Matthéüs 4: 19b; Jezus roept discipelen

maandag 25 mei 2026 · 09:30 uur · Openbare geloofsbelijdenis · Ds. E. Verhelst · 108 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

11:21Laten we deze dienst aanvangen.

11:22[GEZANG]

11:53En van Jezus Christus, die de getrouwe getuige is.

11:57Eerstgeborene uit de doden.

11:59En de overste van alle koningen der aarde.

12:02Amen.

12:05Gemeente, laten we zingen op Psalm 108, de versen 1 en 2.

12:09Mijn hart, o hemel majesteit, is tot uw dienst en lof bereid.

12:14Ik zal zingen voor de opperheer.

12:16Ik zal op zalmen zingen tot zijn eer.

12:19En wat verder volgt, Psalm 108, de versen 1 en 2.

12:23[GEZANG]

16:55Morgen op Tweede Pinksterdag ons geloof beleiden.

16:58We doen dat met de geloofsbeleidenis van Nicaea.

17:02En in antwoord daarop zullen we zingen op Psalm 119, het derde vers.

17:06Och schonkt gij mij de hulp van uw geest, mocht die mij op mijn paan ten leidsman strekken.

17:12Psalm 119, het derde vers in antwoord op de beleidenis van ons geloof.

17:17De geloofsbeleidenis van Nicaea.

17:19En in iedere van u spreken met mij in zijn of haar hart.

17:23Al dus.

17:25Ik geloof in één God.

17:28De Almachtige Vader.

17:31Schepper des hemels en der aarde.

17:35Allerzienlijke en onzienlijke dingen.

17:38En in één Heer Jezus Christus.

17:42De enige geboren Zoon van God.

17:46Geboren uit de Vader.

17:48Voor alle eeuwen.

17:50God uit God.

17:52Licht uit licht.

17:55Waarachtig God uit waarachtig God, geboren, niet gemaakt, van hetzelfde wezen met de Vader, door welken alle dingen gemaakt zijn, die

18:08om ons mensen en om onze zaligheid is nedergekomen uit de hemel, en vlees geworden is van de Heilige Geest uit de Maagd Maria, en een

18:20mens is geworden.

18:22Ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus.

18:26Geleden heeft en begraven is en ten derde dagen opgestaan is na de schriften.

18:33En opgevaren is ten hemel.

18:36Zit ter rechterhand des vaders.

18:39En zal wederkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden.

18:46Wiens rijk geen einde zal hebben.

18:49En in de Heilige Geest.

18:53Die Heere is en levend maakt.

18:56Die van de Vader en de Zoon uitgaat.

18:59Die tezamen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt.

19:04Die gesproken heeft door de profeten.

19:08En één heilige, algemene en apostolische kerk.

19:13Ik beleid één doop tot vergeving der zonden.

19:17En ik verwacht de opstanding der doden en het leven.

19:25De

19:25[GEZANG]

21:22schriftlezing voor deze morgen kunt u vinden in de evangelie.

21:26Naar de beschrijving van Matthäus.

21:28We zullen daarvan lezen uit het vierde hoofdstuk.

21:31Versen 12 tot en met 25.

21:35De schriftlezing Matthäus 4 vers 12 tot en met 25.

21:41We

21:43lezen daar Gods heilige en onfeilbaar woord als volgt.

21:51Dat Johannes overgeleverd was, is hij wedergekeerd naar Galilea.

21:58En Nazareth, verlatenhebbende, is gekomen te Capernaum, gelegen aan de zee in de landpalen van Zebulon en Naftali.

22:08Op dat vervuld zal worden hetgeen gesproken is door Jezaja de profeet, zeggende, het land Zebulon en het land Naftali, aan de weg ter zee over de Jordaan, Galilea

22:20der volken.

22:22Het volk dat in duisternis zat heeft een groot licht gezien.

22:26En degene die zaten in het land en de schaduw des doods, dezelve is een licht opgegaan.

22:34Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen, bekeert u.

22:38Want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

22:43En Jezus wandelende aan de zee van Galilea zag twee broeders.

22:49Namelijk Simon, gezegd Petrus, en Andreas zijn broeder.

22:53Het net in de zee werpende, want zij waren vissers.

22:57En hij zeide tot hen, volg mij na en ik zal u vissers ter mensen maken.

23:05Zij dan terstond de netten verlatende zijn hem nagevolgd.

23:11En hij van daar voortgegaan zijnde zag twee andere broeders, namelijk Jacobus de zoon van Zebedees en Johannes zijn broeder in het schip met hun vader Zebedees.

23:23hun netten vermakende en heeft hen geroepen.

23:28Zij dan terstond verlatende het schip en hun vader zijn hem nagevolgd.

23:34En Jezus omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het evangelie des Koninkrijks en genezende alle ziekte en

23:46alle kwaal onder het volk.

23:49En zijn gerucht ging vandaar uit in geheel Syrië

23:53En zij brachten tot hem allen die kwalijk gesteld waren, met verscheidene ziekten en pijnen bevangen zijnde, en van de duivel bezeten, en maanzieken en geraakten,

24:05en hij genast dezelfde.

24:07En

24:09vele scharen volgden hem na, van Galilea, van Decapolis, en van Jeruzalem, en van Judea, en van over de Jordaan.

24:20Tot zover de schriftlezing voor deze morgen.

24:24Zoeken we met en voor elkaar het aangezicht van de heren in een gemeenschappelijk gebed.

24:28We zullen bijzonder ook dominee van de Kamp met zijn gezin gedenken in het gebed.

24:34In verband met het beroep dat op hem is uitgebracht.

24:37Laten we bidden.

24:45Heren almachtige, barmhartige God en Vader in de hemel.

24:50Wij komen op deze maandagmorgen tot voor uw heilig aangezicht.

24:56En heren wij doen dat allereerst.

24:59Door u te danken.

25:00Dat u het geeft dat wij.

25:03Zelfs op een maandagmorgen mogen samenkomen in uw huis.

25:08Op een tweede pinksterdag waar we.

25:11In deze dagen.

25:13Mogen herdenken dat.

25:15Uw heilige geest bent uitgestort.

25:19U die heren bent.

25:22En levend maakt.

25:23Zo beleden we het zojuist.

25:28Ja uw heilige geest.

25:30Doorwaai dan.

25:32Onze hof.

25:33Deze hof geeft u.

25:37Dat het zo zal zijn.

25:39Dat uw woord met kracht in de harten van ons allen.

25:46Wordt uitgedrukt.

25:49Want wij zijn als mensen niet in staat.

25:54Om elkaar aan

25:57uw voeten te brengen.

25:59Om harde harten te verbreken.

26:03Maar u kunt het.

26:04En u doet het.

26:06En u gebruikt daardoor.

26:08Daarvoor de verkondiging.

26:10Van het evangelie.

26:13Heren zo smeken wij.

26:15Dat uw o drie enige God.

26:17Vader, zoon en heilige geest.

26:20Met kracht in ons midden zult zijn.

26:24En ook opgemerkt mag worden.

26:27Heren geef uw heilige geest.

26:29In het verkondigen van uw woord.

26:32Geef een stem om te spreken.

26:34Geef de helderheid.

26:36Om uw woord in alle duidelijkheid.

26:38Uit te mogen leggen.

26:41Geeft u ons allen een opmerkzaam en ontvankelijk hart.

26:45Dat uw woord mag vallen in een weltoebereide aarde.

26:50Heer, we bidden op deze dag in het bijzonder ook voor de beleidingskategorisanten.

26:56Die straks hun jaarwoord hopen te geven.

27:00Een lange weg ging eraan vooraf.

27:03Heer, u hebt gegeven dat we al die avonden met elkaar uw woord mochten overdenken.

27:11Gisteren in Melesand en in Nieuwerkerk de beleidingsdiensten mochten hebben.

27:17Hier in Oudorp.

27:19Heren we bidden u.

27:21Dat u zult geven dat zij allen door uw geest.

27:26Navolgers van u zullen zijn.

27:28En heren u hebt het verlangen in hun hart gewerkt.

27:30En in hun hart gelegd.

27:32En daarom staan zij straks voor in de kerk.

27:37Heren geeft u hen dan toch wat ze nodig hebben.

27:39Ook als een moment als dit.

27:42Voor hen veel gedachten met zich meebrengt.

27:46Spanning met zich mee kan brengen.

27:49Heren, mogen ze rust vinden ziende op u.

27:53Heren, u bent het toch die wanneer u roept.

27:55Ook alles schenkt wat nodig is om

28:00u te kunnen volgen.

28:02En heren, geef dat zo hun ogen op u geslagen mogen zijn.

28:08We bidden ook voor hen die eerder tot beleidenis des geloofs mochten komen in het midden van de gemeente.

28:17Heren, u weet al hun overweging en hun gedachten mag er een bevestiging zijn.

28:23Een vernieuwing.

28:26Deze morgen.

28:28Heren, gedenk ook hen die nog niet kwamen tot het doen van beleidenis van het geloof.

28:35Heren, geeft u toch dat zij wel

28:38navolgers van u mogen zijn.

28:42En uw naam ook verlangen te beleiden.

28:46Heren, gedenkt u zo het geheel van de gemeente.

28:48Werk toch krachtig onder de jongens en meisjes, de jongeren, de ouderen.

28:55Geeft u de kerkenraad steeds wijsheid, vreugde.

29:00kracht en de leiding van uw heilige geest in het dienen van

29:05de gemeente.

29:06We bidden om wijsheid voor de commissie 219.

29:10Heere, gedenkt u zo het geheel van uw gemeente hier.

29:15Maar we bidden ook voor uw kerk over het rond van deze wereld.

29:20We bidden voor dominee van de Kamp en het beroep dat op hem is uitgebracht.

29:26Gedenk hem met zijn vrouw, met zijn gezin.

29:28Geef hem licht over de weg die hij te gaan heeft.

29:33Heren, u weet hoe het beroep is uitgebracht.

29:37We leggen het voor u neer, heren.

29:39U weet wat goed is voor de gemeente.

29:42Wijst u, dominee van de Kam, de weg die hij te gaan heeft en geef hem gewilligheid om te volgen, wat uw weg ook zal zijn.

29:54Heren, zo bidden we voor

29:56het geheel van het werk in uw Koninkrijk, in onze kerk, in alle kerken in ons land.

30:02Vergeef ons, heren, de gebrokenheid.

30:05De kerkelijke verdeeldheid.

30:09Heere, geeft u toch dat er eenheid gevonden mag worden.

30:14In het hoofd van de kerk, de Heere Jezus Christus.

30:19Geeft u dat overal ter wereld, overal waar deze dag uw woord uitgaat.

30:24Dat met kracht zal zijn.

30:27Geeft u dat zij die geroepen zijn om uw woord te verkondigen, zich daartoe voorbereiden.

30:33Steeds alles zullen ontvangen wat daarvoor nodig is.

30:36De moed en de kracht.

30:39Ja, Heere, roept u ook.

30:41Steeds weer nieuwe mensen in uw dienst.

30:45Want dat is toch nodig.

30:46Als er zoveel zijn die ook deze dag in Oudorp zijn.

30:51Deze dagen.

30:53Maar die vervreemd zijn van uw woord.

30:56Als er zoveel zijn in Nederland.

30:58En over het rond van deze wereld die nog nooit hebben gehoord.

31:03Dat ze zonder geloof en bekering voor eeuwig verloren zijn.

31:06En dat er een weg tot behoud is in het bloed van uw lieve zoon.

31:11Heere, geef dan dat die last opgelegd wordt.

31:15Kon het zijn ook onder

31:19ons.

31:21Heere, gedenkt u zo ons allen.

31:24Geeft u in ieder wat nodig is die een taak heeft.

31:27Help de koster, de organist.

31:30Geeft u zo dat ons samenzijn zal zijn tot uw eer.

31:34Tot uitbreiding van uw koninkrijk.

31:38Heere, wees in ons midden.

31:39Scheld de vorst der duisternis.

31:43Die er alles aan zal doen.

31:46Om degene die hij nu in zijn klauwen heeft niet los te laten.

31:50Maar laat uw woord door uw geest met kracht zijn.

31:54Opdat wij allen.

31:56Ja van de jongste tot de oudste toe.

31:58Als die roepstem komt volg mij na.

32:02Geen andere antwoord geven dan die discipelen gaven.

32:05En zij terstond.

32:08Alles achterlatende.

32:10Zijn hem gevolgd.

32:12Heren het waren er drieduizend op de pinksterdag.

32:16Wij zijn met minder.

32:18Uw hand is niet verkort.

32:20Betoon zo uw genade.

32:23Hoor ons om Jezus' wil.

32:26Amen.

32:32Gemeente laten we zingen voorafgaand aan de verkondiging van het woord.

32:35Psalm 25.

32:37Ik vergeet de collecten nog.

32:39De collecten is de eerste rondgang voor de Spaanse evangelische zending.

32:43Als tweede voor de kerkvolgdij.

32:45En derde het onderhoudsfonds.

32:47De collecten worden hartelijk in uw meeldadigheid aanbevolen.

32:51We zingen.

32:53Psalm 25, vers 2 en 6.

32:56Heer, maak mij uw wegen door uw woord en geest bekend.

33:00En ook het zesde vers.

33:02Wie heeft lust de Heren te vrezen het allerhoogste en eeuwig goed.

33:06Wat verder volgt.

33:08Psalm 25, vers 2 en 6.

33:10[GEZANG]

39:22Pleidingskategorisanten, familie, vrienden, gemeente.

39:27We

39:29zullen vandaag stilstaan bij een gedeelte uit Matthäus 4.

39:35Versen, de eerste elf versen van Matthäus 4.

39:38Dan lezen we dat de Heer Jezus werd verzocht in de woestijn door de duivel.

39:44En dan lezen we in vers 12, dan

39:47moeten we opmerken als daar staat.

39:50Vers 11, toen liet de duivel van hem af en zie de engelen zijn toegekomen en dienden hem.

39:57Dan staat er in vers 12, als nu Jezus gehoord had dat Johannes overgeleverd was, is hij wedergekeerd naar Galilea.

40:06In die tussentijd is er wel wat gebeurd.

40:09We maken een sprong vanaf vers 11 naar vers 12 in de tijd.

40:13In die tijd daartussen heeft Johannes de Doper het woord verkondigd.

40:18Hij heeft de Heer Jezus aangewezen.

40:20Zie het lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt.

40:24Die tijd daartussen waar

40:27ook Johannes is overgeleverd.

40:29Daar zwijgt Matthäus verder over hier.

40:33Jezus keert terug naar Galilea.

40:36Zoals dat door de profeet Jezaja was voorzegd.

40:39En hij predikt dan, bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

40:46Een vergelijkbare boodschap die ook Johannes de Doper moest brengen.

40:51We zullen vanmorgen opletten de uitbreiding van dat koninkrijk.

40:58Reeds ver voor Pinksteren heeft de Heer Jezus gezorgd voor de voortgang van zijn koninkrijk.

41:06Door discipelen te roepen.

41:08Mensen die hij in zijn dienst gebruiken.

41:11Door middel waarvan hij wil.

41:14Dat er nieuwe discipelen, nieuwe leerlingen.

41:17Voor hem zullen komen.

41:21Hij roept dan ook.

41:24Vers 18, vers 19.

41:26Vers 19b zijn de woorden voor onze tekst.

41:30Volgt mij na.

41:35We zullen stilstaan bij.

41:38Vers 18 tot en met 22 en in het bijzonder dus vers 19b.

41:41Volg mij na.

41:43Als thema boven de preek.

41:45Jezus roept discipelen.

41:49We

41:51letten erop in twee gedachten.

41:52De eerste geroepen.

41:54En de tweede gedachte.

41:56Wij allen geroepen.

41:59Jezus roept discipelen.

42:02De eerste geroepen.

42:04En wij allen geroepen.

42:07Het

42:08woord.

42:09Van God.

42:10Komt vandaag.

42:12Tot u.

42:13Tot jou.

42:15Tot mij.

42:15Tot ons allemaal.

42:18Volgt.

42:19Mij.

42:20Na.

42:24Deze woorden van de Heer Jezus verdienen deze morgen.

42:29Geen andere antwoord.

42:33Geen andere reactie.

42:35Dan de reactie die er toen was.

42:38Bij Simon Petrus.

42:39Bij Andreas.

42:40En zij terstond.

42:44Terstond.

42:47De netten verlatende zijn hem nagevolgd.

42:53En ook Jacobus en Johannes zei dan terstond.

43:00Verlatende het schip en hun vader zijn hem nagevolgd.

43:05Het

43:09horen van dit woord.

43:11Het

43:12geroepen worden door God vraagt.

43:16Om

43:18een radicale keuze van

43:22ons allemaal.

43:24Van jongens en meisjes tot de oudsten van ons toe.

43:31Bij Matthäus komt het volgen van de Heer Jezus vaak terug.

43:39Hier worden vier mannen beschreven die geroepen worden hem te volgen.

43:45We lezen het ook bij Levi.

43:47Als hij geroepen wordt, als hij zit in het tolhuis, dan komt Jezus langs en hij zegt tegen hem, volg mij.

43:55En hij volgt hem.

43:58Die woorden...

44:01Het betekent niet alleen letterlijk volgen van de Heer Jezus, alsof wij achter hem aan zouden moeten gaan.

44:10Maar volgen van hem als discipel.

44:14Dat betekent hetzelfde als leerling.

44:18Wij worden geroepen leerling te worden van hem die ons roept.

44:27Nu waren er in die tijd heel wat meer rabbies.

44:33Mensen waar je naartoe kon gaan en die gaven dan uitleg over de wet van Mozes.

44:39En hoe je die moest interpreteren en hoe je daarnaar moest leven.

44:45Dat onderwijs beperkte zich dan niet wanneer je dan naar zo'n rabbi toe ging.

44:49Tot een aantal uren in de week.

44:53Tot een aantal uren op een dag.

44:57Maar in principe was je daar voortdurend mee verbonden met die rabbis.

45:02Je keek hoe zij leefden.

45:04En diegene die die rabbis...

45:07Die daar onderwijs van ontvingen.

45:09Die leerlingen daarvan waren.

45:10Die hadden ook het verlangen om steeds meer en meer op die rabbies te gaan lijken zelf.

45:15Om zo later ook anderen weer te kunnen onderwijzen.

45:23Het is belangrijk om op te merken.

45:27Dat wanneer Jezus komt bij Simon en Andreas.

45:32Dat ze weten wie het is die naar hen toe komt.

45:39Als de Heer Jezus roept te volgen.

45:42Is dat voor Simon en voor Andreas geen blinde gehoorzaamheid.

45:47Ze weten wie het is die hen roept.

45:53Andreas was een leerling van Johannes de Doper.

45:56En ze hebben van Johannes de Doper gehoord wie hij is door zijn prediking.

46:02Johannes had gezegd, zie het lam van God dat de zonde van de wereld wegdraagt.

46:06Hij had hem aangewezen.

46:09Ze hebben hem gezien.

46:11Ze hebben hem gehoord door zijn prediking.

46:16Johan is iemand aangewezen als de Messias.

46:19En wanneer Jezus dan roept om hem te volgen, dan weten ze dus wie het is die roept.

46:28En tegelijkertijd maakt heel de beschrijving van het evangelie duidelijk dat ze er eigenlijk nog maar heel weinig van wisten.

46:36Zelfs zoals we er gisteravond bij stilstonden.

46:38Zelfs zo kort voor zijn hemelvaart.

46:44Wanneer Jezus roept tot navolging, dan

46:48is het niet zo dat je alles moet weten.

46:52Een tijd van studie.

46:55De achterliggende tijd.

46:57De achterliggende maanden.

47:00Het heeft er misschien wel toe geleid dat je ontdekte hoe weinig je nog maar wist.

47:07Zoveel wat er nog te leren is.

47:11Hoe langer je leest in het woord van God.

47:14Hoe meer je studeert.

47:17En ook wanneer je langer de Heren mag kennen en met de Heren mag leven.

47:22Hoe langer je volgeling van Hem, leerling van Hem bent, discipel van Hem bent.

47:28Hoe meer je erachter komt.

47:30Wat je allemaal niet weet.

47:34Waarbij die rabbis het zo was dat je daar zelf naartoe ging om onderwijs te ontvangen.

47:41Gaan deze discipelen niet naar Jezus toe.

47:44Om onderwijs van hem te ontvangen.

47:46Maar roept hij henzelf.

47:50Staat er vers 18.

47:52Jezus wandelende aan de zee van Galilea zag.

47:57En ook vers 21.

47:59En hij van daar voortgegaan zijnde zag.

48:04Jezus.

48:05Ziet.

48:07Het initiatief gaat van hem uit.

48:10Hij is het.

48:12Hij is de eerste.

48:14In het komen tot een mens.

48:16Het initiatief gaat niet van de mens uit.

48:19Maar van hem.

48:20Van zijn komen tot ons.

48:22Hij ziet.

48:25Jezus ziet die twee broers.

48:27Simon Petrus en Andreas.

48:29Ze werpen het net in de zee.

48:30Ze zijn druk aan het werk.

48:34En dat geldt ook voor Johannes en Jacobus.

48:38Ook zij, druk aan het werk met hun vader Zebedeeus, de netten aan het vermaken.

48:44En dan, terwijl ze gewoon bezig zijn met hun werk, roept de Heer Jezus.

48:51Volg mij na.

48:54Bij Simon Petrus en Andreas wordt daar de belofte aan verbonden.

48:58En ik zal u vissers der mensen maken.

49:05Er wordt verschillend over gedacht.

49:09Van deze tekst.

49:10We het zo moeten zien dat hier deze.

49:13Mannen in het bijzonder worden geroepen tot apostel.

49:17Of dat zij geroepen worden.

49:19Allereerst als discipel om hem te volgen.

49:23Of dat zij hier al tot dat bijzondere ambt van apostel worden geroepen.

49:29Er zijn uitleggers.

49:31Die met name.

49:32Aan de hand van Matthäus 10 vers 1.

49:36Concluderen.

49:37Er staat dat Matthäus 10 vers 1.

49:41Je kunt het wel even opzoeken ook.

49:50Daar staat, en zijn twaalf discipelen tot zich geroepen hebbende.

49:56Heeft hij hun macht gegeven over

50:00de onreine geesten om dezelfde uit te werpen en alle ziekte en alle kwaal te genezen.

50:04En dan volgt er daarna de naam nu van de twaalf apostelen.

50:10Zijn deze, daar wordt een onderscheid gemaakt door Matthäus tussen discipelen en apostelen.

50:16En zo zijn er die menen dat we hier...

50:19Wanneer de Heer Jezus hen hier roept, niet het gaat om die bijzondere roeping tot apostel, maar allereerst als discipel.

50:32Er zijn er ook, waaronder Matthew Henry onder andere, die hier in die eerste woorden al de roeping tot apostel zien.

50:41En laten we daar eerst even bij stilstaan.

50:45Jezus roept om hem te volgen.

50:50Om leerling van hem te worden.

50:55Met welk doel?

50:59Misschien kunt u het zich nog herinneren.

51:02Ik verwacht dat er in elk geval twee Amstraders zijn die het zich zullen kunnen herinneren.

51:08Dat ik iets meer dan een jaar geleden ook hier het woord mocht bedienen.

51:12De gelijkenis van het mosterdzaad.

51:15Dat hele kleine mosterdzaadje.

51:17Dat hele kleine begin.

51:19Dat verachtelijke begin in Nazareth.

51:25Kan daar iets goeds gevonden worden door Jezus Christus.

51:31En hier zijn zijn volgelingen.

51:34Het koninkrijk wordt uitgebreid.

51:38En je ziet de lijn, zij die tot apostel worden geroepen.

51:43Dan heeft de koning van de kerk hier direct de toekomst van zijn kerk op het oog.

51:47Mannen geroepen om leerling te worden en zelf ook leerlingen te maken.

51:54Als Jezus heen gaat bij de hemelvaart, dan zegt Hij, ga dan heen.

52:01Onderwijst al de volken, maak ze tot mijn leerlingen.

52:05Maak ze tot mijn discipelen.

52:07Dezelfde dopende in de naam des vaders en des zoons en des heilige geestes.

52:12Lerende hen onderhouden alles wat ik u geboden heb.

52:16Dat ze van mij zullen leren.

52:19Dat ze over mij zullen leren.

52:21Onderwijs van en over mij zullen ontvangen.

52:26Mensen die mij willen volgen.

52:29Die hun leven als een levend dankoffer aan mij zullen offeren.

52:34Die de wereld zullen verlaten.

52:39Zoals het gistermorgen met Rut die niet terug kon naar Moab.

52:44Het

52:45kon niet meer.

52:47De wereld verlaten.

52:51Voor hen die de lijn trekken dat deze mannen hier geroepen zijn tot het ambt van apostel.

52:58Geldt natuurlijk dat zij tot een uniek ambt geroepen zijn.

53:02Apostel konden

53:04alleen zij zijn die de Heer Jezus met eigen ogen hebben gezien.

53:10Dat betekent ook dat er niemand onder ons is die nog tot apostel...

53:15Geroepen wordt.

53:18Maar dat neemt niet weg.

53:20Dat de Heer mensen roept.

53:22In zijn dienst.

53:25Om in zijn koninkrijk werkzaam te zijn.

53:28Als ouderling.

53:30Als diaken.

53:33Als evangelist.

53:35Als

53:37zendeling.

53:38Als predikant.

53:41In het verenigingsleven in de gemeente.

53:44De zondagschool.

53:46De Heer roept.

53:49Mensen.

53:50Om getuigen van hem te zijn.

53:56En daarom gemeente, de

54:01Heer roept mensen in zichzelf onbekwaam.

54:07Maar hij gaat ermee door, want de oogst is groot en de arbeiders weinig.

54:14Zoveel plaatsen in deze wereld waar mensen nog nooit het evangelie hebben gehoord.

54:24Je zit te denken hier in Oudorp.

54:27Hoe druk zal het zijn vanmiddag op het strand of misschien nu wel al.

54:32Zoveel mensen, ook in ons eigen land.

54:37Die op weg zijn naar de eeuwige ondergang.

54:40Omdat ze het nog nooit hebben gehoord.

54:43Dat er een weg tot behoud is.

54:45Omdat ze het nog nooit hebben gehoord.

54:48Dat ze voor eeuwig verloren gaan.

54:54Volg mij na.

54:57En ik zal u vissers van mensen maken.

55:01Ja, zegt er iemand, maar hoe moet dat dan?

55:07Want als ik op mezelf zie, dan kan het niet.

55:10En ik heb nog duizend en één bezwaren.

55:13In alle opzichten.

55:16Hoe zou ik het dan kunnen doen als de Heer roept?

55:20Volg mij na.

55:22En ik zal.

55:26En de Heer doet het echt.

55:31Ik moest in de voorbereiding denken.

55:34In de tijd dat ik zelf studeerde.

55:39En er heel wat medestudenten waren.

55:44En ik zelf ook.

55:45Waarvan het heel wat keer in de vraag was.

55:48Hoe komen we aan genoeg geld?

55:53Voordat ik aan de studie begon herinner ik me dat ik in de concertorie in Terneuzen tegen een predikant het heb gezegd.

56:00Ik zeg nu moet ik gaan studeren.

56:03Maar hoe zou dat ooit kunnen?

56:08En toen de studie ver voorbij was, heb ik hem opgebeld.

56:11Ik zeg, weet je het nog?

56:15Toen, hij zegt, ja, ik weet het nog.

56:18Ik zeg, ik wilde wel doorgeven dat de Heer werkelijk meer geeft dan nodig was.

56:26Het enige wat de Heer vraagt,

56:29gehoorzaam te zijn aan

56:32zijn roepstem.

56:34En wees maar gehoorzaam als een kind.

56:38Volg mij.

56:40En ik zal.

56:45In die tijd zei er iemand tegen mij.

56:48Dat is mooi.

56:49Als je voor dominee mag gaan leren.

56:53Dan heb je in elk geval de beste werkgever.

56:56En het is echt waar.

57:00De Heer zal.

57:01Wanneer hij roept.

57:02Het vertrouwen.

57:04In hem.

57:05Nooit.

57:07Nooit.

57:07Beschamen.

57:11Alleen.

57:12Volg mijn haal.

57:13En ik zal.

57:16En daarom alleen eerst die roeping als leerling.

57:21Want alleen een leerling is

57:24in staat om geroepen te worden om leerlingen te maken.

57:28Eerst zelf leerling worden.

57:31En altijd heel je leven lang leerling blijven.

57:37Verlaat.

57:39Vergeet wat ooit u kon bekoren.

57:43Uw vaders huis.

57:44Uw volk en wat voorheen.

57:47Uw dierbaar en beminnenswaardig scheen.

57:52Abraham.

57:55En vele anderen zijn

57:58gehoorzaam geweest aan Gods roepstem.

58:02Ze zijn uitgegaan.

58:04Niet wetend waar ze komen zouden.

58:09Maar ze wisten één ding heel goed en dat is het allerbelangrijkste.

58:14Wien stem zij gehoorzaam waren.

58:17Wie zij volgden.

58:21Gaan we naar onze tweede gedachte.

58:23Wij allen geroepen.

58:29Ik zei het al, Matthäus die spreekt zo vaak over het volgen van Jezus.

58:34Het feit dat er onderscheid wordt gemaakt ook door Matthäus zelf.

58:37In hoofdstuk 10 tussen het woord discipelen en

58:42apostelen.

58:44We lezen dat velen hem volgden.

58:48Laatst aan het einde van dit hoofdstuk.

58:50Vele scharen volgden hem na.

58:54Vele discipelen.

58:58Waarvan we het ook lezen.

59:00Zij volgden de Heer Jezus.

59:01Maar als dan in Johannes 6 duidelijk wordt.

59:05Dat het volgen van de Heer Jezus.

59:09Toch wel tegenvalt.

59:13Dan staat er ook als zij zeggen die reden is hard.

59:18Dan staat er ook van toen af.

59:21Gingen veel van zijn discipelen terug.

59:26En wandelde niet meer met hem.

59:31Gemeente deze tekst.

59:33Raakt niet alleen mensen die geroepen worden tot een ambt.

59:37In Gods koninkrijk tot een bijzondere taak.

59:40Niet alleen mensen die beleidenis van het geloof afleggen.

59:45Maar voor ons allemaal.

59:48Volgt mij na.

59:55Dan staat daarachter natuurlijk toch die woorden.

59:57En ik zal u vissers van mensen maken.

1:00:00Ja.

1:00:03De Heer zal ons dan gebruiken als wij hem volgen.

1:00:06Waar dan ook.

1:00:09In het gezin.

1:00:11Thuis.

1:00:12Op ons werk.

1:00:15Het is misschien goed om op te merken dat er niet staat.

1:00:18Volgt mij na.

1:00:21En je zult zalig worden.

1:00:25Natuurlijk is dat daarin ook begrepen.

1:00:30Maar het is belangrijk om te beseffen dat wij niet leven om zalig te worden.

1:00:35Maar dat wij leven,

1:00:37geschapen zijn om te leven tot eer van God.

1:00:42Dat dat het doel is waarvoor wij op deze aarde zijn.

1:00:47En dat dat ook het besef is wanneer we zo ons ja-woord geven.

1:00:54We zijn niet op deze aarde alleen om verlost te worden van onze schuld.

1:01:00Maar om te leven, te voldoen aan dat doel waartoe wij geroepen en geschapen zijn.

1:01:04Tot eer van God te leven.

1:01:09En dat kan tegenvallen.

1:01:11Dat gaat tegenvallen.

1:01:13Het is bij de aannemingsavond al gezegd.

1:01:16Er wordt vaak gezegd welkom in de strijd.

1:01:21En je zult het ervaren.

1:01:22Dat het volgen van de Heer Jezus strijd met zich meebrengt.

1:01:29Toen de Heer Jezus het overvolgen van hem had.

1:01:31Toen zei er iemand meester ik zal u volgen.

1:01:34Waar gij ook heen gaat.

1:01:38En Jezus zei de vossen hebben holen.

1:01:41De vogels des hemels hebben nesten.

1:01:43Maar de zoon des mensen heeft niets.

1:01:45Waar hij zijn hoofd op neerlegt.

1:01:48Daarna kwam er weer iemand en die zei.

1:01:50Heren laat me toe.

1:01:51Dat ik eerst mijn vader begraaf.

1:01:55Jezus zei volg mij.

1:01:57En laat de doden hun doden begraven.

1:02:00Het volgen van hem.

1:02:02Brengt strijd mee.

1:02:05We zongen met elkaar.

1:02:08Psalm 25 het zesde vers.

1:02:10Wie heeft lust.

1:02:12De heren te vrezen.

1:02:16Gemeente het geld van ons allemaal van nature.

1:02:19Dat er niemand aan zijn vinger opsteekt.

1:02:22Wie heeft lust om de heren te vrezen.

1:02:25Is van nature niemand.

1:02:27Psalm 92.

1:02:30Zingen we het ook.

1:02:32De ziel aan het stof gekluisterd.

1:02:35Beseft Gods daden niet.

1:02:39We hebben er helemaal niets in.

1:02:41We zien er niks in.

1:02:42Om de heren te volgen.

1:02:46Strijd.

1:02:51Bij onze doop is het al gebeden.

1:02:54Dat we onder onze enige leraar.

1:02:56Koning en hoge priester.

1:02:58Jezus Christus leven.

1:03:00En vromelijk tegen de zonde de duivel en heel zijn rijk strijden en overwinnen.

1:03:05Het

1:03:08volgen van Jezus brengt strijd mee.

1:03:13Alles achterlaten.

1:03:15Te

1:03:17breken met

1:03:19de zonde waar je in leeft.

1:03:24Nederig in plaats van hoogmoedig zijn.

1:03:29De ander uitnemender achten dan jezelf.

1:03:33Niet langer te leven voor een mooie carrière.

1:03:36Voor

1:03:38een mooi huis.

1:03:40Voor een luxe vakantie.

1:03:44Voor een stoere auto.

1:03:46Of een stoere scooter.

1:03:49Of voor je mooie Lego.

1:03:52Alles achterlaten.

1:03:56Wie Jezus volgen wil.

1:03:58Die moet niet een beetje achterlaten.

1:04:01Maar die moet alles achterlaten.

1:04:04Zo iemand achter mij wil komen.

1:04:06Die verlogenen zichzelf.

1:04:08Die nemen zijn kruis op.

1:04:10En volgen mij.

1:04:14De Heer Jezus vervolgt dan wanneer hij dat zegt.

1:04:16Want wie zijn leven zou willen behouden.

1:04:19Die zal het zelf verliezen.

1:04:24Die zal het zelf verliezen.

1:04:26Wie zijn leven zou willen behouden.

1:04:28Wie zijn geluk in de wereld wil zoeken.

1:04:33Die zal met de wereld verloren gaan.

1:04:38Wie niet bereid is alles te geven voor hem.

1:04:42Zal voor eeuwig verloren gaan.

1:04:46Wie vast wil houden aan die ene zonde.

1:04:49Zal met die ene zonde voor eeuwig verloren gaan.

1:04:54We hebben het gehoord met Orpah.

1:04:58Ze keerde terug naar Moab.

1:05:01En we lezen er niets meer van.

1:05:04Ze is met Moab.

1:05:06Misschien is ze daar rijk geworden en heeft ze een goed leven gehad.

1:05:09Maar is verloren gegaan.

1:05:14Maar de Heer Jezus zegt ook wie zijn leven zal verliezen om mijn en het wil.

1:05:19Die zal het zelf vervinden.

1:05:22Wat baat het een mens.

1:05:24Wat heb je eraan gemeente.

1:05:27Als je een gevierde man bent.

1:05:31De mensen kijken in tegen je op in de maatschappij.

1:05:33Omdat je zo'n mooi bedrijf hebt opgebouwd.

1:05:38De mensen kijken tegen je op omdat je rijk bent.

1:05:45Je gezin heb je prachtig op orde.

1:05:50Wat heb je eraan?

1:05:53Al zou heel de wereld aan je voeten liggen.

1:05:58Al was je de president van Amerika.

1:06:04Al was je zo rijk als Elon Musk.

1:06:07Waar schade leidt aan je ziel.

1:06:13Geliefde gemeente, we hebben allemaal een ziel voor de eeuwigheid geschapen.

1:06:17Wat heb je eraan als je hier op aarde schatten verzamelt?

1:06:21Al zou je hier zestig jaar leven.

1:06:25En meer dan een miljoen op je bankrekening hebben.

1:06:27Wat heb je eraan?

1:06:30Als de mensen hier je loven.

1:06:34Als je hier een vorstelijk bestaan hebt.

1:06:40Maar wanneer we het graf ingaan.

1:06:43Laten we alles achter.

1:06:47Wanneer wij voor Gods rechterstoel staan.

1:06:50Dan hebben we niets.

1:06:52Van wat we op deze aarde hebben verworven.

1:06:55Waarmee we dan voor God kunnen voldoen.

1:06:57En daarom.

1:06:59Vandaag deze oproep volgt mij.

1:07:03Nou,

1:07:09tot wie kwam die boodschap?

1:07:14Dat waren eenvoudige mensen.

1:07:19Uit Galilea.

1:07:24Niet geletterd.

1:07:27Geen goede opleiding gehad.

1:07:31Vissers waren in die regel ook nog arm.

1:07:38Mensen zonder aanzien.

1:07:42Zou het dan zo zijn dat de Heer hen geroepen heeft?

1:07:46Dat moet dan haast toch nog wel.

1:07:49Dat hij zag dat zij zulke trouwe volgelingen zouden zijn.

1:07:52Dat je daar ook echt wat aan hebt als je hen roept om

1:07:56te volgen.

1:07:58Dat dat nu volgelingen zijn waar je trots op kan zijn.

1:08:09Wie was die eerste die geroepen werd?

1:08:16Simon, Petrus.

1:08:20Was dat een trouwe volgeling?

1:08:27Er is een moment gekomen dat

1:08:33niemand Jezus meer volgde.

1:08:35Toen bleef hij alleen.

1:08:39Toen waren al zijn discipelen gevlucht.

1:08:42Op dat moment was er niemand meer die hem volgde.

1:08:48Maar ook niemand meer die hem kon volgen.

1:08:53Hij heeft de pers alleen getreden.

1:08:56De straf die ons de vrede aanbrengt, die was op hem.

1:09:00De toren van God werd op hem gelegd.

1:09:03En ook al zijn vrienden hadden hem verlaten.

1:09:06Al zijn volgelingen.

1:09:11Oh nee, er was er toch nog eentje.

1:09:17Eén trouwe discipel.

1:09:19Die volgde hem.

1:09:22Zelfs in het rechthuis.

1:09:25Die Petrus.

1:09:27Hij had al gezegd, dan zullen ze allen aan u geërgerd worden en ik niet.

1:09:32En hij ging mee in dat rechthuis.

1:09:38Hij heeft gezien hoe

1:09:41zijn meester daar onschuldig ter dood werd veroorheeld.

1:09:44Hij

1:09:45heeft gezien hoe

1:09:47hij met vuisten werd geslagen.

1:09:50Hij heeft gezien hoe

1:09:53zijn meester kinnebak slagen kreeg.

1:09:59En toen kwam er een meisje naar

1:10:03die laatste trouwe vogeling.

1:10:07En ze zei, u hoort toch ook bij hem?

1:10:12Maar die trouwe vogeling.

1:10:15Die ons laatste volgde, die wist van niks.

1:10:20Ik weet niet wat u zegt.

1:10:25En toen kwam er een tweede dienstmeisje.

1:10:28En ze zei, hij was ook met Jezus de Nazarener.

1:10:32En toen haakte ook die laatste volgeling af.

1:10:35Ik ken de mens niet.

1:10:37De

1:10:43derde keer zelfs met een eetgezworen.

1:10:45Ik ken de mens niet.

1:10:52Dat zijn zijn volgelingen.

1:10:59Mensen die niet zo goed zijn in het volgen van hem.

1:11:05En daarom.

1:11:06Moest hij zijn leven geven.

1:11:12Niet vanwege zijn zonden.

1:11:14Zijn eigen zonden.

1:11:17Maar van die van zijn volgelingen.

1:11:21Hij bleef trouwen aan hen.

1:11:26Die volgelingen die zullen nooit kunnen roemen.

1:11:29In hun navolging.

1:11:35Gemeente de Heer roept.

1:11:38En door de Heilige Geest is zijn woord met kracht en met gezag.

1:11:43Het is niet een dominee die roept.

1:11:47Een dominee is slechts een gezond.

1:11:50Van Christus.

1:11:53Met Johannes de Doper wijs ik ook daarom naar hem toe.

1:11:56Het lam van God dat de zonde van de wereld wegdraagt.

1:12:00En hij zegt het.

1:12:02Volgt mij na.

1:12:06Word mijn leerling.

1:12:11Diezelfde roepstem die klonk al toen u werd gedoopt.

1:12:16Toen heeft de Heer al gezegd dat wij hem toebehoren.

1:12:20Dat hij recht op ons heeft.

1:12:23Heeft ons in de belofte zijn genade geschonken.

1:12:28En in antwoord daarop.

1:12:30Eist hij dat wij hem navolgen in liefde en in dankbaarheid.

1:12:37Wanneer wij gedoopt zijn, zijn we daarom geroepen hem na te volgen.

1:12:45Maar hoe zou je dat kunnen doen, zegt iemand nu.

1:12:50Beloven om hem na te volgen.

1:12:54Hoe zou je je ja-woord zo kunnen geven?

1:12:58Als je zegt, ja maar zelfs Petrus al.

1:13:02Als hij zelf zo viel, hoe zou ik het dan kunnen doen?

1:13:07Hoe zou ik dan mijn ja-woord kunnen waarmaken?

1:13:14Als ik op de proef word gesteld.

1:13:17Hoe zou ik de heren kunnen volgen?

1:13:20Hoe zou je beleidenis kunnen doen en het zo zeggen?

1:13:22Ja, heren.

1:13:23Ik zal u volgen.

1:13:29Het kan.

1:13:31Alleen.

1:13:33Met het gebed dat jullie dan ook zullen zingen.

1:13:35Voor de derde keer.

1:13:39Voor in de kerk.

1:13:41En ik hoop niet dat het de laatste keer is dat jullie het zullen bidden.

1:13:46Heer, ik zet mijn treden in uw spoor.

1:13:48Opdat mijn voet niet uit zou glijden.

1:13:51En dan ook het gebed.

1:13:53Heren wil mij.

1:13:55Voor struikelen.

1:13:58Bevrijden.

1:13:59En ga mij.

1:14:01Met uw heiligd voor.

1:14:04Steeds weer.

1:14:04Niet één keer.

1:14:06Maar dat mag je wel elke dag bidden.

1:14:09David moest het ook steeds weer opnieuw bidden.

1:14:12Heren.

1:14:13Maak mij uw wegen.

1:14:15Door uw woord.

1:14:16En door uw geest bekend.

1:14:23Gemeente, de roep komt vanmorgen tot ons allemaal.

1:14:27Volgt mij.

1:14:29Nou, ook

1:14:32de jongens en meisjes die de leeftijd nog niet hebben bereikt, dat ze zich kunnen aanmelden voor de beleidingscategorisatie.

1:14:44Misschien vragen jullie je wel af, jongens en meisjes, hoe kan je dat nu eigenlijk doen, de heren volgen?

1:14:52Nou, in het begin vertelde ik je over die rabbies.

1:14:55Dat mensen daar naartoe gingen, naar een rabbie, en dan kregen ze daar onderwijs van.

1:15:02Hoe zou je dan als jongen en meisje, hoe zou je als jongere de Heer Jezus nu kunnen volgen?

1:15:12We kunnen niet meer naar die rabbies toe zoals we naar de Heer Jezus niet meer toe kunnen.

1:15:17Hoe kan je dat dan doen?

1:15:21De Heer spreekt tot ons door zijn woord.

1:15:23De Bijbel.

1:15:25Jullie hebben ongetwijfeld een Bijbel thuis.

1:15:27En misschien ook wel een kinderbijbel en meerdere bijbels.

1:15:30Zo spreekt de Heer het tot ons.

1:15:32Zo geeft

1:15:35Hij dat wij Hem kunnen navolgen.

1:15:40Maar wij kunnen ook tot de heren spreken.

1:15:42En jullie weten ook wel jongens en meisjes hoe je dat kunt doen.

1:15:45Hoe kan je tot de heren spreken?

1:15:49Dat kan door te bidden.

1:15:53En zo mogen wij hem navolgen.

1:15:57Voortdurend met het gebed.

1:16:00Maar ook door zijn woord wil hij ons de weg wijzen die wij te gaan hebben.

1:16:04Zo mogen wij aan zijn voeten plaatsnemen.

1:16:07Als leerling.

1:16:11Zoals bij die rabbies het was.

1:16:15Dat zij aan de voeten van die...

1:16:17Dat die leerlingen bij hem waren.

1:16:19En ze wilden steeds meer op die rabbies gaan lijken.

1:16:24Zo ook bij de volgelingen van de Heer Jezus.

1:16:26Het verlangen meer en meer op hem te lijken.

1:16:30En dat doen we door de omgang met hem.

1:16:33Door zijn woord in het gebed.

1:16:37De Heer Jezus.

1:16:39Hij die de goede herder is.

1:16:41Die zijn leven stelt voor de schapen.

1:16:45Hij roept het ons allen toe.

1:16:47Door zijn woord.

1:16:48Volgt mij.

1:16:51Na.

1:16:52Amen.

1:16:55Gemeente laten we zingen.

1:16:57143 vers 10.

1:16:58Leer mij o God van zaligheden.

1:17:01Mijn leven in uw dienst besteden.

1:17:04En wat verder volgt.

1:17:05143 vers 10.

1:17:07We

1:17:07[GEZANG]

1:19:10gaan nu over tot de bevestiging van nieuwe lidmaten.

1:19:12En lezen daartoe eerst een gedeelte.

1:19:14Uit de formulier dat door veel predikanten wordt gebruikt.

1:19:17Maar niet achter in uw Bijbel is opgenomen.

1:19:24Geliefden in onze Heer Jezus Christus.

1:19:28U bent hier verschenen om voor God en zijn heilige gemeente beleidenis te doen van uw geloof in God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.

1:19:41Al zo staande in het midden van de gemeente betuigt u na ontvangen onderricht in de schriften, dat u in zonden ontvangen en geboren en van nature kinderen des torens

1:19:53bent.

1:19:55Zodat u in het Rijk van God niet kunt komen tenzij u opnieuw geboren bent.

1:20:02Daarbij gelovende en beleidende dat God de Vader een eeuwig verbond der genade heeft opgericht.

1:20:08En ons tot zijn kinderen en erfgenamen wil aannemen.

1:20:13Verzekerend dat hij ons uit louter genade in Christus Jezus zijn Zoon wil wassen en reinigen van onze zonden.

1:20:21Ons in de gemeenschap van zijn dood en wederopstanding inlijvende.

1:20:26Al zo dat wij in Christus van al onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden.

1:20:34Waarbij de belofte van de Vader en van de Zoon is dat de Heilige Geest bij ons wil wonen.

1:20:41Om ons tot lidmaten van Christus te heiligen.

1:20:44Ons toe te eigenen wat wij in Christus hebben.

1:20:48Namelijk de afwassing van onze zonden.

1:20:51En de dagelijkse vernieuwing van ons leven.

1:20:54Totdat wij eindelijk onder de gemeente daaruit verkorenen.

1:20:57In het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden.

1:21:03Staande nu met die beleidenis.

1:21:06In het midden van Christuskerk.

1:21:09Die gebouwd is op het fundament van apostelen en profeten.

1:21:13Waarvan Jezus Christus de uiterste hoeksteen is.

1:21:16Bent u thans hier verschenen.

1:21:19Om u te verplichten tot een nieuwe gehoorzaamheid.

1:21:22Om deze God, Vader, Zoon en Heilige Geest aan te hangen.

1:21:28Te betrouwen en liefde hebben.

1:21:31Van ganse harten, van ganse zielen en van ganse gemoeden.

1:21:36En met alle krachten de wereld te verzaken.

1:21:39Uw oude natuur doden.

1:21:41En in een nieuw godzalig leven te wandelen.

1:21:45Ziende op de overste leidsman.

1:21:48En volleinder van het geloof.

1:21:50Jezus Christus.

1:21:52De

1:21:55kerkenraad heeft na gevraagd te hebben naar uw geloof.

1:21:58En kennis der waarheid.

1:22:00Met vertrouwen en blijdschap.

1:22:02In uw voornemen toegestemd.

1:22:05Daarom verzoek ik u.

1:22:06Van uw zitplaatsen op te staan.

1:22:11En in dankbare gehoorzaamheid aan de heilige schrift.

1:22:14En in gemeenschap met de beleidenis der vaderen.

1:22:17Te antwoorden op de volgende vragen.

1:22:23Ten eerste verklaart u.

1:22:25dat u de leer van onze kerk, welke u geleerd, gehoord en beleden hebt, houdt voor de ware en zaligmakende leer, overeenkomende met de heilige

1:22:37schriften.

1:22:39Ten tweede, belooft u, dat u door Gods genade in deze beleidenis, van deze zaligmakende leerstand vastig zult blijven, en in haar zult leven en sterven.

1:22:53Ten derde,

1:22:54belooft u dat u overeenkomstig deze heilige leer in de gemeenschap van de hersteld hervormde kerk uw leven altijd godvruchtig, eerbaar en onberispelijk zult

1:23:06inrichten en dat u uw beleidenis met goede werken zult versieren naar de van God aan u geschonken gaven tot opbouw van zijn gemeente.

1:23:18Ten vierde, belooft u dat u zich aan de vermaning

1:23:23ter rechtwijzing en kerkelijke tucht wilt onderwerpen en onderworpen zult zijn, indien wat God verhoede, het mocht gebeuren, dat u zich in leer of leven kwam te misgaan.

1:23:37Wat is hierop voor God en zijn gemeente het antwoord van Pieter Grinwis?

1:23:44Daarom dan ook, al zou wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last.

1:23:53En de zonde die ons lichtelijk omringt.

1:23:56En laat ons met leidsamheid lopen.

1:23:58De loopbaan die ons voorgesteld is.

1:24:01Ziende op de overste leidsman en volleinde des geloofs.

1:24:06Jezus.

1:24:07Terwijlke voor de vreugde die hem voorgesteld was.

1:24:10Het kruis heeft verdragen.

1:24:13De schande veracht en is gezeten.

1:24:15Aan de rechterhand des troons van God.

1:24:19Hebreeën 12 vers 1 en 2.

1:24:22Wat is hierop voor God en zijn gemeente het antwoord van Marichje Grinwis van Leeuwen?

1:24:31Neemt mijn juk op u en leert van mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart en gij zult rust vinden voor uw zielen.

1:24:41Matthijs 11 vers 29.

1:24:45Wat is hierop voor God en zijn gemeente het antwoord van Klaas Groenendijk?

1:24:56Is u genoeg.

1:24:58Want mijn kracht.

1:24:59Wordt in zwakheid volbracht.

1:25:02Zo zal ik dan veel liever roemen.

1:25:04In mijn zwakheden.

1:25:05Dat de kracht.

1:25:07Van Christus in mij wonen.

1:25:092 Korinther 12.

1:25:11Vers 9.

1:25:13Wat is hierop voor God en zijn gemeente.

1:25:16Het antwoord van Klaartje.

1:25:17Johanna Groenendijk de Ronde.

1:25:21Want het lam.

1:25:23Dat in het midden des troons is.

1:25:25Zal hen wijden.

1:25:27En zal hun een leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren.

1:25:31En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

1:25:36Openbaring 7, vers 17.

1:25:39Wat is hierop voor God en zijn gemeente het antwoord van Gommert Jacobus Grotenboer?

1:25:47Werp uw zorg op de Heren en hij zal u onderhouden.

1:25:51Hij zal in eeuwigheid niet toelaten dat de rechtvaardigen wankelen.

1:25:57Psalm 55, vers 23.

1:26:01Wat is hierop voor God en zijn gemeente?

1:26:03Het antwoord van Jaantje Grotenboer met Horst.

1:26:08En al wat gij doet, doe dat van harte als de Heren en niet de mensen.

1:26:16Wetende dat gij van de Heren zult ontvangen de vergelding der erfenis.

1:26:21Want gij dient de Heren Christus.

1:26:24Colossensen 3, vers 23 en 24.

1:26:28Wat is hierop voor God en zijn gemeente het antwoord van Jacob, Jan, Maarten, Kastelein?

1:26:36Ik zal u onderwijzen en u leren van de weg die gij gaan zult.

1:26:41Ik zal raad geven.

1:26:44Mijn oog zal op u zijn.

1:26:46Psalm 32, vers 8.

1:26:49Wat is hierop voor God en zijn gemeente het antwoord van Katharina, Rosalina, Kastelein, Klomp?

1:26:57Ziet, des Heeren oog is over degenen die hem vrezen.

1:27:01Op degene die op zijn goede tierenheid hopen.

1:27:05Psalm 33 vers 18.

1:27:08Wat is hierop voor God en zijn gemeente het antwoord van Pieter Melesand?

1:27:14En ik zal dat derde deel in het vuur brengen.

1:27:18En ik zal het lauteren gelijk mijn zilver lautert.

1:27:21En ik zal het beproeven gelijk mijn goud beproeft.

1:27:25Het zal mijn naam aanroepen.

1:27:28En ik zal het verhoren.

1:27:31Ik zal zeggen.

1:27:33Het is mijn volk en het zal zeggen de Heere is mijn God.

1:27:38Zacharia 13 vers 9.

1:27:43Uit kracht van uw doop en in gevolge uw persoonlijke beleidenis door u uitgesproken.

1:27:51Verklaren wij u in de gemeenschap der kerk van Christus.

1:27:55Tot beleidende leden van de hersteld hervormde kerk.

1:27:59En verkrijgt u recht om toe te treden tot de tafel des Heren.

1:28:04De God nu allergenade die ons geroepen heeft.

1:28:09Tot zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus.

1:28:13Nadat wij een weinig tijd zullen geleden hebben.

1:28:17Die volmaken, bevestigen, versterken en funderen uw lieden.

1:28:23Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.

1:28:29Amen.

1:28:33Gemeente de beleidingskategorisanten.

1:28:37Ook uit Nieuwerkerk.

1:28:38Uit Melisand.

1:28:39Als verhinderd.

1:28:41Zullen we nu samen.

1:28:42Psalm 17 vers 3.

1:28:44Voorin zingen.

1:28:45Ik zet mijn treden in uw spoor.

1:28:48En daarna zullen wij.

1:28:49En in die mogelijkstaande toezingen.

1:28:52Psalm 17 vers 4.

1:28:53Waarvan we de tweede helft iets gewijzigd zingen.

1:28:56We zingen dan.

1:28:57Wil hen uw bijstand niet onttrekken.

1:29:00Uw zorg bewaak hen van omhoog.

1:29:02Bewaar ze als de appel van het oog.

1:29:04Wil hen met uw vleugelen dekken.

1:29:06Gemeente

1:29:07[GEZANG]

1:34:01ontvangt deze leden.

1:34:04En onringt hen met uw liefde en zorg.

1:34:07Als leden van de gemeente van Christus.

1:34:11Gedenkt de woorden van de Heer Jezus Christus.

1:34:16Een nieuw gebod geef ik u.

1:34:19Dat gij elkander lief hebt.

1:34:21Gelijk ik u lief gehad heb.

1:34:24Dat ook gij elkander lief hebt.

1:34:40Kategorisanten, het is een lange studietijd, hebben we achterliggen.

1:34:47Met elkaar mochten we het woord openen en onderzoeken.

1:34:51Persoonlijke zaken mochten gedeeld worden.

1:34:56Vreugden, verdriet,

1:34:58worstelingen.

1:35:00Ook in de persoonlijke gesprekken die jullie hebben gedeeld.

1:35:04Dank voor de openheid die daarin er ook was.

1:35:09Het is wat onwerkelijk om te bedenken dat we ook na deze dienst niet

1:35:16meer zo samenkomen met elkaar.

1:35:19Terugdenkend moest

1:35:22ik denken aan één les waarin het ging over de vernedering van de Heer Jezus Christus.

1:35:30Vooraf merkte iemand op dat

1:35:36het wel een aangrijpend hoofdstuk was om daarbij stil te staan.

1:35:43En dat het misschien voor het evenwicht wat beter geweest was om ook de volgende les over Christusverhoging daarbij te nemen.

1:35:51En tegelijk toen we daarmee met elkaar bij die les stil stonden,

1:35:56herinner ik mij dat iedereen stiller en stiller werd.

1:36:03Wat heeft de Heer Jezus wel

1:36:07niet moeten leiden?

1:36:11Wat heeft Hij wel niet moeten doorstaan?

1:36:16Met het gedicht van Revius.

1:36:18Niet de Joden, maar

1:36:21ik heb het gedaan.

1:36:23Door mijn zonden.

1:36:26Hij deed het als borg en zaligmaker.

1:36:32Ik hoop dat jullie niet uitgeleerd raken.

1:36:37Deze Jezus en die gekruisigd.

1:36:41Die ook is opgestaan.

1:36:43Opgevaren.

1:36:44Nu zit hij aan de rechterhand van zijn vader.

1:36:47Die ook voor ons bidt.

1:36:51Ga door met het onderzoeken van het woord van God.

1:36:56Zoek desnoods elkaar daarvoor op.

1:36:59Bezoek de gelegenheden in de gemeente waar het woord van God open gaat.

1:37:03Ook door de week.

1:37:06De heren zijn jullie goed en nabij.

1:37:10Jullie mogen gaan zitten.

1:37:13Laten we de heren danken en bidden.

1:37:21Heren, zo aan het einde van deze dienst komen wij tot u in het gebed om u te danken.

1:37:27Dat we hier in alle rust bij elkaar mochten zijn.

1:37:30Dat negen doopleden uit de gemeente.

1:37:34Het hebben gezegd met hun ja-woord.

1:37:36Ja, heren, wij zullen u volgen.

1:37:39En geeft u toch dat we het allen zoals we hier waren.

1:37:43Voor de eerste keer, maar ook opnieuw, hebben gezegd.

1:37:48Hoewel niet hardop meegezongen, maar dat toch in gedachten.

1:37:52Ik zet mijn treden in uw spoor.

1:37:55En heren, als het dan zo is.

1:37:59Dat die eerste liefde bij ons zo ver geweken is.

1:38:03Dat we misschien nadat we beleidenis hebben gedaan.

1:38:06Dat het zo onder het stof is komen te liggen.

1:38:09Zoekt u ons dan door uw lieve geest toch weer op.

1:38:12En geeft dat we allen zo getuigen van u mogen zijn.

1:38:16Als wij dit kerkgebouw verlaten.

1:38:19En de wereld weer ingaan.

1:38:22Heren gaat u met hen die beleidenis van het geloof mochten afleggen.

1:38:26Met heel de groep ook uit Nieuwekerk en Melessand.

1:38:31Heren geeft u hen.

1:38:33Dat ze standvastig mogen zijn in hun beleidenis.

1:38:36En hoe zouden ze het in eigen kracht kunnen.

1:38:38Heren gaat u hen daarom steeds met uw heiligd voor.

1:38:42Sterk en ondersteun hen.

1:38:44Wees hen in alles.

1:38:46Goed en nabij.

1:38:48Dat ze tot een zegen mogen zijn.

1:38:52In uw koninkrijk.

1:38:53In het midden van de gemeente.

1:38:54Maar ook in hun huisgezinnen.

1:38:58Heren gedenkt u zo toch.

1:39:00Het geheel van de gemeente.

1:39:02Werk in het hart van velen.

1:39:05Die tot nu toe niet tot die hartelijke beleidenis gekomen zijn.

1:39:09Dat verlangen om uw naam te beleiden.

1:39:12Heren u bent het toch zo waard.

1:39:14Om door ons allen gevolgd.

1:39:17Gediend en gevreesd te worden.

1:39:19Bij ons is er niets dan tekort en gebrek.

1:39:23Waarbij u een overvloed aan genade.

1:39:27Voor de grootste van de zondaren.

1:39:30Heren achtervolg zo uw woord van deze dag.

1:39:33Maar ook.

1:39:34Wat gisteren mocht uitgaan in het midden van de gemeenten.

1:39:37Heere, gedenk zo.

1:39:39Uw eer.

1:39:40Ga met ons in het verdere van deze dag.

1:39:43Geeft u dat voor velen een vrije dag is.

1:39:48Dat de besteding van onze tijd in het verdere van deze dag.

1:39:52Niet in strijd is met het zijn in uw huis van deze morgen.

1:39:57Gaat u met ons vergeven het verkeerde en spreken en luisteren.

1:40:01Hoor ons.

1:40:02Om Jezus wil alleen.

1:40:04Amen.

1:40:08Gemeente, laten we zingen tot slot Psalm 121, de versen 1 en 4.

1:40:13Ik sla de ogen naar het gebergte heen, van waar ik dag en nacht des hoogste bijstand wacht.

1:40:18En ook het vierde, de Heere zal u steeds schade slaan, opdat hij in gevaar uw ziel voor ramp bewaar.

1:40:25121, vers 1 en 4.

1:40:28Gemeente,

1:40:28[GEZANG]

1:43:58bewaar het woord, ga heen in vrede.

1:44:01En draag met u de zegen van de Heere, die we in zijn naam op u leggen.

1:44:06De Heren zegenen u en hij behoeden u.

1:44:09De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.

1:44:14De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:44:21Amen.

1:44:22[GEZANG]