0:01Goedenavond, luisteraars.
0:03Wij kennen allemaal wel de samenvatting van de wet des Heren.
0:09God liefhebben boven alles en de naaste als onszelf.
0:15Als we het eerste, God liefhebben boven alles, door het geloof mogen beoefenen, dan vloeit het tweede, de liefde tot de naaste, daaruit voort.
0:27Het is beiden genade.
0:30En aan deze kant van het graf altijd ten dele.
0:33Om het te kennen hoeven we niet oud te zijn.
0:37Dat zal blijken uit het verhaal in twee delen waarvan ik u vanavond het eerste deel wil voorlezen.
0:45Het draagt de titel Wat moeder voor haar jongen achterliet.
0:53In de vroege morgen
0:56Het huisje van de weduwe van Beek zag nog dubbel zo vriendelijk als anders nu de pruime boom die ervoor stond volop prijkte met mooie sneeuwwitte
1:09bloesems.
1:09Ook binnen zag het er gezellig en behagelijk uit in dat kleine woonvertrekje.
1:17Men kon het werkelijk aan niets bespeuren dat de huismoeder er bijna dagelijks uit moest om als werkvrouw de kosten te verdienen voor haar gezin.
1:28Maar aan de flinke Hanneke, haar dertienjarige dochter, was het huishouden ook best toevertrouwd.
1:37Ze hield alles keurig netjes in orde en zorgde als een echt moedertje voor haar twee kleine broertjes.
1:46Met een gerust hart verlaat vrouw Van Beek dan ook nu juist weer haar woning, terwijl ze Hanneke eerst nog enige aanwijzingen geeft van hetgeen ze die dag
1:59moet verrichten.
2:01Het was nu twee jaar geleden dat haar man stierf en ze achterbleef met drie kinderen,
2:10waarvan de twee jongsten nog zo heel klein en hulpbehoevend waren.
2:16Ach, het was zo leeg en stil geworden in huis toen die goede vader was heengegaan.
2:23Moeder had er zo droevig en bleek uitgezien en ook Hanneke was in het begin troosteloos geweest.
2:31Het meisje was echter te jong en te levendig om lang achtereen te treuren.
2:37Zodra moeder wat opgewekter begon te kijken, kreeg ook Hanneke weer echt plezier in haar leven.
2:45Soms lacht de vrouw van Beek weer met haar kinderen mee, maar dat het niet de oude, vrolijke lach was, merkte zelfs Hanneke op.
2:55Wat het meisje echter nog niet begreep, was dat moeder haar leed in stilte droeg.
3:02In stilte ja, maar niet alleen.
3:05Want de Heere had haar verborgen tranen gezien en hij had haar getroost en gesteund met zijn onveranderlijke liefde en vadertrouw.
3:17De mensen bij wie ze uit werken ging, zeiden dikwijls, wat is die vrouw van Beek toch flink en wat kan ze zich goed over haar verdriet heenzetten.
3:28Maar ze wisten niet.
3:31dat hun werkvrouw van God de kracht ontving om haar leed zo blijmoedig te dragen.
3:38Vrouw van Beek hield er niet van om met haar vroomheid te koop te lopen, maar ze trachtte altijd en overal de wil des heren te doen.
3:49Daarom was ze ook zo'n ijverige, eerlijke, bescheiden werkvrouw.
3:53En niet alleen bij het ruwe werk, maar was hier of daar een kindje geboren,
3:58Werd er ergens bruiloft gevierd of had de dood rouw en droefheid gebracht in een huisgezin, dan was vrouw Van Beek meestal een welkome hulp.
4:11Ze ging zo kalm en rustig haar gang.
4:14Ze dacht aan alles en zorgde voor ieder groot en klein in het gezin waarin men haar hulp had ingeroepen.
4:24Door al die drukke werkzaamheden kon ze ruimschoots genoeg verdienen om haar kinderen te onderhouden en ze dankte er haar God dagelijks voor.
4:35Het was wel jammer dat Hanneke nu al zo vroeg van school had moeten gaan, maar ze had toch al de klassen al doorlopen.
4:44En zoals haar moeder vol trots verklaarde, ze kon lezen, schrijven en rekenen als de beste.
4:54Nu, dom ziet het meisje er ook lang niet uit, kijk maar eens hoe verstandig ze uit haar helderblauwe ogen kijkt, terwijl ze met een bruin aardenpannetje uit hun huisje
5:07naar het schuurtje gaat.
5:08Hier woont de geit, die haar hok deelt met een paar konijnen, die soms rustig op haar langharige, zachte rug liggen te slapen.
5:20Hanneke spreekt het beest vriendelijk toe en gewillig laat ze zich door haar melken.
5:26Men kan zien dat het dier aan goede, zachte behandelingen gewend is.
5:32Spoedig komt Hanneke nu weer naar buiten met haar pannetje vol lekkere, schuimende melk.
5:39En juist toen ze ermee naar binnen wilde gaan, viel haar oog op een lange, armoedig uitziende jongen.
5:48Het was Toon, de zoon van Hein Brandt, die al bijna een week gevangen zat voor stroperij.
5:57Dit was al zo dikwijls gebeurd, dat men hem de bijnaam had gegeven van Hein de Stroper.
6:05Geen wonder dus dat Toon er haveloos en slordig uitzag, want zijn moeder had hij reeds lang verloren en Hein bekommerde zich niet om hem.
6:18Hij geleek in het geheel niet op een gezonde buitenjongen en het was alsof door zijn bleke, magere wangen zijn grote, bruine ogen nog donkerder en
6:30droeviger zagen.
6:32Verwonderd keek hij op toen Hanneke hem vriendelijk aansprak en vroeg hoe het met hem ging.
6:40Best Hanneke, was zijn antwoord.
6:44Ik wilde dat de ouwe maar voorgoed wegbleef.
6:47Ik kan het best buiten hem stellen.
6:51Foeitoon, zo mag je over je vader niet spreken.
6:54Daar doe je kwaad mee, zei Hanneke.
6:58O ja, jij hebt goed praten.
7:01Jij hebt een goede vader gehad.
7:03En van je moeder krijg je nooit een onvriendelijk woord.
7:07Als jij er ook eens op uit werd gestuurd...
7:10om met bezems langs de huizen te venten en anders slaag en scheld worden kreeg, dan zou je wel begrijpen dat ik blij ben dat de oude gevangen moet zitten.
7:23Hanneke zweeg.
7:25Ze had zo'n innig medelijden met de arme Toon en ze zag hoe hij onwillekeurig een begerige blik sloeg op het pannetje met melk, dat ze nog altijd in haar
7:37hand hield.
7:38Toon, zei ze zacht.
7:41Heb je geen honger?
7:43Nee, ik kan het best uithouden.
7:45We hebben nog wat aardappelen en ik heb niet veel nodig.
7:50Hanneke wist echter wel beter.
7:52Het was de jongen ook aan te zien dat hij gebrek leed.
7:56Kom Toon, ga met me mee naar binnen.
7:59Je moet wat eten, anders word je ziek, zei ze dringend.
8:04Nou, wat zou dat?
8:05Niemand zou me missen, was het onverschillige antwoord.
8:10Toon, ga nu mee, zei het meisje beslist.
8:13Ik zie het aan je, je hebt honger.
8:16Je mag niets meer zeggen, eerst moet je eten.
8:19En zacht dwong ze hem met haar mee naar binnen te gaan.
8:24In de kast stonden een paar stapeltjes boterhammen die de zorgzame moeder al in de vroegte van haar kinderen had klaargemaakt.
8:34Hanneke zette een paar dikke bruine boterhammen voor haar gast klaar en schoof een stoel bij de tafel.
8:42Doet dan, zei ze, wil je me nou een groot genoegen doen en die boterhammen opeten?
8:48Ik zal je er een kopje lekkere warme melk bij inschenken, dat zal je goed doen.
8:55De hongerige knaap stribbelde nu niet langer tegen.
8:59Hij had al in verscheidene dagen geen brood.
9:03en nog veel minder warme melk geproefd.
9:06Het smaakte hem zo heerlijk, iedere hap was een traktatie.
9:11Hanneke genoot hierbij zeker niet het minst, terwijl ze in het vertrekje heen en weer dribbelde en deed of ze niets merkte.
9:21Spoedig was het stapeltje boterhammen nu ook lekker opgepeuzeld en de jongen zag er werkelijk beter uit, nu zijn honger was gestild.
9:33Heeft het goed gesmaakt, Toon?
9:35vroeg Hanneke vriendelijk.
9:37Nou, of het gesmaakt heeft.
9:39Maar Hanneke, waarom ben jij toch zo goed en vriendelijk voor me?
9:44Niemand anders is zoals jij.
9:47Kom Toon, wat een gekheid.
9:49Als je zulke rare dingen zegt, word ik echt boos op je hoor.
9:53En ik geloof ook dat er genoeg mensen zijn die je zouden helpen als je hun de kans maar gaf.
10:00Maar je kijkt meestal zo donker en boos dat iedereen bang voor je wordt.
10:06Nou, laat de mensen dan maar bang voor me zijn en zich niet met me bemoeien, was het Norsse antwoord.
10:14Daarmee je niets van toon, dat weet ik wel beter.
10:17Je vindt het ook wel prettig als men vriendelijk tegen je is.
10:21Maar dan moet je jezelf ook niet zo stug doen.
10:25Maar ik kan en wil niet anders zijn, barstte de jongen nu los.
10:29Behalve jij en je moeder is er niemand die iets aan me geeft.
10:34Op school mocht ook niemand me leiden en daarom bleef ik meestal maar weg.
10:39Geen één jongen die met me wilde omgaan.
10:41En als jij met me praatte, werd je door de anderen uitgelachen, dat weet je immers nog wel.
10:48Het was allemaal de schuld van de grote mensen.
10:51Die wilden niet dat hun jongen zich met mij bemoeide.
10:55Thuis werd ik door de nauwe erop uitgestuurd om bezems te verkopen of anders te bedelen.
11:01Bracht ik geen centen mee, dan kreeg ik slaag en scheldwoorden.
11:06Dan moest ik wel naar al die mensen gaan waar ik zo'n hekel aan heb en hun vragen wat van me te kopen.
11:13Dikwijls werd ik ook weggejaagd of me gaf me een cent om van me af te zijn.
11:19Wat zou ik hun graag die centen in het gezicht hebben gehoord.
11:23Maar ik dorst niet thuis te komen zonder geld.
11:26En nu zolang als de oude gevangen zit, heb ik me ook voorgenomen niet meer langs de huizen te gaan en van niemand iets aan te nemen, al had ik ook nog zo'n honger.
11:39Daarom wou ik eerst ook niet met je mee naar binnen gaan.
11:42Maar je vroeg het zo vriendelijk dat ik het niet kon laten.
11:47En ik had zo'n honger.
11:50En nu heb je er toch geen spijt van, is het wel Toon?
11:54Zie je nu wel dat je net een jongen bent als ieder ander en je ook op tijd eens flink moet eten?
12:02Het is allemaal molligheid van jou om aan niemand meer iets te willen vragen.
12:08De mensen menen het niet zo slecht met je, als je wel denkt, maar jij stoot iedereen af door je stuursheid.
12:16Toe, zet nu al die lelijke gedachten eens uit je hoofd en als over een paar dagen je vader thuis komt,
12:23Ga hem dan eens met een vriendelijk gezicht tegemoet.
12:28Ik hem tegemoet gaan, Hanneke.
12:30Dank je wel.
12:31Als hij thuis komt is het nog vroeg genoeg om een pak slaag te krijgen.
12:36Toen hij wegging, zei hij dat ik goed wat centen op moest klopen, zodat hij een lekkere maal moest hebben bij zijn terugkomst.
12:45Dus ik weet wat me te wachten staat, nu ik dat niet gedaan heb.
12:51Hanneke zuchtte.
12:53Ze wist werkelijk niet wat ze hierop moest antwoorden.
12:58Ja, Toon had eigenlijk wel gelijk gehad toen hij zei, jij hebt goed praten, jij krijgt van je moeder nooit een onvriendelijk woord.
13:07Het meisje had een kleur van het drukke praten, maar nu was ze toch ten einde raad.
13:13Ze kon zich van een vader zoals baas Hein geen voorstelling maken.
13:18Hoe heel anders was haar vader geweest.
13:22Als hij s'avonds thuis kwam van zijn werk, had hij altijd het liefst zijn kinderen om zich heen gehad en nooit was het kleine troepje hem te druk of te woelig geweest.
13:33Toen het meisje daar aan dacht, kreeg ze de tranen weer in de ogen, maar ze veegde ze gauw weg om het toon niet te laten merken.
13:43Ze had toch zoveel voor.
13:46Op die arme jongen.
13:48Hij had niemand die van hem hield.
13:50Hoe kon men dan ook verwachten dat hij vrolijk zou kijken?
13:54Kon ze maar iets bedenken om hem een plezier te doen.
13:59Misschien zou hij het wel prettig vinden als hij haar wat helpen kon.
14:04Ze vroeg hem daarom of hij een mand groen voor de geit en de konijnen wilde gaan snijden.
14:12Dat was goed geraden.
14:14Met een verheugd gezicht sprong hij op, blij wat voor Hanneke te kunnen doen.
14:19Het was nu bijna acht uur in de morgen en het meisje ging haar broertjes wekken die nog rustig lagen te slapen.
14:28Toen ze de witte bedgordijnen wegschoof, kwam een dartel zonnestraaltje naar binnen gluren dat de hele bedstede helder verlichtte.
14:38De kinderen openden even de slaperige oogjes, maar knipten ze dadelijk weer dicht voor het felle zonlicht.
14:46Hanneke gaf hen echter geen tijd opnieuw te gaan inslapen.
14:50Ze wreven zich nu nog eens goed de ogen uit en waren toen spoedig klaar wakker.
14:57Door het flinke zusje geholpen waren de kinderen nu weldra gewassen en gekleed en zaten aan tafel om hun ontbijt te gebruiken.
15:09Sus, wat is jouw boterham?
15:11vroeg Piet, de oudste van de twee broertjes.
15:15Wel jongen, was het antwoord, mijn boterham is al lang op, ik heb maar niet op jullie gewacht.
15:22Het vijfjarig baasje was met deze verklaring tevreden, maar kleine Jaapje gaf luid zijn afkeuring te kennen.
15:31Sus, bo eten, Jaapje Ans ook niet eten, riep het kereltje dwingerig.
15:37En zijn klein dik gezichtje begon zo bedenkelijk te staan, dat Hanneke het maar het beste vond een stukje van zijn boterham te nemen.
15:46Toen de driejarige Dreumes zijn zin had gekregen, ging hij verder weer rustig aan zijn morgenbrood.
15:55Hanneke voelde echter wel dat haar maag met dat kleine stukje brood niet zo gemakkelijk tevreden was gesteld.
16:04Gelukkig stond er nog wat meelpap, dat smaakte heerlijk.
16:08Veel was het niet, maar daar bekreunde ze zich niet over.
16:12Ze was veel te blij dat Toon haar boterham zo smakelijk had opgegeten.
16:17Het gaf haar zo'n prettig opgewekt gevoel.
16:24Wat Toon had gelezen.
16:28Nauwelijks had Hanneke het woonvertrekje weer netjes op orde gebracht.
16:33Toen Toon al voor haar stond met een grote mand vol groen, zijn gezicht straalde van plezier, toen Hanneke hem herhaaldelijk bedankte.
16:44Kan ik nog iets voor je doen?
16:46vroeg hij.
16:47Je hebt me maar voor het bestellen, want ik heb niks te verzuimen.
16:52Nee Toon, ik heb nu op het ogenblik geen werk voor je.
16:55Ik moet de kieltjes van de jongens verstellen en daar kun je me toch zeker niet bij helpen, zei ze lachend.
17:03Nou, dan ga ik maar weer.
17:06En lusteloos keerde hij om.
17:09Waar wil je heen gaan, Toon?
17:12Waarheen, dat weet ik zelf niet.
17:15Ik kan me ook niet veel schelen.
17:18Nu blijf dan nog wel bij me praten.
17:21Terwijl ik zit te naaien, kun jij dan een oogje op die jongens houden.
17:25Dan help je me toch ook.
17:27Het was bijzonder mooi aprilweer en Hanneke zette zich met haar werk voor de deur van hun huisje, terwijl Toon in het gras tegenover haar ging zitten.
17:38De beide broertjes genoten ook van het heerlijke lenteweer.
17:42Ze stoeiden en ravotten met elkaar dat het een lust was om te zien.
17:49Wat zijn dit toch een paar kleine levenmakers, vind je niet Toon?
17:53vroeg Hanneke, terwijl ze lachend naar de kinderen keek.
17:57Ik zou het hier de hele dag alleen niet kunnen uithouden, als ik die kleine jongens niet bij me had.
18:03Ze volgde met haar ogen de bewegingen van de kleinen.
18:07En ineens wipte ze van haar stoel en danste en sprong ze met de kinderen mee in het rond.
18:14Als zus meedeed, dan waren de broertjes uitgelaten.
18:18Ze gierden het uit van plezier.
18:21En een ogenblik was het een echt dolle boel.
18:25Met een hoge kleur kwam het meisje terug en gauw raapten ze haar naaiwerk op dat op de grond gevallen was.
18:33Je vindt me zeker een flauw kind, is het niet Toon?
18:36Maar ik kan niet helpen, soms moet ik eens even met hem meedoen.
18:40Maar nu ga ik weer hard aan het werk hoor.
18:43Ik vind je helemaal niet flauw, Hanneke.
18:46Ik wou dat ik ook maar zo'n plezier kon maken als jij.
18:49Als moeder maar was blijven leven, dacht hij bij zichzelf.
18:54Dan zou ik ook wel vrolijk kunnen zijn.
18:57Enkele voorvallen uit zijn vroegste kindertijd kon hij zich nog flauw herinneren.
19:04Duidelijk stond hem voor de geest hoe hij als heel kleine jongen in zijn eigen witgeverfde stoeltje naast zijn moeder mocht zitten en
19:16door haar werd geliefkoosd.
19:18Van haar ziekte en sterven wist hij niets meer dan dat het op een keer
19:24Heel donker was geweest in huis en hij toen door de buurvrouw was meegenomen.
19:29Van zijn vader herinnerde hij zich alleen altijd bang voor hem te zijn geweest, evenals hij het nu nog was.
19:38Die gedachten maakten hem tegelijk boos en droevig.
19:43Hanneke, riep hij, kwam de oude maar nooit meer terug of was ik maar gelijk met mijn moeder gestorven.
19:51Overmorgen komt hij weer thuis.
19:53En dan is het gedaan met mijn rust.
19:57Toon, Toon, praat toch zo niet.
19:59Je mag je vader niet in de gevangenis wensen, al is hij soms ook hard en onvriendelijk tegen je.
20:07Doe me nu ook een plezier en praat niet meer zo onverschillig van de oude.
20:12Dat is toch niet mooi van je.
20:15Hij is immers je vader en zo behoor je hem ook te noemen.
20:19En al was hij zelfs je ergste vijand.
20:22Toch moet je proberen Hem lief te hebben, want dat is het gebod van de Heren.
20:28Het gebod van de Heren, daar weet ik niks van, maar wel dat ik een hekel heb aan die man die mijn vader is.
20:36Het spijt me dat je niets van de Heer Jezus weet.
20:40Zou je Hem kennen zou, zou je heel anders praten.
20:44Waarom wil je ook nooit op zondagsschool of kategorisatie komen?
20:49Daar wordt zoveel van Hem verteld.
20:52Ja, wat zou ik daar doen?
20:54Dat is allemaal goed voor kinderen die gewone vaders en moeders hebben, maar niet voor mij.
21:00Juist wel voor jou, Toon, want daar zou je kunnen leren dat de Heer Jezus jou ook lief heeft en dat Hij niemand verstoot of te slecht vindt om te
21:12helpen.
21:13Als je een Bijbel hebt, zou je het daar ook in kunnen lezen, hoe lief de Heer de mensen had.
21:20en hoe hij altijd uitging om armen en ongelukkigen te helpen en te redden.
21:28Gisteren heb ik voor het eerst wat in de Bijbel gelezen.
21:31Voor die tijd wist ik niet dat we er een hadden.
21:35Ik vond hem boven in de lade van het kastje dat van mijn moeder is geweest.
21:41Ik verlangde opeens zo om wat van haar te zien, maar het kastje is altijd gesloten.
21:47Maar van de lade is het slotstuk.
21:50Met een kromme spijker trok ik nu de lade open en zag daar allerlei dingen die van moeder zijn geweest.
21:58Ook haar bijbeltje.
22:00Een pauweveertje lag tussen de bladen.
22:03Wat speet het me nu dat ik zo slecht lezen heb geleerd.
22:08Ik wilde zo graag weten wat er op die bladzijde stond waar dat pauweveertje tussen lag.
22:16En nu ging het zo moeilijk.
22:18Let!
22:19Letter voor letter moest ik eerst spellen.
22:22Daarom heb ik ook die hele bladzijde niet kunnen lezen, maar alleen een heel klein stukje waar een potloodstreep onder stond.
22:31Dat heb ik nu van buiten geleerd, maar ik begreep het niet goed.
22:37Wil je het mij eens zeggen, Toon?
22:40vroeg het meisje.
22:41O ja, was het antwoord.
22:43En nu zei hij de tekst op die met zoveel moeite was ontcijferd.
22:50Al zo is er blijdschap voor de engelen gods over één zondaar die zich bekeert, meer dan over 99 rechtvaardigen
23:03die de bekering niet van node hebben.
23:08Het toon, dat is juist de tekst die we verleden week in de zondagshal hebben opgezegd.
23:14En de juffrouw heeft er ons toen zoveel van verteld.
23:19Wil ik je nu het andere ook eens voorlezen dat op die bladzij staat?
23:23Ze haalde nu de Bijbel en terwijl Toon aandachtig luisterde, las ze hem Lukas 15 in zijn geheel voor.
23:33Is dat geen mooie geschiedenis Toon?
23:36Vroeg ze toen het hoofdstuk uit was.
23:39De Heere Jezus heeft ons dat verhaald om ons duidelijk te maken hoe lief God ons heeft.
23:48Zo slecht kunnen we niet zijn of hij wil ons nog met open armen ontvangen, als we maar met diep berauw tot hem komen, zoals de verloren zoon tot zijn vader
24:00kwam.
24:00Zo heeft de juffrouw het ons uitgelegd, maar veel beter en duidelijker dan ik het nu doe.
24:08Ja, dat is heel mooi, zei Toon, als in gedachten.
24:13En moeder heeft het zeker ook zo mooi gevonden.
24:17omdat het pauwenveertje daar juist bij lag.
24:20Als vader mij dat bijbeltje eens wilde geven, dan zou ik mijn best doen om er meer uit te leren lezen en ik zou dan misschien niet meer zo'n hekel aan hem hebben.
24:33Nee, dat zou je zeker niet, want die bijbel zou je leren dat je niemand een kwaad hart toe mag dragen.
24:41Wie is hij nou eens een goede zoon voor je vader?
24:44En denk eraan wat een akelige week hij nu heeft.
24:48En hoe prettig het voor hem moet zijn als er bij zijn thuiskomst iemand is die met liefde op hem wacht.
24:56Nee, Hanneke, dat zou hij niet prettig vinden.
25:01Alleen bedelsenten, die verwacht hij van mij, zei de knaap bitter.
25:06Laten we proberen.
25:08[GEZANG]
25:31Een avond in het huisje van vrouw Van Beek.
25:35Toen Toon vertrokken was, zat Hanneke nog lang stil na te denken.
25:40En terwijl ze daar zo zat, was het of een zonnestraal over haar lief gezichtje vloog.
25:47Zeker kreeg ze toen een gelukkige gedachte.
25:50Maar nu keek ze opeens met schrik naar haar naaiwerk.
25:53Dat was niet hard gevorderd vanmorgen.
25:56En nu was het waarlijk weer tijd om voor het middagmaal te gaan zorgen.
26:00Het was maar goed dat de broertjes zich buiten zo best vermaakten en het bedrijvige zusje niet in de weg liepen, want ze had het nu een poosje erg druk.
26:11Maar smiddags ging de naald weer dubbeleiverig heen en weer, zodat het verzuimde van die morgen spoedig was ingehaald.
26:21En s'avonds, toen moeder thuis kwam,
26:24prees ze haar dochtertje, omdat de kleertjes van de broertjes zo netjes waren versteld.
26:31Toen de kleinen in bed lagen en moeder en dochter weer rustig bij elkaar zaten, begon Hanneke pas te vertellen van Toon en het gesprek dat ze samen
26:43hadden gehad.
26:44Ach ja, zei vrouw Van Beek, het is wel heel treurig met die man gesteld.
26:50Was zijn goede vrouw maar blijven leven, dan zou het zeker nooit zoveel met hem gekomen zijn.
26:57Hebt u haar goed gekend, moeder?
26:59vroeg Hanneke met grote belangstelling.
27:02Zeker, kind, heel goed.
27:04Ze heette Dina van Rijn en was naaster.
27:08Het was een lief, zacht schepseltje met een echt vroom gemoed.
27:13Niemand kon begrijpen dat zij de vrouw wilde worden van die ruwe Hein Brand.
27:19Hij verstond het tuinmansvak heel goed, maar stropen deed hij veel liever dan geregeld gaan werken.
27:27Maar Dina vertrouwde vast op zijn belofte dat hij zijn leven zou beteren.
27:33En het was werkelijk of Hein door haar een ander mens was geworden.
27:39Hij werkte nu vlijtig en men zag hem in geen kroeg of slecht gezelschap meer.
27:46Thuis vond hij nu al zijn geluk en zijn vrouw zag haar vertrouwen niet teleurgesteld.
27:52Een jaar later werd Toon geboren en bleef er niets meer te wensen over voor het kleine gezin.
28:00Nooit heb ik gelukkiger moedertje gezien dan het vrouwtje van Hein Brand.
28:05Maar toen de kleine jongen een paar jaar oud was, begon ze te sukkelen.
28:10De dokter schreef geen medicijnen, maar alleen rust en versterkende middelen voor.
28:17Hein verdiende genoeg om zijn vrouw alles te geven wat ze nodig had.
28:23Maar moeilijker was het voor hem te zorgen dat ze zich niet te druk maakte.
28:28Toon was toen een gezonde, woelige jongen die nog heel wat zorg nodig had en moeilijk stil te houden was.
28:36Hein had al eens voorgesteld om het kind zo lang uit te besteden, tot de moeder weer hersteld zou zijn.
28:44Maar dit had haar zo verdrietig gemaakt, dat hij er niet meer over sprak.
28:51Ze werd echter al spoedig zo zwak dat ze het kind niet meer alleen kon verzorgen en een vriendelijke buurvrouw haar dikwijls te hulp moest komen.
29:01Want hoe zorgzaam en goed Hein ook was voor zijn vrouw, kon hij toch niet altijd bij haar blijven, daar zijn verdiensten niet gemist kon worden.
29:11Het was nu het grootste genoegen voor de zieke als Toon rustig naast haar kwam zitten en haar vermaakte met zijn gebabbel.
29:20Met hem spelen, zoals ze vroeger placht te doen, kon ze allang niet meer.
29:25Ze ging steeds langzaam achteruit en het was duidelijk te zien dat geen rust of versterkende middelen haar meer beter konden maken.
29:35Zelf had ze het ook allang begrepen, maar het verontrustte haar niet.
29:40Daar ze wist in wie ze had geloofd.
29:44Dat ze Toon zo klein en hulpbehoevend moest achterlaten, viel haar eerst wel hard.
29:50Maar ze tobde er niet meer over toen ze vertrouwend het lot van haar kind eens herenhand had gelegd.
29:58Het was nu al zo ver gekomen dat ze niet meer op kon zitten.
30:03maar alle dagen in bed moest liggen.
30:06Toon werd nu bijna geheel van haar teruggehouden, maar eens op een middag had ze de buurvrouw zo vriendelijk verzocht hem een poosje bij zich te mogen hebben, dat
30:18de oude vrouw het niet durfde weigeren.
30:22Het was echter of de kleine jongen het had begrepen dat hij rustig moet zijn, want heel stilletjes had hij zich naast zijn moeder neergevleid.
30:32Zo vond Hein hem toen hij een uur later thuis kwam, naast elkander ingeslapen.
30:40Maar de moeder sliep de slaap die haar overbracht naar het andere, betere leven.
30:48Nooit heeft men gezien dat Hein één traan stortte, maar het was of zijn zwaar verlies alle gevoel in hem had verstomd.
31:00Dagen achtereen liep hij zwijgend rond.
31:03Werken deed hij niet meer en zijn kind was hem geheel onverschillig.
31:08De goede buurvrouw bleef echter voor Toon zorgen en ze bekommerde er zich niet over, al toonde baas Hein haar nooit de minste dankbaarheid.
31:18Ze stond helemaal alleen op de wereld en was blij dat er een klein wezentje was dat haar hulp en liefde nodig had.
31:28Ongelukkig voor Toon stierf de oude vrouw toen hij nog nauwelijks zo oud was als onze Piet.
31:35Hein leefde nu nog veel losbandiger en ongeregelder dan voor zijn trouwen.
31:41In de kerk die hij vroeger met zijn vrouw geregeld had bezocht, kwam hij nu nooit meer.
31:47Meermalen ging de dominee hem opzoeken om hem het verkeerde van zijn gedrag onder de ogen te brengen, zonder dat het iets hielp.
31:56Hij lachte de oude man in zijn gezicht uit en zei dat hij die godsdienstige praatjes maar aan andere wijs moest maken.
32:05Na de dood van zijn vrouw geloofde hij aan geen god meer.
32:10Alles was hem onverschillig geworden.
32:12Ieder had medelijden met de kleine toon.
32:15Maar niemand kon iets voor hem doen, want toen de buurvrouw gestorven was, wilde Hein geen andere hulp meer in huis hebben.
32:24Zo is de arme jongen helemaal in het wild opgegroeid.
32:28En als God het niet verhoedt, zal er wel niets anders van hem worden dan een landloper.
32:34Nee, moeder, zei Hanneke met vuur, dat gebeurt zeker niet.
32:38Toon is geen luie jongen.
32:41En hij heeft er een verschrikkelijke hekel aan dat zijn vader hem niet wil laten werken.
32:47Als er maar iemand was die hem aan de gang wilde helpen om...
32:53een of ander werk te leren.
32:55Dan zou hij zeker goed zijn best doen.
32:58Ja, kind, maar het is zo ongelukkig dat zijn vader het toch zou tegenwerken.
33:04Met die man is tegenwoordig niks te beginnen.
33:07Wanneer het baas hij nu nog eens vriendelijk gevraagd werd, moeder, zou hij dan niet over te halen zijn om wat voor toon te doen?
33:15Ik heb zo'n medelij met die jongen en zou hem zo graag helpen als ik kon.
33:21Ik geloof dat het moeilijk gaan zal, kindlief, en naar zo'n jong ding als jij zou Hein zeker niet willen luisteren.
33:29Laat me toch eens proberen, toe moedertje, zeg maar dat het mag.
33:33Verwonderd keek de moeder het meisje aan.
33:36Verbeeldde het kind zich te veel, of was het alleen haar vriendelijk goed hartje en haar oprecht kinderlijk geloof dat haar zo deed spreken?
33:46Maar ze bedacht ook dat de Heere juist dikwijls de eenvoudigen en geringen gebruikt om zijn wil op aarde te volbrengen.
33:55Nee, ze zou het meisje niet tegenwerken.
33:58En daarom antwoorden ze, nou kind, je mag doen wat je denkt dat goed is.
34:03Maar vergeet niet in de eerste plaats Gods hulp te vragen bij het werk dat je wilt ondernemen.
34:12Vrouw van Beek vroeg nu niet verder naar Hanneke's plannen.
34:15Ze wilde haar kind geheel voor zichzelf laten denken en handelen.
34:22Het klokje aan de muur vertelde dat het thans voor moeder en dochter ook tijd werd te gaan slapen.
34:28Hanneke gaf nu haar moeder de huisbijbel aan.
34:32Het was hier geen bijbellezen uit sleur of gewoonte, maar er werd met hart en mond gelezen.
34:41en eerbiedig geluisterd.
34:44Het hele huisgezinnetje sliep weldra in.
34:48Dat Hanneke in haar avondgebed Toon en zijn vader niet vergat, behoef ik zeker niet te zeggen.
34:59Waarom Hanneke haar konijnen verkocht?
35:03De volgende morgen keek Hanneke dikwijls uit naar Toon, maar deze liet zich niet zien.
35:09Had hij misschien weer honger en zou hij zich nu maar schuilhouden omdat hij het niet van haar wilde weten?
35:16Het viel haar tegen, want ze had hem zo graag gesproken over het plannetje dat ze gisteren al had bedacht.
35:24Ze zou echter maar niet langer wachten.
35:26Zelf moest ze toch het begin maken.
35:29De twee grote vette konijnen werden nu uit het schuurtje gehaald en in een mand gezet.
35:36Kort geleden had Kees de Mollen haar zoon ze van haar willen kopen, maar toen had ze er nog niets van kunnen scheiden.
35:43Voor enkele stuivers die ze zuinig en met veel geduld had opgespaard, waren ze als heel jonge diertjes door haar gekocht.
35:54Ze was zo echt gelukkig geweest met haar eigendom en heel wat dingen had ze al bedacht om voor de opbrengst van de konijnen te kopen als ze groot zouden zijn.
36:05Moeder wilde ze graag een lekkere omslagdoek geven, de broertjes ieder een stuk speelgoed en voor zichzelf hoopten ze op een naaidoos.
36:15Soms als ze een berekening gaan maken, vrezen ze niet toe te komen met haar geld en dan besloot ze maar met een zucht dat de naaidoos nog wat wachten moest.
36:26Het viel toch wel hard, al die plannen, waar ze maandenlang plezier van had gehad, nu te moeten opgeven.
36:34Het zou zo prettig geweest zijn moeder te verrassen en de broertjes blij te maken, maar nu dacht ze ook weer aan die arme Toon, die alles miste.
36:44Nee, gauw nu naar Kees en de konijnen verkocht.
36:48Ze wijfelde geen ogenblik meer.
36:50De molenaarszoon keek haar al lachend tegen en riep, zo Hanneke, kom je mij nu je konijnen brengen?
36:58Je past op hoor meid.
37:00We zullen maar niet lang loven en bieden.
37:02Het zijn werkelijk beste dieren en ik wil je er drie gulden voor geven.
37:07Is dat goed?
37:09Hanneke kreeg een kleur van genoegen.
37:12Zoveel had ze niet eens durven vragen en ze stemde dan ook dadelijk toe.
37:17Kees gaf haar daarop drie blanke guldens die het meisje met niet weinig trots in haar zak liet glijden.
37:25Wil je niet even binnenkomen om een kop koffie mee te drinken?
37:28vroeg hij vriendelijk.
37:30Moeder heeft ze juist klaargemaakt.
37:33Dankjewel Kees, was het antwoord.
37:35Ik moet gauw weer naar de broertjes.
37:38En een web was het meisje weer op weg naar huis.
37:41ze kon nu met de lege mand heel wat vlugger lopen dan straks in het heengaan in de verte zag ze de kinderen al voor het huisje spelen terwijl antje haar buurmeisje wie ze gevraagd
37:53had even op de kleinen te letten tegen het hekje stond te breien
37:58Hanneke dacht er niet aan haar vriendinnetje te bedanken.
38:02De meisjes waren altijd gewoon elkaar te helpen zonder er veel praatjes over te maken.
38:08Het was een hele vreugde voor de broertjes toen ze hoorden dat ze met zus boodschappen mochten gaan doen.
38:16Piet mocht de man dragen en Jaapje met zijn korte beentjes stapte heel kordaat tussen zijn zus en zijn broertje in.
38:25De winkel was niet ver af.
38:28Wat maar gelukkig was voor de kleine dikke jongen, die anders het lopen niet zou hebben uitgehouden.
38:34Hanneke deed nu haar inkopen en er kwam van alles in de mand.
38:38Brood, boter, suiker, koffie en een stukje kaas en ook een pond groene zeep, dat echter zorgvuldig van de andere waren gescheiden werd gehouden.
38:50De winkelierster telde het gekochte op en Hanneke legde haar pas ontvangen guldens op de toonbank, waarvan ze nog aardig wat kleingeld terugkreeg.
39:01Hiervan hoopten ze nog wel iets voor moeder en de kleintjes te kunnen kopen.
39:05De kinderen kregen ieder nog een handvol lekkers van de winkelierster en verheugd stapten nu ons riet alweer naar huis.
39:13Daar gekomen zette Hanneke de mand met winkelwaren in de kast.
39:18en maakte een schotel eten warm die moeder de vorige avond had meegebracht.
39:25Toen ze alle drie verzadigd waren, bleef er nog een aardig klietje over.
39:30Hanneke deed dit in een klein pannetje en zette het toen in de mand bij de andere waren.
39:36Kom jongens, zei ze, laten we nu eens naar Toon gaan kijken.
39:40Ik denk dat hij ook wel trek zal hebben en ons klietje hem best zal smaken.
39:45De kinderen waren dadelijk klaar.
39:48Hanneke nam de mand weer aan de arm en sloot zorgvuldig de huisdeur achter zich dicht.
39:54Het was maar vijf minuten lopen naar het huisje van Toon, maar ons gezelschap deed er zeker een kwartier over.
40:01Jaapje zette maar heel kleine stapjes en halfweg moest hij ook nog even rusten.
40:07Eindelijk kwamen ze er toch.
40:09Maar tot Hanneke's teleurstelling vond ze Toon niet thuis.
40:13Ze konden echter zo naar binnen gaan.
40:17Want de deur was niet gesloten.
40:19Het meisje kon het niet laten even haar neusje op te trekken.
40:24Het rook zo duf en alles zag er zo vuil en stoffig uit.
40:29Ze had haast wel weer uit die rommel willen gaan lopen, maar dat zou toch laf zijn.
40:35Daarvoor was ze immers niet hier gekomen.
40:37Er was echter bijna geen plaats te vinden waar ze veilig haar mand met eetwaren kon bergen.
40:44Nee, het was werkelijk geen wonder dat baas Hein en Toon zich niet thuis voelden in zo'n ongezellig, groezelig vertrek.
40:53De kinderen waren intussen al druk aan het spelen.
40:56Hanneke had een paar knikkers in de zak gestoken om hen daarmee bezig te houden, maar ze hadden die niet nodig.
41:03Ze waren het schuurtje ingegaan waar ze allerlei rommel vonden en dat is voor kleine kinderen nog het prettigste speelgoed.
41:13Het speet Hanneke erg dat Toon nog maar altijd niet kwam.
41:16Ze keek nu het verdrekje nog eens goed rond en begon te denken dat het nog niet zo onaardig zou zijn als alles maar eens flink was schoongemaakt.
41:26De stoelen, de tafel en het kastje hadden alle dezelfde grauwe stofkleur.
41:32De muren die vroeger wit hadden gezien, waren nu zwart berookt.
41:37En de vloer...
41:39was met een laag klei bedekt.
41:41Door het raam kwam hoogstens nog een beetje licht, maar naar buiten kijken ging allang niet meer.
41:47Zo vuil waren de glazen.
41:50Het meisje, thuis aan orde en netheid gewend, moest wel terugstrikken voor die vervuilde, wanordelijke boel.
41:58Nog een poosje bleef ze zo rondstaan kijken, maar toen was ook haar besluit genomen om met het werk te beginnen en niet langer op toon.
42:08De zeep werd nu voor de dag gehaald en in een oude ingedeukte emmer die ze in het schuurtje had gevonden, werd een vet zeepsopje gemaakt.
42:19De tafel, de stoelen en het raam, alles kreeg daarmee nu een geduchte beurt.
42:25Het kastje waarover Toon gesproken had, kreeg echter een zachtere behandeling.
42:30Juist was ze hiermee bezig toen hij naar binnen kwam.
42:34Maar Hanneke, waar ga je nou beginnen?
42:37riep hij in de grootste verbazing.
42:40Ja, Toon, was het niet wat verlegen antwoord.
42:44Ik had je eerst willen vragen of ik het hier wat op mocht knappen, maar je bleef zo lang weg dat ik maar vast ben begonnen.
42:51Je bent toch niet boos op me, wel?
42:55Boos?
42:55Wel, nee.
42:56Maar wat heb je aan dat geploeter?
42:58Het zweet loopt langs je gezicht en het is nergens goed voor.
43:03Ik weet niet, Toon, of het nergens goed voor is.
43:06Maar ik dacht dat je vader het misschien prettig zou vinden als hij thuis komt in een zindelijk net vertrekje.
43:13Maar nu moet ik al gauw naar huis, anders komt moeder straks voor de gesloten deur.
43:17Als ik mag, kom ik echter morgen terug om alles verder in orde te maken.
43:23Als je mag, zeg je, och Hanneke, je bent veel te goed.
43:28Ik heb er natuurlijk niets tegen, maar ik ben alleen bang dat het niet goed zal aflopen morgenavond.
43:35Waarom toch, Toon?
43:36Ik ben helemaal niet bang voor je vader.
43:39En hij zal immers geen kwaad doen, omdat ik zijn huisje schoonmaak.
43:44Je kent hem niet, Hanneke, anders zou je zo niet praten.
43:48Misschien ken ik hem beter dan je denkt.
43:53Hij heel ongelukkig is geweest nadat je lieve moeder is gestorven.
43:58Probeer nu eens om medelijden met je vader te hebben en niet zo slecht over hem te denken.
44:04En als hij morgenavond thuis komt, laten we dan samen op hem wachten en hem vriendelijk onthalen.
44:11Dat zal hem zeker goed doen.
44:13Kijk eens Toon.
44:14En ze nam hem mee naar de mand.
44:16Wat hierin is, heb je bestemd voor morgenavond.
44:20Toe, zeg nou eens dat je mijn plan goed vindt.
44:24Ik weet niet wat ik ervan zeggen moet.
44:27Jij bent zo onbegrijpelijk goed, zo heel anders dan ik.
44:32Vandaag heb ik er al door over gedacht om stil weg te lopen.
44:37Maar ik wil dit eerst jou vertellen, omdat je zo vriendelijk voor me bent geweest.
44:43Wacht nou eerst morgenavond af, voor je wegloopt.
44:46Wil je, Toon?
44:48Ik hoop dat je dan niet meer van je vader zal willen weglopen, maar je best zal doen om zijn leven gelukkiger te maken.
44:57Aan ons ontbreekt ook zoveel.
44:59Hoe kan dat ons vergeven worden, wanneer we zelf niet kunnen vergeven en lief hebben?
45:05Maar nu moet ik toch echt gaan, de kleintjes verlangen naar huis.
45:09Maar als jij ze nog even wil bezighouden Toon, dan warm ik eerst gauw een pannetje eten voor je op.
45:16In een ogenblik had ze de kachel opgestookt, het eten gewarmd en voor Toon klaargezet.
45:22Kom Toon, eet dat nou eens lekker op en zorg dat ik je morgen thuis vind, dan gaan we verder samen de boel opruimen.
45:30Dag Toon!
45:32Zonder verder zijn antwoord af te wachten, stapte ze vlug met de broertjes aan de hand naar huis.
45:40Nog lang zat Toon stil voor zich uit te kijken en te denken over alles wat Hanneke gedaan en gezegd had.
45:47Het was of hij zijn eenzaamheid en verlatenheid nog nooit zo diep had gevoeld als nu.
45:55Hij haalde weer het bijbeltje van zijn moeder uit de lade, maar kon niet dan met de grootste moeite een enkel woord lezen.
46:06Ach, moeder!
46:08Snikte hij, was u bij me gebleven, had u mij uit uw bijbeltje geleerd, dan zou ik misschien ook een goede jongen geworden zijn.
46:19Zijn hoofd viel op de tafel, zijn hele lichaam schokte van het schrijen.
46:26Toen werd langzamerhand het snikken al zachter en zachter, totdat het eindelijk helemaal ophield.
46:36Toon was...
46:39Het
46:41volgende hoofdstuk heet Baas Hein komt thuis.
46:47Wat er daarbij allemaal gebeurt en de afloop daarvan bewaren we voor de volgende week bij Leven en Welzijn.
46:56Voor nu wens ik u een goede voortzetting van deze avond.
47:01Zoals men vroeger placht te zeggen dat het maar voor Sabbat zal mogen zijn.
47:06En voor morgen...
47:08Een gezegende zondag.
47:10Er zal nog voor u gezongen worden van Psalm 119, de versen 1 en 83.
47:17Vers 1.
47:19Welzalig zijn de oprechten van gemoed, die ongeveins des Heren wet betrachten.
47:26En vers 83.
47:28Wat vree heeft elk die uwe wet bemint, zij zullen aan geen hinderpaal zich stoten.
47:37En wat er verder volgt in de versen 1 en 83 van Psalm 119.
47:43[GEZANG]