HC Zondag 30; Voor wie is het Avondmaal ingesteld

zondag 12 april 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. M.A. Kempeneers · 102 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:25Geliefde gemeente, genade zij u en vrede van hem die is en die was.

10:31En die komen zal.

10:33En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:36En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.

10:40De eerstgeborene uit de doden.

10:42En de overste van alle koningen der aarde.

10:46Amen.

10:48We zingen met elkaar uit Psalm 25.

10:51Het vierde vers.

10:53Als hier een goedheid kent geen palen.

10:55God is recht.

10:57Dus zal hij door onderwijzing hen.

10:59Die dwalen brengen in het rechte spoor.

11:02Het vierde van Psalm 25.

11:04De

11:05[GEZANG]

13:38schriftlezing voor deze avond kunt u vinden in de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Corinthe.

13:43We lezen daaruit het elfde hoofdstuk, de versen 17 tot en met 34.

13:501 Corinthe 11 vers 17 tot en met 34.

13:54In aansluiting daarop zingen wij uit Psalm 119, het 69ste vers.

14:01Gij zijt volmaakt.

14:03Gij zijt rechtvaardig, heren.

14:06En wat er verder volgt.

14:08Daarna doen wij in gemeenschap met de kerk van alle tijden en alle plaatsen beleidenis van het algemeen, ongetwijfeld en christelijk geloof met de woorden van de apostolische geloofsbeleidenis.

14:21Wij lezen dus 1 Korinthe 11 vers 17 tot en met 34, zingen de naapzalm 119 vers 69 en doen beleidenis des geloofs.

14:37Dit nu, hetgeen ik u aanzeg, prijs ik niet.

14:41Namelijk dat gij niet tot beter, maar tot erger samenkomt.

14:46Want eerstelijk, als gij samenkomt in de gemeente, zo hoor ik dat er scheuringen zijn onder u.

14:52En ik geloof het ten dele.

14:55Want er moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat degenen die oprecht zijn, openbaar mogen worden onder u.

15:02Als gij dan bijeen samenkomt, dat is niet als heer een avondmaal eten.

15:07Want in het eten neemt een iegelijk tevoren zijn eigen avondmaal.

15:11En deze is hongerig en de andere is dronken.

15:15Hebt gij dan geen huizen om daar te eten en te drinken?

15:18Of veracht gij de gemeente gods en beschaamt gij degene die niet hebben?

15:24Wat zal ik u zeggen?

15:25Zal ik u prijzen?

15:27In deze prijs ik u niet.

15:30Want ik heb van de heren ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de heer Jezus...

15:36In de nacht in welke hij verraden werd, het brood nam.

15:39En als hij gedankt had, brak hij het en zeide, Neemt, eet, dat is mijn lichaam dat voor u gebroken wordt.

15:48Doe dat tot mijn gedachtenis.

15:51Desgelijks nam hij ook de drinkbeker na het eten van het avondmaal en zeide, Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in mijn bloed.

15:59Doe dat, zo dik als als gij dienst zult drinken, tot mijn gedachtenis.

16:05Want zo dik als als gij dit brood zult eten en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des heren totdat hij komt.

16:12Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet of de drinkbeker des heren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des heren.

16:22Maar de mens beproeven zichzelf en eten al zo van het brood en drinken van de drinkbeker.

16:27Want die onwaardiglijk eten drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel.

16:33Niet onderscheidende het lichaam des heren.

16:36Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken en velen slapen.

16:40Want indien wij onszelf oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.

16:44Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van de heren getuchtigd.

16:48Omdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.

16:51Zo dan, mijn broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.

16:57Nog zo iemand hongert dat hij te huis eten, opdat gij niet tot een oordeel samenkomt.

17:02De overige dingen nu zal ik ordineren als ik zal gekomen zijn.

17:06Tot zover.

17:07[GEZANG]

19:05En ieder van u spreken met mij in zijn of haar hart.

19:08Ik geloof in God de Vader, de Almachtige Schepper des hemels en der aarde.

19:15En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heren.

19:21Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria.

19:27die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.

19:36Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders, van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en

19:49de doden.

19:49Ik geloof in de heilige geest.

19:52Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk.

19:57De gemeenschap der heiligen.

20:00Vergeving der zonden.

20:02Wederopstanding des vleesses.

20:04En een eeuwig leven.

20:07Amen.

20:10Op het gedeelte dat wij gelezen hebben.

20:12Gemeente is ook gegrond.

20:13Onze geloosbeleidenis zoals we die vinden in de Heidelbergse katechismes.

20:19Aan de beurt van behandeling is zondag 30.

20:22Dat is een behoorlijk volle zondag.

20:25Ik heb ervoor gekozen om alleen de vragen 81 en 82.

20:30...te behandelen en dan ook nog niet eens het laatste...

20:32...als het gaat over de tucht en de gebruik van de sleutelen van het hemelrijk...

20:37...omdat dat in zondag 31 aan de orde komt.

20:41Ik lees met u zondag 30 de vragen 81 en 82...

20:47...en

20:49dan het eerste gedeelte van het antwoord van 82.

20:53Voor wie is het avondmaal des heren ingesteld?

20:57Voor degene die zichzelf vanwege hun zonde mishagen...

21:02En nogthans vertrouwen dat deze hun om Christus wil vergeven zijn.

21:07En dat ook de overblijvende zwakheid met zijn lijden en sterven bedekt is.

21:11Die ook begeren hoe langer hoe meer hun geloof te sterken en hun leven te beteren.

21:18Maar de hypocrieten en die zich niet met ware harten tot God bekeren.

21:23Die eten en drinken zichzelf een oordeel.

21:27Zal men ook diegenen tot dit avondmaal laten komen die zich met hun beleidenis en hun leven als ongelovige en goddeloze mensen aanstellen?

21:36Nee, want al zo wordt het verbond gods ontheiligd en zijn toren over de ganse gemeente verwekt.

21:42Tot zover.

21:44Willen wij samen de Heere zoeken in ons gemeenschappelijk gebed en hem vragen om zijn zegen over de bediening van zijn woord.

21:58Almachtige en eeuwige God.

22:02Opnieuw stelt gij ons in de gelegenheid om hier in de kerk uw woord te horen.

22:10U hebt ons deze dag geschonken, afgezonderd van de andere dagen van de week.

22:17En heren, doe het ons als een voorrecht beleven dat er zes dagen zijn om te arbeiden en al ons werk te doen.

22:28Maar dat er één dag in de week door u is afgezonderd om...

22:32Dan bezig te zijn met die dingen waar onze ziel zo'n groot belang bij heeft.

22:37Want u wilt niet heren dat ons leven voorbij gaat met alleen de tijdelijke dingen.

22:42Al zijn die nuttig en nodig.

22:46En dan mogen wij er onze energie en onze tijd ook aan besteden.

22:51Al worden we opgeroepen om te werken en om naar school te gaan.

22:57Maar toch wilt u niet dat ons leven daar helemaal mee heen gaat.

23:01Maar het is toch vooral uw bedoeling met deze dag.

23:05Om ons voor te bereiden op die grote ontmoeting met u.

23:11Want het is de mensen gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel.

23:19De geest keert weder tot God die hem geschapen heeft.

23:23En dan zal alles in het gericht gebracht worden.

23:25Hetgeen in dit leven is geschiet.

23:27Het zij goed of het zij kwaad.

23:30En daar staan we maar al te weinig bij stil heren.

23:35Dat geldt voor de mensen in de wereld.

23:39Die toch heel vaak leven bij het hier en het nu.

23:43Om te eten en drinken en vrolijk te zijn.

23:47Maar daar hebben wij allemaal als mensen last van.

23:50Zo uit de aarde aards.

23:54En zo wereldsgezind.

23:59Maar heren, omdat u niet wilt dat er mensen verloren gaan, hebt u ons uw dag gegeven en uw woord geschonken.

24:06En roept u ons ertoe op om de onderlinge bijeenkomsten niet na te laten.

24:11Want u bent een God die gebruik maakt van middelen.

24:16Daar hebben we het woord voor gekregen.

24:19Als een kracht gods tot zaligheid in ieder die gelooft.

24:24Want het geloof is door het gehoor en het gehoor door het woord gods.

24:29En heren, doe ons daar dan ook met die verwachting naar luisteren.

24:33Dat gij van dit woord, van dit middel gebruik wilt maken.

24:39Dat wij de juiste gebeds- en luistergestalten zouden mogen ontvangen.

24:44Niet alleen hier een stuk godsdienst verrichten en een stuk plicht volvoeren.

24:52Zonder enige verwachting naar de kerk gekomen zijn, misschien wel met een enige tegenzin of uit gewoonte of onder dwang van onze ouders of van de sociale controle in de gemeente.

25:05Maar heren, dat wij met dezelfde verwachting naar de kerk mogen komen als dat de boeren en tuinders in deze tijd bezig zijn met hun land te bewerken en

25:17dat te zaaien en te planten.

25:20En straks ook weer nat te maken en alles doen om die oogst binnen te mogen halen.

25:26Hoewel ze geen grasspriet kunnen laten groeien.

25:31Zijn ze toch ijverig in de weer.

25:33En dat vraagt u ook van ons.

25:35Om onze zaligheid met vrezen en beven te werken.

25:40Al kunnen we onszelf niet bekeren.

25:42Al willen we dat ook niet eens van nature.

25:45Al kunnen we onszelf het geloof niet schenken.

25:50Maar heren, laat ons dat niet werkeloos en biddeloos doen zijn.

25:54Maar geeft dat wij verbonden mogen worden aan uw genadetroon.

25:59Verkleeft aan uw beloften.

26:01Die ga je laten verkondigen.

26:03En als het dan in deze avond een leerdienst is...

26:08waarin wij nadenken over het avondmaal...

26:10dan is daar ook een voorbereiding voor nodig.

26:14Al is het dan niet vandaag of volgende week zo dat de tafel gereed staat...

26:21Elke keer en elke dag zal het toch voor uw kerk een voorbereiding moeten zijn.

26:27En geef heren dat we ook daar dan ook biddend mee bezig zullen zijn.

26:33En dat wij zien wat nodig is om tot onze troost des heren avondmaal te kunnen houden.

26:41Dat diezelfde dingen nodig zijn om getroost te kunnen leven en eenmaal zalig te kunnen sterven.

26:49En dan zal het ook niet allereerst in ons leven om het heilige avondmaal gaan.

26:53Maar dan zal het ook gaan om die grote vraag.

26:55Die grote levensvraag.

26:57Mijn zielen, doorziet gij uw lot?

27:01Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?

27:07En heren, wilt u geven dat dan de dingen waar het om gaat in het Heilige Avondmaal...

27:11ons

27:13hart en ons leven mogen bezetten?

27:17Allereerst de vraag hoe groot onze zonden en ellende zijn.

27:22En dat we die mogen leren kennen.

27:25Zoveel althans dat wij...

27:29De hand op de mond leren leggen.

27:31Dat de mond gestopt wordt, zoals de apostel Paulus dat zegt.

27:36En de gehele wereld voor God verdoemelijk wordt.

27:39Dat we beseffen dat we onder het doem, onder het vonnis liggen van uw heilige wet.

27:45Dat we straf verdienen.

27:48Dat onze zonden de

27:52dood eisen.

27:54En heren, dat zijn termen die wij wel kennen.

27:57Maar doe het ons ook beleven.

28:00Want daar komt het toch ook op aan.

28:03Dat wij onszelf mishagen en voor u verootmoedigen.

28:09En dat wij bovenal ook het leven buiten onszelf gaan leren zoeken in de Heer Jezus Christus.

28:17De belofte van het evangelie leren aangrijpen.

28:21Dat wie in de gekruisde Christus gelooft niet zal verderven, maar zal leven.

28:28Dat die gewisse belofte Gods...

28:30Door ons mag geloofd worden.

28:31En daarom bidden wij u heren om uw geest.

28:34Die niet alleen de geest van de uitbranding en van het oordeel is.

28:37Maar ook de geest die het geloof werkt.

28:40En dat ook versterken wil door de sacramenten.

28:44Omdat wij ook in waarachtige dankbaarheid leren leven.

28:50Dankbaarheid die daarin bestaat.

28:52Dat wij uw geboden leren navolgen.

28:55In enigheid en liefde met onze naaste begeren te leven.

29:00En heren wilt u zo dat geestelijke leven in de verborgen omgang met u schenken.

29:05Maar ook in de versiering met de goede werken.

29:09En zo bidden wij u heren om de leiding van uw heilige geest.

29:14In spreken en in luisteren.

29:16En wilt u ons alles schenken wat nodig is.

29:19Wilt u onze oren en onze harten openen voor uw woord.

29:23En dat woord ook openen voor ons hart.

29:26En laat zo uw geest er getuigenis aan mogen geven.

29:30We bidden u heren voor elkaar opnieuw in alle omstandigheden van het leven.

29:36We bidden u voor het land en volk waar wij deel van uitmaken.

29:42We bidden u heren voor de overheden, plaatselijk, provinciaal en landelijk.

29:49En bijzonder bidden wij u voor hen die vanuit de bron van uw woord naar de norm van uw wet in de politiek mogen arbeiden.

29:57Of dat zij de gelegenheid...

30:00En ook de vrijmoedigheid mogen ontvangen om dat woord ook te openen in de zalen waar de beslissingen in de politiek vallen.

30:10Om het land des Heren woord te doen horen.

30:14Want als het naar uw woord niet is, dan zal het niet kunnen bestaan.

30:17Dan zal er geen vrede, dan zal er geen gerechtigheid zijn.

30:21En daarom bidden wij u heren, wilt u daar toch dat woord niet toesluiten.

30:25En de kandelaar van uw woord niet uit ons land wegnemen, ook al hebben wij dat waardig gemaakt.

30:32Maar wij bidden u om de voortgang van uw koninkrijk.

30:34In de prediking van uw woord, in de zending, in de evangelisatie.

30:39Ook in de evangelieverkondiging onder Israël.

30:42Heren, wilt u daar ook uw belofte vervullen?

30:45Dat dat deksel dat nu nog op Mozes ligt.

30:49Dat ze verblind maken.

30:54En dat ze daarom de schriften niet verstaan.

30:57Omdat ze de christelijke schriften daarin niet lezen.

31:00Wilt u dat deksel wegnemen heren.

31:02En dat al zo door het geloof in Christus geheel is er al zalig zal worden.

31:08Laat er die beloften die als het ware liggen te slapen in uw woord.

31:11Wakker geroepen mogen worden.

31:13En laat ons zien heren dat u dat volk niet vergeten nog verstoten bent.

31:18We bidden u voor dat volk dat

31:22in oorlog leeft.

31:24Dat eigenlijk al sinds het vroegste bestaan wordt onderdrukt.

31:30En wordt vervolgd.

31:33Omdat zij het volk van u zijn.

31:36En wilt u heren geven.

31:38Dat wij mogen bemerken.

31:40Zoals David dat ook gezegd heeft.

31:42En wat we ook hebben gelezen vanochtend.

31:45Dat de hele wereld weten zal.

31:48Dat Israël een God heeft.

31:50Wilt u het beschermen.

31:51Maar wilt u bovenal bekeren.

31:54Omdat er ook daaruit volgend.

31:56Een opwekking in deze wereld mag plaatsvinden.

31:59Dat heeft toch de oude kerk.

32:02Dat hebben ook de Puritijnen geloofd, daar hebben ze over gesproken, daar hebben ze van getuigd.

32:07Hoe dat de aarde vol zal zijn van de kennis en de gerechtigheid des heren.

32:11Hoe dat er voor de wederkomst nog een opleving plaats zal vinden.

32:15Heren, laat het ook in onze dagen mogen geschieden, ook in onze lage landen bij de zee.

32:21Maar in heel de westerse wereld, waar ooit de

32:25lamp van uw woord zo helder heeft geschenen, maar waar er een terugkeer naar het heidendom is gekomen.

32:32Heren u kunt ons naar recht voorbij gaan maar wilt u ons nog aanzien in uw zoon en uw beloften vervullen.

32:41Gedenk ons zo samen heren.

32:43Wees met de gemeente, wees met de Broederskerkeraad in deze vakante periode.

32:50Wilt u ze krachten geven om deze grote gemeente te bearbeiden.

32:54In alle omstandigheden naar de norm van uw woord, de troostrijke redenen uit uw woord ook aan de harten leggen.

33:02Sterkt u ze in alle omstandigheden, in alle dingen die er te doen zijn.

33:07En heren, laat ook hier uw genade mogen worden opgemerkt.

33:11Dat gij nog doorgaat met uw kerkvergaderend, kerkbewarend en kerkvermeerderende werk.

33:20En laat zo hier ook er gevonden mogen worden die u mogen kennen tot een levende hoop.

33:27En wilt u dat werken, heren, ook onder de jongeren, ook onder de kinderen.

33:31Want daar heb je toch ook zulke rijke beloften voor.

33:34Wie mij vroeg zoekt, zal mij vinden.

33:38En heren, wilt u ze dat ook op het hart binden.

33:41Dat ze vroeg tegen Jezus zoeken.

33:44Want wie Jezus heeft, die heeft genoeg.

33:48En wilt u ons zo nabij zijn, heren, deze dienst en ons horen.

33:52Terwijl we u bidden om de bewaring voor de zonden.

33:54En ook om vergeving daarvan.

33:57Uitgenade en om Jezus wil.

34:00Amen.

34:04Ter inleiding op de prediking zingen wij samen naar Psalm 116, de versen 2, 3 en 7.

34:13116 vers 2, ik lag gekneld in banden van de dood.

34:17Het derde, och Heer, och wie het mijn ziel door u gered.

34:20En het zevende, wat zal ik met Gods gunsten overlaan, die trouwe Heren voor zijn gena vergelden.

34:262, 3 en 7 van Psalm 116.

34:30U krijgt ondertussen gelegenheid om uw gaven te geven voor de heer en voor zijn dienst.

34:35De collecten zijn ten eerste bestemd voor de bibliotheek Ebena Ezer.

34:39Voor de tweede collecten is voor de kerk Volgdij.

34:42En de derde is voor de aflossing van de kerk.

34:46Ik heb ook nog mededelingen dat er dinsdagavond een toerustingavond is voor de zorgmedewerkers rondom het thema Wie ben ik aan het bed aan van Halvacht en Ebena Ezer.

34:56Voor meer informatie verwijzen wij u naar de Scipio-app.

34:59En in verband met de condolians in Ebenezer gaat de vrijwilligersavond van donderdag 16 april niet door.

35:04Die wordt verplaatst naar donderdag 21 mei.

35:08Nadere informatie ook eveneens via de Scipio-app.

35:11Voor deze data geldt, zo de Heer er wil, en wij leven.

35:15Het

35:15[GEZANG]

41:26einde van de prediking.

41:27Na het amen dan zingen wij op zand 40 het achtste vers.

41:32Verheug het volk, verblijt hen allen heren die naar u zoeken te elke stond.

41:37En wat er verder volgt uit het achtste vers van Psalm 40, wat we na de prediking met elkaar zingen.

41:45Gemeente, u hebt allemaal misschien wel eens gehoord van de naam Jonathan Edwards.

41:52Jonathan Edwards.

41:55Hij was een van de knapste theologen uit Amerika in de achttiende eeuw.

42:03Ook een van de knapste filosofen in de nieuwe wereld, zoals Amerika in die tijd werd genoemd.

42:12En Jonathan Edwards is vooral bekend geworden door The Great Awakening.

42:17De grote opwekking in Noord-Amerika, waarin hij en onder andere ook George Whitefield zo'n belangrijke rol in hebben gehad.

42:3523 jaar in de gemeente van Northampton, in het noordoosten van Amerika.

42:43En wat gebeurde er in het jaar 1750?

42:48Jonathan Edwards werd afgezet uit zijn gemeente.

42:56En waarom was dat?

42:59Nou, dat had alles met de avondmaalspraktijk in die gemeente te maken.

43:06De predikanten voor Jonathan Edwards hadden altijd gepreekt...

43:11dat het avondmaal bestemd was voor heel de gemeente.

43:14Voor nette, beleidende leden van de gemeente.

43:20En sommigen leerden zelfs dat het avondmaal ook tot bekering kon leiden.

43:25Dat het een middel tot bekering kon zijn.

43:29Maar in die Great Awakening, in die grote opwekking...

43:32toen de geest des heren in die gemeente ging werken...

43:36en toen Jonathan Edwards ook inzicht kreeg...

43:39niet alleen in de schrift, maar ook in het geestelijke leven...

43:43Toen heeft hij, net als de vele anderen die in die tijd gepredikt hebben, de nadruk gelegd op de wedergeboorte.

43:52Op de geloofservaringen.

43:56Op het leven in de verborgen omgang met God.

43:59In een nauwgezet leven, gebonden aan de wet van God.

44:06En toen ging hij ook zien dat het avondmaal niet voor elk net kerkmens bestemd was.

44:12En Jonathan Edwards ging separeren tussen

44:18het kostelijke en het snode.

44:21Tussen bekeerd en onbekeerd.

44:23Hij ging onderscheidelijk prediken.

44:26En dat werd in de gemeente niet goed begrepen.

44:31Er ontstond ergernis, want mensen voelden zich buitengesloten.

44:37En daarnaast speelde nog een andere zaak.

44:40De bad book case.

44:44De slechte boekzaak.

44:47Er waren in die tijd...

44:51Zal ik maar zeggen, pornoblaadjes die onder jongeren met name werden verspreid.

44:55En Jonathan Edwards ging daar met ernst tegenin.

45:02En ze vonden hem te streng omdat hij daar tegen waarschuwde.

45:07En vandaar dat in het jaar 1750 er een stemming was.

45:11En dat Jonathan Edwards met 123 tegen 12 stemmen tegen uit zijn gemeente werd losgemaakt.

45:19Een trieste zaak.

45:21Want Jonathan Edwards had toch volkomen gelijk om die

45:28maatstaven aan te leggen voor het heilige avondmaal zoals hij dat gedaan heeft.

45:35Dat zelfbeproeving noodzakelijk was.

45:38Dat niet elk beleidend lid, niet elk net kerkmens welkom was aan de tafel des heren.

45:44Maar dat daar een geloofsbeleving bij hoorde.

45:48Hij kon toch wijzen op 1 Korinther 11.

45:52Dat gedeelte dat we samen gelezen hebben.

45:55Waarin Paulus ook zo onderscheidelijk spreekt over de bediening en over het aangaan aan het heilige avondmaal.

46:05En daar willen wij ook aan de hand van de katechismes ook de vinger bij leggen.

46:09Want de katechismes laten toch ook zien in de vraagstelling en in het antwoord.

46:15Voor wie het avondmaal ingesteld is, voor wie niet.

46:21Dat zien we vooral in vraag en antwoord 82.

46:29Voor wie wel?

46:30En dat is dan vraag en antwoord 81.

46:33Vraag en antwoord 81.

46:34Voor wie is het avondmaal dus hier ingesteld?

46:37Voor wie niet?

46:38Het slot van antwoord 81 wordt dat trouwens ook nog onderstreept.

46:41De hypocrieten die zich niet met ware harten op God bekeren.

46:45Die eten en drinken zichzelf een oordeel.

46:47En dan daarop volgt ook vraag en antwoord 82.

46:51Dat willen we als eerste gaan aanwijzen.

46:54Voor wie het niet dus is ingesteld.

46:57En dan het slot.

46:59De tweede gedachte, voor wie dat avondmaal wel is ingesteld.

47:05Nou, voor wie niet dus, dat lezen we in het slot van 81 en 82.

47:12En dan moeten we dus al constateren, gemeente, dat er dus onderscheid wordt gemaakt.

47:19Voor wie het wel is en voor wie het niet is.

47:24Dat er mensen zijn in de gemeente die hun leven naast de schrift moeten leggen.

47:33naar de schrift en naar hun eigen hart en leven kijken...

47:35de conclusie moeten trekken...

47:38de heren verwacht mij daar niet aan de avondmaalstafel.

47:46En anderen mogen dan besluiten...

47:48en daar word ik wel verwacht en genodigd.

47:54En om er nu achter te komen, gemeente, tot welke categorie wij behoren...

47:59of wij daar nu wel...

48:02Of we daar nu niet verwacht worden is het nodig, zo zegt de apostel Paulus.

48:06En de beleidenis spreekt hem daarin na dat wij ons van tevoren beproeven.

48:15En dan ook ruim van tevoren beproeven.

48:19En daarom is het altijd goed dat in de kerk van de heren er een voorbereidingszondag is.

48:25Waarin heel nadrukkelijk bij deze zaken stil wordt gestaan dat er ook een voorbereidingsweek is.

48:33Waarin wij meer dan anders de vraag stellen, is dat avondmaal nou ook voor mij ingesteld?

48:41De

48:45katechisme stelt het dus aan de orde.

48:48Wij moeten de conclusie trekken uit de vraagstelling dat het avondmaal niet voor iedereen is.

48:55Het is natuurlijk niet voor alle mensen ingesteld, dat is evident.

48:58Niet voor heel de wereld, voor alle mensen op deze planeet.

49:03Dat is een open deur natuurlijk.

49:11Ook niet voor alle beleidende leden die met hun beleiders een kerkelijk recht hebben gekregen van de kerkenraad en van de gemeente om deel te nemen aan de sacramenten.

49:24Het geldt niet voor alle beleidende leden van onbesproken gedrag.

49:31Als dat al zo is, dat ons gedrag besproken is, dat

49:38komen we dan in het slot van vraag en antwoord 82 tegen.

49:44Dan geldt het natuurlijk altijd dat het avondmaal niet voor ons bestemd is.

49:52Maar er moet dus onderscheid worden gemaakt.

49:55Er zijn heel veel gemeenten bij wie dat dus niet gebeurt.

49:58Er zijn gemeenten met hele ruime opvanningen over de vraag voor wie is dat avondmaal nou ingesteld.

50:07Er zijn zelfs gemeenten waarmee niet eens meer een avondmaalstafel heeft.

50:12Maar waar zonder meer van iedereen verwacht wordt, ook van de kinderen, dat zij...

50:17Deelnemen aan het avondmaal en dan worden er schalen met brood doorgegeven door de banken.

50:23Bekertjes met wijn of met een bepaalde soort frisdrank.

50:27Om op zo'n manier heel de gemeente een avondmaalvierende gemeente te laten zijn.

50:35En daaruit blijkt dus wel dat er dus verschillend gedacht is.

50:38Dat was al in de 18e eeuw, ten tijde van Jonathan Edwards.

50:42Dat was ook al in de tijd van de katechismes.

50:44Het was ook al in de tijd van de apostel Paulus.

50:49Maar wij zullen dus de schrift moeten volgen over de vraag, het antwoord op de vraag, voor wie is het avondmaal des Heren ingesteld.

51:03En dan gaat het dus om, waar ook in de grote opwekking de nadruk op werd gelegd, dat er sprake is van wedergeboorte, van bekering, van geloof, van geloofservaringen,

51:16van een levende, een verborgen omgang met God.

51:25En dan legt de katechisme dus ook nog de vraag bij die mensen die, zoals vraag 82 zegt, met hun beleidenis hun leven en met hun leven als ongelovige en goddeloze

51:38mensen aanstellen.

51:41Die moeten sowieso geweerd worden van de tafel.

51:46Stel je voor dat de kerk, dat de kerkenraad dat toelaat, dat mensen die in openbare, in grove zonden leven.

51:57Dat die gewoon aan de tafel des heren mogen aanzitten.

52:05De katechismes legt daar de vinger bij en zegt.

52:08Dat dan de toren van God over de hele gemeente wordt verwekt.

52:15En dan kunnen we uit de schrift gemeente voorbeelden noemen.

52:17Waarin dat plaatsvond.

52:20Dat Gods toren over een hele gemeente.

52:24Over een heel volk zelfs kwam te liggen.

52:27Omdat een bepaalde zonde niet werd ontdekt.

52:31We hoeven maar te denken aan die ene.

52:34Agan, die

52:36bij de verovering van Jericho gestolen

52:42had van datgene wat eigenlijk voor God bestemd was.

52:45Dat was een duidelijk bevel van Jozua geweest.

52:48En die ene Agan, die was er de oorzaak van dat God zich terug trok en dat er doden vielen bij de belegering van het kleine stadje Ai.

53:04En daar wordt dus ook naar verwezen als het gaat om die goddeloze mensen die in openbare, in grove zonde leven als die niet van de tafel van de heren worden geweerd.

53:15Hoe moet daarmee worden omgegaan met zulke mensen?

53:21Daar gaat het slot van antwoord 82 op in.

53:26En de katechismes gaat erin ook verder in zondag 31 dat die onder de tucht moeten worden gesteld, onder censuur moeten worden geplaatst.

53:34Dat de sleutelen van het koninkrijk der hemelen moeten worden bediend.

53:38Maar zoals gezegd, dat laat ik verder nu liggen.

53:42Het

53:44gaat even om een andere categorie kerkgangersgemeente die ook heel wat dichterbij komt misschien.

53:53Die kerkganger die met het woord hypocriet wordt aangeduid.

54:01In het slot van antwoord 81 vinden we dat vreemde woord.

54:06De hypocrieten en die zich niet met ware harten tot God bekeren, dat zijn dezelfde.

54:13Het is een soort uitleg van wat een hypocriet is.

54:17Dat is iemand die zich niet van ware harten met ware harten tot God bekeert.

54:21Die eten, drinken zichzelf een oordeel.

54:26Allereerst maar even dat woord hypocriet.

54:29Een

54:31vreemd woord, jonge mensen, kinderen.

54:34Het komt uit het Grieks,

54:36hypocrites.

54:39Het is een term die vroeger in de oude Griekse wereld gebruikt werd in de toneelspelen.

54:48Die hadden een bepaald soort toneelspel wat ze hypocrites noemden.

54:52En de toneelspelers werden hypocrieten genoemd.

54:56En zij droegen een masker voor.

55:00Als zij een blijsspel moesten acteren, dan deden ze een lachend masker voor.

55:11En als ze een treurspel moesten acteren, dan deden ze een treurmasker voor.

55:17Maar dat masker dat zei dus niet.

55:19Wie zij zelf waren.

55:20Hoe zij zichzelf voelden.

55:22Iemand die kon een blij spel acteren.

55:25Terwijl hij van binnen misschien wel heel droevig was.

55:27Maar zijn masker was lachend.

55:30En dat gold ook andersom voor dat treurspel.

55:33Iemand kon blij zijn.

55:36En toch een treurig gezicht zetten.

55:39Nou die term is dus ook door de apostel Paulus gebruikt.

55:42Is ook in de beleidenis opgenomen.

55:45De hypocrieten dat zijn dezelfde die zich misschien wel aan de buitenkant als een bekeerde.

55:51Maar in hun hart niet.

55:54Ze hebben een masker voor.

55:59En die gedachten van de hypocriet.

56:01Die vinden we natuurlijk vooral in de kerk.

56:05Voor hypocrieten moet je niet in de wereld zijn.

56:07Daar leven geen hypocrieten.

56:09In geestelijk opzicht.

56:10Want die laten met hun leven wel zien dat ze niet gelovig zijn.

56:16Dat ze onbekeerd zijn.

56:19Maar de hypocriet vind je vooral in de kerk.

56:23Die vond je vooral ook onder het volk van Israël.

56:26Daar begon het al mee dat de profeten daartegen waarschuwden.

56:31Dat God met

56:34de profeten zei van...

56:36Scheurt uw hart en niet alleen je kleren.

56:41Je kunt natuurlijk je kleren scheuren als een teken van rouw.

56:44Een soort masker.

56:46Terwijl je hart helemaal niet in de rouw was.

56:49Vanwege je zonde.

56:52En de Heer heeft geklaagd zo vaak.

56:54Dit volk nadert op mij met hun lippen.

56:57Maar hun hart houdt zich verre van mij.

56:59Ze komen met een masker op.

57:02Terwijl hun hart heel anders gesteld is.

57:07En in de prediking van de Heer Jezus komen we dat ook tegen.

57:10Want hij heeft toch gewaarschuwd.

57:12In die gelijkenis van die tien maagden.

57:16Vijf van haar waren wijs.

57:19En vijf van haar waren dwaas.

57:26En dan worden deze dingen aan de orde gesteld, gemeente, om

57:31ons in een spiegel te laten blikken.

57:33Ik stond dus voor een kunstwerk over die tien maagden, die tien meisjes, die gelijk is van de Heer Jezus, Matthäus 25, die naar de bruiloft gingen, die de bruidegom

57:45verwachten.

57:47En op dat kunstwerk, een houtsnijwerk, daar stonden negen meisjes afgebeeld.

57:56En wat was nou de bedoeling van de kunstenaar?

57:59Dat je bij jezelf te raden ging, ben ik nou die tiende?

58:03Je bent zelf die tiende natuurlijk als toeschouwer, maar hoor ik nou bij die wijze of bij die dwaze?

58:12Want in het begin van de gelijkenis waren ze bijna niet te onderscheiden van elkaar.

58:19Dat kwam pas toen duidelijk werd dat hun lampen uitgingen.

58:24Dat is de bedoeling ook van de schrift en van de beleidenis, dat wij bij

58:29onszelf te raden gaan, waar hoor ik nou bij?

58:34Ben ik ook zo'n hypocriet?

58:37De apostel Paulus en andere apostelen hebben er ook tegen gewaarschuwd.

58:41Paulus bijvoorbeeld in 2 Timotheus 3.

58:44Hij waarschuwde dat mensen een gedaante van godzaligheid kunnen hebben.

58:50Maar de kracht ervan verlogen te hebben.

58:57Nou het gaat dus gemeente over

59:01de hypocriet.

59:03Mensen op wie aan de buitenkant misschien niks is aan te merken.

59:09Nou wie eigenlijk geen vuile vinger gestoken kan worden.

59:12Het gaat niet over mensen die je vraag en antwoord 82 aan de orde worden gesteld.

59:17Dat zijn dus die zondaren, die goddelozen, die openlijk in de zonde leven.

59:23Maar hier gaat het om nette kerkmensen.

59:27Die trouw zijn.

59:30Die proberen ook christelijk te leven.

59:33Voor zover dat een mens dat kan.

59:37Maar bij wie het eigenlijk alleen buitenkant is.

59:45Alleen een gedaante van godzaligheid.

59:52Die mensen waren er in de tijd van Paulus ook.

59:58Paulus waarschuwt daarvoor voor een gedaante van godzaligheid.

1:00:01Hij heeft zo iemand in zijn eigen omgeving gehad.

1:00:06Daar had je bijvoorbeeld Demas.

1:00:11Demas die onder de prediking van Paulus tot bekering was gekomen.

1:00:15Zo dacht Paulus.

1:00:17En Demas kon er echt wel van vertellen en hij had Paulus op zijn manier ook weten te overtuigen.

1:00:22En Paulus nam hem mee op zijn zendingsreis en hij deed namens Demas ook de groeten aan de lezers van de brieven.

1:00:31En Paulus had er geen enkele erg in dat Demas ook zo'n hypocriet was, met een masker op.

1:00:38Demas mocht preken, hij mocht Paulus helpen.

1:00:44En hij kwam er pas achter in het slot van de tweede Timotheusbrief toen hij...

1:00:48Vol verdriet aan Timotheus schreef.

1:00:52Demas heeft mij verlaten.

1:00:56En hij heeft de tegenwoordige wereld lief gekregen.

1:01:00Toen viel het masker pas af.

1:01:03Toen werd hij ontmaskerd.

1:01:07Als een huigelaar, als een hypocriet.

1:01:11Dat was zelfs ook al in de omgeving van de heer Jezus.

1:01:14De heer Jezus kende hem.

1:01:16De heer Jezus wist van het begin af.

1:01:18Zo lezen we in het evangelie wie hem verraden zou.

1:01:24Maar die andere discipelen wisten dat niet.

1:01:28En het was pas in de laatste nacht.

1:01:33Voordat de heer Jezus ging lijden.

1:01:35Toen ze aan het avondmaal zaten.

1:01:37Waar ook notabene Judas aan zat.

1:01:40Want over hem heb ik het.

1:01:45En toen heeft de heer Jezus gezegd.

1:01:48Eén uit u zal mij verraden.

1:01:55Weer eigenlijk zo'n zelfde

1:01:59manier.

1:02:02Eigenlijk zoals op die kunstenaar die ik net noemde.

1:02:04Van die negen.

1:02:07Meisjes, en waar hoor je nou als toeschouwer zelf bij?

1:02:10Ben ik een wijze of ben ik een dwaze?

1:02:12Nou, dat heeft de heer Jezus op zijn manier ook gedaan.

1:02:15Hij zei niet ronduit aan de tafel, Judas, jij zult mij verraden.

1:02:21Of je hebt mij al verraden.

1:02:22Nee, hij zei één uit u.

1:02:28En wat voor effect had dat nou bij die andere discipelen?

1:02:34Gingen ze rondom zich heen kijken en elkaar beschuldigen?

1:02:36Oh, dat zal die wel zijn of dat zal jij wel zijn?

1:02:39Nee, ben

1:02:41ik het, heren?

1:02:43Ben ik het?

1:02:45Ach, dat zal ik wel zijn.

1:02:48Die mannen hadden toch al zoveel zelfkennis gekregen...

1:02:51dat ze met die vraag bij de heren terechtkwamen.

1:02:55Ben ik het?

1:02:57Ze werden bedroefd.

1:03:00Nou, dat is nou net de bedoeling, gemeente, van de katechismes...

1:03:03en ook van de apostel Paulus.

1:03:05Dat we onszelf gaan beproeven.

1:03:10Onderzoek u zelf.

1:03:11Nou, ja, zeer nou, zegt hij ergens anders.

1:03:14Of geen het geloof zijn.

1:03:18Wat een hypocriet.

1:03:20Die zal één keer ontmaskerd worden.

1:03:26En als het mijzelf betreft.

1:03:29Of als het u betreft.

1:03:30Of jou betreft.

1:03:33Dan waren het de wensen dat we dat in ons leven mee mogen maken.

1:03:38Dat hier dat masker af zal gaan.

1:03:40Dat we eerlijk met onszelf zullen omgaan.

1:03:43Niet alleen naar het avondmaal toe.

1:03:45Maar bovenaan naar die grote eeuwigheid toe.

1:03:48Ben ik het Heer.

1:03:51En is het juist geen kenmerk van genade.

1:03:55Mensen die zichzelf leren kennen.

1:03:57En die zichzelf niet vertrouwen.

1:03:58Dat die zeggen.

1:04:01Doorgrond me.

1:04:02Ken mijn hart o heren.

1:04:04Zie of er bij mij die schadelijke weg is.

1:04:07Leid me op de eeuwige weg.

1:04:08Want arglistig is mijn hart.

1:04:11Dodelijk is het.

1:04:12Meer dan enig ding.

1:04:13Wie zal het kennen.

1:04:20Dus als de apostel Paulus.

1:04:22En in navolging de beleidenis.

1:04:24De hypocrisie aan de orde stelt.

1:04:27Dan is dat niet om mensen weg te zetten.

1:04:29Maar dan is dat om mensen te waarschuwen.

1:04:33Beproef u zelf.

1:04:35Onderzoek u zelf.

1:04:36Of u in het geloof bent.

1:04:41Want een hypocriet gemeente.

1:04:44Ja ik zei al dat is een toneelspeler van oorsprong.

1:04:51En je hebt natuurlijk toneelspelers.

1:04:54En toneelspelers.

1:04:56Je hebt erbij die dat zo goed kunnen.

1:05:00Die zo goed kunnen acteren.

1:05:03Dat als je naar zo'n toneelspel zou kijken.

1:05:05Dan zou je.

1:05:06Ook gezien zijn emoties.

1:05:11Niet kunnen weten of hij dat nou werkelijk meegemaakt heeft.

1:05:14Of dat hij het alleen maar speelt.

1:05:18Nou die zijn er dus kennelijk ook.

1:05:20De heer Jezus die gebruikt ook dat voorbeeld in de gelijkenis van het zaad.

1:05:27Dat er mensen zijn die lijken op het zaad dat in de ondiepe aarde valt.

1:05:34En dat zaad dat ligt daar in dat kleine beetje grond.

1:05:39En dat zaad dat wordt snel verwarmd door de opkomende zon.

1:05:43Dat groeit sneller dan het andere zaad dat in de goede aarde valt.

1:05:46Maar dat eerst naar beneden gaat groeien.

1:05:49Hier gaat dat plantje gelijk omhoog.

1:05:51En de heer Jezus zegt dat zijn nou diegenen.

1:05:53Die tijdgelovigen, die hypocrieten.

1:05:56Die het woord met blijdschap aannemen.

1:06:00Maar niet in het binnenste van hun hart.

1:06:04Ze nemen het met blijdschap aan.

1:06:05Dus er is ook nog emotie bij.

1:06:09Er is ook nog iets van een stukje ervaring bij.

1:06:13Maar niet in het binnenste van hun hart.

1:06:20En als je dat zo op je laat inwerken, gemeente, dan kan ik me voorstellen dat er mensen zijn die de schrik om het hart voelen slaan.

1:06:29Want wat kan het vergaan dat wat de oude schrijvers noemden het nabijkomende werk.

1:06:39De bijna-christen, zoals Matthew Mead daarover geschreven heeft.

1:06:45Of als je van de groen leest, de toetssteen van de ware en de valse genade.

1:06:52Een aparte benaming, maar u begrijpt wat ermee bedoeld wordt.

1:06:57Dat het dus nodig is dat we in die spiegel kijken, dat we onszelf beproeven, dat we ons laten beproeven.

1:07:05Dat daarom de ouderlingen op bezoek komen en

1:07:09dat die mogen vragen van hoe bent u er nou aangekomen?

1:07:15Kunt u nou vertellen hoe dat u ertoe gekomen bent om avondmaal te houden?

1:07:21Dat moeten we niet direct als een controle zien, maar

1:07:25dat is een onderzoeking van het hart waartoe de ouderlingen ook geroepen worden.

1:07:30Aan de hand van de schrift natuurlijk.

1:07:32Niet aan de hand van eigen maatstaven, maar aan de hand van de schrift.

1:07:39Ja, en wat moet dan met zulke mensen gedaan worden die dan inderdaad hypocrieten zijn?

1:07:46En hoe moet zo'n huidbezoek plaatsvinden?

1:07:51Moeten we allerlei soorten van

1:07:54maatstaven aan gaan leggen om die hypocrieten te ontdekken?

1:08:00Om hen te ontmaskeren?

1:08:02Een soort inspectie houden?

1:08:07Nou, dat is natuurlijk een hele gevaarlijke bezigheid.

1:08:10Want je loopt grote kans dat

1:08:13je juist het bekommerde, gekrookte riet gaat

1:08:19breken.

1:08:21En de rokende vlaswiek gaat uitblussen.

1:08:26En dat juist mensen die heel mooi kunnen spreken en heel mooi kunnen praten, dat

1:08:31die dan door die inspectie komen.

1:08:32Want de heer heeft Samuel al een keer gewaarschuwd toen hij David ging zalven.

1:08:38De mensen zien aan wat voor ogen is.

1:08:41Maar alleen de Heere ziet het hart aan.

1:08:45We kunnen het natuurlijk

1:08:48ook niet zo doen dat die mensen geweerd worden van de avondmaalstafel.

1:08:52Je kunt het nooit helemaal voorkomen dat daar mensen zoals Judas en Demas aan zitten.

1:08:58Het zal alleen in de prediking, aan de hand van de schrift en wat de beleidenis daarover zegt, naspreekt, aan

1:09:08het hart proberen te leggen.

1:09:10En de Heilige Geest bidden of dat hij ontdekkende genade wil schenken.

1:09:15Eerlijkmakende genade.

1:09:17En dat de Heer zelf aanbrengt wat aanhoort.

1:09:22En zelf een wacht betrekt rondom de tafel.

1:09:28Maar het is wel nodig, gemeente, dat begrijpt u.

1:09:31Dat de maskers afgezet worden.

1:09:34Dat moet hier in het leven gebeuren.

1:09:37En daarom moet er ook onderscheidelijk, separerend gepredikt worden.

1:09:40Moeten de kenmerken van het geloof genoemd worden.

1:09:44Van het geestelijke leven.

1:09:47En daar gaat dan de katechismes ook op in.

1:09:52Niet alleen de vraag voor wie het niet is.

1:09:56En dat het woord van God in alle scherpte aan het hart gelegd wordt.

1:09:59En dat de Heer zelf gaat zeggen wie de zijnen zijn en wie dat niet zijn.

1:10:06Want er wordt niet voor niks door de apostel Paulus gezegd.

1:10:10Als zulke mensen maar doorgaan in dat

1:10:15avondmaal houden.

1:10:16Als hypocriet dan eten en drinken ze zichzelf een oordeel.

1:10:21En om daar dan even de vinger nog bij te leggen.

1:10:24Een oordeel dat is nog niet hetzelfde als het oordeel.

1:10:31Een van de hoogleraren van de christelijke gereformeerde kerk.

1:10:35Professor Wisse die schrijft in zijn boekje.

1:10:38Ten avond mag gaan maar hoe.

1:10:40Een

1:10:45oordeel dat betekent dat

1:10:48iemand die ongegrond.

1:10:51En puur vanuit een kerkelijk recht aangaat.

1:10:55En niet de

1:10:58bevindingen van het hart.

1:10:59De verborgen omgang met God kent.

1:11:01Die eet en drinkt zichzelf een oordeel van de zelfverharding.

1:11:06Die gaat dat zo vanzelfsprekend vinden.

1:11:09Die wordt ook helemaal niet getroost aan het avondmaal.

1:11:12Die neemt dat stukje brood en die drinkt dat slokje wijn.

1:11:14Maar hij wordt er niet bij getroost.

1:11:16Hij ondervindt er geen enkele ervaring.

1:11:18En uiteindelijk als God het niet verhoedt.

1:11:21Dan leidt dat natuurlijk wel tot het oordeel.

1:11:24Dat zo iemand zichzelf zo verhard heeft.

1:11:29Zo zijn geweten toegeschroeid heeft dat hij uiteindelijk in het oordeel van de buitenste duisternis terecht komt.

1:11:37En u voelt dus daarom ook wel aan hoe belangrijk het is.

1:11:43Dat we ons hier gaan beproeven.

1:11:45En hier de vraag gaan stellen.

1:11:49Word ik nou verwachtende tafel door de heren verwachtende tafel of niet?

1:11:53Nou wie zijn dat dan?

1:11:55Ik ga gauw over naar de tweede gedachte.

1:11:57En dat is dan dat eerste gedeelte.

1:12:00Van vraag 81, antwoord 81.

1:12:02Voor wie is het avondmaal de zere ingesteld?

1:12:06Voor diegenen die zichzelf vanwege hun zonde mishagen.

1:12:11Dat is één kenmerk.

1:12:14En nogthans vertrouwen dat deze hun om Christus wil vergeven zijn.

1:12:19En dat ook de overblijvende zwakheid met zijn lijden en sterven bedekt is.

1:12:25Dat is twee.

1:12:27En die ook begeren hoe langer hoe meer hun geloof te sterken en hun leven te beteren.

1:12:33En dat is het derde kenmerk.

1:12:36En we

1:12:39zien wel gemeente dat we hierin

1:12:43dezelfde orde aantreffen die de katechismes in het algemeen als

1:12:49leidraad heeft.

1:12:50Namelijk de verdeling tussen ellende, verlossing en dankbaarheid.

1:12:57Dat is in het begin van de katechismes al gezegd.

1:13:02Als het gaat over die enige troost en leven en sterven.

1:13:06Hoe kan ik die troost leren kennen?

1:13:09Ten eerste dat ik weet hoe groot mijn zonden en ellende zijn.

1:13:13Ten tweede hoe ik van die zonden en ellende kan verlost zijn.

1:13:17En hoe ik goden voor zulke verlossingen zal dankbaar zijn.

1:13:24En die driedeling treffen we niet alleen in de katechismes aan.

1:13:29Die komen we ook in het avondmaals formulier tegen.

1:13:34Want als het gaat om de vraag hoe

1:13:38ik getroost aan het avondmaal des heren kan aangaan.

1:13:41Dan wordt ook diezelfde driedeling gevolgd.

1:13:47Dat ik mijn zonden en vervloeking bedenk.

1:13:52Zo zegt het avondmaatsformulier.

1:13:55Opdat ik mijzelf voor God mishagen en

1:14:01voor God verootmoedigen.

1:14:04Dat ik mijzelf mishaag.

1:14:08Dat is een ervaring die God vruchtige avondmaaghangers kennen.

1:14:15De een die kent dat dieper dan de andere.

1:14:19Maar naarmate ik dat meer ga leren kennen.

1:14:21Naarmate ik dat meer ga beoefenen.

1:14:23Mijn zonden en vervloeking bedenken.

1:14:30Dus niet mijn tranen optellen.

1:14:34En niet mijn bevindingen optellen.

1:14:36En niet mijn gemoedelijkheden optellen.

1:14:38En niet mijn gebeden tellen.

1:14:39En niet mijn goede werken optellen.

1:14:41En daarmee naar het avondmaal komen.

1:14:46Maar mijn zonden en vervloeking bedenken.

1:14:50Ik kom niet naar het avondmaal om daarmee te betuigen dat ik in mijzelf volkomen en rechtvaardig ben.

1:14:55Ik kom niet beleiden dat ik bekeerd ben.

1:15:01Integendeel, zo zegt het formulier.

1:15:03Als ik daar kom, dan

1:15:06beleid ik dat ik midden in de dood lig.

1:15:08Dat is iemand die schrompelt ineen voor God.

1:15:13Als hij zijn zonden en vervloeking bedenkt.

1:15:15En wie hij is voor die hoge en die heilige God.

1:15:18Een mishagen.

1:15:21Dat is wat Job zegt.

1:15:24Job die heel wat woorden heeft gesproken.

1:15:29Goede woorden en minder goede woorden.

1:15:32Maar als hij aan het einde voor Gods aangezicht staat.

1:15:34En als hij met God in gesprek gaat.

1:15:37Dan zegt Job daarom vervoei ik mij.

1:15:41En ik heb berauw in stof en as.

1:15:44Dat is iets van dat mishagen.

1:15:47Dat een mens ineens grompelt en klein wordt onder God.

1:15:50En dat hij beseft zijn zonden en vervloeking.

1:15:53Wie hij is voor God.

1:15:55Midden in de dood.

1:15:58En dat is een zaakgemeente die gaat het hele leven door.

1:16:06Hij moet wassen.

1:16:07Zo zegt Johannes de Dope.

1:16:10Maar ik moet minder worden.

1:16:11Dat is dus meer zelfkennis krijgen.

1:16:15Al meer en meer.

1:16:17Beseffen wie je voor God bent.

1:16:21En dat die belofte in vervulling gaat.

1:16:23Bijvoorbeeld uit EZGL 36.

1:16:27Dat als de Heer met zijn geest in het hart gaat werken.

1:16:29En dat nieuwe hart en die nieuwe geest geeft.

1:16:33Dan zal ik maken.

1:16:35En dat is dus een belofte.

1:16:36Ik zal maken dat ze een walging aan zichzelf zullen hebben.

1:16:41En aan hun ongerechtigheden.

1:16:43En aan hun werken die niet goed zijn.

1:16:46Dat is een kenmerk van genade dus.

1:16:50Mishagen aan jezelf.

1:16:51Voor God verootmoedigen.

1:16:55En als we daar bijvoorbeeld een boek als dat van Peter eens naast leggen.

1:17:00Het boek De Godvruchtige Avondmaalganger.

1:17:05Wat de avondmaalgangers toch bij tijden er wel eens bij pakken.

1:17:09Juist in een week van voorbereiding.

1:17:12Dat hoort toch ook bij die zelfbeproving.

1:17:14Dat je je aan de hand van schriftuurlijke, bevindelijke lectuur onderzoekt.

1:17:20Of je dat geestelijke leven mag kennen.

1:17:23Nou, wat zegt Immers daarover?

1:17:26Hoe ziet iemand die het echte geloof heeft zichzelf.

1:17:30Ik lees dat maar even voor.

1:17:32Hij ziet zichzelf in die ellendige, verloren.

1:17:36Een rampzalige toestand waarin hij vanuit zichzelf verkeert.

1:17:41Hij ziet zijn zonden in alle verzwarende omstandigheden.

1:17:45Want de geest zal overtuigen van zonden.

1:17:49Eigenlijk staat er in Johannes 16 die verstomd doet zijn.

1:17:53Zodat men er niets tegenin kan brengen.

1:17:56En als hij dit ziet wordt hij verbreizeld en ontvangt hij een verbroken hart.

1:18:00Hij wordt nederig voor God en de hoogmoed van zijn hart wordt weggenomen.

1:18:07En Immers stelt dan de vraag waarom is dat nou nodig?

1:18:11Dat een mens zo verbroken van hart wordt.

1:18:14Nou daarom wordt hij erop voorbereid om met het andere oog naar de heer Jezus te zien.

1:18:20Als de grote heiland en zaligmaker.

1:18:22Immers die heeft uitgelegd dat in de bekering een mens twee ogen krijgt.

1:18:28Ja die hebben we natuurlijk twee ogen.

1:18:30Maar ook geestelijk twee ogen.

1:18:34Dat je met het ene oog naar binnen kijkt.

1:18:37Je zonde en je vervloeking ziet.

1:18:40Zelf kennis krijgt.

1:18:43Maar ook met het andere oog omhoog leert kijken.

1:18:47Immens die zegt daarvan.

1:18:50De heer Jezus te zien als de grote heiland en zaligmaker.

1:18:54En dat is voor zo'n gewonde en radeloze ziel.

1:18:57Heel dierbaar en vol verkwikking.

1:19:00De geest doet haar namelijk zien.

1:19:02Dat hij om een heiland te zijn.

1:19:05Daartoe door de vader is voorbestemd.

1:19:08En gewillig is.

1:19:12En dat is het tweede wat de katechisme ook zegt.

1:19:15Over die godvruchtige avondmaalganger.

1:19:19Dat deze zonden hun om Christus wil vergeven zijn.

1:19:23En dat ook de overblijvende zonde en zwakheid met zijn lijden en sterven bedekt is.

1:19:32Misschien dat iemand denkt, maar

1:19:35dat is nogal wat.

1:19:38Dat is nou juist mijn strijd.

1:19:42Wat ook het tweede aspect van het avondmarsformulier zegt.

1:19:46Dat ik deze gewisse belofte gods geloof.

1:19:51Dat mij al mijn zonden...

1:19:53alleen om het lijden van sterven van Christus wil vergeven zijn.

1:19:59Dat is nogal wat om dat te geloven.

1:20:02Dat kan ik zomaar niet.

1:20:06Nee, dat kon iemand als Maarten Luther ook niet.

1:20:09Eerst kon hij niet geloven dat

1:20:13hij niet alleen maar zonde deed...

1:20:15maar dat hij ook zondaar was, zonde was.

1:20:19En toen de heren hem dat geleerd had, overtuigd had...

1:20:22toen

1:20:24kon hij weer niet geloven dat er genade voor hem was.

1:20:28En toen moest de heren daar opnieuw aan te pas komen.

1:20:31Door zijn heilige geest, die gewisse belofte gods, van

1:20:36geloof voorzien.

1:20:41Dat is niet iets wat een mens zelf kan presteren.

1:20:46Dat is nou een geloofzaak die alleen in de weg van het gebed verkregen wordt.

1:20:54Want het gebed gemeente is nou een van de middelen die God daarvoor gegeven heeft.

1:21:00Als je nou gekneld komt te liggen in de banden van de dood.

1:21:03En als je iets moet gaan leren ondervinden van die angsten der hel.

1:21:07En dan gaat het niet zozeer om het avondmaal allereerst, maar dan gaat het erom, hoe krijg ik nou een genade God?

1:21:15Dan kan ik eerder nog een ster van de hemel plukken, zo zei mijn oude dominee, als dat ik één geloofsdaad uit mezelf kan voortbrengen.

1:21:27Maar dan word ik niet valsleidelijk.

1:21:28Als het echt nood is in je hart, dan word je niet valsleidelijk.

1:21:35Maar dan word je heilig werkzaam.

1:21:38Heilig werkzaam in het gebed en met de belofte Gods.

1:21:42Dan

1:21:47hoor ik die vader van die maanzieke jongen het uitroepen.

1:21:50Heren, ik geloof.

1:21:51Maar kom mijn ongelovigheid te hulp.

1:21:56Och heren, och wie het mijn ziel door u gered.

1:22:01Dat is wat een arme en bekommende ziel gaat vragen.

1:22:06Het leven buiten zichzelf zoeken.

1:22:10En niet die zekerheid in zichzelf gaat zoeken.

1:22:17Maar hij zoekt die zekerheid in de belofte gods.

1:22:20De gewisse belofte gods.

1:22:26Daar gaat het om in de zekerheid.

1:22:30En dat is net als met die bloedvloeiende vrouw.

1:22:33Die bloedvloeiende vrouw had een aantal dingen die ze zeker wist.

1:22:38Ten eerste wist ze zeker, ik ben dodelijk ziek.

1:22:44Ten tweede wist ze zeker, ik kan mezelf niet helpen.

1:22:49En geen enkel ander mens kan mij helpen.

1:22:55En toen hoorden ze het gerucht van de Heer Jezus Christus.

1:22:59Dat er nou een rabbi uit Nazareth was, die zieke genas.

1:23:05En ze had misschien wel met mensen gesproken die...

1:23:08door de Heer Jezus waren genezen.

1:23:09Toen heeft ze bij zichzelf gezegd, ik zal gaan.

1:23:13En indien ik maar de zoon van zijn kleed aanraak...

1:23:16zo zal ik genezen worden.

1:23:18Dat wil zeggen, ze geloofden die gewisse belofte gods.

1:23:24Want dat was voor haar zeker.

1:23:26Hij kan het.

1:23:28Dat had de Heer Jezus bewezen.

1:23:30Hij kan genezen.

1:23:36En daar en toen gemeente beoefenden ze al dat waarachtige geloof.

1:23:40En toen gingen ze naar hem toe.

1:23:43En toen strekte ze haar hand uit naar de zoon van zijn kleed.

1:23:46En de oude schrijvers noemen dat wel de uitgaande daad van het hart.

1:23:52Dat is alleen maar die hand die uitgestoken wordt.

1:23:55In dat toevlucht nemen.

1:24:00En toen voelde ze de kracht van

1:24:04die geloofsdaad.

1:24:05Dat er kracht van de Heer Jezus uitging.

1:24:07Ze werd genezen.

1:24:12En de Heer Jezus merkte het ook.

1:24:13En die zei, wie heeft mij aangeraakt?

1:24:16En de discipelen zeiden, wie heeft mij aangeraakt?

1:24:19Meester, de scharen verdringt u.

1:24:22Er lopen hier honderden mensen tegen u aan.

1:24:24Iedereen raakt u aan.

1:24:27Nee, zegt hij, iemand heeft mij aangeraakt.

1:24:29Want ik voel dat er kracht van mij uitging.

1:24:31En toen riep hij die vrouw tevoorschijn.

1:24:34En ze kwam, bevend.

1:24:37Want ze mocht naar de levitische wetten daar niet eens komen.

1:24:41Want ze was naar de wet van Mozes onrein.

1:24:48En toen ze ging de heer Jezus daar het stempel op zetten.

1:24:51Toen zei hij, vrouw, uw

1:24:54geloof heeft u behouden.

1:24:56Ga heen en wees genezen van deze uw kwaal.

1:24:59De oude schrijvers noemden dat ook de wederkerende daad van het geloof.

1:25:05Dat de Heer Jezus daar zelf het goedkeuringsstempel opzet.

1:25:11Nou, en in dat avondmaalgemeente gaat het nou vooral ook allereerst om die uitgaande daad van het hart.

1:25:20Dat die hand uitgestrekt wordt naar de zoon van zijn kleed.

1:25:25En als we dan nog even het woord van Calvin in herinnering roepen, die zei dat de Heer in zijn woord...

1:25:32Zich hult.

1:25:33Hij noemde het woord de

1:25:37kleding van de heer Jezus Christus.

1:25:39Het gewaad van het woord.

1:25:44Nou dan mag een arme bekommende zondaar letterlijk de hand uitstrekken naar de zoon van het kleed.

1:25:52En het kleed van de heer Jezus aanraken.

1:25:54Heren hier staat het toch.

1:25:58Dat u geen lust hebt in de dood van de goddeloze.

1:26:01Heren hier staat het toch.

1:26:03En raakt die Bijbel maar aan.

1:26:06Dat het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden.

1:26:13Dat een arme zondaar de gewisse belofte Gods gelooft.

1:26:18Niet ik heb zekerheid, maar dat woord biedt zekerheid.

1:26:21Het woord is gewis.

1:26:26Daar ligt het in.

1:26:29In dat toevlucht nemen.

1:26:31En het avondmaals formulier zegt dan dat is ook met een verslagen hart.

1:26:36Dat is met een bezwaard hart.

1:26:37Er zijn dus bezwaren.

1:26:39Vanwege die overblijvende zonden en zwakheden.

1:26:45Er is dus verslagenheid van die zonde die ik maar niet de baas kan.

1:26:50Die telkens maar weer de kop opsteekt.

1:26:53Dat ik gedaan, dat ik toch weer gedaan heb.

1:26:56Dat kwaad is in Gods ogen.

1:26:57Dat ik nagelaat heb wat God mij bevolen heeft.

1:27:02Maar dat die dingen tegen mijn wil in mij zijn overgebleven.

1:27:06En dat als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bij ligt.

1:27:10Die ervaring, die beleving.

1:27:13Het avondmaals formulier zegt, als

1:27:17we dat nou voor Gods aangezicht eerlijk mogen beleiden.

1:27:20Heren, u weet toch dat

1:27:22ik de zonde met wortel en tak zou willen uitroeien.

1:27:27Maar dat vlees dat onderwerpt zich de wet Gods niet.

1:27:30Ik ellendig mens.

1:27:33Dan zegt de katechismus, dan mag ik ook geloven dat mijn overblijvende zonde en zwakheid met zijn lijden en sterven bedekt is.

1:27:44En dan komt die begeerte ook in dat derde punt aan de orde.

1:27:47Die ook begeren hoe langer hoe meer hun geloof te sterken en hun leven te beteren.

1:27:55Ja, dat wordt nou ook wel de leidersweg van Gods kerk genoemd.

1:27:58Als een mens dus door de Heer is opgezocht en als hij nou eens tot zijn troost iets van de genade van de Heer heeft mogen ondervinden.

1:28:06En ook misschien wel aan de tafel des Heren dat heeft mogen ondervinden.

1:28:12Dat God zo goed is voor een slecht mens.

1:28:17Nou dan zou je alles willen doen en alles willen geven.

1:28:21Hartelijk zal ik u lief hebben Heer in mijn sterkte.

1:28:24En degene die genade kennen die zullen dat wel herkennen.

1:28:27Dat je dan allerlei beloften doet.

1:28:28Heer nou wil ik nooit meer zondigen.

1:28:30Want u bent het zo waard.

1:28:33Dat ik met tong en mond en hart het diepste grond u wel behagelijk mag leven.

1:28:40Maar dat is nou de strijd en het lijden van de kerk.

1:28:44De Heer nou alles te willen geven en eigenlijk niks te hebben.

1:28:52Maar die begeerte.

1:28:54Die wordt dan door de heren aangezien.

1:28:59En als mensen daar dan mee worstelen.

1:29:02Ik lees nog een klein stukje van Immers voort.

1:29:07En die zich nog zoveel slechte en onreine dingen in zich begeven.

1:29:12Dan zegt Immers kom beur je hart nou eens op.

1:29:15Let nou toch op het ruime aanbod van genade.

1:29:18En op de gewilligheid die er is bij de heer Jezus Christus.

1:29:21Om zondaren te ontvangen en met hen te eten.

1:29:27Dan mag er gezien worden op de gewilligheid van Christus.

1:29:31En dat hij niet ongebruikt wil terugkeren naar de hemel.

1:29:35Maar dat we nou met vrijmoedigheid.

1:29:38Ziende op die dierbare en gewisse belofte gods.

1:29:43Dieren Jezus Christus mogen beleiden.

1:29:46Het leven buiten ons zelf zoeken.

1:29:49De hand uitstrekken naar de zoon van zijn kleed.

1:29:53En dan zal bij de verdere voorduur.

1:29:56De heren zelf.

1:29:58Wel meer zekerheid en verzekerheid willen geven.

1:30:03En gemeente als deze dingen ons onbekend zijn.

1:30:07En als we niets kennen van dat leven der genade.

1:30:09Wat ons hier in dit antwoord ons wordt voorgesteld.

1:30:13En wat we in het avondmastformulier kunnen aantreffen.

1:30:18Als we daar nou vreemdeling van zijn.

1:30:19En als we daar nou buiten staan.

1:30:22Nee dan is onze plaats niet aan de avondmasttafel.

1:30:27Maar dan is er nog wel een school.

1:30:30Waarop dat geleerd kan worden.

1:30:33De school van de heilige geest.

1:30:36En waar nog steeds leerlingen worden toegelaten.

1:30:39Och, schoont gij mij de hulp van uw geest.

1:30:43Amen.

1:30:44[GEZANG]

1:33:49Bedankzegging en gebed.

1:33:53Heer Roodmoedig, danken wij u voor de dag die gij ons gegeven hebt.

1:33:56Dat we hier een en ander maal in uw huis konden komen en dat uw woord daar open lag.

1:34:02En dat we aan de hand van onze beleidenis één element uit uw woord hebben mogen overdenken.

1:34:09Een zaak die...

1:34:11Toch hoogst noodzakelijk is om te leren.

1:34:14Niet allereerst met het oog op het avondmaal.

1:34:17Maar met het oog op de eeuwigheid.

1:34:19En daarom bidden we u heren geef dat wij in dit leven ontmaskerd zullen worden.

1:34:25Dat we ontkleed worden van onze zonden.

1:34:29En dat we overkleed worden met dat bruiloftskleed.

1:34:33De rechtvaardigmaking der heiligen.

1:34:35In het bloed van Christus.

1:34:38Ga met ons mee het verdere van deze avond.

1:34:41Geef ons nog een goede avond met elkaar of thuis als we alleen zijn.

1:34:46Laat uw woord nog tot gesprekstof mogelijk zijn of tot overdenking in de binnenkamer.

1:34:54En laat het met ons meegaan deze week in.

1:34:57Bewaar voor zonden.

1:34:59Bewaar voor een onverwachte en onverzoende dood.

1:35:03Help ons in alle dingen die gebeuren moeten.

1:35:05In het gezin als we dat mogen hebben.

1:35:08In het maatschappelijke leven.

1:35:11Op school en bij de studie.

1:35:14Wilt u met ons zijn als we geen werk hebben.

1:35:16Of als er niet gewerkt hoeft te worden.

1:35:19Of als we niet meer werken kunnen.

1:35:22Heren, wilt u uw ontferming op ons neerzien.

1:35:25Ook in het ambtelijke leven bidden we u om uw zegen en uw genade.

1:35:28In alles wat er te doen is.

1:35:30Ook als er nog een begraaflist plaats moet vinden.

1:35:34Heren, wilt u daartoe ook uw...

1:35:38Dienaar schenken wat hij nodig heeft om de begrafenis te leiden.

1:35:42Schenk de familie en de gemeente alles wat nodig is om de roepstem te verstaan.

1:35:48Maar bovenal ook om getroost te worden op reis naar de eeuwigheid toe.

1:35:52En vergeeft u heren genadig al het zondige dat ons heeft aangekleefd in spreken en luisteren.

1:35:59En hoor ons gebed om Jezus wil.

1:36:02Amen.

1:36:05Wij zingen tot slot uit Psalm 139, het veertiende vers.

1:36:08Doorgrond me en ken mijn hart, o Heren.

1:36:11[GEZANG]

1:38:35Ontvang met een biddend hart de zegen des Heren.

1:38:39De genade van de Heer Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zijn met u allen.

1:38:48Amen.

1:38:48[GEZANG]