Hosea 2: 13; Gods opzoekende liefde in de woestijn

zondag 19 april 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. E. Verhelst · 100 minuten

Transcript

0:00Laten

0:00[GEZANG]

9:20we deze dienst aanvangen.

9:23Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt

9:35tot in eeuwigheid en die niet laat varen het werk zijner handen.

9:41Amen.

9:43Genade zij u en vrede van hem die is, die was en die komen zal.

9:48En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

9:51En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.

9:55De eerstgeborene uit de doden.

9:57En de overste van alle koningen der aarde.

10:01Amen.

10:04Gemeente laten we zingen psalm 92.

10:07De versen 1 en 2.

10:09Laat ons de rustdag wijden.

10:12Met psalmen tot gods eer.

10:14Het is goed o opperheren dat we ons in u verblijden.

10:18En wat verder volgt, Psalm 92, vers 1 en 2.

10:22Zullen

10:22[GEZANG]

14:35we ons ook deze morgen voor de spiegel van Gods heilige wet.

14:39En in antwoord op de wet en haar samenvatting zullen we zingen Psalm 51, het zesde vers.

14:45Verwerp mij van uw aangezicht toch niet.

14:47U laat van mij uw heilige geest niet scheiden.

14:51Die kan alleen op het rechte spoor mij leiden.

14:54En wat verder volgt, Psalm 51, vers 6.

14:57In antwoord op de wet en haar samenvatting.

15:03Toen sprak God al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb.

15:15Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

15:21Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen boven in de hemel is, nog van hetgeen onder op de aarde is, nog van hetgeen in de wateren onder de aarde

15:33is.

15:34Gij zult u voor die niet puigen, nog hen dienen.

15:38Want ik, de Heren, uw God, ben een ijveren God, die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid, dergenen die mij haten.

15:50En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben en mijn geboden onderhouden.

16:00Gij zult de naam des Heren, uw Gods, niet eidelijk gebruiken.

16:04Want de Heer zal niet ons schuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.

16:11Gedenk de Sabbatdag dat gij dien heiligt.

16:14Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.

16:18Maar de zevende dag is de Sabbat des Heeren uw schots.

16:22Dan zult gij geen werk doen.

16:24Gij nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

16:32Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.

16:37De zee en al wat daarin is.

16:39En hij rustte ten zevende dagen.

16:43Daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde dezelfde.

16:49Eerd uw vader en uw moeder.

16:52Omdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heer uw God geeft.

16:58Gij zult niet doodslaan.

17:02Gij zult niet echt breken.

17:05Gij zult niet stelen.

17:09Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

17:15Gij zult niet begeren uw naaste huis.

17:17Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

17:20Nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel.

17:25Nog iets dat uw naaste is.

17:28En een uit hen zijnde een wetgeleerde heeft gevraagd.

17:31Hem verzoekende en zeggende meester welke is het grote gebod in de wet.

17:36En Jezus zei er tot hem.

17:38Gij zult lief hebben de heren uw God.

17:41Met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.

17:46Dit is het eerste en het grote gebod.

17:49En het tweede aan dit gelijk is, gij zult u naast de liefhebben als uzelf.

17:55Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.

17:59[GEZANG]

20:35Gemeente, de schriftlezing voor deze morgen kunt u vinden in het Oude Testament.

20:41Profeet Hosea, we zullen daarvan lezen het tweede hoofdstuk.

20:47De schriftlezing voor deze morgen, Hosea 2.

20:53We lezen daar Gods heilige en onfeilbare woord als volgt.

20:58Twist tegen uw liedere moeder.

21:01Twist, omdat zij mijn vrouw niet is en ik haar man niet ben.

21:08En laat ze haar hoererijen van haar aangezicht en haar overspelerijen van tussen haar borsten wegdoen.

21:17Omdat ik haar niet naakt uitstroop en zette haar als ten dagen toen zij geboren werd.

21:24Ja, maken haar als een woestijn en zetten haar als een doorland.

21:28En doden haar door dorst.

21:31En mij haar kinderen niet ontfermen.

21:35Omdat zij kinderen der hoererijen zijn.

21:39Want hun liedermoeder hoereert.

21:42Die hen lieden ontvangen heeft, handelt schandelijk.

21:46Want zij zegt.

21:48Ik zal mijn boelen nagaan, die mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank geven.

21:59Daarom zie, ik zal uw weg met doornen betuinen.

22:04En ik zal een heiningmuur maken, dat zij haar paden niet zal vinden.

22:09En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelfde niet aantreffen.

22:14En zij zal hen zoeken, maar niet vinden.

22:18Dan zal zij zeggen, ik zal heen gaan en keer en weder tot mijn vorige man, want toen was mij beter dan nu.

22:25Zij bekent toch niet dat ik haar het koren en de most en de olie gegeven heb en haar het zilver en het goud vermenigvuldigd heb, dat ze tot de baal gebruikt hebben.

22:38Daarom zal ik wederkomen en mijn koren wegnemen op zijn tijd en mijn most op zijn gezette tijd.

22:44En ik zal wegrukken mijn wol en mijn vlas, dienende om haar naaktheid te bedekken.

22:51En nu zal ik haar dwaasheid ontdekken voor de ogen haar boelen.

22:56En niemand zal haar uit mijn hand verlossen.

23:01En ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden en haar sabbaten.

23:08Ja, al haar gezette hoogtijden.

23:11En ik zal verwoesten haar wijnstok en haar vijgenboom.

23:15Waarvan zij zegt, deze zijn mij een hoerenloon.

23:18Dat mij mijn boelen gegeven hebben.

23:22Maar ik zal ze stellen tot een woud.

23:24En het wild gedierte des velds zal ze vreten.

23:28En ik zal over haar bezoeken de dagen der baals.

23:31Waarin zij dien gerookt heeft.

23:33En zich versiert met haar voorhoofd siersel.

23:36En haar hals sieraad.

23:37En is haar boelen nagegaan.

23:41Maar heeft mijner vergeten.

23:44Spreekt de Heere.

23:46Daarom zie.

23:48Ik zal haar lokken en zal haar voeren in de woestijn.

23:52En ik zal naar haar hart spreken en

23:56ik zal haar geven.

23:58Haar wijngaarden vandaar af en het dal van Agor tot een deur der hoop.

24:04En al daar zal zij zingen als in de dagen haar het jeugd.

24:08En als ten dagen toen ze optoog uit Egypteland.

24:11En het zal geschieden te dien dagen, spreekt de Heere.

24:15Dat gij mij noemen zult mijn man.

24:19En mij niet meer noemen zult mijn baal.

24:23En ik zal de namen der baals van haar mond wegdoen.

24:26En ze zullen niet meer bij hun namen gedacht worden.

24:30En ik zal te dien dagen een verbond voor hen maken.

24:33Met het wild gedierte des velds en met het gevogelte des hemels en het kruipend gedierte des aardbodems.

24:40En ik zal de boog en het zwaard en de krijg van de aarde verbreken.

24:45En zal hen in zekerheid toen nederliggen.

24:49En ik zal u mij ondertrouwen in eeuwigheid.

24:52Ja, ik zal u mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht.

24:56En in goedertierenheid en in barmhartigheden.

25:00En ik zal u mij ondertrouwen in geloof.

25:04En gij zult de Heere kennen.

25:07En het zal te diendagen geschieden.

25:10Dat ik verhoren zal, spreekt de Heere.

25:13Ik zal de hemel verhoren.

25:15En die zal de aarde verhoren.

25:18En de aarde zal het koren verhoren.

25:20Met schaders de most en de olie.

25:22En die zullen Israël verhoren.

25:25En ik zal ze mij op de aarde zaaien.

25:28En zal mij ontfermen over Lorigama.

25:31En ik zal zeggen tot Loami.

25:33Gij zijt mijn volk.

25:35En dat zal zeggen.

25:37O mijn God.

25:39Tot zover de schriftlezing.

25:42Voor deze morgen.

25:44Zoeken we met en voor elkaar het aangezicht van de heren.

25:47In een gemeenschappelijk gebed laten we bidden voor de rouddragende familie Tanis Aleman.

25:55Die afgelopen vrijdag met graf stonden.

25:58Ook voor Leendert Meijer en Julia Borsboom die aanstaande donderdag in het huwelijk hopen te treden.

26:03Ook degenen die ziek thuis zijn en in het ziekenhuis.

26:07Zullen ook voorbeelden doen voor de kerkraadsvergadering van morgenavond.

26:11Bij leven en welzijn en voor het beroepingswerk.

26:14Laten we met elkaar bidden.

26:21Heere Almachtige, Barmhartige, God en Vader in de hemel.

26:27Wij naderen op deze zondagmorgen tot voor uw heilig aangezicht.

26:33Heere, de zon mocht opkomen.

26:36Een

26:38mooie dag mocht aanbreken.

26:41Heere, geef dat de

26:45zondergerechtigheid, de Heere Jezus Christus in ons allerhart, mag

26:51schijnen deze morgen.

26:53Door uw woord en door uw geest.

26:58Als wij hier in uw huis zijn samengekomen of thuis meeluisteren.

27:03Heren, dan doen we dat.

27:06Omdat u ons roept om op deze dag samen te komen in uw huis.

27:11Omdat u ons roept.

27:13Omdat u ons tot

27:17ons wilt spreken.

27:19U zoekt gemeenschap met mensen die

27:24niet naar u vragen.

27:26Die niet naar u zoeken.

27:28Maar u zoekt ze op.

27:30En heren, dan weet u hoe wij hier zijn gekomen.

27:36Verlangend.

27:37Om uw stem te mogen horen.

27:42Heere geef dan.

27:43Dat uw stem gehoord mag worden.

27:47Misschien ook wel uit gewoonte.

27:51Ja heere geef dan toch.

27:53Dat ons hart ingewonnen mag worden.

27:55In ons hart.

27:58Ook al is het een goede gewoonte.

28:01Maar om geen verlangen tot u is.

28:03Heere wil het anders maken deze morgen.

28:06Laat uw liefde schitteren.

28:08Voor weglopers.

28:10Voor verbondsbrekers.

28:13Zodat we dat reeds mochten lezen ook.

28:18Heer we bidden u dat u naar uw belofte zult geven.

28:20Dat uw woord met kracht zal zijn.

28:23U hebt beloofd.

28:26Dat uw woord voorspoedig zal zijn.

28:29Waartoe u het zendt.

28:30Dat het nooit ledig tot u zal wederkeren.

28:32Maar doen het geen u behaagt.

28:35Heer laat dat dan ook opgemerkt mogen worden.

28:37In ons aller hart.

28:39Het harde harten.

28:41Voor de eerste keer.

28:43Maar misschien ook wel opnieuw.

28:46Verbroken zullen worden.

28:49Dat we onszelf zullen zien wie wij zijn tegenover u de heilige God.

28:54Maar ook wie u bent.

28:56In uw geduld.

28:58In uw genade.

29:00In het zenden van uw zoon de heer Jezus Christus in deze wereld.

29:07Heren dan bidden we.

29:08Dat u het geheel van deze gemeente zult gedenken.

29:12Met alle zorgen die er zijn.

29:15We bidden voor hen die ziek thuis zijn.

29:17Die wel graag naar uw huis zouden willen komen.

29:20Of in het ziekenhuis verblijven.

29:23Maar niet kunnen opkomen.

29:25Misschien al heel lange tijd niet meer.

29:28Onthoud ook uw zegen thuis niet.

29:33Dat uw woord ook daar met kracht zijn.

29:35En betoon dat u niet aan tijd of aan plaats gebonden bent.

29:41Heren, we bidden voor de rouddragenden.

29:43Bijzonder dragen we ook de familie Tanis Aleman aan u op.

29:48Ze afgelopen vrijdag rondom het open graf hebben gestaan.

29:54Heren, heilig de roepstem.

29:58Die vanuit het overlijden tot die familie gekomen is.

30:03Wij allen zullen eens ook de gang naar het graf maken.

30:10Eens zal voor ons de kerkklok luiden.

30:13Geef dat we dan bereid zullen zijn.

30:18Heren we bidden voor Leendert Meijer en Julia Bosboom.

30:21Als zij aanstaande donderdag in het huwelijk hopen te treden.

30:26Wees met hen in de dagen waarop

30:29ze zich voorbereiden.

30:30En daarop

30:32geeft u dat ze voor elkaar.

30:35Tot een rijke zegen mogen zijn.

30:38Om samen ook u de Heere God te dienen in hun huwelijk.

30:45Sterkt u hen samen.

30:47Dat ze voor elkaar tot een zegen mogen zijn.

30:51Maar ook voor anderen.

30:55Heren we bidden u dat ze een rijk gezegende dienst mogen hebben.

30:59Donderdag.

31:01Dat uw woord mag open gaan.

31:05Met hem mee zal gaan heel hun leven lang.

31:07Heel hun huwelijksleven.

31:10Dat ze samen zullen verlangen in uw wegen te gaan.

31:17Heren, we dragen de kerkenraad aan u op.

31:20Als er morgenavond een kerkenraadsvergadering op de agenda staat.

31:26Geeft u toch wijsheid.

31:29Geeft u toch door uw heilige geest geleid.

31:32Dat de

31:35beslissingen genomen mogen worden.

31:37En biddend op zich tot u.

31:39En leidt u dan de gedachten, de overwegingen die er mogen zijn.

31:43Want het is toch uw gemeente.

31:46Geef in de kerkraad dat besef ook steeds weer opnieuw.

31:50Dat u de overste hedder en leraar bent van de schapen.

31:55En dat daarom die afhankelijkheid gevoeld mag worden.

32:01Heren, zo bidden we.

32:02Ook dat u zult geven als het

32:07gaat over het beroepingswerk.

32:10Dat er weer een nieuwe hedder en leraar aan de gemeente verbonden zou mogen worden.

32:17Die de gemeente verlangt te wijden in de grazige wijden van uw woord.

32:23Heren, helpt u daarmee de kerkenraad ook in de overweging.

32:26En als daar morgen mogelijk ook over gesproken wordt.

32:32Heren, doet u wonderen.

32:34Gedenkt u zo toch het geheel van deze gemeente.

32:37Bouw uw koninkrijk door uw woord en door uw geest.

32:41We bidden ook voor de beleidingscategorisanten.

32:44Die zich voorbereiden op het doen van beleidenis van het geloof.

32:48In het midden van de gemeente en voor uw aangezicht.

32:53Heren, u kent al hun gedachten en overwegingen.

32:57We bidden u heren dat u zult geven dat ze verlangen uw naam te beleiden.

33:03Hun ogen omhoog te heffen.

33:05Van u alle hulp te verwachten.

33:07Om dat ook in afhankelijkheid van u te kunnen doen.

33:13Heren versterk het verlangen.

33:15Versterk het geloof.

33:18Heren zo bidden we.

33:20Dat u deze wereld zult gedenken met alle noden en zorgen die daar zijn.

33:26Bijzonder dragen we uw volk Israël aan u op.

33:30Heren we bidden u.

33:32Dat u zult geven te midden van al het oorlogsgeweld.

33:36Dat niet alle aandacht zal uitgaan naar de oorlog.

33:40En de onrust die dat met zich meebrengt.

33:43De strategische overwegingen.

33:47Heren bewaar uw volk.

33:50Maar geef bovenal dat naar uw belofte hun ogen geopend zullen worden.

33:56Voor de Messias der schriften.

33:59Die reeds gekomen is.

34:02Heren werk dan toch naar uw belofte krachtig onder uw volk.

34:07Heren, we bidden dat u deze dienst zult geven.

34:11Dat alles met orde en stichting zal verlopen.

34:14Help de kosters, organisten.

34:18Heren, gedenkt u allen die een taak hebben.

34:21Ook de notabelen, de kerkvoogden.

34:25Wees met hen die niet met ons kunnen opkomen.

34:31Mogelijk omdat ze werkzaam zijn in de zorg.

34:34Deze dienst mogelijk op een later moment zullen beluisteren.

34:38Heer, onthoud ook dan uw zegen niet.

34:40En geef dat ze nu tot een zegen mogen zijn.

34:44Ontferm u over ons allen.

34:47Laat uw woord met kracht zijn.

34:51Tot eer en verheerlijking van uw naam.

34:54Tot uitbreiding van uw koninkrijk.

34:57We bidden het u niet omdat er enige verdienste in ons is.

35:03Maar u hebt toch zelf beloofd.

35:05Dat wanneer zijn ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben.

35:09Hij zaat.

35:11Zal zien.

35:12Heren laat dat dan ook deze morgen zo zijn.

35:15Hoor ons.

35:16Om Jezus wil.

35:19Amen.

35:19[GEZANG]

35:46Leendert Jan Meijer, De Gracht 11 en Jannetje Cornelia Bosboom uit Tolen plaatsvinden.

35:53Deze dienst zal dominee D.

35:55Heemskerk voorgaan.

35:57De dienst vangt aan om half drie.

36:00Kerkelijke huwelijksbevestiging is aangevraagd door Paulus Jacob Johan Grinwis, Vrijheidsweg 4 en Adriana Lydia Cornelia Anneko

36:13Scheurwater uit Nieuw-Lekkerland.

36:16Op woensdag 17 juni 2026.

36:20Eventuele bezwaren tegen de kerkelijke bevestiging kunnen tot uiterlijke woensdag 22 april ingediend worden bij de scriba van de kerkenraad.

36:29Voor

36:30deze voornemens geldt, zo de Heere wil, en wij het mogen beleven.

36:34De collecten.

36:36Eerst de collecten voor het landelijk evangelisatiewerk.

36:39Tweede collecten voor de kerkvoogdij.

36:41En de derde voor de aflossing van de kerk.

36:44We bevelen deze collecten van harte in uw medadigheid aan.

36:48Tot zover de afkondigingen.

36:51Laten we zingen op zaal 77,

36:54vers 6, 7 en 8.

36:58Zou God zijn genade vergeten nooit meer van ontferming weten?

37:02Heeft hij zijn barmhartigheden door zijn gramschap afgesneden?

37:07Ik zei daarna, dit krenkt mij het leven.

37:10Maar God zal verandering geven, de Allerhoogste maakt het goed.

37:14Na het zuren geeft hij het zoet en wat verder volgt.

37:18Psalm 77 vers 6, 7 en 8.

37:23We

37:23[GEZANG]

46:23staan deze morgen stil bij

46:27een onbegrijpelijke tekst.

46:31De tekst voor de verkondiging van vanmorgen kunt u vinden in Hosea 2 vers 13.

46:38We

46:40lezen daar, daarom ziet, ik zal haar lokken.

46:44En zal haar voeren in de woestijn.

46:47En ik zal naar haar hart spreken.

46:52Als thema heb ik boven de preek geschreven.

46:55Gods opzoekende liefde in de woestijn.

47:01Ik zei een onbegrijpelijke tekst.

47:07En misschien denkt er wel een jongen of een meisje die denkt.

47:10Ja dominee ik vind het soms sowieso wel moeilijk in de kerk.

47:14Om te begrijpen waar het over gaat.

47:19Soms kan dat.

47:20Zijn door de woorden.

47:23Die in een tekst naar voren komen.

47:25Zoals dat in onze tekst.

47:26Zou ik me zomaar kunnen voorstellen.

47:27In het gedeelte dat we gelezen hebben.

47:29Dat er een aantal woorden naar voren kwamen.

47:32Die jullie niet gelijk begrepen.

47:37En ook is het zo.

47:38Dat in onze tekst.

47:39Daar kwam ik achter toen ik categorisatie gaf.

47:42Ook wel een woord is.

47:43Wat zeker door jongeren niet begrepen wordt.

47:46Zoals het begrepen zou moeten worden.

47:49Want als er staat daarom ziet.

47:51Ik zal haar lokken.

47:54En zal haar voeren in de woestijn.

47:57En ik vroeg aan kattegezanten wat dat dan betekende.

48:01Voeren in de woestijn.

48:06Dan kwam er niemand op het idee dat dat iets anders kon betekenen dan eten geven.

48:12En toch wordt dat er niet mee bedoeld.

48:15Als er staat ik zal haar lokken en ik zal haar voeren in de woestijn.

48:19Dan wordt daarmee bedoeld dat de Heer zegt ik zal ze daar brengen.

48:23Ik zal ze leiden naar de woestijn.

48:29Het moeilijk is om een tekst te begrijpen.

48:33Soms ook geschiedenis.

48:38Misschien hebben jullie jongens en meisjes nog wel niet zo vaak van de profeet Hosea gehoord.

48:44Maar als je dat vanaf hoofdstuk 1 zou lezen.

48:48Dan is dat toch wel moeilijk te begrijpen.

48:53Die profeet Hosea.

48:55Die krijgt de opdracht van de Heere God.

48:58Om met een vrouw te trouwen.

49:00Waarvan hij al van tevoren weet dat die vrouw niet.

49:05Alleen bij hem zal slapen.

49:07Maar heel wat keren bij andere mannen zal slapen.

49:12En dat is natuurlijk niet de bedoeling.

49:15Als een man en een vrouw getrouwd zijn.

49:17Dan is het de bedoeling dat die vrouw bij haar man slaapt.

49:22En niet bij een andere man.

49:25En toch krijgt Hosea die opdracht om te trouwen met Gomer.

49:30Zo heet die vrouw.

49:32Hij krijgt de opdracht om met die vrouw te trouwen.

49:36Omdat hij.

49:38Als profeet ook in zijn leven zou uitbeelden hoe Israël met haar God de Heren omgaat.

49:47En

49:53toch is dat niet hetgeen onbegrijpelijk is.

49:57Let maar goed op.

49:59Wat was het probleem nu in die tijd?

50:05Het volk Israël, je zou kunnen zeggen, die waren in een verbond, die waren getrouwd met de Heren God.

50:13God als de man en Israël als de vrouw.

50:18God had het volk Israël verlost uit Egypte.

50:21En hij had bij de Sinaï zijn wet gegeven.

50:23Als een teken van het verbond.

50:27Maar hier wanneer Hosea profiteert.

50:32Dan denkt Israël niet meer aan God.

50:36We zijn de heren vergeten.

50:41Zoals het ook bij die vrouw zo was.

50:44Eerst samen getrouwd.

50:46Eerst nog elkaar trouw beloofd.

50:52Ook bij Hosea staat het opvallend genoeg.

50:55Als u kijkt in hoofdstuk 1.

50:57Dan ziet u in vers 3

51:01staan.

51:03Zo ging hij heen en nam Gomer, een dochter van Diblaim.

51:07En zij ontving en baarde hem een zoon.

51:11Dat

51:13is het eerste kind dat geboren werd uit dat huwelijk.

51:17Daar staat, zij baarde hem een zoon.

51:21En dan lezen we verder en dan lezen we in vers 6.

51:24En zij ontving wederom en baarde een dochter.

51:31En in vers 8.

51:33Als ze nu lorigama gespeend had ontving zij en baarde een zoon.

51:38Bij de eerste van die kinderen staat er nog bij.

51:41Ze baarde hem.

51:44Bij die tweede en die derde niet meer.

51:46Die kinderen uit overspel voortgekomen.

51:51Gekregen bij een andere man.

51:54En zo is het nu ook bij Israël.

51:56Ze leven niet meer met God.

51:58En ze denken niet meer aan God.

52:00En toch is daar dat verbond.

52:08Israël is de heren vergeten.

52:10Een tijd van enorme welvaart en rijkdom.

52:14Ze hadden het goed, het volk Israël.

52:16En ze zeiden, ja maar we offeren toch en we bidden toch tot Baal.

52:19Dan is Baal toch degene die ons dat allemaal geeft.

52:27Als we die nu offeren en hij zorgt voor die welvaart.

52:30Nou, nu

52:33God en

52:36Israël.

52:38Dat alleen de man een

52:42scheidbrief mocht geven.

52:47We voelen wel met elkaar aan.

52:50Dat dit huwelijk onder een enorme spanning staat.

52:55En dat niet vanwege wat die man

52:59verkeerd heeft gedaan.

53:01Maar wat die vrouw verkeerd heeft gedaan.

53:07In de voorbereiding moest ik denken aan het gesprek dat ik een keer had.

53:11Bij geval ergens op straat.

53:16Ik had mijn zwarte pak aan en mogelijk gaf dat aanleiding voor iemand om mij aan te spreken.

53:24Die man die deelde met mij de

53:28vreselijke dingen.

53:29Werkelijk vreselijk.

53:31die hij in zijn jeugd had meegemaakt.

53:36Maar hij vertelde ook over het huwelijk van zijn vader en moeder.

53:42Zijn vader was er vandoor gegaan...

53:44en

53:48zijn moeder met kleine kinderen achtergelaten.

53:52Dit was mede de oorzaak geweest van alle vreselijke dingen...

53:56die hem daarna te beurt waren gevallen.

54:01Vreselijk wat het was.

54:04En hij zei, ik heb me vanaf dat moment volgenomen...

54:07mocht ik ooit zelf trouwen.

54:09Nooit, maar dan ook nooit.

54:13Zal ik mijn vrouw achterlaten.

54:18Hij is getrouwd.

54:23En na verloop van tijd.

54:26Als de vrouw s'avonds de hond gaat uitlaten.

54:32Is ze de ene keer eens een kwartier langer weg.

54:35Dan je zou verwachten.

54:39Daarna drie kwartier.

54:42En daarna nog langer.

54:46En met de andere signalen die daarbij waren.

54:50Wist hij.

54:52Het is niet goed.

54:56Hij zei ik had mezelf volgenomen.

54:58Nooit, nooit, nooit.

55:00Zal ik doen wat mijn vader heeft gedaan?

55:03Nooit zal ik mijn vrouw achterlaten.

55:06Hoewel hij wist dat zij ontrouw was.

55:11Dat duurde totdat

55:14zij hem zelf verliet.

55:19Toen ik hem sprak was

55:22dat inmiddels twintig jaar geleden.

55:26En hij zei toen.

55:29Weet je, achteraf kan

55:33ik haar ook wel begrijpen.

55:36Ik was er nooit.

55:38Bij

55:40kerst ging ik werken.

55:45Verjaardagen van de kinderen.

55:47Ik ging werken.

55:49Tijd voor haar had ik niet.

55:54Hij zei, ik kan begrijpen dat

55:59ze een andere man heeft gezocht.

56:04Maar nu terug naar Israël.

56:07Had Israël ook reden om

56:13een andere man te zoeken?

56:18Nee, echt

56:21niet.

56:22Ze dachten wel dat ze alles zelf konden.

56:26En ze dachten wel dat het de baal was die het hen gaf, die welvaart.

56:30Maar het kwam allemaal alleen maar van de heren.

56:35Het was de Heere alleen die gaf dat ze in vrede en in welvaart mochten leven.

56:41En de Heere, hij had dat volk lief.

56:46Maar dat volk was bij hem vandaan gegaan.

56:50En wat moet God dan doen?

56:56Als die mensen hun vertrouwen niet meer op hem stellen.

57:02Dan moet God toch zeggen, dan houdt het een keer op.

57:05Dan is het nu ook een keer klaar.

57:08En ik zal ervoor zorgen dat ze het voelen ook.

57:10Dat ze mij de rug hebben toegekeerd.

57:13Dat de Heere heeft gedreigd.

57:15En later is die bedreiging ook in vervulling gegaan toen het volk werd weggevoerd naar Babel.

57:21God heeft dat volk gestraft en je ziet dat hier ook in het gedeelte dat we gelezen hebben.

57:27Dat wordt beschreven wat die vrouw, wat Israël zegt en denkt in de eerste vers van hoofdstuk 2.

57:35Dan staat er daarom zie, ik zal uw weg, in vers 5, met doornen betuinen en ik zal een heiningmuur maken dat ze haar paden niet zal vinden.

57:46Jongens en meisjes, moet je dat voorstellen?

57:49Dat je een woning hebt.

57:52En dat de Heer zegt ik zal er een muur omheen zetten.

57:55Een muur.

57:57Zodat ze niet meer weg kan.

58:00Zodat ze niet meer naar die andere mannen toe kan.

58:03En wat denk je dat die vrouw doet?

58:05Die gaat langs het randje van die muur lopen.

58:08Want ze wil eigenlijk naar die andere kant van de muur toe.

58:11En als ze dan ergens wat eten ziet liggen.

58:13Dan denkt ze dat hebben die mannen van de andere kant over de muur gegooid.

58:22Die vrouw die houdt eraan vast.

58:24Nog steeds gaat ze ervan uit dat het die afgoden zijn die alles aan haar geven.

58:30En daarom klaagt de Heer het ook in vers 7.

58:32Ze bekent toch niet dat ik haar het koren en de most en de olie gegeven heb.

58:37En haar het zilver en goud vermenigvuldig heb.

58:39Dat ze tot de baal gebruikt hebben.

58:41Ik geef het ze.

58:43En ze gebruiken het voor de baal.

58:47Bij alles wat die vrouw heeft.

58:51En wat ze krijgt.

58:52Is ze van overtuigd.

58:53Het komt van die andere mannen.

58:56Terwijl die andere mannen het alleen maar kunnen geven.

58:58Omdat de Heer het geeft.

59:02Maar zij zeggen hier.

59:03Dit krijg je van mij.

59:06En dan volgt er weer een oordeel in vers 8.

59:08Daarom.

59:09Daarom zal ik wederkomen.

59:11En mijn koren wegnemen op zijn tijd.

59:13En mijn most op zijn gezette tijd.

59:14Ik zal wegrukken mijn wol en mijn vlas.

59:17Dienen om haar naaktheid te bedekken.

59:19De Heer dreigt.

59:20Die zegt.

59:20Dan zal ik zorgen dat er inderdaad hongersnood komt.

59:23Dat ze het allemaal moet gaan missen.

59:27De Heer klaagt.

59:29En heeft.

59:30Alle redenen om te klagen over dat volk.

59:36Daarom.

59:38Daarom is de straf op de zonde.

59:43De straf die volgt op het afwijzen van Gods liefde.

59:46Op het breken van het verbond.

59:49En dan komen we ook in vers 12.

59:51En ik zal over haar bezoeken de dagen des baals waarin ze die gerookt heeft.

59:56Zeg versierd met haar voorhoofd siersel en haar hals sieraad.

1:00:00En is haar boelen die andere mannen dus nagegaan.

1:00:05Maar heeft mij vergeten, spreekt de Heer.

1:00:09Na die zware aanklacht die hier klinkt.

1:00:13Mij vergeten.

1:00:18Wat moet er dan wel niet volgen?

1:00:21Mij vergeten.

1:00:24Als er dan weer een woordje daarom komt.

1:00:26Hier achteraan.

1:00:30Want ook die jongens en meisjes weten als er daarom gezegd wordt.

1:00:34Dan heeft hetgeen daarvoor gezegd is.

1:00:36Heeft ermee te maken wat daarna gezegd wordt.

1:00:41Als het buiten regent.

1:00:46Dan zeg je het regent.

1:00:49En daarom is de straat nat.

1:00:54En het zal bij jullie jongens en meisjes denk ik hetzelfde zijn als bij ons thuis.

1:01:02Bij ons thuis mogen de kinderen niet in huis voetballen.

1:01:12En als je dat dan wel doet en je maakt iets kapot van papa of mama.

1:01:21Dan kan het niet zo zijn dat mama zegt.

1:01:25Je hebt gevoetbald en iets van mij kapot gemaakt en daarom ben ik blij.

1:01:30Dat kan niet.

1:01:31Toch?

1:01:35Dat kan alleen maar dan klinken.

1:01:39Ik heb gevoetbald in huis.

1:01:41En ik heb iets kapot gemaakt.

1:01:42En daarom is mama niet blij.

1:01:47En nu hier bij Israël.

1:01:50Wanneer de heren zegt ze hebben mij vergeten.

1:01:53En dan komt er weer daarom.

1:01:55Zoals in vers 5 en vers 8.

1:01:56Het

1:02:00oordeel.

1:02:02Dat past bij de zonde.

1:02:03Wat zou je dan verwachten?

1:02:05Jullie hebben mij vergeten.

1:02:06Daarom zal ik jullie nu ook vergeten.

1:02:09Jullie hebben mij vergeten.

1:02:10Daarom zal ik jullie verstoten van voor mijn ogen.

1:02:22Gemeente ik hoop dat u voor uzelf inmiddels ook al.

1:02:25Bezig bent met het maken van een toepassing.

1:02:34Herkent u uzelf.

1:02:37In het beeld.

1:02:40Van die vrouw.

1:02:46Bent u het ermee eens.

1:02:49Als ik zeg dat ons aller beeld getekend wordt in die vrouw.

1:02:53Dat

1:02:58wij de heren niet erkennen.

1:03:03In zoveel wat hij ons schenkt.

1:03:07Dat wij de heren vergeten.

1:03:11Dat we ons vertrouwen stellen.

1:03:13Op andere dingen.

1:03:15Dan op de heren god.

1:03:17Op onze bankrekening.

1:03:20Gezondheid.

1:03:22Weer een ander verstand.

1:03:26In geestelijk opzicht.

1:03:29Denken dat we toch in elk geval hersteld, hervormd zijn.

1:03:37Dat we toch maar gewoon twee keer naar de kerk komen op zondag.

1:03:43Dat we zo slecht nog niet zijn als sommige andere mensen.

1:03:50Maar de Heren

1:03:52vergeten.

1:03:58Wat valt er dan te verwachten dat wij vanmorgen zouden horen?

1:04:06Daarom, deze

1:04:09keer,

1:04:11geen daarom van Gods toon.

1:04:15Maar een daarom van Gods liefde.

1:04:17Een onbegrijpelijk daarom.

1:04:22Onbegrijpelijk.

1:04:23Vanuit Israël bezien.

1:04:25Onbegrijpelijk.

1:04:27Voor verbondsbrekers uit Oudorp en Melisande en waar we dan ook vandaan komen.

1:04:33Onbegrijpelijk.

1:04:34Daarom ziet ik zal haar lokken.

1:04:39Zal haar voeren in de woestijn en ik zal naar haar hart spreken.

1:04:45Wat is dat lokken?

1:04:50Misschien zijn er wel jongens en meisjes die...

1:04:56Die wel eens vissen.

1:05:00Ik doe het zelf niet zo vaak, maar goed, zo in de vakantie.

1:05:04Wel eens een keertje gedaan.

1:05:07Toen was er iemand die het iets vaker deed.

1:05:09Die zei, je moet niet alleen brood aan zo'n haakje doen.

1:05:11Maar wat je ook moet doen, is dat je wat lok-aas in het water moet gooien.

1:05:19En dan komen die vissen daarop af.

1:05:21En dan hoop je natuurlijk dat ze in dat stukje brood bijten.

1:05:26En dat die vis zo gevangen wordt.

1:05:28Ja, dan is lokken niet zo positief.

1:05:36Maar toch hier gaat het over een lokken van Gods liefde.

1:05:41Weet je waarom?

1:05:42Want hij wil het hart van die bruid wil hij veroveren.

1:05:46Hij wil dat hart van die bruid wil hij terugwinnen.

1:05:50En die heeft er al zoveel voor gedaan.

1:05:52Het

1:05:55is onbegrijpelijk vanuit Israël bezien.

1:05:58Maar wat laat deze tekst ons zien wie God de Heer is?

1:06:02Ik zal

1:06:04haar lokken.

1:06:05Het

1:06:07blijkt Gods liefde gemeente.

1:06:11Dat hij redenen neemt uit zichzelf.

1:06:15Voor mensen die hem de rug toekeren.

1:06:19Die hem vergeten te lokken.

1:06:25Goma is Hosea vergeten.

1:06:27Gods verbondsvolk is de heren vergeten.

1:06:33Nee, we lezen niks goeds over die bruid.

1:06:37Maar het gaat erom wie de heren is.

1:06:39Dat hij die bruid opzoekt.

1:06:41Dat hij ze lokt.

1:06:43Dat hij ze opnieuw opzoekt.

1:06:45Dat hij alles doet om

1:06:49die verbroken gemeenschap te herstellen.

1:06:51Dat is niet vanwege die bruid.

1:06:54Maar dat doet die bruide gewoon.

1:06:56Hij lokt.

1:06:57En hij voert in de woestijn.

1:06:59Hij leidt naar de woestijn.

1:07:01Daar brengt hij die bruid naartoe.

1:07:03Heel bewust dus.

1:07:07Zoals ook lezen dat de heilige geest.

1:07:11De heer Jezus leidde naar de woestijn.

1:07:13Om daar verzocht te worden door de duivel.

1:07:15Heel bewust zo leidt de heren.

1:07:18Die bruid naar de woestijn.

1:07:23In een commentaar werd er gezegd.

1:07:25Ja dat klinkt dan wel mooi.

1:07:27Maar als je bedenkt dat later die ballingschap daarop volgde.

1:07:31Dat het volk werd weggevoerd naar Babel.

1:07:36Ja dan kan je dat toch ook niet heel liefelijk inkleuren deze woorden.

1:07:43Werden ze niet heel hard in de woestijn geworpen dan.

1:07:46In plaats van dat ze er liefdevol gevoerd werden in de woestijn.

1:07:54Ja dat is wel een begrijpelijke vraag.

1:08:01En misschien heeft u die vraag ook wel.

1:08:08Is er dan Gods liefde in

1:08:12het brengen in de woestijn?

1:08:18Is daar dan Gods liefde?

1:08:25Als je geconfronteerd wordt met ziekte.

1:08:31Is daar dan Gods liefde?

1:08:35Als je een geliefde moet afstaan aan de dood.

1:08:38Is

1:08:42Gods lokkende liefde

1:08:46daarin dan?

1:08:49Dat je met je zaak dat het achteruit gaat.

1:08:53Is Gods lokkende liefde daar dan in?

1:08:57Dat je financieel niet rond kunt komen.

1:09:02Je kunt het voor jezelf invullen.

1:09:07Gods hand leidt, brengt naar de woestijn.

1:09:18Dankzij meisjes.

1:09:21Jullie hebben wel een beeld denk ik bij wat de woestijn is.

1:09:23Een

1:09:27woestijn waar veel zand is.

1:09:30In Israël zijn er ook veel stenen.

1:09:33Maar in de woestijn is het warm.

1:09:37En als je geen eten en drinken hebt.

1:09:41Dan heb je een probleem.

1:09:47Zo met Israël.

1:09:48Ze hadden alles.

1:09:50Ze hadden voorspoed.

1:09:51En ze worden gebracht in de woestijn.

1:09:54De plaats in de Bijbel.

1:09:56Van beproeving.

1:09:58Of van het oordeel.

1:10:01En in die woestijn.

1:10:05Dan wordt het stil.

1:10:11In die woestijn wordt het stil voor die bruid.

1:10:17En in die stilte van de woestijn.

1:10:19Daar komt die bruid erachter.

1:10:21Dat er geen ba alles die nog helpt.

1:10:24Dat er geen andere mannen zijn.

1:10:26Die nog iets goeds voor haar hebben.

1:10:30In die stilte van de woestijn.

1:10:35Weet je wat er daar gebeurt?

1:10:41Als er dorst is.

1:10:43Dan ontstaat dat verlangen.

1:10:45Nee niet dorst naar water.

1:10:47Wat er in die woestijn.

1:10:51Dan gaat die bruid weer beseffen wie die man nu eigenlijk was die ze had achtergelaten.

1:10:58En gaat ze die man missen.

1:11:01Krijgt ze dorst naar die man.

1:11:03Mijn ziel dorst naar God.

1:11:05Naar de levende God.

1:11:08En in de woestijn en de stilte daarvan dan komt die vrouw erachter.

1:11:11Er is maar één man.

1:11:13Die het nu werkelijk om mij te doen is.

1:11:16Die andere mannen waar zijn ze nu?

1:11:19Maar die ene man is

1:11:22alles voor haar.

1:11:25Ze gaat terugdenken aan dat huwelijk.

1:11:28Gesloten bij de Sinai.

1:11:29Het verbond waar de Heer het had gezegd.

1:11:32Ik ben de Heer, uw God en u bent mijn volk.

1:11:37Daar had de Heer het gezegd dat hij hen op vleugelen had gedragen.

1:11:40En tot zich gebracht.

1:11:44En daar in de woestijn, daar in de stilte.

1:11:48Daar wordt die bruid stil.

1:11:50En beseft ze wie ze is.

1:11:54Tegenover hun goede.

1:11:56Een geduldige.

1:11:57En een heilige God.

1:12:02En als je dat nu beseft.

1:12:04In de stilte gebracht.

1:12:09Die vrouw zal toch nooit.

1:12:11Maar dan ook nooit meer terug durven.

1:12:14Naar haar man.

1:12:16Als

1:12:19je zoveel zonden hebt gedaan.

1:12:24Hier ook in de kerk vandaag.

1:12:26Misschien wel al 15 jaar.

1:12:28Of 25 jaar.

1:12:31Of 55 jaar.

1:12:33Of 85 jaar.

1:12:35Kon je het doen zonder de heren.

1:12:38Tuurlijk wel naar de kerk.

1:12:40Maar ten diepste zonder de heren.

1:12:46Dan zou je toch niet meer terug durven naar de heren.

1:12:52Jongens en meisjes, nog even dat voorbeeld terug van dat voetballen in huis.

1:13:00Je hebt iets kapot gemaakt van mama.

1:13:02En mama is heel verdrietig.

1:13:04Want het was iets wat ze niet kan vervangen.

1:13:10En mama zegt, ga maar naar je kamer en ga er maar eens even over nadenken.

1:13:17En dan zit je op je kamer en

1:13:22dan denk je, ja natuurlijk had mama gelijk.

1:13:26Ze had het al wel honderd keer gezegd dat we niet mochten voetballen in huis.

1:13:31En nu heb ik het toch gedaan en heb ik nog iets kapot gemaakt ook wat van mama was.

1:13:37Dan durf je toch niet zelf terug naar beneden te gaan.

1:13:45En weet je wat het nou is met die tekst van vandaag?

1:13:47Dan moet je je maar zo voorstellen.

1:13:49Als jij denkt ik durf nooit meer terug naar beneden te gaan.

1:13:54Dan staat mama ineens aan de deur van je kamer.

1:13:59En mama komt naar je toe en

1:14:04ze geeft je een knuffel.

1:14:09En je weet mama blijft toch mama.

1:14:12En ik blijf haar kind.

1:14:17Deze geschiedenis.

1:14:20Het was de heren die die bruid brachten in de woestijn.

1:14:25Uit liefde.

1:14:27Zodat zij er opnieuw achter zou komen wie hij nu is.

1:14:32En dan heeft hij haar weer voor zichzelf alleen.

1:14:37Niemand anders.

1:14:41Niemand anders.

1:14:44Geen afleiding van die andere mannen.

1:14:47En wat staat er dat hij dan doet?

1:14:49Ik zal naar haar hart spreken.

1:14:55Wat is het spreken naar het hart?

1:14:58Dat is een jongen die voor liefde spreekt.

1:15:01Tot zijn meisje.

1:15:04Een man.

1:15:05Die voor liefde spreekt tot zijn vrouw.

1:15:08Die haar troost.

1:15:10Ik lees het nog twee keer.

1:15:11In de Bijbel.

1:15:12De bekendste zal ik noemen.

1:15:14In Rut 2 wordt het genoemd.

1:15:17Rut 2 vers 13.

1:15:19Rut zegt het dan tegen Boaz.

1:15:21En ze zei.

1:15:22Laat mij genade vinden in uw ogen mijn heer.

1:15:24Terwijl gij mij getroost hebt.

1:15:27En terwijl gij naar het hart van uw dienstmaagd gesproken hebt.

1:15:32Hoewel ik niet ben gelijk een van uw dienstmaagden.

1:15:34Rut werd getroost door Boaz.

1:15:39Hij sprak naar haar hart.

1:15:42God spreekt naar het hart om terug te halen.

1:15:49Maar waar zou die vrouw nu mee getroost kunnen worden?

1:15:54Die daar tot het besef gekomen is dat ze nooit meer terug kan.

1:16:00Vanwege wat ze allemaal gedaan heeft.

1:16:04Waar vindt die vrouw nu troost?

1:16:11Die vrouw kan toch alleen getroost worden wanneer ze zou horen.

1:16:17Van de liefde van haar man.

1:16:20Waarmee troost de heren dan.

1:16:23Troost.

1:16:24Troost mijn volk.

1:16:26Zal u lieder God zeggen.

1:16:28Spreek naar het hart van Jeruzalem.

1:16:30Roep haar toe dat haar strijd vervuld is.

1:16:33Dat haar ongerechtigheid verzoend is.

1:16:36Dat ze van de hand van de heren dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden.

1:16:41Dat hij haar in de woestijn bracht om ze weer terug te krijgen.

1:16:45Dat huwelijk te herstellen.

1:16:46Het verbond te vernieuwen.

1:16:50Oog zou krijgen voor hem.

1:16:52Gemeente waar is er nu werkelijk troost te vinden.

1:16:55Voor een schuldverslagen zonder in ons midden.

1:16:59Toch niet anders wanneer ons oog gericht wordt.

1:17:01Op het lam van God de Heer Jezus Christus.

1:17:04Die de zonde van de wereld wegdraagt.

1:17:07Zo mogen zien hij hing daar.

1:17:10In mijn plaats.

1:17:13Voor zo'n verbondsbreker.

1:17:15Voor zo iemand die zo vaak zonder de Heer kan.

1:17:19Niet maar horen.

1:17:20Ik voor u.

1:17:22Daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.

1:17:26Die zonde.

1:17:27Waar zijn die dan?

1:17:30Zover het oosten verwijderd is van het westen.

1:17:35Zover doet hij om onze ziel te troosten van ons de schuld en de zonde weg.

1:17:40Nooit meer.

1:17:41Hij gedenkt ze nooit meer.

1:17:49Dat er volkomen verzoening is.

1:17:53In het offer dat hij op Golgotha bracht.

1:17:57Niet één keer.

1:17:59Maar ook voor diegene die vandaag hier zit.

1:18:02En die denkt, ik zou mezelf er nooit meer bij durven rekenen.

1:18:08Zegt de heren, als je weggekropen zit zoals die duif in Hoog-Litwee.

1:18:13Die duif die dan verstopt is in de steenrots.

1:18:17Die bang is, die niet voor de dag zou durven komen.

1:18:21Zegt de heren, mijn duiven.

1:18:24Zijn in de kloven der steenrots in het verborgen van een steile plaats.

1:18:28Toon mij uw gedaante.

1:18:31Doe mij uw stem horen.

1:18:34Want...

1:18:37Uw stem is zoet.

1:18:39En uw gedaante liefelijk.

1:18:43Kan je dat begrijpen?

1:18:46Nee toch?

1:18:48Kan je dat nu begrijpen?

1:18:50Dat die bruidegom met zo'n bruid te maken wil hebben.

1:18:53Met zo'n weggelopen bruid.

1:18:56En toch is dat niet gemeente steeds weer.

1:18:59Het enige voedsel en drinken voor uw ziel.

1:19:04Zijn liefde voor verbondsbrekers.

1:19:11Hij spreekt naar het hart.

1:19:16Nee, we zullen geen rust vinden.

1:19:19Wanneer we ons eigen hart gaan zoeken naar iets dat rust geeft.

1:19:26Wanneer er iemand is die beseft ik kan zo niet doorleven.

1:19:31En die denkt ik breek dan maar met uiterlijke zonder.

1:19:34En het is goed en nodig om dat te doen.

1:19:37Maar wees eens eerlijk.

1:19:41Heeft het je rust gegeven?

1:19:45Misschien eventjes dat je dacht dat het misschien wel goed was.

1:19:51Kom je niet steeds meer achter dan.

1:19:54Dat je hart.

1:19:56Een bron is van ongerechtigheid.

1:19:59Dat je hart verkeerd is en daarom vernieuwing nodig heeft.

1:20:06We kunnen ook spreken naar het hart.

1:20:09Zoals dat gebeurde in de tijd van de profeten.

1:20:12Dan waren er ook profeten die zeiden, vrede, vrede, geen gevaar.

1:20:18En ja, dat was taal naar het hart van veel mensen.

1:20:20Die dachten, dat is mooi.

1:20:22Dan kunnen we dezelfde zijn en blijven en dan zit het toch allemaal wel goed.

1:20:31Maar er was wel gevaar.

1:20:34En ze hebben het geweten.

1:20:38En gemeente, dat is nu ook niet anders.

1:20:43Het woord van God is duidelijk.

1:20:45We kunnen Gods roepstemmen in ons leven.

1:20:48En zijn liefde.

1:20:51Zijn opzoekende liefde.

1:20:54Blijvend afwijzen.

1:20:59We gaan er zo van zingen.

1:21:00Wie ver van u de wilde zoekt.

1:21:04En daarbij gaat het niet alleen over diegenen die in uiterlijke zonden leven.

1:21:10Maar ook over iedereen die op zondagmorgen in de kerk zit.

1:21:13En die in hoog moet.

1:21:16Denk dat er meer nodig is dan het offer van de Heer Jezus Christus.

1:21:21Om zalig te worden.

1:21:23Er is geen vrede.

1:21:25Er is geen werkelijke rust.

1:21:28Buiten de gemeenschap.

1:21:30Met God in Christus.

1:21:31In hem hebben we alles.

1:21:34Maar zonder hem missen we alles.

1:21:38Gemeente rust niet.

1:21:40Voordat u weet dat hij gesproken heeft ook tot uw ziel.

1:21:43Ik ben uw heil alleen.

1:21:46Hij spreekt ook vandaag weer.

1:21:49Tot allen die zien op zichzelf zich wegschamen voor hem.

1:21:55Die nooit meer voor de dag zouden durven komen.

1:21:59Wanneer ze beseffen wat ze gedaan hebben tegenover zoveel goedheid.

1:22:05Toon mij uw gedaante.

1:22:08Toon mij uw stem horen.

1:22:12Want uw stem is zoet.

1:22:14En uw gedaante liefelijk.

1:22:18Amen.

1:22:21Gemeente we zingen in antwoord op de verkondiging van het woord.

1:22:24Psalm 73 vers 13.

1:22:26En 14, wie heb ik nevens u omhoog?

1:22:28Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog op aarde nevens u toch lusten?

1:22:31En ook het 14e vers, 73 vers 13 en 14.

1:22:35Zullen

1:22:36[GEZANG]

1:27:54we nog danken en bidden?

1:27:57Heren, zo komen we opnieuw tot voor uw heilig aangezicht.

1:28:01Om u te danken voor wie u bent.

1:28:04Heren, geef dat we het allen met ons hart mochten meezingen.

1:28:07Maar het is mijn goed, mijn zalig slot, nabij te wezen bij mijn God.

1:28:13Ik vertrouw op hem geheel en al.

1:28:15De heren wiens werk ik roemen zal.

1:28:18Te roemen.

1:28:19In uw opzoekende zondaarsliefde.

1:28:22Heren mag dat toch veel gevonden worden.

1:28:24In Oudorp.

1:28:26Ja.

1:28:27Onder de jongste tot de oudste toe.

1:28:30Heren het is toch voor u niet teveel.

1:28:33Om ons allen in het hart te grijpen.

1:28:36Doe het toch tot eer van uw naam.

1:28:38Heren we bidden ook als we met elkaar.

1:28:41Het beeld.

1:28:42En die geschiedenis van Hosea behandelden.

1:28:47De pijn en de gebrokenheid in de relatie, in de huwelijk naar voren kwam.

1:28:52Heren, dan bidden we om uw hulp en ondersteuning.

1:28:57Als er ook huwelijken zijn in het midden van de gemeente, mogelijk waar spanning is.

1:29:02Wil nog herstel geven.

1:29:06Wil helen wat gebroken is.

1:29:09En betoon die God te zijn.

1:29:11Zoals het in het huwelijksformulier ook wordt gelezen.

1:29:16Dat de gehuwden uw hulp mogen verwachten.

1:29:19Ja, wanneer zij die het minst verwachten.

1:29:22Dat u toch uw zegen zult geven.

1:29:24Heren, gedenk dan.

1:29:27Geef kracht in alle gebrokenheid van dit bestaan.

1:29:31Mag ons oog op u geslagen zijn.

1:29:35Heren, we bidden u.

1:29:36Voor het geheel van de gemeente.

1:29:38Breng de gemeente later deze dag opnieuw rondom uw woord bijeen.

1:29:42Dus met uw dienaar die dan het woord hoopt te bedienen.

1:29:45Geef dat uw woord met kracht zal zijn.

1:29:48Doden zullen horen de stem van de levende God en zullen leven.

1:29:53Achtervolg zo uw woord van deze morgen met uw zegen.

1:29:56Vergeef het zondige in spreken en in luisteren.

1:30:01Hoor ons, om Jezus wil.

1:30:04Amen.

1:30:07Gemeente, we zingen tot slot Psalm 16, vers 3 en 6.

1:30:11Getrouwe Heer, gij wilt mijn goed, mijn God, mijn erfenis en het deel mijns bekers wezen.

1:30:17Wat verder volgt, 16 vers.

1:30:19[GEZANG]

1:35:05Amen.

1:35:06[GEZANG]