Zondagschool 't Mosterdzaadje Ouddorp Pasen 2026

zondag 5 april 2026 · 11:30 uur · Verhaal · Oud. W. Westhoeve; Anne Brren; Krijn Grinwis · 62 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:19Zo, jongens en meiden, jullie hebben al mooi gezongen, vond ik.

10:23Ik hoorde zeker hier uit de voorste geleden hier zo dat het heel mooi naar voren kwam, die psalm.

10:29Dus als jullie dat heel deze dienst zou doen, zou mooi zijn.

10:38Paasfeest, wat

10:41herdenken we dan?

10:44Ja, heel

10:49goed, ja.

10:50De heer Jezus is opgestaan uit de doden.

10:55En wie heeft het vanmorgen in de kerk al gehoord?

11:01Zo, dat is al heel veel vingers, ja.

11:04Dat is heel mooi.

11:06Dus jullie hebben het allemaal al gehoord.

11:08Nou, nu zal het straks, als het goed is, de meester dat ook gaan vertellen.

11:12En misschien op een iets eenvoudiger manier.

11:16Maar ook zal dat paasevangelie deze morgen weer verkondigd worden.

11:22Zullen we eerst beginnen?

11:23Dan gaan we de heren om een zegen vragen voor dit paasfeest dat we met jullie mogen vieren hier zo.

11:30Dan doen we de handen samen.

11:33Ogen dicht.

11:35Heer,

11:37u bent toch die getrouwe en almachtige God.

11:44Als we hier bij elkaar gekomen zijn om het paasfeest te mogen vieren.

11:49Er zijn er vele kinderen aanwezig van de zonneschool.

11:54Met een aantal van de leidingheren.

11:59En hoe groot is het dan dat we een dag apart gezet mochten hebben voor het paas.

12:07De opstanding van u, o Heere Jezus Christus.

12:14En dat mogen we dan elke keer, elk jaar weer herdenken.

12:20Maar Heere, dat het toch niet bij herdenken zou blijven.

12:24Maar dat het in ons hart zou mogen komen.

12:29Ingeplant in ons hart.

12:32Dat we het hele jaar door mogen weten dat de Heere waarlijk is opgestaan.

12:40Wilt u dat geven?

12:42Onder deze kinderen.

12:43Maar ook onder de leiding.

12:47En heren, zo bedden we voor elkaar.

12:49Wilt u een goede en een gezegende paasviering met elkaar geven.

12:55En ook degene die mee mogen luisteren via de kerktelefoon of de digitale media.

13:02Heren, wilt u ook goed en erbij zijn.

13:05Dat ze ook mogen ervaren wie u bent, heren.

13:09Als de opgestane...

13:13Levensvorst.

13:14Wilt u zo zijn met degene die de vertelling moet doen vanmorgen.

13:18En ook degene die de algehele leiding heeft.

13:21Juf Anne heren wilt u haar ook sterken en steunen.

13:26Heren we leggen het zo alles voor u neer.

13:28En we bidden het u.

13:30In de naam van de opgestane Heer Jezus.

13:34En dat uit genade alleen.

13:37Amen.

13:41Dan wil ik vragen of juf Anne het over wil nemen.

13:51Dan gaan wij vanmorgen de schriftlezing horen.

13:54En dat is uit Matthäus 28, de eerste 15 versen.

13:57En deze wordt voor ons voorgelezen door Thijs Naaktgeboren en

14:03door Lintanus.

14:09En laat na de Sabbat als het begon te lichten tegen de eerste dagen der week, kwam Maria, Magdalena en de Ande Maria om het graf te bezien.

14:18En zie, er schiede een grote aardbeving, want de engel der zeren, nedendaalende uit de hemel, kwam toe en welde de steen af van de deur en zat op de zuivel.

14:28En zijn daten was gelijk als een bliksem en zijn kleding wit gelijk sneeuw.

14:33En uit het vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden en werden als doden.

14:39Naar de engel antwoordde zij er tot de vrouwen.

14:42Vrees gij lieden niet, want ik weet dat gelijk gij zoekt Jezus die gekruisigd was.

14:48Herwaarts ziet de plaats waar de Heer gelegen heeft.

14:51En gaat haastelijk heen en zegt zijn discipline dat hij opgestaan is van de doden.

14:57En zie, hij gaat voor u naar Galilea.

14:59Daar zult gij hem zien.

15:01Zie, ik heb u lieden gezegd.

15:06En haastelijk uitgaan van het graf met vreze en grote blijdschap liepen ze heen om hetzelfde zijn discipelen te boodschappen.

15:15En als zij heen gingen om zijn discipelen te boodschappen, zie Jezus haar ontmoetzeggende wees gegroet.

15:25En zij tot hem komende grepen zijn voeten en abbaden hem.

15:32Zeiden Jezus tot haar, vrees niet, ga heen.

15:35Boodschapten mijn broederen dat zij heen gaan naar Galilea.

15:39En al daar zullen zij mij zien.

15:42En als zij heen gingen zien, enigen van de wacht kwamen.

15:48Men in de stad en boodschapten de overpriesters al die dingen die geschiet waren.

15:56En zij vergaderen zijnen.

16:00Met de ouderlingen en tezamen raadgenomen hebben gaven zij de krijgsknechten veel geld.

16:08En zij zegt, deze discipelen zijn desnachts gekomen en hebben hem gestolen als wij sliepen.

16:17En indien zulke woorden

16:22van de stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen en maken dat...

16:30Ga je zonder zorg zijn.

16:31En zij het geld genomen hebben, deden gelijk zij geleerd waren.

16:36En dit woord is verspreid geworden bij de Joden tot op de huldige dag.

16:48Gaan we nu zingen van het diepe lijden wat de Heer Jezus in de hof van Gethsemane heeft.

16:54En dat gaan we doen door het lied Het is middernacht en in de hof.

16:57Nu mogen jullie gaan staan.

16:58Door

16:59[GEZANG]

20:53heel het programma heen hebben we gedichtjes die eigenlijk op elkaar volgen.

20:57En dat gaat dan over Petrus.

20:59En nu zullen we eerst uit de jongste kinderen wat gaan vertellen over hoe Petrus een belofte deed aan de Heer Jezus.

21:07Daarvoor mogen naar voren komen Marit en Lois Mastenbroek,

21:11Marilin Klein,

21:14Marinde Malipaart, Anoa Thanes en Deborah Grimwis.

21:21Ik

21:35zal u nooit verlaten als ik u haat.

21:39Hij

21:41zal mijn leven voorgeven.

21:49Peter, zeg u in deze nacht, voor het kraai vandaan, zul je dikke zeg gaan.

21:55Jezus, nee, die ken ik niet.

21:57En van hem ben ik niet.

21:59Super.

21:59Mogen jullie weer gaan zitten, meiden?

22:02Komt meester Kraai naar voren voor de Bijbelvertelling.

22:16Ja, jongens en meisjes, jullie hebben al goed je baas gedaan.

22:19Meester Wim zei maar het zingen van de psalm ging goed.

22:22Het lied dat jullie moesten zingen ging ook goed.

22:25De kinderen die wat opgezegd hebben, dat ging ook al heel goed.

22:29En nu gaan we luisteren naar de paasvertelling.

22:32Dus het schriftgedeelte dat voorgelezen is, daar gaan we een vertelling over doen.

22:36Ga maar recht zitten, leg je papiertje maar voor je of op de grond.

22:41Dan kan je goed luisteren.

22:45Het is nog vroeg in de morgen.

22:47Veel mensen liggen op een bed.

22:50Maar toch slapen niet alle mensen meer.

22:55Het is zondag.

22:57En op de zondag...

22:58Gaan de Joden weer aan het werk.

23:00Het is de eerste dag van de week.

23:03Want ze houden op zaterdag hun rustdag.

23:06Want dan is het Sabbat.

23:08En dat doen de Joden nog steeds.

23:10Op zaterdag gaan ze naar de kerk.

23:13Net zoals wij op de zondag gaan.

23:14Gaan zij op zaterdag naar de kerk.

23:17Het is alweer drie dagen geleden.

23:19Dat de Heer Jezus is gekruisigd.

23:21Gestorven en begraven.

23:24En deze dag.

23:25Gedenken we elk jaar.

23:27Wie weet hoe we die dag noemen.

23:30De dag dat de Heer Jezus achter hen.

23:35Goede vrijdag.

23:36Dat klopt.

23:37Zo noemen we die dag.

23:39Ja, maar zullen jullie afvragen.

23:41Het is toch geen goede vrijdag.

23:43Want op die dag is er op Gogota toch heel veel gebeurd.

23:46En dan goede vrijdag noemen.

23:49Want op die dag is er op Gogota.

23:54Is de Heer Jezus gestorven.

23:56En is er begraven.

23:58Ja, toch noemen we die dag goede vrijdag.

24:00Want de Heer Jezus.

24:01Hij heeft op die dag betaald.

24:04Voor al de zonden van zijn volk.

24:07Dus dat zijn de mensen die een nieuw hart hebben ontvangen.

24:10En een kind van de Heer Jezus zijn.

24:12Ben jij ook al een kind van de Heer Jezus?

24:15Heb jij ook al een nieuw hartje?

24:17En dat gaat ook voor mij.

24:19Vraag er maar veel om.

24:21Of je een nieuw hart van de Heer mag ontvangen.

24:23Ja jongens en meisjes.

24:24Op die dag is de Heer Jezus ook begraven.

24:27Door een aantal van zijn vrienden.

24:30De Heer Jezus is in een graf gelegd.

24:32Waar nog nooit iemand in heeft gelegen.

24:35Er staat in de Bijbel dat de Heer Jezus begraven in een nieuw graf.

24:39Dat eigendom is van een rijke man.

24:42Maar deze rijke man, hij heeft de Heer Jezus lief.

24:46Er staat in de Bijbel dat hij ook een disciple van de Heer Jezus is.

24:51En deze man heeft de Heer Jezus in zijn graf gelegd.

24:55Dat had die man al gekocht voor zichzelf.

24:58Maar er is nog meer gebeurd daarbij in het graf.

25:02Het graf was wel afgesloten met een grote steen, dat hadden ze voor het graf gerold.

25:07Maar er zijn mensen in Jeruzalem die vertrouwen dat niet helemaal, want die steen kan weggewandeld worden.

25:15Wie zijn deze mensen?

25:17Wel jongens en meisjes, het zijn de voorname mannen uit Jeruzalem.

25:22Het zijn de overpriesters en fariseers.

25:25Ze zeggen dan tegen elkaar, weten jullie wat die verleider heeft gezegd?

25:31Want zo noemen ze de Heer Jezus, hij heeft gezegd toen hij nog leefde, na drie dagen zal ik opstaan.

25:38Maar dat zal niet gebeuren, zo zeggen zij.

25:42Daarom zijn ze dan ook naar Pilatus gegaan en hebben geëist dat er wachters gezet moeten worden bij het graf.

25:51En zo is het gebeurd.

25:54Pilatus, hij heeft een aantal kruisknechten bij het graf gezet, waarin de Heer Jezus is begraven.

26:01Ook heeft Pilatus, zoals de overpriesters vroegen, het graf laten verzegelen.

26:07Zo denken de overpriesters en fariseers.

26:09Dat is goed geregeld.

26:11Wat kan er nu nog gebeuren?

26:13En zo staan die mannen daar op wacht, al vanaf zaterdagmorgen.

26:17Ook in de nacht.

26:19En mogen deze mannen daar gaan zitten, bij het graf, en gaan slapen?

26:25Nee, zij moeten de wacht houden en bij het meeste geluid waakzaam zijn.

26:33Maar dan, het is nog vroeg in de morgen.

26:38Deze soldaten denken, die hele nacht hebben gewerkt, eindelijk, zo dadelijk worden wij verlost.

26:48Maar op dit vroege tijdstip van de dag, zo op de eerste dag der week,

26:53zijn er nog meer mensen op pad.

26:57Het zijn een tweetal vrouwen.

27:00Wie zijn deze vrouwen?

27:01Wat jongens en meisjes.

27:03Het zijn Maria Magdalena en de andere Maria.

27:08Deze twee vrouwen zijn twee godvrezende vrouwen.

27:12Ze hebben de Heer Jezus lief.

27:14Ze gaan naar de graf om de Heer Jezus te zalven.

27:18De avond voor de Sabbat was daar geen tijd meer voor.

27:22Maar zij hebben de Heer Jezus zo lief dat ze alles voor hem over hebben.

27:27Ze gaan dan ook op pad vanuit Jeruzalem naar het graf toe.

27:31Als ze dan op pad zijn, dan kijken ze elkaar aan.

27:35Maar zo zeggen zij, we hebben een probleem.

27:39De steen.

27:40De steen die voor het graf gerold is, die

27:44is zo zwaar en groot, die kunnen wij niet wegrollen.

27:48Net zoals Nicodemus en Jozef van Arimathea.

27:52Maar toch gaan ze verder.

27:54We zien wel hoe we aan het graf gekomen.

27:57Maar op die rustige vroege morgen, dan gebeurt er nog veel meer.

28:02Bij het graf, daar in de tuin van Jozef van Arimathea.

28:06De wachters, ze staan daar bij het graf.

28:10Maar plotseling, ja dan schrikken ze.

28:13Heel erg van.

28:17Ja, maar waarom schrikken deze mannen dan zo erg?

28:19Het zijn toch stoere soldaten?

28:21Die schrikken toch niet zomaar?

28:24Ja, maar dit, dit is wel heel bijzonder.

28:27Er geschiet plotseling een grote aardbeving.

28:31Alles schudt en beeft onder hun voeten, van deze soldaten.

28:35Maar er gebeurt nog meer.

28:37Plotseling, er ligt vanuit de hemel.

28:39En er ligt een persoon in de gedaten van een engel.

28:43Zo staat dat in de Bijbel.

28:45En hoe zag deze persoon eruit?

28:48Zijn gedate was gelijk de bliksem, zo fel.

28:52Ik weet niet of jullie dat wel eens gezien hebben, als het onwit.

28:57Die lichtflitsen zijn heel fel, verblindend licht.

29:01Wel jongens en meisjes, zo zag die persoon eruit.

29:04En zijn kleding, wit, gelijk sneeuw.

29:08Ja, dat hebben jullie ook gezien van de winter.

29:11Sneeuw die net is gevallen, is ook heel verblindend voor je ogen.

29:16Nu jongens en meisjes, daar schrikken deze mannen heel erg van.

29:21Ze weten niet wat ze moeten doen.

29:24Ze staan bij het graf.

29:26En wat doen ze?

29:27Ze doen helemaal niets.

29:29Die Romeinse bewakers zijn zo doodsbang dat ze trillen.

29:34Als doden, zo staat er in de Bijbel.

29:38En dan?

29:39Dan loopt de enger naar die steen die bij het graf is gewandeld.

29:43Maar soldaten, moeten jullie nu niet ingrijpen?

29:46Kijken ze wat er gebeurt.

29:49Deze engel, hij rolt die steen zo weg voor het graf.

29:54Maar dat mag niet.

29:56Hij is toch verzegeld?

29:58Ja, jongens en meisjes.

29:59De aardse koning heeft het graf verzegeld.

30:03Maar de hemelse koning.

30:05Hij is sterker dan de zegel.

30:07En heeft meer macht.

30:10En de soldaten?

30:13Wat doen zij?

30:15Kijk eens naar hun gezichten.

30:17Ja, ze zijn bang.

30:19Hier gebeurt iets waar geen aardskoning tegenop kan.

30:23En deze mannen, ze vluchten weg.

30:28Verdedigen?

30:29Gaan vechten met deze blinkende persoon?

30:32Nee, het komt niet in en op.

30:35Weg moeten ze van die plek.

30:37Ze vluchten weg.

30:39Achterom kijken van wat er eigenlijk is gebeurd?

30:42Nee, dat durven ze niet.

30:44Weg van die vreselijke plaats.

30:47Ja, maar soldaten, dat kan toch niet?

30:50Nu zijn jullie strafbaar.

30:52Je vlucht weg van de plek die jullie moesten bewaken.

30:57Die moeten jullie verdedigen.

31:00Ja, dat moest wel.

31:01Maar deze mannen, ze zijn zo bang geworden.

31:05Wij moeten hier weg.

31:08Het is stil geworden bij het graf in de tuin van Jozef van Arimathea.

31:12En wat gebeurt er dan?

31:16Ja, jongens en meisjes, dat kan ik jullie niet vertellen.

31:20Want de Bijbel zwijgt daarover.

31:22Maar toch gebeurt er wel wat in de graf daar in die spelonk.

31:26De Heer Jezus die er op een eerbiedige manier door twee van zijn discipelen is begraven, is op die zondagmorgen opgestaan.

31:36De Heer Jezus, hij heeft de dood overwonnen.

31:39De Heer Jezus heeft waarlijk alles volbracht waarvoor hij naar de aarde is gekomen.

31:46Hij heeft alles alleen gedaan.

31:48In de hof van Gethsemane was hij ook alleen.

31:52Toen hij vroeg aan zijn vader in de hemel of die drinkbeker aan hem voorbij moet gaan.

31:57In de rechtszaal daarna was de Heer Jezus ook alleen.

32:02Hij was verlaten door al zijn discipelen.

32:06En nu, nu is hij opgestaan.

32:09Ook alleen met de engelen die vanuit de hemel naar de aarde zijn gekomen.

32:15Laten we eens terug gaan naar die twee vrouwen.

32:18Naar Maria Magdalena en de andere Maria.

32:21Ja, ze zijn op weg naar het graf waar de Heer Jezus is begraven.

32:25Ze zijn droevig gestemd.

32:27Ze gaan wel naar het graf, maar ze zijn met hun gedachten bij die steen die voor de opening ligt.

32:36Of zij de vluchtende soldaten zijn tegengekomen, dat staat niet in de Bijbel.

32:42Het zou kunnen, maar deze twee vrouwen hebben geen oog van wat er rondom hen heen gebeurt.

32:53Hun meester leeft niet meer, dat denken zij.

32:57Maar als ze bij het graf aankomen, ja, dan zien zij dat goed.

33:04De steen is van voor de opening.

33:07Ze zien een groot donker gat.

33:10Een angstige gedachte komt in hun op.

33:13Zouden zijn vijanden het graf hopen gebroken hebben?

33:17Zouden zij het lichaam van de Heer Jezus gestolen hebben?

33:20Zij weten dat niet.

33:23Ja, de vrouwen ze lopen verder en gaan het graf in.

33:26En wat ze dan zien, daar schrikken ze heel erg van.

33:30Ze zien daar twee engelen zitten in blinkende kleding.

33:34Ze worden zeer bevreesd, zo staat er in de Bijbel.

33:37Ze worden dus heel erg bang.

33:39En laten de engelen hun in die bange toestand?

33:42Want dat had gekund.

33:44Nee, ze zeggen tegen de vrouwen, wees niet bang.

33:48Ik weet dat jullie zoeken.

33:51Jezus die gekruisigd is.

33:53Hij is hier niet.

33:54Hij is opgewekt uit de doden.

33:56Zoals hij gezegd heeft.

33:59De engel nodigt hen uit.

34:01Om te kijken waar hij gelegen heeft.

34:03Ze mogen dus in het graf.

34:05Zien waar de heer Jezus gelegen is.

34:10De engel nodigt hen ook.

34:13En hij geeft hen ook een opdracht.

34:16Om de discipelen te vertellen.

34:17Dat Jezus is opgestaan.

34:19En aan voor gaat naar Galilea.

34:23Wat een blij bericht.

34:25Voor deze vrouwen.

34:27Hun meester leeft.

34:29Hij is opgestaan.

34:30En blijven ze bij het graf?

34:32Nee, ze gaan terug naar de zaal waar de discipelen bij in zijn.

34:37Want ze hebben een opdracht gekregen dat ze naar de discipelen toe moesten.

34:42En als jij een opdracht krijgt, moet je die dan uitvoeren?

34:46Doen jullie het toch ook, jongens en meisjes?

34:49Als je bijvoorbeeld voor je vader of moeder om een boodschap stuurt.

34:55Dan doe je dat ook heel oké snel.

34:58En zo gaan ook deze vrouwen op pad.

35:00Om het blijde nieuws te vertellen.

35:03Maar als ze dan onderweg zijn.

35:05Op weg van het graf.

35:07Naar de plaats waar de discipelen zitten.

35:10Staat er plotseling een man voor hen op de weg.

35:13Een vreemdeling.

35:15En wat zegt deze man tegen deze vrouwen?

35:19Wees gegroet.

35:21Zo spreekt hij hen aan.

35:23En ja, deze vrouwen.

35:24Ze horen.

35:26Wel, wie deze man is.

35:28Ik denk dat jullie ook wel weten wie deze man is.

35:31Ja, het is de Heer Jezus.

35:34Handige liefde meester, die is opgestaan uit de doden.

35:37Nu weten ze het zeker.

35:39De vrouwen hebben het al van de engelen gehoord.

35:42Maar nu zien ze hun meesters echt in het echt.

35:46Met blijdschap komen ze even later aan bij de discipelen.

35:50Wij hebben de Heer gezien, zo zeggen zij.

35:53En geloven de discipelen dit?

35:56Ze zien toch wel aan de gezichten van die vrouwen dat het echt waar is?

36:00Nee.

36:01Ze zeggen dan ook tegen deze vrouwen, jullie hebben je bedrogen.

36:06In Lukas 24 staat zelfs dat de woorden van de vrouwen vooraan schenen als eindelijke klap.

36:13Dat is, je ziet dingen die niet kunnen.

36:18Dus de discipelen willen de vrouwen nog steeds niet geloven.

36:24En hoe is het met die soldaten afgelopen?

36:27Want zij zijn in grote angst gevlucht naar Jeruzalem.

36:31En waar gaan ze naartoe?

36:33Naar Pilatus.

36:35Van Pilatus, moet je nu eens horen wat wij meegemaakt hebben?

36:40Doen zij dat?

36:42Nee, ze gaan direct naar de overpriesters en fariseers.

36:47Daar vertalen deze soldaten het hele verhaal wat er die morgen is overgekomen.

36:52Bij het graf en waarom zij gevlucht zijn.

36:55Aan de Joodse oversen, wat doen zij?

36:57Ja, zij horen dit verhaal met schrik aan.

37:01Wat moeten zij nu doen?

37:04Snel laten ze dan ook het gehele Sanhedrin, dat zijn de belangrijkste mannen uit Jeruzalem, roepen.

37:12Wat moeten ze doen?

37:14Schoot beleiden?

37:16Toegeven dat ze verkeerd zijn geweest?

37:19Dan moeten ze toegeven dat de Heer Jezus dus wel echt de Zoon van God is.

37:25En doen zij dat?

37:27Nee.

37:28Het volk mag dit niet weten.

37:31Deze mannen zijn bang.

37:34Dan komt er alsnog opstand onder het volk, zo denken zij.

37:38Nee, de soldaten, zij moeten zwijgen.

37:43Zij mogen dit niet vertellen, wat er daar in de hof van Jozef van Arimathea is gebeurd.

37:48Want dan is alles verloren.

37:51De overpriester en fariseers bedenken een plan.

37:56Een leugen eigenlijk.

37:58Ze zeggen dan ook tegen deze soldaten, kunnen jullie je mond houden?

38:02Willen jullie veel geld verdienen?

38:05Zo zeggen ze dan ook tegen de soldaten.

38:08Wel, dan moeten jullie vertellen dat jullie tijdens de wacht in slaap zijn gevallen.

38:14En dat zijn discipelen zijn gekomen en de steen weggehaald hebben.

38:19En de Heerde Jezus uit de graf hebben gehaald.

38:23Zeg maar dat zij het lichaam van de Heerde Jezus gestolen hebben.

38:28Wat een grove leugen.

38:30En doen deze soldaten dat?

38:32Vertellen ze dit verhaal?

38:35Nou, eigenlijk willen de soldaten dat niet vertellen.

38:38Want zo zeggen ze, als Pilatus dit hoort, dan zal hij ons doden, ons straffen.

38:45Wij soldaten, als wij de wacht moeten houden, mogen wij niet slapen.

38:49Zo zeggen zij, want daar staat een straf op.

38:53En eigenlijk kan het ook niet.

38:56Want hoe weet je als je in slaap bent gevallen wat er rondom je heen gebeurt?

39:02En de overpriesters, wat zeggen ze hierop wat die soldaten zeggen?

39:06Ze stellen hun gerust.

39:08O, dat komt wel goed.

39:10Dat bespreken wij maar met Pilatus.

39:13Wij zullen ervoor zorgen dat jullie niet gestraft worden.

39:17Wij maken dat wel goed.

39:19En de soldaten gaan ze ermee akkoord.

39:22En nemen ze het vele goud aan wat ze krijgen zullen?

39:26Ja, zij nemen het goud aan.

39:28En vertellen aan de mensen die het willen horen.

39:31Wat hen op die vroege zondagmorgen is overkomen.

39:35Dat ze in slaap zijn gevallen.

39:37En dat de discipelen van de heer Jezus hun meester uit het graf hebben gestolen.

39:43Oh wat is dat vreselijk.

39:45En geloven de mensen het wat deze soldaten vertellen?

39:50Ja de mensen zijn geloven deze mannen.

39:53Wat is de duivel toch gemeen.

39:56En dat doet hij nog.

39:58Maar.

39:59Er is een spreekwoord dat zegt, al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.

40:06En daar zal God voor zorgen.

40:09God zal zorgen dat de waarheid toch bekend wordt.

40:13Niet de leugen, maar de waarheid zal overwinnen.

40:16Denk daar maar veel aan jongens en meisjes.

40:19Liegen is niet goed.

40:21Want als je een leugen vertelt, dan moet je altijd op je woorden letten.

40:25Dat die leugen...

40:27Blijf volhouden.

40:28Je kan beter direct de waarheid vertellen.

40:31Want vroeg of laat.

40:34Komt er toch iets.

40:36Vraag daarom maar steeds.

40:37Ook al moet je wel eens wat vertellen.

40:39Wat niet zo leuk is.

40:41Of de heren je wil helpen.

40:43Ook met moeilijke dingen.

40:46Je mag de heren overal omvragen.

40:49En de discipelen.

40:51Ze waren ook bang.

40:53Voor de hoge priesters en de fariseers.

40:55En toch waren ze bij elkaar, zo staat er in de Bijbel.

41:00Om over de gebeurtenissen van wat er allemaal gebeurd is in Jeruzalem na te denken?

41:06Nee, om met elkaar te bidden om kracht en wijsheid hoe ze verder moeten gaan.

41:12Dus jongens en meisjes, als je niet meer weet hoe het moet, mag je de Heere bidden om wijsheid.

41:19En ook of je net als de discipelen en de vrouwen een volgeling van Hem mag zijn.

41:26Laten we nu het programma vervolgen en zingen per Salem 118 vers 11 en 12.

41:32Laten

41:33[GEZANG]

46:53we nu verder horen over hoe Petrus zijn belofte gedaan heeft en wat daarna gebeurde.

46:58En dat zal gedaan worden door Emily de Wouw en dan Nora die mee.

47:03Jonatan Thanes, ja

47:08geen klein en aardroest.

47:26Petrus schudde met zijn hoofd, nee dat heeft hij niet geloofd.

47:33O geest van God, maak ons bekend met onze jammer en ellend.

47:38Ze zijn naar Kajafas gegaan, ze schelden Jezus zijn slaan.

47:43En Petrus op dit nachtelijke uur waant zich bij het open vuur.

47:48Los klonk er tot hem een stem, zeg, jij was toch een van hem?

47:53Maar Petrus zei, het is niet waar.

47:58Gaan we nu zingen?

47:59Van wat we met Pasen natuurlijk ook echt gedenken.

48:02Dat de Heer waarlijk is opgestaan.

48:03Hebben we net in de vertelling ook weer gehoord.

48:05Dus daar mogen we nu van gaan zingen.

48:07Mogen jullie weer gaan staan.

48:08[GEZANG]

49:59Gaan we de laatste gedichtjes horen van de opzegteksten.

50:04En dan hebben we, zo meteen horen we dan ook hoe dat Petrus de Heer Jezus verloogt.

50:08Maar ook dat de Heer Jezus voor hem bidt.

50:10En dat wil de Heer Jezus natuurlijk ook voor ons doen.

50:13Dan mogen voor het opzeggen naar voren komen.

50:28Maarten Hameterman en Lucas Thames.

50:40Daarna zeiden nog een paar, ja jij was ook in het seminair, je liep ook met de discipelen mee.

50:46Petrus loog daar driemaal donker uit te gaan en in de zaal.

50:50Zag Jezus Petrus even aan, die weende bitter aan is gegaan.

50:54Maar Jezus heeft voor hem gebeden, Jezus heeft voor hem geleden, is ook voor hem opgestaan.

51:00Zag ook hem genadig aan, Petrus is van God verkoren, daarom ging hij niet verloren.

51:08willen we nu de laatste versjes gaan zingen van De Heer is waarlijk opgestaan.

51:12Dus dan mogen jullie weer allemaal gaan staan.

51:13[GEZANG]

52:44Wat was dat goed en duidelijk te horen, kinderen.

52:47Het halleluja.

52:49Wie weet wat dat trouwens betekent.

52:51Wie weet dat.

52:53Het wordt wel eens vaker gezongen, maar...

52:56Heel goed.

52:58Loof ten Heere.

52:59Heb je goed onthouden.

53:02Halleluja, dat betekent ook loof ten Heere.

53:04Nou, het was heel mooi.

53:06Maar...

53:07Nu is de paasviering.

53:09Weer voorbij.

53:11Maar weet je wat nou het grote wonder is?

53:15De opgestane Christus gaat niet voorbij.

53:18Dat blijft.

53:20Dan mag je ook elke dag juist weer gedenken.

53:24Ook in je gebeden.

53:27Maar ook in je dagelijks leven.

53:30Want de Heer is ook midden in de zomer opgestaan.

53:34En als het voor jou in je hart mag zijn en komen.

53:38Ja dan mag het goed liggen.

53:41We hebben dat ook gehoord uit de vertelling.

53:43Van meester Krijn.

53:45Dat hij waarlijk is opgestaan.

53:47En hoe mooi is het dan dat de wachters die stonden voor het graf.

53:53Maar ze moesten wegvluchten.

53:56Want er kwam een engel.

53:58En die rolde de steen weg.

54:01En Jezus was opgestaan.

54:04Goed.

54:06Zullen we met elkaar eindigen?

54:08Doen we weer handen samen.

54:09Ogen dicht.

54:10Dan zijn we eerbiedig.

54:13Ook de ouderen daar op de achterste rij.

54:16Jullie zijn ook eerbiedig.

54:17Goed zo.

54:23Heren,

54:24zo aan het einde van deze paasfeestviering mogen we wederom tot u komen in het gebed.

54:33En dan mogen we toch uw grote naam dankzeggen, heren.

54:37Dat toch het

54:41evangelie weer verkondigd mocht worden.

54:45Het is een heilsfeit,

54:47paasfeest.

54:50En heren, dat toch

54:53ons leven mee mag gaan.

54:56En u hebt ook gehoord de vertelling.

54:59U hebt de kinderen gehoord.

55:01Als ze mogen zingen.

55:03En heren, dan werd er soms uit volle overgave gezongen.

55:09En hoe mooi is dat.

55:11Dan mag het toch ook in een volle overgave in hun hart zijn.

55:15Dat ze u leren kennen.

55:18En dat geldt nou voor iedereen.

55:21Heren, heb dank voor alles wat u deze morgen nog gaf.

55:26En bijzonder willen we ook nog de leiding aan u opdragen.

55:32En ook de leidingheren die niet aanwezig kunnen zijn, waar rouw ook in de familie gekomen is.

55:39Wilt u ze goed in erbij zijn en wilt u hen een trooster zijn.

55:46Zeker komende week, als ze ook naar een begrafenis moeten gaan.

55:52Meneer, zo is er ook veel rouw, maar ook veel verdriet.

55:57Maar ook vreugdevolle dingen bij geboortes van kinderen en families en gezinnen.

56:04Heren, wilt u ook daar zijn?

56:08We hebben zoveel te vragen op deze morgen,

56:11heren.

56:12Maar we kunnen u niets bieden.

56:15Heren, wilt u nog ons zo genadig nabij zijn?

56:20Breng ons ook vanavond weer in uw huis.

56:23Waar we het woord ook weer mogen horen.

56:27Het woord van de opgestane heren.

56:31We bidden het u in de vergeving van al het zondige.

56:34Om Jezus wil alleen.

56:36Amen.

56:39Goed, dan gaan we nog zingen met elkaar.

56:42U zij de glorie, opgestane Heer.

56:46Als dat afgelopen is, is er bij de uitgang nog een collecte voor de gereformeerde zendingsbond.

56:54De paaskollecte.

56:57En jullie krijgen ook allemaal nog een boekje mee.

56:59En dat staan

57:02we daar bij een tafel dadelijk, die geven jullie dat.

57:08Dus

57:11dan krijgen jullie dat mee naar huis toe.

57:16Dan gaan we nu zingen, de samenzang nog.

57:18U zijt de glorie, opgestane Heer.

57:22En doen we het staande.

57:23[GEZANG]