0:00[GEZANG]
10:14Onze hulp en onze verwachting zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwen
10:27houdt en eeuwig leeft en die nooit laat varen de werken zijner handen.
10:34Amen.
10:36Genade, barmhartigheid en vrede zij u van God den Vader.
10:44door Christus Jezus zijn Zoon in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
10:52Amen.
10:55Gemeente, wij moeten u bekendmaken dat vanmorgen de Heer uit het midden van zijn familie...
11:01en uit het midden van onze gemeente wegnam de Heer Adriaan Cornelis Heiboer...
11:07in de leeftijd van 79 jaar en laatst gewoondhebbend aan de Vlietberglaan 6.
11:14De heren gedenken de oud-dragende familie en in verband met dit overlijden, beginnen wij deze dienst met het zingen van Psalm 103, vers 8 en 9.
11:24Psalm 103, vers 8, gelijk het gras is ons kortstondig leven, gelijk een bloem die op het veld verheven wel sierlijk prongt, maar krachtloos is een teer.
11:35En ook het negende vers, maar zeer een gunst, zal over die hem vrezen in eeuwigheid, altoos dezelfde wezen.
11:44En wat er verder volgt in de versen 8 en 9 van de 130e psalm.
11:48Een
11:48[GEZANG]
16:47godsheidig en dierbaar woord in het evangelie van Johannes.
16:51Het twintigste hoofdstuk te beginnen bij het negentiende tot en met het 31ste vers.
16:57Ik noem u als onze schriftlezing Johannes 20 vanaf vers 19 tot en met vers 31.
17:04Toch vooraf toen wij beleidenis van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
17:10Met de woorden van de twaalf artikelen.
17:12[GEZANG]
17:40gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.
17:45Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods des almachtigen
17:57vaders, van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
18:05Ik geloof in den heiligen geest.
18:10Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.
18:16De gemeenschap der heiligen.
18:19Vergeving der zonden.
18:22Wederopstanding des vleesjes.
18:24En een eeuwig leven.
18:28Ik noem die was onze schriftlezing Johannes 20 vanaf vers 19.
18:34Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
18:38Als het dan avond was, op tenzelfde eerste dag der week, en als de deuren gesloten waren waar de discipelen vergaderd waren om
18:50te vrezen der Joden, kwam Jezus.
18:53En stond in het midden en zeide tot hen, Vrede, zei Juliden.
18:58En dit gezegd hebben de toonde hij hun zijn handen en zijn zijde.
19:04De discipelen dan werden verblijd.
19:07Als zij de Heren zagen.
19:10Jezus dan zeide wederom tot hen.
19:12Vrede zijn uw lieden.
19:14Gelijkerwijs mij de Vader gezonden heeft.
19:17Zend ik ook uw lieden.
19:20En als hij dit gezegd had.
19:22Blies hij op hen.
19:23En zeide tot hen.
19:25Ontvangt de Heilige Geest.
19:28Zo gij iemand zonden vergeeft.
19:30Die worden ze vergeven.
19:32Zo gij iemand zonden houdt.
19:35Die zijn ze gehouden.
19:38En Thomas, een van de twaalf en gezegd Didymus, was met hen niet toen Jezus daar kwam.
19:45De andere discipelen dan zeiden tot hem, wij hebben den Heren gezien.
19:51Doch hij zeide tot hen, indien ik in zijn handen niet zie, het teken der nagelen.
19:58En mijn vinger steek in het teken der nagelen en steek mijn hand in zijn zijde.
20:04Ik zal geen zins geloven.
20:07En na acht dagen waren zijn discipelen wederom binnen en Thomas met hen.
20:13En Jezus kwam als de deuren gesloten waren en stond in het midden en zei de vrede zijn jullie.
20:22Daarna zei hij tot Thomas breng uw vinger hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek ze mijn zijde en zijt niet ongelovig
20:34maar gelovig.
20:36En Thomas antwoordde en zeide tot hem, mijn heren en mijn God.
20:43Jezus zeide tot hem, omdat gij mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd.
20:50Zalig zijn zij die niet zullen gezien hebben en nogthans zullen geloofd hebben.
20:57Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid.
21:02Zijn de discipelen gedaan?
21:04Die niet zijn geschreven in dit boek.
21:07Maar deze zijn geschreven.
21:10Opdat gij gelooft.
21:12Dat Jezus is.
21:13De Christus.
21:15De Zonen Gods.
21:17En opdat gij gelovende.
21:19Het leven hebt.
21:21In zijn naam.
21:23Tot zover de schriftlezing.
21:25Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
21:31Ere gij zijt het.
21:32In uw grote langmoedigheid.
21:34In uw trouw.
21:35In uw goedheid en ook onder uw voorzienigheid.
21:39Ons opnieuw samenbrengt op deze uw dag.
21:42De eerste dag.
21:44De roemde dagen die gij bijzonder geheiligd hebt.
21:48Door de opstanding van uw zoon uit te doden.
21:52Toen werd deze dag nog tot opstandingsdag.
21:57Tot de eerste dag.
21:58De dag waarop gij uw woorden bewaard hebt.
22:02En uw werken bekroond hebt in uw Zoon.
22:05Die dood, graf en hel.
22:08En de macht van de vorst de duisternis ten onder gebracht had.
22:13En die als de groot overwinnaar.
22:16Nadat het graf vanuit de hemel geopend werd.
22:21Uitgegaan is.
22:22Heren, gedenk dan ook in dit avontuur.
22:26Als wij uw woord weer geopend hebben.
22:29En dat wondere werk.
22:31Begeer het te overdenken.
22:33Schenk dan toch uw onmisbare gunst en zegen.
22:37Want wij hebben het gelezen zojuist in uw woord.
22:41Deze zijn geschreven.
22:43Deze wonderen worden en werken.
22:46Opdat gij gelooft dat Jezus is.
22:49De Christus.
22:51De Zonengods.
22:52Dat dat het doel is.
22:54Van de openbaring van uw goddelijk getuigenis.
22:58Dat dat het oogmerk is in de bediening der verzoening.
23:02In de prediking van het woord.
23:04Opdat wij zouden geloven.
23:07Dat hij de Messias.
23:09De grote Davidszoon.
23:12De leeuw uit Judaastam.
23:14Uw eigen zoon is.
23:17En opdat wij gelovenden.
23:19Die strijd, die worsteling van het geloof.
23:23Die oefening van het geloof.
23:25Ons overige levenstijd zouden kennen.
23:29Gelovend het leven zouden hebben in zijn naam.
23:34Wil daartoe uw woord ook zegenen in dit avontuur aan onze harten.
23:39De kracht van uw getuigenis toepassen.
23:43Door die levendmakende.
23:46Die onwederstandelijke bediening.
23:49Van uw heilige geest die heren is en levend maakt.
23:54Niet verdorven en vernieuwd.
23:57Betoon dan nog zo uw genadige.
24:00En onverdiende trouw en goedheid.
24:03En dat in en door hem.
24:05Die dat verworven heeft.
24:07Niet voor zichzelf.
24:09Maar omdat het weggeschonken zal worden.
24:12Opdat een wederhorig kroost.
24:15Altijd bij u zal wonen.
24:18Wil zo uw genadige gunst betonen.
24:20Zoals we hier samengekomen zijn.
24:23...zoals er met ons meegeluisterd wordt.
24:26Gedenk u, heren, ook de rouwdragenden die...
24:28...in de morgen van deze uw dag getroffen werden...
24:31...door het smartelijke verlies van een geliefde man...
24:34...een vader, een schoonvader, een grootvader...
24:39...die ook zijn plaats in het midden van de gemeente ingenomen heeft...
24:44...ook lange tijd als hulpkoster.
24:47Heren, gedenk u ze in dit smartvolle verlies.
24:50Schenk ze.
24:52Uw vertrouwsting, uw nabijheid ook in deze weg.
24:55Ook in deze week als de gang naar het graf gemaakt zal moeten worden.
25:00Ontferm u zo nog naar de grootheid uw warmhartigheden.
25:04Wil uw woord ook zegenen waar het ook verkondigd wordt.
25:08Tenmidden van ons volkenland.
25:10Maar ook buiten onze grenzen.
25:12Wil alle arbeid van evangelisatie, van zending.
25:17Alle diakonale arbeid plaatsvindt.
25:20Ook uit het midden.
25:22Van deze gemeente.
25:24Wil u ook.
25:25Degene die daartoe zijn uitgegaan.
25:27U hulp uw kracht.
25:28U bijstand niet onthouden.
25:31Om die arbeid te mogen verrichten.
25:33In afhankelijkheid van u.
25:34In gebondenheid aan uw woord.
25:37Wil zo uw koninkrijk.
25:39Ook door middel daarvan.
25:40Uitbouwen.
25:42Uitbreiden en bouwen.
25:43Tot roem van uw genade.
25:45Gedenken we ook uw kerk.
25:47Waar vervolging.
25:48Waar verdrukking is.
25:50Waar.
25:50In het verborgene samengekomen wordt.
25:53Waar doodsbedreigingen geuit worden.
25:56Tallozen.
25:57Die om uw naams wil.
25:59Een moeitevolle weg moeten gaan.
26:02Vervolgd en verdrukt worden.
26:04In kampen of in gevangenissen verlijven.
26:08U kent ze.
26:09U weet hun omstandigheden.
26:10En houdt u ze staande.
26:12Bij uw goddelijke en onfeilbaar woord.
26:15Door de kracht van uw geest.
26:17Gedenk ook u.
26:18Ons volk Israël.
26:20De beminden.
26:21Naar uw verkiezing onder vaderen wil.
26:24O.
26:25In de positie waarin ze verkeren.
26:28Bedreigd van allerlei zijden.
26:30In oorlog zijnde.
26:32Heren gedenk ze.
26:33En wil gij nog uitkomsten geven.
26:36U hulp uw bijstand betonen.
26:38Uw beloften ook aan hen vervullen.
26:41Tot roem van uw genade.
26:44U.
26:45Houdt deze ganse wereld nog in stand.
26:48In uw grote langmoedigheid en trouw.
26:51U doet op aard aan allerlei schepsel nog wel.
26:55Maar u bezoekt ook dit aardrijk vanwege de zonde met uw oordelen.
27:00Met uw kastijdingen.
27:03U vervult uw profetie dat er oorlogen, geruchten van oorlogen, aardbevingen, allerlei rampen zullen plaatsvinden.
27:13En nog is het einde niet.
27:15U spreekt daarin.
27:16Doe die stem toch opmerken en verstaan en ter harte nemen.
27:21Weer ook in het midden van ons land en volk.
27:24Wat zo ver van de plaats is.
27:27Zo ver verwijderd van de beleidenis van uw woord en van uw dienst.
27:32Overheden en onderdanen.
27:35Handelen naar het goeddenken van hun eigen vlees en hart.
27:39O breng ons toch weder tot de eenvoudigheid van uw woord.
27:44Gedenk en bekeer u toch ook.
27:46Onder overheden en onderdamen.
27:49Ik wil ook het vorstenhuis met dat heil bezoeken.
27:53Hartvernieuwende genade schenken.
27:55Heren, gedenk u zo ook het kerkenkleven in alle gebrokenheid.
28:01Ik wil ook uw geest nog schenken.
28:05Opdat uw koninkrijk gebouwd mag worden.
28:08Uw naam nog grootgemaakt en verheerlijkd.
28:11En dat u die...
28:13[GEZANG]
28:34Gemeente de Zaligmaker van Zondaren is opgestaan uit de doden.
28:39Hij heeft de overwinning behaald.
28:41Hij is een volkomen borg en middelaar.
28:44voor al degenen die in hem geloven zullen ten eeuwige leven.
28:48En toch zijn er van zijn kerk, van zijn kinderen...
28:52die ondanks de heerlijkheid van zijn opstanding...
28:55de volkomenheid van zijn overwinning...
28:58toch nog bedrukt over de aarde gaan.
29:01En dan zegt toch ook de psalmist, breng heren al uw gevangenen weder.
29:07En zie verder op uw erfvolk weder van zo'n bedrukte en benauwde...
29:13Spreekt ons ook de tekst die u vindt en uit uw voorgelezen schriftgedeelte.
29:16Johannes 20 vers 24 tot en met het eerste gedeelte van vers 26.
29:24Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
29:27En Thomas, een van de twaalfen, gezegd Didymus, was met hem niet toen Jezus daar kwam.
29:35De andere discipelen dan zeiden tot hem, wij hebben den Heere gezien.
29:40Doch hij zei er tot hen, indien ik in zijn handen niet zie.
29:44Het teken der nagelen.
29:47En mijn vingers teken het teken der nagelen.
29:50En steek mijn hand in zijn zijde.
29:52Ik zal geen zins geloven.
29:56En na acht dagen waren zijn discipelen wederom binnen.
30:00En Thomas met hen.
30:03En vanuit deze tekstwoorden gemeente willen wij stilstaan bij deze apostel Thomas.
30:08We letten ten eerste op de onttrekking.
30:11Ten tweede op de prediking tot Thomas.
30:14Ten derde op de tegenwerping door Thomas.
30:18En ten vierde op de hereniging met Thomas.
30:22We willen vanavond de hand van onze tekst worden stilstaan.
30:25Ten eerste bij de onttrekking van Thomas.
30:28Ten tweede bij de prediking tot Thomas.
30:31Ten derde bij de tegenwerping door Thomas.
30:34En ten vierde bij de hereniging met Thomas.
30:38Maar voordat wij hier naderen.
30:40Bij stilhopen te staan gaan we eerst zingen uit Psalm 85, het eerste en het derde vers.
30:46Psalm 85, vers 1.
30:48Gij hebt uw land, o heren, die gunst betoont dat Jacob zaad opnieuw in vrijheid woont.
30:56En de schuld is volks, hebt gij uit je boek gedaan.
31:00Ook ziet gij geen van hun zonden aan.
31:02En ook het derde vers, merk op mijn ziel.
31:05Wat antwoord God u geeft, hij spreekt gewis tot elk.
31:09Die voor hem leeft zijn gunstgenoot van blijde, troost en vree.
31:14Nog wat mededelingen.
31:16Morgen tweede paasdag zal kandidaat van E uit Barneveld voorgaan.
31:21Aanvang van de dienst is om half tien.
31:24Dinsdag 7 april is er weer een contactmiddag aanvang half drie.
31:29Dinsdag 7 april is er een opvoedingsavond voor ouders.
31:33Deze avond is het onderwerp relaties aangaan en seksualiteit.
31:38Aanvang om half acht.
31:40Aanmelden kan nog steeds.
31:42En alle ouders zijn van harte welkom.
31:45En vrijdag 10 april is de afsluitingsavond van het verenigingsseizoen.
31:50Aanvang is half acht.
31:51En alle gemeenteleden zijn van harte welkom.
31:54De kerkelijke huwelijksbevestiging is aangevraagd door Martijn Cornelis Melissant.
32:01Kelderweg 6.
32:02En Maartje Mastenbroek Kelderweg 38.
32:05Op vrijdag 22 mei.
32:092026.
32:10Eventuele bezwaren tegen de kerkelijke bevestiging kunnen tot uiterlijk woensdag 8 april ingediend worden bij de schrijver van de kerkenraad.
32:19En van deze voornemens geldt zo de Heer wil en wil leven.
32:24En de collecten in deze dienst zijn in de eerste voor de opleiding predikanten, tweede voor de kerfhoekdij en de derde voor de aflossing kerk.
32:32En deze collecten worden hartelijk in hun meeldadigheid aanbevolen.
32:36En we zingen uit Psalm 85 vers 1 en 3.
32:39[GEZANG]
38:53Gemeente de kerk met een hoofdletter heeft een volkomen borg en zaligmaker.
38:58Die heeft alles gedaan wat tot hun zaligheid vernoden was.
39:03En niets achtergelaten.
39:05De uitdenking van het grote plan van de verlossing.
39:09Heeft op plaats gevonden voor de grondlegging der wereld.
39:12Voordat de schepping er was.
39:15Voordat de zonde er was.
39:17En toen het ogenblik aangebroken was om dat verlossend werk te openbaren.
39:22De geboorte van de zaligmaker.
39:25Toen was er voor hem geen plaats.
39:27En toch kwam hij.
39:29En toen hij de betaling verricht heeft op het vloekhout van Golgotha.
39:33Heeft hij dat geheel alleen gedaan.
39:36En niemand der volken was met hem.
39:39En ook zelfs zijn getrouwste discipelen die stonden van verre.
39:44En begrepen zelfs niet.
39:46Wat of er gebeurde, wat of er plaats vond.
39:49Stonden met betraande ogen en verslagen harten van verre.
39:55Hij heeft zelfs hun begrip niet ontvangen van de weg die hij moest gaan.
40:00Hij heeft de pers geheel alleen getreden.
40:04En ook de toepassing van het grote werk der zaligheid.
40:08Dus de uitdenking van eeuwigheid.
40:12En de volbrenging in de tijd.
40:15En zelfs ook de toepassing, het werk van de heilige geest.
40:19Dat is geheel Gods genade.
40:22Hij moet het ook nog toepassen.
40:24Kijk maar in de geschiedenis van Pasen.
40:28Hij is opgestaan.
40:30Hij heeft vertaald.
40:32Ze hebben zijn roep gehoord.
40:34Het is volbracht.
40:35Het voorhangsel is gescheurd van boven naar beneden.
40:39En een plaats dat u een blijde apostelschaar vergaderd ziet.
40:45Die de lofzang zingen.
40:47Die het uitroepen.
40:48Gij hebt ons goden gekocht.
40:50Met uw dierbaar bloed.
40:52U komt alle eer.
40:53Alle aanbidding toe.
40:54Het is waar.
40:56Wat Johannes gepredikt heeft.
40:58Ziet het lam gods.
40:59Dat de zonde der wereld wegneemt.
41:02Zitten ze met treurige harten.
41:04Achter gesloten deuren.
41:06Om de vrezen.
41:08Der joden.
41:10De heren heeft voor de vergadering.
41:12Van zijn kerk.
41:13Van zijn gemeente.
41:14Een eenvoudige weg uitgedacht.
41:16De verkondiging van het woord en het werk van de heilige geest.
41:21En bij de aanvang gaat de geest voorop.
41:24Zo staat het in de katechismes.
41:26Als het gaat om de toevergadering van de kerk door geest en woord.
41:32Want die geest moet ons oren geven om te horen.
41:35Ogen om te zien.
41:36En een hart om het woord te ontvangen en te bewaren.
41:40Eerst de geest.
41:43Om de ingang van het woord ook te bereiden door onze oren.
41:48Opdat het zaad van het woord ingedragen wordt.
41:51En in de diepte wortels schiet.
41:54En opwaarts vruchten voortbrengt.
41:56En daarna is het woord en geest.
41:59Psalm 25, heren.
42:01U maakt mij uw wegen door uw woord en geest bekend.
42:06En dat blijft bij de voortgang.
42:08Tot de laatste snik ook toe.
42:11Het is zijn inzetting.
42:13De bediening van het woord, de samenkomst van de gemeente.
42:17Onder het oude testament, onder de schaduwachtige bediening.
42:21De samenkomst in de tabernakel en later ook in de tempel.
42:25En in het nieuwe testament, de tempel die daarin ook centraal staat.
42:31De openbaring van de dienst der verzoening.
42:35Wat het behaagt de heren door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven.
42:42En dat geloof is uit het gehoor.
42:44En het gehoor is door het geproducte woord.
42:48Vandaar dat u bij de oprechte de hartelijke liefde en binding vindt aan het woord van God.
42:57Aan de dienst van God.
43:00Aan de dag van hem.
43:02Aan de opgang onder het woord.
43:04Wat blijdschap smaakt mijn ziel.
43:07Wanneer ik voor uw kniel in het huis het raak gij u hebt gesticht.
43:12Hoe brandde mijn genegen heen om zere voorhof in te trainen.
43:17Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen.
43:20Eén ding, zo zegt David, heb ik van de heren begeerd.
43:23Dat zal ik zoeken.
43:24Dat ik al de dagen des levens mocht wonen in het huis des heren.
43:29Om de liefdelijkheid des heren te aanschouwen.
43:32En te onderzoeken in zijn tempel.
43:35Nu spreekt deze geschiedenisgemeente van een apostel.
43:38Die zich ontrokken heeft aan de samenkomst.
43:42Met de andere broeders.
43:44Aan de gemeenschap.
43:45Van de kerk die er toen was.
43:48Op aarde.
43:49Thomas.
43:50Hij ontbrak.
43:51Hij was niet aanwezig.
43:53Bij de discipelen.
43:54Toen de zanigmaker op die eerste opstandingsdag.
43:58Zich s'avonds bekend maakte.
44:00Aan zijn discipelen.
44:01Hij was in hun gezelschap.
44:03Niet aanwezig.
44:06Thomas Didymus.
44:08En dat woord betekent dat hij.
44:11Van een tweeling was.
44:12Een wonder.
44:13Het is al een wonder als een mens geboren wordt.
44:16Als er dan een tweeling mag zijn.
44:18Dat is een wonder.
44:19Het grootste wonder gemeente.
44:21Is dat deze man die van een tweeling afkomstig was.
44:26Ook een tweemens geworden was.
44:30Dat hij een oud deel met zich meedroeg.
44:33Wat zich nooit onderwerpt aan de wil en aan de wet van God.
44:37Maar dat hij door Gods genade.
44:39Ook deel had gekregen.
44:40Aan dat zaterbedergeboorte.
44:42Het welke is Gods woord.
44:45En Calvin zegt van deze man.
44:47Hij heeft het vaandel van de eenheid verlaten.
44:52Hij heeft de gemeenschap verlaten.
44:55Van de andere apostelen.
44:58Ongetwijfeld.
44:59Door diepe neerslachtigheid.
45:01En door grote moedeloosheid.
45:04Het was wel zo.
45:05Dat deze Thomas.
45:07Toch in zijn hart.
45:09Het psalmvers kende van psalm 73.
45:12Wien heb ik nevens u omhoog?
45:14Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog op aarde nevens u toch lusten?
45:20Want het ging hem om de persoon des middelaars.
45:24En Christus, aan zijn voeten had hij gezeten.
45:28Hij had de beleden in Johannes 11.
45:31Komt, laat ons met hem gaan.
45:33Opdat wij met hem sterven.
45:36En nu was de zaligmaker gestorven.
45:39En hij was begraven.
45:40En dat was voor hem de kern der zaak.
45:44Het ging hem niet in de eerste plaats om zijn medebroeders.
45:49Maar het ging hem om de zaligmaker van Zondaren.
45:54Om de persoon des middelaars.
45:57En nu verkeerde hij ongetwijfeld in een gestalte van diepe moedeloosheid.
46:03Van troosteloosheid.
46:05En al die broeders tezamen.
46:08Die konden die leegte, die konden dat gemis niet voor hem wegnemen.
46:13Hij was gebonden in de banden van de moedeloosheid en van de troosteloosheid.
46:20Het is duidelijk gemeente dat het deze Thomas te doen was om de Christus.
46:25Is het daar u ook om te doen in de bediening van het woord?
46:29Of wilt u allerlei dingen van de mens horen?
46:33Allerlei gestaltes, allerlei beschrijvingen?
46:36Of dat u misschien uzelf daaraan kunt meten.
46:39Hoe ver of u gevorderd bent.
46:41Of gaat het u vooral om de bron.
46:43Om de grond der zaligheid.
46:45Om de Christus der schriften zelf.
46:49Het blijkt bij deze Thomas.
46:51Dat dat voor hem de zaak was.
46:54Ook in de samenkomst.
46:56De zaligmaker van zondagen.
46:58Dat is ook de opdracht gemeente.
47:00De prediking van het woord.
47:02De Dordtse leerregels zeggen.
47:04De bediening der verzoening moet daaruit bestaan dat Christus wordt voorgesteld.
47:10Dat hij wordt gepredikt.
47:13Dat hij wordt bekendgemaakt in zijn gezegende namen.
47:16In zijn noodzakelijke ambten als hoogste profeet en leraar.
47:20Als enige hoge priester, als eeuwige koning.
47:23Dat hij moet verklaard worden in zijn verworven weldaden.
47:27Dat hij moet verkondigd worden in zijn goddelijke eigenschappen met bevel.
47:34Van bekering en geloof.
47:37Dus dat hij vooral in de bediening der verzoening.
47:41De voornaamste plaats inneemt.
47:43Dat was trouwens ook het verlangen van de apostel Paulus.
47:47Zodra hij geroepen werd tot de bediening.
47:50Hij predikte terstond Christus.
47:54Dat hij de zoon de gods was.
47:56En jaren later in dezelfde bediening verkeerde.
48:00Dan zegt hij ik wens onder jullie de niets anders te weten.
48:04Dan Jezus Christus en dien gekruisigd.
48:07En als David dat verlangen uit in psalm 27.
48:12Wat ik u zojuist noemde.
48:14Dan zegt David om de liefelijkheid des Heren te aanschouwen.
48:19Dat is Christus.
48:20Dat is de zaligmaker van zondaren.
48:23Dat is dat grote offer.
48:25Wat onder het oude testament ook gepredikt werd in het heideltom.
48:29Om de liefelijkheid des Heren te aanschouwen.
48:32En te onderzoeken in zijn tempel.
48:35En wanneer was David verblijfd?
48:38Wanneer huppelde hij om God met een linnen lijfrok.
48:42Al zijn koninklijke heerlijkheid afgelegd.
48:45Dus samen met zijn dienstrechten en met zijn dienstmachten.
48:48En het was op dat moment.
48:50Toen de ark gods oud testamentische prediking van de Christus.
48:55Naar Jeruzalem gebracht werd.
48:57Naar de plaats waar hij ook zijn paleis had.
48:59Het was daarom.
49:01Om de zaligmaker van Zondaren.
49:03Die onder het oude verbond.
49:05In die ark werd gepredukte.
49:08De ark die van Gods gunst getuigd.
49:12De zaligmaker gemeente heeft.
49:14Op de dag van zijn hemelvaart geboden.
49:17Aan zijn discipelen.
49:19Dat in zijn naam.
49:21Op zijn gezag.
49:22Op zijn bevel.
49:24Gepredukte moet worden.
49:25Bekering en vergeving van zonden.
49:28Onder alle volken.
49:30Beginnende.
49:31En u onttrok deze Thomas zich juist aan de plaats van de samenkomst.
49:39Waar de broeders mee een waren.
49:42Waar ze met elkaar konden spreken.
49:44Elkaar konden wijzen.
49:47Elkaar konden onderwijzen.
49:50Elkaar konden heen wijzen naar die enige naam.
49:54Gegeven onder de hemel tot zaligheid.
49:57Het is nog geen Pasen voor deze Thomas.
50:02Bij de broeders klinkt daar de lofzang.
50:05En Thomas is nog niet verder gekomen dan de klaagzang.
50:10Bij de broeders mag het licht zijn.
50:12En deze Thomas verkeert nog in de duisternis.
50:16En hoe kwam dat?
50:18Hij had zich ontrokken aan het gezelschap van de broeders.
50:23Maar in de tweede plaats...
50:24dan spreekt onze tekst ook van de prediking tot Thomas.
50:29De andere broeders laten...
50:31Deze Thomas niet alleen.
50:34Ze zoeken hem op.
50:35Ze gaan naar hem toe.
50:37En ze komen met een verblijdende tijding.
50:41Met een liefdelijke vertroosting.
50:44Met een krachtige prediking.
50:46Dat de Christus der schriften is opgestaan uit de doden.
50:51Een troostvolle boodschap.
50:53O, wat heeft deze Thomas toch gemist.
50:56Dat hij niet samengekomen is met de broeders.
51:00Wat heeft u toch gemist?
51:02Wat mist u toch gemeente?
51:03Als u niet opgaat onder de bediening der verzoening.
51:07Als u niet komt onder de prediking van het woord.
51:10Als u uw plaats moedwillig leeglaat onder de bediening der verzoening.
51:16Dan mist u de bijzondere bemoeienis van God.
51:19Dan mist u de opening van de schat waar steeds oude en nieuwe dingen uitgenomen worden als het goed is in de bediening der verzoening.
51:29Dan mist u het onderwijs in uw schepper.
51:32In uw getrouwe onderhouder.
51:34Die straks uw rechtvaardige rechter zal zijn.
51:37Maar die hier in de tijd.
51:40Bijzonder in de bediening van het woord.
51:42Onder ede u betuigt geen lust te hebben in uw dood.
51:47Maar daarin dat u ons zouden bekeren en leven.
51:51Zou net die dienst kunnen zijn.
51:54Dat de heren een bijzondere boodschap voor u had.
51:58Als we moedwillig de dienst verlaten en verzaken.
52:01Zou net het moment kunnen zijn.
52:04Dat u uit uw moedeloosheid.
52:06Uit uw troosteloosheid opgericht zou kunnen worden.
52:09Zou misschien wel net die psalm zijn die gezongen werd.
52:13Of net die tekst die genoemd werd.
52:16Wat u tot hulp en bijstand zou kunnen zijn.
52:19Ziet deze Thomas.
52:21Wat heeft u toch gemist.
52:23Ontmoeting van de koning de kerk.
52:25Die.
52:26Ondanks de gesloten deuren in het midden stond.
52:29En zichzelf bekend maakte.
52:31En verkondigde als de opgestaande borg en middelaar.
52:35Wat missen wij.
52:37Als wij ons niet houden aan de ordelijke weg.
52:41Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn.
52:46Zo zegt de heer Jezus.
52:47Daar zal ik in het midden zijn.
52:50En hier gaat het om een tiental apostelen.
52:53En die heeft zichzelf een levend.
52:56Aan hen vertoond.
52:58Hij heeft zichzelf er dan uit bekend gemaakt.
53:00En geopenbaard.
53:02En dan klinkt in de woorden van onze tekst.
53:04Gemeente dat ze zeggen.
53:06Wij hebben.
53:08Ten heren gezien.
53:10Tot deze Thomas.
53:12Wat wij nu toch ondervonden hebben.
53:15We hebben hem gezien.
53:17De opstande.
53:18De opgestaande borg en middelaar.
53:21Het is gemeente.
53:22Een troostvol getuigenis.
53:25Wat ze tot te brengen.
53:26Het is ook een broederlijk getuigenis.
53:30Hij kende toch deze apostelen.
53:33Hij had verschillende jaren met hen opgetrokken.
53:36Hij wist toch wie ze waren.
53:37Hij kende ze bij namen.
53:39Het is een broederlijk getuigenis.
53:42Het is niet van een vreemde mond.
53:44Maar het is van zijn eigen broeders dat ze hem deze boodschap brengen.
53:48Het is bovenal een apostolisch getuigenis.
53:52Het zijn niet zomaar broeders.
53:55Het zijn geroepen, gezonden apostelen die tot hem komen met de boodschap van de opgestaande borg en zaligmaker.
54:03Het is ook een eenparig getuigenis.
54:07Het is niet zo, zoals we zo vaak in onze tijd horen, accentverschillen of zelfs wel nog verdergaande zaken die zich niet bepaald
54:20eenduidig een eenduidige boodschap geven.
54:25Maar dat er verschillende geluiden kunnen klinken.
54:28Dat is hier niet gemeente.
54:30Het is een korte, een eenparige, een eenduidige prediking.
54:36Waarin zij zeggen wij hebben den Heere gezien.
54:40Het is ook een Christus getuigende prediking.
54:45Ze spreken niet over zichzelf.
54:47Maar ze spreken over de zaligheid buiten zichzelf.
54:52Ze spreken over de grond.
54:54Over die enige naam.
54:56Over de bron van redding.
54:58En van behoud.
55:00Gij zult mijn getuige zijn.
55:04Ze spreken over hem.
55:06En ze noemen hem de heren.
55:08Er staat in de grondtekst.
55:10De kurios.
55:11De almachtige.
55:13De overwinnaar.
55:14Hij heeft de strijd gestreden.
55:17En heeft ook de overwinning behaald.
55:20Hij is de triomfater.
55:22Over dood, graf en hel.
55:24En over de macht van de vorst ter duisternis.
55:28Wij hebben den Heere gezien.
55:30Wat ook opvalt is gemeente dat er geen onderlinge strijd nu is.
55:35Er is dus geen onderling verschil bij deze discipelen.
55:39Ze zijn onderscheiden.
55:42Jacobus, Johannes, Petrus, andere apostelen, veelgenoemde apostelen, weiniggenoemde apostelen.
55:51Maar alle verschillen zijn nu weg.
55:55Ze hebben één getuigenis over hem.
55:58Kijk, net als bij David met die ark.
56:01Hij was één met zijn knechten, met zijn dienstmaagden.
56:05En net als deze apostel komen die geschillen en verschillen vaak niet.
56:10Omdat het vlees ertussen komt, omdat de mens ertussen zit.
56:14Omdat onze visie, onze mening, onze overtuiging, onze gedachten, noem het maar op.
56:22Maar...
56:23Als het oog in geestelijke zin iets gezien heeft.
56:26Van de uitnemendheid.
56:28Van de volkomenheid.
56:29Van de algenoegzaamheid.
56:32Van Christus Jezus.
56:33In zijn opstandingskracht.
56:36Ach, dan bent u toch niets.
56:38Dan valt toch alles van u weg.
56:40Dan ontvangt hij alleen de eer.
56:43Is dat niet straks de hemel?
56:45Dat die stoorloze, die eeuwige lofzang zal gaan.
56:50Niet over de mens.
56:53Maar over hem.
56:54De koning der kerk.
56:55De zaligmaker van zondaren.
56:58Dan zegt toch de apostel Johannes.
57:00En ik zag het lam.
57:02Staande als geslacht.
57:04De loszang die gezongen werd.
57:06Gij hebt ons gode gekocht.
57:08Met uw dierbaar bloed.
57:10Ziet een gode.
57:13Verheerlijkende.
57:14Een Christus.
57:16Centraal.
57:17Stellende beleidenis.
57:19Wordt aan deze Thomas gepredikt.
57:22Een broederlijk, een eenparig, een apostolisch getuigenis ontvangt hij.
57:30Wij hebben den Heren gezien.
57:33De derde plaats, gemeente.
57:35Dan spreekt ook onze tekst van de tegenwerping door Thomas.
57:40Hij is niet overtuigd, Thomas.
57:42Hij neemt dat woord zomaar niet aan.
57:47Al komt het ook van deze tien broeders.
57:51Valt deze Thomas niet te hard gemeente bij de aanvang.
57:55U kent de uitdrukking wel ongelovige Thomas.
57:58Maar dat is echt fout.
57:59Echt de verkeerde uitdrukking.
58:02Thomas was niet ongelovig.
58:04Thomas was een gelovige.
58:06Was een apostel.
58:07En hij had nu te kampen met ongeloof.
58:11Maar hij was geen ongelovige Thomas.
58:15Weet u waar Thomas bang voor was?
58:17Hij was bang voor het gevaar van de oppervlakkigheid.
58:22Voor de vanzelfsprekendheid.
58:25Thomas was bang voor het dwaalzieke hart van een mens.
58:29Bent u er ook wel eens bang voor?
58:31Dat u al te oppervlakkig bent.
58:33Dat we dat dwaalzieke hart onderschatten.
58:37Dat we daar geen erg in hebben.
58:39Deze Thomas behoort niet bij degene waarbij het zaad valt op de steenachtige plaatsen.
58:47Daar stond met blijdschap het evangelie aangeromen.
58:53Maar het heeft geen kracht.
58:54Het heeft geen wortel.
58:56Als verdrukking en vervolging komt, dan worden ze terstond geërgerd.
59:02Het gaat bij deze Thomas echt om de zaligmaker.
59:07Om de Christus der schriften.
59:09Het gaat hem om waarheid op rechtheid in het binnenste.
59:14En het wonder zou voor hem zo groot zijn.
59:18Dat Christus Jezus, die aan het kruis gezien heeft.
59:22Die hij ook grafwaarts heeft zien dragen.
59:26Waar die steen voor gegaan is.
59:28Zegen van de keizer erop.
59:30Dat die borg en zaligmaker op zou staan uit de doden.
59:37Deze Thomas gemeente die denkt die broeders kunnen zich wel bedriegen.
59:41Al zijn het tien apostelen.
59:43Al zijn het mijn lieve broeders.
59:45Maar ze kunnen zich vast wel bedriegen.
59:48Misschien heeft u wel gedacht aan het woord van de profeet Jeremia.
59:52Arglistig is het hart.
59:54Meer dan enig ding.
59:55Wie zal het kennen?
59:58Thomas behoorde bij de gelovigen.
1:00:00Die wel zongen uit Psalm 139.
1:00:03Door grond me beproef me en zie of er bij mij een schadelijke weg is.
1:00:06En leid mij op de enige weg.
1:00:09Maar ik denk gemeente dat Thomas toch ook aan het onderwijs gedacht heeft.
1:00:14Van de hoogste profeet en leraar.
1:00:17En dat kunt u teruglezen in Matthäus 24, vers 24.
1:00:22En in Markers 13, vers 12.
1:00:25Daar staat al twee keer toe een uitdrukkelijke waarschuwing van de zonen gods.
1:00:31En dan staat er in die tekstwoorden in Matthäus 24, vers 24 en Markers 13, vers 12.
1:00:37Er zullen vele valse Christussen opstaan.
1:00:43We hebben de Heere gezien.
1:00:45Hij is opgestaan.
1:00:46Er zullen vele valse Christussen opstaan.
1:00:50En zullen velen verleiden.
1:00:52En zelfs indien het mogelijk ware.
1:00:56Zouden ook de uitverkorenen verleid worden.
1:01:00Zo staat het in het tekst.
1:01:00Dat kan niet.
1:01:02Dat is Gods werk.
1:01:03Je houdt dat in stand.
1:01:05Maar ongetwijfeld hebben deze waarschuwingen van de zonen gods.
1:01:11Bij deze Thomas meegewogen.
1:01:14Als hij hier zegt.
1:01:16In de woorden van onze tekst.
1:01:18Als ik mijn vinger niet steek.
1:01:21En zijn de tekenen van zijn handen.
1:01:24En mijn hand niet mag brengen in zijn zijde.
1:01:27Ik zal geen zins geloven.
1:01:30Er zullen vele valse Christussen opstaan.
1:01:34En zullen er velen verleiden.
1:01:37Indien het mogelijk ware.
1:01:38Ook zelfs de uitverkorenen.
1:01:43En als je dan ook nog wat zwaarmoedig van karakter bent.
1:01:45Zoals deze Thomas misschien wel was.
1:01:48Een beetje aan de sombere kant zat hij.
1:01:51Blijkt wel dat Johannes 11 komt.
1:01:53Laat ons met hem gaan.
1:01:55Opdat wij met hem sterven.
1:01:58Dat hebt u ook toch wel op het kerkenkerf.
1:02:00Dat mensen wat meer openstaan voor de bedreigingen.
1:02:04Als voor de beloften.
1:02:06De bedreigingen van de wet.
1:02:08Als voor de beloften van het evangelie.
1:02:11Dat mensen misschien wat meer de kant van de wet uithangen.
1:02:15Als de kant van het evangelie.
1:02:17Het rechte evenwicht.
1:02:19Nog niet hebben gevonden.
1:02:20Tussen de boodschap van Gods heilige wet.
1:02:23En de prediking van het evangelie.
1:02:25Van vrije genade.
1:02:27Verstaat u deze Thomas gemeente.
1:02:29Of vindt u het wel makkelijk.
1:02:31Dat evangelie.
1:02:32U bent nu eenmaal zondaar.
1:02:34En de heer Jezus is gestorven voor zondaren dus.
1:02:37De conclusie is toch duidelijk.
1:02:40Ja, daar was Thomas niet van, van zulke mensen.
1:02:43Want hij kende het hart en ook de verdorvenheden, de zwakheden van het vlees.
1:02:50En het zou toch wel zo'n groot wonder zijn.
1:02:53Dat gaat u toch mee te maken krijgen als het waarheid wordt in de binnenste.
1:02:58Dat u ontdekking krijgt aan uw verdorven hart, aan uw verloren bestaan.
1:03:02Dat u te kampen krijgt met de hindernissen die de vorste duisternis opwerpt.
1:03:08Met de invluisteringen die hij doet horen.
1:03:11Met de ontdekkingen aan uw hart.
1:03:14Uit het hart komen voort.
1:03:16Boze bedenkingen.
1:03:18Lasteringen.
1:03:19Hoererijen.
1:03:19Die verontreinigende mens.
1:03:22Zwak van moed.
1:03:23En klein van krachten.
1:03:24Stof van jongs af geweest.
1:03:26Zijn toch bijbelsonderwijzingen.
1:03:29Die u gaat ondervinden en ervaren.
1:03:31Als het waarheid wordt.
1:03:33In het hart.
1:03:34En daarom Thomas in zijn worteling gemeente.
1:03:38Deze bedeling staande.
1:03:40Te maken met verzoekingen.
1:03:42Met de zwakheid van het vlees.
1:03:44En bevreesd ook.
1:03:46Voor de dwalingen.
1:03:47Wat wel opvalt bij Thomas.
1:03:50Is dat hij Christus kennis heeft.
1:03:53Hij weet wie de zaligmaker is.
1:03:55En dat zegt hij ook.
1:03:57In de woorden van onze tekst.
1:03:59Doch.
1:03:59Hij zei dat tot hen.
1:04:01Indien ik in zijn handen.
1:04:03Niet zie het tekenen nagelen.
1:04:06En mijn vinger steek in het teken der nagelen.
1:04:10En steek mijn hand in zijn zijde.
1:04:13Beste broeders.
1:04:14Ik hou alleen hem voor de Christus.
1:04:18Voor de opgestane borg en middelaar.
1:04:21Die deze merktekenen draagt in zijn gezegende middelaars handen.
1:04:26En die deze wonden heeft in zijn zijde.
1:04:29En geen ander aanvaard ik voor de borg.
1:04:35Voor de opgestaande zaligmaker.
1:04:37Als deze borg en middelaar.
1:04:40Als ik dat niet zie.
1:04:42Als ik dat niet voel.
1:04:43Kijk en daar gaat het nu mis.
1:04:45Met Thomas.
1:04:47Hij draait de zaak om gemeente.
1:04:50Hij draait de zaak om.
1:04:52Hij wil eerst zien.
1:04:55En dan zal hij geloven.
1:04:57Hij wil eerst voelen.
1:04:59Eerst tasten.
1:05:01En dan zal hij het woord der waarheid omhelzen.
1:05:05Het is net andersom.
1:05:06Het geloof is een vaste grond...
1:05:10...der dingen die men hoopt...
1:05:12...en het bewijst er zaken...
1:05:14...die men niet ziet.
1:05:16Het waarzaligmakend geloof.
1:05:19Dat rust dus niet...
1:05:20...op datgene wat ik zie...
1:05:22...met mijn vleeslijke ogen.
1:05:24Dat is niet afhankelijk van hetgeen...
1:05:26...wat ik voel met mijn vingers...
1:05:28...en met mijn hand.
1:05:30Maar het waarzaligmakend geloof...
1:05:32...is een geestelijke overtuiging.
1:05:34Door de kracht van de heilige geest.
1:05:36Van de waarachtigheid.
1:05:38De vastheid.
1:05:40Van het woord van God.
1:05:41En van het werk van de persoon des middelaars.
1:05:44Het is een stellig weten en kennen.
1:05:48Waardoor ik alles voor waarachtig houd.
1:05:50Het geen God in zijn woord geopenbaard heeft.
1:05:53En een vast vertrouwen.
1:05:56Het welk de heilige geest door het evangelie in mijn hart werkt.
1:06:03Hoort u het?
1:06:04Dat is geloof.
1:06:05Dus dat heeft niet in de eerste plaats te maken met wat ik zie met mijn ogen.
1:06:11En dat wordt niet in de eerste plaats versterkt door wat ik voel met mijn handen.
1:06:17Maar is een geestelijke verlichting in het verstand.
1:06:22En een vernieuwing van de genegenheden.
1:06:25En een herschepping van de wil.
1:06:27Waardoor ik gewillig gemaakt word om te buigen, te vallen.
1:06:33Voor het goddelijke woord der waarheid.
1:06:35En dat met mijn ganse hart.
1:06:37Tom Helzen.
1:06:39En daar kan als vrucht.
1:06:41Het gevoel bij komen.
1:06:43Maar dat gevoel.
1:06:45Is een kortdurende genieting.
1:06:47Daar kan de heren ook.
1:06:49Kennelijke blijken en bewijzen van geven.
1:06:52Dan denk ik aan de sacramenten.
1:06:55Het sacrament van de heilige doop.
1:06:57En het sacrament van het heilige avondmaal.
1:07:00Tatbare bewijzen.
1:07:02Tekenen en zegelen van de vastheid.
1:07:05Van zijn genadeverbond.
1:07:07En van zijn goddelijk woord en waarheid.
1:07:10Maar dat volgt op de oefening van het geloof.
1:07:14Dat is een vrucht van het geloof.
1:07:16Maar de grond des geloofs is de omhelzing van het woord van God.
1:07:21Is de beleidenis van de persoon des middelaars.
1:07:26Dat gevoel en ook dat zien.
1:07:30Dat is dus maar kortdurend van aard en is geen bewijs, maar kan een vrucht zijn van het waar geloof.
1:07:39Kijk, geloof, dat is er ook in de nacht.
1:07:43Dat is er ook in het duister.
1:07:46En door de nacht, door de stormwind, dan raakt het gevoel dat wordt weggeblazen.
1:07:53Daar blijft niks van over.
1:07:55Als we dan op het gevoel gegrond zijn, dan wordt er door...
1:07:59De bestrijdingen door de nacht, door de stormwind die erop steekt in geestelijke zin, dat wordt weggenomen.
1:08:07Maar geloof wortelt juist te dieper door de stormen, door de bestrijdingen, door de aanvechtingen heen.
1:08:16In de vastheid van het woord van God.
1:08:18Als het mij benauwd of bang gevallen is, zegt David, dan heb ik mij vermaakt en u geboden.
1:08:26En de zuiverheid van uw getuigenis leent altoos uit.
1:08:31Zelfs in de zwaarste noden.
1:08:34Leer mij het verstaan.
1:08:36Dan leert mijn ziel gewis het naarverderf in eeuwigheid ontfloden.
1:08:41Psalm 119 vers 72 kunt u dat lezen.
1:08:45Dat is het waarzalig maakt het geloof.
1:08:48Dat wordt juist in de weg van strijd, van stormwind, van aanvechting.
1:08:54Dat leert zich te vaster hechten aan de onfeilbaarheid van het woord van God.
1:09:01En aan de volkomenheid van het werk van de persoon des middelaars.
1:09:06En wat dan ook nog eens gemeente van deze Thomas, wat we hem zouden kunnen verwijten is.
1:09:11Dat toch de hele oud-testementische dienst der ceremoniën sprak van het offer.
1:09:18Dat al die paaslammeren die geslacht waren, een onderwijzing.
1:09:23Een heenwijzing waren naar dat lam gods.
1:09:26Wat Johannes de Doper toch gepredikt en voorgesteld had.
1:09:31En ook de onderwijzingen van de Heer Jezus zelf.
1:09:35Dat hij moest lijden en sterven.
1:09:38De derde dag zou opstaan.
1:09:40Die Thomas was wat gelegerd in.
1:09:44Op de plaats van dat de bedreigingen.
1:09:48Dat de waarschuwingen meer vat hadden.
1:09:52Als de beloften van het evangelie van vrije genade.
1:09:56Die scherpe waarschuwing.
1:09:58Vele valse christenen zullen opstaan.
1:10:01Die had hij meegenomen.
1:10:03En die gaf hem waarschijnlijk deze houding.
1:10:06Maar de belofte van de opstanding.
1:10:08Die was op de achtergrond geraakt.
1:10:11Die was hij kwijt geraakt.
1:10:13En ziet gemeente de vierde plaats.
1:10:16De hereniging met Thomas.
1:10:19Het heeft wel indruk gemaakt bij Thomas.
1:10:22Hij heeft zijn mening wel prijsgegeven.
1:10:24Komt ook niet zo vaak voor op het kerkenkerf.
1:10:27Dat we onze eigen gedachten, onze mening laten varen.
1:10:30Ik denk er zo over, ik denk er zo over.
1:10:32Ik meen, ik ben ervan overtuigd.
1:10:35En dat praat niemand meer uit mijn hoofd.
1:10:37En noemt u maar op.
1:10:38Dat was niet zo bij Thomas.
1:10:41Hij gaat zich verenigen met zijn medebroeders.
1:10:45Het heeft toch wel indruk gemaakt.
1:10:48Zodanig dat hij zich weer voegt in de ordelijke weg.
1:10:52Kom, ga met ons en doe als wij.
1:10:55Hij is weer bij de broeders te vinden.
1:10:58Hij stelt zich weer onder de gemeenschap en onder de bediening van het woord.
1:11:03Kijk, dat is het nu juist gemeend.
1:11:05Dat is het beste middel tegen de moedeloosheid en tegen de troostloosheid.
1:11:12Ik heb u regelmatig genoemd, ik noem het nog maar een keer.
1:11:15Dat zestiende artikel van het eerste hoofdstuk van de Dordtse leerregels.
1:11:20Waar de Dordtse vaderen spreken van de verwerping.
1:11:24Maar tegelijkertijd ook hoe we daarmee om moeten gaan.
1:11:29Niet tot afschrik.
1:11:31Niet onszelf tot de verworpen rekenen.
1:11:34Maar dan zeggen ze die het levend geloof in Christus.
1:11:38Het zeker vertrouwen des harten.
1:11:42De vrede der conscientie.
1:11:44De kinderlijke gehoorzaamheid.
1:11:48In God door Christus.
1:11:49In zich nog niet krachtiglijk gevoelend.
1:11:52Daar hebt u Thomas.
1:11:54Hij kende op dit moment de vrede niet.
1:11:57Hij kende op dit moment was hij ver van het levend geloof in Christus.
1:12:03De zaligmaker was de kern voor hem.
1:12:06Maar het levend geloof in de opgestaanere.
1:12:09Dat was op dat moment even van hem verwijderd.
1:12:13Die het levend geloof in Christus.
1:12:15Het zeker vertrouwen des harten.
1:12:17In zich nog niet krachtig gevoelen.
1:12:20Die moeten juist die middelen waarnemen.
1:12:23Waardoor God beloofd heeft.
1:12:25Deze dingen in ons te werken.
1:12:28Dus het onderzoek van het woord.
1:12:30Het lezen van het woord.
1:12:33Het komen onder het woord.
1:12:35De zang.
1:12:36Het gebed.
1:12:37De ambten die de Heer gegeven heeft in de middelijke weg.
1:12:41Om het woord Gods.
1:12:43...te prediken.
1:12:44Die plaats in te nemen...
1:12:46...waar het verlangen van David naar uitging.
1:12:50Wanneer zal ik ingaan...
1:12:51...voor Gods aangezicht verschijnen...
1:12:54...de plaats daar in te nemen...
1:12:56...waar het vermaak voor de apostel Paulus...
1:12:58...te vinden was.
1:12:59Ik heb een vermaak in de wet gods...
1:13:02...naar de inwendige mens.
1:13:03Die plaats in te nemen...
1:13:05...waar de lieden van Berea mee bezig waren.
1:13:08Zij onderzochten...
1:13:10...dagelijks de schriften.
1:13:12Of die dingen al zo waren.
1:13:15O, ziet Thomas weer herenigd met de broederen.
1:13:20Om straks ook die goddelijke zegen te ontvangen.
1:13:23We gaan er eerst van zingen uit Psalm 126.
1:13:26En daarvan het tweede vers.
1:13:28God heeft u ons wat groots verricht.
1:13:31Hij zelf heeft onze druk verlicht.
1:13:35Hij heeft door wonderen ons bevrijd.
1:13:37Dies juichen wij en zijn verblijt.
1:13:41Breng heren.
1:13:42Al uw gevangenen wederen.
1:13:44Tweede vers van Psalm 126.
1:13:47De
1:13:47[GEZANG]
1:16:41hevende kerkgemeente heeft drie metgezellen.
1:16:44U kent ze wel.
1:16:45Geloof, waar geloof, de hoop, de hoop op het woord, op het werk van God.
1:16:52En de eerste en de voornaamste, dat is de liefde.
1:16:56De liefde Gods.
1:16:57De Heer begint het werk der zaligheid uit eeuwige liefde.
1:17:02En zodra hij...
1:17:04De zon daar arresteert.
1:17:06Dan doet hij dat uit.
1:17:08Zijn eeuwige liefde.
1:17:10De rechtvaardigheid gaat voorop.
1:17:13Maar die rechtvaardigheid wordt aangedreven door zijn innerlijke bewegingen der barmhartigheid.
1:17:20Die worden aangedreven door de liefde gods.
1:17:23Prielste begint toch van het zaligmakend werk.
1:17:27Kent liefde.
1:17:28Kent een levende ontdekking en een ware betrekking.
1:17:33Op de grootheid, op de majesteit van God.
1:17:36En doet ons de zonde kennen als een bewuste, moedwillige daad.
1:17:42Bedreven tegen de liefde Gods.
1:17:44Vandaar de droefheid naar God.
1:17:47Echte droefheid is een liefdevrucht.
1:17:50Een hartelijke leedwezen.
1:17:52Dat we God door onze zonde vertoornd hebben.
1:17:55Maar die metgezellen, die kunnen wel eens wat achterblijven.
1:18:01En zo was het ook bij deze Thomas.
1:18:04En dat vindt u eigenlijk bij al de apostelen rond het evangelie van Pasen.
1:18:09Ons wordt duidelijk gemaakt dat de betaling op Goede Vrijdag een eenzijdig godswerk is.
1:18:18In de zoon zijn er eeuwige liefde.
1:18:20En dat ook de rechtvaardiging, de opstanding ook zonder iets van de zon daar plaatsvindt.
1:18:33Achterwege gebleven.
1:18:35Achtergesloten deuren.
1:18:36Ze zijn of met de vrouwen.
1:18:38Met een verkeerde gestalte.
1:18:41Met onjuiste goederen op weg.
1:18:43Of ze zitten met de discipelen.
1:18:46Achtergesloten deuren.
1:18:47Maar de hoop.
1:18:49Die is vervlogen.
1:18:51Voor deze Thomas.
1:18:53En het geloof.
1:18:54Is ook zeer zwak.
1:18:56Het ongeloof.
1:18:58Aangaande de opstanding van de zonen gods.
1:19:00Heeft op dat moment.
1:19:02Alleen de liefdegemeente.
1:19:05Het eerste.
1:19:07Wat ook straks het laatste zal zijn.
1:19:10Als geloof en hoop verwisseld wordt in ons schouwen.
1:19:13De liefde zal blijven.
1:19:15Kijk dat is toch het belangrijkste.
1:19:17Dat vindt u bij de emmersgangers.
1:19:18Dat vindt u bij de vrouwen.
1:19:20Dat vindt u bij al deze discipelen.
1:19:22Dat vindt u ook bij Thomas.
1:19:24Dat de liefde de voornaamst is.
1:19:27De apostel Paulus zegt straks.
1:19:29Zal mij de kroon der rechtvaardigheid.
1:19:32Gegeven worden.
1:19:34En niet alleen aan mij.
1:19:35Maar allen die zijn verschijning hebben.
1:19:39Lief gehad.
1:19:41Kijk.
1:19:41Daar beantwoorden al die vrouwen aan.
1:19:44Al die apostelen.
1:19:46En ook Thomas.
1:19:47Dat ze de verschijning van de zonen gods.
1:19:50Hebben lief gehad.
1:19:52Liefde met een hoofdletter.
1:19:54Liefde.
1:19:55Die doet sterven aan de wereld.
1:19:57Die doet breken met de zonde.
1:19:59Die verbindt aan de heren.
1:20:02Aan zijn woord en aan zijn zalige dienst.
1:20:05Maar er zijn nog andere metgezellen die ervoor in de plaats komen.
1:20:09Moedeloosheid en twijfel.
1:20:12O, die moedeloosheid.
1:20:14Die kan zo vaak toeslaan.
1:20:17Die neerslachtigheid.
1:20:19Als we te maken krijgen met diepe wegen.
1:20:22Als het kruis ontdrukt.
1:20:24Als we te maken krijgen met bijzondere moeilijkheden.
1:20:29Als de duisternis in geestelijke zin over ons valt.
1:20:33Als de lustloosheid en de biddenloosheid toeslaat.
1:20:37Als de goddeloosheid ondervonden wordt in ons hart en leven.
1:20:41Dan kan ook de moedeloosheid toeslaan.
1:20:44Zoals met deze Thomas.
1:20:47Moedeloosheid, neerslachtigheid.
1:20:50Dat had hem uit de gezelschap van zijn broederen ook weggenomen.
1:20:55Maar ik kom terug.
1:20:57Het leven, gemeente van de kerk gods, kent dwaalwegen.
1:21:02Zelfs Abraham, de vader aller gelovigen, kende dat.
1:21:05En David wist ook al van die duisternissen.
1:21:08En Jozef heeft ook niet altijd, zeker niet in de gevangenis, het volle zicht gehad.
1:21:14En het geloof geoefend in de belofte gods, dat hij zou heersen over zijn broederen.
1:21:20Dat heeft hij lang niet altijd gehad, in tegendeel.
1:21:24Kijk, en daarom hebben wij de bediening der verzoening nodig.
1:21:27Daarom moeten wij komen in de middelijke weg onder de verkondiging van het woord.
1:21:32Daarom moeten wij die schriften onderzoeken, biddende en smekende.
1:21:36Om de verlichting in het verstand.
1:21:38Om de vernieuwing van ons hart.
1:21:40Daarom hebben we het gebed nodig van David.
1:21:43Maak in uw woord mijn gang en mijn treden vast.
1:21:47Want kijk, als uw ondergrond niet vast is.
1:21:51U gaat over een glibberige ondergrond.
1:21:54En dan ook nog in het duister.
1:21:56Dan is het gevaar van struikelen en vallen.
1:21:59Dat is dan krachtig aanwezig om uit te glijden van de rechte weg.
1:22:05Maar als de ondergrond vast is.
1:22:07Als we gebonden zijn aan het zuivere woord der waarheid.
1:22:12Als dat geloofsleven God voor me achter mag houden.
1:22:16Hoe het ook mocht tegenlopen.
1:22:18Gestadig op zijn goedheid te hopen.
1:22:20Die vaste zekere ondergrond te hebben.
1:22:24Al steekt dan de stormwind op.
1:22:26Al krijgen we dan een duisternis over ons heen.
1:22:30Maar als onze gangende treden vastgemaakt mogen zijn.
1:22:34In het woord van de levende God.
1:22:37Daarom hebben we nodig gemeenten die gedurig onderwijzen.
1:22:40Om elke keer maar weer uit de schat van het woord onderwezen te worden.
1:22:45In die onbegrijpelijke eenzijdige eeuwige liefde.
1:22:50In dat vrijmachtig welbehagen.
1:22:53Van de drie enige God.
1:22:54Elke keer maar weer onderwezen te worden.
1:22:57In onze verlorenheid.
1:22:59Ellendigheid.
1:23:00En onvruchtbaarheid.
1:23:01In onze totale verdorvenheid.
1:23:04Rook in het woord.
1:23:06Van het evangelie van vrije genade.
1:23:09In die uitnemendheid.
1:23:10Van de persoon des middelaars.
1:23:13Christus Jezus.
1:23:14De zaligmaker van zondaren.
1:23:17Om maar onderwezen te worden.
1:23:19In die oneindige goedertierenheid.
1:23:23Dat God uit lautere genade.
1:23:26Zondaren zaligd.
1:23:28Al zo lief heeft God de wereld gehad.
1:23:30Dat hij zijn enige geborene zoon gegeven heeft.
1:23:33En al zo lief heeft de zoon God de vader gehad.
1:23:38En zijn kerk gehad.
1:23:39Dat hij zichzelf gegeven heeft.
1:23:41Aan het vloekhout van het kruis.
1:23:43En dat de heren met een eed betuigt.
1:23:46Geen lust te hebben in u en in mijn dood.
1:23:48Maar daarin dat we ons zouden bekeren.
1:23:51En leven.
1:23:53Kijk die voorzichtigheid van Thomas gemeente.
1:23:56Ja, dat mogen we toch ook wat ter harte nemen in onze tijd.
1:24:00Er zijn zoveel mensen in en buiten de kerk.
1:24:03Die nemen het zo gemakkelijk op.
1:24:06Die denken zo gemakkelijk over die naderende eeuwigheid.
1:24:10En over die grote ontmoeting van de rechter van hemel en aarde.
1:24:14Of ze denken daar helemaal niet aan.
1:24:16Dan hebben we die voorzichtigheid van Thomas toch wel nodig.
1:24:19Er zijn vele mensen die spreken.
1:24:22Over het geloof in Jezus.
1:24:24De wereld kan aan de hand gehouden worden.
1:24:26Het vrolijke leven kan gewoon voortgezet worden.
1:24:29Het zit hier niet in, het zit daar niet in.
1:24:32En straks, dan gaan we zo ten hemel in.
1:24:35Zo meent men die voorzichtigheid van Thomas.
1:24:39Dat onderzoek.
1:24:40En ook te staan naar de rechte kenmerken van de persoon des middelaars.
1:24:46Dat is toch aanbevelingswaardig.
1:24:49Keur dus deze Thomas niet te sterk af.
1:24:52Maar neem toch een voorbeeld aan zijn voorzichtigheid.
1:24:56Aan de kennis die hij heeft van de persoon des middelaars.
1:25:00Hij beschrijft de zaligmaker.
1:25:03Hij weet wie hij is.
1:25:05Hij heeft gestaan bij het kruis.
1:25:07Hij heeft hem aanschouwd in de diepte van zijn vernedering.
1:25:11Hij heeft hem gevolgd in de weg van kribben naar kruis.
1:25:15Toen hij hing aan het vloekhout der schande.
1:25:19Het is dus geen oppervlakkige roemer die zalig worden van een vanzelfsprekende zaak vindt.
1:25:27Integendeel.
1:25:28Maar hij kent de strijd.
1:25:30Het is toch een strijd om in te gaan door de enge poort.
1:25:35Kijk wat is nu ware bekommering.
1:25:38Zo zou ik toch deze Thomas wel willen noemen.
1:25:41Vanavond.
1:25:42Een gekroot riet.
1:25:44Een rokende vlaswiek.
1:25:46Ware bekommering.
1:25:48Ware bekommering.
1:25:49Wat is dat gemeente?
1:25:50Dat is dat hij Christus centraal stelt.
1:25:55De zaligmaker van zondaren.
1:25:58Geloof in de zonen gods.
1:26:00Dat hij niet buiten hem kan.
1:26:02Niet zonder hem kan.
1:26:05Dat niet het gezelschap van de broeders is hem ook dierbaar.
1:26:08Maar de zaligmaker van zondaren.
1:26:11Die is hem boven alles dierbaar.
1:26:15Ach als hij niet is.
1:26:17Dan is het voor deze Thomas bij wijze van spreken afgelopen.
1:26:20Dan is het een verloren zaak.
1:26:22En daarom.
1:26:23Het gaat hem om de persoon des middelaars.
1:26:27En.
1:26:28Dan mag hij ook delen straks.
1:26:30In de weldaad.
1:26:31De weldaden ook.
1:26:33Van de bevrijding.
1:26:34Van de losmaking.
1:26:36Van de vergeving.
1:26:37Maar.
1:26:38Straks zal hij ook zich.
1:26:41Verblijden.
1:26:41In de zonen gods.
1:26:43En zal hij ook lijden.
1:26:44Mijn heren.
1:26:45En mijn god.
1:26:47Ziet het Bijbelse kenmerk.
1:26:49Het hoofdkenmerk van genade.
1:26:52De komst.
1:26:54De beleidenis van hem.
1:26:56De zoon de gods.
1:26:57Gij zijt de Christus.
1:26:59De zoon.
1:27:00Des levende gods.
1:27:02Al wat mij de vader gegeven heeft.
1:27:04Zal tot mij komen.
1:27:06En die tot mij komt.
1:27:07Zal ik geen zins uitwerpen.
1:27:11En nu de blijdschap van de discipelen.
1:27:14Wij hebben.
1:27:15Den heren gezien.
1:27:18Dat is toch straks ook de toekomst voor de ganse kerk.
1:27:21Hem te zien.
1:27:23Hem te aanschouwen.
1:27:24Hem de eer en de aanbidding te geven.
1:27:27De zaligheid der kerk.
1:27:29En ik zag het lam, zo zegt Johanna, staande als geslacht.
1:27:34Dat betekent die tekenen.
1:27:35Die merktekenen in zijn gezegende middelaars handen.
1:27:39Ik heb u in beide mijn handen gegraveerd.
1:27:42En die wonden in zijn zijde.
1:27:45Waaruit vloeide.
1:27:47Het bloed, de verzoening van de schuld.
1:27:49Het water, de zekerheid van de heiligmaking.
1:27:54Bloed en water.
1:27:56En ik zag het lam staande als geslacht.
1:28:00En dan mag die ganse kerk, mag dan toch zingen de lofzang van dat lam.
1:28:06Gij hebt ons gode gekocht.
1:28:09Met uw dierbaar bloed de heren geven.
1:28:13Ons ook die strijd, die worsteling.
1:28:16Die levende kennis.
1:28:18Die ware verwachting.
1:28:19Dat geloof wat zich richt.
1:28:22Op hem.
1:28:22De Christus.
1:28:24De gekruisigde.
1:28:25De jood en ergenis.
1:28:27De Griek en dwaasheid.
1:28:30Maar dien die gelooft.
1:28:32De kracht en de wijsheid gods.
1:28:35Amen.
1:28:36Eindigen wij met het gebed.
1:28:39Heren, gij bracht ons in uw trouw.
1:28:41In uw goedheid.
1:28:43Ook vanavond bij de onderlingen.
1:28:45Bij eenkomst.
1:28:47Waarvan u ook zegt dat we die niet nalaten.
1:28:51Maar daar zijn.
1:28:53Waar uw woord geopend wordt.
1:28:56Waar uw werken
1:28:58verklaard worden.
1:29:00Duidelijk gemaakt worden.
1:29:02Waar die enige naam ons bekend gemaakt wordt.
1:29:06Tot behoud en zaligheid.
1:29:08De prediking van de gekruisigde.
1:29:10De opgestaande borg en zaligmaker.
1:29:14Wil toch door uw genade.
1:29:17Onze oren doorboren.
1:29:19Onze ogen openen in geestelijke zin.
1:29:22Onze harten opmerkende maken.
1:29:24En ons door uw genade die gewilligheid geven.
1:29:29Om hem te beleiden.
1:29:31En voor hem te buigen.
1:29:33Tot hem te komen.
1:29:35Die het zo eeuwig waard is.
1:29:38Gediend.
1:29:39Geprezen en groot gemaakt te worden.
1:29:42O dat we ook zouden mogen stamelen.
1:29:44Met deze apostelschaar.
1:29:46Wij hebben.
1:29:48Den Heren, de kurios, de almachtige.
1:29:52De overwinnaar gezien.
1:29:55Dat hoeft niet lichamelijk.
1:29:58Maar geestelijk zalig zijn zij.
1:30:02Die niet zullen gezien hebben met lichamelijke ogen.
1:30:06Maar die nogthans geloofd hebben.
1:30:10U op uw goddelijk woord omhelst hebben.
1:30:16Zoals de katechisme ons dat voorhoudt.
1:30:18Geef dat toch in onze harten.
1:30:20Gedenk ons zo in uw sparende goedheid.
1:30:23Verzoen wat niet was naar uw woord.
1:30:24Bij het spreken, bij het luisteren.
1:30:27Gedenk u ons.
1:30:29Morgen geef dan ook uw lust om op te gaan onder uw woord.
1:30:32Wil, heren, ook de rouwdragende gedenken ondersteunen en sterken ze.
1:30:38Ook in de weg als ze grafwaarts moeten gaan.
1:30:41Ik wil zo uw hulp, uw bijstand betonen.
1:30:44In al onze omstandigheden.
1:30:46Noten en zorgen.
1:30:47Ook als de weg naar het ziekenhuis is.
1:30:50Om een ernstige operatie te ondergaan.
1:30:52Wil dan ook mee optrekken.
1:30:55Gedenk zo.
1:30:55Naar de grootheid uw barmhartigheid.
1:30:58Om Jezus willen.
1:31:00Amen.
1:31:02Wij zingen tot slot de psalm 119.
1:31:05Daarvan vers 73 en 88.
1:31:10Psalm 119 vers 73.
1:31:12Ik riep u aan, o heren, met al mijn hart.
1:31:16Verhoor mij en ik zal uw wet bewaren.
1:31:19Ik riep u aan in druk en leedverward.
1:31:23Verlos mijn ziel uit angsten en gevaren.
1:31:26Dan houd ik uw getuigenis.
1:31:29En in smart zal ik dat troost en wijsheid uitvergaderen.
1:31:33En ook vers 88.
1:31:35Psalm 119 vers 73 en 88.
1:31:39[GEZANG]
1:36:35Gaat u heen in vrede, dragende de zegen des Heren.
1:36:38De Heren zegenen u en behoeden u.
1:36:41De Heren doen zijn aangezicht over u lichten en zijn u genadig.
1:36:47De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:36:53Amen.
1:36:54[GEZANG]