...
26:31Deze week met haar gezin weer naar huis naar Roemenië.
26:34Hoopt te gaan na een periode van verlof.
26:36Laten we bidden.
26:45Heren Almachtige.
26:48Warmhartige God en Vader in de hemel.
26:51Wat schittert uw trouw.
26:54Deze morgen.
26:56Als wij als gemeente in uw huis mogen samenkomen.
27:00Rondom uw woord.
27:02Dat we thuis meeluisterend.
27:06Onze plaats mochten innemen achter de kerktelefoon.
27:10Op welke manier deze dienst dan ook meemaken.
27:14En dan is
27:17er van onze kant niets dan verwondering.
27:19Als wij ons gesteld hebben voor de spiegel van uw wet.
27:24Als u met ons zou handelen nadat wij verdiend hadden.
27:29Dan zou er geen kerkdienst zijn deze morgen.
27:34Maar u betoont gedachten van vrede te hebben.
27:40En heren dan bidden wij.
27:42Dat wanneer we samen gekomen zijn rondom uw woord.
27:45Dat u zult geven dat dat woord door uw geest.
27:48Met kracht zal zijn.
27:52Want heren wij zijn vanuit onszelf niet in staat.
27:54Om te spreken zoals u dat wilt.
27:58Wij zijn ook niet vanuit onszelf in staat.
28:01Om ons hart te openen voor uw woord.
28:05En daarom smeken wij u.
28:07Dat uw heilige geest naar uw belofte.
28:11Zult geven dat uw woord.
28:13Met kracht zal indringen in de harten van jongens en meisjes.
28:17Van jongeren.
28:19Van ouderen.
28:21Heer u weet hoe wij gekomen zijn naar uw huis.
28:26Met verwachting.
28:28Het gebed in het hart.
28:29Heer spreek tot mijn ziel.
28:32Heer laat de hoop dan toch niet beschaamd worden.
28:35Open dan de ogen.
28:38Voor die grootste schat.
28:41Die er is.
28:43Heer u weet ook van hen die gekomen zijn.
28:46Misschien wel uit gewoonte.
28:48En is het een goede gewoonte.
28:52Maar zonder verwachting.
28:55Heer we bidden u.
28:56Dat u zult geven.
28:59Dat u zelf ons allerhardst zal aanraken.
29:03Dat onze ogen geopend mogen worden voor de armoede van ons bestaan.
29:09Buiten de Heer Jezus Christus.
29:12Maar ook dat zij die u mogen kennen.
29:15Meer en meer mogen zien.
29:17Van die schat de Heer Jezus Christus.
29:22Heren we danken u dan.
29:24Dat u geeft dat we in alle vrijheid mogen samenkomen.
29:29In uw huis.
29:31En we brengen u de dank toe.
29:33En de verwondering.
29:34Dat u gegeven hebt dat er in het gezin klein grote boer.
29:39Een zoon en broertje geboren mocht worden.
29:42Heer u hebt de jonge laurent.
29:44Het leven gegeven.
29:47U hebt het leven van de moeder gespaard.
29:52Heer gedenkt u de ouders en de opvoeding van hun kinderen.
29:57Geeft u dat ze door uw geest geleid.
30:00Hun kinderen steeds mogen opdragen aan uw genadentroon.
30:05Dat ze voorbeelden mogen zijn voor hun kinderen.
30:09In het leven met u
30:11geeft u de jonge laurent.
30:14Dat hij in zijn jonge leven u al mag leren kennen.
30:19Heer, gedenkt u zo het
30:23geheel van de gemeente.
30:24We bidden ook voor het ongeboren leven.
30:27De dankbaarheid brengen we ook als er in andere gezinnen ook kinderen geboren mochten worden.
30:34Heer, wat bent u goed.
30:38Gedenkt u zo het geheel van de gemeente.
30:39De jongens en meisjes, helpt u de ouders in het opvoeden van hen.
30:46Wees met de jongens en meisjes dat ze de preken ook kunnen begrijpen.
30:52Dat u geeft, heren, dat ze zo
30:56van jongs af aan u mogen kennen, liefhebben en vrezen.
31:02We bidden voor deze wereld, waar zoveel zorgen zijn, het oorlogsgeweld.
31:07Ontferm u, heren.
31:09We bidden ook voor de slachtoffers.
31:12Van de aardbeving in Venezuela.
31:16Heer ontferm u.
31:18Geeft u dat alle hulp die geboden wordt.
31:21Gezegend wordt.
31:23We bidden u heren dat u zult geven.
31:25Dat de roepstem die daaruit gaat.
31:29Dat die geheiligd zal worden.
31:31Dat mensen u zullen gaan zoeken.
31:32Die u nog niet kennen.
31:38Heer we bidden u voor uw volk Israël.
31:42Van zoveel kanten.
31:43Meer en meer.
31:45Dat in deze wereld blijkt het antisemitisme.
31:49En het blijft uw volk.
31:52Heren, open hun ogen voor
31:57de Heer Jezus Christus.
31:58Dat Hij niet nog moet komen, maar reeds gekomen is naar uw belofte.
32:05Werk zo krachtig onder uw eigen volk.
32:07Open hun ogen.
32:10Bidden vooral het werk in uw Koninkrijk.
32:14Heren, geeft u dat allen
32:17die geroepen zijn uw woorden verkondigen.
32:20Dat mogen doen vol van uw geest.
32:22Ook zij die zich daartoe voorbereiden.
32:24De opleiding van predikanten, de docenten.
32:28Zegen hen.
32:30Van onze kerk, maar ook van alle andere kerken.
32:33Over het rond van deze wereld, Heere, geef dat er steeds meer mensen worden geroepen en uitgezonden.
32:39Om dat heerlijke evangelie te mogen verkondigen.
32:45We bidden u, Heere, met Jantina Bokoer Mastenbroek, als ze met haar kinderen weer naar huis in Roemenië hoopt te gaan.
32:52Heere, geeft u dat ze tot een rijke zegen mogen zijn daar in Roemenië.
32:59Waar ze ook woont, Heere, geeft u wat ze nodig heeft.
33:05Met vreugde daar te mogen arbeiden, samen met haar man en met haar kinderen.
33:10Brengt u ze daar veilig en geeft u wat nodig is.
33:15Heren, we danken u met de gemeente.
33:17Als dominee van de kamp het beroep heeft mogen aannemen.
33:21Deze gemeente en volgende maand, als u het geeft, zal bevestigd worden als herder en leraar van de gemeente.
33:29Geeft u hem samen met zijn vrouw wat nodig is in alle voorbereidingen die getroffen moeten worden.
33:35Het afscheid nemen en ophuisden.
33:39Heere, geeft u dat hij tot een rijke zegen zal mogen arbeiden in het midden van de gemeente.
33:46U die roept, bent getrouw.
33:49En betoon dat dan ook, Heere.
33:53Heere, onze ogen zijn op u geslagen.
33:56Dat u in ons midden zult zijn deze morgen.
34:00Dat onze aller ogen open mogen gaan en voor het eerst of opnieuw mogen zien.
34:06Op het lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt.
34:10Heren, gedenk dan aan uw eigen eer.
34:12Scheld de vorst der duisternis.
34:17Helpen ieder.
34:18Sterken en ondersteunen ieder die een taak heeft.
34:21Kosters.
34:24Organist.
34:26Heren, bouw uw koninkrijk.
34:28Vermeerder uw kerk.
34:30Ook hier.
34:31Door uw woord en door uw geest.
34:33We bidden het u niet omdat wij dat verdienen.
34:37Maar omdat Jezus wil.
34:40Amen.
34:44Gemeente, namens de kerkenraad de volgende mededelingen.
34:48Woensdag 15 juli is er weer een doordeweekse dienst.
34:53Deze kerkdienst zal door meneer J.
34:55de Bruin uit Rotterdam voorgaan.
34:58De dienst vangt aan om half acht.
35:01Voor het voornemen geldt, zo de heren wil, en wij het mogen beleven.
35:05De collecten.
35:07Eerst de collecten, noodhulp aan de slachtoffers van de aardbeving in Venezuela.
35:12Tweede voor de kerkvochtij.
35:14En een derde voor de aflossing van de kerk.
35:16We bevelen deze collecten van harten in uw mildadigheid aan.
35:21Tot zover de afkondigingen.
35:23Laten we zingen terwijl er wordt gecollecteerd.
35:25Psalm 71, vers 10, 11 en 12.
35:31Mijn hart zal steeds op u vertrouwen.
35:33Mijn mond vindt tot uw lof gedure geruime stof.
35:37En zal uw recht en heil ontvouwen schoon ik de reeks dier schatten.
35:42Kan tellen nog bevatten.
35:44Psalm 71 vers 10, 11 en 12.
35:47[GEZANG]
42:05Gemeente, jong en oud.
42:08Met de hulp van de heren zullen we opnieuw stilstaan bij een van de gelijkenissen uit Matthijs 13.
42:16Zeven gelijkenissen over het koninkrijk der hemelen.
42:22Als we vers 36 lezen dan staat er nadat de heer Jezus eerst die gelijkenissen heeft uitgesproken voor de scharen die daar waren.
42:31Dan staat er in vers 36 toen Jezus nu de scharen van zich.
42:35Wederom is het koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat in de akker verborgen.
42:41Welke een mens gevonden hebbende verborgd dien.
42:45En van blijdschap over dezelfde gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft.
42:50En koopt diezelfde akker.
42:54Als thema heb ik boven de preek geschreven.
42:57De grootste schat.
43:01En we letten erop in drie gedachten.
43:02De eerste gedachte, verborgen.
43:05De tweede gedachte, gevonden.
43:08En de derde gedachte, gekocht.
43:11Dus de grootste schat, verborgen, gevonden en gekocht.
43:18Allereerst is deze eerste gedachte
43:23de grootste schat, verborgen.
43:28Jongens en meisjes, als je iets hebt waar
43:33je zuinig op bent.
43:36Dan kan het zomaar zijn dat je s
43:39'avonds in je bed ligt en
43:42je denkt bij jezelf, heb
43:45ik mijn fiets eigenlijk niet op school laten staan?
43:50Staat mijn fiets wel thuis?
43:54Of iets anders en je ligt wakker en je denkt, oei, heb ik het niet buiten laten staan?
44:05En zo kan je zomaar, als je iets hebt wat kostbaar is, kan je ineens bang zijn dat je het kwijt kan raken.
44:15Zo geldt dat niet alleen.
44:17Voor jongens en meisjes.
44:18Maar ook voor grote mensen.
44:22Ik denk aan geld.
44:26Veel mensen als ze geld of dure spullen hebben.
44:28Dan zorgen ze daar goed voor.
44:30En ze zorgen dat die veilig bewaard worden.
44:34Dat was in de tijd van de Bijbel niet anders.
44:38Mensen die zaten
44:41daar niet zoals wij een bank waar ze hun geld naartoe brachten.
44:44Maar dan groeven ze in hun huis.
44:47Groeven ze soms een put.
44:51En daar stopten ze dan hun waardevolle spullen in.
44:55Die kon je dan niet gelijk zien, maar zij wisten natuurlijk zelf allemaal in dat huis, daar ligt die schat.
45:02Daarom zegt de heer Jezus in Matthäus 6, vergadert u geen schatten op de aarde waar ze de mot en de roest verderft en waar de dieven door graven en stelen.
45:12Want de dieven, die wisten dat mensen dus een put groeven onder hun huis en zij groeven dan onder de muur door om
45:24zo te kunnen stelen.
45:26En als je het onder de grond steekt, dan kan het ook nog een keer gaan roesten.
45:30Dus zegt de Heer Jezus, daar moet je niet je
45:35vertrouwen op stellen.
45:39Nu was in de gelijkenis die wij gelezen hebben, we weten niet wat eraan vooraf gegaan is.
45:44Maar het meest waarschijnlijk is het zo geweest dat er ook iemand was en die had ook
45:49veel geld of heel kostbare bezittingen.
45:52En die vreesde mogelijk voor een oorlog.
45:56En toen heeft hij gedacht, weet je, als ik dan...
45:59Zo'n put in mijn huis graaf.
46:01Dan is het gevaar nog steeds heel groot.
46:04Dat wanneer de vijand komt.
46:05En die gaat in mijn huis zoeken.
46:08Dat zij die schat vinden.
46:09Dus die man die besluit.
46:11Weet je wat ik doe?
46:12Op een akker zal
46:15ik het verstoppen.
46:18En hij kijkt goed om zich heen.
46:19Of hij iemand ziet.
46:23Maar niemand ziet hem gelukkig.
46:25Hij graaft daar een put en hij weet zelf van nou ik heb op die plaats daar heb ik die schat verstopt.
46:30Hij zorgt dat hij het zelf natuurlijk precies weet.
46:34En dan ligt daar een schat in die akker door die man verstopt.
46:38En over heel de wereld is er maar één man die dat weet en dat is die man zelf.
46:47Maar die man die is gestorven.
46:54En het lichaam van die man is begraven.
46:59En niets van zijn schat heeft
47:03hij kunnen meenemen.
47:07Zoals we allemaal niets.
47:10Meekunnen nemen.
47:13Als het einde van ons leven daar is.
47:18We kunnen nog zoveel schatten verzamelen hier op aarde.
47:25Misschien er goed voor gezorgd.
47:28Goed verborgen.
47:30De bankrekening in ons huis.
47:35Maar we kunnen het niet meenemen.
47:39Daarom zegt de Heer Jezus dat.
47:41Vergadert u geen schatten op de aarde.
47:45Maar vergadert u schatten in de hemel.
47:49Waar nog mot nog roest verderft.
47:53En waar de dieven niet door graven en stelen.
47:56Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
47:59En die man, die heeft niet alleen die schat daar, die daar nu ligt in de grond, die heeft hij niet kunnen meenemen.
48:07Maar die heeft het ook niemand verteld.
48:11En nu ligt er dus zomaar ergens in een akker een schat in de grond.
48:21Deze betekenis, die vertelt de Heer Jezus natuurlijk met een doel.
48:24Wat bedoelt hij met de verschillende...
48:29Elementen die genoemd worden.
48:30Wie of wat is die schat nu?
48:33Wat betekent het dat die verborgen is?
48:38Wie wordt er eigenlijk bedoeld met die mens die gaat zoeken?
48:42Of die die schat vindt?
48:45Wat wil het zeggen dat die man bereid is om alles te verkopen?
48:49Om vervolgens die schat te kunnen kopen?
48:55Het is al even geleden dat ik
48:59gepreekt heb uit de gelijkenissen uit Matthäus 13.
49:03Maar ik heb toen ook gezegd.
49:05Dat we deze gelijkenissen niet zo moeten lezen, deze woorden.
49:10Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat.
49:16Maar dat we die woorden, zo werden die toen begrepen.
49:20Zo gaat het er in het koninkrijk der hemelen aan toe.
49:25Of dit is kenmerkend voor het koninkrijk van God.
49:31Die schat, daar
49:34zijn de uitleggers het wel over eens.
49:38Dat is tegen Jezus Christus.
49:41Of, zoals sommige anderen het zeggen, zoals de kanttekenaaren, die zeggen deze gelijkenis wijst op de uitnemende waardigheid van de leer en de beloften van het evangelie.
49:56Waar die beloften alle haar vervulling vinden in Jezus Christus, mogen we die twee wel in elkaars verlengde zien.
50:08Maar misschien vraagt iemand zich wel af, waarom wordt er dan bijgezet dat die schat tegen
50:16Jezus, dat hij verborgen is?
50:22Nou jongens en meisjes, moet je het maar voorstellen.
50:27Als je op de fiets zit en
50:32je ziet zo ergens een akker.
50:38Dan zie je in die akker zelf eigenlijk niks bijzonders.
50:41Misschien is er een boer aan het werk.
50:47Maar dat is het dan ook.
50:49Ook al zouden er een heleboel schatten verborgen liggen in die akker.
50:53Als je er zo van een afstandje naar kijkt, dan zie je het niet.
51:01Zo is het ook bij
51:06de beloften in Gods woord.
51:11Heel veel mensen komen
51:15onder het woord.
51:17Ze
51:19horen het woord.
51:20En
51:24eigenlijk zien
51:27ze ten diepste niks.
51:30Ze
51:33zouden om verschillende redenen het echt niet willen nalaten om de kerkdienst bij te wonen.
51:39Maar ten diepste zijn hun ogen nooit open gegaan voor die schat.
51:45En zit er iemand, misschien wel een jongen of een meisje, die denkt misschien wel ja, in
51:51de kerk je moet ook zo lang stilzitten.
51:59En een jongere die zegt misschien wel het dienen van de heren, ja, dat
52:05is toch saai.
52:12Een ander zegt weer, ja, het zijn allemaal regeltjes, dit mag wel, dit mag niet.
52:17Niet alleen jongeren denken dat, maar ook ouderen.
52:20Ze gaan trouw naar de kerk, maar het is in de coronatijd wel gebleken.
52:25Dat velen, en ze zeiden dat dan ook,
52:29het bleek uiteindelijk toch maar gewoonte te zijn.
52:34We kunnen prima leven zonder naar de kerk te gaan en ze bleven thuis.
52:42Een land met
52:45daarin een schat verborgen die vreselijk veel waard is.
52:50Maar niet gezien en niet op waarde geschat.
52:55Heel wat mensen kunnen langs dat land lopen.
52:58Ze kunnen zelfs op dat land lopen.
53:04Maar ze zien die schat niet.
53:08Ja, zegt er iemand, maar is het dan eigenlijk niet willekeur?
53:12Of een kwestie van geluk?
53:16Dat je toch die schat vindt.
53:22Als het gaat over het zoeken van de heren, dan is
53:27het dan maar geluk.
53:30Nee, dat
53:33kun je op grond van Gods woord niet zeggen.
53:36Als de Heer heel duidelijk zegt die mij zoeken, die zullen mij vinden.
53:41En spreuken 2 vers 4 en 5 staat er.
53:45Zo gij haar zoekt als zilver en naspeurt als verborgen schatten.
53:52Dan zult gij de vrezen des Heren verstaan en zult de kennis van God vinden.
53:59Hoewel die schat verborgen is.
54:01Is hij dus wel in die akker.
54:05Waar het gaat over de geestelijke betekenis van deze gelijkenis.
54:11Wanneer het gaat over het verborgenen van deze schat.
54:14De verborgenheden van het koninkrijk der hemelen.
54:19Daar sprak de heer Jezus eerder in dit hoofdstuk over.
54:22Leest u het thuis nog maar eens na.
54:25Dan zijn wij blind.
54:27Van nature allemaal zoals wij hier zijn.
54:31We zijn blind voor onze verlorenheid.
54:35En we zijn blind voor
54:39die schat.
54:40Voor datgene wat werkelijk waarde heeft.
54:46Verborgen.
54:48Zo lag die schat daar.
54:51We zullen nu letten in onze tweede gedachte.
54:53De grootste schat gevonden.
54:59Op die akker is een man aan het werk.
55:05Zeer waarschijnlijk een dagloner.
55:08Iemand die werd ingehuurd om daar op het land te ploegen.
55:15Die man die doet gewoon zijn werk.
55:20En plotseling, terwijl hij aan het ploegen is, stuit hij ineens op iets hards.
55:27En hij schrikt.
55:29En hij besluit met zijn hand te kijken waar hij op gestuit is.
55:37En hij kan zijn ogen niet geloven.
55:41Hij vindt daar een talent goud.
55:45Talent goud dat vertegenwoordigde de waarde.
55:50Die man moest daar twintig jaar voor werken.
55:54Zoveel goud vindt die man daar in één keer in de grond.
55:59Hij vindt een schat terwijl hij daar niet eens naar op zoek is.
56:02De
56:05gelijkenis die hierna volgt over
56:09die koopman die schone parelen zoekt.
56:13Daarvan is heel duidelijk dat hij op zoek is naar parelen.
56:16Deze man zoekt niet, maar hij vindt.
56:23Dat laat ons iets zien van de verscheidenheid waardoor
56:31de Heer werkt.
56:33Deze man
56:37vindt die schat terwijl hij daar niet eens naar op zoek was.
56:41Die koopman die schone parels zocht, die zocht parelen.
56:48Zo kan het zomaar zijn.
56:52Dat er iemand is die de kerk
56:54binnenkomt lopen.
56:58Of die naar
57:01de kerk is gekomen vandaag.
57:05Misschien wel op vakantie.
57:08Je neemt je plaats in de kerk en uit
57:14gewoonte.
57:16En plotseling slaat het woord naar binnen.
57:22En het woord komt in het hart.
57:26En het woord verbreekt het hart.
57:29En die schat die wordt ontdekt waar
57:33je nooit eerder iets in hebt gezien.
57:36Kan ook zo zijn voor hen die wel al heel hun leven in de kerk zitten.
57:42En goed beschouwd toch ten diepste nooit iets zagen van de heerlijkheid van die schat.
57:48Maar nu wordt het anders.
57:54Een jongere of ook wel een oudere die raakt teleurgesteld in het leven.
58:03De drukte, de eisen die in de maatschappij aan je worden gesteld.
58:10Het kost je zoveel energie en moeite om aan de verwachtingen te voldoen die aan je gesteld worden.
58:21Een ander die dacht sterk genoeg te zijn om de verleidingen van de duivel te weerstaan.
58:25Dat hij die zonde eindelijk eronder
58:29had.
58:34Maar je komt erachter, het lukt me niet.
58:36En je valt opnieuw.
58:38Je zit vast in die zonde.
58:40En het lukt je niet om er zelf van los te komen.
58:45Je zit in de kerk en je voelt je zo schuldig.
58:49En zo machteloos en krachteloos.
58:52En dan mag dat heerlijke evangelie klinken.
58:55Die lieflijke woorden van de Heer Jezus.
58:57Die dan zegt.
58:58Kom tot mij.
59:01Allen die vermoeid en belast zijn.
59:04En ik zal u rust geven.
59:09Leert van mij.
59:10Dat ik zachtmoedig ben.
59:13En nederig van hart.
59:17Gij zult rust vinden voor uw zielen.
59:20En je beseft.
59:22Wat er is buiten mij.
59:25De heer Jezus Christus is die ware rust te vinden.
59:30En die schat.
59:32Dan gaan je ogen voor open voor dat heerlijke evangelie.
59:37En alles kan je gestolen worden te weten.
59:40Wat dan ook.
59:44Maar dat is mij meer waard.
59:46Dan het fijnste goud op aard.
59:49En je gaat meer en meer van die schat ga je zien.
59:55De heer is zo liefdevol nodig.
59:57Ook wendt u naar mij toe.
59:58Alle gij einden der aarde.
1:00:01Hoe vuil.
1:00:03En hoeveel je ook gezondigd hebt.
1:00:06En hoelang bent u naar mij toe.
1:00:10Word behouden.
1:00:13Alle gij einden der aarde.
1:00:16Ook in Oudorp.
1:00:20En je denkt bij jezelf, maar dat kan toch nog niet voor mij zijn.
1:00:25De Heer zegt, wie tot mij komt.
1:00:29Die zal ik geen zins uitwerpen.
1:00:37Kom dan.
1:00:39Al waren je zonden als gerlaken.
1:00:41Ze zullen wit worden als sneeuw.
1:00:44Waar ze rood als karmo zijn, ze zullen worden als witte wol.
1:00:50Dat Heer Jezus Christus het brood is levens.
1:00:54Het
1:00:57zij wie tot mij komt zal geen zins hongeren.
1:00:59En die aan mij gelooft zal nimmer meer dorsten.
1:01:05En je ogen gaan open voor die schat.
1:01:08En je ontdekt dat het waar is wat Paulus zegt.
1:01:11Dat alle schatten van de wijsheid en de kerst in hem verborgen zijn.
1:01:17Dat in hem nu alles te vinden is.
1:01:21De zaligheid.
1:01:23Vergeving van je zonden.
1:01:25Vrede met God en het eeuwige leven.
1:01:28En je ziel vindt daarin rust.
1:01:31In die heerlijke belofte van het evangelie.
1:01:34Dat
1:01:38God geen nette mensen roept.
1:01:39Dat God geen opgeknapte mensen zalig maakt.
1:01:45Maar zo'n daarin.
1:01:47En
1:01:51die schat wordt je alles.
1:01:53Omdat je beseft het is waar.
1:01:55Wat ik als jongen of meisje leerde zingen.
1:01:59Dat de heren.
1:02:01Als ik zing opent uwe mond eist van mij vrijmoedig op mijn trouw verbond.
1:02:05Al wat u ontbreekt
1:02:07schenk ik zo geitsmeekt.
1:02:09Mild en overvloedig dat er bij hem een overvloed is.
1:02:13Van genade.
1:02:19En als u die schat hebt.
1:02:21Dan heb je alles.
1:02:26Ook in dit leven.
1:02:29Want in die schat heeft de Heer Jezus zelf gezegd.
1:02:32Maar ik zal u niet begeven en ik zal u niet verlaten.
1:02:37Is het leven nou makkelijk?
1:02:41Nee.
1:02:44De Heer kan ons op heel moeilijke wegen brengen.
1:02:49Maar hieraan vast te houden.
1:02:52Ik zal u niet begeven.
1:02:53Ik zal u niet verlaten.
1:02:56Heeft de Heer het niet zelf beloofd?
1:02:57Dat is ook die schat, gemeente.
1:02:59Die ook zijn eigen zoon niet gespaard heeft.
1:03:02Zal hij ons ook met hem niet alle dingen schenken?
1:03:09Gij zeilt mij leiden door uw raad.
1:03:11En daarna opnemen en heerlijkheid.
1:03:14Gemeente, wat een schat.
1:03:18De Heer Jezus Christus.
1:03:20Wat een wonder.
1:03:22Als de heilige geest daar je ogen nu voor opent.
1:03:27Als je die schat op waarde gaat schatten.
1:03:32En als je iets van die schat ziet.
1:03:36Dan zal je geen rust hebben voordat je hem gevonden hebt.
1:03:40En dan zou je iedereen er wel bij willen trekken.
1:03:42Ja hier moet die man het geheim houden.
1:03:44Dat is voor de gelijkenis.
1:03:46Maar als je zelf iets van die heerlijkheid van Christus gaat zien.
1:03:49Dan zeg je tegen je vader en je moeder.
1:03:51En tegen je kinderen moet je luisteren.
1:03:54Moet je luisteren.
1:03:56Ik heb hem gevonden.
1:03:58Mijn Heer aan mijn heiland.
1:04:00En hij wil het ook voor jou zijn.
1:04:04Die man, hij vindt die schat en hij ziet de waarde daarvan.
1:04:14Weet u gemeente wat zo erg is?
1:04:16Dat
1:04:21zondag aan zondag die
1:04:24schat op
1:04:27zoveel plaatsen.
1:04:28Ook
1:04:30in het midden van de gemeente van Oudorp.
1:04:33Wordt uitgeschilderd.
1:04:36Wordt voorgesteld.
1:04:39Wordt aangeprezen.
1:04:42Dat er hier in dit woord een schat te vinden is.
1:04:52Zondag aan zondag.
1:04:54Mag u het zei het met andere woordingen horen.
1:04:56Hoe alle gij dorstigen komt tot de wateren.
1:04:59En gij die geen geld hebt komt koopt en eet.
1:05:02Ja komt koopt zonder geld.
1:05:05Wijn en melk.
1:05:07Waarom weegt gij lieder geld uit.
1:05:09Voor het geen niet verzadigen kan.
1:05:13En toch zijn er zoveel mensen.
1:05:20In de kerk van morgen.
1:05:27Die met de jongste zoon.
1:05:29Uit Lukas 15.
1:05:34Liever.
1:05:37Hun buik vullen met de draf van de varkens.
1:05:42In de zonde.
1:05:47Of die zoals die oudste zo.
1:05:49Het
1:05:53heel goed hebben.
1:05:54In hun eigen gerechtigheid.
1:05:59Die liever doorleven in hun armoede.
1:06:06Ze kunnen rijk zijn.
1:06:09Maar ze kiezen de armoede.
1:06:11De dood.
1:06:13Boven het leven.
1:06:18Er zullen er ook zijn.
1:06:21Die iets gezien hebben van de waarde van die schat.
1:06:25Er zijn momenten dat ze beseften die schat nodig te hebben.
1:06:32Wanneer ze geconfronteerd werden met het overlijden van hun geliefde.
1:06:39Wanneer je ontdekt dat het leven hier op aarde zoveel bedrog en moeite meebrengt en leegheid.
1:06:47Het
1:06:49kan een besef zijn van onze zonde en schuld.
1:06:53In een moment kan het ons bezighouden.
1:06:56De
1:06:59pijn en de moeite van het leven kunnen ons doen uitzien.
1:07:05Naar die plaats waar geen pijn en verdriet meer is.
1:07:08Er
1:07:14kan een zekere jaloersheid zijn op Gods kinderen.
1:07:18Die die schat hebben gevonden.
1:07:23Maar als die schat op een rechtmatige wijze verkregen moet worden.
1:07:29En in overzicht gemaakt wordt van de kosten die daarmee samenhangen.
1:07:36Dan is die prijs te hoog.
1:07:41Die schat.
1:07:44Vol van evangeliebeloften.
1:07:48Die schat tegen Jezus Christus.
1:07:51Een
1:07:58bron die nooit raakt uitgeput.
1:08:01En een fontein die nooit opdroogt.
1:08:03Maar om die schat in bezit te krijgen.
1:08:06Moet er een prijs betaald worden.
1:08:10Er zijn ook mensen die zien.
1:08:14Die schat.
1:08:17Ze zien iets van de waarde van die schat.
1:08:19Ze zien wel iets van heerlijkheid in de heer Jezus Christus.
1:08:25Ze stuiten erop.
1:08:29Ze kunnen in de kerk tot tranen toegeroerd worden.
1:08:33Als de heerlijke beloften van het evangelie worden verkondigd.
1:08:37Ze kunnen anderen vertellen.
1:08:42Over wat een rijkdom het is als je die schat hebt.
1:08:48Maar ze vinden toch steeds weer redenen voor zichzelf om die schat op afstand te houden.
1:08:55Soms heel vroom.
1:08:58En ze zeggen, maar het moet je toch gegeven worden.
1:09:05Geliefde gemeente, deze man die vindt die schat.
1:09:09En hij moet die schat hebben.
1:09:12Het
1:09:17kan niet anders.
1:09:19Deze schat gezien te hebben.
1:09:21Zoveel heerlijkheid in de Heer Jezus Christus gezien te hebben.
1:09:25Maar dan moet hij de mijne worden en ik de zijne.
1:09:29Het kan niet anders.
1:09:34Daarom gaat die man naar huis.
1:09:37Als
1:09:38onze derde gedachte de grootste schat gekocht.
1:09:45We weten dat stelen niet mag.
1:09:47En
1:09:52omdat het natuurlijk vaker voorkwam dat mensen zoals
1:09:58dat beschreven hadden.
1:10:00Die man die schat had verstopt in de akker zelf overleden.
1:10:04Dan gebeurde het vaker dat er schatten gevonden werden in akkers.
1:10:08In
1:10:11die tijd gold de regel dat de schat dan voor de vinder was.
1:10:19Maar misschien had deze dagloner wel gedacht, ja maar, als het nu zo zou zijn dat die landeigenaar zelf die schat heeft verstopt, dan is het natuurlijk anders.
1:10:30En die man die wil die akker daarom kopen.
1:10:34Daarmee is die ook anders dan veel anderen.
1:10:39Laten we dat land nog
1:10:42eens voor ons nemen.
1:10:43Die man die was aan het werk, die schat gestuurd.
1:10:54En nu zegt er iemand, ja maar we worden toch niet zalig door onze werken?
1:11:00Nee, dat is waar.
1:11:04Dat is ook niet wat deze tekst bedoelt.
1:11:09Ik herinner me dat ik lang geleden een preek luisterde van een predikant over de parel van grote waarde.
1:11:16En dat hij toen zei met het beeld van deze gelijkenis en die van de parel van grote waarde.
1:11:22Hij zei van nature zijn wij werkman of
1:11:28we zijn koopman.
1:11:35Van nature willen we alles eraan doen om door onze werken zalig te worden.
1:11:40Of betalen.
1:11:42Om die schat in bezit te mogen krijgen.
1:11:46Hij zei dat ook zelf.
1:11:48Om op te merken dat deze gelijkenis uiteraard niet dat doel voor ogen heeft.
1:11:54Maar wat wordt er dan wel bedoeld?
1:11:56Met dat kopen.
1:11:59Als er niet bedoeld wordt dat het onze
1:12:03inspanningen zijn die die schat in bezit krijgen.
1:12:09Ik zei aan het begin.
1:12:10Dat deze gelijkenis wordt uitgesproken.
1:12:14Voor Jezus discipelen.
1:12:19Wie waren dat?
1:12:23Er waren Petrus en Andreas, twee
1:12:28broers die Jezus hadden ontmoet toen ze aan het vissen waren.
1:12:35En Jezus zei tot hen, volg mij na en
1:12:41ik zal uw vissers der mensen maken.
1:12:45Zij dan terstond de netten verlaten, hebbende zijn hem nagevolgd.
1:12:53Dat was ook
1:12:54Matthäus, de tollenaar.
1:12:58Jezus was langs zijn tolhuis gelopen en had hem gezegd, volg mij.
1:13:04En hij opstaande volgde hem.
1:13:07Degenen die deze woorden hoorden, die hadden alles achtergelaten om Jezus te volgen.
1:13:18Later, in Matthäus 19, komt er een jongeman bij de Heer Jezus.
1:13:24Hij
1:13:27vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te hebben.
1:13:33Dan zegt de Heer Jezus dat hij de geboden moet onderhouden.
1:13:37Hij noemt de tweede tafel van de wet.
1:13:39Gij zult niet doden, geen overspel, niet stelen, niet liegen.
1:13:43Heer, je vader en je moeder.
1:13:45En dan zegt die jongen, maar dat heb ik gedaan.
1:13:52En dan zegt Jezus, ga heen.
1:13:54Verkoop alles wat je hebt.
1:13:55Geef het aan de armen.
1:13:58En kom terug.
1:13:59Volg mij.
1:14:03En dan gaat die rijke jongeling, die gaat bedroefd weg.
1:14:09Als er echt op aankomt, dan is die rijke jongeling niet bereid.
1:14:15Om afstand te doen van de dingen.
1:14:17Die maken dat hij vast zit aan deze wereld.
1:14:20Hij had die schat niet nodig.
1:14:26Misschien denkt u wel, wijken we niet wat af van onze tekst.
1:14:29Het gaat toch over die
1:14:32schat in de akker.
1:14:34Heeft dat dan te maken met het volgen van de Heer Jezus?
1:14:39Ja, dat
1:14:44is onlosmakelijk met elkaar verbonden.
1:14:49Niet door onze werken worden wij zalig.
1:14:53Niet door te kopen.
1:14:58Toen de Heer Jezus naar zijn discipline toekwam en hen riep hem te volgen.
1:15:03Hebben ze in hem het leven gevonden.
1:15:07Ze vonden in hem alles.
1:15:09Ze hebben in hem de grootste schat gevonden.
1:15:13Had Johannes de Doper hem niet aangewezen.
1:15:15Zie het lam van God.
1:15:16Dat de zonde van de wereld wegneemt.
1:15:21Daarom konden die broers hem volgen.
1:15:27Ze zijn hem meteen gevolgd.
1:15:29Gehoorzaam aan zijn woord.
1:15:31Volg mij.
1:15:34En die prijs was hoog.
1:15:37De prijs is hoog.
1:15:40Voor iedereen die de Heer Jezus wil volgen.
1:15:46De toekomst is onbekend.
1:15:49Maar niet onzeker.
1:15:51Want wat de toekomst brengen mogen mij geleid als Heer een hand.
1:15:56Moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land.
1:15:59Leer mij volgen zonder vragen.
1:16:02Vader, wat gij doet is goed.
1:16:08Bij die discipelen was er blijdschap.
1:16:10Toen ze de Heer Jezus hadden gevonden.
1:16:13Zo was het ook bij deze man.
1:16:15Blijdschap vanwege de vondst van die schat.
1:16:20De waarde van die schat gezien en bereid.
1:16:23Alles daarvoor te verkopen.
1:16:25Daarvoor achter te laten.
1:16:27Bereid.
1:16:28Om alles te verkopen.
1:16:31Om zo de rechtmatige eigenaar te worden van die schat.
1:16:35Roem wereld.
1:16:36Uw schatten.
1:16:38Gij kunt niet bevatten hoe rijk ik wel ben.
1:16:41Ik heb alles verloren.
1:16:42Maar Jezus verkoren.
1:16:44Wiens rijkdom ik ken.
1:16:50Jongens en meisjes.
1:16:54Jullie kunnen je wel een voorstelling ervan maken.
1:16:57Hoe blij die man was met die schat die hij zo onverwachts had gevonden.
1:17:04Dus vandaag voor jullie.
1:17:07En niet alleen voor jullie, maar voor ons allemaal niet de bedoeling.
1:17:10Dat we naar huis gaan en zeggen nu hoop ik dat ik straks in de vakantie ook zo'n schat vind.
1:17:16Die zoveel waard is.
1:17:18Dat ik dan van Lego kan kopen wat ik wil of een nieuwe fiets.
1:17:21Nee, dat is niet de bedoeling.
1:17:24Als dat hetgeen is wat je hebt onthouden of meeneemt uit de preek.
1:17:29Dan
1:17:30is dat niet wat we moeten meenemen.
1:17:38Deze tekst geeft ook die belofte.
1:17:42Dat wie de Heer Jezus volgt.
1:17:46Hoe hoog die prijs ook is.
1:17:49Ook al kost het je baan.
1:17:54Ook al kost het je familie.
1:18:01Wie die prijs, zegt de Heer Jezus, omwille van mij moet betalen.
1:18:06Die zal honderdvoudig ontvangen.
1:18:09En het eeuwige leven beërven.
1:18:13Dat is geen schat hier op aarde.
1:18:21Geen schat hier op aarde.
1:18:23Maar in de hemel door de Heer Jezus bewaard.
1:18:27Hij heeft een plaats bereid.
1:18:29Die schat.
1:18:30Het eeuwige leven.
1:18:33Vrede met God.
1:18:35Daar waar alle tranen van de ogen afgewisselen worden.
1:18:40Daar heeft hij die schat in bewaring.
1:18:46Geliefden voor velen is de prijs te hoog.
1:18:52Velen willen toch vasthouden aan
1:18:57deze wereld.
1:19:00Maar wie vast wil houden aan deze wereld gaat met deze wereld verloren.
1:19:10En we willen niet alles
1:19:13verkopen.
1:19:15Alles opgeven.
1:19:17Want we willen een goede naam blijven houden.
1:19:20En we willen erbij horen.
1:19:24Paulus was ook zo iemand die erbij hoorde.
1:19:30Hij behoorde tot het uitverkoren volk van God.
1:19:35Hij was besneden op de achtste dag.
1:19:37Hij deed alles wat hij volgens de wet moest doen.
1:19:42Hij vervolgde de christenen.
1:19:46Eigenlijk zei hij het was het perfecte plaatje.
1:19:52Uiterlijk voorbeeldig.
1:19:54Maar het geen mij.
1:19:58Gewin was.
1:20:00Dat heb ik om Christus wil.
1:20:02Schade.
1:20:03Geacht.
1:20:04Ja gewisselijk.
1:20:06Ik acht ook alle dingen schade te zijn.
1:20:10Om de uitnemendheid.
1:20:11Ter kennis van Christus Jezus.
1:20:14Mijn heren.
1:20:16Om wiens wil ik.
1:20:18Alle dingen.
1:20:20Schade.
1:20:21Gerekend heb.
1:20:22En acht die drek te zijn.
1:20:24Omdat ik Christus mogen gewinnen.
1:20:28Hem te kennen.
1:20:30Meer van hem te kennen.
1:20:32Is mij meer waard.
1:20:34Dan het fijnste goud.
1:20:37Op aard.
1:20:39Amen.
1:20:42Meent u we zingen op zaal 45.
1:20:45Het vijfde vers.
1:20:47O dochter hoor en zie.
1:20:49En neig uw oren.
1:20:51Verlaat.
1:20:52Vergeet.
1:20:53Wat ooit u kon bekoren.
1:20:55Uw vaders huis.
1:20:56Uw volk.
1:20:57En wat voorheen.
1:20:58Uw dierbaar en bemiddenswaardig scheen.
1:21:01Psalm 45, het vijfde vers.
1:21:04Laten
1:21:04[GEZANG]
1:24:21we nog danken en bidden.
1:24:26Heren, almachtige, barmhartige, God en Vader in de hemel.
1:24:31Wij komen opnieuw tot voor uw heilig aangezicht.
1:24:35Heren, we mochten horen over die schat.
1:24:38Voor uw lieve zoon, de Heer Jezus Christus, die u in deze wereld hebt gegeven.
1:24:44Dat uw Heer Jezus Christus wilde komen om zon daarin zalig te maken.
1:24:51Dat uw heilige geest.
1:24:54Hem deelachtig wilt maken.
1:24:57Heren dan smeken wij.
1:24:58Dat u dat zult doen.
1:25:00Zoals wij hier bij elkaar zijn.
1:25:03Jong en oud.
1:25:04En thuis mee luisteren.
1:25:06Dat we zo heerlijkheid mogen zien.
1:25:11In de heer Jezus Christus.
1:25:12Dat onze ogen voor hem geopend mogen worden.
1:25:15En ook als we het vanmorgen mochten horen.
1:25:18Heren dat we niet.
1:25:20Ons hart zullen verharden.
1:25:23En door zullen leven.
1:25:24In deze wereld.
1:25:27Opdat we niet met de wereld verloren zullen gaan.
1:25:31Maar allen volgelingen van u zouden worden.
1:25:34Heren dat is toch uw werk.
1:25:37Ons hart over te buigen.
1:25:40Ons daarvoor in te winnen.
1:25:42En heren doe dat dan toch in het midden van ons.
1:25:45Hier als gemeente.
1:25:48Vergeef het verkeer in het spreken en in het luisteren.
1:25:52Ga met ons mee in het verdere van deze dag.
1:25:55Breng ons vanavond opnieuw rondom uw woord bijeen.
1:26:00Heren gedenk ons allen.
1:26:02Wees met hen die alleen thuis zijn.
1:26:04Die alleen thuis komen voor wie dat ook eenzaamheid geeft.
1:26:10Voor wie het moeilijk is.
1:26:11Heere, gedenk hen.
1:26:13Wees met alle rouwdragenden.
1:26:15Die korter of langere tijd geleden bij het graf van hun geliefde stonden.
1:26:19Waar de plaatsen, de
1:26:22lege plaatsen zo gevoeld kunnen worden.
1:26:24En ook met het oog op een vakantie die aanstaande is.
1:26:29Heere, ontferm u.
1:26:31Gaat u met ons mee.
1:26:33Hoor ons.
1:26:35In de vergeving van al onze zonden.
1:26:37Om Jezus wil.
1:26:38Amen.
1:26:42Gemeente laten we tot slot nog zingen.
1:26:43Psalm 17 vers 7 en 8.
1:26:48Psalm 17 vers 7 en 8.
1:26:50[GEZANG]
1:31:20Gemeente bewaar het woord.
1:31:21Ga heen in vrede.
1:31:23En draag met u de zegen van de heren.
1:31:25Die we in zijn naam op u leggen.
1:31:28De heren zegenen u.
1:31:30En hij behoeden u.
1:31:31De heren doen zijn aangezicht over uw lichten.
1:31:34En zij u genadig.
1:31:36De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:31:42Amen.
1:31:43[GEZANG]