0:00[GEZANG]
10:46Dat we deze dienst aanvangen.
10:50Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt tot in eeuwigheid en
11:02die niet laat varen het werk zijner handen.
11:06Amen.
11:08Genade zij u en vrede van hem die is, die was en die komen zal en van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
11:17En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
11:20De eerstgeborene uit de doden.
11:23En de overste van alle koningen der aarde.
11:26Amen.
11:29Gemeente, laten we zingen op Psalm 130, vers 3 en 4.
11:34Ik blijf de Heren verwachten.
11:36Mijn ziel wacht ongestoord.
11:38Ik hoop in al mijn klachten op zijn onfeilbaar woord.
11:42En wat verder volgt, Psalm 130, vers 3 en 4.
11:45[GEZANG]
16:05Gemeente, laten we ook deze avond in gehoorzaamheid aan het woord van God en in gemeenschap met de kerk van alle tijden en plaatsen ons geloof beleiden met de woorden uit de twaalf artikelen.
16:16En in antwoord daarop zingen we op Psalm 36, de derde vers, bij u heren, is de levensbron.
16:22Psalm 36, vers 3, in antwoord op de beleidenis van ons geloof.
16:26In ieder van u spreken met mij in zijn of haar hart.
16:30Al dus, ik
16:33geloof in God de Vader.
16:35De Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
16:40En in Jezus Christus zijn enige geboren Zoon, onze Heere.
16:46Die
16:47ontvangen is van de Heilige Geest.
16:50Geboren uit de maagd Maria.
16:52Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.
16:56Is gekruisigd, gestorven en begraven.
16:59Nedergedaald ter helle.
17:01Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.
17:06Opgevaren ten hemel.
17:08Zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders.
17:11Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
17:16Ik geloof in de heilige geest.
17:19Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.
17:24De gemeenschap der heiligen.
17:26Vergeving der zonden.
17:29Wederopstanding des vleeses.
17:31En een eeuwig leven.
17:33[GEZANG]
20:39Gemeente, we openen het woord van God vanavond in de brief van Paulus aan de Galaten, het vijfde hoofdstuk.
20:45De
20:46schriftlezing Galaten 5.
20:51We lezen daar Gods heilig en onfeilbaar woord als volgt.
20:57Staat dan in de vrijheid met welke ons Christus vrijgemaakt heeft en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.
21:09Zie, ik, Paulus, zeg u.
21:14Zo gij u laat besnijden dat Christus u niet nut zal zijn.
21:19En ik betuig wederom een iegelijk mens.
21:22Die zich laat besnijden dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.
21:30Christus is u ijdel geworden.
21:32Die door de wet gerechtvaardigd wilt worden.
21:36Gij zijt van de genade vervallen.
21:40Want wij verwachten door de geest.
21:44Uit het geloof de hoop der rechtvaardigheid.
21:48Want in Christus Jezus heeft nog besnijdenis.
21:53Enige kracht nog voorhuid.
21:55Maar het geloof door de liefde werkende.
22:01Gij liept wel.
22:02Wie heeft u verhinderd der gehoorzaamheid, der waarheid gehoorzaam te zijn?
22:09Dit gevoelen is niet uit hem die u roept.
22:14Een weinig zuurdecem verzuurt het gehele deeg.
22:17Ik
22:19vertrouw van u in de Heren, dat gij niet anders zult gevoelen.
22:25Maar die u ontroert, zal het oordeel dragen, wie hij ook zij.
22:31Maar ik, broeders, indien ik nog de besnijdenis predik, waarom word ik nog vervolgd?
22:39Zo is dan de ergernis des kruises vernietigd.
22:43Och.
22:44Of zij ook afgesneden werden die u onrustig maken.
22:49Want gij zij tot vrijheid geroepen broeders.
22:53Alleenlijk gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees.
23:00Maar dient elkander door de liefde.
23:04Want de gehele wet wordt in één woord vervuld.
23:08Namelijk in dit.
23:10Gij zult uw naaste lief hebben gelijk uzelf.
23:16Maar indien gij elkander bijt en vereet, zie toe dat gij van elkander niet verteerd wordt.
23:23En ik zeg, wandelt door de geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleeses niet.
23:32Want het vlees begeert tegen de geest en de geest tegen het vlees.
23:39En deze staan tegen elkander.
23:45Dat gij niet doet hetgeen gij wilt het.
23:49Maar indien gij door de geest geleid wordt.
23:53Zo zijt gij niet onder de wet.
23:56De werkendes vlees is nu zijn openbaar.
23:59Welke zijn overspel, hoererij, onreinheid, ontuchtigheid, afgoderij, verneingeving, vijandschappen,
24:12twisten, afgunstigheden, toren,
24:17gekijf, tweedracht, ketterijen, nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen en dergelijke.
24:30Van dewelke ik u tevoren zeg, gelijk ik ook tevoren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet
24:43zullen beërven.
24:45Maar
24:46de vrucht des geestes.
24:48Is liefde, blijdschap, vrede, langmoedigheid, goede dierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid,
25:01matigheid.
25:03Tegen de zodanigen is de wet niet.
25:07Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden.
25:15Indien wij door de geest leven.
25:18Zo laat ons ook door de geest wandelen.
25:21Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer.
25:25Elkom de tergende.
25:27Elkom de benijdende.
25:29Tot zover de schriftlezing voor deze avond.
25:32Zoeken we met en voor elkaar het aangezicht van de heren.
25:35In een gemeenschappelijk gebed.
25:37Laten we bidden.
25:43Heren, o machtige, barmhartige.
25:46God en Vader in de hemel.
25:48Wij komen deze avond voor de tweede maal.
25:53In uw huis.
25:55En wij komen tot voor uw heilig aangezicht.
25:58Als wij hier in uw huis zijn samengekomen.
26:01Of thuis meeluisteren.
26:05Heren u bent een
26:08heilig God.
26:11En geef ons daar een diep besef van.
26:15Als wij geroepen zijn vanavond.
26:18Een van uw goede geboden.
26:20Te overdenken.
26:25Heren geeft u dan.
26:27Dat in alle eerlijkheid en in alle scherpte.
26:32De diepte van uw gebod.
26:35Passend bij uw heiligheid.
26:39Naar voren mag komen.
26:43Maar ook in ons hart.
26:44Indruk mag maken.
26:48Dat wij allen zoals wij hier zijn.
26:52Voor uw rechterstoel gedaagd zullen worden.
26:55In de verkondiging van het woord.
26:59En de vraag geboren wordt.
27:02Wat moet ik doen.
27:03Om zalig te worden.
27:07En dat zo.
27:10Wij mogen zien.
27:11Op de heer Jezus Christus.
27:13Die de wet volkomen heeft gehouden.
27:17Niet alleen in
27:19daden.
27:21Maar ook in woorden.
27:24Ja zelfs in gedachten.
27:27Heren mag het dan zo zijn.
27:31Dat we mogen zien op de heer Jezus Christus.
27:34Als dat lam van God dat de zonden van de wereld wegdraagt.
27:38Zelfs voor
27:40moordenaars.
27:43Zelfs voor overtreders van dit zesde gebod.
27:48Ja ook voor mij.
27:51Heren dan smeken wij u.
27:53Dat uw heilige geest in ons midden zult zijn.
27:57In het spreken de woorden zult geven.
28:00In het luisteren hun ontvankelijke harten.
28:03Om te horen wat u tot ons te zeggen hebt.
28:08Heren geeft u dat
28:11in ieder het goed zou kunnen begrijpen.
28:15Ook de jongens en meisjes.
28:18Heren we bidden u.
28:20Wees in ons midden.
28:21We bidden voor hen die vanavond niet in ons midden kunnen zijn.
28:26Om verschillende redenen.
28:29Omwege oppas.
28:30Daarom thuis mee luisteren.
28:33Heer, gedenkt u toch het geheel van de gemeente.
28:36Wees met hen die ziek zijn, die niet naar uw huis kunnen komen.
28:42Heer, geef herstel als het in uw raad kan bestaan.
28:45Als er ernstige ziekten zijn, zorgen zijn, als het levenseinde naar de mens gesproken steeds dichterbij komt.
28:55Ja, Heer, geef dan dat in die nood.
29:00Op u gezien mag worden.
29:03Het geweten mag worden.
29:07Dat u, o Heer Jezus Christus, ook voor ons aan het kruis is gegaan.
29:12Ons geloof mogen funderen op hem alleen.
29:19Heer, u weet van alle zorgen.
29:21We bidden ook voor hen die niet in uw huis kunnen zijn vanwege arbeid en de zorg.
29:29We bidden dat u hen tot de zegen zult stellen op de plaats waar u hen roept om te mogen werken.
29:36We bidden ook voor de hulpdiensten.
29:40Geeft u ook hen wat nodig is.
29:42Heer, zij ook opgeroepen worden om ook op deze dag hun plaatsen in te nemen.
29:49Geeft u hen steeds wat nodig is.
29:53Heer, we bidden voor het geheel van uw kerk.
29:56We bidden voor uw kinderen die vervolgd worden omwille van uw naam.
30:00Waar wij het voorrecht hebben dat wij in alle rust en vrede tot twee keer toe naar uw huis mogen opkomen.
30:09Zijn er zoveel van uw kinderen in deze wereld die zouden willen dat het kon.
30:16Maar die het niet kunnen.
30:18Of met gevaar voor eigen leven doen.
30:21Heren geeft u ze steeds kracht.
30:24En geeft u heren dat.
30:27Temidden van al die omstandigheden.
30:29Dat het ook zo zal zijn zoals het vroeger reeds werd gezegd.
30:34Dat het bloed.
30:36Van de martelaren.
30:38Het zaad is van de kerk.
30:41Heren gedenkt u ons en geeft dat wij toch.
30:44In het besef van de vrijheid die wij hebben.
30:47U zullen zoeken terwijl u te vinden bent.
30:52Dat wij niet.
30:54De gelegenheid voorbij laten gaan.
30:56De vrijheid die wij hebben.
30:59Heren we bidden u.
31:01Voor de broeders van de kerkenraad.
31:03Commissie 219.
31:05Geeft u steeds.
31:07Wat nodig is om de gemeente te mogen dienen.
31:09Achter u aan de overste herder van de schapen.
31:13Dat ze met vreugde steeds mogen dienen.
31:16In het midden van uw gemeente.
31:19Dat ze de krachten daarvoor mogen ontvangen.
31:21Vervuld mogen zijn met uw geest.
31:24Heer, gedenk zo aan ieder die op welke manier dan ook een taak heeft in het midden van de gemeente.
31:30De kosten, de organisten, de kerkvoogden, de notabelen.
31:35Ook allen die betrokken zijn bij het jeugdwerk, bij de verenigingen.
31:40Geef u steeds de kracht en de vreugde.
31:43Om u te mogen dienen.
31:45Met verwachting.
31:47Dat u de vrucht zult geven naar uw belofte.
31:51Heer, en zo ziet het ook vanavond.
31:53Alles op u.
31:55Scheld de vorst der duisternis.
31:57Geeft u hem geen plaats.
32:00Geeft u toch heren dat u zelf verheerlijk zult worden.
32:05Ook als we stilstaan bij het zesde gebod.
32:10Breek het rijk van de vorst der duisternis af.
32:13En bouw uw koninkrijk.
32:16Hoor ons om Jezus wil.
32:18Amen.
32:24Gemeente woensdag 15 juli is er weer een door de weekse dienst.
32:29Deze kerkdienst zal dominee Jede Bruin uit Rotterdam voorgaan.
32:33De dienst vangt aan om half acht.
32:36Voor het voornemen geldt, zo de Heer wil.
32:38En wij het mogen beleven.
32:40De collecten.
32:42Eerste rondgang voor noodhulp aan de slachtoffers van de aardbeving in Venezuela.
32:48Tweede voor de kerkvolgdij.
32:49En de derde voor de aflossing van de kerk.
32:52We bevelen deze collecten van harte in uw meldadigheid aan.
32:57Tot zover de afkondigingen.
32:59Laten we zingen voorafgaand aan de verkondiging van het woordpsalm.
33:03Psalm 119, vers 17, 47 en 69.
33:10Leer mij, o heren, de weg door u bepaald, dan zal ik die ten einde toe bewaren.
33:15Geef mij verstand.
33:16Met godelijk licht bestraald, dan zal mijn oog op uw wetten staren.
33:21Dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt.
33:24Dan zal zich het hart met mijn daden paren.
33:28En wat verder volgt, Psalm 119, vers...
33:331747 en 69.
33:34[GEZANG]
41:03Gemeente.
41:04Jong en oud.
41:06We zullen vanavond een vervolg maken met het onderwijs.
41:09Vanuit de Heidelbergse katechismes.
41:12Als gemeente.
41:14De laatste keer bij het vijfde gebod hebt stilgestaan.
41:17Zullen we dat nu doen bij het zesde gebod.
41:20Gij zult niet doodslaan.
41:24Een gebod.
41:27Wat toch wel veel breder is dan wij misschien in eerste instantie denken.
41:32De God.
41:34Van het leven.
41:37Staat ook voor de bescherming.
41:40Van het leven.
41:41En
41:44zoals dat ook geldt voor de zondagen hierna.
41:46Voor de bescherming van het huwelijk.
41:49Van het bezit.
41:52En van iemands goede naam.
41:56Wij zijn hier vanavond.
41:58In de kerk.
42:00Of thuis.
42:02Meekijkend of meeluisterend.
42:06Allemaal mensen.
42:10Die het leven van God hebben.
42:17Allemaal van ons zoals het wij hier vanavond zijn.
42:22Heeft God ons tot nu toe in het leven gespaard en bewaard.
42:31De drie enige God is de levensbron.
42:36Daar zong het ook van.
42:38Bij u heren is de levensbron.
42:43De reëzen zelf noemt
42:47zich.
42:47Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
42:53En hij zegt, ik ben gekomen opdat zij het leven hebben.
42:58En overvloed, de
43:03God van het leven, heeft
43:07niet alleen in de eerste tafel van de wet erop gewezen hoe wij ons jegens hem zullen verhouden, maar
43:17ook jegens onze naaste.
43:20De samenvatting van de tweede tafel van de wet, de geboden vijf tot en met tien, luidt, gij zult uw naaste lief hebben als uzelf.
43:35Als je de krantenberichten ineens zou nalezen.
43:38En heel de wereld zou zich houden aan de tweede tafel van de wet.
43:44Dan bleef er niet veel krant meer over.
43:49Hoeveel wordt
43:52Gods wet met voeten getreden?
43:56We zullen luisteren met elkaar naar zondag 40 van de Heidelbergse katechismes.
44:01De vragen 105 tot en met 107.
44:04We zullen die met elkaar eerst lezen.
44:08Vraag 105.
44:13In het zesde gebod.
44:15Uit het antwoord.
44:17Dat ik mijn naaste nog met gedachten.
44:20Nog met woorden of enige baar.
44:24Veel minder met de daad.
44:27Door mijzelf of door anderen.
44:30Onteren.
44:32Haten.
44:33Kwetsen.
44:34Of doden.
44:37Maar dat ik alle wraakgierigheid afleg.
44:40Ook
44:42mijzelf niet kwetsen.
44:44Of moet willegelijk een enig gevaar begeven.
44:48Waarom ook de overheid het zwaard draagt.
44:52Om de doodslag te weren.
44:57Vraag 106.
44:58Maar dit gebod schijnt alleen van het doodslaan te spreken.
45:04Het antwoord.
45:05God verbiedende de doodslag.
45:10Leert ons dat hij de wortel des doodslags.
45:14Als nijd, haat, toorn.
45:18En wraakgierigheid, haat.
45:21En zulks alles voor een doodslag houdt.
45:28Vraag 107.
45:30Maar is het genoeg dat wij onze naasten, zoals tevoren gezegd is, niet doden?
45:37Het
45:38antwoord, nee.
45:40Want God verbiedende de nijd, haat en toorn.
45:46Gebied.
45:48Dat wij onze naasten lief hebben als onszelf.
45:52En jegens hem geduld, vrede, zachtmoedigheid, barmhartigheid en alle vriendelijkheid bewijzen.
46:04Zijn schade zoveel als ons mogelijk is afkeren.
46:10En ook onze vijanden goed doen.
46:16Het is het gedeelte dat we gelezen hebben uit gelaten 5, noem ik u nog vers 14.
46:22Want de gehele wet wordt in één woord vervuld, namelijk in dit.
46:28Gij zult uw naaste lief hebben gelijk uzelf.
46:34Als
46:36thema heb ik boven de preek geschreven, het zesde gebod, gij zult niet doodslaan.
46:43Dus het thema, het zesde gebod, gij zult niet doodslaan.
46:47We letten erop in twee gedachten.
46:49Ik heb dat in de eigen gemeente voortdurend zo gedaan.
46:52Dat we eerst letten op het verbod.
46:54En vervolgens op het gebod.
46:56Zoals dat ook in de katechismesvragen naar voren komt.
46:59Het verbod en het gebod.
47:04Eerst het verbod.
47:09Waar zijn we als mensen wel niet toe in staat.
47:15Als het nodig is.
47:18Dat God bij de tien geboden dit zesde gebod moest noemen.
47:27Wij zijn allemaal.
47:31Alle mensen die leven.
47:36Door God gemaakt.
47:39Naar zijn beeld.
47:42Door hem geschapen.
47:44En tot nu toe onderhouden.
47:50Jongens en meisjes.
47:53Ik denk dat jullie het weten.
47:57Wanneer lezen we de eerste keer in de Bijbel dat er iemand werd gedood?
48:08Dan hoeven we niet zo ver in de Bijbel te lezen.
48:14K1.
48:16Dood zijn broer.
48:18Zijn broertje.
48:19Abel.
48:22Hij werd woedend.
48:24Omdat de Heer het offer van Abel aannam en dat van hem niet.
48:32Dan zouden we zeggen, dan heeft hij het zesde gebod overtreden.
48:37Doordat hij zijn broertje om het leven heeft gebracht.
48:42Maar als er iets vanavond duidelijk zal worden.
48:45Dan is het niet zo dat de overtreding tegen het zesde gebod er pas was toen hij zijn broertje om het leven bracht.
48:53Maar dat dat al eerder begon.
48:59Voor de meeste van ons zou
49:02gelden.
49:04Dat we voor de uitleving van de zonde tegen het zesde gebod zijn bewaard.
49:10Als het gaat over het doden.
49:16Maar wie herkent er niet als hij heel eerlijk is de gedachte.
49:23Dat je het niet erg zou vinden als je sommige mensen nooit meer in je leven tegenkwam.
49:33Die jongen of dat meisje op school.
49:38Dat je zo vaak pest.
49:42Die vervelende collega.
49:48Die buurman die altijd maar loopt te zeuren.
49:54Dat gemeentelid dat zo vaak de aandacht opeist.
50:02En je denkt wel eens bij jezelf, ik zou willen dat die persoon er niet meer was.
50:11Vanaf het allereerste begin wordt duidelijk vanuit de katechismes.
50:15Dat het zesde gebod niet alleen spreekt over het beroven van iemands leven.
50:23Daar wordt gezegd dat wij zondigen tegen dit gebod.
50:28Met onze gedachten alleen al.
50:34En dan blijven we uiterlijk vriendelijk doen.
50:39Maar in ons hart is
50:42het heel anders.
50:44Ook zondigen met woorden en gebaren.
50:48En dan ook met de daad.
50:52En dan wordt niet alleen doden hier genoemd.
50:54Maar ook het onteren van iemand.
50:59Iemand haten of iemand kwetsen.
51:04Dat is dus heel wat ruimer.
51:06Dan wanneer wij op zondag heel eenvoudig die woorden horen.
51:09Gij zult niet doodslaan.
51:14In de Talmud, de Joodse uitleg van de wet, staat iedereen
51:22die het gezicht van zijn kameraad in
51:28aanwezigheid van velen doet verbleken, is alsof hij bloed vergiet.
51:35Dus
51:37iedereen die het gezicht van zijn kameraad in aanwezigheid van velen doet verbleken, is alsof hij bloed vergiet.
51:46Met woorden kunnen wij iemand anders ten overstaan van anderen onteren en kwetsen.
51:55Je zou het kunnen noemen karaktermoord.
52:00Als wij heel bewust iemand zo van zijn eer beroven en daarmee kwetsen.
52:09En vaak doen we het alleen maar om er zelf eigenlijk beter op te staan dat we over een ander kwaad spreken en een ander zijn
52:20eer kwetsen.
52:23We laten daarmee in elk geval duidelijk zien.
52:27Dat wij niet leven door de geest.
52:30Maar naar het vlees.
52:33Zoals we dat ook lazen in Galaten 5.
52:36De werken van het vlees zijn openbaar.
52:39Dat betekent de werken van het vlees zijn bekend.
52:42En dan wordt daar genoemd onder andere afgunst en moord.
52:46Toren, gekijf, tweedracht, nijd.
52:51En Paulus zegt diegenen die zulke dingen doen.
52:54Die zullen het koninkrijk van God.
52:56Niet beërven.
53:02Gemeente, ik hoop dat u vanavond al aanvoelt.
53:05We gaan het niet hebben over een ander.
53:10We hebben deze avond genoeg aan onszelf.
53:19De wet is geestelijk.
53:25En als wij denken aan de wet, dan denken wij nog alleen makkelijk dat wij soms zo slecht nog niet zijn als andere mensen.
53:34Dat we het er zo slecht nog niet van afbrengen als...
53:38Sommige anderen in deze wereld die niet op zondag twee keer in de kerk zitten.
53:43Een gemeente beseft dat de Heere God een heilig God is.
53:49Die de zonde, ook onze zondige gedachten, niet kan verdragen en moet straffen.
53:59Heel het woord van God wordt al duidelijk.
54:02Ook in Johannes 3 vers 15 staat het.
54:04Een iegelijk die zijn broeder haat is een doodslager.
54:09En gij weet dat geen doodslager het eeuwige leven heeft in zichzelf blijvende.
54:17Niet alleen het doden zelf, zei Jezus in de bergreden.
54:20Maar wie ten onrechte toornig is op zijn broeder, die zal strafbaar zijn door het gericht.
54:32In enkel zinnetje wordt in de katechismes ook opgemerkt.
54:35Dat wij zulke dingen door
54:39mijzelf of door anderen kunnen
54:44doen.
54:46Bij ons voorbeeld.
54:48Wat over bekend is.
54:50Is David.
54:53Nee David heeft geen zwaard gebruikt om Uriah om het leven te brengen.
55:02En daarom dacht hij er waarschijnlijk zelf ook nog lange tijd mee weg te kunnen komen.
55:07Maar heel duidelijk wordt vanuit Gods woord dat het ook David wordt toegerekend.
55:14Hij gaf opdracht om
55:16Uriah voor in het leger te zetten.
55:19Het maakt hem niet minder schuldig.
55:24Wij worden...
55:27Erop gewezen in de kategorismes.
55:29Op grond van Gods woord.
55:30Alle wraakgierigheid af te leggen.
55:34En wat kan het zwaar zijn.
55:39Je zult onrecht aangedaan worden.
55:44Door je familie.
55:48Door iemand op school.
55:50Door een collega.
55:52Door een gemeentelid.
55:56Alle wraakgierigheid afleggen.
55:59Wat
56:03kan het in je hart opborrelen.
56:08Vanwege het onrecht dat er is.
56:11Om linksom of rechtsom wraak te nemen.
56:15Om recht te zetten wat krom is.
56:18De Heer wijst ons er meer dan eens op.
56:21In zijn woord.
56:23Onder andere Romeinen 12 vers 19.
56:26Wreekt u zelf niet beminden.
56:28Maar geeft de toren plaats.
56:30Want er is geschreven.
56:32Mij komt de wraak toe.
56:35Ik zal het vergelden.
56:38Wij hoeven niet het zwaar te nemen.
56:42Met onze woorden niet.
56:43En met onze daden niet.
56:47Om voor eigen rechter te spelen.
56:50Mij komt de wraak toe, zegt de Heer.
56:52Daar mag je aan vasthouden.
56:55In die omstandigheden.
56:57Mij komt de wraak toe.
56:59En de Heer belooft, ik zal het vergelden.
57:04Hij zal alles brengen in het gericht.
57:07En wij nemen niet zelf het zwaard in de hand.
57:13Het zesde gebod spreekt niet alleen.
57:17En raakt niet alleen dan datgene wat wij anderen kunnen aandoen.
57:23Maar ook onszelf.
57:30En dat is bijzonder moeilijk.
57:35Mensen kunnen ertoe komen om
57:41te menen dat het beter is te sterven dan
57:46te leven.
57:52We gaan daar niet over oordelen.
57:54Hoe
57:57donker kan de duivel het niet maken dat
58:04er geen licht gezien wordt en
58:08een einde aan het leven wordt gemaakt.
58:11We
58:17kunnen ook op
58:20een andere manier ons eigen lichaam
58:23behandelen dat wij onszelf kwetsen.
58:31Ik denk aan te veel eten.
58:33Te
58:36veel alcohol drinken.
58:39Roken.
58:42Drugsgebruik.
58:44Te weinig bewegen.
58:48Maar ook dat
58:51wij dag en nacht menend moeten werken.
58:54En zo roofbouw op ons lichaam plegen.
58:57Daarmee kwetsen wij onszelf.
59:04En brengen onszelf vermoedwillig mee in gevaar.
59:09Gemeente, dit is het belang.
59:11Ons leven is door God.
59:19Besef dat wat we doen met ons leven.
59:22Met ons lichaam.
59:24Dat wij het van de heren hebben ontvangen.
59:29Eerder zei ik al en zo wordt dat ook in de katechismes opgemerkt.
59:32Wij mogen niet zelf het zwaard opnemen.
59:35Het zwaard is aan de overheid gegeven.
59:40Romeinen 13 vers 4 staat over de overheid.
59:43Zij draagt het zwaard niet te vergeefs.
59:46Want zij is godsdienares.
59:47Een wreekster tot straf degene die kwaad doet.
59:51De overheid draagt het zwaard.
59:56Om te oordelen.
59:58En die moet willig het leven van een ander nemen.
1:00:04Uiteraard in alle voorzichtigheid.
1:00:06Maar het is bij bos dat de doodstraffer is.
1:00:09De overheid draagt het zwaard.
1:00:14Er is veel te benoemen.
1:00:18Rondom het zesde gebod.
1:00:20Rekening houdend met de tijd waarin wij leven.
1:00:23Maar
1:00:27dit is hetgeen wat fundamenteel is.
1:00:30Dat al het leven.
1:00:32Door de Heere God geschapen is.
1:00:35Niemand van ons.
1:00:37Niemand in heel deze wereld.
1:00:40Leeft er zonder hem.
1:00:49Ik zei al als je het nieuws bekijkt.
1:00:54Met deze zondag in het achterhoofd.
1:00:57Dan blijft er niet veel meer over.
1:00:59Als het zesde gebod alleen al achterwege zou blijven.
1:01:03In de nieuwsberichten.
1:01:06Denk aan de oorlogen.
1:01:07Het oorlogsgeweld.
1:01:08Het dreigende oorlogsgeweld.
1:01:12Huiselijk geweld.
1:01:16Afrekeningen in het criminele circuit.
1:01:18En
1:01:21wat te denken van de vele abortussen in ons land.
1:01:29Het leven dat God heeft gemaakt tegen
1:01:37de 40.000 abortussen in ons land alleen.
1:01:43En
1:01:46ook de kerk gaat het niet voorbij.
1:01:49Waar
1:01:53jonge meisjes zwanger worden in verkeeringstijd.
1:01:59En de ouders de schaamte van onze gezin te niet willen dragen.
1:02:05Dwingen hun dochter tot abortus.
1:02:13Wereldwijd.
1:02:15Zoals ik.
1:02:17Vinden er jaarlijks naar schatting.
1:02:2073 miljoen abortussen plaats.
1:02:24Wereldwijd.
1:02:27Het leven.
1:02:28In de baarmoeder gedood.
1:02:31We
1:02:36kunnen spreken over een medische noodzaak.
1:02:39Die er soms kan zijn.
1:02:41Maar dat is bijten.
1:02:43overgrote deel van de abortus niet het geval.
1:02:47Wij mensen beslissen over
1:02:53het einde van een leven dat door God is gegeven.
1:03:00Kort geleden
1:03:02stond in het RD een artikel over
1:03:07een in Amerika op social media bekend koppel
1:03:12in Amerika met
1:03:15vele volgers op social media die
1:03:18eerst bekend hadden gemaakt
1:03:21Blij te waren met de komst en de verwachting van een kindje.
1:03:26En daarna volgde het bericht.
1:03:33Dat een afwijking was gezien op de echo.
1:03:38En zeer waarschijnlijk sprake was van het syndroom van Down.
1:03:45En ze daarom hadden besloten tot abortus.
1:03:51Ook hier in de gemeente zullen er zijn die weten wat
1:03:57dat wil zeggen.
1:03:59Wat kan er ook?
1:04:00En er zullen er misschien ook zijn die er ervaring mee hebben.
1:04:04Wat kan er?
1:04:06Op aangedrongen worden.
1:04:09Een zwangerschap voortijdig te beëindigen.
1:04:11Als een afwijking zichtbaar is bij een echo.
1:04:17Denk aan dat stel.
1:04:19Dat een kindje verwachtende was een afwijking te zien.
1:04:22Er werd geadviseerd het kindje weg te halen.
1:04:25Zo werd dan gezegd.
1:04:29Er werd bijgezegd als deze afwijking dan al zichtbaar is.
1:04:32Dan is er waarschijnlijk nog meer aan de hand.
1:04:35De ouders zeiden wat dan ook.
1:04:37Het kindje zal geboren worden.
1:04:39En het kwam gezond ter wereld.
1:04:45Vergeet het nooit.
1:04:48Ouders en
1:04:52allen die op welke wijze dan
1:04:56ook hier omheen staan.
1:04:57Dat
1:05:00er in Psalm 116 staat.
1:05:04Het eenvoudige wil God steeds gadeslaan.
1:05:15Vroeger werden
1:05:18kinderen die een beperking hadden
1:05:22ongelukkig genoemd.
1:05:28Zo was er een keer een vertegenwoordiger die bij een bedrijf kwam.
1:05:37Het syndroom van Down had.
1:05:40Hij zei.
1:05:42U hebt een ongelukkig kindje.
1:05:46Waarop die vader zei.
1:05:49Je bent pas echt ongelukkig.
1:05:54Als je de heren niet kent.
1:05:58De eenvoudigen.
1:06:00Wil God steeds.
1:06:02Gadeslaan.
1:06:03Wie zijn wij.
1:06:07Om
1:06:08te bepalen.
1:06:10Wat het begin.
1:06:11En het einde van het leven is.
1:06:14Als wij menen.
1:06:16Daarin de keuzes te moeten maken.
1:06:18Dan doen wij wat we in het paradijs al wilden.
1:06:23Zijn als God.
1:06:29In vraag 106 wordt de vraag gesteld.
1:06:33Dat dit gebod alleen schijnt te spreken van het doodslaan.
1:06:40Als je zondag aan zondag hoort.
1:06:43Gij zult niet doodslaan.
1:06:46Dan zou je als jongen, als meisje of als ouderen ook.
1:06:49Kunnen denken nou.
1:06:51Dan gaat het vanavond ook over het zesde gebod en gelukkig raakt dat mij niet, want ik heb nooit iemand om het leven gebracht.
1:06:59Maar dit antwoord geeft ons geen vrijbrief.
1:07:03Er wordt ons hier heel duidelijk gezegd dat God de wortel van de doodslag haat.
1:07:12De wortel, daaronder noemt hij nijd en haat en toren en wraadgierigheid.
1:07:17Hij haat het en hij houdt dat voor een doodslag.
1:07:25Het ontnemen van iemands leven begint niet met de daad zelf, zoals dat ook bij K in het geval is en Abel.
1:07:33De motieven voor doodslag, die kunnen uiteenlopen.
1:07:38Maar hier wordt een aantal
1:07:42zaken genoemd.
1:07:42Nijd,
1:07:44jaloezie, afgunst.
1:07:48Allemaal.
1:07:49Het
1:07:51komt er misschien niet allemaal uit.
1:07:53Maar wat leeft er niet in ons hart, gemeente?
1:08:00Gemeente, er gaat niemand van ons vanavond.
1:08:03Zonder schuld.
1:08:04Naar huis.
1:08:08God houdt u, jou en mij.
1:08:13Voor een moordenaar.
1:08:17Als wij in neid.
1:08:20Met onze naaste leven.
1:08:22Die naaste.
1:08:24Die het leven.
1:08:25Van God heeft ontvangen.
1:08:30Zoals Nathan naar David kwam.
1:08:34Worden ook wij aangewezen.
1:08:37En zegt de Heer het vanavond.
1:08:38Gij zijt die man.
1:08:39En gij zijt die vrouw.
1:08:45Als er iets is wat duidelijk wordt, hoe de katechisme het ook onder woorden bracht, dan worden we gewezen op ons hart.
1:08:53Ons hart dat van nature verdorven is.
1:08:57Ons hart dat van nature vleeslijk is.
1:09:00En haat en nijd en afgunst, het borrelt allemaal in ons verdorven hart.
1:09:07En ook naar ontvangen genade moet Paulus het nog zeggen.
1:09:11Ik, ellendig mens, en ook in het gedeelte dat we lazen, kom het naar voren.
1:09:18Komt er misschien niet uit.
1:09:20In de uitleving.
1:09:22Maar dat is Gods bewarende genade.
1:09:27Ja wat leeft in het hart van ons als mensen.
1:09:30Werd wel duidelijk toen de Heer Jezus op de aarde was.
1:09:35Hij die volkomen al
1:09:40Gods geboden heeft onderhouden.
1:09:44Nooit één gebod overtreden.
1:09:47Niet in de daad.
1:09:49Niet in woorden.
1:09:51Zelfs niet in gedachten.
1:09:56Toen hij op deze aarde was.
1:09:59Toen werd duidelijk wat de haat en de nijd is die in het leven, in het hart van ons als mensen zit.
1:10:05En bijzonder zien we het bij de geestelijke leiders van Jeruzalem.
1:10:09Wat hadden ze een hekel aan hem.
1:10:14En wat werd dat meer en meer en meer en meer.
1:10:20Zo'n afgunst.
1:10:21De mensen gingen naar hem toe.
1:10:22En ze luisterden niet meer naar hem.
1:10:25Wat hebben ze te hem naar het leven gestaan.
1:10:29En uiteindelijk gedood.
1:10:32Hij die nooit één zonde had gedaan, werd gedood.
1:10:38En Petrus zegt het daarom ook op de Pinksterdag.
1:10:40Deze Jezus hebt gij genomen en gedood.
1:10:49Het leverde toen de vraag op.
1:10:51En ik hoop dat het ook de vraag is die in uw hart leeft.
1:10:55Maar wat moeten wij dan doen?
1:10:57Hoe kunnen wij zalig worden?
1:11:00Is er dan nog een weg tot behoud?
1:11:03Als ik tegenover die heilige God schuldig sta.
1:11:11En dan zien we de Heer Jezus Christus hangen aan het kruis van Golgotha.
1:11:18En aan beide zijden hangt een moordenaar.
1:11:26Twee mannen die niet alleen met woorden, met gedachten, maar ook met de daad iemand van het leven hebben beroofd.
1:11:39Ze hebben gespot met de Heer Jezus.
1:11:44Zou er genade zijn voor zulke mensen?
1:11:50Voor die mensen in wiens hart niets
1:11:54dan afgunst opborrelt, nijd, haat.
1:12:02Wat zei de Heer Jezus tegen die man.
1:12:05Die aan hem vroeg.
1:12:07Naast de man aan de kruis.
1:12:08Heren.
1:12:09Gedenk mij er als gij in uw koninkrijk zult gekomen zijn.
1:12:15Zei de Heer Jezus toen tegen hem.
1:12:20Nee.
1:12:20Je
1:12:27kunt wel met je gedachten zondigen tegen het zesde gebod.
1:12:30Maar met de daad daar is geen vergeving voor.
1:12:35Als er iets van beseffen gemeente.
1:12:38Ik
1:12:39sprak eens iemand die meerdere mensen van het leven had beroofd.
1:12:44Hij zei.
1:12:47Hoe zou ik voor God kunnen verschijnen?
1:12:51Ik ben op zijn stoel gaan zitten.
1:12:54Ik heb beslist over leven en dood.
1:13:00Zou God zeggen tegen die moordenaar.
1:13:04Er zijn grenzen aan mijn genade.
1:13:09Je zou het als mens begrijpen.
1:13:14En zeggen dat kan niet.
1:13:15Het houdt ergens op.
1:13:19Maar wat een wonder gemeente.
1:13:20Dat Gods wegen hoger zijn dan onze wegen.
1:13:23En zijn gedachten hoger dan onze gedachten.
1:13:28Niet alleen die moordenaar aan het kruis.
1:13:32Ook Paulus.
1:13:34Ook David.
1:13:37Ook u.
1:13:41Ook jij.
1:13:44Daar aan de voet van het kruis.
1:13:45Hebben zij vergeving ontvangen.
1:13:48Van hun zonden.
1:13:51Als de Heer het klaagt.
1:13:53Het is al lang geleden.
1:13:54Maar ik heb u ooit gepreekt.
1:13:57In het midden van de gemeente.
1:13:58Uit Jezaja 1 hier.
1:14:00Dan zegt de Heer.
1:14:01In Jezaja 1 zegt hij het.
1:14:04Tegen zijn eigen volk.
1:14:05Jullie hebben bloed aan jullie handen.
1:14:09En dan zou je zeggen.
1:14:10Als dat nu de aanklacht is die je hebt.
1:14:15Dan is de deur toch wel dicht.
1:14:18Maar juist dan zegt hij, kom dan.
1:14:21Laat ons te samenrichten, zegt de Heer.
1:14:24Waar je zonden als gelaken, ze zullen worden wit als sneeuw.
1:14:28En waar ze rood als carmo zijn, ze zullen worden als witte wol.
1:14:33Om dan in de vrijheid te worden gesteld.
1:14:38Dan klaagt de wet niet meer aan.
1:14:41De vrijheid in Christus.
1:14:44Vergeving van zonden te mogen ontvangen om te zien.
1:14:47Dat hij in mijn plaats de straf heeft gedragen.
1:14:50Dat
1:14:52hij die prijs heeft betaald.
1:14:56Die ik nooit voor mijn leven zou kunnen betalen.
1:15:02Dan veroordeelt de wet niet meer.
1:15:06Dan wordt het een leefregel van dankbaarheid.
1:15:09We zongen het zo mooi.
1:15:10Het trof me zomaar.
1:15:11Hoe we het zongen met Psalm 119 vers 17.
1:15:15Leer mij o heren de weg door u bepaald.
1:15:17Dan zal ik die ten einde toe bewaren.
1:15:20Geef mij verstand met godelijk licht bestraald.
1:15:22Dan zal mijn oog op uw wetten staren.
1:15:24Dan houd ik die.
1:15:26Hoe licht mijn ziel ook dwaalt.
1:15:27Dan zal zich het hart met mijn daden paren.
1:15:32Ja, dan volgt dat.
1:15:34Dan volgt het leven.
1:15:36Het liefhebben van de ander.
1:15:38Uit het zien.
1:15:39Dat lam van God dat de zonde van de wereld wegdraagt.
1:15:44We letten erop in onze tweede gedachte.
1:15:46Het gebod.
1:15:51Maar dit zesde gebod onschuldig stelt.
1:15:56Worden we uitgedreven.
1:15:58Naar hem die de wet volmaakt en volkomen heeft gehouden.
1:16:01Die moordenaars vrij spreekt van schuld en straf.
1:16:06Vanwege zijn volkomen offeren.
1:16:09Gebracht op Golgotha.
1:16:12Maar wordt er dan de vraag gesteld.
1:16:14Is het dan niet genoeg.
1:16:16Dat wij zoals tevoren gezegd onze naasten niet doden.
1:16:22En dan luidt het antwoord nee.
1:16:28Gemeente wij zijn er misschien wel tevreden mee.
1:16:32Als wij de wet van de heren horen.
1:16:34En we zeggen we hebben inderdaad niemand doodgeslagen.
1:16:37We hebben geen overspel gepleegd.
1:16:40Ja.
1:16:42Maar de lat in Gods koninkrijk ligt hoger gemeente.
1:16:47Zo blijkt ook uit het antwoord.
1:16:50Nee want God die nijd en haat en toren verbiedt.
1:16:53Gebied ons.
1:16:55Dat wij onze naasten lief hebben als onszelf.
1:16:59Het is niet genoeg dat wij.
1:17:01Niet haatdragend zijn.
1:17:04Nee we zullen onze vijanden.
1:17:06Lief hebben.
1:17:08Zoals de heer Jezus het zegt in de bergreden.
1:17:11Heb uw vijanden lief.
1:17:13Zegent ze die u vervloeken.
1:17:15Doet wel degene die u haten.
1:17:17En bid voor degene die u geweld doen.
1:17:19En die u vervolgen.
1:17:23Wat een last.
1:17:27Als we zien op onszelf.
1:17:31Zegenen wie ons vervloeken.
1:17:34Wel doen aan hen die ons haten.
1:17:36Bidden voor hen die ons geweld aandoen.
1:17:40Dat we zo met vrienden om zouden omgaan.
1:17:43Maar met vijanden.
1:17:46Het is Gods liefdesgebod.
1:17:51En dat is nu zo makkelijk.
1:17:54Ze zien op de heer Jezus Christus.
1:17:56Dat hij zichzelf heeft gegeven.
1:17:59Dat hij zichzelf liet verbreizelen.
1:18:03Dat hij zichzelf overgegeven heeft tot in de dood.
1:18:07Voor mij.
1:18:12Dan is het geen zware last.
1:18:18Zoals ook in gelaten 5 vers 13 staat.
1:18:21Want gij zij tot vrijheid geroepen broeders.
1:18:24Alleen ik gebruik de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees.
1:18:28Maar dient elkander door de liefde.
1:18:32Daarnaast liefhebben als onszelf.
1:18:35Betekent dan ook dus dat er enige vorm van zelfliefde is.
1:18:39Niet zoals dat in onze tijd het klinkt van.
1:18:44Ik moet me goed voelen of.
1:18:46Je moet de beste versie van jezelf worden.
1:18:51Of het gaat om zelfontplooiing.
1:18:54Nee, niet zelfliefde op
1:18:56die manier dat wij het centrum van het heelal zijn.
1:19:02Maar wel dat wij onszelf lief hebben.
1:19:05En ook onze naasten lief hebben.
1:19:08Waaruit bestaat dat liefhebben dan?
1:19:13Jegens onze naasten geduld, vrede, zachtmoedigheid en alle vriendelijkheid bewijzen.
1:19:19En zijn schade zoveel als ons mogelijk is afkeren.
1:19:23En ook onze vijanden goed doen.
1:19:27Ja daarin geldt gemeente.
1:19:29Wat de heren van ons eist.
1:19:32Dat schenkt hij ook.
1:19:33Door de heilige geest.
1:19:35Want hij is het die die vrucht schenkt.
1:19:37Zo laatst we het ook duidelijk in Galaten 5.
1:19:39Het zijn de vruchten van de geest.
1:19:42Die van Christus zijn.
1:19:45Die door een waar geloof.
1:19:47Christus ingelijfd zijn.
1:19:48Die hem toe behoren.
1:19:51Die hebben het vlees gekruist.
1:19:54Met de bewegingen.
1:19:56En begeerlijkheden.
1:19:58Ook al blijft het waar.
1:20:00Dat de allerheiligsten.
1:20:02Nog maar een klein beginsel van die gehoorzaamheid kennen.
1:20:06Toch.
1:20:07Is daar een strijden door de heilige geest.
1:20:10Tegen de zonde.
1:20:11En daarom zegt Paulus.
1:20:13Indien wij door de geest leven.
1:20:16Zo laat ons ook door de geest wandelen.
1:20:18Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer.
1:20:22Elkander tergende en elkander benijdende.
1:20:25Het goede.
1:20:26Voor de ander te zoeken.
1:20:29Voortkomend.
1:20:31Uit de liefde van Christus.
1:20:34Gemeente dit gebod wijst.
1:20:36Ons erop.
1:20:37De noodzaak.
1:20:39Van de vernieuwing van ons hart.
1:20:41Dat wij.
1:20:43Wederom geboren.
1:20:44Moeten worden.
1:20:47En dat niet één keer.
1:20:49Maar ook steeds opnieuw.
1:20:51Als nieuw geboren schepselen.
1:20:54Te wandelen.
1:20:56En dat is toch ook het verlangen.
1:20:58Voor u die de Heer er lief hebt.
1:21:00Meer en meer te gelijken door Jezus Christus.
1:21:05Heren, maak mij uw beeld gelijk.
1:21:13Uw beeld.
1:21:15Want u die aan het kruis van Golgotha nog bad voor uw vijanden.
1:21:20Dat ik in mijn leven iets mag laten zien van die liefde die er in u is.
1:21:27Iets in mijn leven duidelijk mag worden van uw genade om Jezus' wil.
1:21:35Amen.
1:21:37Gemeente laten we zingen in antwoord op de verkondiging van het woord.
1:21:40De tien geboden.
1:21:42De versen zeven en negen.
1:21:45Gij zult niet doodslaan nog uw reken.
1:21:48En ook het negende.
1:21:49Of wij uw geboon volbrachten.
1:21:52Gena o hoogste majesteit.
1:21:54Gun door het geloof.
1:21:55En Christus krachten om die te doen.
1:21:58Uw dankbaarheid.
1:21:59De tien geboden.
1:22:00Vers zeven en negen.
1:22:02[GEZANG]
1:24:54Laten we nog danken en bidden.
1:24:59Heren, zo komen wij opnieuw tot voor uw heilig aangezicht.
1:25:04Als mensen die, als het van ons afging,
1:25:10allemaal als moordenaars de kerk uitgaan.
1:25:16Maar nu hebt u uw lieve zoon in deze wereld gegeven.
1:25:21Dat er voor de grootste van de zondaren nog doen aan is.
1:25:26Vergeving van zonden, vrijspraak, vrede met u en het eeuwige leven.
1:25:33Heren, dan bidden we.
1:25:34Dat u zult geven dat uw woord
1:25:38rijk gezegend zal zijn.
1:25:43Vanmorgen en ook vanavond.
1:25:46Dat die schat in de akker, die Jezus Christus voor ons, alles
1:25:53is geworden.
1:25:55Dat we in hem het leven en de zaligheid hebben gevonden.
1:26:01Heren, dan bidden we dat u door uw heilige geest krachtig zult werken.
1:26:06Onder de jongens en meisjes.
1:26:08Het zijn uw jonge leven.
1:26:11U al mogen kennen, dienen en vrezen.
1:26:14De jongeren.
1:26:16Dat ze met alle vragen en de worstelingen die ze kennen.
1:26:19Rust mogen vinden bij u.
1:26:23Ook hen die op middelbare leeftijd zijn.
1:26:26Waar het leven zo druk kan zijn.
1:26:29Ja heren, gedenkt u hen toch.
1:26:32Dat ze rust vinden voor hun ziel bij u alleen.
1:26:36Wijs ook met hen.
1:26:38Waar de avond van het leven is gekomen.
1:26:43Mogelijk nog altijd.
1:26:45Met een openstaande schuld.
1:26:47Heren laat het zocht toch uitdrijven naar u.
1:26:51Hou het van zingen.
1:26:53Dat u zelfs bij het naderen van de dood nog volkomen uitkomst zal geven.
1:26:59Heren geeft u het toch.
1:27:00Tot eer en verheerlijking van uw naam.
1:27:03Neem het zondige weg.
1:27:05In het spreken en in het luisteren.
1:27:09Heren wij zijn niet in staat.
1:27:11Om de heerlijkheid van de heer Jezus Christus uit te schilderen.
1:27:15In woorden.
1:27:17Maar u bent in staat.
1:27:19Om te doen boven wat wij kunnen door uw geest.
1:27:22Wij zijn niet in staat, Heer, om de diepte van uw heiligheid zo
1:27:29te peilen.
1:27:31Maar geef dat we er een indruk van zullen krijgen.
1:27:36Heer, gedenk ons zo allen.
1:27:39Gaat u met ons mee naar onze huizen.
1:27:41Breng ons veilig waar we hopen te komen.
1:27:44Wees met hen die alleen thuiskomen.
1:27:47Gedenk hen, Heer.
1:27:50Wees met ons in de nieuwe week.
1:27:53Gaat u met ons mee als het voor de jongens en meisjes, in elk geval uit Oudorp, de laatste schoolweek zal zijn.
1:28:01Helpt u hen, heren.
1:28:03Weest u met hen.
1:28:06En ook als de vakantieperiode dan aanbreekt, geef dat de tijd van rust gebruikt
1:28:13zal worden om rust in u te vinden.
1:28:18Gaat u met ons in deze week in ieder waar u ons roept.
1:28:21Zegen ons en stel ons tot een zegen.
1:28:25Heer, onze ogen zijn op u geslagen.
1:28:28Hoor ons om Jezus wil.
1:28:30Amen.
1:28:34Gemeente laten we tot slot nog zingen op zaal 138.
1:28:37Het vierde vers.
1:28:39Als ik omringd door tegenspoed bezwijken moet schenkt gij mij leven.
1:28:43En wat verder volgt.
1:28:46138 vers 4.
1:28:47[GEZANG]
1:31:36Gemeente bewaar het woord.
1:31:37Ga heen in vrede.
1:31:39Draag met u de zegen van de heren die we in zijn naam op u leggen.
1:31:44De genade van de heren Jezus Christus.
1:31:47En de liefde van God de Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest.
1:31:52Zij met u allen.
1:31:55Amen.
1:31:56[GEZANG]