0:00[GEZANG]
10:05Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren.
10:09In
10:11de naam van die God die de hemel en de aarde uit niets heeft geschapen.
10:16Die trouw blijft en leeft in de eeuwigheid.
10:21En die nooit laat varen de werken van zijn handen.
10:25Amen.
10:26Geliefde gemeente, genade, barmhartigheid en vrede, zij u van God de Vader.
10:35Door Christus Jezus, de Heere, in de gemeenschap van de Heilige Geest.
10:41Amen.
10:45Gemeente de Kerkraad maakt u met droefheid bekend dat zaterdag 11 april...
10:49de Heere uit het midden van haar familie en uit het midden van de gemeente wegnam...
10:52mevrouw Arjaantje Jannetje Thanes Aleman in de leeftijd van 88 jaar...
10:58laatst gewoond hebbend op Dirk Doenseweg 13a.
11:01De Heere gedenken de rouwdragende familie.
11:04En in verband met dit overlijden...
11:07Willen we nu samen eerst zingen uit Psalm 103.
11:10En daar van de versen 8 en 9.
11:13Gelijk het gras is ons kortstondig leven.
11:16Gelijk een bloem die op het veld verheven wel sierlijk pronkt, maar krachtloos is en teer.
11:22En ook het negende, maar zere gunst, zal over die hem vrezen in eeuwigheid altoos dezelfde wezen.
11:298 en 9 van Psalm 103.
11:31[GEZANG]
16:03We stellen ons onder de tucht van de Heilige Wet, des Heren.
16:05En in aansluiting daarop zingen we op Psalm 44.
16:09En daarvan het vierde vers.
16:11Stap ik vol moed ten oorlogen, ik vertrouw niet op mijn stalen bogen.
16:17En wat er verder volgt, dat is ook de hervoorbereiding op het schriftgedeelte dat we samen lezen.
16:22Uit het eerste boek Samuel lezen wij het zeventiende hoofdstuk.
16:26Te beginnen bij vers 38 tot en met vers 54.
16:311 Samuel 17 vers 38 tot en met 54 is de schriftlezing.
16:37Na het zingen van Psalm 44 vers 4 en na het luisteren naar Gods heilige wet.
16:44Toen sprak God al deze woorden zeggende.
16:49Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.
16:58Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
17:02Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken van hetgeen boven in de hemel is, nog van hetgeen onder op de aarde is, nog van hetgeen in de wateren
17:14onder de aarde is.
17:17Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.
17:20Want ik, de Heere, uw God, ben een ijverig God.
17:26Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.
17:33En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.
17:40Gij zult de naam des heren uus gods niet eidelijk gebruiken.
17:44Want de heren zal niet onschuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.
17:51Gedenk de Sabbatdag dat gij die heiligt.
17:54Zes dagen zult ge arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
18:01Dan zult gij geen werk doen.
18:05Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
18:14Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is.
18:20En hij rustte ten zevende dagen.
18:23Daarom zegenen de heren de Sabbatdag en heiligen dezelfde.
18:28Eerd uw vader en uw moeder opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de heren uw God geeft.
18:36Gij zult niet doodslaan.
18:38Gij zult niet echt breken.
18:41Gij zult niet stelen.
18:43Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
18:48Gij zult niet begeren uw naaste huis.
18:51Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.
18:54Nog zijn dienstkrecht, nog zijn dienstmaag, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw snaasten is.
19:01In
19:02[GEZANG]
21:26Samuel 17, te beginnen bij vers 38.
21:31En Saul kleedde David met zijn klederen en zette een koperen helm op zijn hoofd en hij kleedde hem met een pansier.
21:40En David gordde zijn zwaard aan over zijn klederen en wilde gaan, want hij had het nooit verzocht.
21:48Toen zeide David tot Saul.
21:50Ik kan in deze niet gaan, want ik heb het nooit verzocht.
21:54En David legde ze van zich.
21:57En hij nam zijn staf in zijn hand.
21:59En hij koos zich vijf gladde stenen uit de beek en legde ze in de herderstas die hij had te weten in de zak.
22:05En zijn slinger was in zijn hand.
22:07Al zo naderde hij tot de Filistijn.
22:10De Filistijn ging ook heen, gaande en naderende tot David.
22:14En zijn schildrager ging voor zijn aangezicht.
22:18Toen de Filistijn opzag en David zag, zo veracht hij hem, want
22:23er was een jongeling, roodachtig, met schade schoon van aanzien.
22:27De Filistijn, u zeide tot David, ben ik een hond, dat gij tot mij komt met stokken.
22:34De Filistijn vloekte David bij zijn goden.
22:38Daarna zeide de Filistijn tot David, kom tot mij, zo zal ik uw vlees aan de vogelen des hemels geven en de dieren des velds.
22:47David daarentegen zeide door de Filistijn,
22:50Gij komt tot mij met een zwaard en met een spies en met een schild.
22:56Maar ik kom tot u in de naam des Heren, der Heerscharen, de God der slaghoorden Israëls, dien gij gehoond hebt.
23:04Te deze dagen zal de Heere u besluiten in mijn hand.
23:08En ik zal u slaan en ik zal uw hoofd van u wegnemen.
23:11En ik zal de dode lichamen van dat Filistijn leger deze dag aan de vogelen des hemels en aan de beesten van het veld geven.
23:19En de ganse aarde zal weten dat Israël een God heeft.
23:23En deze ganse vergadering zal weten dat de heren niet door het zwaard.
23:28Nog door de spies verlost.
23:30Want de krijg is des heren.
23:33Die zal uw lieden in onze hand geven.
23:36En het geschieden toen de Filistijn zich opmaakte en heen ging.
23:39En David tegemoet naderde.
23:41Zo haaste David en liep naar de slaghoorden toe.
23:44De Filistijn tegemoet.
23:46En David nam straks zijn hand in de tas en hij nam een steen en daaruit en hij slingerde.
23:52En trof de Filistijn in zijn voorhoofd, zodat de steen zonk in zijn voorhoofd en hij viel op zijn aangezicht ter aarde.
24:00Al zo overweldigde David de Filistijn met een slinger en met een steen.
24:05En hij versloeg de Filistijn en doodde hem.
24:08Doch David had geen zwaard in de hand.
24:12Daarom liep David...
24:13En stond op de Filistijn en hij nam zijn zwaard en hij trok het uit zijn scheden en hij doodde hem.
24:19En hij huw hem het hoofd daarmee af.
24:22Toen de Filistijnen zagen dat hun geweldigste dood was, zo vluchten zij.
24:28Toen maakten zich de mannen van Israël en Juda op en juichten en vervolgden de Filistijnen tot waar men komt aan de vallei en tot aan de poorten van Ekron.
24:37En de verwonden der Filistijnen vielen op de weg van Saarim en tot aan Gad en tot aan Ekron.
24:43Daarna keerden de kinderen Israëls om van het hittig najagen der Filistijnen en zij beroofden hun legers.
24:50Daarna nam David het hoofd van de Filistijn en bracht het naar Jeruzalem.
24:54Maar zijn wapens legde hij in zijn tent.
24:58Tot zover.
25:00We willen samen met Gods hulp dit gedeelte gaan overdenken en als kerntekst vers 50 nog eens lezen.
25:071 Samuel 17 vers 50, daar lezen wij Gods woord als volgt.
25:12Al zo overweldigde David de Filistijn met een slinger en met een steen.
25:17En hij versloeg de Filistijn en doodde hem.
25:20Toch David had geen zwaard in de hand.
25:23Voor wij tot de prediking overgaan willen we samen de heren gaan bidden om zijn zegen.
25:28En in de voorbeden willen wij gedenken de rouwdragende familie Thales Aleman.
25:32De rouwdragende familie Akershoek Flikweert.
25:35De familie Voogd en de familie Heiboer.
25:38die in de afgelopen weken aan het geopende graf stonden.
25:42Dankzegging met de familie Nijkamp-Tanus, Oosterweg 16.
25:46Bij Arjan en Mariska is woensdag 8 april een zoon geboren.
25:50Zijn naam is Luc.
25:53Dankzegging met juffrouw Gejonne Grinwis van der Bok.
25:56Zij mocht vrijdag thuiskomen uit het ziekenhuis na een hersenoperatie.
26:01Zoeken wij samen Gods heilige aangezicht.
26:10Almachtige, eeuwige en...
26:14Volzalige God in de hemel.
26:17Aan de morgen van deze rustdag zoeken wij uw aangezicht in ons gemeenschappelijk gebed.
26:25En heren als wij dat woord zoeken gebruiken.
26:30Doe ons dan allemaal beseffen.
26:33Zoals we hier zitten of staan.
26:36Of thuis of elders deze dienst volgen.
26:41Dat het niet vanzelfsprekend is dat wij dat aangezicht ook zullen vinden.
26:47Uw aangezicht, zoals de schrift dat zegt, in gunst tot ons gewend.
26:53Uw vriendelijk aangezicht, dat vrolijkheid en licht verspreidt.
26:59Want heren, wij als mensen hebben u op het hoogst misdaan.
27:04Wij zijn van het heilspoor afgegaan.
27:06Wij en onze vaderen tevens, wij vergramden u.
27:09De God des levens die zoveel wonderen had verricht.
27:13En nu is uw aangezicht niet in gunst tot ons gewend.
27:18Maar staat het vanwege onze zonde toornig?
27:22Is het donker vanwege uw gramschap?
27:26En is het dus niet vanzelfsprekend dat als wij u, de heren, om uw zegen bidden, dat gij ons ook die zegen zou willen schenken?
27:36Het is, zoals we dat gewoon zijn te zeggen, een verbeurde, een verzondigde zegen.
27:44Maar dat zijn woorden die soms al te makkelijk van onze lippen komen, heren.
27:49En daarom smeek wij u om de beleving daarvan.
27:53En of dat gij uw heilige geest wilt geven.
27:56Zodat die geest ons voor het eerst of ook weer opnieuw.
28:00Wil overtuigen van onze totale onwaardigheid.
28:07Vanwege die zonde die ons aankleeft.
28:10En elke dag weer in bedrijf, in een latigheid ons leven kenmerkt.
28:16Waarom wij u duizend en meer redenen geven om uw aangezicht af te wenden en nooit meer aan ons om te zien.
28:25Maar heren, u heeft het u in uw welbehagen goed gedacht.
28:29Om uw gemeente tot het eeuwige leven te vergaderen.
28:34Om ze uit die wereld te trekken.
28:36Uit de zonde te roepen.
28:38Uit de duisternis tot uw wonderbaar licht te brengen.
28:41En daardoor hebt gij uw lieve zoon, de heer Jezus Christus, gegeven.
28:46En eer dat gij de zonde ongestraft liet blijven.
28:49Heb jij de zonde aan uw lieve zoon gestraft.
28:53En mag hij getooid zijn met de naam.
28:56Het lam gods dat de zonde der wereld wegdraagt.
29:00En als we nu hier zijn in uw huis.
29:04Die wereld zijn.
29:07En we zijn het allemaal van nature heren.
29:10De wereld waarin wij leven die leeft ook in ons hart.
29:13En die komt er bij tijden ook uit.
29:17Maar maak het ons in de beleving.
29:19Opdat het zo'n groot wonder wordt.
29:22Dat gij al zo lief de wereld hebt gehad.
29:26Dat gij uw enige geboren zoon gegeven hebt.
29:29Opdat een iegelijk die in hem gelooft niet zal verderven maar zal leven.
29:35Als we dat dan werkelijk zijn in de beleving.
29:38Wereld en werelds.
29:42Aardsgezind en wereldsgezind.
29:45En dat er in ons geen kracht is tegen die grote menigte die tegen ons opstaat.
29:50Daar is de macht van ons eigen vlees, dat zich nooit aan de wet van God zal onderwerpen.
29:57Er is de macht van de wereld en van de zonde.
30:02Er is de macht van de boze, die met zijn geestelijke boosheden als een briezende leeuw rondgaat en zoekt wie hij zou mogen verslinden.
30:11Heren, doe ons die machten en die krachten verstaan.
30:14En dat wij werkelijk geen enkele mogelijkheid hebben om die machten ook maar een moment te overwinnen.
30:21Maar doe ons daarom zien.
30:23Op die grote zoon van David die gekomen is in de vernedering.
30:29En die veracht was en de onwaardigste onder de mensen.
30:33Maar juist in die weg van verachting en onwaardigheid.
30:36In zijn weg van lijden en kruis.
30:39Die machten van de hel en van de dood en van de zonde heeft overwonnen.
30:45En nu zijn we in zijn naam bijeen.
30:47In de naam van de heer Jezus Christus.
30:49En het mag de dag zijn van zijn wederopstanding.
30:53En u mag er gezegd worden dat de dood verslonden is tot overwinning.
30:58En dat die machtige reuzen waar wij niet tegen opgewassen zijn, geveld zijn.
31:04Heren, doe ons dat verstaan.
31:05En geef dat wij zo voor het eerst of opnieuw in onszelf werelds verdorven, verdoemelijk zijn voor uw aangezicht.
31:15Opdat wij zo die grote, die enige naam onder de hemel gegeven tot zaligheid mogen gaan aanroepen.
31:23Dat we uit hem en door hem mogen gaan leven.
31:26En tot u mogen gaan leren leven.
31:29Wilt u wat onbekeerd is, krachtig in het hart grijpen.
31:34Wilt u wat bekommerd is over de zonde, de weg wijzen en onderwijzen.
31:40En wilt u wat u hebt gewrocht ook versterken.
31:43In het allerheiligste geloof, in die ene naam onder de hemel.
31:47Heren, zie ze op ons in gunst van boven.
31:50En dank voor alles wat u tot hiertoe schonk.
31:52Aan kracht, aan gezondheid.
31:54Zoveel dat we hier kunnen zijn.
31:56Wilt u het zo maken, heren.
31:59Dat wij aan deze plaats uw stem mogen horen.
32:02Dat alles weg mag vallen.
32:04Wat ons kan schaden of kan hinderen.
32:08Dat onze gedachten beslag leggen onder uw woord.
32:11En geven dat alle beslommeringen voor een moment mogen verdwijnen.
32:15Want ze zijn er, heren.
32:18...vanochtend de kerk binnengekomen zijn met rouw en met verdriet.
32:23We gedenken de families Thanes, Aleman, Akerzoek, Flikweert, Voogd en Heiboer.
32:30Ze werden geconfronteerd met het verlies van een geliefde.
32:35U zijn die omstandigheden volmaakt bekend, heren.
32:38De
32:41leeftijden waren ook verschillend.
32:43De omstandigheden waren verschillend.
32:46Maar elk heeft zo zijn eigen verlies geleden.
32:51Aleman, u weet van die omstandigheden.
32:54De vrouw van de oudkoster.
32:57Gedenk ze, heren.
32:59Wilt u ze nabij zijn, even als de familie Akershoek en Flikweert.
33:05Voor onze besef was het zo jong nog.
33:09En we gedenken zijn achterblijvende vrouwen en kinderen.
33:12De moeder en schoonouders.
33:14Broers en zussen, zwagers en schoonzussen.
33:17Weet u ook zijn met de familie Voogd.
33:21Achterblijvende broer en zuster en verder familie.
33:24Rouddragende familie Heiboer.
33:25Ook een achterblijvende vrouw en kinderen en kleinkinderen.
33:28Heren, wilt u ze allen in uw genade aanzien.
33:32En in die lege plaats woorden van genade en van vertroosting spreken.
33:37En wilt u heren roepstemmen die in het midden van de gemeente uitgaan.
33:41Toch van kracht voorzien.
33:44Want we zouden er zomaar aan gewend kunnen raken dat er elke keer weer...
33:49de rauwklacht van de dood gehoord wordt.
33:51Maar heren, geef dat het toch ons mag bekendmaken...
33:55dat ook wij mensen zijn die ook deze strijd eenmaal zullen verliezen.
34:01Want wie leeft er die de slaap des doods niet eens zal slapen?
34:05En bereid ons zo voor, heren, op de ontmoeting met u.
34:09Wij doen dankzegging, heren, met de familie Nijkamtanus.
34:12Bij Arjan en Mariska is een zoon geboren.
34:15U hebt hem...
34:17Gezond en wel het leven doen zien.
34:19Mariska mag door de bevalling heen komen.
34:22En wilt u de kleine Luc voor uw rekening nemen.
34:25Niet alleen voor het tijdelijke.
34:27Maar bovenal voor het eeuwige leven.
34:30En dat hij niet alleen voor het eerst geboren zal worden.
34:33Maar dat hij ook die nieuwe geboorte.
34:35De wedergeboorte zou ik mogen ontvangen.
34:38Wilt u Mariska nieuwe krachten geven.
34:40En dit jonge gezin in uw genade aanzien.
34:44We danken u ook voor juffrouw Gionne Grimwis van den Bok, die mocht thuiskomen na een hersenoperatie.
34:50Ze moet nog wachten op de uitslagen van de scan.
34:53Wilt u, heren, ook daarin in uw genade voorzien.
34:58Ook de kinderen die bij haar in de klas zitten, die daar ook het een en ander van meekrijgen.
35:02Heren, laat deze weg voor haar en ook voor de kinderen tot een eeuwige zegen mogen zijn.
35:08We bidden u, heren, voor ernstig zieken, langdurig zieken, chronisch.
35:14Psychisch of lichamelijk.
35:15Zie op hen in gunst van boven.
35:18Wees hen genadig.
35:19We bidden u voor hen die verschillende kruisen hebben te dragen.
35:24Het kruis van de kinderloosheid.
35:26Het kruis van het alleen gaan.
35:28Het kruis van allerlei soorten waar misschien heel veel mensen niet van af weten.
35:35Een andere geaardheid.
35:36De worsteling daarmee.
35:37Een identiteit waarmee men moeilijk heeft.
35:42Heren, zie op hen in uw genade neer.
35:46We bidden u heren voor het geheel van de gemeente.
35:49Voor vaders en moeders met hun kinderen.
35:51Ook voor de nog ongeboren kinderen bidden wij u.
35:54Wilt u in uw genade uw vleugelen over hen uitbreiden.
35:58En de verwachting toch ook vervullen met blijdschap.
36:04We bidden u heren voor de zondagsschool.
36:07Gedenkt u ze ook als ze na de dienst bijeenkomen.
36:14...eenvoudige vertellingen aan hun harten geheiligd mogen worden.
36:18Zie zo op het geheel van de gemeente, heren.
36:20In voor- en tegenspoed.
36:23In gezondheid en ziekte.
36:26In alle geestelijke onderscheidingen die er zijn...
36:28...die u volmaakt bekend zijn.
36:30En laat er zo een woord voor ons allebei mogen zijn.
36:33Ook voor de kinderen in de kerk.
36:35Een bekende geschiedenis.
36:36Heren, laten er toch ook weer lessen geleerd mogen worden...
36:40...uit dit gedeelte die...
36:43De eeuwigheid zullen verduren.
36:45Wij vragen het u.
36:47Niet omdat wij er iets van zouden verdienen heren.
36:50En doe het ons beseffen.
36:52Maar wilt u in uw genade op ons neerzien.
36:55Omwille van hem die gij altijd hoort.
36:57Bind de boze dat hij ons niet kan zullen.
37:01Zal kunnen hinderen ook in de verkondiging van uw woord.
37:04En hoor ons gebed om Jezus wil.
37:07Amen.
37:11Gemeente namens de kerkraad zijn er nog een aantal mededelingen.
37:16Dinsdagavond is er een toeristingsavond voor zorgmedewerkers rondom het thema Wie ben ik aan het bed?
37:23Aanvang half acht in de Ebenen-Ezer.
37:25Voor meer informatie verwijzen we naar de Scipio-app.
37:29In verband met een condolianse in Ebenen-Ezer gaat de vrijwilligersavond van donderdag 16 april niet door.
37:35Deze wordt verplaatst naar donderdag 21 mei.
37:38Ook hierbij verwijzen we u naar de Scipio-app.
37:43Afgelopen vrijdagavond was de afsluiting van het verenigingswerk.
37:46Alle verenigingen en acties hebben dit seizoen voor Stichting Ontmoeting geld ingezameld.
37:51Met dankbaarheid aan de heren mocht dit een bedrag van ruim 16.000 euro opbrengen.
37:56En dit bedrag is bestemd voor het inloophuis in Schiedam.
38:00Voor de genoemde voornemens geldt, zo de heren wil en wij het mogen beleven.
38:05De collecten nu zijn bestemd voor de bibliotheek Ebena Ezer.
38:09De tweede voor de kerk Voogdij.
38:10En de derde voor de aflossing Kerk.
38:12En de collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.
38:16De heren zegen u met uw gaven.
38:18Wij gaan nu ter inleiding op de prediking met elkaar zingen uit Psalm 20.
38:23En daarvan de versen 3, 4 en 5.
38:28Dan zal het gejuicht en hemel dringen.
38:30Dan zullen wij Gods eer bij opgestoken vaandels zingen.
38:34Het vierde op wagensparen en op helden zij onze vijand stout.
38:39Wij zullen de eer en grootheid melden van God die ons behoudt.
38:43En het vijfde behoudt, o heren, wil bijstand zenden.
38:463, 4 en 5 van psalm 20.
38:50Aan
38:50[GEZANG]
45:27het einde van de prediking na het amen.
45:30Dan zingen wij op psalm 68 het 11e vers.
45:33Gewis hoe hoog de nood mag gaan.
45:36God zal zijn vijands kop verslaan.
45:39En wat er verder volgt uit het 11e vers van psalm 68.
45:43Wat we na de prediking met elkaar zingen.
45:48Gemeente, jongens en meisjes.
45:52David en Goliath.
45:57Het is denk ik een van de meest bekende geschiedenissen uit het Oude Testament.
46:01Die je al gelezen hebt en gehoord hebt toen je nog maar klein was.
46:06Uit de kinderbijbel hebt voor, horen lezen, op school horen vertellen.
46:12Het is ook in de wereld een heel bekende metafoor.
46:15Een heel bekend voorbeeld.
46:17David en Goliath.
46:19Op allerhande manieren wordt die metafoor gebruikt om...
46:24een ongelijke strijd en een ongedachte overwinning te beschrijven.
46:31De
46:32underdog, schijnbaar kansloos tegen een onoverwinnelijke vijand...
46:39en die dan toch de overwinning haalt.
46:42Allerlei vergelijkingen zijn er gemaakt, ook in de geschiedenis.
46:47Bijvoorbeeld toen het volk, het land Israël, in de jaren zestig aangevallen werd.
46:54Door al die Arabische landen.
46:56U kent die oorlogen wel van Israël.
46:58De Tiendaagse of de Yom Kippur oorlog.
47:03En hoe Israël tegen alle verwachtingen in toch al die Arabische landen heeft verslagen.
47:10Dan werd wel die vergelijking gemaakt tussen David en Goliath.
47:17Ook in de wereld, ook in de sportwereld wordt het wel gedaan.
47:21Als een heel klein voetbalclubje wint van een mega groot voetbalelftal.
47:27Dan wordt het ook wel vergeleken met David en Goliath.
47:31Profaan natuurlijk, onterecht.
47:32Maar u voelt wel, dit is zo'n beetje het beeld wat er heerst over de vergelijking tussen David en Goliath.
47:40Als je die twee met elkaar vergelijkt.
47:44Goliath, jongens en meisjes.
47:46Hij wordt heel gedetailleerd beschreven in dit gedeelte.
47:51Hoe lang hij was.
47:53Twee meter tachtig, sommigen zeggen nog langer.
47:55Hij kon niet eens in de gewone woonkamer overeind staan.
48:00Zwaar, bewapend, een helm, een panzer wat alleen al tachtig kilo woog.
48:08Een werpspies zo lang als een vlaggenmas.
48:12De punt van die speer woog alleen al tien kilo.
48:17Wat moet die man verschrikkelijk sterk zijn geweest.
48:21En hij had een schild bij zich.
48:24En een enorm zwaard.
48:26Je zou hem bijna een wandelende tank noemen.
48:31Onoverwinnelijk.
48:33En dan daartegenover David.
48:36Hij wordt ons beschreven, ook in dit gedeelte met een aantal details, een jongetje nog.
48:42Roodachtig, met schade schoon van aanzien.
48:45Om daarmee te benadrukken, dit was absoluut geen soldaat.
48:50Goliath geoefend, gehard in de strijd.
48:53En David, een schaapheddertje.
48:57Met alleen maar een slingertje en een steentje.
49:03Ja, zo lijkt het.
49:07Zo lijkt het.
49:10Een underdog.
49:12Een klein, nietig mannetje tegenover een onoverwinnelijke reus.
49:21Maar was dit wel de verhouding zoals de Bijbel ons dat tekent?
49:29Is het wel die kleine David met alleen maar zijn slinger en zijn steen?
49:35Tegenover die grote reus.
49:38Met zijn spies.
49:40Is het een panzer?
49:42Is het een schild?
49:47Of liggen de dingen anders?
49:49We gaan er samen met Gods hulp naar luisteren.
49:52Die confrontatie tussen David en Goliath aan de hand van drie gedachten.
49:57We letten op de wapens.
50:00We letten op de strijd.
50:03En op de overwinning.
50:05De confrontatie tussen David en Goliath.
50:08De wapens.
50:10De strijd.
50:12En de overwinning.
50:15De geschiedenisgemeente is dermate bekend dat ik wat hieraan vooraf ging niet heel omstandig hoef uit te leggen.
50:23De twee legers van Israël en de Filistijnen die hebben elkaar gevonden in het Eikendal.
50:32Beiden op een heuvelrug en daartussenin lag dat dal.
50:35Daar moest eigenlijk de strijd plaatsvinden maar geen van beide legers durfde kennelijk de eerste stap te zetten.
50:47kwamen de Filistijnen met een voorstel.
50:50En ze zeiden,
50:52laten wij twee soldaten uit elk leger één...
50:57laten wij twee soldaten dit duel laten uitvechten.
51:02En de soldaat die dat wint...
51:04die
51:07zal tegelijkertijd de strijd beslissen tussen onze legers.
51:13Dan zal het andere leger dus overwonnen zijn.
51:16En dat had natuurlijk als voordeel dat heel veel bloedvergieten werd voorkomen.
51:24De Filistijnen sturen zo'n soldaat.
51:29En we lezen van hem in het vierde vers van dit hoofdstuk.
51:33Hij wordt daar beschreven.
51:38Een kampvechter.
51:40Zijn naam was Goliath van Gad.
51:42Zijn hoogte was zes ellen en een span.
51:45Het wordt ons allemaal tot in detail beschreven...
51:47om des te duidelijker te laten voelen wat hier nou aan de hand is.
51:53Die ongelijkheid tussen...
51:56Die machtige, onoverwinnelijke soldaat, geoefend in de strijd.
52:00En dan die kleine David, die straks de strijd met deze reus aanbindt.
52:06Goliath, een reus.
52:10Niet omdat hij een groeistoornis had.
52:14Dat gebeurt ook, dat er mensen zijn die hebben een groeistoornis.
52:17Die groeien uit tot een lengte inderdaad van twee meter nog wat.
52:24Maar deze Goliath had geen groeistoornis.
52:27Nee, hij was een afstammeling van de Enakieten.
52:31De Enakieten die komen we tegen in de tijd dat Israël uit Egypte was gegaan.
52:38En door de woestijn heen naar het beloofde land reisde.
52:41En toen ze die twaalf verspieders uitzonden in het land.
52:45Toen kwamen die verspieders terug en toen zeiden ze er leven hier reuzen.
52:50Kinderen van Enak.
52:53Allemaal van die mannen die...
52:56Langer waren dan de gemiddelde mens toen.
53:02Maar ook met Gods hulp heeft Jozua, het leger van Jozua, ook deze enakieten verslagen.
53:09En we lezen ervan in Jozua 11.
53:13En toen zijn die overlevende enakieten, die paar reuzen die er nog over waren, die zijn gevlucht naar Gad.
53:21Naar het land van de Filistijnen.
53:23En daar hoorde ook deze Goliath als een afstammeling van die enakieten bij.
53:29Hij en nog een aantal andere broers worden verderop in het Oude Testament ook nog beschreven als reuzen.
53:35Hij had er nog vier of vijf.
53:38En die kwamen dus terecht daar in Gad.
53:41Goliath, zijn naam betekent ook eigenlijk zoiets als banneling of vluchteling.
53:48En dan wordt ons dus heel gedetailleerd beschreven hoe die man eruit zag.
53:51Wat voor wapens dat hij droeg.
53:55Hoe hij geoefend was in de strijd.
53:59Deze man boezemde zoveel angst in dat geen van de Israëliten de strijd met deze reus aandurfde.
54:09Eigenlijk was Saul hiervoor de aangewezen persoon.
54:14Want ook Saul was een reus.
54:16Zo wordt hij ons ook beschreven in het boek Samuel.
54:19Van zijn schouders opwaarts en hoger torende
54:24hij boven heel het volk uit.
54:27Saul, een geoefende soldaat.
54:30Maar hij durfde niet.
54:32Hij bestierf het als
54:35hij naar die reus Goliath keek.
54:37Zijn leger aanvoerde Abner eveneens.
54:40Geen kracht, geen moed.
54:42En zelfs de godvrezende Jonathan, die toch ook gehard was in de strijd.
54:49De moed zonk in zijn schoenen.
54:51Hij had geen geloof om die reus te bestrijden.
54:56En zo lagen die legers daar al dagen.
55:00En elke dag kwam deze Goliath uit het kamp van de Filistijnen naar het leger van Israël toe in het Eikendal.
55:06En hij bralde en hij brulde.
55:11Hij vloekte de God van Israël.
55:15Hij beleedde de legers van de God van Israël.
55:20En dat deed hij veertig dagen lang.
55:24S'morgens en
55:27s'avonds.
55:29Twee keer per dag stond die reus daar te schreeuwen en te vloeken en te tieren.
55:36En niemand kwam in beweging.
55:39Iedereen was bang.
55:42En we begrijpen het.
55:45En gemeente, nou is dit natuurlijk niet alleen maar een stukje geschiedenis.
55:49Het leest natuurlijk als een spannend verhaal, jongens en meisjes.
55:53Dit is gewoon een jongensboek.
55:57Maar dit is natuurlijk geen gewone geschiedenis.
56:01God schrijft de geschiedenis.
56:04Dat doet hij altijd.
56:06Gods hand is in heel de wereld geschiedenis.
56:09Maar dit is ook...
56:12God is bezig het heil te beschrijven zoals hij dat in de wereld zal gaan inbrengen.
56:20Door zijn grote zoon, de grote zoon van David.
56:24Die de machten van de hel en van de dood, de machten van de zonde en de gevolgen daarvan gaat bestrijden.
56:33En we zien hier in deze strijd ook de strijd tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad zoals dat al beschreven is in het boek Genesis.
56:42We zien hier de geestelijke strijd tussen de boosheden in de lucht en het koninkrijk der hemelen.
56:50En dan zijn er allerlei soorten van toepassingen waarbij ik niet al te lang stil zal staan toch te maken.
56:57Reuzen.
56:58Ze zijn er ook in ons leven, toch?
57:01Die levensgroot voor ons opdoemen.
57:05Waartegen wij niet bestand zijn.
57:09Reuzen in het dagelijkse leven.
57:13Ik hoef bijvoorbeeld maar de reus van de rouw.
57:17Als
57:20we een geliefde zijn kwijtgeraakt.
57:22En ook hier hebben de afgelopen week gemeenteleden en families aan het geopende graf gestaan.
57:29En opnieuw moest de mare van de dood worden bekendgemaakt.
57:34Het
57:36leven is een damp.
57:37De dood wenkt ieder uur.
57:39Wie leeft er die de slaap van de dood niet eens zal slapen?
57:43Wat een machtige reus, wat een vijand is dat.
57:48Als we bij het graf staan van iemand die ons zo lief was.
57:51En die we niet kunnen missen.
57:53Wat kan het?
57:55Een onoverwinnelijke macht zijn.
57:59Waar we niet doorheen zien.
58:00Waar we niet overheen kunnen kijken.
58:06De reus van allerlei ziekten en zorgen.
58:09Waar we mee te strijden hebben.
58:12U kunt wel allerlei soorten van toepassingen maken.
58:14In je dagelijks en je persoonlijke leven.
58:20Die als een macht bovenop je liggen.
58:22Die je schouders naar beneden drukken.
58:24Die je hoofd somber doet zijn.
58:25Die je angstig maken.
58:30In dat opzicht zijn er ook geestelijke reuzen te noemen.
58:36Wat denk je van de reus van je eigen ik?
58:39Dat
58:42ongeestelijke ik.
58:44Dat
58:45ongelovige ik.
58:48Dat onbekeerde, dat onbekeerlijke ik.
58:51Waar Paulus over klaagde, Romeinen 7.
58:54Dat was een reus voor hem.
58:58Ik ben vleeslijk.
59:00Ik ben verkocht onder de zonde.
59:04Het vlees dat onderwerpt zich de wet gods nooit, dat kan het ook niet.
59:12En zeker die mensen die daarmee in aanraking zijn gekomen.
59:14Die door gods vinger zijn aangeraakt.
59:17Die inderdaad hun vleeslijkheid als een ellende hebben leren kennen.
59:23En die geprobeerd hebben om die vleeslijke reus te bestrijden.
59:28En die ze er maar niet onder kunnen krijgen.
59:32Ja, misschien met wat discipline lukt het om wat uiterlijke zonden te overwinnen.
59:37Maar dat hart, die
59:40gedachten, dat
59:43vlees dat er in je dromen nog uitkomt.
59:46Waardoor je wel eens met Paulus moet uitroepen, ik ellendig mens.
59:53Nou heb ik toch weer gedaan dat kwaad is in Gods oog.
59:57Wie zal mij toch verlossen van het lichaam van der zonde en des doos, deze Goliath.
1:00:08Hebben we kennis gemaakt gemeente met die reus of
1:00:15de boze.
1:00:17Die als een briezende leeuw wordt getekend.
1:00:19Die rondgaat wie hij zou mogen zoeken te verslinden.
1:00:24In het meervoud wordt er van gesproken geestelijke boosheden in de lucht.
1:00:30Kennen we ze gemeente deze vijanden deze reuzen.
1:00:34Het zou geen besteken zijn als we er geen last van hebben.
1:00:38Maar wie werkelijk door de heilige geest wordt bearbeid die komt er ook mee in aanraking.
1:00:43En die gaat ook al meer beseffen dat je dan als een klein kleutertje staat tegen een kudde razende stieren die tegenover je opkomt.
1:00:51We hebben geen macht en geen kracht tegen die grote menigte.
1:00:59Goliath.
1:01:01Hij is in het leven van Gods volk.
1:01:04De zonde, de wereld, het eigen vlees, de duivel.
1:01:09En we kunnen ervoor sidderen.
1:01:13Vanwege de wonden die ze slaan.
1:01:15Vanwege de overwinningen die ze behalen.
1:01:19Ik zal nog één deze dagen, zegt David later, omkomen in de handen van Saul.
1:01:26Nou deze reus die staat daar dus te brullen, daar in dat eikendal.
1:01:32En niemand beweegt.
1:01:36Totdat de gezalfde des heren in dat dal verschijnt.
1:01:43David, als herdersjongen die door zijn vader Izeïe uitgezonden wordt.
1:01:48Met wat proviant.
1:01:51Naar zijn broers die ook in het leger van koning Saul aanwezig zijn.
1:01:59En het is op dat moment dat David daar verschijnt.
1:02:02Dat opnieuw deze reus ook in dat dal staat te vloeken en staat te tieren.
1:02:07En de naam van God staat te misbruiken.
1:02:11En dan staat er zo ergens in
1:02:15dit gedeelte dat David het hoorde.
1:02:27Vers 23.
1:02:29En David hoorde ze.
1:02:35Dit is het moment,
1:02:37gemeente, dat er iets gaat veranderen.
1:02:41David hoorde die reus.
1:02:45David hoorde de vloeken van deze man.
1:02:49En het staat er niet bij in dit vers, maar de geest van de heren werd vaardig over David.
1:02:57Hij was de gezalfde van Israëls God.
1:03:00In het hoofdstuk hiervoor wordt het beschreven hoe hij door Samuel gezalfd is.
1:03:04En van die dag af rustte de geest des heren op David.
1:03:08En dat gaat hier blijken.
1:03:09Het was tot nu toe onbekend.
1:03:11Alleen zijn broers wisten het.
1:03:12Samuel wist het.
1:03:13Isaïe wist het.
1:03:14Maar verder wist het nog niemand dat David tot koning gezalfd was.
1:03:21Maar nu gaat de heren zijn nieuwe koning als vervanger van Saul openbaren.
1:03:26In deze zo schijnbaar ongelijke strijd.
1:03:31David hoorde het brullen van deze reus.
1:03:36De geest van de heren gaat in zijn binnenste.
1:03:41En dan gaat David spreken.
1:03:45En hij vraagt zich af, laten
1:03:48we dit allemaal zomaar gebeuren dan.
1:03:52Is er dan niemand die tegen deze man opstaat?
1:03:54Hij zegt in vers 25, wie is deze onbesneden Filistijn?
1:04:00Dat hij de slagorde van de levende God zou honen.
1:04:06En uiteindelijk komt deze woorden van...
1:04:09David komt ter oren van koning Saul en hij laat David halen.
1:04:15En hij spreekt met David en David zegt ik zal met die Filistijn gaan strijden.
1:04:22En koning Saul die kijkt dus naar David.
1:04:24David die wordt ons een aantal keren beschreven ook dat hij roodachtig was met schade schoon van aanzien.
1:04:32De bedoeling van de bijbelschrijver zal zijn om dat grote verschil te kenmerken te beschrijven tussen David en tussen Goliath.
1:04:43Een jongetje nog maar.
1:04:44Hij was nog lang geen twintig.
1:04:46En hij stond er in zijn eenvoudige herderskleding.
1:04:49Hij had een tas bij zich en daar zat hij slingeren dan in.
1:04:52Een herdersjongen.
1:04:55Maar geen soldaat.
1:04:57En zeker geen soldaat om het tegen Goliath op te nemen.
1:05:01En zo heeft koning Saul ook naast David zitten kijken.
1:05:04En hij heeft een gesprek met David gehad.
1:05:08En hij heeft hem meewarig aangekeken.
1:05:10En hij zegt, jongen dat...
1:05:12Dat kan je toch nooit.
1:05:13Dat red je toch nooit tegen zo'n wandelende tank.
1:05:17Hoe wil jij dat toch gaan doen?
1:05:20En dan gaat David vertellen.
1:05:22En we kennen die verhalen ook van David.
1:05:24Dat hij zei toen hij met zijn schapen daar in de velden van Evera rondliep.
1:05:30Dat er eens een leeuw kwam.
1:05:33En een andere keer kwam er een beer.
1:05:37En die roofde een lammetje of een schaapje van die kudde.
1:05:42En David was een echte herder.
1:05:46Een huurling die zou gedacht hebben van nou ik.
1:05:49Probeer nog die overblijvende schapen te beschermen.
1:05:51Dat lammetje wat die leeuw gegrepen heeft.
1:05:53Of dat schaap wat die beer in zijn klauwen heeft.
1:05:56Dat is toch ten dode opgeschreven.
1:05:57Het is toch waarschijnlijk al zo gewond.
1:05:59Ik laat het maar.
1:06:00Nee, David ging erachteraan.
1:06:05En hij heeft zowel die leeuw als die beer verslagen.
1:06:09In de kracht van God.
1:06:11Dat beleed hij.
1:06:15Waarmee hij maar wou aangeven.
1:06:19Zou ik dan deze onbesneden Filistijn.
1:06:24Mijn heren en mijn God laten honen.
1:06:27De geest van de heren werd vaardig over David.
1:06:31En Saul
1:06:34is er van onder de indruk.
1:06:37En hij zegt nou goed.
1:06:38Ga dan maar.
1:06:39Maar.
1:06:40En dan zetten ze hun helm af.
1:06:42Dan moet jij mijn helm maar opzetten.
1:06:44En dan moet jij mijn panse maar aantrekken.
1:06:46En dan neem je mijn zwaard mee.
1:06:48En dan ga je zo die strijd met deze Goliath aan.
1:06:54Nou dat tekent natuurlijk ook wel Saul.
1:06:56Ik zal er niet al te lang bij stilstaan gemeente.
1:07:00Dit is typisch Saul.
1:07:03Nou is David hier in de kracht van God aan het spreken.
1:07:08En hij doet een beleidenis van zijn geloof.
1:07:10En Saul
1:07:13die komt toch weer met vleeslijke wapens.
1:07:17Maar dan heeft de bijbelschrijver beschreven.
1:07:20David heeft het even laten gebeuren.
1:07:22Heeft die helm opgezet en heeft dat panzer aangetrokken.
1:07:24En dat zwaard in zijn hand genomen.
1:07:25Maar hij kon er niks mee.
1:07:28Ik heb het nooit verzocht.
1:07:29Zo zegt hij.
1:07:30Hij bedoelt.
1:07:32Ik heb dit nooit gedaan.
1:07:33Ik heb het nog nooit geprobeerd.
1:07:35Ik ben hier totaal niet mee bekend.
1:07:37Ik ben hier niet in geoefend.
1:07:39En
1:07:43jongens en meisjes, ik denk ook wel dat het geweten van David is gaan spreken.
1:07:50Want David heeft zojuist beleidenis van zijn geloof afgelegd.
1:07:54Dat hij in de kracht des heren die leeuw en die beer verslagen heeft.
1:08:00En dat lammetje en dat schaapje uit die klauw en uit die tanden heeft gered.
1:08:06Zou hij dan nu een helm opzetten?
1:08:09Zou hij dan nu een zwaard in zijn hand nemen en een panser aantrekken?
1:08:16Nee, dat kon de God vrezende David niet over zijn hart verkrijgen.
1:08:21Hij zou in de naam des Heren gaan.
1:08:24En daar heeft hij helemaal geen vleeslijke wapens bij nodig.
1:08:30En als we hier even weer een moment stilstaan gemeente.
1:08:32En het gaat dus in dat eerste punt nog steeds over die wapens.
1:08:37Dan zie je dat in de geestelijke strijd en in het koninkrijk van God.
1:08:46vleeslijke wapens gebruikt kunnen en mogen worden.
1:08:51De Heer Jezus heeft dat eigenlijk ook al laten zien.
1:08:53Want ik zei al, het is heilsgeschiedenis.
1:08:56De Heer is bezig om zijn Zoon te openbaren.
1:08:59Wij kunnen de geschiedenis van David nooit helemaal plaatsen...
1:09:02als we hier niet achter de
1:09:06heilsgeschiedenis van de Zoon van God lezen.
1:09:10Uit dit gedeelte reist ook de Christus der schriften op.
1:09:17Het is de grote zoon van David, die hier als een schaduw, als het ware, al bezig is om te komen.
1:09:25David is hier een schaduw, een type van Christus.
1:09:31Een schaduw, jongens en meisjes, jullie weten wat dat is.
1:09:34Als de zon in je rug staat, dan zie je vooruit, je schaduw al, die gaat aan jou vooruit.
1:09:41En je ziet in die schaduw ongeveer wel dat jij het bent, maar nog niet heel helder.
1:09:46Nou, zo is David ook een soort schaduw.
1:09:49Vooraf, vooruit gaat aan de heer Jezus, aan zijn grote zoon.
1:09:54En de heer Jezus heeft natuurlijk ook met verzoekingen en met strijd te maken gekregen.
1:09:58Bijvoorbeeld in de verzoekingen in de woestijn toen de boze, de duivel op hem afkwam.
1:10:04En die proberen hem ook te verleiden tot vleeslijke dingen.
1:10:07Zeg tegen die stenen dat ze brood worden.
1:10:14En de heer Jezus heeft geweigerd.
1:10:17De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord dat uit Gods mond uitgaat.
1:10:25We hebben pas geleden nog het Leidense Evangelie overdacht.
1:10:30Toen grepen de discipelen, toen greep met name Petrus naar een vleeslijk wapen.
1:10:34Hij pakte zijn zwaard en hij sloeg Malchus zijn oor af.
1:10:38En de heer Jezus zegt, steek dat zwaard in de schede.
1:10:42Want wie het zwaard neemt, die zal door het zwaard vergaan.
1:10:45En hij heelde de klap die Petrus uit had gedeeld.
1:10:48En hij maakte Malchus weer gezond.
1:10:51Want de heer Jezus kan geen vleeslijke, geen aardse wapens gebruiken.
1:10:58En gemeente, dat is nog steeds zo.
1:11:02Wij lopen als kerk altijd het gevaar dat
1:11:07we ons aan gaan passen aan de wereld.
1:11:12Heeft de wereld een helm, dan moet de kerk ook een helm hebben.
1:11:17Gebruikt de wereld een panser, dan moet de kerk ook een panser hebben.
1:11:21We zijn zo werelds en aardsgezind van nature dat we ons zo snel onder de indruk laten brengen van al die vleeslijke wapens en die aardse dingen.
1:11:33De wereld die denkt in geld.
1:11:34De wereld die denkt in aantallen.
1:11:37Aan invloed.
1:11:39Dat kan zomaar de kerk binnensluipen.
1:11:44De middelen die de wereld gebruikt om een groot publiek te trekken.
1:11:51Het is de kerk binnengedrongen.
1:11:55En een van de dingen die onze, mijn eigen christelijke gereformeerde kerken natuurlijk uit elkaar hebben gescheurd.
1:12:03Is omdat de wereld intrek genomen heeft in de kerk.
1:12:09En dat er allerlei dingen en allerlei fratsen worden verzonnen om het woord maar een beetje aantrekkelijker te maken met toneel en dans en drama in de kerkdienst.
1:12:18En ik kan me er niks bij voorstellen.
1:12:19Maar het gebeurt.
1:12:25En dan kan het
1:12:27motief misschien wel goed zijn om de wereld te bereiken.
1:12:30Maar je ziet helaas niet dat de kerk de wereld verandert.
1:12:34Maar de wereld verandert de kerk.
1:12:35En
1:12:38daar moet er veel mee gezongen worden.
1:12:42En dan moeten we in de leer bij de cabaretiers en bij weet ik veel wat voor mensen die weten te spreken.
1:12:47En de wereld die heeft natuurlijk zijn amusement.
1:12:49De kerk moet daar tegenop boksen.
1:12:54In mijn opleiding kreeg ik een keer zo'n dag.
1:12:56En toen werd er gezegd tegen ons als studenten.
1:13:00Jullie hebben te concurreren met Paul de Leeuw.
1:13:02En ik weet niet wat voor namen er werden genoemd.
1:13:07Nou dan verliezen we het gemeente.
1:13:12Want de wereld kan veel beter amuseren dan dat de kerk dat kan.
1:13:21En kijk nou maar eens.
1:13:23Een kerkdienst.
1:13:25Jonge mensen, misschien vind je het wel saai.
1:13:30Eén man op de kansel en die is dan anderhalf uur aan het woord.
1:13:34En jij hebt misschien gisteravond wel een spannende film bekeken.
1:13:41We zijn misschien met het amusement van de wereld bezig geweest.
1:13:46En dat trekt ons allemaal aan, ook mij.
1:13:50Maar gemeente, dit soort middelen zijn niet deugdelijk in het Koninkrijk van God.
1:13:58Er is maar één middel dat God heeft aangewezen.
1:14:02En dat is het woord, dat
1:14:06is de naam van de heren.
1:14:09Dat
1:14:10is het enige wapen in de strijd.
1:14:13David en zijn zoon, de heer Jezus Christus, geven het grote voorbeeld in de schrift.
1:14:22Ik kom tot u in de naam des heren, zo zegt David tegen Goliath.
1:14:28De
1:14:31God van de slagorde Israëls die gij gehoond hebt.
1:14:36Het woord moet het doen.
1:14:41En dan gaat het ook om de toepassing daarvan, gemeente.
1:14:45Dat ook vooral, de beleving.
1:14:48Dat dat woord ook persoonlijk doorleefd wordt.
1:14:53En dat we dus niet met een salsharnas in
1:14:57dat opzicht getooid gaan.
1:14:58Dat kan ook.
1:14:59Er zijn ook mensen die hebben woorden gelezen in stichtelijke boeken.
1:15:07Die hebben gezien hoe ons volk zich kleedt.
1:15:10En die gaan getooid met dat kleed en met die woorden.
1:15:16Door het leven.
1:15:18En ze gebruiken woorden die ze nooit zelf hebben doorleefd.
1:15:23En ze spreken na en ze doen na.
1:15:26En ze hebben een gedaante van godzaligheid.
1:15:29Maar de kracht ervan hebben ze verlogen.
1:15:36Geen salshangers.
1:15:38Het gaat om de persoonlijke kennis.
1:15:39De persoonlijke doorleving.
1:15:41En gemeente is altijd gebonden aan de personen en aan de omstandigheden.
1:15:46Een jonge man van twintig.
1:15:48die tot bekering komt, die spreekt niet de taal van een man van 70 of 80.
1:15:58Ook in dat opzicht is ieder mens weer uniek.
1:16:02En zeker, de heren gaan dezelfde weg.
1:16:04Ellende, verlossing en dankbaarheid.
1:16:08Maar we moeten niet verwachten als iemand uit de wereld tot bekering komt...
1:16:11dat hij direct onze taal spreekt.
1:16:15Het kan een salsharnas worden, waarin iemand geperst wordt.
1:16:19Er is maar één wapen in de strijd en dat is het woord van God...
1:16:22en dat is de naam des heren.
1:16:25En zo gaat die strijd beginnen.
1:16:28De strijd daar in het Eikendal.
1:16:31David die staat daar tegenover die reus Goliath.
1:16:35En nogmaals wordt ons precies beschreven hoe dat Goliath eruit zag.
1:16:39En dat David eigenlijk maar een eenvoudige herdersjongen was.
1:16:43Hij staat er met zijn slinger en zijn steen.
1:16:45Overigens moeten we daar ook weer niet klein van denken van zo'n slinger en van zo'n steen.
1:16:51In het boek Richteren wordt ons beschreven in het 20e hoofdstuk dat de Benjaminieten meesters waren in die slinger en in die steen.
1:17:00En die konden bijna een vlieg op 100 meter afstand nauwkeurig raken.
1:17:08En als je zo'n slinger goed gebruikte en heel vaak rondslingerde en je liet hem op het juiste moment los.
1:17:14Dan kon zo'n steentje wel een snelheid van 200 kilometer per uur bereiken.
1:17:22Nou zo gaat David daar.
1:17:24Dat eikendal in.
1:17:26Met die staf.
1:17:28Die slinger.
1:17:30En hij zoekt een paar steentjes uit.
1:17:34En als wij ons proberen in te denken wat daar gebeurde.
1:17:37Dan kun je je voorstellen dat die legers van Israël en van de Filistijnen hun adem inhielden.
1:17:46En ze hielden hun hart vast.
1:17:49Zeker die Israëlieten.
1:17:51Want dit gaat natuurlijk helemaal mis.
1:17:54Hoe kan zo'n jongetje, zo'n herder.
1:17:57Hoe kan die nou...
1:17:59Goliath verslaan.
1:18:06En dat is dus die, waar ik al mee begon, die underdog.
1:18:11Die schijnbaar onoverwinnelijke macht.
1:18:15En dan die
1:18:18kleine David daar tegenover.
1:18:25Goliath voelt dit als een belediging.
1:18:29En hij gaat weer schreeuwen.
1:18:32In vers 43 kunnen we dat lezen.
1:18:36En ik zeg het maar even in mijn eigen woorden.
1:18:40Wie ben jij dan toch wel, klein ventje, dat je mij met een stok...
1:18:44Denkt te kunnen verslaan.
1:18:45Ik zal je doden.
1:18:47Ik zal je aan de roofvogels en aan de roofdieren te eten geven.
1:18:52En Goliath die vloekt hem.
1:18:54In de naam van zijn goden.
1:18:56En hij hoopt op deze manier misschien dan.
1:18:58Dat David daarvan schrikt.
1:19:00En dat hij op de vlucht slaat.
1:19:02Maar David slaat niet op de vlucht.
1:19:05Hij loopt die reus tegemoet.
1:19:10En dan spreekt hij die geloosbeleidenis uit.
1:19:16Gij komt tot mij met een zwaard.
1:19:19En met een spies.
1:19:21En met een schild.
1:19:23Maar ik kom tot u in de naam van de Heren de Heerscharen.
1:19:27De God der slagorden Israëls die gij gehoond hebt.
1:19:36De geest van de Heren was vaardig over David geworden.
1:19:39Dat is wel heel duidelijk.
1:19:43En hij komt in de naam van God.
1:19:47De God van de slagorden.
1:19:49Van de legioenen engelen.
1:19:51De
1:19:53almachtige en de eeuwige God.
1:19:57En als we het zo bezien, gemeente, dan is er ineens helemaal geen sprake van een underdog.
1:20:02Ja, Goliath is de underdog.
1:20:06Goliath is de zwakke.
1:20:10Want wie zal bestaan tegenover de God van hemel en aarde?
1:20:16Zo God voor ons is.
1:20:18Wie zal tegen ons zijn?
1:20:20In dat geloof liep deze jonge knaap die
1:20:25machtige reus tegemoet.
1:20:27En er was geen spoortje van angst in het hart van David te vinden.
1:20:33Hij was vol van de geest des heren, vol van geloof, overtuigd dat God hem
1:20:43de overwinning zou geven.
1:20:46En zo pakte hij zijn slinger en hij was natuurlijk geoefend, de heren gebruikten natuurlijk middelen.
1:20:54De heren werken niet in ons als in stokken en blokken, zo zegt de Duitse geloofsbeleidenis.
1:21:00We
1:21:02worden wel geroepen om te werken, onze zaligheid te werken met vrezen en beven.
1:21:07En ons te oefenen in de dingen van het koninkrijk der hemelen.
1:21:10Zo is David ook geoefend geweest.
1:21:13En dan heeft hij slinger gebruikt.
1:21:15Daar in de velden van Efratas.
1:21:17En zo'n schaapje afdwaalde.
1:21:19En dan slingerde hij een steentje vlakbij zo'n schaap.
1:21:23En dat schrok dan van dat steentje in de grond.
1:21:26En dat vluchtte weer terug naar de kudde.
1:21:28En als het echt heel hardstarrig was in eigen wijs.
1:21:30Dan remikte David precies dat steentje tegen de wacht van dat schaap aan.
1:21:36Ja, David kon dat wel.
1:21:41Maar het is vooral God geweest die
1:21:44dat steentje bestuurde.
1:21:46En dan kwam het allemaal 200 kilometer per uur in het hoofd van Goliath.
1:21:52Maar het is God geweest die dit steentje gebruikt heeft.
1:21:57En met een grote klap
1:22:00viel deze schijnbaar onoverwinnelijke reus op de grond.
1:22:08In de naam des Heren.
1:22:12Nader toegespitst de naam van de Heer Jezus Christus.
1:22:18De enige naam onder de hemel gegeven tot zaligheid.
1:22:25En deze naamgemeente is ons geopenbaard.
1:22:28Gij zult zijn naam heten Jezus.
1:22:33Want hij zal zijn volk zalig maken van hun zonden.
1:22:38En wie is dat volk?
1:22:40Wie behoren daartoe?
1:22:42En hoe kunt u herkennen dat u tot dat volk behoort?
1:22:46Nou
1:22:49niet om nieuwsgierig te gaan graven in de verborgen dingen.
1:22:53In de uitverkiezing en in het welbehagen.
1:22:59Die zijn voor de Heer onze God.
1:23:01Zo zegt Mozes.
1:23:02Maar de geopenbaarde dingen.
1:23:04Die zijn voor ons en onze kinderen.
1:23:05En hoe is dat dan gebeurd?
1:23:07De Heer Jezus heeft zichzelf geopenbaard.
1:23:10En heeft gezegd.
1:23:10De Zoon des Mensen is gekomen.
1:23:13Om te zoeken.
1:23:14En zalig te maken.
1:23:17Dat verloren is.
1:23:23Dat verloren is.
1:23:28Die naam is geopenbaard.
1:23:32Ik ben gekomen om te roepen.
1:23:34Zondaren tot bekering.
1:23:40En daarom heeft God deze naam geopenbaard.
1:23:42Deze naam aan zijn zoon gegeven.
1:23:46Jehoshua.
1:23:48Jehovah.
1:23:49Maakt zalig.
1:23:51Maakt zondaren zalig.
1:23:54Op dat zondaren.
1:23:56Wie ze ook zijn.
1:23:58En wat ze ook gedaan hebben.
1:24:00En hoe lang en hoe zwaar ze ook zijn wetten hebben geschonden.
1:24:05Hoop zouden hebben.
1:24:07Dat in de naam van de heer Jezus Christus.
1:24:10In het aanroepen van zijn naam.
1:24:13Die schijnbaar onoverwinnelijke machten en krachten van de zonde.
1:24:17En van de duivel en van de wereld
1:24:21overwonnen zouden worden.
1:24:23Niet in eigen kracht.
1:24:27Maar in het aanroepen van de naam des Heer.
1:24:31Want deze heilige zoon van David.
1:24:34Die heeft net als wat David hier in dit gedeelte gedaan heeft.
1:24:39De naam van God drieënig
1:24:43hoog gehouden.
1:24:46David, hij nam het niet op voor Israël ten diepste.
1:24:49Maar hij nam het allereerst op voor de deugden, voor de naam, voor de eer van God.
1:24:55Daar was het om om te doen.
1:24:58Dat trof zijn hart.
1:25:01Dat de naam van God werd gekrenkt.
1:25:03Dat God werd beledigd.
1:25:08Die God die almachtig is.
1:25:10Die God die rechtvaardig is.
1:25:12Die God die heilig is.
1:25:18Een heilig vuur ontbrandde in David.
1:25:22En hij ging de gekrenkte deugden van God herstellen.
1:25:28Eer geven.
1:25:32Ook zijn barmhartigheid.
1:25:34En zijn genade.
1:25:35Want in het slaan van deze vijand.
1:25:38In het verslaan van deze Goliath.
1:25:44Mocht Israël het leven ontvangen.
1:25:48Dat mag zo samenvallen.
1:25:51Als Gods naam wordt verhoogd.
1:25:55Dan worden zondaren in zichzelf wel vernederd.
1:25:59Maar ontvangen zondaren uit genade.
1:26:02Het leven en de zaligheid.
1:26:07En zo kwam David daar naartoe.
1:26:10Naar die ontzaggelijke reus in de naam des Heren.
1:26:15En hij heeft God verheerlijkt.
1:26:19Christus is gekomen.
1:26:21En hij heeft de naam des Heren verheerlijkt.
1:26:24Ik heb uw naam verheerlijkt op de aarde.
1:26:31Tot aan het kruishoud toe.
1:26:34En zo heeft God aan zijn volk de zegen gegeven.
1:26:41En daar ligt die reus nou.
1:26:44Neergeveld.
1:26:46Ja, door maar één klein steentje.
1:26:49Het eerste schot was al raak.
1:26:53Dodelijk raak.
1:26:54En David gaat op het lichaam van die reus staan.
1:26:57En hij slaapt met één klap.
1:26:59Met zijn eigen zwaard.
1:27:00Het zwaard van Goliath.
1:27:02Het hoofd van deze geweldenaar af.
1:27:08En de Filistijnen die vluchten in angst en ontzetting weg.
1:27:13En Israël behaalt een grote overwinning.
1:27:18Nog drie lessen gemeente voordat we gaan afsluiten.
1:27:21De
1:27:23eerste les wel wat we uit die overwinning kunnen leren.
1:27:26Dat is dat de sterkste enkel ijdelheid is.
1:27:33De
1:27:35sterkste is leeg en nietig en vluchtig.
1:27:42Deze grote reus met zijn vloekende mond.
1:27:46Hier ligt hij.
1:27:51Verslagen.
1:27:52Door die herder.
1:27:53Eén klein steentje.
1:27:55En die vloekende mond, die zwijgt.
1:28:03Zo kwetsbaar is de mens, gemeente.
1:28:06Eén steentje maar.
1:28:08Bestuurd door de hand van de Almachtige.
1:28:12En die grote reus ligt dood op de aarde.
1:28:18Hoe kwetsbaar is een mens.
1:28:22Wij schenen sterk, zo zegt een psalm.
1:28:25Maar ach, wij vliegen heen.
1:28:33Eén klein...
1:28:36Bloedpropje in je hoofd en
1:28:40je bent er niet meer.
1:28:43Eén kleine tumor en
1:28:49je wordt verteerd door die vreselijke ziekte.
1:28:54Eén seconde van onoplettendheid in het verkeer, jonge mensen.
1:29:01En het is eeuwigheid.
1:29:05Houden we daar voldoende rekening mee, gemeente?
1:29:08In het beeld dat de schrift ons van deze onoverwinnelijke, machtige reus geeft.
1:29:15Hoe kwetsbaar hij was.
1:29:17Ondanks zijn helm.
1:29:18En ondanks zijn panzer.
1:29:19En ondanks al die wapens die hij droeg.
1:29:24Ijdelheid.
1:29:26Leeg.
1:29:26En
1:29:31dan moet je voor God verschijnen.
1:29:33Goliath is
1:29:36terwijl hij aan het vloeken en aan het schelden was.
1:29:42Voor de heilige, de almachtige, de rechtvaardige God gedaagd.
1:29:46En
1:29:48tot in alle eeuwigheid is hij daar nu waar wening is en knessing der tanden.
1:29:56Het is de mensen gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel.
1:30:00Wanneer?
1:30:00We weten het niet.
1:30:03Het kan zo zijn dat de aanstaande week ons moment is.
1:30:07Dat dat ene steentje ons gaat raken.
1:30:10Die
1:30:12ene hartslag die we verwijderd zijn van de eeuwigheid.
1:30:20Daarom, zo gij zijn stem dan heden hoort.
1:30:24Geloof toch zijn heil en troostrijk woord.
1:30:27En verhard u niet, maar laat u lijden.
1:30:36Eén steentje.
1:30:37Verwijder van de dood.
1:30:43En hoe gaan wij nou gemeente met deze lessen naar huis.
1:30:51Want wie de heren maar blijft uitdagen.
1:30:55Zoals deze Goliath.
1:30:56Dat kun je natuurlijk een tijd doen jonge mensen.
1:30:59Leven alsof er geen God is.
1:31:01Ouderen leven alsof er geen eeuwigheid is.
1:31:04Maar er komt een moment.
1:31:06Dan zal het duidelijk zijn.
1:31:08Dat er een God is.
1:31:11Heel de wereld zal weten zegt David hier.
1:31:14Dat Israël een God heeft.
1:31:16We komen er allemaal mee in aanraking.
1:31:20Maar weten wij het?
1:31:22Weten wij dat er een God is?
1:31:24Ja, we kunnen het met ons verstand weten.
1:31:25Maar weten wij het met ons hart en de bevindelijke doorleving daarvan?
1:31:30Dat er een God is die leeft.
1:31:34Die heilig is.
1:31:37Die de schuldige geen zins onschuldig zal houden.
1:31:44Is het ons al zo onontkomelijk voor ogen gesteld?
1:31:50Dat het vreselijk is te vallen in de handen van de levende God.
1:31:53Dat we geen rust meer over hebben.
1:31:58Mijn ziel gans neergebogen schrikt voor uw heilige ogen.
1:32:03Dat is wat deze geschiedenis ons wil leren.
1:32:08Omdat wij die ene naam onder de hemel tot zaligheid gegeven zouden gaan leren aanroepen.
1:32:17Vanuit de belofte dat wie de naam des Heren zal aanroepen, die zal zalig worden.
1:32:23Er
1:32:28is maar ene naam.
1:32:30Er is maar één zaligmaker.
1:32:35Alleen in de kracht van de Heer Jezus Christus zullen
1:32:39wij de reuzen in dit leven kunnen verslaan.
1:32:42En zullen wij straks in de dag van de toren van God staande kunnen blijven.
1:32:47In die geestelijke strijd die ons hier ook wordt getekend, is er maar één wapen.
1:32:54De naam des Heren.
1:32:58En alleen zo zullen we de overwinning kunnen behalen.
1:33:01Maar ook zo zullen we hem zeker behalen.
1:33:05Allen die de verschijning van de heer Jezus Christus hebben liefgekregen.
1:33:09Allen die in de weg van de beleving van zonde en schuld het leven buiten zichzelf hebben mogen leren zoeken.
1:33:16Die hebben leren schuilen achter die grote zoon van David.
1:33:21Die in hem hun heil en hun hoogst geluk hebben leren beschouwen.
1:33:26Zij zullen mogen ervaren dat hij de strijd heeft gewonnen.
1:33:31Dat hij zijn volk de zegen geeft.
1:33:35Dat hij de kop van de slang vermorzeld heeft.
1:33:38Daar aan het kruis van Golgotha.
1:33:40En dat hij heeft uitgeroepen het is volbracht.
1:33:44En dan kan die duivel met zijn staart nog flinke klappen uitdelen.
1:33:49Maar zijn kop is vermorzeld.
1:33:51En daar op Golgotha heeft de overwinningsroep geklonken.
1:33:58En in de opstanding van de heer Jezus Christus is bewezen.
1:34:02Dat de dood verslonden is tot overwinning.
1:34:05En nu roept hij het toe.
1:34:08Aan een arm en ellendig volk.
1:34:10Dat net als Paulus heeft leren klagen over zichzelf.
1:34:14Wie zal mij verlossen uit het lichaam der zonden en des doods.
1:34:19Ik leef.
1:34:21En gij zult leven.
1:34:24Amen.
1:34:25Bedankt
1:34:25[GEZANG]
1:38:00zegging en gebed.
1:38:03Genadige en barmhartige heren.
1:38:07Wilt u zelf door uw heilige geest de prediking achtervolgen.
1:38:12Met uw zegen.
1:38:14Opdat er een woord mag vasthaken in ons binnenste.
1:38:18Dat ene steentje dat ook kan treffen.
1:38:22Die pijl uit uw goddelijke boog.
1:38:27Want we zijn allemaal vijanden van nature heren.
1:38:31Vijanden van u en van uw woord en ook van onze eigen zaligheid.
1:38:36Maar wilt u zelf dan zorgen dat er een woord mag treffen.
1:38:40En dat wij u de heren gaan bidden om genade en om uw zegen.
1:38:47Maar ook woorden van troost en van bemoediging.
1:38:49Als wij met die grote vijanden geen raad weten.
1:38:52Als wij onszelf zo zwak van moed en klein van krachten weten.
1:38:57Stof van jongs af.
1:38:59Dat we dan door het geloof.
1:39:01Gewerkt door uw heilige geest.
1:39:03Mogen zien op die ene naam.
1:39:05Onder de hemel gegeven tot zaligheid.
1:39:08In wiens naam kracht ligt.
1:39:11In wiens bloed kracht ligt.
1:39:13Tot verzoening van al onze zonden.
1:39:16Ga met ons mee naar huis.
1:39:18Wees met de kinderen van de zondagsschool.
1:39:20Wees met heel de gemeente.
1:39:21Breng ons ook deze avond weer bijeen.
1:39:23Om dan ook weer naar uw woorden te gaan horen.
1:39:26Geef ons zo een gezegende rustdag.
1:39:29En vergeeft u genadig het verkeerde dat ons heeft aangekleefd.
1:39:33Om Jezus wil.
1:39:34Amen.
1:39:37Psalm 118 vers 5 zingen wij tot slot.
1:39:40Toen ik de heiden aan zag rukken, heb ik in zeer en kracht gestreden.
1:39:45Het vijfde van 118.
1:39:46[GEZANG]
1:42:42Ontvangt met een binnend hart de zegen des Heren.
1:42:46De Heren zegenen u en hij behoeden u.
1:42:50De Heren doen zijn aanschijn aan uw lichten en hij zij u genadig.
1:42:54De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u zijn vrede.
1:43:00Amen.
1:43:01[GEZANG]