Matthéüs 28: 7, 8, 13 - 15; De opstanding van de Zone Gods

zondag 5 april 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. D. Heemskerk · 101 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:52Zijn er handen.

10:55Amen.

10:57Genade, barmhartigheid en vrede.

11:02Zij u van God den Vader.

11:05door Christus Jezus, zijn Zoon, in de gemeenschap des Heiligen Geestes.

11:13Amen.

11:17Gemeente, vooraf moeten wij u bekendmaken dat op zaterdag 4 april...

11:22de heren uit het midden van haar familie en uit het midden van de gemeente wegnam.

11:27Mevrouw Dieneke Corrie Voogd, in de leeftijd van 69 jaar, laatst wonend op Volgerblok 10.

11:35De heren gedenken de oud-dragende familie.

11:38En in verband met het overlijden beginnen wij deze dienst met het zingen van Psalm 89.

11:44En daarvan het 19e vers.

11:46Gedenk, o heren, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur.

11:50Het leven is een damp.

11:52De dood wenkt ieder uur.

11:54Zou het mensdom dan vergeefs op aarde zijn geschapen?

11:59Wie leeft er in de slaap des doods niet eens zal slapen.

12:03Wie redt zijn ziel van het graf?

12:05Ai, help ons als tevoren, gelijk gij bij uw trouw.

12:09Aan David hebt gezworen, Psalm 89, vers 19.

12:14[GEZANG]

14:58Gemeente, wij openen godsheilig een dierbare woord in het evangelie van Matthäus.

15:04Daarvernader hoofdstuk 28, te beginnen bij het eerste tot en met het vijftiende vers.

15:10Ik noem u als onze schriftlezing Matthäus 28, te beginnen bij het eerste tot en met het vijftiende vers.

15:18toch vooraf stellen wij ons onder de tucht van Gods heilige wet.

15:24Toen sprak God al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb.

15:36Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

15:41Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken.

15:47Van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is, nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

15:59Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.

16:03Want ik, de Heere uw God, ben een ijveren God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen

16:16die mij haten.

16:18En doe warmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben.

16:23En mijn geboden onderhouden.

16:27Gij zult de naam des Heren uw schots niet eidelijk gebruiken.

16:32Want de Heer zal niet ons schuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.

16:39Gedenk den Sabbatdag dat gij dien heiligt.

16:43Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.

16:48Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots, dan zult gij geen werk doen.

16:56Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

17:08Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is.

17:17En in ruste ten zevende dagen.

17:21Daarom zegenen de heren ten sabbedag.

17:24En heiligden ten zalven.

17:27Eer uw vader en uw moeder.

17:29Opdat uw dagen verlengd worden in het land.

17:33Dat u de heren uw God geeft.

17:36Gij zult niet doodslaan.

17:39Gij zult niet echtbreken.

17:41Gij zult niet stelen.

17:44Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

17:48Gij zult niet begeren uw naaste huis.

17:52Gij zult niet begeren uw naaste vrouw, nog zijn dienstrecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw naaste

18:04is.

18:06Ik noem u als onze schriftlezing Matthäus 28 vanaf het eerste vers.

18:12Waar het woord God zelfs volgt tot ons komt.

18:14En laat na de Sabbat, als het begon te lichten tegen de eerste dag der week.

18:21Kwam Maria Magdalena en de andere Maria om het graf te bezien.

18:27En zie, er geschieden een grote aardbeving.

18:31Want een engel des heren, nederdalende uit een hemel.

18:36Kwam toe en wentelde den steen af van de deur en zat op denzelfde.

18:42En zijn gedaante was gelijk een bliksem en zijn kleding wit gelijk sneeuw.

18:48En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden en werden als doden.

18:54Maar de engel antwoordende zeide tot de vrouwen, vreest gij die de niet.

19:00Want ik weet dat gij zoekt Jezus die gekruisigd was.

19:04Hij is hier niet, want hij is opgestaan gelijk hij gezegd heeft.

19:10Komt herwaarts.

19:12Zie de plaats waar de Heere gelegen heeft.

19:15En gaat haastiglijk heen en zegt zijn discipelen dat hij opgestaan is van de doden.

19:22En zie, hij gaat u voor naar Galidea, daar zult gij hem zien.

19:28Zie, ik heb het u lieden gezegd.

19:30En haastiglijk uitgaande van het graf met vrees en een grote blijdschap, liepen zij heen om hetzelfde zijn discipelen te boodschappen.

19:40En als zij heen gingen om zijn disciplen te boodschappen.

19:44Zie, Jezus is haar ontmoet.

19:47Zeggende, weest gegroet.

19:50En zij tot hem komende grepen zijn voeten en aanbaden hem.

19:55Toen zei de Jezus tot haar, vrees niet, gaat heen.

20:00Boodschap mijn broederen dat zij heen gaan naar Galilea.

20:04En al daar zullen zij mij zien.

20:07En als zij heen gingen.

20:10Zie enige van de wacht kwamen in de stad.

20:13En boodschapten dan overpriesters al de dingen die geschiet waren.

20:18En zij vergaderd zijnde met de ouderingen.

20:21En te samen raad genomen hebbende.

20:24Gaven zij de krijgsknechten veel geld.

20:27En zeiden.

20:29Zegt zijn discipelen zijn desnachts gekomen.

20:32En hebben hem gestolen als wij sliepen.

20:36En indien zulks komt gehoord te worden van de stadhouder.

20:40Wij zullen hem tevreden stellen, maken dat gij zonder zorg zijt.

20:45En zij het geld genomen hebben de deden gelijk zij geleerd waren.

20:52En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op de huidige dag.

20:57Tot zover de schriftlezing.

21:01Gemeente in de voorbeden willen we denken aan de rouwdragende familie Voogd.

21:05En de rouwdragende families Akershoek en Flikweert in verband met het overlijden.

21:10...van de heer Krijn Akershoek...

21:12...in de leeftijd van 57 jaar...

21:15...laatst wonende in de Vlietberg...

21:17...en juffrouw Gionne Grimbis van der Bok...

21:21...dochter van familie van der Bok...

21:23...Wittestraat 15...

21:25...zij moet op 7 april...

21:27...een hersenoperatie ondergaan...

21:29...en de heer A.

21:31Heijboer...

21:31...Vlietberglaan 6...

21:33...die zeer ernstig ziek is...

21:35...en ook Rijk Akershoek...

21:39Vrijdagavond nog de kerk uitgedragen werd.

21:41Maar uit het ziekenhuis weer thuis mocht komen.

21:44En waar het weer wel mee mag zijn.

21:47Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.

21:55Heren, gij gaf deze uw dag.

21:58De roem der dagen.

22:00De opstandingsdag.

22:03En wij moesten beginnen met de vergankelijkheid.

22:07Met de sterfelijkheid van ons als mensen.

22:11Dat onze dagen geteld zijn.

22:14Dat u de grens aan ons leven bepaald hebt.

22:18Dat we hier op aarde geen blijvende stad hebben.

22:22En telkens weer worden wij herinnerd bij het loon op de zonde.

22:28De bezoldiging van de zonde is de dood.

22:32Door onze eerste voorouders in de wereld gebracht.

22:38En van geslacht tot geslacht gaat die roepstem voort.

22:43Maar u hebt ons ook op deze uw dag bijeengebracht.

22:47De opstandingsdag.

22:49De dag van de overwinning op dood, graf en hel.

22:54De onverderfelijkheid en de onvergankelijkheid.

22:59Die aan het licht is gebracht door hem uw zoon.

23:03In zijn berachtige, rechtvaardige menselijke natuur.

23:08Dood, graf en hel.

23:10En de macht van de vorste duisternis.

23:15Daarom mochten wij ook uw woord openen.

23:19Wat daarvan sprak van uw grote overwinning.

23:22Hoe nodig dat we oren krijgen om te horen.

23:27Voor onze vergankelijkheid.

23:29Voor onze nietigheid.

23:32Voor onze strafwaardigheid.

23:34Maar ook voor de boodschap van uw onvergankelijk eeuwig blijvend woord.

23:40Het evangelie van uw vrijmachtige genade.

23:45En u zendt dat woord.

23:46U doet het verkondigen.

23:48Ook dat wij door uw genade.

23:52Bearbeid door geest en woord.

23:54Ook zouden leren instemmen met de woorden van de apostel.

24:01Gestorven om onze zonden.

24:05Opgewekt tot onze rechtvaardigmaking.

24:09En dan behaagt het u onder en door de prediking van het woord.

24:15Zonder hen te roepen en door de kracht van uw geest te trekken.

24:20En hen te schenken die gaven van dat geloof.

24:24Of dat we het ook mogen betuigen, persoonlijk, ondervindelijk.

24:29Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof.

24:34Vrede te hebben bij u.

24:36Daartoe roept u ons als gemeente nog samen.

24:40Doet u ons met deze plaats verbonden zijn.

24:43Mag uw woord geopend worden, verkondigd worden, de verkondiging van uw woord voortgaan, opdat u onder en door de dwaasheid, de eenvoudigheid

24:56van de prediking, zondaren roept en trekt uit deze tegenwoordige boze wereld en ze overbrengt in het koninkrijk van uw genade.

25:07Preid zo dan.

25:09Deze morgen op deze dag uw handen nog ontfermend uit.

25:14Als wij ons gesteld hebben in de middelijke weg die u geboden hebt.

25:19Maar ook zo medigmaal tot zegen gesteld hebt.

25:23Gedenk ons in uw getrouwe ontferming.

25:26Bij het spreken, bij het luisteren.

25:28Weet wat we van nodig hebben.

25:30Wil er nog een onderscheiden zegen schenken aan jong en oud, klein en groot.

25:37Heer, tegenwoordig of met ons verbonden, als de opgang niet meer kan door ouderdom, door lichaamsgebreken, door ziekte, door andere omstandigheden, staat u

25:49niet in de weg.

25:50Gedenk zo nog in uw getrouwe ontverming naar de grootheid uw barmhartigheden.

25:56Wil dan ook zijn, Heer, met die rouwdragende families die getroffen werden door smartelijke verliezen.

26:04Ook alle zorg die daaraan verbonden is geweest.

26:07Ook als het gaat om akershoek.

26:10Heren, wil ze dan ook gedenken en ondersteunen ook in deze tijd.

26:15En geven ook wat nodig is.

26:18Een moeder die dat ook moet ervaren.

26:22Een vrouw die een man verliest.

26:25Ouders, kinderen, andere familie die een zuster verloren hebben.

26:30Een schoonzuster willen ze gedenken.

26:33Naar uw barmhartigheden, uw hulp, uw bijstand betonen.

26:37En hen onderwijzing en vertroosting geven uit uw goddelijk woord.

26:43Gedenk u zo al de rouwdragenden.

26:46De lege plaatsen die gevallen zijn.

26:49Die meer doorleefd worden als het langere tijd ook daaraan verbonden is.

26:56De leegte groter.

26:58Mensen moeilijke vertroosters lijken te zijn.

27:02Ach schenk u dan toch uw nabijheid.

27:04Uw onderwijzing.

27:06Uw onderrichting.

27:07En de verlichting in uw goddelijk woord en evangelie.

27:11Gedenk zo in alle noten en zorgen.

27:14De zieken die er zijn.

27:15Ernstige zieken.

27:17Heren wil u zo ook uw ontferming nog betonen.

27:20Uw genadige gunst bewijzen.

27:23Geef ook verwondering.

27:25Als er weer spoedig terugkeer mocht zijn uit het ziekenhuis.

27:30U bewaarde voor erger.

27:33Gedenk u, heren, ook de anderen.

27:35Misschien al langere tijd ziek, onderworpen aan behandelingen, aan kuren.

27:40Wil u ook dat nog met uw milde hand zegenen.

27:44Of als zo'n ernstige operatie wacht aan een van de juffrouws van de school.

27:49Heren, wil u ook haar gedenken in de weg die ze daarin moet gaan.

27:54Doktoren nog wijsheid en licht geven.

27:57Hun handen nog besturen.

27:59En deze middelijke weg nog genadiglijk zegenen voor het lichaam en voor de ziel.

28:05Gedenk zo in uw getrouwe ontferming aan alle noden, alle zorgen, u op het allervoel maakt bekend.

28:12U wil zijn met de bewoners van de Vijver, met de bezoekers van de Oase, met de bewoners van de Vlietberg.

28:21In de onderscheidende noden en zorgen.

28:24Breid zo genatig en ontfermend uw handen uit.

28:28In al die omstandigheden.

28:30U hebt toch in uw woord geboden.

28:32Om u te kennen in al onze wegen.

28:36Dan zult u onze paten recht maken.

28:39Wil zo uw hulp, uw bijstand betonen.

28:43Uw woord nog zegenen.

28:45Bij het spreken, bij het luisteren.

28:47De werking van uw geest ons niet onthouden.

28:51Opdat al onze gedachten gevangen genomen mogen worden.

28:54En gebracht worden onder de gehoorzaamheid van uw goddelijk woord en evangelie.

29:00De overwinning van hem uw zoon.

29:05Opgestaan uit de doden.

29:07Opgevaren ten hemel.

29:09Zittende aan uw rechterhand.

29:12Voorspraak voor de zijnden.

29:15En ook hij heeft die genade verworven.

29:20Die onmisbaar is.

29:21Voor tijd en eeuwigheid.

29:23Voor lichaam en ziel.

29:25Bedien ons uit zijn volheid.

29:28Tot roem van uw genade.

29:30Om Christus willen.

29:32Amen.

29:36Gemeente dat opstandingsevangelie.

29:39Die grote overwinning.

29:40Die moet verkondigd.

29:42Die moet gepredikt worden.

29:44Psalmist zegt in psalm 21.

29:46Gewis gij zult al de eeuwen door.

29:49Hem met uw gunst verzellen.

29:51En hem tot een zegen stellen.

29:54Waar het woord van het evangelie gepredikt wordt.

29:58Maar de psalmist spreekt ook van de goddelozen.

30:02Want dan zegt ook diezelfde psalm.

30:04Uw sterke hand zal onverwacht al uw haters vinden.

30:08Uw wraak zal hen verslinden.

30:10Zij die zich tegenover dat woord.

30:13Tegenover die boodschap van de opstanding stellen.

30:16En daar wordt de wraak de toorn over uitgeroepen.

30:21En u vindt al die tegenstand, dat verzet tegen de opstanding.

30:26Zo vlak na de opstanding uit de doden van de zonen gods.

30:31Onze tekstwoorden spreken daar onder andere van.

30:34En u vindt onze tekstwoorden in het u voorgelezen schriftgedeelte.

30:38Matthijs 28 vers 7 en 8 en vers 13 tot 15.

30:44Ik noem u als onze tekst Matthijs 28 vers 7 en 8.

30:50En vers 13 tot 15.

30:52Waar Gods woord als volgt tot ons komt.

30:55En gaat haastiglijk heen.

30:58En zegt zijn discipelen.

30:59Dat u opgestaan is van de doden.

31:02En zie.

31:04Hij gaat u voor naar Galilea.

31:06Daar zult gij hem zien.

31:08Zie ik heb het u lieden gezegd.

31:11En haastiglijk uitgaande van het graf.

31:14Met vreze en grote blijdschap.

31:17Liepen zij heen.

31:18Om hetzelfde zijn discipelen te boodschappen.

31:21Vers 13 tot 15.

31:23En zijden zegt zijn discipelen.

31:26Zijn desnachts gekomen.

31:28En hebben hem gestolen als wij sliepen.

31:32En indien zulks komt gehoord te worden van de stadhouder.

31:35Wij zullen hem tevreden stellen.

31:38En maken dat gij zonder zorg zijt.

31:41En zij het geld genomen hebbende.

31:45Deden gelijk zij geleerd waren.

31:47En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op de huidige dag.

31:53Onze tekstwoorden gemeenten die spreken van de opstanding van de Zonen Gods.

31:58We letten ten eerste op de hemelse prediking.

32:00Ten tweede op de liefdelijke vertrouwsting.

32:04En ten derde op de helse lastering.

32:07Onze tekstwoorden spreken ons van de opstanding van de Zonen Gods.

32:11We letten ten eerste op de hemelse prediking.

32:13Ten tweede op de liefdelijke vertrouwsting.

32:16En ten derde op de helse lastering.

32:19Maar voordat wij hier nader bij stil hopen te staan.

32:22Gaan we eerst zingen uit psalm 69.

32:27En daarvan het dertiende en het veertiende vers.

32:30Psalm 69 vers 13.

32:32Dat zal, ben heren, veel aangenamer zijn.

32:36Dan os of var die hunne klauw verdelen.

32:40De blijdschap zal het hart der vromen strelen.

32:43Als zij mij zien.

32:44Verlost van smart en pijn.

32:47En het veertede vers.

32:49Gij hemel, aard en zee vermeldt godslof.

32:52Laat al wat leeft zijn trouw en goedheid prijzen.

32:57Want God zal aan zijn Sion hulp bewijzen.

33:00En Judas Steen herbouwen uit het stof.

33:04En we hebben nog enkele mededelingen.

33:07Morgen tweede paasdag zal kandidaat van E uit Barneveld voorgaan.

33:13Aanvang van de dienst is om half tien.

33:17Dinsdag 7 april is er weer een contactmiddag, aanvang half drie.

33:22Dinsdag 7 april is er een opvoedingsavond voor ouders.

33:26Deze avond is het onderwerp relaties aangaan en seksualiteit, aanvang half acht.

33:33Aanmelden kan nog steeds en alle ouders van harte welkom.

33:37Vrijdag 10 april is de afsluitingsavond van het verenigingsseizoen.

33:41Aanvang is om half acht en alle gemeenteleden zijn van harte welkom.

33:46Een kerkelijke huwelijksbevestiging is aangevraagd door Martijn Cornedes Melissant, Kelderweg 6 en Maartje Mastenbroek, Kelderweg 38 op vrijdag

33:5822 mei 2026.

34:01Eventuele bezwaren tegen de kerkelijke bevestiging kunnen tot uiterlijk woensdag 8 april ingediend worden.

34:09Bij de schrijver van de kerkraad van de genoemde voornemensgeld.

34:12Zo de heer wil.

34:14En wij leven.

34:16Collecten zijn in de eerste dienst voor de opleiding predikanten.

34:20Tweede kervoordij.

34:22Derde aflossingskerk.

34:23En deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevoden.

34:27We zingen uit psalm 69 vers 13 en 14.

34:31Goede

34:32[GEZANG]

42:10vrijdag als het offer gebracht is.

42:13Als het recht van de vader verheerlijk is geworden.

42:16Door het offer van de zoon.

42:18Als hij de bezuinstoot van het liefdelijke evangelie.

42:22Over de kruisheuvel Golgotha heeft laten horen.

42:25Toen hij het uitriep.

42:27Het is volbracht.

42:29Toen gaf de hemel getuigenis.

42:32Het voorhangsel in het heideldom.

42:34Dat scheurde van boven naar beneden.

42:36En de aarde beefde de steenrotse scheurden.

42:40En de graven die werden geopend.

42:43Dat getuigenis.

42:44Dat dat offer.

42:47Brandoffer en nog offer voor de schuld voldeden aan uw eis nog eer.

42:51Maar dit offer kon het heilig oog van God de Vader zeer behagen.

42:57En werd dat offer bekroond en beloond door deze tekenen.

43:02Ook graven werden geopend.

43:04En er zijn ook gelovigen van het Oude Testament opgestaan en uitgegaan uit de graven.

43:12Maar als dat heilsfeit bekrachtigd wordt.

43:16Door Pasen, door de opstanding van de zonen gods.

43:21De opstanding.

43:22Dan vind je opnieuw tekenen dat de hemel bewogen is.

43:26Dat de aarde ook in beweging komt.

43:29Dat er een aardbeving ook plaatsvindt.

43:32En de tegenmaatregelen die het zanne erin genomen heeft.

43:38Dwaze tegenmaatregelen toch.

43:40De steen was gebruikelijk voor de mond van het graf.

43:44Maar het zegen van de keizer, de wereldheerser op dat moment.

43:48En een indrukwekkende wacht van soldaten die voor het grafboek stonden.

43:53Om hem te houden in de dood.

43:56Om hem te bewaken.

43:58Op die wijze dachten zij het werk van de almachtige.

44:02Het werk van God de Vader die alles regeert en bestuurt.

44:06Ook teniet te doen en tegen te houden.

44:09Een dwaze gedachten.

44:12Maar er staat.

44:14Uit de hemel begon het heilsfeit van Pasen.

44:16De engelen werden afgezonden van de vader.

44:20Ze hadden een gedaante als een bliksem.

44:23En deze wachters die werden zeer verschrikt.

44:27En ze werden als doden, zo staat er, zeer verschrikt om hem.

44:34De eersteling die uitging uit het graf.

44:37Dat graf werd geopend.

44:39De opstandingsdag van de zonen gods.

44:44Degene die ontslapen zijn is opgestaan.

44:47Hij is de eerstling die op deze wijze is opgestaan.

44:52Misschien zijn er jongens en meisjes die zeggen hoe kan dat dan?

44:56Er staat toch ook in het oude testament dat er verschillende mensen uit de dood zijn opgestaan.

45:01En in het nieuwe testament lezen we toch van de jongeling van na in.

45:05Het dochtertje van Jairus en Lazarus die uit de doden is opgestaan.

45:11Toch wordt de zaligmaker de eersteling genoemd.

45:14Waarom?

45:14Omdat hij een lichaam heeft wat onsterfelijkheid bevat.

45:21Wat onverderfelijk is.

45:23Wat nooit meer aan de dood onderworpen zal worden.

45:27Al die andere mensen zijn op een bepaald moment weer gestorven en ten graven gedragen.

45:33Maar hij heeft de dood gedood.

45:37De bezoldiging van de zonde.

45:40Is de dood.

45:41Ook lichamelijke dood.

45:43Die is nu overwonnen.

45:45Dat volkomen offer wat hij gebracht heeft.

45:49Heeft onverderfelijkheid en onsterfelijkheid gegeven.

45:53Aan zijn waarachtige, rechtvaardige, menselijke natuur.

45:57En zo is hij de eerstling geworden van degene die ontslapen zijn.

46:01Die een onverderfelijk, onsterfelijk lichaam omdraagt.

46:07Wat straks ook allen...

46:09Deelachtig zullen worden alleen het grote onderscheid.

46:13Deze tot eeuwige heerlijkheid.

46:16En genen tot een eeuwig afgrijzen.

46:20Ziet het graf.

46:23Wij hebben hier op aarde geen blijvende plaats.

46:27En ook het graf is ook geen blijvende plaats.

46:31Op de vroege morgen vindt u de opstanding uit de doden.

46:36En er wordt ons in de woorden van de tekst ons een tweerlei volk getekend.

46:40Daar staan de soldaten.

46:42Die staan met de wapens in de hand.

46:45En die staan met de rug naar het graf.

46:48Ze moeten dat graf bewaken.

46:50En er zijn vrouwen, enkele, weinigen.

46:54Met grote droefheid in het hart.

46:56Met speesrijen in de hand.

46:59Met een hart brandende van liefde tot hem.

47:01Om hem nog eer te bewijzen.

47:04Om...

47:05Zijn lichaam waarvan ze meenden dat het nog aan de dood onderworpen was.

47:09Te bewaren voor verder verderf.

47:12Door de speesrijen die zij met zich meedragen.

47:16Terwijl gemeente hij onverderfelijkheid en onsterfelijkheid heeft verworven en aangebracht.

47:23Wat een groot verschil.

47:25Die soldaten de wereld in het hart.

47:28Het zwaard in de hand.

47:30En met de rug naar het graf.

47:32En deze vrouwen.

47:34Met hun hart brandende verliefde tot hem.

47:38De wereld achter zich met de specerijen in de hand.

47:42Begerend hem te eren en te dienen.

47:45Maar die hier bedrukt met tranen zaait.

47:48Zal toch juichen als hij vruchten maait.

47:52Wat heeft de kerkgemeente met een hoofdletter K.

47:55Een volkomen borg en middelaar.

47:58Maar wat leven zij vaak arm uit zijn verdiensten.

48:04geloofsgezicht zo vaak versluiert en verduistert.

48:08En laten we dat verduisteren door overman te zijn, door de omstandigheden, door alles wat er heeft plaatsgevonden in de afgelopen dagen.

48:18En wat het zicht op het woord van de borg en zaligmaker, wat hij zo duidelijk, zo krachtig, verschillende keren tot hen heeft uitgesproken, dat

48:30zicht op het woord van God.

48:33Zijn ze kwijtgeraakt.

48:35En overman door verdriet.

48:37Door de omstandigheden die ze meegemaakt hebben.

48:40Door de gebeurtenissen die ze waargenomen hebben.

48:43Door de vijandschap die losgebarsten is.

48:46Op hun gezegende borg.

48:47En middelaar.

48:48Gaan ze nu bedroefd.

48:50En bedrukt ook.

48:51Over de aarde.

48:53Maar we hebben het gezongen.

48:54Gij die God zoekt.

48:55Dat deden ze wel.

48:57In al uw ziels verdriet.

48:59Houd aan.

49:00Grijp moed.

49:02Want uw hart zal vrolijk leven.

49:04O zij leefde bij hetgeen wat ze gezien hadden.

49:09Maar niet bij datgene wat hij gezegd had.

49:13Wat hij gesproken had.

49:15Hoe hij de schrift ook had laten spreken.

49:18Het is ook zo moeilijk gemeente.

49:21Om uw gevoel los te laten.

49:23Om dat een dikke onvoldoende te geven.

49:26Het is ook zo moeilijk om uw eigen mening vaarwel te zeggen.

49:31Terwijl het waarzaligmakend geloof zich grondt op het getuigenis van God, op de waarheid van zijn woord.

49:39Terwijl de gelovige op de rechte plaats zegt, gedenk aan het woord gesproken tot uw knecht, waarop ge mij verwachting hebt gegeven.

49:49Gelukkig blijft de Heer wel trouw aan zijn woord.

49:52Hij houdt zijn woord wel gestand.

49:55Hij doet toch wat hij belooft, wat hij gezegd heeft.

50:01Al leeft zijn kerk er zo arm uit en zo weinig bij.

50:06Hij vervult zijn raad en hij volbrengt ook zijn woord.

50:12Een hemelbode wordt gezonden.

50:14Een boodschap van het licht.

50:17Het getuigenis van het leven klinkt uit de mond van deze hemelboden bij dit geopende graf.

50:25Het is waar, het is gewis.

50:27Elke weldaadgemeente.

50:30Ten goede van de ere gods.

50:32En tot zaligheid van de zijne.

50:35Heeft zijn begin uit de hemel.

50:38Het welbehagen wat in de vader was.

50:41Van voor de grondlegging der wereld.

50:43De eeuwige liefde.

50:45Waartoe hij bewogen is geweest.

50:47Om een weg tot zaligheid uit te denken.

50:50Ik heb u lief gehad met een eeuwige liefde.

50:52Daarom heb ik u getrokken met koorden.

50:54Van goede tierenheid en waarheid.

50:57De geboorte.

50:59Heeft zijn begin uit de hemel.

51:01Het heilsfeit van Pasen.

51:03Heeft zijn begin uit de hemel.

51:05Het heilsfeit van Pinsteren.

51:07Heeft zijn begin uit de hemel.

51:10Alleen de voldoening.

51:11Die wordt op aarde.

51:14Volbracht.

51:15Waar de schuld ook ontstaan is.

51:18Waar de mens gezondigd heeft.

51:20De eerste Adam.

51:22Is de tweede Adam.

51:24Die heeft op aarde.

51:25Op het vloekhout van Golgotha.

51:28De schuld verzoend.

51:29Het recht verheerlijkd.

51:31Zodat de roepstem van de zonen gods opklinkt naar de hemel.

51:37En de heren het loon ook op die arbeid van zijn zoon ook geeft.

51:42In het heilsfeit van Pasen.

51:44En straks met hemelvaart.

51:46Dan gaat die waarachtige rechtvaardige menselijke natuur van Christus.

51:50Die wordt ten hemel opgenomen.

51:53Hij vaart op.

51:54Kracht in zijn goddelijke natuur.

51:56Maar hij wordt ten hemel opgenomen, die menselijke natuur die zich buiten het paradijs gezondigd had in de eerste Adam.

52:03Die wordt in de tweede Adam van de aarde opgenomen in het hemelse paradijs geplaatst.

52:10Wij zijn, zo zegt een apostel, dan ook door het geloof met hem gezet in den hemel.

52:17Dan is het de kroning van de borg als waarachtig rechtvaardig mens en ook als waarachtig God.

52:26Vrouwen zijn op weg naar het graf, gemeente.

52:29De mannen zitten thuis, achter de gesloten deuren.

52:32Die dappere discipelen, apostelen, die zich tevoren zo krachtig hebben uitgesproken, die zitten achter de gesloten deuren.

52:41En de vrouwen waarvan u niet gehoord hebt dat ze zulke sterke getuigenissen tevoren hebben gegeven, die hebben hun vrees overwonnen en die zijn op weg naar het graf om de zaligmaker.

52:54Eer en aanbidding te geven.

52:58Opmerkelijk toch ook.

52:59De val in het paradijs is begonnen.

53:01Bij Eva.

53:03Die het eerst gegeten heeft.

53:05Daarna haar man genomen heeft.

53:07De opstanding.

53:09De verdiensten van de tweede Adam.

53:12Vallen voor het eerst deel aan de vrouw.

53:15Die op weg zijn naar het graf.

53:17En hem straks ook mogen ontmoeten.

53:19En hem de eer en aanbidding mogen geven.

53:22Voordat de mannen.

53:24Voordat apostelen ook hierin delen.

53:27Ze zijn niet zo vreesachtig als de mannen.

53:31Ze zijn ook in de hemel bekend.

53:33Dat is toch ook een troostvolle gedachte.

53:35Dat deze engel van deze vrouwen af weet.

53:40Dat ze Jeruzalem uitgegaan zijn.

53:43Daags toen het begon te lichten.

53:45In de vroege morgen stond mijn God.

53:47U zoek ik met verlangen.

53:49Zodat we het morgenlicht ontvangen.

53:52Bij het krieken van de dageraad.

53:54En dat het in de hemel bekend is.

53:57Ik weet dat gij zoekt Jezus.

54:00Die gekruisigd was.

54:02Die verworpen was door het zannedrin.

54:05Veracht bij de schade.

54:08Gekruisigd door de soldaten.

54:09Maar ik weet dat gij hem zoekt.

54:13Is dat geen troostvolle gedachte?

54:15Als u ook zo'n bestredene.

54:18Zo'n ongetrooste.

54:19Zo'n arme zonderes.

54:22Zo'n arme zonder bent.

54:23Die uw nood klaagt aan de troon der genade.

54:27Die zo gaarne.

54:29Zicht en licht wil hebben in hem.

54:31De gekruisigde.

54:33En de opgestane.

54:34Borg en middelaar.

54:36De jood en ergernis.

54:37De Grieken dwaasheid.

54:39Waardien die geloof de kracht gods.

54:41En de wijsheid gods.

54:43Dat het in de hemel bekend is.

54:46Dat als wij jongens en meisjes.

54:47Onze knieën buigen in de binnenkamer.

54:50En ons zonde bestaan voor de heren beleiden.

54:54Dat de heren zegt in zijn woord.

54:56Dat hij dat ziet in het verborgenen.

54:59En dat hij het ook zekerlijk zal belonen.

55:02O, ziet, wat een troost voor de armen.

55:05Voor de bestredenen.

55:07Voor degene die door onweder voortgedreven wordt.

55:12Satan is vermorzeld.

55:14De dood is gedood.

55:15De macht van de vorste duisternis.

55:18Die is dan ondergebracht.

55:20En de leeuw uit Judastan die heeft de overwinning behaald.

55:25Hoe verborgen was dat voor het hoog.

55:28Bij die leidende en strijdende borg aan het vloekhout van Golgotha.

55:33Dat dat de weg was tot de voldoening.

55:36Dat dat noodzakelijk was als oorzaak voor de verzoening.

55:41Dat zo alleen de overwinning kon plaatsvinden in de beantwoording.

55:47Op de bekende vraag van de Heidelbergse katechismes.

55:50Is er enig middel.

55:51Dat we deze straf zouden kunnen ontgaan.

55:54En wederom tot genade aangenomen worden.

55:57God wil dat aan zijn gerechtigheid genoeg geschieden.

56:01Daarom moeten wij.

56:02Of door onszelf.

56:04Of door hem.

56:05De grote ander.

56:07Volkomelijk betalen.

56:09Ziet voor de wereld.

56:11Voor al degene die nimmer hebben leren buigen.

56:15Voor zijn majesteit.

56:17Voor zijn grootheid.

56:19Die nimmer oog hebben gehad voor zijn schoonheid.

56:22Voor zijn uitnemendheid.

56:23Voor de zaligheid in hem.

56:26Die moeten met de dood alles verlaten.

56:29En dan is het het begin van de eeuwige duisternis.

56:33Dan worden we prijsgegeven aan de wroeging van het geweten.

56:38Dan liggen we daar gebonden.

56:39Voor altijd in de schulden onder de toren van God.

56:43Maar voor diegene die door Gods genade.

56:47De wereld achter zich laten.

56:49Van de zonde zoeken te scheiden.

56:52Hem als het hoogste goed zoeken te verkrijgen.

56:56Wien heb ik nevens u omhoog?

56:57Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog op aarde nevens u toch lusten?

57:03Ondanks de zonde die ze bij zichzelf toch telkens terug kunnen vinden.

57:09Hun boos verdorven bestaan.

57:11De spottende hoon van de wereld.

57:13De verachting van de vorste duisternis.

57:16Maar die toch mogen volharden.

57:19Met de waarheid van het woord.

57:20Dan zullen zij het graf leeg vinden.

57:25Het graf is geen blijvende plaats.

57:28Het is een slaapplaats voor al de zulken.

57:32Die straks in de eeuwigheid hem mogen grootmaken.

57:36Sanhedrin gemeente dacht op Goede Vrijdag.

57:39We hebben het gewonnen.

57:41Hij is gedood.

57:42En voor de zekerheid.

57:45Want die verleider heeft gesproken van de opstanding.

57:48Een steen, een zegel en een wacht.

57:52En de kerk meende, nu is het verloren.

57:56Maar ziet, Pasen, opstanding, de hemelboden.

58:01Hij zegt, gaat haastig heen.

58:04En zegt zijn discipelen, dat u opgestaan is van de doden.

58:08En ziet, hij gaat u voor naar Galilea.

58:12In de tweede plaatsgemeente dan spreekt ook de tekst van deze liefdelijke vertroosting.

58:17Hun liefde is sterk, maar zijn liefde is veel sterker.

58:22Hun liefde is een vrucht van zijn liefde.

58:25Zijn liefde is van voor de grond leggende wereld.

58:28Is van eeuwigheid.

58:31En hun liefde is ontstaan door het werk der zaligheid.

58:35Door het zaad van het woord, het zaad van de wedergeboorte.

58:39En door de kracht van de heilige geest.

58:42En ze haasten zich bij het krieken van de dageraad naar hem toe.

58:47Het is bij wijze van spreken nog half duister.

58:49Met hun smart en met tegenwind.

58:53Maar hij was hun al voor.

58:56Hij is al opgestaan uit de doden.

58:59En hij zendt hun deze boodschap.

59:02Om hun tranen te drogen.

59:05Hun druk te verlichten.

59:07En hun last van hun weg te nemen.

59:10Deze vrouwengemeente kende de zaligmaker vooral in zijn profetisch ambt.

59:16In het onderwijs wat hij gegeven had.

59:19Ze waren wel onderwezen in zijn hoge priesterlijke bediening.

59:23En wellicht dat de Maria dat begrepen heeft.

59:27Die hem gezalfd heeft drie dagen voor zijn lijden en sterven.

59:32Zij heeft dat gedaan tot een voorbereiding van mijn begrafenis.

59:36U vindt die Maria ook niet bij deze vrouwen.

59:39Wellicht heeft die vrouw aan de voeten van de zaligmaker toch meer begrepen van dat hoge priesterlijk werk wat hij ging doen als de anderen.

59:48Ze zalfde hem, de zaligmaker zegt, als een voorbereiding.

59:52Ze heeft dit gedaan tot een voorbereiding op mijn begrafenis.

59:58En u vindt haar niet hier bij deze vrouwen.

1:00:01Maar nu gaan ze onderwezen worden in zijn verdiensten als hoge priester.

1:00:08Dat hij het offer gebracht heeft.

1:00:11Dat hij de prijs betaald heeft.

1:00:13Dat hij de schuld verzoend heeft.

1:00:15Dat hij het recht verheerlijkd heeft.

1:00:17Dat hij een eeuwige verlossing heeft aangebracht.

1:00:20De banden van de macht van de vorst de duisternis teniet gemaakt heeft.

1:00:26Gestorven om onze zonden.

1:00:29Opgewekt tot onze rechtvaardigmaking.

1:00:33En dan is het heilsfeit onderwijs.

1:00:37In die volkomen voldoening die hij gegeven heeft aan de deugden van de Vader.

1:00:42Aan zijn recht, aan zijn waarheid, aan zijn heiligheid.

1:00:47En dat hij betaald heeft zodat de barmhartigheid ontsloten kon worden.

1:00:52Wat een ontdekkende boodschap gemeente voor deze vrouwen.

1:00:55Daar staan ze bij het graf.

1:00:57Met hun specerijen zeer bevreesd.

1:01:00En met bevende harten.

1:01:02Hun goederen zijn niet gepast.

1:01:04Ze zijn te laat met hun goederen.

1:01:07Hun mening is niet recht.

1:01:10En hun gestalte is niet juist.

1:01:13Ze zijn bedrukt.

1:01:15Hun verwachting is ongegrond.

1:01:17Ze dachten hun dode Jezus te bezoeken.

1:01:21En ze krijgen de boodschap, de prediking van een levende borg en middelaar.

1:01:25Van een zaligmaker.

1:01:26Die de overwinning behaald heeft.

1:01:29En de dood gedood heeft.

1:01:31En het graf verlaten heeft.

1:01:33Hij is opgestaan.

1:01:36U ziet, het komt alles uit God voort.

1:01:40Voor de grondlegging der wereld.

1:01:43Het welbehagen en de eeuwige liefde.

1:01:46In de tijd de zending van zijn zoon.

1:01:48En die zoon, die moet betalen.

1:01:51Die moet voldoen.

1:01:53Die moet het heil verwerven.

1:01:55En dan moet hij het ook nog verklaren.

1:01:57En toepassen aan de harten van zijn discipelen.

1:02:01Hij moet het ook nog duidelijk maken.

1:02:03Hij is een borg en middelaar van verwerving.

1:02:07En die is het ook van toepassing.

1:02:09Dat staat ook zo in de schrift geschreven die hij tevoren verordineerd heeft.

1:02:14Die heeft hij ook geroepen.

1:02:16En die hij geroepen heeft.

1:02:17Die heeft hij ook gerechtvaardigd.

1:02:19En die hij gerechtvaardigd heeft.

1:02:22Die heeft hij ook geheiligd.

1:02:23En die hij geheiligd heeft.

1:02:25Die heeft hij ook verheerlijkd.

1:02:28Ze moeten haast maken.

1:02:30Om het zijn broederen, zijn discipelen te vertellen.

1:02:34Dat grote heil.

1:02:36Geen woord van verwijt, gemeente.

1:02:38Die niet verwijt.

1:02:40Maar hij geeft mildelijk geen woord van verwijt.

1:02:44Geen aanklacht van die weglopers.

1:02:47Hun grootspraak.

1:02:49En hij zegt, zijn broederen, ziet u wel.

1:02:53Hij is getrouw.

1:02:55Hij kan zichzelf niet verlogenen.

1:02:57Hoewel wij ontrouw zijn.

1:03:00De boodschap moeten zij brengen.

1:03:02En hij zal zich straks openbaren in Galilea, dat ook.

1:03:06Maar het blijkt uit het vervolg van de opstandingsgeschiedenis.

1:03:09Dat deze borgermiddelnaar niet kan wachten om zichzelf bekend te maken.

1:03:14Terwijl die vrouwen teruggaan.

1:03:16Vrezen en bevenden met grote blijdschap.

1:03:19Is hen Jezus ontmoet.

1:03:22Komt hij al tot hen.

1:03:23En ook aan de avond van die dag verschijnt hij reeds aan zijn discipelen.

1:03:29Ze moeten heen gaan om die blijde boodschap te brengen.

1:03:32Het lijkt op die geschiedenis in het Oude Testament.

1:03:35Van die broeders van Jozef.

1:03:37Die kregen ook de boodschap om haast te maken.

1:03:41Om hun oude vader Jacob te berichten.

1:03:44Jozef leeft nog.

1:03:46En hij is een regeerder over gans Egypteland.

1:03:49O deze meerder Jozef leeft.

1:03:52En hij leeft tot in alle eeuwigheid.

1:03:55De levensvrucht mogen ze bekendmaken.

1:03:58De doodsvrucht gaf Eva aan haar man Adam.

1:04:03En nu mogen deze vrouwen de levensvrucht aanbieden.

1:04:07Prediken aan de broeders.

1:04:10Aan de apostelen.

1:04:11Om het bekend te maken met de opstanding.

1:04:14Adam die nam die vrucht wel gemeente.

1:04:17Die nam die vrucht er stond aan.

1:04:20Die vrucht.

1:04:21Die de dood bracht.

1:04:23En deze apostelen.

1:04:25Die zullen straks zeggen die vrouwen.

1:04:27Uit de geklap.

1:04:29Vrouwen praat.

1:04:31Ze waren zo vroeg bij het graf geweest.

1:04:33Zij achtergebleven.

1:04:35En als die vrouwen dan voor het eerst in kennis gebracht worden met het heerlijke feit van de opstanding uit de doden.

1:04:42Dan wijzen ze de boodschap af.

1:04:46Apostelen, dragers van het ambt, predikers van het evangelie.

1:04:51Drie jaren aan zijn voeten gezeten.

1:04:53Ze konden het niet begrijpen en verstaan.

1:04:57Ziet, er is geen verschil gemeente in het evangelie tussen mannen.

1:05:01...en tussen vrouwen onderscheiden plaats hebben gekregen in de scheppingsorde...

1:05:05...maar niet in geestelijke zin.

1:05:07Maar Noach moest bij zijn huisvrouw te raden gaan...

1:05:11...toen de geboorte van Simpson werd aangekondigd.

1:05:15En Barak wist zich afhankelijk van Deborah, die een richteres was.

1:05:21En Huldaan Prophetes moest onderwijs geven aan de vrome, godvrezende koning Josia.

1:05:28Het was niet het ambt, maar het waren wel bijzondere gaven die zulke vrouwen hadden.

1:05:32En deze vrouwen mogen de boodschap brengen aan vreesachtige discipelen van de opstanding uit de doden.

1:05:41En die het diepst gevallen is, Petrus, wordt afzonderlijk genoemd, zegt mijn discipelen.

1:05:47En Petrus, een volkomen borg en middelaar.

1:05:53Maar in de derde plaatsgemeente dan spreekt ook onze tekst van de helse lastering.

1:05:57En dat vindt u in vervolg van dit hoofdstuk, het dertiende tot het vijftiende vers.

1:06:02Want de vorste duisternis die zit ook niet stil.

1:06:06Zojuist de boodschap van de opstanding geboden door de hemelboden aan deze vrouwen.

1:06:13Om zijn discipelen te berichten dat hij opgestaan is uit de doden.

1:06:19Maar die soldaten die als doden werden, die in de stad gekomen zijn.

1:06:26Zijn aangekomen bij hun opdrachtgevers.

1:06:29Het Sanhedrin.

1:06:30En dat is verschrikt het Sanhedrin.

1:06:33Hoe is dat mogelijk?

1:06:36Opgestaan uit de doden.

1:06:38In ieder geval krachtige duidelijke tekenen hebben ze gezien.

1:06:43Hemelwachters hebben ze aanschouwd.

1:06:45Engelen gezien.

1:06:46De zaligmaker heeft zich nooit op na de opstanding geopenbaard.

1:06:53Aan anderen als zijn discipelen.

1:06:56Als in ware volgelingen.

1:06:58Maar ze hebben in ieder geval zoveel aanschouwd.

1:07:01Van deze tekenen.

1:07:03Van deze wonderen.

1:07:04Dat ze als doden werden.

1:07:06Zeer verschrikt werden.

1:07:08Dat ze de boodschap van de opstanding gebracht hebben.

1:07:11Aan het Sanhedrin.

1:07:14En wat een verbijstering daar gemeente.

1:07:16Wat een schrik.

1:07:18Wat een ontsteltenis.

1:07:20Opgestaan van de doden.

1:07:23En dan ziet u de waarheid.

1:07:25Van de boodschap van de zaligmaker al eerder.

1:07:28In Lukas 16.

1:07:29De gelijkenis van Lazarus.

1:07:32De bedelaar.

1:07:34En van die rijke man.

1:07:35En dan zegt die rijke man toen hij voor eeuwig arm geworden was.

1:07:39Zendt Lazarus naar deze aarde.

1:07:42Als hij opstaat uit de doden.

1:07:44Dan zullen mijn broeders zich laten gezeggen.

1:07:48Maar het antwoord uit de hemel is.

1:07:50Zij hebben Mozes en de profeten.

1:07:54En als we Mozes en de profeten niet geloven.

1:07:57Al zou er iemand uit de doden opstaan.

1:08:01Zij zullen zich niet laten gezeggen.

1:08:04Ziet u het?

1:08:05In deze geschiedenis.

1:08:07In de opstanding.

1:08:08Christus is opgestaan uit de doden.

1:08:12En we vinden bij het Sanhedrin niet de minste behoefte om te zeggen.

1:08:17Zouden we ons vergist hebben?

1:08:19Is hij dan toch de beloofde Messias?

1:08:22Is hij dan toch?

1:08:24De grote zoon van David.

1:08:26Is hij dan toch dat vrouwenzaad.

1:08:28Wat reeds in Genesis 3 gepredikt werd.

1:08:31Waar Abram met verheuging naar heeft uitgezien.

1:08:34Waar de profeten van gesproken hebben.

1:08:37Hebben we dan Isaiah 53 nooit goed begrepen en verstaan.

1:08:41Is hij dan toch de zaligmaker die bezongen werd in de psalmen.

1:08:47Niets van dat alles gemeend.

1:08:49Bewust.

1:08:51Moedwillig.

1:08:52Maken zij.

1:08:53De waarheid van de opstanding uit de doden tot een leugenleer.

1:09:00Vlak na de schepping van de eerste Adam.

1:09:04Van de bekleding met het beeld van God.

1:09:07Van de liefdelijke opdracht, doe dat en gij zult leven.

1:09:10Van de ernstige waarschuwing, ten dagen als gij daarvan heet, zult gij de dood sterven.

1:09:16Werd die eerste Adam al belaagd door de macht van de vorste duisternis.

1:09:21En gaf hij zich gewonnen.

1:09:23Aan de leugen.

1:09:24En verliet hij de waarheid.

1:09:26Kwam de dood in de wereld.

1:09:29En als u de dood overwonnen is.

1:09:31En het graf teniet gedaan is.

1:09:33De onverderfelijkheid en de onsterfelijkheid.

1:09:36Aan het licht gebracht is.

1:09:38Nauwelijks klinkt deze boodschap.

1:09:40Uit de hemel tot de vrouwen.

1:09:43Om zijn broederen te berichten.

1:09:45Of de helse lastering.

1:09:47Vloeit voort uit het zanne erin.

1:09:49Om de waarheid van de opstanding.

1:09:52Om de leugen weer bekend te maken.

1:09:56Om een duisternis te brengen over de boodschap van de opstanding.

1:10:01Wat een domme, wat een leugenachtige, wat een ongeloofwaardige leugen moet er verspreid worden door deze soldaten.

1:10:12Ze zouden geslapen hebben en toch hebben ze nog gezien dat de discipelen gekomen zijn tijdens hun slaap.

1:10:20En dat ze de zaligmaker hebben weggenomen.

1:10:23Ze zijn blijven slapen, want anders hadden ze dat verhinderd.

1:10:27Wat een dwaze leugen.

1:10:29Ze worden beloond door het Sanhedrin met een grote som geld.

1:10:33Terwijl op de slaap van een Romeinse soldaat tijdens een wacht de doodstraf stond.

1:10:39Ze ontvangen geen enkele bestraffing.

1:10:42Ze ontvangen een rijke financiële beloning.

1:10:47Later gemeend in de handelingen van de apostelen.

1:10:50Dan worden Petrus en Johannes voor de raad geroepen.

1:10:54Omdat ze gesproken hebben van de opgestaande borg.

1:10:58En zalig maken.

1:11:00Die hebben ze duidelijk gepredikt in de tempel.

1:11:03Ze moeten zich daarover verantwoorden.

1:11:05Ze krijgen de opdracht om te zwijgen over die enige naam.

1:11:10Maar u leest niet dat het Sanhedrin zegt.

1:11:13Jullie hebben dat lichaam gestolen.

1:11:16Waar hebben jullie dat gelaten?

1:11:18Ze hebben hun eigen.

1:11:20Duivelse leugen, een helse lastering hebben ze niet geloofd en niet voor waar aangenomen.

1:11:28Ik denk gemeente dat dit een voorbeeld is van de zonde tegen de heilige geest.

1:11:33De moedwillige verharding tegen beter weten in.

1:11:39Om het werk gods tot een leugen te maken.

1:11:43Om zich zo te verzetten tegen de waarheid.

1:11:47Tegen beter weten.

1:11:48Terwijl hun geweten getuigenis gaf.

1:11:51Want ze zeggen hier hebt u geld.

1:11:53Ze gaan niet op onderzoek uit.

1:11:55Hier hebt u een grote som geld.

1:11:58Ze zijn nogal wat geld kwijtgeraakt.

1:11:59Dat Sanhedrin.

1:12:01Rond deze dagen.

1:12:03Voor de dood van Christus.

1:12:05Hebben ze een ruime som betaald.

1:12:08Aan Judas.

1:12:09Die hem verraden heeft.

1:12:11En voor de opstanding.

1:12:13Hebben ze ook diep in de buiten moeten tasten.

1:12:15Om deze leugen toch te verspreiden.

1:12:18En deze helse lastering ook door te voeren.

1:12:23Maar gemeente, laten we ook denken om die leugentaal van de vorste duisternis.

1:12:28Die ook telkens tot ons komt.

1:12:31Dat we erop bedacht zijn.

1:12:33Dat zijn leugen zeer doorzichtig is.

1:12:35Maar, hoewel het een doorzichtige leugen is.

1:12:39Gemakkelijk te weerleggen is.

1:12:42Er staat gemeente dat die leugen zoveel kracht heeft.

1:12:44Dat komt ook omdat we de leugenaar zijn toegevallen.

1:12:47Dat komt ook omdat we van nature in de duisternis verkeren.

1:12:51Dit woord is verbreid geworden tot op de huidige dag onder de Joden.

1:12:57Als u een echte orthodoxe Jood spreekt, moet u maar niet spreken over de opstanding.

1:13:02Dan briest hij van moede en zal u deze leugen alsnog voorhouden.

1:13:08Dat woord is verbreid geworden tot op de huidige dag.

1:13:11Tot op de dag van vandaag heeft deze leugen de overhand.

1:13:16Maar het is niet de enige leugen van de vorste duisternis.

1:13:20Wat dacht u van de leugen, gij zult niet sterven?

1:13:23Ja, die leugen geloven wij niet helemaal.

1:13:27We geloven wel dat we een keer sterven gaan.

1:13:30Maar nu nog niet.

1:13:32Dat zal nog lange tijd duren.

1:13:34Als we jong zijn.

1:13:36En als we op middelbare leeftijd zijn.

1:13:38En zelfs ook als we tot ouderdom gekomen zijn.

1:13:42Voorlopig zullen we nog niet sterven.

1:13:44We kleven die leugen wel min of meer aan.

1:13:48De leugengemeente van uw godsdienst is voldoende.

1:13:52U bent toch ijverig.

1:13:54U bent toch nauwgezet.

1:13:56U bent toch voor de waarheid.

1:13:58U leeft toch niet de grote zonde.

1:14:01Dat is toch wel voldoende voor u om straks voor hem te kunnen bestaan.

1:14:06Die ontzaggelijk grote leugengemeente.

1:14:08Nog tijd genoeg.

1:14:10Nog gelegenheid te over.

1:14:13Om tot God bekeerd te worden.

1:14:15Komen nog zoveel jaren voor u.

1:14:17Nog zoveel betere gelegenheden.

1:14:20U zult vast wel een ziekbed krijgen.

1:14:22U zult vast wel een sterfbed krijgen.

1:14:25Is er nog tijd genoeg.

1:14:26Om tot God bekeerd te worden.

1:14:28Hoe velen kleven deze leugen aan.

1:14:32Ook op het kerkerkerf.

1:14:34En wij alle van nature toch deze leugen.

1:14:37Er is nog tijd genoeg.

1:14:39Terwijl de schrift zegt, de waarheid zegt.

1:14:42Heden, zo gij mijn stem hoort.

1:14:45Of die grote leugen.

1:14:47U bent een jongen bekeerd te worden, jongens en meisjes vanmorgen.

1:14:51Zo'n leugen van de vorste duisternis.

1:14:53Zo doorzichtig.

1:14:54De waarheid zegt, zoek een heren.

1:14:57Terwijl het te vinden is.

1:14:58Die mij vroeg zoeken, die zullen mij zeker vinden.

1:15:02Gedenk.

1:15:03Aan uw schepper in de dagen uw jongeningschap.

1:15:06Dat allemaal in de bevelende vorm.

1:15:08In de imperatief.

1:15:10Gebiedende wijs.

1:15:12Om hem toch te zoeken.

1:15:14Terwijl het nog kan in het heden der genade.

1:15:17Of te leugen.

1:15:19Ouderen onder ons.

1:15:21U bent te oud.

1:15:22U kunt niet meer bekeerd worden.

1:15:24Waar staat dat in de Bijbel?

1:15:25Dat we te oud kunnen zijn.

1:15:27Soms lees je wel eens in geschriften van vaderen.

1:15:31Of van predikers.

1:15:33Dat de meeste mensen voor hun dertig jaar bekeerd worden.

1:15:36Ik heb dat nog nooit in de Bijbel kunnen vinden.

1:15:38Het zou best kunnen zijn.

1:15:40Maar ik heb het nog nooit als een Bijbelse waarheid kunnen ontdekken.

1:15:43Daar staat heden.

1:15:44Daar staat in die gelijkenis dat ze in de morgen stond.

1:15:47Op het middaguur.

1:15:49En zelfs ook ter elfde uur nog geroepen werden.

1:15:52Tot bekering dat we te doen hebben.

1:15:55Met een zeer langmoedig, zeer warmhartig God.

1:15:58Die zijn handen uitstrekt.

1:16:00Naar arme verloren zondaren.

1:16:03Of die grote leugen gemeent.

1:16:04U bent al bekeerd.

1:16:06U moet alleen nog wat groeien.

1:16:08Wat opwassen in het geloof.

1:16:10We moeten groeien in het geloof.

1:16:12Maar we zijn al bekeerd.

1:16:14Wedergeboorte.

1:16:15Daar hoort u dan niet over.

1:16:17We moeten er maar van uitgaan.

1:16:19Dat we bekeerd zijn.

1:16:21O de leugenaar.

1:16:23Hij is hier in deze teksthoorden.

1:16:26Heeft u dat grote werk gods.

1:16:28Belasterd.

1:16:29Hij trad op bij de geboorte.

1:16:31Met een leugen.

1:16:34Herodes, wijs u mij de weg.

1:16:36Want ik wil die koning ook aanbidden.

1:16:39Hij heeft op Goede Vrijdag dat offer gelasterd, gesmaten, gehoond.

1:16:45Alles in het werk gesteld.

1:16:47Om de zonen gods van het kruis te krijgen.

1:16:50Indien gij de Christus zijt, verlos u zelven en ons.

1:16:54Gelasterd tot op het einde toe.

1:16:56Op paas de gemeente.

1:16:58Dan vindt u opnieuw de lastering.

1:17:00De waarheid van de opstanding.

1:17:03wordt er stand achtervolgd door de leugen, door de grote dwaling van de vorste duisternis.

1:17:09En als de heilige geest tot de dag van pinsteren uitgestort wordt, dan tracht hij dat werk opnieuw te lasteren en tot dronkenmans staal ook te maken.

1:17:20Zit geldgemeente aan de soldaten.

1:17:24Ze kregen een grote som geld.

1:17:26Wees niet bang.

1:17:28Als het bij de stadhouder komt, wij zullen maken.

1:17:31Dat gij zonder zorg zijt.

1:17:33De opstanding.

1:17:35Niet geloofd.

1:17:37Door zijn levende kerk.

1:17:39Maar het wordt aan hem verklaard.

1:17:41Belasterd door de macht van de vorst der duisternis.

1:17:44En toch.

1:17:45Het is waar geworden.

1:17:46Gij heren alleen.

1:17:48Gij zijt de verwinnaar in de strijd.

1:17:51Gij geeft uw volk de zegen.

1:17:53We gaan dat ook eerst zingen uit.

1:17:54Psalm 3.

1:17:55En daarvan het vierde vers.

1:17:58De derde psalm, het vierde vers, staat op.

1:18:00Verlos mij, heren.

1:18:02Gij hebt, o God, wel eer getoond.

1:18:05Voor mij te waken.

1:18:07En wat er verder volgt.

1:18:08In het vierde vers van de derde psalm.

1:18:11In

1:18:11[GEZANG]

1:21:29een zeker verband, gemeente, vraagt hij op.

1:21:31Wie heeft zich tegen hem verhard?

1:21:34Wel, dat zijn er toch al vele geweest.

1:21:36In de loop van de tijd.

1:21:38Die zich tegen hem verhard hebben.

1:21:41Dezelfde gebleven zijn.

1:21:43Ondanks de waarheid van het woord.

1:21:45Kracht van het getuigenis.

1:21:47Zich verhard hebben.

1:21:49Verhard u niet, maar laat u leiden.

1:21:52Maar dan zegt Job, wie heeft zich tegen hem verhard en vrede gehad?

1:21:56Daar is niemand van.

1:21:57Die zich tegen hem verhard hebben.

1:22:00En die vrede gehad hebben.

1:22:03Daar is niemand van aan te wijzen.

1:22:05Die de weg van de verharding doorgegaan is.

1:22:08En gedeeld heeft in de vrede Gods.

1:22:12Zie daarom deze waarschuwing gemeente.

1:22:15Voor u en voor mij, ook vanuit het graf.

1:22:18Dat kan plaats zijn van vernedering, verootmoediging.

1:22:22Maar het kan ook sprake zijn van verharding.

1:22:25Hoe staan we ten opzichte van het graf?

1:22:28Op de dag van Pasen, het graf van de zonen gods dan bedoeld.

1:22:33Met de rug nog ernaartoe.

1:22:35Met de wapens van verzet in ons hand.

1:22:38Met ons gezicht en met ons hart naar de wereld toe.

1:22:41En straks tevreden.

1:22:43Met geld, met goed, met bezit.

1:22:46Al moeten we daarvoor de leugen verder verspreiden.

1:22:49Als we maar voldoende geld daarvoor mogen ontvangen.

1:22:53Ontzaggelijk toch.

1:22:54Dat geld zal net als straks van Judas uit de hand geworpen worden.

1:23:00Achtergelaten worden.

1:23:01En dan toch gesteld voor hem de grote rechter van hemel en van aarde.

1:23:08Of behoren we bij die vrouwen met die zorg in het hart.

1:23:12Die liefde in het hart.

1:23:14Met de specerijen.

1:23:16Veel te rijk.

1:23:18Veel te rijk.

1:23:19Ze hebben veel te veel bij zich.

1:23:21Ze sjouwen maar met veel te zware lasten.

1:23:24Naar het graf in die vroege morgen.

1:23:26Uitzorg voor de zaligmaker.

1:23:28Niets nodig gemeente.

1:23:30Totaal niets nodig.

1:23:33Ze zijn totaal onnut die specerijen.

1:23:36Die specerijen ook.

1:23:37Van uw goede bedoelingen.

1:23:39Van uw tranen.

1:23:41Het is allemaal.

1:23:43Valt het weg bij Pasen.

1:23:45Hij is opgestaan.

1:23:47Al veel eerder had dat deze vrouwen van hun bed zijn opgestaan.

1:23:52Hij heeft onverderfelijkheid en onsterfelijkheid verworven.

1:23:57Veel uitnemender.

1:23:58Als dat deze arme speesrijen ooit zouden kunnen bewerken.

1:24:03Hij is een volkomen borg en zaligmaker.

1:24:06Een uitnemende borg.

1:24:08Ziet.

1:24:09Maar het is wel groot.

1:24:10Als we van die liefde blijken hebben.

1:24:13Als we zo vroeg zijn opgestaan.

1:24:15Die geestelijke zinnen uitgegaan zijn.

1:24:17Om zijn het wil.

1:24:20En ziet gemeente.

1:24:22De leer van de duivel.

1:24:24Op paasdag.

1:24:25Op de eerste opstandingsdag.

1:24:28Al de eerste dag van de week.

1:24:31Als het morgenlicht is opgegaan.

1:24:33Als de zonne der gerechtigheid uit het graf is uitgegaan.

1:24:37Gaat er ook die duistere leugen over de aarde.

1:24:41Vanuit het Sanhedrin.

1:24:43kerkelijk erf, vanuit de overste, de ouderlingen.

1:24:47Hij is gestolen.

1:24:49Laat varen, niet alleen deze leugen, maar al die doorzichtige leugens van de vorst der duisternis, die in strijd zijn met het woord, met de waarheid, met de schrift,

1:25:02die de openbaring gods is, waarachtig, vast, betrouwbaar, die telkens tot ons komt, die ons bekend maakt met die uitnemende naam.

1:25:12Met die volkomen offeranden.

1:25:14Met de kracht van het hartebloed.

1:25:17Zie de kerkgemeente, tobbend volk maar.

1:25:20O, gij door onweder voortgedrevenen.

1:25:25Ongetrooste, zo gaan ze over de aarde.

1:25:28Ongetroost, tobbend, met onkunde.

1:25:31Met verkeerde inzichten.

1:25:34Dragend de zware lasten.

1:25:37Terwijl hij de last gedragen heeft.

1:25:41Dat hij de zonde schuld verzoend heeft.

1:25:43Dat hij de prijs betaald heeft.

1:25:46Gij heren alleen, gij zijt.

1:25:48Verwinnaar in de strijd.

1:25:50Maar de liefde drijft hun voort.

1:25:52Kijk als dat beginsel van de liefde nu maar in ons hart is.

1:25:56Ze behoren toch bij degene waarvan de apostel Paulus later getuigenis geeft.

1:26:01En al degene die zijn verschijning hebben lief gehad.

1:26:08Gekruisigd.

1:26:09Veracht door het Sanhedrin.

1:26:11Verworpen door de scharen.

1:26:13De Jood een ergernis.

1:26:15De Grieken dwaasheid.

1:26:18Maar ondanks die vloekdood die hij stierf.

1:26:21De plaats Golgotha.

1:26:23Waar hij de strijd gestreden heeft.

1:26:26Het blijft voor hem de zaligmaker.

1:26:29Ik weet dat gij zoekt.

1:26:32Jezus die gekruisigd was.

1:26:35Maar hij is opgestaan.

1:26:37Wat een ganggemeente naar het graf.

1:26:40En wat een ganggemeente.

1:26:42Van het graf.

1:26:43De boodschap van de onverderfelijke.

1:26:47Onsterfelijke.

1:26:49Overwinnaar.

1:26:50In de strijd.

1:26:51De triomf vader Christus Jezus.

1:26:54Die de strijd gestreden heeft.

1:26:56Hij is waarlijk opgestaan.

1:26:58Gestorven voor onze zonden.

1:27:01Opgewekt.

1:27:02Tot onze rechtvaardigmaking.

1:27:05Tot de vrijspraak.

1:27:06Boodschap.

1:27:08Komt ook.

1:27:09Dat u tot mij vanuit dit evangelie.

1:27:12Dat de Heere te doen heeft.

1:27:14Het tobbende.

1:27:15Met worstelende zondaren.

1:27:18Die voortgedreven over de aarde.

1:27:21Door een beginsel van de liefde.

1:27:22Met hun ganse hart.

1:27:24Tot hem uitgaan.

1:27:26Voor hem is de vertroosting.

1:27:29Maar voor al degene.

1:27:31Die met hun rug.

1:27:33Naar de Heere.

1:27:34Naar zijn zalige dienst.

1:27:36Blijven volharden.

1:27:38In het kwaad.

1:27:39In het duister.

1:27:41Die nog altijd zoeken het vergankelijke tegenwoordige.

1:27:44Daar blijft de verschrikking voor over.

1:27:48Daarom.

1:27:49Dan zegt toch de psalm.

1:27:51Psalm 68.

1:27:53Het godloze volk.

1:27:54Wordt haast op as.

1:27:56Zal voor uw oog vergaan als was.

1:27:59Dat smelt voor gloeiende kolen.

1:28:02Maar het vrome volk.

1:28:04In hem verheugd.

1:28:05Zal huppelen van zielenvreugd.

1:28:08Want ziet.

1:28:09Hij leeft.

1:28:12Amen.

1:28:12Eindigen wij met het gebed.

1:28:17Heren, gij bracht ons deze morgen rondom uw woord en evangelie.

1:28:24Schenk ons toch dat beginsel.

1:28:27Dat we ook behoren bij hem waarvan de dichter zegt.

1:28:32Gij die God zoekt in Christus Jezus.

1:28:36In al uw ziels verdriet.

1:28:38Houd aan ondanks alle tegenstand, alle spot, alle hoon.

1:28:46Houd moed, uw hart zal vrolijk leven.

1:28:50Breid zo genadig en ontfermend uw handen over ons uit.

1:28:55Gedenk zo, heren, in de vergeving van al het zondige en het verkeerde bij het spreken, bij het luisteren.

1:29:02Wil wat naar uw woord was met uw onmisbare zegenacht te volgen.

1:29:06Wil u deze gemeente gedenken ook in de voortdurende vacature.

1:29:11En geven ook daar licht en wijsheid in.

1:29:14Ook dat ook hier de plaats.

1:29:16Vervuld mag worden.

1:29:17Met een verkondiger.

1:29:19Van die zeer blijde boodschap.

1:29:22De opstanding.

1:29:23Van hem.

1:29:25De zonen gods.

1:29:27En ik wil ook al het ambtelijk.

1:29:29Pastoraal werk wat plaatsvindt.

1:29:31In de gemeente.

1:29:32Ook genadiglijk zegenen.

1:29:34Zie zo nog neder.

1:29:36Naar de grootheid uw warmhartigheid.

1:29:38Geef ook straks ook als.

1:29:40Zondag school ook.

1:29:43Mag stilstaan bij de opstanding uit de doden van uw grote zoon.

1:29:49U doet daar uw zegen over gebieden als het overdacht wordt, als er van gesproken wordt, als er van gezongen wordt.

1:29:56Behoed en bewaar u ons en breng ons in dit avontuur hier bijeen rondom uw boord.

1:30:02Het evangelie van de opgestaande borg en zaligmaker.

1:30:08Wij vragen u dit uit genade om Jezus willen.

1:30:13Amen.

1:30:16Wij zingen tot slot de psalm 68.

1:30:18En daarvan het eerste en het tweede vers.

1:30:20De Heer zal opstaan tot een strijd.

1:30:23Hij zal zijn haters wijt en zijt.

1:30:26Verjaagd, verstrooid, doen zuchten.

1:30:29Maar ook het tweede vers.

1:30:31Het vrome volk in u verheugt.

1:30:32Zal huppelen van ziele vreugd.

1:30:34Daar zij hun wens verkrijgen.

1:30:37Het eerste en tweede vers van psalm 68.

1:30:39[GEZANG]

1:37:37Gaat nu heen in vrede.

1:37:38Dragende de zegen des Heren.

1:37:40De heren zegenen u en behoeden u.

1:37:43De heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.

1:37:49De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:37:55Amen.

1:37:56[GEZANG]