0:02Goedenavond luisteraars.
0:04We hebben de vorige keer gehoord hoe de dertienjarige halfwees Hanneke van Beek uit medelijden met Toon Brand, de zoon van Hein de Strooper,
0:17een plannetje had bedacht om het in het troosteloze leven van Toon en zijn vader te proberen verandering te brengen.
0:26Vader Hein zou de volgende dag uit de gevangenis thuiskomen.
0:32Toon zag daar geweldig tegenop, want hij verwachtte een hevig pak slaag van zijn vader, omdat hij geen bezems verkocht had en niet had gebedeld om geld.
0:44Hanneke Echter geloofde met kinderlijk vertrouwen op God dat het goed zou komen met haar plannetje.
0:52Weet u nog hoe we Toon achtergelaten hebben?
0:56Ik lees de laatste regels nog eens voor u voor.
1:01Het was of hij zijn eenzaamheid en verlatenheid nog nooit zo diep had gevoeld als nu.
1:09Hij haalde weer het bijbeltje van zijn moeder uit de lade, maar kon niet dan met de grootste moeite een enkel woord lezen.
1:20Ach, moeder.
1:22Snikte hij.
1:23Was u bij mij gebleven?
1:25Had u mij uit uw bijbeltje geleerd?
1:29Dan zou ik misschien ook een goede jongen geworden zijn.
1:34Zijn hoofd viel op de tafel.
1:37Zijn hele lichaam schokte van het schrijen.
1:41Toen werd langzamerhand het snikken al zachter en zachter, totdat het eindelijk geheel ophield.
1:51Toon was ingeslapen.
1:55En dan gaan we nu verder met Baas Hein komt thuis.
2:00Tot Hannekes groot genoegen vond ze Toon de volgende dag thuis, toen ze weer in de vroegte met haar broertjes zijn huisje binnenstapte.
2:11Dadelijk ging ze nu aan het werk en het leek wel of Toon er zelf ook plezier in had dat het vertrekje onder haar handen zo'n totaal ander aanzien kreeg.
2:24Hij hielp haar flink om tafel en stoelen naar buiten te dragen en terwijl Hanneke schrobde en boende, zorgde hij voor een ruime overvloed
2:36van water.
2:41werd onder handen genomen.
2:44En Toon was niet zo goed of hij moest mee helpen poetsen.
2:48De kleine broertjes hadden de grootste pret in al die bedrijvigheden.
2:53Ze verbeelden zich dat ze ook een handje moesten helpen, vooral als er met water gewerkt werd.
3:01Deden ze dapper mee en ze moesten het al heel bond maken voordat Hanneke hen ging beknorren.
3:09Onder al die drukke bezigheden ging de dag voorbij eer de kinderen er zelf erg in hadden.
3:19Maar gelukkig, toen het avond werd, was alles ook kant en klaar.
3:25Hanneke had nog nooit zoveel eer van haar werk gehad en Toon stond verbaasd over de verandering die het huisje had ondergaan.
3:39Weer helder wit en de vloer was schoon geschropt.
3:44Dat toon er haast niet over durfde lopen.
3:47Hij kon het zich maar niet voorstellen dat dit nette, zindelijke vertrekje hetzelfde was waarin hij met zijn vader had gewoond.
3:57En het rook zo lekker fris.
4:00Telkens moest hij weer eens zijn neus ophalen.
4:03Maar langzamerhand kwam er weer een onrustige trek op het gezicht van de jongen.
4:09En hij zei, over een uur kan hij wel hier zijn, Hanneke.
4:13En wat dan?
4:15Zou je toch maar niet liever naar huis gaan?
4:18Wel, nee, Toon, ik denk er niet aan.
4:21Nu breng ik eerst gauw de broertjes thuis en dan kom ik dadelijk weer terug en wachten we samen op je vader.
4:28Kom, zei ze vrolijk, toen ze de kinderen had weggebracht.
4:33Haal jij nu eens wat hout?
4:35Dan steken we de kachel aan en ga ik een lekker kopje koffie zetten.
4:40Daarop haalde ze een helder servet uit haar mand en spreidde dat over de tafel.
4:47En nu kwamen ook de andere heerlijkheden voor de dag.
4:51Brood, boter, kaas, alles werd nu netjes op het servet gezet.
4:58Hanneke had een kleur van inspanning, terwijl Toon steeds bleker en onrustiger werd.
5:06Ik kan het wachten hier niet langer uithouden, zei hij eindelijk.
5:09Ik ga in het schuurtje zitten.
5:11Als je me nodig hebt, ben ik dadelijk bij je.
5:15Het begon intussen al donker te worden.
5:18Hanneke stak nu het petroleumlampje aan en plaatste dat midden op de tafel.
5:24Juist was ze hiermee klaar.
5:27toen de klink van de deur werd opgelicht en Toons
5:33vader stond in de huisdeur.
5:37Lange tijd bleef hij daar staan, zonder iets te zeggen.
5:42Met een vreemde, starre blik keek hij naar de netjes aangerichte tafel.
5:48Hij scheen het meisje niet te zien, nog haar vriendelijke welkomstgroet te horen.
5:56Eindelijk kon Hanneke dat vreemde staren niet langer uithouden.
6:00Ze ging naar hem toe en legde haar hand op zijn arm.
6:05Kom toch binnen, baas Hein, zei ze vriendelijk.
6:09We hebben al lang op u gewacht.
6:11Kijk eens, de tafel is al voor u gedekt.
6:16Wie heeft er op mij gewacht, stapelde hij nu.
6:21Die tijd is lang voorbij, dat ze op me wachten.
6:26En toch...
6:27Alles ziet eruit als toen.
6:30En het was nu of hij opeens uit zijn verdoving ontwaakte.
6:36Hij greep het meisje bij de arm en keek haar wild aan.
6:41Zeg eens, wie heeft dat gedaan?
6:43Wie heeft dat alles hier klaargezet?
6:45Net zoals mijn vrouw, mijn goede Dina, dat deed?
6:51Dat heb ik gedaan, baas Hein.
6:53U kent mij toch wel?
6:55Ik ben Hanneke van Beek.
6:57En Toon heeft mij geholpen om alles klaar te krijgen.
7:00We wilden zo graag alles klaar hebben als u thuis kwam.
7:06Toon, ah zo, dan heeft hij zeker goed wat centen opgehaald.
7:11Dat vertellen we u straks allemaal wel, baas Hein.
7:14Kom nu eerst hier bij de kachel zitten.
7:17De stoel staat al klaar, dan schenk ik u een warm kopje koffie in.
7:23Hein rook de lekkere geuren van de koffie.
7:26Het was lang geleden dat hij die had geproefd.
7:30Als een kind liet hij zich leiden naar zijn stoel en met welgevallen dronk hij het kopje leeg.
7:38Hanneke schonk hem dadelijk een tweede in en zei, Niet waar, baas Hein, nu zullen we ook toon roepen.
7:47Dan gaan we samen een boterham eten.
7:49We hebben allemaal wel trek, denk ik.
7:52Wel ja, was het antwoord, de jongen heeft nu nogal wat gedaan om de kosten te verdienen.
7:59Toen Hanneke Toon ging roepen, bleef hij weer als half versuft zitten kijken.
8:06Het was hem of hij droomde, die vriendelijke ontvangst, dat nette vertrekje en de gezellig gedekte tafel, het was alles weer zoals vroeger,
8:18toen zijn lieve vrouw nog leefde.
8:23Het duurde lang voordat Toon binnenkwam en toen hij er eindelijk was, groeten vader en zoon elkaar niet eens.
8:33Dat waren ze niet gewend.
8:36Zwijgend ging men nu om de tafel zitten.
8:39Hanneke sneed het brood en legde voor ieder een paar boterhammen klaar.
8:44Toen vouwden zij de handen om te bidden en ook baas Hein ontblootte zijn hoofd.
8:52Toon zag zijn vader met bevreemding aan.
8:56Hij had hem dat nog nooit zien doen.
8:58Maar het was heen of hij niet anders kon.
9:02Zo had hij vroeger ook de handen gevouwen en het hoofd ontbloot als zijn vrouw had gebeden.
9:09Ze hadden aan dezelfde tafel gezeten, even netjes gedekt als nu.
9:15Maar het avondeten dat ze dan gebruikten, had hij zelf verdiend.
9:22En nu was het gekocht, misschien wel van de bedelsenten van zijn zoon.
9:30Het was of er een ander gevoel kwam in dat zo lang verstokte en onverschillige hart.
9:38Toon, vroeg hij, heb je lang voor moeten lopen?
9:44Ik heb niks gedaan, antwoordde de knaap.
9:48Hanneke's hart klopte hoorbaar.
9:51Nee, baas Hein, zei ze.
9:54Toon heeft niet langs de huizen gelopen, maar we hebben toch voor uw wagen onteten gezorgd.
9:59Kom, neem nu nog een boterham en laat ik u nog een kop koffie inschenken.
10:04Het smaakt hem er zo goed.
10:07Hein had op willen stuiven bij het korte antwoord van Toon.
10:11Maar Hanneke's vriendelijke, zachte manieren maakten het hem onmogelijk.
10:17Ze had zo'n lieve, zo had zijn lieve vrouw ook altijd tot hem gesproken.
10:23Tot haar had hij ook nooit een ruw woord kunnen zeggen.
10:28Zou ze gewild hebben dat hij hun jongen zulke opvoeding gaf?
10:33Dwaar ze gedachten.
10:34Ze waren nog nooit bij hem opgekomen dan nu op deze avond waar alles hem weer aan herinnerde.
10:43Na haar heengaan was zijn hart koud en onverschillig geworden.
10:49Waarom was hij nu zo anders?
10:51Waarom zou hij nu niet durven tieren en vloeken?
10:55Hij begreep zichzelf niet meer.
10:58Hanneke legde weer haar hand op zijn arm en haar heldere ogen keken hem smekend aan toen ze zei, nu zult u Toon toch niet meer met bezemd laten
11:10venten, is het wel, baas Hein?
11:13Hij wil graag werken en eerlijk zijn brood verdienen.
11:19Waarom stiet hij dat handje niet terug?
11:22En zette hij dat bemoeizieke kind de deur niet uit.
11:25Hij kon het niet.
11:27Hij moest haar aankijken en luisteren naar die vriendelijke stem.
11:36Ik weet het wel, baas Hein, dat u niet zo kwaad bent als de mensen wel denken.
11:42En als u het hem nu maar goed vindt, dat Toon werk gaat zoeken, dan zal hij zeker ook veel van u houden.
11:51Nee, meisje.
11:52antwoordde hij hoofdschuddend.
11:55Niemand kan meer van mij houden en toon wel het minst van allen.
11:59De
12:01jongen had alles zwijgend aangehoord.
12:04In die weinige ogenblikken had hij begrepen dat zijn vader heel ongelukkig was.
12:13Geen wrok was er nu in zijn hart.
12:16maar slechts één groot verlangen naar de ouderliefde die hij nooit had gekend.
12:23Altijd had dat verlangen in hem geleefd.
12:27En soms, als hij andere kinderen vertrouwelijk met hun ouders zag omgaan, had hij zich vrevelig omgekeerd, zonder dat het hem zelf eigenlijk duidelijk was hoe
12:39pijnlijk hij zijn gemis voelde.
12:42Nee,
12:43Toon was geen onverschillige stuurse jongen, zoals velen dachten, die niet begrepen hoe hij hunkerde naar een vriendelijk woord.
12:54Eer hij het wist, stond hij met Hanneke naast zijn vader, die nog altijd met het hoofd in de handen en de ellebogen gesteund op de knieën naar de grond
13:06zat te kijken.
13:08Vader, zei hij met hokkende stem.
13:12Laten we toch goed op elkaar zijn.
13:15Het spijt me zo dat ik dikwijls boos en lelijk tegen u heb gedaan, maar ik wil proberen een betere jongen te worden.
13:26Het was of Hein niets hoorde.
13:31Onbewegelijk en zwijgend bleef hij naar de grond kijken.
13:35Vader, zeg toch wat!
13:38drong de knaap.
13:39Zeg toch dat u ook gelooft dat we een ander leven kunnen beginnen.
13:43Ik wil hard werken en mijn best doen om ons huisje zo netjes te houden als het nu is en zoals het was toen moeder nog leefde.
13:53Wilt u dan bij mij blijven, vader, en een beetje van mij houden?
14:01Plotseling richtte Hein zich op uit zijn gebogen houding en zijn stem klonk dreigend.
14:09En smekend tegelijk toen hij zei, spreek niet over haar toon, noem je moeders naam niet meer, dat kan ik niet meer verdragen.
14:20Ze was zo goed, ging hij zachtervoort.
14:25Zij alleen vertrouwde mij en geloofde dat ik niet slecht was.
14:30Hoe dikwijls heb ik haar beloofd goed voor onze jongen te zullen zorgen en dat meende ik ook toen.
14:38Maar toen ze van mij werd weggenomen, verloor ik ook het geloof aan een barmhartig God.
14:44En zo werd het kwade mij weer helemaal de baas.
14:48O Toon, als je moeder had kunnen weten hoe slecht ik mijn belofte gehouden heb, dan zou ze me gevloekt hebben.
15:00Het was de jongen of bij die laatste woorden van zijn vader alle hoop hem weer ontnomen werd.
15:09Hanneke's vriendelijke stem verbrak nu het stilzwijgen.
15:13Nee, baas Hein, zei ze, uw vrouw zou u zeker niet gevloekt, maar voor u gebeden hebben.
15:20Zij had immers de Heere Jezus lief, en die hem lief hebben, vloeken niemand.
15:27Dit kunt u zelf lezen uit haar Bijbel.
15:31O ja, die Bijbel, daar las ze me elke dag uit voor.
15:36Later heb ik hem nooit meer aangeraakt.
15:41Vader, zei nu ook Toon, laten we samen uit moeders Bijbel leren lezen.
15:47Er staat zo'n mooi verhaal in van de verloren zoon.
15:51Ik zou het niet begrepen hebben, maar Hanneke heeft het mij uitgelegd wat het betekent.
15:57Ze zegt, wanneer wij berauw hebben over het kwaad dat we hebben gedaan, wij dan ook tot God mogen komen.
16:05evenals die zoon tot zijn vader kwam.
16:08Ik durf het nu wel zeggen dat ik moeders bijbeltje in de lade van het kastje heb gevonden.
16:15Wilt u hem aan mij geven, vader, dan zal ik hard leren om er spoedig meer uit te kunnen lezen.
16:24Hein antwoordde niet, maar langzaam stond hij op en ging naar de kast.
16:31Toen hij de lade geopend had,
16:34bleef hij er lang in staan kijken.
16:38Er werd geen woord gesproken, maar de kinderen zagen hoe hij dikwijls met de mouw over zijn gezicht streek.
16:48Eindelijk keerde hij zich om met het bijbeltje in zijn hand.
16:53Toon, zei hij, hier is je moeders bijbel.
16:58Je mag hem houden.
17:00Misschien zal je er veel uit kunnen leren.
17:04Voor jou is het nog niet te laat.
17:07Mij kan het niets meer geven.
17:11Met een dankbare blik nam Toon het bijbeltje aan en sloeg het open op de plaats waar het pauweveertje lag.
17:19Vader, vroeg hij, kijk eens, deze tekst, het is de enige die ik kan lezen.
17:27Weet u waarom die door moeder is aangestreept?
17:31En Toon las nu hard op.
17:35Alzo is er blijdschap voor de engelen gods over één zondaar die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen die
17:47de bekering niet van nodig hebben.
17:51Hevig ontroerd hoorde Hein die woorden aan, en wat er op dat ogenblik omging in zijn ziel, is alleen aan God bekend.
18:03Toon, zei hij,
18:06En op zijn gezicht lag een uitdrukking zoals zijn zoon daar nog nooit op had gezien.
18:12Dit hoofdstuk is het laatste dat je moeder mij heeft voorgelezen.
18:19En die tekst heeft ze in het bijzonder aangestreept, opdat, zo zei ze, wij nooit zouden vertwijfelen aan Gods warmhartigheid.
18:32Ziet u wel vader, riep Toon verheugd.
18:36dat het ook voor u niet te laat is om een ander leven te beginnen.
18:41Moeder zelf heeft het u gezegd.
18:45Zou het mogelijk zijn?
18:47Zou daar nog vergeving en genade zijn voor hem, de diepgevallene?
18:54Er begon licht te schijnen in de ziel van de man, die zich zo lang van God en mensen verstoten had gevoeld.
19:03Zijn zware hand...
19:06drukte op Toons schouder.
19:08En Hein de stroper, de onverschillige, harde man, viel met zijn zoon op de knieën en stamelde, O
19:21God, wees mij zondaar genadig, een
19:30nieuw gelukkig leven.
19:33In Hannekes gemoed juichte en jubelde het, toen ze stil,
19:39en ongemerkt Toon en zijn vader had verlaten.
19:43Nog nooit had zij de heiland zo vuur gedankt als die avond, en zo innig gebeden of de goede herder ook die verloren schapen
19:56in zijn liefderijke armen wilde nemen.
19:59En Hannekes gebed bleef niet onverhoord.
20:03Hein werd van die avond af een ander mens.
20:08Wel kostte het hem soms veel strijd om zijn zondige neigingen te overwinnen, maar hij vertrouwde daarbij niet op eigen kracht, maar zocht de hulp waar die alleen te
20:20vinden is.
20:21Het duurde echter lang voordat men hem werk wilde geven en hij ondervond het menige keer dat de mensen niet spoedig iemand vertrouwen die gevangen heeft gezeten.
20:34O, die brave mensen in eigen oog, ze kunnen soms zo hard en onmeedogend zijn tegen hun medezondaren.
20:45Toen kwam er echter een nieuwe heer op het dorp, die het met Hein wel durfde wagen.
20:52En nu men zag hoe keurig hij dien steun onderhield, kwamen er van alle kanten aanvragen om Hein in het werk te hebben.
21:01Hij verdiende nu meer dan genoeg voor hem en zijn zoon.
21:06Want hoe graag Toon ook had gaan werken, zijn vader wilde dat volstrekt niet hebben.
21:12Eerst moest hij nog een paar jaar geregeld onderwijs volgen en daarna kon hij zich voor het tuinmansvak gaan bekwamen.
21:22Men zou de jongen haast niet meer gekend hebben.
21:25Zo was hij veranderd, in- en uitwendig.
21:28Hij zag er nu fris en gezond uit, en wat zijn gezicht vooral zo aantrekkelijk maakte, waren zijn vriendelijke bruine ogen, die nu niet meer donker of droevig zagen,
21:41maar waaruit geluk en levenslust u tegenstraalden.
21:45Wat was hij enig verheugd toen hij al spoedig zoveel had geleerd, dat hij zijn vader iedere avond een hoofdstuk uit de Bijbel kon voorlezen.
21:56Lang bleef hij nu niet meer op het dorpje wonen.
22:00Een jaar later kreeg hij door voorspraak van de heer, die hem het eerst werk had verschaft, een betrekking als tuinbaas op een grote buitenplaats.
22:11Wat een buitenkansje dit ook was, toch viel het toon erg hard van zijn goede vrienden afscheid te moeten nemen.
22:19Het kostte hem moeite zich goed te houden toen hij de familie van Week vaarwel kwam zeggen.
22:25Hij vond het echter veel te kinderachtig voor een jongen om dit te laten blijken en drong daarom dapper zijn tranen terug.
22:34Het speet Hanneke ook dat ze nu Toons gezelschap moest missen, maar ze was toch van harte blij dat zijn vader nu zo'n goede bedrekking gekregen had.
22:45Ze had het ook druk om de broertjes tot bedaren te brengen, die het maar niet goed konden vinden dat Toon van hen wegging.
22:55Hij was de laatste tijd ook zo'n prettige speelmakker voor hen geweest.
23:00Het was heus geen wonder dat ze dol waren op Toon.
23:04Er was geen spelletje dat ze niet met hem konden doen.
23:07En het verveelde hem nooit, al moest hij ook een uur lang voor paardje spelen en met de kinderen op de rug op handen en voeten door de kamer kruipen.
23:18Eindelijk moest hij zich toch van hen losmaken, hoe moeilijk het ook ging.
23:24Kom jongens!
23:25Riep hij, ik kom immers gauw terug en dan breng ik wat moois voor jullie mee.
23:30Zeg maar wat je hebben wilt.
23:32Die vraag beviel de broertjes wel en er was zoveel dat ze graag wilden hebben, maar het was vreemd.
23:40Op het ogenblik wisten ze niets te bedenken.
23:44Nu, zei Ton, verzinnen jullie nog maar eens goed, dan moet je het mij later maar laten weten.
23:51Piet gaat nu immers al op school, die zal me nu wel gauw een brief kunnen schrijven.
23:56Dat laatste woord van Toon werd door Piet onthouden.
24:00De onderwijzer op school verwonderde er zich dikwijls over dat de jongen, anders zo'n echte woelwater, onder de schrijfles zo vleitig en ordelijk was.
24:12Er ging ook bijna geen dag voorbij dat Piet niet aan zijn brief dacht.
24:17Hij vertelde zijn plan achteraan niemand, dan aan zijn vriendje Jan van de Smit.
24:23Dit kereltje was een jaar ouder dan Piet en had al twee maal in zijn leven zelf een brief geschreven naar zijn grootvader.
24:32Nu kwam er juist die zomer inkwartiering van soldaten in het dorp.
24:38Dat was iets heerlijks voor de schooljeugd.
24:41Piet was nu ook ineens tot klaarheid gekomen over het geschenk dat hij het liefst van Toon wilde hebben.
24:49Niets leek hem nu zo prettig als een doos met speelgoedsoldaten.
24:55Jaapje daarentegen, die veel van dieren hield, verlangde het meest naar een paardje.
25:01Piet kreeg nu ook grote lust de brief aan Toon te gaan schrijven.
25:06Hij dacht er nu wel genoeg voor geleerd te hebben.
25:10Zijn vriendje Jan zou hem echter een handje helpen.
25:14Op een woensdagmiddag zaten ze bij elkaar in het zolderkamertje waar Jan sliep.
25:20Om het werk te ondernemen.
25:22Die beide makkertjes zaten echter al spoedig met de handen in het haar.
25:27Ze wisten niet wat bovenaan de brief moest staan.
25:32Jan was altijd begonnen met lieve grootvader.
25:36Maar lieve Toon, dat ging niet.
25:39Zo schrijven jongens niet aan elkaar, meende Piet.
25:43Na lang gepraat werd eindelijk besloten tot het opschrift vriend.
25:49Toon, met een kleur van inspanning en de neus bijna op het papier, ging de kleine schrijver nu verder.
25:58Jan stond heel wijscherig achter zijn rug en liet het niet aan de nodige raadgevingen ontbreken.
26:05Eindelijk was de brief toch klaar.
26:08En met een diepe zucht werd de pen neergelegd.
26:12Uit eigen beweging had ons baasje zeker nog nooit zo lang achter elkaar stilgezeten.
26:19Hij was niet weinig trots toen Jan met zijn meerdere ervaring de brief nog eens hard oplas, voor hij in de envelop werd gedaan.
26:29De letters waren wel wat groot en krom, maar Jan had niet de minste moeite om het schrift te ontcijferen.
26:36Luisteren we maar eens even mee.
26:38Vriend Toon, nu kan ik alleen een brief schrijven.
26:42Niemand weet het als Jan van de Smit.
26:45Ik heb papier en envelop van hem gekocht.
26:49Voor twaalf knopen en drie knikkers.
26:52Jan is nu mijn vriend, want toen jij weg was, had ik geen vriend meer.
26:57Jaapje is te klein om altijd mee te spelen.
27:00Hij gaat nog niet eens op school.
27:02Kom je nu gauw bij ons en wil je dan een doos met soldaten voor me meebrengen?
27:07Ik weet precies hoe ik er mee moet spelen, want er zijn hier van zomer echte, levende soldaten geweest.
27:16Jaapje wil liever een paard hebben.
27:18Als het kan een schimmel.
27:20Nu weet ik niets meer dan dat we allemaal goed gezond zijn en naar jou verlangen.
27:26Dag Toon, je vriendje Piet.
27:31Nu zaten de vriendjes echter nog in de verlegenheid, want Jan beweerde dat er nog een postzegel op de brief geplakt moest worden en ze hadden geen centen om er een te kopen.
27:42Dat was nu een lelijk geval.
27:44Jan vond het jammer dat hij op zijn verjaardag met die doos postpapier ook maar niet een doosje met postzegels had gekregen.
27:52Piet kwam spoedig tot het besluit om aan Thijs de postbesteller maar eens te vragen of hij de brief niet zou willen meenemen.
28:02Thijs was een vriendelijke bejaarde man die al jaren de dienst op het dorpje had waargenomen.
28:10Toen Piet hem dan ook op zo'n hulpbehoevend en smekende manier aankeek, kon hij het niet over zijn goede oude hart verkrijgen, de brief te weigeren.
28:21Ik zal ervoor zorgen, baasje, dat hij terechtkomt, zei hij tegen Piet.
28:27En bij zichzelf dacht hij, een stuiver meer of minder zal mij ook niet arm maken.
28:33Toen Piet thuis kwam, voelde hij zich heel gewichtig.
28:37Het was voor het eerst van zijn leven dat hij een geheim had voor zijn moeder en Hanneke.
28:43Ook Jaapje mocht er niets van weten, die was immers nog te klein om te kunnen zwijgen.
28:49Wat zouden ze nu opkijken als Toon onverwacht voor hen stond?
28:54Het was nu ongeveer een jaar geleden dat baas Hein in zijn nieuwe bedrekking gekomen was.
29:01Toon kreeg nog altijd geregeld les van een onderwijzer, maar van het tuinmansvak had hij ook al zoveel geleerd dat hij zijn vader flink kon helpen.
29:11Ze woonden nu in een aardig klein tuinmanshuisje dat altijd netjes in orde werd gehouden.
29:19Als het dagwerk gedaan was, zaten ze daar s'avonds gezellig bij elkaar.
29:25Toon meestal met een stapeltje boeken en schriften voor zich, terwijl zijn vader weer allerlei andere bezigheden had.
29:33Zo zaten ze ook samen toen de postbode de brief van de kleine Piet kwam brengen.
29:39Toon was er erg mee in zijn schik en onder het lezen werd zijn verlangen zo groot, dat hij wel dadelijk op reis had willen gaan.
29:48Wel jongen, zei baas Hein toen hij het briefje had gelezen, nu moet je er maar eens gauw een dagje uitbreken.
29:56Als ik kon, gingen we samen, maar daar is het nu te druk voor.
30:01Als je zin hebt, kun je morgen alweer gaan.
30:05Dat liet Don zich geen tweemaal zeggen.
30:08Het reisje lachte hem toe en hij was zo verheugd dat hij als een dolle man door de kamer sprong.
30:15Malle jongen, zei zijn vader en schudde lachend het hoofd, denk er nu maar aan dat je alles klaarmaakt voor de reis, je moet morgen vroeg op om de eerste trein te kunnen pakken en zorg er ook voor
30:27dat de kleine vriendjes niet teleurgesteld zijn als je bij hen komt.
30:31Het was goed dat vader er hem aan herinnerde, want in al zijn opwinding zou hij het voornaamste punt in Piet's brief haast hebben vergeten.
30:42Gelukkig was er een flinke speelgoedwinkel in de buurt waar Toon zijn inkopen kon gaan doen.
30:49Een tijdje geleden had hij ook een paar mooie reuzenkonijnen gekocht, die waren voor Hanneke bestemd.
30:56Baas Hein genoot in stilte van de gulle manier waarop Toon zijn spaarpot had aangesproken om zijn vrienden plezier te doen.
31:06Hij bracht zijn zoon de volgende morgen naar het station en hielp hem zijn pakken dragen.
31:11Met echt prettige gedachten zat Toon in de trein, hoewel deze hem nog veel te langzaam liep.
31:18Eindelijk riep de conducteur toch ook de plaats af waar hij moest uitstappen.
31:23Het was nog een half uur lopen voor hij aan de woning van vrouw Van Beek kwam.
31:29Hij leek met al zijn pakken wel een sjouwerman, maar het scheen hem niks te hinderen, want hij stapte vlug voort onder het fluiten van een vrolijk wijsje.
31:40Toen hij dicht bij het welbekende huisje kwam, begon zijn hart te kloppen.
31:44Zouden ze hem zien aankomen?
31:46Hij zag de deur op een kier staan, maar niemand kwam hem tegemoet.
31:51Nu moest hij toch even luisteren.
31:53Hij hoorde de stem van Hanneke.
31:56Ik ben toch benieuwd, moeder, hoe het met baas Hein en Toon gaat.
32:01We horen niets van hen.
32:04Nee, kind, maar schrijven is ieders werk niet.
32:08Ze zullen ons daarom toch niet vergeten hebben, hoor.
32:11Nee, vergeten zeker niet.
32:14Maar waarom komt Toon niet eens over?
32:16Hij heeft het ons zo vast beloofd.
32:19Wel, kind, als Toon jullie eens kon horen, zou hij wel gauw komen.
32:24Want Piet praat de laatste dagen ook al over niets anders.
32:29Nu werd de deur wat verder geopend.
32:33En daar stond Toon met hoogrode kleur en zijn ogen tintelend van plezier voor het verbaasde tweetal.
32:42Wat er nu in de eerste tien minuten gesproken werd is moeilijk te vertellen, want men hoorde niets dan uitroepen van verbazing en blijdschap.
32:52Jaapje was ook al in een wip op Toons knie geklauterd en luisterde...
32:59Niet naar de vermaning van moeder en Hanneke, die zeiden dat hij Toon veel te warm zou maken.
33:06Aan het vragen en vertellen scheen nu haast geen einde te zullen komen.
33:11Met de grootste verbazing hoorden moeder en Hanneke nu ook van het briefje van Piet.
33:17Ze begrepen niet hoe die kleine jongen dat zo alleen klaar had kunnen spelen.
33:23Om twaalf uur kwam hij thuis uit school.
33:27Allen hielden zich stil.
33:29Toen ze hem hoorden aankomen.
33:31Hij was dan ook al even binnen, voor hij Toon bemerkte.
33:35Maar toen hij hem in het oog kreeg, rende hij met een luide schreeuw zo onstuimig op Toon af, dat Jaapje, die nog altijd op zijn knie zat, het te benauwd kreeg en gauw een
33:47goed heenkomen zocht.
33:49De kleine briefschrijver kreeg nu heel wat te horen en werd geducht geplaagd, tot Toon het nodig vond hem in bescherming te nemen.
33:59Laat ze maar praten Piet, ik was wat blij met je brief.
34:03Niemand heeft zo goed aan mij gedacht als jij.
34:07En nu zal ik je eens laten zien wat ik voor jullie heb meegebracht.
34:11Want Toon had opzettelijk gewacht met het uitpakken tot de thuiskomst van Piet.
34:17Nu steeg de vreugde ten top bij de broertjes.
34:21Piet zag zijn stoutste verwachtingen overtroffen.
34:25Want behalve de dood met soldaten, kreeg hij ook nog een flink geweer.
34:30En Jaapje kon zijn ogen niet geloven toen hij eigenaar werd van een kleine schimmel, gespannen voor een boerenwagen.
34:39Het eerste ogenblik stonden de kinderen half versuft bij hun geschenken te kijken, maar toen vlogen ze op toon af en hadden jongeren te poos je hart te verantwoorden onder
34:51de bestorming van het dankbare tweetal.
34:54Hanneke was niet minder in haar schik met de mooie konijnen, al was haar dankbetuiging wat minder luidruchtig dan die van de broertjes.
35:03Nog nooit had ze zo'n reuze soort gezien.
35:07Dit waren toch nog heel andere dieren dan die ze twee jaar geleden aan Kees van der Molenaar had verkocht.
35:14Vrouw van Beek werd even min vergeten.
35:17Voor haar had Toon een lekkere sucadekoek meegebracht.
35:22Hij werd nu van alle kanten zo dikwijls bedankt dat de jongen er verlegen onder werd en vroeg of men er alsjeblieft mee wilde ophouden.
35:32Hanneke, zei hij, wat heb jij niet voor ons gedaan?
35:36Vader en ik moeten jou ons hele leven dankbaar zijn.
35:40Heb jij vroeger niet je konijnen voor ons afgestaan?
35:44Heb je ons niet in alles geholpen?
35:46En bovenal, ons gewezen op Gods liefde, toen niemand anders zich met ons bemoeien wilde?
35:53Wat zou er van ons geworden zijn zonder jou?
35:56We waren dan misschien nog even ongelukkig als vroeger.
36:03Zei nu vrouw Van Beek, ook zonder Hanneke zou het God niet aan middelen ontbroken hebben om je bekend te maken met zijn liefde, die hij ons geopenbaard heeft in
36:15zijn Zoon.
36:16Hij is het die ons aller wegen en daden bestuurt.
36:21En wanneer een mens behouden wordt door Christus, laat ons dan hem alleen de eer geven.
36:29En weet je wel Toon?
36:31Zei Anneke zacht, dat het niet door mij was.
36:35Het was immers je moeders bijbeltje, waaruit je het eerst de blijde boodschap hoorde van Gods liefde tot zondaren.
36:44Ja, zei hij nadenkend, het vinden van moeders bijbeltje is de eerste stap geweest.
36:52Tot een nieuw, gelukkig leven.
36:55Veel werd er die dag nog gesproken en als vrouw Van Beek vertelde van Toons vrome, vroeggestorven moeder, werd hij niet moeten luisteren.
37:06De beide broertjes vonden echter dat ze ook hun deel aan Toons gezelschap moesten hebben.
37:12En dikwijls kwamen ze het gesprek verstoren.
37:16Toon moest dan met hen aan het spelen en stoeien.
37:19Daar hielp niets aan.
37:21Onder dit alles ging de tijd veel te spoedig voorbij, maar hoe jammer men het ook vond, weer afscheid te moeten nemen, toch voelden allen zich verkwikt door de heerlijke dag
37:33die ze samen hadden doorgebracht.
37:38Het was niet vroeg meer toen Toon die avond thuis kwam.
37:43Toch bleef hij met zijn vader nog lang in hun gezellig woonvertrekje zitten praten, want Toon had zoveel te vertellen en baas Hein luisterde met de grootste belangstelling.
37:54Tot besluit van de avond werd volgens vaste gewoonte een hoofdstuk uit de Bijbel gelezen.
38:03Was het toeval of opzet dat Toon hem open sloeg op de plaats waar nog altijd het pauweveertje lag?
38:12Toen hij geëindigd had met lezen, zei zijn vader bewogen, jongen, de hele Bijbel is mij dierbaar, maar deze lieflijke
38:24troostwoorden die je moeder onderstreept heeft, bovenal.
38:30Zij gaven mij de moed om met al mijn zonden en gebreken tot Christus te vluchten.
38:42Mij aangenomen, niets kon ik hem geven en alles, alles heeft hij mij geschonken.
38:52Rust en vrede voor mijn ziel, een liefhebbende zoon en de overtuiging dat je moeder mij alles heeft vergeven, evenals God het
39:04heeft gedaan.
39:05Maar nu moet je gaan slapen, mijn jongen.
39:07Het is al erg laat en je zult wel moe zijn.
39:11Een kort, hartelijk avondgebed werd nu nog in het kleine kamertje opgezonden en daarna begaven vader en zoon zich naar hun slaapvertrek.
39:23Baas Hein sliep nog niet zo spoedig in.
39:27Hij was te veel vervuld met allerlei gedachten om de slaap te kunnen vatten.
39:33In de stille uren van de nacht lag hij zo dikwijls te denken aan zijn vroeger zondig leven en altijd maar weer werd zijn hart dan met liefde
39:45en dankbaarheid vervuld, jegens God die hem weer op het rechte pad had geleid.
39:52Toons liep intussen rustig voort, terwijl een glimlach om zijn lippen speelde.
39:58Zeker waren het gelukkige gedachten die hem bezig hielden in de slaap.
40:03Droomde hij wellicht van zijn moeder?
40:05Haar beden was niet onverhoord gebleven toen ze haar kind had opgedragen aan Gods trouwe vaderzorg.
40:14En was ze zelf vroeg van haar jongen weggenomen, haar Bijbel, haar kostelijkste schat, had ze voor hem achtergelaten.
40:24Aan de hand van die trouwe geleider zou hij haar eens in heerlijkheid ontmoeten, in dat zalige oord waar de engelen zich verblijden over iedere
40:36zondaar die tot God wederkeert.
40:40Waar liefde woont, gebied de Heren de zegen.
40:44Daar woont hij zelf, daar wordt zijn heil verkregen en het leven tot in eeuwigheid.
40:54En hiermee, beste luisteraars, beëindigen we het verhaal met de titel Wat moeder achterliet voor haar jongen.
41:05We hoorden afgelopen week een predikant zeggen in een preek Verlies nooit de moed, verlies nooit de moed als het gaat om je
41:17kinderen of kleinkinderen en laat het aan God over wat voor middel hij gebruikt
41:24om ze te brengen onder het woord, misschien wel jaren na je overlijden.
41:31We geven het u maar door naar aanleiding van dit verhaal.
41:36Weer hartelijk dank voor uw aandacht en voor morgen een gezegende zondag.
41:42Er zal nog voor u gezongen worden, ja hoe kan het ook anders, Psalm 133, alle drie de versen.
41:52Aai ziet hoe goed, hoe liefelijk is het dat zonen van hetzelfde huis als broeders samenwonen, daar het liefdevuur niet wordt verdoofd.
42:05En wat er verder volgt in de versen 1, 2 en 3 van Psalm 133.
42:12[GEZANG]