Psalm 16: 9 en 10 (kernteksten); Omdat Christus leeft, kunnen wij leven

maandag 6 april 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Knd H.J. van Ee · 98 minuten

Transcript

0:00Onze

0:00[GEZANG]

11:44hulp en onze verwachting is in de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft.

11:52Die trouwen houdt en eeuwig leeft en die niet laat varen de werken van zijn handen.

11:59Amen.

12:02Kom gemeente, zingen wij uit psalm 16 en daarvan het eerste vers.

12:06In deze paasmorgen dienst op de tweede paasdag zal psalm 16...

12:13...bepreekt worden.

12:14En daarom zingen we ook deze morgen de hele psalm.

12:16We beginnen met psalm 16, vers 1.

12:19Bewaar mij toch, o alvermogend God.

12:22Betrouw op u, schenk hulp.

12:24Verhoor mijn smeken.

12:26Psalm 16, vers 1.

12:28Deze

12:28[GEZANG]

15:18morgen beleidenis van ons geloof.

15:21Met de woorden van de twaalf artikelen van de apostolische geloofsbeleidenis.

15:25En zingen we daarna op psalm 103, het elfde vers.

15:37Zalmonder 3 vers 11 naar de geloofsbeleidenis.

15:40En in Ieder van U en Jou spreken in zijn of haar hart als volgt.

15:46Ik geloof in God de Vader, de Almachtige Schepper van de hemel en van de aarde.

15:54En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heren.

16:00Die ontvangen is van de heilige geest.

16:03Geboren uit de maagd Maria.

16:06Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.

16:09Is gekruisigd.

16:12Gestorven.

16:13En begraven.

16:15Nedegedaald ter helle.

16:18Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.

16:24Opgevaren ten hemel.

16:26Zittende ter rechterhand gods des almachtige vaders.

16:29Van waar hij komen zal.

16:32Om te oordelen.

16:33De levenden en de doden.

16:36Ik geloof in de heilige geest.

16:39Ik geloof een heilige algemene christelijke kerk.

16:43De gemeenschap van de heilige.

16:46Vergeving van de zonde.

16:49Wederopstanding van het vlees.

16:52En een eeuwig leven.

16:55Amen.

16:56De

16:57[GEZANG]

19:04schriftlezing voor deze morgen vindt u in psalm 16.

19:08We lezen eerst psalm 16.

19:11En daarna lezen wij uit Handelingen 2, vers 22 tot met vers 32.

19:18Dus eerst Psalm 16 en daarna Handelingen 2, vers 22 tot 32.

19:28En in Psalm 16 klinkt het woord van de Heer als volgt.

19:32Een gouden kleinoot van David.

19:37Bewaar mij, o God, want ik betrouw op u.

19:43O mijn ziel, gij hebt tot de Heren gezegd, gij zijt de Heren.

19:48Mijn goedheid raakt niet tot u, maar tot de heiligen die op de aarde zijn en de heerlijken in de welke al mijn lust is.

19:57De smarten van degene die een andere God begiftigen, zullen vermenigvuldigd worden.

20:04Ik zal hun drankoffers van bloed niet offeren en hun namen op mijn lippen niet nemen.

20:10De Heren is het deel mijner erven.

20:12[GEZANG]

20:38Zal ik niet wankelen.

20:41Daarom is mijn hart verbleid.

20:44En mijn eer verheugt zich.

20:46Ook zal mijn vlees zeker wonen.

20:50Want gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten.

20:53Gij zult niet toelaten dat uw heilige de verderving ziet.

20:59Gij zult mij het pad des levens bekendmaken.

21:03Verzadiging der vreugde is bij uw aangezicht.

21:06Liefelijkheden zijn in uw rechterhand.

21:10Eeuwiglijk.

21:12En dan lezen wij nu uit Handelingen 2.

21:17Handelingen 2 van afvers 22.

21:21En we lezen door tot vers 32.

21:24En we zullen zien dat Petrus, die hier aan het woord is, de toespraak van Petrus op de Pinksterdag, dat hij dezezelfde psalm citeert.

21:35Handelingen 2 vanaf vers 22.

21:49Die God door hem gedaan heeft in het midden van u gelijk gij zelven weet.

21:54Deze door de bepaalde raad en voorkennis van God overgegeven zijnde.

21:59Hebt gij genomen.

22:02En door de handen van de onrechtvaardigen aan het kruis gehecht.

22:06En gedood.

22:08Welke God opgewekt heeft.

22:11De smarten van de dood ontbonden hebbende.

22:13Al zo het niet mogelijk was dat hij van dezelfde dood zou gehouden worden.

22:20Want David zegt van hem.

22:22Ik zag de Heer alle tijd voor mij, want Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet bewogen word.

22:30Daarom is mijn hart verblijt en mijn tong verheugt zich.

22:34Ja, ook mijn vlees zal rusten in hopen,

22:37want gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten.

22:42Nog zult uw Heilige overgeven om verderving te zien.

22:47Gij hebt mij de wegen des levens bekendgemaakt.

22:50Gij zult mij vervullen met verheuging door uw aangezicht.

22:55Gij mannen broeders, het is mij geoorloofd vrijuit tot u te spreken van de patriarch David, dat hij beide gestorven en begraven is en zijn graf is onder ons

23:07tot op deze dag,

23:09alzo hij dan een profeet was en wist dat God hem met ede gezworen had dat hij uit de vrucht van zijn lendenen, zoveel het vlees aangaat, de Christus verwekken zou om

23:21hem op zijn troon te zetten.

23:24Zo heeft hij dit voorziende gesproken van de opstanding van Christus.

23:29Dat zijn ziel niet is verlaten in de hel.

23:32Nog zijn vlees verderving heeft gezien.

23:36Deze Jezus heeft God opgewekt.

23:39Waarvan wij allen getuigen zijn.

23:43Tot zover het woord van de heren.

23:49In de voorbeden willen wij bidden voor de rouwdragende families.

23:54De familie Akershoek en Flikweert in verband met het overlijden van Krijn Akershoek.

24:01We bidden ook voor de familie Voogd in verband met het overlijden van Ineke Voogd.

24:07En wij bidden voor de familie Heiboer in verband met het overlijden van Adriaan Cornelis Heiboer.

24:15Laten wij de heren bidden en hem een zegen vragen over deze dienst.

24:26Heren Almachtige en Heerlijke en Grote God in de hemel.

24:33U bent het die ons hier op deze tweede paasdag samengebracht hebt.

24:40En dat is uw goedheid, heren.

24:43Dat is uw genade en uw barmhartigheid dat u ons daarvoor de gezondheid gegeven heeft.

24:49Het leven gegeven heeft.

24:55Want we lazen zojuist van drie families die in diepe rouw zijn gedompeld.

25:02Zo vanzelfsprekend is het niet dat wij hier in leven zijn.

25:09Bewarende hand.

25:11U geeft ons de adem in onze neusgaten.

25:15En onderhoudt ons leven.

25:17Zoals David dat zei.

25:19Gij onderhoudt mijn lot.

25:24Maar we hebben vanmorgen meer gelezen.

25:26En gisteren ook al meer gehoord.

25:30Gehoord van uw lieve zoon.

25:32De heer Jezus Christus.

25:34Dat hij de opgestaande levensvorst is.

25:37En dat hij leeft.

25:39Tot op de dag van vandaag.

25:44En wij bidden u heren.

25:47En vertrouwen in onze harten.

25:50Dat we hem zo mogen zien met de ogen van het geloof.

25:54Met de ogen van onze ziel.

25:57En dat daardoor het vertrouwen en het geloof ook gewerkt wordt door uw heilige geest.

26:02Want heren, als wij onszelf zien, dan zijn we vaak zo ongelovig.

26:07En zo liefdeloos.

26:10Zo koud en zo kil.

26:14Ja, wij zijn van nature, zoals we geboren worden,

26:18dood in zonden.

26:20En in misdaden.

26:21Geestelijk dood.

26:24En daarom bidden wij ook deze morgen.

26:26Om de krachtige werking van uw geest.

26:29Dat die geest vanmorgen deze hof zal doorwaaien.

26:33En de levensadem in ons zal blazen.

26:38Heren wij zijn zo afhankelijk van u.

26:40In alle dingen in dit leven.

26:42Maar ook zeker in het geestelijke.

26:47Heren geeft u ons het leven.

26:49Werkt u dat vertrouwen in ons.

26:51Zoals Davids zoon.

26:54Een hoge toon mocht aanslaan in de psalm die we zojuist lazen.

26:59En ook mocht profiteren van de

27:02Heer Jezus Christus.

27:03Dat hij de opgestaande levensvorst is.

27:08En we bidden wilt u de families die in rouw gedompeld zijn vertroosten.

27:15Wilt u ondersteunen en sterken.

27:20Ook als de gang naar het graf nog gemaakt moet worden.

27:23Een moeilijke gang.

27:27Een verdrietige weg.

27:28Een onbegrepen weg.

27:31Heren wilt u meegaan en wilt u...

27:34Zoals wij mensen dat niet kunnen.

27:39Dat voor die families mag gelden.

27:41Zoals David dat zegt.

27:43Dat u aan hun rechterhand bent.

27:46En dat ze daarom niet zullen wankelen.

27:50Heren we bidden voor.

27:52Ieder hier samengekomen.

27:54Maar ook zij die thuis meeluisteren.

27:57Of vanuit een verzorgingstehuis.

27:59Of waar dan ook.

28:00Wilt u uw rijke zegen geven.

28:05We bidden voor hen die ziek zijn.

28:08Ernstig ziek.

28:10Langdurig ziek.

28:13Chronisch ziek.

28:15We bidden voor hen die psychisch lijden.

28:19Mentaal verzwakt zijn.

28:23Heer wilt u

28:24genezen.

28:26Wilt u heling schenken.

28:29Geeft dat we zo in alles mogen uitzien naar u.

28:33En ons leven in uw handen zullen leggen.

28:36In het besef dat u het bent die alles

28:40wat in ons leven gebeurt.

28:42Het op ons pad brengt.

28:44Het op ons levenspad brengt.

28:46En geeft dat we het zo zullen zien.

28:47Dat niets gebeurt bij geval.

28:51Maar dat alles ons

28:53door uw vaderlijke hand toegeschikt wordt.

28:57En dat we het ook in uw handen kunnen laten.

29:00Al begrijpen wij het misschien niet.

29:02Al is het voor ons moeilijk.

29:07Heren, wij bidden u voor de kerkraad.

29:10Het werk dat u op haar schouders gelegd hebt.

29:14Dat u getrouwheid geeft.

29:16Maar ook de liefde in het hart om in deze gemeente te dienen.

29:20Het werk te doen.

29:23Onderwijs te geven.

29:25Te zorgen voor hen die het moeilijk hebben.

29:31We bidden u voor het beroepingswerk.

29:33Er wordt al zo lang uitgezien naar een eigen herder en leraar in deze gemeente.

29:38Een aantal beroepen zijn geweest.

29:42Heren, wilt u zelf de man die u daarvoor bestemd heeft op deze plek brengen?

29:48En wilt u daarom wijsheid geven?

29:51Aan de broeders van de kerkraad in de vergaderingen.

29:55Als er gesproken wordt over deze en genen.

29:58En als een beroep uitgebracht wordt.

30:00Heren geef geloof en vertrouwen op u.

30:03Dat u het maken zult.

30:05Zoals u zelf goed denkt.

30:09We bidden u voor.

30:10En ieder die een taak heeft.

30:12In deze dienst of daar buiten.

30:14Kerkvoogden.

30:16Kosters.

30:17Organisten.

30:18Zij die actief zijn in het verenigingsleven.

30:23De kategezen.

30:27Heren wilt u telkens weer kracht en moed geven.

30:32In het besef dat het werk is in uw koninkrijk.

30:35En dat we zo bij mogen dragen aan uw dienst.

30:39Heren u bent hetzelfde.

30:41U zorgt voor de wasdom en voor de groei.

30:44Geef ons telkens weer dat zaad in onze handen.

30:48In ons hoofd.

30:49In ons hart.

30:51Dat we dat mogen zaaien met liefde.

30:54Ook op de zondagsschool.

30:56Als de kinderen komen.

30:58Dat u telkens weer liefde geeft in het hart en geeft dat de kinderen al jong u mogen liefhebben en vrezen en dienen.

31:09Heer, dan wilt u zo een gezegende dienst geven.

31:14Wilt u geven dat door de verkondiging van uw woord, door de psalmen die we zingen, uw naam verheerlijkt en geprezen zal worden.

31:23En dat uw koninkrijk uitgebreid mag worden.

31:27Wij bidden u al deze dingen, niet om iets uit ons.

31:31Maar alleen om Christus wil.

31:34Amen.

31:38Ter voorbereiding op de verkondiging zingen we uit Psalm 16.

31:41De versen 2, 3 en 4.

31:44Psalm 16 vers 2.

32:00En vers 4.

32:01Ik zal de Heer die mij getrouwe raad gegeven heeft met psalmgezangen prijzen.

32:07Tijdens het zingen wordt u in de gelegenheid gesteld om uw gaven te geven.

32:12De collecten in deze dienst zijn in de eerste plaats voor de diakonie.

32:15In de tweede plaats voor de kerkvoogdij.

32:17En in de derde plaats de verenigingsgebouw Eben Aezer.

32:22Deze collecten worden hartelijk in uw milddadigheid aanbevolen.

32:26Ik

32:26[GEZANG]

39:32meente de verkondiging.

39:34Voor deze morgen is uit psalm 16.

39:38We letten op het geheel van de psalm.

39:40Maar de climax, het hoogtepunt van Davids psalm wordt toch wel gevormd door de versen 9 en 10 op deze tweede paasdag.

39:50En daarom lezen we die versen nog een keer samen.

39:53Psalm 16 vers 9 en 10.

39:55Maar David zegt, daarom is mijn hart verblijt en mijn eer verheugt zich.

40:02Ook zal mijn vlees zeker wonen.

40:05Want gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten.

40:09Gij zult niet toelaten dat uw heilige de verderving ziet.

40:14Ja, dat zijn woorden van David.

40:20David zegt dat zijn hart verheugd is, zijn hart verblijd is.

40:24Omdat hij zeker weet dat zijn lichaam zal wonen.

40:29Hij zal in leven blijven, dat is zijn beleidenis.

40:34En in de tiende vers zegt hij, want gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten.

40:43Is David dan niet begraven geworden?

40:47Dat zei Petrus op de Pinksterdag.

40:51David is begraven geworden.

40:53Hij heeft in het graf de verderving gezien.

40:57Dus we zien hier in deze psalm niet alleen een loflied van David.

41:01Een loflied die rechtstreeks uit zijn hart komt.

41:06Maar we zien ook een profetie van David.

41:12En de profetie die hier klinkt is...

41:15Omdat Christus leeft, kunnen wij leven.

41:19Dat is het thema voor de preek.

41:21Omdat Christus leeft, kunnen wij leven.

41:25Twee gedachten.

41:27Als eerste Davids loflied.

41:29En dan kijken we naar het geheel van de psalm.

41:32En als tweede Davids profetie.

41:35Dus Davids loflied en Davids profetie die in Christus vervuld is.

41:43Jongens en meisjes.

41:45Misschien ga je wel eens logeren bij

41:49een vriendje of vriendinnetje, een neefje of een nichtje.

41:54En als je daar dan overdag bent, dan is het heel gezellig, heel fijn.

42:01Je speelt samen.

42:03En dan komt de tijd dat je naar bed toe moet en dan is het misschien ook nog wel leuk.

42:07Je klets nog een beetje samen als je op bed ligt.

42:10De lamp gaat wel uit.

42:13Je vriendje of vriendinnetje, neefje, nichtje valt in slaap.

42:17En jij...

42:18Ligt nog wakker.

42:21In het donker.

42:24In een vreemde kamer.

42:28Je hoort misschien op de gang ook wel vreemde geluiden.

42:31En je denkt, wat zal dat toch zijn?

42:35En je bent bang.

42:37Bang op die vreemde plek.

42:39Je trekt de dekens nog wat hoger over je hoofd.

42:43En je denkt aan wat je thuis of op de zondagsschool geleerd hebt.

42:48Dat de Heren er altijd is.

42:53En je vouwt je handen.

42:54En je bidt tot de Heren.

42:56En je zegt, Heren, wilt u?

42:58Bij mij zijn.

42:59Ik ben bang.

43:03En opeens verandert er iets.

43:07Het wordt niet licht of zo.

43:08De geluiden gaan ook niet weg.

43:11Nee, van binnen verandert er iets.

43:13Je voelt de Heer is bij mij.

43:16Hij zorgt voor mij.

43:20Dat is ook wat hier in deze psalm David zegt.

43:25De Heer bewaart hem.

43:28Dat is ook zijn gebed.

43:29Hij zegt het in het eerste vers.

43:33Bewaar mij, o God.

43:34Want ik betrouw op u.

43:38En dat bid David die in zijn leven heel veel meegemaakt heeft.

43:43Kijk, jij kunt bang zijn in zo'n vreemde donkere kamer.

43:48Maar David had in zijn leven ook alle reden om bang te zijn.

43:52Er waren vijanden die hem achterna zaten, die het op zijn leven hadden voorzien.

44:00David, nou ik denk alleen al toen hij een kleine jongen was en naar zijn broers ging.

44:05Die in de strijd waren.

44:08En hij kwam daar te staan tegenover die grote reus Goliath.

44:15Zou David niet een beetje bang zijn geweest?

44:18Ja, hij kwam wel in de naam van de Heren zijn God.

44:22En hij versloeg Goliath.

44:26En denk ook aan wat David nog meer meegemaakt heeft in zijn leven.

44:30Zijn zoon Absalom, Stierf, die werd vermoord.

44:34En het kindje dat geboren werd.

44:38Weliswaar uit overspel met Batsheba.

44:40Het kindje dat geboren werd, Stierf, kort nadat het geboren was.

44:45Angst in het leven van David.

44:47Verdriet, moeite.

44:50Familieruzies.

44:54En in dat alles zegt hij bewaar mij o God.

44:58Want ik betrouw op u.

45:03Deze psalm is voor David heel dierbaar.

45:06Heel kostbaar.

45:09Zo begint hij zijn aanhef.

45:11Hij zegt het is een gouden kleinoot.

45:14Het is een gouden kleinoot.

45:16Ja dat is een juweel zou je kunnen zeggen.

45:19Het is een diamant van een psalm.

45:21Een sieraad.

45:23Kostbaar.

45:25Er zijn nog vier andere psalmen die dit opschrift hebben.

45:29Die hebben een beetje dezelfde toonzetting.

45:31Zo'n hoge toonzetting.

45:33Een loflied.

45:36Een gouden kleinhoot.

45:38Het is een dierbaar.

45:40Waarom?

45:41Waarom is dit zo'n kostbare psalm?

45:43Je hebt het toch wel gehoord toen we het lazen deze psalm.

45:47David beleidt zijn vertrouwen.

45:50Hij beleidt zijn geloof in de heren.

45:52Dat hij in de heren alles heeft.

45:56Zelfs het leven heeft.

46:00En hij beleidt hoe de Heere hem draagt door dit leven, hoe hij hem spaart en tenslotte redt van de dood.

46:10En daarom zegt hij in vers 2, O mijn ziel, gij hebt tot de Heere gezegd, gij zijt de Heere.

46:19David zegt, ik heb tot de Heere gezegd, ik heb tot de Heere gezegd, u bent de Heere.

46:27En je ziet het verschil, vijf hoofdletters.

46:30Ik heb tot de Heere gezegd, ik heb tot de...

46:33De God van mijn vader Abraham, Isaac en Jacob gezegd.

46:37U bent de heren.

46:39Kleine letters.

46:43David heeft tegen die verbondsgod gezegd.

46:45Die getrouwe die ik ben, die ik ben.

46:50U bent de heren.

46:51U bent de koning.

46:53U hebt het voor het zeggen in mijn leven.

46:56U bent alles voor mij.

46:59U onderhoudt mijn lot, zegt hij in vers 5.

47:03U onderhoudt mijn lot.

47:06Zoals loten in die tijd geworpen werden.

47:09Het lot bepaald werd.

47:11Zo zegt David.

47:12U bent mijn lot.

47:14U bent mij toegevallen.

47:16Ik ben van u.

47:21En in vers 2.

47:22Als hij zegt.

47:23O mijn ziel.

47:24Gij hebt tot de heren gezegd.

47:26Gij zijt de heren.

47:27Mijn goedheid raakt niet tot u.

47:32Misschien een wat moeilijke zin.

47:33Wat bedoelt David?

47:35Mijn goedheid.

47:36David kan zichzelf nauwelijks afmeten met wie God is.

47:40Zo goed en zo groot.

47:42Is God.

47:43David hij valt in het niet bij wie God is.

47:48En dat is ook zo.

47:50David is een mens vol van zonde.

47:54Een mens vol met schuld tegenover de heren.

47:59Hij was wel machtig.

48:01Hij deed ook wel goede dingen.

48:02Hij was ook wel de man naar Gods hart.

48:06Hij was ook een zondig mens.

48:10En daarom als David zichzelf stelt tegenover wie God is.

48:14Dan valt hij in het niet.

48:16Mijn goedheid raakt niet tot u.

48:19Of met andere woorden gezegd.

48:21Heren er is niemand die u te boven gaat.

48:24U bent alles.

48:25U bent groot.

48:27Machtig en verheven.

48:34Ja wat we hier horen vanmorgen is echt geloofstaal.

48:37Toch?

48:38Dat zeg je niet maar zo.

48:41Hier getuigd vertrouwen op de heren.

48:44David stelt zijn hele leven, zijn hele hart op de heren.

48:49Hij verwacht alles van de heren.

48:51Het is een heel...

48:53schreeuwcontrast met het vierde vers.

48:55Als hij zegt, de smarten dergenen die een andere God begiftigen...

49:01zullen vermenigvuldigd worden.

49:03Ik zal hun drankoffers van bloed niet offeren...

49:05en hun namen op mijn lippen niet nemen.

49:11Hij zegt, er zijn mensen die

49:13afgoden dienen.

49:16Ik dien de God van Abraham, Isaac en Jacob, heren.

49:19U bent mijn heren.

49:23Maar er zijn ook mensen in zijn tijd die de afgoden dienen, die offeren aan de afgoden.

49:30Zo noemt hij dat, die drankoffers van bloed, die worden geoffend voor de afgoden.

49:35Maar zegt David, daar houd ik mij verre van.

49:39Ik offer niet aan die afgoden.

49:41Waarom niet?

49:42Het lot van degene, de smarten van degene die een andere god dienen, begiftigen, die

49:49zullen toenemen.

49:51Vermenigvuldigd worden.

49:52Ze zullen smart op smart te vrezen hebben.

49:55Er zal verdriet in hun leven zijn en niet alleen in hun leven, maar

50:01tenslotte ook in hun einde, in hun sterven.

50:08David, hij wil niet de afgoden dienen.

50:10Gemeente, als u dit zo hoort, aan welke kant staat u?

50:15Aan de kant van David of

50:18aan de kant van degene die de afgoden dienen?

50:23En dan niet te snel zijn.

50:27Kijk eens goed in uw leven, in jouw leven.

50:32Hoe is dat dan?

50:34Is dat ook die beleidenis die David hier zegt.

50:36Heren is mijn alles.

50:37Ik vertrouw op u.

50:39Ik betrouw op u heren.

50:41Ik neem de toevlucht tot u.

50:42U bent mijn heren.

50:44Is dat uw beleidenis?

50:49Of zeg je ja als ik naar mijn leven kijk.

50:51Dan

50:52lijkt het er toch wel op dat ik de afgoden dien.

50:56Ja wat zijn dat eigenlijk in onze tijd afgoden?

51:00Ik zou heel veel kunnen noemen.

51:01Maar denk

51:04maar zo.

51:05Waar gaat nou je hart naar uit?

51:06Waar besteed je nu de meeste tijd aan?

51:11Waar word je nu blij van?

51:12Waar word je verheugd van?

51:14Is het van de heren of zijn het dingen uit deze wereld?

51:23Waar gaat al je tijd naartoe?

51:25Ja, naar mijn werk zeg je.

51:26Naar school.

51:28En dat is ook zo.

51:29We moeten ook werken.

51:30Dat is een goddelijke roeping.

51:32Je moet ook leren en studeren.

51:35Maar waar staat nu je hart op?

51:37Is je werk misschien alles voor je?

51:39Is er geen moment?

51:41Dat het werk uit je gedachten is en zit je misschien vanmorgen hier wel.

51:45En denk je na over wat je morgen gaat doen en hoe je dat gaat doen.

51:48En het stopt maar niet.

51:54Of dat je al je tijd bezighoudt met hobby's en andere dingen die in deze wereld aantrekkelijk zijn.

52:01En je kunt het denk ik voor jezelf wel invullen zonder dat ik het allemaal op hoef te noemen.

52:06Waar leef je nou voor?

52:08Waar leef je voor?

52:11Leef je voor de Heren?

52:12Zet je je vertrouwen op Hem?

52:16Vlucht je tot hem of

52:20dien je andere goden?

52:28Voor David is de Heere zijn alles.

52:33Het is hem alles.

52:34Hij zegt het in vers 5.

52:36De Heere is het deel mijner erven en mijns bekers.

52:40Gij onderhoudt mijn lot.

52:43Hij noemt twee beelden.

52:44Een erfenis en een beker.

52:48Als er een erfenis is, iemand is gestorven en de erfenis wordt verdeeld.

52:52Dan krijgt ieder zijn eigen deel.

52:55Nou, David zegt, het deel dat ik ontvang, dat is de heren.

53:00Ik heb de heren ontvangen.

53:02Hij is mijn erven, het deel van mijn erven.

53:05En hij is ook mijn beker.

53:08Als de beker rondgaat en gevuld is.

53:13En laten we zeggen, die tijd, vader die rijkt de beker uit aan de kinderen aan tafel.

53:18Dan is dit het lot wat David krijgt.

53:20Zijn beker is gevuld met de heren.

53:26Dat is in Psalm 23.

53:28Mijn beker vloeit over.

53:31Van de rijkdom van God.

53:32Ik moest onwillekeurig in deze tijd denken aan die beker die de heer Jezus Christus te drinken kreeg.

53:40Toegeschikt kreeg.

53:42Toen hij in de hof van Gethsemane was.

53:46Zijn beker was tot aan de ramp toe gevuld.

53:50Met de toren van God.

53:54En die beker die dronk hij leeg tot de laatste druppel.

53:58De toren van God die op hem werd uitgestort.

54:02We hebben er in de afgelopen week van gehoord.

54:07Maar dan David, hij krijgt de heren zelf als zijn beker.

54:12De goedheid van de heren is zijn beker.

54:17Waarom kan hij die beker te drinken krijgen en moest Christus die toren drinken?

54:22Ja, hij kwam in de plaats van zondaren.

54:26Hij kwam in de plaats van onrechtvaardigen, van schuldigen.

54:30Zoals David was, zoals u bent, zoals jij bent en ik ben.

54:35Vol van zonde.

54:36Niets goeds van te verwachten.

54:39Maar Christus dronk de beker leeg.

54:42En nu wordt David, de heren zelf, als een beker toegereikt.

54:51Hoe komt David toch op deze grote toonhoogte?

54:56Want het is toch een loflied.

54:57Het is toch bijzonder als je op deze manier kunt zeggen dat de heren alles voor je is.

55:02Ondanks alles wat je meemaakt in je leven.

55:06Dat je toch blijft beleiden, ook al wordt je zoon vermoord.

55:10Ook al sterft je kind met een aantal dagen.

55:15Ook al heb je vijanden die je naar het leven staan.

55:18En je moet vluchten, zoals zoveel mensen vandaag de dag moeten vluchten.

55:25En toch beleiden, de Heere is mijn erver, de Heere is mijn beker.

55:30De Heere is mijn alles.

55:35Ja, wat als je dit nou niet herkent?

55:38Wat als je nou niet hierbij kunt?

55:42Of nauwelijks bij kunt.

55:45Als rampspoed u treft.

55:47Als je misschien je werk verliest.

55:51Plotseling.

55:54Of als er een ziekte is.

55:55Een ernstige ziekte.

55:58Een chronische ziekte.

56:02Als er psychisch lijden is.

56:07Of als je een geliefde naar het graf moet brengen.

56:12Zoals de families waar we voor baden.

56:19Ja, hoe kun je dan de heren loven?

56:23Zoals David die zijn kindje naar het graf moest brengen.

56:27En zijn zoon later.

56:29Hoe kun je dan toch de heren loven?

56:34David zegt het in vers 7.

56:36Ik zal de heren loven.

56:40Waarom?

56:41Ik zal de heren loven die mij raad heeft gegeven.

56:45Zelfs bij nacht.

56:47Onderwijzen bij manieren.

56:48De heren is zijn raadgever.

56:51Hij staat als het ware naast hem.

56:53En hij vertelt David dit en dit en dit.

56:55Moet je doen.

56:56Dat is mijn raad.

56:58Een goede raad.

57:00Hij geeft hem onderwijs.

57:02In zijn innerlijk.

57:04David zegt mijn nieren.

57:06Daar wordt zijn innerlijk mee bedoeld.

57:07Het is de heilige geest van God die in zijn leven is.

57:11In zijn hart woont.

57:13Die hem onderwijs geeft.

57:14Die hem de raad van God geeft.

57:16Zo is God zijn raadgever.

57:21Het komt bij God vandaan.

57:22David hoeft niet zijn best te doen om dat gevoel op te wekken.

57:26Of dat geloof op te wekken.

57:28Of dat vertrouwen te maken.

57:30Alsof het maar lege woorden zijn die hij schrijft.

57:34Nee, het komt uit zijn hart.

57:36Het komt uit zijn hart omdat de Heer het hem zo gegeven heeft.

57:44Hij ontvangt het.

57:46In de nacht ook, zegt hij.

57:49De Heer geeft het zijn beminde als in de slaap.

57:57Zelfs in de nacht onderwijst hij mij.

58:00Geeft hij mij raad.

58:02Nou, kinderen, denk aan het voorbeeld waar we mee begonnen.

58:07Toen je in die donkere kamer lag en bang was.

58:11En tot de Heere bad.

58:14Om zijn nabijheid.

58:18Want het is toch zo dat het juist in de nacht gebeurt.

58:22Als je wakker ligt.

58:26Dat je gedachten zich dan vermenigvuldigen.

58:29In de nacht komen al die zorgen zo makkelijk boven.

58:33Dan kun je overliggen tobben.

58:36In de nacht kunnen al die zonden je voor ogen komen.

58:41En die vragen van ja, wie ben ik eigenlijk voor de Heere?

58:46Hoe kom ik eigenlijk in het reinen met de Heere?

58:49Of juist in de nacht komt de duivel om u aan te vallen.

58:53U aan het twijfelen te maken.

58:58Juist in de nacht.

59:02Wat doet David?

59:03Juist in de nacht ontvangt hij onderwijs.

59:06Waarom?

59:06Vers 8.

59:07Ik stel de heren gedurig voor mij.

59:14Je mag het ook zo lezen.

59:15Ik stel de heren gedurig voor ogen.

59:18Wat gebeurt er als je iemand voor ogen stelt?

59:21Dan denk je aan wie die persoon is.

59:24Zo denkt David na over wie God de Heere voor hem is.

59:29Hoe hij voor hem gezorgd heeft.

59:31Hoe hij hem dient.

59:33Hoe hij alles is voor hem.

59:35Zoals we zeiden, de Heere is een deel van mijn erfen.

59:39Hem is de Heere toebeschikt.

59:41Het is zijn beker.

59:45En ook vers 6, die snoeren die in lieflijke plaatsen gevallen zijn.

59:50Wat ook wijst op die erfenis.

59:53Die snoeren die in lieflijke plaatsen gevallen zijn.

59:55Met snoeren worden de landsgrenzen bedoeld.

59:58David gebruikte hier taal uit het Oude Testament toen het land verdeeld werd onder de stammen van Israël.

1:00:06En de stam van de levieten geen land toebedeeld kregen.

1:00:10Nee, zij mochten dienen in de tempel.

1:00:12Zij kregen alles wat ze nodig hadden uit de hand van de heren.

1:00:18Zo is het ook voor David.

1:00:20Daarom zijn voor hem die landsgrenzen in beeldspraak in lieflijke plaatsen gevallen.

1:00:25De heren zorgt voor hem, hij is zijn beker.

1:00:29Hij is een deel van zijn erfenis.

1:00:32En zo denkt hij aan de heren.

1:00:34Hij stelt hem gedurig voor ogen.

1:00:41Dit is wie God voor mij is.

1:00:45Ja, waarom zou je vrezen als God voor je is?

1:00:49Dan heb je toch niets te vrezen?

1:00:54Ja, als je bent zoals die goddeloze uit vers 4.

1:00:58Als je zonder God door dit leven gaat.

1:01:00Als je hem niet nodig hebt.

1:01:04Als je in de nacht wakker ligt.

1:01:06Over je zorgen en je problemen nadenkt.

1:01:09En denkt nou zo ga ik het oplossen.

1:01:10En zo ga ik het doen.

1:01:12Ik red het wel.

1:01:14Je hebt de heren niet nodig.

1:01:16Je hebt de heren niet lief.

1:01:20Of de raad van God die je gegeven wordt.

1:01:23Het onderwijs dat je ontvangt op de zondagsschool.

1:01:27Op de categorisatie.

1:01:30Er komt wel onderwijs.

1:01:32Maar je schuift het aan de kant.

1:01:36Je doet er niks mee.

1:01:38Je leeft dan voor eigen rekening.

1:01:42En, zegt David, die goddelozen hebben smart op smart te vrezen.

1:01:47En niet alleen in het leven, maar

1:01:50ook in hun sterven.

1:01:51Want het einde van de goddelozen is het verderf.

1:02:02David hoeft niet te twijfelen.

1:02:07David niet.

1:02:08Hij zegt in

1:02:11vers 8.

1:02:13Ik stel de heren geduriglijk voor mij.

1:02:16Omdat hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet wankelen.

1:02:22David wankelt niet.

1:02:23Hij twijfelt niet.

1:02:26Als hij nadenkt over wie de Heer voor hem is.

1:02:28Hoe hij alles voor hem is.

1:02:30Hoe hij hem in het leven bewaart.

1:02:32En alles geeft wat hij nodig heeft.

1:02:34Zelfs in de rampspoed bewaart de Heer zijn leven.

1:02:38Ik wankel niet.

1:02:39Want God is aan mijn rechterhand.

1:02:43God ondersteunt hem.

1:02:45Hij sterkt hem.

1:02:47Ook als het moeilijk is.

1:02:51Ik wankel niet.

1:02:54Kunt u dat ook zo zeggen?

1:02:56Als er twijfel in je hart is.

1:02:59Of als je aangevochten wordt.

1:03:03Als er vragen komen dat je wankelt.

1:03:06Is het wel echt zo?

1:03:07Hoe zit het nou eigenlijk in mijn leven?

1:03:14Dat je eigenlijk helemaal niet over je zonden en je schuld heen kunt zien.

1:03:20Ik kan voor God niet meer staan.

1:03:24En toch niet wankelen.

1:03:27Toch zeggen met David, de Heere is aan mijn rechterhand.

1:03:30Hij zorgt voor mij.

1:03:34Waarom?

1:03:35Omdat de Heere hem het pad...

1:03:37Des levens wijst.

1:03:39Vers 11.

1:03:40Gij zult mij het pad des levens bekend maken.

1:03:45De Heer geeft hem onderwijs.

1:03:46Hij geeft hem raad.

1:03:49En hij laat hem zien wat het pad van het leven is.

1:03:52Het is alsof David zegt.

1:03:54De Heer heeft mij altijd gezegd.

1:03:56Zo moet het gaan.

1:03:57Die kant moet het op.

1:03:59En ook als er vijanden zijn die hem naar het leven staan.

1:04:02Dan nog geeft de Heer hem raad en onderwijst hem.

1:04:05Zelfs als hij in zonde valt met Batsheba, wordt hem de profeet Nathan gestuurd om hem aan te zeggen wie hij is.

1:04:16David, bekeer je van je zonde?

1:04:20De Heer leidt het pad van zijn leven.

1:04:28Hij wordt door de Heilige Geest onderwezen, zelfs in de nacht, in zijn innerlijk.

1:04:33En dat werkt deze diepe beleidenis.

1:04:36Deze hoge tonen van Davids lofzang komen bij God vandaan.

1:04:47Hij heeft niet alleen zorgen in dit leven.

1:04:49En hij beleidt niet alleen dat de Heer er voor hem zorgt.

1:04:52In al die omstandigheden die hem gebeurden.

1:04:59Nee, in vers 9 zegt hij.

1:05:01Daarom is mijn hart verblijt en mijn eer verheugt zich.

1:05:05Ook zal mijn vlees zeker wonen.

1:05:09Hij is er zeker van.

1:05:11Zijn vlees zal zeker wonen.

1:05:17Zijn hart verblijt zich zelfs.

1:05:18Mijn eer verheugt zich.

1:05:20We lazen in handelingen dezelfde tekst.

1:05:22Dan staat er mijn tong verheugt zich.

1:05:24Zo mogen we het ook vertalen.

1:05:27Zijn hart is verblijt.

1:05:29Zijn tong verheugt zich.

1:05:30Hij zingt lof aan de heren.

1:05:32Om wie de heren is.

1:05:33Zoals we gezien hebben in deze psalm.

1:05:36Want de heren onderhoudt zijn lot.

1:05:39Kunt u het zich voorstellen.

1:05:40Dat er mensen op deze wereld zijn.

1:05:43Die op dezezelfde toon hoog te komen.

1:05:47Als er mensen zijn die in oorlogsgebieden leven.

1:05:52Ook christenen.

1:05:53Waar veel doden vallen.

1:05:55Waar kinderen sterven.

1:05:59Of waar christenvervolging is.

1:06:02Christenen vermoord worden, vervolgd worden.

1:06:04Dat ze te midden van al die verdrukking, al dat lijden.

1:06:08Met David kunnen meezeggen.

1:06:10Maar dit is hoe de Heer het mij toeschikt.

1:06:13Kunt u het ook zeggen?

1:06:15Als u naar uw leven kijkt.

1:06:18En misschien ook naar alle zorgen denkt die op uw pad zijn gekomen.

1:06:24Alle moeite, al het verdriet.

1:06:26Alle vragen, alle twijfels.

1:06:30Dat je te midden van het alles toch kunt zeggen, de Heer is mijn erven en mijn beker.

1:06:36Hij onderhoudt mijn lot.

1:06:38Hij zorgt voor mij.

1:06:40Hij gaat zijn weg met mij door dit leven.

1:06:43En zelfs zo, zelfs zo, dat Davids hart verblijt is.

1:06:51En zijn tong de Heer looft.

1:06:56Kunt u zich voorstellen als u gestaan hebt aan een graf van

1:07:02een geliefde.

1:07:04Zoals die familie die deze week naar het graf zal gaan.

1:07:07En daar zal staan in al dat verdriet.

1:07:11Is dat dan het einde?

1:07:15Is dat dan het einde?

1:07:21Een geliefde verloren.

1:07:22Geen vreugde meer in het leven.

1:07:26En toch ondanks dat diepe verdriet.

1:07:30Verblijt zijn in de heren.

1:07:31Verheugd zijn om wie hij is.

1:07:35David zegt mijn lichaam zal zeker wonen.

1:07:39Mijn vlees.

1:07:41Hij zal niet sterven in dit leven.

1:07:44We weten niet de omstandigheden waarom David deze psalm schreef.

1:07:50Misschien was hij ernstig ziek.

1:07:53Of misschien zaten

1:07:57de vijanden achter hem aan.

1:07:59En wilden ze zijn leven nemen.

1:08:02Maar in deze psalm, in die omstandigheid beleidt David.

1:08:07Ik zal in leven blijven.

1:08:09Op dit moment.

1:08:13Maar hij zegt meer in vers 10.

1:08:16Want gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten.

1:08:18Gij zult niet toelaten dat uw heilige.

1:08:21De verderving zie.

1:08:22Uw heilige.

1:08:24Bedoelt David zichzelf dan?

1:08:26De heilige zal geen verderving zien?

1:08:30Het staat in mijn Bijbel met allemaal hoofdletters.

1:08:32Dus daaraan zien we al dat het een profetie over Christus is.

1:08:35Dat zullen we zo meteen horen.

1:08:40Maar zegt David dit dan ook van zichzelf?

1:08:42Want gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten.

1:08:46Gij zult niet toelaten dat uw heilige de verderving zie.

1:08:50Kijk, als hier hel staat en verderving.

1:08:53Dat zijn twee woorden die ook anders vertaald kunnen worden.

1:08:57Het gaat hier over het dodenrijk, over het graf.

1:09:02David zegt, want gij zult mijn ziel in het graf niet verlaten.

1:09:07Zelfs als een kind van God in het graf ligt, zal de Heer er nog bij hem zijn.

1:09:10Zo zou je het kunnen lezen.

1:09:13U zult niet toelaten dat uw heilige de verderving ziet.

1:09:16Hij wordt niet overgegeven aan de verderving.

1:09:20Dus op dit moment zal de Heer hem bewaren.

1:09:22Hij zal hem niet in het graf laten komen.

1:09:26Mijn lichaam zal zeker wonen.

1:09:29Daar is David van overtuigd.

1:09:33En die heilige die dan hier met een hoofdletter staat,

1:09:36dat wordt op andere plaatsen in de psalmen ook genoemd, dit woord.

1:09:40Maar dan met een kleine letter en dan wordt het ook vertaald als een gunsteling of een oprechter.

1:09:46Een gunsteling, dus iemand die leeft in de gunst van de heren.

1:09:51Iemand die het vertrouwen van de heren heeft.

1:09:55Dat is de heilige.

1:09:59Zo is David, zo is hij rechtvaardig voor God.

1:10:03Wandelt hij in de wegen van God.

1:10:05Zo stelt hij zich de heren voor ogen.

1:10:08Zo neemt hij de toevlucht tot de heren telkens weer.

1:10:11Bewaar mij o God.

1:10:13Want ik betrouw op u.

1:10:16En de heren red hem.

1:10:19Maar we hebben al gezien in handelingen dat deze tekst veel meer te betekenen heeft.

1:10:23Dan alleen een situatie waarin David naar het leven wordt gestaan.

1:10:28Of voor zijn leven te vrezen heeft.

1:10:31En daarom letten we in de tweede plaats op Davids profetie.

1:10:41Dus als David zegt mijn ziel is in de hel.

1:10:44Niet verlaten in het dodenrijk.

1:10:46Dan zal het graf niet komen.

1:10:48Mijn hele bestaan zal niet door God in het graf achtergelaten worden.

1:10:53Hij blijft Gods eigendom.

1:10:59Ja, hoe kan David dan zeggen, zoals ik net al zei.

1:11:01Hoe kan David dit nu zeggen van zichzelf?

1:11:03Want er komt toch een moment dat hij sterven zal.

1:11:11Zo zegt Peter dat toch ook op de Pinksterdag.

1:11:14Het graf van de patriarch David is onder ons tot op deze dag.

1:11:21Hij is gestorven.

1:11:24Dus deze psalm gaat niet alleen maar over de bewaring in het leven in deze bijzondere situatie voor David.

1:11:31Nee, David kijkt verder.

1:11:33Hij profiteert.

1:11:35Want hij is wel in het graf gelegd en zijn lichaam is wel vergaan.

1:11:43Petrus zegt dat één onder ons die u hebt laten kruisigen, die ook in het graf is gelegd, maar

1:11:51die heeft de verderving niet gezien.

1:11:55Ja, het is duidelijk hè.

1:11:56Het gaat hier over de Heer Jezus Christus.

1:12:01Hij is wel in het graf gelegd.

1:12:02Zijn lichaam werd verzorgd met specerijen en in doeken gewikkeld.

1:12:08Zo is hij in het graf gelegd.

1:12:10En voordat het lichaam ook maar zou ontbinden.

1:12:14Is hij opgestaan uit het graf.

1:12:19Christus is niet in het graf gebleven.

1:12:24De heilige heeft geen verderving gezien.

1:12:27David ten slotte wel.

1:12:29David moest sterven.

1:12:30Zoals wij allemaal moeten sterven vanwege onze zonden.

1:12:36David moest sterven.

1:12:37Zijn lichaam is nog steeds in het graf.

1:12:40Tot op de dag van vandaag.

1:12:41Maar Christus, hij was ook in het graf.

1:12:44Maar hij is daar niet gebleven.

1:12:46Hij is opgestaan uit het graf.

1:12:49Het is toch heerlijk als we deze psalm kunnen lezen op de lippen van Christus.

1:12:56Dat zijn al de woorden die David hier spreekt van toepassing op de Heer Jezus.

1:13:01Als hij zegt, ik stel de Heer gedurig voor mij.

1:13:04Ja dan zie ik de heer Jezus gaan de berg op.

1:13:08En hij bidt tot zijn vader.

1:13:09Hij stelt de vader gedurig voor zich.

1:13:15En dan kan de heer Jezus het ook zeggen.

1:13:17De Heer is aan mijn rechterhand.

1:13:18Ik zal niet wankelen.

1:13:22Jezus heeft niet gewankeld.

1:13:25Toen hij dat lijden onderging.

1:13:27Toen hij in de hof van Gethsemene was aan het kruis.

1:13:30Hij heeft niet gewankeld.

1:13:31Hij heeft niet getwijfeld van moet ik dit nou wel echt doen.

1:13:35Nee want God was aan zijn rechterhand.

1:13:40En het hart van Christus was verheugd en verblijt zoals Davids hart verheugd en verblijt is.

1:13:46Omdat hij wist dat zijn vader hem de macht zou geven om uit het graf op te staan.

1:13:53Opgewekt te worden.

1:13:57Christus was niet alleen maar verblijt en verheugd.

1:14:00We hebben ook gehoord dat Christus bij het graf van Lazarus stond en daar weende.

1:14:07Hij weent om het sterven van zijn vriend.

1:14:12Maar hij verheugde en verblijde zich ook in zijn vader.

1:14:15Ook op dat moment.

1:14:16In de macht van zijn vader.

1:14:18Hij wist, de heilige zal geen verderving zien.

1:14:21Hij zal de dood overwinnen.

1:14:24Toen hij daar stond bij het graf.

1:14:27En Jezus zijn ogen opheft naar zijn vader.

1:14:30En hij zegt het.

1:14:31Vader, ik dank u dat gij mij gehoord hebt.

1:14:36Doch ik wist dat gij mij altijd hoort.

1:14:38Maar omwille van de schade die rondom staat.

1:14:41Heb ik dit gezegd, omdat zij zouden geloven dat gij mij gezonden hebt?

1:14:45En als hij dat gezegd had, riep hij met grote stem.

1:14:50Lazarus, kom uit.

1:14:55Christus die de dood heeft overwonnen.

1:14:58De heilige die geen verderving ziet.

1:15:04Ja, dat is de beleidenis van David.

1:15:06Mijn vlees zal zeker wonen.

1:15:11Niet alleen in die situatie, in het leven.

1:15:13Nee, mijn vlees zal zeker wonen.

1:15:15Ook...

1:15:16Als ik gestorven ben.

1:15:19Ook als ik gestorven ben.

1:15:21De dood overwonnen door Christus.

1:15:23David wel in het graf gelegd.

1:15:28Maar ook weer opgewekt uit het graf.

1:15:31Op de jongste dag.

1:15:33Zo profiteert David.

1:15:36Over zijn grote zoon.

1:15:39De zoon van David.

1:15:43En zo zegt Peter op de pinksterdag.

1:15:47En zo heeft hij, dat is David, dit voorziende.

1:15:50Hij voorzag dat hij niet in de dood zou blijven.

1:15:53David wist het.

1:15:54De Heer zal mij redden van het graf op de jongste dag.

1:15:58Zo heeft hij dit voorziende gesproken van de opstanding van Christus.

1:16:02Dat zijn ziel niet is verlaten in de hel.

1:16:05Nog zijn vleesverderving heeft gezien.

1:16:07Deze Jezus heeft God opgewekt.

1:16:13En als we dan die woorden zo lezen zoals ze hier staan.

1:16:16En misschien wat anders vertaald.

1:16:18Want gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten.

1:16:22U zult niet toelaten dat uw heilige de verderving ziet.

1:16:27Hel en verderving.

1:16:31Is dat dan wat de uitkomst is van degene die goddeloos leven.

1:16:36Die God niet nodig hebben.

1:16:39Inderdaad.

1:16:42Dan zul je ook in het graf gelegd worden.

1:16:46En dan zal je lichaam de ontbinding zien.

1:16:51En dan zul je wel door de heren overgegeven worden.

1:16:55Overgelaten worden.

1:16:57Aan de hel.

1:16:59Aan de verderving.

1:17:01Aan de straf.

1:17:02Aan de eeuwige straf.

1:17:06Maar David die beleidt dat de Heer zijn Heer is.

1:17:09Die zegt het.

1:17:10Ik zal de verderving niet zien omdat Christus hem redt van het graf.

1:17:17Omdat de Heer hem het pad van het leven heeft gewezen.

1:17:23Omdat de Heer aan zijn rechterhand is.

1:17:25En hem gedurig voor ogen staat.

1:17:30En omdat hij weet de Heer is mijn erven.

1:17:33Hij is mijn beker.

1:17:34Hij is mijn alles.

1:17:36Ook als er moeite en verdriet komt in dit leven, dan nog weet ik dat de Heer mijn alles is.

1:17:43En dat geeft hem zelfs vreugde en blijdschap in het hart.

1:17:48Wat een heerlijke beleidenis van David, toch?

1:17:51Als u die toonhoogte nu zou kunnen bereiken in

1:17:57dit leven.

1:17:59Door het vertrouwen, door het geloof dat de geest in ons hart werkt.

1:18:03Te zeggen met David, hij is mijn alles, hij is een deel van mijn erven, hij is mijn weken.

1:18:11Hij onderhoudt mijn lot.

1:18:13Zelfs als ik het niet zie, als ik het niet weet, als ik twijfel.

1:18:16Als ik mijn vragen heb en mijn zorgen.

1:18:20De Heer is mijn lot.

1:18:25En dan zal er verzadiging van vreugde zijn, zo zegt vers 11.

1:18:30Verzadiging van vreugde is bij uw aangezicht.

1:18:32Als David zich God voor ogen stelt, dan raakt zijn hart vol van vreugde.

1:18:38Verzadigd van vreugde.

1:18:41Een volheid.

1:18:44Dat geldt hier op deze aarde ten dele.

1:18:48Hier is er altijd onvolkomenheid, onvolmaaktheid, gebrokenheid, verdriet.

1:18:57Zoveel onbegrepen wegen.

1:19:01Ik weet niet waarom u ernstig ziek bent.

1:19:05Ik weet niet waarom u psychisch zo moet lijden.

1:19:09Ik weet niet waarom er mensen zijn die elkaar zoveel kwaad aan doen.

1:19:15Ja, ik weet het wel.

1:19:17Het is het gevolg van mijn zonde.

1:19:21Want de Heer had het goed geschapen, toch, in het paradijs.

1:19:25Zie, het was zeer goed.

1:19:28Maar door mijn zonde is er een streep gekomen door alles wat de Heer op zo'n volmaakte manier had geschapen.

1:19:35De zonde is er in de wereld gekomen door één mens, zo zegt Paulus dat.

1:19:39Maar omdat de zonde door één mens in de wereld is gekomen, zo is ook door één mens het leven, de opstanding in de wereld gekomen.

1:19:50Zo vond Jezus ook die verzadiging van vreugde bij het aangezicht van zijn vader.

1:19:56Hij was verzadigd in vreugde toen hij zei ik kom heren om uw wil te doen.

1:20:02In de rol des boeks is voor mij geschreven.

1:20:05Zie ik draag uw wet in mijn binnenste.

1:20:09Het was zijn lust en zijn leven om dat te doen wat zijn vader hem had opgedragen.

1:20:14Hij wist het wat zijn roeping was.

1:20:16Om te lijden, te sterven, de straf te dragen, de toren van God te voelen.

1:20:24En wat Christus zo zwaar geleden heeft.

1:20:27Alleen daarom kan David de toevlucht nemen tot God.

1:20:31Daarom kan hij zeggen bewaar mij o God.

1:20:33Want ik neem tot u de toevlucht.

1:20:35Ik betrouw op u.

1:20:37Doe jij dat ook?

1:20:40De toevlucht nemen tot de heren.

1:20:42Op hem betrouwen.

1:20:45Want in God vind je geloof, vreugde, vertrouwen.

1:20:50De toegang tot de troon van de genade is door Christus zelf aangebracht.

1:20:58Toen hij als een hoge priester met die schaal vol bloed de hemel binnenkwam.

1:21:04En de Hebraïenschrijver zegt dat zo.

1:21:06Het is een verse en een levende weg.

1:21:08Door het bloed van de Heer Jezus Christus.

1:21:10Tot de troon van Gods genade.

1:21:13Daarom.

1:21:14Ga toe met vrijmoedigheid.

1:21:16Tot de troon van de genade.

1:21:17Om warmhartigheid te krijgen.

1:21:19Om genade te vinden.

1:21:21Om geholpen te worden.

1:21:22Ter bekwame tijd.

1:21:26Zodat ook het deel wat David heeft ontvangen.

1:21:30Uw deel zal zijn.

1:21:32En je met David zegt.

1:21:34De snoeren.

1:21:35Zijn mij in liefdelijke plaatsen gevallen.

1:21:38Of zoals vers 11 zegt.

1:21:40Liefdelijkheden zijn in uw rechterhand.

1:21:41Dan zul je voor eeuwig bij de heren zijn.

1:21:44En hem genieten.

1:21:45Dan zal dat je erfenis zijn.

1:21:47Dan zul je wel sterven.

1:21:49Dan zul je wel in het graf gelegd worden.

1:21:51Tenzij de heer Jezus eerder terugkomt.

1:21:56Maar op de jongste dag opgewekt worden tot het leven.

1:21:58Omdat Christus de dood heeft overwonnen.

1:22:04Jonge.

1:22:05Meisje.

1:22:07Jongeren mag ik je eens vragen.

1:22:11Wat zou je nou liever willen?

1:22:14Dat veel bewogen leven van David met al zijn zorgen, zijn moeite en zijn verdriet.

1:22:21Maar tenslotte wel gered worden van de dood.

1:22:24Eeuwig leven.

1:22:26Dat vertrouwen van David.

1:22:31Of zeg je nou laat mij maar lekker hier in dit leven genieten.

1:22:35Van alles wat hier te vinden is.

1:22:37Laat mij mijn ding doen.

1:22:38Ik leef voor mezelf.

1:22:42Ik dien andere goden.

1:22:43Niet die God.

1:22:47Ja dan heb je verdriet.

1:22:48Op verdriet, smart, op smart te vrezen.

1:22:52En zal je einde niet in die heerlijkheid zijn, bij die liefelijkheden van de heren.

1:22:58Maar zal je einde zijn in het verderf.

1:23:06En het hoeft niet.

1:23:08Dat hoeft niet.

1:23:11Nee, want Petrus, hij zegt het op de Pinksterdag.

1:23:15Jezus is opgewekt.

1:23:18Waarvan wij alle getuigen zijn, zegt hij.

1:23:21Ze hebben allemaal de heer Jezus gezien toen hij opgewekt was uit het graf.

1:23:25Het is geen...

1:23:26Het is geen leugen.

1:23:27Nee, Jezus is echt opgestaan.

1:23:30En diezelfde kracht die Jezus opwekte uit het graf.

1:23:34Die heeft God nog.

1:23:36Met die kracht werkt God nog steeds.

1:23:38Tot op de dag van vandaag.

1:23:40Als het woord verkondigd wordt.

1:23:42Als de geest actief is.

1:23:46Zoals Ezekiel.

1:23:47Daar stond in het dal vol met dorre doodsbeenderen.

1:23:50En de heren tegen hem zei.

1:23:51Kunnen deze beenderen leven?

1:23:55Gij weet het heren.

1:23:58En Ezekiel profiteert.

1:24:00De geest van God wordt erin geblazen.

1:24:02En die dode beenderen komen tot leven.

1:24:05Zo worden dode zondaren vandaag nog steeds door de geest tot leven gewekt.

1:24:11Tot eeuwig leven gewekt.

1:24:13Ben je geestelijk dood?

1:24:16Ben je nog steeds dood in je zonden en in je misdaden?

1:24:21Neem dan de toevlucht tot de Heren.

1:24:23Bewaar mij, o God.

1:24:25Bewaar mij van het graf.

1:24:28Bewaar mij, want ik neem tot u de toevlucht.

1:24:33Zodat hij je onderwijs geeft.

1:24:35Zodat hij je raadgever is.

1:24:36En zegt wat je moet doen en laat zien.

1:24:38Dit is de weg van jouw leven.

1:24:41Ik ben aan jouw rechterhand.

1:24:46Wil je die zekerheid?

1:24:49Wil je die zekerheid dat jouw lichaam zeker zal wonen.

1:24:53Dat je in leven zal blijven.

1:24:55Ook al ben je gestorven.

1:24:58Dat je opgewekt zult worden op die jongste dag.

1:25:02Bid het dan met David.

1:25:04Bewaar mij o God.

1:25:06Want ik betrouw op u.

1:25:08Ik heb tot de heren gezegd, u bent de heren.

1:25:15Amen.

1:25:19We zingen ervan uit Psalm 16, vers 5 en vers 6.

1:25:23Daarom heeft zich mijn kwijnend hart verblijt, mijn tong mijn eer zingt, God gewijde tonen.

1:25:28En ook het zesde, gij maakt eerlang mij het levenspad bekend, waarvan in druk het vooruitzicht mij verheugde.

1:25:35Psalm 16, vers 5 en 6.

1:25:38Laten

1:25:38[GEZANG]

1:29:52wij de heren danken en bidden.

1:29:58Ja heren wij bidden het met David.

1:30:01Met die gouden kleinhoot van David.

1:30:05Bewaar ons o God.

1:30:08Want wij betrouwen op u.

1:30:12Waar zouden we anders heen gaan dan tot u die de God van het leven bent.

1:30:19We hebben vanmorgen gezien dat en gehoord dat David op grote toonhoogte kwam.

1:30:25Door alles wat u hem gaf.

1:30:29Want van zichzelf had hij niet.

1:30:31Hij ontving het van u.

1:30:33En daar bidden wij u om, heren.

1:30:37Werk het ook in ons leven dat wij het vertrouwen en het geloof op u stellen.

1:30:44Dat we mogen weten, ja zeker mogen weten, in alles wat ons overkomt, in alles wat ons gebeurt, dat

1:30:52het door u gegeven is.

1:30:53Dat u uw bedoeling daarmee hebt.

1:30:57En dan beleiden wij ook dat het onze zonden zijn die maken dat we hier zoveel lijden en pijn ervaren.

1:31:05Dat dit onze gebroken wereld is.

1:31:08We bidden om uw komst, uw spoedige komst, uw vrede.

1:31:14Heer, geef dat we zo met dit loflied van David, maar zeker ook met deze profetie van David, naar huis zullen gaan.

1:31:21Dat we weten in wie we geloofd hebben.

1:31:25De Heer Jezus Christus, die opgestaan is uit het graf.

1:31:28Die het leven heeft aangebracht en zondaren verzoend met u.

1:31:33We danken u voor uw woord.

1:31:36Voor de derde

1:31:39keer met deze paasdiensten.

1:31:41Wilt u een gezegende dag geven.

1:31:43Met ons meegaan.

1:31:44Waar we ook naartoe gaan.

1:31:46En waar we ook verwacht worden.

1:31:48Draagt u zorg voor ons.

1:31:50We bidden en danken u al deze dingen.

1:31:53Om Jezus wil alleen.

1:31:56Amen.

1:31:58Onze slotsang is uit Psalm 73 vers 14.

1:32:01Wie ver van u de wilde zoekt.

1:32:03Vergaat eerlang.

1:32:04En wordt vervloekt.

1:32:05Psalm 73 vers 14.

1:32:08[GEZANG]

1:35:16Eindigen wij met de zegebeden.

1:35:19O Vader, dat uw liefde ons blijkt.

1:35:23O Zoon, maak ons uw beeld gelijk.

1:35:26O Geest, zend uw troost ons neer.

1:35:30Drie-enig God, u, zij al de eer.

1:35:35Amen.

1:35:36[GEZANG]